CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 13 Bijlage 10 bij Toelichting - Voortoets Natura2000 gebieden (geanonimiseerd)

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)21.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Voortoets

Natura2000 gebieden Bestemmingsplan ‘De Horsten’ eA

ENNEES

PO))DEROYEN JJNNAER

s Voortoets

Natura2000 gebieden Bestemmingsplan ‘De Horsten’ Gemeente

Peel en

Maas

Rapportnummer:

P218712.005.R1

Naam opdrachtgever:

Gemeente Peel en Maas

Status:

definitief t.b.v. vaststelling

Datum:

25 maart 2025

PC/)DEROYEN J)NNAER Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V.

St. Stevenskerkhof 2

6511 VZ Nijmegen

T(024) 322 45 79

info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl

Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindtop

pouderoyentonnaer.nl

Inhoud 1

Inleiding

2

Wettelijk kader 2.1

3

Wet natuurbescherming en Omgevingswet

2.2

Referentiesituatie plantoets.

2.3

Stikstofbeleid

2.4

Werking luchtwassers in relatie tot het bestemmingsplan.

Planbeschrijving . 3.1 Ligging plangebied..

4

5

3.2

Bestaande

situatie .

3.3

Natuurvergunningen

3.4

Planvoornemen …

Natura2000 gebieden en natuurwaarden 411

_

412

_ Gebiedsbeschrijving Leudal…

Natura2000 gebieden

413

_ Gebiedsbeschrijving Swalmdal

414

_ Gebiedsbeschrijving Groote Peel..

415

_ Gebiedsbeschrijving Deurnesche Peel & Mariapeel..

Stikstofeffecten

5.1

5.2

Feitelijk planologisch legaal gebruik (referentie plantoets} 511

_

Bestaande

512

_

Bestaande mestscheiding

varkensstallen

Natuurvergunning . 5.21

_ Eén-op-één inpassing van een onherroepelijke natuurvergunning.

5.22

_

Natuurvergunning 2020..

5.2.3

_

Natuurvergunning 2015..

5.3

Gebruiksfase planvoornemen

5.4

Realisatiefasen planvoornemen…

6

Conclusies.

7

Bijlagen.

Voortoens Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

P(ÂDEROYEN ?NNAER 1 Inleiding Deze voortoets ziet toe op de beoordeling van effecten voor Natura2000-gebieden als gevolg van het bestemmingsplan ‘De Horsten’ in Egchel, gemeente Peel en Maas. Dit bestemmingsplan maakt uitbreiding van een intensieve varkenshouderij mogelijk. In deze voortoets wordt uitgegaan van

hetgeen het bestemmingsplan maximaal mogelijk maakt. De Wet natuurbescherming, het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming zijn

per 1 januari 2024 vervallen en beleidsneutraal overgegaan naar de Omgevingswet via het aanvullingsspoor natuur. Het ontwerp-bestemmingsplan is voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage gelegd, zodat het bestemmingsplan onder overgangsrecht valt en de

voormalige Wet natuurbescherming nog van toepassing is op dit bestemmingsplan. Er is een kans op (significante) negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van een

Natura2000-gebied als op grond van deze voortoets niet valt uit te sluiten dat het bestemmingsplan negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura2000-gebied. Als uit deze voortoets volgt dat het plan mogelijk negatieve effecten heeft voor Natura2000-gebieden dan dient een passende

beoordeling te worden opgesteld. Een voortoets is vormvrij, maar moet wel toegesneden zijn op de ruimtelijke ontwikkelingen die het

bestemmingsplan mogelijk maakt.

Voortoers Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

3

2 Wettelijk kader 2.1

Wet natuurbescherming en Omgevingswet

De gebiedsbescherming in de Wet natuurbescherming implementeert onder andere de Europese

Vogelrichtlijn en de Europese Habitatrichtlijn. Gebieden die worden beschermd in het kader van de Vogel- en/of Habitatrichtlijn vormen samen het Natura2000-netwerk in Nederland. De Natura2000gebieden vormen de basis voor het behoud en herstel van de biodiversiteit in Europa en herbergen

soorten en habitats die op Europees niveau van belang zijn. Voor ieder Natura2000-gebied is een aanwijzingsbesluit opgesteld, waarin omschreven staat voor welke kwalificerende natuurwaarden (habitats en/of soorten) het gebied is aangewezen en wat de instandhoudingsdoelstellingen zijn. Voor plannen en projecten die nadelige effecten kunnen hebben op een Natura2000-gebied, dienen de effecten op de kwalificerende natuurwaarden te worden onderzocht. Als uit de voortoets

volgt dat het plan mogelijk negatieve effecten heeft voor Natura2000-gebieden dient een passende beoordeling te worden opgesteld. Artikel 2.7, eerste lid, van de Wnb regelt de Natura2000plantoets. Het bestemmingsplan is een plan als bedoeld in artikel 2.7 lid 1 Wnb, aangezien het

bestemmingsplan ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt die significante effecten kunnen hebben op de waarden waarvoor een Natura2000-gebied is aangewezen (de natuurlijke kenmerken van een Natura2000-gebied). De vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad van Peel en Maas vindt plaats volgens de plantoetsing aan artikel 2.7 en 2.8 Wnb. Deze voortoets is bedoeld om te bepalen of de ontwikkelingen die het bestemmingsplan

planologisch mogelijk maakt de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden beïnvloeden (zoals volgt uit artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn). Tot de Raad van State uitspraken van 18 december 2024

met zaaknummer 202201311/1 (Rendac)

en met zaaknummer 202200383/1 (Amercentrale) mocht in de voortoets intern gesaldeerd worden. Ten gevolge van deze uitspraken mag in de voortoets voor projecten alleen nog worden gekeken

naar de gevolgen van het project op zichzelf, zónder rekening te houden (lees: zonder intern te salderen) met de gevolgen van de oude situatie. Er mag nog wel intern worden gesaldeerd in de passende beoordeling, als mitigerende maatregel. Deze twee specifieke uitspraken zien toe op

projecten (vergunningenspoor). De Afdeling heeft zich in deze uitspraken niet uitgelaten over de betekenis van deze koerswijziging voor plannen (planspoor). Vanwege de juridische onduidelijkheid hierover is uit voorzorg ervoor gekozen om in de juridische planregeling interne saldering niet meer

mogelijk te maken. De initiatiefnemer wordt hierdoor aanzienlijk beperkt in zijn mogelijkheden ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voor vaststelling ziet alleen nog maar

toe op de één-op-één-inpassing van de (onherroepelijke) natuurvergunningen van 1 oktober

2015 en 20 augustus 2020 voor de varkenshouderij en voor het overige de voorzetting van de feitelijk bestaande én planologisch legale situatie. Alle overige ruimtelijke ontwikkelingen in het ontwerp-bestemmingsplan waarvoor interne saldering noodzakelijk is zijn komen te vervallen, met

name uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en verplaatsing van de huidige mestscheiding naar een nieuwe

4

loods.

Voortoets Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

P(ÂDEROYEN ?NNAER 2.2

Referentiesituatie plantoets

Bij een bestemmingsplan betreft de referentiesituatie de feitelijk bestaande én tevens planologisch

legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het (nieuwe) bestemmingsplan (0.9.

ABRYS 1 juni

2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515 en 8 februari 2017, ECU:NL:RVS:2017:298). Voor de referentiesituatie in het planspoor is de natuur- of milieuvergunde situatie niet relevant. Het is evenmin van belang of een

omgevingsvergunning voor bouwen is verleend of dat voor het gebruik al een Nbwet-/Wnbvergunning is verleend (0a. AbRS 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3215, r.o. 12.1).

Uitzondering voor één op één inpassing onherroepelijke natuurvergunning Als uitzondering op de referentiesituatie van de plantoets kan een natuurvergunning één op één ingepast worden onder de voorwaarde dat voor deze vergunning een passende beoordeling is

uitgevoerd en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van het plan of project. Er hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt als sprake is van een zogenoemde één-op-één-inpassing conform

artikel 2.8 lid 2 van de Wet natuurbescherming (zie bijvoorbeeld ook AbRS 28 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3990, r.0. 4.3).

2.3

Stikstofbeleid

Na de PAS uitspraak van mei 2019 is er gewerkt aan een nieuw wettelijk kader om de stikstofproblematiek aan te pakken. Uitvloeisel daarvan is de Wet stikstofreductie en natuurherstel.

Met deze wet wordt voorzien n de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet is op 17 december 2020 aangenomen door de Tweede Kamer en op 9 maart 2021 aangenomen door de Eerste Kamer. Op 1 juli 2021 is de wet

in werking getreden. Met deze stikstofwet werd een bouwrijstelling voor stikstof ingevoerd. Daardoor was het niet langer nodig om de stikstofdepositie van tijdelijke activiteiten — de bouw, sloop en de aanleg — te berekenen in het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming. In de

zogenaamde ‘Porthos-uitspraak' van 2 november 2022 oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de bouwvrijstelling in strijd is met het Europese recht. In deze voortoets worden daarom de stikstofeffecten in de gebruiksfase én realisatiefase beoordeeld.

De natuur versterken en het de kans geven zich te herstellen, daar moet de stikstofaanpak aan bijdragen. Dat is vastgelegd in de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering, die op 1 juli 2021 n

werking trad. Hiervoor zijn Europese stikstofreductiedoelen opgesteld. In juni 2022 heeft het Rijk de startnotitie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) inclusief richtinggevende emissiereductiedoelen stikstof per gebied gedeeld. Begin 2024 heeft het ontwerp Nationaal

Programma Landelijk Gebied (NPLG) ter inzage gelegen. Op 4 september 2024 heeft het kabinet besloten het NPLG te schrappen en aangekondigd met vervangend stikstofbeleid te komen. Op 30 juni 2023 is het eerste conceptplan Limburgs Programma Landelijk gebied door de provincie Limburg ingediend bij het ministerie van LNV. De provincie wil Limburg indelen met voldoende natuur én

ruimte voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen. De provincie heeft vier deelgebieden aangewezen en gemeente Leudal valt binnen deelgebied De Peel. De doelen voor Limburg omvatten naast het herstel van natuur en de doelen voor water en klimaat ook de leefbaarheid van het

landelijk gebied en het perspectief voor diverse sectoren in Limburg.

Voortoers Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

5

De Peel is door het kabinet aangewezen als een van de zestien nationale aandachtsgebieden voor herinrichting. In NOVEX De Peel werken alle overheden, als één overheid, samen met de streek aan

een duurzame toekomst en ontwikkelperspectief voor De Peel. Naast het project Peelvenen is in 2021 gebiedsgerichte aanpak (GGA) Vitale Peel gestart. Ook in deze GGA gaat het om de ontwikkeling van gewenste natuurdoelen en het daarbij horende watersysteem, maar ook het geven

van een nieuwe economische impuls.

2.4

Werking luchtwassers in relatie tot het bestem

igsplan

De Raad van State oordeelt in een uitspraak van 18 september 2024 dat bij de vaststelling van een

bestemmingsplan (ook met één op één inpassing van een onherroepelijke natuurvergunning) twijfels aan de effectiviteit van emissiearme stalsystemen niet relevant hoeft te zijn (ECLI:NL:RVS:2024:3758) en geen rol hoeven te spelen bij het vaststellen van een bestemmingsplan. De vraag of een

emissiearm stalsysteem voldoende effectief is, hoeft niet te worden beantwoord zolang het bestemmingsplan geen toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie toestaat. Het idee hierachter is dat wanneer een toename van stikstofdepositie wordt uitgesloten in

de planregels, het aan de gebruiker van het emissiearme stalsysteem is om bij de uitvoering van het project (of bij het aanvragen van een natuurvergunning) aan te tonen dat het systeem naar behoren functioneert.

De discussie over de effectiviteit van emissiearme

stallen kan dus naar een

later

moment (vergunningenspoor) worden verschoven. Dit oordeelde de voorzieningenrechter ook al eerder, namelijk in een uitspraak van 18juli 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2735).

5

Voortoets Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

PCÁJ°DEROYEN c?)NNAEI! 3 Planbeschrijving 3.1

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan De Horsten in Egchel en ligt in het agrarisch ontwikkelgebied tussen de

woonkern Egchel en het afwateringskanaal. Op 5,3 km afstand van het plangebied ligt Natura2000 gebied Leudal. Het plangebied ligt op 1,5 km ten zuidwesten van de woonkern Egchel. De omgeving van het plangebied bestaat overwegend uit agrarische gronden, (intensieve) veehouderijen en een enkele burgerwoning. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Melkweg. De Horsten loopt door het midden van het plangebied.

Figuur 1: Globale begrenzing plangebied - rood omkaderd (bron: ruimtelijke plannen)

3.2

Bestaande

situatie

De bestaande situatie bestaat uit de volgende (feitelijk aanwezige planologisch legale) activiteiten: e _ Varkenshouderij met de reguliere functioneel ondersteunende activiteiten. e _ Mestopslag en mobiele mestscheiding van drijfmest die is geproduceerd op locatie De

Horsten 20 en 17 én op ‘thuislocatie’ Jacobusstraat 42. Op basis van de op 21 september 2012 (besluitnummer 1894/2012/113998) vastgestelde omgevingsvergunning voor ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, ‘bouwen van een bouwwerk! en ‘oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting’ heeft de varkenshouderij zich op De Horsten gevestigd met één biggenstal op De Horsten 20. Voor de mobiele mestscheiding op het perceel tegenover De Horsten 20 is op 20 februari 2019 een

omgevingsvergunning voor ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, ‘bouwen van een bouwwerk! en ‘oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting’ verleend. Deze omgevingsvergunning ziet toe op het plaatsen van twee mestsilo's voor opslag van drijfmest en

dunne fractie en voor mobiele mestscheiding met als aanvullend voorschrift dat maximaal 12x per jaar, in de dagperiode van 7.00u-19.00u, de mobiele mestscheidingsinstallatie in werking mag zijn. Bij deze mobiele mestscheiding hoort een opslagvoorziening (mestplaat) voor opslag van de

stapelbare dikke fractie die ontstaat na scheiding.

Voortoers Natur32000- Bestemmingsplan De Horsten’

Op 14 mei 2020 is een eerste fase omgevingsvergunning voor ‘handelen in strijd met regels

ruimtelijke ordening’ en ‘oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting’ verleend voor uitbreiding van het bedrijf op De Horsten 20 en 17 (alle gerealiseerde varkensstallen) én het scheiden van drijfmest afkomstig van De Horsten 17, De Horsten 20 én Jacobusstraat 42 met een

uitbreiding van de mestverwerkingscapaciteit naar maximaal 20.000 m?/jaar. Op 22 oktober 2020 is de bijbehorende tweede fase omgevingsvergunning voor ‘bouwen van een bouwwerk' verleend en is deze omgevingsvergunning onherroepelijk en van kracht geworden voor onbepaalde tijd.

Deelgebied 1 (De Horsten 20): Op deze locatie zijn twee biggenstallen gerealiseerd. De eerste biggenstal voor 6.240 gespeende biggen is gebouwd in 2012 en is voorzien van een gecombineerde biologische luchtwasser

gesitueerd aan de achterzijde van de stal. Op basis van de omgevingsvergunning 2020 is een tweede biggenstal voor 6.720 gespeende biggen gerealiseerd. Deze stal is ook voorzien van een gecombineerde biologische luchtwasser, maar om de afstand tot de woning Karissendijk 10 zo groot

mogelijk te houden is deze luchtwasser gesitueerd aan de voorzijde van de stal (aan de kant van De Horsten). De biggen verlaten vanaf circa 25 kg de biggenstallen als opfokzeug of als vleesvarken. De omliggende landbouwgronden worden gebruikt voor het telen van akkerbouwgewassen.

Figuur 2: Luchtfoto biggenstallen op De Horsten 20 in deelgebied 1 (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 18 april 2022}

Deelgebied

Aan de overzijde van de bestaande biggenstallen (perceel tegenover De Horsten 20) zijn twee mestsilo’s met verharding aanwezig (voor opslag drijfmest en opslag dunne fractie na mestscheiding). De verharding wordt gebruikt voor het bereiken van de silo’s en de plaatsing van de

mobiele mestscheider. Voor de mestsilo’s en mobiele mestverwerking is in 2020 een vergunning verleend om maximaal 12x per jaar (gedurende enkele aaneengesloten dagen) in de dagperiode mest te scheiden in een dunne en dikke fractie. In totaal vindt het scheiden van mest gedurende

ongeveer 30 dagen per jaar plaats. In de omgevingsvergunning van 2020 staat een vergunde

mestverwerkingscapaciteit van 20.000 m? per jaar en staat ook dat de drijfmest afkomstig is van De Horsten 20, De Horsten 17 en Jacobusstraat 42 (= thuislocatie van de vergunninghouder). Er wordt

geen mest van derden gescheiden op deze locatie.

3

Voortoers

Natur32000-

Bestemmingsplan

De Horsten”

PÂDEROYEN ?)NNAER De dunne fractie wordt verpompt naar de mestsilo en de dikke, stapelbare fractie wordt tijdelijk opgeslagen op een opslagvoorziening naast de mestsilo's. De aanwezige mestopslagcapaciteit is

aanwezig conform de omgevingsvergunning:

e _ drijfmest: mestsilo maximaal 1.092 m? e

dunnefractie:

silo maximaal 535 m?

e _ dikke fractie: opslag op de verharding maximaal 250 m?

Figuur 3: Luchtfoto mestsilo's voor drijfmest en dunne fractie met drijvende afdekking en opslag dikke fractie op verharding in deelgebied 2 (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 18 april 2022}

Deelgebied 3 (De Horsten 17): Even verderop in de straat is op De Horsten 17 op basis van de omgevingsvergunning van 2020 de

eerste zeugenstal gebouwd. Alle biggen gaan in de bestaande situatie na spenen vanuit deze stal naar de biggenstallen op De Horsten 20.

Figuur 4: Luchtfoto zeugenstal op De Horsten 17 in deelgebied 3 (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 18 april 2022}

Deze stal is enkele punten afwijkend van de omgevingsvergunning én van de natuurvergunning van

2020 gerealiseerd. Ten opzichte van de omgevingsvergunning wijken de dierbezetting en de emissiepunt-parameters af. Ten opzichte van de natuurvergunning wijken alleen de emissiepuntparameters af. De bestaande

dierbezetting in deze zeugenstal is wel in overeenstemming met de

dierbezetting in de natuurvergunning van 2020.

Voortoets

Natur32000-

Bestemmingsplan

De Horsten’

Met de wijziging van de omgevingsvergunning 1*' fase die op 21 juli 2023 is aangevraagd en op 24 april 2024 in ontwerp is gepubliceerd, beoogt de ondernemer deze stal voor de milieubelastende

activiteit (kortgezegd: de milieuvergunning) te legaliseren. Hierbij

wordt ten aanzien van de

emissiepunt-parameters intern gesaldeerd ten opzichte van de natuurvergunning van 2020 en is sinds de Raad van State-uitspraken van 18 december 2024 een (natuur)vergunningplicht met

terugwerkende kracht ontstaan. Doordat deze stal in de periode tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2025 is gebouwd en in gebruik is genomen stelt de Afdeling een overgangsperiode van vijf jaar (tot 1 januari 2030) waarin de provincie niet handhavend kan optreden ten aanzien van de

natuurvergunning. Dit biedt de ondernemer de mogelijkheid om na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een nieuwe omgevingsvergunning (voor bouw en milieu) in te dienen om de emissiepunt-parameters van deze stal fysiek in overeenstemming te brengen met de vergunde

emissiepunt-parameters in de onherroepelijke natuurvergunning van 2020 en met het onherroepelijke bestemmingsplan.

Bestaande dierbezetting en stalsystemen Alle bestaande stallen zijn voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem met watergordijn en

biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijnstof (voormalige BWL 2010.02.V7, huidige OW2010.02). De dierbezetting en stalsystemen in de bestaande situatie komen overeen met de onherroepelijke natuurvergunning van 2020. Tabel 1: Dierbezetting in de bestaande situatie (overeenkomstig de onherroepelijke natuurvergunning van 2020}

Rav code

diersoort

aantal

ammoniakemissie

Gespeende biggen

12.960

1.296

D3.2.15.4

Opfokzeugen

150

68

D1.2.17.4

Kraamzeugen

265

345

D1.3.12.4

Gusteen dragende zeugen _ 835

526

(kg NH3/jaar)

De Horsten 20

D1.1.15.4 De Horsten

D2.4.4

Totaal 3.3

17

Dekberen

4

3

2.237

Natuurvergunningen

Op 20 augustus 2020 is voor De Horsten 20 en De Horsten ongenummerd een vergunning verleend op grond van de Wet natuurbescherming met kenmerk 2018-206531. Deze Wnb-vergunning is

onherroepelijk en wijzigt de onderliggende onherroepelijke natuurvergunning die is verleend op grond van artikel 16/19d Natuurbeschermingswet 1998 voor het oprichten en exploiteren van een varkenshouderij aan De Horsten 20 te Egchel. Omdat de natuurvergunning van 2020 een wijziging van de onderliggende natuurvergunning van 2015 betreft vormen deze natuurvergunningen samen het vergund recht ten aanzien van Natura2000-gebieden. Voor de stikstofrelevante activiteiten is de

natuurvergunning van 2020 relevant. De besluiten van Gedeputeerde Staten zijn bijgevoegd in bijlage 1 en 2.

10

Voortoets Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

P(ÂDEROYEN ?NNAER Beide vergunningen zien toe op de oprichting en uitbreiding van de varkenshouderij aan De Horsten en het totale ontwikkelplan waar het onderhavige bestemmingsplan ‘De Horsten’ het planologisch

kader voor gaat vormen. De natuurvergunningen zijn nog niet geheel gerealiseerd. Dit is het gevolg van het lange traject voor het (door de Raad van State vernietigde) bestemmingsplan LOG Egchelse Heide én en vervolgens de voorbereidingsperiode voor onderhavige bestemmingsplanprocedure. Om deze natuurvergunningen één-op-één in te kunnen passen n het bestemmingsplan, moet beoordeeld worden of er sprake is van hetzelfde project n de zin van de Wet natuurbescherming en

of een nieuwe passende beoordeling tot andere inzichten en conclusies kan leiden. In deze natuurvergunningen zijn stalemissies én verkeersbewegingen vergund. Ook zijn in deze vergunning de buitenlandse Natura 2000-gebieden getoetst. Deze natuurvergunning ziet niet toe op

mestverwerking, maar wel op de afvoer van mest. De externe saldering in de onherroepelijke natuurvergunning van 2015 voorziet alin de stikstofruimte die nodig is om het totale ontwikkelplan voor de varkenshouderij te kunnen realiseren. Ten behoeve van dit bestemmingsplan wordt niet

extern gesaldeerd.

3.4

Planvoornemen

De ondernemer heeft een totaal bedrijfsontwikkelingsplan dat in de komende 10 jaar in fasen gerealiseerd zal worden. De huidige planologische kaders en regelingen bevatten hiervoor geen rechtstreekse mogelijkheden. Het voorgenomen bestemmingsplan biedt het planologisch kader voor

het totale ontwikkelplan. Voor het totale ontwikkelplan s in 2020 door de provincie Limburg een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) verleend. Er is nog geen uitgewerkt bedrijfsontwikkelingsplan, maar wel een plan op hoofdlijnen en een situatieschets aangeleverd door de ondernemer. Deze dient als basis voor het kaderstellend

bestemmingsplan. Het totale ontwikkelplan is ingeperkt in het bestemmingsplan dat voor vaststelling wordt aangeboden en bevat uitsluitend het planologisch kader voor de volgende activiteiten:

° _ Realisatie en in gebruik hebben van 3 nieuwe biggenstallen en 3 nieuwe zeugenstallen (overeenkomstig de natuurvergunning van 2015, gewijzigd in 2020) met bij de varkenshouderij behorende activiteiten zoals verkeersbewegingen en laden en lossen;

° _ Plaatsen en in gebruik hebben van twee mestsilo's en een mestbassin; e _ Voortzetting van de feitelijk bestaande én planologisch toegestane mestscheiding (tevens milieuvergund);

e _ Realisatie en in gebruik hebben van een nieuwe bedrijfswoning en voerloods; e _ Realisatie van het landschappelijk inpassingsplan.

Voortoers Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

m

Figuur S: Situatieschets van het bedrijfsontwikkelingsplan (op hoofdlijnen) van de ondernemer voor aanvang bestemmingsplanprocedure (bestemmingsplan voor vaststelling maakt minder mogelijk).

Dierbezetting totale ontwikkelplan op hoofdlijnen

Het totale bedrijfsontwikkelingsplan (gefaseerde realisatie) voorziet in de dierbezetting in tabel 2, overeenkomstig de onherroepelijke natuurvergunning van 2015, gewijzigd in 2020. Alle stallen zijn voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem met watergordijn en biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijnstof (voormalige BWL 2010.02.V7, huidige OW2010.02). Tabel 2: Dierbezetting en stalemissies totale ontwikkelplan op hoofdlijnen Rav code

Diersoort

Aantal

Ammoniak

[kg NH3] De Horsten 20 (biggenstallen 2-3-4-8 worden hetzelfde uitgevoerd) Bestaand

D11.15.4

Gespeende biggen

12.960

1.296

01.1.15.4

Gespeende biggen

20.160

2.016

Guste en dragende zeugen

835

526,05 344,5 67,5

stal 142

Nieuw stal3-4-8

De Horsten 17 (alle zeugenstallen worden hetzelfde uitgevoerd) Bestaand

013.12.4

stal 5 (= stal 3 in de

D1.2.17.4

Kraamzeugen

265

bestaandesituatie)

_ D3.2.15.4

Opfokzeugen

150

Dekberen

Nieuw

D1.3.12.4

Guste en dragende zeugen

2.505

1.578,15

stal 6-7-9

01.2.17.4

Kraamzeugen

795

1033,5

D3.2.15.4

Opfokzeugen

450

202,5

D2.4.4

Dekberen

12

9,96

Totaal (afgerond)

2

332

D2.4.4

7.077,5

Voortoets Natur32000- Bestemmingsplan De Horsten’

emissie

P(ÂDEROYEN ?NNAER Mestbe- en verwerking in het planvoornemen De drijfmest die wordt geproduceerd in de stallen op De Horsten wordt via pijpleidingen naar de

mestopslagvoorzieningen gevoerd en tijdelijk opgeslagen in de mestsilo en/of mestbassin. De drijfmest van Jacobusstraat 42, de andere locatie van dezelfde ondernemer, wordt met vrachtwagens aangevoerd en tijdelijk opgeslagen in de mestopslagvoorziening. De drijfmest wordt in

de bestaande situatie gescheiden in een dikke en dunne fractie middels een mobiele mestscheider. De dunne fractie wordt via pijpleidingen opgeslagen in een mestsilo.

De stapelbare dikke fractie valt vanuit de mestscheidingsinstallatie op de grond en wordt hier kortdurend opgeslagen en zonder nabewerking (binnen twee tot vier weken, afhankelijk van de weersomstandigheden) van het bedrijf afgevoerd. Dikke fractie is na mestscheiding een emissiearm

product met een sterk zuurbufferende werking. Pas als er broei optreedt ontstaan er relevante emissies. Bij kortdurende opslag van de dikke fractie na mestscheiding in de buitenlucht ontstaat nog geen broei en daardoor is er op jaarbasis sprake van een verwaarloosbare emissiebron, zeker in

vergelijking met de emissies uit stallen. Bij opslag van dikke fractie korter dan 2 weken gelden vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving ook geen algemene regels.

Het bestemmingsplan ‘De Horsten’ staat alleen voortzetting van de feitelijke bestaande planologisch legale scheiding van drijfmest in een dikke en dunne fractie toe. Uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit, verplaatsen van de mestscheidingsactiviteit en verdere verwerking van de

dunne en dikke fractie na scheiding (zoals composteren, drogen en vergisten) wordt planologisch niet toegestaan in het bestemmingsplan voor vaststelling.

Voortoers Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

Em

4 Natura2000 gebieden en natuurwaarden 4.1.1

_ Natura2000 gebieden

De afstanden tot de dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden: e _ Leudal (Habitatrichtlijngebied) ca. 5,3 km. ° _ Swalmdal (Habitatrichtlijngebied) ca. 6,8 km

e _ Deurnsche peel & Mariapeel (Vogel- en Habitatrichtlijngebied) ca. 7,4 km e

Groote Peel (Vogel- en Habitatrichtlijngebied) ca. 8,3 km

e _ Sarsven en De Banen (Habitatrichtlijngebied) ca. 10,9 km

e _ Duitse Natura 2000 gebieden ca. 11,5 km

Figuur 6: Natura2000 gebieden in de omgeving

Al jaren is er in Natura2000-gebieden een overschot aan stikstofdepositie. Dit is schadelijk voor de natuur. Herstelmaatregelen moeten er voor zorgen dat de instandhoudingsdoelen voor de

Natura2000-gebieden worden gerealiseerd. Een toename van stikstofdepositie is niet toegestaan op stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden als het niet zeker s dat de toename in stikstofdepositie geen nadelige gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van het

gebied. Dit belemmert de vergunningverlening voor economische activiteiten.

1

Voortoets

Natur32000-

Bestemmingsplan

De Horsten”

P(ÂDEROYEN ?NNAER Daarom hebben het Rijk en de provincies het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ontwikkeld. Het PAS is op 1 juli 2015 n werking getreden en op 29 mei 2019 onverbindend verklaard door de Raad van

State.

Deze stikstofuitspraak legde bouwprojecten en het verlenen van vergunningen stil. Het

kabinet kwam daarop in november 2019 met maatregelen om de stikstofuitstoot te verminderen. Bij minstens de helft van de stikstofgevoelige Natura2000 gebieden, moet de stikstofdepositie in 2030

onder de kritische depositiewaarden (KDW) liggen. In 2018 heeft circa 78% van de stikstofgevoelige natuurgebieden een te hoge stikstofdepositie, uitgaande van de KWD-norm (bron: Rijksoverheid). De benodigde uitstootdaling komt voor de helft van maatregelen die het kabinet al heeft genomen.

Circa 10% neemt het Klimaatakkoord voor zijn rekening. Aanvullende maatregelen moeten zorgen voor de andere 40%. Naast de maatregelen voor het verminderen van stikstofuitstoot aan de bron, zet het kabinet ook in op natuurbehoud en —herstel. (bron: RIVM) Geen ‘overige effecten’ voor Natura2000-gebieden Met behulp van de effectenindicator kan per Natura2000-gebied een verkenning worden uitgevoerd

naar kansen op mogelijke significante effecten. De effectenindicator geeft informatie over de gevoeligheid van soorten en habitattypen voor de meest voorkomende storende factoren. In totaal zijn 19 verstoringsfactoren te onderscheiden.

Uit de effectenindicator volgt dat voor de

voornoemde Natura2000 gebieden ‘verzuring door N-depositie uit de lucht’ een relevante verstoringsfactor is (= stikstofdepositie). Overig effecten (met name verstoring door licht, geluid, trillingen, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten, verdroging, vernatting en

versnippering) kunnen worden uitgesloten vanwege de afstand van het plangebied tot de Natura2000 gebieden. Dit is ook beoordeeld door de provincie Limburg in de onherroepelijke natuurvergunning van 2020.

41.2

Gebiedsbeschrijving Leudal

Natura 2000 Landschap: Beekdalen Status: Habitatrichtlijn Gemeente:

Leudal

Oppervlakte: circa 315 ha.

Gebiedsbeschrijving Leudal ij brief van 19 mei 2003 heeft de minister van Landbouw, Natuuren Voedselkwaliteit het

natuurgebied Leudal aangemeld bij de Europese Commissie als speciale beschermingszone in het

kader van de Habitatrichtlijn 92/43/EEG. Het besluit Natura 2000-gebied Leudal, inhoudende de aanwijzing als speciale beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn 92/43/EEG, is per 7 mei 2013 definitief geworden. Het

Leudal

omvat

de dalen van een aantal

beken die vanuit de Roerdalslenk naar het dal van de

Maas stromen. Door het hoogteverschil zijn de beken diep ingesneden en is de stroomsnelheid van het water vrij groot. De kern van het beekdal wordt gevormd door twee meanderende beken, de Zelsterbeek of Roggelsebeek en de Leubeek of Tungelroysebeek. Met name de Zelsterbeek is voor

een groot deel aan kanalisatie ontkomen, ditzelfde geldt voor het stroomafwaartse deel van de Leubeek. De genormaliseerde trajecten van beide beken zijn in 2000 weer meanderend gemaakt. De vegetatie rondom de beken is zeer gevarieerd. De afgesneden meanders van de beken herbergen

soortenrijke moerasvegetaties. Ten oosten van het klooster liggen veldrusschraallanden.

Voortoers Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

15

De natte tot vochtige bossen behoren tot het elzenbos, vogelkers-essenbos en haagbeukenbos. Lokaal komen gagelstruwelen en berkenbroekbossen voor. Hoger op de gradiënt, op de flanken van de beekdalen, bestaan de bossen uit eiken-beukenbossen, eiken-berkenbossen en naaldbossen. Plaatselijk komen matig voedselrijke tot voedselrijke graslanden voor en zijn enkele heideterreintjes aanwezig.

Leudal is aangewezen voor de volgende natuurlijke habitattypen zoals opgenomen in bijlage | van

Richtlijn 92/43/EEG; prioritaire typen zijn aangeduid met een sterretje (*): e _ H3260A Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels): uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit. e

H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden): uitbreiding oppervlakte en

behoud kwaliteit Eiken-haagbeukenbossen. e

H91E0C* Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen): uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit.

Leudal is aangewezen voor de volgende soort zoals opgenomen in bijlage I! van Richtlijn 92/43/EEG: e _ H1337 Bever: behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie.

4.1.3

Gebiedsbeschrijving Swalmdal

Natura 2000 Landschap: Beekdalen Status: Habitatrichtlijn Gemeente: Beesel, Roermond

Oppervlakte: circa 122 ha. Gebiedsbeschrijving Swalmdal Bij brief van 19 mei 2003 heeft de minister van Landbouw, Natuuren Voedselkwaliteit het natuurgebied Swalmdal aangemeld bij de Europese Commissie als Speciale beschermingszone in het

kader van de Habitatrichtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206). Het besluit Natura 2000-gebied Swalmdal, inhoudende de aanwijzing als speciale beschermingszone

in het kader van de Habitatrichtlijn 92/43/EEG, is per 4 juni 2013 definitief geworden. De Swalm is een meanderende beek in Midden-Limburg, diep ingesneden in het Maasterrassenlandschap. De beek ligt op de overgang van het plateau tussen Maas en Rijn naar het

Maasdal, Op diverse plaatsen aan de voet van de terrassen treedt kwel op en ontspringen bronnetjes. Hier zijn soortenrijke elzenbroekbossen ontstaan. In de beek komt de gemeenschap van

vlottende waterranonkel voor. Het gebied bestaat verder uit rietlanden, moeras, vochtige graslanden, plaatselijk inunderende hooilanden, bosjes en struwelen. Verder behoort ook een stroomdalgrasland nabij de Maas tot het gebied.

Het Swalmdal is aangewezen voor de volgende natuurlijke habitattypen zoals opgenomen in bijlage I van Richtlijn 92/43/EEG; prioritaire habitattypen zijn aangeduid met een sterretje (*): e _ H3260A Beken en rivieren met waterplanten (Waterranonkels): behoud oppervlakte en kwaliteit.

1

Voortoets Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

P(ÂDEROYEN ?NNAER ° e

H6120* Stroomdalgraslanden: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit. H9TEOC* Vochtige alluviale bossen (Beekbegeleidende bossen): uitbreiding oppervlakte en

verbetering kwaliteit. Het Swalmdal is aangewezen voor de volgende soorten zoals opgenomen in bijlage I! van Richtlijn 92/43/EEG: e _ H1016 Zeggekorfslak: behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie. ° _ H1163 Rivierdonderpad:behoud omvang en kwaliteit Ieefgebied voor behoud populati

° _ H1337 Bever: behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie.

414

_ Gebiedsbeschrijving Groote Peel

Natura 2000 Landschap: Hoogvenen Status: Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Gemeente: Asten, Nederweert, Peel en Maas

Oppervlakte: circa 1.410 ha. Gebiedsbeschrijving Groote Peel Bij besluit van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 29 oktober 1986 (J.4755; Stcrt. 1986, nr. 214) is natuurgebied Groote Peel aangewezen als Speciale beschermingszone als

bedoeld in de Vogelrichtlijn, richtlijn 79/409/EEG. Bij brief van 19 mei 2003 heeft de minister van Landbouw, Natuuren Voedselkwaliteit het natuurgebied Groote Peel aangemeld bij de Europese Commissie als Speciale beschermingszone in

het kader van de Habitatrichtlijn, richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206). Het besluit Natura 2000-gebied Groote Peel, inhoudende de aanwijzing als speciale

beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn 92/43/EEG en Vogelrichtlijn 79/409/EEG, is per 10 september 2009 definitief geworden. De Groote Peel vormt tezamen met de nabijgelegen Deurnsche Peel en Mariapeel het restant van

wat eens een uitgestrekt oerlandschap was van levend hoogveen. Deze peelhoogvenen werden grotendeels afgegraven tot op de zandondergrond. De Groote Peel is samen met de Deurnsche Peel en Mariapeel de zuidelijkste representant van de vlakke subatlantische hoogvenen, die elders en ook

in de Peelregio door afgraving, ontginning en verveningen grotendeels zijn verdwenen. In de Groote Peel is in het verleden wel turf gewonnen, maar het gebied is vervolgens niet in cultuur gebracht. Het Brabantse deel is machinaal verveend waardoor er nauwelijks een puttenstructuur aanwezig is.

Het Limburgse deel is grotendeels met de hand verveend, waardoor een groot areaal veenputten aanwezig is. Door erosie van de resterende hoge delen is de puttenstructuur vaak onduidelijk.

Voortoers Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

7

De Groote Peel is een open en uitgestrekt gebied dat wordt gekenmerkt door een complex van hogere horsten en lager gelegen slenken. Het gebied kent daardoor een grote landschappelijke

afwisseling van open vochtige en droge heideterreinen, pijpestrootjessavannen, struwelen en bosjes en moerassige laagten met veenputten en plaatselijk

bossen en natte heiden. Door eerdere

vernattingsmaatregelen zijn verschillende grote plassen ontstaan. In enkele veenputten vindt

veengroei plaats. Jaarlijks worden in het gebied van de Groote Peel circa 150 vogelsoorten waargenomen waarvan circa 95 soorten als broedvogel. Zeer belangrijk is het voorkomen van Zwarte stern. Kleinst en Klein Waterhoen, Porseleinhoen, Geoorde fuut. Roerdomp, Blauwborst,

Bruine kiekendief, Wespendief, Kwartel en Waterral. In winter- en trektijd wordt het gebied bevolkt door vele soorten steltlopers en eenden. Het gebied is bekend als pleisterplaats voor doortrekkende Kraanvogels terwijl in de winterperiode ca. 3.000 Rietganzen de Groote Peel als

overwinteringsgebied gebruiken. De Groote Peel is aangewezen voor de volgende natuurlijke habitattypen zoals opgenomen

in bijlage

I van Richtlijn 92/43/EE: © _ H4030 Droge heiden: behoud oppervlakte en kwaliteit. e _ H7120 Herstellende hoogvenen: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit. De Groote Peel is aangewezen voor de volgende soorten zoals opgenomen in bijlage | van de Vogelrichtlijn:

e _ A119 Porseleinhoen: uitbreiding omvang en/of verbetering kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 5 paren. e

A127 Kraanvogel: behoud omvang en kwaliteit eefgebied.

e _ A272 Blauwborst: behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 200 paren.

Verder is de Groote Peel aangewezen voor de volgende andere geregeld voorkomende trekvogels waarvoor het gebied van betekenis is als broed-, rui- en/of overwinteringsgebied en rustplaatsen biedt in hun trekzones (artikel 4.2):

e

AOO4 Dodaars: behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 40 paren.

e

AOO8 Geoorde Fuut: behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een

e _ populatie van ten minste 40 paren. ° _ A039 Taigarietgans: behoud omvang en kwaliteit Ieefgebied. e _ A039 Toendrarietgans: behoud omvang en kwaliteit leefgebied.

e _ AO41 Kolgans: behoud omvang en kwaliteit leefgebied. © _ A276 Roodborsttapuit: behoud omvang en kwaliteit Ieefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 80 paren.

1

Voortoets Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

P(ÂDEROYEN ?NNAER 4.1.5

_ Gebiedsbeschrijving Deurnesche Peel & Mariapeel

Natura 2000 Landschap: Hoogvenen Status: Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Gemeente: Deurne, Horst aan de Maas, Venray

Oppervlakte: circa 2.736 ha Gebiedsbeschrijving Deurnsche Peel & Mariapeel

Bij brief van 19 mei 2003 heeft de minister van Landbouw, Natuuren Voedselkwaliteit het natuurgebied Deurnsche Peel & Mariapeel aangemeld bij de Europese Commissie als Speciale

beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn, richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L206).

Bij besluit van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 12 mei 1992, kenmerk 1.927234 is natuurgebied 'Deurnese Peelgebieden' aangewezen als Speciale beschermingszone als

bedoeld in de Vogelrichtlijn, richtlijn 79/409/EEG. Bij besluit van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 29 oktober 1986, kenmerk 1.4755 is natuurgebied 'Mariapeel' aangewezen als Speciale beschermingszone als bedoeld in de

Vogelrichtlijn, richtlijn 79/409/EEG. Het besluit Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel, inhoudende de aanwijzing als speciale

beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn 92/43/EEG en Vogelrichtlijn 79/409/EEG, is per 10 september 2009 definitief geworden.

Het gebied bestaat uit de drie deelgebieden Deurnsche Peel, Mariapeel en Grauwveen. Tezamen met de nabijgelegen Groote Peel zijn het restanten van wat eens een uitgestrekt oerlandschap was van levend hoogveen. Deze peelhoogvenen werden grotendeels afgegraven tot op de

zandondergrond. Deze gebieden zijn de zuidelijkste representanten van de vlakke subatlantische hoogvenen, die elders en ook in de Peelregio door afgraving, ontginning en verveningen grotendeels zijn verdwenen. Door de verschillende verveningsgeschiedenis van de onderdelen van het gebied is

er een grote en fijnschalige variatie in vegetatie en landschap, met gradiënten naar iets mineraalrijker milieu. In de oudste veenputten is al lange tijd sprake van hoogveengroei op miniatuurschaal. Op de grote restveeneenheden is nog een relatief grote veendikte aanwezig,

waarop door herstelbeheer inmiddels ook op verschillende plaatsen ontwikkeling van hoogveenbegroeiingen plaats vindt.

In Noord-Brabant liggen de deelgebieden de 'eigenlijke' Deurnese Peel, Liesselse Peel (westelijk van het Kanaal van Deurne) en Helenapeel, en los daarvan een drietal kleinere deelgebieden de Bult in het noordwesten, de Heitrakse Peel en Het Zinkske in het zuiden. In de Deurnsche Peel is tot in de

jaren zeventig turf gewonnen, de sporen hiervan zijn nog duidelijk zichtbaar. In sommige oude turfputten zijn goed ontwikkelde hoogveenvegetaties te vinden. Het gebied bestaat uit een complex

van fragmenten levend hoogveen, beginstadia van regenererend hoogveen, natte heide op rustend hoogveen en droge heide op minerale gronden, opgaand loof- en naaldbos, grasen bouwlanden en open water (sloten, kanalen en plassen).

Voortoers Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

1

Het gebied aan de Limburgse kant wordt ook de Mariapeel genoemd en bestaat uit vier complexen

(Grauwveen, Driehonderd Bunders, Horster Driehoek, Mariaveen). Het landschap kenmerkt zich door een rijke afwisseling van onder andere hogere, droge en lage, vochtige heideterreinen en moerasachtige gedeelten, open en gesloten bossen, veenputten, wijken, vennen en open water.

Het

Mariaveen is een open heidegebied met enkele zandruggen. Na herstelmaatregelen in de jaren negentig herstelt het hoogveen zich weer. Grauwveen bestaat uit een complex van fragmenten levend hoogveen, beginstadia van regenererend hoogveen, droge en

vochtige heide, moeras en opgaand loofbos. Er zijn turfgaten aanwezig. Het Mariaveen is een open heidegebied met enkele zandruggen. Na herstelmaatregelen in de jaren negentig herstelt het hoogveen zich weer. De Deurnsche Peel & Mariapeel is aangewezen voor de volgende natuurlijke habitattypen zoals

opgenomen in bijlage I van Richtlijn 92/43/EEG; prioritaire habitattypen zijn aangeduid met en sterretje *): e _ H4030 Droge heiden: behoud oppervlakte en kwaliteit. e

H7110A® Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap): uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit.

e

H7120 Herstellende hoogvenen: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit. Enige achteruitgang in oppervlakte ten gunste van habitattype actieve hoogvenen,

hoogveenlandschap (H7110A), is toegestaan. De Deurnsche Peel & Mariapeel is aangewezen voor de volgende vogelsoorten, welke worden

beschermd op grond van artikel 4 eerste lid, van Richtlijn 79/409/EEG: e

A127 Kraanvogel: behoud omvang en kwaliteit Ieefgebied.

e _ A224 Nachtzwaluw: behoud omvang en kwaliteit Ieefgebied met een draagkracht voor een

populatie van ten minste 3 paren. e _ A272 Blauwborst: behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 350 paren. Het gebied is aangewezen voor de volgende trekkende vogelsoorten, welke worden beschermd op

grond van artikel 4, tweede lid, van Richtlijn 79/409/EEG: e

004 Dodaars: behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 35 paren.

e _ AO39 Toendrarietgans: behoud omvang en kwaliteit leefgebied.

e _ AO41 Kolgans: behoud omvang en kwaliteit leefgebied. © _ A276 Roodborsttapuit: behoud omvang en kwaliteit Ieefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 120 paren.

2

Voortoers Natura2000- Bestemmingsplan De Horsten

P(ÂDEROYEN ?NNAER 5

Stikstofeffecten

5.1

Feitelijk bestaand en planologisch legaal gebruik

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten de effecten van dat bestemmingsplan op

Natura2000-gebieden worden beoordeeld. Een passende beoordeling kan achterwege blijven voor een plan dat niet resulteert in een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Zie voor uitleg over het wettelijke kader paragraaf 2.1 en over de

referentiesituatie van deze plantoets paragraaf 2.2. 5.11

_ Bestaande mestscheiding

Bestaande activiteiten zijn:

e _ Twee mestsilo's met drijvende afdekking voor opslag van drijfmest en dunne fractie na scheiding;

e _ Scheiding van drijfmest die wordt geproduceerd op De Horsten 20 en 17 én Jacobusstraat 42 met een mobiele mestscheider in de buitenlucht; e

Kortdurende opslag van de dikke fractie n de buitenlucht;

e

Bijbehorende verkeersbewegingen bestaande uit aanvoer van drijfmest van Jacobusstraat 42 en afvoer van dunne en dikke fractie na scheiding en functioneel ondersteunende activiteiten.

De huidige aanvoer van drijfmest van Jacobusstraat 42 (en dus ook de afvoer van dunne en dikke

fractie na scheiding) bedraagt circa 5.490 m?per jaar. Per vracht wordt circa 30 m? aangevoerd. Dit zijn per jaar 183 zware voertuigen die drijfmest van Jacobusstraat 42 naar De Horsten transporteren.

De mestscheidingsactiviteit geeft een beperkte ammoniakemissie. De opslag van de dunne fractie na scheiding vindt plaats in een mestsilo met afdekking, waaruit

alleen kleine emissies ontstaan via verdringingslucht bij het periodiek overpompen naar een vrachtwagen voor afvoer. Verdringingslucht ontstaat echter ook bij het leegpompen van de mestkelders als de drijfmest rechtstreeks vanuit de mestkelder van het bedrijf wordt afgevoerd. De

dikke fractie wordt na de mestscheiding kortdurend opgeslagen en onbewerkt van het bedrijf afgevoerd. De dikke fractie is een emissiearm product als het kortdurend wordt opgeslagen (binnen twee tot vier weken, afhankelijk van de weersomstandigheden) en onbewerkt van het bedrijf wordt

afgevoerd, voordat er broei optreedt (broei is een langzame vorm van compostering). In 2016 is o.b.v. expert-judgement een inschatting gedaan van de emissiefactor ammoniak (NH3) uit

mestbewerking (Rapport 962, Inschatting van emissiefactoren voor ammoniak en lachgas uit mestbewerking, juli 2016, Melse en Groenestein). Uit dit onderzoek volgt een geschatte emissiefactor NH3 in ‘% N-totaal’ van 0,3% voor het mestscheidingsproces (hierbij uitgaande van kortdurende opslag van dikke fractie

waarbij geen broei ontstaat). De vergunde mestscheidingscapaciteit bedraagt maximaal 20.000 m? per jaar. De feitelijke hoeveelheid drijfmest die wordt gescheiden wordt op basis van aanwezige dieraantallen en forfaitaire mestproductie voor deze voortoets ingeschat op circa 15.000 m? per jaar

x6,07 kg NH3/ton x 0,3% = 273 kg NH3/jaar.

Voortoers Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

n

In de volgende tabel staan de berekende stikstofdeposities op Natura2000 gebieden door de mestscheiding met kortdurende opslag van dikke fractie in de referentiesituatie van de plantoets. De

berekening is bijgevoegd in bijlage 8.

Tabel 3: Berekende stikstofdepositie door geschatte emissies door mestscheiding in de feitelijk, planologisch legale stuatie

Natuurgebied

Berekende stikstofdepositie

feitelijke, planologisch legale mestscheiding {in mol N/ha/jaar)

Leudal Deurnsche Peel & Mariapeel Maasduinen

0,06 003 002

swalmdal

0,02

Meinweg

001

Weerter: en Budelerbergen

001

Groote Peel

5

0,02

Sarsven en De Banen

002

Roerdal Strabrechtse Heide & Ringselven

<200

001

(aerius Calculator v2024.1.2)

5.1L2

_

Bestaande varkensstallen

De zeugenstal is feitelijk bestaand, maar afwijkend van de omgevingsvergunning gerealiseerd en daarmee niet planologisch legaal. De biggenstallen zijn wel feitelijk bestaand en planologisch legaal

aanwezig en voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem met watergordijn en biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijnstof (voormalige BWL 2010.02.V7, huidige OW2010.02). De ammoniakemissie uit de feitelijke bestaande, planologisch

legale varkensstallen (dit zijn de bestaande biggenstallen) bedraagt 1.296 kg NH3/jaar. Voor de totale beoogde varkenshouderij zijn twee onherroepelijke natuurvergunningen aanwezig

(zie uitleg in paragraaf 3.3). Vanwege één-op-één inpassing van deze onherroepelijke natuurvergunningen in het bestemmingsplan hoeft voor de varkenshouderij-activiteiten niet uitgegaan te worden van de feitelijke bestaande en planologisch legale situatie als referentie voor de

voortoets/plantoets, maar vormt de (natuur)vergunde situatie de referentie. De navolgende berekende stikstofdepositie van de bestaande biggenstallen plus mestscheiding is

niet de referentiesituatie voor Natura2000 gebieden, maaris wel onderdeel van de referentie MER. De referentie MER is namelijk niet hetzelfde als de referentie plantoets voor Natura2000 gebieden en is slechts bedoeld voor het inzichtelijk maken van milieueffecten in de milieueffectrapportage. Als aanvullende milieu-informatie voor het MER bij het bestemmingsplan is de berekende depositie van

de bestaande biggenstallen plus bestaande mestscheiding (= referentiesituatie voor het planMER) in de volgende tabel weergegeven.

2

Voortoets Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

P(ÂDEROYEN ?NNAER Tabel 4: Berekende stikstofdepositie door ammoniakemissie referentie MER

Natura2000 gebied

Berekende stikstofdepositie’ door bestaande biggenstallen en mestscheiding (in mol N/ha/jaar) referentie PlanMER

Leudal

0,32

Deurnsche Peel & Mariapeel

0,20

Maasduinen

013

Meinweg

0,09

swalmdal

012

Weerter- en Budelerbergen

007

Groote Peel

01

Sarsven en De Banen

0,09

Roerdal

0,06

Strabrechtse Heide & Ringselven

0,04

Duitse Natura2000

015

ë

(Aerius Calculator v2024.1.2)

5.2

Natuurvergunning

Als uitzondering op de referentiesituatie van de plantoets kan een onherroepelijke

natuurvergunning één op één ingepast worden en dienen als stikstofplafond, onder de voorwaarde dat voor deze vergunning een passende beoordeling is uitgevoerd en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante

gevolgen van het plan of project. Navolgend wordt hier nader op ingegaan. De Raad van State op 29 mei 2019 heeft geoordeeld dat de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in strijd met de Habitatrichtlijn is vastgesteld (ABRvS29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RV5:2019:1604). Het PAS was niet van toepassing op een bestemmingsplan. Als een bestemmingsplan voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot een toename van stikstofdepositie op een Natura2000-gebied waar de kritische depositiewaarde is bereikt, moet deze

passend worden beoordeeld. Dit systeem is door de PAS-uitspraak niet veranderd. De zogeheten éénop-één-inpassing van een onherroepelijke Wnb-vergunning in een bestemmingsplan is gelet op de uitspraak niet toegestaan als deze is verleend op basis van het PAS-beoordelingskader. De

natuurvergunningen van 2015 en 2020 zijn beiden niet verleend met toepassing van het PAS.

5.2.1

_ Eén-op-één inpassing van een onherroepelijke natuurvergunning

De in het projectspoor verkregen natuurtoestemming kan op grond van de in artikel 2.8 lid 2 Wb

vastgelegde uitzonderingsregeling, onder voorwaarden worden ingezet in het planspoor. Voor de toepassing van deze uitzondering moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

1.

er moet sprake zijn van een onherroepelijk besluit waaraan een passende beoordeling ten grondslag ligt;

2.

het (natuur)vergunde project moet zijn geborgd in de planregels, waarbij uit oogpunt van

rechtszekerheid duidelijk moet zijn welke natuurvergunning precies wordt bedoeld, door bijvoorbeeld te verwijzen naar de datum en het kenmerk van de natuurvergunning dan wel deze als bijlage bij de planregels te voegen;

Voortoers Natur32000 - Bestemmingsplan De Horsten

a

3.

er dienen redelijkerwijs geen nieuwe gegevensen inzichten te zijn op basis waarvan een nieuwe passende beoordeling moet worden opgesteld. De veronderstelling daarbij s dat de

planologische mogelijkheden al passend zijn beoordeeld in het kader van de verlening van de natuurvergunning en een nieuwe passende beoordeling voor het bestemmingsplan geen nieuwe inzichten geeft. Voor het totale ontwikkelingsplan is een rechtsgeldige, onherroepelijke vergunning op basis van artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming aanwezig (Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg van

20 augustus 2020, zaaknummer 2018-206531). Deze natuurvergunning is verleend als wijziging van de op 1 oktober 2015 verleende, onherroepelijke Natuurbeschermingswet-vergunning voor De

Horsten 20 (zaaknummer 2014-0012 met kenmerk 2015/71566). Omdat voor realisatie eerst alle toestemmingen moeten worden verkregen en de ondernemer een gefaseerde ontwikkeling heeft voorzien, is de natuurvergunning van 2020 nog niet geheel gerealiseerd.

5.2.2

_ Natuurvergunning 2020

In de beschikking van de natuurvergunning van 2020 staat onder "1. Besluit” dat de natuurvergunning van 2015 in 2020 gewijzigd is en na wijziging toeziet op de exploitatie van een

varkenshouderij gelegen aan De Horsten 20 en ongenummerd: 1. Besluit Gelet op het bepaaldein de Wet natuutbescherming, de wiigingsaanvraag van 10 oktober 2018 en de navolgende overwegingen, besluiten wij de i ons besiut van 1 ktober 2015 (zaaknummer 2014.0012 metkenmek 2016/7156 op grond van artke! 19 van de Nb-wet 1998 vereende vergunnng voor het oprichten en exploteren van een varkenshouder aan De Horsten 20 te Egchel vrleende vergunning a$

volgt e wizigen 1

& o

van een varkenshouderi aan De Horsten 20 e Egchelte wizigen g de op 10 oktober 2018 ontvangen wizingsaanwraag en bibehorende

stken,

2

_

3.

_

de aanwraag en de bibehorende stukken ontvangen op 10 oktober 2018, aangevuid op 22 november 2018, 16 apnl 2019, 15 aprl 2020 en 25 mei 2020, maken deel t van deze vergunning,

behoudens

en voor zover daarvan

bj dt bestut met wordtafgeweken,

de voorschifien als bepaald n het beslut van 1 oktober 2015 (zaaknummer

kenmerk

2015171568),zinde

de vereende vergunning

2014-0012

op grond van artkel 194

met

eerste d,

In de natuurvergunning van 2020 zijn de beoogde varkensstallen aangevraagd en verleend voor De

Horsten 20 en ongenummerd, omdat het nieuwbouw betreft op landbouwgrond waarvoor ten tijde van vergunningverlening nog geen andere huisnummers/adressen waren toegekend. De verschillende adressen zijn toegekend vanwege de I&R-regelgeving (regels voor identificatie en

registratie van dieren, vanwege dierziektes met gevaar voor de volksgezondheid). Verder staan in de beschikking van de natuurvergunning van 2020 onder “3. Voorschriften” exact dezelfde stallen met dieraantallen per type varkens (diercategorie) en stalsystemen (gecombineerde luchtwasser) als waar het kaderstellende bestemmingsplan op toeziet:

x

Voortoets Natur32000- Bestemmingsplan De Horsten’

PÄDEROYEN ?)NNAER 3. a

Voorschriften Geze vergunnng

2

worden de volgede

e

een!

vooseren

versongen

} op hethouden van de

aanDe

_

Horsen 20 e ongenummerd e Egchelzoals weergegeren m ondersaande abet

e

x

am 109

T9e _

Gepeenoe

209

CaaeRAT

caaeRas

e

ae2

gpen

Gepemeogge

309

_

Gepeenseoggn

4Dg

_

Gepeenseoggen

Gb9

_

Gepemebggn

Sm

om

em

Kaanzegen oo

oagee

z

oo

m

optzegen Gzeg

Kaanzegen O

T

o

aa

z

om

254

-

Km

Om

-

aa

e

aa

-

e

optzegen 9z

Kaanzegen Oose

e oo

EE

z

“

onizen

De vergunning heeft betrekking op 7.077,58 kg NH3/jaar en 13,58 kg NOx/jaar. De vergunde dieraantallen en ammoniakemissie zijn als volgt: Tabel 5: Natuurvergunning 20 augustus 2020

Stal

type

Rav

Aantal _ Ammoniak dieren _ emissieperdier

1

gespeende biggen

D11154

6240

010

624

e

010 0,10

672 672

nee nee

keNH3/dier/jaar

23 4 8

5

6

7

9

gespeende biggen gespeende biggen gespeende biggen gespeende biggen

011154 D11154

_

6720 6720

D11154 D11154

_

6720 6720

kraamzeugen g en dr. zeugen dekberen opfokzeugen kraamzeugen

D12174 265 D13.124 835 D2.4.4 4 D3.2154 _ 150 012174 265

g.en dr. zeugen

13124

dekberen

0244

opfokzeugen kraamzeugen g.en dr. zeugen dekberen opfokzeugen kraamzeugen g en dr. zeugen dekberen

opfokzeugen Totaal afgerond

032154

Voortoets

_

Ammoniak _ gerealiseerd Feitelijk emissie

_ totaal

672 672

130 083 045 130

3445 526,05 332 675 344,5

835

063

526,05

4

083

332

032154 _ 150 12174 265 013124 835 D2.4.4 4150 D32154 012174 265 13124 835 D2.44

010 0,10

_

063

0,45 130 063 083 045 130 063

675 344,5 526,05 332 675 344,5 526,05

4

083

332

150

045

675 7.078

Natur32000-

Bestemmingsplan

De Horsten’

Enee

e

nee

nee

nee

z

In de onherroepelijke Wnb-vergunning van 20 augustus 2020

zijn ‘diverse vervoersbewegingen’

vergund met een NOx-emissie van 13,58 kg NOx/jaar. Dit gaat om een inschatting van de reguliere vervoersbewegingen (zoals aan- en afvoer voer, mest en dieren) die direct gerelateerd zijn aan de vergunde varkenshouderij en dieraantallen.

De natuurvergunning van 2020 is overeenkomstig de Aerius berekening bij de beschikking van de vergunning (bijlage 1 bij de beschikking) opnieuw berekend op basis van actuele emissiefactoren voor stallen (ongewijzigd) en rijdend verkeer (dalende trend) in de meest recente Aerius versie

V2024.1.2 en is opgenomen in bijlage 8. Tabel &: Berekende stikstofdepositie natuurvergunning 2020 (0.b.v. actuele emissiefactoren en Aerius Caleulator}

Natuurgebied

Berekende stikstofdepositie natuurvergunning 2020

(in mol N/ha/jaar) Leudal

089

Deurnsche Peel & Mariapeel

0,77

Maasduinen swalmdal

057 0,55

Meinweg

040

Weerter. en Budelerbergen

033

Groote Peel

034

Sarsven en De Banen

0,32

Roerdal

027

Strabrechtse Heide & Ringselven

0,16

Duitse Natura2000

070

(Aerius Calculator v2024.1.2)

Geen mestscheiding in de natuurvergunning, wel mesttransporten Uit de aangeleverde stukken behorende bij de in 2020 verleende natuurvergunning bli mestverwerking is aangevraagd en vergund. In de Aerius-berekeningen die als bijlage 1 (Nederlandse

Natura2000 gebieden) en bijlage 2 (buitenlandse Natura2000 gebieden) bij de beschikking horen staat wel ‘vervoer mest’ als bron opgenomen met een lijnbron tussen de Melkweg en de mestopslagsilo en opstelplaats voor de mobiele mestverwerker. Deze bron gaat uit van 1.926 zware

voertuigen per jaar (= 37 zware voertuigen per week), maar deze aantallen worden in de aanvraag niet toegelicht. Een berekening van het aantal transportbewegingen voor de afvoer van mest n het planvoornemen resulteert met én zonder mestscheiding (zonder nabewerkingsstap van de dunne

fractie) in ongeveer 1.900 vrachten per jaar, zie navolgend kader:

x

Voortoets Natur32000- Bestemmingsplan De Horsten’

PÂDEROYEN ?NNAER De mestproductie kan berekend worden op basis van forfaitaire normen. Deze liggen hoger dan de werkelijke

mestproductie en daarmee is sprake van een worstcase benadering.

Diersoort

Aantallen planvoornemen

Biggen Zeugen

33.120 4.400

Im?/dier/jaar] 051 24

Forfaitaire mestproductie planvoornemen - worstease Im?/iaar] 17.033 10.560

600

156

93

16

308

49 28.578 ( 30 m3 = 952 zware voertuigen =

Opfokzeugen

_

Dekberen Totaal

1.904 zware voertuigbewegingen per jaar) * bron: Mestbeleid 2022 Tabellen, Tabel 4, RVO

De afvoer van mest bestaat uit de gescheiden afvoer van dunne fractie en van stapelbare, dikke fractie.

De

hoeveelheid mest en aantal transporten is ingeschat op basis van gemiddeld droge stof (d.s.) gehalte voor en na

mestscheiding. Zeugen/biggen mest heeft volgens literatuur een gemiddeld d.s.-gehalte van 5,5% en na scheiding heeft de dunne fractie een gemiddeld droge stof- gehalte van 3% en de dikke fractie gemiddeld 30% (bron: Gemiddelde samenstelling op hoofdcomponenten van getransporteerde rundvee- en varkensdrijfmest in

Nederland (CBGV 2012) en Wageningen UR, Melse et al., 2002b; Melse en Verdoes, 2005). Dit resulteert in de volgende schatting en

hieraan gekoppelde hoeveelheden af te voeren meststoffen (onder vermelding dat er een

variëteit bestaat in droge stof-gehalten per scheidingstechniek en in samenstel

g van de drijfmest, dus dit zijn

indicatieve cijfers}: Planvoornemen - schatting maximale mesttransportbewegingen per ja

e _ Afvoer dunne fractie: 26.913 m?:

30 m? = 897 zware voertuigen

« _ Afvoer dikke fractie: 2.382 m? : 45 m? = 53 zware voertuigen Totaal 950 zware voertuigen = 1.900 zware transportbewegingen per jaar.

De afvoer van drijfmest die is geproduceerd op De Horsten (al dan niet gescheiden) i een activiteit

die hoort bij de varkenshouderij-activiteiten op De Horsten. Deze afvoerbewegingen zijn betrokken in de natuurvergunning van 2020. Of de mest wel of niet gescheiden wordt is hiervoor niet relevant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=ef0adda5-f0f6-4b6e-be91-a43859bde709