Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026-2029
Tekst van het document
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
1.
PvdD
7
Welke maatregelen worden genomen om de glastuinbouwgebieden te vergroenen?
De beoogde maatregelen om de glastuinbouwgebieden te vergroenen zijn vastgelegd in de kaderstellende notitie voor het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden. De nadruk ligt op het versterken van groene verbindingen en biodiversiteit in en rond de kassen. De uitwerking volgt in het omgevingsprogramma dat in 2026 wordt opgeleverd.
2.
PvdD
11
Er staat: ‘De maatregelen die hierbij worden geïnventariseerd,
Het college bereidt een integrale en gemeentebrede inventarisatie voor van mogelijke maatregelen. Deze keuzemogelijkheden worden in de Kadernota 2027 opgenomen. De raad kan op basis van deze informatie keuzes maken en komen tot besluitvorming bij de behandeling van de Kadernota 2027 in het voorjaar van 2026 en bij de behandeling van de Programmabegroting 2027-2030 in het najaar.
worden in het voorjaar 2027 aangeboden aan de raad.’ Hierbij hebben wij het volgende beeld van het proces dat tot deze lijst aan maatregelen leidt: • een diepgaande analyse van alle uitgaven en inkomsten van de gemeente, • een onderbouwde inschatting van de consequenties van alle wettelijk toegestane veranderingen (d.w.z. lastenverhogingen en bezuinigingen), bij voorkeur uitgedrukt in een verwacht meetbaar effect op maatschappelijke prestatie indicatoren, • breed gedragen politieke keuzes over wat wel en niet op de lijst te zetten. Vragen: a. Klopt bovenstaande beeld met de aanpak die het college voor ogen heeft? b. Zo ja, kunt u toelichten hoe u de raad hierin betrekt (komt er een klankbordgroep, met welke frequentie en diepgang wordt de raad geïnformeerd, e.d.)? c. Zo nee, welk beeld heeft het college bij het proces om tot de lijst aan maatregelen te komen? 3.
PvdD
12
Het geamendeerde besluit om de besparing van 4.000 euro per jaar op de wildopvang in 2027, 2028 en 2029 niet door te laten gaan, is wel in de tekst genoemd maar niet in de tweede tabel verwerkt. Getalsmatig wordt nu de suggestie gewekt dat deze bezuiniging wel doorgaat. Zeker aangezien in de eerste tabel op deze pagina in de regel ‘3. Maatregelen
A. De aanpassing is conform het amendement verwerkt (‘…en dit budget voor 2027, 2028 en 2029 te onttrekken aan de algemene reserve.’) B. In het amendement, waarin gerefereerd wordt op p12, is expliciet aangegeven dat het budget gefinancierd wordt uit de algemene reserve voor de jaren 2027, 2028 en 2029. C. Dit kan middels een nieuw amendement.
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
1
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 2’ ook nog de ongecorrigeerde bedragen staan. Vragen: a. Waarom hebt u niet gewoon de bedragen aangepast in de tabellen op p. 12 in plaats van het als een mutatie op de algemene reserve te presenteren op p. 17? b. Hoe kan het een mutatie zijn als het feitelijk gewoon een voortzetting van bestaand beleid is (er is nooit besloten door de raad tot stopzetting, maar nu lijkt het alsof dat wel zo is en het vervolgens is teruggedraaid)? c. Kan dit in de begroting 2027 aangepast worden? 4.
5.
PvdD
PvdD
16
17
Er staat: ‘In het investeringsplan 2020-2025 is (afgerond) € 1,7 miljoen structurele begrotingsruimte ontstaan. Dit bedrag is gelabeld als stelpost ‘Eneco-gelden’. Deze middelen zijn conform bovenstaande tabel ingezet.’ In de genoemde tabel zijn echter alleen het restbudget en de nieuwe besluiten aangegeven. De volledige tabel staat op p. 113 en gaat uit van een beginstand van € 1,424 miljoen. Mist er nog iets of klopt de 1,7 miljoen niet?
Er ontbreekt inderdaad iets. De volgende post ontbreekt in de tabel op pagina 113:
Hoe groot is de onzekerheid in de getallen die in de laatste tabel (schuldpositie) gepresenteerd zijn? Met andere woorden, is er een gevoeligheidsanalyse op deze cijfers uitgevoerd en wat waren daarvan de uitkomsten?
De schuldpositie van de gemeente is afhankelijk van vele variabele (denk o.a. de investeringsplanning en de financieringsbehoefte van de gemeente) en deze kan als gevolg van veranderende omstandigheden in de tijd wijzigen.
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
Uitwerking Participatiebeleid
2026
2027
2028
2029
-250.000
-250.000
-250.000
-250.000
Op gemeentelijk niveau zijn de onzekere factoren (uit de gevoeligheidsanalyse als onderdeel van de risico analyse) in beeld gebracht. In deze analyse is o.a. gekeken naar: 1.
Prijsstijging/inflatie, het mogelijk leidt tot kostenstijgingen voor zowel de exploitatie als de investeringen;
2.
Effecten verdeelsleutel van het Gemeentefonds;
3.
Het effect van de personeelstekorten;
4.
Effecten openeind regelingen;
5.
Effecten grondexploitaties.
2
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording Als gevolg van deze analyse is op pagina 127 en 128 aangegeven dat er ten opzichte van de jaarstukken 2024 een aantal risico’s wijzigt. Zo wordt bijvoorbeeld aangegeven dat de gemeente een risico loopt ten aanzien van 1) de prijsstijgingen/inflatie ontwikkelingen en 2) de personeelstekorten.
6.
PvdD
18 &142 &197
a. Voor welke concrete investeringen (graag ontvangen we een lijst) moeten de nieuwe leningen worden aangegaan komende jaren? b. Zien we goed dat we in 2029 weer een schuld van 100 miljoen euro hebben? Hoe heeft dit kunnen gebeuren?
De lijst met nieuwe investeringen is opgenomen in het boekwerk op pagina 201. Er is geen directe relatie tussen individuele investeringen en eventuele individuele aan te trekken leningen. Op basis van de bovenstaande geplande investeringen loopt de financieringsbehoefte in de vorm van vaste leningen geleidelijk op naar ca. € 114 miljoen per 31 december 2029. Dit t.o.v. ca € 55 miljoen aan vaste leningen eind 2024 en een totaal aan reserves van € 180 miljoen eind 2029. Op pagina 142 onder het kopje “financieringsbehoefte” wordt inzichtelijk gemaakt waarom de gemeente per 31 december 2029 een investeringsbehoefte (zoals opgenomen in de investeringsplanning op pagina 201) heeft. Het betreft de volgende passage in de toelichting: Op basis van de huidige informatie heeft de gemeente tot 2027 een klein financieringsoverschot. Hierbij is rekening gehouden met het voortschrijdend inzicht dat de ambities van de investeringen achterblijven op de realisatie daarvan. Op basis van de afgelopen drie jaar wordt rekening gehouden met een realisatie van de investeringen van 50% in het begrotingsjaar en 25% in de twee jaren daarna. Vanaf 2027 is de verwachting dat het financieringsoverschot om zou slaan naar een financieringstekort en daarom zijn nieuwe leningen begroot.
Grootste onzekerheden in de begrote uitgaven en inkomsten vormt het achterblijven van de realisatie van de investeringen en snellere realisatie van de grondverkopen.
7.
PvdD
25
Er staat: “Door samenwerking met de regionale seniorenmakelaar zijn er vijftien woningen bemiddeld aan senioren, die doorstromen.” Dit is vrij weinig. Veel senioren wonen nu relatief goedkoop en gaan veel duurder (en kleiner) wonen bij doorstroming? Wat wordt er gedaan om het toch aantrekkelijker te maken voor senioren? Veel senioren zijn gehecht een hun sociale omgeving en netwerk in de buurt van waar ze wonen en willen daarom niet graag verhuizen? Welke aanpak wordt hiervoor gehanteerd om doorstroom te bevorderen?
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
In de tekst wordt verwezen naar het voorbeeld Casa Vita. Van de 35 sociale huurwoningen zijn er door de regionale seniorenmakelaar 15 woningen bemiddeld aan senioren die doorstromen in de gemeente. Bovendien zijn 15 woningen toegewezen aan jongeren uit onze gemeente. Daarmee is dit project succesvol voor de beoogde doelgroepen (starters en senioren uit onze gemeente).
In antwoord op de algemene vraag van de fractie over wat woningen aantrekkelijk maakt voor senioren, geven wij aan dat zowel het woningaanbod als de locatie een grote rol spelen bij de
3
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording keuze van senioren om te verhuizen. Bij nieuwe ontwikkelingen kijken we daarom goed naar de mogelijke doelgroep.
Rondom Wonen is dit jaar alvast begonnen met de doorstroommakelaar. Op korte termijn willen we een samenwerkingsovereenkomst voor de doorstroommakelaar sluiten met de in onze gemeente actieve woningcorporaties. Daarbij spreken we een gezamenlijk maatwerkkader af. Zo heeft de doorstroommakelaar (naast bemiddeling) ook instrumenten om doorstroming te bevorderen. Voorbeelden zijn het aanpassen van de huurprijs, de leeftijdsgrens, de inkomensgrens. Inzet is om hiermee ook verhuisstromen tussen de corporaties te bevorderen. Ook wordt er een knelpuntenbudget opgesteld. Bijvoorbeeld om dubbele huren te voorkomen of verhuis-/opleverkosten te verminderen. 8.
PvdD
28
Hoeveel nieuwe aanvragen zijn er voor de Ruimte voor Ruimteregeling en waar?
Op dit moment zijn er vijf locaties waar we in gesprek gaan over toepassing van de regeling. Het gaat om locaties aan de linten in het buitengebied. De eerste gesprekken moeten nog plaatsvinden. We kennen dus nog niet alle details en weten ook nog niet of de eigenaren al willen delen dat ze over toepassing van de regeling nadenken. Zodra meer zicht is op de daadwerkelijke deelnemers kunnen wij dit met u delen. Daarnaast bieden we eigenaren de mogelijkheid om zich nog aan te melden voor deze ronde.
9.
PvdD
30/39
Er staat bij programma’s 1 en 2: ‘Het programma heeft geen investeringen’. Waarom zijn investeringen in deze programma’s die via het grondbedrijf lopen niet inzichtelijk gemaakt hier?
In de paragraaf Grondbeleid is expliciet benoemd welke bestaande en nieuwe grondexploitaties er zijn.
10.
PvdD
34
Hoeveel initiatieven voor de huisvesting voor arbeidsmigranten zijn er tot op heden daadwerkelijk aangemeld en/of gestart in onze gemeente sinds het aanpassen van het beleid op dit onderwerp?
Tot op heden is één concreet plan voor huisvesting van arbeidsmigranten aan ons voorgelegd. Daarnaast worden met meerdere initiatiefnemers gesprekken gevoerd die mogelijk tot nieuwe aanvragen kunnen leiden.
11.
PvdD
35
Hoeveel initiatieven en plannen zijn er om in de aanloopstraten detailhandel om te zetten naar wonen en waar?
Tot op heden zijn er twee vooroverleggen ingediend voor het omzetten van detailhandel naar wonen. Dit betreft een pand aan de Kerkweg in Pijnacker, waarbij een conceptverzoek ingediend is voor het slopen van een deel van het bedrijfspand en vervangen voor woningen (achterzijde pand). Het tweede conceptverzoek betreft het wijzigen en vergroten van het winkelpand naar appartementen aan de Stationsstraat in Pijnacker.
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
4
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording Tevens zijn er twee aanvragen voor een Omgevingsvergunning ingediend. Dit betreft het verzoek voor het verbouwen van een restaurant tot woning aan de Kerkweg in Pijnacker. En het verzoek tot het bouwen van negen appartementen aan de Oostlaan in Pijnacker.
12.
PvdD
35
Er staat: ‘De financiële situatie van de gemeente maakt het moeilijker om regionale bijdragen aan te vragen omdat altijd cofinanciering wordt gevraagd.’ Gegeven de teruglopende bijdragen uit het Gemeentefonds komende jaren is het aannemelijk dat dit voor de meeste gemeenten geldt. Wordt er binnen de MRDH al over gesproken om de eis tot cofinanciering te laten vervallen of de cofinanciering te verlagen, omdat er anders nauwelijks nog initiatieven zullen zijn in de toekomst?
In de nieuwe visie Economisch Vestigingsklimaat MRDH wordt aangekondigd dat de huidige bijdrageregeling van de MRDH wordt herzien. Het is nog niet duidelijk wat de consequenties zijn voor de cofinanciering van gemeenten.
13.
PvdD
35/36
In hoeverre wordt de raad in 2026 betrokken bij de besluitvorming rondom de ontwikkeling (n.a.v. de uitkomsten van de verkenning) van Boezemvaart?
De raad wordt actief geïnformeerd over de uitkomsten van de verkenning, de mogelijke vervolgstappen die het college gaat nemen en de wijze waarop de raad betrokken gaat worden.
14.
PvdD
38
Welke relevante subsidie- en ondersteuningsregelingen van regionale, provinciale en landelijke overheden zijn er om duurzaam ondernemerschap te stimuleren?
Als gemeente wijzen we ondernemers actief op ondersteuningsmogelijkheden. Ondersteuningsmogelijkheden vanuit het rijk worden doorgaans gepubliceerd via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) of het ondernemersplein van de overheid. Relevante regelingen zijn bijvoorbeeld ISDE, Groenfonds en SDE++. De Provincie Zuid-Holland stimuleert ondernemers om duurzaam en toekomstbestendig te ondernemen door middel van diverse subsidieregelingen, waaronder Toekomstbestendige bedrijventerreinen, Zonnig Zuid-Holland en Kansen voor West III (EFRO).
15.
PvdD
39
Klopt het dat de lasten op de ‘Fysieke bedrijfsinfrastructuur’ vanaf 2027 nul zijn? Hoe kan dat?
Onder het product fysieke infrastructuur zijn de lasten en baten van de grondexploitaties Boezem Oost en Bedrijvenpark Heron opgenomen. De werkzaamheden aan deze grondexploitaties worden in 2026 afgerond en eind 2026 worden deze administratief afgesloten (zie paragraaf Grondbeleid). Vanaf 2027 zijn geen grondexploitaties voor bedrijventerreinen voorzien. Om die reden zijn de lasten en baten nihil vanaf 2027.
16.
PvdD
41
Kunnen wij de quickscan naar de verkeerseffecten van de nog te realiseren woningbouw in o.a. Dwarskade, Overgauw en Balijade, inclusief autonome en regionale groei ontvangen?
De quickscan wordt de komende periode nader uitgewerkt. De resultaten van de quickscan en het nadere onderzoek worden in de eerste helft van 2026 aan de raad aangeboden.
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
5
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
17.
PvdD
50
Er staat: ‘Met de wildopvang Haaglanden en vogelopvang De Wulp zijn eerder
De Wildopvang Delft is in 2022 gesloten. In april 2023 was er heropening onder de naam Wildopvang Haaglanden. De Wildopvang Haaglanden vangt alleen nog maar wilde zoogdieren op, zoals (wilde) konijnen, hazen, egels, eekhoorns, vleermuizen en soms vossen. Wilde vogels (verreweg het grootse deel van de opvang die tot 2022 in Delft werden gedaan) worden sinds de sluiting van de Wildopvang Delft allemaal naar Vogelasiel de Wulp gebracht. Er is daarom geen nieuwe overeenkomst meer gesloten met de nieuwe Wildopvang Haaglanden.
overeenkomsten gesloten voor de periode 2023-2026. In 2026 worden deze overeenkomsten uitgevoerd en geactualiseerd. Dit is in lijn met het amendement bij de Kadernota 2026 om de opvang tot en met 2029 te
18.
19.
20.
PvdD
PvdD
PvdD
50
51
52
financieren.’ Wanneer is de overeenkomst met de wildopvang Haaglanden getekend en wat is de afgesproken jaarlijkse bijdrage?
Na de sluiting van de Wildopvang Delft zijn de dieren die opgevangen moeten worden verdeeld over andere locaties. Het beschikbare budget van € 7.500 wordt nu besteed via overeenkomsten met de Dierenbescherming (knaagdieren), De Wulp (vogels) en de Dierenambulance (overige dieren).
De begroting 2026 en het ontwerp omgevingsprogramma groen in en om de kernen spreken elkaar momenteel tegen. In het ontwerp omgevingsprogramma staat nu ‘De ‘bewaarplicht’ die gemeenten hebben voor gevonden huisdieren, geldt niet voor wilde dieren.’ Deze zin kan gelezen worden als dat het een beleidskeuze is om in onze gemeente niet financieel bij te dragen aan wildopvang. Over de overeenkomsten met de wildopvangen is ook niets vermeld in het omgevingsprogramma, terwijl andere samenwerkingspartners zoals de dierenambulance en de huisdierenopvangen wel expliciet zijn opgenomen. Onze vraag is nu: Is de begroting 2026 leidend en zo ja past u het omgevingsprogramma nog aan op genoemde punten voorafgaand aan de vaststelling ervan?
De bescherming van dierenwelzijn is in wetgeving vastgelegd, onder andere in de Wet Dieren en in de Wet Natuurbescherming. Deze wettelijke bescherming van dierenwelzijn vormt het uitgangspunt in het Omgevingsprogramma.
a.
Kunnen wij het plan van aanpak voor de monitoring biodiversiteit ontvangen zodra dit klaar is?
b.
Wat is hiervan de planning?
c.
Wordt er dan gestart met een nulmeting?
Er staat: ‘De beleidsnota Dierenwelzijn (2016) is in 2025 in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen opgenomen. Hierin zijn de maatregelen opgenomen vanaf 2026.’ Het programma bevat een lijst van leidende principes, maar geen concrete acties. Vragen: a.
De opvang van huisdieren in nood is een wettelijk geregelde taak die bij de gemeenten is belegd. Deze is daarom in het programma verankerd. De opvang van wilde dieren is geen wettelijke taak. Het Omgevingsprogramma laat ruimte om keuzes te maken in de mate waarin de gemeenteraad ervoor kiest om bij te dragen aan de maatschappelijke kosten van die opvang. In de programmabegroting is voor 2026 voldoende budget opgenomen voor de opvang van wilde dieren en in de meerjarenraming 2027, 2028, 2029 is dit conform het amendement van de raad gedekt uit de algemene reserve. a. b. c.
Ja, deze ontvangt u via de actieve informatieplicht. De planning is om dit plan van aanpak in de tweede helft van 2026 op te stellen. Ja, een nulmeting is onderdeel van de aanpak.
Nee, er wordt geen uitvoeringsplan opgesteld, maar we informeren u in 2026 over de uitvoering van het dierenwelzijnsbeleid via de actieve informatieplicht. Daarnaast monitoren wij de uitvoering van het omgevingsprogramma twee jaar na de vaststelling. Ook daarover zullen wij u informeren.
Wordt hier een uitvoeringsplan voor opgesteld (zoals voorheen ook gedaan werd toen er nog een nota Dierenwelzijn was)?
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
6
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag b.
Beantwoording Zo nee, waarom niet en hoe kan de raad dan controleren of de uitvoering en de voortgang/verbetering op dit gebied zoals gepland verlopen?
21.
PvdD
53
Binnen programma 4 is maar 1 boekingscode, te weten ‘570 - Openbaar groen en (openlucht)recreatie’. Kan dit in de toekomst uitgesplitst worden naar de verschillende deelgebieden of doelstellingen, zoals bijvoorbeeld in programma’s 7, 8 en 9 wel gedaan wordt, want nu is niet inzichtelijk hoe de kosten verdeeld zijn binnen programma 4?
De boekingscode betreft het taakveld, dat voorgeschreven is voor alle gemeenten. Programma 4 omvat alleen taakveld 570; een verdere splitsing is niet mogelijk.
22.
PvdD
58
Vanwege slechte prestaties leerlingenvervoer is een nieuw contract afgesloten per 1 augustus 2025? Wanneer worden de nieuwe prestaties geëvalueerd en kunnen we de uitkomsten ervan ontvangen?
Op het gebied van leerlingenvervoer werken we samen in H5 verband (samen met Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland). De prestaties van onze vervoerders leerlingenvervoer worden continu gemonitord. Het opzeggen van het vorige contract was het gevolg hiervan. Dit wordt voortgezet met de nieuwe vervoerders. De huidige prestaties geven geen reden tot ingrijpen en het informeren van de raad.
23.
PvdD
67
Waar zijn de vier nieuwe jongerenontmoetingsplekken gerealiseerd?
De vier nieuwe jongerenontmoetingsplekken zijn nog niet gerealiseerd. Op dit moment wordt, in samenwerking met betrokken partners, gewerkt aan het verkennen van geschikte locaties. Daarbij wordt gekeken naar plekken die aansluiten bij de behoeften van jongeren en passen binnen de omgeving. De locaties worden via een participatietraject aan de jongeren en inwoners voorgelegd, zodat de uiteindelijke keuze in samenspraak tot stand komt en draagvlak heeft in de buurt.
24.
PvdD
67
Wat gaat de inzet worden om femicide en geweld tegen vrouwen en meisjes te voorkomen?
In de nieuwe Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden voor de periode 2026 en verder – die in december aan de raad voor besluitvorming wordt voorgelegd – is expliciet aandacht voor het voorkomen van femicide en intieme terreur. We gaan gebruik maken van reviews van fataal geweld en ontwikkelen deskundigheidsbevordering voor lokale teams van gemeenten in de aanpak van stalking - één van de rode vlaggen van femicide. Lokaal besteden we ieder jaar aandacht aan het voorkomen van geweld tegen vrouwen en meisjes met de campagne Orange the World.
25.
PvdD
67/68
Wat zijn tot nu toe de effecten van de aanpak van:
In 2022 en 2023 zijn de voorbereidingen getroffen. In 2024 zijn de kleinere interventies opgestart. De grotere interventies, die meer tijd en inzet vragen, zijn in 2025 in uitvoering genomen. Uit het landelijke dashboard blijkt dat Pijnacker-Nootdorp voorop loopt bij de uitvoering van de ketenaanpakken. Omdat het preventieve maatregelen betreft, zijn de maatschappelijke effecten op dit moment nog niet meetbaar.
-
Kansrijke start
-
Kind naar gezonder gewicht
-
Gecombineerde Leefstijlinterventie
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
Kansrijke Start Sinds 2023 is binnen de DWO-regio gestart met de ketenaanpak Kansrijke Start. Vanuit deze 7
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
-
Welzijn op Recept
-
Valpreventie
aanpak zijn diverse initiatieven opgezet. Waaronder een samenwerking met Stichting Babyspullen, waardoor via kraamzorg en verloskundigen babystartpakketten worden verstrekt aan gezinnen. In 2024 en 2025 zijn in totaal 25 pakketten uitgegeven. Daarnaast worden binnen kinderopvangorganisaties spraak- en taaltrainingen aangeboden aan pedagogisch medewerkers. Deze trainingen geven pedagogisch medewerkers praktische handvatten om de taal- en spraakontwikkeling van jonge kinderen beter te stimuleren. Daarmee worden logopedisten ontlast, aangezien vroegtijdige ondersteuning in de kinderopvang kan bijdragen aan het voorkomen van verwijzingen en het verkorten van wachtlijsten. Eind 2024 zijn drie trainingen afgerond en hebben in totaal 45 pedagogisch medewerkers deelgenomen. De opgedane kennis wordt binnen de eigen organisaties verder gedeeld en toegepast. Kind naar Gezonder Gewicht In 2023 is gestart met de ketenaanpak Kind naar Gezonder Gewicht. In samenwerking met omliggende gemeenten, zorgverzekeraar DSW en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) is een traject opgezet met centraal zorgverleners (CZV’s). Vanuit de gemeente wordt de begeleiding van kinderen met (licht) overgewicht gefinancierd. De begeleiding van kinderen met obesitas of ernstig overgewicht, al dan niet in combinatie met comorbiditeit, valt onder de Zorgverzekeringswet en wordt vergoed via de zorgverzekeraar.
De CZV’s zijn halverwege 2025 gestart met de begeleidingstrajecten. Op dit moment zijn twee CZV’s actief, die ondersteuning bieden aan dertien kinderen en hun gezinnen. De verwachting is dat dit aantal in de komende periode verder zal toenemen naarmate de aanpak verder is ingebed. Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) Momenteel nemen 124 inwoners deel aan een GLI-programma: 42 deelnemers in Delfgauw (met negen personen op de wachtlijst), 60 in Pijnacker (met twee op de wachtlijst) en 22 in Nootdorp. De verwachting is dat dit aantal in Nootdorp zal groeien naar circa 40 deelnemers. Bij voldoende aanmeldingen starten nieuwe groepen in Delfgauw en Pijnacker. Welzijn op Recept Binnen de DWO-regio is in 2023 gestart met de ketenaanpak Welzijn op Recept. In de eerste helft van 2025 is de SWOP aangesloten op het Zorgdomein. Hierdoor kunnen eerstelijnszorgverleners, zoals huisartsen en fysiotherapeuten, cliënten met psychosociale klachten rechtstreeks doorverwijzen. In het eerste halfjaar van 2025 zijn 55 inwoners vanuit zes huisartsenpraktijken doorverwezen, waarvan een deel naar Welzijn op Recept. Het aanbod richt zich op het vergroten van het welbevinden via ontmoeting, creatieve of sportieve
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
8
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording activiteiten en vrijwilligerswerk. In het tweede kwartaal van 2025 is actief gecommuniceerd richting huisartsen met informatiemateriaal, waaronder een menukaart en een muismat met het productaanbod van de SWOP. In 2026 wordt verkend of ook andere eerstelijnszorgverleners kunnen aansluiten op het Zorgdomein. Valpreventie De ketenaanpak Valpreventie is in 2024 gestart, gecoördineerd door de SWOP. In dat jaar namen 154 ouderen deel aan het programma Pijnacker-Nootdorp Blijft Staan, verdeeld over veertien groepen. Achttien deelnemers hebben de interventie niet afgerond, veelal vanwege medische redenen. In het eerste halfjaar van 2025 hebben 23 ouderen deelgenomen (drie groepen), waarvan vijf deelnemers de interventie niet afronden. De cursussen worden in alle drie de kernen aangeboden. Sinds begin 2025 beschikt SWOP over een smartfloor voor het afnemen van valrisicotesten. Op basis van de uitkomsten wordt een passend preventieaanbod gedaan aan ouderen. De komende periode wordt ingezet op verdere borging en monitoring van de ketenaanpakken, zodat structureel inzicht ontstaat in de resultaten en effecten op gezondheid en participatie van inwoners.
26.
PvdD
71
Welke ervaringsdeskundigen en soort inwoners nemen deel aan de klankbordgroep Inclusie en hoe worden zij geselecteerd?
Er is een open uitnodiging gedaan om aan te melden voor de klankbordgroep Inclusie. Iedereen die zich aangemeld heeft is geselecteerd.
27.
PvdD
75
Waarom zijn er vanaf 2027 geen investeringen anders dan het SCC voorzien?
Het beheerplan sportvelden heeft een looptijd tot en met 2027, vandaar dat er geen investeringen meer staan in de daarna komende jaren.
28.
PvdD
83
Er staat: “In juni 2025 is besloten dat de DWO-regio deelneemt aan de ETHOS telling, die naar verwachting eind 2026 wordt uitgevoerd met een doorlooptijd in 2027, waarmee dakloosheid beter in kaart wordt gebracht.” Kan dit nader worden toegelicht?
De ETHOS-telling (European Typology of Homelessness and Housing Exclusion) is een landelijke methode om dak- en thuisloosheid volledig en betrouwbaar in beeld te brengen. Anders dan de huidige CBS-cijfers, die alleen geregistreerde volwassenen in opvang meetellen, brengt de ETHOS-telling ook verborgen dakloosheid in kaart, zoals jongeren, vrouwen, mensen die tijdelijk bij anderen verblijven (zogenaamde bankslaper) en personen zonder formele registratie. De DWO-regio heeft in juni 2025 besloten deel te nemen aan deze telling. De uitvoering vindt naar verwachting eind 2026 plaats, met een doorlooptijd in 2027 voor analyse en rapportage. De resultaten geven een realistischer beeld van de omvang en aard van dakloosheid in onze regio. Dit is belangrijk voor het ontwikkelen van effectief beleid, het verbeteren van preventieve
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
9
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording maatregelen en het realiseren van de landelijke doelstelling om dakloosheid in 2030 uit te bannen (Nationaal Actieplan Dakloosheid 2023-2030).
29.
PvdD
92
Wat is de oorzaak van de sterke stijging in drugsdelicten in onze gemeente in 2024 en zet dit zich door in 2025?
De stijging is mede te verklaren door de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Door in te zetten op bewustwording over ondermijning, waaronder drugscriminaliteit, bij inwoners, ondernemers en partners, wordt er steeds meer gemeld. Vanuit de politie en gemeente is hier sinds 2024 extra op ingezet. Ook bij onze integrale controles treffen we regelmatig drugsproductie en opslag aan. Het aantal registraties van drugsdelicten neemt hierdoor toe. De stijging van het aantal drugsdelicten (drugsvervaardiging, handel- en bezit) binnen Pijnacker-Nootdorp is ook te verklaren door een toename in het aantal registraties van rijden onder invloed van drugs/geneesmiddelen. Daarbij is vaak ook sprake van drugsbezit. Het politiebasisteam heeft meer ingezet op verkeerscontroles waarbij ook werd gecontroleerd op het rijden onder invloed van drugs. Vandaar dat het aantal registraties ook is toegenomen. De tabel over het aantal drugsdelicten komt van Waarstaatjegemeente.nl. Hier zijn nog geen cijfers van 2025 bekend.
30.
PvdD
98
Welke maatregelen worden opgenomen voor de thema’s water- en luchtkwaliteit voor bestaande gebieden?
De maatregelen die opgenomen zullen worden in het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit worden pas bekend zodra het ontwerp-programma door het college wordt vrijgegeven voor inspraak. De gemeenteraad ontvangt dan ook het ontwerp-programma.
31.
PvdD
102
Er staat: ‘Conform de kadernota staat een tussenevaluatie van het participatiebeleid gepland voor 2027. Daarbij wordt expliciet aandacht besteed aan de ervaringen van inwoners én de gemeenteraad.’ Wordt bij deze evaluatie ook aandacht besteed aan kosteneffectiviteit van de verschillende instrumenten die zijn ingezet voor participatie?
Ja, bij de evaluatie wordt ook aandacht besteed aan kosteneffectiviteit van de verschillende instrumenten die zijn ingezet voor participatie.
32.
PvdD
104
De zin: ‘Gezien de krappe formatie, de krapte op de arbeidsmarkt en de uitdagingen vanuit de toekomstbestendige gemeentefinanciën vraagt dit om zorgvuldigheid om tot een goede balans te komen tussen opgaven,
A: Dat doen we door als college inzicht te bieden in de taken, begroting en bemensing (opgaven, mensen en middelen). Daarbij brengen we in beeld welke taken en ambitie we nu aan werken, wettelijke en niet wettelijke taken, wat de financiële opgave is om de begroting sluitend te krijgen en waar de raad keuzes in kan maken.
beschikbare ambtelijke capaciteit en financiële middelen.’ leidt tot de vragen: a. Hoe gaan we met elkaar (gemeenteraad, college, inwoners) die balans vinden, wat wordt de aanpak?
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
B: Zorgvuldigheid is nodig in het gehele proces en van alle actoren omdat moeilijke financiële keuzes noodzakelijk zijn. De keuzes zullen impact zullen hebben op de ambities die de raad bepaalt, de samenleving en op de draagkracht van de ambtelijke organisatie.
10
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
b. Van wie wordt waarin zorgvuldigheid gevraagd (oftewel wat wordt hier precies mee bedoeld)? 33.
PvdD
112
In de eerste tabel is iets misgegaan met de jaartallen.
Het klopt dat er iets misgegaan is met de tabel. Hieronder vindt u de correcte tabel:
34.
PvdD
119
De kosten voor het schoonhouden van wegen (veegkosten) worden nu voor 25% toegerekend naar het product riolering. Zou het niet logisch zijn om het percentage geveegde wegen met straatkolken en andere vormen van afvoer naar het riool te hanteren (dus 100%*([aantal m2 geveegde wegen met afvoer naar het riool]/[aantal m2 geveegde wegen in totaal]}? Zo ja, komt dit enigszins overeen met 25%?
In het GRP, vastgesteld in de raadsvergadering van 24 februari 2022, is een jaarlijkse toerekening opgenomen van 25 % veegkosten aan de rioolheffing. Daarnaast wordt ook 25 % jaarlijks toegerekend aan de afvalstoffenheffing. In 2026 wordt gestart met een nieuw Omgevingsprogramma klimaatbestendige gemeente, waarin ook riolering zal worden ondergebracht. Bij het opstellen van dit programma zullen wij de uitgangspunten voor toerekening herijken.
35.
PvdD
121
U stelt voor om de kosten voor de werkzaamheden rondom omgevingsvergunningen te verlagen. Dat kan logisch geredeneerd alleen door minder uren arbeid per aanvraag. U schrijft: ‘De focus zal grotendeels worden gelegd op het uitvoeren van wettelijke handelingen en minder op het behandelen van bijvoorbeeld reguliere vragen. Procedures zonder wettelijke behandeltermijn – zoals een vooroverleg – zullen langer duren.’ Hieruit wordt voor ons niet goed duidelijk wat dit voor een aanvrager betekent in termen van dienstverlening. Langere wachttijden alleen zorgen niet voor minder uren arbeid, dus wat wordt er concreet niet meer of efficiënter gedaan? Krijgen aanvragers geen antwoord meer op hun vragen?
De kosten rondom leges betreffen voornamelijk arbeidsuren. Een verlaging van deze kosten leidt daarom vrijwel direct tot een vermindering van het aantal beschikbare arbeidsuren. Ook wordt intern naar efficiency-slagen gekeken in de werkprocessen. De beschikbare arbeidsuren zullen in dat geval primair worden ingezet voor de uitvoering van wettelijke taken. Een verlaging van de kosten werkt daardoor vooral door in de wijze waarop niet-wettelijke taken, zoals bijvoorbeeld de beantwoording van vragen of concept-aanvragen, worden afgehandeld. Deze zullen minder snel worden opgepakt of minder integraal worden beoordeeld. Het kan er ook toe leiden dat we sommige vragen slechts op hoofdlijnen beantwoorden en sneller aansturen op een formele aanvraag waarvoor leges moeten worden betaald, in plaats van een brede beoordeling van een verzoek of principeverzoek. Bij een grote werkvoorraad kan het bovendien nodig zijn om behandeltermijnen voor aanvragen van omgevingsvergunningen te verlengen. Op deze manier creëren we ruimte om alle aanvragen binnen de wettelijke termijnen af te kunnen handelen.
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
11
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
36.
PvdD
122
Waarom kunnen de leges voor ‘Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn’ niet kostendekkend gemaakt worden?
De leges kunnen kostendekkend worden als dat wordt geambieerd.
37.
PvdD
123
Delft, Leidschendam-Voorburg en Pijnacker-Nootdorp hebben gezamenlijk een gemalendienst die het onderhoud aan de rioolinstallaties uitvoert en dragen hier in vrijwel gelijke mate financieel aan bij (p. 164). Hieruit leidt ik af dat de rioolsituatie in de drie gemeentes vergelijkbaar is. Aangezien de kostendekkendheid van de rioolheffing max 100% mag zijn, en dat het bij ons ook praktisch is, hoe kan het dan dat de rioolheffing in Delft (266 euro) en Leidschendam-Voorburg (245 euro) zoveel hoger is dan in onze gemeente (196 euro)? Gebruiken zij een andere rekenmethodiek om de heffing vast te stellen?
De rioolsituatie van Delft en Leidschendam-Voorburg is niet vergelijkbaar met die van Pijnacker-Nootdorp. De rioolheffing is gebaseerd op alle kosten die betrekking hebben op de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater van de gemeente. De kosten voor de gemalendienst is hier slechts een onderdeel van. De onderbouwing van de rioolheffing is opgenomen in het GRP.
38.
PvdD
127
Kunnen we het totaaloverzicht van alle risico’s ontvangen (dus ook van de overige risico’s die optellen tot € 31,9 miljoen)?
Zie bijlage voor antwoord op vraag 38.
39.
PvdD
148
Er staat: ‘De financiële gevolgen van de integrale huisvestingsvisie maken geen onderdeel uit van de begroting.’ Bedoelt u daarmee dat er nog geen financiële dekking voor is? Zo ja, waarom wordt dit niet bekostigd vanuit de reserve bedrijfsvoering?
Met die opmerking wordt bedoeld dat er op dit moment nog geen sprake is van een dekkingsvraag omtrent de integrale huisvestingsvisie.
40.
PvdD
171
Zou de volgende versie van de Duurzaamheidsparagraaf (in de begroting 2027) kunnen worden gestructureerd rondom duurzaamheidsdoelen en hoe de diverse concrete activiteiten daaraan bijdragen (in plaats van rondom de bestaande programma’s en de daarin geplande activiteiten zoals nu gedaan is)? Door de doelen expliciet te maken en de bestaande teksten anders te ordenen, wordt het voor de lezer duidelijker hoe de concrete activiteiten bijdragen aan duurzaamheid, vandaar dit verzoek.
De paragraaf duurzaamheid in de gemeentebegroting is niet wettelijk verplicht. Ook heeft de gemeenteraad geen generieke duurzaamheidsdoelen vastgesteld. In de nieuwe raadsperiode kan een afweging gemaakt worden of en zo ja in welke vorm over duurzaamheidsdoelen zal worden gerapporteerd.
41.
PvdD
198
Waarom zijn doel en einddata van de reserves niet opgenomen in deze begroting (zoals wel in de kadernota gedaan was)? Is er nog iets in veranderd t.o.v. de gegevens in de kadernota?
De doelstelling en einddatum van de reserves zijn niet opgenomen in deze begroting omdat deze informatie al opgenomen is in de Kadernota 2026. We willen voorkomen om herhaaldelijk dezelfde informatie te delen. Cijfermatig zijn de reserves gewijzigd. Bij de actualisatie van de nota reserves en voorzieningen 2025-2028 wordt de meest recente informatie gedeeld.
42.
PNV
91
In hoeverre zijn er voldoende middelen beschikbaar voor de openbare orde en Veiligheid bij onvoorziene omstandigheden en opschalingen indien vereist. Zie hiervoor de inzet van particuliere beveiligers voor de Parade.
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
Binnen het budget integrale veiligheid zijn middelen begroot voor onvoorziene omstandigheden op het gebied van openbare orde en veiligheid, zoals de inzet van beveiligers/stewards en cameratoezicht. 12
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
43.
PNV
14/15
Hoe wordt geborgd dat de verlaging van het budget voor het Integraal Veiligheidsplan (€30.000 vanaf 2027) niet leidt tot verminderde preventie of handhaving?
Er is gekeken naar hoe het budget integrale veiligheid de afgelopen jaren is besteed. Op basis daarvan is geconcludeerd dat we met € 30.000 minder voldoende middelen over hebben om in te blijven zetten op preventie en extra inzet bij onvoorziene omstandigheden. Voor de preventieve/bewustwordingsactiviteiten zijn in veel gevallen ook subsidies en diensten beschikbaar, bijvoorbeeld via het RIEC en het Platform Veilig Ondernemen (PVO), waar wij gebruik van hebben gemaakt en kunnen blijven maken. Daardoor maken wij zelf minder kosten voor dergelijke activiteiten. Uiteraard wordt 2026 gebruikt om te kijken of we voor 2027 nog steeds een realistische begroting hebben voor integrale veiligheid.
44.
PNV
15
Wat zijn de gevolgen van het niet invullen van 2 fte BOA-vacatures voor de leefbaarheid en veiligheid in de wijken?
De afgelopen periode zijn er doorlopend BOA-vacatures geweest. Dit vanwege een hogere mutatiegraad binnen het team en omdat het uitdagend blijft om in de huidige arbeidsmarkt kwalitatief goede BOA’s te werven. De vraag naar BOA’s is hoger dan het aanbod. De verwachting is dat het niet invullen van 2 fte BOA-vacatures geen gevolgen heeft ten opzichte van de huidige situatie op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. Uiteraard is het wel zo dat er met 2 fte minder BOA’s minder toezichtsuren zijn.
45.
PNV
69/70
Is er een impactanalyse gedaan op de betaalbaarheid van sportdeelname, vooral voor jeugd en kwetsbare groepen, gezien de voorgestelde huurverhoging van 4% voor accommodaties?
De voorgestelde maatregel betreft het verhogen van de huur van alle gemeentelijke accommodaties. Waaronder de gemeentelijke accommodaties voor binnen- en buitensport (maar ook kinderopvangorganisaties en commerciële ruimtes). Vooruitlopend op dit voorstel is er geen impactanalyse gedaan op de betaalbaarheid van sportdeelname. In de toelichting is aangegeven dat de impact voor iedere individuele huurder verder moet worden uitgezocht.
14
46.
PNV
14
Zijn er alternatieven overwogen voor de tariefverhoging voor sportverenigingen, zoals een gefaseerde verhoging of een uitzondering voor jeugd- en breedtesport?
We benadrukken hier dat het om een voorstel gaat dat van toepassing is op alle gemeentelijke accommodaties, ingaande per 2027. In dit stadium van het voorstel zijn geen alternatieven overwogen. Zie ook het antwoord op vraag 45.
47.
PNV
78
Waarom wordt de Rotterdampas als sociaal instrument gepresenteerd, terwijl tegelijkertijd de gemeentelijke bijdrage voor minima wordt geschrapt?
Ondanks dat de gemeentelijke bijdrage wordt geschrapt, biedt de Rotterdampas nog steeds de mogelijkheid om gratis of met korting activiteiten in de regio te ondernemen. Hiermee is de Rotterdampas interessant voor alle inwoners.
48.
PNV
53
Waarom wordt geïnvesteerd in urban waterbuffers terwijl deze nog niet vergund zijn door het Hoogheemraadschap en mogelijk juridisch problematisch zijn?
De Urban waterbuffer die in Klapwijk is gerealiseerd betreft een pilot. Daarom is In het voortraject samen met het Hoogheemraadschap de haalbaarheid van de waterbuffer onderzocht. Er zijn toen geen signalen ontvangen dat er problemen zouden zijn qua vergunningverlening. Daarom is parallel aan het vergunningentraject gestart met de plaatsing van de buffer.
49.
PNV
13
Hoe wordt de structurele besparing van €289.000 op overhead gerealiseerd en wat zijn de gevolgen voor de dienstverlening aan inwoners?
Dit gaat om de toerekening van kosten voor overhead. Er worden meer uren aan investeringen toegerekend, waardoor er meer kosten voor overhead aan diezelfde investeringen kunnen
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
13
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording worden toegerekend. Dit is geen besparing omdat deze kosten in de vorm van kapitaallasten alsnog terugkomen in de exploitatie. Dit heeft geen effect op de dienstverlening aan inwoners.
50.
PNV
13
Waarom wordt geen onderbouwing gegeven bij de overheadbesparing, terwijl dit mogelijk leidt tot verminderde capaciteit en expertise?
De reden voor deze lagere lasten is dat er meer ureninzet aan investeringen wordt toegerekend en daarmee ook de bijbehorende toerekeningen van het overhead tarief. Dit leidt niet tot vermindering van capaciteit, maar een andere inzet van de bestaande capaciteit.
51.
PNV
156
Is het schrappen van subsidies voor evenementen en cultuur onderbouwd met meetbare maatschappelijke impact?
Het schrappen van subsidies voor evenementen en cultuur is o.i. niet aan de orde in de Programmabegroting 2026.
52.
PNV
69-70
Waarom wordt geïnvesteerd in recreatieve verbindingen en kunstgrasvervanging zonder urgentieanalyse, terwijl er bezuinigd wordt op veiligheid?
Het college heeft vanuit het financieel meerjarenperspectief maatregelen aan de gemeenteraad voorgesteld om te voldoen aan het kader van de gemeenteraad om voor 2026 en 2027 een sluitende begroting aan te bieden. De keuze is op het tijdelijk niet invullen van de BOA-formatie gevallen, mede omdat het twee moeilijk vervulbare vacatures betreft. Het vervangen van het kunstgras in enkele doelgebieden op sportcomplex De Groene Wijdte is conform het Beheerplan sportvelden 2024-2027, dat is vastgesteld door de raad.
53.
PNV
24
Uitwerking transformatielocatie: hoe zit het met grondspeculaties in onze gemeente. Hoeveel gronden zijn in het bezit van ontwikkelaars.
In de transformatiegebieden Dwarskade, Overgauw en Rijskade hebben ontwikkelaars in meer of mindere mate strategisch gronden verworven. Op dit moment is in Dwarskade circa 2 hectare door ontwikkelaars aangekocht, in Overgauw circa 13 hectare en in Rijskade circa 9 hectare. In Balijade zijn geen gronden door ontwikkelaars aangekocht.
54.
PNV
24
Uitwerking transformatiegebieden: noodzakelijke uitbreiding infrastructuur: In deze begroting nog geen rekening mee gehouden. Wat betekent dit voor de toekomst en de ontwikkeling van deze transformatiegebieden.
Er wordt momenteel een gemeentebreed verkeersonderzoek voorbereid. De resultaten daarvan zijn in de eerste helft van 2026 bekend. Op basis daarvan kan een keuze gemaakt worden in wat wel of niet noodzakelijk en/of wenselijk is qua uitbreiding dan wel aanpassing van infrastructuur.
55.
PNV
25
Voor hoeveel jaren is de doorstroommakelaar begroot en voor hoeveel?
De doorstroommakelaar maakt structureel onderdeel uit van de begroting. Daarvoor is een bedrag van €60.000 beschikbaar.
56.
PNV
25
Avalex locatie en huisvesting nieuwkomers: Wat betekent uitstel van bouwen op Avalex locatie voor de begroting van 2026 en verder.
Wij streven ernaar om, in samenwerking met andere partners, nog in 2026 te starten met de bouw. Dit heeft geen effect op de begroting.
57.
PNV
29
Aan welke knoppen wordt er gedraaid om koopwoningen betaalbaar te houden?
De maatregelen voor betaalbare woningen staan in de instrumentenkoffer 1.0. Op dit moment worden anti-speculatiebeding en de zelfbewoningsplicht toegepast. We werken aan een actualisatie van de instrumentenkoffer. Daarin kijken we welke aanvullende instrumenten nog kunnen worden toegepast.
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
14
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
58.
PNV
29
In hoeverre draagt het omgevingsplan of een huisvestingverordening eraan bij dat een koopwoning betaalbaar is?
Het omgevingsplan bepaalt de maximale uitbreidingsmogelijkheden van een woning. Voorbeeld is de maximale goothoogte en bouwhoogte. Hoe meer de woning kan worden uitgebreid, hoe groter de kans dat de woning verdwijnt uit het betaalbare segment. Een woning van drie lagen is immers duurder dan een woning met twee lagen. Daarnaast biedt het omgevingsplan nog aanvullende mogelijkheden, die we op dit moment nog niet gebruiken. Bijvoorbeeld het opnemen van een instandhoudingstermijn van maximaal 10 jaar. In de actualisatie van de instrumentenkoffer (zie ook vraag 57) beschrijven we hoe we dit willen toepassen bij nieuwe ontwikkelingen. Een huisvestingsverordening speelt geen rol in het betaalbaar houden van een woning. Daarmee regel je met name de toewijzing of het aanbrengen van wijzigingen (zoals verkamering of woningsplitsing).
59.
PNV
29
Welke factoren zorgen voor een woningprijs (behalve de bouwkosten/materialen).
Bepalend voor de koopsom van een woning zijn onder andere de ligging, grootte van de woning, kavelgrootte, afwerkingskwaliteit, hypotheekrente en de marktwerking (vraag en aanbod).
60.
PNV
30
Wat wordt er bedoeld met “urentoerekening”: als gevolg van een herverdeling van de .. aan het taakveld? Zowel voor ruimte en wonen als voor wonen en bouwen.
In voorbereiding op de begroting wordt een actualisatie gemaakt van de verwachte toerekening van aantallen uren aan taken en taakvelden. Dat leidt tot aanpassingen en derhalve tot meer of minder geprognosticeerde uren op een taakveld.
61.
PNV
36
Samenwerking onderwijs. Hoe is de samenwerking met hogescholen en universiteiten vorm gegeven? Vooral gelet op de ontwikkeling van afname aantal banen (p. 32) en verdergaande digitalisering en innovaties. Hoe uit de samenwerking zich in de programmabegroting?
De voortgezet onderwijsinstellingen in Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland werken samen met het bedrijfsleven in de stichting SOB Oostland. Deze organisatie brengt leerlingen van het voortgezet onderwijs en bedrijven in Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp dichter bij elkaar door middel van activiteiten op het gebied van Loopbaan Oriëntatie en Begeleiding (LOB). Het doel is om leerlingen een goed beeld te geven van de beroepsmogelijkheden in de regio met het bieden van stages en dergelijke. De samenwerking met het hoger onderwijs gebeurt in metropoolregio (MRDH) verband. De MRDH richt zich met cofinanciering van campusontwikkeling- en LLO-projecten op het verbeteren van de aansluiting tussen (hoger) onderwijs en de arbeidsmarkt. Dit draagt bij aan een kwalitatief sterke beroepsbevolking die de regionale economie versterkt. PijnackerNootdorp neemt deel aan de diverse werkgroepen die in dit kader actief zijn.
62.
PNV
38
Verduurzamen en vergroenen bedrijventerreinen: worden de bedrijfs duurzaamheidscoaches ook ingezet in dit traject?
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
De duurzaamheidscoach bedrijventerreinen ondersteunt ondernemers bij vraagstukken op het gebied van energie en energiebesparing.
15
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
63.
PNV
38
Subsidies en ondersteuningsregelingen: Op welk wijze krijgen ondernemers hulp bij het aanvragen van subsidies bij het vergroenen en verduurzamen van de bedrijventerreinen?
We zijn gestart met het verduurzamen en vergroenen van de Boezem. In samenwerking met het bestuur ondersteunen we bij het aanvragen van subsidies en stimuleren we ondernemers om deel te nemen aan deze ontwikkeling, met als doel hen te helpen bij het realiseren van duurzame en toekomstbestendige bedrijfsvoering en bedrijventerrein. Dit doen we door te helpen bij het schrijven van de aanvraag en het bij elkaar brengen van ondernemers voor de collectieve aanvraag.
64.
PNV
38
Voor hoeveel jaren is de bedrijfsduurzaamheidscoach begroot?
Bij de vaststelling van de programmabegroting 2024 is via een amendement een eenmalig bedrag van € 150.000,- beschikbaar gesteld voor een duurzaamheidscoach bedrijventerrein. Naar verwachting kunnen we deze duurzaamheidscoach bedrijventerrein hier drie jaar voor inzetten.
65.
PNV
42
Wat kost deelmobiliteit de gemeente (overlast/handhaving). In hoeverre wegen de kosten op tegen de baten?
Er zijn geen specifieke kosten voor handhaving verbonden aan deelmobiliteit, die valt onder de reguliere werkzaamheden.
66.
PNV
42
Deelmobiliteit van Felyx scooters zorgt voor een verrommeling straatbeeld (zie omgegooide scooters bij metro station centrum, die weken op hun zij liggen, niemand die zich geroepen voelt om het op te ruimen, Scooters die zelf op de trap liggen bij het station). Nu ook een pilot met deelfietsen. Is deelmobiliteit ooit geëvalueerd? Zo niet, gaat het gebeuren, zo ja, waar kan ik de uitkomsten vinden?
Er heeft geen evaluatie van deelmobiliteit plaatsgevonden. Mocht er een pilot voor deelfietsen worden gehouden, dan zal na afloop hiervan een evaluatie worden uitgevoerd.
67.
PNV
42
Waarom wordt er gestart met een plan van aanpak voor de S-bocht Delftsestraatweg zonder dat er financiële dekking is opgenomen voor de benodigde extra investeringen, terwijl het project meerdere urgente veiligheidsopgaven combineert?
Met het plan van aanpak inventariseren we de verschillende opgaven in het gebied (inclusief de opgave van het Hoogheemraadschap) en de mogelijke oplossingsrichtingen. We zijn met het Hoogheemraadschap in gesprek over een realistische planning van de aanpak. De verwachting is dat we in 2027 een voorstel aan u kunnen voorleggen met een inschatting van de kosten en de dekkingsmogelijkheden.
68.
PNV
42
Waarom is er in de begroting wel financiële dekking opgenomen voor de riolering bij de S-bocht Delftsestraatweg, maar niet voor de verkeersveiligheid en waterveiligheid, terwijl deze opgaven integraal worden aangepakt? Hoe voorkomt het college dat deze samenhangende maatregelen vertraging oplopen of suboptimaal worden uitgevoerd
Met het plan van aanpak komen we tot een integrale aanpak waarbij de verschillende opgaven in samenhang worden meegenomen en uitgevoerd. (zie ook antwoord op vraag 67)
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
16
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
69.
PNV
42
Aan welke begrotingsknoppen is het college bereid te draaien om de integrale aanpak van de S-bocht Delftsestraatweg wél financieel dekkend te maken? Wordt overwogen om middelen uit recreatie, mobiliteit of Eneco-reserves te heralloceren ten gunste van deze urgente veiligheidsopgave
We moeten eerst een beter beeld hebben over wat de opgaven in het gebied zijn en welke kosten daarmee gemoeid zijn. Op basis van dit beeld, zullen we kijken naar mogelijke dekkingsbronnen.
70.
PNV
50
De provinciale subsidie voor het beheer van de Dobbeplas daalt structureel van 80% naar 40%, terwijl de overgangsregeling slechts tijdelijke compensatie biedt. Hoe borgt het college dat het beheer van de Dobbeplas ook op de lange termijn financieel gedekt blijft? Wordt overwogen om hiervoor een meerjarige dekking op te nemen in de begroting, bijvoorbeeld via herallocatie van recreatiebudgetten of inzet van de reserve Beheer Dobbeplas?
De verwachting is dat er (met de overgangsregeling) in 2026 voldoende budget is voor het beheer van de Dobbeplas. In 2027 wordt een klein tekort voorzien. Indien dit in 2027 niet kan worden opgevangen door het beperken van de uitgaven, kan via de Reserve beheer Dobbeplas nog worden geborgd dat het noodzakelijke onderhoud ook daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Voor de langere termijn zal bij de kadernota 2028 worden beoordeeld hoe (al dan niet door versobering) vanaf 2028 een werkplan voor de Dobbeplas kan worden gemaakt met de beschikbare subsidie van de provincie.
71.
PNV
57
Gezien de aanvraag voor permanente uitbreiding van de Tweemaster vanwege leerlingengroei, hoe borgt het college dat deze uitbreiding past binnen het meerjarige huisvestingsplan en de beschikbare middelen? Wordt deze groei structureel meegenomen in de actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan Kindcentra (IHPK), en hoe wordt voorkomen dat incidentele aanvragen leiden tot versnippering van investeringsbesluiten
Ondanks dat er jaarlijks leerlingenprognoses worden opgesteld, was de groei van het aantal leerlingen van de Tweemaster (in deze mate) niet voorzien bij het opstellen van het Integraal Huisvestingsplan Kindcentra (IHPK) 2023. Bij een actualisatie van het IHPK worden deze groei en de gevolgen daarvan meegenomen. Schoolbesturen kunnen jaarlijks voor 1 februari een aanvraag indienen voor onderwijshuisvesting. Aanvragen worden getoetst aan de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs PN 2015. Aanvragen die na toetsing en beoordeling in aanmerking komen voor bekostiging komen op het Programma onderwijshuisvesting. Dat is ook van toepassing op de aanvraag van het schoolbestuur voor de uitbreiding van de Tweemaster.
72.
PNV
72
Hoe borgt het college dat de evaluatie van Team4Talent in 2026 niet alleen een verantwoording is van activiteiten, maar ook een inhoudelijke beoordeling van de maatschappelijke impact en doelmatigheid van de inzet? Worden hierbij ook de ervaringen van scholen, sportverenigingen en niet-sportende doelgroepen betrokken, en hoe wordt voorkomen dat de inzet vooral aanbodgestuurd blijft?
Het betreft een evaluatie van de projectperiode 2020-2026. Bij de evaluatie wordt aandacht besteed aan zowel kwantitatieve, als kwalitatieve aspecten van de inzet van T4T. Daarbij worden de ervaringen van scholen, sportverenigingen en andere samenwerkingspartners betrokken, zodat een volledig beeld ontstaat van de impact van Team4Talent binnen onze gemeente. Tot slot merken wij op dat het activiteitenaanbod (vooraf) wordt afgestemd op de behoefte bij de samenwerkingspartners.
73.
PNV
In hoeverre is het college ermee bekend dat in folders opgenomen T4T activiteiten met enige regelmaat geen doorgang vinden vanwege onvoldoende animo?
Het college is ermee bekend dat een klein aantal activiteiten van Team4Talent, ondanks promotie-inspanningen, geen doorgang heeft gevonden vanwege een beperkte opkomst. Team4Talent bood in de betreffende periode een uitgebreid programma met diverse activiteiten aan. De ervaringen uit deze editie worden geëvalueerd en meegenomen bij de verdere
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
17
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording ontwikkeling van toekomstige vakantieprogramma’s, zodat het aanbod nog beter aansluit op de belangstelling van kinderen en ouders.
74.
PNV
Is in een tijd waarin iedereen het met een onsje minder moet doen verantwoord om activiteiten als indoor “snowbaorden/skieën” aan te bieden in de herfstvakantie door T4T?
De activiteit waar in de vraag naar wordt verwezen, wordt niet georganiseerd door Team4Talent. Gro-up Buurtwerk bereidt op dit moment een snowboardactiviteit voor in de kerstvakantie. Deze activiteit is vraaggericht opgezet en laagdrempelig toegankelijk voor alle kinderen. Voor deelname wordt een beperkte bijdrage gevraagd om te stimuleren dat aangemelde deelnemers ook daadwerkelijk deelnemen. Gro-up Buurtwerk beschikt over een jaarlijks activiteitenbudget waarmee vakantieprogramma’s worden georganiseerd die aansluiten bij de wensen van kinderen in de gemeente. Daarbij wordt ook nadrukkelijk aandacht besteed aan het bereiken van kinderen die anders minder snel aan dit soort activiteiten zouden kunnen deelnemen.
75.
PNV
Hoe wordt geborgd dat de inzet van Team4Talent voor de ‘rijke schooldag’ daadwerkelijk bijdraagt aan gelijke ontwikkelkansen voor álle leerlingen, en niet slechts aan een uitbreiding van het aanbod voor scholen die al goed georganiseerd zijn? Wordt er actief gestuurd op bereik onder kwetsbare doelgroepen en scholen met extra ondersteuningsbehoefte, en hoe wordt dit gemonitord en geëvalueerd?
Team4Talent is actief op bijna alle basisscholen in de gemeente en biedt vanuit het werkplan een breed sport-, beweeg- en cultuuraanbod aan. Scholen kunnen op basis van hun eigen behoefte activiteiten afnemen uit de zogenoemde menukaart. Daarmee wordt aangesloten bij de lokale situatie en de mogelijkheden binnen iedere school. Bij de inzet wordt gestuurd op een evenwichtige spreiding van activiteiten en bereik onder verschillende scholen, zodat alle leerlingen de mogelijkheid krijgen deel te nemen aan een gevarieerd programma dat bijdraagt aan hun ontwikkeling. Team4Talent onderhoudt hierbij structureel contact met scholen, kinderopvangorganisaties en netwerkpartners om signalen over behoefte en bereik te bespreken. De ervaringen worden meegenomen in de jaarlijkse evaluatie van het werkplan, waarmee het aanbod, waar nodig wordt bijgesteld.
76.
PNV
92
Hoe waarborgt het college dat de inzet op jeugd en veiligheid in 2026 niet alleen reactief is gericht op het signaleren van overlast en strafbare feiten, maar ook proactief bijdraagt aan het voorkomen van criminalisering en middelengebruik onder jongeren?
Er wordt op verschillende manieren preventief ingezet op criminalisering en middelengebruik onder jongeren. Dit doen we onder andere door de inzet van het ambulante jongerenwerk, voorlichting over middelengebruik i.s.m. Brijder en project Dealbreakers.
77.
PNV
92
Hoe wordt binnen de Programmabegroting 2026 inzichtelijk gemaakt welke middelen specifiek worden ingezet voor de aanpak van jeugdcriminaliteit, en hoe wordt de effectiviteit van deze inzet gemeten? Gezien de brede formuleringen in het sociaal domein en het veiligheidsprogramma, ontbreekt een duidelijke financiële onderbouwing en monitoring van resultaten op dit thema. Hoe voorkomt het college dat jeugdcriminaliteit
Er wordt preventief ingezet via bijvoorbeeld het ambulante jongerenwerk en project Dealbreakers. Daar waar nodig wordt repressief ingezet via bestuursrechtelijke handhaving en/of een strafrechtelijk traject. Dit kan dan eventueel ook via een integrale persoonsgerichte aanpak waarbij ook wordt gekeken welke zorg/hulpverlening er nodig is om recidive te voorkomen. Dit alles verloopt via de reguliere/bestaande structuren.
Beantwoording beeldvormende vragen begroting 2026
18
Nr.
Fractie
Pagina
Vraag
Beantwoording
slechts impliciet wordt meegenomen in bredere beleidslijnen, zonder dat er gerichte sturing en verantwoording plaatsvindt? 78.
D66
15
Op het gebied van handhaving liggen forse uitdagingen. Wat zijn de gevolgen als de vacatures voor BOA's gesloten worden? Bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en druk op de politie.
De afgelopen periode zijn er doorlopend BOA-vacatures geweest. Dit vanwege een hogere mutiatiegraad binnen het team en omdat het uitdagend blijft om in de huidige arbeidsmarkt kwalitatief goede BOA’s te werven. De vraag naar BOA’s is hoger dan het aanbod. De verwachting is dat het niet invullen van 2 fte BOA-vacatures geen gevolgen heeft ten opzichte van de huidige situatie op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. Uiteraard is het wel zo dat er met 2 fte minder BOA’s minder toezichtsuren zijn.
79.
D66
15
Voorgesteld wordt om het SCC met één jaar uit te stellen. Wat betekent het uitstel voor extra exploitatiekosten zoals bijvoorbeeld van de bibliotheek Julianalaan? En in hoeverre is hiermee rekening gehouden in het opstellen van de begroting. Graag kwantitatief beantwoorden per jaar.
Door het uitstel van de opening lopen de exploitatiekosten van de bibliotheek een jaar langer door (tot in 2028). De bibliotheek houdt al rekening met exploitatiekosten tot eind 2027. De gemeente heeft een aantal maanden langer beheerskosten voor het Rabobank pand aangezien de sloop eind 2026 staat gepland in plaats van Q1 2026. Voor de overige potentiële huurders van het SCC worden er geen financiële effecten verwacht. Zij betalen immers huur die gewoon doorloopt.
80.
D66
15
Eerder is de raad geïnformeerd over druk op de personele bezetting; het college noemt dit argument ook regelmatig n.a.v. verzoeken door de raad. In hoeverre zet deze maatregel (aframing personele begroting) verder druk op het personeel, de gestelde ambities, en wat betekent dit voor het goed kunnen functioneren van het lokale bestuur?
De krappe formatie raakt organisatiebreed aan vele beleidsthema’s en vraagt van het ons college om te prioriteren in de ambities. Iedere maatregel is vervelend en onwenselijk. Het is noodzakelijk om maatregelen te nemen ten behoeve van een sluitende begroting. Wij achten de keuze om de twee moeilijk vervulbare vacatures tijdelijk niet op te stellen verantwoord in relatie tot andere ook belangrijke onderwerpen. Het team handhaving is de afgelopen jaren uitgebreid en raakt steeds beter ingewerkt.
81.
D66
15
Wat is het meerjarig effect (1) op de begroting en (2) de lasten voor onze inwoners indien gekozen wordt voor een OZB verhoging die de OZB op vergelijkbare hoogte legt met omliggende gemeenten, óf in lijn met de lokale belastingcapaciteit waarmee het Rijk rekening houdt? Graag het antwoord zowel in procentuele verandering als in euro's (oude en nieuwe bedragen).
Voor een vergelijk met omliggende gemeenten moeten we terugvallen op de laatst bekende gegevens, terug te vinden in tabel 1.5.1 op pagina 123. De gemiddelde OZB last van de omliggende gemeenten die daar worden genoemd bedraagt € 459. De OZB last in PijnackerNootdorp lag € 28,- lager. Wanneer de gemiddelde OZB last voor Pijnacker-Nootdorp was gelijkgesteld met het gemiddelde in de omliggende gemeenten die staan vermeld, was de OZB opbrengst in 2025 € 644.000 hoger geweest. (berekend met afgerond 23.000 woonruimten) Voor de begroting 2026 kan dit vergelijk niet worden gemaakt vanwege het ontbreken van de benodigde informatie. Voor 2026 dekken de begrote OZB opbrengsten de belastingcapaciteit waarmee het Rijk rekening houdt met 101,4% wat overeenkomt met € 200.000 voor Pijnacker-Nootdorp. In 2021 bedroeg dit 126,5% wat overeenkwam met € 2.700.000. Hierbij houdt het Rijk rekening met 70% van de totale WOZ waarde van woningen en 80% van de totale WOZ waarde van nietwoningen.