CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-078 20 Regels TAM-IMRO Omgevingsplan Gebiedsontwikkeling Grashoek

Raad 30 juni 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan 'Gebiedsontwikkeling Grashoek' (2026-078)12.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

12.5 Omgevingsplanactiviteiten bouwactiviteiten Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem' zonder omgevingsvergunning een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie te bouwen.

29

12.5.1Beoordelingsregels bouwen bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige functie Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: d. uit onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik; of e. dat eventuele verontreiniging op toereikende wijze is gesaneerd; of f. anderszins aanvaardbaar is bevonden door het bevoegd gezag

12.5.2Aanvraagvereisten bouwen bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige functie Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 1 2.5, worden voor de toetsing in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: g. ten minste een historisch bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5725; h. indien uit het historisch onderzoek blijkt dat sprake is van bodemverontreiniging, een nader verkennend of aanvullend bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5740; i. gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen op het moment dat uit het onder a. en/of b. bedoelde onderzoek blijkt dat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem worden overschre den.

12.6 Specifieke functieregels 12.6.1Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het omgevingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen; b. kamerverhuur; c. kamperen; d. woningsplitsing; e. detailhandel; f. evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 12.6.2; g. permanente of tijdelijke bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken en gebouwen, geen woning zijnde; h. opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak; i. buitenopslag; j. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer - en vaartuigen en van wagens; k. bewoning van een woning door meer dan één afzonderlijk huishouden of meer dan vier personen die geen huishouding vormen; l. erotische dienstverlening.

12.6.2Evenementen Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw.

12.6.3Beroep of bedrijf aan huis Een beroep of bedrijf aan huis bij de woning, als opgenomen in het 'Bijlage 2 Overzicht beroep en bedrijf aan huis' (bij deze regels) of hiermee naar aard en omvang gelijk te stellen beroepen en bedrijven, wordt geacht in overeenstemming te zijn met de woonfunctie en is toegestaan, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft; b. de woning blijft voldoen aan de wettelijk gestelde bouwtechnische eisen; c. de woonfunctie van het perceel primair blijft c.q. in overwegende mate aanwezig blijft; d. degene die gebruiker van de woning is tevens degene is die het beroep of bedrijf aan huis uitoefent; e. maximaal 40 % van de begane grondvloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor aan huis verbonden beroepen en bedrijven met een maximum van: 1. 25 m² bij bouwpercelen tot 750 m²; 2. 35 m² bij bouwpercelen van 750 m² tot 1.500 m²;

30

3. 45 m² bij bouwpercelen vanaf 1.500 m²; het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of de buurt; g. het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft welke kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; h. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; i. de bedrijvigheid geen vergunnings - danwel meldingsplichtige milieubelastende activiteit betreft op basis van het omgevingsplan danwel van de Omgevingswet jo. het BAL; j. het geen activiteiten betreft die in de regel worden uitgeoefend in winkelpanden of op een industrieterrein; k. internetverkoop slechts is toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden; l. er geen buitenopslag plaatsvindt; m. reclame-uitingen ten dienste van het beroep of bedrijf aan huis beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met als maximale afmetingen 1,0 m x 0,5 m aan de voor - of zijgevel of in de voor - of zijtuin op een hoogte van maximaal 2,0 m. Neon - of andere lic htreclame is in dit kader niet toegestaan; n.

er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens een beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep/bedrijf. f.

12.6.4Bed en Breakfast Het gebruik van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een bed en breakfast is toegestaan, mits: a. de exploitant van de bed en breakfast de hoofdbewoner is van de woning; b. maximaal 25 % van de bewoonde oppervlakte wordt ingericht als bed en breakfast; c. er maximaal 4 slaapplaatsen in maximaal twee slaapkamers per bouwperceel worden toegestaan; d. er qua bouwkundige opzet, indeling en maatvoering geen zelfstandige woning ontstaat; e. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

12.6.5Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing woongebied Een omgevingsvergunning voor het gebruik van het gebruiken en/of het (doen) laten gebruiken de gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'Woongebied', wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. de landschappelijke inpassing van het woongebied conform het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regels, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - beekzone' geheel is uitgevoerd binnen twee jaar na realisa tie van de woonbebouwing en als zodanig in stand zal worden gehouden; b. de beschermingswaardige houtopstand ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermingswaardige houtopstand' dient behouden en beschermd te worden.

12.6.6Verbod kamerverhuur Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik als kamerverhuur in de woning toe te staan.

12.6.7Beoordelingsregels kamerverhuur Een omgevingsvergunning voor het gebruik als kamerverhuur in de woning, wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. het gebruik levert geen overlast voor het woonmilieu op en doet geen onevenredige afbreuk aan het woonkarakter van de wijk of buurt; b. het gebruik naar de aard in overeenstemming is met het woonkarakter van de omgeving; c. op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien.

12.6.8Verbod mantelzorg en inwoning Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik van de woning en/of bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg en inwoning toe te staan.

31

12.6.9Beoordelingsregels mantelzorg en inwoning Een omgevingsvergunning voor het gebruik van de woning en/of bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg en inwoning, wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. mantelzorg en inwoning is slechts toegestaan voor maximaal twee personen in de woning en/of de bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat mantelzorg en inwoning in vrijstaande bijbehorende bouwwerken slechts is toegestaan indien het vrijstaande bijbeh orend bouwwerk betreft welke gelegen is op een afstand van maximaal 15 meter van het hoofdgebouw en de vloeroppervlakte maximaal 60 m² bedraagt; b. er ontstaat geen tweede woning; c. de tijdelijkheid staat in voldoende mate vast; d. er mag geen aparte aansluiting op de nutsvoorzieningen worden voorzien; e. er wordt op eigen terrein in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte; f. het gebruik levert geen ernstige hinder voor het woonmilieu op c.q. doet geen afbreuk aan het woonkarakter van de wijk of de buurt en mag geen negatieve gevolgen hebben op de gebruiks - en ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven in de omgeving; g. in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura -2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura -2000 gebieden; h. er vindt geen aantasting plaats van: 1.

de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiks - en ontwikkelingsmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bedrijven; i. de omgevingsvergunning wordt na beëindiging van de situatie ingetrokken en het bijbehorend bouwwerk mag niet meer worden gebruikt voor bewoning/mantelzorg.

12.6.10

Verbod landschappelijke inpassing

Het is verboden zonder omgevingsvergunning op een andere wijze invulling te geven aan de landschappelijke inpassing dan bedoeld in artikel 12.6.5.

12.6.11

Beoordelingsregels landschappelijke inpassing

Een omgevingsvergunning voor het op andere wijze invulling geven aan de landschappelijke inpassing dan bedoeld in artikel 12.6.5, wordt verleend onder de volgende voorwaarde: a. Goedkeuring dient te zijn gegeven door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.

12.6.12

Voorwaardelijke verplichting waterberging woonlocatie

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden en gebouwen er plaatse van de functieaanduiding 'Woongebied' is alleen toegestaan mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd wordt; c. de hemelwatervoorzieningen in de openbare ruimte en op particulier terrein dienen gezamenlijke minimaal 100 mm/m 2 verhard oppervlak van het gehele plangebied te kunnen bergen; d. de waterhuishoudkundige voorzieningen welke strekken tot de berging van het hemelwater als opgenomen in de omgevingsvergunning bouwen, danwel een voorziening die een daarmee vergelijkbaar resultaat bewerkstelligt, dienen uiterlijk binnen één jaar na de bou w van het project worden gerealiseerd en in stand gehouden.

12.6.13

Voorwaardelijke verplichting - sloop schuren Helenaveenseweg 6a

Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van de gronden conform de functie van artikel 12.2 sub a en b is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat: de sloop van de bebouwing ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - sloop bedrijf' heeft plaa tsgevonden.

32

12.7 Omgevingsplanactiviteiten gebruiksactiviteiten Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem' zonder omgevingsvergunning de gronden te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven voor de gegeven functie(s).

12.7.1Beoordelingsregels gebruik bodem Een omgevingsvergunning voor gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven van gronden wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: e. uit onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik; of f. dat eventuele verontreiniging op toereikende wijze is gesaneerd; of g. anderszins aanvaardbaar is bevonden door het bevoegd gezag.

12.7.2Aanvraagvereisten gebruik bodem Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven van gronden, zoals bedoeld in artikel 12. 7, worden voor de toetsing in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: h. ten minste een historisch bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5725; i. indien uit het historisch onderzoek blijkt dat sprake is van bodemverontreiniging, een nader verkennend of aanvullend bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5740; j. gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen op het moment dat uit het onder a. en/of b. bedoelde onderzoek blijkt dat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem worden overschre den.

33

34

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 13 Anti -dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 14 Algemene regels bouwactiviteiten 14.1 Ondergronds bouwen 14.1.1Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

14.1.2Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, dan wel onder een bestaand hoofdgebouw/bijbehorend bouwwerk; b. het oppervlak van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,2 meter onder peil; d. bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte en de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet in aanmerking genomen.

14.1.3Verbod ondergrondse bouwwerken dieper dan 3,2 m Het is verboden zonder omgevingsvergunning ondergrondse bouwwerken dieper dan 3,2 meter onder peil te bouwen.

14.1.4Beoordelingsregels diepte ondergrondse bouwwerken (binnenplanse omgevingsplan Een omgevingsvergunning voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken dieper dan 3,2 meter onder peil wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. De diepte bedraagt maximaal 10 meter onder peil; b. De waterhuishouding wordt niet verstoord; c. Er wordt geen afbreuk gedaan aan archeologische waarden.

14.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel - en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken b uiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw - c.q. functiegrenzen maximaal 1 meter bedraagt.

35

Artikel 15 Algemene regels over functies 15.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het omgevingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; c. straatprostitutie; d. mantelzorg en inwoning; e. nieuwvestiging van een intensieve veehouderij; f. nieuwvestiging van een glastuinbouwbedrijf; g. als opslag -, stort-, lozing - of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke functie onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de gronden.

Artikel 16 Algemene beoordelingsregels 16.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen (binnenplanse omgevingsplanactiviteit) Het is verboden om zonder omgevingsvergunning: a. de aangegeven maten ten aanzien van goot - of bouwhoogten te overschrijden; b. de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen te overschrijden door; 1. dichter op de bouwvlakgrens te bouwen dan is voorgeschreven; 2. de voorgevelrooilijn te overschrijden met een woning.

16.1.1Beoordelingsregels - ofgoot bouwhoogte De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 16.1 lid a wordt verleend indien en voor zover: a. een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van goot - en/of bouwhoogten met ten hoogste 10 % worden overschreden.

16.1.2Beoordelingsregel overschrijding bouwgrenzen De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 16.1 lid b wordt verleend indien en voor zover: a. een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de voorgeschreven afstand van 3 meter tot de bouwvlakgrens wordt verminderd tot maximaal 1 meter van de bouwvlakgrens, met dien verstande dat de landschappelijke inpassing in voldoende mate is verzekerd; c. een (bedrijfs)woning en/of bedrijfsgebouw vóór of achter de voorgeschreven voorgevelrooilijn wordt gebouwd: d. de afstand tot de functie 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt; e. er geen aantasting plaatsvindt van de verkeersveiligheid, het woon - en leefklimaat, de milieusituatie, de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing.

16.2 Milieuzone - spuitvrijezone

16.2.1Binnenplanse vergunning voor omgevingsplanactiviteit toepassen gewasbeschermin Het is ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone gewasbeschermingsmiddelen toe te passen.

36

– spuitvrije zone' verboden om zonder omgevingsvergunning

16.2.2Beoordelingsregels vergunning voor omgevingsplanactiviteit toepassen gewasbesch Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen, kan de omgevingsvergunning alleen worden verleend als naar oordeel van het bevoegd gezag de mogelijke nadelige effecten van driftblootstelli ng op de gezondheid ter plaatse van objecten en locaties waar mensen langdurig (kunnen) verblijven, aanvaardbaar zijn.

16.2.3Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteiten to gewasbeschermingsmiddelen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoekrapportage naar de gezondheidsrisico's van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen;

16.3 Milieuzone - spuitzone

16.3.1Binnenplanse vergunning voor omgevingsplanactiviteit voor functies waar mensen la (kunnen) verblijven Het is ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitzone' in verband met het mogelijke gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op omliggende gronden, verboden om zonder omgevingsvergunning objecten en locaties te gebruiken ten behoeve van functies waar m ensen langdurig (kunnen) verblijven, waaronder de functies 'Bedrijf - Niet agrarisch verwant' en 'Wonen'.

16.3.2Beoordelingsregels vergunning voor omgevingsplanactiviteit voor functies waar men (kunnen) verblijven Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het gebruik van objecten en locaties ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitzone' ten behoeve van functies waar mensen langdurig (kunnen) verblijven, kan de omgevingsvergunnin g alleen worden verleend: a. als naar oordeel van het bevoegd gezag de mogelijke nadelige effecten van driftblootstelling op de gezondheid ter plaatse van objecten en locaties waar mensen langdurig (kunnen) verblijven, aanvaardbaar zijn, of; b. als er sprake is van nieuwe technische inzichten en/of gewijzigde wet - en regelgeving op basis waarvan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met mogelijke gezondheidsrisico's voor mensen binnen een zone van 50 meter van de objecten en locaties is uitge sloten, of; c. als kan worden aangetoond dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen duurzaam wordt of is beëindigd.

16.3.3Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteiten v mensen langdurig (kunnen) verblijven Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot het gebruik van objecten en locaties ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitzone' ten behoeve van functies waar mensen langdurig (kunnen) verblijven, waaronder de functie 'Wonen' en 'Bedrijf - Niet agrarisch verwant', worden voor de toetsing aan 16.3.2 onder a van dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoeksrapportage naar de gezondheidsrisico's van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

37

Artikel 17 Overige regels 17.1 Overige zone - kernrandzone 17.1.1Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'kernrandzone' zijn de gronden tevens bestemd als buffer tussen woon leefkernen en het buitengebied, ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de kernen.

- en

17.2 Reconstructiewetzone - verwevingsgebied 17.2.1Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn de gronden tevens bestemd als verwevingsgebied.

17.3 Parkeerregels 17.3.1Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen, tenzij er een ontheffing is verleend op grond van hoofdstuk 4 van de nota parkeernor men.

17.3.2Specifieke parkeerregels bij bouwplannen a.

b.

Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de verv angende nota. In aanvulling op het genoemde in lid a. dienen bij vrijstaande woningen minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen perceel worden aangelegd en in stand gehouden.

17.3.3Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschrev en in de Nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.

17.3.4Specifieke functieregels Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

38

Hoofdstuk 4 Overgangsregels Artikel 18 Overgangsrecht 18.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit hoofdstuk, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang n iet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan; c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

18.2 Overgangsrecht gebruik 18.2.1Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, uitgezonder het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

18.2.2Verandering gebruik Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld in artikel 18.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk beschreven strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verklei nd.

18.2.3Voorwaarde Indien het gebruik, bedoeld in artikel 18.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

18.2.4Uitzondering Artikel 18.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

39

40

Bijlagen bij regels Bijlage 1 Lijst bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 Overzicht beroep en bedrijf aan huis Bijlage 3 Concept Landschappelijk compensatieplan bedrijf Bijlage 4 Concept Landschappelijk compensatieplan wonen Bijlage 5 Beeldkwaliteitplan

41

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=bec0c002-c9a2-44a8-a572-1cb6f9f9072a