CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 22 Bijlage 6 bij Regels - Vergunning(-en) m.b.t. mestscheiding (geanonimiseerd)

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)21.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

« de mate van hinder die nog acceptabel

is, wordt vastgesteld

door het bevoegd gezag.

De veranderingen van de inrichting kunnen tot geuremisssies van de mestverwerking en de opslag

van

vaste

mest

leiden.

Beide

activiteiten

worden

uitgevoerd

in

de

dampdicht

uitgevoerde mestverwerkingsruimte. Daarnaast betreft de scheider een gesloten installatie en wordt de dunne fractie teruggeleid naar de drijfmestkelders. Om geuren ammoniakuitstoot te voorkomen, dan wel zo veel mogelijk te beperken, wordt de ventilatie van de mestverwerkingsruimte aangesloten op een gecombineerde luchtwasser met 85% ammoniak- en geuremissiereductie. Voor de mobiele mestscheider geldt geen bijzondere regeling, zoals opgenomen in de NeR. Het acceptabele geur- en ammoniakhinderniveau moet daarom worden vastgesteld aan de hand

van

onder

meer

de aard

van

de geur (hedonische

bij de

voorschriften

waarde)

en de omgeving

waarin

de

inrichting is gelegen. Hierbij

is aangesloten

opslag

van

de

te

behandelen

mest,

de

zoals

opgenomen

dikke

en/of

de

in het Activiteitenbesluit.

dunne

restfractie,

alsmede

De het

behandelen door de mestscheider, moet plaatsvinden op ten minste 50 m van een woning van derden of een ander geurgevoelig object. Nu de kortste afstand tot woningen van derden op een afstand van 288 meter is gelegen, wordt ruimschoots voldaan aan de minimaal vereiste afstand, om eventuele geurhinder als gevolg van het scheidingsproces te voorkomen.

Beoordelingskader ammoniak Voor de beoordeling van de emissie van ammoniak tijdens het bewerken of verwerken van mest zijn geen specifieke toetsingskaders of richtlijnen. De Wet ammoniak en veehouderij is alleen een verplicht toetsingskader als het gaat om de emissie van ammoniak vanuit dierenverblijven bij veehouderijen.

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

20

Bij het toetsen van een aanvraag voor het plaatsen van een emissie van ammoniak beoordeling plaats overeenkomstig

installatie vindt beoordeling voor de NeR. De emissie-eisen in de

NeR voor ammoniak zijn vastgesteld op 150 g/uur en 30 mg/m?. Emissies

Aangezien de scheiding middels de vijzelpers een gesloten systeem is zijn eventuele extra emissies naar verwachting gering / niet significant. De hoeveelheid nutriënten die in het systeem komen zijn hetzelfde als de hoeveelheid die het systeem verlaten. Omdat sprake is van een gesloten systeem is er geen sprake van enige significante, bijkomende NH3 -emissie ‚ daar een vijzelpers niet bijdraagt aan genoemde emissies. Opslag van de eindproducten In het Activiteitenbesluit zijn voor de opslag van drijfmest voorschriften voor ammoniak opgenomen in paragraaf 3.4.6 'Opslaan van drijfmest en digestaat'. Deze voorschriften gelden ook voor de opslag van de dunne fractie die ontstaat bij de mechanische scheiding van drijfmest. In het Activiteitenbesluit zijn geen voorschriften voor ammoniak opgenomen voor de opslag van vaste mest of de dikke fractie, die ontstaat bij de mechanische scheiding van mest of digestaat. De dikke fractie wordt in een gesloten loods van stal 6 opgeslagen en verlaat vervolgens het bedrijf via transport in gesloten containers. De eventuele hierbij vrijkomende emissie van ammoniak en geur wordt middels de aanwezige gecombineerde luchtwasser afgevangen. Conclusie

Aan de normstelling voor de geur- en ammoniakbelasting van de mobiele wordt voldaan. Daarnaast voldoet de voorgestelde handelswijze daarmee Beschikbare

mestscheider aan de Best

techniek.

Bodem

De

dikke

mestfractie

mestopslag

met

een

uit de mestscheider

wordt

opslagcapaciteit

250

van

m3.

opgeslagen De

dunne

op een

vloeistofkerende

fractie wordt

teruggeleid

vaste naar

de mestsilo's. Het gevaar van bodemverontreiniging kan in voldoende mate worden beperkt door het aanbrengen van een vloeistofkerende voorziening op de plaatsen waar de installatie wordt opgesteld. Door het toepassen van de hiervoor beschreven maatregel wordt de bodem in voldoende

mate

beschermd.

Geluid

Voor het aspect geluid wordt verwezen naar het onderdeel geluid van de gehele inrichting.

44

_

44.1

Toetsing aan overige aan WABO

verbonden milieucrit:

Afvalstoffen

Uit de aanvraag kan worden opgemaakt vrijkomen: -

-

Huishoudelijk kadavers;

dat de navolgende afvalstoffen uit de inrichting

afval;

lege emballage diergeneesmiddelen; lege emballage reinigingsmiddelen; oud ijzer.

In de vergunning zijn voorschriften opgenomen ten behoeve van de opslag, het gescheiden inzamelen en het afvoeren van afvalstoffen die in aanmerking komen voor recycling of hergebruik. Gezien de aard en wordt een preventie-onderzoek

omvang van de afvalstoffen die uit de inrichting vrijkomen, in het kader van de “verruimde reikwijdte” (naar reductie en

hergebruik van afvalstoffen) niet zinvol geacht. 4.4.2

Afvalwater

Het spuiwater van een

biologische

luchtwasser bevat stikstof (nitraat,

nitriet en ammonium),

biomassa en stofdeeltjes. Vanwege de grote hoeveelheid is [ozing n het vuilwaterriool vaak niet mogelijk, omdat het riool in het buitengebied niet op dergelijke grote hoeveelheden is 1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

21

gedimensioneerd. Op verzoek kan lozen van spuiwater op het riool toch worden toegestaan. Het stikstofgehalte in het spuitwater is hierbij bepalend. Verder is de maximale hoeveelheid afvalwater die is toegestaan op grond van het Gemeentelijk Rioleringplan (GRP) bepalend bij het

toestaan

hiervan.

In de geldende omgevingsvergunning

één of meer luchtwassers

binnen

is opgenomen

dat spuiwater (afvalwater afkomstig van

de inrichting) wordt

geloosd op het riool. Voor het lozen

van spuiwater op het riool zijn geen

voorschriften

wil zeggen

in beginsel verboden

dat het lozen op het riool

in het Activiteitenbesluit opgenomen. is. Op grond

Dat

van artikel 3.126,

lid

2 is het lozen van spuiwater van een luchtwasser op of in de bodem niet toegestaan. Alleen bij maatwerkvoorschriften kan het bevoegde gezag bepalen dat het tweede lid van artikel 3.126 niet van toepassing is en het lozen in een vuilwater riool is toegestaan. Het belang van de

bescherming

verzetten.

van

het

milieu

mag

zich

In maatwerkvoorschriften

dan

kunnen

niet

tegen

voorwaarden

het

lozen

worden

in

een

gesteld

vuilwaterriool

met

betrekking

tot:

3. de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van de lozing en het meten en registreren daarvan;

b. te treffen maatregelen; c. de duur van de lozing; en d. de plaats van het lozingspunt. Op grond van het Activiteitenbesluit blijven de voorschriften met betrekking tot het lozen van spuiwater, zoals die in de vergunning staan, 3 jaar van toepassing nadat de veranderingen in het Activiteitenbesluit in werking traden. Deze termijn was op 1 januari 2016 verstreken. In de beoogde situatie wordt op jaarbasis 3.366 m3 spuiwater per jaar geloosd op het gemeentelijk vuilwaterriool. Het spuiwater wordt gebufferd en met een gemiddelde van 385 liter per uur. Omdat de hoeveelheid spuiwater fluctueert wordt rekening gehouden met een maximale lozing van 1 m3/h. In de toelichting milieu, laatst gewijzigd 16 december 2019 is de

samenstelling

van

het spuiwater

opgenomen.

Deze

samenstelling

in combinatie

met

het

gebufferd lozen van het spuiwater maken dat de doelmatige werking van het riool nauwelijks wordt belemmerd en lozing op het riool mogelijk. Dit blijkt ook uit de toelichting op artikel 3.126

van

het Activiteitenbesluit.

4.4.3 _ (Externe) veiligheid Het (externe) veiligheidsbeleid is bedoeld om risico's door de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen te verminderen en te beheersen. Doel is om onder meer brand en explosies te voorkomen en de nadelige effecten daarvan voor het milieu en de omgeving zoveel

mogelijk te beperken.

PGS richtlijnen voor de opslag en handling van gevaarlijke stoffen en opslag in tanks Voor de opslag van gevaarlijke stoffen zijn richtlijnen opgesteld in de Publicatiereeks Gevaarlijke

Stoffen

(PGS)

waarmee

een

aanvaardbaar

beschermingsniveau

voor

mens

en

milieu wordt gerealiseerd. Uit de vergunningaanvraag

blijkt dat binnen de inrichting geen

Dit betekent concreet

15 op de voorgenomen

444

PGS

aanvraag

PGS-opslagen aanwezig zijn

niet van toepassing

is.

Geluid

De geluidbelasting van de omgeving is beoordeeld

activiteiten van de

oktober

van

vergunningverlening”

d.d.

Hierbij zijn met belang.

name

hoofdstuk

De

gevolgen

akoestische

21

aangevraagde met behulp

en

1998

3 (paragraaf

consequenties

het

op geluidgevoelige objecten in “Handreiking industrielawaai

Ministerie

van

3.2) en hoofdstuk

zijn

onderzocht

VROM

4 van

en

zijn

(de

de

de en

Handreiking).

Handreiking

vastgelegd

in

van

een

akoestische rapportage (rapport: 2019-3111-0 d.d. 16 oktober 2019, uitgevoerd door Sain milieuadvies.) Dit rapport maakt onderdeel uit van de aanvraag. Voor de akoestisch relevante bronnen binnen de inrichting wordt verwezen naar de akoestische rapportages. Het akoestisch

onderzoek

is

industrielawaai 1999 (HMRI

1894/2020/2202374

uitgevoerd

overeenkomstig

de

Handleiding

meten

en

rekenen

1999).

datum besluit:

14 mei 2020

22

4.4.5 _ Energie In de Wabo is vastgelegd dat het bevoegd gezag bij een beslissing op de aanvraag voor een omgevingsvergunning, beoordeelt of de drijver van de inrichting de beste beschikbare technieken

in

de

inrichting

heeft

toegepast.

Deze

energiegebruik te voorkomen of te beperken voorschrijven van energiemaatregelen weegt technische

haalbaarheid

hiervan

technieken

nodig

om

te besparen. Bij de economische

mede

het en

mee.

Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning verplichting tot het treffen van technische maatregelen. Doelmatig

zijn

en hiermee energie het bevoegd gezag

voorschriften

verbinden

met

de

over

een

gebruik van energie

Het bevoegd gezag verbindt aan doelmatig gebruik van energie.

de

vergunning

in

ieder

geval

voorschriften

Reikwijdte

Het jaarlijkse energieverbruik

van de inrichting

bepaalt of het bedrijf onder de werkingssfeer

van de energiebesparingsverplichting valt. Inrichtingen

kunnen

middelgebruikers

in

en

drie de

verschillende

categorieën

grootgebruikers.

Volgens

worden de

ingedeeld:

aanvraag

is

er

kleingebruikers, sprak

van

een

grootgebruiker. Grootverbruikers waarvan

hebben

de

plicht

om

alle

energiebesparende

de investering zich binnen vijf jaar terugverdient.

instellingen

met

een

aardgasequivalenten. huisbrandolie) dient meegeteld. Grootverbruikers

energieverbruik Het gebruik omgerekend

hebben

over

het

dat

hoger

is

maatregelen

te

treffen

Grootverbruikers zijn bedrijven en

dan

200.000

kWh

of

75.000

m?

van fossiele brandstoffen (zoals diesel, te worden naar aardgasequivalenten en

propaan of te worden

algemeen

bedingen

gunstige

energietarieven

kunnen

bij

hun energieleverancier waardoor de erkende maatregellijsten (EML) uit de Activiteitenregeling minder geschikt zijn om aan de hand daarvan vast te stellen welke energiemaatregelen zich binnen vijf jaar terugverdienen. Een energiebesparingsonderzoek op uitgebreidere

schaal

is daarom

noodzakelijk.

Een

goed

energiebesparingsonderzoek

begint

bij een grondige inventarisatie van de energiestromen in het bedrijf of instelling. Aan de hand daarvan kan worden vastgesteld waar (onnodig) energieverlies optreedt. Door regelmatig te bezien welke maatregelen mogelijk zijn, gezien de stand der techniek, en wat de

kosten

daarvan

zijn,

kan

bedrijf

en

overheid

nader

bepalen

welke

maatregelen,

en

wanneer, genomen gaan worden. Wij hebben in de voorschriften daarom de verplichting opgenomen om binnen drie maanden na het van kracht worden van deze vergunning een energiebesparingsrapport te overleggen.

4.4.6 _ Toetsing aan overige richtlijnen, regels en wetten Het verlenen van deze vergunning houdt niet in dat hiermee is voldaan aan de bepalingen die in andere wetten en regels (zoals een besluit op basis van de Gezondheids- en Welzijnswet

voor dieren)

zijn gesteld

sommige gevallen is ook voor deze betreffende bevoegde gezag nodig.

1894/2020/2202374

dan

wel

wetten

op

grond

hiervan

en

regels

een

datum besluit:

14 mei 2020

worden

toestemming

voorgeschreven.

van

In

het daarvoor

23

BIJLAGE

I.

VOORSCHRIFTEN

VOORSCHRIFTEN

behorende bij een omgevingsvergunning op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het veranderen en in werking hebben van de gehele inrichting aan het adres de Horsten 17 en 20 te Egchel + de mestverwerkingslocatie op een gedeelte van het kadastraal

perceel

bekend

gemeente

Helden

sectie

H,

nummer

3.124.

De inrichting betreft een gespeende biggen en fokzeugenhouderij.

Aanvrager:

H

Rutten Holdini BV

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

INHOUDSOPGAVE

1

_ ALGEMEEN

.

26 -26 26

Activiteitenbesluit Realisatie

nieuw

te bouwen

stallen

mestbewerking Gedragsvoorschriften

.26 .26

ENERGIE.

27 -27

GELUID

28

28

Ex

Representatieve bedrijfssituatie .

4

_ HET HOUDEN

VAN

6

_ KADAVERPLAATS/KADAVERAANBIEDVOORZIENING

Z 8

_ Reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens _ BOUWCONTROLE EMISSIEARME SYSTEMEN

.28

DIEREN

29

45 _ AFLEVERRUIMTE/ZIEKENBOEG Algemee: .

.2930 30

.

30 31

81 Controle luchtwassysteem . 82 Mededeling aan bevoegd gezag. 9 _ SPUIWATER LUCHTWASSYSTEEM (BWL 2010.02.V6).

.31 .3132

10 11

_ Opslag reinigings- en diergeneesmiddelen _ AFVALSTOFFEN

33 33

12

_

121 13

IN WERKING

LUCHT.

HEBBEN

Algemee

VAN

EEN

.

KOELINSTALLATIE

34

-3434

131 Aanvullende voorschriften algemeen 14 _ OPLEIDING, INSTRUCTIE EN TOEZICHT 141 Instructiekaart

142 Instructie personeel . 15 __ OPSLAG VAN GEVAARLIJKE STOFFEN IN VERPAKKING GEEN VUURWERK, KUNSTMEST

E. A. ONTPLOFBARE

STOF

.

18.1 18.2 18.3

184 1

1 18.7

_

BRANDVEILIGHEID/EXTERNE

Doelvoorschriften Werkvoorraa Laden en losse

VEILIGHEID

VASTE

-35

35

151 Gasflessen, algemeen . 16 _ TRANSPORTMIDDELEN 161 Algemee: 17 _ Noodstroomaggregaa 18

3434 34 .3535 -3535

.

Bedieningsvoorschriften. Inspectie, keuringen en onderhoud

36

-36 -36 36

-36 -37

Brandbestrijding -37 Aanvullende voorschriften draagbare blusmiddelen en brandslanghaspels 38 1894/2020/2202374

datum besluit: 14 mei 2020

24

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

25

VOORSCHRIFTEN

1

ALGEMEEN

1.1

_

Voor

Activiteitenbesluit

de

navolgende

toepassing: = _ In werking

=

activiteiten

hebben

zijn

voorschriften

uit

het

Activiteitenbesluit

motorvoertuigen zijn toegepast

of

en overslaan van stuifgevoelige goederen van vloeibare bijvoedermiddelen

werktuigen of zeven

waarmee

dat is voorzien van een

milieuregels voor lozen

= =

Algemene milieuregels voor emissies naar de lucht voor type C inrichtingen Algemene milieuregels voor emissies van zeer zorgwekkende stoffen voor inrichtingen

=

Algemene

+

Algemene milieuregels voor bodembedreigende activiteiten

1.2

_

De

nieuw

te

type

C

milieuregels voor geuremissies voor type C inrichtingen

Realisatie

nieuw

realiseren

kraamzeugen,

te

bouwen

stallen

stallen

voor

635 guste en dragende

de

uitbreiding

zeugen,

met

2 dekberen

7.409

gespeende

en 50 opfokzeugen,

biggen,

212

allen voorzien

van BWL 2010.02.V6) mogen pas in gebruik genomen worden Natuurbeschermingswetvergunning is verleend en in werking is getreden. 13

geen

van grond

Het houden van landbouwhuisdieren bij een type C bedrijf Houden van landbouwhuisdieren in een huisvestingssysteem luchtwassysteem Algemene

van

van een stookinstallatie

Uitwendig wassen van gewasbeschermingsmiddelen Opslaan Opslaan

de

nadat

de

_ mestbewerking

Binnen de mestbewerkingslocatie mag enkel mest worden verwerkt van de eigen locaties, zijnde De Horsten 17, 20 en Jacobusstraat 42 met toepassing van een mobiele mestscheider, waarbij de mest in een dunne en dikke fractie wordt geschieden. Een verdere bewerking van de mest

is niet toegestaan.

14

Gedragsvoorschriften

_

141

De inrichting moet in werking zijn volgens de bij de vergunning gewaarmerkte stukken en de daarin

gehanteerde

uitgangspunten,

behalve

als

daarvan

blijkens

de

hierna

volgende

voorschriften mag of moet worden afgeweken. 142

De inrichting moet schoon worden gehouden

en in goede staat van onderhoud

verkeren.

143

De inrichting

mag

niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.

Binnen de openingstijden

anderen

het

personeel

onder

de

inrichting

dan

van

de

inrichting

uitsluitend

toezicht

in

mogen

de

inrichting

voorzieningen

moeten

aanwezig zijn. 144

Alle

binnen

overzichtelijk zijn opgesteld

aanwezige

machines,

en altijd goed

bereikbaar zijn.

installaties

en

145

Het aantrekken

van

insecten,

knaagdieren

en ongedierte

de omstandigheden daartoe aanleiding geven, knaagdieren en ander ongedierte plaatsvinden.

moet

moet

worden

doelmatige

voorkomen.

bestrijding

van

Zo

vaak

insecten,

1.4.6

Tijdens het in bedrijf zijn van de inrichting 1894/2020/2202374

moet

datum besluit:

personeel

aanwezig

14 mei 2020

zijn dat voor controle26

en registratiewerkzaamheden

is geïnstrueerd.

147

De in de inrichting aangebrachte of gebruikte verlichting moet zodanig geen directe lichtstraling buiten de inrichting waarneembaar is.

zijn afgeschermd

dat

gesteld,

zijn

1.4.8

Installaties of onderdelen van installaties welke buiten bedrijf zijn verwijderd tenzij deze in een goede staat van onderhoud verkeren.

moeten

149

In geval van een langdurige onderbreking van de werkzaamheden (langer dan 6 maanden), bij bedrijfsbeëindiging of bij een faillissement moeten alle in de inrichting aanwezige afvalstoffen c.q. gevaarlijke (afval)stoffen volgens de hierop van toepassing zijnde wet- en regelgeving

worden

afgevoerd.

1.4.10

Indien stallen niet meer in gebruik zijn, moeten deze zijn gereinigd en ontsmet. 1411

Voedersilo's, mestopslagen, putten, behorende bij de luchtwassers, welke

silo's, voorraadvaten, installaties en apparatuur niet meer in gebruik zijn, moeten zijn geledigd en

gereinigd. 1412

Onderhoudswerkzaamheden, waarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat deze buiten de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, dan wel dat hiervan in de omgeving meer nadelige gevolgen voor het milieu worden ondervonden dan uit de

normale

bedrijfsvoering

voortvloeit

moeten

ten

minste

7 dagen

voor de aanvang

van

de

uitvoering aan het bevoegd gezag worden gemeld. 1.4.13

Klachten van derden en de actie die door de vergunninghouder is ondernomen om de bron van de klachten te onderzoeken en eventueel weg te nemen, moeten worden geregistreerd. 1.4.14

Indien

uit

de

verontreiniging

2 21

inhoud

van

keurings-

en

dreigt, moet direct het bevoegd

inspectierapporten gezag

daarvan

blijkt

dat

gevaar

in kennis worden

voor

gesteld.

ENERGIE _

Voorschriften

energiegebruik

211

Alle

gangbare

veehouderijen”)

maatregelen worden

en

volgens

voorzieningen de

aanvraag

(zie

bijlage

getroffen.

Deze

“Checklist moeten,

energieverbruik

blijvend,

doelmatig

zijn uitgevoerd. 2.1.2

Binnen drie maanden na het van kracht worden van deze vergunning wordt door degenen die de inrichting drijft een energiebesparingsonderzoek bij het bevoegde gezag ingediend. Het bevoegde gezag kan daarbij aanvullende gegevens vragen en keurt uiterlijk binnen drie maanden na indiening het energiebesparingsrapport goed dan wel eist een nieuw onderzoek. Het onderzoek heeft tot doel om rendabele en technisch haalbare energie efficiency verhogende maatregelen te identificeren. Rendabele maatregelen zijn maatregelen met een terugverdientijd

van vijf jaar of korter.

De rapportage

moet

tenminste

de volgende

gegevens

bevatten:

« +

de onderneming waar de inrichting onderdeel van uitmaakt (indien van toepassing); beschrijving van de processen, faciliteiten en gebouwen (eventueel bedrijfsonderdeel); + _ het energieverbruik van de inrichting:

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

per

27

1°. inclusief energie die door de inrichting zelf wordt opgewekt en gebruikt; 2°, gemeten over een heel kalenderjaar; 3° aan de hand van recente gegevens;

40 in kilowattuur (kWh) elektriciteit en kubieke meter (m?) aardgasequivalent; +

+

beschrijving

van

de

energiehuishouding,

dat

energiebalans

van

de

totale

een

+ +

met

wil

zeggen

toedeling

een

van

overzicht

tenminste

90%

totale energiegebruik aan individuele installaties en (deel)processen; de randvoorwaarden, omschreven bij de maatregelen van de bedrijfstak sector in bijlage

+

inrichting

de

van

de

van

het

agrarische

10 uit de Activiteitenregeling, waar de inrichting aan voldoet;

randvoorwaarden,

omschreven

bij

de

maatregelen

van

de

bedrijfstak

agrarische

sector in bijlage 10 uit de Activiteitenregeling, waar de inrichting niet aan voldoet; een overzicht van de gehanteerde bronnen om energiebesparingsmaatregelen te identificeren; een overzicht van alle overwogen energiebesparende maatregelen, die zowel mogelijk als realistisch zijn, en te nemen energiebesparende maatregelen. Van de mogelijke maar afgevallen energiebesparende maatregelen dient de reden van afvallen te worden aangegeven;

+ _

+

per te treffen techniek/voorziening dienen de volgende gegevens te worden overgelegd: - de jaarlijkse energiebesparing; - de (meer) investeringskosten; - de verwachte economische levensduur; de jaarlijkse besparing op de energiekosten op basis van de energietarieven die tijdens het onderzoek gelden; een schatting van eventuele bijkomende kosten en baten anders dan samenhangend met energiebesparing; - de terugverdientijd op basis van de (meer)investeringskosten en de baten; een overzicht van mogelijke organisatorische en goodhousekeeping maatregelen die leiden tot energiebesparing (doelmatig beheer en onderhoud van de installaties).

2.1.3

Indien uit het energiebesparingsonderzoek blijkt dat er maatregelen zijn geïdentificeerd die zich binnen vijf jaar terugverdienen stelt het bevoegde gezag een redelijke termijn vast waarbinnen de maatregel moet zijn uitgevoerd. Voor zover dat uit de berekening van de terugverdientijd

blijkt

kan

het

moment (bijvoorbeeld uitgevoerd.

bij

de

bevoegd

gezag

eerstvolgende

bepalen

dat een

vervanging

van

maatregel

het

op een

toestel)

mag

natuurlijk

worden

214

Vergunninghoud(st)er moet eenmaal per vier jaar het energie onderzoek actualiseren en ter beoordeling zenden aan het bevoegd gezag.

3

GELUID

31

_ Algemeen

311

Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, uitgave

1999.

3.2

Representatieve

_

bedrijfssituatie

321

Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L:1), veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden, geldt dat de niveaus op de in tabel 3.2a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

28

Tabel

3.2a

La;t Op de gevel van gevoelige gebouwen

Larur in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

_

06.00-19.00

|19.00-22.00

|22.00-06.00

uur

uur

uur

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

|35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

3.22

voor het maximaal geluidsniveau (Lamax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabi de inrichting, de niveaus op de plaatsen en tijdstippen, genoemd in tabel 2.17f, niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel

3.2b

Lamax Op de gevel van gevoelige gebouwen Lamax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

_

06.00-19.00

|19.00-22.00

|22.00-06.00

uur

uur

uur

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

|55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

3.2.3

De

in de periode tussen

06.00

uur en

19.00

uur n tabel

3.2b

opgenomen

waarden

van toepassing op laad- en losactiviteiten, alsmede op het n en uit de inrichting landbouwtractoren of motorrijtuigen met beperkte snelheid.

4

HET HOUDEN

41

_

VAN

zijn niet

rijden van

DIEREN

Algemeen

4141

In de inrichting

mogen

ten hoogste

de volgende

aantallen dieren aanwezig

zijn:

Stal £

Diercategorie lhuisvestingssysteem/Aantal dieren Gespeende biggen (de horsten 20) |D1.1.15.4 16.240

2

Gespeende

m

[Kraamzeugen (De Horsten 17) Guste en dragende zeugen

biggen (De Horsten

1

Horsten

m m £

[Dekberen (De Horsten 17) |Opfokzeugen (De Horsten 17) Gespeende biggen (De Horsten

20)

|D1.1.15.4

16.720

D1.2.17.4

212

D1.3.12.4

635

D2.4.4 D3.2.15.4 |D1.1.15.4

2 50 1689

(De

17)

17)

412

Dierlijk afval mag niet op het terrein van de inrichting worden begraven. Het afval moet zo spoedig mogelijk, volgens de bij of krachtens het Besluit dierlijke bijproducten en de Regeling dierlijke bijproducten gestelde regels, uit de inrichting worden verwijderd. Het bewaren van dierlijk afval, in afwachting van afvoer naar een destructiebedrijf, moet zodanig geschieden dat geen geurhinder optreedt, het aantrekken van ongedierte wordt voorkomen en

geen

vermenging

met

ander

afval

of materiaal

optreedt.

Verder

mag

het

dierlijk

afval

geen visuele hinder veroorzaken. 413

Op het terrein van de inrichting mag geen mest worden verbrand. 414

Ramen en deuren van stallen moeten gesloten worden gehouden voor zover ze geen functie hebben voor luchtinlaat of het doorlaten van personen, dieren, vaste mest of goederen.

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

29

5

AFLEVERRUIMTE/ZIEKENBOEG

5141

De

afleverruimte

en

ziekenboeg

zoals

aangegeven

op

de

milieutekening

mogen

alleen

ten

behoeve van het doel worden gebruik waarvoor ze zijn ingericht. Deze ruimte mag niet in gebruik zijn als productieruimte. Dit betekent dat in deze ruimte geen dieren permanent mogen

worden

gehouden.

512

De

oorspronkelijke

door

een

ander

plaats

van

dier worden

het

dier dat

tijdelijk

dieren

in de

in de

ziekenboeg

aanwezig

is mag

niet

moet

deze

bezet.

513

Tijdens de momenten ruimte schoon zijn.

6

waarop

geen

afleverruimte

aanwezig

zijn,

KADAVERPLAATS/KADAVERAANBIEDVOORZIENING

6.1.1

Kadavers

moeten

vloeistofkerende

worden mobiele

aangeboden kadaverbak

aan

of een

de

destructor

op

de

kadaverplaats

of kadaverton

moet

plaatsvinden

of in een

kadaverton.

6.1.2

Het reinigen en ontsmetten kadaverplaats.

Indien

de

van de kadaverkap kadavers

aan

de

destructor

worden

aangeboden

op

boven de

een

mobiele

kadaverbak of in een kadaverton, moeten deze worden gereinigd en ontsmet reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens elders binnen de inrichting.

op

een

van

een

6.1.3

Behalve

tijdens

verzwaard

en

het

goed

ledigen

moet

sluitend

deksel

de

kadaveraanbiedvoorziening

of daaraan

gelijkwaardige

door

voorziening

middel gesloten

worden

gehouden. 6.1.4

Een mobiele kadaveraanbiedingsvoorziening (kadaverton) moet zodanig zijn geconstrueerd dat deze op een doelmatige wijze kan worden vervoerd zodat iedere mogelijkheid tot verspreiding

van smetstof en afvalwater naar de omgeving

in alle redelijkheid is uitgesloten.

6.1.5

Een kadaverplaats danwel een mobiele kadaverbak of kadaverton, moet vloeistofkerend zijn en moet bestand zijn tegen de inwerking van het toe te passen reinigingsof ontsmettingsmiddel. 6.16

Een

kadaverplaats

moet

afwaterend

ontsmettingswater

via

opslagruimte,

wel rechtstreeks

dan

leidingen

kan

zijn

gelegd

afwateren

naar

naar

één

punt,

een,

niet

van

zodat een

naar de dichtstbijzijnde en binnen

het

overstort

spoel-

en

voorziene

de inrichting gelegen

mestkelder. 6.17

Een

mobiele

omgeving

kadaverbak

niet

kan

moet

zijn voorzien

verontreinigen.

Het

van

een

opvangbak

ledigen

van

de

zodat

opvangbak

uittredend

mag

alleen

vocht de boven

de

gereinigd

op

reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens.

7

Reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens

711

Veewagens,

die op

het

terrein

(inwendig)

worden

gereinigd,

moeten

worden

een speciaal daarvoor ingerichte reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens.

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

30

712

Een

reinigings-

ontsmettingsplaats

moet

vloeistofkerend

zijn en afwaterend

zijn gelegd

naar

een of meer opslagputten. Het reinigen en ontsmetten van voertuigen moet op zodanige wijze plaatsvinden dat het verontreinigde water wordt opgevangen (opstaande randen aan een drietal zijden danwel een gelijkwaardige voorziening) zodat het reinigingswater en ontsmettingsvloeistoffen niet in de bodem terecht kunnen komen. 7.1.3

De reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens moet zodanig zijn gelegen dat ten gevolge van aan- en afvoerbeweging, verwaaiing van waswater etc. geen hinder voor derden optreedt. 7.14

Na elke reiniging moet de wasplaats en slibvangput worden gereinigd. Na deze reiniging mag de

afsluiter

worden

omgezet

om

lozing

van

niet

verontreinigd

hemelwater

op

het

oppervlaktewater mogelijk te maken. 8

_BOUWCONTROLE

81

_ Controle

EMISSIEARME

SYSTEMEN

luchtwassysteem

8141

Het luchtwassysteem in de 1 en 2 voor zowel de locatie van de Horsten 17 als de Horsten 20 mag voor het houden van varkens pas in gebruik worden genomen nadat het centraal afzuigkanaal, de koppeling van de luchtwasser aan dit kanaal en de uitvoering/dimensionering van de luchtwasser door het bevoegd gezag is gecontroleerd en is goed

bevonden.

8.12

Bij de ingebruikname van stallen moet het luchtwassysteem 8.2

Mededeling

aan

bevoegd

in werking zijn.

gezag

82.1

Voor het kunnen

uitvoeren van

de hiervoor aangegeven

controle(s)

doet de inrichtinghouder

hiervan schriftelijk mededeling aan het bevoegd gezag. 8.2.2

In de mededeling wordt aangegeven

welke controle kan worden

uitgevoerd

en welke stal het

betreft. 8.23

De

mededeling

moet

minimaal

5

werkdagen

voorafgaand

aan

de

beschreven

activiteit

plaatsvinden.

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

31

SPUIWATER

Het

LUCHTWASSYSTEEM

spuiwater

van

de

(BWL 2010.02.V6)

luchtwasser

dient

te

worden

opgeslagen

in

een

speciaal

hiervoor bestemde afgesloten spuiwateropslagen.

Het

9.1.3

vorige

voorschrift

luchtwasser

vrijkomen.

De wanden

en vloer van de opslagruimte

het

spuiwater.

geldt

Bewijzen

voor

van

de

alle spuiwaterstromen

moeten

behandeling

bestand

zijn tegen de invloed

voldoende

zijn

te

De

en

sterkte

spuiwateropslag

van

moet

en

de

vloer

binnen de inrichting aanwezig zijn.

de spuiwateropslag

voldoende

wanden

van

om schadelijke vervorming als gevolg van overdruk bij vulling of overvulling voorkomen, terwijl de dichtheid onder alle omstandigheden moet zijn verzekerd.

stijfheid

de

gecombineerde

de

De

die

uit de

van

spuiwateropslag hebben ondergaan moeten

914

die

inhoud

en

de

hebben

leidingen

en

mag

moet

niet

zijn

voorzien

van

een overstort. Afvoer naar een mestkelder / mestopslagruimte is niet toegestaan.

De spuiwateropslag

mag

slechts voor 95%

worden

gevuld.

De spuiwateropslag moet zijn voorzien van een opschrift met de woorden "OPSLAG SPUIWATER". Indien het spuiwater wordt opgeslagen in een opslagkelder, dient bij de

putopening

een

bord

te

worden

gehangen

met

peilinrichting

is

de

woorden

"OPSLAG

SPUIWATER".

Indien

919

9.1.10

een

vloeistofstandaanwijzer

of

aangebracht,

moet

deze

zodanig zijn ingericht dat het uitstromen van vloeistof uit de spuiwateropslag, door verkeerde werking of door breuk, wordt voorkomen.

ook

De spuiwateropslag moet ziijn voorzien van een ontluchtingspijp ontluchtingsopening met een inwendige middellijn van tenminste 50 mm.

of

In elke aansluiting

op de spuiwateropslag

beneden

het hoogste

vloeistofniveau

moet

zo dicht mogelijk bij de wand een metalen afsluiter zijn geplaatst. Deze moet zodanig zijn uitgevoerd dat duidelijk is te zien of de afsluiter is geopend, dan wel is gesloten.

98.1.11

Het laadpunt van de spuiwateropslag moet zich boven een bevinden met een oppervlakte van tenminste 3 x 3 meter.

vloeistofkerende

vloer

Het is niet toegestaan spuiwater in de riolering te brengen.

De afvoer van het spuiwater dient te worden geregistreerd (hoeveelheid en concentratie). Deze registratiegegevens worden gedurende een periode van 5 jaar

bewaard en zijn beschikbaar voor controle door het bevoegde gezag.

9.1.14

Bij

het

bodem

vullen

of

ledigen

van

de

opslagruimte

mag

geen

verontreiniging

van

de

of het oppervlaktewater plaatsvinden.

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

32

9.1.15

Bij het afvoeren van spuiwater/percolaat mag de omgeving verontreinigd. Transport moet plaatsvinden in gesloten tankwagens.

9.1.16

Gemorst

product

worden

verwijderd.

9.1.17

moet

Het spuiwater mag

met

behulp

van

absorptiemateriaal

met van een debiet van maximaal

zo

niet

worden

spoedig

mogelijk

1 m3/liter worden geloosd

op

het gemeentelijk riool. 9.1.18

Indien er sprake is van klachten kan het bevoegd gezag verzoeken om een monstername met analyseresultaten van het geloosde spuiwater. Indien uit de resultaten blijkt dat er negatieve effecten voor het gemeentelijk riool ontstaat, kan het bevoegd

10

gezag

voorschrift 9.1.17 ambtshalve

intrekken.

_ Opslag reinigings- en diergeneesmiddelen

10.1.1

Diergeneesmiddelen moeten worden afgesloten goed geventileerde ruimte.

bewaard

in

een

daartoe

bestemde

lekbak

in

een

10.1.2

In de lekbak voor de diergeneesmiddelen

mogen

geen andere stoffen worden opgeslagen.

10.1.3

Reinigingsmiddelen

moeten

worden

bewaard

in

een

daartoe

bestemde

lekbak

in

een

afgesloten goed geventileerde ruimte. 10.1.4

In de lekbak voor de reinigingsmiddelen

11

mogen

geen andere stoffen worden opgeslagen.

AFVALSTOFFEN

11.1

_ Afvalscheiding

11141

Vergunninghouder is verplicht de volgende afvalstromen te scheiden, gescheiden te houden en gescheiden aan te bieden dan wel zelf af te voeren: de verschillende categorieën gevaarlijke afvalstoffen, onderling en van andere afvalstoffen; —

papier en karton;

_

kadavers;

_

elektrische en elektronische

—

plastic;

—

overig bedrijfsafval.

apparatuur

11.1.2

Gebruikte vrijkomen smeerolie

poetsdoeken, absorptiematerialen en overige gevaarlijke afvalstoffen die bij onderhoudswerkzaamheden en bij het verwijderen van gemorste dieselolie, en hydraulische olie, moeten worden bewaard in vloeistofdichte en afgesloten

emballage die bestand

11.2

is tegen

inwerking van de betreffende afvalstoffen.

_ Opslag van afvalstoffen

1121

De op- en overslag en het transport van afvalstoffen moeten zodanig plaatsvinden dat zich geen afval n of buiten de inrichting kan verspreiden. Mocht onverhoopt toch verontreiniging van het openbaar terrein rond de inrichting plaatsvinden, dan moeten direct maatregelen worden

getroffen om

deze verontreiniging te verwijderen.

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

33

11.2.2

De verpakking

« *

van gevaarlijk afval moet zodanig

zijn dat:

niets van de inhoud uit de verpakking kan ontsnappen; het materiaal van de verpakking niet door gevaarlijke stoffen kan worden aangetast, dan wel met die gevaarlijke stoffen een reactie kan aangaan dan wel een verbinding kan vormen;

deze tegen

normale

behandeling

deze is voorzien van een duidelijk tot uiting komen.

bestand

etiket,

is;

waarop

de

gevaarsaspecten

van

de

gevaarlijke

stof

11.2.3

Afvalstoffen

moeten

zodanig

gescheiden

van elkaar worden

soorten afvalstoffen ten opzichte van elkaar geen 11.3

_ Aanvullende

voorschriften

opslag

van

opgeslagen

reactiviteit kunnen

dat de verschillende

veroorzaken.

afvalstoffen

11.3.1

Het bewaren van afvalstoffen moet op ordelijke en nette wijze plaatsvinden. afvalstoffen afkomstige geur mag zich niet buiten de inrichting kunnen verspreiden.

12

IN

121

WERKING

HEBBEN

VAN

EEN

Van

de

inspectie

en

KOELINSTALLATIE

Algemeen

1211

Een

koel-

of

vriesinstallatie

moet

altijd

bereikbaar

zijn

voor

bediening,

onderhoud. 12.1.2

Een koelthermisch ruimten

of vriesruimte zijn geïsoleerd,

met dat

bijbehorende koelleiding geen condensvorming in

moet zodanig zijn opgesteld of niet tot de inrichting behorende

kan optreden.

12.1.3

Indien een keuring uitwijst dat de koelinstallatie onderhoud behoeft moet dit onderhoud binnen twee weken na de keuring plaatsvinden. Degene die de inrichting drijft vraagt naar een bewijs waaruit blijkt wanneer, door wie en welk onderhoud is verricht. 12.1.4

Het

laatst

opgestelde

keuringsrapport

en

het

laatst

bewaard. Keuringsrapporten moeten gedurende bevoegd gezag kunnen worden ingezien.

13

opgesteide

de openingstijden

onderhoudsbewijs

van

worden

het bedrijf door

het

LUCHT

13.1

Aanvullende

voorschriften algemeen

13.1.1

Uitmondingen in de buitenlucht _ van luchtbehandelingsinstallaties of afzuigsystemen, geen andere voorschriften zijn gesteld, moeten verspreiding

van

de

dampen

is gewaarborgd,

afvoeren van _ ventilatiesystemen, ten aanzien waarvan in deze vergunning zodanig zijn gesitueerd dat een afdoende

zonder

dat

hinder

buiten

de

inrichting

wordt

veroorzaakt.

14

OPLEIDING, INSTRUCTIE EN TOEZICHT

141

Instructiekaart

14.1.1

Bij een opslagplaats voor bestrijdingsmiddelen, gevaarlijke stoffen en gevaarlijke afvalstoffen 1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

34

moet een duidelijk leesbare instructie zijn aangebracht over de te nemen geval van calamiteiten. Deze

instructie

moet

de

en personen waarmee 14.2

namen,

telefoonnummers

en

faxnummers

maatregelen in het

bevatten

in het geval van calamiteiten contact opgenomen

van

instanties

moet worden.

Instructie personeel

14.2.1

Personen die toegang hebben tot een opslagplaats voor bestrijdingsmiddelen, gevaarlijke stoffen en gevaariijke afvalstoffen moeten deskundig zijn met betrekking tot de aard en de gevaarsaspecten van de opgeslagen stoffen en de te nemen maatregelen bij onregelmatigheden. 14.2.2

Alle binnen de inrichting werkzame

personen

moeten

zonodig:

schriftelijke instructies hebben

ontvangen die erop zijn gericht gedragingen uit te sluiten inrichting in strijd met deze vergunning in werking is.

15

OPSLAG VASTE

15.1

VAN

GEVAARLIJKE

KUNSTMEST

E. A.

STOFFEN

IN

ONTPLOFBARE

die

tot gevolg

VERPAKKING

hebben

GEEN

dat

de

VUURWERK,

STOF

Gasflessen, algemeen

15.1.1

Indien de uitwendige toestand van een gasfles zodanig is dat aan de deugdelijkheid moet worden getwijfeld, moet de gasfles ter herkeuring worden aangeboden aan een door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen keuringsinstelling. 15.1.2

Beschadigde

of Iekke

gasflessen

moeten

onmiddellijk

in de

buitenlucht

worden

gebracht

en

worden gemerkt met het woord 'DEFECT', respectievelijk 'LEK'. Ook moeten direct maatregelen worden getroffen om brand-, explosie-, verstikkings- of vergiftigingsgevaar te voorkomen. De desbetreffende gasflessen moeten aan de leverancier worden teruggezonden.

16

TRANSPORTMIDDELEN

16.1

Algemeen

16.1.1

De verbrandingsmotor uitlaatgassen nagenoeg

van een tractor en loader roet- en rookloos zijn.

moet

zodanig

zijn

afgesteld

dat

de

16.1.2

De

verbrandingsmotor

van

een

tractor

en

loeder

moet

geluiddemper in de uitlaat en mag alleen in werking lossen en het rijden noodzakelijk is.

zijn

voorzien

van

een

doelmatige

zijn voor zover dit voor het laden,

het

16.1.3

Het

bijvullen

van

een

brandstofreservoir

van

een

tractor

en

loader

mag

uitsluitend

in de

buitenlucht plaatsvinden. 16.1.4

Buiten werktijd moet(en) inrichting.

17

de tractor en loader worden

gestald op een vaste plaats binnen

de

Noodstroomaggregaat

17.1.1

In geval

van

uitval van

1894/2020/2202374

de normale

elektriciteitsvoorziening datum besluit:

moet

14 mei 2020

voldoende

noodstroom

zijn 35

gewaarborgd. Hiermee moeten ten minste de onderstaande werkzaamheden en activiteiten kunnen worden uitgevoerd: + het op een veilige wijze stoppen van de diverse processen en alle daaruit voortvloeiende werkzaamheden; «

alle

activiteiten

welke

nodig

zijn

voor

de

bestrijding

calamiteiten of bijzondere omstandigheden. Op ten minste de stalventilatoren zijn aangesloten.

van

en

de

hulpverlening

bij

de

noodstroomvoorziening

moeten

en

worden

dat

17.1.2

Een

noodstroomaggregaat

nagenoeg

moet

zodanig

zijn

afgesteld

rookloze verbranding

wordt verkregen.

Een noodstroomaggregaat mag

uitsluitend worden

onderhouden

een

1713

beproefd tussen 7.00 en 19.00 uur.

17.1.4

In

een

ruimte

werkzaamheden

waarin

een

noodstroomaggregaat

anders

dan

ten

noodstroomaggregaat

worden

behoeve

van

staat controle

opgesteld, en

mogen

onderhoud

geen

van

het

verricht.

1715

Een noodstroomaggregaat moet zodanig zijn opgesteld dat geen gevaar voor brand bestaat. Een noodstroomaggregaat, al dan niet met bijbehorende brandstoftank, moet op doelmatige wijze tegen mechanische beschadiging en handelingen van onbevoegden zijn beschermd. 17.16

In de

ruimte

waarin

een

noodstroomaggregaat

is opgesteld

moet

een

doelmatige

ventilatie

aanwezig zijn. 17.17

De uitmonding van de afvoerleiding voor verbrandingsgassen moet zodanig in de buitenlucht zijn gesitueerd dat door deze gassen buiten de inrichting geen hinder wordt veroorzaakt

18

BRANDVEILIGHEID/EXTERNE

18.1

VEILIGHEID

Doelvoorschriften

1811

Vergunninghoudster

dient

de

vereiste

essentiële

maatregelen

beschreven in paragraaf 8.2 van het aanvraagformulier alsmede plattegrondtekening te hebben gerealiseerd en in stand te houden. 18.2

en

voorzieningen

de

daarbij

als

behorende

Werkvoorraad

18.2.1

In de werkruimten

mag

niet meer dan

1.000 liter gevaarlijke grond- en hulpstoffen aanwezig

zijn (werkvoorraad). 18.2.2

Het klaarzetten van de dagvoorraden of directe werkvoorraden gevaarlijke stoffen in de productiegebouwen mag alleen plaatsvinden op speciaal daarvoor bestemde en gemarkeerde plaatsen. 18.3

Laden

en

lossen

18.3.1

Het lossen

en laden van gevaarlijke stoffen

in respectievelijk vanuit tankauto's

moet

zodanig

plaatsvinden dat de risico's voor de omgeving aanvaardbaar blijven. 18.4

Bedieningsvoorschriften

18.4.1

Voor

ieder

afzonderlijk

1894/2020/2202374

risicovol

proces

moeten

datum besluit:

bedieningsvoorschriften 14 mei 2020

of procedures

zijn 36

opgesteld

a.

waarin ten minste het onderstaande

de proces voorbereidende handelingen,

is opgenomen:

het opstarten, het volgen en het stoppen van een

proces;

b.

de

hoeveelheden,

de

wijze

en

de

volgorde

van

doseren

van

de

voor

het

proces

noodzakelijke stoffen;

c d.

de procesomstandigheden voor een normaal procesverloop (proceswindow); de te treffen maatregelen bij boven normale procesomstandigheden gevaarlijke situatie kunnen leiden en de te volgen noodstopprocedures;

e.

de te volgen procedures

18.5

Inspectie,

om

keuringen

die

tot

een

de installaties productvrij te maken.

en onderhoud

18.5.1

Alle risicovolle installaties en voorzieningen waarop deze beschikking betrekking heeft moeten, voor zover dit voor het vermijden van nadelige gevolgen voor het milieu van belang is, steeds n goede staat verkeren en naar behoren functioneren. Dit moet regelmatig door middel van interne (apparaat-) inspecties en/of testen gecontroleerd

worden

waarbij

de

bevindingen

reparaties,

(apparaat)inspecties

en/of testen

vastgelegd.

moet

vergunninghoudster

uitvoeren

worden

van

De

het

schriftelijk moeten

bevindingen wordt ook verstaan geconstateerde afwijkingen. De frequentie van het uitvoeren van

de frequentie

van

vastgelegd.

moet

verzoek

en

schriftelijk zijn

onderhoud/inspectie

als de bevindingen daartoe aanleiding geven. Deze registratie moet op de inrichting aanwezig zijn en op ambtenaren van het bevoegd gezag kunnen worden getoond.

Onder

verbeteringen

van

aanpassen

controlerende

18.5.2

Bij

onderhouds-

genomen

18.6

en

reparatiewerkzaamheden

moeten

voorzorgsmaatregelen

worden

om nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen.

Brandbestri

ing

18.6.1

Risico relevante procesapparatuur, opslagtanks, leidingen en leidingondersteuningen die zich aan een terreingedeelte bevinden waar gemotoriseerd verkeer kan plaatsvinden, moeten afdoende zijn beschermd door een vangrail of een gelijkwaardige constructie. 18.6.2

In de inrichting mag, behoudens in de daarvoor ingerichte installaties of in de daarvoor ingerichte ruimten, geen open vuur aanwezig zijn en mag niet worden gerookt. Deze bepaling voor wat betreft open vuur is niet van toepassing indien werkzaamheden moeten worden

verricht

waarbij

open

vuur

noodzakelijk

is.

Vergunninghoudster

moet

zich

er van

hebben overtuigd dat deze werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder gevaar. Op een centrale plaats voor de uitgave van (werk-)vergunningen en ter plaatse moet een schriftelijk bewijs aanwezig zijn dat bedoelde werkzaamheden zijn toegestaan. 18.6.3

Alle brandblusmiddelen,

3. b. c.

brandbestrijdings-

en brandbeveiligingssystemen

moeten

steeds:

voor onmiddellijk gebruik gereed zijn; goed bereikbaar zijn; als zodanig herkenbaar zijn.

18.6.4

Binnen

de

inrichting

moet

een

overzichtelijke en actuele

plattegrond

aanwezig

zijn. Op deze

plattegrond moet ten minste zijn aangegeven: a. alle gebouwen en de risicorelevante installaties met hun functies; b. alle opslagen van stoffen die risicovolle situaties kunnen veroorzaken met vermelding van de aard

van

de

stof overeenkomstig

de ADR/WMS

classificatie-indeling

en

de maximale

hoeveelheden.

1894/2020/2202374

datum besluit:

14 mei 2020

37

18.7

Aanvullende

voorschriften draagbare

blusmiddelen

en brandslanghaspels

18.7.1

In de inrichting moeten bij de op de plattegrondtekening aangegeven poederblusser aanwezig zijn met een inhoud van ten minste 12 kg blusstof.

plaatsen

een

18.7.2

In de inrichting moet een op de waterleiding voldoet aan NEN-EN 671 deel 1. De slanghaspel 671

deel

aangesloten slanghaspel aanwezig moet worden onderhouden conform

zijn die NEN-EN

3.

18.7.3

Een leiding voor de aanvoer van

1894/2020/2202374

bluswater moet tegen

bevriezen zijn beschermd.

datum besluit: 14 mei 2020

38

gemeente

Peel en Maas

1894/2020/2202374

Datum besluit: (Datum)

Pagina 39 van 45

gemeente

Peel en Maas BIJLAGE:

** VOOR

BEGRIPPEN

ZOVER

EEN

DIN-,

NEN-,

NEN-EN-,

OF NEN-ISO-NORM,

Voor zover in een voorschrift verwezen wordt naar een DIN-, DIN-ISO, NEN-, NEN-EN-, NEN-ISO-, NVN-norm, A-blad, BRL, CPR, PGS of NPR, wordt de uitgave bedoeld die voor de datum waarop de vergunning is verleend het laatst is uitgegeven met tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen. Indien er sprake is van reeds bestaande constructies, toestellen, werktuigen en installaties is -de norm, BRL, CPR, PGS, NPR of het Al-blad van toepassing die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen, werktuigen en installaties is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald. Alle onderstaande verklaringen en definities zijn van toepassing op de in de voorschriften gebruikte benamingen en termen, aangevuld met, dan wel in afwijking van de in NEN 5880 (Afval en afvalverwijdering, Algemene termen en definities) en de NEN 5884 (Afval en afvalverwerking, termen

en definities voor bouw-

en sloopafval) gegeven

verklaringen

en definities.

BESTELADRESSEN:

publicaties zijn in ieder geval verkrijgbaar bij de onderstaande instanties: - Al-bladen bij: SDU

Service,

Postbus 2500

EA

afdeling Verkoop

20025 DEN

HAAG

telefoon (070) 378 98 80 telefax (070) 378 97 83 www‚sdu.nl

- PGS-richtlijnen zijn digitaal verkrijgbaar via www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl - DIN, DIN-ISO, NEN, NEN-EN, NEN-ISO, NVN-normen en NPR-richtlijnen bij: Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), Afdeling verkoop Postbus 2600

5059

GB

DELFT

telefoon (015)

269 03 91

telefax (015) 269 01 90 www.nen.nl

- BRL-richtlijnen bij:

KIWA Certificatie en Keuringen Postbus 2280

AB

70 RIJSWIJK

telefoon (070) 414 44 00

telefax (070) 414 44 20 - InfoMil is het informatiecentrum

in Nederland over milieu wet- en regelgeving.

www.infomil.nl ADR:

Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route. AFVALSTOFFEN:

Alle stoffen,

preparaten

ontdoen

of zich

AS

6700:

SIKB

moet

Accreditatieschema examenreglement.

of voorwerpen,

waarvan

de

houder

zich

ontdoet,

voornemens

is zich te

ontdoen.

Inspectie

bodembeschermende

voorzieningen,

onderliggende

protocollen

en

BASSIN:

Een

reservoir voor de opslag van vloeistoffen

1894/2020/2202374

dat niet gelegen

Datum bestuit: (Datum}

is onder een gebouw,

doch waarvan

Pagina 40 van 45

gemeente

Peel en Maas een aanwezige bovenafdekking de functie van vloer kan vervullen. BEDRIJFSENERGIEPLAN:

Een bedrijfsenergieplan is een uittreksel van het gedetailleerde en vertrouwelijke energiebesparingsplan en geeft een overzicht van maatregelen die het bedrijf denkt te gaan nemen om het energiegebruik zodanig terug te dringen dat wordt voldaan aan gestelde doelstellingen. BEDRIJFSRIOLERING:

Een stelsel van buizen, verbindingstukken en gootelementen, verzamelputten en installaties, controleputten

voor de opvang

BODEMBEDREIGENDE

Bedrijfsmatige

en afvoer van bedrijfsafvalwater.

ACTIVITEIT:

activiteit die gepaard

bodembedreigende

elementen zoals straat- en trottoirkolken, zoals slibvangputten, olie-waterscheider en

gaat

stof overeenkomstig

BODEMBEDREIGENDE

met

het gebruik,

de productie

of de emissie

van

een

de definitie van het Activiteitenbesluit.

STOF:

Stof die overeenkomstig het Stoffenschema van de NRB 2012 de bodem BODEMBESCHERMENDE

kan verontreinigen.

VOORZIENING:

Een vloeistofkerende voorziening, een vloeistofdichte vloer of verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening, ter voorkoming van immissies in de bodem. BRANDBARE

VLOEISTOFFEN:

WMS-categorie: zeer licht ontvlambaar Grenzen: Kookpunt ten hoogste 308 K (35°C) en vlampunt lager dan 273 K (09C). Klasse

0

WMS-categorie: licht ontvlambaar Grenzen: Vlampunt van 273 K (09C) tot 294 K (21°C). Klasse

1

WMS-categorie:

Grenzen: Klasse

Ontvlambaar

Vlampunt gelijk aan of boven 294 K (219C) en ten hoogste 328 K (55C).

2.

WMS-categorie:

Grenzen: Klasse

-

Vlampunt boven 328 K (55°C) en ten hoogste 373 K (100°C).

3.

WMS-categorie:

Grenzen: Klasse

-

Vlampunt boven 373 K (100°C).

4.

Toelichting: Bovenstaande

definities zijn ontleend

CUR/PBV: Civieltechnisch Voorzieningen.

Centrum

aan PGS

Uitvoering

30, juni 2005.

Research

en

Regelgeving

/

Plan

Bodembeschermende

EMBALLAGE:

Verpakkingsmateriaal, kunststof

vaten

of

zoals

glazen

fiberdrums,

en

kunststof flessen,

papieren

en

kunststof

blikken zakken,

en

kunststof cans, houten

kisten,

metalen

en

big-bags

en

intermediate bulkcontainers (IBC's). ENERGIEKOSTEN:

Alle kosten zoals vermeld verkrijgen van aardgas,

1894/2020/2202374

op de eindafrekening elektriciteit, warmte

van (uit

het energiebedrijf die samenhangen met het een distributienet) en andere brandstoffen

Datum bestuit: (Datum}

Pagina 41 van 45

gemeente

Peel en Maas (stookolie, gasolie, diesel) voor de gebouwen, faciliteiten en processen exclusief de kosten gemaakt voor brandstoffen voor motorvoertuigen. Voor

aardgas

moet

met

name

worden

meegenomen

basisprijs,

in de

inrichting,

brandstofheffing,

maar

calorische

toeslag, energieheffing (regulerende energiebelasting), vastrecht en BTW. Voor elektriciteit moet met name worden meegenomen de kosten voor normaaluren en laagtariefuren (is afhankelijk van kWh-verbruik), kW-tarief continu en piekuren (is afhankelijk van het opgestelde vermogen), brandstofkosten, transformatorverliezen, energieheffing, vastrecht en BTW. FOLIEBASSIN:

Dit begrip is gedefinieerd in het Besluit mestbassins milieubeheer. GASFLES:

Een verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter. GELUIDSNIVEAU

IN DB(A):

Het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in dB(A), overeenkomstig de door de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) terzake opgestelde regels, zoals neergelegd in de IEC-publicatie no. 651, uitgave 1989. GEUROVERLAST:

-

De

geur

wordt

binnen

een

bepaald

tijdbestek

langdurig

of

herhaaldelijk

in

vleugen

waargenomen.

-

De geurbeleving

wordt

beoordeeld

als prikkelend of verstorend

-

De geur dient herkend te worden bronnen uit de omgeving.

GEVAARLIJKE

eventueel

als een geur afkomstig

van de inrichting en niet van andere

de

in

kaderrichtlijn

bijlage

I

bij

de

afvalstoffen

genoemde

STOFFEN:

Gevaarlijke stof als bedoeld GEVOELIG

daarbij als zwaar,

AFVALSTOF:

Afvalstof die een of meer van gevaarlijke eigenschappen bezit. GEVAARLIJKE

als negatief en de geur wordt

omschreven.

in artikel

1, lid 1 onderdeel

b, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

OBJECT:

Dit begrip is gedefinieerd

in het Besluit mestbassins milieubeheer.

KIWA:

Dienstverlenend centrum voor kwaliteitsbeheersing en Milieu, Postbus 70, 2280 AB Rijswijk.

en onderzoek in de sectoren

Drinkwater,

Bouw

telefoon: (070) 414 44 00 telefax: (070) 414 44 20 internet:

www.kiwa.nl

KLEINSCHALIGE

AFLEVERING

VAN

BRANDSTOFFEN:

Het afleveren van vloeibare brandstoffen vanuit een opslagtank aan voertuigen of apparaten, die bestemd zijn voor eigen bedrijfsmatig gebruik en die niet zijn bestemd voor vervoer over de weg, waarbij

minder dan 25 m3 per jaar wordt getankt.

LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU (LAT,LT): Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de impulsachtig

geluid, tonaal geluid of muziekgeluid,

vastgesteld

in de loop van aanwezigheid

een van

en beoordeeld

overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', uitgave 1999. MAXIMALE

GELUIDNIVEAU

(LAmax):

Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in de meterstand 'fast', verminderd met meteocorrectieterm Cm. De meterstand ‘fast’ komt overeen met een tijdconstante van 125 ms.

1894/2020/2202374

Datum bestuit: (Datum}

de

Pagina 42 van 45

gemeente

Peel en Maas NEN

5725:

NEN

5725

: Bodem

- Landbodem

en nader onderzoek, NEN

- Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek

uitgever NEN

bij verkennend

ICS 13.080.01 januari 2009

5740:

NEN 5740 : Bodem - Onderzoek naar

- Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, uitgever NEN, ICS

13.080.05, januari 2009. NITRAATHOUDENDE

MESTSTOFFEN:

Nitraathoudende

kunstmeststoffen

kunstmeststoffen,

opslag en vervoer’, derde druk 1982.

van

klasse

C

als

bedoeld

in

PGS

7

'Nitraathoudende

OVERSLAAN:

-

-

het

kortdurend

stallen

van

containers

met

afval,

bijvoorbeeld

containers

diedoor

schepen

worden aangevoerd en daarna door voertuigen worden verder getransporteerd, of andersom; het overbrengen van afval in een groter transportmiddel, bijvoorbeeld vanuit de chemokar naar grotere vrachtwagens. Het kan daarbij gaan om afval dat door rechtspersoon A is ingezameld of wordt getransporteerd en tijdelijk binnen de inrichting van rechtspersoon B wordt overgeslagen;

-

het stallen van met afval geladen vrachtwagen op een inrichting.

voertuigen,

bijvoorbeeld

het

overnachten

van

een

volle

Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, onder verantwoordelijkheid van vier departementen uitgebrachte richtlijnen voor opslag en handling van gevaarlijke stoffen (voorheen CPR-richtlijn). De adviesraad gevaarlijke stoffen heeft voor het tot stand komen van deze richtlijnen een adviserende taak. PGS

PGS

richtlijnen zijn te downloaden

via

www. publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl.

15:

Publicatiereeks

Gevaarlijke

Stoffen

15,

brandveiligheid, arbeidsveiligheid www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl.

Opslag

en

van

verpakte

gevaarlijke

stoffen,

milieuveiligheid.

Richtlijn

Downloaden

voor

via

PREVENTIE:

Maatregelen die worden genomen vermindering

a. b.

de hoeveelheden afvalstoffen, al dan niet via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten; de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid,

c.

voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter

van:

of

het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten.

REFERENTIEPERIODE:

Tijdsbestek waarbinnen een bassin moet blijven voldoen aan de gestelde eisen. TERUGVERDIENTIJD:

De verhouding

tussen het investeringsbedrag

voor de maatregel

en de jaarlijkse opbrengsten van de maatregel ten samenhangende energiebesparing en andere besparingen.

na aftrek van eventuele subsidies

gevolge

van

de

met

de

maatregel

In geval van een investering in een installatie voorzien van afzonderlijke energiebesparende componenten moet in plaats van het totaalinvesteringsbedrag worden gerekend met de meerinvestering ten opzichte van een installatie zonder de energiebesparende componenten. Voor

de

berekening

van

de

financiële

opbrengsten

ten

gevolge

van

de

met

de

maatregel

samenhangende energiebesparing moet worden gerekend met de op het moment van het besparingsonderzoek geldende kosten (tarieven) voor de betrokken inrichting. Er wordt geen rekening gehouden met de eventuele kosten van het (vervroegd) uit bedrijf nemen van een installatie

en

niet met

1894/2020/2202374

rentekosten.

Datum bestuit: (Datum}

Pagina 43 van 45

gemeente

Peel en Maas VERWERKING:

Nuttige toepassing voorbereidende

of verwijdering, met

inbegrip van aan toepassing

of verwijdering

voorafgaande

handelingen.

VISA:

Veiligheid Industriële Stookinstallaties voor het stoken van Aardgas. VLOEIBARE

BRANDSTOF:

Lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in de artikelen 26 en 28 van de Wet op de accijns. VLOEISTOFDICHTE

VLOER

Vioer of voorziening

OF

VOORZIENING:

direct op de bodem

die waarborgt

belaste zijde van die vloer of voorziening VLOEISTOFDICHTE

Effectgerichte

voorziening

VLOEISTOFKERENDE

tankput,

vloeistof aan de niet met vloeistof

VOORZIENING:

die

waarborgt

adequate inspectie en/of bewaking voorziening kan komen.

Lekbak,

dat geen

kan komen.

dat

- onder

voorwaarde

van

doelmatig

onderhoud

en

- geen vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van die

VOORZIENING:

vloer,

verharding

of een

andere

doelmatige

fysieke voorziening

die vrijgekomen

stoffen keert zolang als nodig is om met de daarop afgestemde bodembeschermende te voorkomen dat deze stoffen in de bodem kunnen geraken.

maatregelen

WONING:

Gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

van

het

bestemmingsplan

of

de

beheersverordening

is

afgeweken,

de

omgevingsvergunnin

1894/2020/2202374

Datum besluit: (Datum)

Pagina 44 van 45

gemeente

Peel en Maas

1894/2020/2202374

Datum besluit: (Datum)

Pagina 45 van 45

esenwang

Panningen, Peel «n Maas Behoort bij Besluit van dd 14 mei 2020

Gemeente

sputplaats a

4

P

ÌE *

I

£

i :H i

e

H

i i:

9

ö

7} d ©}

:H i :H

T

9)

& ë

Hi

E

z

L Iewlg z

D dl n

| voora | g|5

(\=

/_

1

z

&á

H

s

:

S

EA

T |IE a

|

n ;\ó«‚% _<_‚òz‘__àa/

D SAA

>

|N

e

|s

I |L

s|E

a l S|E

E

s|E

E

+ E D( E

e

|

N

E

E

et N e

nN E N (

Ì

E

#

| EE IE l A |d} |EES

iD

+ n N r 0(

e

N

G

+ N C eE

N E

8

S

S E

Ä

!

ll

HH

ES

4A

OTT í

EW

n

f

*

H-

|L

=

n

0

|en1E |E

l |4 dl |ES

«4A

-

&7

oo

$T

n

n

|L

f

| |4 dl |

ijT

z

e

LEN] gIJ&

[CeE

ZE {

n

l |a

-

3T

s

T

?L Î

8eIJE

e

3B}

:E

30al| || e DEL LEL . 518 UeE DE

O

TELIJ

separatie

H

H H

>3

E D Ca

- gH

|ES

|

U

1

7

|

1J

e

L

m

&S

m

E E

3

Ë

L

E

ITET IT TTIE 0

|

E

ï/

TAE

UE Ë3284£ i Ji U38 AA

©

ii

“?

A

AA

A A |

l

‘/

«Ë

ë*

,(V/A AÀ ij

ë

h

£Aä

:R —1,

3_

%:Qi|! om ||

8

H1

8

8/

|

|

erferhardng

& |

Li]

n

Y

8i

| 7 etverhording

EN

ijl

i5i

l

E

È

\I/

HE! N

7

m MOTOREN

+10350 wm

‚‚‚‚‚‚‚‚‚ E haote

!

_

1350

putiepte Ep

L

L

L

T

L

3

voersilo

20,00 ton

/aandrijving luchtwasser

3,00 kw

1

8

1

L

L

L

LL

N

9 10 1

L

12

E

kraamstal 1600-P

cotrg

11

6

0,55 KW

kadaverkoeling elecktrisch handgereedschap

10,00 kW

hogedrukreiniger

3,50 kW|

OV ketel

25,00 kW

1

compressor

1 1 1

diergeneesmiddelen reinigingsmiddelen (in kast) noodstroom aggregaat

|1

0,37 KW

1,50 KW

25,00 kg/ltr 50,00 kg/ltr 80 kW

mestpomp

5 kW

T

, DOORSNEDE

CAPACITEIT

voervijzel

1

7

i

S 3 JL

2

45

i

_

OMSCHRIJVING c

3

luchtkanaal EÈ

(AANTAL

013

_

DERGELIJKE

NR

1

+10000

EN

__

GEBOUW

1

252 KW

ventilator 9 830 mm

© _ meetventilator erfverharding

[] [

BEDRIJFSOVERZICHT OMSCHRIJVING

gespeende biggen

beton roosters

-x-x

brandscheiding 60 min WBDBO

0

zelfsluitende deur aan 2-zijde brandwerend

/ AANTAL DIERPLAATSEN ij GEBOUW 1 TOTAAL

60 min. WBDBO volgens NEN 6069 sproeischuimblusser inhoud in liters voor brandklasse A,B en C vlgs NEN 2559

l]

689 stuks

—= — leiding spuiwater

guste en dragende zeugen dekberen

212 stuks

6352 stuks stuks

212 stuks

—

opfokzeugen

50 stuks

50 stuks

kraamzeugen jj

drijfmest opslag

689 stuks

kunststof roosters |

5250 m

3

—

6352 stuks stuks

5250 m

3

leïdi

eiding mes

© VAn DU Aoves v

t

ËDU N ADVI Es partner in het buitengebied

SYSTEEMNUMMERS

PROJECTNUMMER

TEKENAAR

DATUM

TEKENING

SCHAAL

WIJZIGINGEN

Vestiging Ulicoten | 18307-AA003

STAL NR

GL/BWL NUMMER

SOORT DIEREN

T. 013 5199458

1

BWL 2010.02.V6

varkens

T-0493 745015

Vestiging Someren

Omgevingsvergunning Milieu

RM / RVD.

1:200

BLAD

102

ONDERWERP

info@vandunadvies.nl i vwvew vandunadvies nl Agrarisch bedrijfdt aan de Horsten ong. te Egchel

8& _

SEA

E

:

s

/

s

|

/

r

H

“_

|

5]

H ëH8/

&8

*

|

G

®

s

É

3

E -

38

» IE|

g 9 °à@°°

6É

>

[q>m

E | (

U

)

E EE

N aa

|

e

3 85

ESL EN ITT E A EE E ET G

8 Ë |

ë

Ë; L

:

s

s

I

HI luchtkanaai

s t

8

separztie

s

1

n

=

{L

N

8 8

|e aa

E

5

e n+ ) N e o N C 1+ ) D | C N nn+T

n

d

ê

t

H

luchtanaat

/le

e

g

An+

l

x

8

|

A e

X

„e|

à

‘_…

8ig

3

n

e O

9?|Î 1737 J

j

3

H

Ì

| |

HHH

n

H

N

I |L

]

T |N e

E

A C

]

E

E

N e

;

n

v= | e

H

x

1

EE E

| |G Ì Ì E} e e E | NE EN l} l

T | e

£

f ë

]

eE

N te N e

|-

]

A

Edu D | nd N n|u D e|lC N E|du IT8' |EE

H

i

e

E

;

|EE

“-

|At |A N E | t E! l l |E

|i.

EI

n aa N

(:

Ì E

tSSE

E

E

e

E

8=Fs

Pfoernaagemeenerod

gi

e

| N

E

sE

a

a E £ EE ë

&

8

513

g

EE

|

|0 (

]

$

!H:

H

g

S

LE

E

|0 e

;

s

s D ESN:

EN

T |

E

IS;

E

(

$

D (

]

et N e

dsenorsng |88 '

<

E

Lli_

|0 :e a E sEDA ï F=® £

H

s|E

) E

IE

n E:) E

I |L

N E

$

l

Ì

(D

a E $ l £

0 (

H

|

E

dl

£

3SL

| Ë

|: E

20010 5 am | E& E N E

EIB

8á

H

P

e

s

HH

a

)

E

NJ

s3

|

CE

e 2

í

c

S

578

8

H

ESTN

n am E |0 e “TLa]U $ 000 200 20 EAEA opsteg szoof £

s 3

H

HWA naar retentievoorziening LOG

i

s

H e ë

Vergunningen, Toezieht e Mandhaving

r

i :

erverharding

Peel en Maas

aa mesiede

/8

N

crferharding

9-10-2018

* 29-11-2018

+ 13-06-2019 + 25-06-2019

* 18-10-2019

13-12-2019

bem

ae=- =

bem

slo t

Panningen, mestleiding afkomstig van

14

f

x

&

Êi

4]4

Gemeente

10300

10000

ij

opslag

dikke fractie

m

00

5

e

5

n

5

eterardng

aa

a

-

5

=

5

=

E

=

5

E

5

=

A a recenevorzning OS

5

E

5

e

5 0 oz

oo

5

0

=

E1500

e

2

mestsilo 1 \

E!

a

8

250 m?

Ë H

4 36 309= 350 5

Peel en Maas

8

de

Ë

L e

2020

Vergunningen, Toezicht en Handhaving

etehering

e

mei

zeugenstal

18500

8

Peelen Maas

Behoort bij Besluit van d.d.

inhoud 1092 m3

i

H

ETT

E

r

7]

l 58s g3 | | 8

erverhardng

#

/

/

5

!x

E 8

|

E

IL J —

mestsilo 2 inhoud

TTT T T

aa endan veigers opgeve ieverancer |

aa achtanaal volgens opGave

535

+

_

m3

k 3

£

n

mP

?

;

n

s 3

_L |_ _{

_[_ | rontermtster opge e

G

I N

E

N

ertverhardng

A E

&

5

5

5

&

&

5

5

ë |

Ë |

E |

$ |

3 |

£ |

Ë |

3 |

|

e

O _1 ygiënesluis

Î

/*…:…í…£„

J

E

c

eveterdng

8 overkapping ussen stalen

[%]

w aden en lossen varens

xö

g

VVVVV 02

/

VVVVV

PEIL=0

Iuchtwasser

$

3

H i

n

H i

$

3

H i

g

H i

3

H i

$

H i

3

H i

g

H i

$

H i

3

: i

$

H i

$

H i

i

g

: i

H i

|-3

v641

s

987

A

735 p

E

N

s

aa

DOORSNEDE MESTSILO 1

DOORSNEDE MESTSILO 2

8

$

e |

PEIL =0

-$ s

:

1300100

400 12 40

5

2500

800

_2500

62

62

72

7o

HWA naar retentievooriening LOG

Ll

MOTOREN NR

AANTAL

2 3

2 4

6

2

8

1

1

4 5

oo

8130

7

.

e 1Am

43300

9

ETB

=

z

=

z

480 —

2

/OMSCHRIJVING

\voervijzel

1 1

compressor hogedrukreiniger

2

voermachine

1

waterpomp

2

|

13

|1

CAPACITEIT

6,00 ton 20,00 ton

mengtank + mixer

1,00 kw

SYSTEEMNUMMERS

elektrisch handgereedschap

10,00 kW\

STAL NR

GL/BWL NUMMER

SOORT DIEREN

kadaverkoeling aandrijving luchtwasser

0,37 W 3,00 kw|

1

BWL 2010.02.V6

2

BWL 2010.02.V6

gespeende biggen /

diergeneesmiddelen

25,00 kg/Itr|

reinigingsmiddelen (in kast)

50,00 kg/ltr

16

1

[roodroonagegest

afvalcontainer 2,52 KW

meetventiator

p

ventilator @ 830 mm

stalen roosters

OMSCHRIJVING

GEBOUW 1

GEBOUW 2

gespeende biggen

6240 stuks

6720 stuks

drijfmest opslag

3645 m3

5040 m3

.

vaste mest opslag

LAADRUIMTE

130 m3

MESTSILO 1

1092 m3

MESTSILO 2

(OPSLAG DIKKE FRACTIE

535 m3

250 m3

TOTAAL

1,00 kW|

|1

®,,

DIERPLAATSEN

2,00 kw

14

EZ Kunststof roosters / AANTAL

1,50 KW 3,50 kW

OV ketel

erfverharding

BEDRIJFSOVERZICHT

0,55 KW

voersilo voersilo

|1

17 |1

DOORSNEDE GEBOUW 1 EN 2

DERGELIJKE

16

0u

2

EN

xx-

brandscheiding 60 min WBDBO

0

zelfsluitende deur aan 2-zijde brandwerend

25,00 kW|

oo

‘250 T

gespeende biggen

OPPERVLAKTE BEBOUWINGOPPERVLAKTE

OMSCHRIJVING

bestaande dakoppervlakte

3361.50 m2

toename dakoppervlakte

3964.00 m?

TOTAAL

OPPERVLAKTE 'OMSCHRIJVING

7325.50 m2

ERFVERHARDING OPPERVLAKTE

bestaande erfverharding

2921.00 m2

e

r

toename erfverharding

1562,00 m?

© VAN DUN ADVIES BV

:DUN ADVIES partner in het buitengebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=488cae9e-92e6-401a-a303-759d05eddca1