CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-022 10 Bijlage 7 bij Ruimtelijke motivering - Ecologische quickscan (geanonimiseerd)

Raad 10 maart 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan ‘Woningbouw Nelisveld, Beringe’ (2026-022)9.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ECOLOGISCHE Onderzoek

naar beschermde

QUICKSCAN natuurwaarden

ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Peelstraat 44/Kampweg Beringe Rapportnummer: In opdracht van:

'

2024-BE-1163

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

‘$- Brabant Eco

Colofon

Rapportage Brabant Eco

Rapportnummer 2024-BE-1163

Opdrachtgever

Contactpersoon

Locatie Peelstraat

44/Kampweg

Beringe Auteur

Collegiale controle

Opleverdatum 18 december

2024

Overname,

verveelvoudiging of

openbaarmaking

van

dit rapport

toegestaan zonder vermelding

is

niet

van

bron.

Brabant Eco Ecologische Dienstverlening

De

Lange

5061

PX

Kant 27

Oisterwijk

Dit rapport is met

samengesteld. Brabant voor

Eco geen

(geanonimiseerd)

uit het

onderzoek

gebruik

adviezen

ecologische dienstverlening

aanvaardt

aansprakelijkheid

eventuele schade voortvloeiend

www.brabanteco.nl

Brabant Eco;

de grootste zorg

Desondanks

van

de resultaten

door toepassing

van

van

dit

Inhoudsopgave SAMENVATTING … 1.

INLEIDING

EN ONDERZOEK .

1. 1 Aanleiding … 1. 3 Criteria. . .

…4

1. 4 Geldigheid onderzoek. . nsnnneerserne sene enereeeeeeee & 2.

PROJECTGEGEVENS. . . . .

2. 1 Ligging van het plangebied …. 2. 2 Omsch ing van het invloedsgebied 2. 3 Voorgenomen ontwikkeling… 3.

PRAKTIJK

ECOLOGISCHE

3. 1 Bureauonderzoek

QUIC …. KaaaaS aaeneC eneeenA eenenN eeneen ennn

……

3. 2 Veldonderzoek…

9

3. 3 Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek. . . 4.

BESCHERMDE

NATUURWAARDEN. . .

4. 1 Gebiedsbescherming … 4. 2 Houtopstanden … 43 SoortenbeschermMing …. … 5.

RESULTATEN

… 14 … 14 … 15

ereseenenererenererseeeeeeeeeeeeen

EN ADVIES

16 27

5. 1 Resultaten en advies beschermde gebieden en houtopstanden …

27

5. 2 Resultaten en advies beschermde soorten

… 27

53 Aanbevelingen … 5. 4 Toelichting op nader onderzoek… 6.

… 10

BRONNEN

…

… 28

…

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

SAMENVATTING

Initiatiefnemer is voornemens om aan de Peelstraat 44 te Beringe het agrarische bedrijf te saneren door de bedrijfsgebouwen en sleufsilo’s te slopen. De huidige bedrijfswoning wordt omgezet naar een woonfunctie en daarnaast wordt een nieuwe woning bijgebouwd. Tevens wordt aan de overzijde , aan de Kampweg , een nieuwe woningbouwlocatie mogelijk gemaakt op een perceel dat momenteel bestemd is voor groendoeleinden. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. Omdat overtreding van de Omgevingswet in het kader van ecologie op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan In het plangebied in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek.

Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgevinge n

-beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn effecten met negatieve invloed op de mogelijk aanwezige beschermde soorten en hun functioneel leefgebied niet volledig uit e sluiten. Ondanks dat volgens de NDFF geen beschermde soorten binnen een straal van twee kilometevran het plangebied zijn geregistreerd , vormt de laagte met water langs de Kampweegen ideaal habitat voor de rugstreeppad. Deze soort is een pionier soort de snel nieuwe , geschikte locaties kan koloniseren , zoals de laagte op het grasland aan de oostzijde van de weg. Het biedt daarmee ideaal voortplantingswater voor de rugstreeppad , aangezien het ondiep is , snel opwarmend en zonder concurrentie van andere amfibieën of waterinsecten. Daarom is nader onderzoek naar het voorkomen van de rugstreeppad in dit deel van het plangebied noodzakelijk , conform het Kennisdocument rugstreeppad (juli 2017). Tijdens heteldbezoek zijn de bomen in en rondom het plangebied geïnspecteerd op holtes of andere mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuizen , maar er werden geen aanwijzingen gevonden. De te slopen

schuur en oude stal bieden geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen door het ontbreken van

geschikte openingen , dakbeschot en tussenruimtes. De weide langs de Kampweg biedt eveneens geen

mogelijkheden voor gebouwbewonende vleermuizen door de afwezigheid van bebouwing.

Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van marterachtigen in het plangebied. De oude stal en schuur bieden geen geschikte schuil- of verblijfplaatsen voor marterachtigen en zijn er geen sporen

aangetroffen , zoals uitwerpselen , prooiresten of een typische martergeur. De weide langs de Kampweg iste open en ontbreekt aan landschapselementen of ruigte.

Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. De eventuele

stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden dient aangetoond of uitgesloten te worden met een Aeriusberekening.

De zorgplicht is altijd van toepassing.

Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen.

(geanonimiseerd)

Brabant Eco December 2024

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg Beringe , BE-1163

JA Brabant Eco Ecologische

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

Dienstverlening

In dit hoofdstuk staan de aanleiding en doelstellinvgan deze ecologische quickscan beschreven. Ook staan de criteria en de geldigheid van dit onderzoek vermeld. Op enkele uitzonderingen na , zijn de provincies het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de vergunningyerlening en handhaving. Zie bijlage 2.

1. 1 Aanleiding

Volgens opdrachtgever Bureau Leefomgeving is het voornemen om aan de Peelstraat 44 te Beringe het

agrarische bedrijfte saneren door de bedrijfsgebouwen en sleufsilo's te slopen. De huidige bedrijfswoning

wordt omgezet naar een woonfunctie en daarnaast wordt een nieuwe woning bijgebouwd. Tevens wordt aan de overzijde , aan de Kampweg , een nieuwe woningbouwlocatie mogelijk gemaakt op een perceel dat momenteel bestemd is voor groendoeleinden. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor het plangebied en directe omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1. 2 Doelstelling

Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect

heeft op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het invloedsgebied van de voorgenomen ingreep mogelijk planten- en diersoorten aanwezig zijn , die volgens de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden

door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben

op Natura 2000-gebieden , houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd , of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk

Nederland.

De centrale vraag luidt: Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden? Als blijkt dat de ingreep leidt tot een mogelijke overtredinvgan de Omgevingswet , wordt bepaald naar welke soorten en functies eventueel aanvullend onderzoek nodig is en of nadere toetsing in het kader van beschermde gebieden noodzakelijk is. 1. 3 Criteria

Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o _ Hetonderzoek is uitgevoerd door ecologisch deskundigen. Een ecologisch deskundige heeft

aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring en geeft ecologisch advies en/of begeleidt

o

werkzaamheden op het gebied van habitats en soorten.

Hetonderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belangt e hebben in de uitkomst van dit onderzoek.

o _ Deresultaten zijn zo objectiefen betrouwbaar mogelijk verkregen.

o _ Hetonderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

1. 4 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zij opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waarvoor dit niet geldt , moeten de gegevens recenter zijn.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

JA Brabant Eco Ecologische

Dienstverlening

2. PROJECTGEGEVENS

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste gegevens ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen

weergegeven. Allereerst wordt ingegaan op de geografische ligging van het plangebied en de kenmerken van het invloedsgebied. Vervolgens worden de voorgenomen ontwikkelingen en het toekomstige gebruik beschreven.

2. 1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de kruising van de Kampweg met de Peelstraat , ten zuidwesten van de kern van Beringe. Beringe is een dorp behorende tot de gemeente Peel en Maas in de provincie Limburg. Ten zuiden van het dorp ligt natuurgebied De Snep.

De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Afbeelding 1: Ligging plangebied (rode cirkel) in de wijdere omgeving. Bron: Google Earth.

2. 2 Omschrijving

van het invloedsgebied

In het plangebied aan de Peelstraat 44 bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf dat al geruime tijd niet meer in gebruik is. Dit bedrijf bestaat uit een bedrijfswoning , bedrijfsbebouwing , gras , verharding , bomen en struiken. Het perceel aan de overzijde , gelegen aan de Kampstraat en dat wordt beoogd als nieuwe woningbouwlocatie , bestaat uit een weide met bomen. Het invloedsgebied bestaat voornamelijk uit

cultuurgronden , afgewisseld met tuinpercelen behorende bij de woningen en agrarische bedrijven en

percelen , voornamelijk bestaande uit weilanden. Langs gedeelten van de Peelstraat en de Kampweg is laanbeplanting aanwezig , en verspreid in het landschap komen bomenrijen voor. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal weergegeven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

Afbeelding 3: Globaal omlijnd plangebied in blauw. Te slopen bedrijfsbebouwing in rood , te behouden woning in geel aangegeven. Bron: Google Earth.

2. 3 Voorgenomen

ontwikkeling

Het initiatief bestaat uit het realiseren van een woningbouwlocatie in het plangebied aan de Peelstraat 44/Kampweg te Beringe. Het voornemen bestaat uit het slopen van de bestaande bedrijfsgebouwen en sleufsilo’s aan de Peelstraat 44. De bestaande bedrijfswoning zal worden omgezet naar een woonfunctie. Daarnaast wordt een nieuwe woning bijgebouwd. De oppervlakte van dit perceel beslaat ca. 15. 900 m2. Aan de overzijde , gelegen aan de Kampweg , is een woningbouwlocatie beoogd voor 13 woningen. De oppervlakte van dit perceel beslaat ca. 7000 m2.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Omzetten

bestaande

woning en nieuwbouw nieuwe woning ,

opperakte circa 15. 900 m2

Afbeelding 4: Planbegrenzing. Bron: Bureau Leefomgeving.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Beringe , BE-1163

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg Beringe , BE-1163

gemeente

Peel en Maas Afbeelding 5: Beoogde situatie. Bron: Gemeente Peel en Maas

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Ecologische quickscan

Peelstraat

F3 Brabant

44/Kampweg Beringe, BE-1163

Eco

3. PRAKTIJK

ECOLOGISCHE

QUICKSCAN

Ecologische Dienstverlening

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Omgevingswet. wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen

In het kader van deze

in het

plangebied en of

de voorgenomen ingreep negatieve effecten te verwachten zijn op de kwaliteit van beschermde natuurgebieden in de omgeving. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, is de eerste stap van ecologisch onderzoek en geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten, dieren er met

en

De

natuurgebieden. De ecologische waarden worden in kaart gebracht middels bureau- en veldonderzoek. volgende vragen worden beantwoord: o Welke beschermde soorten zijn potentieel aanwezig binnen het invloedsgebied van de beoogde ingreep? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Omgevingswet ten aanzien van het onderdeel ecologie overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o

_Isereen aanvullend onderzoek

o

Is het

nodig naar soorten of functies? noodzakelijk plannen een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie aan te vragen bij de provincie Limburg? Een ecologische quickscan is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit verkennend onderzoek geen nadere inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een nadere inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode(n) van het jaar. om

voor

de voorgenomen

3.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek

heeft zich

nationaal. Door middel

van

gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van het plangebied

gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Limburg. 3.2 Veldonderzoek Op donderdagmiddag

5 december 2024 hebben

mn:

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) rad

en in het kader van het ecologen natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een zuidwestenwind met windkracht 4 en droog. De gemiddelde

temperatuur lag rond de 5 graden Celsius.

Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen,

Brabant

Eco; ecologische

dienstverlening

9

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg Beringe , BE-1163 zowel visueel als auditief , en sporenonderzoek cruciaal. Eris gekeken naar de aanwezigheid van vraat- , loop- en veegsporen , nesten , holen , uitwerpselen , prooiresten en haren. Daarnaastis op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten.

De aanwezige habitatstijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

33 Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek

In het plangebied aan de Peelstraat 44 bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf dat al geruime tijd niet meer in gebruik is. Dit bedrijf bestaat uit een bedrijfswoning , bedrijfsbebouwing , gras , verharding , bomen en struiken. Het perceel aan de overzijde , gelegen aan de Kampstraat en dat wordt beoogd als nieuwe woningbouwlocatie , bestaat uit een weide met bomen. De bedrijfswoning , centraal gelegen in het plangebied aan de Peelstraa4t4 heeft bakstenen muren met open stootvoegen laag bij de grond. De kopgevels van het pannendak zijn aangesmeerd. De dakpannen liggen strak op elkaar en de openingen onder de nokpannen zijn afgesloten. De dakpannen [open vrij ver door tot in de goot. Rondom de woning bevindt zich een tuin met een gazon , hagen , bomen , struiken en diverse tuinplanten. Op minder dan tien meter ten westen van de woning ligt het eerste bedrijfsgebouw: een halfopen schuur met een open zijde aan de oostkant. Deze schuur heeft een houten constructie , deels betonnen wanden , en deels metalen en houten wanden. Het dk bestaat uit golfplaten zonder dakbeschot , ondersteund door houten spanten. Aan de noordzijde bevindt zich een afgesloten ruimte met betonnen wanden en metalen schuifdeuren. De schuur wordt gebrualsi okpstlag . Ongeveer vijf meter verder naar het westen staat een oude rundveestal die al geruime tijd niet meer in gebruik is.

Deze stal heeft dubbelsteense bakstenen muren met openingen aan de west- en oostzijde voor ventilatie. Muurplaten liggen bovenop deze muren. Het dak bestaat uit golfplaten zonder dakbeschot. De oude stal wordt ook gebruikt als opslag. Ten westen van deze stal iggen sleufsilo’s en momenteel braakliggende grond. In dt deel van het plangebied staan veel bomen , vooral rondom de halfopen schuur en destal.

Het andere deel van het plangebied , gelegen aan de Kampweg , bestaat uit een omheinde weide met enkele

bomen. Naast Engels raaigras groeien hier voornamelijk brandnetel , braam , fijnstraal en zuring. Langs de

west- en zuidzijde van de weide staan (rode) beuken. Ten zuiden van de weide , naast de Kampweg , bevindt zich een bomenrij van eiken.

Foto 1: Westzijde woning.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Foto 2: Oostzijde halfopen schuur.

10

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

Foto 3: Oostzijde halfopen schuur.

Foto 5: Westzijde halfopen schuur.

Foto 6: Bomen ten zuiden von hlfopen schuuren stal

Foto 7: Zuidzioujded seta l

Foto 8: Oostzijde oude stal en bomen tussen stalen schuur.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

Foto 9: Bomen tussen schuur (links) en stal (rechts)

Foto 10: Noordzijde oude stal.

Foto 11: Westzijde oude stal.

Foto 12: Binnenzijde oude stal.

Foto 13: Sleusilo'sin westzijde plongebied.

Foto 14: Sleufsio's n westzijde plangebied.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

Foto 15: Overzicht noordwestzijde weide langs Kampweg.

Foto 16: Overzicht zuidoostzijde weide langs Kampweg.

Foto 17: Overzicht zuidzijde weide langs Kampweg.

Foto 18: Overzicht noordzijde weide langs Kampweg.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

4'. ’£ Brabant Eco

4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Ecologische

Dienstverlening

In dit hoofdstuk worden de beschermde gebieden en soorten beschreven die zich (mogelijk) in de nabijheid van het plangebied bevinden. Er wordt aangegeven of de voorgenomen ingreep mogelijk negatieve effecten heeft op deze beschermde gebieden en soorten en of er met de werkzaamheden beschermde houtopstanden verdwijnen.

4. 1 Gebiedsbescherming

Door middel van bureaustudie is onderzocht of het plangebied binnen of in de nabijheid van beschermde natuurgebieden gelegen is. Daarbij is gebruikgemaakt van de gegevens van het Ministerivean Landbouw , Natuur en Voedselkwaliteit , het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de provincie Limburg. 4. 1. 1 Natura 2000

Het plangebied ligt op minimaal 45, kilometer afstand van noordwestelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000-gebied ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’. Op ongeveer 6 kilometer afstand naar het westen ligt Natura 2000-gebied ‘Groote Peel’ en zuidelijk op 8 kilometer Natura 2000-gebied ‘Leudal’. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn in rood en blauw aangegeven.

Minimaal 45, kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000

\

k

Afbeelding 6: Natura 2000-gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Naturo2000. ee0. europa. eu.

Met de meest nabije Natura 2000-gebieden op minder dan 25 kilometer afstand valt een negatief effect van de geplande acties op Natura 2000-gebieden niet uitte sluiten (Aanpak Stikstof). Door de korte afstand kan er mogelijk verspreiding van schadelijke stoffen via de lucht of het water naar Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Een stikstofberekening om eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de geplande inrichtings- , sloop- en/of bouwwerkzaamheden op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten is daarom noodzakelijk. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg 4. 1. 2 Natuurnetwerk

Beringe , BE-1163

Nederland

Het plangebied ligt op minimaal 470 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland

behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in groene kleur.

Minimaal 470 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland

Afbeelding 7: Natuurnetwerk Nederland-gebieden. De afstand tussen het plangebieden NNNs met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brobant.

Inof in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in , of direct aangrenzend aan het NNN-gebied.

De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en

waarden van de NNN zijn , gezien de omvang , de aard , het effectbereik en de locatie van het voornemen , op voorhand uitte sluiten.

4. 1. 3 Conclusie

Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging , buiten het Natuurnetwerk Nederland , leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke

consequenties. De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk geen negatief effect op

instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Een Aerius-berekening is nodigom externe effecten op Natura 2000-gebieden uitte sluiten.

4. 2 Houtopstanden

Volgens artikel 11. 111 van het Besluit activiteiten leefomgeving in de Omgevingswet is het verboden een houtopstand (bos , houtwallen , heester- en struikhagen , struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen , met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout , zonder voorafgaande melding daarvan bij de Gedeputeerde Staten. Het betreft hier houtopstanden van tenminste

10 are of rijbeplantinvagn minimaal 20 bomen. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte

houtopstanden. Indien het totale oppervlakte of aantal bomen klein is dan deze 10 are of 20 bomen , dan gelden de rijksregels over het vellen en herplanten niet. Het plangebied ligt binnen de bebouwingscontour houtkap waardoor de Omgevingswet wat betreft houtopstanden niet van toepassing is. Let wel dat de bebouwingscontour houtkap voor de Omgevingswet kan verschillen van de grenzen van de bebouwde kom. Dit is per gemeente vastgesteld in het omgevingsplan. Om een overtredinvgan de gemeentelijke uitzonderingsregels te voorkomen dient altijd alvorens tot kap over te gaan bij het gemeenteloket een nacheck gedaan te worden of voor de betreffende boom of houtopstand een omgevingsvergunnivnoogr het vellen van houtopstanden noodzakelijk i. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg Beringe , BE-1163

4. 3 Soortenbescherming

Bijlage 1 , project Peelstraat/Kampweg met nummer BE-1163 d. d. 3 december 2024 geeft een overzicht van

de waargenomen planten- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF , Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Bijlage 3 betreft een lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn. Deze soorten zijn beschermd onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Dit betreft soorten wiens voortplantings- en rustplaatsen beschermd dienen te worden en waarvoor Nederland tot het natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bijlage 4 betreft een lijst aan soorten van nationaal belang welke verder niet in de Vogel- of Habitatrichtlijn zijn opgenomen maar waarvoor wel rijksregels gelden om ze te beschermen. Per soortgroep wordt in onderstaande paragrafen beschreven welke soorten worden verwacht in het plangebied , welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek , welke soorten voorkomen in de omgeving , en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn. 4. 3. 1 Flora

Volgens de NDFF zijn de laatste vijf jaar geen beschermde plantensoorten waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Veldbezoek flora

Onder de Omgevingswet beschermde planten komen voornamelijk voor in voedselarme biotopen met specifieke standplaatscondities. Dit soort locaties worden voornamelijk gevonden in natuurgebieden , zoals

de duingebieden langs de Noordzeekust en in de provincie Limburg , alsmede op bedrijfsterreinen als de Maasvlakte. Tijdens veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van beschermde soorten , echter zijn deze hier niet waargenomen.

Rondom de woning aan de Peelstraat 44 ligt een tuin met een gazon , hagen , bomen , struiken en diverse tuinplanten. Aan de noordzijde bevinden zich weiden , en in dit deel van het plangebied staan veel bomen en struiken , waaronder eiken , bolacacia’s , Amerikaanse vogelkers , hedera en nog andere soorten. Daarnaast groeien er her en der planten zoals brandnetel en fijnstraal. In het westen van dit deel van het plangebied ligt momenteel braakliggende grond die normaal voor akkerbouw wordt gebruikt. Het andere deel van het plangebied , gelegen aan de Kampweg , bestaat uit een omheinde weide met enkele bomen. Naast Engels raaigras groeien hier vooral brandnetel , braam , fijnstraal n zuring , Langs de west- en zuidzijde van de weide staan (rode) beuken. Ten zuiden van de weide , langs de Kampweg , bevindt zich een bomenrij van eiken.

Foto 19 & 20: Vegetatiein de weide langs Kompweg.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

Deelconclusfiloer a

Geen van de beschermde soorten is aangetroffen in het projectgebied , noch geschikt biotoop dat bewijs zou leveren dat deze soort(en) er aanwezig zouden kunnen zijn. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er kan volstaan worden met de zorgplicht. 4. 3. 2 Vleermuizen

Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstorinvgan vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen , maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstellinogf vergunningverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter- , kraam- , zomer- en paarverblijfplaatsen , zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? Volgens de NDFF zijn de laatste vijf jaar geen vleermuissoorten waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Veldbezoek vleermuizen

Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De in en rondom het plangebied staande bomen met geschikte stamdiameter zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op holtes , gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Hiervan zijn geen waarnemingen gedaan. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen , tussen dakbeschot , boeiboorden , onder gevelbekleding , in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen.

De te slopen halfopen schuuren oude stal bieden geen geschikte openingen voor verblijfplaatsen van vleermuizen.

De schuur heeft een houten constructie , deels betonnen wanden , en deels metalen en houten wanden. Het

dak bestaat uit golfplaten zonder dakbeschot en wordt ondersteund door houten spanten. Aan de noordzijde bevindt zich een afgesloten ruimte met betonnen wanden en metalen schuifdeuren. Door deze constructie zijn er geen tussenruimtes in de gevels of het dak waar vleermuizen kunnen verblijven.

De oude stal heeft bakstenen muren met openingen aan de west- en oostzijde voor ventilatie. Bovenop deze muren liggen muurplaten , waardoor vleermuizen geen toegang hebben tot de gevels. Het dak bestaat uit golfplaten zonder dakbeschot. Door het ontbreken van dakbeschoztij n er geen tussenruimtes waarin vleermuizen kunnen verblijven. Hoewel r op enkele plekken voegschade aanwezi is , s deze slechts oppervlakkig.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Foto 21: Geen dakbeschot in halfopen schuur.

Beringe , BE-1163

Foto 22: Muurplaat oude stal.

Foto 24: Geen dkbeschot

in oude stal.

Foto 25: Oppervlakkige voegschade oude stal

Het andere deel van het plangebied , gelegen aan de Kampweg , bestaat uit een omheinde weide met enkele bomen. Aangezien hier geen bebouwing staat , zijn er geen mogelijkheden voor gebouwbewonende vleermuizen.

Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn , zoals de bossen en weilanden. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen , kanalen of houtwallen , om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

De bomenrij van eiken langs de Kampweg ten zuiden van de weide kan dienen als vliegroute voor vleermuizen. Deze is geen onderdeel van de ingreep en zal gehandhaafd blijven.

Foto 26: Mogelijke vliegroute langs bomenrij van eiken langs Kampweg ten zuiden van de weide Deelconclusie vleermuizen

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis

verstoord , verwond of gedood en

wordter geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. E is dus geen omgevingsvergunning nodig voor deze soortgroep. In de omgevinvgan het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied

aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden of vliegroutes van vleermuizen.

Men dient wel rekening te houden met mogelijke negatieve externe effecten , zoals kunstlicht , geluid en tillingen , die invloed kunnen hebben op potentiële structuren voor vleermuizen. Er dient extra aandacht te worden besteed aan het voorkomen van deze verstoringen de werkzaamheden zoveel mogelijk bij daglicht uit te voeren en indien er gebruik wordt gemaakt van kunstlicht , dit naar beneden te richten en niet op omliggende bomen en bebouwing , de bomenrij en andere groenelementen.

4. 3. 3 Marterachtigen

Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking , verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort

Bescherming

Das beschermd Steenmarter vrijgesteld® Tobel1: Waargenomen marterachtigen binnen een straal van twee kilometer. * n Limburg s de steenmarter vrijgesteld von 15 augustus tot en met februari

Das

De das leeftin allerlei soorten biotopen , met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes , heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen , zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking , weinig verstoring , een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven , met een grondwaterstand van tenminste 15, m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras , omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is. Steenmarter

De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden , maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder- , en of kruipruimten. Veldbezoek

marterachtigen

In het plangebied aan de Peelstraat 44 is weinig ruigte aanwezig waar marterachtigen kunnen foerageren. Alleen de kleine beboste stukjes rondom de stal en schuur zouden hiervoor geschikt kunnen zijn , maar deze gebieden zijn beperkt in omvang. Zeker gezien het feit dat er in de omgeving betere foerageerplekken beschikbaar zijn. De aanwezigheid van marterachtigen wordt vaak verraden door uitwerpselen , prooiresten of een herkenbare martergeur. Tijdens het veldbezoek is specifiek gelet op sporen van marterachtigen , maar er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op hun aanwezigheid. Het plangebied is te opgeruimd , en de schuur en stal worden regelmatig bezemschoon gehouden. In theorie zou een marter de bedrijfsgebouwen kunnen betreden , maar er ontbreekt geschikt materiaal of dakbeschot waar hij een verblijfplaats in kan vinden. Bovendien worden de bedrijfsgebouwen regelmatig

betreden. Het is daarom onwaarschijnlijk dat marterachtigen in dit plangebied een schuil- of

voortplantingsplek zouden zoeken , zeker gezien de aanwezigheid van meer geschikte locaties op korte afstand.

De weide langs de Kampweg bevat geen bebouwing en landschapselementen die het plangebied geschikt maken voor marterachtigen ontbreken volledig. Het gebied is te open en biedt geen ruigtehoekjes als schuilplaatsen voor marterachtigen. Hoewel het mogelijk is dat een marter het gebied passeert , zal dit geen essentieel onderdeel van zijn leefgebied zijn , vooral omdat er in de omgeving voldoende andere weilanden beschikbaar zijn. Deelconclusie marterachtigen Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van marterachtigen in het plangebied. De oude stal en schuur bieden geen geschikte verblijfplaatsen vanwege het ontbreken van dakbeschot en geschikt materiaal waarin marterachtigen , zoals de steenmarter , zich kunnen verschuilen. Daarnaast worden de gebouwen regelmatig bezocht en bezemschoon gehouden. Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen aangetroffen , zoals uitwerpselen , prooiresten of een typische martergeur. De weide langs de Kampweg biedt evenmin geschikte schuilplaatsen , doordat het gebied te open is en ontbreekt aan landschapselementen of ruigte. Gezien deze factoren en de beschikbaarheid van betere schuil-en foerageerplekken in de omgeving , is het onwaarschijnlijk dat marterachtigen het plangebied gebruiken als

verblijf- of voortplantingsplek.

4. 3. 4 Overige grondgebonden zoogdieren

De overige grondgebonden zoogdieren omvatten alle verder in het wild levende zoogdieren , waaronder vooral knaagdieren , evenhoevigen en insecteneters. Sommige van deze soorten zijn beschermd , maar een aantal van deze soorten vallen er n de provincie Limburg tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen omgevingsvergunning hoeft te worden gevraagd

en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden , wanneer geen andere bevredigende oplossing

bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorgt e dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige grondgebonden zoogdieren te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Bescherming beschermd

Waterspitsmuis

vrijgesteld*

beschermd

Tabel 2: Waargenomen beschermáe grondgebonden zoogderen binnen een straal van twee Klometer

*Im imburg s de eekhoomn vrijgesteldn maort-opril en van jul totn met november.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

Bever

In 1988 is men begonnen met het uitzetten van bevers in Nederland en het ljkt erop dat de bever langzamerhand een vaste plek in onze fauna heeft heroverd. Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen , langs beken , rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste. Eekhoorn

Eekhoorns zijn te vinden in verschillende bosomgevingen , waaronder loof- , naald- en gemengd bos. Ze komen ook voor in tuinen , parken en houtwallen. Als er voldoende voedsel beschikbaar is , kunnen ze ook in bebouwde gebieden worden aangetroffen. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden , zoals eikels , noten en zaden uit kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijvkan het jaargetijde) knoppen , bladeren , bessen , paddenstoelen , rupsen , vogeleieren en jonge vogels. Specifieke voedselbomen kunnen zijn: eiken- , beuken- , walnoot- , hazelnoten-en pijnbomen. Eekhoorns bouwen nesten in bomen. Naast één hoofdnesztij n ook vaak vijftoztes bijnesten aanwezig. Waterspitsmuis De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon , niet te voedselrijk , vrij snelstromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken , rivieren , sloten , plassen en daar waar grondwaotpweerlt . Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand , natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten.

Vg eldr bezo oeknovd erigg e ebondzeoogdn ier en

Binnen en rondom het plangebied staan veel bomen. Tijdens het veldbezoek zijn in deze bomen geen eekhoornnesten waargenomen. Ook zijn er geen sporen van eekhoorns gevonden , zoals afgeknaagde notendoppen of beschadigde boomschors. Dit wijst erop dat de eekhoorn waarschijnlijk geen actief gebruik maakt van de bomen in en rondom het plangebied. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever en waterspitsmuis.

Tijdens het veldbezoek is gebleken dat het aannemelijk is dat er vrijgestelde soorten in het plangebied kunnen worden aangetroffen , zoals egel , mol , veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Hierdoor dient rekening gehouden te worden met vluchtroutes voor de grondgebonden zoogdieren. Deelconclusie

overige grondgebonden zoogdieren

Het is uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van overige grondgebonden zoogdieren.

4. 3. 5 Vogels In de Omgevingswet worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherminvgan deze wet. Net als de oude Wet natuurbescherming hanteert de Omgevingswet geen standaardperiode voor het broedseizoen , maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belais nof gee n broedgeval aanwezig is , ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekeningte houden met het broedseizoen van vogels. Overtredinvgan verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde nesten’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen , kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt , een vergunningsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels in Limburg kan worden opgedeeld in 4 categorieën.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

Categori1e- 3

De eerste 3 categorieën betreffen vogels die hun nesten jaarrond gebruiken , zeer plaatstrouw broeden of afhankelijk zijn van bebouwing. Voor deze vogelsoorten gelden de verbodsbepalingen van de Omgevingswet het gehele jaar. De vogelsoorten uit deze categorieën met jaarrond beschermde nesten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande

tabel.

Vogelsoort

Beschermingscategorie*

Nestplaats

Boerenzwaluw Bosui Gierzwaluw Havik

22 23

nn gebouwen boomholtes , nestkasten en gebouwen nin gebouwen en nestkasten bomen

Huismus

2

n gebouwen en nestkasten

Huiszwaluw Kerkuil

2 1

tegen gebouwen in gebouwen en nestkasten

Ooievaar 2 nin bomen , op gebouwen en nestpalen Rode wouw 3 bomen Steenuil 1 n gebouwen , boomholtes en nestkasten Torenvalk 3 n gebouwen , bomen en nestkasten Tabel 3: Waargenomen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten binnen een straal von twee kilometer. *Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel ofafhankelijk van bebouwing 3 Zeer plaatstrouwe broedvogel dieieder jaar terugkeert naar een specifek nest

Categorie 4

Categorie 4-soorten zijn vogels die jaarlijks terugkeren naar een specifiek nest , maar voldoende flexibel zijn om elders een nieuw nest te bouwen. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag komen. De vogelsoorten waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande

tabel.

Blauwe

in bomen

Grutto

op de grond

Buizerd

IJsvogel Kramsvogel

in bomen

iinn steile wanden bomen

Oeverzwaluw U

in steile wanden in struiken en bomen

Wulp

op de

grond

Tobel4: Waargenomen vogelsoorten waarvan voldoende functioneel eefgebied aanwezig moet bljven binnen een straal van twee kilometer.

Gierzwaluw

De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hijin de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdatz e moellijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute , zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit t laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het tiefst elk jaar hetzelfde nest. Uilen

Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen , loodsen en schuren , maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Soms maken ze gebruik van nestkasten die speciaal voor hen zijn opgehangen. Huismus

Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van de huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie , habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaarte liggen. Gewoonlijk binnen een straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. Deze uitgesproken standvogels nestelen bij voorkeur onder dakpannen , in gaten en kieren van gebouwen en mussenkasten. Ooievaar

Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien , inclusief insecten , vissen , amfibieën , reptielen , kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond , tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder , maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takkdeat nsoms , jaren wordt gebruikt. Roofvogels

De habitat van roofvogels bestaat , afhankelijk van de soort , uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. Boerenzwaluw/Huiszwaluw

De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie , al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Boerenzwaluwen zijn in Nederland van maart tot in oktober , incidentele waarnemingen daargelaten. De meerderheid der broedvogels arriveert in april f begin mei , soms echter ater vanwege ongunstige trekomstandigheden. De Boerenzwaluw nestelt in het hele land in boerenland , met een voorkeur voor gemengde bedrijven. Het gros van de paren huist in koeien- , varokf peaarndensstalle n. De huiszwaluw is een kleine zangvogel de bekend staat om zijn gevorkte staart en zijn voorkeur om te nestelen onder de overhangende daken van gebouwen. Ze worden vaak aangetroffen in open landschappen , zoals agrarische gebieden en weilanden , in de buurt van waterlichamen zoals meren en rivieren. Huiszwaluwen zijn sterk geassocieerd met menselijke nederzettingen en nestelen graag onder dak overstekken van gebouwen. Hun nestplaatsen moeten beschut zijn tegen regen en roofdieren en zich boven open ruimtes bevinden waar ze gemakkelijk kunnen jagen op insecten , hun belangrijkste voedselbron.

Het behoud van geschikte nestlocaties en het minimaliseren van verstoringen zijn cruciaal voor het behoud van huiszwaluwpopulaties. Overige

Vogelrichtlijnsoorten

Overige Vogelricht! ijn vogels wiens nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn. Net als de oude Wet natuurbescherming hanteert de Omgevingswet geen standaardperiode voor het broedseizoen , maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half uli. Van belang is of een broedgeval aanwezigis , ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtredinvgan verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.

Veldbezoek vogels

De te slopen halfopen schuuren oude stal bieden geen geschikte openingen voor nest- en verblijfplaatsen van vogels.

De schuur heeft een houten constructie , deels betonnen wanden , en deels metalen en houten wanden. Het

dak bestaat uit golfplaten zonder dakbeschot en wordt ondersteund door houten spanten. Aan de noordzijde bevindt zich een afgesloten ruimte met betonnen wanden en metalen schuifdeuren. Door deze constructiziejn er geen tussenruimtes in de gevels of het dak waar vogels kunnen verblijven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg Beringe , BE-1163 De oude stal heeft bakstenen muren met openingen aan de west- en oostzijde voor ventilatie. Het dak bestaat uit golfplaten zonder dakbeschot. Door het ontbreken van dakbeschot zijn er geen tussenruimtes waarin vogels kunnen verblijven. Hoewel er op enkele plekken voegschade aanwezig is , is deze slechts oppervlakkig. Een uil zou de halfopen schuur binnen kunnen , maar tijdens het veldbezoek zijn er geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van kerkuilen of steenuilen , zoals braakballen , krijtsporen tegen muren , of rui veren. Er zijn dus geen sporen die duiden op uilenactivíteit aangetroffen. In en rondom het plangebied staan grote bomen waar boombewonende (roof)vogelsoorten hun nesten kunnen maken. Tijdens het veldbezoek zijn er nesten van kraaiachtigen , waarschijnlijk ekster , waargenomen in de bomen in en rondom het plangebied. Aangezien deze bomen blijven behouden , blijft de nesten ook intact. Er dient echter rekening te worden gehouden met mogelijke negatieve effecten , zoals geluid en trilingen , die de nesten kunnen verstoren tijdens het broedseizoen. Extra aandacht moet dus worden besteed aan het voorkomen van deze verstoringen tijdens de werkzaamheden.

DSS

Foto 27 &28: Waargenomen nesten in de bomen in en rondom het plangebied ,

Voor de slechtvalk is er echter geen geschikte habitat in het plangebied , aangezien deze soort bij voorkeur broedt in hoge gebouwen (4> verdiepingen). Het deel van het plangebied gelegen aan de Kampweg , bestaat uit een omheinde weide met enkele bomen. Deze bomen zijn te klein voor grote vogels als roofvogels of kraaiachtigen om een nest n te maken. Aangezien er geen bebouwing staat , zijn er geen mogelijkheden voor gebouwbewonende vogels. In het gehele plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige Vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er s in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene Vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten zoals 0. a. houtduifen merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Deelconclusie vogels Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen , gierzwaluwen , uilen of roofvogels verloren gaan met de sloop van de bedrijfsgebouwen en sleufsilo'’s. De weide aan de Kampweg biedt door de kleine

bomen en het gebrek aan bebouwing geen geschikte nestmogelijkheden voor grote of gebouwbewonende

vogels. Er worden geen verbodsbepalingen uit de Omgevingswet overtreden. Een vergunningaanvraag voor deze soortgroep is niet noodzakelijk.

De vegetatie in het plangebied biedt schuil- en foerageermogelijkheden voor kleine vogelsoorten.

Wanneer

vegetatie wordt verwijderd , zijn er nog voldoende schuil- en foerageermogelijkheden aanwezig n de omgeving van het plangebied. Als het verwijderen van vegetatie buiten het broedseizoen plaatsvindt , wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

4. 3. 6 Amfibieën , vissen en reptielen

Amfibieën en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral

tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken

op de aanwezigheid amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het

bij amfibieën om een waterstructuur van maximaal 15, meter diep. Nederlandse reptielen komen met name voor op hogere zandgronden , met name bij stuwwallen , kust- en rivierduingordels. Volgens de NDFF zijn de laatste vijf jaar geen soorten waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied. Veldbezoek

amfibi eë n ,

vissenen r

n

In het plangebied langs de Kampweg bevindt zich een laagte waar tijdens het veldbezoek water in stond. In deze laagte groeit pitrus , een plant die wijst op een vochtige tot natte bodem , wat aangeeft dat de [ocatie water vasthoudt. Deze laagte vormt daardoor een geschikt habitat voor de rugstreeppad , een pioniersoort die snel geschikte locaties kan koloniseren. Laagtes , maar bijvoorbeeld ook regenplassen en sporen van zware voertuigen waarin regenwater blijft staan , bieden ideaal voortplantingswaotnedire:p , snel opwarmend en zonder concurrentie van andere amfibieën of waterinsecten. De laagte in het plangebied kan daarom mogelijk dienen als een geschikte voortplantingslocatie voor de rugstreeppad.

Foto 29: Laagte met water in weide langs Kampweg.

Deelconclusie amfibieën , vissen en reptielen

Ondanks dat volgens de NDFF geen beschermde soorten binnen een straal van twee kilometer van het plangebied zijn geregistreerd , vormt de laagte met water langs de Kampweg een ideaal habitat voor de rugstreeppad. Deze soort is een pioniersoort die snel nieuwe , geschikte locaties kan koloniseren , zoals deze laagte. Het biedt daarmee ideaal voortplantingswavotore rde rugstreeppad , aangezien het ondie, psne l opwarmend en zonder concurrentie van andere amfibieën of waterinsecten. Daarom is nader onderzoek naar het voorkomen van de rugstreeppad in dit deel van het plangebied noodzakelijk , conform het Kennisdocument rugstreeppad (juli 2017).

4. 3. 7 Ongewervelden

De beschermde soorten ongewervelden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn waargenomen zijn te vinden in de onderstaande tabel.

soort Beekrombout Grote vos

Teunisbloempijlstaart

Soortgroep en habitat libellen , beken dagvlinder , vochtige open bossen , waardplant:iep , kers en wilgen

_ nachtvlinder , vochtige bossen en bosranden , waardplant: teunisbloem ,

wilgenroosje , basterdwederik en kattenstaart

Tabel 5: Waargenomen beschermde ongewervelden binnen een straal van twee kilometer.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

Beekrombout

De beekrombout wordt in uiteenlopende typen stromende wateren aangetroffen. De soort wordt meestal met traag stromende laagland , beken geassocieerd. Dat deze beken vaak genormaliseerd zijn hoeft geen belemmeringte vormen. Belangrijk is de aanwezigheid van zuurstofrijk watere n onbegroeide zandige substraten en niet te rijk zijn aan nitraten en fosfaten. De vliegtijd van de imago’s i relatief vroeg in het jaar , van eind aptrot ieindlju li. Na het uitsluipen verspreiden de imago’s zich in de wijde omgeving van het voortplantingswater , waar ze niet vaak meer worden waargenomen. Grote vos

De grote vos komt voor in verschillende leefgebieden , waaronder bossen , parken , tuinen en andere gebieden met veel vegetatie. Volwassen grote vossen voeden zich voornamelijk met nectar uit bloemen. De rupsen voeden zich met verschillende soorten loofbomen , waaronder wilg , populier en fruitbomen. Volwassen grote vossen overwinteren vaak in holle bomen of schuilplaatsen om de koude maanden te overleven. Teunisbloempijlstaart

De teunisbloempijlstaart (Proserpinus proserpina) heeft een divers habitat , maar ze worden vaak geassocieerd met gebieden waar hun waardpzloalas nde tteueninsbloe , m (Oenothera) , voorkomen. Libellen komen voor in diverse biotopen , variërend van zoetwatermilieus zoals vijvers , meren , en beken tot

moerassen en zelfs brak water. Ze geven de voorkeur aan waterrijke gebieden omdat hun larven (nymfen) aquatisch leven. Als volwassen insecten zijn ze echter vaakt e vinden in verschillende omgevingen , waaronder open graslanden , bossen , en tuinen. Vlinders hebben ook diverse biotopen , afhankelijk van de soort , Sommige soorten vlinders geven de voorkeur aan open graslanden en bloemrijke weiden , terwijl andere zich thuis voelen in bosrijke gebieden. Vlinders kunnen ook worden aangetroffen in tuinen , langs bosranden , en zelfs in stedelijke gebieden. Veldbezoek

ongewervelden

Deelconclusie

ongewervelden

De genoemde biotopen van beschermde libelle , dagvlinderen nachtvlinder komen niet voor in het plangebied en de nabije omgeving , zodoende is het voorkomen op voorhand uit te sluiten. Overige ongewervelden zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout , of onvervuilde , voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders , nachtvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers , kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

JA Brabant Eco Ecologische

5. RESULTATEN EN ADVIES

Dienstverlening

In dit hoofdstuk wordt beschreven welke verbodsbepalingen uit de Omgevingswet mogelijk worden overtreden met de voorgenomen ingreep. Ook worden daarbij eventueel te nemen vervolgstappen aangegeven.

5. 1 Resultaten en advies beschermde gebieden en houtopstanden 5. 1. 1 Natura 2000 - stikstofdepositieonderzoek

Zoals beschreven in hoofdstuk 4 kan op voorhand niet worden uitgesloten dat door stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase negatieve effecten optreden op omliggende Natura 2000-gebieden. Daarom dient

een AERIUS-berekeningt e worden uitgevoerd. Voor de overige verstoringsfactoren geldt dat hiervan geen negatieve effecten te verwachten zijn op omliggende Natura 2000-gebieden. 5. 1. 2 Natuurnetwerk

Nederland

- niet aan

de orde

Het plangebied is niet gelegen in Natuurnetwerk Nederland. Negatieve gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden zijn redelijkerwijs uitgesloten. Vervolgonderzoek in het kader van NNN is niet noodzakelijk.

5. 1. 3 Houtopstanden

- niet aan de orde

Het plangebied ligt binnen de bebouwingscontour houtkap waardoor de Omgevingswet wat betreft houtopstanden niet van toepassing is. Er bestaan dan ook geen verdere verplichtingen aangaande houtopstanden binnen de Omgevingswet. Gebied Natura 2000

Afstand plangebied 45km

Ingreep | Nader verstorend onderzoek Mogelijk | Ja

Nee

Nee

Mogelijk

Nee

Stikstofdepositieonderzoek

Houtopstanden

[Nxt

[ Nee

[ Nee

[Nee

B

beschermde

soorten

Natuurnetwerk Nederland

470m

Tabel6: Overzicht gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen.

5. 2 Resultaten

en advies

-

5. 2. 1 Vleermuizen - zorgplicht

De te slopen bedrijfsgebouwen en sleufsilo's aan de Peelstraat 44 bieden geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. In de weide langs de Kampweg ontbreekt bebouwing , waardoor verblijfplaatsen voor

gebouwbewonende vleermuizen zijn uitgesloten. Om het plangebied is en blijft voldoende geschikt

foerageergebied aanwvooer zvleeirmugize n en er zijn geen vliegroutes binnen het plangebied aanwezig.

Wel moet er rekening gehouden worden met mogelijke negatieve externe effecten zoals kunstlicht , geluid en trillingen , die vleermuizen kunnen verstoren.

5. 2. 2 Grondgebonden

zoogdieren - zorgplicht

Het is mogelijk dat er individuen van vrijgestelde soorten grondgebonden zoogdieren binnen het plangebied kunnen voorkomen. De zorgplicht is altijd van kracht.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

27

Ecologische quickscan Peelstraat 44/Kampweg

Beringe , BE-1163

5. 2. 3 Broedvogels - zorgplicht en werken buiten broedseizoen

De te slopen bedrijfsgebouwen en sleufsilo’s aan de Peelstraat 44 bieden geen geschikte verblijfplaatsen

voor jaarrond beschermde vogelsoorten. In de weide langs de Kampweg ontbreekt bebouwing , waardoor

verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vogels zijn uitgesloten.

Het verwijderen van bomen en struiken buiten het broedseizoen voorkomt negatieve effecten voor algemeen voorkomende vogelsoorten.

5. 2. 4 Amfibieën - nader onderzoek rugstreeppad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=853461d1-a21c-40a1-9b3f-53d767c2e6de