CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-020 03 Motivering

Raad 10 maart 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “TAM-IMRO omgevingsplan Veldsehuizen 39 Maasbree”, wijzigen naar Wonen met opslag (2026-020)18.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Specifieke aanduiding- vrijkomende agrarische bebouwing Bij vrijkomende agrarische bebouwing gaat het om beleid dat mogelijkheden biedt voor hergebruik van bestaande bebouwing voor een (niet) agrarische functie of burgerwoning of het bouwen van een nieuw gebouw indien oude bebouwing wordt gesloopt. Dit beleid is een uitwerking van de randvoorwaarden uit het provinciale beleid 'Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling Limburg'. Op grond van dit beleid is hergebruik en vervangende bouw alleen onder voorwaarden mogelijk en als daarmee een win-win sitautie voor zowel de eigenaar als het gebied wordt bereikt. Vervangende nieuwbouw mag te allen tijde minder zijn dan de bestaande, maar dient wel van hogere kwaliteit te zijn. In het TAM-Omgevingsplan is dit beleid uitgewerkt in de vorm van een sloopbonusregeling welke afkomstig is

56

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

uit het 'Bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas'. Deze regeling houdt in dat 2/3 van de te sloopen bijbehorende bouwwerken teruggebouw mag worden met een maximale inhoud van 1.500 m3 . Ter illustratie: als één van de drie bijbehorende bouwwerken met een huidige inhoud van bijvoorbeeld 3.000 m3 gesloopt wordt toch 1.500 m3 van dat te slopen gebouw teruggebouwd mag worden (3.000 * 2/3 = 2.000 m3 ; dat is meer dan 1.500 m3 dus maximaal 1.500 m3 van dat gesloopte gebouw terugbouwen). Dit terwijl op dat moment nog twee andere bijbehorende bouwwerken met een inhoud van een veelvoud van 1.500 m3 op het perceel aanwezig zijn. Dit is in het plan verankerd middels de opgenomen sloop-bonus regeling. Indien men na vervangende nieuwbouw van 1.500 m3 een ander bijbehorende bouwwerken gaat slopen, mag van dit later gesloopte bijbehorende bouwwerken niets teruggebouwd worden. Aan vorenstaande regeling komt met toe bij wijzigingen die niet onder het bouwovergangsrecht vallen. Bouwovergangsrecht Het bouwovergangsrecht is van toepassing als een legaal bouwwerk (gedeeltelijk) teniet is gegaan door een calamiteit of als sprake is van het gedeeltelijk veranderen of vernieuwen van een legaal bouwwerk. Bij het 'gedeeltijk veranderen of vernieuwen' gaat het om werkzaamheden die aangemerkt kunnen worden als (groot) onderhoud waarvoor een omgevingsvergunning nodig is voor de activiteit bouwen.

Een constructieve wijziging van een bouwwerk is niet toegestaan onder het bouwovergangsrecht. Hetzelfde geldt voor het wijzigen van de functie ten tijde van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan. Van een constructieve wijziging is altijd sprake indien het gaat om het vervangen van een gevel. Daarnaast kan het vervangen van bestaande constructieonderdelen zoals spanten en/of gordingen gezien worden als een constructieve wijziging (bijvoorbeeld rechtbank Limburg 11 juli 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:4217). Bij een concreet plan dient altijd in overleg met de afdeling vergunningen, toezicht, handhaving en veiligheid (VTHV) van de gemeente Peel en Maas bekeken te worden of sprake is van een constructieve wijziging. Naast een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor bouwwerken kan, onder de Omgevingswet, ook een omgevingsvergunning voor een bouwtechnische activiteit nodig zijn. Als in dit geval een bouwwerk een hoogte heeft van meer dan 5 meter dan geldt een vergunningplicht voor een bouwtechnische activiteit. De vergunningplicht geldt ongeacht de noodzaak (bijvoorbeeld vanwege slechte staat van onderhoud van een bouwwerk) tot het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden. Bij (vergunningvrij) regulier onderhoud gaat het om werkzaamheden die gericht zijn op het behouden van wet er is. Hierbij geldt het criterium: het gelijk blijven van het uiterlijk.

Met andere woorden, de vormgeving moet gelijk blijven. Belangrijk hierbij is dat de functie van het bouwwerk niet mag veranderen, waarbij het niet belangrijk is of de functie wel of niet is toegestaan op grond van het plan. 7.1.3.2 Waarde - Archeologie 4 De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomenden functie(s) mede bedoeld voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met ene hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor gebieden met de functie 'Waarde - Archeologie 4' geldt een bouwverbod, met uitzondering van het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken waarbij de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van minder dan 250 m2 of minder diep reikt dan 40 cm, voor bouwwerken ten behoeve van archeologisch onderzoek en bouwwerken waarvoor reeds een vergunning is verleend. Onder voorwaarden is het mogelijk van de bouwregels af te wijken. Ook is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor wat betreft het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

57

7.2

Procedure

Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging van het (tijdelijk deel van) een Omgevingsplan ingevolge artikel 16.30 Omgevingswet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb van toepassing. De te doorlopen zieet er grofweg als volgt uit: 1.

Voorbereiding: de gemeente geeft op de daartoe voorgeschreven wijze kennis van het voornemen om het Omgevingsplan te wijzigen en geeft aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken worden

2.

Ontwerp: de gemeente geeft op de daartoe voorgeschreven wijze kennis van de terinzagelegging van het ontwerp-TAM-Omgevingsplan, zodat iedereen gedurende een termijn van 6 weken dat het ontwerp-TAM-Omgevingsplan ter inzage ligt een zienswijze (schriftelijk of mondeling) kan indienen.

3.

Vaststelling: de gemeente stelt het (gewijzigde) TAM-Omgevingsplan vast en geeft daarbij aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken, wat de resultaten daarvan zijn en hoe invulling is gegeven aan het geldende betrokken, wat de resultaten daarvan zijn en hoe invulling is gegeven aan het geldende participatiebeleid. Het besluit tot vastsstelling van het gewijzigde TAM-Omgevingsplan wordt op de daartoe voorgeschreven wijze bekendgemaakt, en tegelijkertijd wordt kennisgegeven van de terinzagelegging van dit besluit.

4.

Inwerkingtreding: het gewijzigde Omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit op de daartoe voorgeschreven wijze bekend heeft gemaakt.

5.

Beroep: tegen het besluit tot wijziging van het Omgevingsplan staat beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het ontwerp-TAM-Omgevingsplan heeft ter inzage gelegen van 20 november 2025 tot en met 31 december 2025. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het TAM-Omgevingsplan wordt vastgesteld in raadsvergadering van 10 maart 2026.

58

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=328a855d-e79f-4cd2-90a2-1b61a737b28f