CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijk rapport RKC-onderzoek jeugdzorg - juli 2021

Raad Besluitvorming 23 september 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: a. Rekenkamercommissie onderzoek jeugdzorg (in beeld- en doordeelvorming)10.784 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bijvoorbeeld door de wethouder om de agenda van het regionale overleg te vragen. Zo weet de gemeenteraad waarover de wethouder op regionaal spreekt en kunnen aandachtspunten worden meegegeven voor dit overleg indien de raad dat nodig acht.

26

adres post telefoon

Voorzitter Rekenkamercommissie Pijnacker-Nootdorp dhr. F. van der Linden Cc: dhr. J. van der Haas, ambtelijk secretaris van de Rekenkamercommissie

onderwerp nadere informatie

e-mail internet

Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker Postbus 1, 2640 AA Pijnacker 14 015 info@pijnacker-nootdorp.nl www.pijnacker-nootdorp.nl

Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek inkoop jeugdhulp G. Bouter

verzenddatum zaaknummer briefnummer uw brief van

1254582 1129360 28 mei 2021

uw kenmerk

Geachte heer van der Linden, Allereerst danken wij u hartelijk voor uw verrichte onderzoek. Graag maken wij gebruik van de geboden mogelijkheid om op het onderzoek naar de kosten van de jeugdhulp in de periode 2015-2019 te reageren. Rapportage onderzoek jeugdhulp De centrale onderzoeksvraag valt uiteen in de volgende twee deelvragen:  Deelvraag 1: Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdhulp voor de H10 gemeenten? (onderzoeksdeel I en onderzoeksdeel II)  Deelvraag 2: In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten in de jeugdhulp? (onderzoeksdeel III) Hieronder geven wij een samenvatting van de belangrijkste conclusies en een reactie per deelvraag. Belangrijkste conclusies deelvraag 1 De kosten voor jeugdhulp die via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden ingekocht is zijn voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp gestegen van ongeveer €7,13 miljoen in 2015 naar ongeveer €9,93 miljoen in 2019.

De belangrijkste oorzaken van de kostenstijging volgens het onderzoek zijn als volgt:  De kostenstijging binnen de Basis Jeugd GGZ draagt het meeste bij aan de totale kostenontwikkeling;  De toename van het aantal unieke jeugdigen heeft bijgedragen aan de kostenstijging, met name bij ‘Individuele begeleiding licht’ en ‘Individuele begeleiding middel’;  De gemiddelde kosten per uur verleende zorg heeft bijgedragen aan de kostenstijging, voornamelijk de ‘Specialistische GGZ’ en ‘Pleegzorg’. De gemeentelijke toegang en de huisartsen verwijzen het meest. In de jaren 2015 en 2016 laat het aantal verwijzingen een stijging zien, in de daaropvolgende jaren is dit aantal gestabiliseerd. Het totale bedrag ‘Overige gemeentelijke kosten’ fluctueert in periode van 2015 tot en met 2019 binnen een bandbreedte van grofweg €1,5 – €2,8 miljoen per jaar en laat voornamelijk in de jaren 2015 tot en met 2017 een stijgende lijn zien. De kostenstijging is niet afkomstig van de PGB- besteding per jeugdige. Deze

pagina

1/5

kosten zijn stabiel gebleven. De verhoging van de bijdrage aan Veilig Thuis en stijging van de regionale projectkosten hebben wel een rol gespeeld. Opvallend voor onze gemeente is dat het gemiddeld aantal uren verleende zorg per jeugdige is afgenomen, wat een remmend effect heeft gehad op de kostenstijging. Reactie op conclusies deelvraag 1 Wij danken u voor de cijfermatige analyse en herkennen het geschetste beeld over de kostenontwikkeling in de jaren 2015 tot en met 2019. Dit beeld sluit aan bij de analyse die, mede op verzoek van de gemeenteraad, is gemaakt bij de opstelling van het Interventieplan ‘grip op het sociaal domein’ 2020- 2022. Graag laten we in deze reactie zien hoe wij op basis van deze kwalitatieve en kwantitatieve analyse de vertaalslag hebben gemaakt naar beleid en uitvoering. Allereerst herkennen wij het gegeven dat de huisarts de grootste verwijzer is in de gemeente en dat huisartsen veelal naar de GGZ verwijzen. Om die reden hebben we vanaf 2019 geïnvesteerd in het inzetten van praktijkondersteuners bij de huisartsen. De inzet van praktijkondersteuners jeugd is één van de maatregelen uit het interventieplan waarbij ingezet wordt op kostenbeheersing en kwaliteitsverbetering.

Het interventieplan brengt ook de oorzaken van de kostenstijging in beeld, laat zien waar onze invloed zit en biedt een ruime set aan beheersmaatregelen die de komende jaren ingezet worden om de stijgende uitgaven af te vlakken. Daarnaast gaan we binnen het interventieplan ook van start met meer ‘zelf doen’ door de inzet van medewerkers op ambulante hulp/individuele begeleiding. Ook daar zagen we dat deze producten een rol spelen in de kostenstijging. Verder hebben we een visie van zelf regie voeren en zelf uitvoeren, waarbij professionals in dienst zijn gekomen van de gemeente. Logischerwijs zijn hierdoor de gemeentelijke kosten voor toegang en uitvoering gestegen. Er wordt niet gestuurd op het meer of minder gebruikmaken van het PGB. Inwoners hebben keuzevrijheid en worden geïnformeerd over de mogelijkheden van een PGB. Tenslotte zoeken wij altijd naar mogelijkheden in de kostenbeheersing in bredere zin, zoals door normaliseren, versterken van de voorliggende voorzieningen en intensiever contractmanagement. Deze en andere maatregelen zijn in ontwikkeling en allen gericht op het beheersbaar maken van de kosten in het sociaal domein en verhogen van de kwaliteit van het sociaal domein. In september informeren wij de gemeenteraad over de voortgang van de uitwerking van de maatregelen uit het interventieplan.

Belangrijkste conclusies deelvraag 2 (onderzoeksdeel III) Volgens het onderzoek is de raad in de periode tot 1 januari 2015, voor zover de documenten uitwijzen, adequaat geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdhulp. Daarbij is aandacht besteed aan het financiële aspect, de inrichting van de toegang, de inrichting van de inkoop en de risico’s van de transformatie. Na de decentralisatie zijn er in de Verordening jeugdhulp en de verschillende beleidsstukken respectievelijk juridische en inhoudelijke kaders gesteld. Er is een duidelijke vertaling gemaakt van de regionale plannen en doelstellingen naar lokale inkoopplannen die alle aspecten van de jeugdhulp dekken. Niet alle doelen/uitgangspunten zijn SMART geformuleerd, maar er is ten aanzien van ieder aspect binnen de jeugdhulp wel een set heldere doelen gesteld. Het is niet duidelijk of er indicatoren aan de doelen zijn gekoppeld en of hierop teruggekoppeld wordt. Er is weinig sprake van samenhang tussen de doelen die in de verschillende beleidsstukken zijn genoemd. Juist omdat de doelen over verschillende beleidsstukken zijn verdeeld is het voor raadsleden lastig om de voortgang op de uitvoering van de jeugdhulp te monitoren. Het gebrek aan samenhang tussen doelen en indicatoren staat een effectieve informatievoorziening vooralsnog in de weg.

De raad heeft aangegeven een overkoepelend beeld en samenhang in de informatie te missen, heldere ideeën te hebben over hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden en meer behoefte te hebben aan proactieve informatievoorziening in een informele setting. Daarbij heeft de raad aangegeven onvoldoende zicht te hebben op wat er op H10-niveau gebeurt en dan met name wat er in

pagina

2/5

briefnummer

1129360

het Bestuurlijk Overleg Jeugd (BOJ) wordt besproken en wat er met de input van de raad wordt gedaan. De raad heeft in algemeenheid vertrouwen in de juistheid van de informatie, maar wil deze informatie toegankelijker, actueler en tijdiger ontvangen. Zo hecht de raad waarde aan het bespreken van informatie in de beeld- en oordeelsvormende raadsvergaderingen alvorens besloten moet worden. Een inhoudelijk debat over de inrichting van de jeugdhulp, inclusief het stellen van doelen en indicatoren, heeft nog onvoldoende plaatsgevonden. Voor de raad moet inzichtelijker worden of het beleid effectief is of aangepast moet worden. In het rapport worden diverse aanbeveling gedaan. De aanbevelingen gaan over de inrichting van de informatievoorziening vanuit de gemeente en Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (SbJH)aan de gemeenteraad en over de inhoud van de gestuurde informatie. Dit zijn aanbevelingen voor het college, de gemeenteraad en gezamenlijke aanbevelingen. Gezamenlijke aanbevelingen  Breng als college de raad in positie om kaders en doelen te stellen ten aanzien van de lokale inrichting van de jeugdhulp.

Dit is een aanbeveling die ook andersom geldt voor de raad: pak nadrukkelijk de rol als kadersteller ten aanzien van het lokale jeugdbeleid (aanbeveling 10);  Maak als college en raad afspraken over hoe en wanneer de raad wordt ingelicht over de inhoudelijke taakvoering en voortgang op de doelstellingen (aanbeveling 1);  Voer regelmatig(er) de informele dialoog tussen organisatie, raad en college en bepaal gezamenlijk de agenda (aanbeveling 5);  Onderzoek als college en raad de mogelijkheden om de Monitor Sociaal Domein (of een ander instrument) te koppelen aan de voortgang van de vastgestelde doelstellingen. Onderzoek daarnaast of dit instrument ook ingezet kan worden om toekomstig zorggebruik te voorspellen (aanbeveling 4). Aanbevelingen aan het college  Betrek de gemeenteraad actief bij het inrichten van de informatievoorziening (aanbeveling 1);  Zorg ervoor dat doelstellingen vertaald worden in concrete en meetbare indicatoren en monitor die systematisch en periodiek (aanbeveling 3);  Zorg ervoor dat in de behoefte aan een overkoepelend beeld (over voortgang en resultaten) wordt voorzien.

Reflecteer duidelijk op de resultaten en doe dat op zo’n wijze dat de raad inzicht krijgt in de voortgang (aanbeveling 8);  Zorg ervoor dat de informatie tijdig wordt aangeleverd en actueel is (aanbeveling 7);  Koppel terug over wat er met de input van de raad is gedaan in het BOJ (aanbeveling op p. 21);  Rapporteer consistent op dezelfde wijze over de jeugdzorgkosten en het aantal jeugdigen (aanbeveling 9). Aanbevelingen aan de raad  Voer een meer inhoudelijk debat over de inrichting van jeugdhulp en het stellen van doelen en indicatoren aanvullend op aantallen en financiën (aanbeveling op p. 22);  Wees je bewust van de eigen verordeningen en beleidsplannen waarin richting aan de jeugdhulp wordt gegeven (aanbeveling 2);  Voer vaker gesprekken met cliëntenraden, belangenorganisaties, SbJH en andere externe partijen om een beeld te krijgen over de werking van jeugdhulp, stand van zaken van de inkoop en hiermee de eigen informatiepositie te versterken (aanbevelingen 6 en 12);

pagina

3/5

Bevraag de wethouder op de samenhang tussen lokaal beleid en regionale inkoop, hoe het overleg op regionaal niveau plaatsvindt en hoe de sturing van en binnen het SbJH plaatsvindt (aanbevelingen 11 en 13).

Reactie op deelvraag 2: aanbevelingen Sinds de decentralisatie is het uitvoeren van de jeugdhulp een omvangrijke maatschappelijke opgave voor iedere gemeente. Onze eerste prioriteit is het continueren van de zorg voor onze kinderen en jongeren geweest, zodat zij geen nadelige effecten zouden ervaren van de overdracht. Al voorafgaand aan de decentralisatie werkten we samen in de regio Haaglanden aan de voorbereiding op de uitvoering van de Jeugdwet en inkoop van de jeugdhulp. Op dit moment kopen we gezamenlijk de jeugdhulp in via de gemeenschappelijke regeling ‘Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden;’ en werken we beleidsmatig samen in een netwerksamenwerking. De uitvoering van de Jeugdwet is een complexe opgave. Wij begrijpen dat dit ook voor de raad zo is en lezen dit terug in uw rapportage waarin u refereert aan een artikel in Binnenlands Bestuur waaruit landelijk blijkt dat nog geen twee op de tien raadsleden voldoende grip op de jeugdzorg ervaart, vooral vanwege de complexiteit van het dossier, een gebrek aan kennis en te weinig (inzichtgevende) informatie. De aanbevelingen die u doet zijn verschillend van aard en zowel gericht aan raad als college. Uiteraard onderschrijven wij het belang van gedegen monitoring en kwantitatieve en kwalitatieve informatie over het beleid en uitvoering van de jeugdhulp. Wij nemen daarom ook alle aanbevelingen die u doet over.

De suggesties die u doet over het vertalen van maatschappelijke opgaven naar concrete resultaten, zoals de gemeenten in de Leidse regio dat doen en de functie die de monitor Sociaal Domein hierin kan vervullen, kunnen onderwerp van gesprek zijn. Op verschillende vlakken zijn reeds stappen gezet om te komen tot een betere informatievoorziening. Wat betreft periodieke voortgangsrapportages over aantallen en kosten is reeds een ontwikkeltraject met de jeugdhulpaanbieders gestart. Het vergelijken van resultaten per aanbieder is een complexe opgave, maar kan veel inzicht bieden. De geharmoniseerde outcome criteria vormen de basis van dit ontwikkeltraject. Ook is er in de concept Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden 2021- 2026 aandacht voor informatievoorziening en wordt voorgesteld om gezamenlijk toe te werken naar een periodieke rapportage over het jeugdhulpgebruik, cliënten, verwijzers, producten, aanbieders en kosten, de zogenaamde Jeugdhulpmonitor. Daarbij is er aandacht voor de vertaling van deze kwantitatieve gegevens, naar een kwalitatief beeld. Er wordt lokaal geïnvesteerd in de ontwikkeling van deze regionale jeugdhulpmonitor, wij leren met de regio en zijn voornemens deze jeugdhulpmonitor ook lokaal te gebruiken bij de verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening aan de raad.

Helder is dat er een opgave ligt om te werken aan een periodieke rapportage die tijdig wordt aangeleverd en bestaat uit actuele gegevens. Deze rapportage moet een overkoepelend beeld geven van de realisatie van de doelstellingen in de uitvoering van ons jeugdbeleid én jeugdwet.

pagina

4/5

briefnummer

1129360

Graag gaan wij met de raad in gesprek over de behoeften die bestaan op het vlak van informatievoorziening opdat wij daar, samen, op een adequate wijze vorm aan kunnen geven. Het rapport geeft ons veel handvatten hiervoor. Wij vertrouwen erop dat met bovenstaande reactie aan uw verzoek is voldaan. Hoogachtend, namens het college van Pijnacker-Nootdorp,

J.P.R. Woudstra secretaris

pagina

5/5

mw. F. Ravestein burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10477497/1