2026-022 10 Bijlage 7 bij Ruimtelijke motivering - Ecologische quickscan (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Ondanks dat volgens de NDFF geen beschermde soorten binnen een straal van twee kilometer van het plangebied zijn geregistreerd , vormt de laagte met water langs de Kampweg een ideaal habitat voor de rugstreeppad. Deze soort is een pioniersoort die snel nieuwe , geschikte locaties kan koloniseren , zoals deze laagte. Het biedt daarmee ideaal voortplantingswavotore rde rugstreeppad , aangezien het ondiep is , snel opwarmend en zonder concurrentie van andere amfibieën of waterinsecten. Daarom is nader onderzoek naar het voorkomen van de rugstreeppad in dit deel van het plangebied noodzakelijk , conform het Kennisdocument rugstreeppad (juli 2017).
5. 2. 5 Overige soortgroepen
Voor de volgende soortgroepen geldt dat met de voorgenomen ingreep geen negatieve effecten worden verwacht: flora , marterachtigen , reptielen , vissen en ongewervelden.
Soortgroep
Geschikt Ingreep habitat _ verstorend
Flora
Nee
Vleermuizen | Verblijfplaatsen | Nee Foerageergebied | Ja Vliegroutes
Ja
Nee
Nee Niet significant
Nader Vergunningonderzoek aanvraag
Opmerkingen
Nee Nee
Voorhekt van kunstlicht sochimjne op n
Nee
Mogelijk | Nee
Nee
Nee Nee Nee
Marterachtigen
Ja
Nee
Nee
Nee
Broedvogels | Jaarrond beschermd
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Mogelijk | Nee
Nee
Ja
Mogelijk
| Ja
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Overige grondgebonden zoogdieren Algemeen
Ja
Mogelijk | Nee
Nee
omliggende groenelementen
Voorkom het schijnen van kunstlicht op
naastgelegen bomenrij
B
Aandacht voor zorgplicht algemene grondgebonden zoogdieren
B
Werkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren
Ongewervelden
Nee
Nee
Nee
Tabel 7: Overzicht geschiktheid plangebied voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.
Nee
Naderonderzoneakar de rugstreeppad
-
5. 3 Aanbevelingen
Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden , dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen , zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn , egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekeningte houden met deze soorten:
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
28
Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg
Beringe , BE-1163
o _ Indien er erstoring plaatsvindt , dient er een passende vluchtroute beschikbaarte zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). o _ Werkanaf één zijde en bij voorkeuvran een drukke naar een rustige locatie toe , zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo , zodat dieren kunnen vluchten. Gelet op de zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen , beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen
Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen , kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat.
Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld , waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken (wwwchecklistgroenbouwen. nl). Daazrijn en r opade awebs sitet w ww. bouwnatuurinclusief. nl veel tipsom natuurinclteu sboiuewefn. Voor de ontwikkeling van het plangebied Peelstraat 44/Kampweg raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: o Bijde aanleg van groenstructuren in het plangebied wordt bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen , bijen of vogels sterk van hun blad , nectaren stuifmeel afhankelzijinj, kzij n op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten , die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom) , Gelderse roos , wilde kardinaalsmuts , lijsterbes , hondsroos , sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfunvoocr tivoegesls , maar ook kleine knaagdieren , insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden n stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) huolf ms eidt oorn . Lindes trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan , en dus ook eerdergenoemde insecteneters.
o Veel vleermuissoorten zijn afhankelijk van bebouwing als nestgelegenheid , maar onze huizen en verdere bebouwing worden steeds dichter. Vleermuizen kunnen zelf geen nest bouwen , maar maken gebruik van al bestaande holtes , zoals spleten en spouwen. Ze verblijven op verschillende plekken , afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Door het plaatsen van inmetselstenen worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes in het gebouw vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken , ruimte achter de gevelbetimmeringte laten of ruimte maken in (dubbele) daklijsten. o Om de populatie huismussen in de omgeving uit te breiden kunnen er speciale dakpannen of inbouwstenen worden gebruikt om te dienen als nestgelegenheid in de nieuw te bouwen woningen. Het aanbrengen van houten nestkasten is ook mogelijk , maar is minder duurzaam. Op deze manier kan de in de directe omgeving aanwezige populatie zich naar het plangebied uitbreiden en wordt de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd. © _ Op plaatsen waar wegen niet intensief gebruikt wordt , zoals parkeerplaatsen kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor betreding.
De vegetatie ontwikkelt zich vanzelf , maar kan met inzaaien worden bevorderd. De planten zorgen voor zaden en insecten de weer dienen als voedsel voor vogels. o _ Platte daken van gebouwen , schuren en garages zijn geschikt als bron van natuurinclusiviteit. Sedum is vanwege zijn natuurlijke eigenschappen zeer gescals hdaki begkroet ïin g. Een groen dakis niet alleen goed voor vogels , het biedt ook voordelen voor steden en bewoners , zoals waterberging , warmteregulering , geluidsisolatie , uchtzuivering. Naast dat het mooi is om er op uitte kijken , werkt kijken naar groen ook ontspannend.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
29
Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg
Beringe , BE-1163
5. 4 Toelichting op nader onderzoek Amfi
Het onderzoek naar de rugstreeppad dient uitgevoerd te worden conform
het Kennisdocument rugstreeppad van BIJ12. Voor de rugstreeppad gelden in totaal vijf bezoeken , die zowel het water- als het landhabitat betreffen. De onderzoeken zijn verdeeld over de volgende periodes: - _ Twee bezoeken in april en mei: deze bezoeken zijn gericht op het waterhabitat , waarbij gekeken wordt naar de aanwezigheid van de rugstreeppad in en rond het voortplantingswater , zowel door het visueel waarnemen
-
als het luisteren naar de kooractiviteit.
Eén bezoek n juni of juli: dit bezoek richt zich ook op het waterhabitat , met nadruk op het
controleren van de voortplantingswateren. In deze periode kunnen de dieren al een groter deel van hun levenscyclus hebben doorlopen.
- _ Twee aanvullende onderzoeken voor het landhabitat: deze bezoeken kunnen plaatsvinden in de
periode van juni tot oktober. Het doel s om te onderzoeken of de rugstreeppad ook op het landhabitat aanwezig is , bijvoorbeeld voor het zoeken naar geschikte schuilplaatsen , rustplekken of voedselgebieden. Dit kan in de vorm van actieve zoekmethoden zoals zoeken naar sporen , het scheppen van dieren of het controleren van potentieel geschikte landhabitats.
Samenvattend omvat het onderzoek vijf bezoeken: drie gericht op de waterhabitat (twee in april/mei en één
in juni/juli) en twee gericht op het landhabitat , waarbij de landonderzoeken mogelijk doorlopen tot oktober. Deze aanpak biedt de mogelijkheid om zowel de voortplantingsgebieden als de leefomgevingen van de rugstreeppad in het plangebied te evalueren.
Kooractivitelt
jan
febr
mrt
apr
I'
mei
' I
juli
aug
sept
okt
nov
dec
Ei-snoeren , larven Aantonen
van
exemplaren (zichtwaarnemingen)
BB B E
optimate periode.
Geschikte periode. Geschikte periode , minder geschikte methode Geen geschikte periode
Afbeelding 8: Op hoofdlijnen weergegeven de geschiktheid van perioden van verschillende inventarisatiemethoden van de rugstreeppad. Bron: Kennisdocument rugstreeppad (uli 2017).
Als er tijdig opdracht gegeven wordt voor het uitvoeren van het nader onderzoek kan de eindrapportage per medio oktober 2025 worden opgeleverd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
30
Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg Beringe , BE-1163
ä£ Brabant Eco Ecologische
Dienstverlening
6. BRONNEN
www. atlasleefomgeving. nl www. bij12. nl
www. limburg. nl www. floron. nl
www. iplo. nl www. minlnv. nederlandsesoorten. nl/ www. natura2000. eea. europa. eu
www. rijksoverheid. nl www. sovon. nl www. verspreidinj
‚nl
www. vivarapro. nl ‘www. vogelbescherming. nl www. waarneming. nl
Am‘
ronnen
Checklist Vleermuisprotocol 2021 Kennisdocument rugstreeppad 2017 Limpens t al.2014 , , 2017 Baijet ealn, , s200 5 Netwerk Groene Bureaus
Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen , ministerie van Economische Zaken agen
Bijlage 1: De verspreidingsvlani jNsDtFF Bijlage 2: Beleidskader Bijlage 3: Lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn Bijlage 4: Soorten van nationaal belang
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
31