CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-024 06 Vastgesteld - Bijlage Bodemonderzoek (geanonimiseerd)

Commissie 1 april 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen ‘TAM-IMRO Omgevingsplan Pius Park Panningen’ (2025-024)28.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2) Het traject bevat de minimale en de maximale diepte van de verschillende kernen van de betreffende laag.

Aan de hand van de analyses is vastgesteld dat de onderlaag van kern 120 teerhoudend is, terwijl met de PAK-detector hier geen fluorescentie is aangetoond. Het PAK-gehalte van 220

mg/kgds ligt dan ook onder de grens van 250 mg/kgds, hetgeen nog waarneembaar is als zijnde teerhoudend met de PAK-detector. Hierdoor maakt kern 120 deel uit van vak 2+3. Ter vaststelling van de grens tussen wegvak 1 en 2+3 zijn aanvullend 2 kernen (140 en 141) geboord voor onderzoek met de PAK-detector. De resultaten zijn opgenomen in tabel 7. Hieruit

blijkt dat kern 140 gelijkwaardig is qua laagopbouw aan kern 01 en 02. Kern 141 lijkt qua laagopbouw overeen te komen met kern 120. Ter vaststelling of deze kern een teerhoudende onderlaag 5.2.

bevat is de onderlaag

van deze kern ingezet voor een analyse op PAK (ASF 08).

Asbest

In het kader van het asbestonderzoek zijn de in tabel 10 vermelde analysemonsters en verzamelmonster samengesteld voor een analyse op asbest. Het mengmonster AMO6 dat is

samengesteld is qua samenstelling gelijkwaardig en wordt niet in het analyseprogramma betrokken. Mengmonster AM(M)13 is overgeslagen en komt niet voor in de nummering van de (meng)monsters

die zijn samengesteld.

Tabel 10: Samenstelling analysemonsters (fractie < 20 mm) asbestonderzoek.

Analysemonster (samengesteld volgens) ASB 01 (NEN 5707)

T

Samengesteld (meng)monster proefgat(en)

AMMO1:

114 t/m 119

ASB 02 (NEN

5897)

AMO3:

ASB 03 (NEN

5707)

AMO4:

ASB 04 (NEN 5707)

AMMOS: AMMO9:

Bijmengingen

Traject (m-mv)

-9

0-0,50

56

Volledig puingranulaat

0,10-0,30

58

Matig puingranulaat

0,15-0,35

42, 48

Matig puingranulaat

0,12-0,35

14, 15, 29, 30

Volledig puingranulaat

0,15-0,50

Volledig puingranulaat

0-0,50

Volledig puingranulaat

0,15-0,50

32, 33

Uiterst puingranulaat

0,16-0,40

31

Sterk puingranulaat

0,15-0,50

Matig puin, asbestverdacht

G DEE

ASB 05 (NEN

5897)

ASB 06 (NEN

5897)

ASB 07 (NEN

5897)

ASB 08 (NEN

5897)

AMM14:

ASB 09 (NEN

5707)

AM10:

ASB 10 (NEN 5707)

W

ASB

11 (NEN

5897)

AMOS:

102

Volledig puingranulaat

0-0,50

ASB

12 (NEN

5897)

AMM15:

01, 02

Uiterst puingranulaat

0,13-0,50

AMMO7:

23, 24, 25, 27

_ Vanwege de verdachtheid van de bovengrond van het voetpad voor asbest wordt er een analyse uitgevoerd op asbest, ondanks dat er visueel geen

bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen,

om de verdachtheid te

kunnen wegnemen; Toelichting ASB

bij tabel:

AV

NEN NEN

(meng)monster asbestverdacht materiaal (puin of grond) asbestverzamelmonster

5897 5707

230444.BKK / MK

> 50 % bodemvreemd < 50 % bodemvreemd

materiaal, monstergewicht materiaal, monstergewicht

minimaal minimaal

25 kg (droog gewicht) 10 kg (droog gewicht)

23

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

De analysemonsters zijn in het laboratorium gedroogd en gezeefd volgens NEN 5898 (Q). Vervolgens zijn de asbestanalyses met de polarisatiemicroscoop conform NEN 5896 (Q) uitgevoerd door Eurofins Omegam 5.3.

BV.

gslagen

Funde

De funderingslagen onder de rijwegen betreffen deels een uiterst tot volledig puingranulaat houdende laag welke volgens de Wet bodembescherming niet meer als bodem worden beschouwd. Er is hier sprake van meer dan 50% bodemvreemd materiaal.

Van deze puingranulaat houdende funderingslagen zijn de mengmonsters “Fund 01 t/m 05” samengesteld samenstelling

teneinde de kwaliteit indicatief vast te kunnen stellen. In tabel 11 is de van de mengmonsters weergegeven. De samenstelling heeft conform de

richtlijnen van de NEN 5740 in het laboratorium plaatsgevonden. Tabel 11:

Mengmonster

Samenstelling

Fund 01

Boring en bodemtraject n cm-mv

‘Samenstelling

19 (12-35) 20 (15-35) 22 (12-30)

Uiterst tot volledig

15 15:50)

Uiterst tot volledig

EL SE

Eund:02

p

29 (15-50) 30 (15-35)

32 (20-40) 33 (16-40)

e

puingranulaat

14 (15-50) 24 (15-50) 25 (15-30)

Fund 03

*

mengmonsters funderingslagen.

Analysepakket Beperkt bouwstoffenpakket Beperkt bouwstoffenpakket

EE

Volledig puingranulaat | Beperkt bouwstoffenpakket

Fand 04

71 (0-25) 102 (0-50)

Uitersttotvolledig puingranulaat

Fund 05

04043:50):02:(15:50) 03:08:50)

A

A

| geperkt bouwstofenpakket =

Uiterst puingranulaat | Beperkt bouwstoffenpakket *

Beperkt bouwstoffenpakket: Samenstelling PAK, PCB en minerale olie, schudtest L/S=10 cf. NEN-EN gelijkwaardig, eluaatanalyses 4 anionen en 15 metalen, inclusief voorbehandeling.

5.4.

5

12457 of

Bodem

Boven- en ondergrond Voor de beoordeling van de kwaliteit van de boven-

en ondergrond tot een diepte van maxi-

maal 2,0 m-mv zijn in totaal 45 grond(meng)monsters samengesteld.

De (meng)monsters zijn

per deellocatie samengesteld aan de hand van vergelijkbare bodemsamenstelling. In tabel 12 is de samenstelling van de (meng)monsters weergegeven. De samenstelling heeft conform de richtlijnen van de NEN 5740/A1 in het laboratorium plaatsgevonden. Tabel 12: Samenstelling grond(meng)monsters. Mengmonster (materiaal, bijmengingen) Boring en bodemtraject in cm-mv

Analysepakket

*

Deellocatie halfverharding 01 (zand, visueel schoon) 02 (zand, visueel schoon) 03 (zand, visueel schoon) Deellocatie

trottoirs

114 117 114 118

(0-50) 115 (0-50) 116 (0-50) (0-50) 118 (0-50) 119 (0-50) (50-100) 115 (50-100) 117 (50-100) (50-100) 119 (50-100)

standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond (H/L)

+ fietsenstal

04 (zand, visueel schoon)

38 (4-50) 39 (4-50) 40 (25-50) 44 (10-50)

05 (zand, visueel schoon)

standaardpakket grond (H/L)

45 (15-65)

41 (12-62) 42 (35-50) 43 (20-50)

standaardpakket grond

(H/L)

46 (4-50) 47 (10-50)

06 (zand, zwak puingranulaat) 07 (zand, visueel schoon) 08 (zand, visueel schoon) 09 (zand, matig puingranulaat) 10 (zand, visueel schoon)

42 49 52 54 59 58 38

(15-35) 48 (12-50) (12-35) 50 (12-50) 51 (12-40) (4-35) 53 (12-50) (12-40) 55 (4-35) 56 (30-50) (15-65) 60 (15-50) (15-35) (50-100) 39 (50-100) 40 (50-100)

44 (50-100) 45

11 (zand, visueel schoon)

230444.BKK / MK

standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond

(H/L)

standaardpakket

(H/L)

grond

standaardpakket grond (H/L)

(65-100)

41 (62-100) 43 (70-100) 46 (50-100) 47 (50-100) 48 (50-100)

standaardpakket grond (H/L)

24

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Vervolg tabel 12: Samenstelling grond(meng)monsters. Mengmonster (materiaal, bijmengingen) Boring en bodemtraject in cm-mv

Analysepakket

*

Deellocatie trottoirs + fietsenstalling 12 (zand, visueel schoon)

49 (85-100) 50 (50-90) 51 (80-100) 52 (65-100)

13 (zand, visueel schoon) Deellocatie rijbaan met

53

55 (50-100) 57 (65-100) 59 (65-100) 60 (50-100) inritten en parkeerstroken

14 (zand, sterk puingranulaat) 15 (zand, visueel schoon)

31 (15-50) 28 (20-50)

16 (zand,

zwak asfalt / kolengruis)

17 (zand,

visueel

37 (8-50) 30 (35-50) 13 (8-50) 16 (8-40)

schoon)

18 (zand, visueel schoon) 19 (zand, visueel schoon) 20 (zand, visueel schoon) 21 (zand, visueel schoon) 22 (zand, visueel schoon)

58 (50-100)

34 (8-50) 35 (8-50) 36 (8-50)|

17 (8-50)

19 (35-50)

20 (35-50)

23 (30-50)

56 (30-50)

13 17 14 18 24

standaardpakket grond (H/L)

(50-100)

18 (8-50)

standaardpakket grond (H/L)

standaardpakket grond ‘standaardpakket grond

(H/L) (H/L)

standaardpakket grond

(H/L)

standaardpakket grond

(H/L)

22 (30-50)

(170-200) 14 (160-200) 15 (100-150) (150-200) 18 (150-200) (50-100) 16 (40-90) 17 (50-70) (50-100) 19 (80-100) (50-80) 25 (50-100) 26 (50-100)

27 (80-100)

29 (50-80)

30 (50-75)

33 (50-100) 34 (50-100)

standaardpakket grond (H/L) standaardpakket

grond (H/L)

standaardpakket grond

(H/L)

standaardpakket grond

(H/L)

35 (75-100)

23 (zand, visueel schoon) 41 (zand, visueel schoon) 42 (zand, visueel schoon) 43 (zand, visueel schoon)

29 36 04 07 10 01

(80-100) 31 (50-100) 32 (50-100) (50-100) 37 (70-100) (5-30) 05 (6-30) 06 (5-30) 21 (6-40) (22-50) 08 (17-50) 09 (26-50) (19-50) 11 (15-50) 12 (12-50) (50-100) 01 (150-200) 02 (50-100)

03 (50-70)

44 (zand, visueel schoon)

standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond

(H/L)

‘standaardpakket grond

(H/L)

03 (100-150)

04 (50-100) 04 (150-200) 05 (50-100) 06 (50-100)

45 (zand, visueel schoon)

standaardpakket grond (H/L)

06 (150-200)

07 (100-150) 08 (110-160) 09 (100-150) 10 (150-200) 11 (150-200) 12 (150-200)

standaardpakket grond (H/L)

standaardpakket grond (H/L)

25 (zand, visueel schoon) 26 (zand, visueel schoon)

61 65 66 61

27 (zand,

66 (50-100) 71 (25-60)

Deellocatie groenvakken 24 (zand, resten baksteen)

matig

puin)

28 (zand, visueel schoon) 29 (zand, visueel schoon) 30 (zand, visueel schoon) 31 (zand, visueel schoon)

72 79 74 81 71 76 82

(0-50) 62 (0-50) 63 (0-50) 64 (0-50) (0-50) (0-50) 68 (0-50) 69 (0-50) 70 (0-50) (50-100) 63 (50-100) 64 (50-100) 67 (65-115)

standaardpakket grond (H/L)

standaardpakket grond (H/L)

69 (50-100) standaardpakket grond

(0-50) 73 (0-50) 76 (0-50) 78 (0-50) (0-50) (0-50) 75 (0-50) 77 (0-50) 80 (0-50) (0-50) (60-100) 74 (50-100) 75 (50-100) (50-90) 79 (50-100) 80 (50-100) (0-50) 83 (0-50) 84 (0-50) 86 (0-50)

(H/L)

standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond (H/L) standaardpakket

grond (H/L)

standaardpakket grond (H/L)

87 (20-60)

32 (zand, resten baksteen) 33 (zand, visueel schoon) 34 (zand, visueel schoon) 35 (zand, visueel schoon)

85 90 82 87 '91 95 96

(0-50) 87 (0-20) 88 (0-50) 89 (0-50) (0-50) (50-100) 83 (50-100) 86 (50-100) (60-100) 89 (75-100) 90 (75-100) (0-50) 92 (0-50) 93 (0-50) 94 (0-50) (0-50) 113 (0-50) (0-50) 97 (0-50) 98 (0-50) 99 (0-50)

‘standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond (H/L)

‘standaardpakket grond (H/L)

100 (0-50)

36 (zand, visueel schoon)

101 (0-50) 103 (0-50) 104 (0-50) 105 (0-50)

37 (zand, visueel schoon) 38 (zand, resten puin) 39 (zand, visueel schoon)

40 (zand, visueel schoon)

106 (0-50) 107 (0-50) 108 (0-50) 109 (0-50) 110 (0-50) 111 (0-50) 96 (50-100) 103 (50-100) 112 (50-100) 91 (50-75) 94 (60-100) 98 (50-100) 100 (50-100) 113 (130-180) 100 (50-100) 105 (50-100) 107 (50-100) 109 (50-100)

230444.BKK / MK

standaardpakket grond (H/L)

112 (0-50)

standaardpakket grond

(H/L)

standaardpakket grond (H/L) standaardpakket grond (H/L)

standaardpakket grond (H/L)

110 (100-150)

25

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Vervolg tabel 12: Samenstelling grond(meng)monsters. Mengmonster (materiaal,

bijmengingen)

Boring en bodemtraject in cm-mv

Analysepakket *

Uitsplitsing deelmonsters 46 47 48 49 50 51

(zand, (zand, (zand, (zand, (zand, (zand,

visueel visueel visueel visueel visueel visueel

schoon) > schoon) 7 schoon) 7 schoon) 7 schoon) ” schoon) ”

30 33 34 35 61 62

(50-75) (50-100) (50-100) (75-100) (0-50) (0-50)

PAK PAK PAK PAK Minerale olie Minerale olie

52 53 54 55 56

(zand, (zand, (zand, (zand, (zand,

resten baksteen) ? visueel schoon) ” visueel schoon) ” visueel schoon) 7 visueel schoon) 7

63 64 65 06 30

(0-50) (0-50) (0-50) (30-50) (75-100)

Minerale olie Minerale olie Minerale olie Zware metalen: 5 PAK

Toelichting bij de tabel: * H/L = analyse inclusief humus

(organisch stof) en lutum (fractie < 2 um).

>

_ Na het beoordelen van de analyseresultaten is op basis van het PAK-gehalte (index > 0,5) in mengmonster 22 be-

3)

_ Na het beoordelen van de analyseresultaten is op basis van het minerale oliegehalte (NT>IND) in mengmonster 24

sloten om

de betreffende deelmonsters separaat te analyseren op PAK.

besloten om

% _

de betreffende deelmonsters separaat te analyseren op minerale olie.

Ter inkadering van de sterke verontreinigingen met koper en lood in de bovengrond van boring 71 is de bovengrond van de aangrenzende pakket zware metalen: 5.

boring 06 (traject 30-50 cm-mv)

n de Grootveldweg

in onderzoek genomen

op

°) _ Ter inkadering van de sterke verontreiniging met PAK in de ondergrond van boring 30 is het aangrenzende ondergrondtraject van boring 30 (traject 75-100 cm-mv)

in de Grootveldweg

in onderzoek genomen

op PAK.

De grondmengmonsters 01 t/m 45 zijn geanalyseerd op het standaardpakket grond, bestaande uit de parameters:

…

Droge stofgehalte, lutum, organische stof; Zware metalen: cadmium, barium, koper, lood, zink, nikkel, kobalt, molybdeen en kwik;

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); Polychloorbifenylen (PCB); Minerale olie (GC).

5.5.

Civieltechnisch

onderzoek

In het kader van het RAW-onderzoek

op de ondergrond tot aanlegdiepte

HWA-riolering onder de

wegen, waar de boringen zijn doorgezet tot maximaal 2,0 m-mv, zijn er RAW-mengmonsters samengesteld. De vrijkomende ondergrond wordt civieltechnisch beoordeeld middels een RAWzeefkromme op herbruikbaarheid. Uit de profielen zijn aan de hand van de gelijkwaardige bodemtypes grondmonsters geselecteerd voor het samenstellen van mengmonsters. In tabel 13 is de

samenstelling van de RAW-mengmonsters opgenomen. Tabel 13: Samenstelling RAW-mengmonsters. Mengmonster | Boring en bodemtraject in cm-mv

Bodemtype

RAW

OI

01 (100-150) 02 (100-150) 03 (150-200) 05 (100-150) 06 (100-150)

Zand, matig tot zeer fijn, matig tot sterk siltig

RAW

02

08 (60-110) 09 (150-200)

Zand,

RAW

03

10 (100-150)

12 (100-150)

13 (100-130)

07 (150-200) 17 (150-200)

14 (130-160) 18 (100-150)

11 (150-200)

15 (150-200)

16 (90-140)

De monsters zijn in het laboratorium van Eurofins Omegam de granulaire verdeling volgens RAW

matig tot zeer fijn,

matig tot sterk siltig Zand, matig tot zeer fijn, matig tot sterk siltig

bv te Amsterdam onderzocht op

(22.06.01/02/03).

In het kader van het civieltechnisch onderzoek op het funderingsmateriaal (niet zijnde bodem) zijn 3 mengmonsters ongezeefd weergegeven in tabel 14.

230444.BKK / MK

samengesteld.

De samenstelling

van de analysemonsters

26

is

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Tabel 14: Samenstelling analysemonsters civieltechnisch onderzoek.

Onderdeel (analysemonster) Puinlaag Minister Calsstraat:

uiterst tot volledig

puingranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) Puinlaag Minister Calsstraat / Piushof:

(250% bodemvreemd materiaal) Puinlaag Grootveldweg:

bodemvreemd materiaal)

Uiterst puingranulaat

Uiterst puingranulaat (>50%

Proefgaten

Traject (m-mv)

14, 15, 30 en 33

0,15-0,50

24,25, 26 en 27

0,15-0,50

01, 02, 19 en 20

0,13-0,50

De analysemonsters zijn voor het bepalen van de civieltechnische samenstelling en korrelverdeling van het materiaal conform RAW 2015 (artikel 80.16.01 / 80.16.05), in het laboratorium

gedroogd en gezeefd door MILAB te Veghel.

230444.BKK / MK

27

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

6.

ONDERZOEKSRESULTATEN

6.1.

Toet:

g van de onderzoeksresultaten

asfalt

Indien het gehalte PAK in het monster 75 mg/kgds bedraagt of meer, dan is het betreffende monster conform de Regeling bodemkwaliteit (bijlage A) teerhoudend en niet geschikt voor hergebruik. Tabel

15:

De resultaten en de beoordeling zijn in tabel 15 samengevat.

Overzicht

resultaten

Analysemonster ASF 01

asfalt.

Asfaltkern (traject) *

Beoordeling asfalt

01 (0-13) 02 (0-15)

asfaltPAK-gehalte (mg/kgds) > 18

ASF 02

120 (3.9-13.2)

220

Teerhoudend

ASF 03

07 (3-22) 08 (3-17) 123 (3-21)

18

Niet-teerhoudend

ASF 04

09 (7-26)

18

Niet-teerhoudend

18

Niet-teerhoudend

ASF 05

10 (3-19) 125 G3-19)

11 (3.5-15)

126 (3.5-18)

Niet-teerhoudend

ASF 06

12 (3.5-12)

18

Niet-teerhoudend

ASF 07

124 (0-12.1)

18

Niet-teerhoudend

ASF 08

141 (6.5-13)

300

Teerhoudend

Y De nummers verwijzen naar de boorlocaties. ? Het traject bevat de minimale en de maximale diepte van de verschillende kernen van de betreffende laag. 3 Conform bijlage 3 in de AS SIKB 3000 dienen bij somparameters de individuele detectielimieten gesommeerd te worden en vermenigvuldigd te worden

met 0,7. Hierdoor wordt de rekenkundige som van de PAK (10 van VROM)

verkregen.

Conclusies:

Op basis van de resultaten met de PAK-detector en de uitgevoerde analyses is vastgesteld dat het asfalt binnen de onderzoekslocatie deels teerhoudend en deels teervrij is. Aanvullend

onderzoek heeft uitgewezen dat de grens van teerhoudend asfalt tussen wegvak 1 en wegvak 2+3 ter hoogte van kern 140 ligt. Hiermee is wegvak 2+3 als geheel teerhoudend aangemerkt en hebben de wegvakken

4+5 en 6 een teerhoudende

bovenlaag.

In tabel 16 is het tonnage op te breken teervrij asfalt aangegeven,

in geval het asfalt geheel

wordt opgebroken. Tabel 16: Tonnages

en conclusies asfaltonderzoek. Oppervlakte|

Wegvak

/ kernen

Raadhuisstraat i:

asfalt (m?)

01, 02 en

140

03 t/m 06 en 121 120°en

141

Piushof / Minister Calsstraat

4+5.

n /

(ton)

_

|

Dikte

Conciusi

asfalt (m)

asfalt

/ Grootveldweg

Grootveldweg

243.

Tonnage|

|

07 t/m 10, 122, 123 en 125

n

599

199

0,133

Niet-teerhoudend

1.130

170

0,060

Teerhoudend

1.806

135

0,030 0,175

Niet-teerhoudend

687 687

206

60

0,035 0,120

Niet-teerhoudend

65

36,2

0,223

Niet-teerhoudend

290

1.806

95

790

0131

Teerhoudend

Teerhoudend

Teerhoudend

Reparatievak / afwijkend T

124

230444.BKK / MK

28

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

6.2.

Toetsingskader voor asbest

Voor de toetswaarden van asbest geeft noch de Circulaire bodemsanering, noch de Regeling bodemkwaliteit een achtergrondwaarde voor asbest. Beide documenten geven alleen een

maximale waarde.

De interventiewaarde uit de circulaire voor asbest in de bodem

bedraagt

100

mg/kgds gewogen asbest. Dit houdt in dat de concentratie van asbest wordt berekend als de totale concentratie aan serpentijn asbest (chrysotiel, of witte asbest) vermeerderd met tienmaal de amfibool asbesten (b.v. crocidoliet, amosiet, anthophyliet, actinoliet en tremoliet).

De Circulaire bodemsanering

2013 (vigerend) geeft in bijlage 3 (saneringscriterium, protocol

asbest) uitdrukkelijk aan, dat indien de gewogen asbestconcentratie meer dan 100 mg/kgds bedraagt er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervoor geldt geen

volumecriterium. Indien de concentratie asbest in bodem meer dan 100 mg/kgds bedraagt dient een risicobeoordeling te worden uitgevoerd om te bepalen of er onaanvaardbare risico's zijn. Bij lagere concentraties mag

niet van een verontreiniging met asbest worden

gesproken.

In de Regeling bodemkwaliteit is in bijlage B aangegeven dat de Maximale waarde voor de bodemfunctieklasse Wonen en Industrie 100 mg/kgds gewogen asbest bedraagt. Voor puin geldt dat indien de gewogen asbestconcentratie meer dan er sprake is van een verontreiniging met asbest. 6.3.

Toetsing

en interpretatie analyseresultaten

In het laboratorium

100 mg/kgds

(grenswaarde)

betreft,

asbest

is voor het asbest verzamelmonster vastgesteld,

middels een kwantitatief

onderzoek, welk type asbest in proefgat 67 is aangetroffen, de massa % en geschatte gebondenheid van het type asbest. In bijlage IV is het analyserapport opgenomen. Onderstaand zijn de resultaten samengevat.

AV 01 (proefgat 67):

cement vlakke plaat

chrysotiel 10-15%

_ (hecht);

In tabel 17 is een overzicht gegeven van de toetsingsresultaten van de analysemonsters die zijn ingezet. In bijlage IV zijn de analyserapporten opgenomen. Tabel 17: Resultaten

asbest (gehalten

Mengmonster Proefgat(en) Van (m-mv) - tot (m-mv)

in mg/kgds).

(grond)

ASB 01 114 0-0,50 /m 119

ASB 02 (puin) 56 0,10-0,30

(grond)

ASB 03 58 0,15-0,35

ASB 04 42, 48 0,12-0,35

<0,4

<0,4

<0,4

<0,4

0

o

IJ

0

<0,4 #

<0,4 #

<0,4 #

'ASB 06

'ASB 07

'ASB 08

Totaal serpentijnasbest Totaal

aan

amfiboolasbest

Totaal gewogen

asbest concentratie

Mengmonster

(puin) 14,15,29,30

- tot (m-mv)

aan

(puin) 32,33

0,15-0,50

0,16-0,40

<0,6

<0,7

14

<0,5

0

0

i

0

15

<0,5 #

<06#

<0,7

Mengmonster Proefgat(en) Van (m-mv) - tot (m-mv)

(grond)

ASB 09 31 0,15-0,50

(grond)

ASB 10 67 0,20-0,65

ASB 11 (puin) 102 0-0,50

ASB 12 (puin) 01, 02 0,13-0,50

Totaal serpentijnasbest

<0,5

<0,3

<0,4

<0,6

0

0

0

<05#

<0,3#

Totaal

aan

amfiboolasbest

Totaal gewogen

# CROW

asbest concentratie

|

(puin) 24,25, 26, 27

0-0,50

amfiboolasbest

Totaal gewogen

|

_(puin) 19,20,22,71

0,15-0,50

Totaal serpentijnasbest Totaal

£

ASB 05

; Proefgat(en) Van (m-mv)

<04

(grond)

asbest concentratie

rapportage grenswaarde

is maximaal

#

<0,4

0

#

<0,6

#

2,0 mg/kgds

In de analysemonsters ASB 01 t/m 12 van de fijne fractie, is behoudens in ASB 07, analytisch geen asbest aangetoond.

230444.BKK / MK

29

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Het asbestgehalte in ASB 07, in de fijne fractie van de funderingslaag uit de proefgaten 24, 25, 26 en 27, bedraagt 15 mg/kgds. In de grove puinfractie is voor deze proefgaten geen asbest aangetoond.

Hieruit volgt een gewogen

asbestgehalte van 15 mg/kgds.

Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin en de interventiewaarde van asbest in bodem. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de helft van de interventiewaarde / maximale samenstellingswaarde om vast te

stellen of een nader onderzoek noodzakelijk is. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde / maximale samenstellingswaarde voor asbest, is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoeks-

traject deze waarde niet zal worden overschreden. In dit geval geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest voor de locaties met proefgat 24, 25, 26 en 27. Het asbesthoudend

plaatmateriaal dat is aangetroffen

in proefgat 67 is geïdentificeerd als chrys-

otiel asbest (bevat 10-15 % asbest). In totaal is er in het veld 2,5 kg asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. In bijlage X is een berekening opgenomen van de asbestconcentratie in proefgat 67, waarbij is uitgegaan van de hoeveelheid plaatmateriaal in de grove fractie, en het percentage 12,5 % chrysotiel asbest in relatie tot de hoeveelheid onderzochte grond in proefgat 67

(0,3*0,3*0,45 = 0,0405 m3). Het asbestgehalte in de grove fractie bedraagt 4.483 mg/kgds. In de fijne fractie (ASB 10) is geen asbestgehalte aangetoond. van 4.483 mg/kgds.

Hieruit volgt een gewogen

asbestgehalte

Het gehalte asbest is hiermee groter dan de interventiewaarde voor asbest in grond, waardoor volgens protocol NEN 5707 een nader asbestonderzoek voor de locatie met proefgat 67 noodzakelijk is om de ernst en de omvang van deze asbestverontreiniging vast te kunnen stellen. De uitvoering van het nader onderzoek en de resultaten worden nader beschreven in hoofdstuk 7. 6,4.

Toetsingskader en resultaten funderingsmateriaal

Conform

de Regeling

bodemkwaliteit dienen de analyseresultaten van mengmonsters

“niet

zijnde bodem” te worden getoetst aan de vermelde maximale samenstellingswaarden (Msw) en maximale emissiewaarden voor bouwstoffen. In geval dat de maximale samenstellingswaarden of emissiewaarden voor bouwstoffen wordt overschreden, is het materiaal indicatief niet geschikt voor hergebruik. In tabel 18 is een overzicht van het toetsingsresultaat van de organische stoffen voor de puingranulaat houdende funderingslagen weergegeven. Tabel 18: Toetsingsresultaat organische parameters (mg/kgds)

Analyseparameters NV-bouwstof: PAK 10 VROM

Maximale (emissie)waarden voor bouwstoffen 50

in funderingsmateriaal.

Uiterst tot volledig puingranulaat Fund 01 samenstelling emissie resultaat mg/kgds 9,0 voldoet

PCB (som

7)

0,5

0,005

-

Minerale

olie

500

60

-

Zie bijlage V

-

Uitloging

Analyseparameters NV-bouwstof: PAK 10 VROM

Maximale (emissie)waarden voor bouwstoffen 50

voldoet

Uiterst tot volledig puingranulaat Fund 02 samenstelling emissie resultaat mg/kgds 9,9 voldoet

7)

0,5

0,006

-

Minerale

olie

500

94

-

Zie bijlage V

-

230444.BKK / MK

voldoet

-

PCB (som Uitloging

voldoet

voldoet voldoet

-

voldoet

30

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Vervolg

tabel

18: Toetsingsresultaat organische parameters (mg/kgds)

Analyseparameters NV-bouwstof: PAK 10 VROM

Maximale (emissie)waarden voor bouwstoffen

PCB (som 7)

50 0,5

Minerale

500

olie

Uitloging Analyseparameters NV-bouwstof: PAK 10 VROM PCB

(som

Minerale

Volledig puingranulaat Fund 03 emissie

resultaat

0,017

-

voldoet voldoet

97

-

voldoet

‘samenstelling mg/kgds 57

Zie bijlage V Maximale (emissie)waarden voor bouwstoffen

in funderingsmateriaal.

-

= voldoet Uiterst tot volledig puingranulaat Fund 04 samenstelling resultaat mg/kgds 25 Voldoet

50

7)

0,5

0,005

-

voldoet

olie

500

56

-

voldoet

Zie bijlage V

-

-

voldoet

Uitloging

Analyse-

Maximale voor bouwstoffen

parameters

(emissie)waarden 50

samenstelling mg/kgds 44

-

voldoet

PCB (som

7)

0,5

0,005

-

voldoet

Minerale

olie

500

44

-

voldoet

Zie bijlage V

-

--

voldoet

NV-bouwstof: PAK 10 VROM Uitloging

Toelichting bij de tabel: Monsterspeificaties _ Fund (em-mv): Fund Fund Fund Fund

01: 02: 03: 04: 05:

19 15 14 71 01

(12-35) 20 (15-50) 29 (15-50) 24 (0-25) 102 (13-50) 02

(15-35) 22 (12-30) (15-50) 30 (15-35) (15-50) 25 (15-30) (0-50) (15-50) 03 (8-50)

resultaat

23 (15-30) 32 (20-40) 26 (15-50)

56 (10-30) 33 (16-40) 27 (15-35)

-

Niet van toepassing

+

het gehalte is kleiner dan de maximale waarde voor bouwstoffen het gehalte 'vet gedrukt’is groter dan de maximale waarde voor bouwstoffen

In de puingranulaat houdende funderingslagen zijn, met betrekking tot de organische

parameters,

geen overschrijdingen van de maximale samenstellingswaarden aangetoond.

Uit

de resultaten van de uitloogtesten blijkt dat voor geen van de onderzochte parameters de maximale emissiewaarden worden overschreden. Op basis van deze resultaten voldoen de puingranulaat houdende funderingslagen indicatief aan de eisen voor een Niet-vormgegeven bouwstof.

De analyserapporten in bijlage V. 6.5.

zijn opgenomen

in bijlage IV. De toetsingsoverzichten

zijn opgenomen

Toetsingskader voor bodem

In de Circulaire bodemsanering

worden

interventiewaarden

voor grond onderscheiden welke

de volgende betekenis hebben: .

Interventiewaarden (I): De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier of plant ernstig zijn

verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven

sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging,

indien meer dan 25 m bodemvolume grond of 100 m bodemvolume grondwater een gemiddelde concentratie heeft boven de interventiewaarde (art. 29 Wbb). Om

de mate van verontreiniging aan te geven wordt in voorliggende

rapportage

de volgende

terminologie gebruikt: «

niet verontreinigd:

concentratie grondwater< streefwaarde / concentratie grond achtergrondwaarde (zie Besluit bodemkwaliteit);

e

licht verontreinigd:

concentratie

230444.BKK / MK

<

> achtergrondwaarde;

31

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

« .

matig verontreinigd: sterk verontreinigd:

*

concentratie> index =0,5*; __ concentratie > interventiewaarde.

De mate waarin de GSSD

de normwaarde

van de standaard

bodem

overschrijdt of onderschrijdt

wordt uitgedrukt door de “index”, waarvoor geldt index = (GSSD-AW)/ (I-AW). Indien index >0,5 dan is er sprake van een matige verontreiniging welke aanleiding geeft voor een aanvullend onderzoek (uitsplitsing mengmonster). In geval de index > 1 geeft dit aanleiding voor een nader onderzoek naar de aard, omvang en ernst van de bodemverontreiniging. In de toetsingstabellen wordt

6.6.

naast de GSSD

ook de index — tussen haakjes — vermeld.

Toetsingskader

Besluit bodemkwaliteit

Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Regeling bodemkwaliteit (Rbk)

regelen

het bodem-

beheer. Hieronder vallen de Kwaliteitsborging bodembeheer (Kwalibo), het keuren en toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie en het vaststellen van de bodemkwaliteit in relatie tot het bodemgebruik. Met betrekking tot de laatstgenoemde zijn bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctieklassenkaarten opgesteld. Bij de bodemkwaliteit zijn zowel land- als waterbodems

betrokken.

In de Rbk wordt onderscheid gemaakt tussen normstelling in het Generieke (landelijke) kader en het Gebiedsspecifieke (lokale) kader. Afhankelijk van het bodemgebruik zijn Maximale

Waarden

vastgesteld, waaraan de bodemkwaliteit moet voldoen om geschikt te zijn voor de

(beoogde) bodemgebruiksfunctie. In deze rapportage wordt standaard getoetst aan de normen in het Generieke kader. Indien de lokale overheid beschikt over een geldige bodemkwaliteitskaart en gebiedspecifiek beleid (zie hiervoor de Nota Bodembeheer van de betreffende

overheid) dan kan aanvullend getoetst worden aan de normen In beide kaders worden verschillende

+

waarden

de volgende kunnen

Achtergrondwaarden

normwaarden

in het Gebiedsspecifieke kader.

gebruikt, die afhankelijk van het kader

hebben:

(AW):

Bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan

chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er wettelijk geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen (art. 1 Bbk).

+

Maximale Waarden wonen (WON): De Maximale Waarden (concentraties) wonen geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem op lange termijn geschikt te houden voor de functie wonen.

.

Maximale

Waarden

industrie (IND):

De Maximale

Waarden

(concentraties) industrie

geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem geschikt te houden

6.7.

op lange termijn

voor de functie industrie.

Toetsingskader PFAS

De stoffen uit de PFAS-stofgroep behoren tot de niet-genormeerde stoffen. Er zijn (nog) geen toetsnormen binnen de Regeling bodemkwaliteit bekend. De metingen die tot op heden bekend

zijn in Nederland tonen aan dat PFAS veelal boven de bepalingsgrens (0,1 ug/kgds) voorkomen. Dit betekent dat de gehalten van PFAS in grond en baggerspecie die uit de bodem ontgraven worden volgens de huidige praktijk boven de toepassingsnormen liggen om die grond en baggerspecie te kunnen hergebruiken. Dit heeft geleid tot stagnatie in het verzet van grond en

baggerspecie, met als gevolg een aanzienlijke stijging van de maatschappelijke kosten en het uitstellen van infrastructurele werken en woningbouwprojecten. In de vigerende versie van het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende

grond en

baggerspecie (versie december 2021) zijn de toepassingsnormen voor PFAS opgenomen. Dit zijn voorlopige toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie, waarmee invulling wordt gegeven aan de wettelijke zorgplichten. Voor een definitieve normstelling moeten ook de resultaten bekend zijn van nog lopend onderzoek naar de mobiliteit, uitloging, bio-accumulatie en

het gedrag van PFAS in grondwater. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau zijn in tabel 19 opgenomen.

230444.BKK / MK

32

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Tabel 19:

Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau

(1) (in ug/kgds)

(2).

Functieklasse in de | PFOS zin van

het

Bbk

PFOA

'GenX

Overige PFAS

Landbouw/natuur

|

1,4

19

14

14

Wonen

|

3,0

70

30

30

/ Industrie

(1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van 'boven grondwaterniveau:’totten

hoogste 1 meter

onder het maaiveld;

(2) Op de waarde uit deze tabel hoeft (tot 10% OS) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is in overeenstemming met de systematiek zoals dîe op dît moment geldt voor PAK (10 VROM).

6.8.

Toetsing en interpretatie analyseresultaten

Berekende

bodem

toetsingswaarden

De gestandaardiseerde meetwaarden zijn getoetst aan de normwaarden. In tabel 20 zijn de normwaarden voor standaard bodem opgenomen. Daarnaast worden in het kader van hergebruik van grond en bouwstoffen de analyseresultaten indicatief getoetst conform de toetsingsmethode beschreven in de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) aan de maximale waarden

wonen

(WON)

en industrie (IND).

Tabel 20: Toetsingsnormen

voor standaard

bodem

(mg/kgds) Wbb

en Rbk.

AW

Ï

WON

IND

20 0,6 15 40 0,15 50 15 35 140

27 13 190 190 36 530 190 100 720

76 12 35 54 0,83 210 88 39 200

76 43 190 190 48 530 190 100 720

15

40

68

40

0,02

1

0,04

0,5

190

5000

190

500

METALEN

Arseen [As] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn] PAK

PAK

10 VROM

GECHLOREERDE

PCB (som OVERIGE Minerale

KOOLWATERSTOFFEN

7) (ORGANISCHE) olie C10

VERBINDINGEN

- C40

Toelichting bij de tabel:

De toetsingsnormen zoals vermeld in de Wet Bodembescherming worden gecorrigeerd voor de geldende Iutum- en humuswaarden.

In bovenstaande tabel worden de normen

AW 1

bij de lutum- en humuswaarden

25%

en 10%.

Achtergrondwaarde zoals vermeld in het Besluit Bodemkwaliteit Interventiewaarde zoals vermeld in de Wet Bodembescherming

IND

=

WON

Maximale

waarde

Industrie

Maximale

waarde

Wonen

Toetsing resultaten In tabel 21 is een overzicht opgenomen

grond(meng)monsters. overzichten conform

gegeven

van de toetsresultaten van de in onderzoek genomen

In bijlage IV zijn de analyserapporten, en in bijlage V zijn de toetsings-

de Wet bodembescherming

en de Regeling bodemkwaliteit,

Tabel 21: Toetsresultaten bodem met beoordeling conform de Wb 'Analysemonster (visueel) | Boring + traject (cm-mv)

opgenomen.

en Rbk. >AW,

(Index)

[>I,(Index)

|

Toets Rbk

Deellocatie halfverharding 01 (zand, visueel schoon) 02 (zand, visueel schoon) 03 (zand, visueel schoon)

230444.BKK / MK

_ _

|114 |117 114 117 119

(0-50) 115 (0-50) 116 (0-50) (0-50) 118 (0-50) 119 (0-50) (50-100) 115 (50-100) (50-100) 118 (50-100) (50-100)

B

= £

AW AW AW

33

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Vervolg tabel 21: Toetsresultaten bodem

Analysemonster

met beoordeling conform de Wbb en Rbk.

(visueel) | Boring + traject (cm-mv)

>AW,

(Index)

[>I (Index) [

Toets Rbk

Deellocatie trottoirs

+ fietsenstalling

04 (zand, visueel schoon) 05 (zand, visueel schoon)

_ _

06 (zand, zwak puingranulaat)| 07 (zand, visueel schoon) _

08 (zand, visueel schoon)

_

|38 (4-50) 39 (4-50) 40 (25-50)

-

-

AW

(12-62) 42 (35-50) 43 (20-50) (4-50) 47 (10-50) (15-35) 48 (12-50) (12-35) 50 (12-50) 51 (12-40) (4-35) 53 (12-50)

-

-

AW

|-

AW IND

|54 (12-40) 55 (4-35) 56 (30-50)

-

-

AW

-

-

AW

(50-100) 40 (50-100) (65-100) (70-100) 46 (50-100) (50-100)

|-

5

AW

|-

:

AW

|49 (85-100) 50 (50-90) 51 (80-100)

-

-

AW

|-

-

AW

PCB 004 Minerale olie (0,1) PAK (0,51)

J-

NT>IND

-

-

AW

|-

WON

44

(10-50)

|41 46 42 |49 52

59

09 (zand, matig puingranulaat) 10 (zand, visueelschoon)

_

11 (zand, visueel schoon)

_

12 (zand, visueelschoon)

_

(15-65)

|38(50-100) 44 (50-100) |41 (62-100) 47 (50-100)

39 45 43 48

(65-100)

53 (50-100)

_

58 (50-100)

14 (zand, sterk puingranulaat)|

31 (15-50)

15 (zand, visueelschoon)

|28 (20-50) 34 (8-50) 35 (8-50)

_

36 (8-50)

16 (zand, zwak asfalt / kolengruis) 17 (zand, visueelschoon)

_

18 (zand, visueelschoon)

_

20 (zand, visueelschoon)

_

21 (zand, visueel schoon)

_

22 (zand, visueelschoon)

_

37 (8-50)

30 (35-50)

PAK

|13 (8-50) 16 (8-40) 17 (8-50) 18 (8-50) |19 (35-50) 20 (35-50) 22 (30-50)

-

-

AW

-

=

AW

-

-

AW

-

-

AW

-

-

AW

|-

NT>IND

-

AW

23

_

0 (0,34) C

60 (15-50)

|55(50-100) 57 (65-100) 59 (65-100) 60 (50-100) Deellocatie rijbaan met inritten en parkeerstroken

19 (zand, visueelschoon)

Kobalt Nikkel Lood

58 (15-35)

52

13(zand, visueelschoon)

45 (15-65)

(30-50)

56 (30-50)

|13 (170-200) 14 (160-200) 15 18 |14 18 |24 27 |30

(100-150) 17 (150-200) (150-200) (50-100) 16 (40-90) 17 (50-70) (50-100) 19 (80-100) (50-80) 25 (50-100) 26 (50-100) (80-100) 29 (50-80) (50-75) 33 (50-100) 34 (50-100)

35

(75-100)

23 (zand, visueelschoon)

_

|29 (80-100) 36 (50-100)

41 (zand,

©D

Minerale olie (0,07) PAK

31 (50-100) 37 (70-100)

32 (50-100)

(0,63)

|-

visueel schoon)

_

|04 (5-30) 05 (6-30) 06 (5-30) 21 (6-40)

|PAK

42 (zand, visueelschoon)

_

-

-

AW

43 (zand, visueelschoon)

_

|-

:

AW

44 (zand, visueelschoon)

_

|07 10 |01 03 |04

|-

E

AW

|-

-

AW

[Minerale olie (0,22)

[-

NT>IND

|-

AWT

-

AW

(22-50) 08 (17-50) 09 (26-50) (19-50) 11 (15-50) 12 (12-50) (50-100) 01 (150-200) 02 (50-100) (50-70) 03 (100-150) (50-100) 04 (150-200) 05 (50-100)

06 (50-100)

45 (zand, visueel schoon)

_

AWD

06 (150-200)

|07 (100-150) 08 (110-160) 09 (100-150) 10 (150-200)

000

11 (150-200)

12 (150-200)

Deellocatie groenvakken 24 (zand, resten baksteen)

25 (zand, visueelschoon)

61 (0-50) 62 (0-50) 63 (0-50) 64 (0-50) 65 (0-50)

_

66 (0-50) 68 (0-50) 69 (0-50) 70 (0-50)

| Zink

(0,03)

Lood

26 (zand, visueel schoon)

_

|61 (50-100) 63 (50-100) 64 (50-100) 66 (50-100)

77 (zand, matig puin)

230444.BKK / MK

71 (25-60)

67 (65-115)

_

()

|-

69 (50-100)

PCB Cadmium Kwik Lood

_

(0,02) (0,08) ) (0,39)

|Koper |Zink

(1,65)| (2,81)

34

NT>T

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Vervolg tabel 21: Toetsresultaten bodem

Analysemonster

met beoordeling conform de Wbb en Rbk.

(visueel) | Boring + traject (cm-mv)

>AW,

(Index)

[>I (Index) [

Toets Rbk

28 (zand, visueel schoon)

_

|72 (0-50) 73 (0-50) 76 (0-50) 78 (0-50) 79

29 (zand, visueelschoon)

_

30 (zand, visueel schoon)

_

31 (zand, visueel schoon)

_

32 (zand, resten baksteen) 33 (zand, visueelschoon)

_

_

35 (zand, visueel schoon)

_

36 (zand, visueel schoon)

_

37 (zand, visueelschoon)

_

38 (zand,

resten

puin)

39 (zand, visueelschoon)

_

40 (zand, visueelschoon)

_

-

AW

|-

AWD

|-

-

AW

|-

-

AW

|-

5

AW

|-

-

AW

-

AWD

-

AW

(0-50)

|74 (0-50) 75 (0-50) 77 (0-50) 80 (0-50) 81

(0-50)

|71 76 |82 87 |85

(60-100) 74 (50-100) 75 (50-100) (50-90) 79 (50-100) 80 (50-100) (0-50) 83 (0-50) 84 (0-50) 86 (0-50) (20-60) (0-50) 87 (0-20) 88 (0-50) 89 (0-50)

90

(0-50)

|PAK

|82(50-100) 83 (50-100) 86 (50-100) 87

34 (zand, visueelschoon)

|-

(60-100)

89 (75-100)

©97

90 (75-100)

|91(0-50) 92 (0-50) 93 (0-50) 94 (0-50)

|[Cadmium

95 (0-50) 113 (0-50) |96 (0-50) 97 (0-50) 98 (0-50) 99 (0-50) 100 (0-50) |101 (0-50) 103 (0-50) 104 (0-50) 105 (0-50) 112 (0-50) |106 (0-50) 107 (0-50) 108 (0-50)

Kwik |-

-

AW

-

-

AW

109 (0-50) 110 (0-50) 111 (0-50) 96 (50-100) 103 (50-100) 112 (50-100)

|-

-

AW

-

-

AW

|-

5

AW

E E E

PAK 5 z

E & 5 B B

-

|91 (50-75) 94 (60-100) 98 (50-100) 100 (50-100) 113 (130-180) |100 (50-100) 105 (50-100) 107 (50-100) 109 (50-100) 110 (100-150)

_ C) )

Uitspl

46 (zand, 47 (zand, 48 (zand,

visueel schoon) ? visueel schoon)? visueel schoon)?

49 (zand, 50 (zand, 51 (zand, 52 (zand, 53 (zand, 54 (zand, Monster

visueel schoon)? visueel schoon)” visueel schoon)” resten baksteen)? visueel schoon)” visueel schoon) ” t.b.v. inkadering

_[30 (50-75) |33 (50-100) |34 (50-100) |35 _[61 _[62 |63 _[64 _[65

(75-100) (0-50) (0-50) (0-50) (0-50) (0-50)

55 (zand, visueel schoon) °

[06 (30-50)

Koper

56 (zand,

_[30 (75-100)

Arseen Cadmium

(0,76)

(0,05) _ (0,09)

Lood

visueel schoon) ”

_(7,74)|

NT>I AW AW AW AW AW AW AW AW

[Zink

(2,2)[

NT>T

(0,26)

B

-

AW

Toelichting bij de tabel: geen verhoogde gehalten t.0.v.

van de toetsnormen

(1,29)

nterventiewaarde zoals vermeid in de Wet Bodembescherming (GSSD - AW) / (I - AW), indien index > 0,5, deze waarde geeft aanleiding voor de uitvoering van een nader bodemonderzoek

AW

achtergrondwaarde / altijd toepasbaar, zoals vermeld in de Regeling bodemkwaliteit

WON

Maximale Maximale

Index

IND NT>I NT>IND 1

waarde waarde

wonen industrie

Niet toepasbaar, op basis van een overschrijding van de interventiewaarde Niet Toepasbaar, op basis van een overschrijding van minerale olie ten opzichte van de maximale waarde industrie Ondanks dat er overschrijdingen zijn van de achtergrondwaarden voor zink, lood, kwik, cadmium en/of PAK geeft de

indicatieve toetsing volgens de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) aan dat er sprake is van de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Om te voorkomen dat partijen grond ten onrechte worden gekarakteriseerd als grond die niet voldoet aan de Achtergrondwaarde Is een uitzonderingsregel van toepassing (zijnde N,T-toetsingsregel). Toetsingsregel achtergrondwaarde

> » x

5

(bij 7 /m

15 parameters):

Deze is opgenomen

Maximaal

2 parameters

in het Rbk en is als volgt omschreven

mogen

hoger zijn dan AW,

mits niet hoger

dan 2x AW en niet hoger dan maximale waarde voor bodemfunctie wonen (nikkel: afwijkende toetsingsregel). In dat geval voldoet de grond aan klasse achtergrondwaarde. analysemonster 22 (index > 0,5 voor pak) i uitgesplitst om de deelmonsters 46 t/m 49 separaat te analyseren op PAK. analysemonster 24 (NT>IND) is uitgespiitst om de deelmonsters 50 t/m 54 separaat te analyseren op minerale olie.

ter inkadering van de sterke verontreinigingen met koper en lood n de bovengrond van boring 71 is de bovengrond van de aangrenzende boring 06 (traject 30-50 cm-mv) in de Grootveldweg in onderzoek genomen op pakket zware metalen: 5. =ter inkadering van de sterke verontreiniging met PAK in de ondergrond van boring 30 is het aangrenzende ondergrondtraject van boring 30 (traject 75-100 cm-mv) in de Grootveldweg in onderzoek genomen op PAK.

230444.BKK / MK

35

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Interpretatie resultaten Deellocatie halfverharding In de boven- en ondergrond

van het voetpad

Ommetje

zijn geen verontreinigingen

aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze boven- en ondergrond sprake van klasse Achtergrondwaarde.

indicatief

Deellocatie trottoirs en fietsenstalling

In de bovengrond van boring 49, 50, 51, 52 en 53 is een lichte verontreiniging met kobalt, nikkel en lood aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor de visueel schone bovengrond

indicatief sprake van

klasse Industrie.

In de overige boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze boven- en ondergrond indicatief sprake van klasse Achtergrondwaarde. Deellocatie rijbaan met inritten en parkeerstroken

In de bovengrond van boring 31 met sterk puingranulaat is een lichte verontreiniging met PCB, minerale olie en PAK aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze bovengrond indicatief sprake van Niet Toepasbare grond, vanwege de overschrijding van minerale olie ten opzichte van de maximale waarde Industrie. In de bovengrond van boring 30 met zwak asfalt / kolengruis is een lichte verontreiniging PAK aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze bovengrond indicatief

met

sprake van klasse Wonen. In de visueel schone ondergrond van analysemonster 22 is een lichte verontreiniging met minerale olie en een matige verontreiniging met PAK aangetoond. Volgens de Regeling

bodemkwaliteit is voor deze ondergrond indicatief sprake van Niet Toepasbare grond, vanwege de overschrijding van minerale olie ten opzichte van de maximale waarde Industrie. Vanwege de indexoverschrijding voor PAK (index > 0,5) zijn de deelmonsters separaat zijn geanalyseerd op PAK (zie analysemonsters 46 t/m 49). Hieruit volgt dat voor de boringen 33, 34 en

35 geen sprake is van een verontreiniging met PAK. De ondergrond van boring 30 is in het traject 50-75 cm-mv sterk verontreinigd met PAK. In de bodemlaag van 75-100 cm-mv (analysemonster 56) is geen verontreiniging met PAK meer aangetoond. De verontreiniging met minerale olie hangt zeer waarschijnlijk nauw samen met de aangetoonde sterke PAK-

verontreiniging, waardoor een olieverontreiniging in de ondergrond van boring 33, 34 en 35 kan worden uitgesloten. In de visueel schone

bovengrond

van boring 06 is een

lichte verontreiniging

met arseen,

cadmium en lood, een matige verontreiniging met koper en een sterke verontreiniging met zink aangetoond. Er is sprake van een interventiewaarde overschrijding van zink. In de ondergrond

van boring 06 (zie analysemonster 44) is geen zinkverontreiniging aanwezig

De bodemkwaliteit is plaatselijk (bovengrond van boring 06 / ondergrond van boring 30) niet in overstemming met de huidige en toekomstige bestemming van de onderzoekslocatie. De verontreinigingssituatie met zink en PAK is zodanig dat volgens de Wet bodembescherming een nader bodemonderzoek nodig is om de ernst en de omvang van de sterke verontreiniging

met zink en PAK vast te kunnen stellen. De uitvoering van het nader onderzoek en de resultaten

worden

nader

beschreven

in hoofdstuk

7.

In de overige boven- en ondergrond zijn, behoudens een enkele lichte PAK-verontreiniging, geen verontreinigingen aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze boven-

en ondergrond

indicatief sprake van klasse Achtergrondwaarde.

Deellocatie groenvakken In de bovengrond van analysemonster 24 met resten baksteen

is een lichte verontreiniging

met minerale olie aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze bovengrond indicatief sprake van Niet Toepasbare grond, vanwege de overschrijding van minerale olie ten opzichte van de maximale

230444.BKK / MK

waarde

Industrie. Vanwege

deze overschrijding van

minerale olie en

36

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

het ontbreken van visuele waarnemingen zijn de deelmonsters separaat zijn geanalyseerd op minerale olie (zie analysemonsters 50 t/m 54). Hieruit volgt dat voor de boringen 61 t/m 65 geen sprake is van een verontreiniging met minerale olie. De bovengrond van deze boringen is daarmee vrij van verontreinigingen. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze

bovengrond

indicatief sprake van klasse Achtergrondwaarde.

In de bovengrond van boring 71 met matig puin is een lichte verontreiniging met PCB, cadmium, kwik en lood, en een sterke verontreiniging met koper en zink aangetoond. Er is

sprake van een interventiewaarde overschrijding van koper en zink. De bodemkwaliteit is plaatselijk (bovengrond van boring 71) niet in overstemming met de huidige en toekomstige bestemming van de onderzoekslocatie. De verontreinigingssituatie met

koper en zink is zodanig dat volgens de Wet bodembescherming een nader bodemonderzoek nodig is om de ernst en de omvang van de sterke verontreiniging met koper en zink vast te kunnen stellen. De uitvoering van het nader onderzoek en de resultaten worden nader beschreven

in hoofdstuk

7.

In de overige boven- en ondergrond zijn, behoudens een enkele lichte verontreinigingen met lood, cadmium, kwik, zink en PAK, geen verontreinigingen aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze boven- en ondergrond indicatief sprake van klasse

Achtergrondwaarde. 6.9.

Civieltechnische

De analyseresultaten

onderzoeksresultaten

met betrekking tot het algemeen fysisch onderzoek zijn opgenomen

in

bijlage IV. In tabel 21 zijn de resultaten van de fracties getoetst aan de eisen conform de RAW 2015

artikel

22.06.01/02/03.

Tabel

21: Toetsingsresultaten

‘Ondergrond Piuspark e.0.

RAW-mengmonsters.

Fracties RAW eis

conform

Resultaten | Beoordeling

Conclusie

RAW 01: zand, matig tot zeer fijn, matig tot sterk siltig, 01 (100-150) 02 (100-150) 03 (150-200) 05 (100-150) 06 (100-150) Zand in aanvulling of

<2um<8%

48%

ophoging Zand t.b.v. geschiktheid

< 63 um < 50 % <63um<5%

32,2% 32,2%

draïneerzand * Zand

in zandbed

gloeiverlies> 50,0 < 3% %

> 250 um

0,8% 6,7%

Geschikt

Ongeschikt

_ | Geschikt als zand n aanvulling of

ophoging

?*+

<63um<15% 32,2% <20 um < 3,0 % 92% Ongeschikt gloeiverlies <3% 0,8 % RAW 02: zand, matig tot zeer fijn, matig tot sterk siltig, 08 (60-110) 09 (150-200) 10 (100-150) 11 (150-200) 12 (100-150) 13 (100-130)

Zand in aanvulling of

<2umx<8%

5,0 %

ophoging

<63

22,0 %

>

Zand t.b.v. geschiktheid

draineerzand *

Zand in zandbed +7

230444.BKK / MK

um

< 50 %

<63um<5%

gloeiverlies> 50,0 < 3% %

> 250m

22,0 %

1,2%

9,2 %

< 63 um < 15 %

22,0%

< 20 um

< 3,0 %

7,0 %

gloeiverlies <3%

12%

Geschikt

Ongeschikt

_ | Geschikt als zand

in aanvulling of

ophoging

Ongeschikt

37

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

Vervolg tabel 21: Toetsingsresultaten RAW-mengmonsters. Fracties eis Ondergrond conform RAW Piuspark e.0.

Resultaten

RAW 03: zand, matig tot zeer fijn, matig tot sterk siltig, 07 (150-200) 14 (130-160) 15 (150-200) 16 (90-140) 17 (150-200) <2um<8%

6,0%

ophoging ? Zand t.b.v. geschiktheid

<63 um < 50 % <63um<5%

34,3% 34,3%

gloeiverlies < 3%

> 250 pm

Zand in zandbed #=3

<63

12%

> 50,0%

Conclusie

Geschikt

Geschikt als zand in aanvulling of

18 (100-150)

Zand in aanvulling of

draineerzand ©

Beoordeling

13,5%

um < 15 %

34,3%

< 20 um < 3,0 % gloeiverlies <3%

83% 1,2%

Ongeschikt

ophoging

Ongeschikt

1)

Zand dat in aanvulling of ophoging wordt verwerkt op een diepte van meer dan 1 meter beneden

2) 3) 4)

Zand dat in zandbed wordt verwerkt op een diepte van minder dan 1 meter beneden het oppervlak van het wegdek. Wanneer het gehalte < 63 um tussen 10 en 15 % ligt, mag het gehalte aan minerale deeltjes door zeef 20 um ten hoogste 3 % Van het materiaal dat door de zeef van 2 mm gaat mag het gloeiverlies ten hoogste 3% bedragen.

het opperviak van het wegdek.

De conclusie is dat het vrijkomende zand in de ondergrond onder de wegen geschikt is als zand

in aanvulling of ophoging.

6.10.

ieltechnische

samenstel

g funderingsmateriaal

In tabel 22 is een overzicht van de toetsingsresultaten van de analysemonsters weergegeven voor wat betreft de samenstelling van het materiaal (conform artikel 80.16.02 van Standaard

RAW 2020). In bijlage IV zijn de analyserapporten opgenomen. Tabel 22: Resultaten Analysemonster

Proefsleuf

Van (m-mv)

samenstelling. Eis %o (m/m)

| Puinlaag Piushof |/ Min. Calsstraat |

Puinlaag Grootveldweg

(puingranulaat)

| (puingranulaat)

| (puingranulaat)

% (m/m)

% (m/m)

% (m/m)

47

41

10

PG14,15,30,33 | PG24,0,15-0,50 25, 26, 27 | PG 01,0,13-0,50 02, 19, 20 0,15-0,50

- tot (m-mv)

Hoofdbestanddelen Beton

Natuursteen

Puinlaag Min. Calsstraat

Minimaal

45%

en

59

66

66

toeslagmateriaal 50%

34

28

17

Asfalt

Metseiwerk

Maximaal

5%

02

0,4

38

Glas Anders

Maximaal

1 %

02 01

02 0

01 0

Drijvende delen

Maximaal 10 cm/kg

0,5

0,3

0

Voldoet voldoet

Voldoet voldoet

Voldoet Voldoet

Toetsing

en

keramiek

aan:

_ | Maximaal

Toetsing samenstelling aan Toetsing vreemde de

norm

bestanddelen

aan

de norm

In dit onderzoek wordt het materiaal gezeefd over 31,5 mm zeef. Het materiaal op de zeef wordt civieltechnisch onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat de monsters puingranulaat qua

samenstelling voldoen aan de eisen voor menggranulaat.

230444.BKK / MK

38

zijn.

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

6.11.

Civieltechnische korrelverdeling funderingsmateriaal

In tabel 23 is een overzicht van de toetsingsresultaten van de analysemonsters weergegeven voor wat betreft de korrelverdeling van het materiaal (conform BRL 2506-1:2019). In bijlage

IV zijn de analyserapporten opgenomen. Tabel 23:

Analysemonsters

Resultaten

korrelverdeling.

Eis% (m/m) | Puinlaag | Toetsing | Puinlaag | Toetsing | Puinlaag | Toetsing Min. Piushof GrootveldCalsstraat / Min. weg (puit Calsstraat (puingranulaat) (puingranulaat) granulaat) Proefgaten menggranulaat | 14,15,30,33 24,25,26,27 01,02,19,20 Van (m-mv) - | Min.% | 0,15- | 0,15-0,50 0,15-0,50 0,13-0,50 tot (m-mv)

Korrelgrootte verdeling

0,50

% (m/m)

63,0 mm 45,0 mm 31,5 mm 22,4 mm

100 85 75-

100 100-

100 95 8878

Voldoet Voldoet Voldoet -

100 100 078

Voldoet 100 Voldoet | _ 100 Voldoet 10093 -

voldoet Voldoet Voldoet -

16,0

mm

50

90

87

Voldoet

69

Voldoet

88

Voldoet

11,2 mm

-

-

60

-

60

-

81

-

8,05,6 mm mm 4,0 mm 2,0 mm 1,0 mm 0,500 mm

3020 13 8 5

7560 45 35 30

5551 47 42 36 28

Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet

0,250 0,125 0,063

0

7

15 6 38

Voldoet

mm mm mm

54 45 40 34 27

Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet

7569 64 57 52 43

Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet

15 7 45

voldoet

31 15 93

Voldoet

49

niet

niet niet niet

niet

niet

|

Analysemonsters

Puinlaag Min. Calsstraat (puingranulaat)

korrelverdeling aan de norm

Calsstraat

Puinlaag Grootveldweg (puingranulaat)

(puingranulaat)

Proefgaten Van (m-mv) - tot (m-mv) Toetsing

Puinlaag Piushof / Min.

PG14,15, 30, 33 | PG 24,0,15-0,50 25, 26, 27 | PG 01,0,13-0,50 02, 19, 20 0,15-0,50

Toetsing gehalte aan (zeer) fijn materiaal aan de norm Toetsing gehalte aan grof materiaal aan de norm

Voldoet niet

Voldoet Voldoet

Voldoet

Voldoet Voldoet

Voldoet

niet

Voldoet niet Voldoet

Uit de zeving is gebleken dat de monsters van de Min. Calsstraat en de Grootveldweg grotendeels voldoen aan de korrelgrootteverdeling, behoudens de kleine fracties (< 4,0 tot

<0,063 mm). Enkele gehalten liggen te hoog ten opzichte van de normen. Ondanks dat de toetsing aangeeft niet te voldoen aan de norm voor menggranulaat 0 -31,5 mm is het aannemelijk dat het materiaal toch is her te gebruiken als funderingsmateriaal.

Uit de zeving is gebleken dat het monster van de Piushof / Min. Calsstraat (puingranulaat) voldoet aan de korrelgrootteverdeling. gebruiken als funderingsmateriaal.

230444.BKK / MK

Hiermee is aangetoond

dat het materiaal is her te

39

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

7.

NADER

ONDERZOEK

7.1.

Verontreinigingssituatie

vooraf

Ten aanzien van de aangetoonde sterke verontreinigingen met asbest, koper / zink en PAK, welke is benoemd in paragraaf 6.8 dient volgens de Wet bodembescherming een nader onderzoek plaats te vinden naar de ernst en de omvang van deze bodemverontreinigingen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Richtlijn NTA 5755 (Strategie voor het uitvoeren van

nader onderzoek- Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, versie juli 2010). In tabel 24 zijn de sterke bodemverontreinigingen, te worden uitgevoerd, samengevat. Tabel

24:

Samenvatting

sterke verontreinigingen

Locatie Grootveldweg (berm)

Boring 67

Traject (em-mv) 20-65

Grootveldweg (weg en berm)

06 en 71

Min.

30

Calsstraat

uit verkennend

waarvoor een nader onderzoek dient

bodemonderzoek.

Parameters (> I) Asbest

Vervolgwerkzaamheden Nader onderzoek

25-60

Koper en zink

Nader onderzoek

50-75

PAK

Nader

onderzoek

Toelichting bij de tabel: >I Gehalte verhoogd t.0.v. de interventiewaarde

7.2.

Onderzoeksstrategie

Aan de hand van de huidige gegevens wordt aangenomen dat er mogelijk sprake is van heterogene spotverontreinigingen met zink/koper, asbest en PAK in gehalten > interventiewaarde. Om dit te kunnen aantonen zijn op 17 november 2023 op enige afstand van de verontreinigde boringen (zie hieronder) inkaderende boringen / proefgaten verricht tot

een diepte van maximaal 1,5 m-mv. De analyseresultaten van deze boringen maakten het noodzakelijk dat op 24 november nog een aantal inkaderende boringen voor de PAKverontreiniging en voor de verontreiniging met zware volgende inkaderende boringen zijn verricht:

Verontreinie

ring: traje

Boring 67, traject: 20-65 cm-mv Boring 06 en 71 Boring 30 7.3.

Parameter _ asbest koper / zink PAK

metalen

(zink / koper) zijn verricht. De

Inkadering

(horizontaal en verticaal, Proefgat 132 t/m 135; Boring 127 t/m 131, 144 t/m 148; Boring 136 t/m 139, 142 en 143.

Veldwaarnemingen

Koper- en zinkverontreiniging In het traject 25-55 cm-mv van boring 129, in het traject van 35-70 cm-mv van boring 130 en in het traject van 25-60 cm-mv van boring 144 zijn zwakke bijmengingen met baksteen

aangetroffen. De bovengrond van boring 145 is matig asfalthoudend en zwak betonhoudend. De ondergrond van boring 146 is zwak baksteenhoudend. In de overige boven- en ondergrond van de inkaderende

boringen is visueel geen verontreiniging aangetroffen.

Asbestverontreiniging In de bovengrond van de proefgaten 132 t/m 135 zijn visueel geen bodemvreemde bijmengingen

dan wel asbestverdacht plaatmaterialen aangetroffen.

PAK-verontreiniging In de bodemlaag onder de funderingslaag met uiterst puingranulaat is voor boring 139 in het traject 35-65 cm-mv een zwakke bijmenging met asfalt en puin aangetroffen. In de resterende boven- en ondergrond tot 1,5 m-mv, zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen.

230444.BKK / MK

40

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

De profielen van de inkaderende boringen zijn opgenomen 7.4.

Laboratoriumonderzoek

en toetsing

in bijlage I.

resultaten

Voor de horizontale en verticale afperking van de sterke verontreiniging met PAK, zink / koper en asbest zijn de verdachte bodemlagen van de inkaderende boringen 127 t/m 148 in onderzoek genomen op de verdachte parameters PAK, metalen: 5 en asbest. In tabel 25 is de

samenstelling van de (meng)monsters weergegeven. De samenstelling heeft conform de richtlijnen van de NEN 5740 in het laboratorium plaatsgevonden. Daarnaast zijn in tabel 25 ook de analysegehalten voor PAK, koper, zink en asbest en

de toetsingsresultaten aan de achtergrondwaarde / interventiewaarde voor grond opgenomen. Tabel 25:

Samenstelling

(Meng)monster (materiaal,

(meng)monsters.

Boring en bodemtraject in cm-mv

bijmengingen)

57 (zand, visueel schoon)

|

127 (0-50) 131

'Gehalte asbest

'Gehalte PAK

=

-

AW/T (grond)

(mg/kgds) | (mg/kgds)

128 (0-50)

< AW

(0-50)

< AW

58 (zand, visueel schoon)

_ | 130 (0-20)

-

-

59 (zand, zwak baksteen)

_ | 130 (35-70)

-

-

>AWen<T < AW

>I >AWen<I

60 (zand, visueelschoon)

128 (50-100) 131 (50-100)

61 (zand, zwak baksteen)

_ | 127 (50-100) 129 (55-100) _ | 129 (25-55)

62 (zand, visueel schoon)

_ | 136 (60-110)

137 (45-90)

-

-

< AW < AW >1

‚

-

-

61

-

170

>I

06 <0,4 3

17 0,85 E

>AWen<I < AW <T <1 >T

z

=

-

-

-

-

-

-

>I

63

(zand,

zwak

asfalt/puin)

64 (zand, visueel schoon) 65 (zand, visueel schoon) ASB 13 ASB 14 66 (zand, zwak baksteen)

|

138 139

_| |

142 143 132 134 _ | 144

(40-80) (35-65)

(40-90) (35-80) (0-50 133 (0-50) (0-50 135 (0-50) (25-60)

>AWen<T

>I

67 (zand, visueel schoon)

143 (35-80)

145 (35-85)

<AW < AW

68 (zand, matig asfalt, zwak | 145 (10-35)

< AW

beton

< AW

69 (zand, visueel schoon)

_ | 146 148 _ | 146 148

70 (zand, visueel schoon)

(0-50) 147 (0-50) (0-50) (50-100) 147 (50-100) (50-100)

>AWen<T < AW >AWen<T > AWen<I

Toelichting bij de tabel: AW

=

I

7.5.

achtergrondwaarde/ altijd toepasbaar, Interventiewaarde zoals vermeld

Interpretatie onderzoeksresultaten

zoals vermeld in de Regeling

bodemkwaliteit

in de Wet Bodembescherming

en verontreinigingssituatie

Koper- en zinkverontreiniging (vak 1) Analytisch is het traject 25-55 cm-mv van boring 129, het traject van 35-70 cm-mv van boring 130 en het traject van 25-60 cm-mv van boring 144 sterk verontreinigd met zink en/of koper. De sterke verontreinigingen hangen samen met de aanwezigheid van een zwakke bijmengingen met baksteen en de donker zwarte kleur van de grond. De bovengrond

van de

boringen 68, 114, 127, 128, 131, 145, 146, 147 en 148 is niet dan wel licht verontreinigd met zink en/of koper. In de ondergrond van boring 71 (zie mengmonster 30 in tabel 21) en van boring 06 (zie mengmonster 44 in tabel 21) zijn geen verontreinigingen aangetoond. In de ondergrond van boring 129 is eveneens geen verontreiniging met zink en koper aangetoond.

230444.BKK / MK

41

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

De oppervlakte wordt ingeschat op circa 320 m2, de gemiddelde dikte van de verontreinigde bodemlaag bedraagt 0,35 meter, waarmee de omvang koper circa 112 m? bedraagt.

van de verontreiniging met zink en

Asbestverontreiniging (vak 2) Analytisch is er in de bovengrond van de proefgaten 132 t/m 135 geen asbest aangetoond. Ook in de grove fractie is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Hiermee is de asbestverontreiniging beperkt tot de bovengrond van boring 67 in het traject 20 tot 65 cm-mv.

De ondergrond is visueel schoon bevonden. De oppervlakte wordt ingeschat op circa 20 m2, waarmee de omvang van de asbestverontreiniging circa 9 m? bedraagt. PAK-verontreiniging

(vak 3)

Analytisch is de bodemlaag onder de funderingslaag

met uiterst puingranulaat voor boring 139

in het traject 35-65 cm-mv en voor boring 30 in het traject 50-75 cm-mv een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. Middels analysemonster 62, 64 en 65 is de PAKverontreiniging in horizontale richting ingekaderd. Visueel is de sterke PAK-verontreiniging

wijten aan de bijmengingen met asfalt, welke in de ondergrond vanaf 0,75 m-mv analysemonster 56 in tabel 21) niet meer zijn aangetroffen. Hiermee is de sterke bodemverontreiniging

met PAK in de ondergrond

te

(zie

in horizontale en verticale richting afgeperkt.

De oppervlakte wordt ingeschat op circa 136 m?, de gemiddelde dikte van de verontreinigde bodemlaag bedraagt 0,30 meter, waarmee de omvang van de verontreiniging met PAK circa

41 m3 bedraagt. In tabel 26 is de globale omvang

van de sterke verontreinigingen

binnen het plangebied

Piuspark

weergegeven. Tabel 26: Omvang sterke bodemverontreiniging. Locatie, boring(en) 'Oppervlakte

m2 Vak

1: 06,

71,

129,

130,

Dikte gem.

Omvang

(bodemlaag m-mv)

m?

|_

Verontreinigde

parameter

320

0,35

| (0,25-0,60)

112

Koper / zink

20

0,45

| (0,20-0,65)

9

Asbest

136

030

| (0,35-0,75)

a

PAK

144

Vak

2: 67

Vak 3: 30 en 139

In bijlage II-deel 3 is de verontreinigingssituatie met koper/ zink, asbest en PAK op niveau van boorlocaties en de geschatte I-contour weergegeven. Naar aanleiding hiervan

kan gesteld worden

dat er volgens de Wet bodembescherming

is van een drietal gevallen van ernstige bodemverontreiniging.

sprake

Het criterium van meer dan 25

m? wordt voor geval 1 en 3 overschreden. Voor de asbestverontreiniging geldt geen volume criterium.

7.6.

Risicobeoordeling asbestverontreiniging

De risicobeoordeling van de asbestverontreiniging

wordt uitgevoerd conform

het Protocol Asbest

en is opgenomen in de Circulaire bodemsanering (bijlage 3). Hierin is een stappenplan opgenomen voor de beoordeling van de risico's. Het fysische karakter van asbest heeft tot gevolg dat er alleen sprake is van schadelijke blootstelling ten gevolge van het inademen van asbestvezels. Derhalve is er in het geval van een asbestverontreiniging geen sprake van verspreidings- en ecologisch risico maar enkel van humaan risico. Het doel van de risicobeoordeling is om de spoed te bepalen teneinde saneringsmaatregelen treffen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën, te weten:

230444.BKK / MK

42

te

Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen

-

géén onaanvaardbare risico's;

-

onaanvaardbare risico's (concentratie hechtgebonden

asbest is groter 1.000 mg/kgds of

de concentratie niet-hechtgebonden asbest is groter dan

100 mg/kgds).

Het stappenplan heeft 3 afzonderlijke stappen en wordt hieronder schematisch weergegeven:

Stap3

Locatiespeciieke rsicobeoordeling op

basis van bepaling respirabele vezels n de contactzone van de bodem en eventueel van vezels n huisstof

Bron:

Circulaire 2009 (bijlage 3)

Stap 1 omvat het vaststellen of er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Dit kan worden vastgesteld op basis van de resultaten van een verkennend en/of nader onderzoek (zie toelichtend kader over de NEN 5707). Stap 2 omvat de standaard risicobeoordeling. Deze stap kan worden uitgevoerd op basis van de resultaten uit een verkennend en/of nader onderzoek (zie toelichtend kader over de NEN 5707).

Stap 3 omvat de locatie specifieke risicobeoordeling. Deze bestaat uit het uitvoeren van aanvullende metingen gericht op het gehalte aan respirabele vezels in de contactzone van de bodem of de bodemlaag die wordt bewerkt en eventueel van het gehalte aan vezels in huisstof.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=6a3f8a23-8808-43ab-ba74-e0573afaeedd