CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 03 Toelichting Bestemmingsplan De Horsten

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)39.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Planstatus: vastgesteld

Bestemmingsplan De Horsten

De Horsten Gemeente Peel en Maas

COLOFON Status:

vastgesteld

Datum: Zaaknummer: IMRO-Code: Auteur(s): Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk:

NL.IMRO.1894.BPL0287-VG01

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Kaderstellend bestemmingsplan 1.3 Ligging plangebied 1.4 Geldend planologisch regime 1.5 Leeswijzer

6 6 9 10 12 14

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Ruimtelijke structuur 2.3 Functionele structuur

15 15 16 16

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Planvoornemen 3.2 Landschappelijke inpassing 3.3 Verkeer & parkeren

23 23 26 28

Hoofdstuk4 Beleid & regelgeving 4.1 Nationaal beleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

29 29 31 35 36

Hoofdstuk5 Milieu- & omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Milieu 5.3 Flora & fauna 5.4 Waterhuishouding 5.5 Cultureel erfgoed 5.6 Leidingen

41 41 43 85 88 93 94

Hoofdstuk6 Juridisch plan 6.1 Toelichting op de verbeelding 6.2 Toelichting op regels 6.3 Opzet van de bestemmingsregeling

95 95 95 96

Hoofdstuk7

97

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk8 Overleg & inspraak 8.1 Overleg 8.2 Omgevingsdialoog 8.3 Inspraak

98 98 98 98

vastgesteld

3

4

vastgesteld

Toelichting

vastgesteld

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het reconstructieplan Noord- en Midden Limburg (2004) heeft de provincie Limburg zoekgebieden voor landbouwontwikkelingsgebieden aangegeven, waarbinnen de gemeente een landbouwontwikkelingsgebied (LOG) kon aanwijzen door middel van een besluit van de gemeenteraad. In een LOG kan de intensieve veehouderij zich binnen de daarvoor gestelde kaders verder ontwikkelen. De zoekgebieden voor landbouwontwikkelingsgebieden zijn in het provinciale reconstructieplan aangewezen als onderdeel van de integrale zonering intensieve veehouderij. Deze zonering had tot doel om aan te geven in welke gebieden er geen of minder mogelijkheden zijn voor verdere ontwikkeling van intensieve veehouderij (zoals zones rondom natuur) en er juist wel mogelijkheden zijn voor verdere ontwikkeling van intensieve veehouderijen. De zoekgebieden zijn begrensd op basis van diverse criteria, zoals (grote) afstanden tot natuurgebieden, woonkernen, afwezigheid van landschappelijke waarden en aansluitend bij gebiedsindeling uit de (toenmalige) provinciale omgevingsvisie. De voormalige gemeente Helden heeft in 2008 in het gebied Egchelse Heide circa 22 ha grond gekocht voor de ontwikkeling van Landbouwontwikkelingsgebied (LOG) Egchelse Heide.

De doelstelling van dit LOG was aanvankelijk om te voorzien in de mogelijkheid van nieuwvestiging van intensieve veehouderijen die elders binnen de gemeente een knelpunt vormden. De gemeente heeft destijds alle gronden opgekocht om maximale sturing te houden op milieuaspecten, met name geur, vanwege afspraken die zijn gemaakt met de inwoners van Egchel. In de Structuurvisie Intensieve Veehouderij en Glastuinbouw Buitengebied Peel en Maas (2011) heeft de gemeente Peel en Maas nader beschouwd of deze zoekgebieden voor intensieve veehouderij wenselijk en geschikt zijn voor de daadwerkelijke ontwikkeling tot LOG. Het doel van deze structuurvisie is om op gemeentelijk niveau invulling te geven aan de volgende doelstellingen: 1. Bieden van concrete mogelijkheden voor een economisch gezonde en duurzame ontwikkeling van bedrijven; 2. Ontwikkelen en borgen van een goed woon- en leefklimaat in de gemeente Peel en Maas, zowel in het buitengebied als in de kernen; 3. Ontwikkelen en versterken van een afwaartse beweging van intensieve veehouderij en glastuinbouwbedrijven die zijn gelegen in en rondom de kwetsbare gebieden en functies. De structuurvisie beoogt duidelijkheid te geven over ontwikkelingsmogelijkheden op de (middel)lange termijn. Die duidelijkheid is nodig voor de ondernemers én de inwoners van de gemeente Peel en Maas.

Onderdeel daarvan is de mogelijkheid voor nieuwvestiging van IV bedrijven als er een knelpunt wordt opgelost op een ongewenste locatie en ontwikkelruimte bieden aan bestaande bedrijven op duurzame locaties op afstand van de kernen. Het LOG Egchelse Heide is in deze structuurvisie benoemd als één van de meest geschikte gebieden voor de intensieve veehouderij om zich verder te ontwikkelen. Voor wat betreft nieuwvestiging is het LOG Egchelse Heide aangewezen als meest geschikt en het gebied dat als eerste wordt ontwikkeld. Twee andere gebieden zijn ook aangewezen als LOG, maar pas nadat het LOG Egchelse Heide is 'uit-ontwikkeld'. De gemeente Peel en Maas heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het landbouwontwikkelingsgebied Egchelse Heide nader te begrenzen en heeft als extra sturingsinstrument gronden aangekocht, om zo uitvoering te geven aan de beleidsuitgangspunten zoals vastgesteld door de Raad op 22 december 2008. Eén van deze beleidsuitgangspunten is sturen op minimaal het behoud van het woon- en leefklimaat in de kern Egchel. Voor het hele LOG Egchelse heide is op 25 juni 2013 een bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is op 1 april 2015 dit bestemmingsplan geheel vernietigd.

Het vernietigde bestemmingsplan voor het LOG voorzag in de directe vestiging van twee intensieve veehouderijbedrijven. Nieuwvestiging van maximaal nog vier intensieve veehouderijen was mogelijk via een wijzigingsbevoegdheid. Van beide rechtstreeks bestemde bedrijven heeft één bedrijf te kennen gegeven geen gebruik meer te willen maken van de aankoop van de

6

vastgesteld

kavel. Het andere bedrijf heeft de kavel wel gekocht en met deze ondernemer is een overeenkomst gesloten op basis waarvan de gemeente onder andere de verplichting heeft de realisatie van de beoogde intensieve veehouderij planologisch mogelijk te maken. Met onderhavig bestemmingsplan voor De Horsten wordt invulling gegeven aan deze verplichting. Mede door veranderende omstandigheden in de agrarische sector, veel agrarische bedrijven gaan stoppen of zijn al gestopt, heeft de grondverkoop in het gebied lang stil gelegen. Er waren geen intensieve veehouderijen meer die een knelpunt vormden en die hierdoor dringend op zoek waren naar een locatie om een nieuw bedrijf te kunnen starten. Eén van de twee bedrijven die rechtstreeks werden toegestaan in het vernietigde bestemmingsplan voor het LOG heeft afgezien van de nieuwvestiging in het LOG. De beoogde centrale mestverwerker is ook niet doorgegaan. En er lagen contractuele verplichtingen met de andere ondernemer die wel een kavel aan De Horsten had aangekocht. De Raad heeft daarom op 29 september 2015 besloten de begrenzing van het LOG te handhaven en de invulling en kaders te verbreden, en ingestemd met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor het LOG met verbrede kaders. Dit zonder de gemaakte afspraken met de inwoners van Egchel te kort te doen.

Het oplossen van een knelpunt is als voorwaarde voor nieuwvestiging in het LOG losgelaten. Het was van belang dat de kavels verkocht konden worden door de gemeente en er was wel belangstelling bij ondernemers uit de omgeving. De verbrede kaders boden de mogelijkheid tot nieuwvestiging of uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijen uit de gemeente Peel en Maas. Met het bouwvlak per kavel werd aangesloten bij bestemmingsplan Buitengebied: (2,5 ha) tot maximaal 4 ha. Verder werd een alternatieve invulling van het LOG mogelijk gemaakt (alternatief voor o.a. de centrale mestverwerking). In 2017 heeft de laatste grondtransactie plaatsgevonden en zijn er twee intensieve veehouderijen gevestigd, in plaats van de aanvankelijk beoogde zes bedrijven. Het oppervlakte van het totale LOG kwam hiermee uit op ongeveer 14 ha. Bij de verkoop van de gronden aan De Horsten aan de betreffende ondernemer zijn door de gemeente afspraken gemaakt over de ontwikkelmogelijkheden op de aangekochte gronden in het LOG. Aanvankelijk voor de twee kavels aan De Horsten 20 en De Horsten 17 en later kwam de kavel aan de Melkweg hier nog bij (voorheen Melkweg 22; dit was de kavel voor de aanvankelijke beoogde centrale mestverwerking). In januari 2017 en februari 2018 is de gemeenteraad bijgepraat over de op stapel zijnde ontwikkeling van de twee ondernemers die het LOG willen invullen.

Aanvankelijk was de kavel aan de Melkweg bedoeld voor nog een derde ondernemer, maar deze kavel is verdeeld tussen de twee ondernemers die daadwerkelijk in het LOG zijn gevestigd: De Horsten 17-20 en Rongvenweg 14. Destijds is aangegeven dat het in procedure brengen van het nieuwe bestemmingsplan mede afhankelijk is van de verkoop en invullingswijze door deze bedrijven. De gewijzigde inzichten met betrekking tot de geuremissie van gecombineerde luchtwassers (minder effectief) en de ontwikkelingen op het gebied van gezondheidseffecten voor de omgeving (onder andere fijnstof) zijn mede aanleiding geweest om de mogelijkheden en wijze met betrekking tot de beoogde invulling van het LOG nog eens kritisch te bekijken. Om de ontwikkelingen in het gebied toch mogelijk te maken is in de tussentijd gewerkt met omgevingsvergunningen, waardoor twee partijen zich inmiddels in het gebied hebben kunnen vestigen/uitbreiden. De eigenaar van De Horsten 17 en De Horsten 20 was in 2012 het bedrijf dat de eerste kavel (nu De Horsten 20) heeft gekocht. Aanvankelijk was uitbreiding van de varkenshouderij op de Jacobusstraat 42 beoogd. Deze varkenshouderij ligt bij de woonkern Egchel, waardoor bekeken is of dit bedrijf op grotere afstand van de woonkern in het LOG kon ontwikkelen. In 2012 is op de locatie Jacobusstraat 42 de laatste nieuwe stal gebouwd.

Na figuur 1 worden alle verleende vergunningen in chronologische volgorde beschreven. Deze ondernemer heeft uiteindelijk drie kavels aangekocht: De Horsten 20, De Horsten 17 en de ongenummerde kavel aan de De Horsten-Melkweg. Door de vernietiging van het bestemmingsplan voor het LOG Egchelse Heide in 2015 kon de gemeente haar verplichting ten aanzien van maken van een bestemmingsplan voor het te vestigen bedrijf niet nakomen. Om toch voor een deel hieraan te kunnen voldoen, is ervoor gekozen om via een omgevingsvergunning (voor onder andere het afwijken van het bestemmingsplan) de oprichting van nieuwe stallen met bijbehorende voorzieningen planologisch mogelijk te maken.

vastgesteld

7

Deze ondernemer heeft het toekomstplan voor het totale beoogde bedrijf globaal uitgewerkt en wil deze bedrijfsopzet gefaseerd gaan realiseren in de komende jaren.Daarvoor heeft de ondernemer alle benodigde gronden van de gemeente aangekocht (in totaal circa 10 ha) en is een overeenkomst gesloten tussen de ondernemer en de gemeente. In de geactualiseerde overeenkomst van 20 mei 2021 staat een inspanningsverplichting voor de gemeente om de beoogde bedrijfsopzet qua bestemming en vergunningen mogelijk te maken. Het bedrijfsontwikkelingsplan is nog niet geconcretiseerd door de ondernemer. Er zijn dan ook nog geen vergunningaanvragen, specifieke onderzoeken of onderbouwingen opgesteld of ingediend door de ondernemer. Om als gemeente te voldoen aan de inspanningsverplichting die is aangegaan is het onderhavige kaderstellend bestemmingsplan 'De Horsten' opgesteld. Medewerking is mogelijk op basis van een partiële bestemmingsplanherziening als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Omdat het ontwerp-bestemmingsplan is vastgesteld voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet dient dit bestemmingsplan op basis van overgangsrecht in de Omgevingswet nog vastgesteld te worden op basis van oud recht (de oude wet- en regelgeving die gold voor 1 januari 2024).

In dit bestemmingsplan wordt in de regels voor de noodzakelijke aspecten een normering, plafond en/of voorwaardelijke verplichting opgenomen, hetgeen verder uitgewerkt en onderbouwd zal moeten worden in een toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning. De bestaande, planologisch legale activiteiten (bestaande stallen, mestopslagen en mestscheiding) worden ook planologisch verankerd in dit bestemmingsplan.

Figuur 1. Ligging van het voormalige LOG Egchelse Heide (rood omlijnd gebied)

Ontwikkeling van varkenshouderij op De Horsten 20 en De Horsten 17 De bestaande situatie bestaat uit de volgende activiteiten: Varkenshouderij met de reguliere functioneel ondersteunende activiteiten. Mestopslag en mobiele mestscheiding van drijfmest die is geproduceerd op locatie De Horsten 20 en 17 én op 'thuislocatie' Jacobusstraat 42. Op basis van de op 21 september 2012 vastgestelde omgevingsvergunning voor 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening', 'bouwen van een bouwwerk' en 'oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting' heeft de varkenshouderij zich op De Horsten 20 gevestigd met één biggenstal.

8

vastgesteld

Voor de mobiele mestscheiding op het perceel tegenover De Horsten 20 is op 20 februari 2019 een omgevingsvergunning voor 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening', 'bouwen van een bouwwerk' en 'oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting' verleend. Deze omgevingsvergunning ziet toe op het plaatsen van twee mestsilo's voor opslag van drijfmest en dunne fractie en voor mobiele mestscheiding met als aanvullend voorschrift dat maximaal 12x per jaar, in de dagperiode van 7.00u-19.00u, de mobiele mestscheidingsinstallatie in werking mag zijn. Bij deze mobiele mestscheiding hoort een opslagvoorziening (mestplaat) voor opslag van de stapelbare dikke fractie die ontstaat na scheiding. Op 14 mei 2020 is een eerste fase omgevingsvergunning voor 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening' en 'oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting' verleend voor uitbreiding van het bedrijf op De Horsten 20 en 17 (alle gerealiseerde varkensstallen) én het scheiden van drijfmest afkomstig van De Horsten 17, De Horsten 20 én Jacobusstraat 42 met een uitbreiding van de mestverwerkingscapaciteit naar maximaal 20.000 m3/jaar. Op 22 oktober 2020 is de bijbehorende tweede fase omgevingsvergunning voor 'bouwen van een bouwwerk' verleend en is deze omgevingsvergunning onherroepelijk en van kracht geworden voor onbepaalde tijd.

Op 20 augustus 2020 is voor De Horsten 20 en De Horsten ongenummerd een vergunning verleend op grond van de Wet natuurbescherming (zaaknummer en kenmerk 2018-206531). Deze Wnb-vergunning is onherroepelijk en wijzigt de onderliggende onherroepelijke natuurvergunning van 1 oktober 2015 die is verleend op grond van artikel 16/19d Natuurbeschermingswet 1998 voor het oprichten en exploiteren van een varkenshouderij aan De Horsten 20 te Egchel (zaaknummer 2014-0012 met kenmerk 2015/71566).. Beide vergunningen zien toe op de oprichting en uitbreiding van de varkenshouderij aan De Horsten. De natuurvergunning van 2020 komt overeen met het totale ontwikkelplan waar het onderhavige bestemmingsplan 'De Horsten' het planologisch kader voor gaat vormen. Beide natuurvergunningen zijn niet verleend voor de mestscheidingsactiviteit. De natuurvergunde situatie is nog niet geheel gerealiseerd als gevolg van het lange traject voor het (voormalige) bestemmingsplan LOG Egchelse Heide én de voorbereidingsperiode voor onderhavige bestemmingsplanprocedure.

1.2

Kaderstellend bestemmingsplan

Dit betreft een kaderstellend bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan worden de planologische kaders gesteld waarbinnen de latere gefaseerde aanvragen om een omgevingsvergunning ingepast moeten worden. De bestaande situatie wordt planologisch verankerd in dit bestemmingsplan. Het beoogde plangebied is ongeveer 12 ha groot (waarvan circa 10 ha in eigendom van de ondernemer), met 3 bouwvlakken van in totaal 8,7 ha: 1. Bouwvlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 20: 28.093 m2 (2,8 ha) 2. Bouwvlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 17: 30.548 m2 (3,1 ha) 3. Bouwvlak voor mestscheiding en mestopslag, bedrijfswoning, voerloods, sleufsilo, landschappelijke inpassing op kavel Melkweg / De Horsten ongenummerd: 27.965 m2 (2,8 ha). Binnen dit bouwvlak worden geen dierenverblijven toegestaan. Het bouwvlak per kavel voor intensieve veehouderij mag volgens het Raadsbesluit van 29 september 2015 maximaal 4 ha bedragen. De twee kavels voor de varkenshouderij zijn samen met de kavel voor de mestverwerking, bedrijfswoning e.v. eigendom van dezelfde varkenshouderij; en tevens eigenaar van de varkenshouderij op Jacobusstraat 42. Voornoemde bouwvlakken per kavel (bij de opsommingstekens) hebben een relatie met elkaar en betreffende dezelfde intensieve veehouderij.

Nu twee bedrijven in plaats van de aanvakelijk beoogde zes bedrijven de gronden in het LOG hebben aangekocht en de begrenzing van het LOG door de Raad in 2015 niet is gewijzigd, is het een logisch gevolg dat de twee veehouderijbedrijven die in dit gebied grond hebben gekocht om te ontwikkelen (in totaal) meer dan 4 ha bouwvlak voor intensieve veehouderij krijgen. Binnen plangebied De Horsten hebben de twee bouwvlakken waar intensieve veehouderij is toegestaan een gezamenlijk oppervlakte van ongeveer 6 ha. Doordat de drie bouwblokken binnen plangebied De Horsten een relatie met elkaar hebben, wordt de geuremissie uit alle stallen (als één bedrijf) betrokken in één geurberekening van de voorgrondbelasting. Deze totale voorgrondbelasting van geur wordt vervolgens getoetst aan de gemeentelijke geurnormen

vastgesteld

9

voor omliggende woningen. Als dit drie afzonderlijke intensieve veehouderijen met ieder een bouwblok tot 4 ha zouden zijn geweest, zoals aanvankelijk was beoogd voor het LOG, dan zou de voorgrondbelasting door geur per bedrijf/bouwblok berekend en getoetst worden aan de gemeentelijke geurnormen. In dat geval zou per veehouderijbedrijf een hogere geuremissie vergunbaar zijn dan nu door onderhavig bestemmingsplan dat één veehouderijbedrijf met 6 ha intensieve veehouderij planologisch mogelijk maakt. Dit bestemmingsplan bevat verder beperkende kaders en randvoorwaarden die een aanvaardbaar leefklimaat ten aanzien van met name geur, geluid, ammoniak en fijnstof waarborgen. Voor de woonkern Egchel wordt het beleidsuitgangspunt dat het leefklimaat door geur in de woonkern Egchel niet mag verslechteren (zoals vastgesteld door de Raad op 22 december 2008) planologisch verankerd in dit bestemmingsplan. En het bestemmingsplan bevat een strikte stikstofregeling op basis waarvan er geen significant nadelige effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden kunnen optreden. Voor de maximale mogelijkheden van dit bestemmingsplan is de onherroepelijke natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020) leidend, omdat deze één-op-één in het bestemmingsplan is ingepast. De feitelijke, planologisch legale mestscheiding mag binnen dit bestemmingsplan worden voortgezet.

Uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit en de door de ondernemer beoogde mestscheidingsloods zijn niet toegestaan op basis van de stikstofregeling in dit bestemmingsplan. Het ontwerp-bestemmingsplan is op 18 juli 2023 vastgesteld en op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van de zienswijzen gedurende 6 weken voor een ieder ter visie gelegd. De ingediende zienswijzen zijn bij de besluitvorming betrokken en beantwoord in de 'Nota van zienswijzen en wijzigingen' die als Bijlage 1 bij de toelichting is gevoegd. De zienswijzen hebben (tesamen met actuele ontwikkelingen en jurisprudentie) geresulteerd in aanpassing van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp. Zie voor een opsomming van de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp hoofdstuk 4 van de Nota van zienswijzen en wijzigingen. De maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan zijn verder ingeperkt en er zijn er extra waarborgen opgenomen ten aanzien van de aspecten stikstof, ammoniak, geur en geluid. In navolging op de recente stikstof-uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 (zie de toelichting in paragraaf 5.2.10 en de voortoets Natura2000-gebieden in Bijlage 10) staat het bestemmingsplan geen interne saldering meer toe.

De feitelijke, planologisch legale situatie mag worden voortgezet (met name de bestaande mestscheiding), met als enige uitzondering hierop de één-op-één ingepaste natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020). Deze natuurvergunning ziet alleen toe op de varkensstallen en verkeer, niet op de mestscheidingsactiviteit.

1.3

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan De Horsten in Egchel. De locatie ligt in het landbouwontwikkelingsgebied tussen Egchel en het afwateringskanaal. De kern Egchel ligt op een afstand van ongeveer 1,5 km van het plangebied. De omgeving van het plangebied bestaat overwegend uit agrarische gronden en veehouderijen. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Melkweg. De weg De Horsten loopt door het midden van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere grote intensieve veehouderijen aanwezig. Er liggen twee burgerwoningen binnen een afstand van 1 km van de beoogde bouwvlakken voor intensieve veeehouderij waar dierenverblijven toegestaan zijn: Karissendijk 10 op circa 220 meter en Rongvenweg 8 op circa 600 meter. Het plangebied wordt doorkruist door een 380kV hoogspanningsleiding met daaronder een onbebouwd perceel met een waterbergingsvoorziening omringd door opgaand groen.

10

vastgesteld

Figuur 2. Globale ligging plangebied Het plangebied is ongeveer 12 ha groot. Binnen het plangebied liggen de locatieadressen De Horsten 20 en 18 (biggenlocatie; in dit bestemmingsplan noemen we dit De Horsten 20) en De Horsten 17 (zeugenlocatie). Vanwege I&R-regelgeving hebben de stallen meerdere locatieadressen. Aan het perceel met de mestopslag en mestscheiding is geen adres toegekend.

vastgesteld

11

Figuur 3. Plangebied, rood omkaderd De begrenzing van het plangebied wordt aan de zuidzijde gevormd door de Melkweg. De straat De Horsten doorkruist het plangebied. Aan de oostzijde ligt de varkenshouderij Rongvenweg 14. Dit is het tweede bedrijf dat zich in het landbouwontwikkelingsgebied heeft gevestigd. Dit varkensbedrijf is ook nog in ontwikkeling. Verder wordt het plangebied omringd door onbebouwde landbouwgrond.

1.4

Geldend planologisch regime

Bestemmingsplannen Voor het gehele plangebied is het bestemmingsplan “Buitengebied Helden” van toepassing zoals vastgesteld op 16 september 1991. De gronden hebben de bestemming ‘agrarische doeleinden gebied met landschappelijke openheid’. Aanvullend is, op 9 januari 2006, door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Helden het bestemmingsplan „Voorschriften herziening Ariba, gemeente Helden" vastgesteld. Dit bestemmingsplan, dat op 18 april 2006 is goedgekeurd door GS van Limburg, voorziet in het vastleggen van de provinciale POL-uitwerking BOM+ en het vastleggen van de zonering voor de intensieve veehouderij, zoals deze in het Reconstructieplan Noord- en Midden-Limburg is vastgesteld.

12

vastgesteld

Omgevingsvergunningen voor afwijking van het bestemmingsplan Op basis van de op 21 september 2012 vastgestelde omgevingsvergunning voor 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening', 'bouwen van een bouwwerk' en 'oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting' heeft de varkenshouderij zich op De Horsten 20 gevestigd met één biggenstal. Voor de mobiele mestscheiding en mestopslag op het perceel tegenover De Horsten 20 is op 20 februari 2019 een omgevingsvergunning voor 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening', 'bouwen van een bouwwerk' en 'oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting' verleend. Op 14 mei 2020 is een eerste fase omgevingsvergunning voor 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening' en 'oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting' verleend voor uitbreiding van het bedrijf op De Horsten 20 en 17 (alle gerealiseerde varkensstallen) én het scheiden van drijfmest afkomstig van De Horsten 17, De Horsten 20 én Jacobusstraat 42 met een uitbreiding van de mestverwerkingscapaciteit naar maximaal 20.000 m3/jaar. Op 22 oktober 2020 is de bijbehorende tweede fase omgevingsvergunning voor 'bouwen van een bouwwerk' verleend en is deze omgevingsvergunning onherroepelijk en van kracht geworden voor onbepaalde tijd.

Figuur 4. Uitsnede ruimtelijkeplannen.nl, omgevingsvergunning 2020 In onderstaande afbeelding staat de situatieschets van de vergunde situatie. De bestaande bouwvlakken zijn samen 26.500 m2 groot (2,65 ha).

vastgesteld

13

Figuur 5. Vergunde situatie

1.5

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie in het plangebied beschreven; in hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in hoofdstuk 4 wordt het voorgenomen plan beschreven; in hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; in hoofdstuk 6 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; in hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; in hoofdstuk 8 worden de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.

14

vastgesteld

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis

Voor 1800 lag het plangebied in een landschap dat bestond uit heide met vennen en moerassen. Gaandeweg de negentiende eeuw is het plangebied ontgonnen en in gebruik genomen als weiland en bos. In deze periode is ook een aantal wegen langs het plangebied ontstaan, die het gebied toegankelijk maakten voor de bewoners van Egchel. In het verleden maakte het projectgebied en omgeving onderdeel uit van een grootschalig heidegebied (woeste gronden), doorsneden door paden en karresporen, maar vrij van bebouwing. Halverwege de 19e eeuw werden grote delen van deze woeste gronden bebost ten behoeve van de mijnbouw in Zuid-Limburg, waar een grote behoefte bestond aan hout om de mijnen te stutten. Het bos is geleidelijk aan in de 20e eeuw verdwenen en de gronden zijn ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn er in de omgeving een aantal varkenshouderijen opgericht. Deze hebben zich in de loop der jaren doorontwikkeld tot de huidige omvang. Het landschap heeft zich door de jaren heen ontwikkeld tot een grootschalig en open landschap, te typeren als een jonge heideontginning.

Situatie 1925, locatie was nog bos

Situatie 1980, locatie bestaat uit landbouwgrond met een veehouderijbedrijf

Figuur 6. Historische situatie

vastgesteld

15

2.2

Ruimtelijke structuur

Het dorp Egchel ligt in een heideontginningslandschap op een overgang van meer droge naar natte gronden. De geschiedenis van het landschap is tegenwoordig nog steeds te herkennen. Naar het zuiden toe vormen historische wegen tussen Egchel en het landschap een duidelijk herkenbaar patroon. Veel groenelementen in het plangebied lopen langs de historische wegen. Hiernaast liggen hier en daar groenelementen haaks op de wegen. Dit zijn veelal bomenrijen. Tussen de akkers liggen enkele watergangen met braamstruweel. De meer open agrarische gronden beschikken over lange vergezichten in de richting van de historische wegen. Ten zuiden van het plangebied ligt het Afwateringskanaal en de Kanaaldijk, geflankeerd met bomenrijen. Het afwateringskanaal vormt een fraaie scheidslijn in het landschap. Direct ten zuiden van het afwateringskanaal ligt het windmolenpark Egchelse heide.

2.3

Functionele structuur

Omgeving Het plangebied maakt onderdeel uit van een landbouwontwikkelingsgebied (het voormalige LOG Egchelse Heide). De begrenzing van het landbouwontwikkelingsgebied is vastgelegd in de structuurvisie intensieve veehouderij en glastuinbouw (IV en glas), als onderdeel van de structuurvisie buitengebied Peel en Maas. Het landbouwontwikkelingsgebied is een gebied van ruim 20 ha gelegen tussen de Karissendijk, Melkweg en Rongvenweg ten zuidwesten van het dorp Egchel. Het is een gebied met een sterk agrarisch karakter, zonder belemmerende factoren die een duurzame ontwikkeling van veehouderijen in de weg staan. De primaire functie van het plangebied is een agrarische bedrijfslocatie met bijbehorende gebouwen en voorzieningen. De weg De Horsten doorkruist het plangebied. De agrarische bedrijfslocatie wordt omringd door weiland en akkerland. In de omgeving komen verschillende functies voor, maar het grootste aandeel wordt gevormd door de functie intensieve veehouderij. Ten noorden van De Horsten 17 is een beëindigde nertsenhouderijlocatie aanwezig. De toekomstige functie van deze locatie is nog niet bekend, maar de mogelijkheden voor nieuwe bedrijfsbebouwing ter plaatse van de leegstaande sheds zijn beperkt vanwege de ligging onder de hoogspanningsleiding en de bouwbeperkingen die hier gelden.

Het is dan ook niet aannemelijk dat op deze plek omgeschakeld wordt naar een ander type intensieve veehouderij. Verder zijn er grote, toekomstgerichte varkenshouderijen aanwezig in het gebied. Buiten het landbouwontwikkelingsgebied is in het buitengebied sprake van menging tussen agrarische en niet-agrarisische bedrijvigheid en wonen. Plangebied Het plangebied ligt aan De Horsten in Egchel en ligt in het landbouwontwikkelingsgebied tussen de woonkern Egchel en het afwateringskanaal. Binnen het plangebied is sinds 2012 een varkenshouderij gevestigd. Dit bedrijf heeft zich hier gevestigd op basis van de gebiedsvisie voor het landbouwontwikkelingsgebied. In paragraaf 1.3 is de bestaande, vergunde situatie al toegelicht. Het bestaande bouwvlak is 2,65 ha groot. Tussen de bouwvlakken loopt een 380 kV hoogspanningslijn. Buiten de bouwvlakken is een deel van de gronden in het plangebied ingericht als waterberging en bestemd voor landschappelijke inpassing. Overige grond is in agrarisch gebruik.

16

vastgesteld

Figuur 7. Globale begrenzing van het plangebied (rood omlijnd) 2.3.1

Bebouwing en overige voorzieningen

De bebouwing en voorzieningen, zoals mogelijk gemaakt met omgevingsvergunningen, is onder te verdelen in drie deelgebieden (zie onderstaande figuur).

Figuur 8. Bestaande situatie - 3 deelgebieden

Deelgebied 1: Op deze locatie is de vergunde biggenstal aanwezig. Met deze nieuwbouw stal heeft het bedrijf zich in 2012 op deze locatie gevestigd. In deze stal worden 6.240 gespeende biggen gehouden. In 2020 is een omgevingsvergunning verleend voor een tweede biggenstal binnen deelgebied 1. De omliggende landbouwgronden worden gebruikt voor het telen van akkerbouwgewassen.

vastgesteld

17

Figuur 9. Luchtfoto biggenstallen op De Horsten 20 in deelgebied 1 (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 18 april 2022)

Deelgebied 2: Aan de overzijde van de bestaande biggenstal zijn twee mestsilo’s en verharding aanwezig. Deze zijn vergund in 2012. Deze verharding wordt gebruikt voor het bereiken van de silo’s en de plaatsing van de gehuurde mestscheider. Voor deze locatie is een omgevingsvergunning verleend om ter plaatste maximaal 12x per jaar 'eigen' mest van De Horsten en Jacobusstraat 42 te scheiden in een dunne en dikke fractie. Er wordt geen mest van derden verwerkt op deze locatie. De dunne fractie wordt verpompt naar de mestsilo en de dikke fractie wordt tijdelijk in de buitenlucht opgeslagen. De opslagcapaciteit van de vergunde, bestaande mestopslagvoorzieningen betreft: drijfmest: mestsilo maximaal 1.092 m3 dunne fractie: mestsilo maximaal 535 m3 dikke fractie: opslagvoorziening stapelbare mest 250 m3

18

vastgesteld

Figuur 10. Luchtfoto mestsilo's met drijvende afdekking in deelgebied 2 (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 18 april 2022)

Deelgebied 3: Even verderop in de straat De Horsten is een landbouwperceel aanwezig waar met verlenen van de omgevingsvergunning in 2020 een zeugenstal is toegestaan. Deze stal is recent gebouwd. Deze stal is enkele punten afwijkend van de omgevingsvergunning van 2020 én van de natuurvergunning van 2020 gerealiseerd. Ten opzichte van de omgevingsvergunning wijken de dierbezetting en de emissiepunt-parameters af. Ten opzichte van de natuurvergunning wijken alleen de emissiepunt-parameters af. De bestaande dierbezetting in deze zeugenstal is wel in overeenstemming met de dierbezetting in de natuurvergunning van 2020. Met de wijziging van de omgevingsvergunning 1ste fase die op 21 juli 2023 is aangevraagd en op 24 april 2024 in ontwerp is gepubliceerd, beoogt de ondernemer deze stal voor de milieubelastende activiteit (kortgezegd: de milieuvergunning) te legaliseren. Hierbij wordt ten aanzien van de emissiepunt-parameters intern gesaldeerd ten opzichte van de natuurvergunning van 2020 en is sinds de Raad van State-uitspraken van 18 december 2024 een (natuur)vergunningplicht met terugwerkende kracht ontstaan. Doordat deze stal in de periode tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2025 is gebouwd en in gebruik is genomen stelt de Afdeling een overgangsperiode van vijf jaar (tot 1 januari 2030) waarin de provincie niet handhavend kan optreden ten aanzien van de natuurvergunning.

Dit biedt de ondernemer de mogelijkheid om na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan een nieuwe omgevingsvergunning (voor bouw en milieu) in te dienen om de emissiepunt-parameters van deze stal fysiek in overeenstemming te brengen met de vergunde emissiepunt-parameters in de onherroepelijke natuurvergunning van 2020 en met het onherroepelijke bestemmingsplan.

vastgesteld

19

Figuur 11. Luchtfoto zeugenstal op De Horsten 17 in deelgebied 3. Ten zuiden van de stal het stuk perceel onder de hoogspanningslijn dat is gericht als waterbergingsvoorziening (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 18 april 2022) 2.3.2

Dieraantallen

In de omgevingsvergunning uit 2020 zijn onderstaande dierenaantallen vergund. Navolgende figuur bevat tevens een overzicht van bijbehorende ammoniak-, geur- en fijnstofemissies. Tabel 1: Dierbezetting en stalemissies in de bestaande situatie conform de omgevingsvergunning van 2020

20

vastgesteld

2.3.3

Groen

Ten behoeve van de omgevingsvergunning van 22 oktober 2020 (voor de bestaande situatie) is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt (Landschapsplan, projectnummer 16420-BA010/18307-AA005, laatst gewijzigd 17 december 2019, ingediend 20 december 2019, en het Onderhoudsplan landschappelijke inpassing, kenmerk FA/16420.BA010/418502, laatst gewijzigd 15 januari 2020, ingediend 30 januari 2020). Deze is opgenomen in de omgevingsvergunning van 2020 met hierin een verplichting voor de ondernemer om de landschappelijke inpassing te realiseren en te onderhouden. De inpassing moet volgens de voorschriften uiterlijk gerealiseerd zijn in de eerstvolgende plantperiode (1 november t/m 1 maart) nadat het 'bouwwerk' is opgeleverd. In 2022 zijn de vergunde nieuwe stallen opgeleverd. Na realisatie is de ondernemer verplicht de landschappelijke inpassing te beheren en in stand te houden conform het onderhoudsplan. Voor het totale ontwikkelingsplan is een nieuw landschappelijk inpassingsplan gemaakt. In paragraaf 3.2 wordt de landschappelijke inpassing van het bedrijf verder toegelicht. Dit landschappelijk inpassingsplan maakt onderdeel uit van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het onderhavige bestemmingsplan en voorziet in de inpassing van het hele toekomstige bedrijf, rekening houdend met een gefaseerde realisatie.

Binnen het plangebied heeft de gemeente landschappelijke elementen gerealiseerd conform het landschapsplan voor het LOG Egchelse Heide. Aan de oostzijde van De Horsten is vanaf de kruising met de Melkweg een boomsingel aangeplant. Op de noordelijke perceelsgrens van de kavel De Horsten 17 is een groenstructuur aangeplant. Verder is er in het midden van het plangebied een groenstructuur met waterbergingsvoorziening gerealiseerd. 2.3.4

Vergunning Wet natuurbescherming

Voor het totale ontwikkelplan is een rechtsgeldige, onherroepelijke vergunning art. 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming voor Natura2000-gebieden aanwezig (Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg van 20 augustus 2020, zaaknummer 2018-206531). Deze vergunning ziet toe op stalemissies en bij het bedrijf horende vervoersbewegingen. Hiervan is een gedeelte nog niet gerealiseerd en wordt slechts een gedeelte van de vergunde stikstofemissies (NH3 en NOx) uitgestoten. De ammoniakemissie die vergund is voor de bestaande stallen 1, 2 en 5 staat opgenomen in voorgaande tabel 1. De natuurvergunning is een toestemming om de vergunde activiteiten uit te mogen voeren en wordt één op één ingepast in het bestemmingsplan in combinatie met een planregel op basis waarvan een toename in stikstofemissie en -depositie ten opzichte van deze natuurvergunning niet wordt toegestaan. De natuurvergunning heeft betrekking op een emissie van 7.077,58.kg NH3/jaar uit stallen en 13,58 kg NOx/jaar door verkeer. Deze emissies zijn gebaseerd op de in 2020 geldende emissiefactoren. De natuurvergunning heeft betrekking op de vergunde dieraantallen met stalsystemen en niet op de stikstofemissies en -deposities. De gehanteerde emissiefactoren voor ammoniak zijn nog steeds actueel. De emissiefactoren voor voertuigen zijn licht gedaald.

De depositieberekeningen die ten grondslag liggen aan deze natuurvergunning en de hiervoor uitgevoerde passende beoordeling zijn uitgevoerd met Aerius Calculator V2019. De vergunde stikstofdepositie op Natura2000-gebieden is op basis van de vergunde activiteiten herberekend met de meest actuele emissiefactoren en laatste versie van Aerius Calculator V2024.1.2. Hierin zijn ook de Duitse Natura2000-gebieden betrokken. In paragraaf 5.2.10.2 wordt het stikstofaspect in relatie tot de Wet natuurbescherming verder uitgewerkt.

vastgesteld

21

2.3.5

Verkeer

De beoogde ontwikkeling vindt plaats aan De Horsten. Deze weg is een verharde weg tot aan de inrit van zeugenlocatie en wordt ontsloten aan de Melkweg aan de zuidzijde. Deze weg wordt niet door doorgaand verkeer gebruikt. Via de Melkweg zijn de provinciale wegen N562 en N275 goed bereikbaar. Het aan- en afrijdend verkeer bestaat hoofdzakelijk uit vrachtwagens voor transport van voer, varkens en mest. Naast aan- en afvoer van producten en goederen vinden er ook tussen de varkenshouderijlocaties transportbewegingen plaats. De biggen die worden geboren in de zeugenstal worden bijvoorbeeld naar de biggenstallen getransporteerd. Het aantal vervoersbewegingen in de bestaande situatie bedraagt maximaal: 30 vrachtwagens per week (360 zware voertuigen per jaar); 25 personenauto's per week (300 lichte voertuigen per jaar).

Figuur 12. Wegenstructuur in en rondom het plangebied

22

vastgesteld

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Planvoornemen

De ondernemer heeft zich in 2012 gevestigd op De Horsten 20 met een biggenstal en twee mestsilo's zoals te zien op de oude luchtfoto's in figuur 2. Deze nieuwvestiging heeft plaatsgevonden op basis van de gebiedsvisie voor het LOG Egchelse Heide. In 2012 en 2020 is een omgevingsvergunning verleend voor de bestaande twee biggenstallen op De Horsten 20 en de bestaande zeugenstal op De Horsten 17. Deze uitbreidingen zijn feitelijk gerealiseerd, maar de zeugenstal wijkt af van de in 2020 verleende omgevingsvergunning en daarvoor is in 2024 een aanvraag tot wijziging van de omgevingsvergunning ingediend en deze is nog steeds in procedure. De ondernemer heeft een totaal bedrijfsontwikkelingsplan met de bedoeling om dit gefaseerd te realiseren. De huidige planologische kaders en regelingen bevatten geen rechtstreekse mogelijkheden voor de gefaseerde uitbreidingen. Het kaderstellende bestemmingsplan voorziet wel in het planologische kader voor het totale bedrijfsontwikkelingsplan. Voor het totale planvoornemen is door de provincie Limburg al een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming verleend. Deze natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020) is inmiddels ook onherroepelijk. Het bedrijfsontwikkelingsplan bestaat uit: Drie nieuwe biggenstallen op De Horsten 20-18 en drie nieuwe zeugenstallen op De Horsten 17.

Uitbreiding van de opslagcapaciteit van de mestsilo's en een nieuw mestbassin. Uitbreiding in dieren betekent ook extra mestproductie en daarvoor is extra opslagcapaciteit nodig. Voortzetting van de bestaande planologisch legale mestscheiding (geen uitbreiding). Een voerloods voor het mengen van enkelvoudige grondstoffen en premixen tot varkensvoer (droogvoer) en enkele nieuwe sleufsilo's; Een nieuwe bedrijfswoning gericht op de Melkweg.

Figuur 13. Situatieschets van het toekomstplan (globale situering)

Huisvesting voor arbeidsmigranten wordt niet mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan De ondernemer wilde graag maximaal 8 arbeidsmigranten die werkzaam zijn op het eigen bedrijf

vastgesteld

23

tijdelijke, short-stay huisvesting kunnen bieden binnen het plangebied. In de onderzoeken die zijn uitgevoerd voorafgaand aan het ontwerp-betsemmingsplan is de gewenste huisvesting voor arbeidsmigranten onderzocht. Besloten is om geen huisvesting voor arbeidsmigranten planologisch mogelijk te maken in het (ontwerp) bestemmingsplan. De beoogde situering van de bedrijfsbebouwing, stallen, mestverwerking, nieuwe voerloods en nieuwe bedrijfswoning wordt voor een groot deel bepaald door de hoogspanningsleiding die door het plangebied loopt, ten gevolge van beperkingen in de bouwregels voor gebouwen en bouwwerken en magneetvelden. In voorgaande situatieschets is hiermee rekening gehouden. De voorgenomen opzet is de meest realistische invulling van de totale varkenshouderij met bijbehorende gewenste bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De voorgenomen bedrijfsactiviteiten worden navolgend toegelicht: - Uitbreiding varkensstallen Naast de gerealiseerde, vergunde stallen maakt het bestemmingsplan nog drie nieuwe biggenstallen en drie nieuwe zeugenstallen planologisch mogelijk. Het totaal aantal varkens bedraagt na volledige realisatie: 33.120 gespeende biggen, 5.000 (op)fokzeugen en 16 dekberen. In de volgende tabel is de dierbezetting van het totale bedrijfsontwikkelingsplan opgenomen. Locatie

Rav-code

Diersoort

Dieraantal

De Horsten 20

D1.1.15.4

Gespeende biggen

33.120

De Horsten 17

D1.3.12.4

Guste en dragende zeugen 3.340

D1.2.17.4

Kraamzeugen

1.060

D3.2.15.4

Opfokzeugen

600

D2.4.4

Dekberen

16

Tabel 3. Diersoort en dieraantallen totale bedrijfsontwikkelingsplan De Horsten 20 en 17 Egchel Alle stallen zijn en worden voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem met watergordijn en biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijnstof ( BWL2010.02.V7, nu OW2010.02). Stof

Emissie

Ammoniak

7.077,48 kg / jaar

Geur

200.821 Ou / s

Fijnstof (PM10)

666,8 kg / jaar

Tabel 4. Stalemissies totale bedrijfsontwikkelingsplan De Horsten 20 en 17 Egchel - Mestscheiding Op de locatie vindt mestscheiding plaats van uitsluitend de ter plaatse geproduceerde drijfmest (mestscheiding in een dunne en dikke fractie), met een uitzondering voor de drijfmest afkomstig van Jacobusstraat 42 in Egchel, een andere locatie van de ondernemer. Deze uitzondering wordt gemaakt omdat mestscheiding op De Horsten vanwege de grotere afstand tot Egchel het woon- en leefklimaat ten goede komt. In de omgevingsvergunning van 2020 staat opgenomen dat alleen eigen mest verwerkt mag worden, zijnde De Horsten 20 en 17 én Jacobusstraat 42. Alleen mestscheiding in dikke en dunne fractie is toegestaan. Nabehandelings-/nabewerkingstechnieken zijn niet toegestaan. De onherroepelijke omgevingsvergunning van 2020 is ten behoeve van de voortzetting van de bestaande mestscheiding opgenomen als Bijlage 6 bij de regels. De mestproductie zal toenemen ten gevolge van uitbreiding in aantal dieren. Hiervoor wordt extra mestopslagcapaciteit gerealiseerd door middel van een nieuw mestbassin en nieuwe mestsilo's. De mestscheidingscapaciteit mag in dit bestemmingsplan niet toenemen ten opzichte van de feitelijke, bestaande planologisch legale mestscheidingscapaciteit. - Voerloods en sleufsilo's

24

vastgesteld

Vanwege de bedrijfsomvang loont het om ter plaatse zelf voer te mengen. Hiervoor is men voornemens om een voerloods en enkele sleufsilo's te realiseren waar de enkelvoudige grondstoffen en premixen worden opgeslagen. In de loods worden deze producten gemengd, waarna het (droog)voer naar de stallen wordt getransporteerd. Er worden geen bijproducten (afvalstoffen) opgeslagen en verwerkt tot brijvoer. Er is hierdoor geen risico op geurhinder vanuit de voerloods en voeropslagen. Deze loods wordt nabij de bestaande mestsilo's gerealiseerd. - Bedrijfswoning Bij de voormalige veehouderij op het adres Melkweg 22 was een bedrijfswoning aanwezig. Deze bedrijfswoning was gesitueerd binnen het plangebied, tegenover de eerste biggenstal waarvoor in 2012 vergunning is verleend. Deze veehouderijlocatie is gesaneerd en de bedrijfswoning is in 2014 gesloopt (bron: topotijdreis.nl). Tot op heden is er nog geen nieuwe bedrijfswoning gebouwd of een vergunning voor aangevraagd. Door de gemeente is de realisatie van één nieuwe bedrijfswoning toegezegd. De bedrijfswoning met bijgebouw is beoogd aan de zuidzijde van het plangebied, ten oosten van De Horsten en met de voorzijde gericht op de Melkweg. In dit bestemmingsplan is de exacte plaats van het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' bepaald, rekening houden met wegverkeerslawaai en met magneetveldzones van de hoogspanningsleiding.

- Erfverharding In verband met de aanwezigheid van een hoogspanningsverbinding over het perceel is het niet mogelijk om gebouwen op te richten onder deze hoogspanningslijn en gelden beperkingen in bouwhoogte in verschillende zones vanaf beide zijden van de hoogspannningslijn. Onder de hoogspanningslijn kan wel erfverharding worden aangelegd. - Maatvoeringen Het beoogde plangebied is ongeveer 12 ha groot, met 3 bouwvlakken van in totaal 8,7 ha: 1. Bouwvlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 20: 28.093 m2 (2,8 ha) 2. Bouwvlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 17: 30.548 m2 (3,1 ha) 3. Bouwvlak voor mestscheiding, een nieuwe loods, een nieuwe bedrijfswoning en landschappelijke inpassing op de kavel Melkweg: 27.965 m2 (2,8 ha). Binnen dit bouwvlak worden geen dierenverblijven toegestaan. De rest van het plangebied, buiten de bouwvlakken, heeft de functies landschappelijke inpassing en waterberging. De bestaande bouwvlakken zijn o.b.v. de verleende omgevingsvergunningen samen ongeveer 2,65 ha groot, waarmee de totale uitbreiding van de bouwvlakken ten opzichte van de bestaande situatie (afgerond) 6 ha omvat. Het bouwvlak per kavel voor intensieve veehouderij mag volgens het Raadsbesluit van 29 september 2015 maximaal 4 ha bedragen. De twee kavels voor de varkenshouderij zijn samen met de kavel voor de mestverwerking, bedrijfswoning e.v.

eigendom van dezelfde varkenshouderij; en tevens eigenaar van de varkenshouderij op Jacobusstraat 42. Voornoemde bouwvlakken per kavel (bij de opsommingstekens) hebben een relatie met elkaar en betreffende dezelfde intensieve veehouderij. Nu twee bedrijven in plaats van de aanvakelijk beoogde zes bedrijven de gronden in het LOG hebben aangekocht en de begrenzing van het LOG door de Raad in 2015 niet is gewijzigd, is het een logisch gevolg dat de twee veehouderijbedrijven die in dit gebied grond hebben gekocht om te ontwikkelen (in totaal) meer dan 4 ha bouwvlak voor intensieve veehouderij krijgen. Binnen plangebied De Horsten hebben de twee bouwvlakken waar intensieve veehouderij is toegestaan een gezamenlijk oppervlakte van ongeveer 6 ha. Doordat de drie bouwblokken binnen plangebied De Horsten een relatie met elkaar hebben, wordt de geuremissie uit alle stallen (als één bedrijf) betrokken in één geurberekening van de voorgrondbelasting. Deze totale voorgrondbelasting van geur wordt vervolgens getoetst aan de gemeentelijke geurnormen voor omliggende woningen. Als dit drie afzonderlijke intensieve veehouderijen met ieder een bouwblok tot 4 ha zouden zijn geweest, zoals aanvankelijk was beoogd voor het LOG, dan zou de voorgrondbelasting door geur per bedrijf/bouwblok berekend en getoetst worden aan de gemeentelijke geurnormen.

In dat geval zou per veehouderijbedrijf een hogere geuremissie vergunbaar zijn dan nu door onderhavig bestemmingsplan dat één veehouderijbedrijf met 6 ha intensieve veehouderij planologisch

vastgesteld

25

mogelijk maakt. Dit bestemmingsplan bevat verder beperkende kaders en randvoorwaarden die een aanvaardbaar leefklimaat ten aanzien van met name geur, geluid, ammoniak en fijnstof waarborgen. Voor de woonkern Egchel wordt het beleidsuitgangspunt dat het leefklimaat door geur in de woonkern Egchel niet mag verslechteren (zoals vastgesteld door de Raad op 22 december 2008) planologisch verankerd in dit bestemmingsplan. En het bestemmingsplan bevat een strikte stikstofregeling op basis waarvan er geen significant nadelige effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden kunnen optreden. Voor de maximale mogelijkheden van dit bestemmingsplan is de onherroepelijke natuurvergunning (van 2015, gewijzigd in 2020) leidend, omdat deze één-op-één in het bestemmingsplan is ingepast. De feitelijke, planologisch legale mestscheiding mag binnen dit bestemmingsplan worden voortgezet. Uitbreiding van de mestscheidingscapaciteit is niet toegestaan op basis van de stikstofregeling in dit bestemmingsplan.

3.2

Landschappelijke inpassing

Voor het totale ontwikkelingsplan is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt (Landschapsplan in het kader van inpassing en integratie van locatie bedrijf De Horsten Egchel, Ron Janssen, 26 juni 2023). Deze is bijgevoegd als Bijlage 2 bij de regels. Op 20 mei 2024 is een oplegnotitie bij het landschappelijk inpassingsplan gemaakt (Aanvullende buffercapaciteit regenwater bedrijf De Horsten Egchel, Ron Janssen, 20 mei 2024). Deze is bijgevoegd als Bijlage 3 bij de regels.

Figuur 14a. Landschapsplan 26 juni 2023 totaal bedrijfsontwikkelingsplan (Bijlage 2)

26

vastgesteld

Figuur 14b. Aanvullende waterbuffering op eigen erf, oplegnotitie landschapsplan 20 mei 2024 (Bijlage 3)

De realisatie van de landschappelijke inpassing is geborgd in de regels door middel van een voorwaardelijke verplichting. De landschappelijke inpassing die de ondernemer moet realiseren op eigen grond heeft in het bestemmingsplan de gebiedsaanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing' gekregen. Deze aanduiding ligt op de bestemmingsvlakken 'Agrarisch' en 'Agrarisch - intensieve veehouderij'. Er is een mogelijkheid tot afwijken middels een omgevingsvergunning onder de voorwaarde dat de kwaliteit verbetert en de visuele afscherming behouden blijft. Omdat niet bekend is wanneer gebouwd wordt en of ook alle beoogde stallen gebouwd gaan worden, is een verplichting om pas na de gereedkoming van het totale planvoornemen de landschappelijke inpassing te realiseren niet mogelijk. Praktisch gezien moet tijdens iedere bouwfase voldoende vrije manoeuvreerruimte zijn voor mobiele werktuigen en de tijdelijke opslag van bouwmaterialen. Het is daarom ook niet wenselijk om na de realisatie van de eerste uitbreiding te verplichten de totale landschappelijke inpassing in één keer te realiseren. Daarom is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarbij rekening wordt gehouden met een gefaseerde realisatie overeenkomstig de fasering die genoemd is in het landschappelijk inpassingsplan.

Fase 1 betreft de inpassing van de bestaande stallen en het zuidoostelijk perceel van de kavel grenzend aan de Melkweg. Deze fase kan meteen in het eerstvolgende plantseizoen na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan al worden gerealiseerd. Fase 2, 3 en 4 kunnen na gereedkoming van het laatste bedrijfsgebouw worden aangeplant. Het volstaat om hiervoor een periode van maximaal 16 maanden op te nemen.

vastgesteld

27

3.3

Verkeer & parkeren

De gemeente Peel en Maas kent een fijnmazig wegennet. De hoofdontsluiting van de gemeente verloopt via de rijkswegen A67, A73 en A2. De gemeente sluit via de provinciale wegen N275, N279, N265, N277 en N562 aan op het rijkswegennet. De Roggelseweg (N562) ten oosten van het plangebied kent een snelheidsregime van 80 km/uur. De wegen in de omgeving van het plangebied maken deel uit van een verblijfsgebied. Binnen de bebouwde kom betreft het wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur en daarbuiten van 60 km/uur. Het plangebied ligt aan weerszijden van De Horsten. Deze weg is niet bedoeld voor doorgaand verkeer (geen ontsluiting op een weg van hogere orde of verbinding tussen woonkernen). Via de Melkweg zijn de provinciale wegen N562 en N275 goed bereikbaar. De Horsten ligt tussen de Melkweg en de kern Egchel. Vanaf de splitsing met de Melkweg is De Horsten geasfalteerd tot net voorbij de zeugenstal op De Horsten 17. Hierdoor wordt De Horsten vooral gebruikt door bestemmingsverkeer voor het varkensbedrijf en landbouwverkeer naar de aangrenzende landbouwgronden. Ondanks dat de weg voor een groot deel niet verhard is, rijdt er waarschijnlijk wel sluipverkeer richting de kern Egchel.

De Rongvenweg ligt echter op een steenworp afstand en is wel volledig geasfalteerd tot aan Egchel en daardoor een meer voor de hand liggende keuze voor de bestuurders die de korte route naar de kern Egchel willen nemen. Voor vrachtverkeer is er een goede ontsluitingsroute, waardoor er geen aanleiding is om de onverharde weg De Horsten richting Egchel te kiezen. De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een toename van het aantal vervoersbewegingen van met name vrachtwagens. Naast aan- en afvoer van met name dieren, mest en voer vinden er ook tussen de locaties interne vervoersbewegingen plaats. De biggen die worden geboren in de zeugenstallen worden na spenen naar de biggenstallen verplaatst en worden hier grootgebracht tot circa 25 kg. Biggen die ingezet worden voor de vervanging van de eigen zeugenstapel gaan als opfokzeugen vanuit de biggenstallen terug naar de (opfok)zeugenstallen. De overige biggen worden op circa 25 kg van het bedrijf afgevoerd om op een ander bedrijf afgemest te worden als vleesvarken. De hoeveelheid mesttransporten is met en zonder mestscheiding hetzelfde. Het geschatte maximale aantal vervoersbewegingen over deze weg (gebaseerd op kengetallen en praktijkcijfers) is weergegeven in de volgende tabel. Bezoekers en personeel Licht (personenauto's en bestelbussen) Zwaar (vrachtwagens en tractoren)

Mest (-stoffen)

Voer

Dieren

4.200 1.900

760

1.740

Totaal per jaar

Gemiddeld per week

4.200

81

4.712

91

Tabel 5: Geschatte maximale verkeersbewegingen (aantal voertuigen x 2) in het planvoornemen De verschillende activiteiten en bijbehorende transporten verdelen zich over de verschillende dagen van de week. Gedurende een reguliere weekdag zijn de vervoersbewegingen beperkt. De Melkweg is geschikt om deze beperkte toename van vervoersbewegingen af te kunnen wikkelen. De algemene verkeersveiligheid zal niet in het gedrang komen door de beoogde bedrijfsontwikkeling. De voertuigen kunnen het bedrijf bereiken door de aanwezige inritten te gebruiken. Op de locaties is voldoende ruimte en erfverharding aanwezig, zodat vrachtwagens op eigen terrein kunnen manoeuvreren en parkeren en personeel, dienstverleners en bezoekers ook op eigen terrein hun voertuig kunnen parkeren. De wegbreedte en weginrichting van De Horsten, Melkweg en de Roggelsweg (N662) zijn in afstemming met het gebruik.

28

vastgesteld

Hoofdstuk 4

Beleid & regelgeving

4.1

Nationaal beleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht (horizon 2050). Op 21 nationale belangen wil het Rijk richting geven. De nationale belangen in het NOVI die relevant zijn voor de beoogde uitbreiding van een intensieve veehouderijbedrijf zijn: 4. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 5. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 6. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 7. Beperken van klimaatverandering. 8. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 9. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid. 10. Waarborgen van een goede waterkwaliteit. 11. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 12. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 13. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit. De volgende vier prioriteiten worden onderscheiden: Ruimte voor klimaatadaptatie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De inspanningen om de kwaliteit van water, bodem en lucht te verbeteren moeten in 2050 resultaat hebben gehad met als doel gezondheidsbescherming. Dit geldt ook rondom intensieve veehouderijen. Bij nieuwe bouw- en ontwikkelopgaven is natuurinclusieve ontwikkeling de norm, ook in landelijk gebied. Kringlopen van (voedings)stoffen, water en energie zijn in stand gehouden of hersteld en verontreinigingen worden zo veel mogelijk voorkomen. De Nederlandse landbouwsector behoudt volgens het NOVI zijn positie als koploper, maar dan met duurzame kringlooplandbouw. In de nabijheid van kwetsbare natuur, maar ook elders, is natuurinclusieve kringlooplandbouw de praktijk. Landbouw, landschap en biodiversiteit versterken elkaar. In de niet-grondgebonden veehouderij zijn integrale duurzame stallen de standaard: stallen die gezond zijn voor de dieren en voor de leefomgeving, waar zuinig en efficiënt wordt omgegaan met grondstoffen en nutriënten en een hoog niveau van dierenwelzijn is bereikt.

Dergelijke intensieve landbouw is gelokaliseerd op goed aangesloten locaties, waar reststromen van de ene sector gebruikt worden als grondstof voor de andere (meststoffen) en ketenbedrijven bij elkaar geplaatst zijn om onnodige transportbewegingen te voorkomen. Op goed geschikte gronden van het land is de productiefunctie van de kringlooplandbouw uitgangspunt. Daaraan wordt ruimte gegeven, waardoor er met weinig milieubelasting voedsel kan worden

vastgesteld

29

geproduceerd en er (veelal gecombineerd met voedselproductie) ruimte is voor natuur, wonen, landschap, bereikbaarheid en duurzame energie. Betekenis voor het plan Dit bestemmingsplan voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling van veehouderij op een hiervoor geschikte plek in het landbouwontwikkelingsgebied. De landschappelijke inpassing voorziet in een verbetering van de natuur- en ecologische waarden in het gebied. Gevolgen en effecten op de kwaliteit van bodem, water, lucht en externe veiligheid zijn afgewogen in het licht van de ontwikkeling (zie hoofdstuk 5). Uit deze beoordeling blijkt dat het planvoornemen geen nadelige effecten heeft op of ondervindt van bodem, water, lucht of externe veiligheid. De stallen worden nieuw gebouwd met toepassing van de best beschikbare technieken en aandacht voor dierwelzijn en diergezondheid. Het totale ontwikkelingsplan bevat geen verdergaande maatregelen voor het verbeteren van dierenwelzijn of toepassen van kringlooplandbouw dan dat wettelijk voorgeschreven is en is in dit opzicht gangbaar te noemen. Het bestemmingsplan biedt wel de planologische mogelijkheden tot nemen van maatregelen voor verbeterd dierenwelzijn en kringlooplandbouw, maar bevat geen sturende verplichtingen. Dit is een ondernemerskeuze. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) respectievelijk provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de 'oude' ontwerp AMvB Ruimte die in 2009 al aan inspraak is onderworpen, en deels uit nieuwe onderwerpen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=bcbad204-f5aa-47eb-9bcf-64bcc02bf31e