CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-078 20 Regels TAM-IMRO Omgevingsplan Gebiedsontwikkeling Grashoek

Raad 30 juni 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan 'Gebiedsontwikkeling Grashoek' (2026-078)12.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Herver Projectontwikkeling B.V. PMA132 4 mei 2026

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Herver Projectontwikkeling B.V. PMA132 202 60 429 -PMA132 - regels TAM -OP Grashoek Vast te stellen 4 mei 2026

Opsteller: KP

-+C0 KP+ -

Verificatie: HVG

-+R0 HVG + -

Validatie: T 088 - 33 66 333 E info@kragten.nl

© 2025 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

HVG

-+V0 HVG + -

2

Inhoudsopgave Regels

5

HoofdstukAlgemene 1 bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen Artikel 3 Toepassingsbereik Artikel 4 Meet - en rekenbepalingen Artikel 5 Aanvraagvereisten Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod

7 7 7 9 9 10 10

HoofdstukFuncties 2 en activiteiten Artikel 7 Agrarisch Artikel 8 Bedrijf- Niet agrarisch verwant Artikel 9 Groen Artikel 10 Verkeer Artikel 11 Wonen Artikel 12 Woongebied

11 11 13 18 21 23 27

HoofdstukAlgemene 3 regels Artikel 13 Anti-dubbeltelregel Artikel 14 Algemene regels bouwactiviteiten Artikel 15 Algemene regels over functies Artikel 16 Algemene beoordelingsregels Artikel 17 Overige regels

35 35 35 36 36 38

HoofdstukOvergangsregels 4 Artikel 18 Overgangsrecht

39 39

Bijlagen bij regels

41

Bijlage 1 Lijst bedrijfsactiviteiten

41

Bijlage 2 Overzicht beroep en bedrijf aan huis

41

Bijlage 3 Concept Landschappelijk compensatieplan bedrijf

41

Bijlage 4 Concept Landschappelijk compensatieplan wonen

41

Bijlage 5 Beeldkwaliteitplan

41

3

4

Regels Pre-ambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie 'Helenaveenseweg/Roomweg' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22AL]) van het omgevingsplan van de gemeente Peel en Maas. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschik baar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP -TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22AL] van het omgevingsplan van de gemeente Montferland. In de artikelkop v an de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22AL] ' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en di rect voor het nummer van de bijlage '[22AL] ' gelezen worden.

5

6

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

1.1

Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage bij de Omgevingswet, Bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen 2.1

Plan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22AL 'TAM -omgevingsplan Hoofdstuk 22AL Gebiedsontwikkeling Grashoek' met identificatienummer NL.IMRO.1894.TAMOPH22AL -VA01 van de gemeente Peel en Maas. 2.2

Omgevingsplan

Omgevingsplan van de gemeente Peel en Maas. 2.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 2.5

Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit

gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet. 2.6

agrarisch

het telen van gewassen en/of het houden van dieren.

2.7

agrarisch gebrui k

het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 2.8

functiegrens

de grens van een functievlak. 2.9

bed & breakfast

het bedrijfsmatig en op kleine schaal tegen betaling aanbieden van logies/overnachting in een daarvoor geschikte woning gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf met ontbijtmogelijkheid. Deze voorziening is nadruk kelijk niet bedoeld voor het laten overnachten van tijdelijke arbeiders of seizoensarbeiders. 2.10

bedrijf aan huis

het bedrijfsmatig verlenen van diensten cq. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot de beroepsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat op kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wor dt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. Voorbeelden zijn opgenomen in de bijlage 2.

7

2.11

beroep aan huis

een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. Voorbeelden zijn opgenomen in de bijlage 2. 2.12

bevoegd gezag

bevoegd gezag als bedoeld in de Omgevingswet (als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas voor omgevingsplanactiviteiten). 2.13

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.14

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel. 2.15

buitenopslag:

het opslaan van goederen anders dan in gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.16

evenement

een publiekgerichte activiteit die een bijdrage levert aan het culturele, sociale en/of sportieve leven. 2.17

extensief dagrecreatief medegebruik

alle vormen van recreatief medegebruik die wat betreft hun lage intensiteit beperkte omvang en frequentie inpasbaar zijn en gericht zijn op natuur en landschapsbeleving zoals wandelen fietsen en vissen 2.18

gewasbeschermingsmiddel

middel, in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd, die geheel of gedeeltelijk bestaat uit werkzame stoffen, beschermstoffen of synergisten, en die bestemd zijn voor een van de volgende toepassingen: a. de bescherming van planten of plantaardige producten tegen alle schadelijke organismen of het verhinderen van de werking van dergelijke organismen, tenzij deze middelen worden beschouwd als middelen die vooral om hygiënische redenen worden gebruikt veeleer dan ter bescherming van planten of plantaardige producten; b. het beïnvloeden van de levensprocessen van planten, zoals het beïnvloeden van hun groei, voor zover het niet gaat om nutritieve stoffen; c. de bewaring van plantaardige producten, voor zover die stoffen of middelen niet onder bijzondere communautaire bepalingen inzake bewaarmiddelen vallen; d. de vernietiging van ongewenste planten of delen van planten, met uitzondering van algen tenzij de producten op de bodem of in water worden gebruikt ter bescherming van planten; e. de beperking of voorkoming van de ongewenste groei van planten, met uitzondering van algen tenzij de producten op de bodem of in water worden gebruikt ter bescherming van planten. 2.19

huishouden

persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen 2.20

kamerverhuur

het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerverhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft. 2.21

niet-agrarisch verwant bedrijf:

een niet-industrieel bedrijf of inrichting in het buitengebied, gericht op het verlenen van diensten of producten aan particulieren of bedrijven, dat door de aard van de activiteiten niet verbonden is met het buitengebied en in de regel vooral voorkomt op bedrijventerreinen of in de bebouwde kom. 2.22

Nota parkeernormen

De Nota parkeernormen Peel en Maas 2018 van de gemeente Peel en Maas. 2.23

permanente bewoning

bewoning van een ruimte als hoofdverblijf door eenzelfde persoon of een zelfde groep personen die niet elders over een hoofdverblijf beschikken en waardoor die ruimte als reguliere woning is aan te merken.

8

2.24

schuilgelegenheid

een open overkapping die aan maximaal drie zijden is omsloten door wanden en waarvan dieren gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang met als doel bescherming tegen weersomstandigheden gedurende het gehele jaar met dien verstande dat opslag niet i s toegestaan. 2.25

voorgevel

gevel aan de voorzijde van een gebouw die is gericht naar de (openbare) weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.

Artikel 3 Toepassingsbereik 3.1

Verhouding ruimtelijke regels omgevingsplan tijdelijk deel

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevings wet op de locatie, bedoeld in het eerste lid.

3.2 Verhouding met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat) De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

3.3

Geometrische afbakening reikwijdte -omgevingsplan TAM

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'TAM -omgevingsplan Hoofdstuk 22AL Gebiedsontwikkeling Grashoek', waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML met identificatienummer NL.IMRO.1894.TAMOPH22AL -VA01.

-bestand

Artikel 4 Meet - en rekenbepalingen De meet- en rekenbepalingen, in aanvulling op a bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, en de volgende meet- en rekenbepalingen en zijn overeenkomstige toepassing op het meten van waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zo ver hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4.1 tot en met 4.15.

4.1

Afstand tot de bouwvlak -/functiegrens

Tussen de grens van een bouwvlak/functie en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

4.2

Afstand tussen hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken

Tussen de grens van het hoofdgebouw en een bepaald punt van het bijbehorend bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

4.3

Bedrijfsvloeroppervlakte

De totale vloeroppervlakte gemeten aan de binnenzijde van die ruimte(n) binnen een functie die wordt/worden gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag - en administratieruimten en dergelijke.

4.4

Oppervlakte van een bouwvlak/functievlak

De gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en de onbebouwde gronden binnen een bouwvlak/functievlak.

4.5

Oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

9

4.6

Vloeroppervlakte van een bouwwerk

De totale vloeroppervlakte gemeten aan de binnenzijde van die ruimte(n).

4.7

Oppervlakte van een bodemingreep

Het gebied (zone) waarbinnen bodemingrepen plaatsvinden die een verstorende werking kunnen hebben op het (archeologisch) bodemarchief.

4.8

Oppervlakte van een overkapping

Tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.

4.9

Bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen

4.10 Dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

4.11 Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk Buitenwerks, dit is de afstand gemeten tussen de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

4.12 Goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

4.13 Inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane -grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

4.14 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van een bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

4.15 Overschrijding van de bouwvlak -, c.q. functiegrenzen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel - en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken b uiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwvlak -, c.q. functiegrenzen maximaal 1 meter bedraagt.

Artikel 5 Aanvraagvereisten 1. 2.

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk 22AL. Indien in dit hoofdstuk 22AL aanvraagvereisten worden gesteld zijn dit aanvullende aanvraagvereisten op de aanvraagvereisten zoals bedoeld in lid 1.

Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toebedeelde functie(s).

10

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten Artikel 7 Agrarisch 7.1

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Agrarisch’.

7.2

Functieomschrijving

Een als ‘Agrarisch’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. agrarisch bedrijfsmatig gebruik; b. agrarisch hobbymatig gebruik; met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan; met daaraan ondergeschikt: c. extensief dagrecreatief medegebruik; d. paden - en ontsluitingsvoorzieningen; e. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

7.3

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

7.3.1 Verbod op het bouwen van gebouwen In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29 en 22.36 geldt dat het verboden is om gebouwen te bouwen op gronden die zijn aangewezen als 'Agrarisch'.

7.3.2 Beoordeling sregels bouwwerken, geen gebouw zijnde In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 en 7.3.1 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in de vorm van een erfafscheiding wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. er is sprake van een erf - of terreinafscheiding met een open constructie; b. de maximale bouwhoogte van de erf - of terreinafscheiding bedraagt 1,50 meter

7.3.3 Beoordelingsregels bouwen van een gebouw in de vorm van een schuilgelegenheid In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.29 en artikel 7.3.1 geldt dat het uitsluitend is toegestaan om een schuilgelegenheid te bouwen op gronden die zijn aangewezen als 'Agrarisch' De omgevingsvergunning voor het bouwen van een schuilgelegenheid wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. per kadastraal perceel met een minimale oppervlakte van 0,5 hectare is maximaal één schuilgelegenheid toegestaan; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; c. de maximale oppervlakte van de schuilhut bedraagt: 1. 25 m 2 bij een kadastraal perceel met een oppervlakte van 0,5 tot 1 hectare; 2. 40 m 2 bij een kadastraal perceel met een oppervlakte groter dan 1 hectare. d. de noodzaak van het bouwen van de schuilgelegenheid uit oogpunt van dierenwelzijn is aangetoond; e. de schuilgelegenheid is inpasbaar ten opzichte van de ter plaatse aanwezige natuurlijke, landschappelijke, abiotische, archeologische en/of cultuurhistorische waarden van de gronden; f. de schuilgelegenheid wordt niet uitgevoerd in de vorm van een (zee)container;

11

g. h. i.

7.4

de schuilgelegenheid wordt gerealiseerd aansluitend aan het aangrenzende bouwvlak, dan wel zoveel mogelijk geclusterd bij de bestaande bebouwing of aan de randen van het perceel; opslag is niet toegestaan; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden

Specifieke functieregels

7.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het omgevingsplan van de als 'Agrarisch' aangewezen locaties, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. kamperen; b. detailhandel; c. paardenbakken; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer - en vaartuigen, van wagens en materialen; e. schuilgelegenheden; f. containervelden; g. mest/sleufsilo's; h. parkeren, behoudens toegestaan krachtens artikel 7.2 onder c; i. nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf; j. evenementen k. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband en andere lawaaisporten; l. (buiten)opslag, waaronder de opslag van mest(stoffen), behalve als dit noodzakelijk is voor het op de functie gerichte tijdelijke gebruik; m. gewasbeschermingsmiddelen, conform artikel 16.2.

12

Artikel 8 Bedrijf - Niet agrarisch verwant 8.1

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Bedrijf verwant’.

8.2

– Niet agrarisch

Functieomschrijving

Een als ‘Bedrijf - Niet agrarisch verwant’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. niet-agrarisch verwante bedrijven in categorie 1 en 2 conform de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten' (bijlage 1 bij deze regels); b. een aannemersbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf aannemersbedrijf'; c. ter plaatse van de aanduiding 'opslag', uitsluitend opslag; d. wonen in een bedrijfswoning; met de daarbij behorende: e. uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.5.6; f. evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.5.2; g. groenvoorzieningen; h. tuinen, erven en terreinen; i. paden, wegen, ontsluitings - en parkeervoorzieningen; j. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

8.3

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

8.3.1 Algemeen Op de voor ‘Bedrijf - Niet agrarisch verwant’ aangewezen gronden mogen uitsluitend ten behoeve van de in artikel 8.2 genoemde functie worden gebouwd: a. gebouwen; b. een bedrijfswoning; c. bijbehorende bouwwerken; d. bouwwerken, geen gebouw zijnde.

8.3.2 Regels ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is maximaal één niet agrarisch verwant bedrijf toegestaan; b. gebouwen, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouw zijnde in de vorm van waterbassins mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. voor het overige moet worden voldaan aan het bepaalde in artikel 8.3.3, 8.3.5 en 8.3.6.

8.3.3 Beoordelingsregels bedrijfsgebouwen In afwijking van/in aanvulling op artikel 8.3.2 en 22.29 gelden de volgende regels voor

bedrijfsgebouwen:

De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd; b. de voorgevel van de bedrijfsgebouwen dient te worden gebouwd in of achter de voorste bouwvlakgrens; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte, maximum bouwhoogte (m)’; d. de afstand van bedrijfsgebouwen tot de functiegrens bedraagt minimaal 5 meter.

13

8.3.4 Beoordelingsregels bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfsbebouwing In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 en artikel 8.3.3 lid a, gelden de volgende regels voor bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfsbebouwing buiten het bouwvlak: De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfsbebouwing wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd binnen de aanduiding 'opslag'; b. de maximaal oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 1.050 m 2 . c. de maximale goot - en bouwhoogte bedragen respectievelijk 6 en 8 meter; d. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hellingshoek van minimaal 10 o; e. stedenbouwkundig akkoord vereist over plaatsing van bijbehorende bouwwerken f. bijbehorende bouwwerken moeten voldoen aan de voorwaarden in het Beeldkwaliteitplan in bijlage 5; g. de noodzaak van de bijbehorende bouwwerken moet bedrijfskundig worden onderbouwd;

8.3.5 Beoordelingsregels bedrijfswoning In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29, 22.36 en 8.3.2 gelden de volgende regels voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken: De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning en/of een bijbehorend bouwwerk wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan; b. bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd; c. de voorgevel van de bedrijfswoning wordt gebouwd in of achter de bestaande voorgevelrooilijn; d. de afstand van de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken tot de functievlakgrens bedraagt minimaal 5 meter; e. de inhoud van de bedrijfswoning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 1.000 m³, dan wel maximaal de bestaande inhoud, met uitzondering van het bepaalde onder j; f. de goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen bedraagt respectievelijk maximaal 6 en 9 meter; g. bijbehorende bouwwerken worden op een afstand van minimaal 1 meter achter de bestaande voorgevelrooilijn gebouwd; h. de afstand tussen hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 15 meter; i. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt respectievelijk maximaal 3,30 meter en 6 meter; j.

de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke ten behoeve van de bedrijfswoning, mits: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning bedraagt; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; 4. de afstand tot de functie 'Verkeer' minimaal 3,5 meter bedraagt.

8.3.6 Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouw zijnde In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde in de vorm van waterbassins mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd; b. overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen ook in het functievlak worden gebouwd; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 12 meter, met uitzondering van: 1. erf- en terreinafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; 2. luifels, waarvan de hoogte maximaal 7 meter bedraagt; 3. vlaggen, reclame en lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 10 meter bedraagt; 4. bestaande zendmasten, waarvan de hoogte maximaal 40 meter bedraagt; d. per bedrijfswoning is maximaal 1 niet -overdekt zwembad toegestaan, met dien verstande dat: 1. de afstand van de bedrijfswoning tot het zwembad maximaal 15 meter bedraagt; 2. de oppervlakte van het zwembad maximaal 30 m² bedraagt;

14

e.

het bouwen van één overkapping aan de achter - of zijgevel bij de bedrijfswoning is toegestaan, mits de oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt.

8.3.7 Beoordelingsregels beeldkwaliteit In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29 en 22.36 en in aanvulling op artikel 8.3.1 gelden de volgende regels voor gebouwen en bouwwerken: a. Het bouwen van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van de bedrijf zoals bedoeld in artikel 8.2 is uitsluitend toegestaan indien is aangetoond dat wordt voldaan aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 5 'Beeldkwaliteitsplan' bij deze regels. b. goedkeuring dient te zijn gegeven door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.

8.3.8 Beoordelingsregels afwijken beeldkwaliteit Het bevoegd gezag verleend, in afwijking van het bepaalde in artikel 8.3.7 lid a, een omgevingsvergunning voor het op een andere wijze invulling te geven aan beeldkwaliteitseisen indien is voldaan aan het volgende: a. goedkeuring dient te zijn gegeven door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.

8.4

Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing en aan de inrichting van het functievlak: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon - en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van een goede landschappelijke inpassing.

8.5

Specifieke functieregels

8.5.1 Strijdig gebruik a.

b.

Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de functie wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: 1. detailhandel; 2. evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 8.5.2 3. horeca; 4. geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen en bedrijven van categorie 3 en 4; 5. woningsplitsing; 6. verblijfsrecreatie; 7. permanente of tijdelijke bewoning van gebouwen en bijbehorende bouwwerken, uitgezonderd de bedrijfswoning; 8. buitenopslag voor de voorgevelrooilijn; 9. opslag van mest(stoffen) mest/sleufsilo's; 10. opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'opslag'; 11. buitenopslag voor de voorgevelrooilijn. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfsactiviteiten uitgesloten' mogen de gronden niet gebruikt worden voor bedrijfsactiviteiten. Uitsluitend voor parkeer- en groenvoorzieningen.

8.5.2 Evenementen Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw.

15

8.5.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing bedrijf Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden en gebouwen ter plaatse van de functieaanduiding 'Bedrijf - Niet agrarisch verwant' is alleen toegestaan mits: a. de landschappelijke inpassing van het bedrijf conform het landschappelijk compensatieplan zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regels, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' geheel is uitgevoerd binnen twee jaar na realisatie van de 1e fase van de bedrijfsgebouwen en als zodanig in stand zal worden gehouden.

8.5.4 Voorwaardelijke verplichting waterberging bedrijf Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden en gebouwen ter plaatse van de functieaanduiding 'Bedrijf - Niet agrarisch verwant' is alleen toegestaan mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is in een waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd wordt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - waterberging bedrijf'; c. de waterhuishoudkundige voorzieningen welke strekken tot de berging van het hemelwater als opgenomen in de omgevingsvergunning bouwen, danwel een voorziening die een daarmee vergelijkbaar resultaat bewerkstelligt, dienen uiterlijk binnen één jaar na de bou w van het project worden gerealiseerd en in stand gehouden.

8.5.5 Voorwaardelijke verplichting - sloop schuren Helenaveenseweg 6a Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van de gronden conform de functie van artikel 8.2 sub a en b is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat: de sloop van de bebouwing ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - sloop bedrijf' heeft plaa tsgevonden.

8.5.6 Beroep of bedrijf aan huis bij de bedrijfswoning Een beroep of bedrijf aan huis bij de bedrijfswoning, als opgenomen in het 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis' (bijlage 2 bij deze regels) of hiermee naar aard en omvang gelijk te stellen beroepen en bedrijven, wordt geacht in overeenstemming te zijn met de woonfunctie en is toegestaan, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft; b. degene die gebruiker van de woning is tevens degene is die het beroep of bedrijf aan huis uitoefent; c. maximaal 50 m² van de bestaande bebouwing mag worden gebruikt voor beroep en bedrijf aan huis; d. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of de buurt; e. het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft welke kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; f. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; g. internetverkoop slechts is toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden. Opslag ten behoeve van internetverkoop is mogelijk binnen de bestaande bebouwing to t maximaal 50 m² waarbij ter plaatse opslag en verzending plaatsvindt.

Internetverkoop waarbij ter plaatse alleen de elektronische transactie plaatsvindt en geen opslag en verzending plaatsvindt is zonder meer toegestaan; h. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep/bedrijf; i. er geen buitenopslag plaatsvindt; j. reclame-uitingen ten dienste van het beroep of bedrijf aan huis beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met als maximale afmetingen 1 meter x 0,5 meter aan de voor - of zijgevel of in de voor - of zijtuin op een hoogte van maximaal 2 meter. Neon - of andere lichtreclame is in dit kader niet toegestaan.

8.6

Omgevingsplanactiviteit gebruiksactiviteiten

8.6.1 Verbod landschappelijke inpassing Het is verboden zonder omgevingsvergunning op een andere wijze invulling te geven aan de landschappelijke inpassing dan bedoeld in artikel 8.5.3.

16

8.6.2 Beoordelingsregels landschappelijke inpassing Een omgevingsvergunning voor het op andere wijze invulling geven aan de landschappelijke inpassing dan bedoeld in artikel 8.5.3, wordt verleend onder de volgende voorwaarde: a. Goedkeuring dient te zijn gegeven door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.

8.6.3 Beoordelingsregels ander gebruik dan plaatse opslag aanduiding ter 'opslag' Het bevoegd gezag verleend, in afwijking van het bepaalde in artikel 8.2 lid c, een omgevingsvergunning voor ander gebruik dan opslag ter plaat se van de aanduiding 'opslag', uitsluitend indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de noodzaak van ander gebruik dan opslag moet bedrijfskundig worden onderbouwd; b. er dient te worden aangetoond dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het woon- en leefklimaat; 2. de milieusituatie; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing; c. uit akoestisch onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de waarden voor geluid ten aanzien van de nabij gelegen geluidsgevoelige functies.

17

Artikel 9 Groen 9.1

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Groen'.

9.2

Functieomschrijving

Een als 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. groenvoorzieningen; b. parken; c. voet- en rijwielpaden; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' de landschappelijke inpassing van het niet agrarisch verwant bedrijf; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - beekzone' de landschappelijke inpassing, groencompensatie en waterberging voor de woonlocatie; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - waterberging bedrijf' de waterberging ten behoeve van het niet agrarisch verwant bedrijf; g. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermingswaardige houtopstand' , behoud en bescherming van de beschermingswaardige houtopstand; met daaraan ondergeschikt: h. bermen en beplanting; i. calamiteitenontsluitingen; j. speelvoorzieningen; k. hondenuitlaatplaatsen; l. nutsvoorzieningen; m. schuilhutten; n. kunstwerken; o. dagrecreatief medegebruik; p. evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.4.2; q. waterlopen en waterpartijen, waaronder wadi's; r. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

9.3

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

9.3.1 Verbod op het bouwen van gebouwen In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29 en 22.36 geldt dat het verboden is om gebouwen te bouwen op gronden die zijn aangewezen als 'Groen'.

9.3.2 Beoordelingsregels bouwen van een gebouw voor nutsvoorzieningen In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29, 22.36 en 9.3.1 gelden de volgende regels voor gebouwen voor nutsvoorzieningen. De omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouw voor nutsvoorzieningen wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte maximaal 3,5 meter bedraagt; b. de oppervlakte per gebouw maximaal 15m² bedraagt.

18

9.3.3 Beoordelingsregels bouwen van een gebouw in de vorm van een schuilgelegenheid In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29, 22.36 en 9.3.1 gelden de volgende regels voor schuilgelegenheden. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een schuilgelegenheid wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. per kadastraal perceel met een minimale oppervlakte van 0,5 hectare is maximaal één schuilgelegenheid toegestaan; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; c. de maximale oppervlakte van de schuilhut bedraagt: 1. 25 m 2 bij een kadastraal perceel met een oppervlakte van 0,5 tot 1 hectare; 2. 40 m 2 bij een kadastraal perceel met een oppervlakte groter dan 1 hectare. d. de noodzaak van het bouwen van de schuilgelegenheid uit oogpunt van dierenwelzijn is aangetoond; e. de schuilgelegenheid is inpasbaar ten opzichte van de ter plaatse aanwezige natuurlijke, landschappelijke, abiotische, archeologische en/of cultuurhistorische waarden van de gronden; f. de schuilgelegenheid wordt niet uitgevoerd in de vorm van een (zee)container; g. de schuilgelegenheid wordt gerealiseerd aansluitend aan het aangrenzende bouwvlak, dan wel zoveel mogelijk geclusterd bij de bestaande bebouwing of aan de randen van het perceel; h. opslag is niet toegestaan; i. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3.

de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden

9.3.4 Beoordelingsregels - en terreinafscheidingen erf In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.36 en 9.3.1 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: De omgevingsvergunning voor het bouwen van erf - of terreinafscheidingen wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. er is sprake van een erf - of terreinafscheiding met een open constructie; b. de maximale bouwhoogte van de erf - of terreinafscheiding bedraagt 1,50 meter.

9.4

Specifieke functieregels

9.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het omgevingsplan van de als 'Groen' aangewezen locaties, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. kamperen; b. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer - en vaartuigen, van wagens en materialen; c. evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 9.4.2; d. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband; e. buitenopslag, waaronder de opslag van mest(stoffen), behalve als dit noodzakelijk is voor het op de functie gerichte tijdelijke gebruik; f. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

9.4.2 Evenementen Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw.

19

9.4.3 Landschappelijke inpassing van het niet agrarisch verwant bedrijf De landschappelijke inpassing van het niet agrarisch verwant bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' dient in de vorm van groenvoorzieningen met een visueel afschermende functie, zoals hagen en gebieds eigen bomen, plaats te vinden, een en ander overeenkomstig het landschappelijk compensatieplan zoals weergegeven in bijlage 3 bij de regels en overeenkomstig het bepaalde in artikel Landschappelijke inpassing woonlocatie;

9.4.4 Landschappelijke inpassing woonlocatie a.

b.

20

De landschappelijke inpassing en groencompensatie van de woonlocatie ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - beekzone' dient in de vorm van groenvoorzieningen met een visueel afschermende functie, zoals hagen en gebiedseigen bomen, plaat s te vinden, een en ander overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals weergegeven in bijlage 4 bij de regels en overeenkomstig het bepaalde in artikel 12.6.5. de beschermingswaardige houtopstand ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermingswaardige houtopstand' dient behouden en beschermd te worden.

Artikel 10 Verkeer 10.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Verkeer'.

10.2 Functieomschrijving Een als 'Verkeer' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' uitsluitend parkeerterreinen zijn toegestaan; d. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; e. nutsvoorzieningen; f. kunstwerken; g. waterlopen en waterpartijen; h. vervoersvoorzieningen, zoals bushokjes/abri's; i. evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 10.4.2; j. speelvoorzieningen en -toestellen; k. straatmeubilair; l. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

10.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten 10.3.1Verbod op het bouwen van gebouwen In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29 en 22.36 geldt dat het verboden is om gebouwen te bouwen op gronden die zijn aangewezen als 'Verkeer'.

10.3.2Beoordelingsregels bouwen van een gebouw voor nutsvoorzieningen In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29, 22.36 en 10.3.1 gelden de volgende regels voor gebouwen voor nutsvoorzieningen. De omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouw voor nutsvoorzieningen wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt; b. de oppervlakte per gebouw maximaal 15m² bedraagt.

10.3.3Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouw zijnde In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29, 22.36 en 10.3.1 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 5 meter, met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 12 meter bedraagt;

10.4 Specifieke gebruiksactiviteiten 10.4.1Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het omgevingsplan van de als 'Verkeer' aangewezen locaties, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. kamperen;

21

b. c. d. e.

het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer - en vaartuigen, van wagens en materialen; evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 10.4.2; het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband; buitenopslag.

10.4.2Evenementen Evenementen zijn onbeperkt toegestaan voor de duur van maximaal tien aaneengesloten dagen, inclusief op - en afbouw.

22

Artikel 11 Wonen 11.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'.

11.2 Functieomschrijving a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

wonen; paardrijbakken ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden; uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis overeenkomstig het bepaalde in artikel 11.6.3; evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11.6.2; bestaande mantelzorgvoorzieningen; groen voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermingswaardige houtopstand' , behoud en bescherming van de beschermingswaardige houtopstand; tuinen, erven en terreinen; paden, wegen, ontsluitings - en parkeervoorzieningen; boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

11.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten 11.3.1Beoordelingsregels algemeen Op de voor ‘Wonen’ aangewezen gronden mogen uitsluitend ten behoeve van de in artikel 11.2 genoemde functie worden gebouwd: a. hoofdgebouwen in de vorm van woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouw zijnde.

11.3.2Regels ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels: a. de woning en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 11.3.3 en 11.3.4.

11.3.3Beoordelingsregels woning In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.29 en 11.3.2 gelden de volgende regels voor het bouwen van woningen en bijbehorende bouwwerken: De omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw in de vorm van een woning wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. per bouwvlak is maximaal één hoofdgebouw in de vorm van een woning toegestaan; b. de voorgevel van de woning wordt gebouwd in de bestaande voorgevelrooilijn, indien er een gevellijn is opgenomen wordt de voorgevel van de woning gebouwd in of achter de aangeduide gevellijn; c. de inhoud van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 1.000 m³, met uitzondering van het bepaalde onder h, met dien verstande dat: 1. indien de inhoud van de bestaande gebouwen tezamen op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk van het omgevingsplan meer bedraagt dan 1.000 m³ is uitbreiding van bestaande of de bouw van nieuwe gebouwen alleen toegestaan indien na realisering v an die uitbreiding de totale inhoud van gebouwen binnen het functievlak maximaal 1.000 m³ bedraagt en overtollige bebouwing derhalve wordt gesloopt; 2. de inhoud van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume' maximaal de aangeduide inhoud bedraagt; d. de goot- en bouwhoogte van woningen bedraagt respectievelijk maximaal 6 en 9 meter; e.

bijbehorende bouwwerken worden op een afstand van minimaal 1 meter achter de bestaande voorgevelrooilijn gebouwd; f. de afstand tussen de woning en bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 15 meter;

23

g. h.

de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt respectievelijk maximaal 3,30 meter en 6 meter; de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke ten behoeve van de woning, mits: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning bedraagt; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; 4. de afstand tot de perceelsgrens welke grenst aan openbaar gebied minimaal 3,5 meter bedraagt.

11.3.4Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouw zijnde 11.3.4 Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouw zijnde In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 12 meter, met uitzondering van: b. erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; c. per woning is maximaal 1 niet -overdekt zwembad toegestaan, met dien verstande dat: 1. de afstand van de woning tot het zwembad maximaal 15 meter bedraagt; 2. de oppervlakte van het zwembad maximaal 30 m² bedraagt; d. het bouwen van één overkapping aan de achter - of zijgevel bij de woning is toegestaan, mits de oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt.

11.4 Maatwerkvoorschriften Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing en aan de inrichting van het functievlak: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon - en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van een goede landschappelijke inpassing.

11.5 Omgevingsplanactiviteiten bouwactiviteiten Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem' zonder omgevingsvergunning een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie te bouwen.

11.5.1Beoordelingsregels bouwen bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige functie Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. uit onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik; of b. dat eventuele verontreiniging op toereikende wijze is gesaneerd; of c. anderszins aanvaardbaar is bevonden door het bevoegd gezag

11.5.2Aanvraagvereisten bouwen bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige functie Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, zoals bedoeld in artikel 11.5, worden voor de toetsing in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. ten minste een historisch bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5725; b. indien uit het historisch onderzoek blijkt dat sprake is van bodemverontreiniging, een nader verkennend of aanvullend bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5740; c. gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen op het moment dat uit het onder a. en/of b. bedoelde onderzoek blijkt dat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem worden overschre den.

24

11.6 Specifieke functieregels 11.6.1Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het omgevingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen; b. kamerverhuur; c. kampeer; d. woningsplitsing; e. detailhandel; f. evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 11.6.2; g. permanente of tijdelijke bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken en gebouwen, geen woning zijnde; h. opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak; i. buitenopslag voor de voorgevelrooilijn.

11.6.2Evenementen Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw.

11.6.3Beroep of bedrijf aan huis Een beroep of bedrijf aan huis bij de woning, als opgenomen in het 'Bijlage 2 Overzicht beroep en bedrijf aan huis' (bij deze regels) of hiermee naar aard en omvang gelijk te stellen beroepen en bedrijven, wordt geacht in overeenstemming te zijn met de woonfunctie en is toegestaan, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft; b. de woning blijft voldoen aan de wettelijk gestelde bouwtechnische eisen; c. de woonfunctie van het perceel primair blijft c.q. in overwegende mate aanwezig blijft; d. degene die gebruiker van de woning is tevens degene is die het beroep of bedrijf aan huis uitoefent; e. maximaal 40 % van de begane grondvloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor aan huis verbonden beroepen en bedrijven met een maximum van: 1. 25 m² bij bouwpercelen tot 750 m²; 2. 35 m² bij bouwpercelen van 750 m² tot 1.500 m²; 3. 45 m² bij bouwpercelen vanaf 1.500 m²; f. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of de buurt; g. het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft welke kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; h.

in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; i. de bedrijvigheid geen vergunnings - danwel meldingsplichtige milieubelastende activiteit betreft op basis van het omgevingsplan danwel van de Omgevingswet jo. het BAL; j. het geen activiteiten betreft die in de regel worden uitgeoefend in winkelpanden of op een industrieterrein; k. internetverkoop slechts is toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden; l. er geen buitenopslag plaatsvindt; m. reclame-uitingen ten dienste van het beroep of bedrijf aan huis beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met als maximale afmetingen 1,0 m x 0,5 m aan de voor - of zijgevel of in de voor - of zijtuin op een hoogte van maximaal 2,0 m. Neon - of andere lic htreclame is in dit kader niet toegestaan; n. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens een beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep/bedrijf.

25

11.7 Omgevingsplanactiviteiten gebruiksactiviteiten Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem' zonder omgevingsvergunning de gronden te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven voor de gegeven functie(s).

11.7.1Beoordelingsregels gebruik bodem Een omgevingsvergunning voor gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven van gronden wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. uit onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik; of b. dat eventuele verontreiniging op toereikende wijze is gesaneerd; of c. anderszins aanvaardbaar is bevonden door het bevoegd gezag.

11.7.2Aanvraagvereisten gebruik bodem Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven van gronden, zoals bedoeld in artikel 11.7, worden voor de toetsing in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. ten minste een historisch bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5725; b. indien uit het historisch onderzoek blijkt dat sprake is van bodemverontreiniging, een nader verkennend of aanvullend bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5740; c. gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen op het moment dat uit het onder a. en/of b. bedoelde onderzoek blijkt dat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem worden overschre den.

26

Artikel 12 Woongebied 12.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Woongebied'.

12.2 Functieomschrijving Een als 'Woongebied' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. wonen; b. groen- en speelvoorzieningen; c. tuinen, erven en terreinen; d. uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis overeenkomstig het bepaalde in artikel 12.6.3; e. het organiseren van evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 12.6.2; f. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermingswaardige houtopstand' , behoud en bescherming van de beschermingswaardige houtopstand; met de daarbij behorende g. nutsvoorzieningen; h. paden, wegen, ontsluitings - en parkeervoorzieningen; i. boven- en/of ondergrondse water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen.

12.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten 12.3.1Beoordelingsregels algemeen In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.29 gelden de volgende regels: a. het totale aantal woningen mag niet meer bedragen dan aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. b. uitsluitend grondgebonden woningen zijn toegestaan. c. per bouwperceel is maximaal één woning toegestaan. d. de volgende typen woningen zijn toegestaan: 1. Voor zover uitsluitend de aanduiding 'vrijstaand' is opgenomen, zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan. 2. Voor zover de aanduidingen 'vrijstaand' en 'twee -aaneen' voor hetzelfde aanduidingsvlak zijn opgenomen, zijn uitsluitend vrijstaande en twee -aaneengebouwde woningen toegestaan. 3. Voor zover de aanduidingen 'vrijstaand', 'twee -aaneen' en 'aaneengebouwd' zijn opgenomen voor hetzelfde aanduidingsvlak, zijn vrijstaande, twee -aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen toegestaan.

12.3.2Beoordelingsregels hoofdgebouwen In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.29 en in aanvulling op artikel 12.3.1 gelden de volgende regels voor hoofdgebouwen. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw in de vorm van een woning wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. de afstand tussen de voorgevel van het hoofdgebouw en de grens van het bouwperceel aan de zijde van de openbare weg waarop de woning georiënteerd is, bedraagt: 1. minimaal 2 meter bij vrijstaande of twee -aaneen gebouwde woningen; 2. minimaal 1 meter bij aaneengebouwde woningen, b. ter plaatse van de aangeduide gevellijn, wordt de voor - of zijgevel van de woning gebouwd in of achter de aangeduide gevellijn; c. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt: 1. bij vrijstaande woningen minimaal 2 meter aan beide zijden; 2. bij twee-aaneen gebouwde woningen minimaal 2 meter aan één zijde; 3. bij aangebouwde woningen 0 meter; d. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte, maximum bouwhoogte (m)’.

27

12.3.3Beoordelingsregels - enaan uitbouwen en bijbehorende bouwwerken In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor aan bijbehorende bouwwerken.

- en uitbouwen en

De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd in het gebied vanaf 1 meter achter de voorgevelrooilijn, met uitzondering van overkappingen voor de voorgevelrooilijn als bepaald onder e; b. de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het gebied vanaf 1 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt maximaal 200 m², met dien verstande dat maximaal 75% van het achtererfgebied bebouwd mag worden, met inbegrip van bestaande bebouwing; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,30 meter; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 6 meter. e. overkappingen voor de voorgevel gebouwd aan andere bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, mits de oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt en de afstand aan de voorzijde van de overkapping tot de perceelsgrens welke grenst aan openbaar gebied minimaal 3,5 m b edraagt; f. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke ten behoeve van de woning, mits: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning bedraagt; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; 4.

de afstand tot de perceelsgrens welke grenst aan openbaar gebied minimaal 3,5 meter bedraagt.

12.3.4Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 meter, met uitzondering van: 1. erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt; 2. erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b. een erf- of perceelsafscheiding aan de naar openbaar toegankelijk gebied gerichte perceelszijde dient met groenblijvende beplanting begroeid te zijn; c. per woning is maximaal 1 niet -overdekt zwembad toegestaan.

12.3.5Beoordelingsregels bouwen van een gebouw in de vorm van nutsvoorzieningen In afwijking van/in aanvulling op artikel 22.27, 22.29 en 22.36 gelden de volgende regels voor gebouwen voor nutsvoorzieningen. De omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouw voor nutsvoorzieningen wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte maximaal 3,5 meter bedraagt; b. de oppervlakte per gebouw maximaal 15m² bedraagt.

12.3.6Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit Het bouwen van woningen ten behoeve van de functie wonen zoals bedoeld in artikel 12.2 is uitsluitend toegestaan indien is aangetoond dat wordt voldaan aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 5 'Beeldkwaliteitplan' bij deze regels. Dit ter b eoordeling aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.

28

12.3.7Beoordelingsregels afwijken beeldkwaliteit Het bevoegd gezag verleend, in afwijking van het bepaalde in artikel 12.3.6 lid a, een omgevingsvergunning voor het op een andere wijze invulling te geven aan beeldkwaliteitseisen indien is voldaan aan het volgende: a. goedkeuring dient te zijn gegeven door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.

12.3.8Omgevingsnorm Gezamenlijk geluid (geluidszone) Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone' geldt een gezamenlijk geluid op de gevel van een geluidgevoel gebouw van maximaal 54dB. Het oprichten van een geluidgevoelig gebouw wordt aanvaardbaar geacht indien onderzoek naar de geluidwering van de gevels uit wijst dat, op basis van het gezamenlijke geluid, aan de binnenwaarde zoals genoemd in artikel 4.103 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt voldaan.

12.3.9Beoordelingsregels verkleinen afstand voorgevel hoofdgebouw tot bouwperceelgren Het bevoegd gezag verleend, in afwijking van het bepaalde in artikel 12.3.2 lid a of b, een omgevingsvergunning voor een kleinere afstand van de voorgevel van het hoofdgebouw tot de bouwperceelgrens indien is voldaan aan het volgende: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden; 5. de stedenbouwkundige kwaliteiten van het gebied, dit ter beoordeling aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing.

12.3.10

Beoordelingsregels verkleinen afstand zijgevel hoofdgebouw tot bouwperceel

Het bevoegd gezag verleend, in afwijking van het bepaalde in artikel 12.3.2 lid c, een omgevingsvergunning voor een kleinere afstand van de zijgevel van het hoofdgebouw tot de bouwperceelgrens indien is voldaan aan het volgende: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden; 5. de stedenbouwkundige kwaliteiten van het gebied, dit ter beoordeling aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing.

12.4 Maatwerkvoorschriften Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing en aan de inrichting van het functievlak: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon - en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van een goede landschappelijke inpassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=bec0c002-c9a2-44a8-a572-1cb6f9f9072a