2025-096 03 Ruimtelijke motivering Molenstraat 67 Helden (geanonimiseerd)
Tekst van het document
6.12 Bedrijfsmatige activiteiten Bedrijven en instellingen zijn verplicht te voldoen aan de eisen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrij, waarbij rekening gehouden dient te worden met omliggende functies. Door middel van
de milieuwet-
en regelgeving wordt (milieuhinder zoveel
mogelijk voorkomen.
Indien
gevoelige objecten worden gerealiseerd in de directe omgeving waar milieugevoelige objecten zijn toegelaten, dan dient rekening gehouden te worden met de bestaande rechten van deze bedrijven. Anderzijds dienen
bedrijven bij het (door)ontwikkelen van het bedrijf rekening te houden met omliggende gevoelige objecten. A hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Deze bedrijvenlijst geeft richtafstanden waaraan getoetst kan worden. Dit zijn afstanden
ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype) of een gemengd gebied.
Milieucategorie
Richtafstand rustige woonwijk
2
30
10
31
50
30 50
1
10
Richtafstand gemengd gebied 0
32
100
41
200
100
42
300
200
51
500
300
52
700
500
53 6
1000 1500
700 1000
Om tot een optimale invuliing van de ruimte te komen worden diverse omgevingstypen onderscheiden. Het
achterliggende idee is dat de gevoeligheid van een gebied mede afhankeljk is van het omgevingstype. De gevoeligheid van een gebied kan daarom aanleiding zijn om af te wijken van de standaardafstanden in de bedrijvenlijst die uitgaan van de ligging in een rustige woonwijk. Afhankelijk van het type gebied kan een correctie worden toegepast op de afstanden die zijn genoemd in de standaardljst en wel per hinderaspect (geluid, stof, stank en dergelijke) dat in de lijst s genoemd. Het plangebied is te typeren met het omgevingstype gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Gebieden die direct langs een grote verkeersader liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. In geval van het omgevingstype gemengd gebied kunnen
Ruimtelijke motivering “Molenstraat 67 Helden”
26
de afstanden uit bijlage 1 van de VNG publicatie - zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat met één afstandsstap worden verkleind (zie de tabel) Voor wat betreft omliggende bedrijven zijn de dichtstbij gelegen bedrijven:
e _ Molenstraat 76: Bedrij in de milieucategorie 1 /m 2, kortste afstand bestemmingsvlak 88 meter. ° _ Molenstraat 69-69a: Bedrijf in de milieucategorie 1 Y/m 2, kortste afstand bestemmingsvlak O meter. Voor het bedrijf aan de Molenstraat 76 wordt aan alle richtafstanden voldaan. Voor het bedrijf aan
de
Molenstraat 69-89a wordt niet aan de richtafstanden voldaan.
Bij bedrijven
die vallen
onder de mileucategorie
1 en 2 in een
gemengd
gebied
bedraagt
de grootste
richtafstand 10 meter voor de aspecten geur en geluid. Voor de aspecten stof en gevaar bedraagt de richtafstand O meter, hieraan wordt voldaan. Voor wat betreft geur kan gesteld worden dat de vanuit de bedrijvigheid geen geur veroorzaakt wordt, dit onderdeel vormt daarmee ook geen beperking. Vanuit de bedrijvigheid is hetwel mogelik dat er geluid geproduceerd wordt. Daarom is er door HMB een notitie opgesteld inzake geluid (bijlage 1). Hieruit bljkt dat er voor wat betreft geluid voor de bedrijvigheid geen beperkingen optreden en er ter plaatse van de woning sprake is van een aanvaardbare situatie
6.13 Toetsing Besluit m.e.r. / m.e.r.-beoordeling In deze paragraaf komt aan de orde of bij de activíteit rekening gehouden dientte worden met het Besluit m.er. 6.13.1 Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Hiervoor zijn regels opgenomen in paragraaf 16.4.2 Ow (milieueffectrapportage voor projecten) en afdeling 11.2 Ob (milieueffectrapportage voor projecten). 6.13.2 Project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig Of een besluit over een project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V Ob, in samenhang met artikel 11.6 Ob en artikel 11.8 Ob. Bijage V Ob heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van een project. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend, in dît geval de omgevingsvergunning. Of voor een besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt volgt uit kolom 2 en kolom 3. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2 geldt een mer-plicht, anders geldt een mer-beoordelingsplicht (tenzij in kolom 3 ook nog voorwaarden staan).
Onder de Omgevingswet wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije mer-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Het herbestemmen van een bedrijfswoning tot burgerwoning komt niet voor in kolom 1 van bijlage V Ob. Onderhavig project is dan ook niet mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig. 6.13.3 Project mer-beoordeling Indien sprake is van een mer-(beoordelings)plicht, als bedoeld in artikel 16.43 Ow, dient het bevoegd gezag het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten met bijbehorende motivering op te nemen in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11 lid 2 Ob). In de motivering van de beslissing (artikel 11.11 lid 3 Ob) wordt in ieder geval verwezen naar: a. b.
De relevante criteria van bijage II bij de mer-richtijn; en Als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: 1. De kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid Ob, als degene die voonemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en
Ruimtelijke motivering “Molenstraat 67 Helden”
27
2.
Het moment waarop die maatregelen moeten zijn uitgevoerd.
Aangezien onderhavig project beoordeling plaats te vinden.
niet mer-plichtig
of mer-beoordelingsplichtig
is,
hoeft
ook
geen
verdere
6.13.4 Onderzoek
Aangezien onderhavig plan niet mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, hoeft ook geen verdere beoordeling plaats te vinden. Evengoed kan in deze aangegeven worden dat in onderhavige motivering een beschrijving is gegeven van de plaats en de omvang van het project. Verder is ook ingegaan op de eventuele gevolgen van
het project voor alle relevante onderdelen van de fysieke leefomgeving. Uit deze toetsing zijn geen beperkingen naar voren gekomen. Wat dat betreft kan gesproken worden van een aanvaardbare ontwikkeling. 6.13.5 Te treffen maatregelen Aangezien onderhavig plan niet mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, hoeft ook geen verdere beoordeling plaats te vinden. Op basis daarvan is ook het treffen van maatregelen niet nodig. 6.13.6 Conclusie
Voor wat betreft het aspect toetsing Besluit m.e.r. / m.e.r-beoordeling is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
6.14 Spuitzones 6.14.1 Wettelijk kader
Voor wat betreft het spuiten van gewassen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Hetontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader
van een goede ruimtelijke ordening een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. De Afdeling
Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, n het algemeen niet onredelik is (uitspraak van 27 mei 2015
in zaak nr. 201410309/1/R6). 6.14.2 Onderzoek
Binnen 50 meter van de locatie zijn géén percelen gelegen met een agrarische functie. 6.14.3 Conclusie
Dit aspect vormt geen beperking voor onderhavig initatief.
Ruimtelijke motivering “Molenstraat 67 Helden”
28
7 Beperkingengebieden In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening s gehouden met aangewezen beperkingengebieden.
7.1 Beperkingengebieden Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door R of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Onderhavig plangebied is gelegen aan de Molenstraat 67 te Helden. Deze locatie is niet gelegen binnen een aangewezen beperkingengebied van Riijk en/of provincie. De beperkingengebieden vormen dan ook geen beperking voor onderhavig project c.q. onderhavig project heeft geen nadelige gevolgen voor de aangewezen beperkingengebieden.
Ruimtelijke motivering “Molenstraat 67 Helden”
29
8 Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening economische als ook de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
8.1 Economische
ís gehouden
met zowel de
uitvoerbaarheid
8.1.1 Financieel economische
haalbaarheid
De realisatie van het project geschiedt geheel voor rekening en risico van initiatiefnemer. De gronden waarop het initiatief plaatsvindt zijn in eigendom bij initatiefnemer. Met onderhavig project zijn de gemeentelike financiën niet in het geding. 8.1.2 Kostenverhaal
Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt niet langer plaats via de omgevingsvergunning, maar door midde! van een
kostenverhaalsbeschikking zoals bliijkt uit kostenverhaalplichtige activiteiten, te weten:
artikel
13.18
Omgevingswet.
Kostenverhaal
geldt
voor
e _ Aangewezen bouwactiviteiten; ° _ Aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Het Omgevingsbesluit (Ob) bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. In artikel 8.13 Ob gaat in op de aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 814 Ob gaat in op de mogelikheden om af te zien van kostenverhaal. Artikel 8.15 Ob gaat in op de kostensoortenlijsten. De activiteiten waarvan kosten worden verhaald (artikel 8.13 Ob) zijn: 3. b. c. d.
e. f.
de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeropperviakte;
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.
Onderhavig planvoomnemen behelst een functiewijziging van een bestaande bedrijfswoning tot burgerwoning. Het bedrijf wordt ongewijzigd voortgezet. Hierbij is geen sprake van een van de voornoemde activiteiten. In onderhavig geval is kostenverhaal dan ook niet aan de orde. 8.1.3 Nadeelcompensatie Indien een omgevingsplan wordt vastgesteld op grond waarvan schade wordt veroorzaakt, dan is Titel 4.5
(nadeelcompensatie), artikelen 4.126 tot en met 4.131, van de Algemene wet bestuursrecht (AWb) van toepassing. Het bevoegd gezag sluit een overeenkomst met initiatiefnemer tot verhaal van de kosten als gevolg van nadeelcompensatie welke te herleiden zijn tot het omgevingsplan. Daarmee is geborgd dat de kosten van eventuele nadeelcompensatie niet voor rekening komen van de gemeentelijke financiën.
Ruimtelijke motivering “Molenstraat 67 Helden”
30
8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2.1 Participatie Initiatiefnemer heeft de naaste belanghebbenden 1 op 1 geïnformeerd over onderhavig planvoomemen. Het gaat daar bij om eigenaren van de volgende locatie: Molenstraat 69 en 69a Molenstraat 65
Sterappel 1 Uit deze gesprekken zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. Omwonenden hebben een korte toelichting ‘voor gezien” ondertekend. In het kader van de privacywetgeving maken deze geen onderdeel uit van het plan. Deze zijn wel bij de gemeente Peel en Maas bekend.
8.2.2 Advies en instemming De gemeenteraad moet voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ljst opstellen waarin de gevallen zijn aangegeven waarvoor (bindend) advies c.q. instemming moet worden gevraagd. Daarbij moet ook aandacht besteed zijn voor de wijze waarop deze advisering kan worden ingepast in het besluitvormingsproces bij wijzigingen van een omgevingsplan.
Op basis van artikel 16.15a Omgevingswet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om zichzeff als adviseur aan te wijzen met recht van instemming. Indien gebruik wordt gemaakt van het advies-/instemmingsrecht bedraagt de beslistermijn twaalf weken. In onderhavig geval i instemming van de gemeenteraad niet noodzakelijk
8.2.3 Vaststellingsprocedure Voor het wijzigen van een omgevingsplan moet een gemeente altijd de uniforme voorbereidingsprocedure volgen. De procedure is grofweg in te delen in 3 procedurestappen: 1.
Vóór het ontwerp-omgevingsplan: de gemeente maakt bekend dat ze het omgevingsplan gaat wijzigen en stelt eventueel een milieueffectrapport (MER) op; a.
2.
openbare
Kennisgeving voornemen wijziging omgevingsplan
b. Mileueffectrapport schrijven (indien van toepassing) Ontwerp-omgevingsplan: de gemeente geeft kennis van het ontwerp-omgevingsplan
en legt het ter
inzage. ledereen kan daara zienswijzen inbrengen: a. Kennisgeving ontwerpbesluit Mededeling in gemeenteblad Terinzagelegging ontwerpbesluit Aanvuling ter inzage gelegde stukken (indien van toepassing) Zienswijzen (indien van toepassing)
veo7
3.
f Verslag mondelingen zienswijzen (indien van toepassing) Vaststellen omgevingsplan: de gemeente stelt het omgevingsplan vast. a. Termijn vaststelling bij MER (indien van toepassing) Vaststelling omgevingsplan Termijn tussen vaststelling en bekendmaking Bekendmaking, kennisgeving, terinzagelegging Mededeling van het besluit Inwerkingtreding
>oaor
De regels van het omgevingsplan worden tot slot zichtbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Gemeenten moeten de wijziging van het omgevingsplan digitaal publiceren via de Landelijke voorziening
Ruimtelijke motivering “Molenstraat 67 Helden”
31
bekendmaken en beschikbaar stellen (de LVBB), het landelijke publicatieplatform. De regels van het omgevingsplan komen dan automatisch in het Omgevingsloket. Iedereen kan zo op een kaart zien welke regels waar gelden.
8.2.4 Bezwaar / Beroep Tijdens de ontwerpterinzagelegging van het omgevingsplan kan eenieder zijn of haar zienswijzen kenbaar maken. Het bevoegd gezag moet vervolgens bij de motivering van het definitieve besluit ingaan op de ingediende zienswijzen.
De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de korte/reguliere procedure voor. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarma kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRVS). Bij sommige besluiten is er geen beroepsmogelijkheid bij de rechtbank, maar moet iemand meteen naar de ABRYS. Deze besluiten staan in bijlage 2, artikel 2, van de Awb. Dit geldt onder andere in het geval van een besluit ten aanzien van een omgevingsplan.
Ruimtelijke motivering “Molenstraat 67 Helden”
32
9 Belangenafweging en conclusie 9.1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Een wijziging van het omgevingsplan wordt alleen goedgekeurd toedeling van functies aan locaties (Effal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). hoofdstuk 5 van
indien sprake is van een evenwichtige Daamaast gelden de instructieregels in
het BK!.
De algemene vraag is of het initatief leidt tot een situatie waarbij nog steeds of weer (door de voorgenomen wijziging) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover deze betrekking hebben op onderhavig planvoornemen, onderzocht en gemotiveerd (zie de hoofdstukken 4 tot en met 7).
9.2 Conclusie
Uit de toetsing aan alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, met betrekking op onderhavig planvoornemen, komen geen belemmeringen c.q. beperkingen voor onderhavig planvoornemen naar voren Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat met de ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat dus sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling
Ruimtelijke motivering “Molenstraat 67 Helden”
33