CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-041 03 Ruimtelijke motivering (geanonimiseerd)

Raad 24 juni 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan ‘Veldsehuizen 12 en 14a Maasbree’ (2025-041)13.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Document:

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 144

Procedure:

WOP (TAM-omgevingsplan)

Datum:

1 april 2025

Auteur:

(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)

Maasbree”

Initiatiefnemer:

Pijnenburg

>

agrarisch advies & onroerend

goed

Spoorweg 4 5963 NJ

Horst

T+31(0)77 398 29 21 F+31 (0)77 398 68 oo info@pijnenburgadvies.nl

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE.

1

1 Aanleiding en doel 1.1 Aanleiding.

1.2 Plangebied 1.3 Het omgevingsplan

1.4 Leeswijzer 2 Beschrijving huidige situatie.

8

3 Voorgenomen ontwikkeling

9

4 Beleid en regelgeving

10

41 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid en provinciale regels. 4.3 Omgevingswaarden 4.4 Regionaal beleid. 4.5 Beleid Waterschap. 4.6 Gemeentelijk beleid 5 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden.. 6 Fysieke leefomgeving

2

6.1 Beschermen van de gezondheid. 6.2 Milieubelastende activiteiten 6.3 Geluid door activiteiten.… 6.4 Kwaliteit van de buitenlucht. 65 Geur. 6.6 Bodemkwaliteit.

6.7 Wegen, verkeer en parkeren 6.8 Omgevingsveilighei 6.9 Natuur…

6.10 Water en watersystemen …

6.11 Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw 6.12 Bedrijfsmatige activiteiten…

6.13 Toetsing Besluit m.e.r. / m.e.r-beoordeling 6.14 Spuitzones . 7 Beperkingengebieden,

35

7.1 Beperkingengebieden 8 Uitvoerbaarheid 8.1

Economische

36 uitvoerbaarheid .

8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

1

9 Belangenafweging en conclusie

39

9.1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? 9.2 Conclusie.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

2

Separate bilagen: 1.

Landschappelijk inpassingsplan

2.

Stikstofberekening Aerius

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

1 Aanleiding en doel 1.1 Aanleiding Initiatiefnemers zijn eigenaren van de woningen aan de Veldsehuizen

12 en 14a

te Maasbree.

Voorheen

maakten deze woningen uit van het glastuinbouwbedrijf dat gevestigd is aan de Veldsehuizen 12. Ondertussen is het glastuinbouwbedrijf ter plaatse gestaakt en zijn de kassen gesloopt. Aangezien er ter plaatse van de Veldsehuizen 12 en 14a geen agrarische bedrifsvoering meer aanwezig is, is het wenselijk de functie om te zetten naar de functie ‘Wonen’. Daartoe dient onderhavig plan.

Afbeelding 1. Ligging woning Veldsehuizen 12 en 14a (aangeduid met rode stippelijn)

Voor dit planvoornemen is een principeverzoek gedaan bij de gemeente Peel en Maas. Per brief is op 8 januari 2024 aangegeven dat de gemeente in principe bereid is medewerking te verlenen aan het plan. Om medewerking te verlenen dient een wijziging van het omgevingsplan plaats te vinden. Onderhavige motivering maakt onderdeel uit van de aanvraag voor het wijzigen van het omgevingsplan. Tot en met 31 december 2025 kan dat op basis van een TAM-imro. Daar wordt in onderhavig geval dan ook gebruik van gemaakt.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

4

1.2 Plangebied Het plangebied omvat de locaties Veldsehuizen 12 en 14a te Maasbree. De locatie is gelegen tegen de bebouwde kom van Maasbree. Het plangebied is kadastraal bekend als Maasbree, sectie R, nummer 328,

336, 472, 721 en 722, met een oppervlakte van 16.317 m2.

1.3 Het omgevingsplan De locaties vallen onder de werking van het 'Omgevingsplan gemeente Peel en Maas’, welke vanaf 01-012024 in werking is getreden. Het omgevingsplan bevat regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. ledere gemeente heeft 1 omgevingsplan onder de Omgevingswet. Alle bestemmingsplannen die op 31 december 2023 bestaan, staan op 1 januari 2024 automatisch in een tijdelijk omgevingsplan. Dit heet een ‘omgevingsplan van rechtswege’. De gemeente gaat dit tijdelijke plan stap-voor-stap veranderen in een omgevingsplan. Dit is uiterlijk in 2032 klaar. De locatie aan de Veldsehuizen 12 maakt nu nog onderdeel uit van het Bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’, vastgesteld op 24-12-2014. De locatie heeft de functie ‘Agrarisch — Glastuinbouw met de dubbelfunctie “Waarde - Archeologie - 3. Ter plaatse van zowel de voormalige kassen als ook de

(bedrijfs)woning is een bouwvlak gelegen. Beide afzonderijke bouwvlakken zijn met een relatieteken aan elkaar gekoppeld. Daarnaast gelden de gebiedsaanduidingen ‘kemrandzone’, ‘reconstructiewetzone verwevingsgebied' en 'wetgevingszone — wijzigingsgebied 1 ob'.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

5

EE DD m

Oubebesemming

Waarde Arcneokge-s oom andidng

Gebidenndideg

E e Geiedendidng

Afbeelding 3. Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan.

De locatie aan de Veldsehuizen 14a maakt nu nog onderdeel uit van het Bestemmingsplan ‘1® reparatieherziening buitengebied Peel en Maas’, vastgesteld op 29-03-2017. De locatie heeft daarin de functie ‘Agrarisch — Grondgebonden’ met de dubbelfunctie ‘Waarde — Archeologie - 3'. Daarbij s de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - rundveehouderij opgenomen. Tevens gelden de gebiedsaanduidingen ‘kemrandzone’, ‘reconstructiewetzone - verwevingsgebied' en ‘wetgevingszone — wijzigingsgebied 1 ob’'.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

6

Enkelbestemming Agrarisch - Grondgebonden

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3

Bouwiak

Functiezanduiding specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - rundveehouderij

Gebiedsaanduiding overige zone -

kernrandzone

Gebiedsaanduiding verwevingsgebied

Gebiedsaanduiding wetgevingzone - wjigingsgebied ob

Afbeelding 4 Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan Veldsehuizen 14a.

Verder is op 19-06-2018 het ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas' vastgesteld. Dit plan maakt het mogelijk om bestemmingsplannen en vergunningaanvragen te toetsen op het gegeven of er voorzien is in voldoende parkeergelegenheid. Het gebruiken van de aanwezige bedrijfswoningen (12 en 14a), zonder een agrarisch bedrijf te exploiteren is

op basis van het vigerende bestemmingsplan niet rechtstreeks toegestaan. Om medewerking te verlenen dient een wijziging van het omgevingsplan plaats te vinden. Onderhavige motivering maakt onderdeel uit van de aanvraag voor het wijzigen van het omgevingsplan. Tot en met 31 december 2025 kan dat op basis van een TAM-imro. Daar wordt in onderhavig geval dan ook gebruik van gemaakt.

1.4 Leeswijzer Deze motivering is als volgt opgebouwd: n hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie binnen het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het beleidskader met de bijbehorende regelgeving wordt uitgewerkt in hoofdstuk 4. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 een toelichting gegeven ten aanzien van de landschappelike, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 6 wordt getoetst aan alle relevante (milieu)aspecten behorende tot de fysieke lesfomgeving. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de beperkingengebieden en in hoofdstuk 8 op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot vindt in hoofdstuk 9 de belangenafweging plaats en is de algehele conclusie omtrent het project uiteengezet.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

7

1

2 Beschrijving huidige situatie In dt hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie van het plangebied en de omgeving daarvan. Ook wordt er ingegaanop de aanwezige ruimtelik-unctionele structuur van het plangebied en omgeving. Dit alles dient als basís voor de voorgenomen ontwikkeling. De locatie ligt aan de Veldsehuizen 12 en 144 te Maasbree. De [ocatie is gelegen tegen de kern van Maasbree. Ter plaatse is jarenlang een agrarisch bedrijf geëxploiteerd in de vorm van een glastuinbouwbedrij. Ondertussen is de bedrijfsvoering gestaakt en zijn de kassen gesloopt. Medio zomer 2023 zijn de laatste kassen (ca. 6.640 m2) gesloopt. Op de Iocatie Veldsehuizen 12 is een vrijstaande woning aanwezig met inpandige garage/berging. Ten oosten van de woning staat een tuinhuis. Dit is de voormalige loods (ca. 104 m2) die bij de kassen behoorde. In de tuin staat nog een bijgebouw. ets verderop in de tuin staat nog een schuilgelegenheid voor hobbydieren. Aan de Veldsehuizen 14 is eveneens een vrijstaande woning aanwezig. In de tuin van de woning staan een tweetal bijgebouwen. Voor beide locaties geldt dat het wenselijk is om de bestaande bebouwing te behouden. Op het perceel is na de sloop van de kassen geen overtollige bebouwing meer aanwezig.

De Veldsehuizen betreft een weg die in westelijke richting aansluit op de Wilhelminastraat en aan de noordoostzijde aan de Venloseweg. De noordzijde van de Veldsehuizen maakt onderdeel uit van de bebouwde kom van Maasbree. De zuidzijde van de Veldsehuizen heeft een meer agrarisch karakter. Hier zijn meerdere

agrarische bedrijven gevestigd (glastuinbouw/grondgebonden). woningen op ruime kavels die een woonfunctie hebben.

In oostelijke richting

liggen

een

aantal

Afbeelding 4 Luchtfoto perceel Veldsehuizen 12 (rood omirkeld) en 14a (geel omikeld) en directe omgeving.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

8

3 Voorgenomen ontwikkeling In dt hoofdstuk wordt een (korte) beschrijving gegeven van de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij wordt ook alvast ingegaan op bijzondere aandachtspunten voor zover daar sprake van is. Een eventuele verdere verantwoording van deze bijzondere aandachtspunten is opgenomen in hoofdstukken 4 en 5. Zoals eerder aangegeven i er op de locatie na het staken van de bedrijfsmatige activiteiten en het slopen van de kassen geen sprake meer van een agrarische bedrijfsvoering. De huidige eigenaren hebben ook niet de

intentie om nog een agrarisch bedrif te gaan exploiteren op de locatie. Voornemen is daarom om de agrarische functie te wijzigen in de functie “Wonen’. Bij deze wijziging zal het bouwvlak waar voorheen de kassen stonden verwijderd worden, zodat hier een agrarische functie zonder bouwmogelikheden resteert. Ter plaatse van de woningen inclusief bijgebouwen (12 en 14a) wordt per woning een functievlak “Wonen” toegekend. Ter plaatse van de schuilgelegenheid wordt een functieaanduiding “specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid” toegekend zodat deze ter plaatse gehandhaafd kan blijven.

Dubbelbestemmingen Waarde

Archeolje

5

Gebiedsaanduidingen

TTT TT ES

em o z trezee veonstnciereaee.vonewgees

|EE verrreorse vasgegebest oo Afbeelding 5: uitsnede verbeelding beoogde situatie

Om het naastgelegen glastuinbouwbedrijf aan de Veldsehuizen 6 niet in haar ontwikkelmogelijkheden te beperken wordt er over een gedeslte van het perceel Veldsehuizen 12 een geluidzone opgenomen, waardoor het niet mogelijk s om nieuwe geluidsgevoelige bebouwing te realiseren binnen een zone van 10 meter van het buurbedrijf. Als onderdeel van onderhavig plan zullen beide woningen landschappeli in de omgeving ingepast worden. In hoofdstuk 5 wordt daarop nader ingegaan.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

9

4 Beleid en regelgeving In dt hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling toegelicht en wordt de ontwikkeling hieraan getoetst. Hierbij wordt achtereenvolgens ingegaan op het van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid, regionaal beleid, beleid van het waterschap en gemeentelijk beleid.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale omgevingsvisie Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI worden de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. In zijn totaliteit kent de NOVI 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij

voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: e _ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; e Duurzaam economisch groeipotentieel: ° _ Sterke en gezonde steden en regio's; ° Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;

2.

Kenmerken

en identiteit van een gebied staan centraal;

3.

Afwentelen

wordt voorkomen.

Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar,

herkenbaar

en economisch

sterk Nederland.

Onderhavig planvoornemen omvat het omzetten van een agrarische functie naar een woonfunctie. De bestaande bijgebouwen worden gehandhaafd. Gezien het zeer kleinschalige karakter van het project worden geen nationale belangen uit de Nationale Omgevingsvisie geschaad. Het project is daarmee passend binnen de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB's)

Tegelijkertjd met het in werking treden van de Omgevingswet (Ow) zijn een aantal Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) in werking getreden. Deze AMvB's bevatten de nadere uitwerking van bepalingen van de Omgevingswet. Het betreft de volgende AMvB's:

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

10

e _ Omgevingsbesluit (Ob): o _ Gerichtop burgers, bedrijven en bestuursorganen. Bevat regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). e _ Besluit kwaliteit leefomgeving (Bk): o Gericht op bestuursorganen. Bevat onder meer de normen en instructieregels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. ° _ Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): o Gericht op burgers, bedrijven en overheden bij hun feitelijk handelen. Bevat algemene, rechtstreeks werkende regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van

bouwwerken.

Daaraast

heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een

bouwwerk.

e _ Besluit activiteiten leefomgeving (Bal):

o

Gericht op burgers, bedrijven en overheden bij hun feitelijk handelen. Bevat algemene, rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Ook worden in dit besluit vergunningplichten aangewezen.

Het Bal en het Bbl bevatten rechtstreeks werkende, altijd geldende, regels. Hier dienen burgers, bedrijven envof overheden zich te allen tijde aan te conformeren. Het Omgevingsbesluit bevat in hoofdzaak de ‘procedurele' regels. Vanuit deze drie AMvB's komen geen instructieregels naar voren die specifiek voor onderhavig project van toepassing zijn. Het Bkl bevat wel relevante onderdelen, ten aanzien van omgevingsplannen is hoofdstuk 5 van het Bkl (Omgevingsplannen) van belang. Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat 3 afdelingen. Afdeling 5.1 bevat Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Deze afdeling is opgedeeld in 8 paragrafen: 1.

nron ”

7. 8.

Paragraaf Paragraaf Paragraaf Paragraaf Paragraaf erfgoed

5.1.1: Algemene bepalingen 5.1.2: Waarborgen van de veiligheid 5.1.3: Beschermen van de waterbelangen 5.1.4: Beschermen van de gezondheid en van het milieu 5.1.5: Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden

en cultureel

Paragraaf 5.1.6: Behoud van ruimte voor toekomstige functies Paragraaf 5.1.7: Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten Paragraaf 5.1.8: Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen

Afdeling 5.2 bevat Instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze gaan onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Afdeling 5.3 bestaat uit een tweetal ontheffingsmogelijkheden. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 van onderhavig plan wordt nader gemotiveerd dat aan alle wettelike kaders voldaan wordt. Daarmee mag verondersteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de instructieregels uit het BkI. 4.1.3 Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de doelstellingen en het beleid van het Rijk.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

11

4.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 4.2.1 Omgevingsvisie Limburg Per

25 oktober

2021

is de

‘Omgevingsvisie

Limburg'

in werking

getreden.

De

Omgevingsvisie

is een

strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelike economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed.

Daarnaast worden

ook de aspecten

gezondheid,

veiligheid en een gezonde

leefomgeving

in de

Omgevingsvisie meegenomen. De Omgevingsvisie stelt op strategisch niveau de kaders voor het provinciaal handelen bij toekomstige ontwikkelingen en activiteiten. De Omgevingsvisie bevat daarmee belangrijke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid en vormt de basis voor verdere uitwerkingen en plannen en programma's.

In de Omgevingsvisie worden drie hoofdopgaven onderscheiden. Deze opgaven spelen Limburg-breed, de accenten verschillen echter per gebied en per sector. De hoofdopgaven zijn: * _ Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; o _ Instedelijk c.q. bebouwd gebied; © _ Inlandelijk gebied; * _ Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); + Klimaatadaptatie en energietransitie. Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘ijdloze' karakteristiek van de ondergrond, de geomorfologie en het watersysteem, en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in de deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. De aan elkaar grenzende zones hebben onderling een sterke samenhang en wisselwerking. Het gaat daarbij om de volgende hoofdtypen met bijbehorende categorieën: * +

Landelijke gebieden; o _ Groenblauwe mantel | Natuurnetwerk Limburg (inclusief Natura2000-gebied) | Buitengebied; Bebouwde gebieden:

=

Infrastructuren;

o _ Stedelijk gebied | Stedelijk centrum | Landelijke kern | Werklocaties; o _ (Inter)nationale weg | Provinciale weg | (Inter)nationale spoorweg | (Inter)nationale waterweg | (Lucht)haven | (Inter)nationale leidingstrook. Conform de kaarten die behoren bij de omgevingsvisie zijn de bestaande woningen aan de Veldsehuizen 12 en 14a gelegen binnen de categorie ‘landelijke kern' behorende bij het hoofdtype bebouwde gebieden. De locatie van de voormalige kassen is gelegen in de ‘groenblauwe mante als onderdeel van het landelijk gebied. Onderhavig planvoomemen sluit aan bij de voornoemde accenten uit de omgevingsvisie. Het omzetten van bedrijfswoningen naar een reguliere woonfunctie is passend in de landelijke kem. glastuinbouwbedrij in de groenblauwe mantel is ook een passende ontwikkeling.

Het saneren van een

Vanuit de omgevingsvisie bestaan dus geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.2.2 Omgevingsverordening Limburg Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan

gemeenten

op

het gebied

van

wonen,

zonne-energie,

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

nailende

Maasbree”

effecten

van

de steenkoolwinning

en

12

huisvestingsnormen

voor internationale werknemers.

Deze

nieuwe

en gewijzigde

onderdelen

vinden

hun

oorsprong in het ontwerp van de Omgevingsvisie Limburg (POV|). Deze is per 01-01-2024 in werking getreden. Onderhavig planvoornemen heeft een relatie met het onderwerp wonen. De regels ten aanzien van wonen zien echter in hoofdzaak toe op het realiseren/toevoegen van nieuwe woningen. Bij onderhavig initiatief is sprake van het wijzigen van de functie van twee bestaande nieuwe

woning.

Derhalve

zullen de

regels

van

(bedrijs)woningen en du

deze

nieuwe

niet het toevoegen van een

omgevingsverordening

nagenoeg

volledig

(beleidsneutrale omzetting) overeenkomen met de huidige regels uit de omgevingsverordening. Reeds in de voorgaande paragraaf is gemotiveerd dat het plan aan deze regels voldoet. 4.2.3 Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de doelstellingen en het beleid van de provincie Limburg.

4.3 Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is een van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Riijk en de provincie, maar ook van gemeenten zelf. Omgevingswaarden zijn maatstaven voor de fysieke leefomgeving voor:

e _ De gewenste staat of kwaliteit op een bepaald moment op een bepaalde plaats; ° De toelaatbare belasting door actviteiten; ° De toelaatbare concentratie of depositie van stoffen. De omgevingswaarde moet worden uitgedrukt in meetbare of berekenbare eenheden of anderszins in objectieve termen. De gemeente kan omgevingswaarden vaststelen in het omgevingsplan. Het moet dan gaan om omgevingswaarden die het gemeentebestuur kan beïnvloeden of beheersen door de inzet van beleidsinstrumenten, zoals voor geur en geluid. Op dit moment

is binnen de gemeente

Peel en Maas

nog sprake van een tijdelik omgevingsplan

(van

rechtswege). Hierin zijn geen, concrete, omgevingswaarden opgenomen. Derhalve wordt voor wat betreft de omgevingswaarden nu verwezen naar de toetsing aan de wettelijke kaders in hoofdstuk 6.

4.4 Regionaal beleid Onderhavig planvoornemen omvat het wijzigen van de functie van de locaties Veldsehuizen 12 en 142 van een agrarische functie naar een tweetal woonfuncties. Ter plaatse van de voormalige kassen wordt de functie “Agrarisch - Glastuinbouw’ gewijzigd naar de functie “Agrarisch’. Voor een dergelij initiatief is geen relevant regionaal beleid uitgewerkt. De daarvoor geldende kaders zijn uitgewerkt n provinciaal en gemeentelijk beleid. 441

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de doelstellingen van het regionaal beleid.

4.5 Beleid Waterschap Relevante beleidsstuk op het gebied van water is het Waterbeheerplan 2022-2027 van het waterschap Limburg. Onderhavig planvoornemen omvat het omzetten van een agrarische functie naar een tweetal woonfuncties.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

13

Met onderhavig initatief is geen sprake van een toename van verhard oppervlak. Verder is ook geen sprake van verandering in activiteiten met grondwater, zoals het onttrekken daarvan. In het plangebied zeff is geen sprake van (relevante) oppervlaktewateren en/of waterkeringen. 4.5.1 Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de regels uit de Wev.

4.6 Gemeentelijk beleid 4.6.1 Omgevingsvisie Peel en Maas Op 5 juli 2022 is de Omgevingsvisie voorlopig

als onderliggend

Peel

(buitenwettelijk)

Omgevingsvisie Peel en Maas.

en

Maas

opgesteld.

beleid gehandhaafd.

Bestaande

structuurvisies worden

Voor dit project

is getoetst aan

de

Hieruit is gebleken dat het gebied getypeerd wordt als 'oude verdichte

bouwlanden’.

Voor zover relevant zijn de volgende gebiedskwaliteiten van belang: e De verkaveling is onregelmatig en niet al te grootschalig. Dit geeft het gebied zijn openheid. Hiermee in contrast staat de verdichting langs de linten.

e

De

De bolle akkers zijn bijzondere openheid opvallen.

hier te versterken

waarden

akkercomplexen

die

door

hun

enigszins

bolle

ligging

en

betreffen:

°

Zorg voor contrast tussen verdichte en open stukken.

°

Behoud en maak doorzichten vanuit linten naar de akkercomplexen.

e

Voer actief akkerrandenbeheer

langs de veldwegen

voor een groene dooradering

van deze

relatief verdichte gebieden, e

De

Versterk typisch grondgebruik als (hoogstam) fruitteelt en stimuleer hoogstamfruit bij de erven.

ingezette

koers

omgevingsvisie.

uit de

bestaande

kaderstellingen

De doelsteliingen zijn samengebracht

en

beleidsdocumenten

komen

samen

in de

in 6 opgaven van beleid, waarvan de eerste 3

overkoepelend zijn: 1.

Zo worden

|nEs

Een gezonde en veilige leefomgeving

Deze

we duurzamer

Het versterken

Goed

wonen

van

natuur

en biodiversiteit

voor iedereen

Toekomstgericht ondernemen

Balans in het buitengebied opgaven

moeten

in

samenhang

worden

gezien.

We

zien

met

name

de

eerste

drie

als

overkoepelende leidende principes. Bij elke ontwikkeling moet bekeken worden hoe een bijdrage aan deze drie opgaven kan worden geleverd. In onderhavig geval wordt een agrarisch functie gewijzigd in een woonfunctie. Ter plaatse i geen sprake van een bolle akker. Beide woningen worden voorzien worden van een passende landschappelijke inpassing. Daarmee is er op basis van de Omgevingsvisie sprake van een passende her-invulling van voormalig agrarisch vastgoed. Gelet op het voorgaande is de ontwikkeling niet in strjd met de Omgevingsvisie Peel en Maas.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

14

4.6.2 Kaderstelling Ruimte en Economie

In het coalitieakkoord 2014 is vastgelegd dat het college met de omgevíng in gesprek gaat over de gewenste koers van de gemeente Peel en Maas waarbij de gemeente de drie kernwaarden, diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing als richtsnoer heeft. De omzetting van een deel van een agrarisch bedrijf naar een woonfunctie is

passend binnen de Kaderstelling Ruimte en Economie. Op basis van uitvoeringsafspraak 1.2 ‘We benutten bestaande mogeljk

bebouwing

en sturen op hergebruik boven

uitbreiding en nieuwvestiging en daar waar dit niet

is wordt er zorg gedragen voor hetgeen achterblft. In dit geval is de omvang van de bebouwing

passend bij een woonobject, daarmee is geen sprake van overtollige bebouwing. Verder is in de kaderstelling opgenomen dat gezorgd wordt voor verbindingen en balans tussen economische

en ruimtelike waarden. Ruimte voor ontwikkeling wordt geboden voor ontwikkeling waarbij rekening wordt gehouden met bestaande ruimtelijke kwaliteiten maar ook aspecten als veiligheid en milieu. In onderhavige

situatie is sprake van een locatie die tegen de bebouwde kom van Maasbree aan ligt. Om die reden is het omvormen van een agrarische bedrijfsfunctie naar een woonfunctie een passende ontwikkeling. Onderhavig planvoornemen is daarmee passend binnen de kaderstelling Ruimte en Economie. 4.6.3 Kwaliteitskader Buitengebied Het kwaliteitskader biedt een houvast voor ontwikkelingsgericht beleid in het buitengebied. Daarnaast bevat het een uitwerking van de in het structuurplan vastgelegde beleidsuitgangspunten voor wat betreft de

aard en omvang van de te leveren tegenprestatie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in 3 soorten kwaliteitsverbeteringen: 1. Basiskwaliteit (B): B is van toepassing bij iedere ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak en bij uitbreiding daarvan tot de referentiemaat in een agrarisch gebied. B wil zeggen dat nieuwe bebouwing en verharding goed ingepast moet worden. Als basis voor de omvang geldt dat sprake moet zijn van een oppervlakte landschappelijke inpassing dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en het erf komt.

2.

Basiskwaliteit Plus (B+): B+ is van toepassing bij ontwikkelingen waar sprake is van een uitbreiding boven de referentiemaat. Als basis voor de omvang van de landschappelijk inpassing geldt dat sprake moet zijn van een oppervlakte landschappelijke inpassing dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het gehele bouwvlak.

3.

Aanwullende Kwaliteitsverbetering (AK): Onder andere bij uitbreiding van een solitaire burgerwoning of bedrijfswoning boven 1.000 m is ook AK van toepassing. Bij uitbreiding van solitaire woningen en bedrijfswoningen boven 1.000 m3 gaat het om een fysieke maatregel met een waarde van € 15,- per m3 extra uitbreiding.

Voor de realisatie van een woonfunctie geldt op basis van het kwaliteitskader de categorie B, oftewel Basiskwaliteit. Basiskwaliteit houdt in dat 109% van het bouwvlak ingepast moet worden. Het functie- en bouwvlak van de locatie Veldsehuizen 12 krijgt in de nieuwe situatie een oppervlak van 1.850 m2. Dat leidt tot een inpassingseis van 185 m2. Het functie- en bouwvlak van de locatie Veldsehuizen 142 krijgt in de nieuwe situatie een oppervlak van 716 m2. Dat leidt tot een inpassingseis van 72 m2. Voor onderhavig plan is een landschappelij inpassingsplan uitgewerkt (bilage 1). Dit plan voldoet aan de uitgangspunten van het Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

15

ingsbevoegdheid vigerend bestemmingsplan. In de vigerende bestemmingsplannen is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de functies “Agrarisch — Glastuinbouw’ en “Agrarisch — Grondgebonden’ om te zetten naar de functie “Wonen’. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2-24 is het niet meer mogelijk om gebruik te maken van deze bevoegdheid. De voorwaarden geven wel een duidelijk kader om te kunnen toetsen of omzetting van de

functies haalbaar is. Daarom worden de voorwaarden hieronder uiteengezet en wordt getoetst of aan de voorwaarden voldaan wordt.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

16

De voorwaarden luiden als volgt:

a.

wijiging

niet is toegestaan

ter plaatse van

de aanduiding

'concentratiegebied

glastuinbouw

1' en

‘concentratiegebied glastuinbouw 2'; b.

de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten' of maximum aantal wooneenheden 0’;

°

de woonfunctie slechts is toegestaan in de hoofdbebouwing:

d.

aangetoond wordt dat het huidige gebruik als (agrarisch) bedrijf / de huidige voorziening niet meer mogelijk is;

e.

hethuidige gebruik als (agrarisch) bedijf / van de huidige voorziening dient t zijn beëindigd;

. _ het aantal woningen mag niet toenemen;

q.

in voldoende mate wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, dan wel in een andere vorm van kwaliteitsverbeterende maatregelen:

h.

overtolige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt, tenzij deze bebouwing valt onder de dubbelfunctie ‘Waarde - Cultuurhistorie’;

i.

de ontwikkeling n voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe

wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd dat als bijlage bij de regels wordt opgenomen, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaïiteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven

en waaromtrent advies

is ingewonnen

bij een onafhankelijke,

commissie. De landschappelijke inpassing wordt in de vorm van een voorwaardelike opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting: j.

objectieve

verplichting

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1.

hetwoon- en leefklimaat;

2.

de milieusituatie;

3.

de

bestaande

natuurljke,

landschappelijke,

cultuurhistorische,

aardkundige

enof

abiotische

waarden;

4. k.

gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing;

n voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura-2000 gebieden,

met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden; .

voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 27 (functie Wonen).

Hieronder zal een toetsing en nadere motivatie plaatsvinden op de wijzigingsvoorwaarden: Ad.a.

Ter

Ad.b.

‘concentratiegebied glastuinbouw 2' Ter plaatse van het plangebied is geen

plaatse

is

géén

aanduiding

opgenomen

aanduiding

'concentratiegebied

opgenomen

glastuinbouw

'bedrijfswoning

T

of

uitgesloten'

of

'maximum aantal wooneenheden O';

Ad.c.

De woonfunctie blft zoals reeds aanwezig behouden in de bestaande woningen. De woningen zijn gezien het woongebruik de hoofdbebouwing. De overige te behouden gebouwen betreffen bijgebouwen bij de woning.

Ad.d.

De kassen zijn ter plaatse reeds gesloopt. Initatiefnemers zijn niet voornemens om nog een agrarisch bedrijte gaan uitoefenen en willen vooralsnog de locatie bliven gebruiken als een woonobject. Gezien deze omstandigheden in combinatie met de vorm en omvang van het perceel igt het niet voor de hand

dat zich op de locatie nog een ander agrarisch bedrijf gaat vestigen. Eventuele ontwikkelingsmogelijkheden worden ingeperkt door de omliggende woonfuncties.

agrarische

Ad.e.

Ter plaatse vinden al voor geruime tjd geen agrarische bedrijfsactviteiten meer plaats. Verder is er

Ad.f.

ook geen vergunning meer aanwezig voor het houden van dieren. Het aantal woningen neemt door onderhavig initiatief niet toe. Het betreft enkel het wijzigen van de functie van twee reeds bestaande woningen.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

17

Ad.g.

Voor de locatie is een inpassingsplan opgesteld. Het inpassingsplan voldoet aan de uitgangspunten

Ad.h.

van het kwaliteitskader van de gemeente Peel en Maas. Overtollige bedrijfsbebouwing is reeds gesloopt. Het thans nog aanwezige voormalige bedrijfsgebouw (loods) functioneert als garage/berging bij de woning en is daarmee niet als overtollig aan te merken.

Verder s dit gebouw van een dusdanig kleine opperviakte, circa 103 m2, dat gedeeltelijke sloop hiervan niet n verhouding staat tot de daarmee te behalen ruimtelike kwaliteitswinst. Ad. i.

Zoals reeds aangegeven is er voor de locatie een inpassingsplan opgesteld. Dit plan is in het verleden

gerealiseerd. Met de anterieure overeenkomst wordt geborgd dat deze ook in stand wordt gehouden. Ad.j.

Uit de toetsing die in dit plan plaatsvindt bljkt dat er geen aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat

ter plaatse,

milieusituatie,

natuurljke,

cultuurhistorische,

aardkundige

en/of abiotische

waarden. Tenslotte vindt er geen aantasting plaats van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing. Het meest nabij gelegen Natura2000 gebied betreft de Deurnsche- en Mariapeel. Dit gebied ligt op

een afstand van ongeveer 9.3 km van het plangebied. Een woonfunctie en dito gebruik hebben over een dergelijke afstand geen negatieve effecten op Natura2000 gebieden. Gezien de ruime afstand tussen het plangebied en Natura2000 gebieden zijn effecten ter plaatse van Natura2000 gebieden uit te sluiten. Ad. I.

Er wordt

voldaan

aan

de

bepalingen

zoals opgenomen

in artikel 27 van

het bestemmingsplan

Buitengebied Peel en Maas. Op basis van het bovenstaande kan de conclusie worden getrokken dat voldaan wordt aan de criteria zoals opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid om de agrarische functie te wijzigen in de functie Wonen’. 4.6.5 Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de doelstellingen en het beleid van de gemeente Peel en Maas

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

18

5

Landschappelijke,

stedenbouwkundige

en

cultuurhistorische

waarden In dt hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan. De locatie ligt aan de Veldsehuizen 12 en 14a te Maasbree. De Veldsehuizen is een weg die al lang bestaat.

Al op topografische kaarten uit 1850 wordt de weg gekarteerd. Destijds was er alleen direct aansluitend van de weg bebouwing aanwezig, met name aan de noordzijde. De Veldsehuizen was één van de eerste wegen vanuit het dorp Maasbree in oostelijke richting, naar Venlo. Pas later is de Venloseweg zichtbaar, dit is naast de Provinciale weg de hoofdontsluiting in oostelijke richting geworden. Het gebruik van de Veldsehuizen is tegenwoordig vrijwel uitsluitend voor aanwonenden en aansluitende bedrijven.

Rond 1896 verschijnt er op het perceel waar de huidige woningen liggen bebouwing op de topografische kaarten. In de jaren zestig neemt de bebouwing op de locatie toe door de bouw van een kas. Daarna heeft het bedrijf zich doorontwikkeld tot het bedrijf zoals dat voor kort aanwezig was. Medio 2023 zijn de laatste kassen gesloopt.

Afbeelding 7-8. Uitsnede topografische kaarten 1925 (inks) en 1972 (rechts). Veldsehuizen 12 en 14a zijn rood omljnd.

Zowel de thans aanwezige gebouwen als ook de bedrijfswoningen zijn niet aangewezen als cultuurhistorisch

pand/gebouw. Onderhavig planvoornemen omvat het wijzigen van de agrarische functie van de locaties Veldsehuizen 12 en 14a naar een tweetal woonfuncties. Ter plaatse van de voormalige kassen wordt de functie “Agrarisch Glastuinbouw’ gewijzigd naar de functie “Agrarisch'. Hiermee wordt voorkomen dat er in de toekomst alsnog nieuwe bebouwing wordt opgericht. Hierbij zal geen sprake zijn van aantasting van ter plaatse aanwezige cultuurhistorische, landschappelike en/of natuurlijke waarden.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

19

6 Fysieke leefomgeving In dt hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De aspecten

sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 (fysieke leefomgeving) Omgevingswet.

6.1 Beschermen van de gezondheid In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat daarbij enerzijds om het beschermen van de gezondheid, anderzijds om het bevorderen van de gezondheid. 6.1.1 Wettelijk kader

Op basis van artikel 1.3 sub a. van de Omgevingswet is het bereiken en n stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de

Omgevingswet. Ook in een divers aantal andere artikelen van de Omgevingswet komt het aspect gezondheid aan de orde. Het aspect gezondheid speelt binnen de Omgevingswet dan ook een centrale rol. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. Deze instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, tilingen, uchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd. 6.1.2 Conclusie

Onderhavig planvoornemen omvat het wijzigen van de agrarische functie van de locaties Veldsehuizen 12 en 14a naar een tweetal woonfuncties. Ter plaatse van de voormalige kassen wordt de functie “Agrarisch Glastuinbouw’ gewijzigd naar de functie “Agrarisch’. Verderop n dit hoofdstuk zal ingegaan worden op andere relevante aspecten als geluid, geur, trilingen, luchtkwaliteit en bodem. Uit deze toetsing blijkt dat voor deze aspecten sprake s van een aanvaardbare ontwikkeling. Op basis daarvan mag verondersteld worden dat met onderhavig project vanuit het aspect gezondheid sprake is van een evenwichtige toedeling van functies.

6.2 Milieubelastende activiteiten

Op basis van bijlage A bij artikel 1.1 van de Omgevingswet wordt een milieubelastende activíteit gedefinieerd als een ‘activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactvitet op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit. Alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben betreffen dus milieubelastende activiteiten, behalve de genoemde uitzonderingen. Onderhavig planvoornemen omvat het wijzigen van de agrarische functie van de locaties Veldsehuizen 12 en 14a naar een tweetal woonfuncties. Ter plaatse van de voormalige kassen wordt de functie “Agrarisch Glastuinbouw’ gewijzigd naar de functie “Agrarisch” Het beoogde gebruik van de woningen aan de Veldsehuizen 12 en 14a wordt op basis van bijlage 1 van het Bbl beschouwd als een woonfunctie. In het Bbl zijn verder allerlei technische eisen uitgewerkt waar bouwwerken, afhankelijk van de gebruiksfunctie, aan moeten voldoen. Daarbij valt te denken aan technische eisen op het gebied van stabiliteit (constructie), rookgasafvoer en brandmeldinstallatie(s).

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

20

Onderhavig

planvoornemen

behelst

enkel

een

gebruikswijziging

van

een

bestaand

gebouw

van

agrarische bedrijfswoning(en) naar burgerwoning.

Op basis van bijlage VI van het Bk! dient een gebouw met een woonfunctie als een 'kwetsbaar gebouw’ beschouwd te worden. Vanuit het Bkl bestaan verder geen belemmeringen voor wat betreft milieubelastende activiteiten voor onderhavig planvoornemen. In het Bal zijn geen relevante onderdelen opgenomen ten aanzien van een woonfunctie. Vanuit het Bal bestaan verder geen belemmeringen voor onderhavig project.

6.3 Geluid door activiteiten In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect

geluid. Het betreft geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. 6,3.1 Wettelijk kader In het voorlopige Omgevingsplan gemeente Peel en Maas zijn bepalingen opgenomen die aangeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder, onder andere als gevolg van wegverkeer, industrie, spoorwegen en andere specífieke activiteiten (waaronder windturbines). Een ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object dient hieraan getoetst te worden. In artikel 3.21 (geluidgevoelige gebouwen) van het Bkl worden de geluidgevoelige gebouwen aangewezen. Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a.

Woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

b. c. d.

Onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; Gezondheidszorgiunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of Bijeenkomstíunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

6.3.2 Onderzoek

Een burgerwoning wordt op basis van artikel 3.21 van het Bkl aangemerkt als geluidgevoelig gebouw. De huidige bedrijfswoning kan ook beschouwd worden als een woonfunctie en is dus reeds in de huidige

situatie

al

aangemerkt

als

geluidgevoelig

gebouw.

Onderhavig

initiatief

ziet

gebruikswijziging van de woningen (Veldsehuizen 12 en 14a) van agrarische burgerwoning. Daarbij mag verondersteld worden dat in de huidige situatie

enkel

toe

op

een

bedrijfswoning naar sprake is van een

aanvaardbare akoestische situatie. Op basis daarvan mag men tevens veronderstellen dat ook n de beoogde situatie sprake zal zijn van een aanvaardbare siluatie. Een nader onderzoek naar de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen ter plaatse van deze woning is dan ook

niet aan

de orde.

Om het bedrijf aan de Veldsehuizen 6 niet te beperken is er op de verbeelding ‘geluidzone’ opgenomen. Binnen deze zone is het niet toegestaan om nieuwe bebouwing op te richten.

bij dit plan een geluidgevoelige

6.4.3 Te treffen maatregelen Aangezien de woningen reeds in de huidige situatie aangemerkt zijn als geluidgevoelig gebouw en dit in de beoogde situatie niet wijzigt is het niet nodig om maatregelen te treffen.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

21

6.3.3 Conclusie

Voor wat betreft het aspect geluid door activiteiten is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

6.4 Kwaliteit van de buitenlucht

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwalieit.

64.1 Wettelijk kader De hoofdijnen voor regelgeving rondom luchtkwaiteitseisen staan beschreven in de instructieregels zoals opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect uchtkwaliteit instructieregels opgenomen

in paragraaf 5.1.4.1

Bkl (kwaliteit van de buitenlucht). Volgens deze regels gelden zogeheten

omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: e _ eris geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; e _ hetproject leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaïiteit; e _ hetproject draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de luchtkwaliteit hoeft niet overal plaats te vinden. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit arikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet n betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat s 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

2.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Als een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen valtis het alsnog mogelijk om via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Hierbij kan onder andere de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier bepalen of een project n betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.

6.4.2 Onderzoek

Onderhavig planvoornemen omvat het wijzigen van de agrarische functie van de locaties Veldsehuizen 12 en 14a naar een tweetal woonfuncties. Ter plaatse van de voormalige kassen wordt de functie “Agrarisch

-

Glastuinbouw’ gewijzigd naar de functie “Agrarisch. Hiermee wordt voorkomen dat er in de toekomst alsnog nieuwe bebouwing wordt opgericht. In de beoogde situatie is de woonfunctie de hoofdgebruiksfunctie op het perceel. Op basis van artikel 5.54 van het Bkl worden gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan met één ontsluitingsweg tot ten hoogste 1.500 woningen aangemerkt als ‘standaardgeval NIBM'.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

22

Het gaan gebruiken van de twee agrarische bedrijfswoningen als burgerwoning is een vele malen kleiner

initiatief dan het realiseren van

1.500 woningen.

Op

basis daarvan

mag

verondersteld worden

dat

onderhavig project NIBM bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Achtergrondwaarden In het kader van deze ruimtelijke procedure dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg

is. Rondom het plangebied bevinden zich diverse wegen als emissiebronnen van luchtverontreinigende stoffen (uitlaatgassen van verkeer). Deze bronnen zijn opgenomen in de achtergrondooncentraties, zoals die door het RIVM jaarlijks in kaart worden gebracht. De grootschalige concentratiekaart Nederland geeft per km-vak de

huidige achtergrondooncentraties weer. Volgens de kaarten van het RIVM bedraagt de concentratie PMester plaatse 9.4 ug/m®, de concentratie PMo ter plaatse 16.8 ug/ms en de concentratie NO2 13.5 ug/ms. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PMes gesteld op 25 jg/ms en voor PM:o op 40 ug/ms. Voor NO: is de jaargemiddelde grenswaarde eveneens gesteld op 40 Ug/ms.

Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwalliteit ter plaatse voldoende voor een goed woon- en leefklimaat. 6.4.3 Te treffen maatregelen Aangezien het project NIBM bijdraagt aan de luchtverontreiniging is het niet nodig om maatregelen te treffen. 6.4.4 Conclusie

Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

6.5 Geur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur.

6.5.1 Wettelijk kader De hoofdijnen voor regelgeving rondom geur staan beschreven in de instructieregels zoals opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geur instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.6 Bk! (geur). In artikel 5.91 van het Bkl worden geurgevoelige gebouwen aangewezen. Lid 1 stelt dat een geurgevoelig gebouw in ieder geval een gebouw of een gedeefte van een gebouw is met een: a. b. ©. d.

Woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; Onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; Gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

Van belang is dat in lid 4 van artikel 5.91 benoemd staat dat ‘Het omgevingsplan kan andere geurgevoelige gebouwen of gedeelten van gebouwen aanwijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van

verblijf van mensen’.

In het voorlopige Omgevingsplan gemeente

Peel en Maas zijn vooralsnog geen

andere categorieën gebouwen aangewezen als geurgevoelig object anders dan benoemd in artike! 5.91 van

het

Bkl.

6.5.2 Onderzoek

Onderhavig planvoornemen omvat het wijzigen van de agrarische functie van de locaties Veldsehuizen 12 en 14a naar een tweetal woonfuncties. Ter plaatse van de voormalige kassen wordt de functie “Agrarisch Glastuinbouw’ gewijzigd naar de functie “Agrarisch’.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

23

In de beoogde situatie is er ter plaatse van de woningen sprake van een woonfunctie welke op basis van artikel 5.91 Bkl, lid 1 als geurgevoelig object aangewezen wordt. Voor wat betreft geurbelasting kan een onderscheid gemaakt worden in voorgrondbelasting en achtergrondbelasting.

Voorgrondbelasting Onderhavige woningen (nummers 12 en 14a) zijn op dit moment al een geurgevoelig object en bljven dat in de beoogde situatie ook. Veehouderijen van derden liggen op grote afstand, de meest nabij gelegen veehouderij (paardenhouderij) igt op een afstand van meer dan 500 meter. Andere veehouderijen waarmee rekening gehouden dient te worden liggen op nog grotere afstand. Voorgrondbelasting vormt daarmee geen beperking om de functie naar “Wonen' te wizigen. Achtergrondbelasting Op basis van de kaart ‘Achtergrondbelasting geur’ uit de monitoring IV Peel en Maas wordt de kwaliteit van de leefomgeving ter plaatse van het plangebied als ‘goed' beoordeeld. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied, in het buitengebied wordt de categorie 'matig’ nagestreefd. Hieraan wordt momentee! al voldaan, ter plaatse geldt namelijk de categorie zeer goed. Wat dat betreft kan gesteld worden dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon-

en leefklimaat.

N275

Jm |ouE/m3

00-3.0

_

zeergoed

Ea30-74 174-13.1

I

goed _ redelijk goed

]13.1-20.0

Houthe|[720.0-28.3

L

matig

tamelijk slecht

IC128.3-38.5

slecht

I_

zeer slecht

138.5-50.7

E 507 +

extreem slecht

Afbeeling 9. Uitsnede kaart ‘Achtergrondbelasting geur uit Montoring IV Pee! en Maas'. (Veldsehuizen 12en 14a rood omlind).

6.5.3 Te treffen maatregelen Aangezien sprake is van een aanvaardbare situatie voor achtergrondbelasting is het niet nodig om maatregelen te treffen.

zowel

voorgrondbelasting

als

ook

6.5.4 Conclusie

Voor wat betreft het aspect geur is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

6.6 Bodemkwaliteit

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodemkwaliteit.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

24

66.1 Wettelijk kader De hoofdljnen voor regelgeving rondom bodemkwaliteit staan beschreven in de instructieregels zoals opgenomen in het Bk!. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect bodemkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl (oodemkwalitei). In artikel 5.899. ld 1, sub a. wordt een bodemgevoelig gebouw omschreven als ‘een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, voor zover aannemelijk is dat personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zin’. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door n onderlinge samenhang: e _ De bodem te beschermen tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen;

e _ Eenevenwichtige toedeling van functies aan locaties te hanteren, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem;

°

En het duurzaam aantastingen.

en doelmatig

beheren

van de resterende

historische verontreinigingen en —

Het is aan de gemeenten zelf om de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast te stellen in het omgevingsplan. Deze waarde mag alleen niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bk!. 6.6.2 Onderzoek

Onderhavig planvoornemen omvat het wijzigen van de agrarische functie van de locaties Veldsehuizen 12 en 142 naar een tweetal woonfuncties. Op het perceel waarop de woningen Veldsehuizen 12 en 143 zijn gelegen hebben sinds medio 2010 geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaatsgevonden, het pand is alleen gebruikt als woonobject. Het gebruik als woonobject wordt voortgezet. In het Bal i bepaald dat niet de beëindiging van de bedrijfsvoering bepalend i of er een bodemonderzoek gedaan moet worden, maar het gebruik dat bepaald. Aangezien het gebruik niet wijzigt is er geen nader bodemonderzoek uitgevoerd. 6.6.3 Te treffen maatregelen Aangezien verondersteld mag worden dat ter plaatse sprake is van een aanvaarbare kwaliteit van de bodem is het treffen van maatregelen niet nodig.

milieuhygiënische

6.6.4 Conclusie

Voor wat betreft het aspect bodemkwaliteit is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

6.7 Wegen, verkeer en parkeren In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren. 6.7.1 Wettelijk kader Een toename aan functies kan ook zorgen voor een toename van verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie dient derhalve gekeken te worden naar de effecten op onder andere de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient ook in beeld gebracht te worden of er sprake is van (extra) parkeerbehoefte.

De gemeente is het bevoegd gezag voor het opstellen van het parkeerbeleid met daarin parkeernormen waaraan nieuwe ontwikkelingen moet voldoen. De gemeenteraad van Peel en Maas heeft op 16 juni 2018 het Parapluplan Parkeemota Peel en Maas vastgesteld. Het doel van deze Parkeernota is om een kader te

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

25

scheppen waaraan ruimtelijke ontwikkeling binnen de gehele gemeente Peel en Maas getoetst kunnen worden ten aanzien van het aspect parkeren. 6.7.2 Onderzoek

Voor een woonhuis buiten de bebouwde komt geldt op basis van bijlage 2 van de Parkeernota een parkeernorm van 2,00 auto per woning. Reeds in de huidige situatie is sprake van een vrijstaande woning. Dat wijzigt niet na het wijzigen van de functie. Daarmee is ook geen sprake van een toename van parkeerbehoefte ten opzichte van de huidige situatie. Ook zal geen sprake zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Op eigen terrein, bij beide woningen, is ruim voldoende plaats aanwezig voor de benodigde 2 parkeerplaatsen. Voor wat betreft de effecten op de verkeersafwikkeling geldt dat onderhavig planvoornemen zoals hiervoor reeds gemotiveerd niet zal leiden tot een toename van de verkeersbewegingen op de Veldsehuizen en omliggende wegen. Daarmee zullen geen negatieve effecten optreden voor wat betreft de verkeersafwikkeling en veiligheid.

6.7.3 Te treffen maatregelen Op het terrein zijn reeds voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van de woningen. 6.7.4 Conclusie

Voor wat betreft het aspect wegen, verkeer en parkeren is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

6.8 Omgevingsveiligheid In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises. 6.8.1 Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in paragraaf 5.1.2 Bkl (waarborgen van de veiligheid). In bijlage VII van het Bk! zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: e _ Activiteiten met gevaarljke stoffen bij bedrijven:

« Het basisnet voor vervoer gevaarlijke stoffen over de weg, het water en het spoor; ° _ Buisleidingen met gevaarljke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit n het Bal; e _ Windturbines die zijn aangewezen als mileubelastende activiteit in het Bal. Daamaast dient binnen de aandachtsgebieden, zoals vastgelegd in het Register Externe Veiligheid (REV), rekening gehouden te worden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door n het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als daarvoor extra maatregelen getroffen worden aan de hand van voorschriftengebieden. In deze gebieden gelden dan vervolgens de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 van het Bbl. 6.8.2 Onderzoek

Op basis van digitaal raadpleegbare kaarten van het REV, zie afbeelding 11, zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen met een plaatsgebonden risico gelegen. Ook is er geen sprake van een ‘aandachtsgebieden’ waarmee rekening gehouden moet worden.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

26

9

N275

N

e ue

9

o

a j06

e$

Afbeelding 10. Uitsnede kaart 'Externe veiligheid otaal’ op www.atlasleefomgeving.nl, plangebied s rood omlijnd.

De

planlocatie

ligt op

een

afstand

van

ca. 200

meter

van

de

provinciale

weg

N275,

niet zijnde

een

Basisnetroute. Over deze weg worden gevaarlijke stoffen vervoerd van de categorieën LF1,LF2 en GF3. Ook in Limburg Noord zijn er enkele wegen die bijna net zo risicovol zijn als de landelike Basisnet routes. De provincie heeft n Limburg Noord wegvakken aangewezen als routes met een significant omvang van vervoer van gevaarlijk stoffen. De N275 is aangewezen omdat hier gevaarlijke stoffen van de categorie GF3 met een hoeveelheid van meer dan 350 tankwagens per jaar over getransporteerd worden. Dit is beschreven in: Werkwijze voor de beoordeling van risico's van het vervoer van gevaarljke stoffen over provinciale en gemeentelijke wegen; d.d. 28 juni 2019. Provinciale wegen hebben van rechtswege geen aandachtsgebieden maar de gemeente kan in het omgevingsplan een“ aandachtsgebied” aanwijzen. Als er geen aandachtsgebied door de gemeente is aangewezen dan hoeft in het kader van externe veiligheid geen rekening gehouden te worden met deze transportroute. Doordat in het omgevingsplan voor zover bekend geen aandachtsgebieden voor brand-, explosie- en gifwolk voor de N275 zijn aangewezen is het aspect externe veiligheid volgens de vigerende regelgeving niet van toepassing. 6.8.3 Te treffen maatregelen Door het wijzigen van de agrarische functie naar een woonfunctie neemt het aantal woonachtige personen in het plangebied niet toe. Het plaatsgebonden risico wijzigt eveneens niet.

Tenslotte worden ook geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd. Het treffen van maatregelen is dan ook niet noodzakelijk. 68.4 Conclusie

Voor wat betreft het aspect omgevingsveiligheid is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

6.9 Natuur

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de natuur door stikstofdepositie.

Ruimtelijke motivering “Veldsehuizen 12 en 14a

Maasbree”

27

6.9.1 Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de voormalige Wet natuurbescherming. Het gaat daarbij in beginsel om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-

gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen plant- en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime komt voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen. Dit zijn de Vogelrichtlijn (74/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Op basis van artikel 2.44 van de Omgevingswet is de Minister voor Natuur en Stikstof verantwoordelijk voor het aanwijzen van de betreffende Natura 2000-gebieden en is daarbij tevens verantwoordelijk voor het stellen van de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden. Dit gebeurt in zogeheten aanwijzingsbesluiten. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, dat betekent dat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken beoordeeld dienen te worden. In afdeling 8.6 Bkl is het beoordelingskader voor omgevingsvergunningen voor Natura 2000-activiteiten uitgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=34d26202-100c-4c7a-b4e9-0a4240f61075