CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - antwoord bij vraag m.b.t. pag 46 - Eigenwijs transformeren.pdf

Raad 5 juli 2022, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Jaarstukken 2021 (2022-069)50.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Om het Team Toegang is een gespecialiseerde schil georganiseerd van 11 gespecialiseerde jeugdhulpverleners (5.9fte) van verschillende aanbieders (GESP’ers, met achtergronden in o.a. jeugd en opvoedhulp, jeugdverslaving, jeugd-ggz, LVB-problematiek)11, op ‘leenbasis’ werkzaam vanuit Team Toegang Jeugd maar ook werkzaam bij de aanbieder, die zonder diagnose, protocollen en richtlijnen ruimte krijgen om met een gezin op zoek te gaan naar wat voor hun problematiek werkt.

11 Tactus,1fte, verdeeld in 2x ½ fte; Pactum, 2fte, verdeeld in 2x 0,67 fte en 2x 0,33 fte; Dimende, 1fte, verdeeld in 2x ½ fte; Accare, 1fte uitgevoerd door een persoon; Ambiq, 0,88 fte, uitgevoerd door 2x 0,44 fte.

“De meesten hebben hun weg gevonden om vrijer te werken. Ze vinden het fijn niet alles op papier te hoeven zetten, en gebruiken de tijd die ze over houden om met de cliënt aan de slag te gaan. In het begin waren er wel mensen die het verschrikkelijk moeilijk vonden om reglementen en protocollen los te laten. Zij hadden vragen als: ‘hoe veel sessies mogen we houden?’, ‘moeten we nu afsluiten? , ‘moet ik nu evalueren?’. Maar ik zag toch binnen de kortste keren dat ze inzagen dat het bijvoorbeeld effectiever kan zijn om een half jaar met een kind te gaan mountainbiken in plaats van 10 behandelsessies. En een ander kon moeilijk ingang vinden bij vader, zag een hengel in de schuur staan, en is met vader gaan vissen [de hulpverlener in kwestie had zelf nooit gevist en kon de hengel declareren]. Dat soort dingen hoor ik terug uit het GESP’er team. Dat ze het leuk vinden niet aan een vaste methodiek te zitten en dat je de tijd mag nemen.” – Teammanager Team Toegang Jeugd Deze discretionaire aanpak voorkomt volgens meerdere geïnterviewden onnodige diagnoses, labels en onnodig tijdschrijven en zorgt ervoor dat hulpverleners ook meer tijd hebben voor gezinnen. Bijvoorbeeld, bij een vermoeden van autistisch spectrum stoornis (ASS) kan een GESP’er aan de slag gaan met jeugdige en ouders met methoden die vaak helpen bij ASS zonder dat hier een diagnose (label) voor nodig is.

Vaak wordt dan snel duidelijk of dit een gezin helpt of dat er meer hulp nodig is. Zo hoeven gezinnen niet op de wachtlijst en kunnen zij snel geholpen worden, waardoor escalatie van problematiek uitmondend in zwaardere zorg vaak voorkomen kan worden. De GESP’ers krijgen naar eigen zeggen alle ruimte voor eigen invulling en creativiteit. Als het nodig is om hele week bij gezin te zitten kan dit. Ook kunnen zij gezinnen in hun caseload behouden die af en toe contact nodig hebben waardoor zij niet meer via voordeur of wachtlijst hoeven maar laagdrempelig even of intensiever contact kunnen hebben. “Cliënten weten je laagdrempelig te vinden. Ik werk hier nu 5 jaar. Ik krijg nu gezinnen die ik 2 jaar geleden begeleid heb, die mij opbellen voor hulp omdat hun kind bijvoorbeeld nu in de puberteit zit. Er is geen gedoe bij een 43

aanmeldcommissie, wachtlijsten en dergelijke. Mensen bellen je, je overlegt het in het Team Toegang, en dan kan begeleiding ingezet worden. Wat ik belangrijk vind, is dat regels losgelaten worden en dat je kan doen wat nodig is.” – GESP’er , Team Toegang Jeugd Daarnaast vinden zij het fijn dat waar bij het werk voor de specialistische jeugdzorg aanbieder de nadruk toch nog vaak ligt op het behandelen van specifieke (gedrags)problematiek, er binnen hun werk voor Team Toegang Jeugd meer ruimte en vrijheid is om ook ondersteuning te bieden bij andere problemen die in gezinnen spelen. Dit zijn vaak problemen die niet binnen een enkelvoudige diagnose passen maar wel voor onrust en stress zorgen in het gezin. Denk hierbij aan een gezin helpen bij contact zoeken met schuldhulpverlening om zo de financiën weer op orde te krijgen.

voor de samenwerking tussen aanbieders onderling. Een vrijgevestigde praktijkhouder merkt op: “Daarin hebben wij ons als vrijgevestigde aanbieders eigenlijk wel net zo serieus genomen gevoeld als de grote aanbieders. En ik heb eigenlijk ook altijd wel het idee dat zowel vanuit de gemeente als vanuit de aanbieders onderling iedereen zijn taak heeft en zijn steentje bijdraagt (…) Iedereen doet waar hij goed in is. En dat stralen de aanbieders naar elkaar uit, maar ook de toegang, de backoffice. Het gaat om de inhoud en niet om andere dingen.” – Praktijkhouder vrijgevestigde praktijk

Multidisciplinaire afstemming en coördinatie Team Toegang Jeugd kan bij casussen waar meerdere partijen bij betrokken zijn een Multidisciplinair overleg (MDO) plannen. Dit zijn overleggen die vaker voorkomen en vooral de communicatie tussen betrokken partijen onderling en het gezin moeten bevorderen. Bij de complexe casussen waarbij meerdere hulpverleners en toegangen rond ouders en kind betrokken zijn wordt een zogenaamd Beraad voor Extra Aandacht georganiseerd welke wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter. De BEA’s worden ongeveer vijf keer per jaar georganiseerd en georganiseerd door de regievoerder van een casus. Reguliere MDO’s komen vaker voor.

De samenwerking met aanbieders is op verschillende niveaus formeel en informeel ingebed. Opvallend is de laagdrempelige toegang voor aanbieders van de Backoffice van de gemeente. In de samenwerking tussen de aanbieders en de gemeente staat ‘de inhoud’, dus de kwaliteit van de jeugdhulp en de behoeften van de inwoners, volgens de verschillende partijen voorop. Eens in het kwartaal vindt er een overleg plaats met gecontracteerde aanbieders waar de meeste zorg van afgenomen wordt. Tijdens dit overleg wordt besproken wat goed gaat in de hulpverlening, en wat beter kan. Dit overleg wordt door aanbieders en gemeente als prettig ervaren. Daarnaast verloopt financiering van zorg, projecten of maatwerk ook via korte lijnen en dat de gemeente hierin een betrouwbare partner is. Als de toezegging is gedaan, dan staat deze ook en dan kunnen aanbieders in principe van start. Aanbieders geven ook aan dat de verhoudingen tussen aanbieders veranderd zijn door de werkwijze in Deventer:

Samenwerking met specialistische jeugdzorgaanbieders Al vanaf het begin van de transformatie zijn aanbieders actief betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van de plannen. De gemeente werkt nauw samen met gecontracteerde aanbieders. De aanbieders, zowel klein als groot, benoemen dat ze zich serieus genomen voelen door de gemeente. De ‘korte lijntjes’ tussen gemeente, aanbieders en andere partijen worden veelvuldig genoemd als een essentieel onderdeel van deze samenwerking. Dit geldt ook

“Dat vind ik in Deventer echt opvallend, juist ook met de GGZ, met de jeugdzorg. Maar ook gewoon goed in de samenwerking. Dus je bent aanvullend op elkaar dus je probeert ook wel samen die dienstverlening te regelen. Dus dat vind ik zelf in Deventer wel echt heel mooi geregeld. Ik heb nog nooit zoveel samengewerkt als de afgelopen jaren en zitten samen in allerlei overleggen. Dus we zijn elkaar leren begrepen. Dat vind ik echt wel heel positief.” – Manager aanbieder hulp bij LVB 44

Op uitvoerend niveau zijn de aanbieders in de Team Toegang vertegenwoordigd via de GESP’ers. De GESP’ers werken op uitleenbasis vanuit de aanbieders op basis van hun specifieke expertise. Zij zijn nadrukkelijk geen vertegenwoordiger van deze aanbieders maar dragen zo wel bij aan de verbinding tussen de gemeente, Team Toegang en de aanbieders en tussen aanbieders onderling. Aanbieders merken ook het voordeel van het inzetten van GESP’ers, onder andere in de selectie van cliënten die bij hen terecht komen: “En daardoor werkt het naar twee kanten. We doen aan coaching van de mensen van de Toegang. Ze gaan soms samen naar gesprek waardoor mensen van de toegang ook zeggen van ‘wat stellen jullie andere vragen dan wij’. Dus daar leren we van. Maar ook dat soms dus cliënten helemaal niet bij ons terechtkomen omdat daar gewoon een paar gesprekken door GESP’ers zijn gedaan samen met iemand van de Toegang waardoor het eigenlijk al heel snel echt goed in procesverwerking zit en dat er dan ook echt klanten bij ons komen waarvan je denkt van die horen ook bij ons.” – Regiomanager Jeugdhulp Een andere aanbieder ziet jeugdigen uit Deventer in vergelijking met andere gemeenten ook minder gebruik maken van hulptrajecten voor jeugd met zware psychische problemen.

Hier is echter niet onderzocht of dit te maken heeft met in een eerder stadium lichte ambulante ondersteuning bieden, of dat jeugdigen niet doorverwezen worden. Samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp De samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp is een van de belangrijke thema’s binnen de gemeentelijke visie. Deze samenwerking is opgenomen in de visie naar aanleiding van het thuiszitterspact en de wens dit niet enkel als probleem binnen onderwijs te behandelen. Een belangrijk aspect hierbij is dat Deventer tot voor kort slechts met één schoolbestuur voor het Voortgezet Onderwijs te maken had (het Etty Hillesum lyceum). Sinds 2020 zijn er twee schoolbesturen. De samenwerkingsverbanden voor het Primair en Voortgezet Onderwijs werken alleen binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Deventer.

De gemeente heeft gekozen deze samenwerking te versterken door Jeugdhulpverleners Onderwijs in te zetten die op ambulante basis tussen onderwijs en de Toegang Jeugd versterken. Deze ambulante inzet was een bewuste keuze in het kader van het normaliseren van problemen. De jeugdhulpverleners hebben de taak de verbinding tussen Team Toegang en onderwijs te verstevigen. Zij zijn sinds september bezig met kennismaking met aanbieders, de samenwerking met leerplicht en de samenwerking met andere partners om de school heen. De directeuren van de samenwerkingsverbanden PO en VO zijn positief over deze ontwikkeling. De consulenten kunnen daadwerkelijk helpen om onderwijs en jeugdhulp te verbinden om zo beter zicht te krijgen op wie waarvoor benaderd kan worden. Zij merken ook verschil tussen scholen in Deventer, die allemaal een jeugdhulpverleners hebben en scholen buiten Deventer (met leerlingen uit Deventer) die dit niet hebben. Wel blijft het in de samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs zoeken onder welk budget projecten nu precies vallen - jeugdhulp of passend onderwijs. Dit speelt met name voor de zogenaamde cluster 3 kinderen. Daarnaast wordt ook opgemerkt dat onderwijs en jeugdhulpverlening (en ook veiligheid) toch nog altijd twee verschillende werelden zijn met ieder hun eigen taal en primaire focus.

Samenwerking huisartsen en jeugdhulp Een ander belangrijk aandachtspunt van de gemeente is de samenwerking en verbinding met andere onafhankelijke verwijzers naar jeugdhulp waaronder de huisartsen. Eerder verwezen veel huisartsen direct door naar de Jeugd-GGZ. Inmiddels zijn er drie jeugdconsulenten - gedragswetenschappers en GZ-psychologen - die gezamenlijk 56 uur per week bij negen huisartsenpraktijken aanwezig zijn. Zij hadden in 2020 contact met 358 gezinnen. Huisartsen van deze praktijken, maar ook van andere praktijken waar de jeugdconsulenten niet zitten kunnen jeugdigen met psychische of mentale klachten zonder diagnose doorverwijzen. Dit lijkt vruchten af te werpen. Waar huisartsen in het verleden snel naar de GGZ doorverwezen, komen jeugdigen nu bij de jeugdconsulent terecht. Met hun achtergrond zijn deze jeugdconsulenten in staat om een bredere uitvraag te doen waardoor jeugdigen minder snel naar de specialistische jeugd GGZ hoeven te worden doorverwezen. 45

Samenwerking met de veiligheidsketen De gemeente Deventer is onderdeel van de Veilig Thuis (VT)-regio IJsselland. De samenwerking tussen VT en Deventer verloopt goed, omdat er korte lijnen zijn. Deze korte lijnen worden onder andere gefaciliteerd doordat de manager bij Veilig Thuis eerder zelf eerder als gezinsvoogd bij Bureau Jeugdzorg werkte en vanuit die hoedanigheid veel hulpverleners en leidinggevenden kent, maar ook bewust gecreëerd door detachering van een medewerker vanuit Team Toegang Jeugd bij VT. De verbindingen worden makkelijk gelegd en blijven bestaan, doordat er continuïteit is in hulverleners. Deskundigheidsbevordering op veiligheid bij de medewerkers van het Team Toegang heeft de samenwerking met Deventer vergemakkelijkt. Dit maakt het voor VT gemakkelijker om zaken waar sprake is van kindermishandeling door te zetten naar de toegang. Team Toegang Jeugd is in 2015 opgebouwd vanuit het CJG-netwerk waar veiligheid reeds onderdeel was van de expertise van deelnemende partijen als de jeugdbescherming (JbOV) en in mindere mate van partijen als MEE, De Kern en Carinova. “Wat meespeelt is dat bij de Deventer mensen zitten met kennis. Mensen die in het verleden al verbonden waren met het sociaal domein. Dat zien we vanuit VT. Als we een zaak met kind-factoren doorzetten naar de toegang, dan weet je dat de professionals het goed aan kunnen.

Dat wil nog wel verschillen per gemeente, omdat het moeilijk is om goede mensen aan te trekken voor de sociale teams.” – Manager VT Uit die vroeg opgedane expertise op veiligheid binnen het Deventer CJG-netwerk is bijvoorbeeld de pilot ‘politiekids’ ontwikkeld. In drie wijken in Deventer trekken politie, jeugdgezondheidszorg en kinder- en jongerenwerk samen op in het ontwikkelen van een preventieve aanpak die beoogt bij te dragen aan een goed opvoedklimaat om zo de kans op jeugdcriminaliteit te verkleinen en sportiviteit en bewegen te stimuleren. Deze pilot heeft ook als achterliggend doel de netwerken van professionals in de wijk te versterken. Omdat de gemeente Deventer veel expertise op veiligheid beschikbaar heeft

in het Team Toegang Jeugd hoeft er nauwelijks met het drangkader te worden gewerkt. Bij opschaling komt een gezin of jeugdige gelijk in het dwangkader dat wordt uitgevoerd vanuit Jeugdbescherming Overijssel. De gemeente heeft goede afspraken over warme overdracht bij een opgelegde maatregel. Afschaling verloopt soms lastiger en naar het oordeel van het Team Toegang soms te snel. Jeugdbescherming schaalt een casus bijvoorbeeld al na een jaar af, terwijl Team Toegang weinig verandering ziet in de situatie: “Zij plaatsen dan een kind weer terug in huis, terwijl wij meldingen krijgen van de bovenburen. Dat is heel naar. En vervolgens moeten wij veel hulpverlening inzetten. Dan vind ik niet dat je kan zeggen dat het gezin het kan redden. Dat is wel een discussie die we met de Raad hebben. Als zij besluiten dat er geen OTS meer opgelegd hoeft te worden, dan wensen wij ook geen lijstje met ondersteuning dat verplicht ingezet moet worden.” – Teammanager Team Toegang Jeugd, gemeente Deventer Vanaf 2018 is er eens in het kwartaal een overleg vanuit de gemeente met de drie GI’s in de regio: Jeugdbescherming Overijssel, de William Schrikker Groep en het Leger des Heils.

Hier worden thema’s besproken als: de inzet van jeugdhulp en voorliggende voorzieningen, ontwikkelingen binnen de GI’s en gemeente, regievoering, samenwerking onderling en met partijen als de Raad voor de Kinderbescherming en Veilig Thuis, ervaringen met zorgaanbieders. Deze overleggen zijn er om de hulp aan jeugdigen met een jeugdbeschermingsen of jeugdreclasseringsmaatregel beter te organiseren, specifiek als het gaat over de aansluiting met het lokale veld.12 Doorgaande lijn hulp 18-/18+ Het beleidskader van de gemeente uit 2019 definieert jongeren als ‘alle inwoners van Deventer tot 27 jaar’ om zo ontwikkelingen beter in samenhang te

12 Uitvoeringsplan Van Wieg naar Werk 5.0, 2020.

46

kunnen zien met het sociaal domein en de participatiewet waarbinnen de groep van 18 tot 27 jaar ook als jongeren worden gezien.13 Wel wordt aangegeven dat deze definitie verder geen gevolgen heeft toegang voor voorzieningen tot de jeugdwet aangezien deze wettelijk vastgelegd op de leeftijd van 18 jaar. In 2017 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen over het soepel doorlopen van een zorgarrangement voor jongeren die 18 jaar worden. Naar aanleiding hiervan is er een samenwerkingsconvenant opgesteld met jeugdpartners over de wijze waarop zij omgaan met jongeren over wie zorgen bestaan over de overgang naar volwassenheid. Het doel van het convenant is om deze kwetsbare doelgroep te ondersteunen om alle leefgebieden zelfstandig op orde te krijgen en integraal samen te werken in de overgang van jeugd naar de wettelijke volwassenheid.14 In de praktijk komt dit vooral neer op daar waar nodig ruimte maken voor maatwerk vanuit het maatwerkbudget (zie 5. Financiering, inkoop en contractering). Aanbieders zelf geven aan dat hier ook een opdracht voor hen ligt. Financiering, inkoop en contractering Inkoop van jeugdhulp De gemeente Deventer valt onder de Regio IJsselland maar kiest nadrukkelijk een eigen koers. De inkoop gebeurt in principe met de regio en zorgaanbieders hebben contracten met de regio, maar de gemeente wijkt hierin wel af van het regionale inkoopmodel.

De regio zelf hanteert een semi-open contractering waarbij twee keer per jaar nieuwe aanbieders mogen toetreden na een toetsing op kwaliteit.15 De financiële solidariteit over 85% van het budget, zoals in het Regionaal Transitie Arrangement is afgesproken, is (mede op initiatief van Deventer) in 2017 losgelaten.16 De gemeente Deventer geeft zelf ook aan dat zij hun eigen koers varen:

13 Beleidskader van Wieg naar Werk 2019-2022, versie 5.0, pp.4. 14 Convenant 18- /18+, 2017.

“De inkoop doen we samen met 11 andere gemeenten [Regio IJsselland]. Daarin zijn we ook eigenwijs. Afgelopen jaar zijn we sterk afgeweken van het regionale inkoopmodel. Er was sprake van een budgetsysteem, en een p x q systeem. Het was de bedoeling om weinig met p x q model te werken. Wij deden het juist andersom, en werken veel met het p x q model. In 2022 willen we [vanuit Regio IJsselland] volgens dat model gaan werken. [De Regio IJsselland is](…) al een tijd bezig met de ontwikkeling van [dit nieuwe] inkoopmodel.” – Programmamanager Jeugd, gemeente Deventer De contracten voor ingekochte jeugdhulp vanuit de Regio lopen nog tot 2021. Deze contracten zijn twee keer verlengd met de duur van een jaar. Bij de ontwikkeling van het nieuwe Inkoopmodel vanuit Regio IJsselland gaat de discussie ook over de duur van contracten binnen het nieuwe model. De gemeente Deventer pleit in deze discussie voor langere contracten van minimaal twee jaar om de belasting voor aanbieders te verminderen en meer tijd te hebben om met elkaar iets op te kunnen bouwen. Er zijn geen principiële bezwaren tegen regionale inkoop maar wel frustraties over te laag ingeschatte budgetten (op basis van de kosten per gemiddelde cliënt) in het regionale inkoopmodel.

Regionale samenwerking moet in de visie van Deventer ‘beleidsarm’ worden ingericht om zo de lokale samenhang tussen inkoop en de wijze waarop de toegang is georganiseerd te behouden: “Alleen er loopt wel iets voortdurend dwars door heen en dat is dat die regio’s zich ook ontwikkeld hebben. We begonnen met een parttimer aan een bureau en het zijn nu hele afdelingen die ook hun eigen bestaansrecht hebben gecreëerd en ook met eigen beleid komen en daar worden ze deels ook in gesteund. Formeel niet, formeel hebben ze geen eigen beleid.” – Regiomanager jeugd GGZ De gemeente Deventer pleit om die reden zelfs nadrukkelijk voor één nationaal inkoopmodel waarmee voortdurend en terugkerend ‘gesteggel’ over tarieven zou kunnen worden voorkomen:

15 Inkoopstrategie Specialistische Jeugdhulp Regio IJsselland, 2017, pp. 17. 16 Regionale visie, 2016, pp. 10.

47

“Mijn dringende oproep is: kom met een landelijk model. In de regio zijn 60 mensen bezig met behulp van een inkoopbureau en externe bureaus om tarieven te onderzoeken. En dat gebeurt in alle regio’s. Kom met landelijke tarieven en inkoopmodel. Dan hebben alle zorgaanbieders veel minder administratieve rompslomp. Dan kan er gewerkt worden met een automatiseringssysteem. Die inkoopmodellen leiden de aandacht af van wat nodig is, namelijk inhoudelijk zorg voor het kind. Nu zijn we alleen bezig met inkoopmodellen vertalen naar het kind. Die inwoners schieten hier niets mee op. Elke vier jaar switchen we weer naar een ander inkoopmodel.” – Programmamanager Jeugd, Gemeente Deventer De eigen koers van de gemeente Deventer botst met de meer regionale oriëntatie van andere gemeenten in de regio. Ook voor de jeugdzorgaanbieders is deze eigenwijze koers van Deventer niet altijd eenvoudig. Tegelijkertijd geven zij aan dat de Deventer houding ook helpt om de boel zo nu en dan op te schudden en dat zaken die in de regio besproken worden in Deventer ‘al tien keer geregeld zijn’, aldus één van de aanbieders. Bedrijfsmatige aanpak De Deventer werkwijze berust op een bedrijfsmatige aanpak waar op basis van kennis over de populatie (jeugd in beeld) en over de kosten van de zorg (backoffice; tarieven*aantal uren/etmalen, weten wat je uitgeeft) in vroegtijdig stadium wordt bijgestuurd.

“Wij weten wat bepaalde zorgtrajecten kosten. Wij staan nooit voor verrassingen. We weten aan de voorkant wat de zorg gaat kosten en of wij instemmen.” (en later in het gesprek) “ik denk dat elke gemeente zou moeten weten wat ze uitgeven. Ik zit ook veel met onze regio, wat ik daar gemerkt heb, is dat er een gebrek is aan kennis op het gebied van monitoring. Dat ze weinig door hebben dat bepaalde casussen veel geld kosten, zo een ton. Die kennis ontbreekt. Dat deel is wel vertaalbaar naar andere gemeenten. Weet wat je uitgeeft, wat projecten kosten.” – Medewerker Backoffice, Gemeente

Aandacht voor reële budgetten en het verminderen of ombuigen van het volume aan jeugdhulp leveren hierbij volgens de gemeente meer op dan keihard onderhandelen over elke cent. Directe sturing op kosten aangevraagde jeugdhulp Het verminderen of ombuigen van volume jeugdhulpgebruik gebeurt vooral aan de voorkant in het voorliggend veld, zoals ook duidelijk is in de visie van de gemeente. Bijsturen op kosten is echter wel een actief en direct proces. De backoffice heeft voorafgaand aan een hulpverleningstraject via het systeem direct zicht op de (verwachte) kosten. Zij monitoren dit en sturen actief bij waar nodig: Aanvragen om de inzet van dure hulpverleningstrajecten worden teruggestuurd naar teammanagers met de vraag om te kijken hoe dit anders kan. Een voorbeeld hiervan was de grote hoeveelheid aanvragen voor Persoonsgebonden Budgetten (PGBs) (€25000 per kind) in 2015/2016. Deze aanvragen werden gelijk teruggestuurd naar de teammanager van Team Toegang. Medewerkers van Team Toegang Jeugd moesten vervolgens opnieuw met de gezinnen kijken of een andere vorm van hulp mogelijk was zonder daarbij overigens aan benodigde zorg in te boeten (‘doen wat nodig is’ is ook een adagium).

Ook gaan medewerkers van de gemeente en de backoffice als dat nodig is op verschillende niveaus - management, uitvoering - in gesprek aan met Gecertificeerde Instellingen (GI) en aanbieders om zaken aan te kaarten die zij tegenkomen en te kijken hoe dit anders kan. Bij de GI’s levert deze toets op afgegeven indicaties volgens de medewerkers van de Backoffice veel geld op, omdat vrij gemakkelijk veel dure indicaties worden afgegeven - €80.000 tot €100.000 per kind op jaarbasis - en er in Deventer veel voogdijcasussen en OTS spelen. De gemeente gaat hierbij steeds het gesprek aan als er een belangrijke casus binnenkomt. Gesprekken over budgetten worden inmiddels niet meer bij elk zorgtraject gevoerd, maar alleen bij de duurste trajecten. Aanbieders geven wel aan dat bij complexe casuïstiek de discussie over budgetten ‘zo weer kan oplaaien’. Belangrijk hierin is dat men elkaar dan snel kan vinden, en op zoek gaat naar oplossingen. Naast directe bijsturing richt de backoffice zich ook meer algemeen op het creëren van bewustwording en het vergroten van kennis over 48

de kosten van jeugdhulp bij medewerkers, hulpverleners en andere partners. De medewerker van de Backoffice merkt dat Team Toegang Jeugd hierdoor inmiddels ook aan de voorkant bijstuurt: “We hebben continuïteit bij de toegang. Zij weten wat bepaalde trajecten kosten. Dus zij kunnen soms al bij het keukentafel gesprek een inschatting maken of een zorgtraject te veel gaat kosten en sturen op andere zorg”. De directe monitoring en betrokkenheid biedt de aanbieders daarnaast wel duidelijke voordelen: “Het is niet alleen dat we nou een relatie hebben met de toegangsteam maar ook dat de lijnen naar de backoffice heel kort zijn. (…) Zodat je simpel allerlei administratieve rompslomp kunt corrigeren en weg kunt halen bij behandelaren en dat helpt ook bijzonder” - Regiomanager van een aanbieder van Jeugd GGZ. Deze bedrijfsmatige werkwijze gaat tegelijkertijd samen met een realistische kijk op de kosten en volgens zowel aanbieders als ambtenaren staat de kwaliteit van zorg voorop. Zo trok Deventer haar eigen lijn binnen de regionale samenwerking omdat de geraamde kosten niet realistisch (i.e. te laag) waren waardoor (specialistische) hulp wanneer die wel nodig is onmogelijk voor dat bedrag geleverd kan worden.

Aanbieders merken dat waar eerder de samenwerking met de gemeente nog wel eens stroef was en vooral over budgetten ging, de aandacht nu meer uitgaat naar kwaliteit van de dienstverlening en de behoeften van de inwoners. Dit wordt ook opgemerkt door de Programmamanager Jeugd als het gaat over de opstelling die zorgaanbieders kunnen hebben en de heersende cultuur op dit vlak in Deventer: “[een aanbieder met] een harde hand, (…) gericht op financiën. Dat werkt [hier] gewoon niet. Het is heel anders dan dat je het met elkaar doet, gewoon het gesprek aan gaat. Je vooral inzet voor het gemeenschappelijk belang. En dat je het vooral over inhoud kan hebben

(…). We ruilen ideeën in voor een beter idee. Je kunt met ons het gesprek aan gaan, maar het moet wel inhoudelijk zijn”. Proactief, creatief én eigenwijs nadenken over inrichting en verbetering van hulp De visie van de gemeente wordt ook vanuit Financiën ondersteund. Zo heeft de gemeente verschillende budgetten beschikbaar gemaakt - het innovatiebudget en het maatwerkbudget (samen 15% van het budget) - waarmee kleinere en grotere projecten en eventueel maatwerk gesubsidieerd of gefinancierd kunnen worden. Veel projecten ontstaan vanuit de werkvloer en zijn vaak pragmatisch van aard. Een voorbeeld hiervan is Brick, een project uit het speciaal onderwijs dat nu ook naar PO en VO verplaatst wordt. Binnen dit project zijn twee jeugdhulpverleners op school aanwezig. Zij vangen overprikkelde kinderen op zodat deze even stoom af kunnen blazen voor ze de klas ingaan en geven leerkrachten handvatten om met moeilijk gedrag van leerlingen om te gaan waardoor minder kinderen worden doorverwezen of thuis komen te zitten.17 “Als ik kijk naar Brick, is dat ontstaan op een pragmatisch manier. Een ambulant hulpverlener was een cliënt aan het begeleiden, en die zei dat hij meer kon doen op de school; hij zag van alles op die school. Bij school was er best wel wat aarzeling, ook bij leerkrachten.

Nu hebben ze elkaar veel beter leren kennen.” – Beleidsmedewerker Jeugd, Gemeente Deventer De directeur van het Samenwerkingsverband PO zegt over ditzelfde project: “Binnen po hebben we ook een pilot lopen met jeugdhulpverleners binnen een paar scholen. Dat gaf in het begin wrijving over wie welke rol heeft (Ib-er, iemand vanuit het samenwerkingsverband, jeugdhulpverlener). Maar nu werkt het hartstikke fijn. De scholen die daar aan mee doen, zijn heel tevreden. Het

17 Uitvoeringsplan, pp. 6.

49

doet ook wat in de relatie met ouders, dat is een pluspunt. (…) Ouders ervaren een minder grote drempel om in contact te komen met hulpverlening. Ouders hebben soms zelf negatieve ervaringen met jeugdhulpverlening, of associëren de hulp met het uit huis plaatsen van kinderen. Als de hulp verbonden is aan school, is het minder bedreigend. Dat zie ik wel.” Een andere beproefde methode binnen de gemeente is om met enige regelmaat te kijken naar de 10 duurste cliënten, waarom deze zo lang in zorg zijn en op welke manier dit teruggebracht kan worden. Ook wordt regelmatig gekeken of dure vormen van hulp een andere invulling kunnen krijgen die prettig is voor jeugdigen en ouders, maar ook goedkoper. Zo wordt gekeken of kinderen van ouders met werk en daarmee recht op kinderopvangtoeslag met een indicatie voor dagbehandeling - een dure indicatie - met extra ondersteuning wellicht gebruik kunnen maken van reguliere buitenschoolse opvang of kinderopvang. Dit voorkomt de inzet van dure dagbehandeling en beoogt jeugdigen en ouders binnen het reguliere circuit de hulp te geven die zij nodig hebben waarbij ouders dus gewoon gebruik kunnen maken van de toeslag waar zij recht op hebben. Het maatwerkbudget wordt ingezet bij individuele gevallen om zorg beter te laten aansluiten bij de behoeften en tegelijkertijd hogere kosten voor de gemeente te voorkomen.

Jongeren die 18 worden en nog enkele behandelsessies te gaan hebben, zouden bijvoorbeeld normaal nog verlengde jeugdhulp kunnen krijgen. Door deze laatste sessies vanuit het maatwerkbudget te financieren wordt inzet van verlengde jeugdhulp voorkomen. Mensen krijgen hierdoor de juiste hulp en voor de gemeente is dit goedkoper. Het maatwerkbudget is bedoeld om creatieve ideeën beter aan te laten sluiten bij wat nodig is. Het innovatiebudget en maatwerkbudget kunnen beiden snel worden ingezet. Ook aanbieders geven aan dat dit binnen de gemeente snel gaat en dat de gemeente bij toezegging een betrouwbare partner is.

Monitoring & kwaliteitsborging Monitoring via backoffice en kwartaaloverleggen Monitoring is gericht op het continu leren over wat werkt en wat niet en draagt zo niet alleen bij aan het ‘zelf-evaluerend vermogen van betrokken partijen maar ook dat er weinig onverwachte nieuwe ontwikkelingen zijn. De financiële monitoringsgegevens die door de backoffice worden verzameld worden in kwartaalgesprekken met verschillende aanbieders besproken: “We zitten vier keer per jaar om tafel met aanbieders waar meeste zorg van afgenomen wordt. Daarnaast ook vier keer per jaar met GI’s, huisartsen, met onderwijs, en ook wel vaak op het moment dat het nodig is. Als de backoffice of toegang iets signaleert van dit klopt niet, dan gaan we met de aanbieder het gesprek aan. Daar zit een kracht. We zitten erbovenop. We signaleren bijvoorbeeld wachtlijsten en dan organiseert [beleidsmedewerker] een bijeenkomst met aanbieders in Deventer over ‘hoe gaan we hier mee om?’” – Beleidsadviseur Jeugd, Gemeente Deventer De populatie monitor Jeugd in Beeld is vooral bedoeld om zicht te krijgen op de specifieke problematieken van groepen jongeren en vooruit te kijken welke preventie hierop ingezet kan worden. Wel wijzen verschillende partijen er op dat het waardevol is om ook andere cijfermatige uitkomstmaten mee te gaan nemen die meer zeggen over daadwerkelijke resultaten van de werkwijze.

Zo zien aanbieders dat zij cliënten krijgen die beter bij passen bij het hulpaanbod, wat een betere selectie suggereert, of dat bepaalde zwaardere hulp nauwelijks gebruikt wordt, wat zou kunnen wijzen op betere hulp aan de voorkant of wat problematischer zou zijn, jeugdigen die niet de hulp krijgen die zij nodig hebben, maar geen van deze resultaten, positief of negatief, kan worden hard gemaakt. Bij projecten die de verbinding vormen tussen onderwijs en jeugdhulp wordt genoemd dat het goed zou zijn om te kijken of de inzet van een jeugdhulpverlener op school - binnen het project Brick - iets doet met het aantal zorgarrangementen dat op school nodig is. Dit is nu niet meegenomen. Beleidsmedewerkers denken hier wel samen met de partijen over na, maar dit is nog in ontwikkeling. 50

Zicht op cliëntervaring blijft aandachtspunt Zicht op cliënttevredenheid en klachten van cliënten vormen een aandachtspunt voor de gemeente Deventer. De respons bij tevredenheidsonderzoeken is laag en binnen de gemeente is twijfel of de cijfers een goed beeld geven van tevredenheid van cliënten, zeker wanneer een beslissing negatief uitpakt voor ouders en/of jeugdigen. Ook gaf het AKJ in gesprekken met de gemeente aan dat het voor burgers en cliënten niet makkelijk is om te vinden hoe zij een klacht kunnen indienen. Binnen projecten wordt wel geëxperimenteerd met andere evaluatievormen om toch zicht te krijgen op de ervaring van jeugdigen en/of ouders. Zo wordt jeugdigen die aan een project binnen het onderwijs mee hebben gedaan gevraagd om een stukje te schrijven over wat zij aan het project hebben gehad. Dat lijkt te werken, aldus de Directeur van het samenwerkingsverband PO: “Een van de afspraken voor de subsidiebeschikking is dat kinderen ook een stukje opschrijven van hoe zij het ervaren. Daar komt uit naar voren dat het hen ook lucht heeft gegeven, omdat het of thuis of op school niet meer ging” Resumé, wat leren we van de Deventer aanpak? Wat kunnen we leren van de Deventer aanpak. Welke factoren verklaren nu het relatieve succes van deze aanpak? Hieronder benoemen we de meest opvallende factoren.

Duidelijke gedragen visie die consequent wordt doorontwikkeld Opvallend is dat de gemeente Deventer een duidelijke eigen en breed gedragen visie heeft op jeugdbeleid en deze consequent door vertaald in de transformatie jeugdzorg. Belangrijk hierbij is dat de meeste partijen die wij gesproken hebben ook betrokken waren bij de ontwikkeling van de visie en hier ook achter (lijken te) staan. Essentieel daarbij is dat belangrijke aspecten die de visie concreet en operationeel maken - bijvoorbeeld innovatie binnen projecten en maatwerk - ook vanuit budgetten gefaciliteerd worden en dat actief wordt gemonitord of bepaalde hulp wellicht goedkoper kan zonder de kwaliteit van de geboden ondersteuning in negatieve zin te beïnvloeden. De gemeente Deventer heeft,

zoals één van de aanbieders het verwoordt, ‘continu de drive om te willen blijven verbeteren met elkaar’. Ambtenaren, bestuurders en betrokken aanbieders willen graag vooroplopen, ook tegen de stroom in als dat nodig is. Voor de gemeente Deventer betekent dit niet achterover hangen en wachten tot de regio het al dan niet oplost, maar eigenwijs en met een eigen koers vooruitdenken en met een zekere creativiteit kijken hoe de jeugdhulp voor alle partijen - jeugdigen, ouders, gemeente en aanbieders - beter ingericht kan worden en dit ook doen. Dit blijkt behalve uit de gesprekken met verschillende partijen ook uit de project-gedreven werkwijze waarin aanpakken worden uitgeprobeerd, steeds aangescherpt of verbeterd waar nodig en als het toch niet blijkt te werken worden gestopt. De budgetten die op subsidiebasis kunnen worden verstrekt zijn hierbij ondersteunend omdat zo niet elke keer onderhandeld hoeft te worden en het geld zo daar komt waar dit het meeste helpt. Investeren in sterke en deskundige toegang De gemeente heeft bewust en vroegtijdig geïnvesteerd in een stevig en deskundig Team Toegang Jeugd met daar omheen een specialistische schil die zonder diagnose of labels al eerste ondersteuning en hulpverlening kunnen verzorgen.

Dit kost aan de voorkant meer, maar zorgt wel voor een vermindering in uiteindelijk volume aan zwaardere jeugdhulp en daarmee een besparing op de hogere kosten die aan deze hulp verbonden zijn. Afgaande op de kosten per gebruiker en inwoner die in het begin genoemd werden lijkt deze strategie te lonen. Tegelijkertijd benadrukken alle partijen dat juist deze deskundigheid aan de voorkant ook nodig is om goede laagdrempelige hulp in de omgeving van jeugdigen en hun gezinnen te kunnen leveren. Weet wat je uitgeeft, maar doe wel wat nodig is De gemeente heeft al bij de start van een traject goed zicht op de verwachte kosten. Monitoring en een realistische kijk lijken hierin samen te gaan. Als zorg nodig is wordt hier volgens alle betrokkenen niet op bezuinigd en staan 51

hier realistische budgetten tegenover. Tegelijkertijd blijkt uit de gesprekken dat de gemeente ook ‘nee’ verkoopt. Volgens de gemeente gebeurt dit vooral waar gevraagde hulp bij lijkt te dragen aan medicalisering. Dit kan dus in gaan tegen de wens van jeugdigen, ouders of hulpverleners. Korte lijnen en met elkaar in gesprek blijven Vrijwel alle partijen noemen en roemen de korte lijntjes op verschillende niveaus en daarbij het voortdurend met elkaar in gesprek blijven. Deze korte lijnen komen deels voort uit de eerdere ontwikkelingen en samenwerking binnen het CJG en de ‘honkvastheid’ van de betrokkenen bij het jeugdbeleid in de regio. Mensen werken lang voor dezelfde werkgever, zijn daardoor jarenlang betrokken bij de ontwikkelingen en weten elkaar te vinden. Waar iemand van baan verandert is dit vaak een verschuiving naar een partner binnen het veld - een ambtenaar die voor een samenwerkingsverband onderwijs gaat werken, een wisseling naar andere aanbieder of juist naar de gemeente, of de stap van een aanbieder naar Veilig Thuis - waardoor kennis binnen het netwerk behouden blijft en de lijntjes kort blijven. Toch benadrukken meerdere partijen aan dat deze korte lijntjes ook actief gecreëerd worden door de gemeente.

Voorbeelden hiervan zijn de kwartaalgesprekken met een groot aantal partijen - aanbieders, GI’s, samenwerkingsverbanden onderwijs, huisartsen - zo nodig aangevuld door extra bijeenkomsten of gesprekken met individuele partijen. Ook de aanbieders zien de meerwaarde van deze overleggen. Zij vinden het prettig dat er regelmatig overleg plaatsvindt en dat tijdens deze overleggen ruimte is om te bespreken wat hen eventueel dwars zit, maar ook te benoemen wat goed gaat. Op uitvoerend niveau zijn de korte lijnen ook ingebed in de structuur van jeugdhulp. De schil van GESP’ers bij Team Toegang Jeugd vormt een belangrijke schakel tussen de Toegang, de aanbieder en tussen aanbieders onderling. De Jeugdhulpverleners Onderwijs en de jeugdconsulenten die de verbindende schakel tussen onderwijs, huisartsen en de toegang vormen. Detachering en meelopen zijn andere manieren waarop partijen proberen elkaars wereld te

leren kennen, kortere lijnen te creëren en kennis te delen. Zo was een medewerker van Team Toegang Jeugd een tijdje gedetacheerd bij Veilig Thuis om meer zicht te krijgen op de werkwijze van VT. Binnen de samenwerkingsverbanden werd detachering vanuit het samenwerkingsverband PO bij het samenwerkingsverband VO ingezet om de doorgaande lijn van PO naar VO te versterken. Behalve korte lijntjes zorgen al deze er ook voor dat partijen van elkaar leren, het uitwisselen van kennis en verder ontwikkelen van de transformatie. Daarnaast zijn alle partijen erop gericht op gericht om met elkaar in gesprek te blijven. Dit geeft partijen ook vertrouwen, zoals een Regiomanager bij een van de jeugdhulpaanbieders het verwoordt: “ je ligt wel eens met [elkaar] in de clinch maar het is ook wel weer heel erg direct. Je komt er ook altijd weer uit. Dus dat is wat ons betreft de ervaring met Deventer”. En ook de directeur van het samenwerkingsverband VO geeft aan: “Je kunt elkaar vinden en er samen uit komen. Dat lukt niet altijd, soms kom je er niet uit, maar het gesprek is er altijd”. Stabiliteit, continuïteit en kennis van zaken’ De stabiliteit en continuïteit op verschillende niveaus - politiek, gemeente, het uitvoerend veld (inclusief de specialistische aanbieders) lijkt daarnaast een belangrijke factor in het succes.

Bij de beleidsmedewerkers van de gemeente is deze stabiliteit en continuïteit volgens verschillende partijen aanwezig. “Wat wel scheelt, dat merk in sommige regio’s zit je steeds met iemand anders aan tafel. Zolang ik in Deventer ben zit ik met [beleidsmedewerker] aan tafel. Continuïteit is daar vanuit aanbieders maar ook vanuit gemeenten van belang. Daarin zie ik bij heel veel gemeente gewoon geshop, tijdelijke mensen die even een klusje komen doen. Dan denk je van ik heb weer iemand en die is weer weg want het klusje is weer klaar. Dat herken ik absoluut niet bij Deventer.” – Regiomanager aanbieder Jeugdhulp Hoewel de genoemde ‘honkvastheid’ van mensen in de regio hierbij zeker een rol speelt, hebben gemeenten hierop zelf ook een zekere invloed, zoals de medewerker van de Backoffice aangeeft: 52

“Probeer de regie bij jou als gemeente te houden, en niet aan derden uit te besteden. Dat zorgt voor continuïteit. Je kunt kennis en kunde behouden en opbouwen. Zorg niet dat je elk jaar een nieuwe beleidsmedewerker jeugd hebt, die alles opnieuw uit moet vinden en kennis over de gemeente moet opbouwen”. De stabiliteit in de samenwerking met aanbieders bouwt deels voort op eerdere de eerdere ontwikkeling van het CJG, maar ook hierin heeft Deventer een bewuste keuze gemaakt. Eerdere ontwikkelingen spelen dus een rol, maar één van de aanbieders geeft aan dat ook gemeenten zonder deze historie dit wel kunnen beïnvloeden: “Ik zou heel eerlijk gezegd selectief zijn in partners die je neemt. Ik zie heel veel gemeenten volledig ten onder gaan aan honderden kleine aanbieders. Het lijkt heel aanlokkelijk om met die aanbieders met frisse nieuwe ideeën aan het werk te gaan, maar dan kom je er na afloop achter dat je het daarmee alleen niet redt en dat je die innovatiekracht van die kleine aanbieders wel nodig hebt maar dat je steunpilaren in je gemeente nodig hebt waarvan je commitment vraagt en waarmee je samen optrekt. Ik denk dat dat essentieel is.” – Regiomanager jeugd GGZ Verschillende geïnterviewden verbinden deze stabiliteit en continuïteit ook met (het behoud van) kennis en ervaring.

Naast politieke en bestuurlijke continuïteit en stabiliteit is de schaal van Deventer volgens meerdere geïnterviewden, de ideale schaal voor een transformatie: “Het heeft misschien ook met schaal te maken dat je het zo kunt organiseren. Deventer heeft op een bepaalde manier ook een ideale schaal. Het is groot genoeg om het professioneel te organiseren maar niet zo groot dat het gebureaucratiseerd wordt. We hebben niet met vijf toegangsteams te maken en vijf verschillende soorten beleid. Het is allemaal eenduidig wat dat betreft

en er is deskundigheid samengebracht, zowel vanuit de gemeente als de toegang als de aanbieders.” – Regiomanager jeugd GGZ Systemische barrières: verschillende toegangen en schotten Dat Deventer kon voortbouwen op reeds bestaande netwerken op een wellicht ideale schaal heeft zeker bijgedragen aan het relatieve succes van de Deventer aanpak. Maar dat betekent niet dat de transformatie vanzelf gaat. Ook in Deventer loopt men tegen systemische grenzen en barrières aan. Het naast elkaar bestaan van verschillende toegangspunten, zoals het sociale team, het bijzonder zorgteam of het jongerenloket, blijft een belangrijk aandachtspunt. In principe is het wel zo dat gezinnen met kinderen bij Team Toegang Jeugd worden aangemeld en volwassenen of volwassen zorgmijders bij het sociale team of bijzonder zorgteam. De gemeente geeft zelf ook aan dat zij bezig zijn om de verschillende toegangen beter te laten samenwerken. Een praktijkhouder van een vrijgevestigde praktijk merkt op: “Onze ervaring is dat als iemand binnenkomt via Team Toegang Jeugd dan gaat het eigenlijk soepel. Maar wanneer wij zelf team toegang jeugd willen betrekken en iemand komt oorspronkelijk binnen met een verwijzing vanuit de huisarts dan is dat nog wel eens lastiger. Die lijnen horen dan wellicht niet zo maar dan zien wij er toch wel het belang van in.

Dan moet je nog wat meer zoeken van hoe vlieg je dat aan.” – Praktijkhouder vrijgevestigde praktijk In het bij elkaar brengen van bij het gezin betrokken professionals loopt men ook in Deventer aan tegen systemische fragmentatie en segmentatie tussen bijvoorbeeld de jeugd GGZ en de volwassenen GGZ of tussen jeugdhulp en (passend) onderwijs. “In 2014 kwam de wet passend onderwijs. 2015 de jeugdwet. In het begin dachten wij: Als je passend onderwijs en jeugdhulp goed geregeld hebt, dan is het voor elkaar. In onze visie Van wieg naar werk hebben we het te veel bij passend onderwijs gelaten, terwijl nu gaandeweg zien dat jeugdhulp het 53

sluitstuk is. Op weg naar jeugdhulpverlening zijn er een paar stations, zoals onderwijs. Daar zijn we een inhaalslag aan het maken om wat meer integraal te gaan werken. We waren best wel geschot.” – Beleidsmedewerker Jeugd, Gemeente Deventer Ontschotten is dan ook een belangrijk aandachtspunt in Deventer. De schotten in budgetten zorgen soms voor discussie of een project onder passend onderwijs of jeugdzorg valt en daarmee ook voor schuiven met kosten. De wethouder Jeugd heeft ook onderwijs in zijn portefeuille, dat helpt, maar het is ook kwestie van verschillende talen en primaire foci in verschillende domeinen die betrokken zijn bij het jeugdbeleid in brede zin:

‘It’s the Volume, stupid!’18 De Deventer aanpak “Van Wieg naar Werk” is gestoeld op het inzetten op actieve preventie en gezondheid bevorderende interventies in het voorliggend veld en de Toegang. Daarbij past ook lichte ambulante ondersteuning en het inzetten van meer specialistische jeugdzorg wanneer dat noodzakelijk is. Het feit dat er reeds een sterk netwerk in het voorliggend veld bestond heeft dit ook mogelijk gemaakt. Het bij de Toegang betrekken van specialistische jeugdzorg professionals versterkt deze aanpak. Al in een vroeg stadium heeft men zich in Deventer gerealiseerd dat de transformatie van de jeugdhulp in economische termen gaat om het ombuigen van volumetrends. Door het landelijk normeren van tarieven en prijzen kan de energie van gemeenten en aanbieders lokaal daadwerkelijk komen te liggen op het ontwikkelen van laagdrempelige en kwalitatief goede ambulante jeugdhulp.

“In een paar bijeenkomsten in Deventer kwam het woord ontschotten naar voren. we moeten ontschotten. Iedereen is het daar mee eens. Dat is een gedeelde visie. Maar het echt doorvoeren naar de uitvoer/praktijk is lastig. We moeten elkaar wat beter leren vinden en dezelfde taal spreken. De bereidheid is er, we vinden elkaar makkelijk, maar toch is het er nog niet.” – Directeur Samenwerkingsverband VO Deventer Een gedeelde visie – Van Wieg naar Werk - helpt hierbij, maar het blijft nodig om aandacht te houden voor verschillen in taal en terminologie en mogelijke verwarring en misverstanden die hieruit voort kunnen komen. Dat alle partijen binnen de gemeente bereid zijn om in gesprek te blijven – zowel in multidisciplinaire overleggen als op bestuurlijk niveau - helpt hierbij zeker.

18 Parafrase op ‘It’s the Economy, stupid’, een beroemde uitspraak van Bill Clinton tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 1992, gericht aan het adres van zijn tegenstander George W. Bush sr.

54

Geraadpleegde documenten Deventer z z z z z z z z z z z z

z z z

Adviesraad Sociaal Domein Deventer, cluster Jeugd en Onderwijs (2020). Een tiental criteria om het inkoopmodel te toetsen. Gemeente Deventer (2007). Projectplan Centrum voor jeugd en gezin, versie oktober 2007. Gemeente Deventer (2019). Beleidskader van Wieg naar Werk 2019 – 2022, 30 april 2019, versie 2.0. Gemeente Deventer (2019). Verordening jeugdhulp gemeente Deventer. inwerkingtreding 1 januari 2019. Gemeente Deventer (2020). Begroting 2020 per taakveld. Gemeente Deventer (2020). Begroting 2020 en Meerjarenbegroting 20212023 | Gemeente Deventer (2020). Uitvoeringsplan Van Wieg naar Werk 5.0 2020 . Gemeente Deventer (2020), Regio IJsselland: Jeugdbeleid in Deventer. ‘Het DNA’ van Deventer. Powerpoint presentatie, gegeven op 11 november 2020. Jeugdhulp Regio IJsselland (2016). Lokale visie als onderlegger voor de samenwerking aan de transformatie van de jeugdhulp in de regio. Jeugdhulp Regio IJsselland (2017) Inkoopstrategie Specialistische Jeugdhulp Regio IJsselland. Memo Lokale driehoek (2018) Aanpak Jeugdgroepen Deventer, 7-stappenmodel. Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (2018). Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland, inwerkingtreding 1 januari 2018. Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (2019). Contourenschets doorontwikkeling inkoopmodel IJsselland. Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (2020).

Raamovereenkomst Specialistische Jeugdhulp Regio IJsselland. Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (2020). Bijlage 2 Tarieven en overige specifiek voorwaarden 2021, https://www.rsj-ijsselland.nl/file/313

z z z z z

Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (2021), Regio IJsselland Monitor (RIJM). Samenwerkingsconvenant 18-/18+. Stichting Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) (2019). Jaarrapportage 2019. Vertrouwenswerk bij toegang jeugdhulp in Deventer. Vakgroep Kennis en Verkenning (2017). Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2017 Gemeente Deventer. Vakgroep Kennis en Verkenning (2019). Monitor Sociaal Domein Deventer. Schaduwbestand 2019-II.

Gemeenteraad en B&W z Raadsmededelingen vanaf 2014 mbt jeugdhulp/jeugdzorg of gelieerd. z Moties vanaf 2014 mbt jeugdhulp/jeugdzorg of gelieerd Geraadpleegd via https://deventer.raadsinformatie.nl/ Deelnemers onderzoek Financiën/sturing z Programmamanager Jeugd z Financieel adviseur z Adviseur backoffice z Hoofd afdeling schuldhulpverlening z Beleidsadviseur Jeugd en Onderwijs z Beleidsadviseur Jeugd en Onderwijs z Beleidsadviseur Jeugd z Beleidsadviseur Jeugd Team Toegang Jeugd z Manager Team Toegang Jeugd z Kinder- en jeugd psycholoog z Jeugdconsulent VO z GGZ-psycholoog Jeugd en POH Jeugd z Medewerker Team Toegang Jeugd 55

Onderwijs en jeugdhulp z Bestuurder samenwerkingsverband PO z Directeur samenwerkingsverband VO Veiligheid z Manager Veilig Thuis Aanbieders z Manager ambulante hulp en woonbegeleiding voor mensen met een verstandelijke beperking z Regiodirecteur Jeugd-ggz z Regiomanager Jeugd-ggz z Regiomanager specialistische jeugd en opvoedhulp z Praktijkhouder vrijgevestigde praktijk voor Jeugd-ggz z Manager bedrijfsvoering Jeugd-ggz z Clustermanager ambulante hulp en woonbegeleiding voor mensen met een licht verstandelijke beperking

56

7.2.

Peel en Maas: Het goede leven in Peel en Maas

Auteurs: Anna Jansma en Frouke Sondeijker Jeugdhulp in Peel en Maas in cijfers De gemeente Peel en Maas bestaat sinds 1 januari 2010 en wordt gevormd door 11 kernen, te weten Baarlo, Beringe, Egchel, Grashoek, Helden, Kessel, Kessel-Eik, Koningslust, Maasbree, Meijel, en Panningen (Atlas Leefomgeving, 2011). Deze kernen maakten deel uit van de 4 voormalige gemeenten Helden, Kessel, Maasbree en Meijel. De inwoners van Peel en Maas In de gemeente Peel en Maas wonen om en nabij de 43.000 mensen. Ongeveer zestig procent hiervan is tussen de 17 en 64 jaar oud. De overige veertig procent is min of meer gelijk verdeeld tussen de jeugd (0-16 jaar) en de ouderen (65 jaar en ouder), waarbij de laatste groep wel in de meerderheid is en de afgelopen jaren ook gestaag toeneemt (en de groep jeugd gestaag afneemt). De verwachting is dat de groep ouderen in Peel en Maas de komende jaren verder groeit en de groep volwassenen kleiner zal worden. Regionaal is de verwachting dat er in 2050 ongeveer 11% minder mensen in Noord-Limburg wonen (Jaarstukken, 2019). Sociaal economische positie Het grootste deel van de populatie in Peel en Maas is middelbaar opgeleid. Daarnaast is een kleine veertig procent hoogopgeleid, en een kleine tien procent laagopgeleid (CBS, 2019).

Het gemiddelde inkomen in Peel en Maas is met €45.100 gemiddeld te noemen (CBS, 2018) en het aantal huishoudens in de bijstand is opvallend laag ten opzichte van het landelijke gemiddelde (1,8% tegenover 5,1%) (Waarstaatjegemeente.nl, 2020).

Jeugdwelzijn Het percentage kinderen (0-17 jaar) in uitkeringsgezinnen is in Peel en Maas ongeveer twee keer zo laag als het landelijk gemiddelde (9% tegenover 16%) (Waarstaatjegemeente.nl, 2018a). Ook leeft een relatief klein percentage van de kinderen in een eenoudergezin (3% tegenover 7% landelijk) (Waarstaatjegemeente.nl, 2018b) en is het percentage vroegtijdige schoolverlaters lager dan het landelijke percentage (1,08% tegenover 1,82%) (Waarstaatjegemeente.nl, 2015). Gebruik van jeugdhulp Het gebruik van jeugdhulp in Peel en Maas lijkt relatief laag: 7,6% van de jongeren (0-17 jaar), tegenover 10,6% op landelijk niveau (Waarstaatjegemeente. nl, 2019a). Dit geeft een wat vertekend beeld, omdat ouders en jeugdigen die hulp krijgen van een gezinscoach19 niet zijn meegenomen in dit cijfer, en een groot deel van de gezinnen het in Peel en Maas ook redt met deze hulp. Wel is het percentage jongeren dat gebruik maakt van jeugdhulp met verblijf lager dan het landelijk gemiddelde: 0,6% in Peel en Maas tegenover een landelijk gemiddelde van 1,1%. Ongeveer 85% van de gezinnen redt zich zonder hulp in het sociaal domein (tegenover 80,4% landelijk) (Waarstaatjegemeente.nl, 2019b). Verwijzingen In 2019 kreeg het overgrote deel van de jeugdigen (71,6%) hulp van één voorziening.

De rest van de jeugdigen ‘stapelde’ en kreeg hulp van twee (14,1%), drie (8,2%), vier (4,8%) of vijf (1,3%) voorzieningen. Het grootste deel van de verwijzingen in 2019, grofweg zestig procent, was afkomstig van de gemeente en betrof verwijzingen naar lichtere vormen van ondersteuning of hulp. Een kleine twintig procent van de verwijzingen was afkomstig van huisartsen, en een kleine tien procent van de GI’s (Dashboard SD Limburg Noord Arrangementenmonitor, 2019).

19 De gezinscoaches in Peel en Maas vallen onder de basisvoorzieningen en zijn in dienst van de gemeente. Meer informatie over de gezinscoaches is te vinden in het hoofdstuk Inrichting van de jeugdhulp.

57

Peel en Maas: een stukje historie De visie en inrichting van de jeugdhulp in Peel en Maas borduurt voort op de ontwikkelingen die de gemeente vanaf 2007 heeft ingezet met Jeugdstation. nl: het voormalige centrum voor Jeugd en Gezin in de gemeente Helden 20. Jeugdstation.nl was een samenwerkingsverband van de pedagogische basisvoorzieningen in Peel en Maas, te weten Vorkmeer (maatschappelijk werk en jongerenwerk), MEE, scholen, consultatiebureaus, peuterspeelzalen, kinderopvang, en andere eerstelijnsvoorzieningen. Met Jeugdstation.nl kende de gemeente al voor de decentralisatie een samenwerkingsstructuur voor jeugdigen en hun opvoeder(s) om problemen te voorkomen en zo nodig door te geleiden naar zorg. De missie en ambitie van Jeugdstation.nl waren al voor de decentralisatie gericht op preventie en het versterken van de eigen kracht van ouders en jeugdigen door het normale te bekrachtigen en het goede te versterken. Het centrum zette ook voor decentralisatie al in op sterke sociale netwerken in de omgeving van het gezin, vraag gestuurde diensten en die vraag maar één keer hoeven stellen (no wrong door principe), uitgaan van de behoefte van het gezin, zelfsturing en maatwerk. Daarnaast werd ook het belang van de pedagogische gemeenschap al onderstreept: de gemeenschappen waarin ouders en kinderen opvoeden en opgroeien.

Die werden ook toen al gezien als het fundament van het jeugdhulpstelsel. Ook waren er al zo min mogelijk geformaliseerde afspraken waardoor er ruimte was voor uitvoerders om te kunnen handelen vanuit hun eigen professionaliteit. Hierbij vond de organisatie het wel van groot belang om af te spreken wie probleemhouder was bij bepaalde casussen. De gemeente vond het in het licht van de decentralisatie belangrijk om de bestaande (sterke) pedagogische basisvoorzieningen in hun kracht te houden

20 De gemeente Helden is opgegaan in de gemeente Peel en Maas.

en zetten en heeft er voor gekozen om aan te sluiten bij het bestaande, dit verder door te ontwikkelen en de samenhang te versterken. In aanloop naar de decentralisatie is wel een kanteling21 in de toegang vormgegeven. Hier is in twee pilots mee geëxperimenteerd: de pilot Schakelplein (vanaf oktober 2013) en de pilot Gezinscoaches (vanaf juli 2013). In de Pilot Schakelplein konden burgers met een ondersteuningsvraag (AWBZ en jeugdzorg) die niet wisten waar ze hun vraag konden stellen, contact opnemen met arrangeurs, die vervolgens zelf de vraag in behandeling namen of de burger in contact brachten met een gezinscoach. Deze casussen werden integraal vastgepakt in zogenaamde arrangementen. De pilot Schakelplein heeft op basis van positieve resultaten de basis gelegd voor de integrale toegang en de samenwerking met zorgkantoor en zorgverzekeraar. “Een doelstelling (c.q. opdracht van VGZ) was om met een krapper budget (25%) goede en zelfs betere ondersteuning (in termen van integraliteit en effectiviteit) te bieden aan kwetsbare burgers. Dat is gelukt. Dus dat was kassa (niet alleen financieel maar vooral rendement in kwaliteit van leven). Er zijn 393 situaties gaandeweg ingebracht in de pilot. Dus dat is een behoorlijke massa.

Daarvan zijn er 20 waarbij samengewerkt is met een Gezinscoach en 20 die vanuit Werk en Inkomen zijn ingebracht.” –Accountmanager Sociaal Domein en procesbegeleider van Hendig De pilot Gezinscoaches heeft de basis gelegd voor de huidige toegang tot de jeugdhulp. In deze pilot stelden gezinnen met kinderen en jongeren in een kwetsbare positie tot 18-23 jaar met ondersteuningsvragen of opvoed- en opgroeivragen samen met een Gezinscoach een gezinsplan op (1Gezin1Plan)

21 In Peel en Maas wordt de decentralisatie ook wel de kanteling van een oud systeem (verzorgingssamenleving) naar een nieuw systeem (participatiesamenleving/civil society) genoemd.

58

en lukte het de gezinscoaches om maatwerk te leveren, en om gezinnen en het sociale netwerk in hun kracht te zetten. Ook de gezinnen waardeerden de manier waarop de gezinscoaches hen ondersteunden. Zij vonden het prettig, dat deze ondersteuning langer kon doorgaan als dat nodig was en ze stelden het zeer op prijs dat ze met één vast gezicht te maken hadden. Meer informatie over de (huidige) werkwijze van de gezinscoaches is te vinden onder het kopje Inrichting van de jeugdhulp. Daarnaast zijn er in aanloop naar de decentralisatie diverse initiatieven opgezet, die inzetten op belangrijke pijlers in de huidige visie op jeugdhulp (en sociaal domein), namelijk zelfsturing, netwerksamenwerking en leren van elkaar. Een van die initiatieven is het lokaal faciliteren van (burger)initiatieven en daar gezamenlijk afspraken over maken met andere regiepartijen en netwerkpartners. Zoals dat het geval is bij dorpsontmoeting22, dorpsvervoer, dorpsinfoloketten, de Theaterwerkplaats Mafcentrum Maasbree (TWP)23, de Begeleidingsdienst en andere initiatieven die door burgers zijn opgezet. Rendementsanalyses hebben aangetoond dat dit soort initiatieven van toegevoegde waarde zijn voor de Kwaliteit van Leven van de bezoekers, betrokken maatwerkvoorzieningen en netwerkpartners uit de gemeenschap en dat ze hiermee een waardevolle schakel zijn in het gehele palet aan voorzieningen,

22 In elk van de 11 dorpen in Peel en Maas is er een dorpsontmoeting (voorheen dorpsdagvoorzieningen). Ieder dorp heeft dat op zijn eigen manier opgezet en vormgegeven. De werkgroep dorpsontmoeting doet de dagelijkse gang van zaken. Het streven van de werkgroep en de beroepskrachten is om de dorpsontmoeting een integraal geheel voor ontmoeting te laten zijn. De gemeente faciliteert de dorpsontmoetingen als basisvoorziening (voorliggende voorziening) in het sociaal domein middels subsidie. 23 De TWP is een burgerinitiatief van, voor en door mensen die leven in Peel en Maas en/of betrokken zijn in Maasbree. Het biedt een laagdrempelige plek waar kwetsbare burgers terecht kunnen. Met name jongeren en jong volwassenen bezoeken de TWP. De TWP zet zich in om bezoekers te ondersteunen bij hun herstel, groei en ontwikkeling met oog voor hun kwaliteit van leven. Daarnaast streeft de TWP ernaar bezoekers van betekenis te laten zijn voor gemeenschappen en vice versa. De TWP is een basisvoorziening (voorliggende voorziening) in het sociale domein. De gemeente Peel en Maas faciliteert de TWP middels een subsidie.

hulp en zorg in Peel en Maas en omstreken. Een ander initiatief is ‘Werk maken van werk’, waarin ondernemers in Peel en Maas mee denken en doen om mensen weer een perspectief te bieden op arbeid. Zij stellen ontwikkelplekken, taalstage plekken, werkervaringsplaatsen en betaalde banen ter beschikking en zetten voor wat betreft de begeleiding hun ‘natuurlijke begeleiders’ in, die samen met de beroepskrachten een perfecte combinatie vormen om de eerste stappen naar arbeid goed te laten verlopen. Een mooi initiatief op het gebied van netwerksamenwerking is het Netwerk Welzijn Versterkt (NWV) waarin de gemeente Peel en Maas, het Zorgkantoor coöperatie VGZ - regio Noord- en Midden-Limburg, en haar partners in 2008 een nieuwe, innovatieve weg zijn gestart in het bieden van ondersteuning aan inwoners in een zeer kwetsbare situatie, waarbij zij in hun kracht worden gezet. Deze nieuwe werkwijze heeft geleid tot een wisseling van perspectief bij de betrokken vrijwilligers en beroepskrachten en daarmee gezorgd voor een kanteling van het voormalige systeem (verzorgingssamenleving) naar het nieuwe systeem (participatiesamenleving/civil society) van binnenuit. De werkwijze heeft laten zien dat ontschotting mogelijk is en grenzen in regelgeving kunnen worden verlegd. Bovengenoemde initiatieven zijn een belangrijke drijfveer geweest om begin 2019 te starten met de pilot ‘Hendig’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=423bdc11-3629-48bf-bdaf-0a7bdeb378aa