CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-022 03 Ruimtelijke motivering

Raad 10 maart 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan ‘Woningbouw Nelisveld, Beringe’ (2026-022)21.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Een mogelijk negatief effect komt voort door verzuring en/of vermesting, van het initiatief, op een Natura2000-gebied en kan een groot bereik hebben daar stikstof (in de vorm van NOX of NH3 ), welke verzuring en vermesting veroorzaakt, door de atmosfeer kan neerslaan in een Natura2000-gebied. In het kader van onderhavige ontwikkeling worden 17 woningen gerealiseerd en worden de stallen gesloopt op de locatie Peelstraat 44. De exacte effecten van de sloop-, bouw- en gebruiksfase op de Natura2000- gebieden is berekend middels AERIUS Calculator. Sloopfase In het kader van de voorgenomen ontwikkeling worden de opstallen behorende bij het agrarische bedrijf gesaneerd. Bij de sloop wordt gebruikt gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden van en naar de locatie verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend.

200 100 200

55 50 60

31,35 14,02 33,09

Draaiuren

Liters diesel per uur*

Diesel Diesel Diesel

AdBlue (7%)

Belasting (%)

2014 2015 2014

Liters per jaar

Vermogen (kW)

Laadschop Mobiele hijskraan Graafmachine

Brandstof

Werktuig

Bouwjaar

Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de sloop van een gebouwen. De overige werkzaamheden worden uitgevoerd door elektrisch aangedreven machines, zoals een elektrische hoogwerker. Elektrisch aangedreven machines hebben geen uitstoot NOx.

1254 560,8 529,4

87 39 37

40 40 16

Ten tijde van de sloopfase vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. Dagelijks zal personeel (bouwvakkers) de bouwlocatie bezoeken om bouwwerkzaamheden aldaar te verrichten. Er is uitgegaan van 2 bedrijfsbusjes per etmaal. Naar de locatie rijden ook diverse vrachtauto’s voor het aan- en afvoeren van materialen. Er wordt uitgegaan dat op de drukste dag 2 vrachtwagens aanwezig zijn. Conform de handreiking koude start van BIJ12, is er sprake van een koude start als een voertuig langer dan 2 uur heeft stilgestaan. Voor wat betreft het midden -zwaar verkeer is het aannemelijk dat deze materialen komen leveren en daarna 9

Nader onderzoek – rugstreeppad, BrabantEco (kenmerk: 2025-BE-1163)

40

weer vertrekken. Er is derhalve enkele sprake van koude starts bij licht verkeer, en dat is op het moment van vertrek aan het einde van de dag. Derhalve wordt er uitgegaan van 2 koude starts, afkomstig van het personeel, per etmaal. De sloopfase leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden. Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief. Bouwfase Het voornemen bestaat om 16 nieuwe woningen te realiseren, 14 als woningbouwontwikkeling op de hoek PeelstraatKampweg, en 2 aan de Kampweg achter de voormalige agrarische bedrijfslocatie. Tijdens de bouwfase wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof, deze emissie is berekend.

200 100 200

50 50 60

27,78 14,02 33,09

* Op basis van de Emissiefactoren NOx en NH3 uitstoot mobiele machines van de TNO

3333,6 4486,4 3970,8

Draaiuren

Liters diesel per uur*

Diesel Diesel Diesel

Ad Blue (7%)

Belasting (%)

2014 2015 2014

Liters per jaar

Vermogen (kW)

Betonpomp Mobiele hijskraan Graafmachine

Brandstof

Werktuig

Bouwjaar

Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de aanpak van de openbare ruimte en de realisatie van de woning.

233 314 277

120 320 120

Ten tijde van bouw vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. Dagelijks zal personeel (bouwvakkers) de bouwlocatie bezoeken om bouwwerkzaamheden aldaar te verrichten. Daarnaast kunnen ook nog overige bezoekers naar de locatie komen. Er is uitgegaan van 4 bedrijfsbusjes per etmaal. Naar de locatie rijden ook diverse vrachtauto’s voor het aan- en afvoeren van materialen. Er wordt uitgegaan dat op de drukste dag 2 vrachtwagens aanwezig zijn. Gezien de ligging van het plangebied is het aannemelijk dat verkeer vanaf Steenstraat opgaat in het heersende verkeer. Conform de handreiking koude start van BIJ12, is er sprake van een koude start als een voertuig langer dan 2 uur heeft stilgestaan. Voor wat betreft het midden -zwaar verkeer is het aannemelijk dat deze materialen komen leveren en daarna weer vertrekken. Er is derhalve enkele sprake van koude starts bij licht verkeer, en dat is op het moment van vertrek aan het einde van de dag. Derhalve wordt er uitgegaan van 4 koude starts per etmaal. De bouwfase leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden. Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief.

Gebruiksfase Sinds 1 juli 2018 krijgen nieuwe bouwwerken geen gasaansluiting meer, derhalve vindt de uitstoot van stikstof in het geval van de nieuwe woning uitsluitend plaats door verkeer van en naar de locatie. Uitgaande van een worst-case benadering genereert het initiatief dagelijks 123,4 verkeersbewegingen (zie paragaaf 5.13.1 voor een nadere motivering.

41

Sinds oktober 2024 dienen ook koude starts opgenomen te worden in de AERIUS berekening. Conform de handreiking koude start van BIJ12, worden de koude starts per woning op 2 per dag geschat. Derhalve wordt er uitgegaan van 28 koude starts per dag. Koude start vindt plaats in de eerste 10 tot 30 seconden na het starten van de auto, onderzoek wijst uit dat voertuigen dan nog niet of nauwelijks van hun startlocatie zijn vertrokken. De emissie van de koude start zal dan ook hoofdzakelijk plaatsvinden rondom de startlocatie van het voertuigen en niet op wegen met doorgaand verkeer, derhalve wordt deze bron uitsluitend op de oprit geprojecteerd. Dit leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000gebieden. Het initiatief leidt derhalve niet tot extra verzuring of vermesting in Natura2000-gebieden. 5.11.3 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter)nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit.

Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Het Natuurnetwerk Nederland is veelal weer opgedeeld in provinciale natuurgebieden. Conclusie Het plangebied is niet gelegen op gronden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland.

5.12 Archeologie, cultuurhistorie en landschap De wet- en regelgeving rondom cultureel erfgoed en archeologie is vastgelegd in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het fundament voor de bescherming van rijksmonumenten, oftewel het culture erfgoed. In de Erfgoedwet staan de regels met betrekking op het roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten en in de Omgevingswet staan de regels met betrekking tot het aanwijzen van ruimtelijke cultureel erfgoed, zoals stads- en dorpsgezichten en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving. Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl geeft aan dat in het omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een omgevingsplan in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening moet worden gehouden met de in artikel 5.130 Bkl genoemde beginselen. 5.12.1 Archeologie De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek.

Dit kan de gemeente doen om archeologische monumenten in de bodem te beschermen of ze deskundig te laten opgraven. Gedurende de overgangsfase zijn de regels omtrent het aspect archeologie nog niet opgenomen in het Omgevingsplan. Deze zijn opgenomen in het gemeentelijke archeologiebeleid, op termijn worden deze regels opgenomen in het Omgevingsplan. Ook zijn er in de bruidsschat enkele bepalingen opgenomen over de aanvraagvereisten bij het slopen van bouwwerken in een gemeentelijke of rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht. 42

De gemeente Peel en Maas heeft voor haar grondgebied een archeologische beleidsadvieskaart ontwikkeld. Conform deze advieskaart is het plangebied gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Conform het omgevingsplan is aan het plangebied dan ook de aanduiding ‘Waarde – Archeologie 4’ toegekend. Binnen de nevenfunctie ‘Waarde – Archeologie 4’ zijn de volgende ondergrenzen gesteld wanneer archeologisch onderzoek dient plaats te vinden: 40 cm diepte en 250 m² oppervlakte. Een bodemingreep waarbij de bodem niet dieper dan 40 cm geroerd wordt is toegestaan. Een bodemingreep waarbij de bodem wel dieper dan 40 cm geroerd dient van tevoren onderzocht te worden op archeologische waarden indien de te verstoren oppervlakte meer dan 250 m² bedraagt. Woningbouwlocatie De ondergrenzen worden overschreden, derhalve is een archeologisch onderzoek10 uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat mogelijk archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Als de graafwerkzaamheden minder diep van 65 cm -mv zullen rijken, dient er volgens RAAP geen archeologisch vervolgonderzoek te gebeuren (maximale verstoringsdiepte van 33,55 m +NAP; 33,80 m +NAP voor de oostelijke uitloper van het plangebied op de dekzandrug).

Hierbij is rekening gehouden met een buffer van 15 cm die het archeologisch niveau beschermt. Een proefsleuvenonderzoek is de beste methode hiervoor. Agrarische locatie De ondergrenzen worden overschreden, derhalve is een archeologisch onderzoek11 uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan concluderend gesteld worden dat de kans op het aantreffen van archeologische resten uit de periode neolithicum – vroege middeleeuwen – aanwezig is. Derhalve wordt een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. 5.12.2 Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. In het Bkl zijn instructieregels opgenomen omtrent het beschermen en behouden van cultureel erfgoed. Deze gaan over: ▪ Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; ▪ Verplaatsing van beschermde monumenten; ▪ Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; ▪ Aantasting van de omgeving van een beschermd document; ▪ Aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; ▪ Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. De gemeente Limburg heeft de cultuurhistorisch waardevolle objecten opgenomen in de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’.

Het is van belang dat ruimtelijke ontwikkelingen geen negatieve invloed hebben op omliggende of nabijgelegen cultuurhistorisch waardevolle objecten. Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart zijn een nabij het plangebied geen waardevolle objecten gelegen. Het aspect cultuurhistorisch vormt dan ook geen belemmering in het kader onderhavige ontwikkeling.

5.13 Verkeer en parkeren

10 11

Archeologisch onderzoek, RAAP (kenmerk: BERP) Archeologisch onderzoek, AERES (kenmerk: 24513)

43

Het realiseren of toevoegen van functies zal zorgen voor een verandering in de verkeersstromen. Er dient daarom te worden aangetoond dat met het initiatief de verkeersveiligheid niet in het gedrang komt en er voldaan wordt aan voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 5.13.1 Verkeer De woningen zullen, behoudens de woningen aan de Kampweg, worden ontsloten via de Peelstraat. Vanuit hier kan het verkeer zich in diverse richtingen haar weg vervolgen. Gesteld kan worden dat de locatie op een goede manier in alle richtingen worden ontsloten. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 744 ‘parkeercijfers – basis voor parkeernormering’. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: ▪ Functie: o koop, huis, vrijstaand; o koop, huis, twee-onder-een-kap/geschakeld; o koop, huis, tussen/hoek; ▪ Gebiedstype: rest bebouwde kom in weinig stedelijk gebied. Type

Aantal

Vrijstaande woningen Twee-onder-een-kap Tussen/hoek woningen Woningen Kampweg

3 6 4 2

Norm Minimaal 7,8 7,4 7,0 7,8

Maximaal 8,6 8,2 7,8 8,6 Totaal

Totaal (worst-case benadering) 25,8 49,2 31,2 17.2 123,4

Uitgaande van een worst-case benadering genereert het initiatief dagelijks 123,4 verkeersbewegingen. Vanwege het karakter van het initiatief wordt verondersteld dat de voertuigen van en naar de locatie lichte voertuigen betreffen (personenauto’s). Gezien het profiel van de omliggende wegen zal deze geringe toename van het aantal verkeersbewegingen goed verwerkt kunnen worden. 5.13.2 Parkeren Om de nieuw parkeerbehoefte te berekenen is gebruik gemaakt van de parkeernormen van Peel en Maas. De gemeente heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2018’. Conform de gemeentelijke parkeernormen geldt per woning (gelegen in rest bebouwde kom) een parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. Woningbouwlocatie Om de parkeerbehoefte te berekenen is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 744, onderstaande gegevens zoals door de gemeente aangeleverd. Woningtype Vrijstaande woningen Geschakelde woningen Sociale huurwoningen Levensloopbestendige woningen Bezoekers

Aantal 3 2 5 4 14

44

Norm 2,0 1,9 1,1 1,9 0,2

Totaal 6,0 3,8 5,5 7,9 2,8 26

Binnen de woningbouwlocatie worden 26 parkeerplaatsen gerealiseerd. Er wordt derhalve voldaan aan de gestelde parkeernormen. Agrarische bedrijfslocatie De nieuw te realiseren woningen aan de Kampweg zullen voorzien worden van twee parkeerplaatsen op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde parkeerbehoefte.

5.14 Gezondheid Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (Ow) is een gezonde fysieke leefomgeving (artikel 1:3 Ow). In artikel 2.1 lid 4 Ow is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen. Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. De GGD kan hierbij adviseren. Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. Deze aspecten zijn in voorgaande paragrafen reeds gemotiveerd. 5.14.1 Endotoxinen Het RIVM doet onderzoeken naar de effecten van veehouderijen op de gezondheid van omwonenden, veehouders, de gezinnen van veehouders en mensen die op de veehouderij werken. Dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden zoals Q-koorts of Salmonella. Daarnaast kunnen fijnstof en endotoxinen (celwandbestanddelen van bepaalde bacteriën) gezondheidsproblemen veroorzaken.

Ook kan het voorkomen dat mensen hinder ondervinden van de stank die afkomstig is van de mest uit de veehouderijen. In 2016 zijn de resultaten gepubliceerd van het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO). In dit onderzoek is gekeken naar de gezondheidseffecten bij omwonenden van ziekteverwekkers en luchtverontreiniging afkomstig van veehouderijen. In 2017 is er een tweede rapport ‘Veehouderij en gezondheid omwonenden – aanvullende studies’ gepubliceerd. Daarin zijn nieuwe analyses gedaan om de eerdere resultaten nog eens extra bevestigd te krijgen. Uit onderzoeken is aangetoond dat omwonenden rondom veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie afkomstig van veehouderijen. Aan de hand van het ‘Endotoxinen toetsingskader 1.0’ kan een afstandscontour worden berekend rondom veehouderijen, waarbinnen sprake is van een overschrijding van de norm van de Gezondheidsraad (30 EU/m3) en dus sprake kan zijn van verhoogde gezondheidsrisico’s. In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen op een ruime afstand, de dichtstbijzijnde varkens- of pluimveehouderij is zelfs gelegen op minimaal 1.800 meter afstand.

Gesteld kan worden dat de afstand tussen het plangebied en de veehouderijen voldoende is om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen op het gebied van volksgezondheid. 5.14.2 Geitenhouderij Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) komt naar voren dat omwonenden van intensieve veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen. Zo lopen omwonenden van voornamelijk pluimveehouderijen en geitenhouderijen meer risico op het krijgen van longontstekingen. Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer 45

tot een geitenhouderij. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogd aantal gevallen longontsteking voordoet. Binnen een afstand van 2 km van het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van geitenhouderijen. Er is derhalve geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. 5.14.3 Spuitzones Bij het mogelijk maken van een nieuwe voor drift gevoelige functie in de nabijheid van functies, die het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet uitsluitend, is aandacht voor spuitzones nodig. Dit in verband met de risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Voor wat betreft het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van Etfal (een evenwichtige toedeling van functies aan locaties) een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd.

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is (uitspraak van 27 mei 2015 in zaak nr. 201410309/1/R6). Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag, mensen verblijven en samenkomen. Woningen met bijbehorende tuinen worden als zodanig aangemerkt. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de teler niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de omwonende. Beoordeling woningbouwontwikkeling Nelisveld Rondom het plangebied bevinden zich geen (fruitboom)gaarden. Wel bevinden zich rondom het plangebied agrarische percelen. Zoals gezegd wordt op deze landbouwpercelen geen (fruit)boomgaard geëxploiteerd. Het is ook niet waarschijnlijk dat in de directe omgeving (fruit)boomgaarden worden opgericht. Wel zijn er diverse landbouwpercelen rondom de locaties gelegen, deze hebben eenzelfde functie, te weten ‘Agrarisch’ en kunnen worden gebruikt voor het telen van gewassen. Bij de teelt van gewassen kunnen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

Deze kunnen een negatief effect hebben op de gezondheid van mensen die langdurig in de omgeving verblijven. Alle percelen binnen 50 meter van de woonfuncties worden voorzien van een spuitvrije zone. Hiermee wordt uitgesloten dat op de gronden, binnen de spuitvrije zone, gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden. Beoordeling omzetting agrarisch bedrijf en toevoegen 2 woningen Rondom de locatie van de te saneren agrarische bedrijfslocatie en de twee nieuwe woningen zijn agrarische percelen gelegen. Deze percelen zijn voor deze onderbouwing het best op te splitsen in de percelen aan de noordelijke en noordwestelijke zijde van de Kampweg en de percelen aan de zuidkant van de Kampweg. De percelen aan de noordelijke en noordwestelijke zijde grenzen direct aan de nieuwe woningen en worden voorzien van een spuitvrije zone. Hiermee wordt uitgesloten dat op de gronden, binnen de spuitvrije zone, gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden. Aan de zuidkant van de Kampweg zijn twee percelen gelegen binnen een straal van 50 meter van de nieuwe woningen. Het betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Helden, sectie H nummer 3227 en 564.

46

Het perceel met nummer 3227 betreft een agrarisch perceel met een smalle uitloop van minder dan 25 meter in de richting van de Kampweg. Deze uitloop ligt ingeklemd tussen de woningen aan de Kampweg 27 en 27a. Sinds de bouw van de woning aan de Kampweg 27a in 2019-2020 is dit agrarisch perceel bovendien niet meer in gebruik geweest ten behoeve van de teelt van gewassen. Gelet op het voorgaande is het onrealistisch dat deze uitloop nog gebruikt zal worden ten behoeve van de teelt van gewassen. In het geval er toch teelt zou plaatsvinden en er gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zouden worden dan zouden deze gelet op de afstand met name van invloed zijn op de voortuinen van de nieuwe woningen. Het is niet waarschijnlijk dat mensen langdurig in de voortuinen zullen verblijven. Om te zorgen voor een goed binnenklimaat in de woning kan een koolstoffilter worden geplaatst aan de nieuwe woning. Gelet op het feitelijk gebruik, de reële gebruiksmogelijkheden en de oriëntatie en situering van de nieuwe woningen is uitgesloten dat de agrarische bestemming op het perceel met nummer 3227 kan leiden tot gezondheidsrisico’s in het plangebied. Het perceel met nummer 3227 betreft een agrarisch perceel dat ingeklemd is tussen het agrarisch bedrijf aan de Kampweg 29 en de in 2019-2020 gebouwde woning aan de Kampweg 27a.

Het perceel is omheind en sinds 2018 niet meer in gebruik voor de teelt van gewassen. Het perceel is grotendeels in gebruik als erf bij de bedrijfslocatie aan de Kampweg 29. Gelet op de vorm en grootte van het perceel is agrarisch gebruik onwaarschijnlijk. Gelet op de situering van het perceel ligt alleen de meest westelijk geplande woning in de straal van 50 meter van dit perceel. Deze woning wordt landschappelijk ingepast. Onderdeel van deze landschappelijke inpassing is een haag welke duurzaam in stand gehouden zal worden. Ook hier geldt dat om te zorgen voor een goed binnenklimaat in de woning een koolstoffilter kan worden geplaatst aan de nieuwe woning. Gelet op het feitelijk gebruik, de reële gebruiksmogelijkheden en de oriëntatie en situering van de nieuwe woningen is uitgesloten dat de agrarische bestemming op het perceel met nummer 564 leidt tot gezondheidsrisico’s in het plangebied. Gebruiksmogelijkheden agrarische percelen Naast het feit dat er geen nadelige effecten mogen optreden voor de gezondheid van omwonenden mag woningbouw niet leiden tot belemmeringen van de gebruiksmogelijkheden van het perceel. Zoals eerder aangegeven worden de percelen kadastraal bekend gemeente Helden, sectie H nummer 3227 en 564 ingeklemd door bestaande woonbestemmingen. De nieuwe woningen en woonbestemmingen liggen op een grotere afstand dan de bestaande woningen.

Het plan leidt daarom niet tot aanvullende belemmeringen voor de gebruiksmogelijkheden van de percelen. Conclusie Gelet op het voorgaande vormt het aspect spuitzones geen belemmering voor het plan. De gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden worden door de ontwikkeling niet beperkt en er treden geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de omwonende.

5.15 Niet-gesprongen explosieven Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Peel & Maas heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosieven onderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Peel & Maas adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijde de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

47

6 UITVOERBAARHEID

6.1

Financieel - economische uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Met deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan, in de vorm van een TAM-omgevingsplan, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en de toegedachte functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan in het verlengde daarvan aangenomen worden dat realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegedachte functies om financiële redenen op langere termijn niet zullen worden gerealiseerd. Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaalsplichtige activiteiten als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, (hierna "een aangewezen bouwactiviteit"). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte dan wel, of in combinatie met, een anterieure overeenkomst, cofinanciering, subsidies, gemeentelijk krediet de kosten die het vanwege artikel 8.15 Ob maakt anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt/is verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Ob.

Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Voor de gemeente Peel & Maas is dit uitgewerkt in de Verordening nadeelcompensatie Peel & Maas 2024.

6.2

Juridische aspecten

6.2.1 Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn alle bestemmingsplannen opgegaan in één gemeentelijk ‘Omgevingsplan van rechtswege’ oftewel het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan bestaat verder uit de Bruidsschat en een aantal gemeentelijke verordeningen. De Bruisschat betreft een aantal regels die van het rijk zijn overgegaan naar de gemeente. Deze regels zijn geland in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente. Het gaat onder andere om regels over bouwwerken en over milieubelastende activiteiten. Het omgevingsplan van rechtswege kan door de gemeente gewijzigd worden. De voorliggende wijziging beperkt zicht tot een locatiegericht deel van het omgevingsplan.

48

6.2.2 Wijziging omgevingsplan van rechtswege Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt gemotiveerd om welke redenen het omgevingsplan wordt gewijzigd. De voorliggende motivering betreft het eerste deel. Het tweede deel van het besluit bestaat uit de regels die deel gaan uitmaken van het omgevingsplan. Hierin wordt aangegeven op welke wijze de regels van het omgevingsplan worden aangepast. Aangegeven wordt welke regels worden toegevoegd, gewijzigd, verwijderd of vervangen door andere regels. Verder wordt, als onderdeel van de regels, door coördinaten vastgelegd voor welke locatie(s) de regels gaan gelden. Dit wordt ook wel het werkingsgebied genoemd. Het derde deel van het vaststellingsbesluit bestaat uit aanpassingen die worden aangebracht in de geconsolideerde motivering die bij het omgevingsplan wordt gegeven.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3.1 Participatie In het kader van onderhavig planvoornemen heeft initiatiefnemer de buurtbewoners uitgenodigd voor een buurtdialoog. Verslagen hiervan zijn bijgevoegd als bijlagen. 6.3.2 Vooroverleg In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is het plan zowel regionaal als provinciaal voorgelegd. Op 17 februari 2025 is het plan regionaal akkoord bevonden. De provincie heeft op 14 maart 2025, per brief, in het kader van wettelijk vooroverleg aangegeven geen aanleiding te zien tot het maken van opmerkingen. 6.3.3 Zienswijzen Het ontwerp tam-omgevingsplan heeft van 28 november 2025 tot en met 8 januari 2026 voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerp tam-omgevingsplan geen zienswijzen ingediend.

49

7

PROCEDURE

De gemeente heeft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan met de regels voor activiteiten voor de leefomgeving. Om dit 'omgevingsplan van rechtswege' te wijzigen, volgt de gemeente een vaste juridische procedure. De procedurebepalingen staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht. De van toepassing zijnde openbare voorbereidingsprocedure staat in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Onderhavig planvoornemen voorziet in een TAM-omgevingsplan, dit is een tijdelijke alternatieve maatregel die middels voorgaande regelgeving gepubliceerd kan worden. De procedure is in te delen in 3 procedurestappen: ▪ Vóór het ontwerp-omgevingsplan De gemeente maakt bekend dat ze het omgevingsplan gaat wijzigen en stelt eventueel een milieueffectrapport op. De gemeente geeft in het digitale gemeenteblad kennis van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen (artikel 3:12, Awb). In de kennisgeving staat onder andere hoe de gemeenteraad burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding gaat betrekken. Dit heet participatie (artikelen 16.29, Ow, en 10.2, lid 1, Ob.). ▪ Ontwerp-omgevingsplan De gemeente geeft kennis van het ontwerp-omgevingsplan.

De gemeente plaatst het ontwerpbesluit integraal in het digitale gemeenteblad (artikel 10.3c, Ob) en legt het ontwerp-omgevingsplan en de bijbehorende stukken 6 weken ter inzage (artikel 3:11, Awb). Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen inbrengen. Als er tijdens de termijn van 6 weken geen zienswijzen op het ontwerpbesluit zijn gekomen, dan: doet de gemeente hiervan zo spoedig mogelijk mededeling in het elektronische gemeenteblad, en neemt de gemeente het besluit binnen 4 weken nadat de termijn voor zienswijzen is verstreken (artikel 3:18, lid 4, Awb). ▪ Vaststellen omgevingsplan De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. De gemeente maakt het besluit bekend door het te publiceren in het elektronische gemeenteblad. Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen. Tegen het besluit tot het wijzigen van een omgevingsplan kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=a09f7ba2-0e25-422e-86ac-3c284eaede4e