Bijlage - antwoord bij vraag m.b.t. pag 46 - Eigenwijs transformeren.pdf
Tekst van het document
Deze term verwijst naar de gezamenlijke overtuiging dat de jeugdhulp ‘Hendiger’ moet en kan. De pilot, die ‘een reis’ wordt genoemd, moet leiden tot meer, simpelere en betere samenwerking tussen beroepskrachten van de toegang en beroepskrachten die ondersteuning, begeleiding, hulp en zorg verlenen en tussen netwerkpartners en de gemeente op het gebied van Jeugd. Meer informatie over deze pilot is te vinden onder het kopje Inrichting van jeugdhulp. Overall gezien is er in Peel en Maas niet echt een duidelijk onderscheid tussen Peel en Maas voor en na de decentralisatie. Wel is de blik van Peel en Maas na de decentralisatie naar eigen zeggen een jaar of twee meer naar binnen gericht geweest, om er voor te zorgen dat bovenstaande goed kon worden opgezet. Hierdoor was er tijdelijk minder ruimte voor die open blik naar buiten, waar de gemeente normaliter zo op gesteld is. 59
“Voor mijn gevoel hebben we na de decentralisatie twee jaar stil gelegen”. – Accountmanager Sociaal Domein en procesbegeleider van Hendig “We moesten elkaar anders leren vasthouden”. – Procesbegeleider van de expertisetent van Hendig In die twee jaar is er hard gewerkt en heeft er een zoektocht plaatsgevonden naar de krachten van Peel en Maas, om daar vervolgens zo goed mogelijk bij aan te sluiten, en deze zo goed mogelijk over te brengen aan iedereen die er van kan profiteren en aan bij kan dragen. Visie op de jeugdhulp Sociaal domein breed wil de gemeente Peel en Maas bijdragen aan het goede leven in Peel en Maas. De gemeente wil investeren in de kwaliteit van leven van haar burgers, als geheel en integraal over alle levensdomeinen, maar legt de regie daarvoor wel zoveel mogelijk bij de burgers zelf. Daarbij is de gemeente er van overtuigd dat investeren in de voorkant altijd winst oplevert aan de achterkant. Een belangrijk uitgangspunt in de jeugdhulp is preventie en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Hierin spelen de gezinscoaches, die de toegang vormen tot de jeugdhulp, maar zelf ook hulp verlenen, een centrale rol. Meer informatie over de gezinscoaches is te vinden in het hoofdstuk Inrichting van de jeugdhulp.
Opvoeden en opgroeien als gemeenschapsverantwoordelijkheid De organisatie van de jeugdhulp in Peel en Maas is er op gericht dat kinderen en jongeren (de jeugd) gezond en veilig kunnen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen, zodat ze kunnen groeien naar zelfstandigheid en deel kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer, rekening houdend met hun ontwikkelingsniveau. De gemeente ziet opvoeden en opgroeien als een ‘gemeenschapsverantwoordelijkheid’, waarin het belang van het kind centraal staat. Er wordt daarom naast eigen kracht ook wel gesproken over samen kracht.
De gemeente vindt het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, partners en gemeenschap(pen), om binnen het financiële kader van het rijk, de zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezinnen te organiseren en verantwoord met gemeenschapsgeld om te gaan. Voor een goed leven hebben we elkaar nodig, is de gedachte. De gemeente stimuleert gemeenschappen om ‘hun jeugd’ (0-23 jaar) te laten ontdekken wat ze willen in dit leven, met ruimte voor ontwikkeling van het sociale en culturele. Deze gemeenschappen, in de volksmond ook wel de vele (helpende) handen van Peel en Maas (en omgeving) genoemd, kenmerken zich doordat iedereen naar vermogen mee doet. Het goede leven in Peel en Maas wordt dus zo veel mogelijk vanuit de samenleving bevorderd. Zelfsturing Zelfsturing heeft een centrale rol in de visie van Peel en Maas op jeugdhulp. Dit sluit aan bij het idee van een goed ontwikkelde pedagogische civil society en bij “de wissels om”, een koers die in 2013 is ingezet richting een andere, meer duurzame manier van met elkaar samenleven en – werken. Een samenleving waarin gemeenschappen en de burgers die deze gemeenschappen vormen in een meer leidende positie komen, en waar de gemeente zich meer communicatief, als partner, toe moeten verhouden.
De gemeente wil deze ‘beweging van onderop’ laten ontstaan en treedt daartoe stimulerend en faciliterend op om het gesprek over de pedagogische civil society op gang te brengen (en houden) en daarmee aan het versterken ervan bij te dragen. Verder vertrouwt de gemeente op het vakmanschap van de beroepskrachten en legt handelingsvrijheid, doorzettingsmacht en beslissingsbevoegdheden vooral bij de mensen die met de voeten in de klei staan en weten wat er daadwerkelijk speelt. Zo heeft de gemeente zelf de buitendienst in dienst, wordt er niet aan tijdschrijven en urenregistratie gedaan, en zit er in het huis van de gemeente geen kassière bij de catering. Regels en protocollen zijn teruggebracht tot het verantwoorde minimum en zijn vooral kwalitatief en niet limitatief.
60
“Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten” – Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig “In Peel en Maas werken we niet voor de wethouder, met andere woorden we maken geen beleid op basis van incidenten, maar laten de visie altijd leidend zijn. De gemeente secretaris is heel belangrijk. Daarbij staat elke leidinggevende voor zijn mensen en past ook de wijze van communiceren bij de visie.” – Procesbegeleider van de expertisetent van Hendig Naar eigen zeggen is dit een groot verschil met hoe omliggende gemeenten hun rol invullen. Betrokkenheid inwoners en netwerkpartners bij beleidsvorming In aansluiting op deze visie is het betrekken van burgers en netwerkpartners bij beleidsvorming in Peel en Maas al jaren een vanzelfsprekendheid. De beleidsontwikkeling in Peel en Maas is grotendeels gebaseerd op kennis en ervaring die in de praktijk wordt opgedaan. Het beleid wordt tot stand gebracht, geschapen, in dialoog, in samenspraak en samenwerking met vertegenwoordigers uit onze samenleving; burgers, ondernemers en verenigingen, aanbieders die belang hebben bij dit beleid of onderdelen ervan. De gemeente kent tientallen belangenadviesgremia en co-creatiegroepen die de mogelijkheid krijgen om hun ervaringen, denkbeelden en belangen in te brengen. De gemeente ziet hen als co-createurs van het beleid24.
De gemeente spreekt daarom liever ook niet van inspraak, maar van meespraak. Deze werkwijze van co-creatie en meespraak staat model voor de ‘beweging van onderop’ en is een van de centrale elementen van de drie decentralisaties. Formeel gezien is het beleid van de gemeente en andere regiepartijen, omdat het door de gemeente en regiepartijen wordt vastgesteld. In overdrachtelijke zin is het door co-creatie en meespraak van iedereen.
Adviesraad Sociaal Domein De gemeente kent daarnaast een door het veld bepaalde sociaal domein brede adviesraad: de Adviesraad Sociaal Domein. Deze bestaat uit zogenaamde ‘integralisten’: personen die het hele terrein van het sociaal domein overzien en die vanuit een positie van ‘afstandelijke betrokkenheid’ een oordeel kunnen vellen over de mate waarin het beleid spoort met het uitgangspunt van ‘heelheid’ en daarmee evenwichtig en passend is voor de gemeente Peel en Maas en haar inwoners. Aan het eind van het proces en de fase van meespraak en co-creatie, of als nodig een keer tussendoor, komt pas de brede raad van integralisten in beeld om ten behoeve van het orgaan dat het eindoordeel moet geven – dat is het college en/of de gemeenteraad – een advies te geven over de totaliteit van het beleidsvoorstel. De Adviesraad Sociaal Domein gaat de processen van co-creatie niet dunnetjes overdoen, maar ze geven wel een oordeel over de gang van zaken en de uitkomsten ervan. De overlegstructuur met de adviesraad is afhankelijk van de ontwikkelingen. Zij benoemt ieder jaar een aantal thema’s waar ze mee aan de slag wil, waar ze bij betrokken willen zijn. De afgelopen jaren waren dit overigens geen expliciete thema’s op het gebied van jeugd.
Zowel de belangenorganisaties als De Adviesraad Sociaal Domein worden door het College ondersteund om hun bijdragen te leveren in de processen van co-creatie/om hun taken te kunnen uitoefenen. Het nieuwe besturen Naar eigen zeggen kiest de gemeente Peel en Maas met deze werkwijze van co-creatie en meespraak voor een fundamenteel andere positie dan veel andere overheden, die vanuit hun eigen systeemwereld een beleidswerkelijkheid creëren. De gemeente wil hiermee bijdragen aan een samenleving die door mensen wordt ervaren als hún samenleving. Zij doopte deze ambitie in 2014 tot ‘het nieuwe besturen’.
24 Mede dankzij het eerder genoemde initiatief ‘Werk maken van Werk’ kent Peel en Maas veel ondernemende co-createurs.
61
Inrichting van de jeugdhulp De gemeente ziet zich bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van verschillende vormen van jeugdhulp en van gecertificeerde instellingen en dient er naar eigen zeggen voor te zorgen dat ieder kind dat een vorm van jeugdhulp nodig heeft, deze daadwerkelijk krijgt. Gezinscoaches verlenen toegang In de inrichting van de jeugdhulp kent de gemeente een centrale rol toe aan (twintig) gezinscoaches. Dit zijn hoogwaardige professionals op het gebied van opvoeden en opgroeien, en grotendeels voormalige beroepskrachten van MEE, Vorkmeer, Bureau Jeugdzorg, Rubicon, Mutsaersstichting, en Dichterbij (Kleur). De gezinscoaches vormen de toegangspoort naar de jeugdhulp en specialistische voorzieningen, maar blijven zelf ook betrokken als er specialistische jeugdhulp nodig is. “Als er specialistische kennis nodig is, wordt deze als het ware ingevlogen, maar de gezinscoach blijft casemanagement uitvoeren. En dan zijn er als het ware twee opties.
De gezinscoach blijft hulp verlenen en voor het specialistische wordt een jeugdhulpaanbieder ingezet, of enkel een jeugdhulpaanbieder wordt ingezet en de gezinscoach blijft casemanagement uitvoeren” - Beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling De gezinscoaches spelen een cruciale rol in het verhogen van de kwaliteit van jeugdhulp en het terugdringen van het gebruik van duurdere specialistische voorzieningen, waarbij het eerstgenoemde en niet het laatstgenoemde in Peel en Maas voorop staat. Het (zelfsturende) team van gezinscoaches is wel resultaatverantwoordelijk voor de financiën, gekoppeld aan de inzet van specialistische hulp. De gedachte is dat deze constructie kostenbewust handelen vergroot en dat er naar oplossingen gezocht wordt voor een doelmatige inzet van financiële middelen.
Gezinscoaches verlenen zelf ook hulp De gezinscoaches van Peel en Maas vormen niet alleen een toegangspoort, maar verlenen zelf ook hulp en ondersteuning en kunnen indien nodig ook andere ondersteuning binnen het Sociaal Domein inzetten. De gezinscoaches zijn geen generalisten ‘die alles kunnen’, maar zijn als team generalistisch. Ze werken ambulant, en gebied gebonden. Jongeren en gezinnen kunnen zelf bij de gezinscoach aankloppen, maar kunnen ook naar hen worden doorverwezen door onderwijs, Vorkmeer of de huisarts. De gezinscoaches zijn te vinden in de (vaak al vertrouwde) basisvoorzieningen, waaronder bij huisartsen (zie verderop). In de praktijk blijkt dat de gezinscoaches op de meeste opvoedingsen opgroeivragen zelf ondersteuning en hulp bieden. Één gezin, één plan, één regisseur Door de inzet van de gezinscoaches wordt de hulp integraal en in samenwerking tussen partners in de jeugdhulpketen in Peel en Maas (en de regio NoordLimburg) opgepakt volgens het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Deze werkwijze is ook de verbindende schakel tussen alle elementen (ondersteuning van jeugdspecialisten) én tussen andere domeinen (zoals passend onderwijs, het veiligheidshuis, WMO, Werk en Inkomen, schuldhulpverlening, volwassenenzorg).
Het idee is dat kinderen, jongeren en/of ouders door de inzet van de gezinscoach slechts één keer een hulpvraag hoeven te stellen, en met zo min mogelijk hulpverleners wordt geconfronteerd. De-medicaliseren, ontzorgen, normaliseren, en werken aan het herstel van het gewone leven inclusief deelname aan de gemeenschap, zijn hierbij uitgangspunten. “Met ouders en jeugdigen wordt bijvoorbeeld besproken wat tot normaal gedrag behoort en wat niet en er wordt niet direct naar specialistische hulp verwezen voor een diagnostisch traject, maar gekeken wat er op school of thuis anders kan, bijvoorbeeld door meer structuur te bieden.” - Gezinscoach
62
Eigen kracht en eigen regie In de uitvoering van de jeugdhulp ligt de focus op het versterken van de eigen kracht van gezinnen en hun sociale omgeving. De gemeente gaat er vanuit dat burgers zelf hun kwaliteit van leven bepalen en is van mening dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen primair bij de ouders en de jeugdige zelf ligt en ook de regie zoveel mogelijk bij hen moet (blijven) liggen. De professionele hulp is er dan ook op gericht om ouders regie te laten voeren en toe te rusten, zodat zij zoveel mogelijk vanuit de eigen kracht en het eigen sociale netwerk oplossingen vinden voor vragen en eventuele problemen. Het gaat om het ondersteunen van de opvoeding en niet om het overnemen daarvan, omdat de gemeente wil bereiken dat ouders zelf in staat zijn om de zorg te organiseren, en dat de verantwoordelijkheid van de gemeente op de tweede plaats komt. Dit geldt voor iedereen. Buiten kijf staat dat bij gevaar of (ernstige) bedreiging snel en slagvaardig specialistische hulp geboden moet worden, eventueel onder dwang. Weinig regels en protocollen De gemeente stelt het vakmanschap van de beroepskracht centraal in plaats van regelgeving en protocollen. Zij is van mening dat door niet regels, maar de burger, als uitgangspunt te nemen en pas achteraf verantwoording af te leggen, veel bereikt kan worden.
“Achteraf kun je laten zien dat één en ander niet geheel volgens de regels is gegaan, maar dat het wel heeft gewerkt”. – Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig In individuele gevallen wordt dan ook altijd gekeken naar wat nodig is, ook in het geval van kleine doelgroepen. Daar is geen algemene beleidslijn voor. De juiste zorg op de juiste plaats staat centraal, evenals het vertrouwen dat dit uiteindelijk ook zal leiden tot het terugdringen van het gebruik van duurdere zorg en dus financiële winst.
“Wij doen geen financieel management, wij doen relatiemanagement. Wij spreken elkaar aan als iets niet bevalt en we gaan met elkaar de discussie aan als het geld op is want dan moeten we het anders doen. Want de burger moet ondersteuning hebben. En als we financieel management doen dan spreken we niet die partijen alleen maar dan roepen we ze allemaal bij elkaar.” - Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig Op maat, dichtbij huis en duurzaam Jeugdhulp wordt in Peel en Maas zoveel mogelijk op maat en in de eigen omgeving aangeboden. Het motto is: ‘licht waar het kan, zwaar als het moet’. Soms blijkt dat een kort gesprek met de gezinscoach voldoende is. Zo niet, dan maakt de gezinscoach een analyse op maat, waarna samen met het gezin besproken wordt hoe er gewerkt gaat worden naar een oplossing. Gezinscoaches werken daarbij volgens de visie die Jeugdstation.nl al hanteerde: ‘niet loslaten tot iemand goed zit’. De aangeboden ondersteuning en zorg moet uiteindelijk zo effectief en duurzaam zijn dat herhaling van dezelfde zorgvraag van een gezin zo weinig mogelijk voorkomt. Overgang 18-/18+ Om de hulp, zorg en ondersteuning voor jongeren wanneer ze 18 jaar worden beter te borgen en te continueren, en in te spelen op de behoefte aan integraal werken in de toegang, is er een integraal team jongvolwassenen.
Dit team is ontstaan vanuit een in 2017 gestarte pilot, en bedoeld voor jongeren in de leeftijd van 17-27 jaar waar op alle levensgebieden nog ontwikkelingen mogelijk zijn en waar zij en/of hun netwerk zelfstandig niet uitkomen. Het team bestaat uit medewerkers van WIJZ (Werk, Inkomen, Jeugd & Zorg), waaronder een gezinscoach, WMO consulent, en jongerencoach. Afhankelijk van de problematiek wordt bepaald wie het aanspreekpunt is. Het team gaat met jongeren aan de slag vanuit het geheel en niet vanuit de losse onderdelen. Ook deze werkwijze is niet gebaseerd op protocollen, maar op vrije beweegruimte binnen de kaders.
63
Uit een rendementsanalyse is gebleken dat deze integrale werkwijze leidt tot meer vakmensschap25 en tot andere oplossingen die meer rendement opleveren. De integrale werkwijze blijkt van toegevoegde waarde voor de kwaliteit van leven van de burgers en hun naasten, voor de pilotteamleden zelf (zij voelen zich niet meer alleen staan en voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk en delen het eigenaarschap, wie de procesregie voert is daardoor minder belangrijk), voor de partners (betrokken beroepskrachten en burgers/ondernemers) en voor de gemeente en regievoerders uit aanpalende domeinen. In 2019 zijn er 18 jongeren ondersteund vanuit het integraal team jongvolwassenen. Samenwerking met huisartsen Bij elke huisartsenpraktijk in Peel en Maas zit een gezinscoach, die daar spreekuur heeft. De betreffende gezinscoach is contactpersoon voor de huisarts. Vanuit de gemeente is er twee keer per jaar overleg met de huisartsenpraktijk van Maasbree. De huisarts hier is woordvoerder voor alle huisartsen in Peel en Maas. Bij dit overleg is ook een afgevaardigde van de huisartsenkoepel (Cohesie) aanwezig, waar regionaal 2-4 keer per jaar overleg mee is. Zowel gezinscoaches als huisartsen beschrijven de werkwijze als een win-win.
Er wordt sneller geschakeld met elkaar, er wordt een gedegen en brede(re) analyse gedaan met behulp van het positieve gezondheidsmodel, met minder diagnostiektrajecten als gevolg, en de kwaliteit van de hulp wordt nauwgezet gemonitord middels 3-maandelijkse evaluatiegesprekken. Bovendien leidt dat evalueren tot sneller de juiste hulp op de juiste plek en daarmee is een deel van de trajecten aanzienlijk verkort. De gemeente heeft bewust niet gekozen voor een POH-GGZ, omdat die een GGZ specialisatie heeft, en men juist met een brede blik wil kijken. Daarvoor is
iemand nodig die dat goed uit kan vragen en ervoor kan zorgen dat eventuele hulp integraal opgepakt wordt, is de gedachte. “Huisartsen geven zelf vaak ook aan geen goed beeld te hebben van bijvoorbeeld welzijn en dat lokale brengen gezinscoaches in, naast de meer medische blik van de huisarts.” - Beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling Samenwerking met het onderwijs Ook alle scholen in de gemeente Peel en Maas hebben een gezinscoach als contactpersoon. De gemeente is van mening dat een goede samenwerking tussen het onderwijs en de jeugdhulp veel problemen, en een onnodig beroep op dure jeugdzorg, kan voorkomen. Samenwerking en korte lijnen tussen de intern begeleider (primair onderwijs) of zorgcoördinator (voortgezet onderwijs) en de gezinscoach worden daarom als cruciaal gezien. Evenals samenwerking en korte lijnen met de leerplichtambtenaar, die in het team van de gezinscoaches zit. Tussen de school en gezinscoach is er 1-2 keer per jaar overleg. Daarnaast zijn er casus specifieke overleggen. Het is afhankelijk van de school en van de casussen hoe intensief de samenwerking is.
Daarnaast is er in Noord-Limburg tussen de samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs, waarin het speciaal onderwijs is geïntegreerd, enerzijds en de gemeenten anderzijds een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) onderwijs – jeugd opgesteld, waarin met elkaar is afgesproken om gemeenschappelijke thema‘s regionaal of lokaal op te pakken. Hiertoe zijn vastgestelde gedeelde uitgangspunten en een ontwikkelagenda opgesteld waarin thema’s als overbelaste jongeren, thuiszitters, de internationale schakelklas en aansluiting op de arbeidsmarkt terugkomen. Men is nu bezig om te komen tot een nieuwe beleidsplan voor 2021 en verder.
25 Deze term verwijst naar het feit dat beroepskrachten naast vakmanschap ook hun kennis en ervaring als mens inbrengen.
64
Pilot Hendig Om de inrichting van de jeugdhulp (verder) door te ontwikkelen zijn beroepskrachten, beleidsmedewerkers, managers, financiële experts en andere experts uit de gemeente Peel en Maas begin 2019 gestart met de pilot Hendig. Binnen Hendig worden vragen van gezinnen samen met hen, partners van de pilot en gezinscoaches in een ‘open tent’ besproken, waarin zij elkaar ontmoeten en samen bepalen wat nodig is26. De tent staat symbool voor de samenwerking die gebaseerd is op ieders expertise en kwaliteiten en veel minder op in welke organisatie iemand werkt. Waar en hoe ze elkaar ontmoeten is een keuze van de beroepskrachten zelf. Een belangrijk kenmerk van Hendig is dat alle partners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de hulp, de kaders en de inzet van het budget. De gemeente schetst dit vaak aan de hand van het 1-euro principe, die je maar één keer kunt uitgeven en waarvan je gezamenlijk moet bepalen waaraan. Dit principe staat ook centraal in de meedenkgroep financiën, waarin de financiële experts van de aanbieders zitten, en in de meedenkgroep inhoud, waarin de managers van de aanbieders zitten. “Als ik de ene partner een euro geef, geef ik hem niet aan de ander. En die heeft ook iets over die euro te zeggen.
Met zijn drieën hebben we er iets over te zeggen en dan moet je wel het gesprek met elkaar aan durven gaan over bedrijfsvoering, over wat je doet, over hoe je die euro inzet. Want het is allemaal onze euro” - Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig
26 Bij de start van Hendig waren bij ieder gezin nog alle partners van de pilot aanwezig in de ‘open tent’. Sinds 2020 bepalen partners vooraf, aan de hand van anonieme casuïstiek, of zij van toegevoegde waarde kunnen zijn in een casus (in de vorm van hulp verlenen of meedenken) en op basis daarvan wel of niet deelnemen aan de ‘open tent’.
Daarnaast zijn de experts ook samen verantwoordelijk voor het vinden van oplossingen voor problemen waar ze tegenaan lopen, zoals de vraag hoe de registratie van de casussen binnen Hendig er in de toekomst uit gaat zien. Dit gebeurde voor de eerste casussen handmatig in een Excel bestand, maar dat is niet houdbaar als dit 100 of meer casussen per jaar gaan worden. De vraag wordt gehoord, in dit geval is er ook herkenning bij de projectleiders, en vervolgens wordt er gezegd: “Jullie zijn de experts, welke oplossingen zien jullie?” Op deze wijze zijn de experts altijd onderdeel van de oplossing. In 2019 zijn er 11 casussen opgepakt binnen Hendig, in 2020 waren dit er ongeveer 40. Tot nu toe maken de gezinscoaches steeds een eerste selectie van casussen die zij in de tent willen bespreken. Dit, en ook de samenstelling van de partners in de tent, veelal aanbieders van specialistische hulp, heeft er toe geleid dat er in de tent tot nu toe vooral complexere casussen zijn besproken. In de toekomst wil de gemeente geen selectiecriteria (meer) hanteren voor bespreking in de tent. Dan moeten niet alleen complexe, maar ook eenvoudige (meer preventieve) vragen hier besproken (kunnen) worden. Dit om vanaf het begin af aan gezamenlijk en zo breed mogelijk na te denken over passende hulp. Daarnaast om te voorkomen dat het voor de gezinscoaches voelt als falen om een casus in te brengen.
‘Je vraagt immers pas om hulp als je er zelf niet uitkomt’, kan nu soms de gedachte zijn. Verwachte effecten De verwachting is dat de samenwerking binnen Hendig en het verminderen van de (administratieve) lasten een aantal effecten sorteert. Inhoudelijk dat het leidt tot meer passende en integrale hulp aan de gezinnen die dit nodig hebben. Beroepsmatig dat het vakmanschap en de toegevoegde waarde van professionals leidend is en niet het organisatie- en productmatig perspectief waar men werkzaam is. Bedrijfsmatig dat het leidt tot minder uitgaven en daarmee tot meer budget voor de daadwerkelijke hulp. De verwachting is dat door het ontschotten van budgetten er meer mogelijkheden ontstaan voor
65
betere samenwerking en innovaties in ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en gezinnen. “Ik kreeg een hoopvol gevoel toen ik voor het eerst hoorde over Hendig. Nu gaat er misschien wel iets veranderen, dacht ik. Dat gaf me energie. Ik was hoopvol omdat ik denk dat sommige dingen makkelijker van binnenuit dan van bovenaf te veranderen zijn. Wat mij aanspreekt is de energie die vrijkomt doordat we terug gaan naar de bedoeling.” – Beroepskracht welzijnsinstelling Om bovenstaande effecten aan te kunnen tonen zullen er eerst meer casussen ‘Hendig’ opgepakt en ook geëvalueerd moeten worden. Hieronder beschrijven we de eerste ervaringen van ouders, jongeren en beroepskrachten kort. Deze zijn afkomstig uit de evaluaties die de gemeente tot nu toe ontvangen heeft. Eerste ervaringen ouders en jongeren Ouders en jongeren die deelnamen aan de ‘open tent’ zijn veelal tevreden over de manier van werken en over de hulp die na deelname aan de tent vaak snel geboden kon worden. Zij geven doorgaans aan dat zij zich gehoord en serieus genomen voelden, en noemen soms ook expliciet dat zij het gevoel hadden dat de regie bij hen lag of dat de inhoud centraal stond en niet de organisatiebelangen. “Het feit dat iedereen meedenkt en het beste met ons voor had, zonder, wat zal ik zeggen “reclamepraatje” was een hele prettige ervaring.
Wij hadden een beetje verwacht dat iedereen zijn aanbod kenbaar zou maken en dat wij daar dan uit moesten kiezen. Zoals het nu verliep was boven verwachting voor ons.” – Ouders die deelnamen aan de open tent. Ouders en jongeren waardeerden de aanwezigheid, de interesse en het meedenken van de in de tent aanwezige professionals, al kon dit in eerste instantie soms wat overweldigend overkomen.
“We hebben de online meeting als positief ervaren. Omdat wij niet goed wisten welke richting van hulpverlening voor onze hulpvraag het meest passend was, hebben wij daar via deze pilot wat meer zicht op gekregen. Goed om vanuit meerdere invalshoeken vragen te krijgen, want iedere specialist kijkt er toch op een andere manier tegenaan. Op deze manier ontstaat een breed beeld vanuit verschillende expertises, waarbij ook de specialisten onderling elkaars mening kunnen ondersteunen/tegenspreken. Voor ons dan ook een geslaagde pilot. Want wij hebben hierdoor uiteindelijk een richting durven kiezen.” – Ouders die deelnamen aan de open tent. Een klein deel van de ouders besloot (vaak weloverwogen) om niet te starten of verder te gaan met de in de tent besproken hulp. Vaak geven ze wel aan dat ze iets hebben gehad aan het bespreken van hun verhaal in de tent. Uit de evaluaties komt verder naar voren dat het belangrijk is dat gezinnen goed voorbereid worden op de grote groep beroepskrachten in de tent en de functie daarvan, namelijk helpen de vraag helder te krijgen en diverse invalshoeken te belichten om vervolgens de best passende hulp te kunnen organiseren. Eerste ervaringen beroepskrachten Ook de beroepskrachten zijn meestal positief over de manier van werken binnen Hendig. Zij geven aan dat zij na de tent vaak snel aan de slag kunnen.
Verder geven ze aan dat ze leren van elkaar en dat zij kritisch(er) zijn geworden op hun eigen toegevoegde waarde en die van anderen. “Tijdens deze casus werd er echt kritisch gekeken naar welke zorgaanbieder het beste zou passen.” – Beroepskracht Ook hoorden wij vanuit de beroepskrachten dat het uitwisselen van informatie door de korte lijntjes vaak minder tijd kost, waardoor er meer cliëntgebonden tijd overblijft. Al begrepen we ook dat het afstemmen en samenwerken met partners soms lastig is, juist omdat je met zo veel mensen samenwerkt. 66
Een uitdaging die professionals ervaren is de marktwerking in de zorg. In de praktijk blijkt dat, ook binnen Hendig, het vakmanschap en de toegevoegde waarde van beroepskrachten nog niet altijd leidend is, en organisatiebelangen soms wel degelijk nog een rol spelen. De gemeente Peel en Maas stelt deze marktwerking niet ter discussie, maar beschouwt dit als gegeven, waar zo 1,2,3 geen oplossing voor is. De gemeente probeert te koersen op de erkenning van de expertise van beroepskrachten, door de inhoud centraal te stellen, en organisatiebelangen zo min mogelijk kans te bieden, door steeds samen te bepalen wat nodig is en daarbij het hele gezinssysteem in beeld te brengen. Men gelooft in een contextuele aanpak en dat hiervoor een keten nodig is die dit uitstraalt, overeenkomstig handelt en waar collega’s elkaar en elkaars expertise serieus nemen. Die keten moet er toe leiden dat oplossingen duurzamer van karakter zullen zijn, dat zogenaamd ‘shopgedrag’ afneemt en daarmee de kosten. “In het geval van een jongen met overgewicht is het qua bedrijfsvoering aantrekkelijk om hem te accepteren als client, ondanks dat hij door zijn vader met de auto naar de diëtist gebracht wordt. Inhoudelijk is het raadzaam om de vader aan te spreken op zijn gedrag en zijn kind te stimuleren om op de fiets te komen.
Als een ouder hier vervolgens niets mee doet, en naar een andere diëtist gaat, verwachten wij dat deze eerst contact opneemt met zijn collega waarom de behandeling is geëindigd.” - Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig Op de langere termijn is het de vraag of Hendig krachtig genoeg is om de marktwerking in de zorg tegen te gaan. Kortom, of deze ‘Hendige’ werkwijze, die grotendeels gedreven is op inhoud, relaties, transparantie en vertrouwen, kan werken, en ook tot productie en financiële winst leidt. Voor de initiatiefnemers van Hendig staat dit financiële vraagstuk niet voorop. Zij weten dat Hendig iets oplevert.
“Als je naar een psychiater gaat en je staat daar voor vijf maanden op de wachtlijst en nu niet, is dat toch een enorme winst?” – Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig Verlenging en verbreding De pilot is inmiddels met drie jaar verlengd. In de verbreding van Hendig is het de bedoeling dat steeds meer casussen volgens de werkwijze van Hendig gaan lopen. Doel is ook om de werkwijze van Hendig gaandeweg te verbreden naar Zorg en Ondersteuning (Wmo en Beschermd Wonen) en Werk en Inkomen (Participatie). Daarnaast hoopt de gemeente door middel van het organiseren van ‘picknicksessies’ andere gemeenten en netwerkpartners te inspireren om met deze werkwijze aan de slag te gaan. Samenwerking aanbieders De gemeente Peel en Maas neemt voor de jeugdhulp de lokale behoeften en structuren steeds als uitgangspunt. Het stimuleren van de pedagogische civil society, preventie en signalering worden binnen de eigen gemeente opgepakt. Ook de toegang tot hulp betreft zo veel mogelijk een lokale aanpak. Waar nodig en/of verplicht maakt de gemeente gebruik van (boven)regionale structuren. (Boven)regionale samenwerking Op bovenregionaal niveau wordt in de organisatie en financiering van de JeugdzorgPlus, crisishulp, Veilig Thuis, jeugdbescherming en jeugdreclassering samengewerkt met andere regio’s en provincies.
In de JeugdzorgPlus wordt samengewerkt met de regio’s Midden-Limburg (West en Oost) en de provincies Zeeland en Noord-Brabant. Voor crisishulp en Veilig Thuis wordt samengewerkt met de regio’s Midden-Limburg (West en Oost), en voor jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt samengewerkt met de regio’s Midden en Zuid-Limburg.
67
Voor de inkoop van de maatwerkvoorzieningen werkt de gemeente samen met zes andere gemeenten van Noord-Limburg, te weten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Venlo en Venray (Mook en Middelaar zijn meer op Nijmegen georiënteerd). Ook organiseren en financieren zij gezamenlijk bepaalde vormen van gespecialiseerde zorg, de kindertelefoon, de beschermingstafel (hier worden casussen besproken waarbij overwogen wordt om naar het gedwongen kader te gaan), integrale vroeghulp, het downteam, en het regionale expertteam. De Noord-Limburgse gemeenten hebben er niet alleen voor gekozen om deze voorzieningen samen te organiseren, maar ook om deze samen te financieren (deels) op basis van solidariteit. Dit zien we terug in de verdeelsleutel, waarin de oorspronkelijke rijksbudgetten steeds meer worden losgelaten, en er bij de verdeling van de budgetten wordt uitgegaan van het aantal jeugdigen in een gemeente en het percentage dat daadwerkelijk gebruik maakt van jeugdhulp. Naast het gezamenlijk organiseren en financieren van regionale jeugdhulp vormen de Noord-Limburgse gemeenten een werkgroep, waarin alle onderwerpen op het gebied van Jeugd worden behandeld. Ze zijn onder andere in gesprek over hoe het zorglandschap van 2025 eruit moet zien om jeugdigen zo optimaal en thuis mogelijk te laten opgroeien.
Ze verkennen trends en ontwikkelingen, hoe ze invulling kunnen geven aan de transformatie (de Transformatieambitie Sociaal Domein) en hoe ze de expertise van de individuele zorgprofessionals optimaal kunnen benutten. Ook kijken ze hoe ze beter over de grenzen van de wetten heen kunnen kijken en kunnen ontschotten om zorg en ondersteuning integraal, op maat, snel en dichtbij huis, te organiseren. De rol van de diverse toegangen tot jeugdhulp (gemeenten, huisartsen, gecertificeerde instellingen) wordt tegen het licht gehouden, met als doel om het zorglandschap in 2025 zo efficiënt mogelijk te organiseren. Ook worden er in regionaal verband (algemene) voorstellen uitgewerkt (voor bijvoorbeeld pilots) die vervolgens worden aangepast aan de lokale behoeften en omstandigheden in de gemeenten en worden er op regionaal niveau afspraken gemaakt met huisartsen en jeugdartsen, het UWV, de Zorgverzekeraar en het Zorgkantoor.
Lokale overlegstructuren Op lokaal niveau gaat de gemeente met aanbieders in gesprek als daar aanleiding voor is. Alleen binnen Hendig is er structureel overleg tussen de gemeente en aanbieders, in de meedenkgroep inhoud en in de meedenkgroep financiën. Regionale overlegstructuren Op regionaal vlak heeft de gemeente leveranciersgesprekken met de belangrijkste aanbieders27 en structureel overleg met de GI’s, Veilig Thuis en de Raad van de Kinderbescherming over samenwerkingsafspraken en afspraken op het gebied van transformatie. Een van de afspraken met de GI’s is bijvoorbeeld dat er jaarlijks een themabijeenkomst wordt georganiseerd door de GI zodat medewerkers toegang gemeenten en GI’s elkaar leren kennen. Lokaal is er alleen structureel overleg met de grootste GI: Bureau Jeugdzorg Limburg. Een van hun medewerkers zit in het Huis van de Gemeente en sluit aan bij de MDO’s. Met Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en met zorgaanbieders voor volwassenen (in relatie 18-/18+ en eventuele zorg voor ouders) is er op lokaal vlak alleen overleg als daar aanleiding voor is. Voor Veilig Thuis is een van de gezinscoaches aanspreekpunt. Zij heeft structureel afstemming met Veilig Thuis op uitvoerend niveau. Voorheen zat er elke week een medewerker van Veilig Thuis in het Huis van de Gemeente.
Dit vergemakkelijkte de samenwerking, maar vanwege Corona is dit al bijna een jaar niet meer aan de orde. Als dit weer mogelijk is, wil de gemeente dit weer opstarten. Nieuwe aanbieders Met aanbieders die in Peel en Maas een locatie willen openen of ondernemers die een initiatief willen ontplooien, wordt contact gezocht door de accountmanager Sociaal Domein en de coördinator van de gezinscoaches voor een gesprek over de werkwijze in Peel en Maas, wat de samenwerking met de
27 Leveranciersgesprekken met andere regionale aanbieders worden op dit moment doorontwikkeld in de nieuwe sturing en inkoop.
68
gezinscoaches inhoudt, dat verbinding met de lokale structuren heel belangrijk wordt gevonden (gezinnen moet in hun netwerken verder kunnen) en dat de behoefte leidend is. Financiering, inkoop en contractering Open house constructie De gemeente Peel en Maas kent een Open House constructie. Ze streeft naar een breed aanbod, om hulp zo dicht mogelijk bij huis aan te kunnen bieden, en is van mening dat nieuwe aanbieders ook tussentijds aan moeten kunnen sluiten. Inkoop (boven) regionaal De meest intensieve (en dure) vormen van jeugdhulp worden op regionaal niveau ingekocht. De kosten daarvan worden via een vaste verdeelsleutel verdeeld. JeugdzorgPlus contracteert Peel en Maas zoals eerder aangegeven op bovenregionaal niveau, op het niveau van landsdeel zuid (Zeeland, Brabant en Limburg). Binnen dit landsdeel zijn er 10 jeugdzorgregio’s. Zij kopen de JeugdzorgPlus gezamenlijk in om zo de fluctuaties in de benodigde capaciteit en de financiële risico’s te spreiden. Uitgangspunt daarbij is dat elke jeugdzorgregio naar daadwerkelijk gebruik bijdraagt en dat de financiële risico’s niet alleen bij de gemeenten liggen maar ook (deels) bij de instellingen die hier actief zijn: Almata, BJ-Brabant, Icarus, en Ottho Gerhard Helderingstichting (OGH).
Samen met de jeugdzorgregio’s van Midden- en Zuid-Limburg is NoordLimburg in 2018 ook gekomen tot een gezamenlijke subsidietender voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Hiermee hebben ze het advies van de VNG opgevolgd om per 1 januari 2019 over te stappen op subsidie als financieringssystematiek voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Regionaal inkoopbureau Om op het gebied van inkoop en opdracht geven de krachten te bundelen en om te voorkomen dat in iedere individuele gemeente hetzelfde werk gebeurt, is de Modulair Gemeenschappelijke Regeling opgericht, het inkoopbureau
voor jeugdhulp voor de regio Noord-Limburg waar Peel en Maas onderdeel van is. De MGR onderhoudt een regionale productcatalogus waaruit de zeven aangesloten Noord-Limburgse gemeenten kunnen ‘bestellen’ en sluit voor de regiogemeenten raamovereenkomsten met aanbieders. Zo verzorgt de regeling een aantal bovenlokale diensten, zoals de crisishulp en Veilig Thuis28. In de overeenkomsten staan ook afspraken over prijs en kwaliteit. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met de aard en omvang van de te verrichten taken, de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie, een redelijke toeslag voor overheadkosten, een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg en kosten voor bijscholing van het personeel. Er zijn geen afspraken over volume. Vanuit de lokale (en regionale) toegang bepalen burgers samen met gezinscoaches welke ondersteuning, hulp en zorg nodig zijn. De gemeente Peel en Maas is binnen de regeling een gemeente waarvan geleerd kan worden. Tegelijkertijd dient er gewaakt te worden voor stereotypering: “dat is weer Peel en Maas”.
Daarin zoekt Peel en Maas voortdurend de balans. – Procesbegeleider van de expertisetent van Hendig Kostenbeheersing en sturing Het is de gemeente Peel en Maas over het jaar 2019 niet gelukt om binnen het begrote budget te blijven. De gemeente heeft doelbewust geld bijgelegd. Het uitgangspunt bij de begroting van Peel en Maas is dat de rijksmiddelen die
28 Daarnaast faciliteert de MGR ontwikkeltafels, een overlegstructuur waarin gemeenten en aanbieders de overeenkomsten vanuit de innovatiegedachte doorontwikkelen, en verzorgt de MGR een aantal werkzaamheden op het gebied van monitoring en registratie, om de kwaliteit van zorg te bewaken. De MGR heeft geen enkele taak op het gebied van beleidsontwikkeling. Dit blijft bij de zeven gemeenten. De regeling is dus alleen uitvoerend en ondersteunend.
69
de gemeente ontvangt voor het sociaal domein leidend zijn voor de bepaling van de begrotingsbudgetten. Daarbij kijkt de gemeente al integraal naar het sociaal domein maar desondanks blijkt dat deze rijksmiddelen ontoereikend zijn om de werkelijke kosten te kunnen dekken. In 2019 is vanuit de reserves, die sociaal domein breed en inmiddels uitgeput zijn, 6,5 ton toegevoegd aan de budgetten in het sociaal domein en desondanks is het tekort op het totale sociaal domein aanzienlijk. Sociaal domein breed was er een tekort van bijna 6 ton. Op het programma Werk en inkomen werd een voordeel gerealiseerd, maar de programma’s Zorg en ondersteuning en Jeugd en Onderwijs lieten een tekort zien. Het tekort op het programma Jeugd en Onderwijs was bijna 7 ton. De baten waren 2,5 ton hoger dan begroot en de lasten een ruimte 9 ton hoger dan begroot zodat er per saldo een negatieve afwijking resteerde. De kosten voor het sociaal domein in Peel en Maas ontwikkelen zich overigens in ongeveer dezelfde lijn (zelfs iets positiever) als in de regiogemeenten. Een Hendig alternatief Binnen de pilot Hendig is een eigen financieringsstructuur opgezet door de meedenkgroep-financiën. Dit is een alternatief voor de administratieve werkwijze (berichtenverkeer) en productenstructuur met veel codes en bijbehorende tariefsopbouw.
De meedenkgroep heeft de codes teruggebracht tot acht en daar één bedrag achter gezet. Het idee is dat iedereen doet wat nodig is, en de code kiest die past bij zijn of haar werk. Een nog te beantwoorden vraagstuk zijn de bijbehorende ‘haken en ogen’ op het gebied van rechtmatigheid / juridisch, privacy en inkoop / aanbesteding. Deze ‘Hendige financieringsstructuur’ wordt nu de lokale inkoopstrategie, deze is niet opgezet vanuit beheersing, maar vanuit de inhoud.
Monitoring en kwaliteitsborging Peel en Maas heeft als doel om samen met haar inwoners en partners te werken aan een lerend jeugdhulpstelsel. Op lokaal niveau beschrijft de kaderstelling de richting waar de gemeente naar toe wil. Hierin staan de resultaten die de gemeente wil bereiken, beschreven in de vorm van doelen en uitgangspunten. De afdeling Jeugd schrijft jaarlijks een uitvoeringsplan, waarin wordt aangegeven wat de afdeling gaat doen om de doelen en uitvoeringsafspraken uit de kaderstelling te realiseren. Daarin wordt beschreven wie wat op welke manier oppakt en hoe dit gemonitord gaat worden. Deze plannen worden binnen de afdeling tussentijds en aan het einde van het jaar geëvalueerd en bieden de gelegenheid om jaarlijks, binnen de hoofdlijnen van de kaderstelling, bij te sturen en aanpassingen door te voeren. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt periodiek geëvalueerd. Het college doet 1 keer per jaar tijdens de werkbijeenkomst sociaal domein verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid aan de gemeenteraad, aan de hand van de monitoringsgegevens jeugd / sociaal domein. De afdeling jeugd verantwoordt naar de raad abstract en op hoofdlijnen via de jaarverantwoording.
Lokale monitoring Wat betreft monitoring geeft het lokale dashboard jeugd vooral kwantitatieve informatie over de uitvoering van de jeugdhulp in Peel en Maas, zoals over het aantal cliënten in de jeugdhulp (per leeftijdsgroep, per aanbieder, per maatwerkvoorziening), het aantal verwijzingen (per aanbieder) en de stapeling van jeugdhulp. Aanvullend levert het casemanagement van de gezinscoaches voor de gemeente belangrijke informatie op over bijvoorbeeld de doorstroom en doelmatigheid van de jeugdhulp. Casemanagement is de inhoudelijke en procesmatige/wetmatige betrokkenheid van de gezinscoaches als de ondersteuning van het gezin/de jeugdige bij een andere (specialistische) zorgaanbieder wordt belegd. Dit houdt in dat de gezinscoach betrokken blijft bij het 70
gezin en bijhoudt of de extra hulp aansluit bij de verwachtingen en of er aan de afgesproken doelen wordt gewerkt. Hij of zij koppelt dit (na toestemming) ook terug naar andere betrokkenen, zoals de huisarts, al kan dit naar eigen zeggen nog consequenter. Naast meer kwantitatieve monitoringsgegevens maakt de gemeente gebruik van verhalen, klachten en andere signalen om van te leren en te verbeteren. Dat de gemeente dit belangrijk vindt, blijkt onder meer uit de ontwikkeling van het Vertelpunt Vele Handen. Dit is een alternatieve manier om ervaringen van cliënten op te halen, waarbij cliënten zelf bepalen hoe en op welk moment zij hun ervaringen delen. Dit gebeurt als onderdeel van het hulpverleningsproces, zodat de ervaringen ook terecht kunnen komen bij de betrokken beroepskrachten en zij hierover met cliënten in gesprek kunnen. Het uitgangspunt is om deze feedback structureel op te halen, zodat de gemeente ook structureel kan (door)ontwikkelen. Ook voert de gemeente regelmatig rendementsanalyses uit, zoals bijvoorbeeld rond de overgang van jeugdhulp naar andere wettelijke kaders (18-/18+). Regionale monitoring Sociaal domein breed kent de regio Noord-Limburg de Arrangementenmonitor Sociaal Domein. Dit is het monitoringsinstrument waarmee de regiogemeenten (zowel apart als gezamenlijk) ontwikkelingen kunnen volgen.
De monitor geeft inzicht in de aantallen en kosten van de maatwerkvoorzieningen op wijkniveau. De gegevens van gemeenten, voorliggende voorzieningen, UWV, Zorgverzekeraar en het Zorgkantoor (Wlz) worden hier in samenhang gepresenteerd aan de hand van tien leefdomeinen, zodat ook de samenhang en eventuele verschuivingen tussen de pijlers inzichtelijk wordt. Door regionaal data te analyseren, trends te signaleren, kwantitatieve onderbouwingen aan te leveren en een koppeling te maken tussen indicaties en de realisatie van ondersteuning, verwacht de gemeente een wezenlijke bijdrage te leveren aan het optimaliseren van de vier sturingselementen in het sociaal domein. Dit moet leiden tot een zo goed mogelijk functionerend zorgaanbod voor de inwoners.
Ook kunnen analyses van zorgconsumptie per wijk of wijkteam worden opgesteld en kunnen op de langere termijn ook trends zichtbaar worden op basis waarvan het beleid geëvalueerd en bijgesteld kan worden en (nieuwe) ondersteuningsarrangementen ontwikkeld en bijgesteld kunnen worden. Ook krijgt de gemeente hiermee inzicht in de samenhang en substitutie tussen de financieringspijlers waarmee de samenwerking tussen gemeenten en bijvoorbeeld zorgverzekeraars versterkt kan worden. Monitoring landelijke ontwikkelingen De gemeente heeft ook aandacht voor de effectiviteit van interventies en best practices zoals die elders in het land worden toegepast. Enkele bronnen die de gemeente daarbij gebruikt, zijn het NJi, de informatie uit de J42 en BJ42, Samen Werken aan Jeugdbescherming (2017), het ondersteuningsteam jeugdhulp (OZJ), Gemeenten van de Toekomst, en diverse nieuwsbrieven en werkbezoeken. De gemeente Peel en Maas is daarin vooral op zoek naar wat aansluit bij hun eigen missie en visie. Kwaliteitsborging Voor de ingekochte jeugdhulp is in het programma van eisen opgenomen dat gewerkt wordt volgens de norm van verantwoorde werktoedeling. Dit betekent dat zorgaanbieders werken met vakbekwame professionals en voor bepaalde werkzaamheden beroepsgeregistreerde professionals op hbo- of wo-niveau inzetten.
Om de kwaliteit van de gezinscoaches te waarborgen is er sprake van intensieve teamcoaching en intervisie onder begeleiding van een gekwalificeerde gedragswetenschapper. In het multidisciplinair overleg worden gezinscoaches bijvoorbeeld voortdurend gecoacht in het in de eigen kracht zetten van burgers. De intervisie vindt wekelijks plaats en heeft een verplicht karakter. Verder vindt alle noodzakelijke scholing ten behoeve van SKJ (her)registratie voortdurend plaats. In 2019 is er specifiek geschoold op systemisch werken en verlies verwerken. 71
Binnen de pilot Hendig werd er voorheen gezamenlijk aan deskundigheidsbevordering gedaan in zogenaamde expertisetenten. Nu wordt dit, naast formele registraties, onderhouden via inkleurdagen. Deze inkleurdagen waren in het begin vooral gericht op het leren van elkaar en elkaars kwaliteiten. Nu zijn de inkleurdagen gericht op wat beroepskrachten nodig hebben om hun werk te kunnen doen en hoe dat gefaciliteerd kan worden. Het succes van Peel en Maas Succesfactoren Heldere en breed gedragen visie De gemeente Peel en Maas is een gemeente met een heldere, breed gedragen visie, waarin iedereen zijn meerwaarde zoekt ten opzichte van anderen. De gemeente vertrouwt op het vakmanschap van beroepskrachten en legt handelingsvrijheid, doorzettingsmacht en beslissingsbevoegdheden zoveel mogelijk bij de mensen die met de voeten in de klei staan en weten wat er daadwerkelijk speelt. In gesprek blijven met elkaar en vertrouwen in elkaar staan daarbij centraal. In de dagelijkse praktijk wordt er ook wel gesproken over het DNA van Peel en Maas, waarin deze elementen allemaal aanwezig zijn en waar iedereen binnen de gemeente over beschikt. “Het zit echt in de mensen” – Accountmanager Sociaal Domein en procesbegeleider van Hendig De visie is met elkaar gemaakt en doorleeft en wordt consistent en consequent gehanteerd op alle niveaus.
Dit is op alle vlakken zicht- en voelbaar, en dit is een belangrijke succesfactor. Een sterke basis en kwalitatief hoogwaardige toegang Een andere succesfactor is de sterke basis en kwalitatief hoogwaardige toegang tot de jeugdhulp, te weten de gezinscoaches, en het vertrouwen daarin. De
samenwerking tussen de gezinscoaches en huisartsen in Peel en Maas speelt daarin een belangrijke rol. Huisartsen hebben vertrouwen in de professie van de gezinscoaches en verwijzen ouders en jeugdigen vaker dan voorheen door naar de gezinscoach in plaats van naar een andere jeugdzorgaanbieder. Zij spreken het vertrouwen in de gezinscoaches ook uit naar hun patiënten en kunnen goed uitleggen wat de gezinscoach voor hen kan betekenen, zodat zij ook weten wat ze wel en niet kunnen verwachten. Door de inzet van gezinscoaches lukt het de gemeente naar eigen zeggen beter om maatwerk te leveren, en lukt het ook vaker om hulp dichtbij huis, in de eigen omgeving, aan te bieden. Sinds de invoering van de gezinscoaches gaat grofweg 2/3 van de verwijzingen via de gemeente naar lichtere vormen van ondersteuning en/of hulp en is het aantal doorverwijzingen naar de specialistische GGZ met ongeveer 1/3 afgenomen. Mede door de inzet van de gezinscoaches, die betrokken blijven bij gezinnen en 3-maandelijks evalueren, ziet men ook dat ingezette hulp of ondersteuning passender en effectiever is en trajecten korter worden. Relatiegericht opdrachtgeverschap Wat verder opvalt is dat de gemeente uiteraard de rol van opdrachtgeverschap vervult, maar ook een sterke partner is in het netwerk. Bovendien wordt de rol van opdrachtgever relatiegericht ingevuld.
De gemeente voelt zich voornamelijk procesverantwoordelijk en realiseert zich dat ze voor kennis en kunde afhankelijk zijn van aanbieders en professionals. Ook in de verhouding opdrachtgever-opdrachtnemer wordt gezocht naar gezamenlijkheid en ieders meerwaarde daarbinnen. Deze manier van opdrachtgeverschap leidt ertoe dat er snel geschakeld kan worden in het netwerk en vakmanschap hoog in het vaandel staat. Intrinsieke motivatie continue te verbeteren In Peel en Maas is er een sterke intrinsieke motivatie bij iedereen die we hebben gesproken, om het met elkaar zo goed mogelijk te doen, en vooral om de goede dingen te doen voor de inwoners. Daarmee behoort monitoren, evalueren, leren
72
en door ontwikkelen, een cyclisch proces in Peel en Maas dat bestaat uit tellen en vertellen, tot het vakmanschap. Bedreigingen Naast successen zijn er voor de gemeente Peel en Maas ook een aantal bedreigingen. Stijging kosten jeugdzorg De gemeente ziet over het algemeen van jaar op jaar een stijging van de kosten van de jeugdzorg vanwege een toename van het aantal cliënten en ingezette trajecten en behandelingen. De rijksmiddelen die ze ontvangen voor het sociaal domein lopen volgens de gemeente Peel en Maas niet gelijk op met die toename van de vraag. Dat zorgt voor financiële spanning op de begroting. De gemeente geeft aan dat het tekort structureel van aard lijkt en tijdelijke rijksmiddelen geen structurele oplossing bieden. Ook de inzet van de reserve is geen structurele oplossing. De gemeente denkt dat het sociaal domein ook in de toekomst onzeker blijft vanwege rijksmaatregelen en open eind karakter/ open einde regelingen waarbij een enkele casus grote financiële impact kan hebben, bijvoorbeeld als er GGZ-hulp nodig is. Hoge kosten GGZ-hulp Het tekort van de gemeente Peel en Maas werd in 2019 grotendeels veroorzaakt door de hoge kosten voor de GGZ-hulp voor jeugdigen. Deze hulp kent een grillig verloop met soms intensieve (en dure) trajecten. Dat maakt het lastig om een goede prognose op te stellen omdat één traject meer of minder al een flink verschil kan veroorzaken.
Voor de gemeente is dit overigens vooral een constatering en niet per sé een issue. De gemeente realiseert zich dat de GGZ-hulp kostbaar is, en is op dit moment druk bezig om met een van de aanbieders te kijken of ze door ontschotten en samenwerking tussen verschillende beroepskrachten grip kunnen krijgen op de stijgende kosten om deze te kunnen blijven bekostigen. Voor 2020 lijkt dat zijn vruchten al af te werpen.
“Als ik kijk naar de cijfers van 2020 zijn er geen hoge kosten voor GGZ-hulp voor jeugdigen. Dan zien we voor het eerst ook in de financiën de effecten van de nauwe samenwerking met de huisartsen.” – Beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling Samenwerking met Veilig Thuis. De meldcode en werkwijze en organisatie van Veilig Thuis strookt niet met de visie en manier waarop men wil werken in Peel en Maas. Hierover vinden intensieve gesprekken plaats. Men zoekt elkaar dus juist op, spreekt dingen uit en gaat in gesprek over hoe nader tot elkaar te komen. Hierbij is het kennen en respect hebben voor elkaars werkelijkheid een belangrijke factor om er samen uit te komen. Het vertrouwen dat men er samen stappen in vooruit zet is er en lijkt ook duurzaam te zijn. Organisatiebelangen Beroepskrachten hebben altijd een dubbele positie. Ze willen het beste voor een gezin, maar ook voor hun organisatie. In de praktijk blijkt dan ook dat financiële-/organisatiebelangen nog regelmatig een rol spelen, ook binnen de pilot Hendig. Dit terwijl men naar een productieve inzet van middelen wil, in plaats van naar een inzet van middelen voor productie. Men ziet daar nog niet 1,2,3 een oplossing voor, maar probeert wel zo min mogelijk ruimte te bieden voor die belangen. Het vertrouwen in de onderlinge relaties is hierbij in elk geval van groot belang.
En dat vertrouwen op peil houden is hard werken, immers vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Verslappen op het gebied van investeren in de relatie en daarmee in het wederzijds vertrouwen is daarmee ook een risico dat op de loer ligt. Twee-benen principe Vooral voor de pilot Hendig is een bedreiging dat beroepskrachten vaak nog voor 80% werken vanuit een aanbieder en voor 20% in de pilot Hendig. Hierdoor is de kans om terug te vallen in het ‘oude werken’ alom aanwezig (het zogenaamde twee-benen-principe). 73
Landelijke regels Uiteraard heeft ook Peel en Maas zich te houden aan de landelijke wet- en regelgeving. Tot nu toe lukt het de gemeente om de ruimte te zoeken en te benutten die er is binnen de kaders, maar de vraag is hoe die kaders zich gaan ontwikkelen in de toekomst en daar zal men zich dan weer opnieuw toe moeten verhouden. Toekomstplannen De toekomstplannen van Peel en Maas zijn reeds geschetst en worden gekenmerkt door verdere ontschotting binnen het sociaal domein, nog meer preventief en wijkgericht werken en een verdere versteviging en uitbreiding van de pilot Hendig naar Zorg en Ondersteuning (Wmo en Beschermd Wonen) en Werk en Inkomen (Participatie). Men realiseert zich dat dit een proces is dat voortdurend aandacht en onderhoud zal vragen en in gezamenlijkheid moet gebeuren; verslapping leidt tot terugvallen in zogenaamd oud-denken en oud gedrag. De Hendig-aanpak zal zich verder moeten bewijzen, niet alleen in positieve ervaringen van inwoners, beroepskrachten en aanbieders, maar uiteindelijk ook in cijfers. En daaraan wordt continue gewerkt.
Gesprekken en geraadpleegde documenten z
z z z z
Startgesprek met: De coördinator van de gezinscoaches en initiatiefnemer van Hendig. De Accountmanager Sociaal Domein en procesbegeleider van Hendig. Twee gesprekken met de Beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling en lid van de meedenkgroep inhoud van Hendig. Een gesprek met een huisarts en twee gezinscoaches. Een gesprek met een medewerker van het team advies en control en lid van de meedenkgroep financiën van Hendig. Vier (evaluatie)gesprekken over Hendig met verschillende partners: Organisatie voor pedagogisch sociaal werk (zorgmanager, teamleider en uitvoerend professional). Organisatie voor specialistische geestelijke gezondheidszorg (adjunct-directeur en teamleider). Organisatie voor ambulante begeleiding (maatwerkvoorziening) (zorgmanager/teamleider). Welzijnsorganisatie voor mensen met een beperking (regiomanager, consulent/trainer/coach).
De (evaluatie)gesprekken werden gevoerd samen met de coördinator van de gezinscoaches, de procesbegeleider van Hendig en de procesbegeleider van de expertisetent van Hendig. Geraadpleegde documenten z Projectplan decentralisatie Jeugdzorg definitief a. z b12 Beleidsplan SD raad 20141001 z Waardenoriëntatie-en-kaderstelling z Waardenoriëntatie-en-kaderstelling_samenvatting z Uitvoeringsplan Sociaal Domein 2020 onderdeel jeugd evaluatie z Missie en visie jeugdhulpverlening def
74
z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z
Afspraken rollen en taken gezinscoach en hoe die in het borgdocument zijn opgenomen. Verordening jeugdhulp 2020 per 1-1-2020 def. docx. Raadsbesluit verordening KOOP__2287897 (verordening wmo). Transformatieplan Jeugdhulp Noord Limburg 2018-2020. Aanvulling op het Transformatieplan Jeugdhulp Noord-Limburg 2018-2020. Regionaal beleidskader jeugd.pdf. www.sociaaldomein-limburgnoord.nl 2020 Samenvatting financiering jeugdvoorzieningen december 2019. Adviesnota PHO SD verdeelsleutel jeugd 2020. 201812_Collegebeleid integrale aanpak preventief alcohol- en drugsgeberuik 2019-2022. 20181008_Collegebeleid positieve gezondheid Gemeente Peel en Maas. Concept Evaluatie werkwijze huisartsen. LVO het Bouwens Schoolondersteuningsprofiel 2018-2022. Bijlage 2 Planning regionaal Jeugdplan en samenwerking met onderwijs. pdf. Samenwerkingsagenda Passend onderwijs Noord-Limburg 2018-2020 def september 2018. Uitnodiging OOGO 14 januari 2021 CONCEPT. Jaarstukken 2019. 201201 Raadsbijeenkomst.pptx. Begrotingproduct_dj_2020_231 jeugdhulp Peel en Maas.pdf Begrotingproduct_dj_2020_232 jeugd en gezin Peel en Maas.pdf Begrotingproduct_dj_2020_233 onderwijs Peel en Maas.pdf Begrotingproduct_dj_2020_312 samenlevingsopbouw Peel en Maas.pdf Overzicht begroting preventie en jeugdhulp Peel en Maas.xlsx 20190712 integraal team JV rendementsanalyse. raadsbijeenkomst 18-6-2019 def.
Dashboard SD Limburg Noord Arrangementenmonitor.pptx. Dashboard SD Limburg Noord Arrangementenmonitor 2 2019.pptx.
z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z
Dashboard SD Limburg Noord Arrangementenmonitor 3 2020.pptx. Jeugdhulpverlening Noord-Limburg definitief.pdf. Samenvatting voor jeugdigen en gezinnen.pdf. https://www.youtube.com/watch?v=xI1GLMmfmAg https://vimeo.com/216457453/69126167de Visie Jeugdstation.nl.docx. 20080410_Hoofdlijnennotitie Jeugdstation nl v3.doc. Vinden en verbinden. Activiteitenplan 2010.doc. Doorontwikkeling organisatiestructuur Jeugdstation.nl versie 1.4 d.d. 4 december 2013. 20040903 notitie relatie WWZ WMO vrs 3.pdf. 20180928 pilot hendig JH Managementsamenvatting.pdf. 20190517 Besturingskompas gemeente PenM.pdf. 20190912 TWP Rendementsanalyse.pdf. Begeleiding implementatiestratie 2013 ev beknopt 20130415.pdf. Begeleiding implementatiestratie 2013 ev beleid 20130415.pdf. Beleidsnota lihd WWZ 20081104 bijlagen.pdf. Beleidsnota lihd WWZ 20081104.pdf. LihD WWZ convenant VGZ-PenM 20130618 def.pdf. 202008 RA DO Baarlo rapportage.pdf. 20150606 Pilot Schakelplein evaluatierapportage.pdf. 3D samenhang notitie 20120224.
Overige geraadpleegde bronnen: z Atlas Leefomgeving. (2011). Kaarten. Geraadpleegd op 9 november, van https:// www.atlasleefomgeving.nl/kaarten?config=3ef897de-127f-471a-959b-93b7597de188&gm-x=150000&gm-y=455000&gm-z=3&gm-b=15441808 34512,true,1;1553435562615,true,0.8;&activateOnStart=layermanager,info z Centraal Bureau voor de Statistiek (2019). Arbeidsdeelname: regionale indeling 2019 [Dataset]. Geraadpleegd op 3 november, van https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84703NED/table?dl=4C6B9
75
z
z
z
z
z
z
z
Centraal Bureau voor de Statistiek (2018). Inkomen en vermogen [Dataset]. Geraadpleegd op 8 november 2020, van https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/ dataset/70072ned/table?dl=4C6B8 Waarstaatjegemeente.nl. (2020). Huishoudens met bijstandsuitkeringen [Dataset]. Geraadpleegd op 8 november 2020, van https://www.waarstaatjegemeente.nl/jive?workspace_guid=3421baec-8f0c-445d-ade1-34fb3510873c Waarstaatjegemeente.nl. (2019a). Jeugdhulp en -bescherming [Dataset]. Geraadpleegd op 9 november 2020, van https://www.waarstaatjegemeente.nl/jive?workspace_guid=680caded-10fc-414f-b93f-677cbaaf5835 Waarstaatjegemeente.nl. (2019b). Huishoudens zonder voorzieningen in sociaal domein [Dataset]. Geraadpleegd op 9 november 2020, van https://www.waarstaatjegemeente.nl/ jive?workspace_guid=ccefbda4-8800-402f-a1c8-5b88d7d3d507 Waarstaatjegemeente.nl. (2018a). Kinderen in uitkeringsgezin [Dataset]. Geraadpleegd op 8 november 2020, van https://www.waarstaatjegemeente.nl/jive?workspace_guid=33142eef-fce2-4e19-b6af-db4abe4d6946 Waarstaatjegemeente.nl. (2018b). Kinderen in eenoudergezin [Dataset]. Geraadpleegd op 9 november 2020, van https://www.waarstaatjegemeente.nl/jive?workspace_guid=b17721f7-14f9-46a0-8b5b-774e2f54235f Waarstaatjegemeente.nl. (2015). Voortijdig schoolverlaters [Dataset]. Geraadpleegd 9 november 2020, van https://www.waarstaatjegemeente.