2025-015 03 Toelichting
Tekst van het document
Het is van belang dat ruimtelijke ontwikkelingen geen negatieve invloed hebben op omliggende of nabijgelegen cultuurhistorisch waardevolle objecten. Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ ligt er in de nabijheid van het plangebied het Hagelkruis Cuypers. Dit betreft een kruis dat beschermd wordt. Gezien de kleinschaligheid van het initiatief, waarbij slechts sprake is van een functiewijziging, kan gesteld worden dat het initiatief geen nadelige gevolgen heeft op de (belevings-) waarde van het kruis. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering. 5.12.3 Landschap Naast veiligheid en gezondheid is 'een goede omgevingskwaliteit' opgenomen in de centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit geeft aan dat bijvoorbeeld cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij om zowel de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden. De kwaliteit van natuur en landschap is belangrijk voor 'de goede omgevingskwaliteit'. Daarom is voor de locaties Soeterbeek 6 en 7/7a een landschappelijk inpassingsplan opgesteld.
40
Soeterbeek 6 In het kader van het initiatief aan de Soeterbeek 6 is een landschappelijk inpassingsplan5 opgesteld, waarmee is gegarandeerd dat de woning en de bijgebouwen op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de regels als voorwaardelijke bepaling. Als basis voor de omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte “landschappelijke inpassing” of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak. Ter plaatse van de Soeterbeek 6 is reeds sprake van een woonfunctie met bouwvlak. In het kader van onderhavig TAM-omgevingsplan wordt het aanwezige woonperceel en bouwvlak vergroot doordat percelen 573, 1136 en 1245 bij deze locatie worden getrokken. In totaal wordt het bouwvlak vergroot met 680 m2. Dit betekent dat er ten minste 68 m2 als groen zal moeten worden ingericht en dat er voldoende aandacht dient te zijn voor voorkomen van problematiek van hemelwater. De visie is om vanuit het bestaande groen, het erf landschappelijk een kader te geven met passend groen. De tuin is een intensief gebruikt geheel en vandaar de kaders met haag en bomen aan de voorzijde die een geleiding-laan aan de straat creëren.
De schuur inkleden met een bomenrij grenzend aan de laurierhaag buren en aan de achterzijde de bestaande fruitbomen aanvullen met een rij nieuwe, zodat de mindere kwaliteit bomen op termijn kunnen verdwijnen en er een mooi groen fruitkader is dat fijn aansluit op de gaard van de buren. Daarnaast zal de aanwezige laurier worden verwijderd en worden vervangen door een beukenhaag en bomen om zo de achterzijde van de schuur met groen aan te kleden. Dus een mooie plek welke met puntjes op de i en biodiversiteitsbeheer nog mooier wordt! De landschappelijke inpassing omvat de volgende elementen: A. Bestaande beukenhaag met halfstam-fruitbomenrij (24 m2) B. Aan te planten bomen (4 m2) C. Aanplant bomenrij (40 meter rij = 80 m2 of 5 bomen = 10 m2)) D. Aan te planten beukenhaag op plek laurier (16 m2) E. Aan te planten bomen (6 m2) F. Aan te planten / vervolmaken fruitboomhoek (30 meter rij = 60 m2 of 4 bomen = 8 m2) Dit landschapsplan met aanplant en beschrijving beheer laat zien dat wanneer er gerekend wordt met de individuele bomen er 68 m2 groen is op de locatie. Maar gezien de bomen in de rij staan (C en F) wordt dit als rij gerekend (2 m2/m1), dus is dan het totaal 190 m2, dus zeer ruim binnen de eisen.
5 Erf- en Landschapsverfraaiing, Landschapsplan in het kader van landschappelijke inpassing van schuur Soeterbeek 6 te Baarlo, 3 december
2023
41
Afbeelding 17. Impressie landschappelijk inpassingsplan Soeterbeek 6
Soeterbeek 7 In het kader van het initiatief aan de Soeterbeek 7 is een landschappelijk inpassingsplan6 opgesteld, waarmee is gegarandeerd dat de woning en de bijgebouwen op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling. Als basis voor de omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte “landschappelijke inpassing” of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en erf komt. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 5.174 m2. Dit betekent dat er ten minste 517 m2 als groen zal moeten worden ingericht. De visie is om het bestaande groen duurzaam te behouden. Zeker rond de woonboerderij is het prachtig en kunnen enkele bomen het groene straatbeeld nog meer versterken. De overgang naar het achterliggende cultuurlandschap kan een impuls krijgen door het achtererf aan te vullen met de vervolmaking van de hoogstamweide, samen met een minder intensief kruidenrijk graslandbeheer. Hiermee krijg je een opsplitsing tuin-erf-landschap.
De tuin het intensieve gazon en achter makkelijker een kruidenrijker grasveldje, dat ook goed is voor de vlinders! Daarbij een bosschage, waarmee de bijgebouwen nog meer zijn ingekleed maakt het ook aan de achterzijde af. In het landschapsplan zijn handvaten opgenomen voor een gebiedsgerichte landschappelijke inpassing. Deze handvaten geven aan dat op een erf gewerkt wordt met zowel eensoortige als gemengde hagen, met bomenrijen, boomgaarden en solitaire bomen. Dit betreft het groen in de zone grenzend aan het landschap en niet de tuin. Stimulering van overhoeken, perceelsranden, bloemrijk grasland zorgt ook voor de biodiversiteitsimpuls.
6 Erf- en Landschapsverfraaiing, Landschapsplan in het kader van Bevestiging en aanvullende inpassing van woning Soeterbeek 7 te Baarlo,
9 mei 2023
42
Op basis van deze handvaten is het landschapsplan opgesteld. De landschappelijke inpassing omvat de volgende elementen: A. Bestaande hagen en bomen in tuinzone (134 m²) B. Bestaande bosschages (90 m2) C. Aanplant 2 beeldbepalende bomen (4 m2) D. Aan te planten / vervolmaken boomweide (400 m2) E. Aan te planten bosschage (75 m2) Met deze beplanting wordt een bijdrage geleverd aan de meest voorkomende streekeigen boom- en stuiksoorten waarmee wordt aangesloten bij het landschap in de omgeving van het plangebied. Dit landschapsplan met aanplant en beschrijving beheer laat zien dat er ruim 703 m2 aan kwaliteitsgroen aanwezig is na realisatie. Kwantitatief voldoende en kwalitatief een mooi iets. Met meer ruimte voor de vlinders en de bijen!
Afbeelding 18. Impressie landschappelijk inpassingsplan Soeterbeek 7
5.13 Verkeersgeneratie, - afwikkeling & parkeren Verkeersveiligheid is primair geregeld in de weg- en verkeerswetgeving (o.a. Wegenverkeerswet), deze regelgeving maakt geen deel uit van de Omgevingswet. Bekende richtlijnen vanuit het CROW blijven ook bestaan. In de Omgevingsvisie Peel en Maas wordt onder de opgave een gezonde en veilige leefomgeving ingegaan op de ambitie voor een verkeersveilige infrastructuur. De parkeernormen zijn in het (tijdelijk) Omgevingsplan en de bijbehorende Parkeernota geregeld. Het realiseren of toevoegen van functies zal zorgen voor een verandering in de verkeersstromen. Het initiatief dient zodoende getoetst te worden aan de relevante aspecten t.a.v. verkeer en parkeren.
43
5.13.1 Verkeer Onderhavig initiatief voorziet enerzijds in het betrekken een de garage / berging en stal bij de woning Soeterbeek 6 en anderzijds in het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Er is geen sprake van het wijziging van de ontsluiting van de locaties. Daarnaast veroorzaken beide initiatieven geen toename van de verkeersgeneratie doordat er sprake is van bestaande woningen. Het initiatief voorziet daarnaast in het realiseren van een bedrijf aan huis. Het bedrijf is aan de Soeterbeek ontsloten middels een inrit welke ten westen van de woning Soeterbeek 7 is gelegen. De bedrijfslocatie is middels deze inrit goed ontsloten. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van het bedrijf aan huis is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeercijfers naar parkeernormen’. Er is uitgegaan van de functie ‘bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief’ en van het gebiedstype buitengebied in matig stedelijk gebied. Op basis van de kencijfers genereert dit type bedrijf per etmaal minimaal 3,9 en maximaal 5,7 verkeersbewegingen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (BVO). Het bedrijf heeft een BVO van 170 m2. Uitgaande van een worst-case benadering genereert het bedrijf aan huis 9,7 verkeersbewegingen. Daarnaast komt er twee keer in de week een vrachtwagen op de locatie voor het laden en lossen van materialen.
Gezien het profiel van de Soeterbeek zal deze de geringe toename van het aantal verkeersbewegingen door de realisatie van het bedrijf aan huis goed kunnen verwerken. 5.13.2 Parkeren Om de nieuwe parkeerbehoefte te berekenen is gebruik gemaakt van de parkeernormen van de gemeente Peel en Maas. De gemeente heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in het ‘Parapluplanbestemmingsplan Parkeernota Peel en Maas’, d.d. 19 juni 2018. Voor een woonhuis buiten de bebouwde kom geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen. Dit wil zeggen er minimaal 2 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Zowel bij de Soeterbeek 6 als bij de Soeterbeek 7 is op eigen terrein meer dan voldoende ruimte aanwezig voor het parkeren van twee voertuigen. Voor een arbeidsextensief / bezoekersextensief bedrijf geldt een parkeernorm van 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte. Het bedrijf heeft een BVO van 170 m2. In totaal dienen voor het bedrijf 2,0 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Bij de Soeterbeek 7 is voldoende ruimte aanwezig voor het realiseren van twee parkeerplaatsen.
5.14 Duurzaamheid en gezondheid Conform artikel 1.3 sub a Ow is het bereiken en in stand houden van een veilige en fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Het gaat daarbij om het beschermen van de gezondheid maar ook het bevorderen van de gezondheid (sport, beweging, positieve gezondheid). Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema’s. Het beoordelingskader kan dus per gemeente sterk verschillen. De gemeente kan het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezond in het omgevingsplan vastleggen in de vorm van omgevingswaarden. Nagegaan moet worden of hieraan toepassing is gegeven. Indien dit het geval is dient het initiatief getoetst te worden aan deze omgevingswaarden.
44
De gemeente Peel & Maas beschikt over een duurzaamheidsagenda en een zonnelader. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid is in Peel en Maas (nog) niet in het omgevingsplan vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De bruidsschat bevat wel een artikel inzake energiebesparende maatregelen (22.52). 5.14.1 Duurzaamheid In bijlage 1 van de Omgevingswet (Ow) is het begrip duurzame ontwikkeling gedefinieerd. Het gaat om "een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen." Artikel 1.3 en 2.1 Ow borgen het belang van duurzaamheid. In artikel 1.3 zijn de maatschappelijke doelen van de wet verwoord: "Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en; b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften." Artikel 2.1 Ow geeft aan dat een bestuursorgaan zijn taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefent met het oog op de doelen van de wet, tenzij daarover specifieke regels zijn gesteld.
Artikel 1.3 Ow geeft ook richting aan de voor burgers en bedrijven opgenomen zorgplicht in artikel 1.6 Ow, namelijk dat men "voldoende zorg draagt voor een goede leefomgeving". Met deze bepalingen wordt een duurzame ontwikkeling voor het gehele domein van de fysieke leefomgeving geborgd. Het vergt een samenhangende benadering vanaf het begin van de planvorming van alle relevante belangen, waaronder: ruimte, water, natuur, gezondheid en wonen. In het kader van onderhavig initiatief is geen sprake van bouwwerkzaamheden, het betreft slechts een functiewijziging van reeds bestaande bebouwing. De aanwezige woningen en bebouwing blijven zoals reeds aanwezig behouden. Daarbij kan gesteld worden dat de woningen Soeterbeek 7 en 7a reeds energiezuinig zijn uitgevoerd. Op het dak van de garage en de loods zijn namelijk reeds zonnepanelen geplaatst om zo te voorzien in de eigen energiebehoefte. Het aspect duurzaamheid vormt derhalve geen belemmering in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. 5.14.2 Gezondheid Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (Ow) is een gezonde fysieke leefomgeving (artikel 1:3 Ow). In artikel 2.1 lid 4 Ow is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen.
Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. De GGD kan hierbij adviseren. Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. Deze aspecten zijn in voorgaande paragrafen reeds gemotiveerd en het initiatief voldoet aan alle omgevingswaarden. 5.14.3 Endotoxinen Het RIVM doet onderzoeken naar de effecten van veehouderijen op de gezondheid van omwonenden, veehouders, de gezinnen van veehouders en mensen die op de veehouderij werken. Dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden zoals Q-koorts of Salmonella. Daarnaast kunnen fijnstof en endotoxinen (celwandbestanddelen van bepaalde bacteriën) gezondheidsproblemen veroorzaken. Ook kan het voorkomen dat mensen hinder ondervinden van de stank die afkomstig is van de mest uit de veehouderijen.
45
In 2016 zijn de resultaten gepubliceerd van het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO). In dit onderzoek is gekeken naar de gezondheidseffecten bij omwonenden van ziekteverwekkers en luchtverontreiniging afkomstig van veehouderijen. In 2017 is er een tweede rapport ‘Veehouderij en gezondheid omwonenden – aanvullende studies’ gepubliceerd. Daarin zijn nieuwe analyses gedaan om de eerdere resultaten nog eens extra bevestigd te krijgen. Uit onderzoeken is aangetoond dat omwonenden rondom veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie afkomstig van veehouderijen. Aan de hand van het ‘Endotoxinen toetsingskader 1.0’ kan een afstandscontour worden berekend rondom veehouderijen, waarbinnen sprake is van een overschrijding van de norm van de Gezondheidsraad (30 EU/m3) en dus sprake kan zijn van verhoogde gezondheidsrisico’s. De dichtstbijzijnde varkenshouderij is gelegen aan de Pratwinkel 11, op een afstand van 1,2 kilometer. De dichtstbijzijnde pluimveehouderij is gelegen aan de Zandberg 21, op een afstand van ruim 800 meter. Gesteld kan worden dat de afstand tussen het projectgebied en de veehouderijen voldoende is om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen op het gebied van volksgezondheid.
5.14.4 Geitenhouderij Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) komt naar voren dat omwonenden van intensieve veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen. Zo lopen omwonenden van voornamelijk pluimveehouderijen en geitenhouderijen meer risico op het krijgen van longontstekingen. Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer tot een geitenhouderij. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogd aantal gevallen longontsteking voordoet. Binnen een afstand van 2 km van het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van geitenhouderijen. Er is derhalve geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. 5.14.5 Spuitzones Voor wat betreft het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten.
Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is (uitspraak van 27 mei 2015 in zaak nr. 201410309/1/R6). Conclusie Rondom het projectgebied bevinden zich geen (fruit)boomgaarden. Wel bevinden zich rondom het projectgebied allerlei landbouwpercelen. Deze landbouwpercelen liggen op minimaal 50 meter afstand van de woningen Soeterbeek 6 en 7. Daarnaast betreffen deze woningen reeds bestaande woningen waar de agrariërs reeds rekening mee dienen te houden. Er is zodoende geen sprake van het realiseren van een nieuw milieugevoelig object of het aantasten van de ontwikkelingsmogelijkheden van de agrariërs in de omgeving. Spuitzones vormt zodoende geen belemmeringen.
46
6. UITVOERBAARHEID 6.1
Financieel - economische uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid Met deze plantoelichting is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan, in de vorm van een TAM-omgevingsplan, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en de toegedachte functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan in het verlengde daarvan aangenomen worden dat realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegedachte functies om financiële redenen op langere termijn niet zullen worden gerealiseerd. Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaalplichtige activiteiten als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, (hierna "een aangewezen bouwactiviteit"). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte dan wel, of in combinatie met, een anterieure overeenkomst, cofinanciering, subsidies, gemeentelijk krediet de kosten die het vanwege artikel 8.15 Ob maakt anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt/is verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Ob.
Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Voor de gemeente Peel & Maas is dit uitgewerkt in de Verordening nadeelcompensatie Peel & Maas 2024.
6.2
Juridische aspecten
6.2.1 Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn alle bestemmingsplannen opgegaan in één gemeentelijk ‘Omgevingsplan van rechtswege’ oftewel het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan bestaat verder uit de Bruidsschat en een aantal gemeentelijke verordeningen. De Bruisschat betreft een aantal regels die van het rijk zijn overgegaan naar de gemeente. Deze regels zijn geland in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente. Het gaat onder andere om regels over bouwwerken en over milieubelastende activiteiten. Het omgevingsplan van rechtswege kan door de gemeente gewijzigd worden. De voorliggende wijziging beperkt zich tot twee specifieke locaties aan de Soeterbeek. Het initiatief heeft geen betrekking op een algemene wijziging.
47
6.2.2 Wijziging omgevingsplan van rechtswege Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt gemotiveerd om welke redenen het omgevingsplan wordt gewijzigd. De voorliggende motivering betreft het eerste deel. Het tweede deel van het besluit bestaat uit de regels die deel gaan uitmaken van het omgevingsplan. Hierin wordt aangegeven op welke wijze de regels van het omgevingsplan worden aangepast. Aangegeven wordt welke regels worden toegevoegd, gewijzigd, verwijderd of vervangen door andere regels. Verder wordt, als onderdeel van de regels, door coördinaten vastgelegd voor welke locatie(s) de regels gaan gelden. Dit wordt ook wel het werkingsgebied genoemd. In dit specifieke geval wordt aangesloten bij de geldende regels voor de woonfunctie in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het derde deel van het vaststellingsbesluit bestaat uit aanpassingen die worden aangebracht in de geconsolideerde toelichting die bij het omgevingsplan wordt gegeven. 6.2.3 Planregels De planregels van het omgevingsplan worden met onderhavige planvoornemen gewijzigd. De volgende wijzigingen zijn aangebracht: In het kader van de ontwikkeling zullen de thans voor ‘Agrarisch – Grondgebonden’ aangewezen gronden omgezet worden naar de functie ‘Wonen’.
Aan de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de uitvoering en instand houding van het landschapsplan. Daarnaast is een extra regel opgenomen voor de maximale toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. De rest van de regels zoals deze reeds in het vigerende omgevingsplan voor deze functies gelden zijn overgenomen en zijn daarbij niet gewijzigd.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.3.1 Participatie Initiatiefnemers zijn het gesprek aan gegaan met de bewoners van de Soeterbeek 6, 8, 9 en 10. Al deze omwonenden zijn in mei 2021 op de hoogte gesteld dat de bestaande bedrijfswoning aan de Soeterbeek 7 momenteel in gebruik is als burgerwoning en dat dit in strijd is met het tijdelijke omgevingsplan. Met de bewoners van de Soeterbeek 6 hebben initiatiefnemers in juli 2021 gesproken over de mogelijke stappen die ondernomen kunnen worden om de bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Naar aanleiding van dit gesprek hebben initiatiefnemers stappen gezet om de bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. In februari 2022 is initiatiefnemers nogmaals in gesprek gegaan met de bewoners van de Soeterbeek 6, 8, 9 en 10. Tijdens dit gesprek hebben de initiatiefnemers aangegeven dat zij graag de agrarische functie op de locatie om willen zetten naar een woonfunctie zodat zij hier als burgers kunnen gaan wonen. In mei 2022 hebben initiatiefnemers nogmaals met deze omwonenden gesproken over de (pré)mantelzorgwoning die zij inpandig in de woning willen realiseren. Alle omwonenden gaven waren positief over het initiatief voor de omzetting van de woning en de realisatie van de (pré)mantelzorgwoning. In februari 2023 hebben initiatiefnemer daarnaast nogmaals gesproken met de bewoners van de Soeterbeek 6.
De garage / berging en stal van deze bewoners maakt in de huidige situatie onderdeel uit van het bouwvlak van de Soeterbeek 7. Aan de bewoners van de Soeterbeek 6 is zodoende gevraagd of zij dit middels onderhavig TAM-omgevingsplan gewijzigd willen hebben in een woonfunctie. Naar diverse vervolg gesprekken hebben de buren besloten om de garage / berging en stal bij hun woonvlak te betrekken. En hun locatie mee te nemen in onderhavig TAM-omgevingsplan.
48
6.3.2 Vooroverleg/intaketafel In art. 2.2 van de Omgevingswet is een algemene verplichting neergelegd dat bestuursorganen overleg voeren, met elkaars belangen rekening houden en zo nodig onderling afstemmen. Om die reden is onderhavig TAM-omgevingsplan voorgelegd aan de provincie Limburg en Waterschap Limburg. Provincie Limburg heeft in de brief van 17 juli 2024 het volgende aangegeven: “De beoordeling van het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien u dit plan op deze wijze voortzet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen”. Waterschap Limburg heeft via de mail het volgende aangegeven: “Plan ziet er goed uit. Ons advies is om af te koppelen met 100 mm in 24 uur en niet bij een T=100. Er vindt in principe alleen een functiewijziging plaats waarbij adviseren om het zo klimaat adaptief/neutraal mogelijk in te richten.” 6.3.3 Zienswijzen Het TAM-omgevingsplan heeft van 7 november 2024 tot en met 19 december 2024 voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan geen zienswijzen ingediend.
49
7. PROCEDURE De gemeente heeft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan met de regels voor activiteiten voor de leefomgeving. Om dit 'omgevingsplan van rechtswege' te wijzigen, volgt de gemeente een vaste juridische procedure. De procedurebepalingen staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht. De van toepassing zijnde openbare voorbereidingsprocedure staat in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Onderhavig planvoornemen voorziet in een TAM-omgevingsplan, dit is een tijdelijke alternatieve maatregel die middels voorgaande regelgeving gepubliceerd kan worden. De procedure is in te delen in 2 procedurestappen: • Ontwerp-omgevingsplan De gemeente geeft kennis van het ontwerp-omgevingsplan. De gemeente plaatst het ontwerpbesluit integraal in het digitale gemeenteblad (artikel 10.3c, Ob) en legt het ontwerp-omgevingsplan en de bijbehorende stukken 6 weken ter inzage (artikel 3:11, Awb). Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen inbrengen. Als er tijdens de termijn van 6 weken geen zienswijzen op het ontwerpbesluit zijn gekomen, dan: doet de gemeente hiervan zo spoedig mogelijk mededeling in het elektronische gemeenteblad, en neemt de gemeente het besluit binnen 4 weken nadat de termijn voor zienswijzen is verstreken (artikel 3:18, lid 4, Awb).
• Vaststellen omgevingsplan De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. De gemeente maakt het besluit bekend door het te publiceren in het elektronische gemeenteblad. Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen. Tegen het besluit tot het wijzigen van een omgevingsplan kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. De gemeente maakt het besluit bekend door het te publiceren in het elektronische gemeenteblad. Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen. Tegen het besluit tot het wijzigen van een omgevingsplan kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
50