CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-020 03 Motivering

Raad 10 maart 2026, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “TAM-IMRO omgevingsplan Veldsehuizen 39 Maasbree”, wijzigen naar Wonen met opslag (2026-020)18.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree Motivering Gemeente Peel en Maas

Projectgegevens: Projectnummer: Datum:

M222713 10 maart 2026

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree Motivering Gemeente Peel en Maas

IDN-nummer:

NL.IMRO.1894.TAMOPH22Z-VG01

Status:

vastgesteld

Vestiging Baexem Kerkstraat 2 6095 BE BAEXEM 0475 - 45 92 60

Vestiging Ubachsberg Kerkstraat 4 6367 JE VOERENDAAL 045 - 575 32 55

info@aelmans.com www.aelmans.com Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 14091320. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

Hoofdstuk 2 Plangebied en planbeschrijving

7

2.1 2.2 2.3

7 8 11

Planbeschrijving Bestaande situatie Beoogde planontwikkeling

Hoofdstuk 3 Planologisch-juridische situatie

13

3.1 3.2

13 15

Bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas' Parapluplan Parkeernota Peel en Maas

Hoofdstuk 4 Beleid en regelgeving

17

4.1 4.2 4.3

17 19 22

Rijksbeleid en regelgeving Provinciaal beleid en regelgeving Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving

27

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13

27 31 32 34 35 35 36 38 40 42 44 47 49

Beschermen van de gezondheid Geluid door activiteiten Kwaliteit van de buitenlucht Geur Bodemkwaliteit Wegen, verkeer en parkeren Externe veiligheid Natuur Water en watersystemen Cultureel erfgoed Bedrijven- en milieuzonering M.e.r.-beoordeling Duurzaamheid, klimaat(adaptie)

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

51

6.1 6.2

Participatie en omgevingsdialoog Financiële uitvoerbaarheid

51 52

Hoofdstuk 7 Artikelsgewijze toelichting

55

7.1 7.2

55 58

TAM-Omgevingsplan Procedure

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

3

Bijlagen Bijlage 1

Brief principestandpunt college d.d. 20 maart 2025

Bijlage 2

Bouwtekening bestaande situatie

Bijlage 3

LIP Veldsehuizen 39 te Maasbree (d.d. 6 december 2023)

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting, Aelmans ROM BV (d.d. 06-07-2023)

Bijlage 5

Rapportage Verkennend Bodemonderzoek, Milieutechnisch Adviesbureau Heel B.V. (d.d. 13 juni 2025)

Motivering

4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Hoofdstuk 1

Inleiding

Op de locatie Veldsehuizen 39 te (5993 PK) Maasbree was tot voor kort een klein grondgebonden agrarisch bedrijf aanwezig. Een groot areaal grond wordt verkocht waardoor er geen sprake meer is van een volwaardig agrarisch bedrijf ter plaatse. De bestaande bedrijfswoning wordt op korte termijn gesloopt, waarna een nieuwe bedrijfswoning wordt teruggebouwd. Hiervoor is een vergunning verleend op 16 januari 2024 (Z2023-00000896). Voorliggend voornemen voorziet, nu geen sprake meer is van een volwaardig agrarisch bedrijf, in het wijzigen van de functie van de locatie aan de Veldsehuizen 39 van 'Agrarisch - Grondgebonden' naar 'Wonen'.

Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied Het gebruik van de bedrijfswoning ten behoeve van regulier wonen is op grond van het geldende Omgevingsplan niet rechtstreeks toegestaan. Dientengevolge is de wens van initiatiefnemer om de functie van de locatie te wijzigen naar 'Wonen'. De gemeente Peel en Maas heeft middels een principebesluit (zie Bijlage 1 Brief principestandpunt college d.d. 20 maart 2025) kenbaar gemaakt principemedewerking te willen verlenen aan het voornemen. Realisatie van onderhavig voornemen is alleen mogelijk middels een wijziging van het Omgevingsplan. Aan de hand van voorliggende Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) wordt bij het bevoegd gezag een wijzigingsbesluit verzocht via de IMRO-standaard. Dit TAM-Omgevingsplan dient als wijzigingsbesluit via de technieken van IMRO.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

5

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Hoofdstuk 2

Plangebied en planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt het plangebied, de bestaande situatie en de nieuwe situatie beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten van het plan.

2.1

Planbeschrijving

Onderhavig plangebied is gelegen aan de Veldsehuizen 39 te (5993 PK) Maasbree. Dit plangebied ligt aan een landelijke weg in het buitengebied van Maasbree in de nabijheid van industrieterrein De Schor. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich als een agrarisch gebied.

Luchtofoto met aanduiding plangebied (rood omlijnd) Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Maasbree - sectie G - perceelsnummers 4048, 4764, 4763 (ged.), 4731 (ged.) en 4728 (ged.) en sectie R, perceelsnummers 335 (ged.), 356 (ged.) en 339 (ged.).

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

7

Uitsnede kadastrale kaart met aanduiding plangebied

2.2

Bestaande situatie

In de bestaande, vergunde, situatie is ter plekke van het plangebied sprake van een kleinschalig agrarisch bedrijf. In de huidige bedrijfswoning is, naast de woonverblijven voor de eigenaren, een mantelzorgwoning aanwezig. Op het plangebied is tevens een schuur van circa 83 m² met daarnaast een (te slopen) bijgebouw van circa 18,3 m² aanwezig. Achter de woning staat een werkplaats voor agrarische doeleinden met een oppervlakte van circa 80,5 m². Aan de rechterzijde van deze werkplaats is een overdekt terras en fietsenberging gelegen. In het noordelijke deel van het plangebied bevindt zicht een loods welke wordt gebruik voor de opslag van aardappelen. Deze loods heeft een oppervlakte van circa 475 m². Deze aardappelloods wordt één keer per jaar gevuld met aardappelen. Dit gebeurt in de herfst in een tijdsbestek van twee weken gedurende reguliere uren. In de winter/het voorjaar wordt de loods leeggereden (afvoer aardappelen naar verwerkers) in circa 11 dagen, waarbij uitgegaan is van het laden van vijf vrachtwagens per dag gedurende reguliere uren. Onderstaande situatietekening geeft een visualisatie van de bestaande situatie. Deze tekening is ook bijgevoegd als Bijlage 2.

8

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Situatietekening bestaande situatie

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

9

Uitsnede landschappelijk inpassingsplan d.d. 6 december 2023 Verder is op het terrein een grote diversiteit aan groen aanwezig, zoals blijkt uit bovenstaande uitsnede uit het Landschappelijk Inpassingsplan. De landschappelijke inpassing is opgenomen als Bijlage 3. Zo worden op het perceel, naast bomen in de nabijheid van de werkplaats en open schuur, een infiltratiepoel en een vogelbos aangelegd. Op het oostelijke deel van het perceel is voorzien in een robuust grasland met bomen. Hierbij gaat het om een extensief kruiden- en faunarijk grasland. Ter afscherming van het perceel van de omgeving is een gemengde haag aanwezig aan de rechterzijde en voorzijde van het perceel.

10

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

2.3

Beoogde planontwikkeling

Binnen onderhavig plangebied is op termijn geen volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf meer aanwezig. Dit is het gevolg van de verkoop van landbouwgrond aan de gemeente voor de uitbreiding van industrieterrein de Schor. Deze verkoop vindt plaats op verzoek van de gemeente. Daar eerder een bedrijf in het plangebied aanwezig was, is sprake van een bedrijfswoning. Het gebruik van deze bedrijfswoning als burgerwoning met tuin is juridisch-planologisch niet toegestaan. Het voornemen is om de feitelijke gebruikssituatie van deze voormalige agrarische bedrijfswoning met buitenruimte planologisch-juridisch correct te regelen zodat de woning bewoond mag worden door een burger en de omliggende grond gebruikt mag worden als tuin. Dientengevolge is het voornemen om de functie van het plangebied te wijzingen naar 'Wonen'. De aardappelloods krijgt daarbij de aanduiding 'uitsluitend opslag van aardappelen', waardoor deze gebruikt kan blijven worden voor de opslag van aardappelen. Dit gebruik is een goede invulling daar hiervoor ruimte nodig is welke voorheen ook aanwezig was bij dit bedrijf. Het is wenselijk om voor dit gebruik de bestaande, in goede toestand verkerende (vrijgekomen agrarische) bebouwing te blijven gebruiken. Deze activiteit heeft naar de omgeving toe weinig invloed.

Tot slot worden aan de percelen rondom de voormalige agrarische bedrijfswoning een spuitvrije zone toegekend.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

11

12

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Hoofdstuk 3

Planologisch-juridische situatie

Ter plekke van het plangebied is het Omgevingsplan gemeente Peel en Maas (hierna: het Omgevingsplan) van toepassing. Dit Omgevingsplan is per 1 januari 2024 van kracht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle geldende ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, e.d.) onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Peel en Maas. Ter plekke van onderhavig plangebied zijn de volgende planologisch-juridisch relevante regels van toepassing.

3.1

Bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas'

Ter plaatse van onderhavig plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas', vastgesteld op 24 december 2014, van kracht. Op grond van dit bestemmingsplan geldt ter plekke de functie 'Agrarisch Grondgebonden' met daarin opgenomen een bouwvlak. Ter plekke van het plangebied gelden de gebiedsaanduidingen 'ontwikkelingszone bebouwingslinten', 'overige zone - kernrandzone' en 'reconstructiezone - verwevingsgebied'. Voorts heeft het perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'.

Uitsnede bestemmingsplankaart met aanduiding plangebied Op grond van het bestemmingsplan is de voor 'Agrarisch - Grondgebonden' aangewezen gronden, naast agrarisch bedrijfsmatig gebruik in de vorm van een grondgebonden bedrijf, tevens bestemd voor wonen in een bedrijfswoning (artikel 5.1 sub b). De definitie van een 'bedrijfswoning' zoals opgenomen in het bestemmingsplan luidt als volgt (artikel 1.34):

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

13

"een woning in of bij een bedrijfsgebouw of op dan wel bij een terrein, dienend voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen, wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is". Gelet hierop is ter plekke huisvesting van één huishouden in een bedrijfswoning enkel toegestaan indien huisvesting, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is. Bewoning van deze bedrijfswoning door een huishouden zonder noodzakelijk binding met een agrarisch bedrijf past niet (meer) binnen de definitie van een bedrijfswoning. In het bestemmingsplan is een wijzigingsmogelijkheid (artikel 56.5) opgenomen voor het omzetten van de bestemming 'Agrarisch - Grondgebonden' in de bestemming 'Wonen' als aan de voorwaarden uit dit artikel is voldaan. De belangrijkste voorwaarden zijn: 1.

ter plaatse geen sprake is van de aanduiding 'concentratiegebied glastuinbouw 1', 'concentratiegebied glastuinbouw 2', 'bedrijfswoning uitgesloten' of 'maximaal aantal wooneenheden 0'; ad.1: de aanduidingen 'concentratiegebied glastuinbouw 1', 'concentratiegebied glastuinbouw 2', 'bedrijfswoning uitgesloten' of 'maximaal aantal wooneenheden 0' zijn in het plangebied niet aanwezig. Aan bovenstaande voorwaarde wordt voldaan. 2. de woonfunctie is slechts toegestaan in de hoofdbebouwing; ad.2: de woonfunctie vindt plaats in de hoofdbebouwing aan de zuidzijde van het plangebied aan de Veldsehuizen 39 te Maasbree. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. 3. aangetoond wordt dat het huidige gebruik als agrarisch bedrijf niet meer mogelijk is; ad.3: voorliggend voornemen ziet op een functiewijziging van 'Agrarisch - Grondgebonden' naar 'Wonen' vanwege het feit dat de exploitatie van het agrarisch bedrijf op termijn niet meer mogelijk is, daar een groot gedeelte van het areaal grond aan de bedrijfsvoering wordt onttrokken. Hiermee is een volwaardig agrarisch bedrijf in het plangebied niet meer mogelijk. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. 4. het aantal woningen mag niet toenemen; ad.4: aan deze voorwaarde wordt voldaan; zie artikel 11.3.1 van de planregels. 5.

in voldoende mate voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing dan wel in een andere vorm van kwaliteitsverbeterende maatregelen; ad.5: in paragraaf 2.2 is het landschappelijk inpassingsplan van de verleende omgevingsvergunning voor de nieuwe bedrijfswoning reeds besproken. Dit landschappelijk inpassingsplan is ook als bijlage bij deze motivering gevoegd (zie Bijlage 3). Dit landschapelijk inpassingsplan is ook van toepassing op onderhavig voornemen. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. 6.

overtollige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt tenzij deze bebouwing valt onder de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'; ad.6: Ter plaatse van de bestaande bijbehorende bouwwerken (met uitzondering van het schuurtje dat wordt gesloopt) wordt een aanduiding opgenomen waar de sloopbonusregeling aan gekoppeld wordt. Deze sloopbonusregeling houdt in dat maximaal 2/3 van de te slopen bebouwing mag worden teruggebouwd met een maximuminhoud van 1500 m3 . Dientengevolge zal overtollige bedrijfsbebouwing op termijn verdwijnen en mag die niet worden teruggebouwd. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. 7.

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overlegd dat als bijlage bij de regels wordt opgenomen, waarin de lanschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie. De landschappelijke inpassing wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichtingen; ad.7: zie ad. 5 en artikel 11.6.4 van de planregels. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. 8.

14

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

a. b. c.

het woon- en leefklimaat; de milieusituatie; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden; d. gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing; ad.8: zie Hoofdstuk 5 van deze motivering. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. 9.

in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige natura 2000-gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura 2000-gebieden; ad.9: zie paragraaf 5.8 van deze motivering. Aan deze voorwaarde wordt voldaan.

10. voldaan wordt aan de voorwaarden van de bestemming 'Wonen' (artikel 27). ad.10: voorliggend voornemen ziet op een functiewijziging van 'Agrarisch - Grondgebonden' naar 'Wonen'. Voor de woning wordt een aanduiding opgenomen voor de maximum vergunde inhoud conform de verleende omgevingsvergunning. Hiermee wordt aan deze voorwaarde voldaan. Gelet op vorenstaande is onderhavig voornemen enkel mogelijk middels het wijzigen van het omgevingsplan. Aan de hand van voorliggende Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) wordt een wijzigingsbesluit verzocht bij het bevoegd gezag via de IMRO-standaard. Dit TAM-Omgevingsplan dient als wijzigingsbesluit via de technieken van IMRO. Voor het opnemen in een later geconsolideerd omgevingsplan is een nieuw wijzigingsbesluit nodig conform de Standaard officiële publicaties (STOP) met bijbehorende toepassingsprofielen (TPOD). Onderhavige motivering is opgesteld ter motivering bij het te nemen wijzigingsbesluit.

3.2

Parapluplan Parkeernota Peel en Maas

Aanvullend op het bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas' is het paraplubestemmingsplan 'Parkeernota Peel en Maas', vastgesteld op 19 juni 2018, van kracht. Middels dit bestemmingsplan zijn de bij bouwen en gebruik te hanteren parkeernormen planologisch-juridisch verankerd. Dit bestemmingsplan heeft geen invloed op voorliggend plan.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

15

16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Hoofdstuk 4

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI). Het gemeentelijk beleid is onder meer ontleend aan het bestemmingsplan en vigerende en van toepassing zijnde omgevingsvisie.

4.1

Rijksbeleid en regelgeving

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes, die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. 2. 3.

combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen.

In de NOVI zijn de volgende belangrijkste keuzes opgenomen: 1.

2. 3. 4. 5. 6.

een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zodanig wordt ingericht dat het land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie dient oog te zijn voor omgevingskwaliteit; de overgang naar een circulaire economie, waarbij Nederland tegelijk goed kan blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kan bieden; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland, waarmee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden; het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden; het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Daarbij wordt bijvoorbeeld gewerkt aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

17

grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Ter uitvoering van de in de NOVI gemaakte keuzes is een Uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin staat hoe samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering zal moeten worden gegeven aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Daarnaast wordt gebiedsgericht gewerkt met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden. Toetsing Onderhavig voornemen betreft een, op nationaal niveau gezien, zeer kleinschalige lokale ontwikkeling waarbij geen specifieke nationale belangen zoals genoemd in de NOVI in het geding zijn. 4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB's) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet.

Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

Toetsing In Hoofdstuk 5 van voorliggende motivering worden de aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld. Voor zover de instructieregels relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling, worden deze instructieregels in Hoofdstuk 5 bij het betreffende aspect behandeld. Hieruit volgt dat voldaan wordt aan de instructieregels opgenomen in het Bkl.

18

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Op grond van artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking betrekking op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het plan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en, indien de ontwikkeling buiten het stedelijk gebied is voorzien, de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in die behoefte te kunnen voorzien. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging of afwijking van de regels van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor een stedelijke ontwikkeling. Op de vraag wanneer precies sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich gebogen in een overzichtsuitspraak d.d. 28 juni 2017 (zaaknummer: 201608869/1/R3).

In die uitspraak is onder andere overwogen dat een woningbouwplan van 12 of meer woningen een stedelijke ontwikkeling betreft. Toetsing Onderhavige ontwikkeling ziet op een functiewijziging van 'Agrarisch - Grondgebonden' naar 'Wonen'. Van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling is bij voorliggende ontwikkeling geen sprake, waardoor verdere toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Gelet op vorenstaande is onderhavig planvoornemen niet in strijd met het beleid en de regelgeving op Rijksniveau.

4.2

Provinciaal beleid en regelgeving

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Provinciale Staten hebben de Omgevingsvisie Limburg op 1 oktober 2021 vastgesteld. De POVI is een zelfbindend document en bindt daarmee enkel de provincie Limburg. Met deze Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Limburg wil bereiken. Daar waar de provincie van mening is dat het noodzakelijk is om bindende regels te stellen voor de uitwerking van onderdelen van het beleid in de POVI, dan gebeurt dit in de omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en recreatie. De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: 1. 2.

instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; regels voor activiteiten die rechtstreeks voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen.

Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gestreefd naar maatwerk en dient er rekeninge houden te worden met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Indien er een afweging gemaakt wordt, wordt dat gedaan op basis van de volgende principes: 1. 2.

Streven naar inclusieve, gezonde en veilige samenleving; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

19

3. 4.

Meer stad, meer land; Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden.

Op basis van de POVI wordt onderscheid gemaakt tussen thematische visies en gebiedsgerichte visies; hetgeen is onderverdeeld in 'zoneringen'. De uitwering in de thema's zijn verankerd in de Omgevingsverordening Limburg waar in navolgende paragraaf nader op wordt ingegaan.

Provinciale zoneringenkaart met aanduiding plangebied Buitengebied Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo'n 85.000 hectare groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensievere vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen, mogelijk. Beoordeling Bij onderhavige ontwikkeling is sprake van een functiewijziging van 'Agrarisch - Grondgebonden' naar 'Wonen'. Hierdoor wordt een toekomstbestendige functie aan een niet toekomstbestendige agrarische bedrijfslocatie gegeven. Daarbij speelt dat rondom het plangebied agrarische percelen en woonpercelen liggen. Dit maakt dat het beoogde ruimtegebruik passend is binnen deze beleidsuitgangspunten van de provincie Limburg. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg Zoals aangegeven in paragraaf 4.1 kan de provincie middels de Omgevingsverordening Limburg (hierna: OvL) regels stellen met betrekking tot de uitoefening van taken of bevoegdheden aan gemeenten (instructieregels).

De Omgevingsverordening bevat twee soorten regels: instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan gemeenten en het

20

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijk bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven. regels voor activiteiten die rechtstreeks voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen. Bij de OvL behoren een aantal thematische kaarten. Deze kaarten zijn digitaal raadpleegbaar, waarbij op perceelniveau kan worden beoodeeld welke provinciale regels uit de OvL van toepassing zijn. Ter plekke van onderhavige locatie zijn een aantal gebiedsaanduidingen van toepassing; deze zijn in onderstaande figuur opgenomen. Op onderhavig project zijn de volgende provinciale regels van toepassing:

OvL kaart met aanduiding plangebied Op het plangebied van toepassing zijnde relevante instructieregels wordt hierna ingegaan. Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen In artikel 12.1 van de OvL is voorgeschreven dat bij de realisatie van één of meer woningen in de daartoe behorende motivering bij een omgevingsplan beschreven wordt dat: a. b. c.

d.

rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; over de behoefte aan realisatie van woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

21

e.

realisatie van woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Onderhavige ontwikkeling ziet enkel op een planologische functiewijzing. Derhalve is geen sprake van het toevoegen en/of realiseren van één of meerdere woningen. Dit betekent dat bovenstaande instructieregel niet van toepassing is op onderhavig voornemen. Omgevingswaarde wateroverlast Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor overstromingskansgebied C een gemiddelde overstromingskans van 1:25 per jaar als omgevingswaarde (artikel 3.1 lid 3 OvL). Deze omgevingswaarde betreft een inspanningsverplichting voor het Waterschap waar uiterlijk in 2035 aan voldaan dient te zijn. Op het aspect water wordt in paragraaf 5.9 verder ingegaan. 4.2.3 Conclusie provinciaalbeleid Onderhavig plangebied levert geen strijd op met de Provinciale Omgevingsvisie en eventueel van toepassing zijnde provinciale instructieregels. Het plan is passend binnen de doelstellingen en beleid van de Provincie en er bestaan geen onoverkomenlijke belemmeringen met betrekking tot voorliggend plan.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Peel en Maas

De gemeente Peel en Maas heeft op 5 juli 2022 de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. Deze omgevingsvisie geeft een visie over de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen voor de gehele gemeente. De visie gaat over de woon- en leefomgeving en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. De omgevingsvisie is een dynamisch document. Het doel van deze Omgevingsvisie is zorgen dat Peel en Maas aantrekkelijk blijft én nog aantrekkelijker wordt. Dit noemt de gemeente 'het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving'. Daaraan kan voldaan worden door de waarden te versterken en bij te dragen aan de opgaven. De gemeente geeft ruimte voor ontwikkelingen als deze bijdragen aan de waarden en opgaven. De gehele gemeente is opgedeeld in deelgebieden met ieder hun eigen waarden en kenmerken. Aanvullend aan deze waarden hanteert de gemeente een aantal overkoepelende waarden die niet gebiedsafhankelijk zijn. Dit zijn de waarden die de basis vormen; zelfsturing, diversiteit en duurzaamheid.

22

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Kaart omgevingsvisie met aanduiding plangebied Onderhavig plangebied is gelegen binnen deelgebied 'Oude verdichte bouwlanden'. Hierbij gaat het om een open gebied dat in contrast staat tot de verdichting langs de linten. Kenmerkend voor dit gebied zijn de bolle akkers die kenmerkend zijn voor door de mens gevormde gronden ontstaan door langdurige bemesting en oplegging. De zichtlijnen vanuit de bouwlanden naar de torenspitsen in de dorpen zijn erg fraai. Hierbij gelden de volgende te versterken waarden: Versterking van cultuurhistorische identiteit waardoor de aantrekkingskracht voor toeristen toeneemt; kansen voor agrotoerisme en extensieve recreatie; Werken aan architectonische en stedenbouwkundige samenhang in verdichte gebieden; Zorgen voor contract tusssen verdichte en open stukken; Behoud en maak doorzichten vanuit linten naar akkercomplexen; Versterk historische elementen zoals oude bebouwing, erfontsluitingswegen en (laan)beplantingen; Voer actief akkerrandenbeheer lands veldwegen voor een groene dooradering van deze relatief verdichte gebieden; Versterk typisch grondgebruik als (hoogstam) fruitteelt en stimuleer hoogstamfruitteelt bij de erven; Draag bij aan ontbrekende schakels in wandel- en fietsnetwerk door de oude bouwlanden. Een van de opgaven is 'Balans in het buitengebied: Leegstaand agrarisch vastgoed'.

Naar verwachting zal het aantal agrarische bedrijven in de komende jaren blijven afnemen. Daarmee komt veel agrarisch vastgoed leeg te staan. De ambitie van de gemeente is enerzijds om ruime mogelijkheden te bieden voor hergebruik. Anderzijds gaat het ook om het meegeven van goede randvoorwaarden om kwaliteitswinst te bereiken. Hierbij

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

23

gelden de volgende richtinggevende uitspraken: 1.

2.

3. 4.

In gebieden waar het primaat ligt bij landbouw, de grootschalige open ontginnings-landschappen wordt terughoudend omgegaan met hergebruik en herbestemming om zo veel mogelijk ontwikkelingsruimte voor de landbouw te behouden; We bieden ruimte mogelijkheden voor hergebruik en herbestemming onder strikte voorwaarden. Een voorwaarde is dat er sprake is van kwaliteitswinst in de vorm van een bijdrage aan onze doelen/speerpunten, zoals energietransitie en versterken biodiversiteit. Tevens mogen omliggende agrarische bedrijven door hergebruik niet worden benadeeld. We zien hierbij vooral kansen voor kleinschalige bedrijvigheid, recreatie en toerisme, horeca en zorg. Via de win-win regeling zijn er beperkte mogelijkheden voor de inzet van woningbouw om leegstand tegen te gaan. Ook kan gedacht worden aan huisvesting van internationale werknemers als zelfstandige functie waar dit onderdeel uitmaakte van eeen bestaand lokaal (agrarisch) bedrijf. De omslag naar duurzame energievormen biedt ook goede kansen voor herontwikkeling van een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Sloop van overtollige gebouwen is een belangrijk uitgangspunt bij hergebruik; De koppeling van bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen blijft gehandhaafd bij hergebruik om te voorkomen dat er werderzijds overlast gaat ontstaan.

Onderhavige ontwikkeling tast het deelgebied waarbinnen het plangebied ligt niet aan daar enkel sprake is van een planologische functiewijziging. Dit maakt ook duidelijk dat sprake is van behoud van bebouwing. Daarbij is van belang dat ook sprake is van, op korte termijn, het slopen van een schuurtje conform de verleende omgevingsvergunning. Tot slot zorgt het voornemen voor een toekomstbestendige invulling van voormalig agrarisch vastgoed. Vorenstaande maakt duidelijk dat onderhavig voornemen past binnen de Omgevingsvisie Peel en Maas. 4.3.2 Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas De gemeente heeft op 15 december 2015 de Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas vastgesteld. In deze structuurvisie wordt het beleid met betrekking tot het buitengebied van de gemeente Peel en Maas gebundeld. Voor een groot deel gaat het hierbij om bestaand beleid met enkele aanvullingen en uitwerkingen. De ontwikkelingen in het buitengebied hebben een dynamisch karakter. De doelen van deze structuurvisie zijn: het bieden van een beleidskader voor het Buitengebied; en het bieden van een instrument om kostenverhaal mogelijk te maken. Deze structuurvisie voorziet in het plaatsen van zaken in een integrale context. Het vormt de basis voor het Bestemmingsplan Buitengebied waarin het beleid juridisch wordt vastgesteld.

Deze structuurvisie bestaat uit de volgende onderdelen: Algemene beleidsuitgangspunten voor het buitengebied; Structuurplan Buitengebied Peel en Maas 2008; Aanvullingen op het Structuurplan Buitengebied Peel en Maas 2008; Structuurvisie Intensieve Veehouderij en Glastuinbouw; Streefkwaliteiten Geur; Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas; Archeologiebeleid. Deze structuurvisie geldt voor het gehele buitengebied van de gemeente Peel en Maas met uitzonderingen van de gebieden waar de structuurvisies Tangbroek, Egchelse Heide (en Giel Peetershof), Roggelseweg/Neerseweg en Klavertje 4 gebied gelden. De volgende uitgangspunten zijn leidend voor het buitengebied: Ontwikkelingsplanologie waardoor de doelen centraal gesteld worden in plaats van de regels zodat ondernemers en burgers kunnen inspelen op onvoorziene ontwikkelingen.

24

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Ruimte om te ontwikkelen met oog voor kwaliteit waarbij uitgegaan wordt van een ruime benadering van ruimtelijke kwaliteit, namelijk gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van een gebied. Ontwikkelingskansen geven aan de economische dragers, zoals recreatie, toerisme en landbouw, van het buitengebied om leefbaarheid te waarborgen. Hierbij staat centraal dat landbouw een stapje terug doet en wordt overgenomen door andere functies. Deze functies moeten zich naast elkaar ontwikkelen. Het buitengebied is van iedereen waarbij de ontwikkeling van economische functies moet samengaan met het behoud en ontwikkeling van de landschappelijke kwaliteit en een goed woon- en leefklimaat voor bewoners en bezoekers van het buitengebied en de kernen. Het beleid is dynamisch. De 'Beleidsnotitie verruiming mogelijkheden Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) in het buitengebied' betreft een actualisatie van het VAB-beleid. Deze notitie is uitsluitend van toepassing bij locaties die een bedrijfsfunctie krijgen. Daarvan is bij onderhavig voornemen geen sprake. Nu het VAB-beleid niet op onderhavig voornemen van toepassing is, wordt aangesloten bij de sloopbonusregeling en de wijzigingsmogelijkheid zoals opgenomen in paragraaf 3.1. In die paragraaf is reeds gemotiveerd dat aan deze wijzigingsmogelijkheid wordt voldaan.

De gewenste opslag van aardappelen is ondergeschikt aan de woonfunctie en kan daardoor binnen de woonfunctie worden opgenomen. 4.3.3 Gids Ruimtelijke kwaliteit Peel en Maas (welstand) Het college van Peel en Maas heeft op 24 juni 2025 de GIDS ruimtelijke kwaliteit Peel en Maas vastgesteld. Deze Gids ruimtelijke kwaliteit is een programma op basis van artikel 3.5 Omgevingswet. Deze Gids is als welstandsbeleid vastgesteld door het college en geldt in juridische zin als een stelsel van beleidsregels. Beoordeling vindt plaats door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) welke advies uitbrengt aan het college. Uit de Gids volgt dat het basisprincipe welstandsvrij is en de gemeente alleen in uitzonderingsgebieden bescherming biedt. Bij deze uitzonderingsgebieden gaat het om gebieden die beeldbepalend zijn voor een gemeenschap welke in een bijlage bij deze nota worden weergegeven. Daarnaast zijn er (nieuwbouw)plannen waarin een bepaalde sfeer, thema of kwaliteit wordt nagestreefd. Ook hierin acht de gemeente het niet gewenst om gehele vrijheid te geven. Om de directe omgeving te beschermen, wenst de gemeente sturing te geven aan bouwplannen die (grote) invloed hebben op de kwaliteit van de omgeving. Middels een beeldkwaliteitplan kun je sturen op een gewenste uitstraling.

In het inpassingsplan bij de omgevingsvergunning (zie Bijlage 3) is rekening gehouden met zowel de Basiskwaliteit Plus als Aanvullende kwaliteitsverbetering uit het ingetrokken Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas. Onderhavig voornemen ziet op een planologische functiewijziging. Als gevolg van de functiewijziging moet het bouwvlak op een goede manier landschappelijk worden ingepast. Hier is een inpassingsplan met een onderhoud en beheersparagraaf in het TAM-Omgevingsplan voor opgenomen. Vorenstaande betekent dat onderhavige ontwikkeling voldoet aan de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Peel en Maas. 4.3.4 Kwaliteits-matrix De kwaliteitsmatrix welke onderdeel is van de Gids Ruimtelijke Kwaliteit Peel en Maas biedt een houvast voor ontwikkelingsgericht beleid in het buitengebied. De gemeente vindt het van belang dat ieder initiatief zo veel mogelijk bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van een plek. Daarom is bij ieder initiatief dat niet rechtstreeks kan op basis van het Omgevingsplan Peel en Maas (en dus via een BOPA of omgevingsplanwijziging mogelijk wordt gemaakt) het verplicht om ruimtelijke kwaliteit toe te voegen. Er is vastgelegd welke tegenprestatie wordt gevraagd bij welke ontwikkeling. Bij de totstandkoming van een initiatief wordt daarom gewerkt met twee categorieën voor kwaliteitsverbetering: basiskwaliteit en basiskwaliteit plus.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

25

Voor het bepalen van de kwaliteitsbijdrage wordt onderscheid gemaakt tussen Basiskwaliteit (geldt altijd bij de ontwikkelingen), daar bovenop Basiskwaliteit Plus (bij specifieke grote ontwikkelingen) en daar bovenop Basiskwaliteit plus-plus (bij nog grotere of meer van bestemmingsplan afwijkende ontwikkelingen). Als basis voor de omvang van de landschappelijke inpassing geldt dat er sprake moet zijn van 10% van de oppervlakte van de nieuwe bebouwingen verharding dan wel van de uitbreiding van het bouw- of bestemmingsvlak of betreffende oppervlakte van de functiewijziging. Ongeacht de hoogte van het percentage voor de landschappelijke inpassing moet de ontwikkeling aanvullend op de basiskwaliteit voorzieningen treffen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek als gevolg van de nieuwe bebouwing en verharding. Bij het wijzigen naar de functie 'Wonen' is sprake van Basiskwaliteit Plus. Op grond van de Basiskwaliteit Plus geldt dat sprake moet zijn van een oppervlakte 'landschappelijke inpassing' of ander groen/natuur dat overeenkomst met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak - al dan niet het bestemmingsvlak waar de nieuwe functie op van toepassing is. Als onderdeel van de verleende omgevingsvergunning voor nieuwbouw van de bedrijfswoning (daar toen nog sprake was van agrarische bedrijfsmatige activiteiten) is een inpassingsplan opgenomen.

Aangezien de nieuw te bouwen woning de maximale toegestane inhoud overschrijdt, was toen ook sprake van Aanvullende Kwaliteitsverbetering. Daarbij kan het gaan om: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Versterken en verfraaiing van het landschap; Sloop; Aanleg van natuur; Verbetering en/of herstel van cultuurhistorische waarden; Extra investering in (archetectonische) kwaliteit: bijzondere vormgeving, exclusief materiaalgebruik, verfraaiing en verbetering van gebouwen; Extra investering in milieu- en duurzaamheidsmaatregelen; Investering in (beleef)kwaliteit van het buitengebied. Hiermee wordt bedoeld dat de beleving van het landschap ook als kwaliteit kan worden aangemerkt.

Bij de aanvullende kwaliteit ging het bij uitbreiding van solitaire woningen en bedrijfswoningen boven 1.000 m3 om een fysieke maatregel met waarde van € 15 per m3 extra uitbreiding. In het inpassingsplan bij de omgevingsvergunning (zie Bijlage 3) is rekening gehouden met zowel de Basiskwaliteit Plus als Aanvullende kwaliteitsverbetering. Daarin is opgenomen dat de Basiskwaliteit 359 m2 bedraagt. Voor de aanvullende kwaliteit gold een financiële bijdrage van €8.955,- op grond van 597 m3 uitbreiding goven de 1.000 m3 . Dit is omgerekend een oppervlakte inpassing van 1493 2 . De functiewijziging naar Wonen heeft een oppervlakte van circa 3.600 m2. Uiteindelijk wordt in totaal 3.121 m2 aan kwaliteitsbijdrage gerealiseerd met een waarde van € 18.726,-. Deze waarde is ruim boven de benodigde waarden op grond van de kwaliteitsmatrix uit de Gids Ruimtelijke kwaliteit. Deze inpassing wordt met een onderhoud en beheersparagraaf samen met een instandhoudingsplicht onderdeel van het TAM-Omgevingsplan. Vorenstaande betekent dat onderhavige ontwikkeling voldoet aan de Gids ruimtelijke kwaliteit. 4.3.5 Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het gemeenteljk beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planonwikkeling niet in strijd is met dit beleid.

26

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Hoofdstuk 5

Aspecten fysieke leefomgeving

Bij de realisering van een TAM-Omgevingsplan moet rekening worden gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit hoofdstuk worden de relevante aspecten beschreven.

5.1

Beschermen van de gezondheid

5.1.1 Algemeen Als onderdeel van de afweging in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet in een Omgevingsplan ook rekening gehouden worden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, vierde lid, Omgevingswet). Gelet hierop dient, indien sprake is van een wijziging van activiteiten in de fysieke leefomgeving, te worden aangegeven op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Hierbij gaat het om zowel het beschermen als ook het bevorderen van de gezondheid. De regelingeving met betrekking tot 'gezondheid' is sterk afhankelijk van gemeentelijk beleid. Ter plaatse van onderhavige locatie zijn, op grond van het Omgevingsplan gemeente Peel en Maas, diverse regels van toepassing ten behoeve van het beschermen van de gezondheid. 5.1.2 Omgevingsplan gemeente Peel en Maas De hieronder genoemde artikelen uit het Omgevingsplan Peel en Maas hebben betrekking op gezondheid en zijn ter plaatse van onderhavige locatie van toepassing: Artikel 22.11: aansluiting op distributienet voor drinkwater; Artikel 22.12: aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater; Artiekl 22.16: overbewoning woonruimte; Artikel 22.18: specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk; Artikel 22.20: specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen.

Onderhavig plan voorziet in het planologisch-juridische functiewijziging. De feitelijke situatie verandert hierbij niet. Gelet op de aard van onderhavige ontwikkeling zijn geen effecten te verwachten op de gezondheid van personen binnen en rond het projectgebied. 5.1.3 Spuitzones In het kader van een evenwichtige toedeling van functies moet een afweging gemaakt worden tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mist hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Binnen een afstand van 50 meter rondom het plangebied zijn meerdere agrarische percelen gelegen waarop mogelijk kan worden gespoten met gewasbeschermingsmiddelen. Onderstaande afbeelding geeft de spuitcirkel van 50 meter rondom het plangebied weer.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

27

Situatietekening plangebied met spuitcirkel van 50 meter rondom plangebied In het kader van voorliggend voornemen is het van belang op te merken dat de percelen met nummer 335 en 339 niet in eigendom zijn van de initiatiefnemer van onderhavig voornemen. De overige percelen, nummers 4762, 4763, 4764, 4728, 4731, 4084, 356 en 338, zijn wel in eigendom van initiatiefnemer. Een gedeelte van de 50-meterzone valt over een tweetal agrarische percelen ten zuiden van het plangebied die bij derden in eigendom zijn. Het betreft de kadastrale percelen met nummer 335 en 339. Onderstaand wordt gemotiveerd dat de omliggende percelen geen belemmering vormen voor onderhavig planvoornemen en dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij is gebruik gemaakt van Boer en Bunder en gewaspercelen historie.

28

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

Uitsnede Boer en Bunder met aanduiding gewassenteelt in 2024

Percelen in eigendom Zoals blijkt uit de uitsnede van Boer en Bunder en raadpleging van gewaspercelen historie worden de percelen in eigendom van initatiefnemer (nummers 4763, 4764, 4728, 4731, 356 en 338) gebruikt voor de teelt van asperges en witte kool. De percelen gelegen ten westen van het plangebied kennen een wisselende teelt, aangezien sinds 2020 ieder jaar een ander gewas geteelt wordt op dit perceel. De percelen gelegen ten westen en zuiden van het plangebied worden sinds 2015 gebruikt voor de teelt van asperges. Deze percelen zijn in principe niet van belang bij het bepalen van een spuitzonevrije zone. Inititatiefnemer past geen bestrijdingsmiddelen toe op die percelen en zal dat in de toekomst ook niet doen. Daar deze percelen bij initiatiefnemer in eigendom zijn, kan hij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op deze percelen voorkomen. In de huidige situatie is daarmee het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitgesloten. Dit is anders indien deze grond verkocht wordt. Vanaf dat moment heeft initiatiefnemer geen controle over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Aangezien deze percelen een grotere inpact hebben dan de percelen van derden kan, ter bescherming van het woon- en leefklimaat, op deze percelen een spuitvrije zone gelegd worden. Perceel nummer 335 Met de eigenaar van dit perceel is gesproken, maar hij wil geen spuitverklaring tekenen.

Derhalve wordt hierna gemotiveerd dat dit perceel in het kader van gewasbeschermingsmiddelen geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling oplevert. Uit raadpleging van Boer en Bunder en gewaspercelen historie blijkt dat dit perceel niet is aangemerkt als een perceel waarop gewassen bekend zijn. Dit betekent dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

29

principe uitgesloten kan worden. Uit navraag bij de eigenaar en uit eigen waarnemingen blijkt dat dit perceel afgelopen jaren in gebruik is als blijvend grasland en dit gebruik in de toekomst wordt voortgezet. Aangezien de onkruiddruk in blijvend grasland zeer laag is vanwege beweiden en maaien worden op dit perceel slechts zeer incidenteel (minder dan één keer per jaar) gewasbeschermingsmiddelen toegepast. In het geval dat er wordt gespoten betreft dat omlaag gerichte spuitwerkzaamheden. Gespoten wordt bij windstil weer om te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen op buurpercelen terecht komen. De kans dat bij bespuitingen gewasbeschermingsmiddelen buiten het perceel komen is dan ook verwaarloosbaar. Daarbij speelt dat dit perceel op circa 50 meter afstand van de nieuw te realiseren woning ligt, waardoor sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Perceel nummer 339 Met de eigenaar van dit perceel is gesproken, maar hij wil geen spuitverklaring tekenen. Derhalve wordt hierna gemotiveerd dat dit perceel in het kader van gewasbeschermingsmiddelen geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling oplevert. Zoals blijkt uit de uitsnede van Boer en Bunder en raadpleging van gewaspercelen historie blijkt dat dit perceel gebruikt wordt voor de teelt van verschillende soorten gewassen. De teelt van twee gewassen op dit perceel valt binnen de 50-meter zone.

Deze teelt bestond in 2024 bij de dichtsbijzijnde relevante delen van het perceel uit 'Gras' en 'Snijgroen'. Dit betekent dat op minimaal één deel van dit perceel de kans aanwezig is dat daar gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het gedeelte waar gras geteeld werd in 2024 werd in 2023 gebruikt voor de teelt van Overige groenbemesters, niet vlinderbloemige. In de jaren daarvoor werd op dit gedeelte snijgroen geteeld. Dit betekent dat op dit gedeelte van het perceel mogelijk gebruikt wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Op dit deel zijn, via de meest recente luchtfoto's (d.d. 7 maart 2025), geen of minimale sporen van gebruik te vinden in de vorm van bandensporen. De aanwezige bandensporen bevinden zich voornamelijk rondom het deel waar snijgroen wordt geteeld. Bij het deel waarop snijgroen wordt geteeld, is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen, in de vorm van een acryldoek of afdekfolie niet nodig. Door de teeltondersteunende voorzieningen worden de gewassen beschermd en is de noodzaak tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet nodig. Een eventuele frequentie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan daardoor op incidenteel/minimaal ingeschat worden.

Uit navraag bij de eigenaar/gebruiker van het perceel blijkt dat ook in de toekomst op dit perceel snijgroen wordt geteeld. Dit snijgroen wordt niet bespoten. Voor zover er gras wordt geteeld is de onkruiddruk zeer laag vanwege regelmatige maaiwerkzaamheden. In dat grasland wordt slechts zeer incidenteel (minder dan één keer per jaar) gewasbeschermingsmiddelen toegepast. In het geval er wordt gespoten betreft dat omlaag gerichte spuitwerkzaamheden. Gespoten wordt bij windstil weer om te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen op buurpercelen en in het snijgroen terecht komen. Het perceel ligt daarbij aan de zuid-oostzijde van de nieuw te realiseren woning. Bij een overheersende windrichting (west-zuid-west) zullen ook bij minder windstil weer gewasbeschermingsmiddelen zich niet richting de nieuw te realiseren woning verspreiden. De kans dat bij bespuitingen gewasbeschermingsmiddelen op het perceel van initiatiefnemer komen is dan ook verwaarloosbaar. Conclusie spuitzone Uit het vorenstaande blijkt dat het grootste deel van de percelen in de omgeving in eigendom zijn van initiatiefnemer. Betreffende de percelen in eigendom bij initiatiefnemer bestaat de kans op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitsluitend bij verkoop. Ter waarborging van het woon- en leefklimaat in de woning kan op deze percelen zo nodig een spuitvrije zone worden gelegd.

Bij de percelen die in eigendom zijn van derden bestaat in de huidige situatie een kleine kans op gebruik van

30

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

gewasbeschermingsmiddelen. Gelet op de aard en omvang van de percelen in combinatie met het gebruik daarvan blijkt dat de kans op negatieve gevolgen van gewasbeschermingsmiddelen beperkt is voor zover deze delen binnen de 50-meterzone vallen. Tot slot speelt bij onderhavig plangebied dat sprake is van een planologische functiewijziging waarbij in de huidige situatie reeds een (bedrijfs)woning aanwezig is. De nieuwbouwwoning wordt op circa 5 meter naar achteren gerealiseerd ten opzicht van de huidige bedrijfswoning. Dit is gunstig daar de woning hierdoor verder van agrarisch percelen af ligt. Eventuele gevolgen van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen worden daardoor iets verminderd. Gelet op vorenstaande is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied in afdoende mate gewaarborgd. 5.1.4 Conclusie gezondheid Vanuit het aspect gezondheid is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2

Geluid door activiteiten

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met het aspect geluid. Het betreft geluid door activiteiten (wegen, spoorwegen en industrieterreinen e.d.) en specifieke activiteiten (windturbines e.d.). 5.2.1 Wettelijk kader Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de regels over geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer komen te vervallen. Deze regels zijn tijdelijk verhuisd naar het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente ('de bruidsschat'). Gemeenten zijn aan zet om gedurende de overgangsperiode (tot 1 januari 2032) eigen regels over geluid op te nemen in het omgevingsplan, mits daarbij wordt voldaan aan de bepalingen uit het Bkl. Zolang een gemeente nog geen eigen regels heeft, zijn regels voor geluid opgenomen in afdeling 22.3 en 22.4 van het omgevingsplan. Voor niet-lokale infrastructuur stelt het Rijk of de provincie regels in een projectbesluit. Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelige gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De instructieregels hierover in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft het Rijk gesteld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Beoordeeld dient te worden of sprake is van het realiseren van een geluidgevoelig gebouw (3.21 Bkl) of geluidgevoelige ruimte (3.22 Bkl).

Indien hiervan sprake is, dient tevens te worden beoordeeld of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied (3.20 Bkl). Wanneer nieuwe activiteiten worden toegelaten in het omgevingsplan, zijn instructieregels voor activiteiten van toepassing (5.59 Bkl). 5.2.2 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Onderhavig planvoornemen ziet op een planologische functiewijziging. Derhalve dient te worden aangetoond dat in deze woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het plangebied is niet gelegen binnen een zone of aandachtsgebied voor industrielawaai en/of spoorweglawaai. Ten behoeve van de vergunningverlening voor de nieuwbouwwoning is het akoestisch onderzoek uitgevoerd door Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV bijgevoegd als Bijlage 4 Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting, Aelmans ROM BV (d.d. 06-07-2023). Uit dit onderzoek blijkt dat de gevelbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de N275, Veldsehuizen en Venloseweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de woning overschrijdt. Aangezien de gezamenlijke geluidbelasting 53 dB bedraagt, kan gesteld worden dat sprake is van een kwalificatie redelijk. Daarmee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat dat tevens bij gebruik

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Veldsehuizen 39, Maasbree

31

van standaard bouwmaterialen gewaarborgd kan worden. Vorenstaande maakt dat een nader onderzoek naar de gevelwering niet noodzakelijk is. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen' geen belemmering oplevert voor onderhavige wijziging van het Omgevingsplan. 5.2.3 Geluid door bedrijfsactiviteiten Met betrekking tot het aspect kan in de fysieke leefomgeving sprake zijn van een geluidbelasting als gevolg van de bedrijfsmatige activiteiten die plaatsvinden op of nabij onderhavige locatie. Dit aspect is nader beoordeeld in paragraaf 5.11. 5.2.4 Conclusie geluid door activiteiten Gelet op vorenstaande wordt in het kader van geluid door activiteiten (wegen, spoorwegen en industrieterreinen, e.d.) voldaan aan de regels. Ter plekke is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat evenals een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het aspect 'geluid door activiteiten' levert geen belemmering op voor onderhavige wijziging van het Omgevingsplan.

5.3

Kwaliteit van de buitenlucht

Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient ook rekening gehouden te worden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Omdat luchtverontreiniging kan zorgen voor negatieve gezondheidseffecten bij de mens is het van belang om het thema luchtkwaliteit hierin mee te nemen. 5.3.1 Algemeen Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient ook rekening gehouden te worden met de het belang van de bescherming van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Omdat luchtverontreiniging kan zorgen voor negatieve gezondheidseffecten bij de mens, is het van belang om het thema luchtkwaliteit hierin mee te nemen. De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende dioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=328a855d-e79f-4cd2-90a2-1b61a737b28f