2026-072 03 Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Jaarstukken 2025
1
Inhoud Voorwoord.................................................................................................................... 3 1.
Kerngegevens en indicatoren ............................................................................. 5
2.
Analyse van het resultaat .................................................................................... 9
3.
Programmaverantwoording ............................................................................... 12
4.
Paragrafen......................................................................................................... 100 A
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................ 101
B
Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................. 112
C
Financiering ............................................................................................................................ 117
D
Bedrijfsvoering ........................................................................................................................ 122
E
Verbonden partijen ................................................................................................................. 128
F
Grondbeleid ............................................................................................................................ 146
G
Lokale heffingen ..................................................................................................................... 170
H
Demografische ontwikkelingen ............................................................................................... 177
I
Wet open overheid ................................................................................................................. 178
5.
Waarderingsgrondslagen en grondslagen voor bepaling van resultaat ..... 180
6.
Balans met toelichting ..................................................................................... 182
7.
Integraal overzicht baten en lasten ................................................................. 205
8.
Baten en lasten ................................................................................................. 210
9.
A
Programma’s .......................................................................................................................... 211
B
Algemene dekkingsmiddelen.................................................................................................. 212
C
Onvoorziene uitgaven ............................................................................................................. 215
D
Overzicht incidentele baten en lasten .................................................................................... 216
E
Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves ................................. 219
F
Wet normering topfunctionarissen publieke en semipublieke sector ..................................... 220
G
Verantwoordingsinformatie Single Information Single Audit .................................................. 222
H
Taakvelden ............................................................................................................................. 236
I
Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................ 237
Bijlagen ............................................................................................................. 239 A
Overzicht baten en lasten op productniveau .......................................................................... 239
B
Projectenoverzicht .................................................................................................................. 241
C
Overzicht reserves en voorzieningen meerjarenverloop ........................................................ 246
2
Voorwoord 2025 Was het laatste volledige jaar van de bestuursperiode 2022 – 2026. Het jaar stond in het teken van bouwen. Hiermee gaven we een vervolg aan het motto van deze bestuursperiode: ‘Met lef en vertrouwen verder bouwen’. Dat deden we in een jaar waarin er in de wereld van alles gebeurde en er in ons eigen land vervroegde verkiezingen kwamen na de val van het kabinet. Zo bouwden we verder in roerige tijden. Er ging veel aandacht uit naar het bouwen van woningen, want daar is grote behoefte aan. Het college en de gemeenteraad vervolgden hun gesprekken met de initiatiefnemers van het woonmanifest dat een jaar eerder werd ingediend. Mede op basis van die gesprekken kwamen alle fracties in de raad gezamenlijk met een voorstel om de ambitie voor woningbouw te verhogen. Het doel voor de komende tien jaar: minimaal 2.000 woningen erbij. Het aantal van 67 woningen dat in 2025 werd opgeleverd, spreekt nog niet echt tot de verbeelding, maar er werd wel een fundering gelegd om de komende jaren woningen te kunnen bouwen. In de laatste periode van het jaar gingen de plannen voor zo’n 280 woningen in procedure. In 2025 droegen we ook ons steentje bij aan het versterken van de mentale gezondheid van jongeren en volwassenen. Samen met lokale partijen werden activiteiten georganiseerd, zoals Walk into the Light en de tentoonstelling Open over Depressiviteit.
Het doel was mentale gezondheid bespreekbaar maken en het thema onder de aandacht brengen. Voor mensen die moeite hebben met het vinden van een baan of meedoen in de samenleving, bouwden we aan de basis van een lokaal ontwikkelbedrijf. Dit wordt de opvolger van de NLW. Samen met de gemeenten Horst aan de Maas en Venray namen we het besluit om per 1 januari 2027 te stoppen met dit samenwerkingsverband. HAL9 ontving in 2025 125 deelnemers, waarvan 103 statushouders. Van de deelnemers zijn 18 mensen doorgestroomd naar werk, 32 naar een stage en 3 zijn een MBO-voorschakeltraject gaan volgen. Het aantal partners en werkgevers is toegenomen en de samenwerking is geïntensiveerd. Hierdoor konden deelnemers meer praktijkervaring opdoen. Een hoogtepunt was het uitreiken van de eerste MBO-1 praktijkverklaringen voor ‘assistent dienstverlening’. We bouwden verder aan het buitengebied van de toekomst. Veehouders die besloten mee te doen met een stikstof-stoppersregeling, hebben we begeleid naar een andere bestemming voor hun locatie. In het gebied bij de Maas in Baarlo kreeg het hoogwaterbeschermingsprogramma verder vorm. De gebiedsontwikkeling bij de Hummerenweg is daarbij een belangrijk onderdeel. We kochten gronden aan die cruciaal zijn voor deze ontwikkeling.
In de openbare ruimte ging de schop in de grond, om wegen verkeersveiliger te maken en straten en buurten klimaatproof in te richten. Op de N275 bij Beringe kwamen twee komremmers om het verkeer af te remmen. In Baarlo werden de Bong en straten op het industrieterrein onder handen genomen en in Grashoek ging de Helenaveenseweg op de schop. In Panningen gold dit voor de Ninnesweg. Ook zijn werkzaamheden uitgevoerd voor het klimaatproof maken van Achter de Hoven in Maasbree en Merwijck in Kessel, en het vergroenen van het Ringovenpark in Panningen. Veel huishoudens maakten gebruik van de mogelijkheid om een gratis boom te laten planten in de voortuin. We bouwden ook verder aan de relaties met de dorpen. Onder andere tijdens twee samenspelbijeenkomsten over ‘omzien naar elkaar’ en ‘de kunst van communicatie’. We gaven een reactie op de nieuwe dorpsvisie van Kessel en we gingen in gesprek met Grashoek over hun ‘droom’ en met Meijel over Peelgeluk. In Kessel gingen we samen met inwoners uit het dorp aan de slag met gebiedsgericht werken. De verbouwing van MFA De Paort in Kessel werd afgerond, waar de bouw van kindcentrum De Riet in Panningen van start ging. Het Buurtcollege kreeg groen licht voor haar nieuwbouwplan. Voor Kasteel de Keverberg werd een nieuw toekomstplan uitgewerkt. Voortbouwen aan een veilige gemeente kreeg ook de nodige aandacht.
Zo stonden we stil bij 10 jaar Whatsapp-buurtpreventie en organiseerde de werkgroep Veilig Buitengebied een ‘boerenlunch’. De gemeenteraad stelde de nieuwe kaderstelling Integrale Veiligheid vast. Dat 3
deed de gemeenteraad ook met de herijkte kernwaarden van Peel en Maas. De drie kernwaarden diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing zijn gebleven, maar hebben een nieuwe lading gekregen die past bij deze tijd. Zo hebben we het fundament van Peel en Maas verder versterkt en ligt er een stevige basis om in de komende bestuursperiode 2026 – 2030 op verder te bouwen.
4
1. Kerngegevens en indicatoren A Sociale structuur Inwoners per kern
31 december 2023
31 december 2024
31 december 2025
Baarlo
6.441
6.456
6.412
Beringe
2.192
2.253
2.226
Egchel
1.535
1.509
1.488
Grashoek
1.690
1.679
1.660
Helden
6.461
6.452
6.458
Kessel
3.326
3.305
3.333
Kessel-Eik
846
876
856
Koningslust
1.246
1.239
1.244
Maasbree
7.554
7.626
7.545
Meijel
6.441
6.511
6.619
Panningen
7.823
8.010
8.023
45.555
45.916
45.864
5
Aantal uitkeringsgerechtigden
31 december 2023
31 december 2024
31 december 2025
Participatiewet inkomen
357
409
404
Bijstandsbesluit Zelfstandigen (BBZ)
0
0
0
IOAW / IOAZ
31
24
14
Werkzame personen in het kader van Wet Sociale Werkvoorziening (WSW)
172
163
147
31 december 2023
31 december 2024
31 december 2025
Oppervlakte Peel en Maas
15.940 ha
15.940 ha
15.940 ha
Aantal woningen
19.008
19.196
19.220
B Fysieke structuur
6
Indicatoren Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn gemeenten verplicht een aantal voorgeschreven prestatie-indicatoren op te nemen. Deze indicatoren worden door de gemeenten niet zelf gevuld. Op landelijk schaal worden op uniforme wijze de gegevens en indicatoren verzameld en ingevuld. Op die manier heeft elke gemeente gegevens die op dezelfde manier zijn verzameld en is een betere vergelijking tussen gemeenten mogelijk. Via de website www.waarstaatjegemeente.nl worden deze gegevens ontsloten. Naast deze landelijk ter beschikking gestelde indicatoren, zijn er nog vijf indicatoren die op basis van eigen gemeentelijke informatie moeten worden ingevuld: •
Formatie: Fte. per 1.000 inwoners
•
Bezetting: Fte. per 1.000 inwoners
•
Apparaatskosten: kosten per inwoner
•
Externe inhuur: kosten als % van de totale loonsom + totale kosten externe inhuur
•
Overhead: % van de totale kosten INDICATOR INDICATOR INDICATOR Jaarstukken Begroting Jaarstukken 2025 2025 2024 7,83 7,68 7,59
Formatie
Fte. per 1.000 inwoners
Bezetting
Fte. per 1.000 inwoners
7,83
7,68
7,56
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
792,03
803,54
756,22
Externe inhuur
% van loonsom
9,01%
6,38%
9,66%
Overhead
% van totale lasten
9,45%
12,33%
10,31%
*Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten en dergelijke voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.
7
Gemeenten van 25.000 - 50.000 inwoners
Jaar
Peel en Maas
Jaar
826
957
2025
799
2024
876
1046
2025
849
2024
x € 1.000
381
396
2025
357
2024
per 1.000 w oningen
5,2
7,3
2024
7,3
2023
kg per inw oner
47
116
2024
44
2023
%
54,6
49,3
2022
54,6
2022
Winkeldiefstallen
per 1.000 inw oners
0,9
1,3
2024
0,6
2023
Diefstallen uit woning
per 1.000 inw oners
1,6
1,1
2024
1,1
2023
Geweldsmisdrijven
per 1.000 inw oners
2,6
3,1
2024
3,2
2023
Vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag
per 1.000 inw oners
2,7
4,1
2024
4,4
2023
Verwijzingen Halt
per 1.000 jongeren
7
9
2024
9
2023
Jongeren met delict voor rechter
%
1,0
1,0
2023
1,0
2023
Demografische druk
%
76,9
80,1
2025
75,6
2024
Niet-sporters
%
44,7
44,7
2024
44,5
2022
Banen
per 1.000 inw . van 15-64 jr
703,9
750,5
2024
687,6
2023
Vestigingen (van bedrijven)
per 1.000 inw 15 t/m 64 jr
173,5
182,5
2024
167,5
2023
Netto arbeidsparticipatie
%
75,3
73,5
2024
75,4
2023
Functiemenging
%
51,2
50,8
2024
50,8
2023
Personen met een bijstandsuitkering
per 10.000 inw oners
124,2
190,8
2025
137,1
2024
Cliénten met een maatwerkvoorziening Wmo
per 10.000 inw oners
490
664
2025
480
2024
Achterstand onder jeugd; kinderen in uitkeringsgezin
%
3,0
4,0
2024
3,0
2023
Achterstand onder jeugd; werkloze jongeren
%
2,0
2,0
2024
2,0
2023
Voortijdige schoolverlaters zonder start kwalificatie
%
1,7
2,0
2024
1,6
2023
Absoluut verzuim
per 1.000 leerlingen
10,5
5,6
2024
6,1
2023
Relatief verzuim
per 1.000 leerlingen
16
25
2024
12
2023
% van alle jongeren tot 18 jr
12,4
14,2
2024
12,4
2024
Jongeren met jeugdreclassering
%
0,3
0,3
2024
0,3
2023
Jongeren met jeugdbescherming
%
0,9
1,0
2024
0,9
2024
Lopende re-integratievoorzieningen
per 10.000 inw . 15-64 jaar
219,1
207,1
2024
237,4
2022
INDICATOR
Eenheid
Peel en Maas
Woonlasten éénpersoonshuishouden
euro
Woonlasten meerpersoonshuishouden
euro
Gemiddelde WOZ waarde Nieuw gebouwde woningen Omvang huishoudelijk restafval Bekende hernieuwbare elektriciteit
Jongeren met jeugdhulp
Regelmatig worden de cijfers op de website www.waarstaatjegemeente.nl vernieuwd. In de kolom “Jaar” staat het jaartal waarop de indicator betrekking heeft. In de laatste twee kolommen de cijfers van Peel en Maas zoals opgenomen in de Jaarstukken 2024.
8
2. Analyse van het resultaat De Jaarstukken 2025 sluiten met een positief resultaat van € 6.199.000 Hieronder ziet u een globale verschillenanalyse waarbij de grootste positieve verschillen worden verklaard tussen de begroting en het werkelijke resultaat. Voor een uitgebreide verschillenanalyse en –verklaring verwijzen we u naar hoofdstuk III; de programmaverantwoording. Algemene uitkering gemeentefonds Saldo begroting en onvoorzien Afschrijvingen Pensioenvoorziening Belastingen Majeure projecten Realisatiestimulans Overige
5.523.000 1.486.000 1.395.000 -/- 3.900.000 614.000 535.000 413.000 133.000 6.199.000
Algemene uitkering gemeentefonds Het voordeel op de algemene uitkering gemeentefonds komt enerzijds door het positieve effect van de decembercirculaire 2025 en anderzijds door verrekeningen voor de jaren 2023 en 2024. De belangrijkste oorzaken in de decembercirculaire 2025 zijn de mutaties in de maatstaf huishoudens met laag inkomen, compensatie voor meerkosten in het sociaal domein en compensatie voor medewerkers in de sociale werkvoorzieningen De verrekeningen voor de jaren 2023 en 2024 hebben betrekking op het definitief vaststellen van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen. Saldo begroting en onvoorzien De Begroting 2025 inclusief alle wijzigingen gedurende het dienstjaar 2025 gaven aan dat de begroting zou sluiten met een positief saldo van € 1.086.000. Daarnaast is er in de begroting een post opgenomen voor onvoorziene uitgaven van € 400.000. In 2025 zijn er geen onvoorziene uitgaven ten laste van deze post gebracht. Afschrijvingen In de notitie Activabeleid is opgenomen dat we pas beginnen met afschrijven in het jaar nadat een investering gereed is gekomen. Aangezien verschillende investeringen nog niet gereed waren in 2025, hebben we hier nog niet op afgeschreven terwijl dit wel begroot was. Het betreft onder andere infrastructurele projecten.
Pensioenvoorziening Op 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en worden overgedragen aan het ABP. Het BBV schrijft voor dat de pensioenvoorziening per 31-12-2025 al op het niveau is dat is afgestemd op de overdracht in 2027. In Peel en Maas zijn nu niet alle pensioenverplichtingen opgenomen in de voorziening maar vormen deels reguliere lasten in de jaarlijkse begroting. Vanaf 2028 vervallen die jaarlijkse lasten (circa € 200.000) maar daar staat tegenover dat er in 2025 een extra storting noodzakelijk is in de pensioenvoorziening. Belastingen Meer belastingen ontvangen dan begroot; dit komt met name door de verblijfsbelasting. Dit wordt vooral veroorzaakt door een positieve afrekening over het jaar 2024 en betreft zowel overnachtingen van arbeidsmigranten als toeristen. Majeure projecten Ten behoeve van de majeure investeringsprojecten is in de begroting een stelpost opgenomen voor de kapitaallasten. In 2024 zijn geen nieuwe majeure projecten in gebruik genomen die 9
leiden tot kapitaallasten in 2025. Daarom ontstaat in 2025 incidenteel een voordeel op deze stelpost.
Realisatiestimulans Vanaf 2025 stelt het Rijk de Realisatiestimulans beschikbaar. Deze subsidie is bedoeld om gemeenten financieel te ondersteunen bij het versnellen en realiseren van betaalbare woningen. Voor iedere betaalbare woning waarvan de bouw in 2025 van start gaat, ontvangt de gemeente een subsidie van € 7.000. Voor 2025 komt dit neer op een totaalbedrag van € 413.000. De aanvraag hiervan vindt plaats via de SiSa en de uitbetaling van deze subsidie vindt plaats in 2026. In de begroting was hier geen rekening mee gehouden.
10
Jaarverslag Gemeente Peel en Maas
11
3. Programmaverantwoording Op de volgende bladzijden vindt u de beleidsmatige verantwoording van de programma’s aan de hand van de volgende drie vragen: •
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
•
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen?
•
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
12
Programma: 1.1 Vitale leefomgeving In Peel en Maas zijn we trots op de kwaliteiten die onze leefomgeving vitaal maken en dragen dit uit. De fysieke leefomgeving ondersteunt een vitale gemeenschap. Gemeenschappen wonen, werken en verblijven er aangenaam met elkaar en geven zelf mee inhoud aan de ontwikkelingen en behoeftes in hun omgeving. We stellen onszelf en elkaar bij nieuwe ontwikkelingen de vraag of deze ook daadwerkelijk bijdragen aan een vitale gemeenschap en het goede leven in Peel en Maas. Ruimte is schaars. De vele opgaven die spelen, zoals woningbouw, landbouwtransitie, bedrijfsontwikkeling, natuurontwikkeling, energietransitie en klimaatadaptatie vragen om ruimte. Deze opgaven worden in onderlinge samenhang opgepakt waarbij kwaliteit en toekomstbestendigheid leidend zijn. Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?
1. Versterking van de ruimtelijke kwaliteit is het uitgangspunt, met extra aandacht voor natuurinclusiviteit.
1.1 We werken aan het actualiseren van de Omgevingsvisie Peel en Maas waarin de waarden en kwaliteiten van onze fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Onze kernen krijgen hierin een prominentere rol. Onder andere de dorpsontwikkelingsvisies geven input hiervoor. Vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0 vindt plaats in 2026.
Kaderstellende uitgangspunten: • Groen, water en biodiversiteit zijn belangrijk bij ruimtelijke ontwikkelingen in boven- en ondergrond. Bouwen wordt natuurinclusief, dat wil zeggen met ruimte voor waardevol groen en waterberging aan de oppervlakte; •
•
•
We geven als gemeente het goede voorbeeld en gaan uit van natuurinclusiviteit bij (her)ontwikkelingslocaties, herinrichtingen, natuurlijk bermbeheer, gemeentelijke eigendommen, etc.; Bij relevante fysieke veranderingen (publiek en privaat) kiezen we voor maatregelen die naast het versterken van biodiversiteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en hittestress ook bijdragen aan een gezondere en aantrekkelijkere leefomgeving; We creëren een samenhangend netwerk van groenblauwe structuren (aders) tussen bijzondere natuurwaarden en in de bebouwde omgeving;
We hebben intern in 2025 de eerste stappen gezet om te komen tot een integrale herijking en actualisatie van de Omgevingsvisie (voorlopige werktitel Omgevingsvisie 2.0). Met de nieuwe gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders worden in 2026 de vervolgstappen gezet. Daarnaast hebben we in 2025 een vrijwillig omgevingsprogramma, een nieuw instrument in de Omgevingswet, in ontwerp ter inzage gelegd in de vorm van het Omgevingsprogramma Glastuinbouw Peel en Maas. 1.2 Bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouwinitiatieven, uitbreiding bedrijventerreinen en herinvulling van Vab’s, hanteren wij het vastgestelde programma ruimtelijke kwaliteit om te beoordelen of de ontwikkeling in voldoende mate bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Waar dit verplicht of wenselijk is brengt de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit hierin een advies uit en vertalen we dit in een omgevingsvergunning en zien hierop toe. In 2025 is de Gids Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. Deze gids vormt een handboek op welke wijze initiatieven kunnen bijdragen aan deze ruimtelijke kwaliteit. Deze is gestoeld op een uitgebreide beschrijving van de ruimtelijke kwaliteit in Peel en Maas en fungeert als een leidraad bij het gesprek met de gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK).
13
In 2025 is de Gids Ruimtelijke Kwaliteit als hulpmiddel toegepast bij projecten als: • Bergweg fase 1 in Baarlo; • Sportomgeving Maasbree; • Industrieterreinen De Schor, De Wielen en Panningen; • Meuleveld in Maasbree. Voor de inrichting van de openbare ruimte hebben we in 2025 de eerste ervaringen opgedaan met een klimaatmeetlat fysieke leefomgeving. Deze beschrijft doelen en randvoorwaarden van hoe de openbare ruimte klimaatadaptief kan worden ingericht. 2. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving zijn vitale gemeenschappen een belangrijk uitgangspunt. Kaderstellende uitgangspunten: • Binnen die globale ruimtelijke gemeentelijke kaders is ruimte voor de creativiteit en eigenaarschap van vitale gemeenschappen; •
Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving is communicatie en participatie essentieel om belangen, ideeën en creativiteit uit de gemeenschappen op tijd in de planvorming mee te nemen. Het voeren van “het goede gesprek” is hierbij een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen;
•
We blijven hierover het gesprek voeren met onze samenwerkingspartners, zodat dit ook hún waarde wordt als ze met inwoners van Peel en Maas werken.
2.1 In 2025 werken we aan het omgevingsplan Peel en Maas. Hierin maken we een eerste stap naar planvorming die meer uitgaat van doelen en minder van regels. Hierdoor ontstaat binnen kaders meer ruimte voor de gemeenschap om mee inhoud te geven aan de fysieke leefomgeving. Vaststelling van een eerste gebiedsdekkend omgevingsplan is voorzien voor 2027. In 2025 is geëxperimenteerd en gewerkt aan het opstellen van (doel)regels in een concept omgevingsplan conform de standaarden van de Omgevingswet. Als pilotgebied is de kern Meijel gebruikt. In 2026 wordt dit omgevingsplan ter inzage gelegd. 2.2 Bij het opstellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan betrekken we nadrukkelijk onze gemeenschappen en samenwerkingspartners om te komen tot werkbare kaders met voldoende ruimte voor creativiteit en eigenaarschap. Dit doen we onder andere door in 2025 en 2026 aan de slag te gaan met het opstellen van ruimtelijke ontwikkelingsplannen voor iedere kern, De ruimtelijke ontwikkelingsplannen geven richting aan de ontwikkelopgaven (bijv. wonen) in de kernen en vormen input voor de omgevingsvisie. Hiermee is al een start gemaakt voor de kernen Baarlo, Kessel en Helden. In 2025 is een zorgvuldig en intensief traject doorlopen om, in samenwerking en afstemming met inwoners van Kessel, te komen tot een Ruimtelijk Ontwikkelperspectief (later ROP) voor het dorp.
Deze werkwijze wordt verder uitgewerkt en toegepast voor Baarlo en de triple kern Helden, Panningen, Egchel. In 2025 hebben we naar aanleiding van het in 2024 ingediende woonmanifest een zorgvuldig proces doorlopen met vertegenwoordigers uit de dorpen om met elkaar te komen tot beleid om een bijdrage te leveren aan de opgave wonen.
14
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025? 2.3 We werken in 2025 verder aan versnelling op de woningmarkt door meer te gaan werken met gebiedsregie. Dit zal onze slagkracht vergroten. We werken sneller verder aan een aantal onderwerpen die de afgelopen jaren in gang zijn gezet zoals bijvoorbeeld tijdelijke woon-concepten, CPOinitiatieven en de regeling woning- en kavelsplitsing. Hiermee geven we ook een passend en energiek vervolg op het in 2024 aangeboden woonmanifest. Er is doorgewerkt om woningbouwplannen planologisch te regelen zoals bijvoorbeeld Kuukven, Nelisveld, De Hoek fase 2, een woon-zorgcomplex aan de Kennedylaan en Bergweg fase 1. De effecten daarvan zullen vanaf 2026 en verder zichtbaar zijn door de daadwerkelijke realisatie en oplevering van woningen. Daarnaast is in 2025 Tiny Kepegchel opgeleverd. Dit is een mooi voorbeeld van een particulier initiatief voor tijdelijke woningen voor een specifieke doelgroep. Bij het CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) initiatief In den Bosch in Maasbree zijn de geplande 5 woningen opgeleverd. Daarnaast zijn we op verschillende plekken aan de slag gegaan met een actievere grondpolitiek. 2.4 Bij elke ruimtelijk ontwikkeling in de fysieke leefomgeving wijzen we initiatiefnemers op het voeren van het goede gesprek en de handreiking Participatie die onderdeel uitmaakt van het participatiebeleid.
Initiatiefnemers krijgen mee dat goede participatie bij de start van een project van groot belang is. Niet alleen wordt met input van de omgeving een plan vaak mooier of beter, er is ook minder kans op bezwaar of zienswijze als een project in een volgende fase is. 2.5 We evalueren de wijze waarop invulling wordt gegeven aan participatie bij nieuwe initiatieven. We onderzoeken wat de ervaringen zijn met het nieuwe participatiebeleid onder de Omgevingswet en hoe de handreiking wordt gebruikt en ervaren. Op basis hiervan bepalen we of aanpassing van het participatiebeleid nodig is. We doen bij iedere ruimtelijke procedure ervaring op met verschillende vormen van participatie.
3. De economische ontwikkeling is ondersteunend aan vitale gemeenschappen, in balans met ruimtelijke waarden en stimuleert een gezonde arbeidsmarkt.
3.1 Het college stelt kaders op voor het ontwikkelen van tijdelijke huisvesting van woonurgenten in leegstand agrarisch vastgoed in de kernrandzones. 15
Kaderstellende uitgangspunten: • Ruimtelijk faciliteren we bedrijven, die geworteld zijn of zich willen wortelen in de samenleving, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector, het MKB (industrie en retail) en recreatie en toerisme. Samen met ondernemers werken we aan de kwaliteit van de werklocaties. We zetten in op herstructurering boven uitbreiding. Als herstructurering onvoldoende mogelijkheden biedt, is uitbreiding mogelijk; •
We bieden mogelijkheden aan hergebruik van leegstaand agrarisch vastgoed voor recreatie/toerisme, bedrijvigheid en bij kernrandzones voor het ontwikkelen van tijdelijke huisvesting voor een mix van woonurgenten, met als streven dat de locatie na 15 jaar wordt omgezet naar natuur en groen of een andere geschikte bestemming.
We merken nog weinig animo voor tijdelijk wonen in zijn algemeenheid, maar wijzen initiatiefnemers wel op de mogelijkheden ervan. 3.2 We onderzoeken en benutten waar mogelijk de kansen die gebiedsprocessen zoals een Novex gebied de Peel (bijv. de impulsregeling) en het HWBP bieden voor transitie van met name de agrarische sector in het landelijke gebied. We participeren in gebiedsprocessen van NOVEX De Peel. Zo speelt onder andere het gebied Vossenberg/ Kalispeel in Meijel een gebiedsproces gericht op het toekomstperspectief van 15 Meijelse agrarische ondernemers. Hiermee is het mogelijk dat er eerder financiering op rijksniveau voor dit gebied wordt vrijgemaakt. In het kader van waterveiligheid werken we samen met Waterschap Limburg, gemeente Venlo en het Dorpsoverleg Baarlo aan de dijkversterking als onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). In het kader van het HWBP hebben we een volgende stap gezet in de transitie van het landelijk gebied rondom de Hummerenweg. We hebben gronden verworven die cruciaal zijn voor deze gebiedsontwikkeling. Om de juiste kwaliteit van de ontwikkeling te stimuleren is het Omgevingsprogramma Hummerenweg in de maak. Daarnaast hebben we een actieve bijdrage geleverd aan de begeleiding van veehouders die deelnemen aan de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv/ Lbv+).
16
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?
4. De fysieke leefomgeving draagt bij aan een gezond leven en is klimaatadaptief en klimaatbestendig.
4.1 We voeren het project Grenzeloos meten 2.0 uit. Dit geeft ons inzicht in de lokale luchtkwaliteit en biedt handelingsperspectief.
Kaderstellende uitgangspunten: • Gezondheid en veiligheid zijn belangrijke afwegings-factoren bij ruimtelijke plannen;
In navolging van het project Grenzeloos meten 1.0 is in 2025 de projectgroep uitgebreid met de gemeenten Venlo, Roermond, Nederweert en Leudal. De daadwerkelijke uitvoering zal in 2026 plaatsvinden.
•
We verbeteren het leefklimaat en Peel en Maas is in 2050 klimaatbestendig;
•
Bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij nieuwe initiatieven worden klimaatadaptieve maatregelen toegepast. Bij herontwikkeling zoeken we actief en innovatief naar mogelijkheden om klimaatadaptieve maatregelen toe te passen.
4.2 Duurzaamheid en klimaatadaptatie hadden al een prominente rol in de omgevingsvisie. Op basis van de bouwstenen gezondheid en veiligheid (opgesteld door de GGD en Veiligheidsregio) geven we nu ook deze thema’s een prominentere rol in de omgevingsvisie 2.0. Bij de totstandkoming van Omgevingsvisie 2.0 geven we deze thema’s een volwaardige rol.
5. Peel en Maas is energieneutraal in 2050 Kaderstellende uitgangspunten: • Bij nieuwe ontwikkelingen streven we zoveel als mogelijk naar energieneutraal, zo wordt nieuwbouw zoveel als mogelijk energieneutraal en wordt uitbreiding van bedrijventerreinen zoveel als mogelijk energieneutraal uitgevoerd; •
We realiseren schone en toekomstbestendige energie op een veilige manier, zodanig dat onze inwoners daar profijt van hebben;
•
We zetten primair in op het stimuleren van energiebesparing;
•
We geven ruimte aan duurzame grootschalige opwek waarbij zonnepanelen op daken van woningen/gebouwen geplaatst dienen te worden en er niet geïnvesteerd wordt in zonneweides op akkerbouwgronden.
5.1 In 2025 stelt het college een programma Duurzaamheid vast als nadere uitwerking van de kaderstelling Ruimte en Omgevingsvisie Peel en Maas. Het programma Duurzaamheid is in concept gereed en zal ter besluitvorming in het 1e kwartaal 2026 worden aangeboden aan het college van burgemeester en wethouders. 5.2 We werken met het Nationale isolatieprogramma om energiebesparing te stimuleren. We zijn in 2025 van start gegaan met het Nationaal Isolatieprogramma (kortweg: NIP) via het uitvoeren van een pilotproject voor het isoleren van 50 woningen door de lokale energiecoöperatie Peel Energie. 5.3 De raad stelt in 2025 een regionale energievisie vast gevolgd door een lokale uitwerking (eventueel onderdeel van het programma Duurzaamheid) die inzicht geeft in de energiesystemen van de toekomst. Het opstellen van een regionale energievisie zou opgepakt worden door de RES NML. Er is echter voor gekozen om in eerste instantie een regionaal Energiebeeld op te stellen, waarin een aantal structurerende keuzes voor verdere uitwerking in een regionaal uitvoeringsprogramma worden gemaakt. Dit zal begin 2026 ter kennisname aan het colleges worden aangeboden. 5.4 We stimuleren, faciliteren en nemen deel aan energiegemeenschappen. Denk hierbij aan energiehubs op bedrijventerreinen, mircowarmtenetten in de
17
woonomgeving of heel concreet het Agroproject Grashoek. Onderzoek naar het oprichten van energiegemeenschappen is in 2025 via de RES NML van start gegaan en deze mogelijkheden worden momenteel nog onderzocht. We ondersteunen actief projecten voor het opzetten van energiehubs op een tweetal bedrijventerreinen en een glastuinbouwconcentratiegebied. Deze projecten worden hierbij financieel ondersteund door de provincie. Ook hebben we in het kader van de mogelijke aanleg van warmtenetten in de gemeente onderzoek uitgevoerd naar de kansrijkheid ervan. Conclusie hiervan is dat grootschalige warmtenetten niet haalbaar zijn in de gemeente vanwege onvoldoende woningdichtheid, maar dat kleinschalige of micro warmtenetten in principe wel haalbaar zijn. Een plan hiertoe wordt ontwikkeld. Het agroproject Grashoek (energie-opwek via mestvergisting) is in 2025 afgerond met als conclusie dat het project haalbaar is, maar niet uitgevoerd kan worden doordat de in eerste instantie deelnemende intensieve veehouderijbedrijven gebruik hebben gemaakt van landelijke beëindigingsregelingen/ stoppersregelingen. 6. Gezonde, veilige, toegankelijke en slimme(re) (collectieve) mobiliteit is beschikbaar in Peel en Maas.
6.1. We werken samen met Trendsportal en dragen bij aan regionale ontwikkelingen en projecten op het gebied van mobiliteitsbeleid.
Kaderstellende uitgangspunten: • Een uitstekende bereikbaarheid én een goed functionerend en toegankelijk mobiliteitssysteem zijn belangrijk voor inwoners en bedrijven;
Regionaal werken we binnen Trendsportal samen met de andere Noord-Limburgse gemeenten aan regionale projecten zoals o.a. de Verkeersactieve school, Kommee voor stimulering gebruik OV door ouderen, Fietsstimulering voor werkgevers, Doelgroepenaanpak verkeersveiligheid voor 18 plussers en Mobiliteitsaanpak werkgevers.
•
Mobiliteit is daarbij geen doel op zich. Wel levert het een belangrijke bijdrage aan de economische, ruimtelijke, toeristische en sociaal maatschappelijke ontwikkelmogelijkheden.
6.2 We onderzoeken mogelijkheden voor het gebruik van deelmobiliteit. Dit doen we met Trendsportal via twee regionale projecten: Autodelen iets voor jou in de buurt? En deelmobiliteit in Noord-Limburg? Natuurlijk! We geven zelf het goede voorbeeld met deelauto’s voor dienstreizen.
18
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?
7. In Peel en Maas zijn per doelgroep voldoende betaalbare duurzame woningen beschikbaar.
7.1 We voeren in 2025 het periodieke woningmarktonderzoek uit.
Kaderstellende uitgangspunten:
In 2025 is een nieuw (lokaal) woningmarktonderzoek uitgevoerd en vastgesteld als basis voor het te voeren beleid op de woningbouwopgave.
•
We stemmen de planvoorraad af op de behoefte, waarbij de kwaliteit leidend is;
•
We kiezen voor een duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen;
•
We willen een duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen: rekening houdend met energetische maatregelen en toekomstbestendigheid van woningen. We creëren een leefomgeving, die rekening houdt met het veranderende klimaat en daarnaast bijdraagt aan de gezondheid, biodiversiteit en veiligheid van de inwoners van Peel en Maas;
• • •
Iedere nieuwe woning is levensloopbestendig / anderszins toekomstbestendig; We voegen woningen (in principe) toe in de dorpen, bij voorkeur op herstructureringslocaties; We faciliteren de zoektocht naar passende woonruimte voor de verschillende doelgroepen en stimuleren woningbouw die bijdraagt aan het zorgen voor elkaar. De toekomst laat zien dat de behoefte naar kleinere woningen groeit. We faciliteren de omvorming van vrijkomende goede gebouwen tot kleinere woonruimtes/hofjes waarmee we het zorgen voor elkaar vorm geven.
7.2 We actualiseren de woonagenda in 2025. We hebben in beeld waar en welke woningen op dit moment in de programmering zitten. Op basis van de hernieuwde kaderstelling voor wonen én een aangenomen amendement over aantallen werken we momenteel aan een volkshuisvestingsprogramma (VHP). 7.3 We maken nieuwe prestatieafspraken met de woningcorporaties voor de realisatie van concrete projecten maar ook verduurzaming van de bestaande voorraad. In december zijn prestatieafspraken gemaakt met beide corporaties en de huurdersbelangenvereniging. 7.4 In 2025 werken we met de (regionale) huisvestingsverordening waarin voorrangsregelingen zijn opgenomen De huisvestingsverordening is in samenwerking met de hele regio opgesteld. In 2026 wordt deze ter vaststelling voorgelegd aan de raad. 7.5 We evalueren in 2025 de afspraken die, bij enkele projecten (bijv. Woningbouw Koningslust en voormalig Rabobankpand), zijn gemaakt over toewijzing van woningen speciale doelgroepen. We hebben onder andere voor het woningbouwproject in Koningslust geëvalueerd en hieruit blijkt dat bijna alle nieuwe eigenaren afkomstig zijn uit de eigen gemeenschap. Ten aanzien van het Rabobank-pand in Panningen wordt deze evaluatie qua sociale huurders jaarlijkse uitgevoerd, begin 2026 zal deze wederom worden uitgevoerd.
7.6 We starten met de uitvoering van woningbouw in de projecten Giel Peetershof fase II en Kuukven en bereiden de woningbouwplannen voor onder andere Panningen Zuid, Meuleveld (Maasbree) en Nelisveld (Beringe) ruimtelijk voor. Zowel voor Giel Peetershof als Kuukven zijn de eerste grondwerkzaamheden gestart. De planvorming voor Panningen-Zuid, Meuleveld en Nelisveld verlopen voorspoedig. Meuleveld valt onder de pilot parallel programmeren. Dit heeft als doel om
19
de tijd van de planvorming behoorlijk te verkorten en sneller planologisch te regelen.
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? •
Advisering binnen ruimtelijke procedures.
•
Coördinatie, begeleiding en planning van project- en procesactiviteiten.
•
Actueel houden en monitoren van beleidsonderdelen zoals intensieve veehouderij en huisvesting short-stay arbeidsmigranten.
•
Afhandeling van ruimtelijke procedures en projecten en reguliere werkzaamheden in het kader van vergunningverlening en toezicht.
•
Aankoop en verkoop gronden.
•
Grondexploitatie.
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar 6.536.044 10.225.192 -3.689.148
Raming begrotingsjaar ná wijziging 5.295.160 10.760.386 -5.465.226
Raming begrotingsjaar vóór wijziging 2.088.971 7.289.197 -5.200.226
Het programma 1.1 laat over 2025 een positieve afwijking van € 1.776.078 zien. De baten zijn € 1.240.884 hoger dan begroot en de lasten zijn € 535.194 lager dan begroot, zodat per saldo een positieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: •
Hogere personele lasten -/- € 89.000 In 2025 zijn er binnen het team omgevingsontwikkeling meer directe uren geschreven op de producten.
•
Lagere lasten beleid milieu € 89.000 Het project Warmte Koude-net ligt stil. Op dit moment wordt gekeken naar eventuele alternatieven.
•
Per saldo hogere lasten (voorbereidingskredieten) Centrum Helden planvorming, Evacuatieroute Baarlo, Kwistbeek, woonwagencentrum en Herontwikkeling postkantoor Panningen -/- € 115.000 Er hebben dit jaar uitgaven plaatsgevonden, waarvan de kredieten in voorgaande jaren beschikbaar zijn gesteld. De uitgaven passen binnen de oorspronkelijke kredieten.
•
Lagere lasten versnelling wonen € 112.000 Aan de start van 2025 was de opgave gebaseerd op de versnelling van de plancapaciteit uit de huidige woonagenda. Voor die versnelling zijn verschillende processen en projecten gestart. Veelal is die uiteindelijk gebeurd binnen de huidige formatie, door anders te werken en door prioriteren van woningbouwprojecten. De middelen zijn in 2025 incidenteel lager uitgevallen door een vertraagde start van de gebiedsregisseur, meevallende implementatiekosten voor het dashbord Wonen en doordat de benodigde formatie voor woningbouwprojecten binnen de bestaande capaciteit nu incidenteel 20
mogelijk bleek. •
Lagere lasten beleid ruimtelijke ordening € 41.000 Er zijn minder kosten gemaakt voor de omgevingsvisie.
•
Lagere lasten duurzaamheid € 500.000 Het Rijk heeft extra middelen ter beschikking gesteld die de komende jaren kunnen worden ingezet voor inhuur, regionale taken en eigen uren voor taken die gerelateerd zijn aan duurzaamheid. De regionale taken zijn rechtstreeks van deze ontvangen gelden betaald. Aan eigen uren kwam € 352.000 in aanmerking om hiervoor in te zetten. Hiervoor was in de begroting een bedrag van € 750.000 opgenomen.
•
Hogere lasten beheer strategisch vastgoed -/- € 54.000 Het betreft een nabetalingsverplichting voor de verwerving van grond van de voormalige gemeente Maasbree.
•
Hogere lasten formele procedures OO -/- € 165.000 Er zijn hogere lasten voor formele procedures OO, hier staan echter ook hogere baten tegenover.
•
Hogere lasten niet benoemde projecten grondexploitatie -/- € 222.000 Deze kosten zijn ten laste gekomen van de reserve strategische verwervingen.
•
Lagere lasten grondexploitatie € 673.000 Hiervan is € 1.070.000 toegevoegd aan de reserve risico's grondexploitatie. Daarnaast zijn er kosten gemaakt voor de projecten Panningen Zuid en het voorbereidingskrediet Meuleveld, waarvan het krediet in voorgaande jaren is afgegeven.
•
Hogere lasten Regionale omgevingsdienst -/- € 108.000 In 2025 is meer inzet geweest van eigen medewerkers voor de RUD. Daardoor zijn de kosten op dit onderdeel hoger dan begroot, maar ontvangen we ook een hogere bijdrage.
•
Hogere lasten vergunningverlening -/- € 255.000 Er is in 2025 meer externe inhuur geweest voor juridisch advies en complexe vergunningsverlening.
•
Verschillende kleinere afwijkingen per saldo lagere uitgaven € 128.000 Op andere producten binnen programma 1.1 zijn per saldo € 128.000 hogere lasten gerealiseerd dan begroot. Dit betreffen afwijkingen op productniveau die allemaal kleiner zijn dan € 50.000.
Baten: •
Hogere baten door ontvangen provinciale subsidie € 67.000 Om de versnelling wonen mogelijk te maken, hebben we van de provincie een subsidie ontvangen waar we voorafgaand aan het jaar geen rekening mee hadden gehouden.
•
Lagere inzet CDOKE gelden voor eigen uren -/- € 398.000 De dekking uit middelen voor de inzet eigen uren is overeenkomstig een lagere inzet van eigen uren ook lager.
•
Hogere baten formele procedures OO € 569.000 Er zijn hogere opbrengsten uit formele procedures, waarvan een bedrag van € 365.000 wordt toegevoegd aan de reserves.
21
•
Hogere baten grondexploitatie wonen € 476.000 De winstnemingen voor de projecten In den Bosch, Dörper Tore, De Keup en Dorpshart Grashoek zijn geboekt. Deze winsten zijn toegevoegd aan de reserves. Tevens is project In den Bosch afgesloten.
•
Hogere baten Regionale omgevingsdienst € 52.000 In 2025 is meer inzet geweest van eigen medewerkers voor de RUD. Daardoor zijn de kosten op dit onderdeel hoger dan begroot, maar ontvangen we ook een hogere bijdrage.
•
Hogere baten vergunningverlening € 64.000 De opbrengst voor leges van vergunningen bedraagt in 2025 € 689.000 en dat is hoger dan de verwachte opbrengst in de begroting. Dit komt omdat er meer vergunningen zijn verleend dan geraamd.
•
Hogere baten Realisatiestimulans € 413.000 Het Rijk stelt in de periode 2025 – 2029 de Realisatiestimulans beschikbaar. Dit is een nieuwe subsidieregeling waarbij we een subsidie ontvangen van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw gestart is. In de begroting was nog geen rekening gehouden met deze regeling.
•
Verschillende kleinere afwijkingen per saldo lagere baten -/- € 2.000 Op andere producten binnen programma 1.1 zijn per saldo € 2.000 lagere baten gerealiseerd dan begroot. Dit betreffen afwijkingen op productniveau die allemaal kleiner zijn dan € 50.000.
22
Programma: 1.2 Beheer fysieke leefomgeving De kwaliteit van de openbare ruimte is belangrijk voor ons welbevinden, kortom belangrijk voor het goede leven in Peel en Maas. Elk dorp heeft zijn eigen karakter, en het buitengebied is divers met landschappelijke kwaliteiten. We sluiten aan op ontwikkelingen in kernen en op de behoefte van inwoners, bedrijven en organisaties. Zo kan een leef-, werk- en vrijetijdsomgeving ontstaan die van en voor iedereen is en waar iedereen actief gebruik van maakt en zich mentaal eigenaar van voelt. Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?
1. Een kwalitatief goede, duurzaam ingerichte en onderhouden openbare ruimte die rekening houdt met de karakteristieke eigenschappen van (de kernen in) Peel en Maas.
1.1 Opgaves in de openbare ruimte komen voort uit het Gemeentelijk Rioleringsplan (2022-2026), onderhoudsopgaves van wegen, groen en/of verkeersveiligheid. Elk project wordt integraal benaderd en project-specifiek voorbereid. We betrekken buurtbewoners en stakeholders bij de voorbereiding, met als doel om toekomstbestendige keuzes te maken.
Kaderstellende uitgangspunten: • Belangrijke uitgangspunten bij de inrichting van de openbare ruimte zijn klimaat en toekomstbestendig, betaalbaar, veilig, bereikbaar, toegankelijk, gezond en sociaal; •
Het niveau van beheer en onderhoud past bij de wijze waarop de openbare ruimte gebruikt wordt. We hanteren de landelijke standaard beeldkwaliteitsniveaus (A is het hoogste niveau en D het laagste niveau): Centrumgebieden en toeristische gebieden Woongebieden Bedrijventerreinen en buitengebied onderdeel wegen Bedrijventerreinen en buitengebied overige onderdelen
A B B C
We nemen de eigen identiteit als uitgangspunt bij de herinrichting van de openbare ruimte. Samen met de omgeving (bewoners, bedrijven, belangengroepen, etc.) worden reconstructie-, herinrichting- en afkoppelprojecten voorbereid en uitgevoerd. Binnen de gedeelde randvoorwaarden geven we ruimte aan wensen van betrokkenen om een gedragen invulling aan deze projecten te geven. Dit doen we bij het ontwerpen, maar ook bij het maken van afspraken over het beheer en onderhoud. Onderhoud van de openbare ruimte gebeurt vooral door de Buitendienst en aannemers, maar ook door (groepen) inwoners. Genoemde ontwerpprincipes worden strak gehanteerd. We voldoen aan de gestelde beeldkwaliteitsniveaus. 1.2 Werk in uitvoering 2025: Ongeveer 28 Openbare Ruimte projecten, dit varieert van kleine en grote projecten, zoals duurzaam veilig inrichten van Gielenhofweg Egchel, Lorbaan Grashoek, afkoppelen Industrieterrein Bong- Kieënweg in Baarlo tot klimaat- en toekomstbestendig herinrichten van wijken Achter de Hoven Maasbree en de Merwijck Kessel. Daarnaast een aantal projecten waar de inrichting van de openbare ruimte een grote rol speelt in de voorbereiding, zoals herinrichting Piuspark Panningen, KC de Riet en woongebied Kuukven Baarlo. Onderstaand een overzicht van de afgeronde projecten (status 31-12-2025): Baarlo: Bong en Industrieterrein Kieën, bouwrijp maken fase 3, 4 en 5 Kuukven.
Beringe: aanleg 2 komremmers op de N275 en herinrichting Peelstraat. Egchel: bouwrijp maken Giel Peetershof fase 2. 23
Grashoek: woonrijp maken Meester Cruijsberghof, reconstructie Helenaveenseweg e.o. Kessel: fase 1 herinrichting Merwijck. Koningslust: herinrichting Koningstraat – Remer. Maasbree: Woonrijp maken laatste fase bouwplan In den Bosch en de fases 2 tot en met 9 van het herinrichtings- en afkoppelproject Achter de Hoven. Meijel: herinrichting Kapelkesweg, De Paast en Kurversweg. Panningen: woonrijp maken bouwplan voormalige VMBO-locatie, vergroening Ringovenpark en herinrichting Ninnesweg en Nobisstraat. Peel en Maas (alle kernen): groot onderhoud wegen, herstel acute problemen aan wegkanten verschillende wegen en oplossen acute wateroverlast door vele neerslag, aanleg glasvezel kleine kernen en bedrijventerreinen; renovatie vrij verval rioleringIBA’s-gemalen; verdere uitbreiding grondwatermeetnet. Op basis van de door de raad vastgestelde investeringenlijsten en andere beschikbaar gestelde kredieten zijn vele projecten in voorbereiding, uitvoering of afronding. 1.3 We pakken de gebieden waar de meeste wateroverlast is als eerste aan. Hierbij geven we prioriteit aan bermen, sloten en duikers in het buitengebied van Beringe, Meijel en Grashoek. Het onderhoud van duikers en sloten is projectmatig opgepakt en we reageren snel op calamiteiten in de rest van de gemeente. 2. De openbare ruimte is van en voor iedereen, is veilig en toegankelijk en nodigt uit om te ontmoeten en te bewegen.
Kaderstellende uitgangspunten: • Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte kiezen we voor maatregelen die bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving; •
We richten de openbare ruimte in zodat deze uitnodigt tot bewegen, spelen, ontmoeten en ontspannen;
•
De openbare ruimte is schoon, veilig en voor iedereen toegankelijk;
•
De openbare ruimte heeft een verkeersveilige infrastructuur waar we duurzame mobiliteit (fietsen, lopen, OV, deelvervoer) stimuleren en faciliteren.
2.1 We spelen in op de behoefte van de buurten/dorpen bij voorzieningen in de openbare ruimte, we omarmen en faciliteren waar mogelijk initiatieven. Bij nieuwe projecten is robuuste inrichting met groene structuren (waar kan) een voorwaarde zodat er ook letterlijk meer ruimte komt voor bewegen, spelen, ontmoeten en ontspannen. In 2025 gaan wij bijvoorbeeld aan de slag met de initiatieven genoemd bij 2.2. Bij alle aanleg- en reconstructieprojecten bekijken we of de openbare ruimte goed toegankelijk is voor iedereen. We hanteren de gebruikelijke landelijke CROW-normen én stemmen goed af met bedrijven en bewoners. Ook maken we gebruik van lokale belangengroeperingen die hier kundig in zijn (bijvoorbeeld IVN, VVN, VAC etc.). Bij het (her)inrichten en onderhouden van de openbare ruimte betrekken we inwoners en geven we ze ruimte om in het ontwerpproces inbreng te leveren. We betrekken ouders en kinderen bij het plaatsen en vervangen van speeltoestellen. 2.2 Het Ringovenpark wordt klimaatbestendig ingericht. We bevorderen de sociale cohesie door 24
samen te werken met Zorggroep, omwonenden, IVN, GGD en school. Het doel is een gezonde aantrekkelijke omgeving waar het voor iedereen goed ontmoeten, leren en bewegen is. Met een locatie voor buitenlessen, fruit- en moestuin, pluktuin en jeu de boulesbaan. In samenwerking met genoemde stakeholders is dit project gerealiseerd. Het park is klimaatbestendig ingericht, nodigt uit voor ontmoeten, spelen, bewegen en om buiten te leren. 2.3 We stimuleren scholen om schoolpleinen te vergroenen en hemelwater af te koppelen met het project de groenblauwe revolutie. Met de basisschool De Violier in Maasbree is samen met de school, kinderen, ouders en andere belanghebbenden een groen schoolplein ontworpen. Samen met regiogemeenten bekijken we of we ook de middelbare scholen kunnen bereiken. 2.4 We optimaliseren de hoogwaterevacuatie-route langs de Maas o.a. aan de Ondersteweg en Vergelt, hierin nemen we mogelijkheden voor een optimale fietsverbinding mee. We zijn bezig met de voorbereidende (technische) werkzaamheden. We zoeken naar synergie en koppelkansen met de vele andere opgaves in dit gebied. 2.5 We stellen het uitvoeringsplan op voor gebiedsontsluitingswegen 30/50/60 km/u. Er ligt een concept plan voor de wegcategorisering. Dit wordt nog vertaald naar een uitvoeringsprogramma. We passen de categorisering wel al toe in lopende projecten.
2.6 We actualiseren de Parkeernota waarbij we rekening houden met initiatieven zoals deelmobiliteit. Dit wordt ambtelijk voorbereid zodat dit in Q2 2026 ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de raad. 2.7 We voeren verkeersveiligheidsmaatregelen uit met subsidiegelden Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV). Alle maatregelen zijn voorbereid en uitgewerkt en worden in 2026 uitgevoerd (in combinatie met groot onderhoud wegen). 2.8 We stellen een uitvoeringsplan op voor stimulering fietsgebruik en langzaam verkeer. Denk hierbij aan voorbeelden als ‘auto te gast’, fietsparkeerplaatsen of snelfietspaden.
25
Door ambtelijke capaciteitsproblemen is dit nog niet opgepakt. 3. De openbare ruimte is klimaatbestendig. Kaderstellende uitgangspunten: • Door het nemen van maatregelen beperken we de gevolgen van wateroverlast en de nadelige gevolgen van extreme hitte, droogte en hevige regenval; •
De openbare ruimte richten we duurzaam, groen en klimaat-adaptief in, daarbij zijn groen, water en biodiversiteit sturend;
•
We kiezen voor meer kwalitatief en kwantitatief groen, zodat een bijdrage wordt geleverd aan behoud en versterking van biodiversiteit en het voorkomen van hittestress;
•
We gaan uit van natuurinclusief bij (her)ontwikkelingslocaties, herinrichtingen, natuurlijk bermbeheer, gemeentelijke eigendommen, etc.;
•
We doen actief een beroep op de samenleving. Klimaat-verandering is een probleem dat iedereen raakt. De overheid kan dit niet alleen oplossen. Daarom gaan we nog meer samenwerken. Belanghebbenden (inwoners, bedrijven woningcorporaties, enz.) worden uitgenodigd om hun verantwoordelijkheid te nemen bij het uitvoeren van maatregelen bij elke ontwikkeling, hoe klein ook;
•
We investeren in landschap- en natuurontwikkeling;
•
Waardevolle landschapselementen houden we in stand en versterken we;
•
We creëren een samenhangend netwerk van groenblauwe structuren (aders) tussen bijzondere natuurwaarden en de bebouwde omgeving.
3.1 In 2025 passen we de Klimaatmeetlat (leidraad) toe voor onze eigen projecten en ontwikkelaars om daarmee de klimaatbestendige openbare ruimte zoveel mogelijk te waarborgen. In 2025 is het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte met de Klimaatmeetlaat vastgesteld door het college. Dit geeft handvaten en stelt randvoorwaarden voor een klimaatbestendige openbare ruimte. De focus komt steeds meer op duurzaamheidsaspecten te liggen. Volgens de in het Waterketenplan en GRP 2022-2026 gestelde doelen richten we bij alle herinrichtingen en reconstructies de fysieke (openbare) leefomgeving klimaatbestendig en water-robuust in. 3.2 We stimuleren en faciliteren inwoners om tuinen te vergroenen. Ter uitvoering van het bomenplan zijn er in 2025 ca. 300 bomen in voortuinen geplant. 3.3 We geven verder uitvoering aan het Bomenplan tot en met 2026, met input van dorpen en bewoners. Naast de bovengenoemde bomen in de voortuinen zijn er in Kessel en Baarlo 61 nieuwe solitaire bomen geplant in de openbare ruimte. Tot en met 2024 is het volgende gerealiseerd: 1.Bomen bebouwde kom: 444 van 250 = 178% 2.Bomen in buitengebied: 365 van 750 = 49% 3.Bomen in tuinen: 913 van 1000= 91% 4.Bomen in groepsverband:1000 van 5319= 19% We proberen zoveel mogelijk bomen aan te planten in de categorieën 1, 2 en 3 omdat deze bomen het meest bijdragen aan het tegengaan van hittestress.
Categorie 4 zal de sluitpost worden aan het einde van het project. 3.4 Wij faciliteren erfbeplantingsprojecten, landschapspoorten en afkoppelen hemelwater met subsidies. Ook dit jaar is het erfbeplantingsproject met 17 nieuwe erven weer een succes. Met 8821 stuks bosplantsoen, 197 laanbomen, 125 fruitbomen en 600 fruitstruiken is er veel inheemse beplanting aangeplant. Het project Landschapspoorten is in 2025 geschrapt door het Groenplatform. Inwoners krijgen subsidie om regenwater af te koppelen van de riolering. Het schone regenwater gaat dan de bodem in en wordt niet meer als afvalwater afgevoerd. In 2025 hebben we 7525 m2 verhard oppervlak afgekoppeld, waarvan 6128 m2 in 26
het centrum van Panningen (Jan Linders/AH). Vanaf 2017 is er met deze regeling ongeveer 64.275 m2 afgekoppeld. 3.5 De lijst van waardevolle houtopstanden wordt geactualiseerd en uitgebreid onder andere met houtopstanden buiten de bebouwde kom. De inventarisatie is afgerond, de data worden nu verwerkt. 3.6 We leggen nieuwe natuur aan bij de Kwistbeek en het Simonshoeksebos in Meijel (oude stortplaats). Dit project is succesvol afgerond. 3.7 We brengen groene en blauwe structuren in kaart en onderzoeken waar er kansen liggen om deze verbindingen te maken en deze structureel te versterken. Dit helpt ons, vooral buiten de bebouwde omgeving, bij het zoeken naar nieuwe verbindingen voor de versterking van de biodiversiteit. Inventarisaties zijn uitgevoerd, de data worden nu verwerkt. 3.8 We werken aan een meetlat voor duurzame keuzemomenten in aanbesteding. De meetlat is nog niet ontwikkeld maar duurzaam inkopen heeft onze aandacht en we experimenteren hier volop mee. Ons wagenpark voldoet aan de nieuwste normen en het vereiste minimumpercentage voor schone wegvoertuigen voor aanbestedende diensten. We gebruiken HVO 100 (fossielvrije dieselbrandstof) en kiezen bewust voor elektrische voertuigen waar mogelijk. Onze bos- en plantsoengereedschappen werken grotendeels elektrisch. Afgeschreven machines vervangen we door elektrische of andere duurzame exemplaren.
De gemeentewerf beschikt over een HVO 100 tankinstallatie, een laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en 393 zonnepanelen voor duurzame energie. We blijven streven naar duurzame oplossingen en volgen de ontwikkelingen op de voet. Sociale duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt. Dit doen we zelf door mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt in te zetten. Op 3112-2025 werkten 18 personen bij het Mens Ontwikkel Bedrijf van de Buitendienst. In 2025 was er een instroom van 18 personen. De uitstroom bestond uit 11 personen, waarvan er 3 zijn uitgestroomd naar een betaalde baan. Mensen werken langer bij de Buitendienst om meer profijt te halen uit de gezamenlijke investering.
27
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen in 2025?
4. Afval is grondstof.
4.1 Afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend.
Kaderstellende uitgangspunten: • We bieden service met afvalinzameling, de inzameling is doelmatig en doeltreffend;
We blijven dit nastreven en voeren hierover het gesprek met de raad.
•
We voldoen tenminste aan de landelijke VANG (Van Afval Naar Grondstof) -ambitie;
•
In ons doen en laten zetten we in op hergebruik en circulariteit van grondstoffen. We pionieren en benutten innovatieve kansen als aanbieder en inzamelaar van materiaalstromen;
•
Bij het opstellen en aanbesteden van projecten/plannen maken we duurzame keuzes.
4.2 Onderzoek naar mogelijkheden om nog beter te voldoen aan de VANG doelstelling. Dit doen we door onderzoek te doen naar afvalscheidingpotentieel en bijbehorende kosten o.a. door sorteeranalyses uit te voeren. Er zijn geen sorteeranalyses uitgevoerd. Er is aandacht voor het beter scheiden en kwaliteit van PMD en GFT. Veel inwoners scheiden heel goed maar er is een groep die minder goed scheidt. Dit proberen we in kaart te brengen om er gericht actie op te ondernemen. Dit krijgt een vervolg in 2026. Afspraken over vergoedingen vanwege producentenverantwoordelijkheid met Verpact zijn in 2025 aangepast. Voor 2026 betekent dit dat de kwaliteit van PMD (landelijke afspraak) gemeten gaat worden. Het afvalscheidingspotentieel van (grof) huishoudelijk wordt ook onderzocht in samenwerking met andere gemeenten in AfvalSamenwerking Limburg. We blijven voldoen aan de landelijke Vangdoelstelling van 100 kg restafval per inwoner per jaar (fijn en grof restafval). In 2025 hebben we per inwoner ruim 46 kg restafval huis aan huis ingezameld. Grof huishoudelijk afval milieupark bedroeg 41 kg. Dit is vergelijkbaar met 2024. 4.3 We optimaliseren de dienstverlening en exploitatie Milieupark (onder andere deelhoek uitbreiden, aanpassing toegangscontrolesysteem) In 2025 zijn de voorbereidingen gestart voor een toegangscontrolesysteem met digitale milieupas voor het milieupark.
Begin 2026 wordt het huidige kassasysteem vervangen door een nieuwe toegangscontrolesysteem waar later ook de digitale milieupas aan wordt toegevoegd. De bezoekersaantallen voor 2025 zijn vergelijkbaar met 2024: ruim 56.000 bezoekers. 4.4 We maken (onderlinge) verbindingen met partners zoals HAL9 (fietsenreparatie), Mensontwikkelbedrijf, Kringloopwinkel, Ruilwinkel etc. met als doel toe te werken naar een circulair ambachtscentrum waar ook sociale duurzaamheid een plek krijgt. Onderlinge verbindingen krijgen aandacht en zijn contractueel vastgelegd. Met AfvalSamenwerking Limburg is het project Circulair ambachtscentrum gestart.
28
4.5 Vanuit huidige knelpunten onderzoeken we nieuwe mogelijkheden voor het inzamelen van oud papier. Voor 2027/2028 is het contract verlengd om oud papier in te zamelen met vrijwilligers. Op langere termijn is de inzameling met vrijwilligers niet meer houdbaar en gaan we alternatieven onderzoeken. 4.6 We maken duurzame keuzes door vrijgekomen materialen te hergebruiken bijv. de vrijgekomen fietsbrug van Meijel die wordt verplaatst naar de Musschenberg in Kessel Eik. Hergebruik is uitgangspunt. Dat doen we met vrijkomende bouwstoffen, maar ook met andere materialen. De verplaatsing van de brug van Meijel naar Kessel-Eik is een mooi voorbeeld. Deze verplaatsing wordt nu voorbereid door een aannemer.
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? •
Opgaves in de openbare ruimte komen voort uit het Gemeentelijk Rioleringsplan (2022-2026). Zoals de uitbreiding van het grondwatermeetnet en het actualiseren van de klimaatstresstest light uit 2019.
•
Advisering over de openbare ruimte in brede zin bij alle projecten en omgevingsvergunningen over alle disciplines zoals water/riolering, groen, verkeer/wegen.
•
Beheer en toezicht van de openbare ruimte volgens de vastgestelde beeldniveaus.
•
Advisering over en uitvoering van ongediertebestrijding (bijvoorbeeld ratten en tijgermug) en bestrijding van bijvoorbeeld ongewenste exoten en eikenprocessierups.
•
Nemen (tijdelijke) verkeersmaatregelen en verrichten tellingen en metingen.