2025-024 06 Vastgesteld - Bijlage Bodemonderzoek (geanonimiseerd)
Tekst van het document
MILIEUTECHNISCH
PIUSPARK te
ONDERZOEK
e.0.
PANNINGEN 220444.BKK
Colofon
BKK
Bodemadvies
Bezoekadres:
Postadres:
bv E
Kruisstraat 6
e
5768 PostbusRW 55 MEIJEL 5768 ZH
°008®“m‚òü“’
MEIJEL
!
S
tel:
e-mail:
Projectgegevens
Rapportnummer: Projectlocatie: Datum rapport:
220444.BKK Panningen, Piuspark e.0. 4 januari 2024
Veldwerk conform:
SIKB-protocol
In opdracht van: Contactpersoon:
Gemeente
Certificaatnummer:
EC-SIK-20261
Interne controle:
CC
+ 2018
Peel en Maas
Wilhelminaplein 5981
2001
1
PANNINGEN
d
|
La
J
Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij BKK Bodemadvies bv een hoge prioriteit. 9001:
BKK
2015,
Bodemadvies
Normec
hanteert daartoe een kwaliteitssysteem volgens de NEN-EN-ISO
certificaatnummer
nr. EC-KWA-00050.
Indien u een klacht heeft over de uitvoering van de werkzaamheden binnen de reikwijdte van dit certificatieschema, vernemen wij dat graag zo snel mogelijk van u. Mocht dit niet tot tevredenheid leiden, kunt u zich in tweede instantie wenden tot onze certificerende instelling, Normec
Certification
b.v.
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of BKK Bodemadvies bv
BRL SIKB 2000
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
INHOUDSOPGAVE
h
INLEIDING
…
2
VOORONDERZOEK
Algemeen.. .
_ Vooronderzoek
1. Bestemmingsplan. ,2. Terreininspectie . 2.2.3. Ophogingen/dempingen, stortingen/calamiteiten 2.2.4. Boven- en ondergrondse tanks. 2.2.5.
Verleende
2.2.6.
Eerder
2.3.
Bodemopbouw
bodemonderzoeken
.
en geohydrologie
Bodemkwaliteitskaart.
2.5.
Conclusies
vooronderzoek.
ONDERZOEKSOPZET..
3.1.
Asfaltonderzoek
3.2.
Onderzoek
3.3. 3.4.
Onderzoek fietsenstalling, trottoir en groenvakken Onderzoek halfverharding "Ommetje” .
3.5.
Civieltechnisch
3.6. 4.
vergunningen.…
verrichte
2.4.
3
.
.
rijbaan
(ind. inritten en parkeerstroken)
onderzoek
PFAS-onderzoek.
_
UITVOERING
41.
Asfalt
4.2. 4.3.
Fundering en bodem Waarnemingen..
4.4.
VELDWERKZAAMHEDEN
…
Bemonstering .
5
LABORATORIUMONDERZOEK 51 5.2.
.
21
Asfalt Asbest.
5.3.
Funderingslagen.
54.
Bodem.
5.5.
Civieltechnisch
6
onderzoek
ONDERZOEKSRESULTATEN.
E LhoDNDnsbNE .
Toetsing van de onderzoeksresultaten asfalt. Toetsingskader voor asbest.
Toetsing en interpretatie analyseresultaten asbest Toetsingskader en resultaten funderingsmateriaal Toetsingskader voor bodem … Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit Toetsingskader PFAS .
Toetsing en interpretatie analyseresultaten bodem _ Civieltechnische
onderzoeksresultaten.
0.
Civieltechnische samenstelling funderingsmateriaal
1,
Civieltechnische
7.
NADER
SDPAERENE
.
korrelverdeling funderingsmateriaal
ONDERZOEK
Verontreinigingssituatie vooraf . Onderzoeksstrategie
Veldwaarnemingen Laboratoriumonderzoek en toetsing resultaten Interpretatie onderzoeksresultaten en verontreinigingssituatie . Risicobeoordeling
asbestverontreiniging
PFAS-onderzoek..
Toetsing en interpretatie resultaten PFAS.. Indicatieve veiligheidsklasse conform CROW
400
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
8.
9.
INFILTRATIE-ONDERZOEK
46
8.1.
Informatie
8.2.
Lokale bodemopbouw
.46
8.3. 8.4.
De doorlatendheid (algemeen) . Infiltratiemetingen…
.46 .48
_
vooraf …
CONCLUSIES
EN
.46
AANBEVELINGEN
.49
9.1.
Conclusies.
.49
9.2.
Aanbevelingen .
.52
BIJLAGEN
Bijlage I Bijlage II
Topografische situatie Overzichtstekeningen
Bijlage II Bijlage IV
Boorprofielen met beschrijvingen Analysecertificaten
Bijlage V Bijlage VI
Toetsingsoverzichten analyseresultaten Foto's onderzoekslocatie
Bijlage VII Bijlage VIIT
Infiltratiemetingen Berekeningen veiligheidsklassen
Bijlage IX Bijlage X
Verantwoording uitvoering bodemonderzoek Berekeningen asbestconcentratie
Bijlage XI
Overzichtstekeningen Regeling bodemkwaliteit (bovengrond)
Bijlage XII
Overzichtstekeningen
Regeling
bodemkwaliteit
(ondergrond)
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
1.
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Peel en Maas is door BKK Bodemadvies bv te Meijel een milieutechnisch onderzoek uitgevoerd voor het reconstrueren en herinrichten van het gebied Piuspark e.0. te Panningen. Aanleiding De reconstructie en herinrichting heeft betrekking op de Grootveldweg,
Minister Calsstraat, de
kruispunten met de Raadhuisstraat en de Piushof met de aangrenzende terreinen. Het tenniscomplex en de atletiekbaan maken geen deel uit van de onderzoekslocatie. De gemeente is voornemens om de onderzoekslocatie te reconstrueren en herinrichten met nieuwe wegen, wandel- en fietspaden, pleinen en parkeerplaatsen. Het voetpad “Ommetje” dat zuidelijk van
de atletiekbaan ligt en aansluit op de Kennedylaan wordt in het onderzoek betrokken. Nieuwe bomen worden aangeplant en er worden wadi’s gerealiseerd. van de wegen wordt ook het riool verplaatst.
In verband
met het verleggen
Projectbeschrijving Door de gemeente Peel en Maas is een tekening verstrekt met de begrenzing van de te onderzoeken locatie, waaruit de nadere gegevens zijn afgeleid. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 63.455 m2?. De onderzoekslocatie van voetpad “Ommetje” is separaat gehouden
en heeft een oppervlakte van circa 2.000 m2. Onderstaand zijn de oppervlaktes gespecificeerd weergegeven,
waarop de onderzoeksinspanning
dient te worden afgestemd:
Rijbaan (incl. reparatievakken), asfalt =
4.576 m2;
Rijbaan, inritten en parkeerstroken, klinkers =
7.672 m2;
Fietspad en fietsenstallingen, tegels =
1.505 m2;
Trottoir, tegels en klinkers = Groen, onverhard =
6.362 m2; 35.500 m?';
Begroeiing, onverhard = Halfverharding “Ommetje” =
7.840 m2; ca. 2.000 m.
De gedeelten
onder de rijwegen worden tot maximaal
2,0 m-mv
onderzocht.
Voor de overige
boringen wordt een diepte van 1,0 m-mv aangehouden. Doelstel
Er dienen diverse onderzoeken en een aantal (milieu gerelateerde) zaken te worden
uitgevoerd
ten behoeve van het project om een RAW bestek op te kunnen stellen i.h.k.v. de aanbestedingsfase. In hoofdzaak kunnen de volgende onderdelen binnen deze onderzoeken worden onderscheiden die uitgevoerd of vastgesteld dienen te worden: -
Vooronderzoek conform NEN 5725; Vaststellen van de kwaliteit en dikte van het asfalt en de hergebruiksmogelijkheden; Vaststellen van de kwaliteit en dikte van het funderingsmateriaal en de
-
hergebruiksmogelijkheden; Onderzoek naar het voorkomen
van asbest in de funderingslaag en bodem;
-
Vaststellen van de kwaliteit van de (vrijkomende) hergebruiksmogelijkheden;
boven- en ondergrond
en de
-
Vaststellen van de civieltechnische kwaliteit van puinhoudende funderingslagen en ondergrond; Het bepalen van de k-waarde voor de ondergrond (infiltratielaag);
-
Het bepalen van de grondwaterstand.
Aansluitend wordt naar aanleiding van de verkregen onderzoeksresultaten een (of meerdere) veiligheidsklasse(n) berekend waarmee in de uitvoeringsfase van de graafwerkzaamheden rekening moet worden gehouden. Voor de uitvoering van het onderzoek wordt gekozen voor een combinatie van een aantal
strategieën (vooronderzoek volgens NEN 5725, asfalt volgens CROW 5707+C2 / NEN 5897+C2 en grond volgens NEN 5740/A1). 230444.BKK / MK
210, asbest volgens NEN
1
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
Referentiekader
Voorliggend milieutechnisch onderzoek is uitgevoerd conform de algemeen geldende richtlijnen en voorschriften die zijn vastgelegd in de NEN 5740/A1 “Bodem, onderzoeksstrategie bij ver-
kennend
bodemonderzoek” (april 2016) en verkennend asbestonderzoek vastgelegd in de NEN
5897+C2 / NEN 5707+C2 (december 2017). De monsterneming is door BKK Bodemadvies bv uitgevoerd conform de “Beoordelingsrichtlijn voor veldwerk bij milieu hygiënisch bodemonderzoek en “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”, respectievelijk de
protocollen 2001 en 2018. Het infiltratie onderzoek is volgens de Leidraad Riolering, C2510 “Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage”, d.d. februari 2011-42 uitgevoerd. De opdrachtnemer “BKK Bodemadvies
bv” waarborgt dat aan de functionele scheiding, zoals
bedoeld in paragraaf 3.2.7 van BRL SIKB 2000 wordt voldaan en dat er geen opdrachten worden uitgevoerd indien de eigenaar van de onderzoekslocatie tot de organisatie van de opdrachtnemer behoort.
In bijlage IX is de verantwoording uitvoering bodemonderzoek volgens de BRL SIKB 2000 opgenomen. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering bodem’ staan de namen en parafen van veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk onafhankelijk hebben
de
uitgevoerd. Afbakening Hoewel
van
het onderzoek
tijdens het onderzoek naar een zo groot mogelijke representativiteit wordt gestreefd,
is steeds het risico aanwezig dat eventuele lokale afwijkingen in het te bemonsteren niet worden gedetecteerd. Het onderzoek is namelijk gebaseerd proefgaten, boringen en chemische analyses.
Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname resultaten van het onderzoek
kunnen daarom
materiaal
op een beperkt aantal
geen absolute waarden
worden
is. Aan de
toegekend.
Uitgevoerde analyses De chemische analyses zijn conform AS3000 uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. De analyseopdrachten worden normaliter binnen de geldende houdbaarheidstermijnen conserveringstermijnen uitgevoerd.
en
Doch het is onoverkomelijk dat voor een inkadering van de verontreinigingen of voor een uitsplitsing van een mengmonster, grondmonsters worden geselecteerd die in een eerder stadium zijn genomen. Hierdoor is sprake van een overschrijding van de conserveringstermijn
(in de meeste gevallen voor droogrest). Desondanks kunnen de resultaten toch als “betrouwbaar” worden beschouwd. De conserveringstermijn is volgens het SIKB-protocol 3001 voor in de onderzoek genomen
parameters namelijk vastgesteld op minimaal
28 dagen.
Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport wordt verslag gedaan van de uitvoering en beoordeling van de veldwerkzaamheden
ten
behoeve
van
het
milieutechnisch
onderzoek.
vooronderzoek en in hoofdstuk 3 is de onderzoeksopzet weergegeven.
In
hoofdstuk
2 wordt
het
In hoofdstuk 4 worden
de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven en in hoofdstuk 5 en 6 respectievelijk het laboratoriumonderzoek en de onderzoeksresultaten met betrekking tot asfalt, funderingsmateriaal nader
en grond en grondwater.
bodemonderzoek.
Het
infiltratie
Hoofdstuk 7 geeft invulling aan
onderzoek
wordt
in hoofdstuk
het uitgevoerde
8 verwoord
en
in
hoofdstuk 9 worden tenslotte de conclusies en de aanbevelingen vermeld.
230444.BKK / MK
2
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
2
VOORONDERZOEK
2.1.
Algemeen
Voor de regionale situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage I. In deze paragraaf zijn de meest relevante algemene locatiekenmerken voor de onderzoekslocatie opgenomen.
In figuur 1 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie in Panningen
$
y
weergegeven.
n
Figuur 1: Luchtfoto plangebied Piuspark en omgeving (Google Maps, 2022). 2.2.
Vooronderzoek
Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn gegevens verzameld die van belang zijn voor het vooronderzoek en voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. De informatie in het
vooronderzoek zijn onder andere verkregen uit de volgende bronnen:
Kadaster: DINO
loket TNO-NITG:
Bodembeheer nota: Gemeente Peel en Maas:
Overig:
- kadastertekening en kadastraal bericht;
- Geohydrologie onderzoekslocatie; - BROloket.nl; - Grondwatertools.nl; - gemeente Peel en Maas; - Gemeentelijk archief;
- Archief BKK Bodemadvies bv; - www.topotijdreis.nl;
- ruimtelijkeplannen.nl; - satellietdataportaal.nl;
- portal.prvlimburg.nl; - PDOK-viewer.
230444.BKK
/
MK
3
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
2.2.1. Bestemmingsplan De onderzoekslocatie is gelegen binnen het bestemmingsplan “Dubbelkern Helden-Panningen”, waarvan het bestemmingsplan is vastgesteld op 5 februari 2013. De onderzoekslocatie bevat
de functies als verkeer/verblijfsgebied, maatschappelijk, sport, wonen en groen. Zuidelijk grenst de onderzoekslocatie aan een gebied met een agrarische bestemming (glastuinbouw). In noordelijke en oostelijk is sprake van een woonbestemming. da
J
plangebied
Enepeiieieaigea LT agranscn
Gebiedsaanduidingen
AW 7 LD
aeiriei e vocivorteren
G TD E
g mteuzoe vengreicezoe
7 MD
cm curenonspeng
ETD ET EDI
wergevngzone vocorstnctewetzone overge zore
L
detainandet genstvetening oeners
EIB gekiezne ETTB wcnvaanverkserzone
hdingen boweensieng tncteaerdsseg
7 7 W
oo o
Ietiertekenaanduiding maatvoenng
_
n
n
W 7 LD
w o o
N
Figuren
W
N
oearsprotet geveg tarspeerg
/M
reinte
D
n
L
vooe
Gebiedsgenchte besluiten
g IMRO2006
LD
v
IEET
wonen woongebses
besuigeries
DO besa D betse
_
Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan Dubbelkern Helden-Panningen. De wegen zijn verhard met asfalt en klinkers en hebben de bestemming Verkeer. De groenvakken binnen het plangebied hebben de enkelbestemming sport (tennispark en atletiekbaan) en groen Het oppervlak
(0.a. voetbalveld en plantsoen).
met kruisjes heeft een mogelijke archeologische waarde.
de onderzoekslocatie is sprake van een dubbelbestemming
Voor een gedeelte van
waarbij aan het gebied de 'Waarde
- Archeologie 4' is toegewezen. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de
archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen. De bestemming 'Waarde — Archeologie 4' kan geheel of gedeeltelijk worden verwijderd, indien op basis van archeologisch onderzoek blijkt dat er geen sprake is van archeologische waarden
binnen de locatie, of dat het behoud van archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd of dat de aanwezige archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden
geschaad.
Uit de geraadpleegde historische kaarten in figuur 3a t/m 3d blijkt dat in het plangebied in 1958 nog bijna geen bebouwing aanwezig was. Vanaf 1988 krijgt industrieterrein De Wielen enige vorm.
230444.BKK / MK
4
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
a
55
+
Ee
Figuur 3a: 1987 Op topografische kaart zijn de eerste woningen binnen de wijk Heuvelhoek gerealiseerd. De contouren van het vmi. BBC-schoolgebouw en de sporthal zijn voor het eerst zichtbaar op de kaart.
Figuur 3c: 1998. Op deze kaart is het oude schoolgebouw gesloopt en hiervoor ís een nieuw schoolgebouw gerealiseerd.
__ het vmI. BBC-schoolgebouw (uitgebreid) aanwezig. Oostelijk is een nieuwe gedeelte van een woonwijk gerealiseerd. Ook is het tenniscomplex aanwezig op de
_
Figuur 3d: 2022. In de periode na 1998 i het schoolgebouw uitgebreid met nieuwbouw op de oude locatie, inclusief een fietsenstalling. De atletiekbaan is gerealiseerd en de kasbouw zuidelijk van de Grootveldweg is uitgebreid.
2.2.2. Terreininspectie
Ten tijde van de terreininspectie voorafgaand op de uitvoering van de veldwerkzaamheden, zijn de volgende waarnemingen gedaan: De onderzoekslocatie bestaat uit de openbare asfaltwegen Minister Calsstraat, Piushof en de Grootveldweg. De aansluiting (kruising) van de Minister Calsstraat met de Raadhuisstraat is verhard met klinkers. De aansluiting (kruising) van de Grootveldweg met de Raadhuisstraat is deels verhard met klinkers. De weg Raadhuisstraat is voor de kruisig verhard met asfalt. De
Grootveldweg,
230444.BKK / MK
Piushof en een gedeelte van de Minister Calsstraat is verhard met asfalt. Uit de
5
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
terreininspectie op 8 augustus 2023 is afgeleid dat het asfalt binnen de Grootveldweg divers van samenstelling is (wegvak 1, 2 en 3). Het asfalt binnen de Piushof en de Minister Calsstraat is eveneens anders van samenstelling (wegvak 4, 5 en 6). Binnen de Piushof bevindt zich aan de oostzijde een reparatiestrook met
een afwijkende asfaltsoort over een lengte van 60 meter. Het gedeelte van de Minister Calsstraat ten zuiden van het schoolgebouw is verhard met klinkers, als ook de parkeerstroken ten zuiden en westen van de sporthal. Het trottoir, terrein
aan de voorzijde van de sporthal en de fietsenstalling zijn verhard met tegels. Het terrein ten zuiden en noorden van de Grootveldweg is voorzien van struiken en bomen, tot voorbij de tennisbanen. De locatie Raadhuisstraat 321 betreft de Moskee Assalaam en maakt
geen deel uit van de onderzoekslocatie. Dit perceel grenst in noordelijke richting aan het voetbalveld Raadhuisstraat dat reeds enige tijd niet meer in gebruik is. In de zuidoosthoek van de kruising tussen de Piushof en de Minister Calsstraat is een voetbal-/basketbalveldje aangelegd, omheind met een hekwerk. Dit terrein is verhard met beton. Het overige
terreingedeelte is voorzien van gras of in gebruik als landbouwgrond. van de fietsenstalling en schoolgebouw is in gebruik als plantsoen.
Het terrein ten noorden
In oostelijke richting grenst het plangebied aan een verenigingsgebouw
in noordelijke richting aan de 8 oktoberstraat. Het terrein rondom geen deel uit van de onderzoekslocatie,
als ook de tennisbanen
met een sportfunctie en
het schoolgebouw maakt
met clubgebouw en de
atletiekbaan.
Zuidelijk van de tennisbanen en de atletiekbaan bevindt zich een voetpad “Ommetje” welke loodrecht in noordelijke richting afbuigt in de richting van de woonwijk en uitmondt aan de achterzijde van de woningen 2-16 aan de Kapelaan Verheggenstraat. De oppervlakte van dit
voetpad bedraagt circa 2.000 m2. Er zijn geen waarnemingen gedaan welke kunnen wijzen op mogelijke bodemverontreinigingen dan wel op de aanwezigheid van asbest op de onderzoekslocatie.
In bijlage II zijn de overzichtstekeningen opgenomen
van de onderzoekslocatie.
In bijlage VI
zijn foto's van de onderzoekslocatie gegeven.
2.2.3. Ophogingen/dempingen,
stortingen/calamiteiten
Er zijn geen gegevens bekend omtrent ophogingen, dempingen, calamiteiten en/of stortingen binnen de onderzoekslocatie, anders dan dat materiaalstromen zijn toegepast (gebruikt ter
ophoging/aanvulling) binnen de realisatie van de onderzoekslocatie. In 1976 is de school doelwit geweest van brandstichting. Dit werd in een redelijk vroeg stadium ontdekt en geblust. In 1989 echter bleef na brandstichting weinig meer over van de demon-
tabele schoolgebouwen. Achteraf is gebleken, dat op 5 plaatsen brand gesticht werd. In opdracht van het schoolbestuur is indertijd een indicatief bodemonderzoek verricht ter plaatse van het voormalige scheikundelokaal. Uit het onderzoek bodemverontreiniging ten gevolge van de brand. 2.2.4. Boven-
bleek geen sprake van
en ondergrondse tanks
Binnen de onderzoekslocatie (openbaar gebied) zijn geen boven- en/of ondergrondse
opslagtanks in gebruik (geweest). 2.2.5. Verleende
vergunningen
Voor het voormalige schoolgebouw en de ontwikkeling tot het huidige scholencomplex zijn in het verleden bouwvergunningen verleend (zie tabel 1). Deze vergunningen dateren vanaf 1973.
230444.BKK / MK
6
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
Tabel 1: Verleende bouwvergunningen.
Vereniging voor Middelbaar Onderwijs n Limburg Bestuur Blariacum college
14 mei
1973
bouwvergunning voor uitbreiding van het Blariacum college (houtbouw met 5 lokalen) ‘bouwvergunning voor het plaatsen van een schoolgebouw
4 juni 1974
Bestuur van het Bouwens van de Boye College Vereniging voor Middelbaar Onderwijs in Limburg
| 26 mei 1975
‘bouwvergunning voor het uitbreiden van de school
6 oktober 1976
‘bouwvergunning voor het uitbreiden van de school (westzijde van Minister Calsstraat 8)
Vereniging voor Middelbaar Onderwijs n Limburg Vereniging voor Middelbaar Onderwijs n Limburg
23 mei 1977
‘bouwvergunning voor het uitbreiden van de school
27 juni 1977
‘bouwvergunning voor het uitbreiden en verbouwen van de school
Vereniging voor Middelbaar
22 mei 1978
‘bouwvergunning voor het uitbreiden van de school
Onderwijs
in Limburg
Bestuur van de Vereniging voor
Middelbaar Onder Limburg Bouwens van der Boye college
| 14augustus
1989
_ | bouwvergunning voor het bouwen
van een
schoolgebouw 25 augustus 1998 _| bouwvergunning voor het bouwen van een studiehuis
Uit de bovenstaande gegevens en uit de luchtfoto’s vanuit topotijdreis is af te leiden dat de onderzoekslocatie - terrein waar nu het voet-/basketbalveld aanwezig is - bebouwd is geweest
met een schoolgebouw. Dit schoolgebouw is gerealiseerd in 1973 en omstreeks 1997, voor de ontwikkeling van het nieuwe schoolgebouw (studiehuis). 2.2.6.
Eerder
verrichte
bodemonderzoeken
In de omgeving van de onderzoekslocatie is bij de Provincie Limburg (bevoegd gezag voor ernstige bodemverontreinigingen) een geval van ernstige bodemverontreiniging
binnen het
plangebied bekend. In figuur 4 zijn de bodemlocatie met een blauwe arcering aangegeven. Ondanks dat er in figuur 4 is aangegeven dat er van deze locatie geen nadere gegevens bekend zijn, heeft de gemeente Peel en Maas gegevens hierover dat de locatie is gesaneerd (zie ad. 1, 2 en 3).
: Uitsnede bodemlocatie Bodemloket. Door de gemeente Peel en Maas zijn de rapporten van bodemonderzoeken ter beschikking gesteld die specifiek zijn voor de onderzoekslocatie dan wel de directe omgeving: 1.
Verkennend bodemonderzoek perceel aan de Grootveldweg in Panningen (rapportnr. 94-24424, d.d. juli 1994), verricht door Het Milieuburo uit Maasbree;
230444.BKK / MK
7
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
2.
Aanvullend bodemonderzoek perceel aan de Grootveldweg in Panningen (rapportnr. 94-24424A, d.d. september 1994), verricht door Het Milieuburo uit Maasbree;
3.
Evaluatierapport sanering grond binnen perceel aan de Grootveldweg in Panningen (rapportnr. 94-244-24B, d.d. oktober 1994), verricht door Het Milieuburo uit Maasbree;
4.
Verkennend
5.
(rapportnr. 97-759-43, d.d. 4 november 1997), verricht door Het Milieuburo uit Maasbree; Verkennend bodemonderzoek hoek Raadhuisstraat / Grootveldweg te Panningen (rapportnr.: 05111671, d.d. 13 december 2005);
bodem
en grondwateronderzoek aan de Minister Calsstraat in Panningen
6.
Milieukundige onderzoeken J.F. Kennedylaan e.o. te Panningen
7.
d.d. 15 januari 2013), verricht door Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV; Historisch bodemonderzoek Min. Calsstraat (ong.) te Panningen (projectnummer d.d. 21 oktober 2014), verricht door Econsultancy uit Swalmen;
8.
Verkennend
9.
d.d. 11 juni 2018), verricht door RSK Netherlands; PFAS-onderzoek locatie Piushof (kavel 1 t/m 8) te Panningen december 2019), verricht door BKK Bodemadvies bv;
10. Verkennend 11.
(projectnr. 416PEM/12/R1,
bodem- en asbestonderzoek Piushof te Panningen (rapportnr.: (rapportnr.:
14101945,
514506.001(01), 19747-06,
d.d. 12
bodem- en asbestonderzoek Vliegertsdijk (Fase 4 en 5) te Panningen-Egchel
(projectnr.: 0459494.169, d.d. 20 mei 2020); Milieutechnisch (bodem)onderzoek Raadhuisstraat (ong.) te Panningen 22274901A.2, d.d. 15 maart 2023), verricht door HMB BV;
(kenmerk:
12. Oriënterend doorlatendheidsonderzoek Raadhuisstraat (ong.) te Panningen (kenmerk: 22274902W.2,
d.d. 20 maart 2023), verricht door HMB BV;
Ad. 1+2+3, De aanleiding van het onderzoek vormde de voorgenomen plaatselijke schutterij waaronder de bouw. De bovengrond
t.p.v. boring 9
is licht verontreinigde
met cadmium,
PAK en minerale olie. Lood,
en arseen zijn aangetoond in een gehalte boven de interventiewaarde. verontreinigingen aangetoond. Aanvullend
onderzoek
heeft aangetoond
dat de verontreiniging met
inrichting van het terrein t.b.v. de
koper, zink
In de ondergrond zijn geen
koper, lood, zink en arseen zich bevindt
in een ca. 4 meter brede strook welke van west naar oost loopt — over een lengte van 25 meter — op de plaats waar het n het verleden het verlengde van de Grootveldweg heeft gelegen. In oktober 1994 is de locatie gesaneerd. ontgravingskuil
Ad.4.
De sterke verontreinigingen zijn ontgraven en afgevoerd.
van 0,8 tot 1,0 is aangevuld
De aanleiding van
het onderzoek
vormt
De
met schone grond.
de realisatie van voorgenomen
bouw
van
een sporthal,
waarvoor een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk is, op het perceel en In verband daarmee het inzichtelijk maken van de huidige, milieukundige, toestand van de bodem en het grondwater ter plekke.
230444.BKK / MK
8
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met zware metalen en xylenen. De grondwaterstand is in de peilbuizen aangetroffen op een diepte van 5,05 en 5,09 m-mv.
Ad.5 De aanleiding van het onderzoek vormde de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van en nieuwbouw
van een moskee
onderzoekslocatie.
op de
Deellocatie
A
=
onverdachte
groenstrook en deellocatie B = vrachtwagenparkeerplaats verhard met klinkers met daaronder een stollaag. A+B) Boven- en ondergrond geen verontreinigingen. Grondwater is licht verontreinigd met nikkel en zink. Grondwaterstand
betrof 4,69 m-mv
(2005)
Ad. 6. Aanleiding voor het onderzoek vormt de aanbesteding van de werkzaamheden in het kader van de voorgenomen herinrichting van het gebied, waaronder ook een gedeelte van de Raadhuisstraat. De resultaten met betrekking tot het gedeelte van de Raadhuisstraat zijn hieronder samengevat
voor de rijbaan,
parkeervakken,
trottoir en plantsoen. Het
asfalt
binnen
teerhoudend teervrij.
de
Raadhuisstraat
(OB-(top)laag).
is deels
Overige asfalt is
In de funderingslaag zijn geen verontreinigingen aangetoond. Asbest is niet aangetoond. In de ondergrond
van
rijbaan
is een lichte
verontreiniging met kobalt aangetoond. In de bovengrond van de parkeervakken, trottoir en plantsoen geen zijn geen verontreinigingen aangetoond.
Ad. 7. De aanleiding van het onderzoek
vormde de
voorgenomen bestemmingsplanwijziging van en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie is gesteld dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van en bouwplannen op de
onderzoekslocatie.
conform
de NEN
5740
Verder
bodemonderzoek
is dan ook niet noodzakelijk
geacht.
230444.BKK / MK
9
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
Ad. 8. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de herontwikkeling van de onderzoekslocatie en de voorgenomen bestemmingsplan wijziging. Conclusies:
Ter plaatse van de locatie Piushof te Panningen: e s in de zandige
bovengrond
(0,0-0,5 m-mv)
geen
de onderzochte parameters aangetoond in gehalten boven de achtergrondwaarde. e Is in de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) geen van de
van
onderzochte parameters aangetoond in gehalten boven
|
de achtergrondwaarde. + Zijn n het grondwater plaatselijk verhoogde concentraties aan barium, cadmium, nikkel en zink aangetoond. e Is er zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest
aangetroffen. Ad.
9. Binnen
de gemeente
Peel en Maas worden diverse bouwkavels
verkocht voor de nieuwe
bouwontwikkelingen. Ten aanzien van de PFAS-problematiek die zich nu voordoet n heel Nederland, is het richting de kopers niet mogelijk om aan te tonen of de kavels wel of geen PFAS bevatten, en in welke mate er sprake is van PFAS-verhogingen. In de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan PFASverbindingen aangetoond ten opzichte van de toepassingsnormen voor de bodemfunctie Landbouw/natuur. Ad.
10. In het kader van de uit te voeren
graafwerkzaamheden aan kabels en leidingen, dient de bodemkwaliteit te worden bepaald.
De Grootveldweg
maakt deel uit
van dit bodemonderzoek. Boring 134 t/m 149 zijn verricht binnen de zuidelijke berm van de Grootveldweg. Op basis van de XRF-gegevens en de laboratoriumanalyses zijn zeer plaatselijk matig verhoogde gehalten aan koper aangetoond in zowel de boven en ondergrond
8159).
(B108,
B154,
B156,
B157 en
De onderzochte stoffen cadmium,
alfa-Endosulfan,
PCB,
minerale olie, kobalt,
lood en zink zijn plaatselijk maximaal verhoogd
aangetoond.
licht
De gehalten van de
overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd. In de boven- en ondergrond van de Grootveldweg
zijn lichte verontreinigingen
met PAK, A-endosulfan en drins aangetoond. Een aanvullend en/of nader onderzoek niet noodzakelijk. Volgens de Regeling bodemkwaliteit
wordt
is
indicatief voldaan
aan
klasse Wonen en industrie (bovengrond) en klasse Achtergrondwaarde (ondergrond). De groene arcering staat voor graven basis hygiëne.
230444.BKK / MK
onder
10
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
Ad. 11+12, Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van het gebied voor 0.a. woningbouw. In het kader van de ontwikkeling van het gebied worden infiltratievoorzieningen aangelegd. In het milieutechnisch bodemonderzoek zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aan het licht gesteld. Ter bepaling van de doorlatendheid van de bodem boven de grondwaterspiegel zijn ter plaatse van twaalf boringen (boring A03, AO7, A11, A19, A24, A25, A27, A32, A38, A40, A43 en A44)
doorlatendheidsmetingen verricht door middel van de
constant
head-methode.
De doorlatendheid
van de bodem
ter plaatse van
de onderzoekslocatie varieert sterk (van <0,1 tot 5,7 m/d). De gemiddelde doorlatendheid van het zwak tot matig siltig, matig fijn zand bedraagt ongeveer 3,0 m/d. De doorlatendheid van het matig tot sterk siltig, matig fijn zand is lager dan 0,1 m/d en de zwak tot sterk zandige leemlagen zullen nog slechter doorlatend zijn.
2.3.
Bodemopbouw
en geohydrologie
Enig inzicht over de bodemsoort en —opbouw is van belang bij het beoordelen van de aangetoonde stoffen in relatie tot het natuurlijk voorkomen ter plaatse en de mogelijkheid van het doordringen van de aangetoonde stoffen in diepere lagen. De geohydrologische situatie
bepaalt in hoge mate de verspreidingskansen van de aangetoonde stoffen naar de omgeving en is, samen met de aard van de bodem en de mobiliteit van de aangetoonde stoffen, belangrijk bij het verkrijgen van een indruk van de omvang van het beïnvloedingsgebied van mogelijke verontreinigingen.
Bodemopbouw Het maaiveld op de onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse globaal op een hoogte van ca. 35 tot 36 meter boven NAP. Voor het bepalen van de bodemopbouw en geohydrologische situatie zijn gegevens uit de Grondwaterkaart van Nederland geraadpleegd en/of het DINO
loket geïnterpreteerd en verwerkt. In tabel 2 is de geohydrologische indeling van de bodem 100 m-mv schematisch weergegeven. Tabel 2: Bodemopbouw
Formatie
en geohydrologische situatie.
Diepte (m-mv) | Samenstelling
Formatie van Boxtel
0-8
Midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind/ zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand.
Formatie van Beegden
| 8-20
'Grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken/ zandige klei en klei, met weinig fijn en midden zand en een spoor veen, grof zand en Grind
Formatie van Breda
230444.BKK / MK
20->
100
Midden en fijn zand en kleiig zand, met weinig grof zand en glauconietzand en een spoor klei, bruinkool, grind en schelpen.
11
tot
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
Geohydrologische gegevens Uit de isohypsenkaart (Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO) van het betreffende gebied valt af te leiden dat het grondwater in het eerste watervoerende pakket als freatisch mag worden beschouwd. De stijghoogte van het freatisch grondwater ligt op circa 30 meter +
NAP. De gemiddelde grondwaterstand is afgeleid uit de verrichte bodemonderzoeken die zijn opgenomen in paragraaf 2.2.6 en bevindt zich op een diepte van circa 4,7 tot 5 m-mv. De stromingsrichting van
het freatische grondwater is (noord)oostelijk gericht.
De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermings- of grondwaterwingebied. In de omgeving van de onderzoekslocatie oppervlaktewater. 2.4.
bevindt zich geen
noemenswaardig
Bodemkwaliteitskaart
Voor de gemeente Peel en Maas is een Nota Bodembeheer Limburg Noord (2020-2029) opgesteld die voldoet aan de eisen en randvoorwaarden van het Besluit en de Regeling bodem-
kwaliteit. In deze bodembeheernota zijn een bodemkwaliteitskaart en een bodemfunctieklassenkaart opgenomen waarin deelgebieden tot een bepaalde zone worden benoemd met daarbij de vermoedelijke bodemkwaliteit. De onderzoekslocatie is gelegen in de zone met de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur en met op de ontgravingskaarten boven- en ondergrond de kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur. Daarnaast heeft de gemeente Peel en Maas de bodemkwaliteitskaart voor PFAS voor de Regio Limburg-Noord. De bodemkwaliteitskaart met projectnummer 370570 (d.d. 3-9-2020) is opgesteld door Sweco en vormt de basis voor hergebruik en toepassing van grond die (licht) verontreinigd is met PFAS. Hierdoor kan sneller en gemakkelijker worden bepaald waar grond kan worden hergebruikt, zonder dat aanvullend onderzoek naar PFAS hoeft plaats te vinden. Door het vaststellen van een bodemkwaliteitskaart voor PFAS kan deze kaart worden gebruikt als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van vrij te komen grond. Vanuit de werkwijze voor bepaling van de actuele representatieve milieuhygiënische bodemkwaliteit voor PFAS in boven- en ondergrond van gemeente Peel en Maas blijkt dat bovengrond niet verontreinigd is (voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/ natuur) en dat de ondergrond niet verontreinigd is (voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/ natuur).
Het verrichte PFAS-onderzoek (2019) voor de locatie Piushof (zie ad. 9 in paragraaf 2.2.6) bevestigd hiermee
de
conclusie
vanuit
de
PFAS
bodemkwaliteitskaart.
Daarmee is de diffuus in de bodem voorkomende PFAS in het beheergebied van de gemeente geen beperkende factor en speelt geen rol van betekenis bij grondverzet. Opgemerkt wordt dat de representatieve milieuhygiënische bodemkwaliteit exclusief eventuele verontreinigingen
als gevolg van puntbronnen en verdachte locaties ten aanzien van PFAS is. Vanzelfsprekend is het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel alleen toegestaan in die gebieden en parameters waarvoor de kaart geldt. De onderhavige bodemkwaliteitskaart voor PFAS in combinatie met de Nota Bodembeheer Limburg Noord (2020-2029, versie 19.2), geeft een volledig overzicht voor welke terreindelen en gebieden en voor welke parameters de bodemkwaliteitskaart geldt. 2.5.
Conclusies
vooronderzoek
Uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd
dat:
- _ het asfalt binnen de wegen in de periode vóór 1995 is aangelegd en daarmee verdacht is voor teerhoudendheid;
- _ tijdens de terreininspectie geen waarnemingen
op het maaiveld zijn gedaan; - _ conform de bodembeheernota de boven-
en ondergrond
230444.BKK / MK
van asbestverdachte
materialen en/of puin
voor de onderzoekslocatie geldt dat de bodemkwaliteit van
naar verwachting
voldoet aan de klasse Landbouw/Natuur;
12
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
- _ binnen de onderzoekslocatie geen (bedrijfs-)activiteiten (anders dan de aanleg van infra en wegen) hebben plaatsgevonden die de bodem nadelig zouden kunnen hebben beïnvloed; - _ bodemonderzoeken binnen de onderzoekslocatie en in de directe omgeving, behoudens voor een gedeelte van de Grootveldweg, geen actuele saneringslocaties of stortplaatsen
aanwijzen. Ter plaatse van de Grootveldweg heeft in 1994 een bodemsanering plaatsgevonden, waarbij de sterke verontreinigingen met zware metalen en arseen) zijn weggenomen. Vanuit de omliggende percelen zijn geen grensoverschrijdende bodemverontreinigingen te verwachten;
- _ conform NEN
(koper,
lood, zink
5707 in dit geval een onderzoek naar asbest in funderingsmateriaal/bodem
noodzakelijk is omdat voor de onderzoekslocatie geen maaiveldinspectie - volgens paragraaf 7.2 van de NEN 5707 - kan worden uitgevoerd. Aangenomen wordt dat onder de rijweg en parkeervakken sprake is van een puinhoudende funderingslaag, die dan ook
als asbestverdacht dient te worden aangemerkt.
De puinhoudende (half)verhardingslagen
worden als heterogeen verdacht (VED-HE) aangemerkt; - _ indien de funderingslaag geen puinlaag maar bodem betreft deze als heterogeen wordt gesteld;
verdacht
- _ de boven- en ondergrond in de trottoirs, fietsenstalling en groenvakken onverdacht zijn op -
het voorkomen van bodemverontreinigingen; de locatie voor wat betreft PFAS niet verdacht is op het voorkomen hiervan. puntbronnen en/of verdachte locaties ten aanzien van PFAS aan te wijzen;
-
er freatisch grondwater op een diepte vanaf £ 4,7 m-mv wordt verwacht. De reconstruc-
Er zijn geen
tiewerkzaamheden zullen plaatselijk tot 2,0 m-mv plaatsvinden, hetgeen betekent dat de toekomstige graafwerkzaamheden geheel in den droge kunnen plaatsvinden.
230444.BKK / MK
13
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
3.
ONDERZOEKSOPZET
3.1.
Asfaltonderzoek
Voor het asfaltonderzoek naar de huidige asfaltconstructies dient inzicht te worden verkregen in de aard, dikte en teerhoudendheid van het asfalt. Vooralsnog is uitgegaan van de gegevens die zijn verkregen, waarbij wordt uitgegaan van 6 wegvakken
en 1 reparatievak. Uitgangspunt is
overeenkomstig de CROW-publicatie 210 (juni 2015) het aantal asfaltkernen te bepalen. In de CROW p-210 staat opgenomen (op pagina 35) dat: "Bij asfaltconstructies die geheel of gedeeltelijk zijn aangelegd voor 1995 worden bijzondere
gedeelten als aparte vakken beschouwd én is de boorintensiteit ten minste tweemaal zo hoog als bij constructies die zijn aangelegd na 1994 (behalve bij autosnelwegen, grote asfaltoppervlakken zoals parkeerplaatsen en zeer grote homogene
onderzoeksvakken).
Bij deze oudere constructies
moeten altijd 2 kernen worden geboord per onderzoeksvak van 500 m? + 1 extra.” In totaal komt dit neer op het aantal kernen en analyses zoals vermeld in tabel 3. Er is uitgegaan van een asfaltdikte van 12 cm bij een dichtheid voor asfalt van 2,5 ton/m?. Mocht blijken in de praktijk dat het asfalt afwijkt van de 12 cm, dan worden meer cm asfalt (asfalt boren) verrekenbaar gesteld en wordt het totaal aan tonnage asfalt dat vrijkomt bij het opbreken herberekend. De geboorde kernen worden tevens fotografisch vastgelegd (inclusief PAK marker en laagopbouw). In tabel 3 zijn per weg (vak) de volgende hoeveelheden bepaald met bijbehorende onderzoeksopzet ten aanzien
van
het asfaltonderzoek.
Tabel 3: Onderzoeksopzet asfaltonderzoek conform CROW Wegvak
publicatie-210
/
Oppervlakte|
Asfalt
| Asfalt|
locaties op te breken
(m2)
(m’)
| (ton) | kernen|
1. Raadhuisstraat en Grootveldstraat
889
107
268
3
3
3
2
2. ‘Verbreding’ Grootveldweg/ Piushof
208
25
63
2
2
2
1
3. Grootveldstraat
921
11
278
3
3
3
2
4.
1.024
123
308
4
4
4
2
Reparatievak / afwijkend asfalt
65
8
20
1
1
1
1
5 Minister Calsstraat west
782
94
235
3
3
3
2
6. Minister Calsstraat oost
687
82
205
E}
3
3
2
Piushof
3.2.
Onderzoek
Asfalt-|
PAK-
marker|
|
Laag-
| Analyses
opbouw |_ asfalt
rijbaan (incl. inritten en parkeerstroken)
Het onderzoek voor de funderingslaag wordt uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie 5.6
”heterogeen verdachte locatie“ uit de NEN 5740/A1
(april 2016) en voor asbest volgens de
strategie uit tabel 6 in paragraaf 6.5.3.3 uit de NEN 5897+C2 (december 2017). Het uitgangspunt is dat er met betrekking tot de funderingslaag meer dan 50% puinhoudend
materiaal aanwezig
230444.BKK / MK
is. Inspectiegaten en boringen worden gecombineerd.
14
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
Volgens tabel 6 uit het protocol NEN 5897+C2 wordt het aantal inspectiegaten van 30 x 30 cm door de rijwegen (asfalt, klinkers en tegels) bepaald. Het funderingsmateriaal uit de inspectiegaten wordt ontgraven (met slaghamer i.c.m. schop) tot een diepte van 0,5 m-mv onderzocht op samenstelling, dikte en mogelijkheden tot hergebruik.
en
Mocht asbestverdacht (plaat)materiaal worden aangetroffen, dan worden deze in een apart (verzamel)monster geanalyseerd. Vervolgens wordt de opdrachtgever ingelicht en wordt een aanvullende analyse op asbest voorgesteld om vast te kunnen stellen of in een later stadium een
nader onderzoek noodzakelijk is. Voor het bepalen van de kwaliteit van de funderingslagen
- niet zijnde bodem
- worden
analyses op het beperkt bouwstoffenpakket verricht. In geval er onder de asfalt-/ klinkerverhardingen geen bouwstof maar grond (bodem) met bijmengingen aanwezig is, worden de analyses beperkt bouwstoffenpakket vervangen door een NEN 5740/A1 grondpakket, inclusief lutum en humus. Het onderzoek voor de ondergrond onder de funderingslaag vindt plaats tot
een diepte van 2,0 m-mv. 3.3.
Onderzoek
fietsenstalling, trottoir en groenvakken
Het onderzoek vindt plaats volgens de onderzoeksstrategie 5.1 ”onverdachte locatie“ uit de NEN 5740/A1 en voor asbest volgens de strategie 6.4.2 uit de NEN 5707+C2 (december 2017). Mocht er in boringen of gaten meer dan 50 % bodemvreemd materiaal worden
aangetroffen, dan zal de bemonstering conform NEN 5897+C2 worden uitgevoerd. Ook hier worden inspectiegaten en boringen gecombineerd. Alle boringen worden in verband met de toekomstige graafwerkzaamheden
3.4.
Onderzoek
vooralsnog
doorgezet tot 1,0 m-mv.
halfverharding “Ommetje”
Het onderzoek voor de halfverhardingslaag wordt op verzoek op een indicatieve wijze uitgevoerd middels het uitvoeren van een 6-tal proefgaten. Dit ter beoordeling van het
materiaal dat zich in de halfverharding bevindt. Het uitgangspunt is dat er minder dan 50% puinhoudend materiaal aanwezig is. Inspectiegaten en boringen worden gecombineerd. Het materiaal
uit de inspectiegaten van 30 x 30 cm wordt ontgraven
(met slaghamer i.c.m.
schop) tot een diepte van 0,5 m-mv en onderzocht op samenstelling, dikte en mogelijkheden tot hergebruik. Mocht asbestverdacht (plaat)materiaal worden aangetroffen, dan worden deze in een apart (verzamel)monster geanalyseerd. Vervolgens wordt de opdrachtgever ingelicht en wordt een aanvullende analyse op asbest voorgesteld om vast te kunnen stellen of in een later
stadium een nader onderzoek noodzakelijk is. Voor het bepalen van de kwaliteit van het materiaal -zijnde bodem - worden analyses op het NEN 5740/A1 grondpakket, inclusief lutum en humus verricht. In geval er geen bodem maar
een bouwstof met puinbijmengingen aanwezig is, worden de analyses NEN
5740/A1 grond-
pakket, inclusief Iutum en humus vervangen door een beperkt bouwstoffenpakket. Het onderzoek voor de ondergrond onder de halfverhardingslaag vindt plaats tot een diepte van 1,0 m-
mv. In tabel 4 is de algehele onderzoeksopzet nader uitgewerkt.
230444.BKK / MK
15
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
Tabel 4: Onderzoeksstrategie
Deellocatie
Oppervlakte Asfalt
Rijbaan metinritten
en parkeerstroken
en
| _ klinkers.
(m2)
Funderingslaag
12.248
Inspectiegat ”/
boring
0,3+0,3+0,5
m-mv
Ondergrond
doorzetten tot 10
20
momv | m-mv
37
(VED-HE)
Analyses ®*9 6x beperkt bouwstoffenpakket D
6x asbest 9
(fundering)
4x RAW-fundering 9 Ondergrond
(ONV)
19
18
| 9xNEN
5740 ®
3x RAW-zand
Trottoirs +
fietsenstalling
Tegels en
0,3*0,3*0,5 /
7.867
17/6
inkers (m?)
Bovengrond (ONV) Ondergrond
0,5 m-mv
10 m-mv 23
Groenvakken
(m?)
0,3*0,3*0,5 /
Bovengrond (ONV)
43.340
37/16
0,5 m-mv
(ONV)
Halfverharding
(m2)
0,3*0,3*0,5
Bovengrond
(VED-HE)
1919
s
Ondergrond
(ONV)
m-mv
x asbest 9
4x NEN 5740 *
10
m-mv |_ Pb
Analyses > +9
12x NEN 5740 9 s1
-
Analyses »+9
4x NEN 5740 ©
(ONV) -
Ondergrond
doorzetten tot
2
10 m-mv
x asbest 9
| 10xNEN5740% Analyses» +9
2x NEN 5740 9 6
2x asbest 9
2x NEN 5740 ©
Toelichting bij de tabel a) b)
Voor het asbestonderzoek worden de boringen vergroot tot een inspectiegat van 0,3m*0,3m*+0,5m. Analyses worden uitgevoerd door een door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Tevens zullen de conform
©_
d)
AS
3000
worden
monsters
voorbehandeld.
Indien tijdens de monstername significante zintuiglijke verontreinigingen worden aangetroffen, dan dienen deze grondmonsters apart geanalyseerd te worden. Grond- en/of stolmonsters worden alleen op asbest geanalyseerd indien door de voor protocol 2018 gecertificeerde monsternemer asbestverdachte materialen worden aangetoond. Uitgangspunt is dat een puinverharding aanwezig is die als asbestverdacht wordt gezien. Voor het overige onverdacht terrein worden de asbestanalyses volgens protocol NEN 5707+C2 (december 2017} verricht in geval er puinbijmengingen aanwezig zijn.
©)
Het analysepakket voor grond is nader omschreven in de NEN 5740/A1 en omvat de volgende parameters: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), som PCB, som PAK, minerale olie (GC), utum en organisch stof.
f
In geval een funderingslaag bestaat uit een korrelmix / menggranulaat, dan wordt het materiaal op het beperkt bouwstoffenpakket geanalyseerd. Dit pakket omvat de volgende parameters: PAK, PCB en minerale olie, schudtest L/S=10
9)
3.5.
cf.
NEN-EN 12457 of gelijkwaardig, eluaat analyse 4 anionen en 15 metalen, inclusief voorbehandeling). Mocht er geen puinlaag worden aangetroffen, dan wordt het beperkt bouwstoffenpakket vervangen voor een NEN 5740 analysepakket voor grond. De analyses m.b.t. RAW-fundering zijn beschreven onder paragraaf "civieltechnisch onderzoek”.
ieltechnisch
onderzoek
In het kader van het vaststellen van de civieltechnische herbruikbaarheid van de vrijkomende grond, wordt de vrijkomende (onder)grond uit het riooltraject civieltechnisch beoordeeld op herbruikbaarheid middels een RAW zeefkromme. Uit de bodemprofielen worden aan de hand van
de gelijkwaardige bodemtypes grondmonsters geselecteerd een mengmonster voor de ondergrond samengesteld. De mengmonsters worden in het laboratorium onderzocht op de granulaire verdeling volgens RAW 2015 (artikel 2.06.01/02/03).
230444.BKK / MK
16
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
In het kader van het vaststellen van de civieltechnische herbruikbaarheid van funderingsmateriaal - niet zijnde bodem
-, wordt het materiaal civieltechnisch beoordeeld op:
1.
Korrelverdeling van het materiaal
RAW
2015)
2.
Samenstelling van het materiaal (conform artikel 80.16.05 van Standaard RAW
(conform
artikel 80.16.01
van Standaard
2015)
Voor beide proeven is per mengmonster minimaal 25 kg materiaal nodig en beide proeven worden door een civieltechnisch laboratorium uitgevoerd. In tabel 3 en 4 zijn de analyses voor beide proeven opgenomen. 3.6.
PFAS-onderzoek
De gemeente Peel en Maas heeft de PFAS-bodemkwaliteitskaart voor Regio Limburg Noord vastgesteld. Deze bodemkwaliteitskaart vormt de basis voor hergebruik en toepassing van grond ten aanzien van PFAS. Hierdoor kan sneller en gemakkelijker worden bepaald waar grond kan worden hergebruikt, zonder dat (aanvullend) onderzoek naar PFAS hoeft plaats te
vinden. Onderzoek naar PFAS zal in de uitvoering van het bodemonderzoek enkel plaatsvinden, wanneer de resultaten voor de onderzoekslocatie aangeven dat er sprake is van sterk verontreinigde grond. In geval van sanering van sterk verontreinigde grond eist de acceptant een PFAS-onderzoek. 3.7.
Grondwater-
en
infiltratieonderzoek
Voor de onderzoeksinspanning voor het infiltratie onderzoek wordt de Leidraad Riolering (februari 2011) gehanteerd. Conform Module C2510 “Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage” wordt conform tabel 3.4 het aantal doorlatendheidsmetingen bepaald. Uitgangspunt is
hierbij dat de lokale grondwaterstand dieper is gelegen dan 2,5 m-mv. In tabel 5 zijn het aantal locaties opgenomen
t.b.v. het infiltratie onderzoek waar de k-waarde
bepaald dient te worden. De infiltratiediepten wordt afgestemd op de toekomstige aanleghoogte van de aan te leggen infiltratievoorziening (max. 1,0 m-mv). De infiltratiemetingen vinden plaats minimaal
0,5 meter boven
Tabel 5: Onderzoeksopzet
de lokale grondwaterstand.
infiltratie onderzoek conform C2510.
Onderzoekslocatie Toekomstige infiltratiegebieden
Aantal infiltratiemetingen
Infiltratieboring
6
INF 01 t/m 06
Bij de infiltratiemetingen zal gebruik worden gemaakt van de constant-head methode. De metingen worden uitgevoerd volgens de nieuwe leidraad van Rioned, met behulp van de Aardvark permeameter.
230444.BKK / MK
17
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
4.
UITVOERING
VELDWERKZAAMHEDEN
De veldwerkzaamheden zijn op 7, 11 t/m 13, 17 en 20 oktober 2023 en 17 en 24 november 2023 uitgevoerd door BKK Bodemadvies bv. De uitvoerende veldmedewerkers, de heer F.
Dorssers en J. Wilms, zijn in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Bodem+) onder certificaat EC-SIK-20261 en verantwoordelijk voor het uitgevoerde 4.1.
veldwerk.
Asfalt
Binnen de asfaltwegen zijn op 17 oktober 2023 de asfaltkernen geboord, en op 17 november 2023 zijn een tweetal aanvullende kernen geboord. De dikten van de kernen zijn in het labo-
ratorium opgemeten. 4.2.
Fundering
De diktes en laagbeschrijvingen zijn opgenomen
in 8 5.1.
en bodem
De boringen 01 t/m 37 zijn ter plaatse van de rijbaan met inritten en parkeerstroken als proefgaten (30 cm x 30 cm) gegraven waarbij de boringen met behulp van een edelmanboor (met een doorsnede van 120 mm) zijn doorgezet tot een diepte van 1,0 m-mv. 18 zijn verder doorgezet tot een diepte van 2 m-mv.
Boring 01 t/m
De boringen 38 t/m 60 zijn ter plaatse van de trottoirs en fietsenstalling verricht waarbij de boringen, behalve boringen 39, 41, 45 49, 57, 59, als proefgaten (30 cm x 30 cm) zijn gegraven. Alle boringen zijn met behulp van een edelmanboor (met een doorsnede van 120
mm) doorgezet tot een diepte van 1,0 m-mv. De boringen 61 t/m 113 zijn ter plaatse van de groenstroken en grasvelden verricht waarbij de boringen, behalve boringen 73 t/m 80, 92, 94, 96, 102, 103, 110 en 113 als proefgaten (30
cm x 30 cm) zijn
gegraven. Alle boringen zijn met behulp van een edelmanboor (met een
doorsnede van 120 mm) doorgezet tot een diepte van 1,0 m-mv. Boring 110 en 113 zijn verder doorgezet tot een diepte van tot 1,5 meter onder de aangetroffen grondwaterstand en afgewerkt als peilbuis. Dit ter vaststelling van de grondwaterstand binnen het plangebied. Het
grondwater i bij boring 110 en 113 aangetroffen op een diepte van respectievelijk 4,10 en 4,75 m-mv. De locaties van de proefgaten,
boringen en peilbuizen zijn opgenomen
in de tekeningen
in
bijlage I. 4.3.
Waarnemingen
Asbest
Een maaiveldinspectie, als is voorgeschreven in het SIKB- protocol 2018, waarbij het maaiveld banen van ongeveer 1,5 meter breed op de aanwezigheid van asbest is gecontroleerd, heeft
in
voor de verharde wegen, inritten en trottoir met asfalt, tegels en klinkers niet kunnen plaats vinden omdat deze locaties zijn voorzien van een verhardingslaag. Voor de bermen, groenvakken en bosgebied (voor zover als de begroeiing het mogelijk maakte) uitgevoerd en is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
In de uitkomende grond zijn in de grove fractie (> 20 mm),
is deze inspectie wel
met uitzondering van proefgat 67,
eveneens geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In proefgat 67 is 2,5 kg asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen (zie foto 74 in bijlage VI). Funderingslaag en bodem Het opgeboorde bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld, geïnspecteerd op het voorkomen van eventueel bodemvreemde materialen en beschreven conform NEN 5104. Van iedere boring
is een profielbeschrijving gemaakt en zijn eventuele zintuiglijk waargenomen kenmerken genoteerd (zie de boorbeschrijvingen in bijlage TIT).
230444.BKK / MK
bodemvreemde
18
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
De funderingslaag onder de wegen betreft plaatselijk een uiterst tot volledig puingranulaat houdende laag met een dikte van maximaal 35 cm. Ter plaatse van boring 03 is een uiterst baksteenhoudende laag aanwezig onder het asfalt met een dikte van 42 cm. De puinbijmengingen zijn voor meer dan 50% aanwezig. Zie foto's in bijlage VI voor een visueel beeld
van de puinfunderingslagen. Merendeels is er onder de asfaltverharding sprake van matig tot zeer fijn, matig tot uiterst siltig zand met zwakke humeuse en zwak tot matige grindbijmengingen. Voor boring 31 is er in
de funderingslaag sprake van een sterke bijmenging van puingranulaat. Zie foto’s in bijlage VI voor een visueel beeld van de overige funderingslagen. De overige bovengrond
binnen de deellocaties betreft matig tot grof fijn, matig tot sterk siltig
zand, waarbij de grond in de groenstroken en grasvelden als zwak humeus zand is beoordeeld. Voor boring 56 is er een funderingslaag aangetroffen met volledig puingranulaat en ter plaatse van
boring 58 is de bovengrond
matig puingranulaat houdend.
De ondergrond bestaat uit matig fijn, matig tot sterk siltig zand met zwakke humeuse bijmengingen in de bovenste meter. Plaatselijk worden er in de ondergrond zwak en sterk zandige leemlagen
aangetroffen.
In de uitkomende grond zijn bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. De bodemvreemde bijmengingen
welke zijn aangetroffen, zijn in tabel 6 gespecificeerd.
Tabel 6: Bodemvreemde
bijmengingen.
Boring [ Diepte boring (m -mv)
Traject
‘Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
(m -mv)
01
2,00
0,13 -0,50
-
Uiterst puingranulaat
02
2,00
0,15-0,50
-
Uiterst puingranulaat
03
2,00
0,08 - 0,50
-
Uiterst baksteen
14
2,00
0,15-0,50
-
Volledig puingranulaat
15
2,00
0,15-0,50
-
Volledig puingranulaat
19
1,00
0,12-0,35
-
Volledig puingranulaat
20
1,00
0,15-0,35
-
Volledig puingranulaat
22
1,00
0,12-0,30
-
Uiterst puingranulaat
23
1,00
0,15-0,30
-
Volledig puingranulaat
24
1,00
0,15-0,50
-
Volledig puingranulaat
25
1,00
0,15-0,30
-
Volledig puingranulaat
26
1,00
0,15-0,50
-
Volledig betongranulaat
27
1,00
0,15-0,35
-
Volledig puingranulaat
29
1,00
0,15-0,50
-
Volledig puingranulaat
30
1,00
0,15-0,35
-
Volledig puingranulaat
0,35 -0,50
Zand
Zwak
asfalt, zwak kolengruis
31
1,00
0,15-0,50
Zand
Sterk puingranulaat
32
1,00
0,20 -0,40
-
Uiterst puingranulaat Uiterst puingranulaat
33
1,00
0,16 -0,40
-
42
1,00
0,15-0,35
Zand
Zwak
puingranulaat
48
1,00
0,12-0,50
Zand
Zwak
puingranulaat
56
1,00
0,10 -0,30
-
Volledig puingranulaat
58
1,00
0,15-0,35
Zand
Matig puingranulaat
63
1,00
0,00 -0,50
Zand
67
115
0,20-0,65
Zand
230444.BKK / MK
Resten
baksteen
Matig puin, matig asbest
19
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
Vervolg
tabel 6:
Bodemvreemde
Boring [ Diepte boring (m -mv) 71
bijmengingen.
Traject
'Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
0,00 -0,25
-
Uiterst puingranulaat
0,25 -0,60
Zand
Matig puin
(m -mv)
1,00
81
1,00
0,50 -1,00
Zand
Resten
baksteen
88
1,00
0,00 -0,50
Zand
Resten
baksteen
96
1,00
0,50 -1,00
Zand
102
1,00
0,00 -0,50
-
103
1,00
0,50 - 1,00
Zand
Resten
112
1,00
0,50 - 1,00
Zand
Resten puin
- betreft geen
bodemmateriaal,
4.4.
meer dan 50%
bodemvreemd
Resten
puin
Volledig puingranulaat puin
materiaal.
Bemonstering
Asfalt
In het asfalt zijn 13 proefgaten gezaagd van 30 cm x 30 cm en 21 kernen van 100 mm doorsnede. De proefgaten zijn na monstername opgevuld en opnieuw bestraat. De 21 kernen zijn naar het laboratorium verstuurd. Zie 8 5.1 voor details van de monsterneming. Asbest
Conform bijlage A in de NEN 5725 (2017) dienen lagen met puinbijmengingen geassocieerd te worden met bouw- en sloopafval (combinatie van beton, (bak)steen, cement) en als verdacht
op het voorkomen
van asbest te worden aangemerkt. Van de puinhoudende funderingslagen /
bovengrond van de proefgaten (01 t/m 03, 14, 15, 19, 20, 22, 23 t/m 27, 29, 30, 32, 33, 56, 71 en 102) en van het asbestverdachte bodemmateriaal uit proefgat 67 zijn monsters van de
gezeefde fractie < 20 mm samengesteld conform NEN 5707+C2 en NEN 5987+C2. Conform deze norm zijn van de fijne fractie (< 20 mm) monsters samengesteld van ruim 12,5 kg / 28 kg gewicht. In het laboratorium wordt het drooggewicht bepaald, welke kan afwijken van het gewicht in het veld gemeten. Het asbestverdachte plaatmateriaal uit proefgat 67 is separaat als verzamelmonster dubbel verpakt in plastic. Zie $ 5.2 voor details van de monstername
voor asbest in grond. Funderingsmateriaal
/ grond
In trajecten van maximaal 0,5 meter zijn de grond- en puinmonsters samengesteld. Visueel verontreinigde trajecten zijn hierbij separaat bemonsterd. De monsters zijn na monstername gekoeld bewaard in potten/emmers en voor analytisch onderzoek aangeboden aan een geaccrediteerd (conform EN-ISO 17025) laboratorium.
230444.BKK / MK
20
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
5.
LABORATORIUMONDERZOEK
5.1
Asfalt
In bijlage IV zijn onder de asfaltprofielen de resultaten van de 21 PAK-detectortesten gegeven. In bijlage IV zijn tevens de foto's van de asfaltkernen weergegeven. De PAK-detector is ontwikkeld
om
indicatief polycyclische aromatische
koolwaterstoffen
aan te tonen. Aan de hand van een verkleuring wordt kwalitatief aangegeven
(PAK)
of het asfalt
(mogelijk) teerhoudend is. De PAK-detector toont een verkleuring bij PAK-concentraties boven de 250 mg/kgds. De lagen waarop een verkleuring wordt waargenomen worden normaliter niet geanalyseerd, omdat asfalt met meer dan 75 mg/kgds PAK als teerhoudend wordt bestempeld. De samenstelling van de kernen duidt erop dat er sprake is van 5 te onderscheiden wegvakken, waarbij de vooraf gekozen wegvakken 2+3 en 4+5 kunnen worden samengevoegd een wegvak. In tabel 7 is een overzicht weergegeven met de dikten van de asfaltkernen
(gemeten in het laboratorium) en de soorten asfalt die zijn aangetoond
tot
middels de
laagopbouw. Tabel
7: Overzicht
van
de asfaltkernen.
Wegvak. asfaltkernen | Dikte kern[
Teerhoudend | Aantal | Asfaltsoorten”
(mm)
traject (mm)
01
129
-
2
|SMA
G4B
02 140
139 132
-
2 2
|SMA |sMa
STAB Ga8
141
130
-
4
|SMA
OAB
OB
120
132
-
4
|SMA
STAB
DOB
1. Raadhuisstraat Grootveldweg
_
lagen
/
2+3. Grootveldweg GAB
_
GAB
121
64
4164
3
|O8
GAB
OAB
04
49
3149
3
|O8
GAB
OAB
05 06
54 61
36-54 25-61
3 3
|O8 |O8
GAB GAB
OAB OAB
238 206
0-7 0-5
4 4
|OB |OB
DAB DAB
GAB GA8
GAB GAB
03
4+5.
74
-
2
|O8
GAB
Piushof /
Minister 122 07
Calsstraat
123
213
0-10
5
|DOB
DAB
GAB
GAB
08
166
0-7
4
|OB
DAB
GAB
GAB
09
250
0-5
4
|OB
DAB
GAB
GAB
125 10
185 178
0-6 0-6
4 4
|OB |OB
DAB DAB
GAB GAB
GAB GAB
223
-
3
|DAB
GAB
GAB
182 155
0-12 0-12
4 4
|DOB |DOB
DAB DAB
GAB GAB
128
0-12
4
|DOB
DAB
GAB
Reparatievak afwijkend
/
124 6. Minister
GAB
Calsstraat
126
11 12
GAB GAB
1) Volgens de Nederlandse benamingen worden de gebruikte afkorting als volgt verklaard: OB = Oppervlaktebehandeling; Asfalt
Beton;
Gepenetreerde
OAB
=
Open
DOB = Dubbele Oppervlaktebehandeling; STAB asfalt
beton;
GAB
=
Grind
AsfaltBeton;
SMA
slakken; GS = Gepenetreerde steen, KL = KleefLaag; VET:
Binnen een gedeelte van
het asfalt van de Grootveldweg
= Steenslag Asfalt Beton; =
Stenen
Teerhoudend
Mastiek
DAB = Dicht
Asfaltbeton;
a.d.h.v. PAK-detector.
zijn in de onderlaag de OAB-
lagen als teerhoudend aangemerkt vanwege een positieve fluorescentie van de PAK-
230444.BKK / MK
21
GSL
=
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
detector. Vanwege de ligging van kern 03 wordt deze in het wegvak 2+3 betrokken. In de Piushof en de Minister Calsstraat is de toplaag (OB / DOB-laag) teerhoudend. De overige asfaltlagen zijn negatief bevonden.
Dat wil zeggen
dat deze lagen minder dan
250 mg/kgds PAK bevatten en dus mogelijk teervrij zijn (PAK < 75 mg/kgds). Om vast te stellen dat deze lagen niet-teerhoudend zijn, dienen deze asfaltlagen geanalyseerd te worden.
Aan de hand van de PAK-detector en laagopbouw zijn per wegvak de oppervlaktes en de gemiddelde laagdikten bepaald. Middels de gemiddeld vastgestelde dikte van de asfaltkernen is per wegvak het tonnage asfalt (her)berekend voor de te onderscheiden asfaltsoorten die worden opgebroken of gefreesd, waarbij rekening wordt gehouden
met
een marge van 20 mm ten opzichte van de teerhoudende lagen. Vanwege het feit dat de resterende mogelijk teervrij asfaltlagen niet groter dan 20 mm zijn, wordt het asfalt van wegvak
2+3
geheel als teerhoudend
aangemerkt.
In tabel 8 zijn de tonnages opgenomen,
uitgaande van een maximale dichtheid van 2,5 ton/m:. Tabel 8: Onderzoeksopzet asfaltonderzoek. Oppervlakte
(m?)
Dikte
Volume
509
013
1.130 290
07U/m10,122,123en| 125
Wegvak / Kernen Raadhuisstraat / Grootveldweg 1
opbreken
asfalt _ astalt(m)| _ (m?)
01, 02 en 140
Tonnage | Analyses
(ton)
asfalt
79,7
199
1
0,060 0,131
67,8 38
170 °5
E 2
1.806
0,030
542
135
…
1:806
0,175
316
790
2
687 687
0,035 0,120
2482
206
60
E2
65
0223
14,5
36,2
1
‘Grootveldweg 243.
03Umo6en121 120en 141
Piushof / Minister
4+5.
_
Calsstraat
e : 2 Reparatievak 7
*
/ afwijkend
124
Op basis van de PAK-detector is deze laag als teerhoudend
aangemerkt,
waardoor een analyses op PAK komt te
vervallen.
**
Naar aanleiding van de teerhoudendheid van kern 120 in de onderlaag zijn er 2 aanvullende kernen 140 en 141 geboord. Kern 141 blijkt in de onderiaag eveneens teerhoudend te zijn. Kern 120 en 141 worden bij vak 2+3 gevoegd vanwege de teerhoudendheid in de onderlaag.
Conform de berekende tonnages zijn 8 analysemonsters geselecteerd voor een analyse op PAK. Conform de CROW 210 mogen de te analyseren kernen niet meer dan 200 mm dik zijn, waardoor kern 124 gesplitst dient te worden. Tot 200 ton volstaat 1 analyse op PAK en tussen
200 en 1.000 ton vrijkomend asfalt dienen minimaal 2 analyses te worden uitgevoerd. In tabel 9 zijn op basis van de constructieopbouw en bovenstaande eisen per traject de kernen en lagen vermeld
die in het betreffende (meng)monsters
zijn geanalyseerd.
Tabel 9: Overzicht verdeling kernen en lagen over de trajecten.
Monster
Asfaltkernen
ASF 01
01 (0-13) 02 (0-15)
Traject asfalt (em-mv)> 0-15
120 (3.9-13.2)
3,9-13,2
ASF
02
Traject asfalt (hele kern Hele/ deel v/d kern) kern Deel
v/d
kern
ASF 03
07 (3-22) 08 (3-17)
123 (3-21)
322
Deel v/d kern
ASF 04
09 (7-26)
125 (3-19)
3-26
Deel v/d kern
230444.BKK / MK
10 (3-19)
22
Milieutechnisch onderzoek Piuspark e.0. te Panningen
Vervolg
tabel 9:
Overzicht verdeling kernen en lagen over de trajecten.
Monster
Asfaltkernen
ASF 05
11 (3.5-15)
126 (3.5-18)
Traject asfalt (em-mv)2 3,5-18
Traject asfalt (hele kernDeel / v/ddeelkernv/d kern)
ASF 06
12 (3.5-12)
35-12
Deel v/d kern
ASF 07
124 (0-12.1)
0-12,1
Deel v/d kemn
ASF 08
141 (6.5-13)
6,5-13
Deel v/d kern
!) De nummers verwijzen naar de boorlocaties.