CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 04 Bijlage 1 bij Toelichting - Nota van zienswijzen en wijziging (geanonimiseerd)

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)26.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

mogelijkheden in het bestemmingsplan verder ingekaderd. Locatie-onderzoek is niet relevant voor dit MER, aangezien de locatieafweging al uitgebreid heeft plaatsgevonden in de visie- en besluitvorming ten aanzien van de gebiedsontwikkeling Egchel en in het bijzonder het (voormalig) LOG Egchelse Heide. Deze locatie is volgens de gemeente de beste locatie voor de ontwikkeling van de beoogde toekomstgerichte, duurzame varkenshouderij. Omdat de nieuwvestiging en eerste uitbreidingsfase van dit bedrijf al een feit is en de eindsituatie bepaald wordt door de eigendomssituatie van de gronden binnen het LOG, zijn er geen realistische locatie-alternatieven

g.

om te onderzoeken.

Volgens indiener is niet inzichtelijk gemaakt hoe de berekeningen en invoergegevens zijn beoordeeld door of namens het bevoegd gezag en wat het resultaat is van deze beoordeling.

Inhoudelijke reactie: Het bestemmingsplan en bijbehorende berekeningen en onderzoeken zijn

opgesteld door

externe onafhankelijke adviesbureau's in opdracht van de gemeente en zijn vervolgens beoordeeld door de gemeente Peel en Maas zelf; op dezelfde wijze als beoordeling van andere

(bestemmings)plannen. De commissie m.e.r. heeft het MER en de eerste aanvulling inclusief alle bijbehorende onderzoeken en berekeningen onafhankelijk beoordeeld. Het resultaat van de beoordeling door gemeente en commissie m.e.r. is het bestemmingsplan dat voor vaststelling wordt aangeboden en na het ontwerp doorgevoerde wijzigingen. Hiervoor wordt verwezen naar de Nota van wijzigingen in hoofdstuk 4 van dit document. n.

Indiener geeft in de zienswijze aan dat het niet inzichtelijk is gemaakt hoe het bevoegd gezag een onahankelijk oordeel van de Commissie MER waarborgt. Indiener geeft hierbij aan dat in de betreffende werkgroep van de commissie geen adviseurs zitting hebben die op enige wijze betrokken zijn bij het opstellen en beoordelen van de Plan MER en de ruimtelijke onderbouwing.

40

Inhoudelijke reactie: De Commissie m.e.r. is per definitie onafhankelijk en heeft hiervoor een protocol opgesteld.

Voor ieder adviestraject wordt een werkgroep van deskundigen samengesteld. De aard van het project of plan bepaalt het type discipline dat in de werkgroep vertegenwoordigd is. Het is gewaarborgd dat de werkgroepleden onafhankelijk opereren en dat er geen sprake is van (schijn van) persoonlijke of zakelijke betrokkenheid bij het planvoornemen. De gemeente is bij de start geïnformeerd over de samenstelling van de werkgroep en kon op grond van betrokkenheid beargumenteerd bezwaar maken tegen deelname van een bepaalde deskundige. Hiervoor was geen aanleiding. De werkgroepleden zijn op geen enkele wijze betrokken bij het opstellen van het MER, uitgevoerde onderzoeken en de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. Ook hebben ze geen enkele binding met de ondernemer en de gemeente Peel en Maas. i

Volgens indiener moet voor een bestemmingsplan als referentiesituatie worden uitgegaan

van de feitelijk aanwezige legaal gerealiseerde situatie. Dit is niet inzichtelijk gemaakt en niet is onderbouwd waarom daarvan wordt afgeweken.

Inhoudelijke reactie: In het bestemmingsplan en MER is uitgegaan van de feitelijke planologisch legale situatie als referentie, behalve ten aanzien van de natuurvergunning omdat deze één-op-één is ingepast en de referentie vormt voor het stikstofplafond. Ten behoeve van deze één-op-één inpassing is

een voortoets uitgevoerd en bijgevoegd bij het bestemmingsplan. j.

Voor de indiener is het niet duidelijk wat wordt bedoeld en in welke relatie de aanvraag omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit tot de aanvraag (referentiesituatie voor) het plan en de Plan- MER. Indiener geeft hierbij aan dat de term milieubelastende activiteit niet in de Omgevingswet voorkomt. Indiener geeft aan dat, omdat het gaat over een IPPC installatie de omgevingsvergunning in ieder geval ook betrekking moet hebben op de installatie en niet kan worden volstaan met een aanvraag voor een milieubelastende activiteit.

Inhoudelijke reactie: Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan

hebben. De Omgevingswet definieert een milieubelastende activiteit als: 'een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit’. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst de milieubelastende

activiteiten aan en regelt de vergunningplicht. Er kunnen daarnaast ook milieubelastende activiteiten onder het omgevingsplan vallen. De voorgenomen varkenshouderij is een IPPCinstallatie. Het Bal gebruikt het installatiebegrip van de RIE-richtlijn op 3 manieren:

1.

Een IPPC-installatie. Dit is voor het aanwijzen van de (grote industriële) activiteiten waarvoor de RIE een vergunningplicht instelt. Dit zijn vaste technische eenheden voor

2. 3.

de activiteiten in bijlage I bij de RIE. Een andere milieubelastende installatie voor het aanwijzen van activiteiten die niet onder de RIE vallen, maar waar dezelfde manier van aanwijzen gebeurt. Een oplosmiddeleninstallatie voor het aanwijzen van de activiteiten waarvoor de regels voor oplosmiddelen moeten gelden. Dit zijn vaste technische eenheden voor de

activiteiten of processen in deel 1 van bijlage VII bij de RIE.

41

k.

Volgens de indiener zijn de milieueffecten voor de verp/aatsíng van de mestverwerking niet

L

meegenomen in het ontwerp bestemmingsplan. _ Indiener is van mening dat de plan MER aangepast moet worden omdat de mestverwerking

op de Jacobusstraat en Horsten 17 / 20 met elkaar zijn gekoppeld.

Inhoudelijke reactie: In de voortoets die is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemminsplan (voor vaststelling) is de verplaatsing van de mestscheidingsactiviteit onderzocht en daaruit volgt dat deze verplaatsing geen stikstofdepositie-toename geeft. Alleen voortzetting van de feitelijke

bestaande, vergunde en planologisch legale mestscheiding (dit omvat de scheiding van drijfmest van De Horsten 20 en 17 en Jacobusstraat 42; dit is toegelicht in de voortoets) wordt planologisch toegestaan in dit bestemmingsplan (voor vaststelling). Er wordt geen uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit mogelijk gemaakt. Dit is een wijziging ten opzichte van het ontwerp.

m.

Indiener vindt dat ten onrechte wordt gesteld dat door het veranderen van de mestverwerking geen MER- beoordelingsplicht geldt. Indiener verwijst naar de uitspraak van de Raad van state (ECL!:NL:RVS:2016:3057). Indiener geeft aan dat de Raad van State dat de mestverwerkingsinstallatie aangemerkt wordt als een installatie voor het verwijderen van afval. Een beoordeling van de cumulatieve milieugevolgen ontbreekt.

Inhoudelijke reactie: In de Raad van State uitspraak ECLI:NL:RVS:2016:3057 heeft de Afdeling geoordeeld dat mest van derden moet worden aangemerkt als een afvalstof. Verwerken van mest van derden is in het ontwerp-bestemmingsplan echter niet toegestaan. Omdat het bestemmingsplan plan-m.e.rplichtig is vanwege de uitbreiding in varkens, is het ook niet relevant of het bestemmingsplan ook nog plan-m.e.r.(-beoordelingsplichtig) is vanwege mestverwerking. Genoemd artikel 7.16

Wm ziet toe op projecten (omgevingsvergunning) en niet op plannen (bestemmingsplan). Door middel van publicatie van de NRD is mededeling gedaan van het m.e.r.-plichtige (bestemmings)plan, zie paragraaf 1.3 van het MER. n.

Voor de indiener is het niet duidelijk wat de maximale omvang is van de activiteiten en

bijhorende milieubelasting van het plan en de plan MER. Indiener maakt een verwijzing naar de ruimte die volgens de planschets wordt geboden. De ruimte wordt volgens indiener noch door de regels bij het plan, noch door een tegelijkertijd te verlenen omgevingsvergunning door de inríchting beperkt of vastgesteld. Anderzijds wordt erkend dat niet de gewenste maximale bedrijfsomvang kan worden gerealiseerd vanwege het overschrijden van e norm volgens de geurverordening t.p.v. de woning aan de Karissendijk 10. Indiener maakt een

verwijzing dat de geurverwijderingsrendement niet is onderbouwd en niet is gewaarborgd.

o.

Volgens de indiener zijn vrijstellingen of afwijkingen en andere bedrijfsactiviteiten die in het ontwerp bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, niet meegenomen in de beschrijving en toelsing van de maximale milieueffecten.

p.

Voor de indiener is het niet duidelijk en inzichtelijk gemaakt, waarop de invoerparameters van de geur- en aerius berekeningen zijn gebaseerd en waarom deze corresponderen met

de maximale milieueffecten. Volgens indiener zijn de betreffende parameters of de begrenzing daarvan niet vastgelegd in de planregels.

Inhoudelijke reactie: Het bestemmingsplan is kaderstellend voor later te nemen besluiten op omgevingsvergunningen. De één-op-één ingepaste natuurvergunning (2015, gewijzigd 2020) vormt het kader voor de planologisch toegestane emissiepunt-parameters. Wijziging is niet toegestaan binnen het bestemmingsplan (voor vaststelling). 42

Andere bedrijfsactiviteiten dan de beoogde varkenshouderij en bestaande mestscheiding worden niet mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan (voor vaststelling). Voor het rendement

van de luchtwassers wordt verwezen naar de beantwoording onder r. q.

Volgens de indiener moet conform de Wet natuurbescherming een nieuwe passende beoordeling worden uitgevoerd en onderdeel moeten uitmaken van het huidige plan MER.

Indiener verwijst naar de uitspraak van het Europese Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2022:864)

Inhoudelijke reactie: Aanvullend op het ontwerp-bestemmingsplan en het planMER is een voortoets uitgevoerd. Deze is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan (voor vaststelling).

Hieruit volgt dat geen passende beoordeling nodig is en dat de natuurvergunning (van 2015, gewijzigd 2020) é&n-op-één ingepast kan worden in het bestemmingsplan. .

Indiener geeft aan, dat aan de hand van de recente wetenschappelijke inzichten ernstig getwijfeld moet aan de goede werking van gecombineerde luchtwassystemen. Volgens indiener is niet duidelijk gemaakt waarop de gehanteerde geur- en

ammoniakemissiefactoren van de luchtwassers van de stallen zijn gebaseerd. Indiener geeft aan, dat zover wordt onderbouwd waarom deze factoren wel aanvaardbaar zijn, voorwaardelijke bepalingen ontbreken voor emissierelevante parameters of het vastleggen van emissieniveaus n het onderdeel 'Monitoring en evaluatie’ van de Plan- MER en de planregels.

Inhoudelijke reactie:

De Raad van State oordeelt in een uitspraak van 18 september 2024 dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan twijfels aan de effectiviteit van emissiearme stalsystemen niet relevant hoeft te zijn (ECLI:NL:RVS:2024:3758) en geen rol hoeven te spelen bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Het idee hierachter is dat wanneer een toename van stikstofdepositie wordt uitgesloten in de planregels, het aan de gebruiker van het emissiearme stalsysteem is om bij de uitvoering van het project (of bij het aanvragen van een vergunning) aan te tonen dat het systeem naar behoren functioneert. De discussie over de effectiviteit van emissiearme stallen kan (en wordt) naar het vergunningenspoor verschoven. Dat dit mogelijk is oordeelde de voorzieningenrechter ook al eerder in een uitspraak van 18 juli 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2735). Ten aanzien van het onherroepelijke karakter van de natuurvergunning van 2015 en 2020 wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1 onder a. Zie ook de voortoets die als bijlage

bij de toelichting is gevoegd. In de eerste en tweede aanvulling op het MER worden aanbevelingen gedaan voor extra regels in het bestemmingsplan en deze aanbevelingen zijn overgenomen in het bestemmingsplan (voor vaststelling). De één-op-één ingepaste natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020) vormt voor de stallen en emissiepunten het planologisch kader voor het planvoornemen. De berekeningen en aanvraag bij deze onherroepelijke natuurvergunning maakt onderdeel uit van de vergunning, waardoor intern salderen (onder andere door wijzigen ep-parameters) niet is toegestaan in dit bestemmingsplan (voor vaststelling). Als extra waarborg zijn onder andere de coördinaten van de emissiepunten overeenkomstig de natuurvergunning vastgelegd in een situatieschets die als bijlage bij de regels van het bestemmingsplan (voor vaststelling) is gevoegd. Voor de wijzigingen in de regels wordt

verwezen naar de Nota van wijzigingen in hoofdstuk 4 van dit document.

43

s.

Volgens indiener komt de feitelijke bedrijfssituatie aan De Horsten 17/20 niet overeen met de vigerende natuurvergunning. Volgens indiener is de vigerende natuurvergunning onjuist vastgesteld. De niet gerealiseerde stallen kunnen zonder meer worden gebruikt voor intern

salderen. Bij intern salderen mag volgens indiener de niet benutte emissieruimte zonder meer worden gebruik; indiener verwijst naar de uitspraak: ECLI:NL:RBOBR:2021:6389. t

Volgens de indiener is niet duidelijk gemaakt of andere stikstofbronnen dan de stallen (zoals de mestverwerking of voertuigbewegingen tijdens evenementen) wel in de vigerende Wnb vergunning (natuurvergunning) zijn opgenomen.

Inhoudelijke reactie: In de voortoets die als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan (voor vaststelling) is bijgevoegd, wordt de feitelijke bestaande, planologisch legale situatie beschreven (dit is de referentie voor de voortoets (plantoets) en voor het MER), en wordt ingegaan op de onherroepelijke natuurvergunning (van 2015, gewijzigd 2020) die één-op-één wordt ingepast, in relatie tot alle activiteiten in het planvoornemen. De bestaande stallen zijn gerealiseerd overeenkomstig de natuurvergunning van 2020. De bestaande zeugenstal wijkt wel af van geldende omgevingsvergunning (voor milieu, afwijken bestemmingsplan en bouwen) en daarvoor is een legaliseringsaanvraag in procedure. Als feitelijke emissiepunt-parameters afwijken van de natuurvergunning, dan moet de ondernemer zorgen dat deze worden aangepast aan de één-op-één ingepaste natuurvergunning (van 2015, gewijzigd 2020). Anders is sprake van strijdigheid met het bestemmingsplan en zal hierop gehandhaafd worden. En als de ondernemer toch wijzigingen wil aanbrengen dan betreft dit interne saldering en dat is niet mogelijk binnen dit bestemmingsplan. Daarvoor dienen eerst vergunningen te worden verkregen, waaronder een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (popa) en een nieuwe natuurvergunning aangezien sinds 18 december 2024 interne saldering vergunningplichtig is geworden.

De varkenshouderij-activiteiten in het planvoornemen zijn onherroepelijk vergund in de natuurvergunning en omvat ook de bij de varkenshouderij behorende vervoersbewegingen. De

mestscheidingsactiviteit zelf maakt geen onderdeel uit van de natuurvergunning, maar is wel feitelijk bestaand, vergund en planologisch legaal (dit betreft mestscheiding van drijfmest afkomstig van De Horsten 20 en 17 én Jacobusstraat 42). Het bestemmingsplan (voor vaststelling) maakt alleen nog voorzetting van de bestaande mestscheidingsactiviteit mogelijk.

De uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en beoogde mestscheidingsloods uit het ontwerp zijn komen te vervallen in het bestemmingsplan voor vaststelling. Voertuigbewegingen bij evenementen maken geen onderdeel uit van de natuurvergunning. Het is ook niet de bedoeling om evenementen planologisch mogelijk te maken binnen dit bestemmingsplan.

In het ontwerp-bestemmingsplan zijn evenementen alleen toegestaan

binnen de bestemming verkeer, conform de planologische regeling in het bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas. De planregels in de bestemming verkeer worden aangepast door evenementen

eruit te halen:

artikel 5.1

onder f en 5.3.1

onder c en artikel 5.3.2 komen

te

vervallen.

u.

Indiener geeft aan dat de stikstofemissie van de mestverwerking, afgeleid is van een installatie elders. Indiener stelt de vraag of de stikstofemissie representatief is.

Inhoudelijke reactie: De berekening van de ammoniakemissie door mestscheiding in het MER is gebaseerd op een

wetenschappelijk onderzoek voor een overeenkomstige mestscheidingsinstallatie. Het bestemmingsplan (voor vaststelling) maakt alleen nog voortzetting van de feitelijke bestaande, 44

planologisch legale mestscheiding mogelijk. Wijziging van de mestscheidingsactiviteit en uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit is niet (meer) toegestaan in dit bestemmingdsplan.

Hierdoor is de raming van de ammoniakemissie slechts onderdeel van het MER (voor inzicht in milieueffecten van de referentiesituatie) en wordt dus niet meer gebruikt om een uitbreiding planologisch te maken. v.

Indiener geeft aan dat de Aerius berekening niet gebaseerd is op de actuele versie.

Inhoudelijke reactie: De Aerius Calculator berekeningen zijn voor vaststelling geactualiseerd met de meest actuele Aerius Calculator,namelijk versie 2024.0.1. Als de ondernemer een vergunningaanvraag voor de (gefaseerde) beoogde uitbreiding gaat indienen zal hij opnieuw stikstofberekeningen moeten

uitvoeren met de op dat moment actuele versie van Aerius Calculator. Overigens geeft niet iedere nieuwe versie van Aerius Calculator andere berekeningsresultaten. Bij de release van een nieuwe versie wordt dit aangegeven. w

Volgens indiener ís de overschrijding van de aanvaardbare geurbelasting niet inzichtelijk gemaakt in de plan MER. Indiener ís van mening dat op grond van rapportages van de GGD en het RIVM de toegepaste normen van de Wet geurhinder niet voldoen.

Inhoudelijke reactie: De effecten voor de gezondheid zijn beschreven en onderzocht in het MER op basis van de gezondheidskundige advieswaarden en GGD-adviezen, ook ten aanzien van geur (voorgrondbelasting en achtergrondbelasting). In de regels van het bestemmingsplan (voor vaststelling) is de achtergrondbelasting geur gemaximaliseerd voor zowel de woonkern Egchel als voor woningen in het buitengebied om te waarborgen dat er geen verslechtering optreedt van het leefklimaat ten aanzien van geur. Geen verslechtering van het leefklimaat is het uitgangspunt conform het Raadsbesluit van 2008.

x.

Volgens indiener is de gemeentelijke geurverordening niet gebaseerd op de cumulatieve geurbelasting van alle veehouderijen die relevant bijdragen. Volgens de indiener zijn melkveehouders en paarden niet in de normen betrokken.

Inhoudelijke reactie: De geurverordening stelt alleen afwijkende geurnormen voor dieren waarvoor emissiefactoren

zijn vastgesteld en is alleen van toepassing op de voorgrondbelasting van een individuele veehouderij. In de raadsvergadering van 22 december 2008 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Helden de beleidskaders vastgesteld voor de gebiedsontwikkeling in Egchel. Voor de vestiging en ontwikkeling van intensieve veehouderijbedrijven is in het raadsbesluit bepaald dat het woon- en leefklimaat in Egchel er niet op achteruit mag gaan, met name ten aanzien van geur (achtergrondbelasting). Zie ook de beantwoording onder w. Voor veehouderijen met dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld (0a. melkrundvee en paarden) gelden conform de voormalige Wgv en de huidige Omgevingswet alleen vaste afstanden. Voor veehouderijen waarvoor emissiefactoren zijn vastgesteld (0a. varkens en pluimvee) gelden geurnormen. Aanleiding hiervoor is dat de geur van intensieve veehouderijen vaker als hinderlijk wordt ervaren dan de geur afkomstig van melkrundvee, paarden, schapen e.d. De gemeente heeft in de geurverordening gebruik gemaakt van de

wettelijke mogelijkheid om afwijkende geurnormen (voor de voorgrondbelasting) vast te stellen. De geurverordening ziet echter niet toe op de achtergrondbelasting (cumulatie van geur) en is reeds vastgesteld beleid waartegen geen zienswijze ingediend kan worden.

45

y.

Volgens indiener moet op grond van de ‘Gebruikershandeling V-Stacks gebied’ de cumulatieve geurbelasting, vanwege

veehouderijen, worden berekend door voor alle

betreffende veehouderijen uit te gaan van één emissiepunt. Met de daarbij aangegeven default waarden voor de invoerparameters. Indien van een veehouderij meerdere stallen als apart emissiepunt worden ingevoerd leidt dit tot een onderschatting van de cumulatieve geurbelasting op enige afstand.

Inhoudelijke reactie: De cumulatieve geurbelasting is conform de handleiding V-stacks gebied berekend. Voor de meest bepalende veehouderijen in de directe omgeving is gebruik gemaakt van emissiepunt specifieke parameters, juist omwille van de nauwkeurigheid van de berekeningsresultaten. De overige veehouderijen zijn betrokken op basis van defaultwaarden. Het rekenen met uitsluitend defaultwaarden conform de gebruikershandleiding is bedoeld voor analyses t.b.v. het opstellen van gebiedsvisies en geurbeleid. z.

Volgens indiener is het gebruikte bestand van veehouderijen voor de berekening van de

cumulatieve geurhinder van veehouderijen niet actueel. indiener geeft aan dat dit bestand afwijkt van het bestand dat is gebruikt bij de vaststelling MER besluit Rongvenweg 14 in Egchel.

Inhoudelijke reactie: Het actuele vergunningenbestand op moment van het opstellen van het MER en ontwerpbestemmingsplan vormt het uitgangspunt. Nadien hebben er geen relevante wijzigingen in het vergunningenbestand plaatsgevonden. Het vergunningenbestand dat is gebruikt kan afwijken

van eerdere vastgestelde besluiten voor andere locaties. Rongvenweg 14 is betrokken conform de vergunde situatie én (als autonome ontwikkeling) op basis van de aanvraag die in procedure is d.d. april 2023. aa. De cumulatieve geurbelasting buiten het plangebied vanwege de stallen en overige bronnen is volgens de indiener niet inzichtelijk gemaakt. Indiener verwijst naar dierenverblijven, mestverwerking, opslag, voeropslag, voerwerking en stookinstallaties. bb. Piek emissies van geur zijn niet inzichtelijk gemaakt en getoetst. Indiener verwijst naar de

Handreiking industrielawaai en de Regeling beoordeling luchtkwaliteit. cc. De concrete, maximale geluidsbelasting en maximale gevolgen voor de luchtkwaliteit zijn niet inzichtelijk gemaakt volgens de Handreiking industrielawaaí en de Regeling beoordeling luchtkwaliteit

Inhoudelijke reactie: Het planvoornemen ziet toe op uitbreiding van stallen (de individuele en cumulatieve

geurbelasting is onderzocht in het MER. Er is bij deze activiteit geen sprake van piekemissies), mestopslagvoorzieningen (gesloten systeem en er wordt zeer ruim voldaan aan de wettelijke vaste afstanden voor geur, een sleufsilo voor voeropslag (beperkt van omvang, wordt afgedekt en er wordt ook ruim voldaan aan de wettelijke vaste afstanden). Verder wordt uitsluitend voortzetting van de bestaande mestscheiding toegestaan. De (piek)emissies bij mestscheiding zijn voortzetting van feitelijke bestaand, vergund en planologisch legaal gebruik. In de regels van het bestemmingsplan (voor vaststelling) zijn als extra waarborg voor een aanvaardbaar leefklimaat de dieraantallen per diercategorie, de achtergrondbelasting van geur en de geluidsbelasting gemaximaliseerd.

46

dd. De cumulatieve endotoxine belasting is niet inzichtelijke gemaakt en beoordeeld.

Inhoudelijke reactie: In het MER (paragraaf 6.4.3 en bijlage 11) en paragraaf 5.2.8 van de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan zijn de individuele én de cumulatieve endotoxine risicocontouren inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. ee.

Volgens de indiener zijn de gevolgen voor de volksgezondheid vanwege de planactiviteiten en de maatregelen ter beperking van de risico's voor de volksgezondheid niet inzichtelijk gemaakt. Indiener wijst naar de voorbeelden: Handreiking veehouderij en gezondheid 2.0 en de Handreiking veehouderij en gezondheid.

Inhoudelijke reactie: Gemeenten hebben ondersteuning in de belangenafweging gekregen in de vorm van de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid'. Hierin staan de betrokken adviezen van de GGD opgenomen en wanneer een GGD-advies gevraagd moet worden. De GGD-adviezen kunnen als handvatten dienen bij de besluitvorming door het bevoegd gezag. In paragraaf 6.6 van het MER en paragraaf 5.2.11 van de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan is het aspect gezondheid beoordeeld op basis van de actuele VGO-onderzoeken. En ook zijn de

gezondheidskundige adviezen van de GGD betrokken. De GGD is in de NRD-fase al door de gemeente gevraagd om advies uit te brengen. Dit is in lijn met de handreiking. Het GGD advies is betrokken in het MER en opgenomen in bijlage 2 van het planMER. ff

Het ecologisch onderzoek naar de aanwezige flora en fauna ontbreekt in het ontwerp bestemmingsplan.

Inhoudelijke reactie: Voor vaststelling is een actueel ecologisch onderzoek uitgevoerd ten aanzien van beschermde soorten (flora en fauna) inclusief veldbezoek, datum rapport noemen. Dit onderzoek maakt deel uit van de aanvulling op het MER en wordt als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan bijgevoegd. Dit onderzoek resulteert niet tot nieuwe inzichten op basis waarvan het bestemmingsplan moet worden aangepast. g9. Omdat het bedrijfsontwikkelingsplan zich over tien jaar uitstrekt, valt volgens indiener niet in te zien waarom niet wordt aangesloten bij nieuwe milieu hygiënische inzichten en voorzienbare ontwikkelingen in de wet- en regelgeving. Indiener verwijst naar: de aangescherpte normen voor fijnstof, Wet stikstofreductie en natuurherstel. En, de aangekondigde wijziging van de Wet geurhinder en veehouderij en de boordeling van

cumulatieve milieueffecten op grond van de Omgevingswet.

Inhoudelijke reactie: Het bestemmingsplan en MER sluiten aan bij de actuele wet- en regelgeving en autonome ontwikkelingen, omdat op basis hiervan besluitvorming moet plaatsvinden. De ondernemer kan binnen de gestelde planologische kaders gefaseerd de benodigde vergunningen aanvragen en deze aanvragen zullen worden beoordeeld op basis van de op dat moment geldende wet- en regelgeving. Het bedrijfsontwikkelingsplan op hoofdlijnen zal binnen de kaders verder uitgewerkt worden en waar nodig worden bijgestuurd, als hiervoor aanleiding is vanwege gewijzigde wet- en regelgeving.

hh. Indiener is van mening dat het initiatief niet bijdraagt aan circulaire of natuur inclusieve landbouw en nemen de relevante emissies aanzienlijk toe en zijn de gevolgen voor de omgeving niet overzienbaar door het ontbreken van waarborging voor de goede werking van luchtzuiverende technieken en draagt niet bij aan de luchtkwaliteit. 47

Inhoudelijke reactie:

Het bestemmingsplan voorziet in de invulling van het landbouwontwikkelingsgebied. Dit sluit aan bij de doelstelling van de provincie Limburg en gemeente Peel en Maas om in het landbouwontwikkelingsgebied intensieve veehouderij te concentreren en meer ontwikkelingsruimte te geven dan in de overige gebieden in de gemeente Peel en Maas is blijven bestaan. Natuur-inclusieve en/of circulaire varkenshouderij is voor gemeente en provincie geen vereiste om op deze locatie te ontwikkelen, ook niet binnen de rest van de gemeente. Wel zijn er eisen aan de landschappelijke inpassing. Het is een ondernemersbeslissing om binnen de kaders van het bestemmingsplan te kiezen voor een bepaalde bedrijfsvoering en bedrijfsopzet en de mate van circulariteit.

Conclusie

De gronden genoemd in zienswijze 11 leiden tot aanpassing van de regels in het bestemmingsplan. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar de opsomming van wijzigingen in hoofdstuk 4. e De planregels in de bestemming verkeer worden aangepast, zodat evenementen niet zijn toegestaan binnen het plangebied. e Eris een actueel flora en faunaonderzoek uitgevoerd en als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. e Eris een voortoets ten aanzien van stikstof bijgevoegd als bijlage bij de toelichting die e

invulling geeft aan genoemde gronden in de zienswijze. De maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan worden onder andere beperkt op

de volgende punten: — De één-op-één ingepaste natuurvergunning (van 2015, gewijzigd 2020) vormt het kader voor de varkenshouderij en de emissiepunt-parameters. Voor het overige is alleen voorzetting van de feitelijke bestaande, planologisch legale situatie toegestaan 0.a. de bestaande mestscheiding. Interne saldering is niet toegestaan op basis van de stikstofregeling in het bestemmingsplan. — Binnen de aanduiding intensieve veehouderij wordt alleen varkenshouderij toegestaan en per diercategorie wordt het dieraantal vastgelegd (gemaximaliseerd). — De situering van de emissiepunten van de stallen worden vastgelegd. —

De achtergrondbelasting geur en geluidsbelasting wordt gemaximaliseerd ter waarborg van het leefklimaat.

48

4.

Nota van wijzigingen

De ingebrachte zienswijzen geven aanleiding om het ontwerp bestemmingsplan te wijzigen. Daarnaast worden ook enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. In onderstaande is een overzicht opgenomen van zowel de aanpassingen die het gevolg zijn van zienswijzen als

ambtshalve wijzigingen. 4.1 Wijzigingen in de verbeelding De verbeelding wordt ambtshalve gewijzigd door: e

toevoeging

e

binnen de bestemmingsvlakken ‘Agrarisch'’ en ‘Agrarisch — intensieve veehouderij’. verwijdering van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 'De Horsten'.

van

de

gebiedsaanduiding

‘overige

zone

—

landschappelijke

inpassing’.

4.2 Wijzigingen in de regels De regels worden ambtshalve

naar aanleiding van zienswijzen ten opzichte van het

ontwerpbestemmingsplan ge'

igd.

Artikel

| Wijziging

Wijziging n.a.v.

nummer 1 Begripsbepalingen: 1.17 Bedrijf aan huis: deze begripsbepaling is verwijderd; 1.23 Beroep aan huis:

zienswijzen ambtshalve

of ambtshalve

deze begripsbepaling is verwijderd;

1.24 (na hernummering bij vaststelling 1.22) Bestaand: het woord ‘inwerkingtreding’ in de begripsomschrijving is vervangen door ‘vaststelling :

1.43 Dikke fractie: deze nieuwe begripsbepaling is toegevoegd met de volgende omschrijving: 'vaste mest die ontstaat uit mestscheiding.’; 1.44 Dunne fractie: deze nieuwe begripsbepaling is toegevoegd met de volgende omschrijving: ‘vloeibare mest die ontstaat uit mestscheiding.’ 1.58 Inrichting: in de begripsbepaling wordt de zinsnede 'een op grond van de Wet milieubeheer als volgt gedefinieerd begrip:' verwijderd;

1.59 Intensieve veehouderij: de omschrijving van de begripsbepaling wordt integraal vervangen door: ‘een niet grondgebonden agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, uitsluitend in de vorm van een varkenshouderij 1.71 Mestbassin: de tekst van de begripsbepaling wordt integraal vervangen

door:' reservoir dat wordt gevormd door middel van het gebruik van folies en grondtaluds, bestemd voor het bewaren van drijfmest, digestaat of dunne fractie, dat niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder een gebouw.'; 1.72 Mestsilo: deze nieuwe begripsbepaling is toegevoegd met de volgende omschrijving: ‘reservoir in de vorm van een constructie van beton, hout of staal bekleed met folie of beton dan wel een gemetselde constructie, bestemd voor het

bewaren van drijfmest, digestaat of dunne fractie, dat niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder een gebouw.’; 1.73 Mestscheiding: deze nieuwe begripsbepaling is toegevoegd met de volgende omschrijving: ‘het scheiden van drijfmest in een dunne en dikke fractie.’; 1.79 Ondersteunend glas: deze begripsbepaling is verwijderd; 1.99 (na hernummering

bij vaststelling 1.100) Toename van stikstofemissie:

de

begripsbepaling is integraal vervangen door de volgende omschrijving: ’ a. Eris sprake van een toename van stikstofemissie door als gevolg van het op grond van dit plan toegestane gebruik van gronden en bouwwerken wanneer de emissie van stikstof (N/kg/jaar') meer bedraagt dan de emissie van stikstof (N/kg/jaar*) afkomstig van het ten tijde van vaststelling van het plan feitelijk bestaande en planologisch legale gebruik van gronden en bouwwerken.

49

b.

Indien ten opzichte van het ten tijde van vaststelling van het plan feitelijk bestaande en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken, zijnde de referentiesituatie, sprake is van gewijzigd gebruik met een ten opzichte van die referentiesituatie gelijkblijvende of verminderde

stikstofemissie (N/kg/jaar") die leidt tot een hogere stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000gebied, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie,

c.

als bedoeld

onder a.

Als uitzondering op het bepaalde onder a en onder b van deze bepaling, is er

geen sprake van een

toename van stikstofemissie in één van de volgende

situaties:

1.

de emissie N/kg/jaar afkomstig van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch - intensieve veehouderij' bedraagt maximaal de emissie (N/kg/jaar*) afkomstig van de betreffende gronden .en bouwwerken, conform ten tijde van de vaststelling van het plan onherroepelijk verleende natuurvergunningen als bedoeld in artikelt9d

Natuurbeschermingswet 1998 kenmerk 2015/61023, d.d. 1 oktober 2015 en de daaropvolgende onherroepelijke verleende (wijzigings)vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid Wet natuurbescherming kenmerk 2018206531, d.d. 20 augustus 2020, zoals opgenomen regels.

2.

in Bijlage 1 bij de

de toename van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied ten gevolge van een toename van stikstofemissie zoals

bedoeld

onder

a en onder b van

deze bepaling, is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar berekend met het rekenmodel Aerius Calculator, met dien verstande dat bij het beoordelen van de toename van de stikstofdepositie op voor

stikstofgevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000gebied geen verrekening plaatsvindt met de emissie N/kg/jaar zoals bedoeld onder a, b en c onder 1 van deze bepaling. * wanneer in deze regels 'emissie N/kg/jaar' wordt gebruikt, wordt de hiervan onderdeel

uitmakende

hoofdletter 'N' bedoeld

als verzamelnaam

voor

NH3

en

NOx..

Een en ander met inbegrip van hernummering van (overige) artikel(led)en in verband met voornoemde wijzigingen. 25

In dît artikel wordt (.…) zoals bedoeld in artikel 52.2 gewijzigd in (.… zoals bedoeld

31 onderc

in artikel

ambtshalve

10.2'.

'Bestemmingsomschrijving ‘Agrarisch’: |+ artikel 3.1 lid c wordt integraal gewijzigd naar ter plaatse van de

ambtshalve

gebiedsaanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing’ de landschappelijke inpassing van de intensieve veehouderij binnen de belendende bestemming 'Agrarisch- intensieve veehouderij in de vorm van groenvoorzieningen met een visueel afschermende functie’. 3.3.1

Strijdig gebruik: .

In de aanhef wordt ‘(.… ) gronden en bouwwerken (…

nav. gewijzigd in ' (…) _ | zienswijzen

gronden en/of bouwwerken (…. . Een nieuw lid a wordt ingevoegd met de navolgende regel:

‘beweiden

van vee’;

. Een nieuw lid b wordt ingevoegd met de navolgende rege!: van landbouwgronden’; .

‘bemesten

Een nieuw lid m wordt toegevoegd met de navolgende regel: ‘het zodanig

gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken dat er een toename van stikstofemissie plaatsvindt.” Een en ander met inbegrip van hernummering van (overige) artikel(led)en in verband met voornoemde wijzigingen.

50

3.3.2 34 41

Artikel 3.3.2 wordt geheel verwijderd. Artikel 3.4 wordt geheel verwijderd. Bestemmingsomschrijving ‘Agrarisch — intensieve veehouderij’:

ambtshalve ambtshalve nav.

De bestemmingsomschrijving wordt integraal gewijzigd naar:

zienswijzen / ambtshalve

De voor 'Agrarisch- intensieve veehouderij aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.

agrarisch bedrijfsmatig gebruik, in de vorm van een intensieve veehouderij met maximaal 33.120 gespeende biggen, maximaal 1.060 kraamzeugen, maximaal 3.340 guste en dragende zeugen, maximaal 16 dekberen en maximaal 600 opfokzeugen, al dan niet met als nevenactiviteit een grondgebonden bedrijfstak;

b.

ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing' de landschappelijke inpassing van de intensieve veehouderij in de vorm van groenvoorzieningen met een visueel afschermende functie;

met daaraan ondergeschikt: c.

extensief dagrecreatief medegebruik;

d. e. f. 9.

paden- en ontsluitingsvoorzieningen; boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen; mestscheiding, overeenkomstig het bepaalde in 4.4.4; verkoop van zelfvoortgebrachte of streekeigen producten, toegestaan tot

h.

maximaal 100 m2 verkoopvloeroppervlakte: paardrijbakken ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden;

i

tuinen, erven en terreinen;

j. k. L

groenvoorzieningen; paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen; boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen;

m.

teeltondersteunende voorzieningen.

421

'Onder a wordt na ‘gebouwen’ de regel vervangen door ’ uitsluitend ter plaaise van de aanduiding ‘bouwvlak';’

422

Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak': Onder a wordt de regel integraal gewijzigd in:

ambtshalve

‘Indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een koppeling van twee of meer aanduidingen 'bouwvlak' dan gelden deze bouwvlakken gezamenlijk als één bouwvlak en gelden hiervoor de regels voor één bouwvlak:;’ 422

Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak': Onder hernummering van overige artikelleden wordt onder b de volgende regel ingevoegd:

423

‘per bouwvlak is maximaal één intensieve veehouderij toegestaa! In lid c wordt (… /vorm van agrarisch uitgesloten — dierenverblijf

425

(…)'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten — dierenverblijf(… De aanhef en lid a worden integraal gewijzigd in:

ambtshalve

(…) gewijzigd in | ambtshalve

). ambtshalve

‘Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde, in de vorm van waterbassins, teeltondersteunende voorzieningen, sleuf- en mestsilo's, mestbassins en overige bouwwerken

mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden

gebouwd;’

441

Artikel 4.4.1 wordt integraal gewijzigd naar:

ambtshalve nav.

zienswijzen

51

“Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor en/of als:

ergeps

wonen, behoudens wonen in de bedrijfswoning:

-7

buitenopslag voor de voorgevelrooilijn; ter plaatse van de aanduiding 'specfieke vorm van agrarisch uitgesloten dierenverblijf het gebruik van gebouwen als dierenverblif;

j.

het zodanig gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken dat er een toename van stikstofemissie zoals gedefinieerd in artikel 1.100 plaatsvindt;

k.

hethouden van meer dan 33120 gespeende biggen, 1.060 kraamzeugen, 3.340 guste en dragende zeugen, 16 dekberen en 600 opfokzeugen; de stikstofemissie uit een dierenverblijf afzonderlijk of meerdere

L

442

nav.

zienswijzen

detailhandel: horeca;

geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen; woningsplitsing: verblijfsrecreatie; tijdelijke of permanente bewoning van bedrijfsgebouwen, bijbehorende bouwwerken of kampeermiddelen:

dierenverblijven gezamenlijk meer bedraagt dn 7.077,58 kg NH3/jaar en 13,58 kg NOx/jaar.’ Artikel 4.4.2 wordt integraal gewijzigd naar:

ambtshalve

‘442 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De gronden ter plaatse van het bestemming 'Agrarisch- intensieve veehouderij’ mogen, ter plaatse van nieuw opgerichte bedrijfsgebouwen, uitsluitend overeenkomstig de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits: a. binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing’ de

b.

landschappelijke inpassing overeenkomstig Bijlage 2 en Bijlage 3 bij deze regels wordt gerealiseerd, in stand wordt gehouden en wordt beheerd met in achtneming van het hierna bepaalde onder b en c. Indien en voorzover sprake is van nieuw opgerichte bedrijfsgebouwen binnen de bestemming Agrarisch- intensieve veehouderij dan dient onderstaande fasering voor wat betreft de aanleg van de landschappelijke inpassing in acht

te worden genomen: 1. de aanleg van de landschappelijke inpassing ten behoeve van de gronden gelegen binnen fase 1, zoals weergegeven in paragraaf 7 en 8 Van Bijlage 2 bij deze regels en zoals weergegeven in Bijlage 3 bij deze regels, dient binnen 16 maanden na het onherroepelijk worden van dit plan te zijn aangelegd.

2.

de aanleg van de landschappelijke inpassing ten behoeve van de gronden gelegen binnen fase 2, zoals weergegeven in paragraaf 7 en 8 van Bijlage 2 bij deze regels en zoals weergegeven in Bijlage 3 bij deze regels, dient binnen 16 maanden na in gebruikname van een nieuw opgericht bedrijfsgebouw gelegen op de gronden binnen fase 2 te zijn aangelegd.

443

3.

de aanleg van de landschappelijke inpassing ten behoeve van de gronden gelegen binnen fase 3, zoals weergegeven in paragraaf 7 en 8 van Bijlage 2 bij deze regels, dient binnen 16 maanden na in gebruikname van een nieuw opgericht bedrijfsgebouw gelegen op de gronden binnen fase 3 te zijn aangelegd.

4.

de aanleg van de landschappelijke inpassing ten behoeve van de

gronden gelegen binnen fase 4, zoals weergegeven in paragraaf 7 en van Bijlage 2 bij deze regels, dient binnen 16 maanden na in gebruikname van een nieuw opgericht bedrijfsgebouw gelegen op de gronden binnen fase 4 te zijn aangelegd.” Artikel 4.43 wordt integraal gewijzigd naar:

8

Ambtshalve / nav.

443 a_

Specifieke gebruiksregels

zienswijzen

een intensieve veehouderij is uitsluitend toegestaan op één bouwlaag: 52

b.

de ligging van de emissiepunten van de dierenverblijven mag niet verschillen van de emissiepunten, zoals opgenomen in bijlage 1 bij de natuurvergunning dd. 20 augustus 2020, welke vergunning als in Bijlage 1 bij deze regels is

gevoegd én zoals weergegeven in Bijlage 4 bij deze regels. 444

ambtshalve

Artikel 4.4.4 wordt integraal gewijzigd naar: 444 Mestscheiding Mestscheiding is uitsluitend toegestaan overeenkomstig de verleende vergunning(-en), zoals opgenomen in Bijlage 6 Vergunning(-en) mbt mestscheiding.

445

ambtshalve

Artikel 4.4.5 wordt integraal gewijzigd naar: 445

Geur

Voor de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij, geldt dat deze niet de hieronder genoemde waarden overschrijdt:

a.

b.

13,1 Ou/ m3 ter plaatse van geurgevoelige objecten in de woonkern Egchel met als geografische begrenzing 'Bebouwde kom' en 'Giel Peetershof’ zoals aangegeven in Bijlage 5 bij deze regels; 28 Ou / m3 ter plaatse van geurgevoelige objecten buiten de woonkern Egchel met als geografische begrenzing het gebied gelegen buiten "Bebouwde kom’ en buiten 'Giel Peetershof’ zoals aangegeven in Bijlage 5 bij deze regels;

©. 446

30,5 Ou / M3 ter plaatse van het geurgevoelige object Melkweg 12 te Egchel. ambtshalve

Artikel 4.4.6 wordt toegevoegd: 446

Geluid

Voor geluid, als bedoeld in de Wet geluidhinder, geldt het navolgende: d.

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (Lar7) veroorzaakt door de tot de inrichting behorende toestellen en installaties en door de tot de inrichting

behorende verrichte werkzaamheden en/of activiteiten mag niet meer bedragen dan de in onderstaande tabel aangegeven waarden op genoemde plaatsen en tijdstippen:

Lwr op de gevel van gevoelige gebouwen Lwr in in= en aanpandige gevoelige gebouwen

e.

_

06.00-19.00

[19.00-22.00

[22.00-06.00

uur

uur

uur

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

|35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

Het maximale geluidniveau (Lama) veroorzaakt door de tot de inrichting behorende toestellen en installaties en door de tot de inrichting behorende verrichte werkzaamheden en/of activiteiten mag niet meer bedragen dan de in onderstaande tabel aangegeven waarden op genoemde plaatsen en tijdstippen:

Lamsz Op de gevel van gevoelige gebouwen Lama: in in- en aanpandige

f.

gevoelige gebouwen

_

06.00-19.00

[19.00-22.00

[22.00-06.00

70 dB(A)

65 d8(A)

60 dB(A)

|55 d8(A)

50 d8(4)

45 dB(A)

De in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur in bovenstaande tabel opgenomen waarden zijn niet van toepassing op laad- en losactiviteiten, alsmede op het in en uit de inrichting rijden van landbouwtractoren of motorrijtuigen met beperkte snelheid. de normen zoals opgenomen onder a en b zijn niet van toepassing op bestaande tot de inrichting behorende bedrijfswoningen.

53

q.

De Handieiding meten en rekenen Industrielawaaï uit 1999 dient toegepast te worden bij de toetsing van de in voorgaande voorschriften toegestane waarden.

h.

Hetbevoegd gezag kan nadere eisen stellen voor de emissie- of

immissienormen indien nodig voor het waarborgen van het geluidsniveau als bedoeld

51. 53.1 onderc 53.2 61 7

onder a en b.

In artikel 5.1 onder f wordt de regel ‘evenementen overeenkomstig hetbepaalde in d 5.3.2:' verwijderd. In artikel 5,3.1 onder c wordt het navolgende zinsdeel verwijderd: (.…),

_ | n.a.v. zienswijze n.ay. zienswijze

| behoudens toegestaan krachtens lid 5.3.2'. _ | Artikel5.3.2 wordt geheel verwijderd. Aan artikel 6.1 wordt onder h toegevoegd ‘groenvoorzieningen” Artikel 7 wordt integraal vervangen door:

n.av. zienswijze ambtshalve n.av. zienswijze / ambtshalve

‘Artikel7 71

_

_ Leiding — Hoogspanning

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding — Hoogspanning’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor: de aanleg, het beheer en het onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding, met dien verstande dat:

i.

terplaatse van de aanduiding ‘hartlijn leiding - hoogspanning' de hartlijn van de 380-kV hoogspanningsleiding is gelegen.

72 721

_

Bouwregels Gebouwen

Op of in de voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van de vergunde bestaande gebouwen. 722

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Op of in de voor 'Leiding — Hoogspanning’ aangewezen gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van het beheer en onderhoud van de hoogspanningsleidingen en/of hoogspanningsmasten, met dien verstande dat: a.

de bouwhoogte maximaal 1,5 meter bedraagt;

b.

hetter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - hoogspanning' niet is toegestaan om te bouwen binnen een zone van 36 meter aan beide zijden

©.

7.3

van de hartlijn; Indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor

het bepaalde in artikel 7.2.1 ten behoeve van het bouwen van gebouwen, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de hoogspanningsleiding; b. geen onevenredige schade aan de andere aan de gronden gegeven bestemmingen wordt of kan worden toegebracht; c.

vooraf positief schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de desbetreffende leidingbeheerder.

54

74

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen

bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 741

Vergunningplicht

Het is verboden op of in de voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen

gronden

zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. hetveranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, b.

bodemverlagen, egaliseren, afgraven, diepploegen, indrijven of ophogen; het aanleggen van watergangen, het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. alsmede het verhogen of verlagen van het

c

waterpeil; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden;

d. e.

het permanent opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen; het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies,

f. g.

straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van de in lid 7.1 omschreven bestemming; hetaanbrengen, vellen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen en/of diepwortelende beplantingen. het aanleggen van zonneparken.

74.2 Uitzondering Het bepaalde in artikel 7.4.1 s niet van toepassing op: a.

normale onderhoudswerkzaamheden;

b. c.

werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende ondergrondse/bovengrondse hoogspanningsleiding:

d.

werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning mogen worden uitgevoerd.

7.4.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden a.

als bedoeld in 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:

de betreffende werken en/of werkzaamheden

hierdoor geen onevenredige

afbreuk wordt gedaan aan een veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsverbinding en niet eerder dan nadat de leidingbeheerder positief schriftelijk advies heeft uitgebracht. 7.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval

gerekend: a.

een gebruik dat geen rekening houdt met een ongestoorde werking van de bovengrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn;’

Een nieuw artikel wordt Ingevoegd onder hernummering van overige artikelen:

‘Artikel9

ambtshalve

_ Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blift bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.”

55

10

Algemene bouwregels:

ambtshalve

Artikel 10.4 wordt toegevoegd: ‘Parkeren, laden en lossen: “Een omgevingsvergunning

voor het bouwen van

gebouwen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang en de gebruiksfunctie van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren van auto's en laden en lossen op het eigen terrein en deze parkeerruimte en laad- en losvoorziening in stand wordt gehouden”. 11

De artikelen ‘Algemene gebruiksregels’ en 'Strijdig gebruik’ in het

ambtshalve

ontwerpbestemmingsplan (artikel nummering overeenkomstig ontwerpbestemmingsplan: respectievelijk artikel 10 en 11) worden bij gewijzigde vaststelling samengevoegd in een nieuw artikel 11 met de navolgende regels:

‘Artikel11

Algemene gebruiksregels

111 _ Algemeen gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken envof in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en).

11.2 _ Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; c.

straatprostitutie;

d.

mantelzorg en inwoning;

e.

12

als opslag-, stort- lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.’ Een nieuw artikel 12 wordt ingevoegd (onder hernummering van overige artikelen) | ambtshalve

met de navolgende regels:

‘Artikel 12

Algemene aanduidingsregels

121

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding(-en): a. ’overige zone - landschappelijke inpassing'; aangeduide gronden gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt.’

141

Algemene wijzigingsregels: In artikel 14.1 (in het ontwerpbestemmingsplan

ambtshalve heeft dit nog artikelnummer 13.1)

wordt de regel onder b verwijderd. 15.1.1.

| In artikel 15.1.1. (in het ontwerpbestemmingsplan heeft dit nog artikelnummer 14.1.1.) worden de regels onder d. en e. hernummerd naar respectievelijk a. en b.

ambtshalve

56

4.3 Wijzigingen in de bijlagen bij de regels De

bijlagen

bij de

regels worden

ambtshalve

gewijzigd

en

naar

aanleiding

van

zienswijzen

aangevuld. Ambtshalve wijzigingen: e

Bijlage 1 Natuurvergunning:

de bijlage wordt aangevuld

met de natuurvergunning

van

« « «

2015 en genaamd: Bijlage 1 Natuurvergunningen. Bijlage 2 Overzicht beroep of bedrijf aan huis komt te vervallen. Bijlage 3 Landschappelijk inpassingsplan wordt Bijlage 2. Bijlage 6 een nieuwe bijlage met daarin de omgevingsvergunning voor mestscheiding, waarnaar wordt verwezen na gewijzigde vaststelling in artikel 4.4.4.

Aanvulling naar aanleiding van zienswijzen: « e e

Bijlage 3 Oplegnotitie Iandschappelijk inpassingsplan. Bijlage 4 Situatieschets locatie emissiepunten Bijlage 5 Kaart begrenzing woonkern Egchel geurverordening

4.4 Wijzigingen in de toelichting De toelichting wordt ambtshalve en naar aanleiding van zienswijzen gewijzigd. De toelichting is geactualiseerd en aangevuld in lijn met beantwoording van de zienswijzen. Wezenlijke wijzigingen in de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan zijn het gevolg van het aspect stikstof en de recente Raad van State-uitspraken. De één-op-één inpassing van de natuurvergunning en het niet meer kunnen intern salderen heeft een doorwerking naar de stikstof-berekeningen, maar ook naar de geur- en fijnstofberekeningen. Deze zijn voor vaststelling geactualiseerd. Voor het overige zijn er in de toelichting wijzigingen van ondergeschikte aard doorgevoerd, veelal tekstueel. Navolgend de belangrijkste wijzigingen per paragraaf:

e

«

Paragraaf 1.1 Aanleiding: is aangevuld ter verduidelijking van de historie en beleidsuitgangspunten rondom de invulling van het LOG Egchelse Heide met een tijdlijn richting dit bestemmingsplan. Paragraaf 1.2 Kaderstellend bestemmingsplan: is aangevuld met een chronologisch overzicht van de verleende omgevingsvergunningen en natuurvergunningen. Verder is in deze paragraaf kort beschreven dat de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan verder zijn ingeperkt tot de feitelijke bestaande, planologische legale activiteiten; dit betreft met name de mestscheiding. Met als enige uitzondering op deze

e

hoofdregel de activiteiten die in de -op-één ingepaste natuurvergunning zijn vergund; dit betreft stallen en verkeer. Aanleiding hiervoor is het aspect stikstof. Verder wordt beschreven dat de stikstofregeling is aangescherpt en er extra waarborgen in de regels zijn opgenomen ten aanzien van geur en geluid. Paragraaf 2.3.4 Natuurvergunningen: is aangevuld met de kenmerken van de natuurvergunningen van 2015 en 2020. Daarbij wordt uitgelegd dat de onherroepelijke natuurvergunning van 2020 een wijziging betreft van de onherroepelijke natuurvergunning van 2015. Verder is de vermelding van de meest actuele versie van Aerius Calculator gewijzigd van v2022 naar v2024.0.1.

e

Paragraaf 3.1: de beschrijving van het planvoornemen is gewijzigd naar de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan voor vaststelling biedt. Deze zijn ingeperkt t.0.v. het ontwerp. Het bestemmingsplan staat alleen nog maar voortzetting van de bestaande mestscheiding toe, in plaats van mestbe- en verwerking in brede zin. Uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en de nieuwe mestscheidingsloods worden niet meer mogelijk gemaakt.

57

Paragraaf 3.2: is aangevuld met de oplegnotitie bij het landschappelijk inpassingsplan voor aanvullende buffercapaciteit regenwater van 20 mei 2024. De beschrijving van de wijze van bestemmen is gewijzigd van specifieke aanduiding naar gebiedsaanduiding. Hoofdstuk 4 Beleid & regelgeving: de betekenis voor het plan is aangepast op basis van de wijzigingen die zijn doorgevoerd, zoals beschreven onder 1.2.

Paragraaf 5.1.1 Aanleiding opstellen MER: is gewijzigd ten aanzien van de mestscheiding, omdat alleen nog maar de bestaande, planologisch legale mestscheiding mag worden voortgezet. Verder is deze paragraaf aangevuld met een chronologische toelichting over het MER, de eerste aanvulling op het MER, het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. en de tweede aanvulling van het MER. Paragraaf 5.2.2 Milieuzonering: bij de betekenis voor het plan is de tekst over de risicocontour van een mestvergistingsinstallatie verwijderd, meer mogelijk gemaakt wordt in dit bestemmingsplan.

omdat

deze

activiteit niet

Paragraaf 5.2.3 Geluid: de betekenis voor het plan is gewijzigd vanwege het alleen nog maar toestaan van voortzetting van de feitelijke, planologisch legale mestscheiding. Verder is een toelichting opgenomen over de toegevoegde planregel ten aanzien van geluid. Paragraaf 5.2.6 Geur: de betekenis voor het plan is gewijzigd vanwege het één-op-één inpassen van de natuurvergunning zonder mogelijkheid tot interne saldering, en het alleen nog maar toestaan van voortzetting van de feitelijke, planologisch legale mestscheiding. Toegelicht wordt dat de situering van de emissiepunten (ook) wordt gewaarborgd in de

bijlagen bij de regels. De voorgrondbelasting van geur is berekend op basis van de emissiepunt-parameters van de één-op-één ingepaste natuurvergunning. Ook is een extra berekening uitgevoerd met standaard emissiepunt-diameter 1,0 m overeenkomstig de invoerinstructie in de handleiding van V-stacks Vergunning. Ook de achtergrondbelasting is opnieuw berekend op basis van de emissiepunt-parameters van de één-op-één ingepaste natuurvergunning. De lopende aanvraag voor Rongvenweg 14 was in het ontwerp al als autonome ontwikkeling betrokken. Deze is geactualiseerd op basis van een intussen gewijzigde aanvraag van april 2023. De berekende achtergrondbelasting van het maximaal scenario (totaal ontwikkelplan) komt iets hoger

uit, maar resulteert niet in wijzigingen ten aanzien van het leefklimaat. Toegelicht wordt waarom en op welke wijze de maximale achtergrondbelasting gewaarborgd wordt in de regels van het bestemmingsplan voor vaststelling.

Paragraaf 5.2.7 Lucht: bij de betekenis van het plan zijn de achtergrondconcentraties (zeer) fijnstof geactualiseerd. De toelichting is aangevuld ten aanzien van de bronbijdrage fijnstof door veehouderijen en ten gevolge van het planvoornemen. De fijnstof-berekening van het planvoornemen is geactualiseerd. De NIBM-tool voor bijdrage PMio door extra verkeer is geactualiseerd. Paragraaf 5.2.9 externe veiligheid: de toelichting ten aanzien van de risicocontour van een mestvergistingsinstallatie is verwijderd, omdat deze activiteit niet meer mogelijk

gemaakt wordt in dit bestemmingsplan. Er is een korte toelichting opgenomen over mestscheiding. De magneetveldzone is gewijzigd van 105 meter gemeten vanaf de buitenzijde van de hoogspanningsleiding naar 115 meter gemeten vanaf de hartlijn van de hoogspanningsleiding. Paragraaf 5.2.10 stikstof en natuur: de betekenis voor het plan is aangevuld met een toelichting over de voortoets die is uitgevoerd. Er wordt een toelichting gegeven bij de recente stikstof-jurisprudentie van 18 september 2024 en 18 december 2024 en de gevolgen voor het planvoornemen. Er wordt uitgelegd dat de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan zijn ingeperkt tot voortzetting van het feitelijk, planologisch

legaal gebruik (met name de mestscheiding), met als enige uitzondering de vergunde activiteiten (stallen en verkeer) in de één-op-é6n ingepaste natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020). De stikstofdeposities zijn opnieuw berekend met de actuele versie Aerius Calculator V2024.0.1; voor de natuurvergunning van 2015 en de gewijzigde natuurvergunning van 2020, de bestaande mestscheiding en de natuurvergunning van 58

2020 plus de bestaande mestscheiding. Uit de voortoets volgt de conclusie dat voor het bestemmingsplan geen passende beoordeling nodig is.

«

«

«

De toelichting is verder aangevuld met een beoordeling van de stikstofeffecten voor het natuurnetwerk en dat er geen provinciale beschermingsregels gelden voor de externe werking ten gevolge van dit bestemmingsplan. Paragraaf 5.2.11 Gezondheid: de toelichting ten aanzien van mestverwerking is gewijzigd naar voortzetting van alleen de bestaande mestscheiding. De onderbouwing ten aanzien van spuitzones in relatie tot de aanduiding bedrijfswoning is aangevuld. Paragraaf 5.2.12 Flora en fauna: het flora en faunaonderzoek van IVN is vervangen door een nieuw flora en fauna onderzoek uitgevoerd door een adviesbureau. De resultaten zijn geactualiseerd conform dit onderzoek. De conclusies zijn hetzelfde gebleven. Paragraaf 5.4 Waterhuishouding: het bestemmingsplan is aangevuld met een Waterplan (bijlage bij de toelichting). De berekening van de waterbergingscapaciteit van de bestaande centrale waterbergingsvoorziening is conform de zienswijze van het Waterschap aanvullend berekend op basis van T=100. De bestaande voorziening heeft ook bij T=100 voldoende capaciteit voor het planvoornemen. In een oplegnotitie bij het landschappelijk inpassingsplan is de extra waterbergingscapaciteit van de poelen in dit inpassingsplan berekend als extra waarborg dat er voldoende waterbergingscapaciteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=cb6d0a15-4a5f-424a-899a-905e9ceae9dc