CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-072 03 Jaarstukken 2025

Raad 30 juni 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Jaarstukken 2025 (2026-072)33.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

•

We werken samen met partners aan bewustwording over afval, verkeersveiligheid, klimaat, biodiversiteit etc. Ook overleggen we met scholen en (verkeers-)ouders.

•

Begeleiden en inzet van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt en integratieprojecten;

•

Gladheidsbestrijding.

•

Materialen uitleen bij evenementen.

•

Advisering van verenigingen bij het beheer en onderhoud van (sport-)accommodaties.

•

24/7 calamiteitendienst bij storingen, incidenten en calamiteiten in de openbare ruimte.

•

Met de applicatie BuitenBeter reageren we op meldingen.

Heeft het gekost wat het mocht kosten?

Baten Lasten Saldo

Realisatie begrotingsjaar 11.870.104 19.680.148 -7.810.044

Raming begrotingsjaar ná wijziging 11.439.118 19.769.109 -8.329.991

Raming begrotingsjaar vóór wijziging 11.439.118 19.694.109 -8.254.991

Het programma 1.2 laat over 2025 een positieve afwijking van € 519.947 zien. De baten zijn € 430.986 hoger dan begroot en de lasten zijn € 88.961 lager dan begroot, zodat per saldo een positieve afwijking resteert. 29

De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: •

Hogere bedrijfsvoeringslasten -/- € 35.000 De herstel- en vervangingskosten naar aanleiding van een inbraak bij de Buitendienst zijn niet begroot. Deze kosten worden voor een deel gedekt door een verzekeringsuitkering.

•

Hogere lasten externe kosten afval -/- € 62.000 De verwerkingskosten van het milieupark zijn hoger. Daarnaast hebben we een betere marktprijs per ton ingezameld oud papier ontvangen.

•

Hogere lasten wegen -/- € 243.000 Deze kosten zijn voornamelijk voor extra renovatiewerkzaamheden (degeneratiekosten) waarvoor we vergoedingen van Enexis en Essent hebben ontvangen. En voor het aanleggen van inritten waarvoor we ook vergoedingen hebben ontvangen.

•

Hogere lasten gladheidbestrijding -/- € 22.000 Door de inzet van loonwerkers voor de gladheidsbestrijding, geautomatiseerde gladheidsbewaking en het weer op peil brengen van de voorraad strooizout zijn de kosten hoger dan begroot.

•

Hogere lasten externe kosten riolering -/- € 49.000 Dit wordt onder andere veroorzaakt door de kosten van huisaansluitingen die hoger zijn dan begroot. Tegenover deze kosten staan ook hogere inkomsten.

•

Lagere lasten openbare verlichting € 169.000 De vervangingskosten van lichtmasten en armaturen over 2024 en 2025 zijn lager dan begroot.

•

Hogere doorverdeelde lasten -/- € 32.000 De doorverdeelde kosten op product 1.2 zijn hoger dan begroot.

•

Lagere kapitaallasten € 345.000 De kapitaallasten zijn lager dan begroot. Er zijn veel investeringen op wegen en riolering geweest, maar omdat de werken nog niet gereed zijn, wordt er nog niet over afgeschreven.

•

Overige lasten per saldo € 18.000 lager Per saldo zijn er op de verschillende producten binnen programma 1.2 kleine afwijkingen en is er € 18.000 minder uitgegeven.

Baten: •

Hogere baten uit verzekering € 19.000 De kosten naar aanleiding van een inbraak bij de Buitendienst worden deels gedekt door de verzekering.

•

Lagere baten afvalinzameling -/- € 26.000 Er zijn lagere vergoedingen van Verpact, meer subsidie zwerfafval, minder inkomsten poorttarief milieupark en minder inkomsten afvalstoffenheffing.

•

Hogere baten wegen € 182.000 Het betreft voornamelijk degeneratievergoeding en inkomsten aanleg inritten. Tegenover deze inkomsten staan ook uitgaven.

30

•

Hogere baten riolering € 143.000 De opbrengsten uit rioolrecht zijn hoger dan begroot omdat er meer woningen gereed zijn gekomen. Hier tegenover staan ook hogere beheerkosten. In het nieuwe water- en rioleringsprogramma 2027- 2031 (de opvolger van het huidige GRP) wordt rekening gehouden met deze hogere inkomsten en uitgaven. Er zijn hogere inkomsten uit leges rioolaansluitingen, tegenover deze inkomsten staan ook uitgaven.

•

Hogere baten openbare verlichting en beheer ondergrondse infrastructuur € 124.000 De inkomsten zijn hoger dan begroot door schadebehandeling openbare verlichting (hiertegenover staan ook kosten), elektriciteitsvergoeding lichtmastreclame en hogere legesinkomsten uit beheer- en degeneratiekosten (vergoeding van energieleverancier ter dekking van de kosten van bestrating als gevolg van openbreking).

•

Overige kleine afwijkingen per saldo -/- € 11.000 Er zijn binnen het programma 1.2 verschillende kleine afwijkingen die per saldo leiden tot lagere baten.

31

Programma: 2.1 Werk en inkomen Wij willen een gemeente zijn waarin iedere inwoner de mogelijkheid heeft zich te ontwikkelen en een waardevolle bijdrage kan leveren aan de maatschappij. De meeste mensen lukt dat op eigen kracht. Als gemeente hebben we een bijzondere verantwoordelijkheid voor inwoners die ondersteuning nodig hebben om in de arbeidsmarkt of maatschappij te kunnen participeren. We dragen bij om de bestaanszekerheid van deze inwoners op het gebied van werk en inkomen te vergroten en schulden en armoede te voorkomen. Dit doen we vanuit het perspectief van uitkeringsonafhankelijkheid, bij voorkeur via betaald werk. Met de investering in menselijk kapitaal dragen we bij aan de vermindering van de krapte op de arbeidsmarkt, die door de vergrijzing en grotere zorgbehoefte ontstaat. In deze opgave staan we als gemeente gelukkig niet alleen. Lokale ondernemers nemen een grote verantwoordelijkheid in het creëren van kansen voor de inwoners. We maken gebruik van de mogelijkheden bij lokale en regionale maatschappelijke (zorg)organisaties. Samen zetten we ons in voor een inclusieve arbeidsmarkt. Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? 1. Iedereen werkt of neemt op andere wijze deel aan de gemeenschap. Kaderstellende uitgangspunten: • Er worden actieve maatregelen genomen om inwoners van Peel en Maas te ondersteunen bij het vinden van betaald werk; •

De ondersteuningsinzet gericht op activering of re-integratie doen we in samenwerking met onze partners vanuit een gezamenlijk ervaren verantwoordelijkheid;

•

Er zijn voldoende beschutte werkplekken en dagbestedingsplekken beschikbaar.

Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025? 1.1 We vragen ondernemers mee te doen in HAL9 door te investeren in de verschillende werkstations. Ook vragen we hun mee te denken in de door-ontwikkeling van het HAL9 concept. In 2025 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waarbij alle betrokken netwerkpartners en werkgevers aanwezig waren. In 2025 zijn 6 werkstations georganiseerd in HAL9. Daarnaast zijn in samenwerking met 5 andere sectoren praktijkplekken ingevuld. 1.2 We richten samen met partners een netwerk van en voor vrijwilligerswerk op (mogelijk in combinatie met HAL9). Naast het creëren van kansen op de reguliere arbeidsmarkt willen we hiermee meer mensen laten integreren in de gemeenschap. Dit wordt een opdracht voor het nieuwe leerontwikkelbedrijf, waarbij eerste ervaringen wel al zijn opgedaan maar nog niet zijn samengebracht. 1.3 We werken toe naar een transformatie van de NLW. We inventariseren op welke gebieden het interessant is om samen te werken op het vlak van participatie. In september 2025 heeft de raad een besluit genomen over deelopdracht 2. Hiermee is de transformatie en ontvlechting van de NLW gestart. Er zijn werkgroepen geformeerd zowel bij NLW als HAL9. Deze werkgroepen zullen op enig moment integreren in het nieuwe leerontwikkelbedrijf. Daarnaast hebben WSW-medewerkers van NLW deelgenomen aan de zorgoriëntatiedagen in HAL9.

1.4 In 2025 organiseren we opnieuw een banenmarkt en starten we de voorbereiding voor een Meet2Match bijeenkomst begin 2026. Een 32

combinatie van bedrijvencontactdagen, beroepen oriëntatiedagen en banenmarkt. In 2025 is een banenmarkt georganiseerd. In verband met de opstart en de hiervoor benodigde werkzaamheden voor het nieuwe leerontwikkelbedrijf, starten we met de voorbereiding van Meet2Match in 2027. 1.5 We organiseren een lokaal arbeidsmarktoverleg, waarbij delegaties vanuit onderwijs, ondernemers en overheid anticiperen op ontwikkelingen op de arbeidsmark binnen onze gemeente. Er heeft een eerste arbeidsmarktoverleg plaatsgevonden met alleen ondernemers. Het vervolg wordt als taak overgenomen door het nieuwe leerontwikkelbedrijf. 1.6 We spannen ons samen met de anderen Noord-Limburgse gemeenten in om te komen tot een hervorming van de voor de arbeidsmarkt regio Noord-Limburg, waarbij afspraken worden gemaakt om te komen tot één regionaal loket: het regionaal Werkcentrum. Er is een plan van aanpak opgesteld en een nieuwe kwartiermaker benoemd. De governance is uitgewerkt en wordt ter besluitvorming in 2026 voorgelegd aan de colleges van de NoordLimburgse gemeenten. 1.7 We organiseren participatie-aanbod voor de (piek van) statushouders, verblijvend in de doorstroomvoorziening in Horst aan de Maas. Het participatieaanbod is opgestart in HAL9. Conclusie van 2025 is dat de afstand van een groot gedeelte van deze groep statushouders tot de arbeidsmarkt groot is.

Na meer dan 9 maanden blijft de ontwikkeling vanwege leerbaarheid (overwegend zelfredzaamheidsroute), talige-, en culturele verschillen achter. Eind 2025 zijn we gestart met het zoeken naar alternatieven om uitstroom te bevorderen. Het ontwikkelproces voor statushouders vraagt vaak langere tijd en kleine stappen. We hebben onze werkwijze in HAL9 én de begeleiding bij ondernemers hierop aangepast. Gilde Bedrijfsopleidingen ondersteunt dit proces met aandacht voor werkvloertaal. Onze sleutelpersoon, zelf Syrisch en een inspirerend rolmodel, zorgt voor meer begrip bij taal en cultuur verschillen. • •

En verder: • We hebben een PPS-overeenkomst (PubliekPrivate Samenwerking) gesloten in samenwerking met de Noord-Limburgse 33

gemeenten en Gilde opleidingen ten aanzien van basisvaardigheden/laaggeletterdheid en WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs). • We hebben een regionaal beleidsplan vastgesteld als Noord-Limburgse gemeenten op het gebied van basisvaardigheden, laaggeletterdheid en WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs). Hieruit vloeit het regionaal beleidsplan, vastgesteld als Noord-Limburgse gemeenten op het gebied van basisvaardigheden, laaggeletterdheid en WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs). Op basis van het laatstgenoemde plan is het lokaal meerjarenplan basisvaardigheden vastgesteld. • Het project Werkvloertaal is in HAL9 gestart in 2025 en verlengd tot 1 januari 2027. Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?

2. Er is bestaanszekerheid voor iedereen.

2.1 We geven uitvoering aan de hervorming van de Participatiewet. Hiertoe passen we een aantal verordeningen en beleidsregels aan.

Kaderstellende uitgangspunten: • We ondersteunen inwoners met (dreigende) financiële problemen om schulden te voorkomen en degene die door de opbouw van schulden niet in hun bestaanskosten kunnen voorzien; •

De menselijke maat staat centraal, regels zijn ondersteunend;

•

We gaan uit van vertrouwen in de inwoner en werken in de geest van de wet;

•

We investeren in preventie, onder andere door vroegtijdige informatieverstrekking;

•

Huishoudens in armoede bieden we samenhangende ondersteuning op alle levensterreinen.

Door de val van het kabinet in 2025 is de invoering van de Participatiewet in Balans uitgesteld tot 2026. Hiervoor geldt dat 2026 een overgangsjaar is voor implementatie van alle wijzigingen. 2.2 We evalueren de in 2024 ingevoerde verruiming van de doelgroep voor Bijzondere Bijstand. De evaluatie heeft plaatsgevonden en de raad is hierover geïnformeerd tijdens de werkbijeenkomst in september 2025. Uit de evaluatie blijkt dat de verruiming van de bijzondere bijstand vanaf 1 juni 2024 positief uitpakt. Dankzij de overstap naar een jaardraagkrachtberekening zonder vaste inkomensgrens, bereiken we meer inwoners die ondersteuning nodig hebben en worden aanvragen eerlijker beoordeeld. 2.3 We evalueren het effect van de uitbreiding van de doelgroep voor het saneringskrediet en de inzet van budgetbeheer. De evaluatie heeft plaatsgevonden en de raad is hierover geïnformeerd tijdens de werkbijeenkomst in september 2025. Uit de evaluatie van de saneringskredieten blijkt dat de verruiming van de doelgroep per 1 juni 2024 effectief en doelmatig is. Door ook inwoners met een inkomen boven 120% van de bijstandsnorm toegang te geven tot een saneringskrediet, zijn meer mensen tijdig geholpen, zijn alle kredieten netjes afgelost en is duidelijk dat deze preventieve aanpak

34

bijdraagt aan een duurzame oplossing van schulden. 2.4 We organiseren laagdrempelige en lokale toegang tot rechtspraak door eerstelijns sociaaljuridische ondersteuning. We hebben laagdrempelige en lokale toegang tot rechtspraak georganiseerd door eerstelijns sociaaljuridische ondersteuning (sociaal juridische dienstverlener/raadslid) toe te voegen aan onze dienstverlening. De sociaal juridische dienstverlener is per april 2025 gestart bij Vorkmeer. En verder: • We hebben een beleidsregel en werkafspraken vastgesteld voor de uitvoering van de alleenverdienersproblematiek fase 2 voor de jaren 2025 tot en met 2027 ten behoeve van team WIJZ voor de uitvoering hiervan. De implementatie van fase 1 over de periode 2022 tot en met 2024, is in 2025 afgerond. • In opdracht van de Noord-Limburgse gemeenten en in het kader van preventie ter voorkoming van armoede en schulden, heeft de Risk Factory een game-workshop ontwikkeld waar kinderen met een eigen financieel doel aan de slag gaan. Scholen ontvangen hierbij handvatten hoe ze het onderwerp verder op school kunnen bespreken. • Alle uitvoeringsregelingen zijn geactualiseerd in samenhang met de op 17 december 2024 geactualiseerde Algemene subsidieverordening. • We zijn gestart met de implementatie van de 20 elementen uit het actieplan ‘Basisdienstverlening’, zodat voor iedereen goed georganiseerde schuldhulpverlening beschikbaar is.

Dit in combinatie met de NVVK-audit, die in maart 2025 is afgerond. Onze certificering is verlengd tot maart 2028. • We verstrekken aan alle uitkeringsgerechtigden een unieke code waarmee ze het Dal Vrij Limburg abonnement van Arriva kunnen aanvragen (450 verstrekkingen in 2025 voor fase 1). Dit op verzoek van de provincie Limburg in samenwerking met Arriva. Ook de controle op de aanmeldingen bij Arriva voeren we voor hen uit. Als gevolg van een verkeerde inschatting van de initiatiefnemers kunnen de overige minima nog geen gebruik maken van dit abonnement (fase 2).

35

Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? Werk •

We versterken de netwerken, o.a. het netwerk: “Wij maken Werk van Werk.

•

We maken optimaal gebruik van de re-integratie voorzieningen, monitoren op hun effectiviteit zowel bij werkzoekenden als bij ondernemers.

•

We bewaken als aandeelhouder de bedrijfsvoering van ons SW bedrijf NLW.

•

We re-integreren verschillende doelgroepen: uitkeringsgerechtigden, statushouders, VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs) en PRO uitstromers (praktijkonderwijs), leerlingen zonder startkwalificatie en niet-uitkeringsgerechtigden. Dit o.a. via HAL9 en de leer- en ontwikkelroutes.

•

We stellen beschut werk plekken ter beschikking conform de aan ons toegekende taakstelling.

Inkomen • We verstrekken bijstandsuitkering, bijzondere bijstand, ondersteuning voor zelfstandigen. •

We voeren controles uit, zoals staat beschreven in de kwaliteitsborging Sociaal domein.

•

We voeren debiteurenbeheer uit voor verstrekte leningen, borgsommen of kredieten uit bijzondere bijstand, Bbz of Tozo kredieten.

•

We ondersteunen de gedupeerden van de Kinderopvang Toeslagenaffaire.

•

We voeren ondersteuningsmaatregelen uit voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen.

•

We subsidiëren initiatieven rondom collectieve minimaregelingen: stichting Leergeld, Volwassenenfonds, Jeugdfonds Sport en Cultuur, Kleding- en Voedselbank en Stichting de Brug.

•

We geven uitvoering aan de regeling alleenverdienersproblematiek.

Schuldhulpverlening • We blijven vroegsignalering van schulden door gezamenlijke afspraken met partners bevorderen mede in het licht van actuele ontwikkelingen. •

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) voeren wij uit in samenwerking met netwerkpartners zoals Vorkmeer (Wegwijzer) en woningcorporaties (preventief én curatief). Voorbeelden hiervan is de samenwerking met de woningcorporaties bij het voorkomen van huisuitzetting door huisbezoeken van onze eigen schuldhulpverleners samen met maatschappelijk werk (Vorkmeer).

•

We verstrekken saneringskredieten en ondersteunen via budgetbeheer.

•

We vragen bij maatschappelijke begeleiding van statushouders meer aandacht voor het leren budgetteren.

Naleving en controle • We geven voorlichting over alle onderdelen van dit programma en werken de gemeentelijke website, folders en (digitale) dienstverlening bij als dat nodig is. •

Fraudebestrijding.

36

Heeft het gekost wat het mocht kosten?

Baten Lasten Saldo

Realisatie begrotingsjaar 10.408.808 20.459.810 -10.051.002

Raming begrotingsjaar ná wijziging 9.326.206 19.761.823 -10.435.617

Raming begrotingsjaar vóór wijziging 9.326.206 19.076.965 -9.750.759

Het programma 2.1 laat over 2025 een positieve afwijking van € 384.615 zien. De baten zijn € 1.082.602 hoger dan begroot en de lasten zijn € 697.987 hoger dan begroot, zodat per saldo een positieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: •

Lagere lasten sociale werkvoorziening € 154.000 Vanwege een positiever resultaat van NLW in 2024 dan geraamd is een deel van de in 2024 betaalde bijdrage aan het exploitatietekort terugbetaald. Dat betreft een bedrag van € 142.000. Verder is de bijdrage in de bestuurskosten die over 2025 is betaald wat lager vanwege een kleiner aantal SW-medewerkers dan geraamd.

•

Hogere lasten uitkeringen -/- € 868.000 Het aantal bijstandsgerechtigden in 2025 is hoger dan de raming. Dat wordt veroorzaakt door een hogere instroom vanwege o.a. statushouders en een gelijkblijvende uitstroom. Bovendien is de hoogte van de uitkering uiteindelijk meer gestegen dan in de begroting geraamd. Tegenover de hogere lasten van de uitkeringen staat ook een hogere rijksvergoeding (BUIG). Gespecificeerd naar soort uitkeringen is het beeld als volgt: Bijstandsuitkeringen: -/- € 1.000.0000 Loonkostensubsidie: -/- € 78.000 IOAZ: € 51.000 IOAW: € 157.000 BBZ 2024: € 2.000

•

Afrekeningen BBZ en TOZO 2024 € 230.000 De aflossingen die we ontvangen in het kader van BBZ- en TOZO kredieten worden verrekend met het Rijk. Het voordeel op de lagere lasten wordt dus gecompenseerd door een nadeel bij de opbrengsten vanwege de verplichting om de aflossingen door te betalen aan het Rijk.

•

Actualiseren vorderingen sociale zaken -/- € 140.000 Jaarlijks actualiseren we de stand van de vorderingen op het gebied van werk en inkomen. In 2025 zijn per saldo meer vorderingen afgelost dan verstrekt waardoor de stand lager is dan vorig jaar. Dat leidt tot een bijstelling die een nadelig effect van € 140.000 heeft op het jaarrekeningsaldo.

•

Overige hogere lasten per saldo -/- € 74.000 Binnen programma 2.1 zijn per saldo nog € 74.000 hogere lasten ontstaan door verschillende kleinere posten.

Baten: •

Hogere baten rijksvergoeding BUIG € 1.386.000 De verdeling van het rijksbudget BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) is gewijzigd op basis van nieuwe rekenmodellen waarin de verwachte kosten van een gemeente voor bijstand en dergelijke worden berekend. Vanwege de 37

toepassing van die nieuwe verdeling ontvangen we een hogere BUIG-uitkering dan voorheen en dus ook hoger dan begroot. Verder stijgen de landelijke uitgaven voor bijstand waardoor ook het macrobudget voor de BUIG toeneemt. •

Afrekeningen Bbz en Tozo 2024 -/- € 225.000 De aflossingen die we ontvangen in het kader van bbz-kredieten worden uiteindelijk weer verrekend met het Rijk. Dit nadeel bij de opbrengsten valt dus grotendeels weg tegen het bij de lasten vermelde voordeel.

•

Lagere baten afrekening Bbz -/- € 65.000 De afrekening van de ontvangen aflossingen voor bbz-kredieten over 2024 leidt tot een terugbetaling van € 65.000 aan het Rijk.

•

Overige lagere baten per saldo -/- € 13.000 Binnen programma 2.1 zijn per saldo nog € 13.000 lagere baten ontstaan door verschillende kleinere posten.

38

Programma 2.2 Zorg en Ondersteuning Iedereen kan zo lang mogelijk thuis blijven wonen en deelnemen aan het dagelijkse leven. Een goede gezondheid is daarbij belangrijk. Inwoners zijn in eerste instantie zelf aan zet om gezond en actief te leven en daarmee hun gezondheid en mentale weerbaarheid te bevorderen. Zo koersen we naar een gezonde generatie. Bij eventuele beperkingen gaat het er om hoe eenieder hiermee omgaat en vooral de mogelijkheden centraal zet. We omarmen daarom de beweging positieve gezondheid die uitgaat van mogelijkheden in plaats van beperkingen. Zingeving en sociale contacten spelen daarbij ook een grote rol. Ouderen anticiperen zoveel mogelijk zelf op het ouder worden. Inwoners staan niet op zichzelf, ze maken onderdeel uit van een gemeenschap. Het samenleven van inwoners kenmerkt zich door het mee laten doen van iedereen en het omkijken naar elkaar, met specifieke aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. Inwoners kunnen zo de kwaliteit van het eigen leven en elkaars leven bevorderen. Deze manier van leven in de gemeenschap helpt om zo lang mogelijk de regie over het eigen leven te voeren en om mee te doen. Gemeenschappen zijn daarbij actief om zelf voorzieningen op het gebied van welzijn, zorg en wonen op te zetten voor kwetsbare inwoners. Wij zijn daarin signalerend en faciliterend.

Waar nodig zetten wij ondersteuning of opvang in waarbij de inwoner en zijn hulpvraag centraal staan. We werken daarbij aan een integrale toegang en bieden de best passende ondersteuning of opvang voor onze inwoners. Professionals krijgen de ruimte om hiervoor het goede te doen. Ook is daarbij oog voor mantelzorgers. Daarnaast stimuleren we een betere samenwerking tussen professionals en vrijwilligers binnen en tussen verschillende domeinen. Onze maatschappelijke partners maken zich met ons sterk voor de opgaves waarvoor we staan. Ontwikkelingen als vergrijzing en arbeidsmarkttekorten maken dat we moeten vernieuwen en samenwerken. We gaan uit van netwerksamenwerking en stimuleren andere werkwijzen die zich baseren op het mee blijven doen en zelfstandig functioneren. Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?

1. Inwoners voeren zoveel mogelijk zelf de regie op hun leven en zijn zo zelfredzaam mogelijk.

1.1 2025 wordt het jaar van de mentale gezondheid. Daarbij zetten we activiteiten op in samenwerking met lokale partijen. We vragen op verschillende manieren aandacht voor het bespreekbaar maken van dit thema.

Kaderstellende uitgangspunten: • We stimuleren een gezonde leefomgeving met een groene openbare ruimte die ontmoeting en beweging stimuleert; •

We richten ons op (zo lang mogelijk) zelfstandig wonen. We dragen daar aan bij door tijdig bewustwording te stimuleren en doorstroming van (zorg)woningen te bevorderen.

In 2025 hebben we in samenwerking met lokale partijen activiteiten georganiseerd, zoals Walk into the Light en de buitententoonstelling Open over Depressiviteit. Dit deden we met als doel om het thema mentale gezondheid bespreekbaar te maken. Daarnaast is er met netwerkpartners een uitgebreid randprogramma gemaakt om dit thema verder onder de aandacht te brengen. We hebben de activiteiten geëvalueerd en nemen de geleerde lessen mee naar het vervolg in 2026. 1.2 In het kader van het Gezond en Actief Leven Akkoord en het Integraal Zorg Akkoord gaan we de ketenaanpak Welzijn op Recept door ontwikkelen op een manier passend bij Peel en Maas. We stimuleren daarbij de samenwerking tussen huisartsen, overige eerstelijnszorg, welzijn en gemeenschap om de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoners met psychosociale klachten te bevorderen en het beroep op (medische) zorg te verminderen. 39

In bijna alle kernen zijn (structurele) netwerkbijeenkomsten geweest of ontstaan met formele en informele zorg- en welzijnspartijen. Door elkaar persoonlijk te (leren) kennen is het voor alle partijen makkelijker om bij de juiste partij te informeren als er iets speelt op casusniveau. Hiernaast zijn er in Helden en Kessel sinds 2025 inloopmomenten waar inwoners zich kunnen melden met vragen over welzijn, wonen en zorg. Een brede groep netwerkpartners sluit hierbij aan. In Baarlo bestaat dit inloopspreekuur al langer. Vragen van inwoners worden zo breed besproken en komen direct op de juiste plek terecht. Indien mogelijk ook buiten de zorg. We sluiten als gemeente ook aan en nemen casuïstiek mee. Dit doen we om de kernen uit te nodigen mee te denken in hoe we kwetsbare inwoners kunnen ondersteunen. 1.3 We zijn een actieve partner om het langer thuis wonen van ouderen mogelijk te maken. We stimuleren en agenderen de bewustwording bij (toekomstige) ouderen en hun familie over langer en veilig thuis wonen. We trekken hierin samen op met partijen zoals Huis van Morgen en de seniorenverenigingen/KBO’s. Bij het Huis van Morgen onderzoeken we samen met het bestuur een bredere inzet en verbindingen met nieuwe partijen. We stimuleren en bevorderen daarnaast woonvormen waarbij ouderen makkelijker thuis kunnen wonen.

We zijn in verschillende kernen aangesloten bij de door de Limburgse KBO geïnitieerde gesprekscyclus Senioren Zelf aan Zet, waarmee bewustwording van ouderen over langer thuis wonen wordt gestimuleerd. In het kader van hittestress, vergroening en biodiversiteit in combinatie met zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen, is een tuinontwerp gemaakt voor de achtertuin bij het Huis van Morgen. HAL9 maakt daarbij het tuinmeubilair en gaat ondersteunen bij het onderhoud. Met de stichting Knarrenhof is een intentieovereenkomst gesloten voor een plan van circa 20 woningen met Hofhuis in plan Meuleveld in Maasbree. Op de eerste informatieavond, georganiseerd door de stichting en lokale kartrekkers, kwamen veel belangstellenden. In Meijel wordt complex De Paast uitgebreid met 23 woningen en een gezamenlijke ruimte voor ouderen met een zorgindicatie.

40

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025? 1.4 We onderzoeken met Vorkmeer en andere betrokken lokale partijen de mogelijkheden voor passende(re) mantelzorgondersteuning en waardering. Uit onderzoek blijkt dat mantelzorgers vooral behoefte hebben aan ondersteuning uit het netwerk of via respijtzorg. Uit gesprekken met initiatieven die zich bezighouden met mantelzorgondersteuning blijkt dat er vooral behoefte is aan erkenning, waardering en bekendheid van het initiatief.

2. Gemeenschappen geven onder eigen regie vorm aan het zorgen voor elkaar. Kaderstellende uitgangspunten: • Gemeenschappen kiezen hun eigen vorm(en) en (her)nemen zoveel mogelijk eigenaarschap; •

We faciliteren en stimuleren collectieve- en dorpsvoorzieningen;

•

Daarbij hebben we oog voor de draagkracht en draaglast van de gemeenschap;

•

Aan regionale/landelijke (preventie) projecten nemen we alleen deel als dit van meerwaarde is voor de inwoners van Peel en Maas en aansluit op lokale initiatieven die voor ons leidend zijn.

•

We stimuleren de ontwikkeling en inzet van vrijwilligersbeleid.

3. Inwoners krijgen de ondersteuning en opvang die nodig is. Kaderstellende uitgangspunten: • We doen een brede uitvraag, leveren maatwerk en hanteren een doelmatige insteek; •

Bij het aangaan van contracten met zorgaanbieders gaan we uit van een duurzame samenwerking met oog voor lokale aanbieders die zorg dichtbij en op maat kunnen leveren;

•

Waar mogelijk stimuleren we de beweging van maatwerkvoorzieningen naar algemene en dorpsvoorzieningen;

2.1 Om bewegen te stimuleren onderzoeken we met de kernen mogelijkheden om vervoersvoorzieningen voor recreatief gebruik, zoals duofietsen, te realiseren voor gezamenlijk gebruik. We zien dat in veel kernen inmiddels eigen initiatieven zijn gekomen voor duo- en rolstoelfietsen. Dit gebeurt door o.a. De Zonnebloem en De Zorggroep in samenwerking met andere lokale partners. Er heeft in 2025 geen specifiek onderzoek plaatsgevonden. 2.2 Onder regie van de gemeente en samen met partners en betrokken inwoners(organisaties) richten we een proces in om een structurele en passende oplossing voor de werkgeversconstructie voor dorpsgerelateerde professionals op het gebied van welzijn en zorg te vinden. We hebben met alle leden van de Zorgcoöperatie en de besturen van de dorpsontmoetingen gesproken over hoe zij aankijken tegen het werkgeverschap van de dorpsondersteuners en de beroepskrachten/coaches. Op basis hiervan maken we begin 2026 een voorstel aan het college. 3.1 De werkwijze van Hendig passen we toe bij een pilot voor ouderen in Panningen, genaamd Doe(n) es Hendig, gericht op bevorderen van zelfredzaamheid. In DOE(N) es Hendig Panningen hebben vakmensen en meedenkers uit de gemeenschap elkaar sinds november 2023 ontmoet en signalen en ondersteuningsvragen van overwegend oudere inwoners met elkaar besproken.

Eind 2025 is besloten om te stoppen met deze pilot omdat er te weinig geschikte casussen werden aangereikt. Het lukte niet om inwoners in een vroeg stadium te laten anticiperen op het ontstaan van beperkingen en zo het moment dat ondersteuning nodig wordt, naar achteren te verplaatsen. Een belangrijke opbrengst ligt wel in de verbindingen die zijn ontstaan. We blijven deze bestendigen in de lokale netwerkbijeenkomsten, zoals benoemd bij 1.2. 41

•

Bij opvang en huisvesting van kwetsbare doelgroepen houden we oog voor de leefbaarheid in de omgeving en schakelen we met het veiligheidsdomein indien nodig;

•

We willen zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende woonzorgplekken met 24-uurs toezicht. Dit geldt zowel voor ouderen als mensen met een beperking of ggz-problematiek;

•

Spreiding van woonzorgcentra voor ouderen over de zes grotere woonkernen;

•

We geven ruimte aan woonvormen die: a. het zorgen voor elkaar door de bewoners stimuleren en ondersteunen b. de uitstroom uit beschermd wonen bevorderen;

•

• • 3.2 In 2026 wordt landelijk de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw ingevoerd. In 2025 richten we dit in zoals aanpassingen in de Wmo-verordening en afspraken c.q. afstemming met de zorgcoöperatie voor de eigen bijdrage bij hulp bij het huishouden. Door de val van het vorige kabinet is het op dit moment onduidelijk wanneer en of de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. 3.3 We nemen deel aan het regionale project Grip op onbegrip op een wijze die aansluit bij de situatie in Peel en Maas. In 2025 is er meer lijn gekomen in dit project. Er zijn subsidies aangevraagd om vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid aan te pakken. Eind 2025 is het project omgezet naar het regionale zorgen veiligheidsoverleg.

We stimuleren zelfredzaamheid en faciliteren ondersteuning die ertoe bijdragen dat mensen zoveel mogelijk hun eigen regie hebben. •

3.4 Lokaal stellen we in 2025 uitvoeringsbeleid wonen en zorg op, waarbij we keuzes maken over hoe invulling te geven aan de toenemende (huisvestings)vraag van bijzondere doelgroepen door bijvoorbeeld te kijken naar type woningen en woonvormen. Deze keuzes gaan integraal deel uitmaken van de omgevingsvisie. Er is voor gekozen om het thema wonen en zorg onderdeel te maken van het volkshuisvestingsprogramma dat in 2026 wordt opgesteld. Dit programma levert vervolgens weer input voor de omgevingsvisie. Daarnaast is er in 2025 gestart met een regionale woonzorgvisie waarin afspraken worden gemaakt over de behoefte aan huisvesting voor o.a. woonvormen met 24-uurszorg.

42

Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? Eigen regie inwoners • Gezondheidszorg (GGD) via Veiligheidsregio Limburg-Noord. De raad heeft de meerjarenraming en begroting 2026 vastgesteld waardoor het versterkingsplan toekomstige GGD uitgevoerd kan worden. De formatie van de GGD is hiertoe al in 2025 uitgebreid om beter te voldoen aan de wettelijke taken van de publieke gezondheidszorg. •

Deelname aan regionale project Stevig Staan gericht op valpreventie bij ouderen waarbij we de uitvoering in samenspraak met de gemeenschap doen.

Inwoners geven onder eigen regie vorm aan het zorgen voor elkaar • Facilitering en subsidiëring van algemene voorzieningen zoals hulp bij huishouden (Zorgcoöperatie) dorpsinfoloketten, dorpsontmoetingen (inclusief Thoeshoes), dorpsvervoer, de Bonte Specht, inloop GGZ, Huis van Morgen, de Thoesvrijwilliger en Plattelandshoes. •

In gesprek met Zorgcoöperatie Peel en Maas over ontwikkelingen hulp bij huishouden. We hebben met domein welzijn Baarlo de gesprekken geopend over mogelijke aansluiting bij de Zorgcoöperatie om daarmee ook onder eigen regie uitvoering te geven aan hulp bij het huishouden.

•

Ondersteunen van (inwoner)initiatieven op gebied van wonen, zorg en welzijn.

•

In gesprek met gemeenschappen over thema’s als mantelzorg, dementie en eenzaamheid.

Inwoners krijgen de ondersteuning en opvang die nodig is • Uitvoeren van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning door het voeren van gesprekken, afhandelen van meldingen en aanvragen, geven van informatie en advies etc. •

Brede ondersteuning aan jongvolwassenen via het integraal team jongvolwassenen.

•

In gesprek met zorgverzekeraar en zorgkantoor VGZ over doorstroming in de zorgketen, knelpunten in wetgeving en WLZ-woonvoorzieningen.

•

Regionaal inkopen van maatwerkvoorzieningen Wmo: hulp bij huishouden (m.n. Baarlo), complexe, kort- en langdurende ondersteuning, ouderenondersteuning, Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Dit loopt via de MGR Limburg Noord. Hiervoor nemen we deel aan contractgesprekken met zorgaanbieders ter monitoring van geleverde ondersteuning en ontwikkeldoelen.

•

Regionale contractering van hulpmiddelen.

•

Regionale contractering van trapliften; eerste voorbereidingen nieuwe aanbesteding per 1-11-2026.

•

Regionaal inkopen van collectief vervoer via Omnibuzz.

•

Advisering over beleid van en aanvragen voor (pré-)mantelzorgwoningen.

•

Aansturen van het lokale zorgnetwerk voor complexe (GGZ-)problematiek.

•

Aanpak van huiselijk geweld, waaronder ouderenmishandeling. In 2025 is door het college het regionale beleidskader vastgesteld. In het kader van het programma GIA (Geweld in Afhankelijkheidssituaties) hebben we in maart 2025 een casusregisseur aangesteld die alle 18+ meldingen van huiselijk geweld oppakt (voorheen gebeurde dit door Vorkmeer en Veilig Thuis). Deze casusregisseur zorgt ook voor versterking van de samenwerking tussen alle betrokken partijen.

•

Samen met preventiemedewerkers van Vincent van Gogh bevorderen we de deskundigheid van medewerkers in het voorliggend veld en bieden we preventie-activiteiten voor (jong)volwassenen.

Algemeen • IZA: in het kader van pijler 1 ‘(mentaal) gezond vooruit’ hebben we regionaal een plan opgesteld voor gebiedsgericht werken. •

Bijdragen aan regionale programma Vitaal en Gezond (onderdeel van Gezondste Regio) en het bijbehorende leer-ontwikkelnetwerk.

•

Handhaving op rechtmatig en doelmatig gebruik van zorg en ondersteuning en toezicht houden op kwaliteit en rechtmatigheid via regionale toezichthouders.

•

Periodiek overleg met belangengroepen (mantelzorgkring) en Adviesraad Sociaal Domein.

43

Heeft het gekost wat het mocht kosten?

Realisatie begrotingsjaar 4.051.558 17.092.477 -13.040.919

Baten Lasten Saldo

Raming begrotingsjaar ná wijziging 2.353.500 16.616.902 -14.263.402

Raming begrotingsjaar vóór wijziging 2.226.500 16.691.902 -14.465.402

Het programma 2.2 laat over 2025 een positieve afwijking van € 1.222.483 zien. De baten zijn € 1.698.058 hoger dan begroot en de lasten zijn € 475.575 hoger dan begroot, zodat per saldo een positieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: •

Hogere lasten huishoudelijk werk: -/- € 225.000 Door een sterkere toename van het aantal cliënten, zowel binnen het maatwerk als bij de Zorgcoöperatie, zijn de uitgaven voor hulp in de huishouding € 225.000 hoger dan begroot.

•

Hogere lasten woonvoorzieningen: -/- € 163.000 Het aantal toegekende aanvragen voor een woonvoorziening ligt in 2025 wat hoger dan begroot waardoor de kosten ook hoger uitkomen.

•

Hogere lasten Wmo-begeleiding -/- € 332.000 Het budget voor begeleiding binnen de Wmo is overschreden in 2025. Dat heeft enkele oorzaken: o o

Er is een grotere toename in cliënten voor langdurige hulp (segment 2a); Bijdragen aan dorpsontmoetingen, dorpsvervoer, Thoeshoes en dergelijke zijn hoger vanwege gestegen exploitatiekosten bij deze initiatieven.

•

Lagere lasten bedrijfsvoering € 139.000 De kosten voor de bedrijfsvoering (naast de inzet van de eigen medewerkers) zijn in 2025 lager dan begroot. Dat wordt in hoofdzaak veroorzaakt door een bijdrage van de MGR vanwege een positief rekeningresultaat over 2024 én lagere kosten voor (regionale) innovatie.

•

Lagere lasten in verband met Brede Spuk € 125.000 In 2023 is er een nieuwe specifieke uitkering in het leven geroepen. Deze specifieke uitkering is voor alle gemeenten beschikbaar gesteld voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis. De stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040. Hierdoor zijn verschillende lasten betaald uit deze specifieke uitkering die normaal uit onze eigen budgetten worden betaald.

•

Overige hogere lasten per saldo -/- € 20.000 Binnen programma 2.2 zijn per saldo nog € 20.000 hogere lasten ontstaan door verschillende kleinere posten.

Baten: •

Hogere baten uit regionale begroting Beschermd wonen € 1.400.000 De regionale begroting Beschermd wonen, maatschappelijke opvang, preventie & bemoeizorg over 2024 sloot met een positief resultaat. Dit is in 2025 uitbetaald aan de deelnemende gemeenten. Verder is de regionale begroting over 2025 in positieve zin bijgesteld vanwege een hogere rijksbijdrage én is over 2025 ook een positief begrotingsresultaat ontstaan. 44

•

Hogere baten uit eigen bijdragen via CAK € 37.000 De ontvangen eigen bijdragen is over 2025 € 37.000 hoger dan begroot door een toename van het aantal cliënten.

•

Hogere baten bedrijfsvoering sociaal domein € 49.000 Het aandeel van Peel en Maas in het positieve rekeningresultaat 2025 van de MGR Sociaal domein Limburg Noord is opgenomen als opbrengst en bedraagt € 49.000.

•

Bijdrage kosten PGB’s Beschermd wonen € 35.000 De uitgaven voor PGB’s in het kader van beschermd wonen worden in eerste instantie door de gemeente betaald maar vervolgens ten laste gebracht van de regionale begroting Beschermd Wonen. Deze opbrengst is vooraf niet geraamd.

•

Hogere baten aanvullende plannen IZA € 98.000 In de 1ste Bijstellingsrapportage 2025 hebben we bij de baten een bedrag bijgeraamd van € 127.000. Dit naar aanleiding van afspraken rondom aanvullende plannen IZA die regiogemeenten konden indienen bij mandaatgemeente Venlo. Het gaat om de volgende initiatieven: Dorpsverbinder Baarlo, Thoeshoes, Huis van Morgen, Voorzorg en Respijtzorg Plattelandshoés. Het uiteindelijke bedrag dat we daadwerkelijk hebben ontvangen voor deze initiatieven is € 225.000.

•

Overige hogere baten per saldo € 79.000 Binnen programma 2.2 zijn per saldo nog € 79.000 hogere baten ontstaan door verschillende kleinere posten.

45

Programma: 2.3 Jeugd en onderwijs Alle kinderen en jongeren groeien kansrijk, veilig en gezond op. We werken samen aan een hoopvol toekomstperspectief voor en met kinderen en jongeren, zodat zij in staat zijn een betekenisvol leven te leiden als lid van de gemeenschap en kansen te benutten. We bevorderen actief een omgeving waarin wordt samengewerkt aan een positief opvoedklimaat en aan een verbetering van de leefwereld. Ontmoetingen tussen ouders en jeugdigen en andere sociale relaties dragen bij aan een versterking van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, dorpen, buurten, scholen en kinderopvang. Opvoeden en opgroeien is primair een verantwoordelijkheid van ouders. Zij worden hierin gesteund door een betrokken vitale gemeenschap van informele en formele opvoeders. We geven daarom ruimte aan initiatieven en innovatie op dit gebied. We gaan uit van het versterken van het dagelijks leven van gezinnen. Kleine tegenslagen en strubbelingen horen hierbij. Veel vraagstukken bij gezinnen gaan over deze ‘normale’ opvoed- en opgroeiproblemen. Juist door gezinnen te ondersteunen bij het omgaan met deze vragen, voorkomen we onnodig problematiseren en medicaliseren. Kinderen en gezinnen kunnen met opvoed- en opgroeivragen terecht bij de gezinscoach. Zij bieden zelf hulp en werken samen met het informele netwerk van een gezin en met andere (specialistische) hulp- en zorgverleners.

Indien nodig wordt tijdige, passende en kwalitatief goede (specialistische) ondersteuning op maat geboden. Wij bevorderen de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin deze opgroeit. We werken integraal en domein-overstijgend samen met partners op lokaal en regionaal niveau. Binnen het sociaal domein is de overgang van 18- naar 18+ geborgd in het integraal team jongvolwassenen. Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?

1. Kinderen en jongeren groeien veilig en gezond op.

1.1 Vanuit het uitvoeringsbeleid opvoeden en opgroeien nemen we een aanjagende rol aan op de volgende acties: • We formuleren samen met basisvoorzieningen een gezamenlijke mindset over een positief pedagogisch klimaat. • We verkennen samen met basisvoorzieningen hoe we ouders meer kunnen verbinden. • We faciliteren het gesprek over mentale gezondheid en zetten in op beschermende factoren en preventie van mentale gezondheid. Dit gebeurt op basis van de resultaten van de gevoerde gesprekken met partners, ouders en jongeren. • We faciliteren via onze partners het gesprek met ouders over vapen/roken, alcohol en drugs en zetten in op bewustwording rondom middelengebruik bij jongeren en ouders.

•

Kaderstellende uitgangspunten: De focus ligt op eigen kracht en de inzet van een sociaal netwerk;

•

We zetten in op preventief werken en vroegsignalering op meerdere thema’s, waaronder obesitas, verslavingsproblematiek en mentale klachten. We investeren ook in oplossingen op deze thema’s;

•

We willen een omslag van problematiseren naar normaliseren;

•

We gaan uit van de brede benadering van Positieve Gezondheid, waarbij een betekenisvol leven met nadruk op veerkracht en eigen regie centraal staan;

•

We agenderen actief gezondheidsrisico’s, waaronder alcohol en drugs, bij jongeren en ouders en kiezen voor een proactieve aanpak van de problematiek waarbij we netwerkpartners bij elkaar brengen en samenwerken bevorderen;

We hebben het actieplan mentale gezondheid van jongeren in Peel en Maas vastgesteld. Daarin is onze inzet gericht op informeren in samenwerking met partners, faciliteren van ontmoeten en bewegen, preventief aanbod en ruimte geven aan gemeenschappen en ouders om zelf initiatieven te ontplooien. Er zijn ouderavonden georganiseerd voor 46

•

De basisvoorzieningen zijn aanvullend aan elkaar, stemmen hun aanbod op elkaar af, ontwikkelen dit met elkaar door en zorgen gezamenlijk voor een samenhangend aanbod;

•

Aan regionale/landelijke (preventie) projecten nemen we alleen deel als dit van meerwaarde is voor de inwoners van Peel en Maas en past bij de beweging naar vitale gemeenschappen.

ouders van kinderen in groep 8 in DOK6 en voor ouders van oudere jeugd op het Bouwens, waar thema’s als telefoongebruik en middelengebruik aan bod kwamen. Op alle basisscholen is het Eastpackproject uitgevoerd, jongerenwerkers zijn aanwezig op de basisscholen, het Bouwens en het Buurtcollege en er zijn gastlessen over mentale gezondheid gegeven in het voortgezet onderwijs. Daarnaast is een nieuw initiatief ontstaan gericht op het verbinden van ouders: de Bond van Ploeterende Ouders. 1.2 Het opzetten van een bestuurlijk goed functionerend netwerk rondom opvoeden en opgroeien. We hebben drie bestuurlijke overleggen georganiseerd. De bestuurders van de pedagogische basisvoorzieningen hebben commitment uitgesproken op de visie en geïnventariseerd waar ze gezamenlijk in willen investeren. De bestuurders hebben het thema ”Daar waar het niet vanzelf gaat” geprioriteerd.

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?

2. Gemeenschappen geven onder eigen regie vorm aan het opvoeden en opgroeien van hun jeugd.

2.1 We blijven rechtstreeks en via onze partners in gesprek met jongeren over het creëren van ontmoetingsplekken in de openbare ruimte. Daar waar passend faciliteren we deze initiatieven.

Kaderstellende uitgangspunten: • De pedagogische basisvoorzieningen dragen bij aan de vitaliteit van de gemeenschap vanuit de visie dat een sterke pedagogische gemeenschap van belang is voor het opvoeden en opgroeien van jeugdigen; •

We gaan uit van inclusiviteit zodat elk kind zichzelf kan zijn, ongeacht zijn achtergrond of geaardheid;

•

Het is belangrijk dat kinderen ruimte hebben om te spelen, jongeren elkaar kunnen ontmoeten en ruimte hebben om samen te komen. Als gemeente stimuleren en faciliteren we initiatieven van en voor jongeren;

•

De basisvoorzieningen werken samen met en zijn ondersteunend aan de pedagogische gemeenschap.

We hebben samen met de jongerenwerkers ingezet op het betrekken van jongeren bij het realiseren van ontmoetingsplekken in de openbare ruimte. Jongerenwerkers gaan actief met jongeren in gesprek en signaleren behoeften. De beoogde ontmoetingsplekken in het Pius Park en het Ringovenpark zijn niet gerealiseerd, omdat bleek dat hier geen behoefte aan was. Voor meidenwerk is er behoefte aan een ruimte. Er is samen met de jongerenwerker gekeken naar een geschikte locatie maar dat heeft vooralsnog niets opgeleverd. 2.2 We realiseren en stimuleren het ontstaan van collectieve maatschappelijke voorzieningen voor jongeren zoals Cultuurtuin Peel en Maas, Plantaardig en PopPlaza. We hebben PopPlaza een subsidie verleend om een locatieonderzoek uit te voeren naar een tweede Hangout in Peel en Maas. We hebben subsidie verleend aan Plantaardig en ondersteuning geboden bij het vinden van een tijdelijke huisvestingsoplossing, die is gerealiseerd bij het Buurtcollege. Na de zomer heeft het bestuur

47

besloten de activiteiten te beëindigen en de stichting op te heffen. 3. Kinderen, jongeren en gezinnen krijgen de hulp die nodig is. Kaderstellende uitgangspunten: • Hulp en bescherming vinden bij voorkeur in de eigen omgeving van het kind plaats, hebben (zoveel mogelijk) een tijdelijk en duurzaam karakter en zijn er op gericht om inwoners zo veel mogelijk zelf en met hun omgeving in staat te stellen om het gewone leven (weer) op te pakken; •

We verwachten van jeugdhulpaanbieders dat ze zich richten op normaliseren, aansluiten bij het netwerk van het gezin en de gemeenschap en dat ze samenwerken met basisvoorzieningen in Peel en Maas;

•

Het jeugdhulplandschap in Noord-Limburg is in verschillende segmenten opgedeeld. Per segment zijn duidelijke doelstellingen beschreven en is goed in kaart gebracht hoe we op de juiste manier kunnen sturen. Dit alles met als doel om de juiste hulp tijdig op de juiste plek in te zetten volgens het uitgangspunt “één gezin, één plan, één regisseur”.

3.1 We gaan samen met basisvoorzieningen voorlichting geven aan ouders waar ze terecht kunnen met hun vragen over opvoeden en opgroeien. We hebben samen met basisvoorzieningen voorlichting gegeven tijdens de ouderavond van het Bouwens. Ook tijdens de ouderavonden in DOK6 voor ouders met kinderen in groep 8 zijn ouders geïnformeerd over de gezinscoaches en andere professionals op het gebied van opvoeden en opgroeien. Daarnaast hebben we ingezet op elkaar beter leren kennen binnen de pedagogische basisvoorzieningen. Door veel nieuwe medewerkers blijft het belangrijk om te investeren in wie wat doet en welke rol iedereen heeft. Dit een continu proces. We hebben dit onder andere gedaan door workshops te geven bij de halfjaarlijkse netwerkbijeenkomst Opvoeden en Opgroeien. Door die onderlinge verbinding kunnen we ouders sneller en gerichter ondersteunen en doorgeleiden naar de juiste partner. 3.2 We bestendigen de werkwijze van Hendig. De werkwijze van Hendig is bestendigd. We hebben samen met netwerkpartners en landelijke experts de open house constructie en procesovereenkomst uitgewerkt. In de open house-overeenkomst zijn de meer bedrijfsmatige aspecten en eisen uitgewerkt. De netwerkpartners en de gemeente hebben deze overeenkomst getekend. De gedragsregels voor die samenwerking zijn vastgelegd in de procesovereenkomst.

De procesovereenkomst richt zich op de samenwerking binnen het proces van Hendig en niet op de samenwerking en hulpverlening op casusniveau. Vernieuwend is dat we vertrouwen daarin als sturingsinstrument gebruiken. 3.3 We geven uitvoering aan het Regionaal Beleidsplan Jeugd 2022 en verder, Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en de Hervormingsagenda jeugd. We richten ons daarbij op netwerkversterking, verbinding jeugd en gezondheid, verbinding jeugd en onderwijs, passende en tijdige hulp en bescherming. We maken onderdeel uit van een lerende jeugdhulpregio. In 2025 is er voortgang geboekt op alle drie de pijlers van het Regionaal Preventieplan Jeugd, te weten sterke sociale basis, versterken samenwerking met informele steunfiguren en verschuiving van maatwerk naar het voorliggend veld. Zo hebben we in Peel en Maas de samenwerking met Steun door jou gecontinueerd waarmee we blijvend inzetten op het organiseren van informele ondersteuning voor overbelaste gezinnen. 48

Er is een projectplan op hoofdlijnen geformuleerd naar aanleiding van het rapport Taskforce duurzaam zorglandschap jeugd Limburg en geaccordeerd in het bestuurlijk Noord-Midden-Zuid overleg. Het project heeft tot doel een duurzaam, toegankelijk en robuust jeugdzorglandschap in Limburg te realiseren, waarin gemeenten, aanbieders en het Rijk gezamenlijk sturen op continuïteit, kwaliteit en effectiviteit van zorg. Tenslotte is er een regionaal plan van aanpak Hervormingsagenda opgesteld met daarin een beschrijving van de lokale en/of gezamenlijke, regionale uitdagingen. 3.4 We bereiden de regionale aanbesteding binnen jeugd voor. We hebben de bestuurlijke aanbesteding voor de segmenten wonen, dagbesteding/dagbehandeling en ambulant afgerond en per 1-1-2026 treden de nieuwe contracten in werking. Daarnaast zijn de contracten van de segmenten opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf en integrale crisisdienst jeugd per 1-12026 met aanpassingen verlengd. De inkoopprocedure van Jeugdzorg Plus is nagenoeg afgerond. Hiervoor zijn de inkoopstrategie, de tarieven en de dienstverleningsovereenkomst vastgesteld. En tenslotte is het convenant Regionale Samenwerking Jeugd Noord-Limburg in alle colleges van Noord-Limburg vastgesteld.

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?

4. Kinderen en jongeren krijgen gelijke kansen om op te groeien tot zelfstandige jongvolwassenen.

4.1 We verkennen samen met basisvoorzieningen hoe we alle kinderen beter in beeld kunnen krijgen, waarbij we ons richten op de kinderen van 0-4 jaar.

Kaderstellende uitgangspunten • Talentontwikkeling vindt naast thuis en in de buurt ook plaats op de kinderopvang, scholen, en culturele- en sportverenigingen, zowel fysiek als online; •

We hebben de mogelijkheden om dit in kaart te brengen benoemd. De concretisering en uitvoering hiervan volgt nog.

•

Het bevorderen van kansengelijkheid richt zich op het tegengaan van onderwijsachterstanden door middel van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE);

•

Het behalen van een maatschappelijke startkwalificatie (havo-, vwo-diploma of een mbo-diploma vanaf niveau 2) is van belang, want daarmee vergroten jongeren hun kansen op een baan en dus hun toekomstperspectief.

4.2 We pakken regionaal en lokaal in samenwerking met het onderwijs een aantal gezamenlijke uitdagingen op. Het accent ligt daarbij op: a. Samenwerking onderwijs-zorg volgens 1 Gezin, 1 Plan, 1 Regisseur b. Toename in speciaal onderwijs vanuit verschillende (onderwijs) settingen in NoordLimburg c. Realiseren dekkend aanbod van passende ondersteuning vanuit onderwijs en jeugdhulp inclusief onderwijs aan anderstaligen. We hebben een regionaal afwegingskader onderwijsjeugdhulp vastgesteld. Dit afwegingskader creëert duidelijkheid over de financiering bij het inzetten van 49

zorg voor een leerling in relatie tot onderwijs. Professionals van het onderwijs en de gezinscoaches zijn hierin geschoold. Daarnaast is een regionaal onderzoek uitgevoerd om te komen tot een dekkend aanbod van passend onderwijs en passende (jeugdhulp)ondersteuning in Noord-Limburg. Het resultaat was een startfoto en advies over dekkend aanbod. Naar aanleiding van de aanbevelingen is een regionale subsidieregeling opgesteld voor collectieve inzet van zorg in onderwijstijd voor de regio Noord-Limburg. •

4.3 Wij dragen zorg voor het beschikbaar houden van het (lokale en regionale) onderwijs voor asielzoekerskinderen. Wij faciliteren de huisvesting van het basisonderwijs aan asielzoekerskinderen met de Taalschool. Samen met de regio faciliteren we het voorgezet onderwijs voor asielzoekerskinderen. Dit wordt uitgevoerd door ISK Venlo en ISK Taalrijk Horst. Daarnaast faciliteren we het vervoer van de opvanglocatie naar de school en vice versa.

50

Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? Veilig en gezond opgroeien • Faciliteren van een pedagogische samenleving. •

Ondersteuning van goede basisvoorzieningen zoals kinderopvang, primair en middelbaar onderwijs, consultatiebureau, jeugd- en jongerenwerk en gezinscoach.

•

Uitvoeren van het regionale project Kansrijke Start om de omstandigheden voor een kind in de eerste 1000 dagen zo optimaal mogelijk te maken.

•

Uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van (preventieve) gezondheid;

•

Uitvoeren integrale aanpak alcohol- en drugsgebruik.

•

Versterken van de samenwerking tussen en met de basisvoorzieningen.

Hulp voor jeugdigen en gezinnen • Inzetten van gezinscoaches die zelf hulp en ondersteuning kunnen bieden aan gezinnen en die indien nodig andere beschikbare ondersteuning binnen het sociaal domein of gespecialiseerde hulp in kunnen zetten én faciliteren dat ouders regie voeren over de opvoeding van hun kind. •

Integrale hulp verlenen aan gezinnen.

•

Actief ingrijpen als de veiligheid van het kind in het geding is.

•

Uitvoeren meerjarenaanpak Geweld in Afhankelijkheid.

•

Duurzaam verbeteren van het jeugdhulpstelsel (transformatie. o.a. via Hendig). We zijn hierbij ook in dialoog met de jeugd zodat we weten wat er bij hen speelt en wat zij belangrijk vinden.

•

Op het gebied van handhaving en toezicht vroegtijdig informeren van zorgaanbieders en jongeren en/of hun ouders over hun contractuele verplichtingen en rechten om fraude te voorkomen. Handhaving op rechtmatig en doelmatig gebruik van jeugdhulp en toezicht houden op rechtmatigheid via regionale toezichthouders.

•

Met aanbieders en contractmanagement (MGR) voeren van contractgesprekken ter monitoring van de contracten en ontwikkelgesprekken over het realiseren van de ontwikkeldoelen.

Groeien naar zelfstandigheid • Faciliteren van deelname aan kinderopvang door het aanbieden van een Peuterprogramma, Voorschoolse Educatie en kinderopvang op maat via een Sociaal Medische Indicatie. •

De uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van handhaving en toezicht van de kwaliteit van de kinderopvang.

•

Inzetten van de leerplichtambtenaar om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en schoolverzuim te minimaliseren.

•

Uitvoeren van het leerlingenvervoer.

•

Stimuleren van samenwerking, gezamenlijke visieontwikkeling, vernieuwing en uitvoering bij organisaties die zich bewegen op de terreinen van jeugd en onderwijs.

•

Bevorderen dat kinderen en jongeren, met of zonder beperking of chronische ziekte, samen opgroeien in een inclusieve samenleving: samen spelen, samen naar school, samen sporten en gebruik maken van dezelfde voorzieningen.

•

Afstemming met besturen en directeuren van de vier stichtingen van het Primair onderwijs (16 scholen) en het voortgezet onderwijs (2 scholen) binnen onze gemeente over gezamenlijke vraagstukken.

•

Met het onderwijs afspraken maken over inzet van extra zorg, ondersteuning of hulpmiddelen.

•

Begeleiden en afhandelen van binnenkomende verzoeken tot het stichten van nieuwe scholen.

•

Faciliteren van (talent)ontwikkeling en ontplooiing van jeugdigen door onder andere verstrekken van waarderingssubsidies aan verenigingen en het faciliteren van initiatieven van jeugdigen.

We hebben jongeren betrokken bij de lokale politiek in Peel en Maas. We hebben in samenwerking met het Bouwens een pilot uitgevoerd. Jongeren hebben in lesverband een opdracht gemaakt, een expertmeeting 51

gehad waar ze vragen konden stellen aan raadsleden en ambtenaren en tenslotte hebben ze hun voorstel “Hoe jongeren te betrekken bij de lokale politiek” gepresenteerd in de raadzaal. Het Bouwens wil graag vervolg geven aan dit thema. Voor 2026 zijn er ideeën over het thema verkiezingen.

52

Heeft het gekost wat het mocht kosten?

Realisatie begrotingsjaar 640.928 19.845.740 -19.204.812

Baten Lasten Saldo

Raming begrotingsjaar ná wijziging 547.585 18.369.712 -17.822.127

Raming begrotingsjaar vóór wijziging 547.585 18.244.712 -17.697.127

Het programma 2.3 laat over 2025 een negatieve afwijking van € 1.382.685 zien. De baten zijn € 93.343 hoger dan begroot en de lasten zijn € 1.476.028 hoger dan begroot, zodat per saldo een negatieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: •

Hogere kosten jeugdhulp -/- € 1.505.000 De totale kosten voor jeugdhulp bedragen in 2025 € 15,2 miljoen en zijn daarmee boven het begrote budget uit gekomen. Daarvoor zijn enkele oorzaken aan te wijzen: Het aantal cliënten is ongeveer gelijk gebleven, maar de gemiddelde kosten per cliënt zijn bijna € 1.000 hoger dan in 2024. Dat heeft te maken met de indexatie van het tarief, maar ook met meer inzet van ‘zwaardere’ producten en intensievere behandeling. o In 2025 zijn enkele specifieke casussen die zeer intensief zijn en ook leiden tot hoge kosten. De kosten die met deze twee incidentele casussen samenhangen bedragen € 770.000. Naast deze oorzaken zien we een beweging van regionaal ingekochte producten naar lokale jeugdhulp via Hendig of specifieke opdrachten. Deze verschuiving leidt niet tot hogere kosten, maar wel tot een andere verdeling ervan. o

•

Overige lagere lasten per saldo € 29.000 Binnen programma 2.3 zijn per saldo nog € 29.000 lagere lasten ontstaan door verschillende kleinere posten.

Baten: •

Hogere baten onderwijsachterstandenbeleid € 65.000 In 2025 hebben we een hogere bijdrage ontvangen voor de specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid dan begroot. Deze specifieke uitkering is voor het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden in de Nederlandse taal, het voorkomen van segregatie en het bevorderen van integratie.

•

Overige hogere baten per saldo € 28.000 Binnen programma 2.3 zijn per saldo nog € 28.000 hogere baten ontstaan door verschillende kleinere posten.

53

Programma: 3.1 Gemeenschapsontwikkeling Wij zijn ervan overtuigd dat mensen het beste zélf en met elkaar bepalen hoe zij samenleven, wat zij belangrijk vinden en welke keuzes ze maken. Waar mensen elkaar kennen, zich verantwoordelijk voelen en met elkaar in gesprek gaan, ontstaan duurzame vitale gemeenschappen en initiatieven. Mensen van jong tot oud voelen zich met elkaar verbonden, zien naar elkaar om en doen naar vermogen mee. De diversiteit en kracht binnen gemeenschappen vormen het uitgangspunt, zelfsturing is de kernwaarde. Elke gemeenschap zingt daarbij zoals het gebekt is en heeft recht op een eigen tempo en ontwikkeling. Daar past een bescheiden overheid, bij die zich bewust is van haar eigen rol. We zijn betrouwbaar in de ondersteuning en in onze relaties met gemeenschappen. De maatschappelijke vraagstukken die vanuit de gemeenschappen komen, vinden we samen belangrijk. Daar waar we als overheid eigenaar zijn, nemen we regie en stemmen we af met inwoners. Kortom, we sluiten aan bij de waardevolle beweging van inwoners en gemeenschappen. Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?

1. Gemeenschappen ontwikkelen zich met de eigen ambities en in het eigen tempo.

1.1 We stimuleren verbindingen tussen gemeenschappen die met eenzelfde thema bezig zijn (samen ontwikkelen) of zijn geweest (leren van elkaar). Actuele thema’s van het gezamenlijk Dorpsoverleg voor 2025 zijn communicatie, wonen, zorgzame gemeenschappen en jeugd. Vanuit het programma gemeenschapsontwikkeling haken we structureel aan en verbinden we op inhoud.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=2681a245-3e90-4f1a-8495-62957c41cda6