CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-079 07 5 Programma van Eisen proefsleuvenonderzoek (Geanonimiseerd)

Raad 30 juni 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan ‘De Hoek fase II Meijel’ (2026-079)12.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7. 2

Uitwerkin15 g

7. 2. 1

Structuren , grondsporen

,

vonds tverspreiding

Vindplaatsen worden op grond van spoor- en vondstspreidingen geïnterpreteerd en op basis van informatie over tijd (periode) en ruimte begrensd in zones , sites of als off-site fenomenen. Deze zones , sites etc. worden vervolgens geïnterpreteerd en met een deugdelijke onderbouwing (KNA -conform) gewaardeerd. • Lijsten en tabellen van sporen en vondsten worden als bijlagen aan het rapport toegevoegd en niet in de lopende tekst. • Het resultaat is een analytische beschrijving die , voor zover mogelijk , antwoord geeft op de onderzoeksvragen uit dit PvE. 14 Indien evaluatieverslag conform KNA 4. 2 , protocol 4004 (deelproces 3 , OS12 15 conform KNA 4. 2 , protocol 4004 (deelproces 4 , OS14 -OS15).

-OS13). 26

• •

Een vlaktekening op groot formaat (schaal 1:500 of een kleinere schaal) met overzicht en interpretatie van de aangetroffen sporen/structuren met bijhorende spoor- of structuurnummer s. Op alle tekeningen van een horizontaal vlak worden op regelmatige plaatsen NAP -hoogten gezet.

7. 2. 2

Analyse aardwetenschappelijk e gegevens De interpretatie en analyse van de fysisch-geografische en bodemkundige informatie gebeurt zoveel als mogelijk in het veld. De verzamelde gegevens dienen zodanig te worden uitgewerkt dat de (paleo)landschappelijke context , de bodemopbouw en postdepositionele processen van de vindplaats kunnen worden bepaald en een koppeling met de archeologische data en interpretaties mogelijk is. Er dient , op basis van de profielkolommen , ten minste één doorlopend profiel dwars op het reliëf te worden afgebeeld en geïnterpreteerd. Ook de bevindingen en de resultaten van het eerder in het plangebied uitgevoerde vooronderzoek worden hierin meegenomen.

7. 2. 3

(An)organische arte16 f acten Artefacten worden per materiaalcategorie beschreven conform de daarvoor gebruikelijke determinaties (tenminste conform het ABR en de aanlevereisen van het depot). Per (an)organisch archeologisch artefact dient per vondstcategorie minimaal gedocumenteerd te worden: 1. het spoor (of laag) waarin het artefact is aangetroffen ; 2. de conserveringstoestand van het artefact (verbrand , vergaan , etc. ) ; 3. de determinatie van het artefact ; 4. de datering van het artefact ; 5. een beschrijving van het artefact (grootte , categorie , versiering , bewerkingssporen , etc. ). Categorie-specifieke uitgangspunten: • Aardewerk en glas: determinatie per periode op ‘bakselniveau’ , en voor zover mogelijk op type. Bij aardewerk en glas uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd zoveel mogelijk gebruik maken van type-indeling volgens het Classificatiesysteem voor Keramiek en Glas (Deventer Systeem). Natuursteen/vuursteen: determinaties op gesteentesoort , werktuig-/gebruikstype , en indien • mogelijk op herkomst en gebruikssporen. • Metaal: determinatie op metaalsoort , zo mogelijk op artefacttype en periode. • Bewerkt hout (artefacten en constructiehout)h: outsoort , afmetingen , functie , bewerking , gebruikssporen.

• Van onherkenbare voorwerpen , bijvoorbeeld van metaal (roestklompen) worden na een eerste selectie (zo nodig in overleg met de depothouder en bevoegde overheid) röntgenopnamen gemaakt. • Iedere vondst uit een archeologisch relevante context wordt gedetermineerd. • Losse vlakvondsten (aanlegvondsten) en stortvondsten worden minstens gescand , maar wel geanalyseerd indien deze een (mogelijke) relatie hebben met onderliggende sporen en/of lagen en voor zover dat relevant is voor het onderzoek en de beantwoording van de onderzoeksvragen. • Bij (vergankelijke) vondsten dient in eerste instantie minimaal gezorgd te worden voor stabilisering van de staat waarin deze zijn gevonden. De keuze voor verdere behandeling en analyse dient gemaakt te worden door de betreffende materiaalspecialist.

16 Indien opgesteld dient de uitwerking en conservering plaats te vinden volgens het vastgestelde evaluatierapport. De archeologisch aannemer dient zelf kennis te nemen van de specifieke eisen die het betreffende depot stelt aan de aanlevering van het vondstmateriaal.

27

7. 2. 4

Archeozoölogische , archeobotani-sacnhtero epno flyosgiisscchhe 17 r esten Botanische resten (incl. zadenmonsters) worden ná het veldwerk en ná selectie gewaardeerd door een specialist ter bepaling van de kwaliteit en het archeologisch-ecologisch potentieel. De scan vindt plaats voorafgaand aan het evaluatieverslag. De resultaten van de scans worden besproken in het evaluatieverslag. Tel- en determinatielijsten worden zowel in het evaluatieverslag als in het eindrapport opgenomen.

Eventuele uitwerking , conservering en rapportage van tijdens het veldwerk genomen monsters en de daarmee samenhangende (extra) kosten , worden in het evaluatieverslag voorgelegd aan de opdrachtgever. Na goedkeuring van de bevoegde overheid worden botanische resten op voordracht van de projectleider nader geanalyseerd en uitgewerkt. Archeozoölogische resten Uitgangspunten bij de documentatie van dierlijk botmateriaal: • Het spoor (of laag) waarin het bot is aangetroffen ; • De conserveringstoestand van het bot (verbrand , vergaan , etc. ) ; • De determinatie op type bot en soort dier ; • Eventueel datering. Fysisch antropologische resten Eventuele crematiegraven worden geheel gezeefd over zeven met een maaswijdte van resp. 2 cm , 1 cm en 3 mm. Het residu wordt gewaardeerd. Alle aangetroffen crematieresten uit graven worden geanalyseerd en gerapporteerd. Menselijke resten (verbrand én onverbrand) worden geanalyseerd volgens de voor het vakgebied gangbare methoden. Aandachtspunten zijn: − inschatting leeftijd bij overlijden ; − geslachtsbepaling ; − lichaamslengte ; − doodsoorzaak ; − gezondheid ; − voedseleconomie ; − herkomst en migratie ; − bevolkingsopbouw.

7. 3

Rapporta ge

7. 3. 1

Beeldrapportage (objecttekeningen , foto ’s , kaarten , e. d. ) • •

•

•

In het rapport worden relevante overzichts- en detailfoto’s opgenomen. Coupes van sporen , profielen en profielkolommen worden ter documentatie als scan gedigitaliseerd. Representatieve sporen en profielen worden in opgemaakte vorm in het rapport afgebeeld. Structuren , grondsporen en vondstspreidingen worden in de standaardrapportage beschreven vanuit hun ruimtelijke , stratigrafische en chronologische context en onderlinge samenhang. Hiertoe worden alle grondsporen en structuren geïnterpreteerd en gedateerd. Alle sporen en structuren worden afgebeeld op een alle-sporenkaart voorzien van het landelijke coördinatengrid. Hierop dienen de locaties van de werkputten herkenbaar te staan afgebeeld met werkputnummer. De sporen en structuren wordeng ecategoriseerd op spooraard afgebeeld. Indien

17 Indien opgesteld

dient de uitwerking en conservering plaats te vinden volgens het vastgestelde evaluatierapport. 28

• •

7. 3. 2

voldoende dateerbaar vondstmateriaal aangetroffen wordt , worden sporen en structuren op een aparte afbeelding naar datering gekleurd. Bij de evaluatie van het veldwerk wordt in overleg met de bevoegde overheid op basis van het evaluatieverslag bepaald welke objecten getekend en/of gefotografeerd worden. Een referentieprofiel wordt altijd afgebeeld in het rapport.

Eindrappaoge rt en te leveren 18p roduct Inhoud eindrapport • Bij het aantreffen van een behoudenswaardige vindplaats wordt een publieksvriendelijke samenvatting van het onderzoek en de resultaten van maximaal twee A4 platte tekst aan het rapport toegevoegd , om de opgedane gegevens op een laagdrempelige manier te ontsluiten voor het brede publiek. Dit wordt ondersteund door enkele representatieve afbeeldingen. • Conclusies en synthese waarin de resultaten van het onderzoek op integrale wijze worden besproken. De verkregen resultaten dienen tevens bezien en geduid te worden in het licht van de bestaande kennis over de bewoningsgeschiedenis van het desbetreffende ge bied (de onderzoeksvragen worden dus niet alleen apart beantwoord). • De tekst dient op alle essentiële punten door kaarten , afbeeldingen en tabellen ondersteund te worden. • Ten behoeve van de waardering wordt per vindplaats een KNA -conforme waarderingstabel ingevuld. De waardering wordt in een lopende tekst onderbouwd. Verstrekking eindrapport en data • Bevoegd gezag gemeente (1 exemplaar digitaal) ; • Archeologisch adviseur van de bevoegde overheid (1 exemplaar digitaal) ; • De (definitieve) digitale opgravingsdocumentatie van het project wordt in origineel format aan provincie beschikbaar gesteld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de pakbon (zie hoofdstuk 9).

; De provincie draagt zorg voor deponering in DANS • De gemeente draagt zorg voor de verstrekking van het rapport aan de lokale heemkundekring. Opleveringstermijnen • Indien een evaluatierapport opgesteld wordt , wordt dit uiterlijk 4 weken na afloop van het veldwerk opgesteld. Het evaluatierapport wordt digitaal geleverd aan de bevoegde overheid en de opdrachtgever. • Binnen 3 maanden na goedkeuring van het evaluatierapport en het uitwerkingsvoorstel met eventuele aanpassing/aanvullingen van het PvE , wordt het concepteindrapport aangeleverd. • De conceptversie van het eindrapport wordt digitaal geleverd. Toetsing van het concepteindrapport aan het PvE gebeurt door de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Correcties worden verwerkt in het definitieve eindrapport. • Uiterlijk 4 weken na beoordeling levert de opdrachtnemer het definitieve rapport. • Van deze termijnen kan in overleg worden afgeweken , in het bijzonder wanneer noodzakelijke laboratoriumanalyse (bijvoorbeeld 14 C-onderzoek of anderszins) meer tijd vraagt. Het verlengen van de termijn gebeurt altijd in overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid.

18 In de rapportage

dient rekening te worden gehouden met de volgens de NOaA vereiste terminologie voor de diverse archeologische perioden. Bij de middeleeuwen dient bij voorkeur gesproken te worden van Volle en Late Middeleeuwen (respectievelijk 1050-1250 ; 1250–1500). 29

7. 3. 3

Openbaarheid en in tegriteit •

•

•

•

•

Definitieve rapporten met onderliggende documentatie zijn openbaar. Restricties kunnen alleen door de bevoegde overheid gesteld worden vanuit een oogpunt van bescherming van het bodemarchief. De auteurs zijn verantwoordelijk voor een verslaglegging volgens standaarden van goed vakmanschap , beroepsethiek en integriteit. De opdrachtgever/vergunning-aanvrager kan geen eisen stellen of beperkingen opleggen aan de inhoud , de conclusies en de aanbeve lingen. De auteurs kunnen beperkingen opleggen aan de toegankelijkheid en verspreiding van hun onderzoeksgegevens tot het moment dat het conceptrapport door de bevoegde overheid is goedgekeurd. Deze bepaling vervalt indien het evaluatierapport en/of het conceptrap port niet binnen de gestelde termijnen worden aangeleverd. De auteurs stellen tekeningen en onderzoeksgegevens (opgravingsdocumentatie) te allen tijde aan de bevoegde overheid ter beschikking indien deze nodig zijn voor de voorbereiding van ander onderzoek of beschermende maatregelen. De bevoegde overheid kan alleen verbeteringen eisen bij aantoonbare tekortkomingen in de wetenschappelijke kwaliteit van de verslaglegging. Aanbevelingen horen tot het domein van de auteur en zijn niet aan correctie onderhevig.

30

8

_ (DE)SELECTIE EN CONSERVERING

8.1

_ Selectie materiaal voor uitwerking In

beginsel komen alle vondsten in aanmerking voor determinatie en analyse. Voorstellen tot (de)selectie dienen te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid en het provinciaal depot. Dit gebeurt middels een (de)selectierapport met daarin een gemotiveerd voorstel en een lijst. In deze lijst wordt aangegeven:

aRWN-

.

„

vondsinummer; context;

„

soort

„

soort

„

object; globale datering;

NO reden „

materiaal;

mate

„

8.2

gaafheid;

van

deselectie.

van

_ Selectie materiaal voor deponering en verwijdering In verband en

met

door de

deselectie van materialen, kan

depothouder.

Dit is doorgaans

na

sprake zijn van overleg- en goedkeuringsmomenten

beëindiging van

het veldwerk

in

het kader

van

met

een

evaluatie (zie 8 7.2). Dit kan evenwel ook zijn tijdens het veldwerk, bij significante afwijkingen m.b.t. vondsten (aantallen, aard, noodzaak tot conservering, etc.). Procedure en doorlooptijden worden beschreven is in

in

Limburg

Tijdsduur

de KNA 4.2 en hieronder in het kader de Depothouder provincie Limburg: (geanonimise rd)

aangegeven.

Contactpersoon

voor

(delselectie

(geanonimiseerd)

reactie

Reacties t.a.v.

tijdens het veldwerk:

wel/niet

meenemen

vanaf het moment

(naar tussendepot uitvoerder)

is 2

werkdagen (48 vur) op

werkdagen Bij uitblijven van een reactie uitvoerder, opdrachtgever, bevoegde overheid] beslissen of zij het materiaal wel/niet tijdelijk deponeren. Tijdsduur

aantoonbaar melden per telefoon, email bij de depothouder. binnen de afgesproken termijn mogen de overige partijen (archeologisch van

(evaluatiefase): afspraak met depothouder: afhandeling verzoek goedkeuring max. 15 werkdagen. Bij uitblijven reactie kan het werk in samenspraak met opdrachtgever en bevoegde overheid zonder goedkeuring van de depothouder worden voortgezet. reactie

na

het veldwerk

(Aantoonbaar) aanmelden, maken

8.3

__ Selectie van materiaal voor conservering e

e

_ Bijzondere vondsten die geconserveerd of gerestaureerd moeten worden, worden in overleg met bevoegde overheid, opdrachtgever en provinciaal depot overgedragen aan een specialist. _ Bij bijzonder kwetsbare vondsten wordt een specialist geraadpleegd. Metaalvondsten en vondsten van organisch materiaal dienen, voor zover behoudenswaardig, geconserveerd te worden. De behoudenswaardigheid wordt in overleg met de bevoegde overheid en

• • •

opdrachtgever vastgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan de depothouder van het provinciaal depot. Van onherkenbare voorwerpen (roestklompen) worden ter vaststelling van de behoudenswaardigheid röntgenopnamen gemaakt. Het gesorteerde en geanalyseerde materiaal wordt zo verpakt dat het stabiel kan worden opgeslagen in het provinciaal depot. Uitgangspunt bij de conservering is dat het behoud gewaarborgd is.

32

9

_ EISEN BETREFFENDE DEPOT Er is conform de KNA

depothouder

Limburg:

sprake van

een

aantal

overleg

en

goedkeuringsmomenten

met

en

door de

(zie hiervoor hoofdstuk 8).

Voor aanvang

Provinciaal

4.2

van

Depot

het onderzoek wordt contact opgenomen met de depotbeheerder van het voor Bodemvondsten van Limburg. Vast contactpersoon depofhouder provincie

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Deponering van de vondsten en de documentatie vindt plaats in het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten conform de daarvoor opgestelde eisen van aanlevering. Deponering van vondsten documentatie vindt gelijktijdig plaats, na afronding van het definitieve rapport. Voor de actuele zie:

aanleveringsvoorwaarden

van

het Provinciaal

en

depot voor Bodemvondsten, Limburg

hitps://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuurerfgoed-archeologie/archeologie

afronding van het onderzoek wordt het geheel, conform de daarvoor geldende normen en eisen KNAspecificatie DSO2 en DSO3) aangeleverd via het landelijk Hoket ArcheoDepot a

www.archeodepot.nl) geupload via het Eformulier. hitps://dbs.archeodepot.nl/aanleverportaal/aanlevering) en zo overgedragen aan het Provinciaal Depot. Het deponeren van archeologische vondsten en onderzoeksdocumentatie vindt plaats volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, protocol 4004 Opgraven, OS17: “Gestandaardiseerde beschrijving van projectdocumentatie bij het deponeren van archeologisch vondsten en monsters d.m.v. pakbon)”. Onder protocol 4004 wordt onder het begrip pakbon verstaan: het document dat bij het te deponeren materiaal en/of de documentatie wordt gevoegd en op gestandaardiseerde wijze een beschrijving geeft van de inhoud van het aangeleverde. Bij de digitale aanlevering bestaat de pakbon uit een XMlbestand, conform SIKB-protocol 0102 en wordt zo tevens als digitale documentatie, conform KNA-specificatie DSO5, overgedragen aan het e-Depot DANS. deponering is het Onderzoeksmeldingsnummer (ARCHIS) structureel gelinked met de Persistent ldentifier (DANS), zodat de data digitaal altijd te traceren zijn. Ten overvloede. Dit houdt tevens in dat in de Pakbon de gespecificeerde artefactcodes (zie Codetabel 1: Artefacttypel zullen worden gebruikt Na

voor

opgegraven

aangeleverd

aan

archeologische objecten. Dendrochronologische gegevens worden DataVerseNL

tevens

(hitps://dataverse.nl/) cf. de daarvoor heersende richtlijnen.

10

RANDVOORWAARDEN

10. 1

Personele randvoorw aarden •

• •

•

• •

10. 2

EN AANVULLENDE

E ISEN

Het onderzoek staat onder leiding van een Senior KNA-archeoloog. Zij/hij heeft aantoonbare ervaring met projectbeheersing , opgraven en schrijven en redigeren ; daarnaast heeft zij/hij aantoonbare ervaring met gravende onderzoeken binnen het zuidelijk zandgebied van Nederland. De Senior KNA-archeoloog is fulltime in het veld ter plaatse. De graafwerkzaamheden worden uitgevoerd door een kraanmachinist met aantoonbare ervaring met archeologisch onderzoek. Een fysisch geograaf of bodemkundige met een ruime bodemkundige specialisatie in zandgronden of een senior KNA-archeoloog met ruime en relevante bodemkundige en fysischgeografische ervaring , wordt ingezet voor de interpretatie van de bodemprofielen in het veld. De materiaal- en monsteranalyses worden uitgevoerd door specialisten met aantoonbare ervaring op het vlak van materiële cultuur , botanische en archeozoölogische resten uit de te verwachten perioden. De metaaldetector dient gehanteerd te worden door een deskundig persoon met ervaring in metaaldetectie. Inzet van studenten archeologie en/of vrijwilligers tijdens het veldwerk is toegestaan , mits goed begeleid en afgestemd met de opdrachtgever en de adviseur archeologie van de gemeente.

Overlegmome nten In overleg met de opdrachtgever worden de uitvoeringsperiode en de opleveringstermijn van het veldwerk vastgelegd. Bij het aantreffen van archeologische resten die , gezien de initiële verwachting , niet verwacht werden , wordt de bevoegde overheid (of haar adviseur) , de opdrachtgever en depothouder zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld. Zaak is dat de archeologisch uitvoerder te allen tijde ter beschikking staat om de bevoegde overheid van informatie en advies te voorzien. Afstemming tussen de verschillende partijen vindt plaats op de volgende momenten: • Startmelding: uiterlijk 1 week voor aanvang van het veldwerk wordt de start gemeld bij de bevoegde overheid en diens adviseur archeologie. Tevens wordt het PvA gedeeld. • Tijdens de uitvoering vindt wekelijks overleg plaats tussen de projectleider en de adviseur archeologie van de gemeente. Dit gebeurt in het veld , tenzij anders overeengekomen (bijvoorbeeld per telefoon of mail). Daarnaast wordt elke week een korte voortgangsrapportage (weekrapport of samenvatting dagrapporten) gedeeld. • Indien belangwekkende zaken worden aangetroffen die niet in het PvE zijn voorzien of wanneer substantieel van het PvE afgeweken dient te worden , vindt overleg plaats met de bevoegde overheid (of haar adviseur) en de opdrachtgever.

• Bij het aantreffen van bijzondere , mogelijk behoudenswaardige archeologische resten , bijv. concentraties artefacten , of bijzondere sporen of structuren , zoals crematie- of inhumatiegraven , wordt terstond contact opgenomen met de bevoegde overheid over de te volgen strategie. • Contacten met de media verlopen altijd via de opdrachtgever. • De contactpersoon van de bevoegde overheid wordt op de laatste veldwerkdag op de hoogte gesteld van einde veldwerk. Op dat moment wordt bekeken of een evaluatierapport zinvol is.

34

De bevoegde overheid plaatsvinden.

10. 3

en/of de opdrachtgever kan/kunnen bepalen dat meerdere overleggen

Kwaliteitsbewaking

en

toezicht

Kwaliteitsbewaking De opgravende partij is gecertificeerd voor de werkzaamheden proefsleuven en opgraven (SIKB BRL 4003). De Senior KNA-archeoloog van het uitvoerende bedrijf houdt toezicht op de werkzaamheden en is hierbij eindverantwoordelijk. Hij/zij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderzoek en de te doorlopen processtappen. Toezicht: Tijdens het uitvoeren van het veldwerk worden door de verantwoordelijke archeoloog dag - en weekrapporten opgemaakt waarin de vordering van de werkzaamheden , de personele inzet , de verwerking en de opslag van kwetsbare materialen , de wetenschappelijke of technische ontwikkelingen en de inhoudelijke keuzes worden opgenomen. adviseur Op verzoek worden deze weekrapporten en eventueel ook de dagrapporten gedeeld met de archeologie namens de bevoegde overheid.

10. 4

Overige randvoorwaarden

en aanv

ullende eisen

In alle gevallen waarin dit PvE niet voorziet , zijn de procesbeschrijvingen en specificaties van de KNA 4. 2 van toepassing. Opdrachtgever of bevoegde overheid • De opdrachtgever zorgt voor de toegankelijkheid/milieutechnische vrijgave van het plangebied en voor gelegenheid tot het plaatsen van een schaftwagen/directiekeet , een container voor opslag van materiaal en een chemisch toilet. Indien de mogelijkheid zich voordoet dat er kan/moet worden uitgeweken naar een andere locatie zal dit z. s. m. kenbaar worden gemaakt. • De opdrachtgever geeft indien gewenst ook kopieën van de rapporten milieu- en/of explosievenonderzoek. • De opdrachtgever verzorgt de contacten met andere belanghebbenden. Opdrachtnemer • De uitvoerder van het archeologisch onderzoek is in het bezit van een geldig certificaat BRL SIKB . 4000 Archeologie met protocol 4003 IVO • Een week voorafgaand aan het veldonderzoek wordt het PvA/ draaiboek digitaal aangeleverd aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Het draaiboek is voorzien van een veiligheidsplan. • De opdrachtnemer verzorgt het meetsysteem en de inrichting van het plangebied. • De opdrachtnemer doet de KLIC-melding. • Binnen de proefsleuf/werkputten zullen risicovolle plekken zoals (diepe) proefputten door de opdrachtnemer met rood-wit lint worden afgezet na einde werkdag. • Geplande publiciteit (bijv.

persberichten , aangekondigde bezoeken van media in het veld , etc. ) vindt alleen plaats na toestemming van de opdrachtgever. Bij niet te plannen publiciteit (bijv. spontaan bezoek van media) wordt doorverwezen naar de opdrachtgev er. Oplevering terrein na afloop af te stemmen met gemeente en civiel aannemer. •

35

11

WIJZIGINGENT OV HET VASTGESTELDE

11. 1

Wijzigingen tijdens het veldwerk •

•

• • •

11. 2

P VE

Belangrijke afwijkingen ten opzichte van het PvE bij de ontsluiting van het gebied of gedurende het veldwerk worden schriftelijk/per e-mail aangevraagd bij de bevoegde overheid en de opdrachtgever en zijn alleen mogelijk na overleg met en goedkeuring door de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Doorgevoerde afwijkingen ten opzichte van het PvE worden door opdrachtnemer op schrift vastgelegd , waarbij het PvE kan worden aangepast of aangevuld. Na goedkeuring van de aanvulling op het PvE kan het veldwerk worden vervolgd. Kleine wijzigingen worden vastgelegd in de verslagen van werkoverleg en in de dag - en weekrapporten. Afspraken ten aanzien van wijzigingen op het vastgestelde PvE worden in het evaluatierapport en de eindrapportages geregistreerd en verantwoord. Indien meerkosten aan de wijzigingen verbonden zijn , is het vereist de opdrachtgever hiervan tijdig op de hoogte te brengen.

Belangrijke wijzig ingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: • Wijzigingen aan het puttenplan of de in dit PvE geformuleerde onderzoeksstrategie ; • Afwijkingen van de standaard onderzoeksmethode zoals in dit PvE opgenomen ; • Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden ; • Indien belangwekkende zaken worden aangetroffen die niet in het PvE zijn voorzien (inhoudelijke veranderingen) ; • Indien substantieel van het PvE afgeweken dient te worden (kwantitatieve veranderingen) ; • Wijzigingen die selectie en conservering van vondsten beïnvloeden. Belangrijke wijzigingen worden door de Senior KNA-archeoloog besproken met de opdrachtgever en (de adviseur van) de bevoegde overheid. Deze bepaalt , zo nodig in samenspraak met opdrachtgever , welke wijzigingen kunnen worden doorgevoerd. Indien meerkosten aan de wijzigingen verbonden zijn , is eveneens goedkeuring vereist van de opdrachtgever.

11. 3

Procedure uitwerking •

wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk én tijd en conse rvering

van

Gewenste wijzigingen ten opzichte van het PvE na de evaluatiefase van het veldwerk en gedurende de uitwerking en conservering worden schriftelijk aangevraagd bij de bevoegde overheid en de opdrachtgever en zijn alleen mogelijk na overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid (en haar adviseur).

36

12

LITERATUUR

EN BIJLAGE N

Borsboom , A. J. / J. W. H. P. Verhagen , 2009 : KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek , Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) , SIKB Gouda. Hiddink , H. A. , 2003 : Het grafritueel in de Late IJzertijd en Romeinse tijd in het Maas-DemerScheldegebied , in het bijzonder van twee grafvelden bij Weert , Amsterdam (Zuid-Nederlandse Archeologische Rapporten 11). SIKB , 2006: Leidraad eerste Hulp bij Kwetsbaar Vondstmateriaal

,

Gouda.

, 2015: Veen , V. van der & N. J. W. van der Feest Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek , door middel van boringen Meijel deelgebied Oost (Aeres Milieu project AM13212).

Synthese archeologische onderzoeksresultaten provincie Limburg tijdvak 1995

- 2006

Grooth , M. J. Th. de , 2007: De vroege prehistorie , in: P. van der Gaauw (red. ) , Evaluatie van het archeologisch onderzoek in Limburg in de periode 1995 t/m 2006 , Maastricht. Hoevenberg , J. , 2007: Evaluatie Limburg in de Romeinse tijd , onderzoek 1995 -2006 , in: P. van der Gaauw (red. ) , Evaluatie van het archeologisch onderzoek in Limburg in de periode 1995 t/m 2006 , Maastricht. Hoof , L. G. L. van , 2007: Evaluatie van het onderzoek naar de late prehistorie in Limburg sinds 1995 in: P. van der Gaauw (red. ) , Evaluatie van het archeologisch onderzoek in Limburg in de periode 1995 t/m 2006 , Maastricht.

,

Stoepker , H. , 2007: Evaluatie en synthese van het sinds 1995 in Limburg uitgevoerde archeologische onderzoek met betrekking tot de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd , in: P. van der Gaauw (red. ) , Evaluatie van het archeologisch onderzoek in Limburg in de periode 1995 t/m 2006 , Maastricht. Synthese archeologische onderzoeksresultaten provincie Limburg tijdvak 2007 - 2013 Meurkens , L. & A. Tol , 2016: De late prehistorie. Een actuele kennisstand van de late prehistorie in Limburg aan de hand van archeologisch onderzoek tussen 2007 en 2013 , s. l. Tichelman , G. , 2016: Romeinse tijd in Limburg. Een actuele kennisstand van de Romeinse tijd in , s. l. Limburg aan de hand van archeologisch onderzoek tussen 2007 en 2013 Verhart , L. , 2016: De vroege prehistorie in Limburg. Een actuele kennisstand van de vroege prehistorie in Limburg aan de hand van archeologisch onderzoek tussen 2007 en 2013

, s.

l.

Schotten , J. & A. Van De Water , 2021: De middeleeuwen en nieuwe tijd. Een actuele kennisstand , s. l. voor Limburg aan de hand van archeologisch onderzoek tussen 2007 en 2017

37

BIJLAGEN 1) 2)

B1

Invullijst te verwachten aantallen ; Overzicht te raadplegen specialismen

INVULLIJST

TE VERWACHTEN

AANTALL EN

100 110 120 130 140

Voorbereiding veldwerk KLIC-melding en controle Samenstellen PvA/draaiboek Onderzoeksmelding EW art. 5. 11 Coördinatie en overleg

stuk stuk stuk stuk

1 1 1 1

200 210

Landmeting Uitzetten (hoofd)meetsysteem / NAP-punten (uitgangspunt = DGPS)

stuk

0

300 310 315 320

Mobilisatie en demobilisatie Aan- en afvoer materieel opgravingsterrein De- en remobilisatie (indien tijdelijke onderbreking) , inclusief keethuur e. d. Inrichting en handhaving opgravingsterrein en -basis per week

stuk stuk Week

1 0 2

400 410

Uitvoeren veldwerk: grondwerk en documentatie Proefsleuven: aanleg vlakken , couperen sporen , velddocumentatie , profielkolommen , vondstverwerking , dichten Proefsleuven: digitaliseren veldtekeningen en primaire dataverwerking Directievoerend veldoverleg (wekelijks à ca. 2 u per keer) totale looptijd project Aanleggen , documenteren , analyseren doorlopende profielen (fys. geografie , bodem) Evaluatieverslag , opleveringsverslag , technische rapportage en overleg

m²

5. 300

m² stuk meter stuk

5. 300 2 10 1

Uitwerking , rapportage , redactie , productie , archivering , deponering (totale kosten) Sporen en structuren Uitwerking en verslaglegging

stuk

1

Radiometrisch- en dendrochronologisch onderzoek C14-ouderdomsbepaling (AMS) Dendrochronologische datering monster

stuk stuk

1 0

420 450 460 470 500 510

515

B1-1

520

530

540

545

550

555

560

570

Aardewerk en keramisch bouwmateriaal Determinatie , analyse , interpretatie , incl. deelverslag per stuk Tekening aardewerk Foto aardewerk

stuk stuk stuk

150 5 10

Metaal (ferro , non-ferro , inclusief munten) Analyse per stuk Tekening metaal Foto metaal Röntgenonderzoek metaal

stuk stuk stuk stuk

25 2 10 2

Natuursteen , metaalslakken (incl. artefacten vuursteen) Analyse natuursteen (brokken tefriet en slakkenp er vondstnr. ) , incl. deelverslag per stuk Tekening natuursteen / vuursteen Foto natuursteen / vuursteen

stuk stuk stuk

25 1 5

Glas Analyse glas , incl. deelverslag per stuk Tekening/foto glas

stuk stuk

10 1

Zoöarcheologie (ook verbrand bot) Analyse (bewerkt) botmateriaal , incl. deelverslag per stuk

stuk

5

stuk stuk

0 0

Archeobotanie Archeobotanische waardering / scan droge monsters (zand) , 5 L Archeobotanische waardering / scan natte monsters , 5 L Analyseren van botanische macroresten (droog/verkoold) Analyseren van botanische macroresten (nat/(on)verkoold)

stuk stuk stuk stuk

1 1 1 1

Palynologie Monsterbehandeling (per preparaat) Inventarisatie profiel (ca. 5 preparaten) , per profiel Kwantitatieve analyse/pollendiagram per profiel , incl. deelverslag per stuk

stuk profiel stuk

1 1 1

Fysisch-antropologisch onderzoek crematiegraven Berging/zeven crematieresten Analyse crematieresten (inclusief dierlijke crematieresten in graf) incl. verslaglegging per stuk

B1-2

585

600

700

Hout (artefacten , geen waterputten) Analyse hout , incl. deelverslag per stuk Tekening hout Foto hout

stuk stuk stuk

0 0 0

Rapportage Uitwerking , synthese en rapportage Conceptrapport met afbeeldingen (alleen proefsleuven)

stuk

1

Redactie en productie Redactie rapport Definitief rapport

stuk stuk

1 0

stuk stuk

1 1

stelpost

€ 2. 500

(definitief standaardrapport)

800 810 820

Archivering en Deponering Deponeren van vondsten , documentatie en gegevens Invoeren van gegevens in ARCHIS

900 952

Stelposten Stelpost ecologie , datering , conservering en restauratie metaal , hout , been , leer , textiel e. d. en niet geëxpliciteerd onderzoek

B1-3

B2

OVERZICHT

TE RAADPLEGEN

SPECIALIST EN

Vondstcategorie

Raadplegen bij PvA

Raadplegen bij veldwerk

Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

ja

nee

nee

nee

nee

nee

nee

n. v. t

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

nee

nee

Houtskool(monsters )

nee

nee

Textiel Leer Submoderne materialen

nee

nee

nee

nee

Raadplegen bij uitwerking ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja n. v. t. n. v. t. ja ja ja ja

nee

nee

nee

nee nee

Nee Nee Nee

ja ja ja

nee

n. v. t.

ja

nee

n. v. t.

nee

n. v. t.

nee

nee

ja Ja ja

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

nee

ja

ja

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen , diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminiscentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering DNA Dendrochronologisch monster

nee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=a2cd32e2-2d3b-488c-86b3-b58fde163803