Bijlage 1. Nota van beantwoording zienswijzen OBP verzamelplan RvR 2023 - geanonimiseerd
Tekst van het document
33
17. Ontvangen op:
19 maart 2023
Onderwerp:
Ontwikkeling nabij Molendijk 3
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: 1.
Betrokkene merkt op dat in het bestemmingsplan een wegbestemming is opgenomen die vooral is bedoeld als toekomstige fietsverbinding van de Onderweg naar de Ackerdijkseweg. Betrokkenen verzoeken een alternatief traject te kiezen; alternatief A. of B. zoals hieronder afgebeeld. Hiermee ontstaat een verkeersveilige situatie voor fietsers en (huidige) bewoners. De nu opgenomen wegbestemming kan vervolgens gedeeltelijk komen te vervallen.
Betrokkene geeeft aan dat de weg straks geen functie zal hebben aangezien hij als eigenaar geen toestemming zal verlenen voor de aansluiting van de ‘spookweg’ op hun weg. Ook merken betrokkenen op dat op de percelen 905 en 904 al een weg ligt. De nieuwe weg komt hier direct en parallel aan te liggen. Dit is een aantasting van de omgeving. Ook geeft betrokkene diverse argumenten voor een alternatief tracé van het fietspad. Het fietspad kan sneller worden gerealiseerd omdat er geen medewerking nodg is van de eigenaar van perceel 834, die ook in deze ronde van de regeling Ruimte voor Ruimte niet meedoet. Het fietspad ligt op grond van de ontwikkelende partij en kan zodoende snel wordengerealiseerd. Ook is men niet afhankelijk van de uitkomst van een ingewikkelde onteigeningsprocedure van de privéweg van betrokkene. De alternatieve route is veiliger voor bewoners en gebruikers. De bestaande weg is gelegen in mandelig gebied en is niet ingericht voor gebruik als recreatieve verbinding. In de alternatieve versie weten de toekomstige aanwonenden vooraf dat er een fietspad komt en kunnen ze hiermee rekening houden bij de inrichting tuin en erf. Ook is de ligging van de alternatieve route landschappelijk in te passen en aantrekkelijker voor recreanten.
2.
Er is in het plan gekozen vier kavels links en twee kavels rechts te maken. De vorm van de kavels links wijkt sterk af van de kavels rechts. Betrokkene stelt voor de kavel direct naast perceel 904 te verplaatsen naar de oostzijde van de locatie. Zie onderstaande afbeelding. Zo ontstaan meer 34
harmonie en wordt, zonder nadelen, de hinder voor percelen 833, 904 en 905 sterk verminderd. Ook wordt de privacy sterk verbeterd.
Hierbij geeft hij diverse argumenten. Zo merkt hij op dat, ondanks de aanduiding op het achterste deel van de bestemming, er in de toekomst minder uitzicht zal zijn. Ook geven ze aan dat de woning (perceel 904) bij aankoop volledig vrij lag. Er was geen sprake van buren of toekomstige buren. 3.
Deze zienswijze is alleen relevant als aan punt 2 van de zienswijze niet tegemoet wordt gekomen. De kavel direct naast perceel 904 is een aanduiding opgenomen waardoor het niet toegestaan is bouwwerrken en/of gebouwen te realiseren op de achterste 15 meter van de kavel. Verzocht wordt de plaats van deze aanduiding te verleggen. De gewenste locatie is aan de westzijde van de kavel over een lengte van 25 meter en een breedte van 15 meter; zoals hieronder ingetekend.
35
Reactie gemeente 1. Mede naar aanleiding van deze zienswijze hebben we de bedachte verkeersstructuur rondom de Molendijk en de locatie Slingerland aangepast. Een beschrijving van de nieuw bedachte structuur is gegeven in paragraaf 1.1 van deze Nota, waarnaar wij hier kortheidshalve verwijzen. Wij gaan er vanuit hiermee tegemoet te komen aan de zienswijze van betrokkene. 2. Naar onze mening zijn er geen redenen om een woning vanuit het westelijk deel te verplaatsen. De bedachte plaatsing is aanvaardbaar gelet op de afstand tot de andere bestaande woningen. Daarbij wordt verplaatsing van een kavel van het westelijk deel naar het oostelijk deel door ons niet wenselijk geacht. De door betrokkene voorgestelde verplaatsing leidt ertoe dat de woningen in het oostelijk deel dichter op elkaar komen te staan en ook meer in het doorzicht. Daarom gaan we niet mee in deze voorgestelde aanpassing. 3. Wij kunnen ons vinden in het verplaatsen van de door betrokkene genoemde aanduiding. De locatie die nu wordt voorgesteld vinden wij echter niet gewenst. De locatie die wij voorstellen is gelegen in het westelijk deel van het perceel tussen de kavelgrens en een lijn in het verlengde van de zijgevel van de woning. De noordelijke grens bevindt zich op drie meter achter de achtergevel.
Dit geeft de toekomstige bewoners de mogelijkheid om de woning vergunningsvrij uit te breiden met een uitbouw aan de zijkant of de achterzijde met een diepte van maximaal 3 meter.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijziging bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Verzamelplan Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen 2023’. De wijzigingen betreffen: - Een verandering in de verkeersstructuur, zoals beschreven in paragraaf 1.1. - Aanpassen ligging aanduiding ‘erf uitgesloten.
36
18. Ontvangen op:
18 maart 2023
Onderwerp:
Ontwikkelingen nabij Molendijk
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: 1. Betrokkenen zijn bewoners van een woning gelegen aan de Oude Leedweg, op de hoek met de Molendijk. Zij merken op dat het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 12 woningen op vier verschillende locaties in de nabijheid van hun woning (Molendijk 3, Oude Leedeweg 159, Bovenmolenweg 6 en Onderweg 0). Daarbij wordt de Molendijk aangemerkt als ontsluitingsweg voor 11 van deze woningen. Het bevreemd hen dat de locatie Bovenmolenweg wordt ontsloten via de Molendijk. Daarbij wordt er in het bestemmingsplan een weg aangelegd waarmee ook de bestaande villawijk aan de Oude Leedeweg straks wordt ontsloten via de Molendijk. Dat de Molendijk straks voor veel nieuwe woningen een ontsluitingsweg gaat vormen is iets waar betrokkenen zich niet mee kunnen verenigen. 2. Onuitvoerbaar bestemmingsplan Betrokkenen zijn gedeeltelijk eigenaar van de Molendijk. De gemeente is geen eigenaar van deze weg. Daardoor kan de gemeente niet beslissen over de het verkeer dat over de Molendijk gaat. Naar mening van betreokkenen kan de Molendijk niet worden aangemerkt als een weg en evenmin als een openbare weg zoals bedoeld in de Wegenwet. Betrokkenen onderbouwen dit mede met behulp van jurisprudentie.
Betrokkenen stelt dat omdat de Molendijk geen openbare weg is hoeven de eigenaren als rechthebbende van de weg geen verkeer te duiden als bedoeld in artikel 14 van de Wegenwet. Het is daarom aan hen om te bepalen of ze verkeer op het perceel al dan niet toestaan. Betrokkenen zijn niet voornemens toestemming te verlenen om de Molendijk voor eenieder toegankelijk te laten zijn. Zij staan geen ander verkeer toe dan het huidige bestemmingsverkeer. Dit betekent dat de nieuwe woningen onbereikbaar worden. Het ontwerpbestemmingsplan is daarmee vanwege een evident privaatrechtelijke beperking onuitvoerbaar. 3. Ontoelaatbaar zware belasting in de bouwfase Het ontwerpbestemmingsplan heeft een toename van bouwverkeer tot gevolg. Betrokkenen merken op dat het een ontoelaatbare belasting voor hun huis tot gevolg heeft. Het huis is niet onderheid en kwetsbaar voor verzakking en breuken. De vele vrachtwagens die ter uitvoering van het bestemmingsplan zullen worden gebrukt zullen trillingen veroorzaken waardoor het huis schade gaat oplopen. Er is ten onrechte geen onderzoek verricht naar de gevolgen van het huis voor bouwverkeer. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarnaast merken betrokkenen op dat het lastig zal worden aan te tonen wie deze schade veroorzaakt en aansprakelijk kan wordengesteld.
Ze merken op dat de gemeente ten onrechte geen waarde heeft gehecht aan hun belangen.
37
4. Ontoelaatbare verhoging van verkeersbewegingen Op dit moment zijn er zeven woningen en één glastuinbouwbedrijf die ontsluiten via de Molendijk. Betrokkenen stellen dat in de toekomstige situatie worden er in ieder geval acht woningen ontsloten via de Molendijk. Dit naast de tien woningen uit de bestaande villawijk van Slingeland. Het totaal antal woningen komt hiermee, volgens betrokkenen, op 25. De bijbehorende verkeerstoename is onaanvaardbaar in het kader van de verkeersveiligheid. De Molendijk is smal (2,90 meter)en heeft geen bermen. Passerende autos hebben geen uitwijkmogelijkheid. Dit zal leiden tot onveilige situaties en zelfs ongelukken. Betrokkenen vinden het onbegrijpelijk dat deze smalle weg is bedacht als ontsluitingsweg. Zeker ook gelet op het bouwverkeer wat hierover moet ontsluiten. Ze merken op dat in de huidige situatie al onveilige situaties leidt en ook tot ongelukken. Betrokkenen zijn van mening dat de gemeenteraad hiermee geen rekening heeft gehouden. De beschrijving in de toelichting van het bestemmingsplan is volgens hen niet juist. Zij zijn van mening dat er wel degelijk sprake is van een groe toename van het aantal verkeersbewegingen. Ook het geplande fietspad ter hoogte van de Onderweg zal leiden tot extra verkeersbewegingen over een te snalle gevaarlijke weg die de Molendijk is.
Betrokkenen stellen dat niet onderzocht is of het toenemende wegverkeer leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor het woon en leefklimaat. Dit is volgens hen in strijd met de benodigde zorgvuldigheid en het motiveringsbeginsel. Ze stellen dat de gemeente niet zonder dit onderzoek tot de conclusie had kunnen komen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is daarmee ten onrechte vastgesteld. 5. Geen c.q. onjuiste belangenafweging Betrokkenen merken opdat nergens uit het plan volgt dat met de belangen van betrokkenen rekening is gehouden. Ook zijn zij niet betrokken geweest bij de planvorming, terwijl hun perceel als ontsluitingsweg heeft te gelden. Het niet meenemen van de belangen is in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Het lijkt alsof de gemeente alleen oog heeft voor het grote financiële belang van de initiatiefnemers en van de gemeente. Betrokkenen worden aangetast in hun woongenot, en eigendomsrecht en lopen risico op schade aan de woning. Het groot nadelig (financieel) belang van betrokkenen is naar hun mening niet meegewogen. 6. Ontoelaatbare zware belasting van de Molendijk Betrokkenen geven aan dat geen onderzoek is verricht naar de gevolgen van het toenemende wegverkeer voor de Molendijk zelf. De Molendijk is een kwetsbare dijk. Deze is niet voorzien van beschoeiingen en kwetsbaar voor het beoogde gebruik met bouwverkeer.
Dit verkeer heeft mogelijk scheuren in de weg tot gevolg. Zij verwijzen naar de Bovenmolenweg waar de gevolgen van bouwverkeer zichtbaar zijn. Het ten onrechte niet onderzoeken of de Molendijk de verkeersbelasting aan kan die het ontwerpbestemmingsplan veroorzaakt is in strijd met het zorgvuldigheids- en 38
motiveringsbeginsel. Ze stellen dat het bestemmingsplan daarom niet vastgesteld had kunnen worden. 7. Alternatieven Verzocht wordt het bestemmingsplan aan te passen en een andere ontsluiting te realiseren dan de thans gekozen ontsluiting via het perceel van betrokkenen. Hiervoor dragen zij een aantal alternatieven aan. Deze zijn in de onderstaande figuur weergegeven en worden daarna kort beschreven.
Alternatief 1: langs het trapveldje (ter hoogte van Oude Leedeweg 175) loopt een oude landweg. Deze kan worden gebruikt als ontsluiting van de nieuw te bouwen woningen. Mocht gebruik van deze weg leiden tot overlast voor de nabijgelegen woningen, zou deze weg kunnen worden verplaatst naar de andere zijde van het trapveldje. Alternatief 2: betrokkenen wijzen op de wens om (op termijn) een fietspad aan te leggen vanaf de Onderweg, met een nieuw aan te leggen brug naar de nieuw te bouwen woningen. Voorgesteld wordt dit te gaan gebruiken als ontsluitingsweg. Ze wijzen erop dat de fietspaden die recentelijk zijn aangelegd veelal breder zijn dan de Molendijk is. Daarmee vormt dit een betere en veiliger ontsluitingsweg dan de Molendijk. Deze ontsluiting belast alleen de initiatiefnemers en de gemeente (financieel) zelf, en niet omwonenden. Alternatief 3: dit alternatief loopt via de bestaande ontsluiting van één van de initiatiefnemers zelf, te weten, het bestaande tuinbouwbedrijf aan de Oude Leedeweg 159. Alternatief 4: betreft een nog aan te leggen ontsluitingsweg over het weiland van de initiatiefnemer, ter hoogte van Oude Leedeweg 173. Betrokkenen stellen voor dat de ontsluiting wordt aangepast naar één van de vier genoemde alternatieven. Deze gaan allen via eigendom van de gemeenten en/of de initiatiefnemers.
Dit sluit aan bij de werkwijze die ook bij andere Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen is gevolgd. Daar is steeds een ontsluitingsweg gerealiseerd door de initiatiefnemers en deze is verkocht aan de nieuwe eigenaren van de kavels. 39
Het argument dat door de gemeente is genoemd dat het redelijk is gebruik te maken van de bestaande Molendijk in plaats van het aanleggen van een nieuwe weg vinden betrokkenen onredelijk. Alleen de initiatiefnemer en de gemeente hebben immers financieel voordeel.
8. Geen overleg Betrokkenen geven aan verbaasd te zijn dat de initiatiefnemer en/of de gemeente op geen enkele manier overleg heeft gevoerd met betrokkenen. Ze hoorden bij toeval over de overeenstemming tussen de initiatiefnemers en de gemeente. Opmerkelijk aangezien de beoogde ontsluiting wordt voorzien via het perceel van betrokkenen. In januari 2023 hebben betrokkenen gevraagd waarom niet één van de alternatieven is gekozen. In reactie hierop is gesteld dat de alternatieven veel duurder zijn en naar mening van de gemeentelijk vertegenwoordiger, de Molendijk een openbaar publiek toegankelijke weg is, waarbij de natuur via deze weg het minste wordt belast. Betrokkenen hebben hiervoor uiteengezet dat zij het niet eens zijn met dit standpunt. Zij vinden het zeer kwalijk dat en onwenselijk dat de gemeente ons niet eerder heeft betrokken en naar alternatieven heeft willen luisteren. Betrokkenen geven aan te hebben begrepen dat initiatiefnemer meent een recht te hebben over hun grond te mogen gaan. Hiervoor is hen geen onderbouwing bekend. Zij herhalen dat de op basis van kadastrale gegevens er geen recht is de Molendijk te gebruiken zoals voorzien.
Tot slot geven ze aan dat zij het onredelijk vinden dat zij op basis van de reactie van de initiatiefnemer en de vertegenwoordiger van de gemeente, mede vanwege het ontbreken van enig vooroverleg, nu gedwongen voelen om kosten te maken, onder meer voor het inschakelen van juridische bijstand.
Reactie gemeente Zoals beschreven in paragraaf 1.1 van deze Nota wordt voorgesteld de verkeersstructuur rondom de Molendijk en de locatie Slingerland te wijzigen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Wij verwachten met deze wijziging tegemoet te komen aan de zienswijze die door betrokkenen is ingediend. Evenwel zijn wij van mening dat de zienswijze op verschillende onderdelen inhoudelijk niet juist is. Om misverstanden nu en in de toekomst te voorkomen geven wij daarom hieronder onze reactie op de ingediende zienswijze. 1. Het bestemmingsplan voorziet, zoals betrokkenen aangeven, inderdaad in de bouw van twaalf woningen in de nabijheid van hun perceel. De Molendijk vormt echter voor niet meer dan acht van deze nieuwe woningen de ontsluiting. Het gaat om de zes woningen op de locatie Molendijk 3 en twee woningen op de locatie Oude Leedeweg 159. De drie nieuwe woningen op de locatie Bovenmolenweg 6 en de woning Onderweg 0 ontsluiten straks op de Bovenmolenweg en niet op de Molendijk. Ook zullen de bestaande woningen aan de Oude Leedeweg (locatie Slingerland) niet ontsloten via de Molendijk. Dit is ook in het ontwerpbestemmingsplan niet aan de orde geweest. 40
2. Anders dan betrokkenen stellen is de Molendijk naar onze mening weldegelijk een openbare weg ook al is deze in eigendom en beheer bij particulieren. Hiervoor hebben wij de volgende argumenten. Op grond van de Wegenwet is een weg in beginsel niet openbaar. Echter indien zich één van de volgende situaties voordoet mag een weg worden aangemerkt als openbaar in de zin van artikel 4 lid 1 van de Wegenwet. 1. Wanneer deze gedurende dertig achtereenvolgende jaren voor eenieder toegankelijk is; 2. Wanneer deze gedurende tien achtereenvolgende jaren voor eenieder toegankelijk is en gedurende die tijd is onderhouden door het Rijk, de Provincie of de gemeente; 3. Wanneer de eigenaar daaraan de bestemming van openbare weg heeft toegekend. Het onder 1 en 2 bepaalde lijdt uitzondering wanneer lopende de termijn van dertig of tien jaar, gedurende een tijdvak van ten minste één jaar duidelijk kenbaar is gemaakt dat de betreffende weg slechts met toestemming van de grondeigenaar toegankelijk is (artikel 4 lid 2 Wegenwet), bijvoorbeeld door bij aanvang van het gebruik een aanduiding te plaatsen met de tekst “eigen weg” of “private weg”. Bij de Molendijk is er sprake van een situatie als beschreven onder 1. Gedurende minimaal dertig achtereenvolgende jaren is eenieder in de feitelijke mogelijkheid geweest om de weg te betreden.
Voor eenieder was niet duidelijk kenbaar dat er mogelijkerwijs sprake zou kunnen zijn van een “eigen terrein”. Kortom de weg is al minimaal een aaneengesloten periode van dertig jaar voor eenieder toegankelijk. Op grond van artikel 7 van de Wegenwet heeft een weg opgehouden openbaar te zijn indien: - de weg dertig jaar achterelkaar niet voor iedereen toegankelijk is geweest; - of als het bevoegd gezag de weg aan de openbaarheid heeft onttrokken. De Molendijk is al minimaal dertig jaar voor iedereen toegankelijk en is door het bevoegd gezag niet onttrokken uit de openbaarheid. Kortom de Molendijk is een openbare weg zoals bedoeld in artikel 7 van de Wegenwet. Daarnaast wordt op grond van artikel 49 van de Wegenwet een weg als openbaar aangemerkt als deze op de wegenlegger voorkomt. De wegenlegger heeft uitsluitend betrekking op wegen gelegen buiten de bebouwde kom waar in het geval van de Molendijk sprake van is. “Een weg, welke op den legger voorkomt, wordt aangemerkt als te zijn openbaar onder geen andere dan de uit den legger blijkende beperkingen in het gebruik, tenzij bewezen mocht worden dat na de vaststelling van den legger of na de wijziging, waarbij de weg op den legger is gebracht, de weg heeft opgehouden openbaar te zijn.” Aangezien de Molendijk is opgenomen op de wegenlegger bestaat het rechtsvermoeden dat de weg openbaar is in de zin van de Wegenwet.
Zoals hierboven genoemd is er daarbij geen sprake van dat na vaststelling of wijziging van de desbetreffende legger, de weg heeft opgehouden openbaar te zijn. Resumé: Anders dan door betrokkenen wordt gesteld is de Molendijk een openbare weg. Er is derhalve geen sprake van een evident privaatrechtelijke belemmering. 41
3. De zorgen van betrokkenen ten aanzien van de mogelijke gevolgen van het bouwverkeer hebben wij ons ter harte genomen. Dit is een van de redenen waarom wij hebben gekozen voor ween aangepaste verkeersstructuur zoals beschreven in paragraaf 1.1 van deze Nota. 4. Ook op basis van het ontwerpbestemmingsplan zou het aantal nieuwe woningen dat in de toekomstige situatie zal ontsluiten via de Molendijk beduidend lager zijn dan het aantal van vijfentwintig dat door betrokkenen wordt gesuggereerd. Zoals eerder genoemd komen er -op basis van de ontsluiting zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan- acht woningen bij. Hier staat tegenover dat een glastuinbouwbedrijf dat nu ontsluit via de Molendijk, wordt gesaneerd. Dit laatste leidt tot een afname van het aantal verkeersbewegingen. En zeker ook tot een afname van het aantal vrachtwagen bewegingen. De komst van de fietsroute die aansluit op de Molendijk kan inderdaad leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Naar onze mening is deze toename van fietsbewegingen aanvaardbaar. 5. Betrokkenen merken op dat hun belangen niet zijn meegewogen. Ze wijzen hierbij in bijzonder op het woongenot, de eigendomssituatie en het risico op schade aan de woning. De ontsluiting van een achttal woningen via de Molendijk zal gevolgen hebben voor betrokkenen. Zij wonen immers nabij de Molendijk.
De veranderingen zijn naar onze mening aanvaardbaar. Ten aanzien van de eigendomssituatie hebben we hiervoor opgemerkt dat wij een afwijkend standpunt hebben ten aanzien van de openbaarheid van de Molendijk. In het verlengde hiervan is er naar onze mening geen sprake van een aantasting van de eigendomsrechten. Voor wat betreft het risico op de schade aan de woning als gevolg van bouwverkeer hebben wij hiervoor al het een en ander opgemerkt. Er is mede om deze reden gekozen voor een andere ontsluitingsconstructie dan zoals was opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. 6. Zoals hiervoor al genoemd is de bedachte verkeersstructuur rondom de Molendijk aangepast. Ook het bouwverkeer komt straks niet over de Molendijk. De door betrokkenen gevreesde overbelasting van de weg door bouwverkeer zal daarom niet optreden. 7. Zoals genoemd is mede naar aanleiding van deze ingediende zienswijze gekozen voor een andere verkeersstructuur dan was opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. De nieuwe structuur is mede geïnspireerd op de alternatieven die door betrokkenen zijn aangedragen. 8. Voorafgaand aan de start van de procedure van het bestemmingsplan is met de initiatiefnemers besproken dat zij de omgeving informeren over de voorgenomen ontwikkeling, voordat het ontwerpbestemmingsplan openbaar zou worden.
De deelnemers aan de regeling Ruimte voor Ruimte zijn initiatiefnemers van het plan en hebben in die zin ook belang bij het informeren van omwonenden. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om te communiceren in het kader van het bestemmingsplan. Wij begrijpen dat betrokkene niet door de initiatiefnemers is geïnformeerd. Iets wat wij betreuren. Op de informatieavond die wij hebben georganiseerd bij de start van de ter inzage legging van 42
het ontwerpbestemmingsplan is door aanwezigen en ons gesproken over de keuzes die gemaakt zijn in het bestemmingsplan. Dat betrokkenen een voorkeur hebben voor een andere ontsluiting is die avond en ook in de zienswijze duidelijk gemaakt. Mede naar aanleiding hiervan hebben wij de verkeersstructuur aangepast.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijziging bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Verzamelplan Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen 2023’. De wijziging betreft een verandering in de verkeersstructuur, zoals beschreven in paragraaf 1.1.
43
19. Ontvangen op:
21 maart 2023
Onderwerp:
Ontwikkeling Molendijk 3
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: 1. Betrokkene merkt op dat het plan in de huidige vorm wordt gepresenteerd als enig mogelijke optie voor het aantal woningen en de positionering van woningen en wegen. Hij geeft aan dat er meer opties mogelijk zijn. Deze dienen eerst te worden uitgewerkt en voorgelegd voordat tot uitvoering wordt overgegaan. 2. Betrokkene is hier komen wonen vanwege de rust. Er komen nu meer woningen en dat betekent meer geluid, onrust en geluidsoverlast, en ook verkeersbewegingen. Dit is uitermate ongewenst. Bij de aankoop heeft men geinformeerd naar het bestemmingsplan en daar is op geen enkele wjze een beeld gegeven van of geduid op de voorliggende plannen. Dit komt de betrouwbaarheid van de gemeente niet ten goede. 3. Ook vanuit visueel aspect is het uitvoeren van de plannen onwenselijk. Het beeld van landelijk Oude Leede met kassen hoort bij het gebied en is statisch (veranderd niet). Woningbouw verstoort dit beeld en de rust. 4. De ontsluiting is volkomen onduidelijk, niet of onvoldoende uitgewerkt of onderzocht. Niet alleen tijdens de sloop van kassen en de bouw van woningen, maar ook daarna. Daarmee is dit alles sterk belastend voor omwonenden. Dit is niet gewenst. Mogelijke ontsluiting via de insteekweg- of wegen tussen de Oude leedeweg en de woningen Oude leedeweg 189a+b+c+d, 191a+b, 193b+c+d.
is onnacceptabel en dient vermeden te worden. 5. Als de gemeente voorstander is van dit plan dient ze ook te zorgen voor een adequate ontsluiting. Zo nodig door het aanleggen van passende infrastructuur.
Reactie gemeente 1. De verschillende verkavelingen die zijn opgenomen zijn tot stand gekomen in een overleg tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit voor ons buitengebied is hierbij telkens uitgangspunt geweest. De verkavelingen geven naar onze mening een goede invulling van de vrijkomende gronden. Wij staan evenwel open voor alternatieven en willen wij deze, wanneer de meerwaarde duidelijk is, ook overnemen. Met de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn er alternatieve voorstellen gedaan waarbij wij op verschillende voorstellen/zienwijzen positief reageren. 2 + 3.
In Oude Leede wordt al langere tijd ingezet op transformatie van glastuinbouw naar woningbouw; de zogenoemde Ruimte voor Ruimte regeling. Deze transformatie verloopt in fases en wordt telkens geïnitieerd door de eigenaar van de kas. Deze transformatie leveren ruimtelijke kwaliteitswinst en geven het gebied een nieuwe toekomst. Het leidt tot minder bebouwing, 44
doorzichten en minder bedrijvigheid met bijbehorende verkeersbewegingen. Ook de woningbouw in “De Hoek” is tot stand gekomen door een dergelijke transformatie. Deze is planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan “Lint Oude Leede 2”. Dat het bestemmingsplan niet voorziet in andere Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen in de directe nabijheid is correct. Wel beschrijft het bestemmingsplan in de toelichting dat deze transformatie is ingezet en gefaseerd zal worden gecontinueerd. 4+5
De ontsluiting van de nieuw te bouwen woningen is voorzien in het bestemmingsplan. De door betrokkene genoemde insteekweg naar “De Hoek” wordt niet gebruikt als ontsluitingsweg. Mede naar aanleiding van deze zienswijze hebben we de bedachte verkeersstructuur rondom de Molendijk en de locatie Slingerland aangepast. Een beschrijving van de nieuw bedachte structuur is gegeven in paragraaf 1.1 van deze Nota, waarnaar wij hier kortheidshalve verwijzen. Wij gaan er vanuit hiermee tegemoet te komen aan de zienswijze van betrokkene.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van een wijziging bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Verzamelplan Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen 2023’. De wijziging betreft een verandering in de verkeersstructuur, zoals beschreven in paragraaf 1.1.
45
20. Ontvangen op:
22 maart 2023
Onderwerp:
Ontwikkeling nabij Molendijk 3
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: Betrokkenen dienen een zienswijze in gericht op de projecten in Oude Leede. De bezwaren van betrokkenen richten zich tegen het aanleggen van een (nood) ontsluiting over/langs het trapveldje. Betrokkene stelt dat het aanwezige groen moet worden gehandhaafd. Betrokkenen begrijpen dat een weg wordt aangelegd naar de kavels in “De Hoek”. Het doel van deze weg is hen onduidelijk, terwijl de weg aansluit op “hun” mandelige ontsluitingsweg. Ze verzoeken dan ook om nadere toelichting over de plannen en intenties hierover
Reactie gemeente Mede naar aanleiding van deze zienswijze hebben we de bedachte verkeersstructuur rondom de Molendijk en de locatie Slingerland aangepast. Een beschrijving van de nieuw bedachte structuur is gegeven in paragraaf 1.1 van deze Nota, waarnaar wij hier kortheidshalve verwijzen. Wij gaan er vanuit hiermee tegemoet te komen aan de zienswijze van betrokkene.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van een wijziging bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Verzamelplan Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen 2023’. De wijziging betreft een verandering in de verkeersstructuur, zoals beschreven in paragraaf 1.1.
46
21. Ontvangen op:
22 maart 2023
Onderwerp: Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: 1.
Betrokkene is voornemens te gaan bouwen in het kader van de regeling Ruimte voor Ruimte op Onderweg 3 en maakt zich zorgen over het te lage bouwpeilhoogte dat wordt voorgeschreven. Het probleem speelt al jaren en betrokkene heeft eerder ook in het kader van de correctieve herziening verzamelplan een zienswijze hierover gegeven en ingesproken bij de gemeenteraad. Dit heeft echter niet geleid tot een verandering in het beleid, daardoor houdt de ellende die hieruit voortvloeit aan. Betrokkene heeft met vijf bewoners van recent gebouwde woningen contact die in de problemen zijn geraakt door het gemeentelijk beleid. De problemen doen zich voor tijdens de nattere periodes en resulteert in ondergelopen kruipruimtes en water tegen de onderzijde van de funderingsvloer, met alle gevolgen van dien. Ook is er angst voor grotere problemen door de verwachte steeds grotere neerslaghoeveelheden en de geplande structurele verhoging van het waterpeil door het Hoogheemraadschap Delfland. Betrokkene verwijst voor het overige naar een bijgevoegde publicatie van STOWA “aanleghoogte van nieuwe woningen in relatie tot wateroverlast” uit 2010 en een artikel van de website www.ftm.nl . Ook heeft betrokkene een foto bijgevoegd van de huidige situatie aan de Onderweg 3.
2.
Betrokkene heeft ingesproken op de hoorzitting van de gemeenteraad op 6 april 2023. Hierbij heeft hij, in aanvulling op de zienswijze, opgemerkt dat het bestemmingsplan voor de locatie Onderweg 3 niet geheel correct zou zijn. Zou er een breedte-lengteverhouding van het bouwvlak in het bestemmingsplan zijn opgenomen, zijn het bouwvlak en rooilijn niet correct, zijn van de kavelgrenzen geen afmetingen gegeven, zijn schuren ingetekend en is de nokrichting niet correct.
Reactie gemeente 1.
Betrokkene pleit voor een grotere drooglegging bij nieuw te bouwen woningen. Strikt formeel gezien geldt dat de drooglegging niet in een bestemmingsplan wordt gereguleerd. Hiervoor ontbreekt namelijk een wettelijke basis. Met een bestemmingsplan wordt wel geregeld hoe het peil van een woning wordt gedefinieerd. De hoogte van het maaiveld kan hierbij een rol spelen. Ook kan de ophoging van een perceel worden gereguleerd in een bestemmingsplan. Hierdoor heeft de wijze van bestemmen wel invloed op de drooglegging die kan worden bereikt. In het bestemmingsplan “Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen 2023”staat in artikel 1 het peil als volgt gedefinieerd. Dit is het punt waarvan uit de hoogte van bouwwerken (of onderdelen) wordt gemeten: a. de hoogte van de kruin van de weg: in geval van een gebouw waarvan de hoofdtoegang 47
direct aan die weg grenst en de onderzijde van de hoofdtoegang op maximaal 0,25 meter boven of onder de hoogte van de kruin is gelegen; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het oorspronkelijke maaiveld. Bij de nieuw te bouwen woningen in het kader van Ruimte voor Ruimte is sprake van een situatie als genoemd onder “b.”. De hoogte van het maaiveld bepaald daarmee hoe hoog het peil bij de woning komt. In artikel 6.5 van het bestemmingsplan is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen om gronden met de bestemming ‘Wonen’ te kunnen ophogen. Op basis van deze regeling is het toegestaan om een kavel op te hogen met 20 cm (ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld). Wanneer men meer wil ophogen moet een vergunning worden aangevraagd. Voorwaarde voor het verlenen van de benodigde vergunning is dat er “geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden”. Door deze bepaling voorziet het bestemmingsplan in een mogelijkheid tot ophoging van percelen en wordt tevens gezorgd dat bij deze ophoging rekening wordt gehouden met de ruimtelijke kwaliteit die wij in het buitengebied willen borgen. Bij de beoordeling van een dergelijke vergunningaanvraag wordt door ons gekeken naar de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing van de ophoging.
We letten hierbij op de mate van ophoging, de afwerking aan de randen van het perceel en ook de omliggende gronden. Wanneer wordt gekozen voor een beperkte ophoging en een goede, landschappelijk passende vormgeving is het in principe mogelijk om een perceel op te hogen. Hoeveel ophoging staan wij toe? Zoals genoemd is een ophoging van het maaiveld met 20 centimeter direct toegestaan; zonder vergunning. Voor grotere ophoging is een vergunning noodzakelijk. Gelet op de landschappelijke waarden van het buitengebied is het gewenst om ophogingen te beperken tot het hoogst noodzakelijke. Om de initiatiefnemers van Ruimte voor Ruimte 2023 vooraf duidelijkheid te geven welke mate van ophoging wij aanvaardbaar vinden is in de verkavelingsstudies voor elk van de locaties een dwarsprofiel met hoogtematen opgenomen. Deze dwarsprofielen zijn ook gekoppeld aan de overeenkomsten die we met de initiatiefnemers zijn aangegaan. Wij zijn in beginsel bereid aan deze ophoging medewerking te verlenen, mits deze landschappelijk wordt ingepast. Geeft dit voldoende drooglegging? Bij het bepalen van de peilhoogtes voor de ruimte voor ruimte ontwikkelingen zijn we uitgegaan van het advies van het Hoogeheemraadschap van Delfland. Het Hoogheemraadschap adviseert om het vloerpeil van de woningen aan te leggen op een hoogte van 1,2 m boven het waterpeil met een minimum van 1,0 meter.
Wanneer wordt gebouwd met de peilniveaus uit de genoemde dwarsprofielen is bij elke nieuwe ruimte voor ruimte woning sprake van een drooglegging van tenminste 1 meter. Om tegemoet te komen aan de bezwaren van betrokkene stellen we voor het peil voor de nieuwe ontwikkelingen niet uit te gaan van de geadviseerde minimale drooglegging van 1 meter, maar van een droogleging van 1,20 meter. Bij deze drooglegging wordt niet alleen maar gekeken naar de huidige situatie maar ook rekening gehouden met de toekomst (bodemdaling en 48
klimaatverandering). Overigens suggereert betrokkene in zijn zienswijze dat er een structurele verhoging van het waterpeil wordt voorzien. Het Hoogheemraadschap heeft aangegeven dat hier geen plannen zijn voor verhoging van het waterpeil. Betrokkene suggereert andere wijze van meten Betrokkene heeft als bijlage bij zijn zienswijze een rapportage gevoegd van STOWA uit 2010. De rapportage doet een suggestie over de wijze waarop het peil bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen bepaald zou moeten worden. Wij hebben kennisgenomen van de rapportage. Wij vertrouwen op de deskundigheid die het Hoogheemraadschap al vele jaren inbrengt. Deze rapportage geeft voor ons geen aanleiding om af te wijken van het advies van het Hoogheemraadschap. 2.
Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. Op basis van de opsomming die betrokkene heeft gegeven vermoeden wij dat betrokkene zich heeft gebaseerd op de planbeschrijving voor de locatie Onderweg 3 die in de in toelichting is opgenomen. De toelichting van het bestemmingsplan is niet juridisch bindend, de verbeelding is dit wel. De lengte-breedte verhouding van het bouwvlak, de ligging van het bouwvlak en de rooilijn op de verbeelding zijn conform de gemaakte afspraken. De nokrichting, de schuur en ook de kavelgrenzen worden niet vastgelegd in de regels of de verbeelding van het bestemmingsplan. Naar aanleiding van deze reactie is de begrenzing van de kavel aangepast conform de verkavelingsschets.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van de volgende wijziging bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Verzamelplan Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen 2023’: - veranderen begrenzing kavel woning achter Onderweg 3. Daarnaast zullen we, in overleg met alle betrokkenen, een erratum toevoegen aan de overeenkomsten waarmee de peilhoogte voor de nieuw te bouwen woningen wordt gewijzigd naar 1,2 meter.
49
22. Ontvangen op:
22 maart 2023
Onderwerp:
Locatie woning Onderweg 0
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: Betrokkene geeft aan dat de positie van de woning Onderweg 0 zo dient te zijn dat deze voor de woningen Bovenmolenweg 1, 3, 7a het doorzicht naar de polder niet belemmert. Zoals ook als criterium is opgenomen in het verzamelplan. Dit kan worden bewerkstelligd door het groen tussen de betreffende kavel en Onderweg 1 zo breed mogelijk te houden.
Reactie gemeente Er zijn verschillende zienswijzen ingediend waarin wordt gewezen op de verkeersonveilige situatie die zou ontstaan door de bouw van een woning nabij de kruising van de Onderweg en de Bovenmolenweg. Naar aanleiding van deze zienswijze hebben wij het bouwvlak van de woning iets verschoven in noordoostelijke richting. Net als bij de verkaveling in het ontwerpbestemmingsplan, is er ook in de nieuwe situering een goed doorzicht mogelijk tussen de nieuw te bouwen woning en de woning Onderweg 0.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijziging bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Verzamelplan Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen 2023’.
50
23. Ontvangen op:
Juli 2023
Onderwerp:
Locatie woning Onderweg 0
Ingediende zienswijze Door reclamant wordt het volgende naar voren gebracht: 1.
Betrokkenen merkt op dat het bestemmingsplan zich richt op ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Ze zien positieve effecten als gevolg van dit bestemmingsplan. Wel plaatsen ze kanttekeningen bij de in hun ogen flinke aantallen woningen die ter compensatie mogen worden gerealiseerd. Ze pleiten voor terughoudendheid bij het toestaan van nieuwe woningen; al voldoet het wellicht aan de normen die in het bestemmingsplan staan vermeld. Dit in verband met de verrommeling in het buitengebied.
2.
Gevraagd wordt waarom het perceel Onderweg 0 in het verzamelpaln is opgenomen terwijl hier geen sloop van glasopstanden plaatsvindt.
3.
In de quickscan Wet natuurbescherming is de loccatie Nieuwkoopseweg 30 opgenomen. Gveraagd wordt waarom de locatie niet in het bestemmingsplan is opgenomen.
4.
In het bestemmingsplan wordt voorzien in regelens voor verkamerking, woningslpitsing en/ of het samenvoegen van woningen. Betrokkenen vinden dit ongewenst.
5.
Betrokkenen adviseren bij nieuwe woningen het hemelwater helemaal op eigen terrein te verwerken. Gezien de kavelgrootte moet dit mogelijk zijn.
Reactie gemeente 1. Het doet ons goed te vernemen dat ook betrokkenen de meerwaarde van het plan zien. Wij zijn, in lijn met het verzoek van betrokkenen, terughoudend bij het toestaan van nieuwe woningen en hanteren inderdaad normen ten aanzien van het minimale aantal m2 bebouwing dat dient te worden gesloopt om de bouw van een nieuwe woning mogelijk te maken. 2.
Op de locatie Onderweg 0 wordt de bouw van een woning mogelijk gemaakt waarvoor wij al langere tijd “rechten” bezitten. Deze rechten zijn ontstaan na de sloop van kassen elders.
3.
Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan was had de eigenaar van Nieuwkoopseweg 30 ook te gaan herontwikkelen. De initiatiefnemer heeft zich evenwel teruggetrokken uit dit proces.
4.
Regels ten aanzien van verkamering etc. nemen wij op in alle bestemmingsplannen om deze ontwikkelingen eventueel mogelijk te kunnen maken. In de Beleidsnota woningvoorraad wij beschreven wanneer wij verkamering, woningsplitsing en/of het samenvoegen van woningen toestaan.
5.
Het is ons beleid om hemelwater gescheiden te houden van overig afvalwater. Verwerking van hemelwater op eigen terrein is ook ons streven en is gelet op de omvang van de kavels inderdaad mogelijk.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijziging bij de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Verzamelplan Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen 2023’.
51
52
3.
Staat van wijzigingen
In voorgaand hoofdstuk is ingegaan op de ingediende zienswijzen. Hieruit zijn meerdere wijzigingen voortgekomen. In onderstaande tabel zijn deze wijzigingen samen met de ambtshalve wijzigingen (ondergeschikte tekstuele wijzigingen en verbeteringen daar gelaten) opgenomen. Locatie van de wijziging Algemeen Toelichting Par. 2.2 Par. 2.3
Par. 2.4 Par. 2.5 Par. 2.7 Par. 5.3 Par. 5.4 Par. 5.5 Par. 5.6 1 Par. 5.6.2 Par. 5.7 Par. 5.8
wijziging
Wijziging is gebaseerd op
De IMRO-codering wordt aangepast naar de nieuwe status van het plan
Ambtshalve wijziging Toelichting Ambtshalve wijziging
De beschrijving bij de verkavelingsstudie Onderweg 5 wordt aangepast. (Eén van de vijf woningen wordt elders in Oude Leede gerealiseerd) De verkavelingsstudie Molendijk 3 wordt aangepast aan de nieuwe situatie. (nieuwe ontsluitingsweg vanaf Oude Leedeweg, veranderde ligging fietspad, geen nieuwe ontsluiting nabij bestaande woningen). De verkavelingsstudie Oude Leedeweg 159 wordt aangepast aan de nieuwe situatie. (ontsluiting woningen via de zuidzijde, niet via Molendijk) De verkavelingsstudie Zuideindseweg 66 wordt aangepast aanpassen aan de nieuwe situatie. (woning wordt verschoven, ontsluitingsweg loopt niet door naar het achterliggende bedrijventerrein). De verkavelingsstudie Keulseweg 47 wordt aangepast aan de nieuwe situatie. (twee woningen i.p.v. drie) Tekst over bodem wordt aangepast op basis van de actuele informatie.
Zienswijzen onder 6, 7, 12, 14, 15, 17 en 20.
De waterparagraaf wordt aangevuld met informatie over het bereikbaar houden van secundaire watergangen voor inspectie, onderhoud en beheer. Toelichting over archeologie’ worden aangepast met verwijzing naar het “Paraplubestemmingsplan archeologie”. Stikstofonderzoek wordt toegevoegd.
Ambtshalve wijziging
Tekst wordt aangepast v.w.b. ecologisch onderzoek ontsluiting en fietspad. Ecologische quickscans bijgevoegd (Onderweg 0 en nieuwe ontsluiting en fietspad) Conclusie wordt aangepast aan uitkomsten van het akoestisch onderzoek en verleende hogere grenswaarden. Tekst bedrijven en milieuzonering wordt aangepast i.v.m. verplaatsen bouwvlak bij Zuideindseweg 66.
Ambtshalve wijziging
Zienswijzen onder 16 en 18 Zienswijze onder 2. Zienswijze onder 5. Ambtshalve wijziging
Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging
Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging
Par. 5.9 Bijlage
De tekst over externe veiligheid wordt uitgebreid met de bevindingen voor de locatie Onderweg 0. Het stikstofdepositie-onderzoek wordt toegevoegd als bijlage.
Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging
Bijlage
De watersleutel voor locatie Onderweg 0 wordt nader onderbouwd.
Ambtshalve wijziging
Bijlage
De quick-scans ecologie voor locatie Onderweg 0 en voor de nieuwe ontsluitingsweg en het fietspad worden toegevoegd als bijlagen.
Ambtshalve wijziging
Toevoegen aanduiding waarmee realisatie en gebruik van gronden voor een opstelplaats voor hulpdiensten mogelijk wordt. Conform de afspraak met de initiatiefnemer wordt voor de locatie Keulseweg een regeling toegevoegd om ter plaatse van de aanduiding “bijgebouw toegestaan” om vooruitlopend op de bouw van het hoofdgebouw een zelfstandig (bij)gebouw te kunnen realiseren. Aan dit gebouw worden de volgende eisen gesteld:
Ambtshalve wijziging
Regels Artikel 3 Artikel 6
Ambtshalve wijziging
- gelegen op tenminste 3 meter achter de aanduiding ‘gevellijn’ - maximale oppervlakte 75 m2; - maximale goothoogte 3 meter; - maximale bouwhoogte : indien hoger dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3;
Artikelen 9 en 10.
Voor de locatie van één woning op het perceel Bovenmolenweg 6 wordt een regeling toegevoegd. Deze regeling houdt in dat de betreffende woning alleen gerealiseerd kan worden nadat alle bedrijfsbebouwing op het perceel van het huidige agrarische bedrijf Bovenmolenweg 6 zijn gesloopt. Dit laatste met uitzondering van bedrijfsgebouwen die als bijgebouwen bij de woningen worden aangemerkt en voldoen aan de oppervlaktebepalingen genoemd in artikel 6 (Wonen). In deze regeling wordt een kaart opgenomen met de exacte omvang en locatie van het agrarisch bedrijf.
Ambtshalve wijziging
De dubbelbestemmingen ‘Waarde – archeologie’ worden aangepast conform het
Ambtshalve wijziging
54
“Paraplubestemmingsplan archeologie”. Artikel 14.2
Artikel 15.2
Verbeelding Onderweg 3
Onderweg 5
Molendijk 3
De ‘Voorwaardelijke verplichting waterberging’ uit artikel 14.2 wordt verplaatst naar artikel 6 ‘Wonen’ en alleen van toepassing op de locatie Onderweg 0. Tevens wordt aan deze voorwaardelijke verplichting een adviesaanvraag bij het Hoogheemraadschap Delfland gekoppeld. Er wordt een regeling opgenomen voor de gebiedsaanduiding “overige zone – doorzicht”. Deze is van toepassing op een deel van de gronden bij Keulseweg 47. E.e.a. conform het vigerende bestemmingsplan “Katwijkerbuurt – deelgebied Berkelse lint“.
Ambtshalve wijziging
Bij de bestaande woning worden de aanduidingen ‘specifieke vorm van wonen-landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van wonen – stedenbouwkundige inpassing’ verwijderd.
Zienswijzen onder 7. en 8.
Begrenzing kavel is in overleg met de aanvrager op detailpunten aangepast. Bij de bestaande woning worden de aanduidingen ‘specifieke vorm van wonen-landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van wonen – stedenbouwkundige inpassing’ verwijderd.
Ambtshalve wijziging Zienswijzen onder 7. en 8.
De ligging van de bouwvlakken voor de nieuwe woningen wordt iets aangepast, conform de verkavelingsstudie. (waaronder afstand voorgevel tot bestemmingsgrens verruimd tot 3 meter)
Ambtshalve wijziging
Bij de bestaande woning worden de aanduidingen ‘specifieke vorm van wonen-landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van wonen – stedenbouwkundige inpassing’ verwijderd.
Zienswijzen onder 7. en 8.
Ambtshalve wijziging
De aanduiding “erf uitgesloten” bij de meest westelijke nieuw te bouwen woning wordt verplaatst. Er komt een nieuw fietspad vanaf de nieuwe ontsluitingsweg in zuidelijke richting, aansluitend op de Ackerdijkseweg. De verbeelding wordt uitgebreid met het tracé van dit fietspad. Tevens wordt er een verkeersbestemming toegekend aan een strook grond ten oosten van het voetbalveld. Daarnaast wordt het westelijke deel van de verkeersbestemming (nabij Oude Leedeweg 189c en d) geschrapt. De verkeersbestemming ten noorden van de vier nieuwe woningen wordt iets versmald. Hiermee wordt onnodige verharding voorkomen. De resterende gronden krijgen een agrarische bestemming, met daarbij een aanduiding waarmee realisatie en gebruik van een opstelplaats voor hulpdiensten op deze locatie mogelijk is.
Zienswijze onder 14 en 17. Zienswijzen onder 6, 7, 12, 14, 15, 17 en 20. Ambtshalve wijziging
55
Oude Leedeweg 159
Het tracé van de fietsroute Onderweg – Ackerdijkseweg wordt in zijn geheel opgenomen in het bestemmingsplan. Daarom wordt ook de fietsbrug over de het water langs de Molendijk opgenomen.
Ambtshalve wijziging
Bij de bestaande woning worden de aanduidingen ‘specifieke vorm van wonen-landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van wonen – stedenbouwkundige inpassing’ verwijderd.
Zienswijze onder 7.
De begrenzing van de bestemming Wonen wordt aangepast conform de verkavelingsstudie. De ligging van de twee nieuwe woningen en de ontsluitingstructuur wordt aangepast inverband met de nieuwe verkeersitiatie.
Zienswijzen onder 16 en 18.
Zuideindseweg 66
Verplaatsen bouwvlak nieuw te bouwen woning in westelijke richting. De beoogde bestemming van een strookje grond wijzigen van ‘Agrarisch – weide’ naar ‘Wonen’; conform het huidige bestemmingsplan.
Zienswijze onder 1. Zienswijze onder 2.
Bovenmolenweg 6
Bij de bestaande woning worden de aanduidingen ‘specifieke vorm van wonen-landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van wonen – stedenbouwkundige inpassing’ verwijderd.
Zienwijze onder 8.
De bestemming van het westelijk deel van de nieuwe verbinding wordt voorzien van de aanduiding fietspad.
Zienwijze onder 8.
De ligging van de bestemming Wonen wordt aangepast conform verkavelingsstudie.
Ambtshalve wijziging
Het bouwvlak van de zuidelijke (nieuwbouw)woning wordt voorzien van een functieaanduiding gekoppeld aan de voorwaardelijke verplichting tot het slopen van de bedrijfsgebouwen op het kavel van het huidige agrarische bedrijf Bovenmolenweg 6 Pijnacker De meest westelijke van de nieuw te bouwen woningen komt te vervallen. De betreffende gronden
Ambtshalve wijziging
Keulseweg 47
Zienswijze onder 2.
56
krijgen een agrarische bestemming. Bij de bestaande woning worden de aanduidingen ‘specifieke vorm van wonen-landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van wonen – stedenbouwkundige inpassing’ verwijderd.
Zienswijzen onder 7. en 8.
De begrenzing van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – waterkering’ wordt aangepast conform de legger van het Hoogheemraadschap Delfland.
Ambtshalve wijziging
De locatie van een bestaand bedrijfsgebouw aan de zuidzijde wordt betrokken bij de verbeelding. Deze ontbrak abusievelijk in het ontwerpbestemmingsplan. De betreffende grond krijgen een agrarische bestemming; een en ander conform de verkavelingsstudie. De locatie van de westelijke woning (voorheen de middelste woning) wordt voorzien van de aanduiding “bijgebouw toegestaan”.
Ambtshalve wijziging
Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging
Onderweg 0
De Gebiedsaanduiding “overige zone – doorzicht” wordt toegevoegd aan een deel van de agrarische bestemming (e.e.a. conform het vigerende bestemmingsplan “Katwijkerbuurt – deelgebied Berkelse lint“. Verplaatsen bouwvlak nieuw te bouwen woning in noordoostelijke richting.
Zienswijzen onder 3, 4, 9, 10, 11. en 13.
Een deel van het woonperceel wordt voorzien van de aanduiding “erf uitgesloten”. Dit betreft gedeelte tussen de onderweg en de zuidelijke gevel(lijn) van de woning, voor zover gelegen naast en achter de woning.
Diverse locaties
De locatie wordt voorzien van een aanduiding voor de voorwaardelijke verplichting waterberging.
Ambtshalve wijziging
De locaties van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – archeologie’ worden aangepast conform het “Paraplubestemmingsplan archeologie”.
Ambtshalve wijziging
57