2025-066 03 Motivatie TAM-omgevingsplan Scherluitweg 1 Kessel (geanonimiseerd)
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel Motivering
vonbuiten. VanBuiten
bv
n
Leveroyseweg 9a 6093 NE
Heythuysen
Tel: +31(0]475 - 49 4407 info@bijvanbuiten.nl wwwbijvonbuiten.nl
(geanonimiseerd) KVK 91612144
(geanonimiseerd)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel Gemeente
Peel en Maas
Motivering
Plangebied:
Scherluitweg 1, 5995 RB Kessel
Status:
Vastgesteld
Datum:
28 oktober 2025
Identificatienummer:
NL.IMRO.1894.TAMOPH22w-VG01
Projectnummer:
B0-2022-005567 / Z2024-00002476
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
frice blik op advies
vonbuiten. n
Inhoudsopgave 1.
Inleiding. 11.
_ Aanleiding.
1.2.
_
13.
_ Vigerend omgevingsplan .
2.
Ligging van het plangebied..
Huidige situatie . 2.1.
_
Algemeen.
2.2.
_
Ruimtelijke structuur
23.
3.
Functionele structuur …
Beoogde situatie
3.1.
_
Functionele ontwikkeling en doelstellingen van het plan.
3.2.
_
Ruimtelijke inpassing
3.2.1.
Kwaliteitskader.
3.2.2.
Landschappelijke inpassing
4.
Beleidskader.
4.1.
_
Rijksbeleid
4.11.
Nationale
4.1.2.
_ Instructieregels Rijk (AMvB's)
4.13. 42.
_
omgevingsvisie (NOVI)
Ladder voor duurzame verstedelijking. Provinciaal
beleid
42.1.
Omgevingsvisie Limburg.
42.2.
Omgevingsverordening Limburg .
43.
_ Gemeentelijk beleid..
43.1.
Omgevingsvisie Peel en Maas
43.2.
Verruiming mogelijkheden Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) in het buitengebied
4.3.3.
Structuurvisie buitengebied en kwaliteitskader..
43.4.
Kaderstelling ‘Ruimte en Economie’
5.
Fysieke leefomgeving en milieu.… 5.1.
_
Milieueffectrapportage
5.2.
_ Bodem- en grondwaterkwaliteit …
52.1.
Bodem.
5.2.2.
Grondwaterkwaliteit
53.
_ Activiteiten en milieuzoneringen..
54.
_
Geluid
5.5.
_
Kwaliteit van
56.
5.7.
Geur
_ Waarborgen van de veiligheid
58. 59.
de buitenlucht..
Trillingen. _
Water.
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
frice blik op advies
vonbuiten. n 5.9.1.
Waterbeleid.
32
5.9.2.
Waterhuishoudkundige situatie (huidige situatie)..
32
5.9.3.
Waterhuishoudkundige situatie (nieuwe situatie).
32
5.10.
Kabels, leidingen en straalpaden..
3
5.11.
Natuur.
3
5.11.1.
Gebiedsbescherming ….
33
5.11.2.
_ Soortenbescherming..
34
5.12.
_ Archeologie, cultuurhistorie en landschap
5.12.1. 5.12.2.
5.13.
_
5.13.1.
36
Verkeer _
5.14.2. 6.
35
Cultuurhistorie.
…38
Duurzaamheid..
38
Beschermen van de gezondheid .
39
Uitvoerbaarheid
…40
6.1.
_
Financieel
6.2.
_
Juridische aspecten …
- economische
uitvoerbaarheid
6.2.1.
Wijzigen van omgevingsplan van rechtswege..
6.2.2.
Planregels…
6.3.
36
37
_ Duurzaamheid en gezondheid
5.14.1.
35
Archeologie Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren.
5.14.
7.
frice blik op advies
_ Maatschappelijke uitvoerbaarheid..
40
40 41
a a2
63.1.
Participatie.
42
63.2.
Vooroverleg/intaketafel.
42
633.
Zienswijze…
Procedure
a2 …43
Bijlagen:
Bijlage 22.w1: Landschappelijk inpassingsplan Scherluitweg 1 Kessel Bijlage 22.w2: Quickscan flora en fauna
4 TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
1
Inleiding
11.
Aanl
frice blik op advies
ing
Aan de Scherluitweg 1 (5995 RB te Kessel s een agrarisch bedrijfsperceel gevestigd, wat tot enkele jaren geleden (eind 2022) gebruikt werd voor het houden van pluimvee.
Na het staken van de intensieve veehouderij is de
eigenaar van de locatie (hierna: initiatiefnemer) overgeschakeld naar een alternatieve bedrijfsvoering. Als belangrijkste uitgangspunt hierbij heeft altijd gegolden: het behoud van een deugdelijk inkomen voor initiatiefnemer en zijn vrouw. Reeds voorafgaand aan het beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering heeft initiatiefnemer contact gelegd met de gemeente. Een gewijzigd gebruik van de bestaande bedrijfsgebouwen leidt tot een strijdig gebruik in
relatie tot de geldende regels van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas”, onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Peel en Maas. De gemeente is in een principeverzoek d.d. 4 mei 2022 gevraagd een standpunt in te nemen ten aanzien van de gewenste nieuwe situatie binnen de locatie. Daar
de gemeente op dat moment
nog doende was met het formuleren van een gemeentelijke beleidsregel met
betrekking tot het hergebruiken van voormalige agrarische
bedrijfsgebouwen,
heeft het nog tot medio 2024
geduurd, voordat duidelijk werd op welke wijze er medewerking verleend kan worden aan het herziene gebruik van de locatie. Een herzien principeverzoek is ingediend op 1 juli 2024 In dit principeverzoek is verzocht om medewerking
voor
het
omvormen
van
de
Agrarisch-Intensieve
veehouderij
naar
een
locatie
met
een
woonfunctie en het gebruik van de bestaande bedrijfsgebouwen voor statische opslag en een ontwerpstudio (ondergeschikt). Tevens is verzocht een deel van de bedrijfsgebouwen te mogen verbouwen ten behoeve van het gewenste gebruik.
ij brief van 16 september 2024 (kenmerk Z2024-00002476) heeft de gemeente Peel en Maas kenbaar gemaakt in principe medewerking te willen verlenen aan de omvorming van de Agrarisch-Intensieve veehouderij. Daarbij
wordt echter de omvorming naar een woonfunctie gezien de schaal van de ontwikkeling en de aard van het plan als niet realistisch beschouwd. Voorgesteld wordt de Agrarisch-Intensieve veehouderij om te zetten naar een Bedrijf — niet agrarisch verwant. Aan dit standpunt zijn een aantal voorwaarden verbonden:
e
eris sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL);
e
erwordt een goede landschappelijke inpassing gerealiseerd binnen de voorwaarden van het Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas;
e
erwordt een omgevingsdialoog gevoerd;
e
er wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken worden gemaakt over nadeelcompensatie, het kostenverhaal en de financiële bijdragen; er wordt voldaan aan de voorwaarden als gesteld in het VAB-beleid en artikel 12 van het tijdelijke
e
omgevingsplan ‘buitengebied Peel en Maas'. Om nader te motiveren dat aan deze voorwaarden kan worden voldaan, is voorliggende toelichting opgesteld.
1.2.
Ligging van het plangebied
Het plangebied aan de Scherluitweg 1 is gelegen in het buitengebied ten noorden van de woonkern Kessel. De omgeving kenmerkt zich door agrarische bedrijven, maar tevens enkele woonfuncties direct ten noorden van de locatie.
Het perceel ligt in de directe nabijheid van de provinciale wegen N277 (Midden Peelweg) en N273 (Rijksweg) en kan hierdoor als goed bereikbaar worden gekwalificeerd.
Het plangebied is kadastraal bekend onder oppervlakte van circa 14.381 m? (ca. 1,4 ha).
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
nummers
KSLOO-G-345
en
KSLOO-G-296
en heeft een totale
vanbuiten. eon frice lik op odvies In de navolgende figuur wordt de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur
1.2.1 Ligging en omgeving van Scherluitweg 1 (bron: openstreetmap.org)
13.
Vigerend omgevingsplan
Sinds de invoering van de omgevingswet op 1 januari 2024 hebben gemeenten geen bestemmingsplannen meer
maar één gemeentebreed omgevingsplan. Gemeente Peel en Maas heeft nog geen geheel nieuw omgevingsplan opgesteld. Alle ‘oude’ bestemmingsplannen zijn daarom op 1 januari 2024 van rechtswege samengevoegd tot één tijdelijk omgevingsplan.
Het plangebied onderdeel
ligt in het bestemmingsplan
uit van
het tijdelijke deel van
“Agrarisch-Intensieve
veehouderij.
‘Buitengebied
Peel en Maas’.
het Omgevingsplan.
Daarnaast
heeft de
locatie
De locatie
Dit plan maakt van heeft hierin
de volgende
de
rechtswege
enkelbestemming
functies, functieaanduiding
gebiedsaanduidingen: + Bouwik;
* _ Dubbelbestemming: Waarde — Archeologie - 4 * _ Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone * _ Gebiedsaanduiding: wro-zone —
— verwevingsgebied wijzigingsgebied 4 g0
De navolgende figuur bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het tijdelijke omgevingsplan.
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
en
vanbuiten. een frice blik op advi
Buitengebied Peel en Maas Bestemmngslan
Gemeent Peel n Maas
meerkenmenen
v
vastgesteid 2412-2014-
Plkinfo
Regels
deels onherroepelik i werking
Bilagen bijregels
Biagen bij oelichting|
Overig
Bestemmingsvlakken (2}
CI Waarde. Archelogie-4 > [C]Agrarisch
nensteve veehouderij >
Bouwwlakken Q}
Cbouwtak >
Gebledsaanduidingen2}
[[]wro-zone - wiigingsgebied4 o > 1
tiewetzone - verweving:
>
Figuur 1.3.1 Uitsnede verbeelding Scherluitweg 1 Kessel (bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart)
De plannen passen op basis van de geldende regels niet binnen de gebruiksmogelijkheden van de bestemming Agrarisch — Intensieve veehouderij.
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. eon fricce blik op advies
2.
Huidige situatie
21.
Algemeen
Binnen
het
plangebied
bevinden
zich
zes
bedrijfsgebouwen,
een
kapschuur,
de
bedrijfswoning
en twee
bijbehorende bijgebouwen. Het perceel kenmerkt zich verder door een groene setting; niet alleen op het perceel
zelf is groen aanwezig, ook in de directe omgeving zijn bosschages met de bestemming 'Natuur’ aanwezig. Het perceel is hierdoor vanaf de openbare weg nauwelijks zichtbaar. Hiernavolgend is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen.
2.2.
Ruimtelijke structuur
Het plangebied ligt op ruim 700 meter ten noorden van de kern van Kessel in het buitengebied van Peel en Maas. Het plangebied en haar omgeving wordt gekenmerkt door een mix van agrarische activiteiten en natuurlijke elementen. Direct ten noorden van het plangebied zijn enkele woonfuncties gesitueerd. Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich een wat meer uitgestrekte natuurzone gericht op het behoud van de aanwezige waarden, instandhouding van bos met de daarop afgestemde bosbouw en houtproductie. Ter
plaatse
van
het
plangebied
ontginningslandschappen.
Ten
zijn
de
zuiden
gronden
bestemd
van
plangebied,
het
voor ook
instandhouding ten
zuiden
van van
grootschalige de
daar
natuurfunctie, zijn de gronden bestemd voor de instandhouding van oude verdichte/besloten bouwlanden.
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
open
aangewezen
vonbuiten. n
frice blik op advies
v
Figuur 2.2.1
Luchtfoto huidige situatie met ruimtelijke structuur (bron: https:
/streetsmart.cyclomedia.com)
Op bovenstaande luchtfoto is de ruimtelijke structuur beter te zien. Ten noord-westen van het plangebied is, tot aan de Keizersbaan, sprake van meer openheid in het gebied. De natuur en de verdichte bouwlanden zich meer ten zuiden van het plangebied.
Figuur 2.2.2 Straatbeeld Scherluitweg 1 vanuit zuidelijke richting ( https://streetsmart.cyclomedia.com)
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
bevinden
vonbuiten. n
frice blik op advies
Figuur 2.2.3 Straatbeeld Scherluitweg 1 vanuit noordelijke richting ( https://streetsmart.cyclomedia.com)
De locatie aan de Scherluitweg is vanwege de aanwezigheid van veel opgaand groen rondom de bedrijfslocatie en de natuurzone aan de zuidkant amper nog direct zichtbaar vanaf te weg. 23.
Functionele structuur
In het buitengebied van Kessel overheerst de agrarische functie, waaronder onder andere intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en andersoortige bedrijven. De onbebouwde percelen zijn vaak in
agrarisch gebruik, waarin het landschap wordt afgewisseld met burgerwoningen. De functionele structuur van de Scherluitweg kan worden beschreven als een mix van woningen met onderhavig
plangebied als enige (agrarische) bedrijfsfunctie nog in de straat. De omliggende gronden hebben een agrarisch karakter en zijn hoofdzakelijk in gebruik als landbouwgrond of grasland.
10 TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. eon fricce blik op advies
Figuur 2.2.1 Cluster woningen ten noorden van het plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com)
Figuur 2.2.2 Impressie woonfuncties aan Scherluitweg (bron: streetsmart.clycomedia.com)
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vanbuiten. eon frice lik op odvies
3.
Beoogde situatie
31.
Functionele ontwikkeling en doelstellingen van het plan
Het plan is gericht op de herontwikkeling van een voormalige pluimveshouderijlocatie naar een niet-agrarisch bedrijf
voor
statische
opslag.
Met
dit
omgevingsplan
wordt
de
juridisch-planologische
situatie
in
overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het gemeentelijk beleid dat is gericht op de herontwikkeling van Vrijgekomen Agrarische Bedrijfslocaties (VAB-beleid). Concreet wordt de AgrarischIntensieve veehouderij omgezet naar een Bedrijf— niet agrarisch verwant.
De huidige bedrijfswoning blijft als zodanig behouden.
Naast
de bedrijfswoning
bevinden
zich binnen
het
plangebied zes bedrijfsgebouwen, een kapschuur en twee bijbehorende bijgebouwen. In het bijgebouw, direct
achter de woning, wordt een bestaand bedrijf aan huis — een ontwerpstudio — gesitueerd. Binnen dit bedrijf worden logo's gecreëerd en aangebracht op textiel en diverse andere ondergronden. De omvang van dit bedrijf
aan huis bedraagt ca. 70 m?. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de bedrijfsgebouwen weergegeven.
Figuur 3.1.1 Overzicht aanwezige bedrijfsgebouwen (bron ondergrond: app.pdok.nl/viewer)
In de twee grotere stallen, aan de zuidwestelijke zijde van het perceel (in figuur 3.1.1 genummerd als 1 en 2) vindt statische opslag plaats. Het betreft opslag van caravans en campers en vergelijkbare goederen. De vier oudere bedrijfsgebouwen (genummerd 3 tot en met 6 n figuur 31.1) zijn n de huidige staat waarin ze
zich bevinden niet zonder meer geschikt als efficiënte stallingsruimte voor caravans en campers. Dit vanwege de lage goot- en nokhoogte (goot ca. 2.10 m, nok ca. 3.80 m) en het gegeven dat er nog asbesthoudende dakbedekking aanwezig is.
Om deze lagere bedrijfsgebouwen geschikt te maken voor stalling van campers en caravans is een goot- en nokverhoging noodzakelijk om de gewenste
opslag van caravans en campers
naar maatvoering én benodigde
capaciteit mogelijkte maken (vorm volgt functie). Tegelijkertijd wordt de footprint van de gebouwen verkleind: de gebouwen worden gedeeltelijk gesaneerd, 3 m. smaller gemaakt met aan één zijde een open constructie onder een kleine schuine aflopende overstek.
12
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. eon fricce blik op advies
De gebouwen
krijgen alsdan
een
kapschuur/veldschuurvorm.
Met
deze
aanpassing wordt tegelijkertijd de
noodzakelijke manouvreerruimte tussen de gebouwen gecreëerd.
Figuur 3.1.2 Impressie nieuwe vorm stallen (kapschuur); maatvoering zal afwijkend zijn, zie tabel 2 op volgende pagina De
maar
de
ondersteunende buitenmuur wordt hoger. Initiatiefnemer zal tegelijkertijd de asbesthoudende dakbedekking een verantwoorde wijze (laten) saneren.
aanwezige
dakspanten
worden
hergebruikt;
de
aanwezige
dakhelling
blijft
hierdoor
gelijk
op
De stallen genummerd 3 tot en met 5 worden over de volledige lengte met 3,00 m. versmald; de stallen zijn nu circa 12,00 m breed en worden teruggebracht naar 9,00 m breedte. Initiatiefnemer is voornemens stal nummer 6 volledig te saneren.
Naast de te saneren (delen van de) stallen zullen nog enkele aanvullende bouwwerken
verwijderd worden, te weten: e _ Koelcel, met afmeting van 8 m? en gemiddelde hoogte 2,60 m. — inhoud 21 m? « Ventiltietunnel-kap, met afmeting van 90 m?, gemiddelde hoogte 1,90 m. — inhoud 171 m? ° _ Koeling, met afmeting van 32 m2, gemiddelde hoogte van 2,50 m. — inhoud 80 m? Herontwikkeling van het perceel leidt tot sanering van in totaal zo’n 3.593 m (ca. 1.306 m?) bebouwing en aanpak/herinrichting van de buitenruimte. Het nieuwe VAB-beleid heeft als voorwaarde bij toepassing ervan,
dat er maximaal 50% van de te slopen bebouwing aan inhoud (m?) mag worden teruggebouwd dan wel worden toegevoegd aan de bestaande bebouwing.
Het totale overzicht van te slopen/saneren bebouwing ziet er als volgt uit:
Stal3 stal4 stal5
52
mbij12m
60 m bij 12m 52 m bij 12m
Stal6 57m bij 12m Koelcel 8ca.90mm Ventiatietunnek |
215m/38m 215m/38m 210m/39m
210m/38m m. 2,60 m ‘gem. 190m
ka
Koelin EE em 250m Totaal Tabel 1: overzicht maatvoering en omvang sloop (inhoud]
1856 m
2142m 1841 m
2018m 21m Tm
30m 3.416 m”
43m 477m
5 55
13m
2.018 m” 21m T m? 80m 3593 m
13
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
frice blik op advies
Vanwege de sanering van 3.593 m? aan bebouwing, mag er derhalve ca. 1.797 m? worden teruggebouwd. Dit vertaalt zich in de aanpassing van de goot- en nokhoogte van de stallen 3, 4 en 5, alsmede de loods/werkplaats welke is gelegen direct achter de woning. Dit ziet er dan als volgt uit:
Gebouw
Breedte
Lengte
Verhoging _ Verhoging _ Nokhoogte _ Goothoogte _ Inhoud nok
muurplaat
|
(goothoogte)
Stal3,4en5 9,00 164,00 0,90m Loods/werkplaats | 11,00 40,00 100m Totaal Tabel 2: overzicht terug te bouwen sloopmeters
0,90m 100m
(nieuw)
4,70 m 470m
ieuw)
305m 315m
1328 m 440 m 1768 m
Zoals op de impressietekening op vorige pagina te zien is, wordt de bebouwing die wordt aangepast, voorzien van een dakhelling, wat op grond van het VAB-beleid ook vereist is. Met het slopen van stal 6, de koelcel, de
ventilatietunnelkap bebouwing.
én
de
koeling
wordt
tevens
De herontwikkeling van de locatie vindt geheel
voldaan
binnen
aan
de
voorwaarde
het bestaand
bouwvlak
voor
sloop
van
overtollige
plaats. De omvang van het
‘bouwvlak blijft behouden, het maximaal toegestane oppervlak aan bebouwing wordt in dit plan vastgelegd. Met dit omgevingsplan wordt op de locatie de ontwikkeling van nog een agrarisch (intensief) veehouderijbedrijf
onmogelijk gemaakt.
3.2.
Ruimtelijke inpassing
Zowel ruimtelijk als stedenbouwkundig wijzigt er ten opzicht van de huidige situatie relatief weinig. Binnen het plangebied wordt overtollige bebouwing gesloopt, maar het vooraanzicht vanaf de weg blijft, mede vanwege het
reeds bestaande en te behouden groen rondom, visueel ongewijzigd. Het betreft met name een functionele wijziging. 3.2.1.
Kwaliteitskader
De gemeente
Peel en Maas
hanteert het ‘Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas’.
Dit kader bevat het
instrumentarium om ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met de gewenste kwaliteitsverbetering van dat buitengebied. Het ‘Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas’ maakt onderscheid
naar drie typen kwaliteitsverbetering: ° Basiskwaliteit (B) B is van toepassing bij iedere ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak en uitbreiding daarvan tot de referentiemaat in een agrarisch gebied. B wil zeggen dat nieuwe bebouwing
en verharding goed ingepast moet worden. Als basis voor de omvang geldt dat sprake moet zijn van een oppervlakte landschappelijke inpassing dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en het erf komt. « _ Basiskwaliteit Plus (B+) B+ is van toepassing bij ontwikkelingen waar sprake is van een uitbreiding boven
de referentiemaat. Als basis voor de omvang van de landschappelijke inpassing geldt dat sprake moet zijn van een opperviakte landschappelijke inpassing dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het gehele bouwvlak.
e _ Aanvullende Kwaliteitsverbetering (AK) AK dient te bestaan uit fysieke maatregelen die bijdragen aan het versterken van de kwaliteit van het landschap waarbinnen de maatregelen genomen worden. Per gebiedstype ziijn er andere
landschapskwaliteiten typerend
en van belang. Voor deze Aanvullende
Kwaliteitsverbetering is een
aparte Interne Memo opgesteld die een verduidelijking geeft van het beleid. Op basis hiervan geldt een bijdrage van 80% van het totale bebouwde en verharde opperviak. Onderhavig initiatief betreft het herbestemmen van de bestaande locatie naar een niet agrarisch verwant bedrijf in een VAB. Op grond van het Kwaliteitskader is de Basiskwaliteit Plus (B+) en de Aanvullende
Kwaliteitsverbetering (AK) van toepassing. Basiskwaliteit Plus betekend dat nieuwe en bestaande bebouwing en verharding goed ingepast moet worden. Als basis geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte landschappelijke inpassing of ander groen/natuur dat 14
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
overeenkomt
frice blik op advies
met 10% van het oppervlak van het gehele bouwvlak. Het bouwvlak heeft een formaat van circa
11.100 m2. Voor B+ komt het benodigd oppervlak uit op (11.100 x 0,10=) 1.110 m? aan landschappelijke inpassing. Naast de 1.110 m? aan B+ is er nog een Aanvullende Kwaliteitsverbetering vereist. De omvang van de AK is gekoppeld aan B+. De omvang van de AK bedraagt 0,5 x B+. Dit betekend een aanvullende landschappelijke
inpassing van (0,5 x 1.110=) 555 m?, met dan dus een totaal van 1.665 m? aan landschappelijke inpassing ten behoeven van onderhavig planvoornemen.
3.2.2.
Landschappelijke inpassing
Het plangebied ligt binnen het grootschalige open ontginningslandschap. Dit gebied kenmerkt zich door een grootschalige en open rationele structuur als gevolg van de door de overheid aangedreven herverkaveling rond
1920. Het landschap is in deze tijd optimaal ingericht op grootschalige voedselproductie. Incidenteel zijn er nog resten bos of heide over, zoals aan de zuidzijde van het plangebied. De openheid van dit landschap is gedurende de decennia
langzaam
afgenomen,
door
een
toename
in bebouwing,
verandering
van
grondgebruik
en in
beperkte mate de aanplant van opgaand groen. De uitgangspunten voor een inpassingsplan in dit landschap zijn:
© _ Behoud van openheid. « _ Heldere beplantingstructuur. e _ Rationeel landschap, boerderijen mogen zichtbaar zijn met een bijpassende inpassing. e _ Herstel versnipperde beplanting. Het plangebied is een langgerekt bouwvlak met een grote hoeveelheid bebouwing in de vorm van relatief lage stallen en loodsen. De noord- en zuidzijde van het plangebied zijn voorzien van grote groenstructuren in de vorm
van een dubbele bomenrij aan de inrit en een smale houtsinge! parallel aan één van de stallen. Deze singe! loopt over circa 2/3 van de lengte van het plangebied. Onderde dubbele bomenrij ligt een brede laurierhaag. Rondom de
bedrijfswoning
zijn
beukenhagen
aangeplant
die het
centrale
deel
van
het
gebied
aankleden.
Aan
de
straatzijde ligt een oude haag met veel uitgevallen planten of planten in zeer slechte staat met afbladderende bast (zie foto's hieronder). Deze bestaande groenelementen kunnen meegenomen en waar nodig verstrekt worden in het inpassingsplan.
Figuur 3.2.2.1 Uitgevallen delen van de haag aan de straatzijde van Scherluitweg 1, Kessel
Het grootste groenelement binnen het plangebied is de houtsingel aan de noordzijde. In het inpassingsplan wordt deze doorgetrokken over de volledige lengte van het plangebied. Er is slechts beperkt ruimte om dît te
doen. Achter de stallen aan de westzijde van het plangebied is slechts 2m ruimte over om de singel door te trekken. Om extra benodigde ruimte te creëren worden de verharding en de aanwezige overkappingen achter de stallen verwijderd. Het aanplanten van bomen is door de beperkte ruimte niet gewenst c.q. mogelijk, zodat
dit deel van de singel uitsluitend uit heesters zal bestaan. De singel heeft een oppervlakte van circa 590 m?.
15
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vanbuiten. eon frice lik op odvies
Het gebied rondom de dubbele bomenrij sluit niet aan bij de gewenste uitstraling van het omliggende landschap. Om dit te verbeteren wordt de laurierhaag onder de dubbele bomenrij, net als de naastgelegen stal, verwijdert
en vervangen door bloemrijkgrasland in combinatie met een nieuwe beukenhaag. Dit wordt gedaan om de bebouwing uit het zicht te onttrekken en de inrit een meer open uitstraling te geven. Het verwijderen van de
laurierhaag is goed voor 425 m? aan oppervlak voor het inpassingplan. Het bloemrijk grasland in combinatie met de dubbele bomenrij komt uit op 922 m?. Net als de laurierhaag wordt de haag aan de straatzijde verwijdert en vervangen met een nieuwe haag. Dit wordt gedaan omdat er een hoge uitval is n de haagen veel planten in slechte staat verkeren.Het is een meer duurzame oplossing om een geheel nieuwe haag aan te planten waarin de nieuwe beplanting de ruimte krijgt om uit te
groeien. Alle beukenhagen tezamen binnen het plangebied resulteren in een oppervlakte van 148,5 m2. In het totaal wordt met het inpassingsplan 1.703 m? aan groen toegevoegd, wat ruim voldoende is gezien de minimale eis van 1.665 m?.
Figuur 3.2.2.2 Uitsnede landschappelijk inpassingsplan Scherluitweg , Kessel
Het inpassingsplan is tevens toegevoegd als bijlage 1 bij dit omgevingsplan.
16
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
4
Beleidskader
41.
Rijksbeleid
411
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
frice blik op advies
Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de
nieuwe aanpak is dat
ingrepen in de leefomgeving niet
los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het
Riijk
blijft
verantwoordelijk
voor
het
systeem
de
fysieke
leefomgeving.
Daarnaast
kan
een
rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien:
e _ een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;
e
over
een
onderwerp
stimuleren van werelderfgoed;
internationale
biodiversiteit,
verplichtingen
duurzame
energie,
of
afspraken
zijn
aangegaan,
watersysteemherstel
of
het
bijvoorbeeld
het
beschermen
van
e _ een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie omgevingskwaliteit.
en
energietransitie;
duurzame
energie
inpassen
met
oog
voor
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; ruimte voor overgang naar een circulaire economie.
4.
Sterke en gezonde steden en regio's; woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; landgebruik meer in balans met natuurlijke
systemen (bv. kringlooplandbouw). De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland
is zo groot, dat belangen soms
botsen.
Het streven
is om
combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze
2.
ruimte.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid,
verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere.
3.
Afwentelen
wordt
voorkomen:
het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van
inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Los van enkele gebieden waar grote en urgente ruimtelijke-fysieke opgaven uit het NOVI samenkomen, die via een meerjarige en vernieuwde aanpak van het Rijk specifieke aandacht krijgen, is het NOVI met name gericht op
een doorvertaling naar een regionale aanpak van de agenda en programma's.
17 TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
frice blik op advies
Conclusie Nationale omgevingsvisie Onderhavig initiatief raakt geen belang op nationaal niveau, waardoor het NOVI geen belemmering oplevert.
412.
Instructieregels Rijk (AMvB's)
Een instructieregel s een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft
hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Instructieregels gaan over de inhoud, toelichting of motivering van een instrument dat een bestuursorgaan op grond van de Omgevingswet (Ow) kan inzetten. Op grond van artikel 2.24 j° 2.28 Ow worden door het Rijk instructieregels gesteld voor de opstelling van omgevingsplannen en projectbesluiten. Deze instructieregels vormen een belangrijk kader voor de gemeentelijke
regels in het omgevingsplan.
Soms
zijn de regels dwingend,
met voorschriften
waarvan
niet
afgeweken mag worden, maar veel vaker is er ruimte voor maatwerk. Bij onderwerpen als ‘geluid’, ‘horeca’ en bedrijfsmatige activiteiten’ is er veel beleidsvrijheid voor gemeenten. De dwingende instructieregels zijn met name afkomstig uit hogere regels. Zoals internationale verdragen en regels van de Europese Unie. De instructieregels zorgen ervoor dat nationale belangen beschermd worden. De instructieregels vervangen onder andere de regels van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
dat per 1 januari 2024, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is komen te vervallen. De rijksinstructieregels zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving). Afdeling 5.1.
stelt instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan |ocaties. Deze instructieregels gaan over: Waarborgen van de veiligheid. Beschermen van de waterbelangen.
Beschermen van de gezondheid en van het milieu. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Behoud van ruimte voor toekomstige functies. Behoeden van de staat en werking van infrastructuur
of voorzieningen
voor
nadelige
gevolgen
van
activiteiten.
e _ Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.
Afdeling 5.2. bevat instructieregels voorde uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving, welke betrekking
e
Voorkomen
van belemmeringen
voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van
rijkswegen. e _ Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's. e _ Lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool.
e _ Bebouwingscontour jacht. © _ Bebouwingscontour houtkap. Bij het stellen van regels n het omgevingsplan moet door de gemeente voldaan worden aan de instructieregels van het Rijk.
De nadere uitwerking hiervan is opgenomen in hoofdstuk 5, Fysieke leefomgeving en milieu, van deze toelichting en in de regels van dit omgevingsplan.
413.
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame
verstedelijking (vaak kortweg
aangeduid
als Ladder)
is een
instructieregel voor
zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan.
In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bk) staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de 18 TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
frice blik op advies
ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Wat voldoende
substantieel
is,
wordt
bestuursrechtspraak
van
niet
exact
de
Raad
vastgelegd van
State
in
hierin
het
Bkl.
enkele
Wel
lijnen
heeft uitgezet.
jurisprudentie
van
de
Het gaat daarbij
Afdeling
niet om
harde
ondergrenzen, maar ‘in beginsel’ grenzen. In beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling,
dus vanaf 12 woningen.
Bij andere stedelijke functies in de vorm van een terrein is de ondergrens ‘in beginsel’ 500 m:. Bij toevoeging van een gebouw ligt de ondergrens dus ‘in beginsel! bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m. De laddertoets geldt enkel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het gaat daarbij om stedelijke ontwikkelingen die een nieuw of groter planologisch beslag leggen op de ruimte. Of, als er alleen wijziging van de gebruiksfunctie is, die op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft. Van belang is in hoeverre het initiatief:
e _ in vergelijking met het vorige plan, voorziet in een functiewijziging; e _ en welk planologisch beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan.
Onderhavig initiatief is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van een functionele wijziging, waarbij geen sprake is van een groter beslag op de planologische bebouwing. De Ladder is hierdoor niet van toepassing.
ruimte.
Er
is sprake
van
sloop
van
overtollige
Ook als de Ladder niet van toepassing is, moet de evenwichtige toedeling van functies aan de locatie worden
gemotiveerd. Deze evenwichtige toedeling van functies aan de locatie omgevingsaspecten, welke nader worden toegelicht in hoofdstuk S.
volgt
uit de
beschrijving
van
de
Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking Onderhavig initiatief betreft in beginsel geen stedelijke ontwikkeling. Uit nadere motivatie van het initiatief blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies op de locatie. Hierdoor vormt
de Ladder geen
belemmering van het initiatief. 42.
Provinciaal
421
Omgevingsvisie Limburg
Op
1 oktober
2021
hebben
beleid
de
Provinciale
Staten
van
de
provincie
Limburg
de Omgevingsvisie
Limburg
vastgesteld. Deze visie is op 25 oktober 2021 in werking getreden.
De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde POL2014 (Provinciaal Omgevingsplan Limburg) en is een strategische visie voor de lange termijn (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. De visie gaat naast de fysieke leefomgeving ook in op aspecten zoals gezondheid, veiligheid, economie en sociale aspecten. En dat is
onderlinge samenhang. De Omgevingsvisie is een zelfbindend document en bindt daarmee enkel de provincie Limburg. Als het nodig is
voor de uitwerking van de onderdelen van het beleid om bindende regels te stellen, dan gebeurt dat via de Omgevingsverordening. De ontwerp Omgevingsverordening is vastgesteld op 17 december 2021 en tegelijkertijd met de Omgevingswet (01-01-2024) inwerking getreden. Hoewel
de visie gaat over de periode van 2030-2050
is de Omgevingsvisie Limburg geen
blauwdruk
voor de
toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kan de provincie nog keuzes maken. Daarbij kiest de provincie voor maatwerk en wordt rekening gehouden met karakter en mogelijkheden van een gebied en de afwegingen van belangen
op
lokale
schaal.
Als er afwegingen
gemaakt
moeten
worden,
dan
gebeurt
dat
op
basis van
de
onderstaande Limburgse principes: 1.
Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving.
2.
Kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal.
3.
Meer stad, meer land. 19
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
4.
frice blik op advies
Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden bovengronds én ondergronds.
De omgevingsvisie benoemt binnen diverse thema's of gebieden de provinciale rol en belangen. De volgende thema's/gebieden worden in de omgevingsvisie van Limburg benoemd: e _ Wonen en leefomgeving. Veiligheid en gezondheid. Cultuur, sport en erfgoed. Economie.
Werklocaties. Mobiliteit.
Energie. Landbouw. Water. Natuur.
Landschap. Bodem en Ondergrond. Per thema wordt de lange termijn ambitie gedeeld, alsmede de keuzes die de provincie hierin maakt. Twee derde van Limburg is landelijk gebied. Land- en tuinbouw en de vrijetijdseconomie zijn belangrijke economische
factoren
in
het
landelijk
gebied.
De
hoger
gelegen
zandgronden
in
Noord-
en
Midden-Limburg
en
de
plateaugebieden van Zuid-Limburg vormen samen het zogenaamde buitengebied. Hier liggen grote transitieopgaven in verband met de problemen rondom onder andere stikstof en fijnstof. Er zijn kansen voor een
breed scala aan vormen van landbouw, maar ook voor andere functies waaronder vrijetijdseconomie. In veel gevallen zal het mogelijk zijn om opgaven in samenhang op te pakken en zo win-winsituaties te creëren. Soms zullen opgaven echter met elkaar wedijveren om de beperkt beschikbare ruimte. Dat vraagt om keuzes waarbij
de belangen van economie, energievoorziening, veiligheid en gezondheid, natuur en ruimtelijke kwaliteit tegen elkaar moeten worden afgewogen. Hiervoor is een gebiedsgerichte aanpak nodig waarbij ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden samenwerken. De Provincie wil die samenwerking stimuleren en waar nodig iní Landbouw
Als het gaat om het thema Landbouw is de focus met name op de ontwikkeling binnen de bestaande bedrijven, de vele veranderingen waaraan
ondernemers
worden
blootgesteld
en de grote opgaven
die er liggen onder
andere door het Klimaatakkoord, het Europees luchtkwaliteitsbeleid, de provinciale- en regionale energietransitie en de waterhuishouding. Als gevolg hiervan zullen een groot aantal agrariërs stoppen en komt er agrarisch bebouwing vrij (VAB). Om landschappelijke kwaliteit te behouden en verrommeling te voorkomen, wordt ten aanzien van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB's) gestimuleerd: 1) agrarisch hergebruik, 2} herbestemmen buiten sector, 3) sloop (met uitzondering van beeldbepalende/monumentale en karakteristieke bebouwing), waarbij de mogelijkheden worden bepaald door het potentieel van het vastgoed en de omgeving, vanuit het principe juiste ontwikkeling op de juiste locatie. Daar herbestemmen beperkte mogelijkheden zal hebben, wordt sloop de nieuwe opgave om verpaupering en ondermijnende activiteiten te voorkomen.
Conclusie Omgevingsvisie Limburg De locatie Scherluitweg 1 betreft een zogenoemde VAB-locatie, die is vrijgekomen na de beëindiging van het agrarische bedrijf. Op de locatie wordt overtollige bebouwing gesloopt, zodat er geen sprake zal zijn van
verpaupering. De bebouwing die behouden blijft krijgt een nieuwe functie en wordt hergebruikt, waarbij de kans op ondermijnende activiteiten provinciale omgevingsvisie. 422.
wordt
verkleind.
Het
initiatief
past
daarmee
binnen
de
reikwijdte
van
de
Omgevingsverordening Limburg
Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld in de vergadering van 17 december 2021 en gewijzigd op 16 december 2022. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is
ook deze Omgevingsverordening Limburg het vigerend provinciaal beleid geworden. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is per 1 januari 2024 ingetrokken. 20 TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
In de Omgevingsverordening
(grond-Jwater, grond,
frice blik op advies
Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen,
landbouw,
natuur, wonen
en ruimte. De Omgevingsverordening
Limburg bevat twee
soorten regels:
e _ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijk omgevingsplan en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels
in het gemeentelijk
omgevingsplan,
of in de waterschapsverordening,
krijgen deze
regels effect op
activiteiten van inwoners en bedrijven. e _ Regels voor activiteiten die voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen.
Het plangebied is gelegen binnen twee gebiedsaanwijzingen: Buitengebied Het buitengebied omvat de landelijke delen van de provincie Limburg die niet tot de stedelijke kernen of centra behoren. In het buitengebied liggen functies als landbouw, natuur, landschap en recreatie voorop. De regels en
zoneringen voor het buitengebied zijn gericht op het beschermen van deze functies en het waarborgen van een evenwichtige ontwikkeling, waarbij eventuele nieuwe ontwikkelingen.
bijvoorbeeld
natuur en agrarisch gebruik in balans worden
gebracht met
Overstromingskansgebied C
De (gemiddelde) overstromingskans binnen dit gebied is 1:25 per jaar. Deze omgevingswaarde geldt in het kader van de inpassingsverplichting voor het waterschap met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht. De norm van 1:25 betekent dat de kans per jaar hoogstens 1:25 is dat
er een overstroming optreedt. In hoofdstuk
5 van deze motivering is nader beschreven en gemotiveerd
hoe de voorgenomen
ontwikkeling
passend is binnen de ETFAL - Evenredige Toedeling Functies aan Locaties. Daarbij worden de relevante aspecten voortkomend in het Omgevingsverordening Limburg eveneens voldoende gewaarborgd.
Conclusie Omgevingsverordening Limburg Gelet op bovenstaande kan geconcludeerd Omgevingsverordening Limburg.
43.
Gemeentelijk beleid
4.
Omgevingsvisie Peel en Maas
worden
dat
de
voorgenomen
ontwikkeling
in
lijn
is met
de
De gemeente Peel en Maas heeft op 5 juli 2022 de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. De omgevingsvisie
geeft een visie over de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen voor de gehele gemeente.
De visie gaat over de
woon- en leefomgeving en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. Met deze omgevingsvisie wil gemeente Peel en Maas bereiken dat de gemeente aantrekkelijk blijft én nog aantrekkelijker
wordt. Dat wordt ‘het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving genoemd’. Dat kan door de waarden te versterken en bij te dragen aan de opgaven. Er wordt ruimte gegeven voor ontwikkelingen, als initiatiefnemer(s} bijdragen aan de waarden en opgaven. De gehele gemeente is opgedeeld in deelgebieden met ieder hun eigen waarden en kenmerken. Aanvullend aan
deze waarden hanteert de gemeente een aantal overkoepelende waarden die niet gebiedsafhankelijk zijn. Dit zijn waarden zoals zelfsturing, diversiteit en duurzaamheid, die de basis vormen. Bij de omgevingsvisie hoort een waardenkaart. Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied ‘Oude verdichte bouwlanden’. De gebiedskwaliteiten binnen dit deelgebied worden als volgt omschreven: e
De verkaveling is onregelmatig en niet al te grootschalig.
Dit geeft het gebied zijn openheid.
Hiermee
in
contrast staat de verdichting langs de linten. 21 TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
frice blik op advies
e _ De bolle akkers zijn bijzondere akkercomplexen die door hun enigszins bolle ligging en openheid opvallen. Deze
bolle akkers
zijn
kenmerkend
voor
door
de mens
gevormde
gronden,
ontstaan
door
langdurige
bemesting en opplagging. e _ De oudste ontginningen met dorpen en bebouwingslinten. e _ Erzijn uitwaaierende wegenpatronen te zien vanuit de dorpen naar de omringende velden (Baarlo, Helden
en Meijel). De zichtlijnen vanuitde bouwlanden naar de torenspitsen in de dorpen zijn erg fraai. Verspreid over het gebied liggen tal van cultuurhistorische objecten.
e
De te versterken waarden binnen dit gebied kunnen als volgt worden omschrevei
Versterking van cultuurhistorische identiteit (ontginningshistorie, bolle akkers).
ouswnr
Werk aan architectonische en stedenbouwkundige samenhang in verdichte gebieden,
Zorg voor contrast tussen verdichte en open stukken. Behoud en maak doorzichten vanuit linten naar de akkercomplexen.
Versterk historische elementen: oude bebouwing, erfontsluitingswegen, (laan)beplantingen. Voer actief akkerrandenbeheer langs de veldwegen voor een groene dooradering van deze relatief verdichte gebieden,
In de omgevingsvisie wordt geen nieuwe koers uitgezet, maar word de reeds ingezette beleidsdocumenten en kaderstellingen samengevoegd in één visie. Hieruit zijn een aantal opgaven
koers uit gekomen,
waarvan de deze drie overkoepelend zijn: e _ Zo worden we duurzamer, met als kern het realiseren van een toekomstbestendige, duurzame gemeente.
Daarbij wordt duurzaamheid opgesplitst in drie deelonderwerpen: klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit. Bij iedere (ruimtelijke) ontwikkeling dient te worden gekeken naar mogelijke adaptieve maatregelen op het gebied van onder andere hittestress of wateroverlast. Daarnaast wordt gekeken naar
de mogelijkheden voor het (lokaal) opwekken van duurzame energie en het inzetten op circulariteit. e
Een gezonde en veilige leefomgeving, waarbij de gemeente inzet op gezondheid en veiligheid als belangrijke afwegingsfactoren bij ruimtelijke plannen. Het gaat daarbij om aspecten zoals luchtkwaliteit,
hittestress en gezondheid maar ook het stimuleren van bewegen en ontmoeten. e _ Hetversterken van de biodiversiteit,
bijdraagt
aan
een
positieve
waarbij het uitgangspunt is dat een groene en gezonde leefomgeving
gezondheid
en
het
goede
leven.
Ruimtelijke
ontwikkelingen
dienen
gerealiseerd te worden met een meerwaarde voor de natuuren de biodiversiteit, waarbij natuur inclusief bouwen
de norm
is.
Overige opgaven die in de omgevingsvisie benoemt worden zijn 0.a. goed wonen voor iedereen, toekomstgericht ondernemen en balans in het buitengebied. Al deze opgaven dienen niet los van elkaar, maar in samenhang te
worden gezien, waarbij met name de bovenste 3 overkoepelende opgaven als leidende principes gelden. De gemeente zet zich in om een gezonde en veilige leefomgeving voor iedereen te bewerkstelligen. Goed wonen moet voor iedereen mogelijk zijn. De ontwikkeling betreft het omzetten van de onderliggende functie ‘Agrarisch — intensieve veehouderij’ naar ‘Bedrijf — niet-agrarisch verwant’.
In de nieuwe situatie wordt geen
intensieve
veehouderij meer geëxploiteerd. Er komt een andere functie voor terug. Gelet op de aspecten geur en stikstof vormt deze wijziging een positieve ontwikkeling voor het woon- en leefklimaat in de omgeving. Er zijn geen beleidsmatige overwegingen die zich tegen dit plan verzetten. Conclusie omgevingsvisie Peel en Maas Gelet op vorenstaande past voorgenomen
ontwikkeling binnen de beleidslijnen van de omgevingsvisie Peel en
Maas.
432.
Verruiming mogelijkheden Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) in het buitengebied
Op
heeft de gemeente
8 juli 2024
Peel en
Maas
de beleidsnotitie
‘Verruiming
mogelijkheden
Vrijkomende
Agrarische Bebouwing (VAB) in het buitengebied' vastgesteld. Het VAB-beleid richt zich op het stimuleren van 22 TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
frice blik op advies
de vitaliteit en leefbaarheid van het buitengebied, door nieuwe functies toe te kennen aan vrijkomende agrarische bebouwing. Dit in onderlinge samenhang met behoud (en waar mogelijk) versterking van het
landschap en cultuurhistorie. Op deze manier wordt leegstand en mogelijke ondermijnende activiteiten in het buitengebied tegen gegaan.
Het VAB-beleid
is bedoeld voor de transformatie van vrijkomende
bedrijfsmatige invulling. In dit geval gaat het om
agrarische
bebouwing
naar een nieuwe
een omzetting naar een niet-agrarische
bedrijfsfunctie voor
statische opslag (caravanstalling). Onderhavig plan voldoet aan alle voorwaarden van het VAB-belei
1.
Nieuwbouw i alleen mogelijk indien er binnen het bestemmingsvlak een (bedrijfs)woning aanwezig is. Antwoord: er is een bedrijfswoning aanwezig.
2.
De woonfunctie
blijft de hoofdfunctie,
dat wil zeggen
dat de
bedrijfswoning
en het bedrijf aan
elkaar
gekoppeld blijven. Antwoord: de eigenaar van het bedrijf is ook bewoner van de bedrijfswoning, dus de koppeling tussen het bedrijfen de woning (en de sociale controle) blijft bestaan.
3.
Inhet geval dat de bedrijfswoning sterk verouderd is en nieuwbouw van de bedrijfswoning gewenst is, dient aangesloten te worden bij de regeling die geldt voor (bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken in het buitengebied.
Antwoord: dit is niet van toepassing op onderhavig plan. Er moet sprake zijn van substantiële kwaliteitswinst, die onder verstening en het slopen van oude vervallen bebouwing.
5.
meer
bestaat
uit het verminderen
van
Antwoord: in totaal wordt 3.593 m? aan bebouwing gesloopt. Er mag maximaal 50% van de te slopen bebouwing aan inhoud (m*) worden teruggebouwd, dn wel worden toegevoegd aan bestaande bebouwing (m.u.v. glastuinbouw, dit betreft maatwerk).
Antwoord: er wordt 3.593 m? gesloopt en 1.768 m? toegevoegd, dit is nader uitgewerkt in paragraaf 3.1 6.
Het gebouw mag niet plat worden afgedekt. Antwoord: zoals beschreven in paragraaf 3.1.
zijn alle gebouwen voorzien van een dakhelling. Ook na de
verbouw van de bestaande stallen zal sprake zijn van een dakhelling. Er mag geen buitenopslag plaatsvinden. Antwoord: er vindt geen buitenopslag plaats.
8.
Overtollige bebouwing moet worden gesloopt. Het bepalen van wat overtollige bebouwing is, gebeurt in overleg
met
de gemeente.
Hierbij staat het behalen
van substantiële kwaliteitswinst
centraal.
Er wordt
maatwerk geleverd. In een (anterieure) overeenkomst wordt dit vervolgens vastgelegd.
Antwoord: in totaal wordt 3.593 m? aan bebouwing gesloopt. 9.
Het nieuwe of vergrote gebouw
moet architectonisch
een goede uitstraling hebben.
Het gebouw
is van
kwalitatief hoogwaardig materiaal. Antwoord:
zoals
in paragraaf 3.1. beschreven
wordt
slechts
een
deel van de
bebouwing
verbouwd
en
aangepast ten behoeve van de functie. Deze gebouwen zullen in kapschuur-/veldschuurvorm verbouwd worden. Bestaand bouwmateriaal wordt hierbij zoveel mogelijk hergebruikt. Asbesthoudende daken 10.
worden zorgvuldig gesaneerd. Het nieuwe gebouw hoeft niet op dezelfde plaats als het te slopen gebouw opgericht te worden maar moet
wel binnen het bestaande bouwvlak worden opgericht.
11.
Antwoord: er is enkel sprake van verbouw van bestaande gebouwen, waardoor de positie binnen het ‘bouwvlak behouden blijft. Overtollige bebouwing wordt gesloopt. Het onbenutte bouwvlak vervalt, dus het bouwvlak moet worden verkleind. De wijzigingen vinden geheel plaats binnen het bouwvlak. De invulling van het bouwvlak met de bebouwing blijft ook grotendeels intact, ondanks dat sprake zal zijn van aanpassing van enkele bestaande gebouwen.
Eén stal wordt gesloopt, maar het bouwvlak hoeft hierop niet te worden aangepast. De maximale toegestane 12.
oppervlakte aan bebouwing wordt in het omgevingsplan vastgelegd. Er mogen geen bestaande natuur- en landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische
en archeologische
waarden worden aangetast. Antwoord: in hoofdstuk 5, Fysieke leefomgeving en milieu, bestaande waarden vanwege dit plan niet worden aangetast.
13.
Er mogen
bedrijven
tot categorie
vergelijkbaar zijn. Hierbij
3.1 gevestigd
wordt aangesloten
worden
van
deze
of bedrijven
motivering
is gemotiveerd
die hiermee
dat
ruimtelijk gezien
bij de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. 23
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
frice blik op advies
Antwoord: een bedrijf voor statische opslag / caravanstalling valt onder milieucategorie 2. 14.
Er mag geen sprake zijn van verkeersaantrekkende werking.
Antwoord:
de verkeerssituatie binnen de planlocatie zal als gevolg van de gewijzigde functie verbeteren. Zie
hiervoor ook paragraaf 5.13 van deze motivering.
15.
Er mag geen detailhandel plaatsvinden. Antwoord: gezien de aard van de activiteiten — statische opslag - is detailhandel niet aan de orde. Dit wordt ook expliciet uitgesloten in de gebruiksregels.
16.
Er mag geen bedrijfsverzamelgebouw ontstaan. Antwoord: er is enkel sprake van het verhuren van ruimte aan derden voor de stalling van hun camper, caravan
of vergelijkbaar
roerend
goed.
De
ruimtes
binnen
de loodsen
worden
niet apart verhuurd
aan
andere bedrijven die zich aldaar zouden kunnen vestigen, zodat er geen bedrijfsverzamelgebouw ontstaat. Het gebruik voor statische opslag is expliciet opgenomen in de regels bij het omgevingsplan. 17.
Er mag geen logistiek bedrijf gevestigd worden.
Antwoord: het betreft een niet-agrarisch verwant bedrijf voor statische opslag. Een logistiek bedrijf is niet aan de orde.
18.
Er mag geen handelsbedrijf gevestigd worden.
Antwoord:
het betreft een niet-agrarisch verwant bedrijf voor statische opslag. Een handelsbedrijf is niet
aan de orde.
19.
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is van toepassing.
Antwoord: in paragraaf 3.2. is de landschappelijke inpassing van dit plan nader uitgewerkt. 20.
Er mag 1 x gebruik gemaakt worden van de regeling, waarbij er tevens sprake is van een eindsituatie. Antwoord: het is voor deze locatie de eerste keer dat gebruikt wordt gemaakt van deze regeling.
21.
Als bebouwing in het verleden afgebroken is, kan deze niet meer ingezet worden voor nieuw op te richten bebouwing zoals bedoeld onder punt 5. Antwoord: er is geen sprake van in het verleden afgebroken
bebouwing.
Deze voorwaarde
is niet aan de
orde. Conclusie VAB-beleid
Gelet op vorenstaande past voorgenomen ontwikkeling binnen de beleidsnotitie ‘Verruiming mogelijkheden Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) in het buitengebied'. 433.
Structuurvisie buitengebied en kwaliteitskader
Op 20 december
2011
is de Structuurvisie
Buitengebied
Peel en Maas
door de gemeenteraad
vastgesteld.
Vervolgens is deze in het jaar 2013 en 2015 herzien. De laatste herziening dateert van 15 december 2015.
(Structuurplan 2008,
Kwaliteitskader
buitengebied, VAB-beleid, Structuurvisie IV en Glas en het archeologiebeleid) samengebracht.
In de structuurvisie van 2011
is het bestaand beleid van dat moment
De structuurvisie
bevat grotendeels een voortzetting van het bestaande beleid. De structuurvisie heeft twee doelstellingen:
1.
Beleidskader voor het Buitengebied. De Structuurvisie is de bundeling van het beleid dat als basis dient
2.
voor de juridische vertaling in het Bestemmingsplan Buitengebied; Instrument om kostenverhaal mogelijk te maken. De Structuurvisie
vormt
de grondslag
voor
het
toepassen van bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie.
Het plangebied is volgens de structuurvisie gelegen in de zone ‘oude bouwlanden'. De oude bouwlanden zijn tevens de oude woongebieden. Hier liggen de dorpen en ligt oude lintbebouwing. Binnen de bouwlanden is er een verschil te maken tussen de oude bolle essen en de overige bouwlanden die voor een deel intensief zijn
bebouwd. De oude bouwlanden worden nu intensief gebruikt voor tal van functies. De landbouwvelden hebben een onregelmatige verkaveling.
Ook de wegen hebben een onregelmatig patroon.
Kwaliteitskader
Het Limburgs structuurvisie.
Kwaliteitsmenu van de provincie heeft zijn uitwerking naar lokaal niveau gekregen in de Het doel van het hierin opgenomen kwaliteitsmenu is het bieden van een instrument om 24
TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
noodzakelijke
en/of
kwaliteitsverbetering.
wenselijke
ontwikkelingen
Bij kwaliteitsverbetering
in
wordt
het
buitengebied
onderscheid
te
gemaakt
kunnen
frice blik op advies
combineren
in Basiskwaliteit
met
(geldt altijd bij
ontwikkelingen), daar bovenop de Basiskwaliteit Plus of Aanvullende Kwaliteitsverbeteringen. Voor een verdere tostsing aan het Kwaliteitskader wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van deze motivering. Conclusie Structuurvisie
buitengebied en kwaliteitskader
Gelet op vorenstaande wordt voldaan aan het gestelde in de Structuurvisie buitengebied en kwaliteitskader. 434.
Kaderstelling ‘Ruimte en Econo
In november
2017
is de notitie
‘Waardeoriëntatie
en
kaderstelling’ voor
het thema
‘Ruimte
en
Economie’
vastgesteld. In de gemeente Peel en Maas zijn drie kernwaarden benoemd: zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Deze kernwaarden dragen bij aan het ‘goede leven’ in Peel en Maas en zijn leidend bij alles wat de gemeente Peel en Maas doet. Via een waardenoriëntatie worden in de Nota zogenoemde programma's voor de thema's Ruimte en Economie uitgewerkt. Deze programma's worden, na het beschrijven van een missie, uitgewerkt in de programmadoelen
met uitvoeringsafspraken. Deze programmadoelen dragen uiteindelijk bij aan het ‘goede leven' in Peel en Maas en hebben richting gegeven aan de Omgevingsvisie Peel en Maas.
Middels gesprekken met experts zijn er een aantal richtinggevende waarden geconcretiseerd: e _ Van individueel naar samen;
e _ Van omgevingskwantiteit naar omgevingskwaliteit; Van lineaír naar circulair;
Van gesloten naar open; Van consumeren naar beleven; Van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen; Van overheidssturing naar omgevingssturing. Aan elke waarde zijn omgevingsdoelen gehangen, om de waarde inhoud te geven. De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen hebben mede de richting bepaald voor de omgevingsvisie en geven inhoud aan de
programmadoelen. Voor onderhavig plan zijn de volgende doelen binnen het thema ruimte relevant: e
Benutten van de bestaande
e
Waar dit niet mogelijk is, wordt zorg gedragen voor hetgeen wat achterblijft; Zorgen voor verbindingen en balans tussen de verschillende functies en waarden;
bebouwing
en sturen
op hergebruik boven
uitbreiding en nieuwvestiging.
e Zorgen voor verbindingen en balans tussen economische en ruimtelijke waarden; e _ Bouwen op de juiste plek: duurzame locaties. De gemeente stuurt op hergebruik van bebouwing, waarbij hergebruik boven uitbreiding en nieuwvestiging staat. De gemeente ondersteunt initiatieven die bijdragen aan het verminderen van leegstand, omdat deze
bijdragen aan de vitaliteit van de kernen c.q.
woongemeenschappen. Als de gebouwen niet worden hergebruikt,
bestaat
verpaupert.
de
kans
dat
de
locatie
op
termijn
Ook
dienen
ondermijnende
activiteiten
te worden
voorkomen,
Onderhavig initiatief betreft het wijzigen van een agrarische bedrijfsfunctie naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie. Als gevolg van schaalvergroting stoppen veel (kleinere) agrarische bedrijven. De agrarische
bedrijfsvoering aan de Scherluitweg 1 is reeds in de loop der jaren afgebouwd. De omzetting van ‘Agrarisch — Intensieve Veehouderij’ naar ‘Bedrijf- niet agrarisch verwant” zorgt voor een passende vervolgfunctie op de locatie. Gelet op geur en stikstof vormt deze wijziging tevens een positieve ontwikkeling voor het woon- en
leefklimaat in de omgeving. Het plan is daarmee een wenselijke ontwikkeling. Conclusie Kaderstelling ruimte en economie Gelet op vorenstaande past voorgenomen
ontwikkeling
binnen
de
beleidsnotitie
‘Waardeoriëntatie
en
kaderstelling’ van de gemeente Peel en Maas. 25 TaM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w, Scherluitweg 1 Kessel
vonbuiten. n
5.
frice blik op advies
Fysieke leefomgeving en milieu
In het kader van een
ruimtelijke
procedure
dient voor
diverse milieu- en omgevingsaspecten
te worden
aangetoond dat de ontwikkeling uitvoerbaar is en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan
locaties. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling zelf.
In dit hoofdstuk wordt voor de beoogde ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten.
541.
Milieueffectrapportage
De milieueffectrapportage (hierna:
mer) is bedoeld om vooraf mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten
in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over plannen en bes!
De wetgeving omtrent de mer is opgenomen
in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en in
bijlage V van het Omgevingsbesluit.
Vanuit de tabel in bijlage V van het Omgevingsbesluit kan worden bepaald of een mer noodzakelijk is voor een project c.g. activiteit. In de 1 kolom van bijlage V staat de omschrijving van het project, waarna in kolom 4 de
besluiten
staan
genoemd
waarvoor
de
mer-verplichtingen
gelden.
Het gaat
dan
om
besluiten
waarmee
toestemming voor een project wordt verleend. Uit kolom 2 en 3 volgt wanneer voor een besluit een mer-plicht of mer-beoordelingsplicht geldt. Als het project voldoet aan de voorwaarde uit kolom 2, geldt een mer-plicht.
Anders geldt er een mer-beoordelingsplicht, tenzij in kolom 3 nog voorwaarden staan. In categorie J11 staat een
‘stedelijk ontwikkelingsproject
met inbegrip van de bouw van winkelcentra
en de
aanleg van parkeerterreinen’ opgenomen. Deze categorie heeft betrekking op bouwprojecten en/of ruimtelijke inpassen van woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan.
Opgemerkt wordt dat het begrip 'stedelijke ontwikkeling’ in deze context verschilt van het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ zoals dat wordt gehanteerd bij de Ladder voor duurzame verstedelijking. Toets plan Onderhavig
plan voorziet
in een functionele
wijziging van een
intensieve veehouderijlocatie
naar een
niet-
agrarische bedrijfslocatie voor statische opslag. Deze activiteit komt niet voor in bijlage V Omgevingsbesluit en valt ook niet onder categorie J11. De statische opslag die plaatsvindt is geen milieubelastende activiteit op grond van het Bal. In dit geval is er geen sprake van een mer-beoordelingsplicht.
5.2.
Bodem- en grondwaterkwaliteit
5.2.1.
Bodem
Het aspect bodem [-kwaliteit) maakt integraal onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Steeds dient te worden gezocht naar de juiste balans tussen enerzijds het beschermen van de gezondheid en het milieu en anderzijds het benutten van de bodem ten behoeve van maatschappelijke activiteiten. Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies in de fysieke leefomgeving. Ofwel dient bezien te worden of de
milieuhygiënische kwaliteit van de bodem
ter plaatse geschikt is voor het beoogde