2025-064 07 Ruimtelijke motivering Baarloseweg 33 Helden Vastgesteld (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Het landschapsbeleid kan door Rijk,
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
26
provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. Dee!s zijn landschapswaarden n instructieregels van het Bkl opgenomen, te weten in paragraaf 5.1.5 Bkl (beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed). 6.11.2 Onderzoek
Relevante landschappelijke, stedenbouwkundige gemotiveerd in hoofdstuk 5 van deze motivering.
en cultuurhistorische
waarden
zijn reeds
benoemd
en
Naast deze waarden is ook het aspect archeologie opgenomen onder de eerder genoemde Erfgoedwet.
De
gemeente Peel en Maas heeft haar archeologiebeleid vastgelegd in de Nota archeologie met bijbehorende
beleidskaart. Het archeologiebeleid is doorvertaald naar het vigerende bestemmingsplan. in het vigerende
bestemmingsplan
een
archeologische
dubbelbestemming
Op basis daarvan is
opgenomen,
zijnde “Waarde
Archeologie - 5”. In deze dubbelbestemming geldt een onderzoeksplicht indien een opperviakte van meer dan
2.500 m? dieper dan 40 centimeter verstoord wordt. Onderhavig planvooremen behelst enkel een functiewijziging waarbij bestaande bebouwing gehandhaafd blijft. Het planvoornemen behelst geen realisatie van nieuwe bebouwing. Het aspect archeologie vormt dan ook geen beperking voor onderhavig initatief. 6.11.3 Te treffen maatregelen
Het project heeft geen nadelige gevolgen voor cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw. Het treffen van maatregelen is n deze dan ook niet nodig 6.11.4 Conclusie
Voor wat betreft het aspect cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw s sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
6.12 Bedrijfsmatige activiteiten Bedrijven en instellingen zijn verplicht te voldoen aan de eisen uit het Besluit activíteiten leefomgeving (Bal), dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrif, waarbij rekening gehouden dient te worden met omliggende functies. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Indien gevoelige objecten worden gerealiseerd in de directe omgeving waar milieugevoelige objecten zijn toegelaten, dan dient rekening gehouden te worden met de bestaande rechten van deze bedrijven. Anderzijds dienen
bedrijven bij het (door)ontwikkelen van het bedrijf rekening te houden met omliggende gevoelige objecten. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Deze bedrijvenlijst geeft richtafstanden waaraan getoetst kan worden. Dit zin afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype) of een gemengd gebied.
Milieucategorie
Richtafstand rustige woonwijk
2
30
10
31
50
30 50
1
10
Richtafstand gemengd gebied 0
32
100
41
200
100
42
300
200
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
27
51
500
300
52
700
500
53 6
1000 1500
700 1000
Om tot een optimale invuliing van de ruimte te komen worden diverse omgevingstypen onderscheiden. Het achterliggende idee is dat de gevoeligheid van een gebied mede afhankelik is van het omgevingstype. De gevoeligheid van een gebied kan daarom aanleiding zijn om af te wijken van de standaardafstanden in de bedrijvenlijst die uitgaan van de ligging in een rustige woonwijk. Afhankelijk van het type gebied kan een correctie worden toegepast op de afstanden die zijn genoemd n de standaardljst en wel per hinderaspect (geluid, stof, stank en dergelijke) dat in de ijst is genoemd
Het plangebied is e typeren met het omgevingstype gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Gebieden die direct langs een grote verkeersader liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. In geval van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de afstanden uit bijlage 1 van de VNG publicatie - zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat met één afstandsstap worden verkleind (zie de tabel). Agrarische bedrijvigheid in de omgeving In de directe omgeving bevinden zich de volgende agrarische bedrijven: e _ Grondgebonden agrarisch bedrijf op Baarloseweg 31 e _ Grondgebonden agrarisch bedrijf op Baarloseweg 32 (met paarden)
« _ Intensieve veehouderij op Baarloseweg 33a « _ Intensieve veehouderij op Baarloseweg 34a Baarloseweg 31 Een grondgebonden agrarisch bedrijf heeft betrekking op een akkerbouwbedrijf, melkveehouderij of een paardenhouderij. Op de locatie zijn geen veehouderijactiviteiten vergund. Voor een akkerbouwbedrijf (Akkerbouw en fruitteelt) geldt dat op basis van de indicatieve bedrijvenlijst de volgende richtafstanden moeten worden aangehouden in een gemengd gebied: *
geur
Om
.
stof;
Om
e
geluid:
10m
e
gevaa:
Om
De afstand tussen de bouwvlakken bedraagt 13,5 meter, daarmee wordt aan alle richtafstanden voldaan. Baarloseweg 32 Voor een paardenhouderij (Paardenfokkerijen) moeten de volgende richtafstanden worden aangehouden in een gemengd gebied: e geur: 30m .
stof;
10m
e
geluid:
10m
e
gevaar:
Om
De afstand tussen de bouwvlakken bedraagt 11 meter, daarmee wordt niet aan de richtafstand voor geur voldaan. Op deze locatie zijn 25 schapen, 40 paarden en 35 legkippen vergund. De woning aan de Baarloseweg 33 s op dit moment ook al een geurgevoelig object. De wijze van toetsing van deze woning wijzigt niet. De dierenverbljven liggen op een afstand van meer dan 50 meter van de woning. Er dient n geval van herbouw altjd minimaal 25 meter (gebouw) en 50 meter (emissiepunt) afstand aangehouden te worden tot de woning Baarloseweg 33. Uit de berekening met V-stacks vergunning (zie ook paragraaf 6.5) blijkt verder dat er ruim aan de geumormen voldaan wordt.
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
28
Baarloseweg 33a Voor de intensieve veehouderij aan de Baarloseweg 33a geldt dat op basis van de indicatieve bedrijvenlijst de volgende richtafstanden moeten worden aangehouden in een gemengd gebied:
e
geur
100m
e
stof;
10m
°
geluid:
30m
e
gevaar:
Om
De afstand van de grens van het plangebied tot aan het bouwvlak bedraagt minimaal 90 m. Er wordt wel voldaan aan de richtafstand voor stof, geluid en gevaar. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand van geur. De woning aan de Baarloseweg 33 is op dit moment ook al een geurgevoelig object. De wijze van toetsing van deze woning wijzigt niet. Uit de geurberekening, gemaakt met het programma V-stacks vergunning (zie ook paragraaf 6.5), blijkt dat aan de geurnormen voldaan wordt. Tevens blijkt uit de V-stacks gebiedsberekening (zie ook paragraaf 6.5) dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en [eefklimaat.
Baarloseweg 34a Voor de intensieve veehouderij aan de Baarloseweg 34a geldt dat op basis van de indicatieve bedrijvenlijst de volgende richtafstanden moeten worden aangehouden in een gemengd gebied: e geur 100m .
stof;
10m
e
geluid:
30m
e
gevaar:
Om
De afstand van de grens van
het plangebied tot aan
het bouwvlak (het deel waarbinnen
dierenverbliven
aanwezig mogen zijn) bedraagt minimaal 158 m, daarmee wordt aan alle richtafstanden voldaan. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat omliggende bedrijven niet beperkt worden in hun bedrijfsvoering.
6.13 Toetsing Besluit m.e.r. / m.e.r.-beoordeling In deze paragraaf komt aan de orde of bij de activíteit rekening gehouden dientte worden met het Besluit m.er. 6.13.1 Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Hiervoor zijn regels opgenomen in paragraaf 16.4.2 Ow (milieueffectrapportage voor projecten) en afdeling 11.2 Ob (milieueffectrapportage voor projecten).
6.13.2 Project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig Of een besluit over een project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V Ob, in samenhang met artikel 11.6 Ob en artikel 11.8 Ob. Bijage V Ob heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van een project. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend, in dît geval de omgevingsvergunning. Of voor een besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt volgt uit kolom 2 en kolom 3. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2 geldt een mer-plicht, anders geldt een mer-beoordelingsplicht
(tenzij in kolom 3 ook nog voorwaarden staan). Onder de Omgevingswet wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije mer-beoordeling op grond van aangewezen drempeiwaarden.
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
29
Het herbestemmen van een agrarische bedrijfswoning tot burgerwoning komt niet voor in kolom 1 van bijlage V Ob. Onderhavig project is dan ook niet mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig.
6.13.3 Project mer-beoordeling Indien sprake is van een mer-(beoordelings)plicht, als bedoeld in artikel 16.43 Ow, dient het bevoegd gezag het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten met bijbehorende motivering op te nemen in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artkel 11.11 lid 2 Ob). In de motivering van de beslissing (artikel 11.11 lid 3 Ob) wordt in ieder geval verwezen naar: a.
De relevante criteria van bijage II! bij de mer-richtijn; en
b.
Als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: 1. De kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid Ob, als degene die voornemens 2.
is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en Het moment waarop die maatregelen moeten zijn uitgevoerd.
Aangezien onderhavig project beoordeling plaats te vinden.
niet mer-plichtig
of mer-beoordelingsplichtig
is,
hoeft
ook
geen
verdere
6.13.4 Onderzoek
Aangezien onderhavig project niet mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, hoeft ook geen verdere beoordeling plaats te vinden. Evengoed kan in deze aangegeven worden dat in onderhavige motivering een beschrijving i gegeven van de plaats en de omvang van het project. Verder is ook ingegaan op de eventuele gevolgen van het project voor alle relevante onderdelen van de fysieke leefomgeving. Uit deze toetsing zijn geen beperkingen naar voren gekomen. Wat dat betreft kan gesproken worden van een aanvaardbare ontwikkeling.
6.13.5 Te treffen maatregelen Aangezien onderhavig project niet mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, hoeft ook beoordeling plaats te vinden. Op basis daarvan is ook het treffen van maatregelen niet nodig.
geen
verdere
6.13.6 Conclusie
Voor wat betreft het aspect toetsing Besluit m.e.r. / m.e.r.-beoordeling is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
30
7 Beperkingengebieden In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening s gehouden met aangewezen beperkingengebieden.
7.1 Beperkingengebieden Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door R of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Riijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rjkswegen en vaarwegen. Onderhavig plangebied is gelegen op de Baarloseweg 33 te Helden. Deze locatie is niet gelegen binnen een aangewezen beperkingengebied van Riijk en/of provincie. De beperkingengebieden vormen dan ook geen beperking voor onderhavig project c.q. onderhavig project heeft geen nadelige gevolgen voor de aangewezen beperkingengebieden.
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
31
8 Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening economische als ook de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
8.1 Economische
ís gehouden
met zowel de
uitvoerbaarheid
8.1.1 Financieel economische
haalbaarheid
De realisatie van het project geschiedt geheel voor rekening en risico van initiatiefnemer. De gronden waarop het initiatief plaatsvindt zijn in eigendom bij initatiefnemer. Met onderhavig project zijn de gemeentelike financiën niet in het geding. 8.1.2 Kostenverhaal
Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt niet langer plaats via de omgevingsvergunning, maar door midde! van een
kostenverhaalsbeschikking zoals bliijkt uit kostenverhaalplichtige activiteiten, te weten:
artikel
13.18
Omgevingswet.
Kostenverhaal
geldt
voor
e _ Aangewezen bouwactiviteiten; ° _ Aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen.
Het Omgevingsbesluit (Ob) bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. In artikel 8.13 Ob gaat in op de aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 814 Ob gaat in op de mogelikheden om af te zien van kostenverhaal. Artikel 8.15 Ob gaat in op de kostensoortenlijsten. De activiteiten waarvan kosten worden verhaald (artikel 8.13 Ob) zijn: 3. b. c. d.
e. f.
de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeropperviakte;
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.
Onderhavig planvoornemen behelst een fucntiewijziging van een bestaande agrarische bedrijfswoning tot burgerwoning. Hierbij is geen sprake van een van de voornoemde activiteiten. In onderhavig geval is kostenverhaal dan ook niet aan de orde.
8.1.3 Nadeelcompensatie Indien een omgevingsplan wordt vastgesteld op grond waarvan schade wordt veroorzaakt, dan is Titel 4.5 (nadeelcompensatie), artikelen 4.126 tot en met 4.131, van de Algemene wet bestuursrecht (AWb) van toepassing. Het bevoegd gezag sluit een overeenkomst met initiatiefnemer tot verhaal van de kosten als gevolg van nadeelcompensatie welke te herleiden zijn tot het omgevingsplan. Daarmee is geborgd dat de kosten van eventuele nadeelcompensatie niet voor rekening komen van de gemeentelijke financiën.
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
32
8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2.1 Participatie Initiatiefnemer heeft de naaste belanghebbenden 1 op 1 geïnformeerd over onderhavig planvoomemen. Het gaat daar bij om de volgende omwonenden: Baarloseweg 31 Baarloseweg 32 Baarloseweg 342 — 34b Uit deze gesprekken zijn geen op- en/of aanmerkingen naar voren gekomen.
8.2.2 Advies en instemming De gemeenteraad moet voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ljst opstellen waarin de gevallen zijn aangegeven waarvoor (bindend) advies c.q. instemming moet worden gevraagd. Daarbij moet ook aandacht besteed zijn voor de wijze waarop deze advisering kan worden ingepast in het besluitvormingsproces bij wijzigingen van een omgevingsplan. Op basis van artikel 16.15a Omgevingswet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om zichzeff als adviseur aan te wijzen met recht van instemming. Indien gebruik wordt gemaakt van het advies-/instemmingsrecht bedraagt de beslistermijn twaalf weken. In onderhavig geval i instemming van de gemeenteraad noodzakelijk
8.2,3 Vaststellingsprocedure Voor het wijzigen van een omgevingsplan moet een gemeente altijd de unifome voorbereidingsprocedure volgen. De procedure is grofweg in te delen in 3 procedurestappen: 1.
2.
openbare
Vóór het ontwerp-omgevingsplan: de gemeente maakt bekend dat ze het omgevingsplan gaat wijzigen en stelt eventueel een milieueffectrapport (MER) op; a. Kennisgeving voornemen wijziging omgevingsplan b. Mileueffectrapport schrijven (indien van toepassing) Ontwerp-omgevingsplan: de gemeente geeft kennis van het ontwerp-omgevingsplan inzage. ledereen kan daarna zienswijzen inbrengen: a. Kennisgeving ontwerpbesluit Mededeling in gemeenteblad
en legt het ter
7oeo
3.
Terinzagelegging ontwerpbesluit Aanvuling ter inzage gelegde stukken (indien van toepassing) Zienswijzen (indien van toepassing) f Verslag mondelingen zienswijzen (indien van toepassing) Vaststellen omgevingsplan: de gemeente stelt het omgevingsplan vast. a. Termijn vaststelling bij MER (indien van toepassing) Vaststelling omgevingsplan Termijn tussen vaststelling en bekendmaking Bekendmaking, kennisgeving, terinzagelegging Mededeling van het besluit Inwerkingtreding
>oaor
De regels van het omgevingsplan worden tot slot zichtbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Gemeenten moeten de wijziging van het omgevingsplan digitaal publiceren via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (de LVBB), het landelijke publicatieplatform. De regels van het
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
33
omgevingsplan komen dan automatisch in het Omgevingsloket. Iedereen kan zo op een kaart zien welke regels waar gelden.
8.2.4 Bezwaar / Beroep Tijdens de ontwerpterinzagelegging van het omgevingsplan kan eenieder zijn of haar zienswijzen kenbaar maken. Het bevoegd gezag moet vervolgens bij de motivering van het definitieve besluit ingaan op de ingediende zienswijzen.
De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de korte/reguliere procedure voor. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarma kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRVS). Bij sommige besluiten is er geen beroepsmogelijkheid bij de rechtbank, maar moet iemand meteen naar de ABRYS. Deze besluiten staan in bijlage 2, artikel 2, van de Awb. Dit geldt onder andere in het geval van een besluit ten aanzien van een omgevingsplan.
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
34
9 Belangenafweging en conclusie 9.1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Een wijziging van het omgevingsplan wordt alleen goedgekeurd indien sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Effal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Daamaast gelden de instructieregels in hoofdstuk 5 van
het BK!.
De algemene vraag is of het initatief leidt tot een situatie waarbij nog steeds of weer (door de voorgenomen wijziging) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover deze betrekking hebben op onderhavig planvoornemen, onderzocht en gemotiveerd (zie de hoofdstukken 4 tot en met 7).
9.2 Conclusie
Uit de toetsing aan alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, met betrekking op onderhavig planvoornemen, komen geen belemmeringen c.q. beperkingen voor onderhavig planvoornemen naar voren Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat met de ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat dus sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling
Ruimtelijke motivering “Baarloseweg 33 Helden"
35