2025-067 03 Motivering wijziging omgevingsplan Tongerlose Pad 7, Maasbree vastgesteld (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Motivering TAM-omgevingsplan
Hoofdstuk 22M
Tongerlose Pad 7 Maasbree
|) Geling Advies Oktober 2025
|P Geling Advies INHOUDSOPGAVE
L INLEIDING
4
11
4
Achtergrond
12 13
Doel Plangebied
4 4
2 PLANBESCHRIJVING
6
21
Ruimtelijke en functionele structuur
6
22
Toekomstige situatie
8
3 TOETSING
31 32
AAN
OMGEVINGSPLAN
Huidige regeling omgevingsplan Strijdigheid met het omgevingsplan
12
12 12
4 BELEIDSKADERS 41 Rijksbeleid
13 13
43
Regionaal beleid
21
44
Gemeentelijk beleid
22
42
Provinciaal beleid
17
5 UITVOERINGSASPECTEN
27
51
Bodem
27
52
Bedrijven en Milieuzonering
28
53
Lucht
30
54
Geur
33
55
Geluid
35
56
Veiligheid
37
57 58
Trilingen Water Natuur
42
510
Cultuurhistorie
44
59
39 39
511 512 513 514
_ _ _
Archeologie Verkeeren parkeren Spuitzones Volksgezondheid
44 46 46 47
5.15
_
Kabels enleidingen
48
516 517
_ _
Milieueffectrapportage Duurzaamheid en klimaatadaptatie
48 48
6 JURIDISCH
KADER
TAM-OMGEVINGSPLAN
49
61
Algemeen
49
62
Regels
49
63
Verbeelding
50
ZUITVOERBAARHEID
51
71
Economische
72
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Tongerlose Pad 7 Maasbree
uitvoerbaarheid
51
51
|P Geling Advies 8
BELANGENAFWEGING
81
EN CONCLUSIE
53
Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
53
BIJLAGEN
D _
Bijlage 22.m1: Situatieschets
» _ Bijlage 22.m2: Landschappelijke inpassing D _ Bijlage 22.m3: AERIUS-berekening
D _ Bijlage 22.m4: AERIUS-toelichting » _ Bijlage 22.m5: Omgevingsdialoog
Tongerlose Pad 7 Maasbree
3
|P Geling Advies
INLEIDING
11
ACHTERGROND
Het bedrijf dat gevestigd is op de Tongerlose Pad 7 te Maasbree richt zich op de teelt van aardbeien-, frambozen-, asperge- en bramenplanten.
locatie drie bedrijfswoningen aanwezig.
Momenteel
zijn er bij de
Eén van de bedrijfswoningen werd effectief
al niet meer gebruikt voor de bedrijfsvoering. Initiatiefnemer is voornemens om de woning af te splitsen van de bedrijfsvoering, zodat deze woning een woonbestemming krijgt.
Op 1 juli 2024 heeft het college bekend gemaakt een positief principestandpunt in te nemen. In het principebesluit s uiteengezet dat is besloten om in principe medewerking te verlenen aan het afsplitsen van de bedrijfswoning op de locatie. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door middel van een TAM-IMRO
omgevingsplan-
wijziging. Eiquur 1 Topografische kaart
plangebied en omgeving
12
DOEL
Voorliggende omgevingsplanwijziging heeft tot doel de omschakeling naar de gewenste woonfunctie mogelijk te maken, waarbij het voor het glastuinbouwbedrijf niet langer mogelijk is om een derde bedrijfswoning aanwezig te hebben. 13#
PLANGEBIED
Het plangebied
zoals weergegeven
in navolgend figuur, omvat
het perceel aan de
Tongerlose Pad 7 te Maasbree, kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie Y,
Tongerlose Pad 7 Maasbree
4
|P Geling Advies nummer 471. Onderhavig plangebied is gelegen n het buitengebied van meente Peel en Maas op circa 750 meter afstand van de kern Maasbree.
de ge-
Eiquur2 Plangebied (rood om-
tijnd).
Daarnaast vindt er een wijziging
plaats
bij het naastgelegen
glastuinbouwbedrijf.
Met de wijziging mag dit bedrijf niet langer drie bedrijfswoning hebben, maar twee. De woning aan de Tongerlose Pad 7 wordt afgesplitst van het bedrijf. Voor het overige blijft de functie van dit perceel ongewijzigd.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
5
|P Geling Advies
PLANBESCHRIJVING
21
RUIMTELIJKE
EN
FUNCTIONELE
211
Landschap en historie plangebied
STRUCTUUR
In de Middeleeuwen behoorde Maasbree tot het graafschap Kessel, dat weer deel uitmaakte van het Overkwartier van Gelre of Spaans Opper-Gelre. Zoals overal in die tijd was ook in Maasbree landbouw en veeteelt het hoofdmiddel van bestaan. Tij-
dens de Spaanse Successieoorlog rond 1702 werd het gebied door Pruisische troepen bezet, en zo bleef het als deel van Pruisisch Opper-Gelre ongeveer een eeuw
lang Duits. Het dorp Bree wordt voor de eerste keer genoemd in een akte uit het jaar 1240 waaruit blijkt, dat Bree in 1240 bestond als gemeenschap en dat er een kerk was. Bijna alle bewoners voorzagen in hun levensonderhoud door te werken in de land-
bouw en veeteelt. Er lagen enkele grotere boerderijen in Bree, onder andere de Kerckenhof, hof Tongerlo, hof aen gen Eijnde, Baelshof, de grote en de kleine Westeringsehof en Haenenhof.
Deze hoeven waren eigendom van adellijke heren of wel-
gestelde burgers uit andere plaatsen en soms van kerken of kloosters. Ook hadden sommige inwoners een klein boerderijtje n eigendom, terwijl anderen als dagloner de kost moesten zien te verdienen. Natuurlijk waren er ambachtslieden, maar die hadden toch messtal ook een boerenbedrijfje.
Op 16 september 1786 (Sint Cornelisdag) werd Bree getroffen door een felle brand. Uit een schatrekening van het jaar 1787 blijkt, dat 17 huizen door het vuur verloren gingen. De straatnaam Brand 1786 herinnert aan deze gebeurtenis. Na 1794
bezette
het Franse
leger het gebied
en een
nieuwe bestuursorganisatie
kwam tot stand. Gemeenten met minder dan 5000 inwoners werden bij elkaar gevoegd en zo vormden Blerick, Baarlo en Bree samen 'Mairie de Bree’, later Maasbree genoemd. Maasbree
ligt op het middenterras van de Maas, op een hoogte van ongeveer 30
meter. De weg van Panningen naar Blerick (N275), die direct ten zuiden van de kom loopt, volgt het tracé van de ooit geprojecteerde Beek
doet
Noordervaart.
Ook de Everlose
dat hier.
Maasbree ligt op zandgrond en wordt omringd door landbouwgebied. Tot de voormalige gemeente
Maasbree behoorden
Baarlo en tot 1940 ook Blerick.
In dat jaar werd Blerick bij Venlo gevoegd. Per 1 januari 2010 maakt Maasbree deel uit van de gemeente Peel en Maas. De omgeving van het plangebied is tot het eind van de 19e eeuw grotendeels onbebouwd geweest en kende voornamelijk een gebruik als agrarisch gebied met enkele
bosgebieden. Het merendeel van de bebouwde percelen in de omgeving is tussen de jaren
'30 en de jaren
Tongerlose Pad 7 Maasbree
'60 van de vorige eeuw
voor
het eerst
bebouwd.
6
Het
|P Geling Advies plangebied zelf is vanaf circa 1967 bebouwd met een agrarisch bedrijf inclusief bedrijfswoning. Op de planlocatie is sinds voor 1980 een tuindersbedrijf aanwezig. De bedrijfswoning aan de Tongerlose Pad 7 i aanwezig sinds 1973. Door de jaren groeit het bedrijf en
wordt er steeds meer gebruik gemakt van containervelden.
De containervelden zijn
nodig om de kwaliteit van producten te kunnen blijven garanderen. Fiauur3
situatie Tongerlose Pad 7in
212
1979
Huidige situatie plangebied
Op de locatie is een tuinbouwbedrijf aanwezig met drie bedrijfswoningen, diverse bedrijfshallen, een tweetal kassen en een areaal teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van containervelden aanwezig.
Eén van de bedrijfswoningen werd effectief al niet meer gebruikt voor de bedrijfsvoering van het naastgelegen bedrijf. De ruimte rond de woning is ingericht als tuin. De woning wordt ontsloten via een eigen oprit aan de westzijde van het perceel
Omliggende percelen zijn te kenschetsen als grasland of weiland De aanwezige beplanting bestaat uit sierheesters, vaste planten en navolgende elementen die van betekenis zijn voor de landschappelijke inpassing;
e _ Manshoge coniferenhagen aan de zuidwestkant en zuidoostkant van de huisweide, e _ Een rij bolvormige esdoornen langs de oprit, e _ Een varenbeuk, leilindes en een notenboom aan de zuidkant van de tuin.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
7
|P Geling Advies Eiquur4 Aanwezige beplanting plangebied
De aanwezige beplanting verkeert in goede conditie. De coniferen aan de rand van de huisweide sluiten qua soort en beeld echter niet aan bij de kenmerken van de context. De coniferen aan de wegkant zijn bovendien buitensporig hoog en blokke-
ren een potentieel doorzicht over het huisweitje richting het akkerland. De bolesdoornen zijn gepositioneerd in de voortuin en kan in dit verband als een passend element worden gerangschikt. De bomen aan de zuidkant van de tuin sluiten goed
aan bij de landschappelijke context en vormen een passend kader. 22
TOEKOMSTIGE
SITUATIE
Het voornemen is de bedrijfswoning aan de Tongerlose Pad 7 af te splitsen van het bedrijf. De woning
is niet noodzakelijk voor de bedrijfsvoering van het ter plaatse
gevestigde bedrijf, daar het bedrijf de beschikking heeft over twee andere bedrijfswoningen. Na de afsplitsing van de woning, krijgt deze een woonfunctie. Hiermee kan de woning benut worden door personen welke geen binding hebben met de be-
drijfsvoering. De woning beschikt over een eigen tuin. Er wordt zorg gedragen voor een juiste landschappelijke inpassing. Op de volgende afbeelding is de beoogde situatie weergegeven. Deze afbeelding is ook opgenomen in bijlage 22.m1 bij onderhavige motivering.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
8
|P Geling Advies Eiquur5 Beoogde situatie plangebied
221
Landschappelijke inpassing
De aanwezige beplanting bestaat uit sierheesters, vaste planten en navolgende elementen die van betekenis zijn voor de landschappelijke inpassing; e _ Manshoge
coniferenhagen aan de zuidwestkant en zuidoostkant van de huis-
weide,
e _ Een rij bolvormige esdoornen langs de oprit, e _ Een varenbeuk, leilindes en een notenboom aan de zuidkant van de tuin.
De aanwezige beplanting verkeert in goede conditie. Het concept voor de inpassing van het plangebied omvat het navolgende; e
Aanplant van een boomgaardje
aan de noordkant van het plangebied;
in de
vijftiger jaren bevond zich een boomgaardje op het ten noorden gelegen buurterf.
e _ Aansluitend bij de typologie van de landschappelijke context, omzomen van het plangebied met geschoren hagen.
e _ Instand houden van de aanwezige beplantingen die van betekenis zijn voor de inpassing van het plangebied zijnde de varenbeuk, boom aan de zuidkant van het plangebied.
de leilindes en de noten-
Op navolgende afbeelding is het beplantingsplan weergegeven. Het landschappelijk inpassingsplan is ook opgenomen in bijlage 22.m2 bij onderhavige motivering
Tongerlose Pad 7 Maasbree
E
|P Geling Advies Eiauur& Beplantingsplan
222
Stedenbouwkundige inpassing
De ontwikkeling betreft het afsplitsen van één van de drie bedrijfswoningen bij een
agrarisch bedrijf. Een derde bedrijfswoning is gelet op de aard van de bedrijfsvoering niet noodzakelijk in deze situatie. Door af te splitsen heeft de initiatiefnemer de vrijwijze van wonen in te richten op een manier die mogelijkerwijs beter past bij zijn toekomst en de toekomst van het bedrijf.
Het voorliggende
bestemmingsplan
voorziet
in een functiewijziging
van
de
be-
staande agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. De bestaande bouwvlakken en bouwhoogtes worden hierbij niet gewijzigd. Doordat de bestaande bebou-
wing niet wordt gewijzigd, is er geen sprake van negatieve ruimtelijke of stedenbouwkundige effecten. Functioneel gezien past de functiewijziging bij de omliggende functies, aangezien hier naast agrarische bedrijfswoningen ook reeds meerdere burgerwoningen zijn ge-
legen. Uit een oogpunt van milieu bestaan er geen belemmeringen. Bovendien wordt de woning in de huidige situatie al niet meer als bedrijfswoning gebruikt, waardoor het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning voor de hand ligt. Samengevat treden er geen negatieve ruimtelijke en stedenbouwkundige
effecten
op voor de omgeving als gevolg van de voorgenomen functiewijziging. 223
Ontsluiting en parkeren
De locatie blijft ontsloten via de al aanwezig oprit. Volgens de “Kencijfers parkeren
en verkeersgeneratie” van CROW, moet voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied maximaal 2,3 parkeerplaatsen worden aangelegd. Aan de voorzijde van de woning is voldoende verharding aanwezig om deze parkeerplaatsen te realiseren
Tongerlose Pad 7 Maasbree
10
|P Geling Advies op eigen terrein, zie ook navolgende afbeelding nomen in bijlage 22.m1 bij deze motivering.
De volledige situatieschets is opge-
Eiquur 7 Uitsnede beoogde met verharding
situatie
Tongerlose
Pad 7 Maasbree
11
|P Geling Advies
TOETSING
31
HUIDIGE
AAN
OMGEVINGSPLAN
REGELING
OMGEVINGSPLAN
Voor de locatie vigeert het bestemmingsplan “buitengebied Klavertje 4” vastgesteld d.d. 25 juni 2013, als tijdelijk onderdeel van het omgevingsplan gemeente
Peel en
Maas. De locatie heeft de bestemmingen/functies ‘Agrarisch-glastuinbouw’ met de functieaanduiding “Waarde archeologie 4”, gebiedsaanduidingen; "Bebouwingsconcentratie”, “Agrarisch Landschap” en “Maximum aantal wooneenheden: 3”. Deze
gronden zijn bedoeld voor het behoud van agrarische productiegebonden gronden en ontwikkeling van grondgebonden agrarisch gebruik, extensieve dagrecreatie en
verbetering van landschapskwaliteiten. Binnen deze functie is het tuinbouwbedrijf met bedrijfswoningen toegestaan. 3.2
STRIJDIGHEID
MET
HET
OMGEVINGSPLAN
Binnen het Omgevingsplan is geen mogelijkheid opgenomen om aan de bedrijfswoning de functie wonen toe te kennen. Het toewijzen van de functie “wonen” kan
middels een omgevingsplanwijziging. Van belang bij deze functie is dat omliggende bedrijven
niet in hun
bedrijfsvoering worden
beperkt.
Met
onderhavige wijziging
wordt de activiteit/functie wonen toegestaan bij de woning aan de Tongerlose Pad 7 te Maasbree.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
12
|P Geling Advies
BELEIDSKADERS
41
RIJKSBELEID
1
Omgevingswet
De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet moet leiden tot meer ruimte voor duurzame ontwikkelingen, meer rekening houden met regionale verschillen, meer ruimte bieden voor maatwerkoplossingen en belangheb-
benden vroegtijdig betrekken in de besluitvorming. Daarnaast is het doel van de Omgevingswet om de tientallen vormen van wet- en regelgeving onder het oude omgevingsrecht van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), te bundelen in één wet die toeziet
op het omgevingsrecht
en daarmee te voorkomen
dat initiatiefnemers
rekening
moeten houden met veel verschillende wetten met elk hun eigen procedures, plan-
vormen
en regels. Met de Omgevingswet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving
streeft de regering vier verbeterdoelen na:
-
hetvergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht;
- _ het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefom-
geving in beleid, besluitvorming en regelgeving; -
hetvergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte
door een actieve en flexibele
aanpak mogelijkte maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving;
-
het versnellen
en verbeteren
van besluitvorming over projecten
in de fysieke
leefomgeving. De wet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Om de Omgevingswet uitte voeren, hebben overheden
de beschikking over 6 'kerninstrumenten’: - _ de omgevingsvisie: op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau kan een omgevingsvisie worden opgesteld; een samenhangend, strategisch ning houdt met alle ontwikkelingen n de leefomgeving.
-
plan dat reke-
het programma: maatregelen om de leefomgeving te beschermen, te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen. Het programma richt zich op een onderwerp, een bepaalde bedrijfssector of een gebied. Verschillende overheden kunnen ook
samen een programma opstellen. -
decentrale regels: decentrale overheden hebben ieder 1 regeling voor de fysieke leefomgeving voor hun hele grondgebied. Dit zijn het gemeentelijk omgevings-
plan,
de
provinciale
omgevingsverordening
en
de
waterschapsverordening.
Hierin staan verschillende soorten regels. Bijvoorbeeld decentrale regels voor ac-
tiviteiten van burgers en bedrijven. En kaders om vergunningen te toetsen. Ook worden er gebieden in aangewezen die een bepaalde functie hebben.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
13
|P Geling Advies -
algemene rijksregels: dit zijn het Bkl, Bal, Bbl en de Omgevingsregeling. Deze ‘Algemene Maatregelen van Bestuur’ (AMvB's) worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. - _ de omgevingsvergunning: veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. Voor de meeste daarvan gelden algemene regels.
Soms is een vergunning nodig. Bijvoorbeeld voor het verbouwen van een rijksmonument. De overheid toetst vooraf of dat mag. -
hetprojectbesluit.
Het projectbesluit is een uniforme procedure voor besluitvor-
ming over complexe projecten van het Rijk, een provincie of een waterschap. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg, windmolenpark of natuurgebied. Een projectbesluit regelt in dezelfde procedure de afwijking van het omgevingsplan. Het pro-
jectbesluit kan ook gelden als een omgevingsvergunning. In dit geval is er gekozen om de ontwikkeling mogelijk te maken middels een TAM-
IMRO procedure. Daarmee maakt het onderdeel uit van het kerninstrument decentrale regels, specifiek het gemeentelijk omgevingsplan. 412
Omgevingsbesluit
Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevings-
vergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffect-
rapportage. Concreet bevat het Omgevingsbesluit bepalingen over de volgende onderwerpen: -
_
-
Bevoegdheden, handhaving en beheer
Procedurele regels _
Projectprocedure Milieueffectrapportage
- _
Financiële bepalingen
-
Digitale voorzieningen
In dit geval gaat het om het toepassen van een wijziging van het omgevingsplan door middel van een TAM-IMRO plan. Er is sprake van een concreet initiatief. 413
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. rijkste speerpunten uit de NOVI zijn:
De belang-
D _ Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat de overheid Nederland zo inrichten dat het land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat de overheid functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen
van grondwaterstanden in veenweidegebieden;
D _ Deverandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie heeft de overheid oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat er eerst gekeken wordt naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te
plaatsen;
Tongerlose Pad 7 Maasbree
14
|P Geling Advies -
De overgang naar een circulaire economie, waarbij Nederland tegelijk goed kan blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat biedt. Een voorbeeld
is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied;
D _ De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen de rijksoverheid op een goed bereikbaar netwerk van steden. Zo worden de ambities
n mogelijkheden in steden en regio's in heel Nederland gebruikt. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom ste-
den het beste ingepast kunnen worden;
D _ Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschapte behouden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een voorkeursvolg-
orde logistieke functies;
D _ Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op
de natuurlijke water-en bodemsystemen. Dit omgevingsplan voorziet n de functiewijziging van een bestaande agrarische bedrijfswoning met tuin naar een burgerwoning. Het plan voorziet hiermee in een nieuwe invulling voor de bestaande woning en voorkomt leegstand van voormalige
agrarische bebouwing. Dit sluit aan bij het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied. De woning wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing op
basis van het Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas. 414
Instructieregels (AMvB's)
Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen
voor gemeenten,
provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bk! is opge‘bouwd uit de volgende onderwerpen: « _ In de instructieregels staan onder andere de normen en regels die gelden voor omgevingsplannen, omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen,
e _ In de omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bk/, zoals luchtkwaliteit en de e
kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. Het Bkl bevat de regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning.
e
En regels over monitoring en gegevensverzameling. Deze regels hebben betrekking op de onderdelen waterkwaliteit, externe veiligheid, luchtkwaliteit en het
behoud van cultureel erfgoed. 4141
Ladder
De
voor duurzame verstedelijking
‘ladder voor
duurzame
verstedelijking’
is een
instructieregel
voor
zorgvuldig
ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De toelichting bij een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het omge-
vingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een
Tongerlose Pad 7 Maasbree
15
|P Geling Advies motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden
voorzien
Artikel 5.129 g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bki) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een nieuwe stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard
en omvang van de ontwikkeling in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. In artikel 5.129 g Bkl is geen ondergrens vastgelegd. In uitspraken van de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor
lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel ‘in beginsel’ grenzen. Bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m? (per functie). Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen zoals maatschappe-
lijke functies, cultuur, leisure of recreatie. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die een nieuw of groter planologisch beslag op de ruimte leggen dan het geldende omgevingsplan toestaat. Of, als
er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten hebben. Het is niet relevant of het plangebied binnen of buiten het stedelijk gebied ligt. In beide gevallen moet rekening worden gehouden met de
behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. ief
Voordat de ladder duurzame verstedelijking wordt doorlopen, wordt beoordeeld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5.129g lid 2 van
het Besluit kwaliteit leefomgeving. Aangezien het initiatief uitsluitend de functiewijziging van een bestaande agrarische
bedrijfswoning naar een burgerwoning behelst, waarbij geen sprake is van een toename van het aantal woningen ter plaatse, voorziet het plan niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g lid 2 van het Besluit kwaliteit leef-
omgeving. De ladder duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing. 4142
Besluit activiteiten leefomgeving In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en
specifieke zorgplichten, om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen en cultureel erfgoed te beschermen.
Wanneer het noodzakelijk is dat het bevoegd gezag een activiteit voorafgaand beoordeelt, voorschriften daarvoor opstelt en expliciet instemt met de uitvoering daarvan, is een omgevingsvergunning vereist. Doorgaans gaat het om complexere activi-
teiten met potentieel grote gevolgen. Met de ontwikkeling worden geen specifieke nieuwe activiteiten mogelijk gemaakt welke
onder
het
Bal vallen.
Indien
bewoners
van
de locaties activiteiten
onder
het
Bal wensen te verrichten, mogen deze niet in strijd zijn met het Omgevingsplan en dient getoetst te worden aan de algemene regels, meldingsplichten, vergunning-
plichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
16
|P Geling Advies 4143
Besluit bouwwerken leefomgeving
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan rijksregels voor burgers en be-
drijven. Het zijn allemaal regels die met bouwwerken te maken hebben. Ofwel het ‘bouwen, in stand houden, gebruiken of slopen van bouwwerken. De regels gaan over onderwerpen
als veiligheid, gezondheid, duurzaamheid
en bruikbaarheid.
Het Bbl
bevat:
-
algemene regels,
-
meldingsplichten,
-
vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden,
-
specifieke zorgplichten.
Het initiatief behelst uitsluitend de functiewijziging van een bestaande agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Hierbij vinden geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaats. Er hoeft dus niet getoetst te worden aan het Bbl. 4144
Omgevingsregelin
In de Omgevingsregeling heeft het Rijk alle technische details van de andere regel-
geving uitgewerkt.
Denk aan aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen en re-
kenregels voor gelui 415
Conclusie rijksbeleid
Voorliggend plan is, gelet op het voorgaande in deze paragraaf, passend binnen de kaders die geschept
worden
in het rijksbeleid. De ontwikkeling draagt bij aan de tran-
sitie van het landelijk gebied. Het betreft geen stedelijke ontwikkeling. 42
PROVINCIAAL
BELEID
421
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omge-
vingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed.
Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. De Omgevingsvisie stelt op strategisch niveau de kaders voor het provinciaal handelen bij toekomstige ontwikkelingen en
activiteiten, De Omgevingsvisie bevat daarmee belangrijke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid en vormt de basis voor verdere uitwerkingen en plannen en programma's. Limburgse principes en algemene zonering De Omgevingswet gaat uit van het zoeken naar de balans tussen het beschermen &n
benutten van de fysieke leefomgeving waarin mensen leven, wonen, werken, leren en hun vrije tijd besteden. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kunnen nog keuzes worden gemaakt. Daarbij wordt ge-
kozen voor maatwerk en wordt rekening gehouden met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Dat gebeurt op basis van de volgende principes:
a
Er wordt gestreefd naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving
b. c.
De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal Meer stad, meer land
Tongerlose Pad 7 Maasbree
17
|P Geling Advies d. Er wordt zorgwuldig omgegaan met de ruimte en voorraden; boven- én ondergronds
Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de 'tijdloze' karakteristiek van de ondergrond; de geo-
morfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruikin deelgebieden binnen Limburgin de afgelopen decennia. De locatie is gelegen binnen het landelijk gebied en dan specifiek het buitengebied. Het buitengebied be-
treft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden
voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandig-
heden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogeli
Wonen en leefomgeving Op het gebied van wonen en leefomgeving liggen regionaal bepaalde uitdagingen en kansen. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstge-
schikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Conjuncturele ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarnaast verandert de woonvraag waardoor het woningaanbod niet
altijd aansluitop de vraag. Ook de betaalbaarheid van woningen blijft een belangrijk aandachtspunt.
Invulling van de woningmarkt is onlosmakelijk verbonden met de so-
ciaaleconomische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen. Door het in balans brengen van vraag en aanbod kan een tekort aan woningen voor bepaalde doelgroepen
worden
voorkomen.
Daarnaast heeft dit een positief effect
op ongewenste leegstand met de bijbehorende ondermijnings- en leefbaarheidsproblemen.
Woningbouwontwikkelingen worden benaderd vanuit een brede maatschappelijke context.
Dit vraagt een integrale aanpak van locaties en gebieden
in de vorm van
herstructurering en transformatie/herbestemming in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied. Bij de te maken keuzes speelt mee dat leegstand moet worden tegengegaan en dat ontwikkelingen altijd in samenhang met veiligheid en leefbaarheid plaatsvinden. Met het stimuleren van natuurinclusief en circulair bou-
wen, de verduurzamingsopgave en het levensloopbestendig maken van bestaande en nieuwe woningen, wordt gevraagd om gebruik te maken van meekoppelkansen voor een klimaatbestendige en adaptieve woonomgeving. Land- en tuinbouw
Meer dan de helft van het Limburgse grondgebied is landbouwgrond. Daarmee is de
land- en tuinbouwsector de belangrijkste functiedrager van Limburg en bepaalt de agrarische bedrijfsvoering in zeer belangrijke mate het beeld van Limburg. Agrariërs staan echter voor de uitdaging hun bedrijf en de internationale concurrentiekracht
toekomstbestendigte houden. Het landelijk gebied is steeds minder een productieruimte en steeds meer een consumptieruimte waar gewoond, gewerkt en gerecreeerd wordt. Deze verwevenheid vraagt maatregelen om de omgevingskwaliteit te
verbeteren en ruimtelijke keuzes over vestiging, uitbreiding, herbestemming en sanering van leegstaand agrarisch vastgoed. Een groot gedeelte van de agrarisch ondernemers zal stoppen. Daardoor is sprake van een toename aan vrijkomende agra-
rische
bebouwing.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
Een
passende
herbestemming
vinden
voor
de
locaties
18
is
|P Geling Advies wenselijk, anders ontstaat meer risico op criminele activiteiten en verval, waardoor de landschappelijke kwaliteit en leefbaarheid van het gebied achteruitgaan. Als ambities worden daarnaast gegeven dat wordt gestreefd naar het terugdringen van
emissies en het verbeteren van de omgevingskwaliteit en leefbaarheid rondom intensieve veehouderijen. In sommige situaties kan geur tot overlast in de omgeving
leiden en een aandachtspunt vormen en breder ook gezondheid van bewoners. Er wordt gestreefd naar het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Doorwerking projectgebied De ontwikkeling sluit goed aan op de genoemde principes en ambities binnen de thema's wonen en landelijk gebied van de omgevingsvisie. Dit omgevingsplan voor-
ziet in de functiewijziging van een bestaande agrarische bedrijfswoning met bijge‘bouw en tuin naar een burgerwoning. Het plan voorziet hiermee in een nieuwe invulling voor de bestaande woning en voorkomt leegstand van voormalige agrarische
bebouwing. Er worden geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden uitgevoerd. Het plan wordt hierdoor passend geacht binnen de Provinciale Omgevingsvisie. 422
Omgevingsverordening
Limburg
In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-Jwater, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Deze Omgevingsverordening geldt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Binnen de Omgevingsverordening is de locatie gelegen in het buitengebied en over-
stromingsgebied C zoals in navolgende afbeelding is te zien.
Eaurs Uitsnede
_
@ Omgesgsket Regesopde aa
p
Omgevingsveror. | ommm
dering Lmburg
e
a
Feererir
|_ zmammsnen OO
/4
2®
—
n
‘
‚
> e
x
5
J
In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen ontwikkeling.
die van toepassing zijn op de
Artikel 3.5 Klimaatadaptatie 1. De motivering bij een omgevingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden metde risico’s en gevolgen van klimaatverandering; en b. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbijis gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico's betrokken: 3.
wateroverlast;
b. overstroming;
Tongerlose Pad 7 Maasbree
19
|P Geling Advies c. droogte. 3. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke,
regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Artikel 12.1 Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen
De motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden
met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en alge-
mene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie;
b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onaf-
hankelijk regionaal behoefteonderzoek; . over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen
de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg.
De re-
gio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;
d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5; e realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het
omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
Doorwerking projectgebied Hierna wordt aan de voorgaande regels getoetst. Artikel3.5
Dit omgevingsplan voorziet n de functiewijziging van een bestaande agrarische be-
drijfswoning met bijgebouw en tuin naar een burgerwoning. Het plan voorziet hiermee in een nieuwe invulling voor de bestaande woning en voorkomt leegstand van
voormalige agrarische bebouwing. Er worden geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden uitgevoerd. De locatie wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing. Dit draagt positief bij aan het voorkomen van hittestress. Daarnaast is van belang dat wateroverlast zo veel mogelijk wordt voorkomen. Gezien n de omgeving geen grote
waterstromen zijn gelegen, is hier geen overlast te verwachten door hoogwater. Dit wordt bevestigd door de kaarten van Atlas Leefomgeving, welke op de kaarten met kans op overstromingen geen kans inschat voor de omgeving van de locatie.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
20
|P Geling Advies Eiquur9 Kaart Atlas Leefomgeving overstromingskans
Kans op overstroming
_Overstroomt niet x per 100 000 jaar
Bhxper 1000 jaar per 100 jaar
Berer10jaar _Oppervaktewater Wel dient rekening te worden gehouden met hemelwater. In het plangebied is uitsluitend sprake van een functiewijziging van de bestaande agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het omgevingsplan maakt geen nieuwe bebouwing en/of verharding mogelijk die nu niet ook al is toegestaan. Daarmee is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Artikel 12.1
De ontwikkeling is in paragraaf 4.2.1 getoetst aan deze paragrafen uit de omgevingsvisie.
De ontwikkeling sluit goed aan op de genoemde principes en ambities binnen de thema's wonen en landelijk gebied van de omgevingsvisie. Dit omgevingsplan voorziet in de functiewijziging van een bestaande agrarische bedrijfswoning met bijge‘bouw en tuin naar een burgerwoning. Het plan voorziet hiermee in een nieuwe invulling voor de bestaande woning en voorkomt leegstand van voormalige agrarische bebouwing. Er worden geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden uitgevoerd. Het plan wordt hierdoor passend geacht binnen de Provinciale Omgevingsvisie. 43
REGIONAAL
BELEID
431
Regionale Woonvisie Wonen Noord-Limburg 2020-2024
Op 20 oktober 2020 is de Regionale Woonvisie Wonen Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Dit is een visie waarin verschillende gemeenten gezamenlijk sturing ge-
ven aan de regionale woningmarkt. In de visie worden trends en ontwikkelingen beschouwd en worden hier vervolgens opgaven en een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld.
Uit een analyse van trends en ontwikkelingen komt een aantal opgaven naar voren die kan worden samengevat in:
D _ Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad D _ Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen de woningmarkt
Tongerlose Pad 7 Maasbree
21
|P Geling Advies Doordat er verschuivingen plaatsvinden in de demografische samenstelling van de bevolking, verandert ook de kwalitatieve woonbehoefte. Door de veranderende sa-
menstelling van huishoudens ontstaat een stijgende woonbehoefte aan nultredenwoningen en appartementen. Door in te zetten op de juiste kwaliteit woningen, wordt de langste keten op het gebied van doorstroming op de woningmarkt bewerk-
stelligd. Enkele uitgangspunten worden gehanteerd voor de kwalitatieve richtlijn:
D _ Toevoegen van woningen n principe alleen in de kernen
D _ Koppelkansen D _ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot
D _ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte
D _ D
Erwordt gestreefd naar duurzame woonconcepten Erwordt aansluiting gezocht op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zij
Doorwerking projectgebied De voorgenomen ontwikkeling betreft de functiewijziging van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Hiermee wordt er geen woning toegevoegd
aan de bestaande voorraad.
Door de woning af te splitsen van het bedrijf kan het
worden verkocht aan mensen zonder binding met het bedrijf. De woning wordt dus toegevoegd aan de woningvoorraad. De kern van Maasbree s gelegen op circa 700
meter afstand.
Bovendien vormt de omschakeling op de locatie naar woonfunctie
geen belemmering voor andere ruimtevragers in het buitengebied en is dit juist pas-
send, gezien de ligging tussen de andere woonfuncties. Verpaupering en leegstand van agrarische bedrijfswoningen wordt daarnaast voorkomen en de locatie wordt op een goede manier landschappelijk ingepast 44
GEMEENTELIJK
441
Omgevingsvisie
BELEID
Peel en Maas
De gemeente Peel en Maas heeft op 5 juli 2022 de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft een visie over de fysieke leefomgeving op
hoofdlijnen voor de gehele gemeente. De visie gaat over de woon- en leefomgeving en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. De omgevingsvisie blijft een dynamisch document. Op dit moment is de eerste versie van de
omgevingsvisie opgesteld, met het bestaande beleid als uitgangspunt. De komende jaren werkt de gemeente verder waar dat nodig is en evalueert of aanpassing nodig of wenselijk is. De gehele gemeente is opgedeeld in deelgebieden met ieder hun eigen waarden en kenmerken. Aanvullend aan deze waarden hanteert de gemeente een aantal over-
koepelende waarden die niet gebiedsafhankelijk zijn. Dit zijn de waarden die de basis vormen; zelfsturing, diversiteit en duurzaamheid.
Conform de waardenkaart is onderhavig plangebied gelegen in ‘Grootschalige open ontginningslandschap’. Binnen dit gebied wordt gekenmerkt door open landschappen met een rationele ontsluitingsstructuur, met verspreid een klein bosje of een
houtsingel. Dit deelgebied is van grote waarde voor de landbouw:. De dynamiek van de landbouw
Tongerlose Pad 7 Maasbree
is kenmerkend voor dit landschap. Bebouwing is spaarzaam aanwezig
2
|P Geling Advies en bestaat vooral uit boerderijen.
Verder zijn er onbeplante wegen en wegen met
enkele en dubbele bomenrijen.
Binnen de oude bouwlanden liggen de oude woongebieden met hierin de dorpen en bebouwingslinten. De oude bouwlanden
worden
nu gebruikt voor tal van func-
ties, Doordat de dorpsbebouwing en de landbouw concurreerden om dezelfde gronden is de landbouw geïntensiveerd met onder andere glastuinbouw en intensieve veehouderij. De landbouwvelden
hebben een onregelmatige verkaveling en de we-
gen hebben een onregelmatig patroon. Het versterken van de waarden kan gezocht worden in onder andere:
1.
Creëren van ontwikkelruimte voor landbouw door verschillende functies (bijv. landbouw, natuur en wonen) te verbinden waar het kan en te scheiden waar het moet. Met het landschap als drager.
2.
Het behouden van het karakter van het agrarische productielandschap, waarbij de landbouw een omslag maakt naar een meer natuurinclusieve en duurzame vorm
3.
van
landbouw
Mogelijkheden voor toeristisch-recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, zoals agrotoerisme, mits de waarde voor de landbouw hierdoor niet afneemt.
4.
Mogelijkheden voor het bieden van ruimte voor energietransitie, passend bin-
5.
nen de ontginningsstructuur. Maak een heldere beplantingstructuur: enkele of dubbele wegbeplanting zon-
der ondergroei voor transparantie. 6.
Houd kleine wegen onbeplant.
7. 8.
Herstel versnipperde beplantingen. Rationeel landschap: boerderijen mogen
zichtbaar zijn. Geef omwille van de
zichtbaarheid, veel aandacht aan de inpassing van de erven
9.
Behoud de grootste openheid.
10.
Versterk en herstel de openbare zandpadenstructuur.
In de Omgevingsvisie
wordt geen nieuwe koers vastgelegd. De reeds ingezette koers
uit de kaderstellingen en de beleidsdocumenten wordt samen in één document gevoegd. Dit alles is samengebracht in 6 opgaven van beleid, waarvan de eerste 3 over-
koepelend zijn: 1.
Zo wordt de gemeente duurzamer; Het realiseren van een toekomstbestendige
gemeente waarbij duurzaamheid wordt opgesplitst in de deelonderwerpen: klimaatadaptie, energietransitie en circulariteit. Bijiedere ruimtelijke ontwikkeling en bij nieuwe initiatieven dient gekeken te worden naar de mogelijke adaptieve
maatregelen op het gebied van onder andere hittestress of wateroverlast. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het (lokaal) opwekken van duurzame energie en het inzetten op circulariteit.
2.
Een gezonde en veilige leefomgeving; De gemeente zet in op gezondheid en veiligheid als belangrijke afwegingsfactoren bij ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om aspecten zoals luchtkwaliteit, hittestress, gezondheid maar ook het
stimuleren van de bewoners tot meer bewegen en ontmoeten. 3.
Het versterken van natuur en biodiversiteit; Een groene en gezonde leefomgeving draagt bij aan een positieve gezondheid en het goede leven. Ruimtelijke
ontwikkelingen dienen gerealiseerd te worden 4.
met een meerwaarde voor de
natuuren de biodiversiteit, waarbij natuurinclusief bouwen de norm is. Goed wonen voor iedereen; De gemeente zet in op het in balans brengen van
de vraag en het aanbod van woningen ten behoeve van vitale gemeenschappen.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
23
|P Geling Advies De juiste woning op de juiste plek en met de juiste kwaliteit. De gemeente blijft in gesprek met
het dorpsoverleg,
initiatiefnemers
en ontwikkelaars
over het
thema wonen. Het doel is een leefomgevingte creëren die rekening houdt met het veranderde klimaaten daarnaast bijdraagt aan de gezondheid, biodiversiteit en veiligheid van de inwoners. Woningen worden in principe toegevoegd
in de
kernen, bij voorkeur op herstructureringslocaties, alsmede het faciliteren van passende woonruimte voor diverse doelgroepen. 5.
Toekomstgericht
ondernemen;
Uitgangspunt
is ondersteunen
in de transitie
naar een circulaire, waarden gedreven economie en kenniscirculatie. Een toekomstbestendige economie zorgt voor welvaart en draagt bij het goede leven in Peel en Maas. Gemeente faciliteert lokale bedrijven, die geworteld zijn n de sa-
menleving, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector, het MKB en recreatie en toerisme. Daarnaast wordt ingezet op herstructurering boven uitbreiding en het hergebruik van leegstaand agrarisch vastgoed voor recreatie/toerisme en bedrijvigheid 6.
Balans in het buitengebied. Een van de belangrijkste economische dragers van het buitengebied is de land- en tuinbouw binnen Peel en Maas. De gemeente
stimuleert het faciliteren van kringloop- en natuurinclusieve landbouw dat leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit. Het doorontwikkelingen van grootschalige agrarische bedrijvigheid is toegestaan in gebieden waar dit pas-
send in op basis van een gebiedsgerichte aanpak, uitbreiding gaat gepaard met een tegenprestatie.
Ook wordt gestimuleerd op hergebruik c.q. herbestemming
van leegstaand/leegkomend agrarisch vastgoed onder voorwaarde dat er sprake is van kwaliteitswinst in de vorm van een bijdrage aan de doelen/speerpunten. Via de win-win regeling zijn er ook beperkte mogelijkheden voor de
in-
zet van woningbouw om leegstand tegen te gaan. Bij hergebruik c.q herbestemming is de sloop van overtollige gebouwen een belangrijk uitgangspunt. De opgaven dienen in samenhang van elkaar gezien te worden, waarbij met name de eerste drie overkoepelende opgaven als leidende principes gelden. Bij elke ontwikkeling dient bekeken te worden hoe een bijdrage aan deze drie opgaves geleverd kan worden.
Doorwerking projectgebied
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een functiewijziging van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning en valt daarmee onder opgave 6 “Balans in het buitengebied” in samenhang met de drie overkoepelende opgaven. De woning
wordt momenteel al niet meer als bedrijfswoning gebruikt. De gemeente stimuleert herbestemming van leegstaand/leegkomend vastgoed. Hiermee wordt leegstand van panden in het buitengebied voorkomen.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
24
|P Geling Advies Eiquur 10
Ligging binnen Omgevingsvisie
441
Kwaliteitskader buitengebied Peel & Maas In november 2011 heeft de gemeente Peel en Maas
het ‘Kwaliteitskader buitenge-
bied Peel & Maas' vastgesteld. Om het ruimtelijke beleid van de gemeente, die tot 1 januari 2010 bestond uit de vier gemeenten Helden, Maasbree, Kessel en Meijel, af
te stemmen,
is er een structuurplan opgesteld.
Het structuurplan is gebaseerd op
een ontwikkelingsgericht beleid voor het buitengebied. Dit beleid dient ondernemers ruimte te geven voor nieuwe ontwikkelingen en dient er tegelijk voor te zorgen dat de ruimtelijke kwaliteiten van het buitengebied versterkt worden. Om hier invulling aan te geven is de behoefte ontstaan aan een ruimtelijk kwaliteitskader voor het buitengebied. In het Kwaliteitskader
worden
uitspraken die in het structuurplan opgesteld zijn, ge-
concretiseerd en verder uitgewerkt. Het kwaliteitskader buitengebied biedt een houvast voor ontwikkelingsgericht beleid en kent vier uitgangspunten:
D Ontwikkelingen in het buitengebied worden als een kans gezien voor zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit.
In het nieuwe bestemmingsplan
zijn meer
ontwikkeling mogelijk dan in het verleden mogelijk was. Vanuit de ondernemer wordt wel een kwaliteitsbijdrage verwacht. De omvang van die bijdrage hangt af van de maat van de gewenste bouw en van de vastgestelde moge-
lijkheden in het bestemmingsplan;
D Ondernemers worden beoordeeld op basis van hun initiatief en creativiteit, om zo een balans te vinden tussen hun gewenste ontwikkeling en de bijdrage die hiermee geleverd wordt aan de kwaliteit van het omringende landschap
en het milieu. Het toekomstige landschap zal het resultaat zijn van maatwerk Elk initiatief verdient een goed plan dat bijdraagt aan duurzaamheid en diversiteit;
D De gemeente schetst de speelruimte: niet overal mogen evenveel ontwikkelingen plaatsvinden. De gemeente schetst ook de ondergrens van wat een kwaliteitsbijdrage is. Hiervoor zijn redelijke normen opgesteld. Deze maken een objectieve vergelijking tussen praktijkvoorbeelden mogelijk;
Tongerlose Pad 7 Maasbree
25
|P Geling Advies D De overheid denkt mee, stuurt waar nodig en stimuleert. Om in Peel en Maas de ruimtelijke kwaliteitte bewaren en ruimtelijke dynamiek mogelijk te maken, wordt een combinatie van toelatings- en ontwikkelingsplanologie toegepast. Dit gaat in op principes van het kwaliteitsbeleid waar particuliere kwali-
teitsbijdragen een belangrijk instrument spelen. Met kwaliteitsbijdragen, oftewel met nadrukkelijke zorg voor het erf en voor het landschap, wordt bereikt dat een deel van de ontwikkelingsaanvragen die in het verleden zouden zijn afgewezen, voortaan geaccepteerd wordt.
Onderhavig kwaliteitskader gaat in op de vraag of een bepaalde functie zich in het buitengebied mag en kan ontwikkelen. Het belangrijkste principe hierbij is of een functie ‘gebiedseigen’ is, functioneel aan het buitengebied gebonden, of niet. Aan ‘groene! functies wordt in het algemeen ontwikkelingsruimte geboden, terwijl 'rode’ functies, met veel bebouwing en niet of nauwelijks binding met agrarische grond,
niet zijn toegestaan.
Een tweede afweging wordt gemaakt op grond van verschij
ningsvorm, oftewel de vorm en schaal van de ontwikkeling in relatie tot het landschap Net als in het provinciaal beleid wordter bij kwaliteitsverbeteringen onderscheid ge-
maakt in Basiskwaliteit (geldt bij elke ontwikkeling en richt zich op het goed inpassen van nieuwe bebouwing en verharding), daar bovenop fieke grote ontwikkelingen en richt zich op het goed
Basiskwaliteit Plus (bij speciinpassen van nieuwe en be-
staande bebouwing en verharding) en daar bovenop Aanvullende Kwaliteitsverbeteringen (bij nog grotere of meer van het bestemmingsplan afwijkende ontwikkelingen en richt zich op fysieke verbeteringen van het landschap als sloop, verfraaiing of aan-
leg van de natuur) Doorwerking plangebied Op onderhavige planlocatie vindt de omschakeling van een bedrijfswoning naar burgerwoning plaats. Er vinden geen uitbreidingen van het pand plaats noch de aanleg van extra verharding. Onderhavige functiewijziging valt derhalve binnen de categorie
‘Basiskwaliteit’.
Dat wil zeggen dat de reeds aanwezige bebouwing en verharding
waar de functiewijziging plaatsvindt moet worden ingepast. Als basis voor omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte ‘landschappelijke
inpassing’ of ander groen/natuur dat overeenkomst met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak — al dan niet bestemmingsvlak — waar de nieuwe bebouwing of functie komt Voor onderhavige planlocatie is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld.
Het
bestemmingsvlak is 1.036 m? groot. De omvang van de als inpassing te realiseren beplanting is conform de richtlijnen van het landschapskader geraamd op 172 m’; zie de tabel hieronder. De aanwezige beplanting is daarbij nog buiten beschouwing gelaten. Het plan voldoet daarmee ruimschoots aan de 10% norm.
Eiauur 11
Vooreld m aanlegin
cD
v1
hoogstamfruit
H1 H2
ligusterhaag
EH
_|st
M2
6x2| 12
m1 |120x1 | 120
_ [gemengde haag|m1|
40x1|
40 172
Tongerlose Pad 7 Maasbree
26
|P Geling Advies
UITVOERINGSASPECTEN
BODEM
Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem structieregels in het Bkl opgenomen.
in-
De inhoud van deze regels is via het Aanvul-
lingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding.
Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie.
De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de
betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam
gebruik van de functio-
nele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang;
D beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; D evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem;
D duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze
waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op veront-
reinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere
beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. Ila onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving:
D Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel Ila, paragraaf 2.3.63.2);
D Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); D Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.62.4)
Tongerlose Pad 7 Maasbree
27
|P Geling Advies D Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.63.5). Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het be-
oogde gebruik. Dit
kan
betekenen
dat
een
onderzoek
moet
worden
verricht
naar
de
bodem-
en
grondwaterkwaliteit. Doorwerking projectgebied Bij functiewijzigingen is in de planologische procedure van belang dat de beoogde functiewijziging plaats kan vinden op een locatie waar de milieuhygiënische bodem-
gesteldheid dit toelaat. De woning is al aanwezig op de locatie. Er wordt geen nieuwe gevoelige functie opgericht, een bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. BEDRIJVEN
EN
MILIEUZONERING
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activíteiten van bestaande en
toekomstige bedrijvigheid om zodoende kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Doormiddel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Om
te komen
tot een
verantwoorde,
ruimtelijk relevante
toetsing
in milieuhygi-
enisch opzicht van bedrijfsvestigingen, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of milieubelastende ac-
tiviteiten en anderzijds milieugevoelige functies als bijvoorbeeld (bedrijfs)woningen, zorginstellingen, onderwijsinstellingen of een kinderopvang. Daarnaast is de milieu-
wetgeving van toepassing. Het doel van de milieuzonering is daarmee tweedelig: 1. Door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; 2. Door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden
kunnen
uitoefenen.
In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2024), die voor het eerst in 1986 verscheen en daarna een aantal malen is geactualiseerd, is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate
van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar, minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om
hinder
en
schade
aan
mensen
binnen
aanvaardbare
normen
te houden.
Deze
richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. Indien de aard van de
omgeving dit rechtvaardigt,
kunnen gemotiveerd
kleinere richtafstanden worden
aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In een
gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandstap worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.
Tongerlose Pad 7 Maasbree
28
|P Geling Advies Doorwerking projectgebied Het vigerende bestemmingsplan maakt de functiewijziging van een agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning
mogelijk.
Een woning is daarbij aan te merken als
zijnde een milieugevoelige functie. Derhalve dient bekeken te worden welke milieubelastende activiteiten in de omgeving van het plangebied plaatsvinden die het woon- en leefklimaat in de woning kunnen beïnvloeden. Hierbij dient opgemerkt te
worden dat slechts sprake is van de functiewijziging van een reeds bestaande woning. Er wordt geen nieuwe woning toegevoegd en de woning wordt ook niet verplaatst. Het omgevingstype van de woningen in de omgeving van het plangebied kan worden
getypeerd als ‘gemengd
gebied’. Binnen
de directe omgeving
is immers
een ge-
mengde vorm van functies aanwezig. Zo zijn er woonfuncties, agrarische bedrijven en een loonwerkbedrijfin de omgeving van de planlocatie aanwezig. Op een afstand
van 700 meter is daarnaast de kern van Maasbree gelegen, waar zich diverse burgerwoningen, bedrijfsfunctiesen maatschappelijke functies bevinden. Hierdoor kunnen de indicatieve afstanden met één afstandsstap worden gecorrigeerd. Ten noorden van de woning is het glastuinbouwbedrijf gelegen. Dit is tevens het be-
drijf waar de woning van afgesplitst wordt. Activiteiten van een glastuinbouwbedrijf behoren tot de milieucategorie 2. Hiervoor worden richtafstanden geadviseerd van 30 meter voor geluid en 10 meter voor stof, geur en gevaar. Aangezien de locatie
gelegen
is in een gemengd
gebied, en bovenstaande
richtafstanden met een af-
standsstap gecorrigeerd mogen worden, betekent dit dat voor het glastuinbouwbedrijf richtafstanden mogen worden gehanteerd van 10 meter voor geluid en 0 meter
voor stof, geur en gevaar. Gelet op het feit dat het beoogde woonperceel en agrarische perceel van het glastuinbouwbedrijf direct aangrenzend
zijn, wordt e momen-
teel niet voldaan aan de voorgeschreven richtafstanden voor geluid, en dient dit verder gemotiveerd te worden.
Voor deze locatie kan worden gesteld dat, hoewel de percelen aan elkaar grenzen, de feitelijke afstand tussen de plaats waar mensen
langdurig verblijven en de plek
waar de geluid producerende bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, groter is. Zo is het beoogde woonperceel in het noordelijke deel ingericht als huisweitje. Het zuidelijke deel is ingericht als siertuin waar eveneens de woning gelegen is. Aangezien gesteld
kan worden dat in een huisweitje geen langdurig verblijf van personen plaatsvindt, wordt in dit geval de afstand gemeten tussen de woning en siertuin, en de plaats van de bedrijfsactiviteiten die geluid produceren. De afstand van de woning en siertuin tot de agrarische perceelgrens bedraagt circa
22 meter. De afstand van de woning en siertuin tot het dichtstbijzijnde bedrijfsbouwwerk dat geluid produceert (de warmteketel) bedraagt respectievelijk 31 en 23 meter. Daarnaast zijn er maatregelen getroffen om de geluidsoverlast voor de woning
te beperken. Zo zijn er nieuwe ramen en een nieuwe deur in de woning geplaatst, wat bijdraagt aan een vermindering van geluidsoverlast. Gelet op deze maatregelen, alsmede de gemeten afstanden, kan worden gesteld dat voldoende aandacht is be-
steed aan het waarborgen van een veilige en gezonde omgeving voor wat betreft de aspecten geluid, stof, gevaaren geur. Aangezien de woning en siertuin op voldoende afstand liggen van de bedrijfsactiviteiten zoals bedoeld in de richtafstanden, maar de afstand tussen de woonperceel-
grens en de agrarische perceelgrens dit niet volledig waarborgt, wordt een bepaling opgenomen
Tongerlose Pad 7 Maasbree
die
uitsluit
dat
nieuwe
gevoelige
objecten
dichter
bij
29
de
|P Geling Advies glastuinbouwactiviteiten worden gerealiseerd dan nu het geval i. Op deze wijze blijven de geldende richtafstanden behouden. Onderstaand