Bijlage 1 1 Energietransitieplan 2025 geanonimiseerd NIEUW
Tekst van het document
Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
17 februari 2025
Registratienummer: 1973064 Verantwoordelijk team: Ruimtelijk Beleid Beleidsprogramma: Duurzaamheid en Veiligheid Portefeuillehouder:
Frank Van Kuppeveld
Opdrachtgever: Programmamanager: Opstellers: Versie: 1.0
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
1
INHOUD 1
Voorwoord ...................................................................................................................... 4
2
Inleiding en aanleiding .................................................................................................. 5
3
Visie en Ambitie ............................................................................................................. 7 3.1
Visie en ambitie Warmte ................................................................................................... 7
3.2
Visie en ambitie Elektriciteit .............................................................................................11
4
Opgave, Doel en monitoring ........................................................................................ 14
5
Koers samenleving aan de slag .................................................................................... 17
6
5.1
Gedrag ...........................................................................................................................17
5.2
besparen ........................................................................................................................18
5.3
Faciliteren samenleving ...................................................................................................19
5.3.1
Met energie aan de slag – informatie en inspiratie ......................................................19
5.3.2
Isolatieprogramma en duurzaamheidslening - financiën ..............................................19
5.3.3
Duurzaamheidscoaches particulieren – praktisch advies op maat .................................20
5.3.4
Het Regionaal Energieloket – generieke informatie .....................................................21
5.3.5
Bedrijvencoach Energie – advies op maat ..................................................................21
5.3.6
Advisering VvE’s en Monumenten ..............................................................................21
Koers warmte ............................................................................................................... 22 6.1
7
Opgave en doelstellingen warmte ....................................................................................22
6.1.1
Huidige en toekomstige warmtevraag en aantal gasaansluitingen bebouwde omgeving 22
6.1.2
Huidige en toekomstige warmtevraag glastuinbouw ...................................................23
6.2
Warmteoplossingen .........................................................................................................24
6.3
Warmteopslag ................................................................................................................28
Koers elektriciteit en mobiliteit ................................................................................... 29 7.1
Opgave en doelstellingen elektriciteit ...............................................................................30
7.1.1
Huidige en toekomstige elektriciteitsvraag gebouwen en voertuigen ............................31
7.1.2
Huidige en toekomstige elektriciteitsvraag glastuinbouw .............................................32
7.2
Elektriciteitsoplossingen ...................................................................................................32
7.2.1
Lokale opwek hernieuwbare elektriciteit .....................................................................33
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
2
7.3
Maatregelen netcongestie ................................................................................................35
7.3.1
Verzwaring van het elektriciteitsnetwerk ....................................................................35
7.3.2
Het slimmer gebruiken van het elektriciteitsnetwerk ...................................................36
7.4
Beheersing netcongestiefase............................................................................................37
8
Koers glastuinbouw ..................................................................................................... 38
9
Rol Gemeente ............................................................................................................... 40 9.1
WET- en regelgeving .......................................................................................................40
9.2
Afstemming Omgevingsvisie en omgevingsprogramma's....................................................41
9.3
Maatschappelijk Vastgoed en eigen Mobiliteit....................................................................42
9.4
De gemeente in de regio .................................................................................................42
10
9.4.1
De glastuinbouw: Warmte Samenwerking Oostland ....................................................42
9.4.2
Regionale Energiestrategie (RES) ..............................................................................43
9.4.3
NMIEK en PMIEK ......................................................................................................43
9.4.4
Energieakkoord Greenport West-Holland ....................................................................44
Begrippenlijst ............................................................................................................ 45
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
3
1 VOORWOORD De energietransitie betekent de overgang van energie uit fossiele brandstoffen zoals aardgas en steenkolen naar volledig duurzaam opgewekte energie. De energietransitie raakt iedereen. Het Nationaal Klimaatakkoord en de gemeentelijke ambities zijn helder. De doelstelling is om in 2050 CO 2-neutraal te zijn. Het jaar 2050 lijkt ver weg, maar de opgave is groot, namelijk het creëren van een nieuwe duurzame energievoorziening. Om dit tijdig te realiseren moet er veel gebeuren. In 2021 is de koers bepaalt in het Energietransitieplan 2021. Sindsdien is er veel gebeurd en is het zaak het plan te actualiseren en de koers bij te stellen. We staan voor een enorme opgave de komende 25 jaar. Stap voor stap willen we actie ondernemen. In 2021 heeft de gemeenteraad het Energietransitieplan 2021 vastgesteld. Hierin is met de kennis en kunde van 2021 een visie neergelegd, die beschrijft hoe we stap voor stap tot 2050 de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen willen verminderen en de uitstoot van CO2 in 2050 tot nul terug willen brengen. Sinds die tijd is er veel gebeurd dat invloed heeft op het verloop van de energietransitie: de oorlog in Oekraïne en de daaropvolgende energiecrisis, het herstel van de energiemarkt, de val van het kabinet, het nieuwe kabinet en het overbelasten van ons elektriciteitsnetwerk.
Daarnaast is ervaring opgedaan met het proces om te komen tot een aardgasvrije samenleving. De projecten aardgasvrij Klapwijk en ’s-Gravenhout hebben ons veel geleerd. Ook bij onze collega-gemeenten is veel ervaring opgedaan in een aardgasvrije samenleving. Ondertussen is in Den Haag gewerkt aan wet- en regelgeving rondom het aardgasvrij worden. Deze zijn nog niet definitief vastgesteld maar geven wel richting aan met name de warmtetransitie. Bij de besluitvorming van het Energietransitieplan 2021 is aangeven het plan minimaal 1 keer per 5 jaar te actualiseren of indien nodig vaker. Om op koers te blijven voor de doelen in 2030 en 2050 passen we het Energietransitieplan nu al aan, ten eerste omdat de randvoorwaarden zijn veranderd en ten tweede omdat we waardevolle lessen mee kunnen nemen.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
4
2 INLEIDING EN AANLEIDING De uitgangspunten van het Energietransitieplan 2021 zijn opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie en de regionale Energiestrategie (RES) en daarmee publiekrechtelijk geborgd. In dit hoofdstuk geven we aan waarom we het Energietransitieplan actualiseren. Sinds 2021 is er veel gebeurd. Ten opzichte van 2021 zien we dat de energietransitie in een stroomversnelling is geraakt. We zien dat er veel werk is verricht op het gebied van isoleren, energie opwekken met zonnepanelen en ook de installatie van warmtepompen neemt toe. We zien dat er veel bewuster met energie wordt omgegaan dan 3 jaar geleden. Dit komt enerzijds door een groeiend energiebewustzijn en anderzijds vooral door de sterk gestegen energieprijzen. Eind 2021 begon de energiecrisis, deze duurde tot eind 2023. De Energiecrisis was voornamelijk het gevolg van de oorlog in Oekraïne, maar ook het stopzetten van de aardgasproductie in Groningen had invloed. De energieprijzen hebben er in de periode medio 2022 tot medio 2023 voor gezorgd dat veel bewoners en bedrijven in Nederland een hoge energierekening hadden. Sinds 2024 zijn de energieprijzen weer op een betaalbaarder niveau gekomen, echter ze zijn wel structureel hoger dan voor de energiecrisis. Tussen maart 2021 en maart 2024 zijn de prijzen met ongeveer 50% gestegen voor aardgas en 33% voor elektriciteit.
Hogere en instabiele energieprijzen hebben een versnellend effect op de energietransitie. We zijn ons meer bewust over het verbruik van energie en de (internationale) afhankelijkheid van gas. De versnelling van de energietransitie heeft een keerzijde. De toename van energieopwekking door zon en wind, gecombineerd met de toename van de energievraag door elektrische verwarmingsoplossingen en elektrificatie van mobiliteit vraagt steeds meer transportcapaciteit van ons elektriciteitsnetwerk. Dit heeft twee hoofdredenen. Eén: de opwekking met wind en zon is afhankelijk van dag en nacht, en van het weer. We wekken soms meer op dan dat we op dat moment nodig hebben. Hiermee komt de balans en veiligheid van het netwerk in geding. Twee: we wekken elektriciteit decentraal op (in elk huis). Vroeger was dit centraal. Ons elektriciteitsnetwerk is daar nog niet overal voor geschikt. De kans op netcongestie neemt toe. Op 5 december 2024 is voor de gehele gemeente netcongestie voor afname van elektriciteit afgekondigd. We hebben lessen geleerd in de energietransitie, omtrent de beweegredenen van de samenleving om te verduurzamen en de invloed van de maatschappelijke ontwikkelingen hierop, omtrent het aardgasvrij worden van wijken in onze projecten aardgasvrij Klapwijk en ’s-Gravenhout.
Daarnaast is de wet- en regelgeving rondom warmte in ontwikkeling, waaronder de Wet Gemeentelijk Instrumenten Warmtetransitie en de Wet Collectieve Warmte. Sinds 2021 komt er steeds meer data beschikbaar omtrent de energietransitie. Dit betekent dat we beter inzichtelijk kunnen maken waar we staan en hoe we kunnen bijsturen. De rekenkamercommissie heeft onderzoek gedaan naar de effectiviteit van ons energiebeleid. Een van de aanbevelingen is om ons monitoringssysteem hierop aan te passen. Hieronder geven we overzicht van de geleerde lessen:
Onderstaand overzicht is niet limitatief maar omvat de belangrijkste geleerde lessen en beweegredenen om te verduurzamen:
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
5
Intrinsieke motivatie om te verduurzamen is bij 8 tot 12% van onze inwoners de aanleiding om te verduurzamen;
Financiële argumenten zijn voor de overgrote meerderheid de beweegreden om te verduurzamen;
Als de energieprijzen stijgen zoeken we naar alternatieven, bij gelijkblijvende prijzen ontbreekt de urgentie hiervoor;
Klein deel van Pijnacker-Nootdorp komt in de problemen bij stijgende energieprijzen (Energiearmoede);
Berichtgeving in media en sociale media beïnvloeden direct beweegredenen en keuzes;
Door onduidelijkheid, bijvoorbeeld over veranderende wetgeving of over technische mogelijkheden voor verduurzaming, worden keuzes uitgesteld;
Individuele keuzes hebben invloed op maatschappelijk opgaven, zoals o.a. het geschikt maken het elektriciteitsnetwerk;
Aanpassingen binnen de woning (achter de voordeur) zijn divers en vragen maatwerk;
Consistent en duidelijk beleid is nodig om de ambities waar te maken;
De verduurzaming in de glastuinbouw vraagt een ander aanpak dan in de bebouwde omgeving. Er is hiervoor ook aparte wet- en regelgeving;
De verduurzaming van de glastuinbouw kan de verduurzaming in de bebouwde omgeving helpen en versterken;
Leeswijzer Het Energietransitieplan 2025 is anders van opzet dan in 2021. We beginnen nu met de gemeentelijke visie op de energietransitie. Voor warmte en elektriciteit geven we onze visie. Dit wordt gevolgd door de doelen die wij hierbij stellen en de monitoring hiervan. Dan beschrijven we de koers “Faciliteren samenleving”, de koers “Warmte” en de koers “Elektriciteit”. We hebben de koers “Glastuinbouw” en “Rol Gemeente” toegevoegd t.o.v. het Energietransitieplan 2021. De koers “Mobiliteit” en de koers “eigen gebouwen” hebben we niet meer opgenomen in dit Energietransitieplan. We hebben ervoor gekozen om voor deze koersen alleen de vraag naar Energie mee te nemen, de overige duurzaamheid activiteiten zijn onderdeel van het desbetreffende Programma (Programma 3, Mobiliteit en Programma 9 voor eigen gebouwen). Naast het Energietransitieplan 2021 hebben we jaarlijks een voortgangsrapportage en uitvoeringsprogramma opgesteld. Het uitvoeringsprogramma evalueert beleidskeuzes en activiteiten en geeft de activiteiten en projecten weer voor het komende jaar. We hebben voor de voortgangsrapportage 2024 en uitvoeringsprogramma 2025 opnieuw vormgegeven op basis van dit voorliggend Energietransitieplan en op basis van het advies van de rekenkamercommissie om de monitoring aan te scherpen. In dit Energietransitieplan gebruiken we Joule (J) en Watt (W) als eenheden voor energie.
Een eenvoudige stelregel is dat 1 Megawattuur (MWh) gelijk staat aan 3,6 Gigajoule (GJ). 1TJ (Terajoule) staat gelijk aan 1.000 GJ, en aan 0,0036 MWh.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
6
3 VISIE EN AMBITIE Onze visie op de Energietransitie is ‘eerlijk, haalbaar en betaalbaar’. Iedereen moet mee kunnen doen. Wij omarmen de landelijke en Europese doelstellingen in 2050 CO2-neutraal en in 2030 zetten we in op 55 % van de uiteindelijke doelstelling. Deze zijn ten opzichte van het Energietransitieplan 2021 aangescherpt. Om dit ‘eerlijk, haalbaar en betaalbaar’ te bereiken hebben we een mix van individuele en collectieve oplossingen nodig. Niets doen is geen optie. Om energie betaalbaar te houden is een alternatief voor aardgas en fossiele brandstoffen nodig. Alle tekenen wijzen erop dat de fossiele brandstofprijzen de komende jaren sterk stijgen, zowel door de marktwerking alsmede door toename van belasting op fossiele brandstoffen. In dit hoofdstuk beschrijven we onze visie en doel voor zowel warmte (3.1) als elektriciteit (3.2). In hoofdstuk 4 gaan we in op de opgave, de doelen en de monitoring van deze opgave.
3.1 VISIE EN AMBITIE WARMTE Voor een mix van collectieve en individuele warmteoplossingen bevinden we ons in PijnackerNootdorp in een gunstige situatie om aardgasvrij te worden. We kunnen enerzijds kiezen voor individuele oplossingen, bijvoorbeeld door over te schakelen op een warmtepomp. Anderzijds kunnen we gebruik maken van collectieve warmteoplossingen, warmtenetten, die gevoed worden uit geothermie (aardwarmte) en restwarmte uit de industrie. De tuinders in de gemeente hebben een grote vraag naar warmte. Ook zij moeten aardgasvrij gaan werken. De grote warmtevraag uit de glastuinbouw maakt het mogelijk om geothermiebronnen relatief voordelig te exploiteren. Hierdoor kunnen warmtenetten voor de gebouwde omgeving rendabeler worden aangelegd. Ons doel is om voor iedereen een betaalbaar warmtealternatief te verkrijgen. We hebben daarom voor geheel Pijnacker-Nootdorp in beeld gebracht wat de warmteoplossing is tegen de laagst maatschappelijke kosten. Bij het bepalen hiervan is ook meegenomen dat door elektrificatie het elektriciteitsnetwerk verzwaard moet worden. Deze verzwaring brengt ook kosten met zich mee. Grofweg kun je stellen dat voor de buurten en wijken die vóór 1995 gerealiseerd zijn, een collectief warmtenet de hoogste kans biedt op een eerlijk, haalbaar en betaalbare warmtevoorziening met de laagst maatschappelijke kosten.
Dit komt doordat voor elektrificatie meer aanpassingen aan woningen nodig zijn. Voor wijken na 1995 is dit elektrificatie (o.a. warmtepompen). Deze mix zorgt ervoor dat de totale maatschappelijke kosten voor Pijnacker-Nootdorp het laagst zijn. Voor de glastuinbouw is dit een mix van warmteoplossingen, waarin de basisvraag ingevuld wordt met een collectief warmtenet, aangevuld met individuele oplossingen voor de piekvraag. Op de bedrijventerreinen zien we individuele elektrificatie als warmteoplossing.
Wetgevingsvacuüm Helaas komt het uitrollen van warmtenetten in de bebouwde omgeving moeizaam tot stand. Dat is niet alleen in Pijnacker-Nootdorp zo; maar een landelijk fenomeen. Dit komt doordat warmtenetten op dit moment in de exploitatiefase voor de gebruiker/bewoner meer kosten dan de huidige kosten voor het gebruik van aardgas of elektrificatie met een warmtepomp. Hier kunnen we twee oorzaken voor
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
7
aanwijzen. Ten eerste ‘socialiseren’ we de kosten voor warmtenetten niet, terwijl dit voor het verzwaren van het elektriciteitsnet wel zo is. Met andere woorden: voor het elektriciteitsnet betaalt iedereen mee, terwijl voor warmte alleen diegene die op warmtenet wordt aangesloten meebetaalt. Een huishouden met een warmtenet aansluiting betaalt daarnaast ook mee aan het verzwaren van het elektriciteitsnet. Zie ook het schema hieronder, met een uitsplitsing van de kosten voor collectieve en individuele oplossingen om je woning te verwarmen. De warmteoplossing tegen de laagste maatschappelijke kosten leidt dus niet automatisch tot de laagste kosten voor onze inwoners. Wij verwachten dat onze overheid dit binnen afzienbare tijd oplost. Tot die tijd zullen we blijven merken dat de collectieve warmteoplossingen in de bebouwde omgeving vertragen.
Tabel: Rekenvoorbeeld betaalbaarheid
COLLECTIEVE
INDIVIDUELE
WARMTEOPLOSSING
OPLOSSING
WARMTENET –
-
-
GAS -
WARMTEPOMP -
-
INVESTERINGSKOSTEN:
1) Aansluitingen op straatniveau (BAK) 2) Aanpassingen binnen de woning - Kosten elektrisch koken
1) Aanschaf Warmtepomp
1) Kosten Hr-ketel
2) Mogelijke Additionele kosten
2) n.v.t.
- kosten elektrisch koken - kosten lage temperatuur verwarming (isolatie etc.) isolatie (indien bouwjaar < 2005)
Verwachte investeringskosten €
Verwachte investeringskosten
Verwachte investeringskosten
€ 6.000 - € 8.000
tussen € 13.500 tot € 20.000
€ 2.500
UITGAVEN PER JAAR: (bij een warmtevraag van 1.000 m3) 3) Vastrecht elektriciteit € 475 4) Vastrecht warmtenet € 700 5) Warmteafname 30 GJ € 1.200 6) N.v.t € 0 7) N.v.t € 0
3) Vastrecht elektriciteit € 475 4) N.v.t. € 0 5) Elektriciteits afname 2.500 kWh € 690 6) Afschrijving € 750 7) Onderhoud € 100
3) Vastrecht elektriciteit € 475 4) Vastrecht gasnet € 260 5) Afname 1.000 m3 gas € 1.300 6) Afschrijving € 165 7) Onderhoud € 65
Schatting van verwachte
Schatting van verwachte
Schatting van verwachte
exploitatiekosten:
exploitatiekosten:
exploitatiekosten:
€ 2.375
€ 2.015
€ 2.265
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
8
De tweede reden is dat we aan het wachten zijn op duidelijkheid vanuit de landelijke overheid. De Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmte is vastgesteld en bepaalt onze publiekrechtelijke positie. De nog niet vastgestelde Wet Collectieve Warmte geeft ons richting over de aanwijzing van een warmtebedrijf. We verwachten dat in 2025 deze wet wordt aangenomen, daarnaast is er nog de onduidelijkheid over de betaalbaarheid van warmtenetten en de oneerlijke verdeling van de kosten (zie ook de kamerbrief van Minister Hermans).
Wat zijn de risico’s In een scenario waarin iedereen zijn eigen, individuele warmteoplossing realiseert, kunnen bewoners op dit moment alleen kiezen voor het elektrificeren van de warmtevraag. Dit geldt ook in de wijken waarbij waar een collectief warmtenet op termijn goedkoper is. Wanneer keuzes voor een collectief warmtenet uitgesteld worden, is de kans groot dat het elektriciteitsnet overbelast zal raken, met de bijbehorende kosten voor de extra benodigde netverzwaring. Een warmtenet zal duurder worden doordat een deel van de wijk al voor een individuele oplossing gekozen heeft. Dit leidt tot hogere maatschappelijke kosten. Daarnaast verwachten we dat hierbij de mensen met een smallere beurs niet goed mee kunnen in de energietransitie, en daardoor uiteindelijk dus duurder uit zijn. Dit willen we vermijden. In de glastuinbouw zien we daarentegen een andere beweging, daar ontstaat een urgentie om op andere warmtealternatieven over te stappen. Dit komt omdat de belasting op het gebruik van fossiele brandstoffen toeneemt. De energieprijzen stijgen daardoor. De glastuinbouw ziet het gebruik van warmte vanuit geothermie en restwarmte als een betaalbaar alternatief en zet daarom vol in op de realisatie van warmtenetten. Hierdoor ontstaan koppelkansen met de bebouwde omgeving, ondanks dat we hier nu (tijdelijk) een vertraging zien in de realisatie van warmtenetten.
Uit de wachtstand We vinden afwachten daarom niet verstanding. Daarom willen we onze bewoners bewegen om zich in te zetten voor de warmteoplossing die tegen de laagst maatschappelijke kosten gerealiseerd kan worden. We willen voorsorteren op collectieve warmtenetten in de wijken voor 1995 en op individuele oplossingen in wijken na 1995. We zien de volgende stappen: In wijken waar warmtenet de goedkoopste maatschappelijke oplossing is: 1. Reduceren van warmtevraag door sterk in te zetten op isolatie; 2. Efficiëntere ventilatie (bijvoorbeeld door warmteterugwinning uit ventilatielucht); 3. Tijdelijke verbetering van invulling van warmtevraag door b.v. Hr-ketels of hybride warmtepomp totdat warmtenet gerealiseerd kan worden; In wijken waar elektrificatie van warmtevraag de goedkoopste maatschappelijke oplossing is: 1) Reduceren van de warmtevraag door (waar mogelijk) nog verder te isoleren 2) Pas woning waar nodig aan, aan verwarmen met laagtemperatuur verwarming 3) Ga bij vervanging van CV-ketel over op all-electric WP of airconditioning;
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
9
Stap voor stap – 2030 opnieuw beslissen Mochten de randvoorwaarden voor warmtenetten in de bebouwde omgeving niet veranderen en mocht er in 2030 geen zicht zijn op de aanleg van warmtenetten dan heroverwegen we de keuze voor de warmteoplossing. Ondertussen gaan wij aan de slag met de voorbereidingen en aanleg van warmtenetten voor de glastuinbouw. Dat doen we op een wijze waardoor de bebouwde omgeving hier maximaal van kan profiteren. We gaan met de landelijke en regionale overheden aan de slag om de juiste randvoorwaarden te creëren voor een betaalbare warmteoplossing voor zowel de glastuinbouw als de bebouwde omgeving. Ten aanzien van de warmteoplossing geven we aan onze inwoners het volgende advies:
In hoofdstuk 6.2 geven we aan welke wijken het meest geschikt zijn voor een collectief warmtenet en welke voor individuele warmteoplossing (elektrificatie).
We vragen de bewoners in die wijken die geschikt zijn voor een collectief warmtenet om voorlopig vooral op isolatie/besparing en elektrisch koken in te zetten, en niet te investeren in individuele warmteoplossingen (warmtepompen etc.).
Inwoners van de elektrificatie wijken kunnen aan de slag met individuele oplossingen (zoals een warmtepomp of een airco voor verwarming). Dit heeft immers geen negatief effect op de haalbaarheid van toekomstige collectieve oplossingen en draagt direct bij aan het verder verlagen van de vraag naar fossiel aardgas.
Wanneer de Cv-ketel aan vervanging toe is en u woont in een wijk met een collectief warmtenet adviseren wij een gratis duurzaamheidsadvies aan te vragen bij de duurzaamheidscoaches waardoor een maatwerk advies afgegeven kan worden.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
10
3.2 VISIE EN AMBITIE ELEKTRICITEIT Het is ons doel om in 2050 de volledige elektriciteitsvraag in te vullen met hernieuwbare elektriciteit. De elektriciteitsvraag neemt toe, doordat in de energietransitie bestaande brandstoffen zoals aardgas, olie en benzine worden geëlektrificeerd. Daarnaast zien we al jaren een autonome toename van de elektriciteitsvraag. Het besparen van elektriciteit en het gebruik van zelfopgewekte elektriciteit draagt bij aan een lagere elektriciteitsvraag. Dit draagt ook bij aan het verminderen van de vraag naar transportcapaciteit en dus netcongestie op het elektriciteitsnetwerk, daarover later meer. We willen zoveel mogelijk hernieuwbare elektriciteit binnen onze gemeente opwekken en lokaal gebruiken. We importeren en exporteren alleen als dat niet anders kan. De lokaal opgewekte elektriciteit willen we bereiken door met name zonopwek. De laatste jaren is er een enorme toename geweest van zonnepanelen op daken (zie hiervoor hoofdstuk 4). We zien echter in 2024 een sterke terugval in de groei, dit komt vooral door de aangekondigde afschaffing van de salderingsregeling. We kunnen door landelijk beleid (de zogenaamde ‘zonneladder’ [link: Zonne-energie | Duurzame energie | Rijksoverheid.nl]) ook minder zonnepanelen realiseren in ons glastuinbouwgebied. De zonneladder geeft geen prioritering aan zonopwek op landbouwgrond.
Dit betekent dat we onze doelstelling: 60% lokale hernieuwbare elektriciteit opwek, opgenomen in het Energietransitieplan 2021 niet meer haalbaar achten met alleen opwek door zon. We komen nu op 20%, de overige energie zal elders vandaan moeten komen. De enige andere lokale bron is windenergie. Echter: het plaatsen van windmolens is niet opgenomen in ons huidige beleid. Dit is begrijpelijk: grote windmolens kunnen overlast geven en bepalend zijn in het landschap. Er zijn echter redenen om wind toch te overwegen: Windenergie kan namelijk een bijdrage leveren aan het voorkomen van netcongestie, doordat het een ander opwekprofiel heeft dan zon (wind levert ook energie in de winter en in de avond) en als lokaal opgewekte windenergie ook lokaal wordt gebruikt vragen we minder van het landelijke elektriciteitsnetwerk.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
11
Ook krijgen we van ondernemers op bedrijventerreinen en in het glastuinbouwgebied vragen over het toepassen van kleinere windmolens/boerderijmolens. Daarom willen we met de samenleving in gesprek over het toepassen van wind en de mogelijkheden van windmolens in diverse vormen. Dit kan van kleine windmolens in en om het huis en op bedrijventerreinen tot lage windmolens in het glastuinbouw of anders.
Netcongestie Alle veranderingen door de opwek van zon, wind en elektrificatie van warmte en mobiliteit vragen veel van het elektriciteitsnetwerk. Ons doel is om het netwerk leveringszeker en veilig te houden, en tegelijkertijd ook alle ambities, waaronder o.a. de nieuwbouw (woningbouw, bedrijven en glastuinbouw) en energietransitie te realiseren. Dit wordt op dit moment al beperkt. Op 5 december 2024 hebben TenneT en Stedin netcongestie fase 1 afgekondigd binnen onze gemeente voor de afname van elektriciteit. Voor het terugleveren gold dit al langer voor een deel van PijnackerNootdorp. In bijna heel Nederland is dit nu aan de hand. Het elektriciteitsnetwerk zal daarom verzwaard moeten worden, zowel bovengronds (hoofdverdeel-, middenspannings- en laagspanningsstations) als ondergrondse (infrastructuurkabels). Dit vraagt van netbeheerders forse investeringen. De gemeente heeft hierin primair een faciliterende rol, bijvoorbeeld op het gebied van ruimte, en het verstrekken van vergunningen. Verzwaring is niet onbeperkt, dit kost te veel. We zullen daarom keuzes moeten maken in bijvoorbeeld de warmtetransitie en uitbreidingsambities. Wel kunnen we het bestaande elektriciteitsnetwerk slimmer gebruiken, waardoor er meer ruimte beschikbaar komt. We stimuleren daarom het gebruik van eigen opgewekte energie.
Dat kan bijvoorbeeld door energie te gebruiken op momenten dat je het opwekt, of door deze op te slaan in een batterij en later te gebruiken. Dit kan individueel, maar ook gezamenlijk door energie-hubs te vormen. We beginnen samen met bedrijven op onze bedrijventerreinen en in de glastuinbouw om dit te verkennen. We ondersteunen en faciliteren initiatieven vanuit de samenleving die bijdragen aan het beter gebruiken en benutten van het elektriciteitsnetwerk. We zorgen ervoor dat er voldoende laadvoorzieningen zijn voor elektrisch rijden, voor bewoners en bedrijventerreinen en in de glastuinbouw. Het tempo waarop stemmen we af met de netwerkbeheerder om een te grote belasting voor het elektriciteitsnetwerk te voorkomen. We gaan aan de slag met het ondersteunen van het verzwaren van het elektriciteitsnet te beginnen met de wijken waarin een individuele warmteoplossing (elektrificatie) is bepaald. We werken samen met de netbeheerder aan een passende fasering, rekening houdend met mankracht en materiaal. We kunnen niet het hele elektriciteitsnetwerk in heel Pijnacker-Nootdorp op hetzelfde moment verzwaren. We vragen daarom bewoners om rekening te houden met de belastbaarheid van het elektriciteitsnetwerk om uitval te voorkomen. Dit kun je bijvoorbeeld doen door de volgende aanpassingen te doen:
Gebruik je zelf opgewekte elektriciteit op het moment van opwekking, door bijvoorbeeld je (vaat)wasmachine te draaien of je auto te laden als de zon schijnt.
Als je een batterij plaatst, gebruik deze dan voor het opslaan en gebruik van eigen opgewekte elektriciteit en inkoop tijdens goedkope uren in de winter. Handel niet met een thuisbatterij op de onbalans- en stabilisatiemarkt, omdat dit leidt tot een grotere drukte op het elektriciteitsnet en kans op uitval.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
12
Kies bij voorkeur voor passieve oplossingen om de woning te koelen, bijvoorbeeld door een kleine boom in de tuin te plaatsen of andere vormen van (buiten)zonwering.
Kijk in wijken die geschikt zijn voor een warmtepomp ook naar de mogelijkheden van een ventilatiewarmtepompboiler als de ventilatie box vervangen moet worden. Deze warmtepomp kan tapwater efficiënt (3,5 keer efficiënter dan een reguliere boiler) verwarmen op momenten dat de zon schijnt.
Deze lijst is niet uitputtend; we zullen dit soort nieuwe keuzes en gewoontes blijven ontwikkelen.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
13
4 OPGAVE, DOEL EN MONITORING Onze doel en visie resulteren in een opgave en (tussen) doelen. Sinds het Energietransitieplan 2021 komt steeds meer data beschikbaar om de energietransitie inzichtelijk te maken. Daardoor hebben we steeds meer grip op de voortgang en kunnen we beter bijsturen als dat nodig is. We hebben ervoor gekozen om de opgave, ambities en monitoring als bijlage in een Factsheet (Bijlage 1) op te nemen. We hebben op diverse indicatoren inzicht in de stand per 2021, de huidige stand, de prognose voor 2030 en 2050. De prognose is tevens onze ambitie en gebaseerd op de koersen die in de volgende hoofdstukken zijn omschreven. We veranderen van energiebronnen; warmte en elektriciteit zijn hierin met elkaar verweven, in het onderstaande schema is weergegeven hoe we de transitie van de huidige energiebronnen naar de toekomstige voor ons zien:
Figuur 1: Verandering van bronnen
Hierbij maken we gebruik van openbare netwerken, dit gebruik veranderd dus de komende decennia. In onderstaande schema’s is aangegeven op welke manier we ons infrastructuurnetwerk gebruiken in 2023 en waar we naar toe gaan in 2050. Zo zien we o.a. dat op dit moment in de glastuinbouw aardgas gebruikt wordt voor warmte en elektriciteit en dat aardgasvrije oplossing zowel met warmte (geothermie) als met elektriciteit kan (warmtepompen).
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
14
Figuur 2: Verandering van Energiegebruik uit net 2023 tot 2050
Voor het bepalen van de prognose doen we naast de aannames in de energietransitie ook aannames omtrent de groei en ambities van Pijnacker-Nootdorp. In de Bijlage 2: ‘Aannames Prognose’ zijn deze uitgangspunten opgenomen. Op basis van de beschikbare cijfers vanuit het verleden, heden en de voornoemde prognoses is bepaald wat onze ambitie is. In de onderstaande tabel staat een samenvatting van onze opgave CO2-Emissies tot 2030. In 2050 moet alles zijn gereduceerd, dan is het dus 0 kiloton
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
15
CO2 EMISSIE PIJNACKER-NOOTDORP PER SECTOR IN KILOTON 38
277
46
39
39
260
253
41,1
40
159
184
30 109
56
37 57
38 56
31 49
23 42
15 29
2019
2020
2021
2022
2023
2030
CO2 emissie warmtevraag bebouwde omgeving
CO2 emissie elektriciteitsvraag bebouwde omgeving
CO2 emissie glastuinbouw
CO2-emissie door brandstofgebruik
Voor een gedetailleerder overzicht verwijzen we naar de ‘Monitor Energietransitie’, dia als Factsheet als bijlage 2 is te vinden. We hebben indicatoren opgezet om inzichtelijk te maken waar we staan met de energietransitie en wat nog onze resterende opgave/ambitie is. We willen hier jaarlijks op monitoren en dit aan de raad aanbieden in de jaarlijks op te stellen voortgangsrapportage en uitvoeringsprogramma.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
16
5 KOERS SAMENLEVING AAN DE SLAG De energietransitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven en de overheid. Hoewel de gemeente vooral een faciliterende rol heeft, neemt zij waar nodig een regierol op zich, vooral bij collectieve oplossingen. De energietransitie is complex en kan voor veel mensen ingewikkeld zijn. Daarom is het belangrijk dat we de samenleving goed informeren en ondersteunen. De eerste stappen beginnen bij onszelf, als inwoner. Door bewust om te gaan met energie kunnen we al veel besparen: beter isoleren, de verwarming lager zetten en minder warm water gebruiken. Ons gedrag speelt hierin een cruciale rol. De stappen in de energietransitie zijn duidelijk: 1. Bewustwording en gedragsverandering: Energie besparen begint met kleine aanpassingen in ons dagelijks leven. 2. Technische maatregelen: Daarna volgen grotere stappen, zoals isolatie en het toepassen van energiezuinige oplossingen. 3. Ondersteuning door de overheid: De gemeente zorgt er vervolgens voor dat de resterende energiebehoefte op een duurzame manier wordt ingevuld. In elke fase bekijken we hoe we de samenleving het beste kunnen ondersteunen met gerichte programma's en oplossingen. Zo werken we samen stap voor stap aan een succesvolle energietransitie.
5.1 GEDRAG We bepalen zelf hoe we omgaan met de energietransitie, de voortgang zit voor een groot deel in ons gedrag. Door ons gedrag aan te passen kunnen we veel warmte en elektriciteit besparen. Denk aan: de verwarming een graadje lager zetten, bewust omgaan met warm water en korter douchen, minder kilometers autorijden of door te letten op het energielabel bij de aanschaf van een nieuw apparaat. Gedrag verander je niet zomaar, het meeste gedrag is immers gewoontegedrag. Maar als de noodzaak er is zijn we bereid om te veranderen en ons aan te passen. Dit noemen we externe factoren. De energiecrisis en de pandemie hebben aangetoond dat gedrag snel kan veranderen als de noodzaak gevoeld wordt. Zonder technische aanpassingen zijn we bijvoorbeeld per inwoner in deze periode ongeveer 20% minder aardgas gaan gebruiken. Als je gedragsverandering rondom energiebesparing beter wil faciliteren, dan helpt het dus om onderscheid te maken tussen eenmalig gedrag (het inkopen en nemen van technische maatregelen) versus gewoontegedrag (omgang met de thermostaat, hoe we koken en wassen). Bij eenmalig gedrag zit meestal vooral de incentives en ‘gedoe’ in de weg; het helpt dan om in te zetten op juridische en financiële incentives. 2
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
17
Hoe we ons dagelijks leven leiden, hangt grotendeels af van de structuur om ons heen. Je kunt daarin een aantal factoren aanwijzen. In bijlage 3: Gedragsfactoren zijn deze factoren opgenomen. Deze factoren kunnen gebruikt worden om te verklaring waarom we doen wat we doen, in energiebesparing. Er mist er nog ééntje: de ‘affectieve’ factor. Een klein maar belangrijk deel van onze inwoners bespaart energie omdat ze het leuk vinden. Ze houden van techniek en innovatie, of vinden het een sport om zuinig om te gaan met energie. Ze zijn belangrijk omdat zij als eerste aan de slag gaan met de maatregelen en de subsidies. Zij effenen de weg voor de andere inwoners door besparing in praktijk te brengen. Het is ook van belang om gebruik te maken van voorbeeldfuncties als scholen, sportverenigingen en niet te vergeten, de gemeente zelf. We zetten ons in Pijnacker-Nootdorp in om rekening houden met de diversiteit aan beweegredenen om met de energietransitie aan de gang te gaan. We passen onze wijze van participeren en communiceren hierop aan. Wij actualiseren daarom ons participatieplan “Met Energie Aan de Slag”.
5.2 BESPAREN In het Energietransitieplan 2021 is voor zowel warmte als elektriciteit aangeven dat reductie oftewel besparing een belangrijk onderdeel van de energietransitie is. Immers wat je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. Door de energiecrisis zijn bewoners zich meer bewust van de kosten van energie en de afhankelijkheid hiervan. Bewoners hebben meer behoefte aan besparen dan in 2021; dit merken we aan de daling van het verbruik van gas per woning. Hierin spelen zowel veranderende gewoontes als isolatiemaatregelen een rol; welke factor dominanter was is echter moeilijk te zeggen. We zien in ieder geval een grote behoefte aan isolatie: het isolatieprogramma is een succes en veel vragen aan de duurzaamheidscoaches gaan over isolatie. Besparing is daarmee een belangrijke strategie geworden waar bewoners direct mee aan de gang kunnen en die direct financiële voordelen oplevert. Naast isolatie beïnvloedt ventilatie de warmtevraag ook sterk. Voldoende ventilatie is belangrijk voor de gezondheid, echter te veel ventilatie kost veel energie, doordat warme lucht in het stookseizoen wordt vervangen door koude buitenlucht. Woningen in Pijnacker-Nootdorp worden natuurlijk of mechanisch geventileerd, via mechanische afvoer of mechanische toe- en afvoer met warmteterugwinning.
Het laatste systeem is het meest efficiënt, maar (indien centraal) duur om in te bouwen, slechts ongeveer 5% van de woningen binnen de gemeente heeft een ventilatiesysteem met warmteterugwinning. Bij 95% van de woningen is dientengevolge nog winst te behalen. In woningen met mechanische afvoer kan CO2 gestuurde ventilatie de warmtevraag met 10 tot 20% reduceren. In woningen zonder mechanisch ventilatiesysteem, kan kierdichting op de benedenverdieping in combinatie met decentrale CO2 gestuurde balansventilatie een uitkomst vormen. Hiermee is de aardgasvraag met ongeveer 15% tot 25% te reduceren. We gaan door met het faciliteren van de samenleving om een betaalbare energietransitie te doorlopen. Dit is niet alleen gericht op besparen, maar ook op de warmtetransitie en op elektrificeren. In de volgende paragraaf zijn onze ondersteuningsacties weergegeven
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
18
5.3 FACILITEREN SAMENLEVING Om bewoners en bedrijven goed te ondersteunen bij de energietransitie bieden we ondersteuning. Ondersteuning is niet statisch en passen we aan naar gelang de behoefte en de mogelijkheden die het rijk ons biedt. We hebben ervoor gekozen om in ons Energietransitieplan het huidige ondersteuningsprogramma op te nemen, dat is opgebouwd uit: 1) “Met Energie aan de slag” – Informatie en inspiratie (2021-heden) 2) Energieloket (2021-heden) 3) Duurzaamheidscoaches particulieren (2022- heden) 4) Isolatieprogramma en duurzaamheidslening (sinds 2023) 5) Bedrijvencoaches Energie (pilot 2024) 6) Advisering VvE’s en monumenten (pilot 2025)
5.3.1 Met energie aan de slag – informatie en inspiratie Zoals we al eerder benoemd hebben ligt het succes van de energietransitie grotendeels in de handen van onze inwoners. Middels het platform ‘Met energie aan de slag’ bieden we ruimte en inspiratie aan onze inwoners om die verantwoordelijkheid naar zich toe te trekken. Inwoners nemen zelf initiatieven op het vlak van energie, duurzaamheid en klimaat en zetten deze letterlijk en figuurlijk op de kaart. Het platform geeft ruimte om dit zichtbaar te maken Daarnaast ondersteunen we onze inwoners door het verstrekken van praktische informatie over isoleren, douchen, energiezuinige apparaten, verwarmen, ventilatie etc.. Een serie ultrakorte documentaires over inwoners die hun huizen al verduurzaamd, evenals een strip voor in de Telstar, die op luchtige wijze aandacht geeft aan de Energietransitie is een voorbeeld van deze faciliterende rol van de gemeente. Hiermee grijpen we aan op de overtuigingen over het effect en de uitvoerbaarheid van deze maatregelen (zie vorige paragraaf).
5.3.2 Isolatieprogramma en duurzaamheidslening - financiën We ondersteunen onze bewoners financieel door het aanbieden van isolatiesubsidie. Sinds september 2023 beschikt de gemeente over de ‘Subsidieregeling isolatie’, gericht op vooral oudere en slecht geïsoleerde woningen. De regeling wordt gefinancierd vanuit de Specifieke Uitkering Lokale aanpak isolatie van de rijksoverheid (Nationaal Isolatieprogramma), aangevuld met extra budget van de gemeenteraad. Bij het nemen van één isolatiemaatregel is er maximaal € 1.460,- subsidie beschikbaar. Bij twee of meer maatregelen is het subsidiebedrag maximaal € 2.000,-, per huisadres.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
19
Impact / resultaten Er zijn inmiddels 375 aanvragen voor subsidie ontvangen. Daarvan hebben ruim 200 aanvragers één of meer isolatiemaatregelen laten aanbrengen en subsidie ontvangen. Gemiddeld wordt er € 1140,subsidie verstrekt. We hadden op 1 januari 2023 in de gemeente 1.445 woningen met energielabel D of slechter. Een significant deel van deze woningen is mede door deze subsidie verduurzaamd. Naast de subsidieregeling biedt de gemeente een duurzaamheidslening aan, voor isolatie, ventilatie of een thuisbatterij. Deze lening bedraagt maximaal € 25.000,- en heeft een vast rentepercentage van 1,7%. In 2024 zijn tot nu toe 12 leningen verstrekt.
Figuur 3: Aanvragen isolatiesubsidies
Vooruitblik Per 1 januari 2025 is de subsidieregeling ook opengesteld voor woningen met bouwjaar tot 1992 en energielabel B of C, mits er sprake is van minimaal twee niet- of slecht geïsoleerde bouwdelen. Daarnaast zijn de voorwaarden voor doe-het-zelvers versoepeld. Deze groep maakt geen aanspraak op subsidie vanuit het Rijk en wordt hierdoor ontmoedigd. Wij verwachten dat deze uitbreiding een extra impuls geeft aan het isoleren van woningen die vanuit de bouw niet goed geïsoleerd zijn in Pijnacker-Nootdorp.
5.3.3 Duurzaamheidscoaches particulieren – praktisch advies op maat “Waar moet ik beginnen” is de eerste drempel die je over wil, als je mee wil doen aan de Energietransitie. Daarom beschikt de gemeente Pijnacker-Nootdorp sinds september 2022 over veertien energiecoaches. Dit zijn enthousiaste inwoners die hun dorps- of buurtgenoten vrijwillig helpen met verduurzamingsvraagstukken. De energiecoaches hebben samen al bijna 500 gesprekken gevoerd met bewoners en hen geholpen met hun duurzaamheidsvragen. Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
20
De adviezen en coaching van de energiecoaches worden op prijs gesteld en zijn vaak een belangrijke reden geweest om bewoners in de actiemodus te krijgen. Bewoners die een gesprek hebben gevoerd met de energiecoach houden vaak ook contact om andere maatregelen door te voeren. De gemeente faciliteert de coaches met bijvoorbeeld een warmtebeeldcamera, een CO 2 meter en intervisiebijeenkomsten; tijdens deze bijeenkomsten vergroten de energiecoaches hun kennis en adviseren zij de gemeente over hun bevindingen in de diverse wijken.
5.3.4 Het Regionaal Energieloket – generieke informatie Het Regionaal Energieloket (REL) verstrekt informatie en adviseert de inwoners, via de website en telefonisch. Daarnaast fungeert het energieloket als vraagbaak voor onze medewerkers op het gebied van technologische ontwikkelingen en beleidswijzigingen vanuit de rijksoverheid.
5.3.5 Bedrijvencoach Energie – advies op maat In 2024 is een pilot gestart met bedrijvencoaches Energie. Goed onderlegde specialisten zijn ongeveer 1 dag per week beschikbaar om bedrijven te helpen. Er zijn al veel bedrijven die zelfstandig, of vanuit bijvoorbeeld hun branchevereniging of hoofdvestiging, al voldoende ondersteund worden. Waar onze hulp vragen zoeken, zijn zij blij met de ondersteuning en informatievoorziening. Net als bij particulieren hebben veel bedrijven ook natuurlijke beslismomenten waarop zij grote stappen kunnen zetten. Bijvoorbeeld bij verandering van bedrijfsruimte, herinvestering van machines of voertuigen etc.. Bedrijven hebben daarnaast vanuit de wetgeving een stevige verplichting richting de energietransitie.
5.3.6 Advisering VvE’s en Monumenten In de afgelopen jaren hebben we regelmatig ervaren dat VvE’s moeizaam voortgang maken in verduurzaming. De VvE moet het qua keuzes met elkaar eens zijn, en de meerjaren onderhoudsbegroting moet worden uitgebreid met verduurzamingsmaatregelen. Binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp bestaan circa zestig VvE’s met een woonfunctie (overige zijn bedrijfspanden, parkeerplaatsen, ect.). Ongeveer de helft van deze complexen zijn relatief nieuw; het overige deel moet de komende jaren nog veel stappen maken. In 2025 willen wij om deze reden starten met een speciaal programma om VvE’s te faciliteren bij de verduurzaming. In andere steden is deze aanpak al succesvol gebleken. Daarnaast zijn er binnen de gemeente 97 gemeentelijke monumenten en 19 rijksmonumenten. Deze monumentale panden zijn vaak moeizaam te verduurzamen waarbij de balans tussen de historische waarde en het belang van verduurzamen gezocht moet worden. De subsidiemaatregelen en ondersteuning die voor veel woningen goed passen zijn vaak minder passend voor monumentale panden. In 2025 wil de gemeente om deze reden starten met extra ondersteuning voor monumenten.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
21
6 KOERS WARMTE In het Energietransitieplan 2021 is een koers warmte bepaald. We onderschrijven de koers die in 2021 is weergegeven. De koers is in 4 opvolgende stappen weergegeven: 1. Reduceer de warmtevraag 2. Gebruik duurzame bronnen 3. Gebruik fossiele bronnen zo efficiënt mogelijk 4. Koop duurzame warmte in. We beginnen de koers warmte met de opgave en doelstellingen, daarna geven we inzicht in de warmteoplossingen per wijk.
6.1 OPGAVE EN DOELSTELLINGEN WARMTE In deze paragraaf zijn de opgave en doelstellingen voor warmte in respectievelijk de bebouwde omgeving en de glastuinbouw te zien.
6.1.1 Huidige en toekomstige warmtevraag en aantal gasaansluitingen bebouwde omgeving De bebouwde omgeving in Pijnacker-Nootdorp heeft een betrekkelijk lage warmtevraag, doordat deze goed geïsoleerd is vergeleken met gemeenten in de regio. Dit komt doordat veel woningen in Pijnacker-Nootdorp betrekkelijk nieuw (na 1995 gebouwd) zijn en doordat er de afgelopen jaren veel is geïsoleerd. In 2023 bedroeg de temperatuur gecorrigeerde gas- en warmtevraag: -
Gasvraag woningen:
-
Warmtevraag woningen:
-
Warmtevraag utiliteit:
o o
505.750 GJ, verdeeld over 17.100 aansluitingen;
29,5 GJ/woning, ofwel 935 m3 per woning. 61.500 GJ verdeeld over 2.787 aansluitingen;
22,1 GJ/woning. 163.750 GJ verdeeld over 1.623 gebouwen 595.000 m2
vloeroppervlakte. De totale gas en warmtevraag van de bebouwde omgeving bedroeg 731.000 GJ, dit was in 2020 nog 1.050.000 GJ. In 2020 waren er eveneens 18.200 aardgasaansluitingen. Zowel het aantal aardgasaansluitingen als de warmtevraag is de afgelopen jaren sterk gedaald. Richting 2050 hopen we deze koers verder door te zetten en we faciliteren de samenleving hierbij. In 2050 verwachten we dat het aantal aardgasaansluitingen tot 0 is gereduceerd en het aantal warmteaansluitingen is toegenomen van 2.787 in 2023 naar 10.000 tot 12.500. De overige 9.000 tot 11.500 bestaande gebouwen die nu aangesloten zijn op het aardgas zullen in 2050 hun gebouw elektrisch verwarmen. De verwachting is dat de warmtevraag van gebouwen aangesloten op een collectief warmtenet in 2050 circa 200.000 tot 250.000 GJ zal bedragen.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
22
Figuur 4: Opgave en ambities Warmte
6.1.2 Huidige en toekomstige warmtevraag glastuinbouw De glastuinbouw gebruikt aardgas om: -
Haar kassen warm te houden en in de zomer te ontvochtigen;
-
Met een warmtekrachtkoppeling (WKK) elektriciteit op te wekken; o
De opwek van elektriciteit met een WKK is deels voor eigen consumptie en deels als verdienmodel.
-
CO2 voor de planten te produceren, zodat ze sneller groeien.
In 2023 namen glastuinbouwbedrijven in totaal 2.643.000 GJ aan gas af, ofwel 83,5 miljoen m 3 aardgas. In 2023 is met de twee geothermiebronnen in Pijnacker-Nootdorp voor 600.000 GJ aan geothermische warmte geproduceerd, dit staat gelijk aan de warmteproductie van 18,96 miljoen m3 aardgas. Dit houdt in dat meer dan 22,5% van de warmtevraag in de glastuinbouw duurzaam is ingevuld. Het werkelijk percentage ligt vermoedelijk hoger, omdat niet alle warmte die door WKK’s wordt geproduceerd ook daadwerkelijk in de glastuinbouw gebruikt wordt. We verwachten dat de warmtevraag richting 2030 afneemt naar 2.756.000 GJ en in 2050 verder daalt naar 2.528.000 GJ. De afgelopen jaren heeft de glastuinbouw door de hoge gasprijzen al veel isolatiemaatregelen genomen.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
23
Figuur 5: Warmtevraag Glastuinbouw
Onze ambitie is dat de productie van duurzame warmte in 2030 is gestegen naar 1.400.000 GJ, in te vullen met restwarmte en geothermie. In Pijnacker-Nootdorp staan we ook open om te gaan experimenteren met de seizoensopslag van warmte in het vierde watervoerende pakket. Hiermee is warmte uit geothermiebronnen en/of restwarmte in de zomer beter te benutten, omdat de vraag in de winter veel groter is dan in de zomer. Met Hoog Temperatuur Opslag (HTO) willen we de duurzame warmteproductie ophogen naar 1.700.000 GJ Hiermee is de basiswarmtevraag van de glastuinbouwbedrijven goed in te vullen in 2050. De piekvraag van de glastuinbouw zal grotendeels geëlektrificeerd worden en deels worden ingevuld met waterstof. De verwachting is dat warmtepompen in 2050 ongeveer 560.000 GJ aan warmte gaan leveren aan de glastuinbouw en waterstof ongeveer 270.000 GJ aan warmte gaat leveren. De waterstof zal in brandstofcellen chemisch worden verbrand, waarbij zowel warmte als elektriciteit vrijkomt. Deze elektriciteit opwek wordt gebruikt om het regionale net te stabiliseren en de verbruikspieken van elektriciteit in de glastuinbouw af te vlakken. In 2050 wordt de CO2 grotendeels extern aangevoerd, zowel via bestaande pijpleidingen als OCAP, als door dit lokaal uit de lucht te winnen of door CO2 via tankwagens aan te laten voeren. Dit zijn reeds bestaande technieken.
6.2 WARMTEOPLOSSINGEN Het doel voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp is dat iedereen in 2050 beschikt over een betaalbare aardgasvrije warmtevoorziening. We zetten hiervoor in op het gebruik van drie verschillende regionale en lokale warmtebronnen. -
Omgevingswarmte (warmte uit lucht, water en de bodem) en elektriciteit voor warmtepompen;
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
24
-
Geothermiebronnen, zowel regionaal als lokaal;
-
Restwarmte, vooral regionaal.
De omgevingswarmte en elektriciteit zetten we vooral in voor individuele warmteoplossingen op lage temperatuur. Geothermie en restwarmte zetten we in vooral in voor collectieve warmtenetwerken op hogere temperatuur.
Collectieve warmtenetwerken Voor collectieve warmtenetwerken streven we ernaar om warmte beschikbaar te maken voor zowel de glastuinbouw als de bebouwde omgeving. Hiervoor is een gebiedsdekkend transportnetwerk nodig. Dit netwerk verbindt de beschikbare lokale en regionale bronnen met elkaar en transporteert warmte van de bronnen naar de plekken waar de warmtevraag is. Dit netwerk gaat onze gemeentegrenzen over en is een regionale opgave met onze omliggende gemeenten Zoetermeer, Lansingerland, Waddinxveen en Zuidplas. In dit netwerk wordt vraag en aanbod met elkaar afgestemd. Dit verhoogt de robuustheid, de leveringszekerheid en geeft de mogelijkheid om een zo efficiënt mogelijk netwerk te realiseren. Dit met het doel om de warmte betaalbaar aan te kunnen bieden. Vanwege seizoens- en dag verschillen in vraag en aanbod zien we hierin een toekomst voor opslag van warmte, zowel boven als ondergronds (zie paragraaf 6.1).
Overige bronnen Voor groen gas zien we in onze gemeente geen rol, we produceren nauwelijks groen gas in deze regio en het is een schaarse en dure bron van energie. Voor waterstof zien we hooguit een kleine rol in de warmtetransitie, namelijk om piekvragen mee in te vullen in de glastuinbouw. Voorlopig is groene waterstof hiervoor een te dure bron en is de beschikbaarheid te laag, behalve voor een deel van de havenindustrie en bepaalde transportsectoren. Hout- en pellet stook zien we niet als wezenlijk alternatief voor aardgas, dit komt primair door de lokale hinder die gepaard gaat met hout stook in dorpskernen. Denk hierbij aan luchtverontreiniging en de overlast die buren hierdoor kunnen ervaren.
Warmteoplossing per buurt De keuze voor de warmteoplossing per buurt is sterk afhankelijk van de kosten die dit met zich meebrengt. De Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) geeft aan gemeenten aan dat zij de warmtoplossing per wijk moet bepalen tegen de laagst maatschappelijke kosten. Wij hebben daarom berekeningen opgesteld voor de diverse warmteopties per wijk en bepaald wat de warmteoplossing per buurt is tegen de laagst schappelijke kosten. We hebben ons hierbij gebaseerd op onze ervaringen in het project aardgasvrij Klapwijk en de kostentool van TNO.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
25
Figuur 6: Schema warmteoplossing bebouwde omgeving
Terwijl bedrijvenparken en de nieuwere woonwijken (na 1995) beter met warmtepompen zijn te verwarmen, of met kleinschalige lage temperatuur WKO-netten, lenen vooral de oudere wijken (van voor 1995) en de glastuinbouw zich goed voor een collectief warmtenet. Bovenstaand figuur laat zien dat oudere woningen (van voor 1995) meestal beter af zijn met een warmtenet, terwijl nieuwere woningen beter af zijn met een warmtepomp. Huizen gebouwd tussen 1995 en 2005 bevinden zich in een ‘schemergebied’; voor deze woningen hangt de keuze af van de staat van verduurzaming van de woning, dit vraagt dus maatwerk. Op de volgende pagina is een kaart te zien met de warmtestrategie per buurt. We hebben aangegeven waar we een warmtenet als meest logische oplossing zien of waar elektrificatie.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
26
Figuur 7: Warmteoplossing per buurt en regionaal transportnetwerk
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
27
6.3 WARMTEOPSLAG De vraag naar warmte is niet constant. In de winter hebben we meer warmte nodig dan in de zomer, ook op de dag zien we verschillen. Doordat we streven naar een gebiedsdekkend regionaal warmtenetwerk kan vraag en aanbod in de regio worden afgestemd voor een zo efficiënt mogelijke warmte exploitatie. Opslag van warmte levert hier ook een bijdrage aan leveren. Warmte die in de zomer wordt opgewekt kan dan in de winter worden gebruikt. Ditzelfde zou ook op de dag kunnen, dit vindt nu al plaats in de glastuinbouw. Met warmteopslag van midden temperatuur in de bodemlagen, in het vierde watervoerende pakket (ca. 200 meter diep), is nog niet veel ervaring opgedaan. Het is dus innovatief en voor de toekomst. Een deel van de bodem in Pijnacker-Nootdorp is hiervoor geschikt. Met name voor de glastuinbouw biedt opslag een alternatief voor piekvraag. We ondersteunen vanuit de gemeente initiatieven om dit te gaan onderzoeken. 24-uurs warmteopslag wordt al toegepast in de glastuinbouw in de bebouwde omgeving is dit nog niet aan de orde. We willen onderzoeken of de opslag in de glastuinbouw kan bijdragen aan de warmtetransitie in de bebouwde omgeving.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
28
7
KOERS ELEKTRICITEIT EN MOBILITEIT
Naast de verduurzaming van de warmteopgave is de tweede opgave in de energietransitie in Pijnacker-Nootdorp het verduurzamen van de elektriciteitsvraag. De afgelopen jaren is er lokaal veel gebeurd op het gebied van elektriciteit. Vooral de opwek van elektriciteit door middel van zon is door de energiecrisis toegenomen. We zien ook een toename van warmtepompen, airco’s, elektrische auto’s en vrachtwagens. In het Energietransitieplan 2021 is de koers in 3 stappen uitgezet: 1. Maak zo efficiënt mogelijk gebruik van elektriciteit en benut de eigen opwekking; 2. Wek elektriciteit zoveel mogelijk lokaal en duurzaam op; 3. Importeer de resterende elektriciteitsvraag; Binnen Pijnacker-Nootdorp is er sprake van netcongestie, dit geeft beperkingen voor afname en teruglevering van elektriciteit voor nieuwe grootgebruikers. Door de toename van de productie van hernieuwbare elektriciteit en de toename van elektriciteitsvraag is deze netcongestie ontstaan. Als het beschikbare vermogen van het netwerk wordt overschreden dan is er kans op uitval en komt de veiligheid en leveringszekerheid in gevaar. Het aanpakken van de bestaande netcongestie is een belangrijk onderdeel geworden van de energietransitie. We willen hieraan een vierde stap toevoegen: 4.
Beperk de invloed van de energietransitie op het elektriciteitsnetwerk, bijvoorbeeld door het beperken van de elektrificatie van de warmtevraag of door slim gebruik maken van lokale opslag van elektriciteit. Het is belangrijk om te beseffen dat er hoge maatschappelijke kosten zijn voor het verzwaren van het elektriciteitsnet, deze kosten worden aan alle gebruikers doorbelast. We zien dit al terugkomen in de verhoging van de vaste kosten (leveringskosten). We verwachten dat dit zal toenemen. Gezamenlijk met Stedin proberen we deze kosten beperkt te houden. Dit vraagt om het maken van scherpe keuzes in de wijze van verduurzaming en het tempo waarin dit gebeurt. Dit om uiteindelijk de beste mogelijkheden te hebben voor onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke instanties.
Concept Energietransitieplan 2025 Pijnacker-Nootdorp
29
7.1 OPGAVE EN DOELSTELLINGEN ELEKTRICITEIT In onze gemeente hebben we een grote elektriciteitsvraag ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Circa 47% van de elektriciteitsvraag komt vanuit de glastuinbouw. In 2023 is er in totaal 974 TJ elektriciteit afgenomen via het elektriciteitsnet, tegenover 1.114 TJ in 2019. De verwachting is dat de netafname tussen 2023 en 2030 met circa 420 TJ zal toenemen tot 1.387 TJ in 2030, in 2040 is de netafname berekend op 1.478 TJ en in 2050 is de vraag berekend op 1.660 TJ. Dat de vraag naar elektriciteit in de gemeente groeit, heeft onder andere de volgende oorzaken:
De gemeente groeit in woningaantallen, aantal bedrijven en voorzieningen;
Elektrificatie, ofwel we zetten elektriciteit veelzijdiger in dan we nu doen, zo gaan we steeds meer elektrisch rijden en elektrisch verwarmen met warmtepompen en geothermie;
WKK’s in de glastuinbouw gaan tussen 2030 en 2050 steeds minder elektriciteit produceren, ook voor eigen consumptie, waardoor de elektriciteitsafname in deze sector zal stijgen.
Figuur 8: Prognose Elektriciteitsgebruik tov. 2023
De figuur laat een prognose zien van de ontwikkeling van ons elektriciteitsgebruik tussen nu en 2050, en verklaart deze met bijvoorbeeld een toename in eigen opwek, de toegenomen efficiëntie van apparaten, nieuwbouw, meer behoefte aan koeling, et cetera. De doelstelling is om alle elektriciteitsvraag in te vullen met hernieuwbare elektriciteit. Hierbij willen we zoveel mogelijk lokaal opwekken en gebruiken. Op deze wijze belasten we het elektriciteitsnetwerk zo min mogelijk. In het Energietransitieplan 2021 gaven we aan dat we streven naar 61% lokaal opgewekte energie, wat we grotendeels niet zelf nodig hebben en exporteren buiten onze gemeentegrenzen. We stellen dit bij naar een lager percentage van 20%, wat we grotendeels lokaal gebruiken. De overige hernieuwbare energie moet dan worden geïmporteerd. De voornaamste redenen waarom we dit percentrage bijstellen is toe te wijzen aan de zonneladder, waardoor er minder mogelijkheden zijn voor zon op land, waaronder in het glastuinbouwgebied.