2024-107-04 Begroting 2025 Peel en Maas
Tekst van het document
Wat doen we ervoor in 2025? 3.1 We promoten, samen met het bedrijfsleven en lokale organisaties de regio Peel en Maas. Dat doen we onder meer samen via het uitvoeringsprogramma dat is opgesteld door en voor het toeristisch platform. 3.2 In de regio geven we samen met de regiogemeenten uitvoering aan het uitvoeringsprogramma vrijetijdseconomie. Een van de speerpunten voor 2025 is een gezamenlijke promotie- en marketingcampagne. 3.3 We werken aan aantrekkelijke centra mede vanwege de toeristische en culturele functie. Daartoe werken we samen met en ondersteunen we Centrummanagement Panningen en retailmanagement Peel en Maas. 3.4 Om het imago van de gemeente Peel en Maas in het algemeen en de leefbaarheid in de dorpen in het bijzonder te bevorderen, faciliteren we evenementen en organiseren we de kermissen en de Paas- en Pinkstermarkt. We leveren in 2025 een plan van aanpak op om te komen tot integraal horecabeleid, inclusief de organisatie van kermissen. Het plan van aanpak wordt vastgesteld door het college.
Wat doen we verder binnen dit programma? •
We onderhouden intensief contact met partijen zoals ondernemers, agrariërs, bewoners, dorpsnetwerken, regiogemeenten en belanghebbende partijen als het gaat over bijvoorbeeld lokale en regionale economische ontwikkelingen. Waar mogelijk leggen we nieuwe verbindingen en netwerken tussen en met deze partijen.
Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2025
4.1. Economie
2026
2027
2028
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
2.073.038
262.460
2.065.013
265.084
2.082.625
267.735
2.103.490
270.413
83
Welke claims en investeringen zijn er in 2025 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2025 specifiek toegelicht. Met betrekking tot programma 4.1 zijn de volgende claims opgenomen:
Nr
Betrekking op periode
Omschrijving
2025
Dekking kosten (bijv. reserve)
9.
Bijdrage Crossroads
structureel
100.000
10.
Wegwijs maken Internationale Werknemers
structureel
25.000
Gerelateerde verbonden partijen Aan dit programma is de volgende verbonden partij gerelateerd: • Gemeente Helden Holding BV In de paragraaf Verbonden partijen (onderdeel 7-E) is meer informatie opgenomen over de specifieke verbonden partijen.
84
Thema 5: Integrale veiligheid Programma: 5.1 Integrale veiligheid In Peel en Maas delen (groepen van) inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden de verantwoordelijkheid voor een veilig samenleven. We beogen met zijn allen -ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid- een zo veilig mogelijke samenleving en realiseren ons tegelijkertijd dat 100 procent veiligheid een illusie is. We werken als betrouwbare en proactieve partner samen met organisaties die ook een verantwoordelijkheid hebben op dit terrein. We appelleren bij dit alles nadrukkelijk aan de eigen verantwoordelijkheid van individuen en gemeenschappen als het gaat om preventie en het met elkaar bespreekbaar maken van overlast en ander ongemak. Zelf geven wij op een heldere en transparante wijze uitvoering aan de wettelijke taken die wij op dit terrein hebben. We leggen ons handelen helder uit, omdat wij de verwachting hebben dat begrip voor ons handelen ervoor zorgt dat mensen eerder de regels volgen. Wij kiezen ervoor om onze handhaving te richten op activiteiten waarvan wij verwachten dat de maatschappelijke meerwaarde het grootst is. Bij het maken van deze keuze kijken wij ook naar handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid.
Wij verwachten dat het maken van deze duidelijke keuze ook bijdraagt aan een steviger veiligheidsgevoel in de samenleving en daarmee zorgt voor meer begrip voor ons handelen in dezelfde samenleving. We handhaven regels op een transparante manier, zodat overtredingen worden beëindigd en inwoners kunnen vertrouwen op hun gemeentebestuur. Overtredingen worden aangepakt via de inzet van bestuurs- en/of strafrechtelijke instrumenten in samenwerking met handhavingspartners. Wat willen we bereiken? 1. Een veilig Peel en Maas waarin inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zich mede-eigenaar voelen van een veilige woon- en leefomgeving.
Wat doen we ervoor in 2025 ? 1.1 In samenwerking met de politie, jongerenwerk en andere ketenpartners ontwikkelen we onze aanpak van (jeugd)overlast en high impact crime verder door. Hierbij stemmen we onze inspanningen op elkaar af. 1.2 Middels de samenwerking in het Zorg- en Veiligheidshuis werken we integraal complexe problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid. Regionaal draagt het Zorg- en Veiligheidshuis bij aan kennisdeling en trendanalyse. 1.3 We herijken de kaderstelling Integrale Veiligheid waarin de actueel veiligheids- en leefbaarheidssituatie wordt vertaald naar programmadoelen. Besluitvorming in de raad is voorzien voor het tweede kwartaal van 2025.
2. Een weerbaar Peel en Maas dat bestand is tegen ondermijnende criminaliteit.
2.1 We versterken de aanpak van Peel en Maas tegen ondermijnende criminaliteit door samenwerking in de Regio Deal. Hierin nemen we vanuit het oogpunt veiligheid deel aan onder andere de volgende projecten: - Regionaal interventieteam (ACT!) - Keurmerk Veilig Ondernemen Buitengebied - Communicatie - Innovatie - Internationale medewerkers. 2.2 We investeren structureel in een bestuurlijke aanpak: - Signalen uit de samenleving of van ketenpartner pakken we op binnen het RIEC-convenant. - We houden het bestuursrechtelijke instrumentarium up-to-date en voeren het uit (Algemene Plaatselijke Verordening, Bibob- en Damoclesbeleid, etc.). - We zorgen voor coördinatie en afstemming tussen inspanningen van onze ketenpartners en onze eigen inspanningen.
85
Wat willen we bereiken?
Wat doen we ervoor in 2025 ? 2.3 We benaderen ondermijnende criminaliteit als een maatschappelijk probleem, niet enkel als een veiligheidsprobleem. Daarom maken we verbinding met lopende projecten, ontwikkelingen, beleidsplannen en kaderstellingen waarmee we een voedingsbodem voor ondermijnende criminaliteit kunnen wegnemen. 2.4 We investeren in het verder versterken van onze informatiepositie waarbij we systeeminformatie en ‘straatinformatie’ met elkaar in verbinding brengen. Zowel in casuïstiek als op het niveau van trends en ontwikkelingen. We houden onze eigen gemeentelijke organisatie weerbaar door te investeren in bewustwording en betrokkenheid van raad, college en organisatie op het onderwerp ondermijnende criminaliteit.
3.
Een Peel en Maas met een veilig ondernemings- en uitgaansklimaat.
3.1 We ondersteunen en faciliteren concrete initiatieven van ondernemers voor het verbeteren van de veiligheid van industrieterreinen, winkelcentra en uitgaansgebieden waarbij we uitgaan van het perspectief van eigenaarschap bij de ondernemer 3.2 We onderhouden contact met de horeca en evenementenorganisatoren en voeren, indien nodig, toezicht uit in en rond de uitgaansgelegenheden en evenementen om overlast in de openbare ruimte te beperken. 3.3 We adviseren op veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast in de voorbereiding van risicovolle evenementen in onze gemeente. Hieronder vallen zogenoemde B- en Cevenementen. We schrijven de maatregelen en richtlijnen risicogericht voor.
4.
Een gemeente die adequaat is voorbereid op rampen en crises.
4.1 We ontwikkelen en beoefenen onze gemeentelijke taak in de crisisbeheersing en rampenbestrijding (bevolkingszorg) met aandacht voor de verbetering van onze risico- en crisiscommunicatie. 4.2 We leveren door samenwerking in de Veiligheidsregio Limburg-Noord gegarandeerde brandweerzorg en crisisbeheersing tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. 4.3 We zorgen gezamenlijk voor het op orde zijn van de regionale en lokale crisisplanvorming. 4.4 Bij langdurige crises brengen we, waar mogelijk, de gemeentelijke taken terug naar de reguliere structuren (intern en binnen de samenleving).
5.
Handelingen in strijd met geldende regels beëindigen als waarborg voor een gezonde en veilige leefomgeving.
5.1 We creëren, begrip en draagvlak voor beleid en regelgeving. Dit doen we door het verstrekken van informatie, voorlichting en communicatie over het belang van naleving voor een gezonde en veilige leefomgeving. 5.2 We voeren toezicht en handhaving gestructureerd uit (programmatisch, planmatig en cyclisch) volgens de landelijke kwaliteitscriteria. Daar waar kan en waar dat wenselijk is voeren we toezicht en handhaving integraal uit.
86
Wat willen we bereiken?
Wat doen we ervoor in 2025 ? 5.3 In 2025 hebben we nadrukkelijk aandacht voor de veiligheid op diverse vakantieparken in onze gemeente. We benaderen vakantieparken om te voldoen aan de exploitatievergunningen en handhaven daar waar nodig.
Wat doen we verder binnen dit programma? • • • • • • • • • • • • • •
Aanpak woonoverlast. Faciliteren en ondersteunen van Burgernet, WhatsApp-buurtpreventie. Coördineren van en ondersteunen bij sociale calamiteiten en maatschappelijke onrust. Adviseren over en mede uitvoeren van de Wet Tijdelijke huisverboden. Adviseren over en mede uitvoeren van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Bijdragen aan het voorkomen van radicalisering en polarisatie. Bijdragen aan het voorkomen van mensenhandel. Verzorgen van kwalitatieve opvang voor zwerfdieren. Doorontwikkeling van het jeugdnetwerk. Doorontwikkeling van de samenwerking tussen sociaal domein en veiligheid. Bieden van ondersteuning bij deurwaardersontruimingen bij particulieren. Ontwikkeling maatregelen preventie natuurbranden zoals de Heldense Bossen. Integraal optreden bij incidenten en veiligheidsproblematieken door middel van het toepassen van handhavingsinstrumenten en openbare orde bevoegdheden. Bijdragen aan een veilige publieke taak in het kader van de Limburgse Norm.
Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2025
5.1.Integrale veiligheid
2026
2027
2028
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
5.465.214
238.229
5.552.515
240.352
5.642.182
242.495
5.696.228
244.659
Welke claims en investeringen zijn er in 2025 m.b.t. dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2025 specifiek toegelicht. Voor programma 5.1 zijn geen specifieke investeringen of claims opgenomen.
Gerelateerde verbonden partijen Aan dit programma zijn de volgende verbonden partijen gerelateerd: • Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) • Gemeenschappelijke regeling RUD Limburg Noord (GR RUD LN) In de paragraaf Verbonden partijen (onderdeel 7-E) is meer informatie opgenomen over de specifieke verbonden partijen.
87
Thema 6: Bestuur, Communicatie en Dienstverlening Programma: 6.1 Bestuur, Communicatie en Dienstverlening Wij zijn een overheid die bijdraagt aan het goede leven. De kernwaarden diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing blijven voor ons hierbij een waardevol kompas. We dragen bij door ons op een effectieve manier tot waardevolle bewegingen en initiatieven in de samenleving te verhouden en door op een uitstekende manier uitvoering te geven aan onze dienstverlening. Het concept van de meervoudige overheid helpt ons hierbij. Wij zijn duidelijk over deze drie rollen, zodat de buitenwereld weet wat ze van ons mogen verwachten. Daar waar wij beleid en regelgeving opstellen, hebben wij de ambitie om waar dit mogelijk is het doel centraal te stellen. Wij zijn een consistente partner in de (EU)regio. Overeenkomstig de met de regio gemaakte afspraak doen we lokaal wat we lokaal kunnen en werken we regionaal samen waar dit een meerwaarde heeft. We zijn een gemeente van gemeenschappen en willen ook zo gekend worden. Inwoners, ondernemers en instellingen bepalen zoveel als mogelijk zelf hoe, wanneer en waarvoor zij contact leggen met of ondersteuning vragen van de gemeente. Wat willen we bereiken? 1. Onze kernwaarden diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing en themaspecifieke waarden, zorgen ervoor dat wij koersvast zijn in ons denken en doen.
Wat doen we ervoor in 2025? 1.1 In 2025 vindt besluitvorming over de herijkte kaderstelling op het thema Bestuur, Communicatie en Dienstverlening plaats. Hierin geven we onze kernwaarden op een bij 2025 passende manier inkleuring. 1.2 Op basis van de behoefte die de raad eerder heeft geuit, gaan we in de raad in gesprek over de betekenis en praktische toepassing van onze kernwaarde zelfsturing. 1.3 In 2025 ronden we besluitvorming af over de herijkte kaderstellingen op alle zes de thema’s die we in Peel en Maas onderscheiden. De drie kernwaarden hebben ook dit keer weer een waardevolle bron van inspiratie gevormd voor deze kaderstellingen. 1.4 De herijkte kaderstellingen vertalen wij daar waar nodig of helpend door naar uitvoeringsbeleid voor alle begrotings-programma’s. 1.5 Daar waar dit kan formuleren we ons beleid in de vorm van doelregels. Dit zijn regels die mogelijk maken in plaats van beperken. Hieraan geven we concreet invulling bij de implementatie van de Omgevingswet, het opstellen van verordeningen en beleidsregels voor het sociaal domein en andere beleidsterreinen.
2. Wij zijn van meerwaarde als het gaat om het behouden en verder brengen van het goede leven.
2.1 Het concept van de meervoudige overheid helpt ons in het leveren van een bijdrage aan het goede leven. In 2025 willen we dit concept van de meervoudige overheid een explicietere plek geven in onze voorstellen en besluitvorming, omdat dit ons helpt in een gezamenlijke bewuste rolbepaling. Ook in 2025 zoeken we bewust het gesprek met inwoners en ondernemers die met ons bijdragen aan een Peel en Maas waarin het goed leven is. Een concreet voorbeeld van dit laatste vormen de jaarlijkse ‘Samenspel-bijeenkomsten’; ook in 2025 vindt er een editie hiervan plaats. 2.2 We stellen in ons handelen steeds het behouden en verder brengen van het goede leven voorop en reflecteren hierop op regelmatige basis. We zien dat het levend houden van ons gedachtengoed onderhoud vraagt. In 2025 besteden we hier met raad, college en organisatie nadrukkelijk aandacht aan via bijvoorbeeld de ‘Raad on Tour’ en het aanbod vanuit onze Peel en Maas Academie. 88
Wat willen we bereiken? 3. Het goede leven, ook buiten de grenzen van de gemeente Peel en Maas.
Wat doen we ervoor in 2025? 3.1 We investeren doelgericht in netwerkontwikkeling. Daarbij steeds onze rol voor ogen houdende. We doen dit op de volgende manieren: - We werken samen met inwoners, ondernemers en organisaties die met ons werken aan het goede leven. - We werken samen met overheden en andere instituties waarmee onze belangen overeenkomen. Denk hierbij met name aan de gemeenten uit de Regio Noord-Limburg, de P10gemeenten en de gemeenten uit het Euregio-gebied waar wij onderdeel van uitmaken. Ten aanzien van de Regio NoordLimburg geven we uitvoering aan de meest recente tranche van de Regio Deal. Verder gaan we de kwaliteiten van onze Regio nadrukkelijker ‘vermarkten’ bij andere overheden, zoals bijvoorbeeld het Rijk. Ook vindt in 2025 besluitvorming plaats over een toekomstbestendige governance van onze Regio. 3.2 Daar waar het realiseren van onze ambities en doelen, zoals die bijvoorbeeld in onze kaderstellingen staan opgenomen, wordt beperkt door beleid of regelgeving van andere overheden, vragen wij hier gericht aandacht voor van deze overheden. Als we hierin samen met andere overheden of andere partijen kunnen optrekken, laten we dit niet.
4. Transparante en integere bestuurlijke besluitvorming.
4.1 De beleidscyclus en begrotingscyclus blijven in samenhang gericht op het stellen van heldere en realiseerbare doelen, een deugdelijke en reële financiële onderbouwing, concrete acties en controleerbare verantwoording. 4.2 Wij zorgen ieder jaar voor een reële, transparante en sluitende begroting met een gezonde reservepositie en een overzichtelijk en sluitend meerjarenperspectief. Financiële meevallers wenden we in eerste instantie aan om onze reservepositie te versterken. 4.3 In 2025 geven we verdere uitvoering aan diverse thema’s van de Limburgse Norm. Dit doen we door: - Periodiek aandacht te besteden aan weerbaarheid en actuele ondermijningsthema’s; - Het thema integriteit en netwerkbewustzijn periodiek te bespreken in relatie tot ondermijning; - Het bespreken, evalueren en daar waar nodig het aanpassen/implementeren van beleid en/of maatregelen ten behoeve van integriteitsvraagstukken en een Veilige Publieke Taak.
5. De gemeentelijke dienstverlening is van uitstekende kwaliteit.
5.1 Wij passen het concept van een meervoudige overheid ook toe in al onze contactmomenten. Elk contact voelt als persoonlijk contact. Waar het kan, zorgen wij vooraf dat we weten vanuit welke rol we dit contact aangaan. Ons gedrag is van groot belang in de totale klantbeleving. 5.2 Onze communicatie is meervoudig, passend bij de rol die we hebben ten opzichte van een initiatief of ontwikkeling. We stemmen onze communicatiekanalen af op de doelgroep, waarbij we uitgaan van ‘optimaal digitaal’ en ook rekening houden met mensen die minder digitaal vaardig zijn. We communiceren op een begrijpelijke manier door heldere taal toe te passen en waar mogelijk gebruik te maken van (bewegende) beelden.
89
Wat willen we bereiken?
Wat doen we ervoor in 2025 ? 5.3 De dienstverlening blijft in ontwikkeling, waarbij steeds getoetst wordt aan de interne en externe ontwikkelingen. Het uitvoeringsplan wordt uitgevoerd en de actiepunten hieruit doorlopend geactualiseerd. In 2025 werken we aan het implementeren van een continue meetsysteem van de klanttevredenheid op zoveel mogelijk onderdelen van onze dienstverlening. Dit geeft ons waardevolle inzichten waarmee wij de totale gemeentelijke dienstverlening verder door ontwikkelen en afstemmen op de wensen en ervaringen van onze klanten. 5.4 In 2025 zetten we stappen om datagedreven werken verder te ontwikkelen en in te zetten voor besluitvorming en de kwaliteit van de processen. We hebben daarbij oog voor de kansen die de Common Ground aanpak zoals ondersteund door de VNG ons bieden. Daarnaast blijven we innoveren en daarom onderzoeken we op welke wijze Artificiële Intelligentie kan bijdragen aan uitstekende dienstverlening.
Wat doen we verder binnen dit programma? • • • • • • • • •
Basisregistratie Personen, Wet op de lijkbezorging, Burgerzaken en Burgerlijke stand. Digitalisering. Verkiezingen. Klantcontactcentrum. Wet open overheid. E-dienstverlening. Beheer, onderhoud en beveiliging van de IT-omgeving. Organisatie en opslag van digitale en fysieke documenten. Beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen.
Wat mag het kosten? De baten en lasten van dit programma zijn als volgt: 2025
6.1. Bestuur, communicatie en dienstverlening
2026
2027
2028
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
5.000.172
915.956
5.132.363
1.119.057
5.209.342
1.203.747
5.173.143
1.006.285
90
Welke claims en investeringen zijn er in 2025 met betrekking tot dit programma? In hoofdstuk 5 worden alle investeringen en claims voor 2025 specifiek toegelicht. Met betrekking tot programma 6.1. gaat het om de volgende investeringen en claims. Investering: Nr
Kern
Bruto investering
Omschrijving
Bedrijfsvoering 18
Algemeen
Vervangen en verduurzamen tractie buitendienst
381.920
Claims: Nr
Omschrijving
Betrekking op periode
2025
Dekking kosten (bijv. reserve)
2.
Klanttevredenheidsonderzoeken
structureel
15.000
0
3.
Thuisbezorgen persoonsdocumenten
pilot 3 jaar
18.500
0
6.
Regio deal 2024
2025 - 2028
200.000
200.000
Deze investeringen en claims hebben niet altijd een directe samenhang met het onderdeel bestuur, communicatie en dienstverlening maar betreffen de eigen organisatie/ bedrijfsvoering en vallen daardoor binnen dit programma.
Gerelateerde verbonden partijen Aan dit programma is de volgende verbonden partij gerelateerd: • Belastingsamenwerking gemeenten en waterschappen (BsGW) In de paragraaf Verbonden partijen (onderdeel 7-E) is meer informatie opgenomen over de specifieke verbonden partijen.
91
7. Paragrafen Indeling paragrafen In artikel 9 van het Besluit Begroting en Verantwoording is bepaald dat in de begroting en jaarstukken paragrafen moeten worden opgenomen. In die paragrafen worden beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. Het doel van die paragrafen is dat onderwerpen die versnipperd in de begroting zijn opgenomen worden gebundeld in een kort overzicht zodat de raad voldoende inzicht krijgt. De paragrafen geven dus een dwarsdoorsnede van de begroting. De paragrafen zijn: A: Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft aan hoe robuust de financiële positie van de gemeente is door het weerstandsvermogen te bepalen. Dit gebeurt door de weerstandscapaciteit af te zetten tegen de aanwezige risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken. In deze paragraaf worden verder enkele financiële kengetallen van de gemeente Peel en Maas berekend en vergeleken met landelijke normen om te bepalen in hoeverre er (financiële) risico’s zijn of kunnen ontstaan. B: Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de exploitatie gemoeid die in verschillende programma’s voorkomt.
C: Paragraaf financiering Deze paragraaf hangt samen met de Wet Fido en is een instrument voor het transparant maken, en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. D: Paragraaf bedrijfsvoering Deze paragraaf geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens over de bedrijfsvoering. E: Paragraaf verbonden partijen In deze paragraaf worden de partijen waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft beschreven. F: Paragraaf grondbeleid Hier wordt de visie op het grondbeleid weergegeven in relatie tot de wijze waarop wordt getracht de doelstellingen zoals opgenomen in het programmaplan te realiseren. G: Paragraaf lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente en zijn daarom een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Een totaaloverzicht van deze lokale heffingen is daarom van belang voor de raad. In deze paragraaf is ook een onderdeel met betrekking tot de kostendekkendheid van de leges opgenomen. Daarin staat o.a. beschreven hoe de overhead is berekend en hoe de kostendekkendheid van de diverse leges is bepaald. H: Paragraaf demografische ontwikkelingen In deze paragraaf staat op hoofdlijnen beschreven hoe de gemeente Peel en Maas omgaat met de demografische ontwikkelingen.
I: Paragraaf Wet Open Overheid Daarnaast dient de openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) in de begroting en jaarrekening te worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf, zoals de in artikelen 9 en 26 van het BBV genoemde paragrafen. Bij de eerstvolgende wijziging zal het BBV hierop worden aangepast.
92
7.A Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen om onverwachte financiële risico’s op te vangen om onze taken voort te zetten. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe sterk onze financiële positie is. Dit doen we door de weerstandscapaciteit af te zetten tegen de aanwezige risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover we beschikken om niet begrote kosten te dekken. Risico’s zijn alle feiten en gebeurtenissen die ons weerhouden om de doelstellingen te halen. Inzicht in de risico’s is belangrijk om de weerstandscapaciteit te bepalen. RISICO’S
WEERSTANDSCAPACITEIT
WEERSTANDSVERMOGEN Om te beoordelen in hoeverre het weerstandsvermogen maken we gebruik van de weerstandsratio. Weerstandscapaciteit ( = beschikbare weerstandscapaciteit) Weerstandsratio = Gekwantificeerde risico’s ( = benodigde weerstandscapaciteit) Er is een normtabel (ontwikkeld door Universiteit Twente) voor de waardering van de weerstandsratio. Weerstandsratio > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Waardering Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
We streven als gemeente Peel en Maas naar een weerstandsratio die groter dan 1 moet zijn. Bij de eindconclusie van deze paragraaf staat de berekening voor het begrotingsjaar 2025. Wanneer de weerstandscapaciteit te laag is stellen we een plan op om de weerstandcapaciteit in de komende periode weer te verhogen. In deze paragraaf worden de incidentele weerstandscapaciteit, structurele weerstandscapaciteit en de risico’s nader toegelicht. Verder zijn in deze paragraaf (financiële) kengetallen opgenomen over onder andere schuldquota en solvabiliteit.
93
2. Incidentele weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit vangt eenmalige tegenvallers op. Tot de incidentele weerstandscapaciteit horen de algemene reserve en de bestemmingsreserves die bedoeld zijn om specifieke risico’s op te vangen. Incidentele weerstandcapaciteit:
01-01-2025
01-01-2026
01-01-2027
01-01-2028
Algemene reserve
20.946.470
24.207.470
25.572.470
27.372.470
Algemene risicoreserve
5.524.400
5.524.400
5.524.400
5.524.400
Reserve Sociaal domein
26.150
26.411
26.676
26.942
26.497.020
29.758.281
31.123.546
32.923.812
Totaal
De reserve risico’s grondexploitatie behoort ook tot de weerstandscapaciteit maar wordt apart beoordeeld in de paragraaf grondbeleid (volgens de IFLO methode). De risico’s met betrekking tot grondexploitatie zijn ook in die paragraaf opgenomen. In die paragraaf is aangetoond dat de weerstandscapaciteit met betrekking tot grondexploitatie een stuk hoger ligt dan de gekwantificeerde risico’s. De post onvoorzien bedraagt in 2025 € 400.000 en rekenen we tot de incidentele weerstandscapaciteit. Daarmee komt de totale incidentele weerstandscapaciteit voor 2025 uit op € 26.997.020. Stille reserves Stille reserves zijn de meerwaarden van eigendommen (activa) die niet of tegen een te lage waarde gewaardeerd zijn maar direct verkoopbaar zijn indien wenselijk. Het betreft vooral de waarde van gronden, onroerende goederen/zaken (niet noodzakelijk voor de bedrijfsvoering), deelnemingen opgenomen in de balans tegen nominale waarden en dergelijke. In veel gevallen is de werkelijke waarde niet of moeilijk te bepalen omdat hiervoor geen markt aanwezig is. Hoe groot de waarde is van de nog in bezit zijnde gronden (onder andere bossen en restpercelen), onroerende zaken en deelnemingen, is niet exact aan te geven maar moet blijken uit concrete verkoopbesluiten.
3. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is dat deel van de weerstandscapaciteit dat gebruikt kan worden om onverwachte tegenvallers structureel op te vangen. Tot de structurele weerstandscapaciteit rekenen we de onbenutte belastingcapaciteit en eventuele ruimte op de begroting. Onbenutte belastingcapaciteit We bepalen jaarlijks de belastingtarieven. Tussen onze tarieven en de tarieven die door het Rijk als redelijk worden geacht zit ruimte. Die ruimte is de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de norm die het Rijk hanteert voor het bepalen van het artikel 12-status. Jaarlijks wordt deze norm (redelijk peil) vastgesteld in de meicirculaire over de algemene uitkering. Deze norm bedraagt voor 2025: 0,1595%. Voor de belastingen in Peel en Maas geldt: a. Onroerendzaakbelasting Om te monitoren hoe de lokale lasten zich ontwikkelen monitort de Rijksoverheid de (stijging) van die lasten. In de financiële kengetallen die in onderdeel 6 van deze paragraaf zijn opgenomen worden de lokale lasten van Peel en Maas vergeleken met de gemiddelde lasten (kengetal ‘belastingcapaciteit’). Daaruit blijkt dat Peel en Maas onder het gemiddelde niveau van de Nederlandse gemeenten zit met de lokale lasten. b. Rioolrecht Met betrekking rioolrecht werken we met een Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP).
Op basis van dat GRP worden de jaarlijkse tarieven voor rioolheffing bepaald zodat dit over de volledige looptijd kostendekkend is. In de afzonderlijke jaarschijven kan die kostendekkendheid afwijken maar over de gehele looptijd bezien is deze 100% kostendekkend. c. Afvalstoffenheffing Hierbij is het uitgangspunt maximaal 100% kostendekkendheid en de vervuiler betaalt.
94
d. Leges Bij de leges geldt een maximale kostendekkendheid van 100%. Een hogere opbrengst is niet toegestaan. In de paragraaf lokale heffingen is de mate van kostendekkendheid van de verschillende soorten leges opgenomen. e. Verblijfsbelasting De opbrengst van de verblijfsbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De onbenutte belastingcapaciteit op verblijfsbelasting wordt bepaald door de gemeenteraad omdat de tarieven ook door de gemeenteraad worden vastgesteld. Vanuit het Rijk zijn geen kaders voor de tarieven verblijfsbelasting. f. Nieuwe belastingen De gemeente Peel en Maas kan nog overgaan tot invoering van bepaalde nieuwe belastingen, zoals hondenbelasting, precariorechten en dergelijke. De onbenutte belastingcapaciteit voor deze mogelijke nieuwe belastingen worden bepaald door de gemeenteraad. Ruimte in de begroting De ruimte in de gemeentelijke begroting is met name in 2025 groot vanwege een hogere algemene uitkering. Vanaf 2026 daalt die algemene uitkering echter weer maar blijven de begrotingssaldi positief. Die positieve begrotingssaldi behoren ook tot de structurele weerstandscapaciteit.
4. Risico’s 4.1 Risicomanagement bij de gemeente Peel en Maas Risicomanagement staat in het wettelijk kader van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De uitgangspunten voor het risicomanagement van de gemeente Peel en Maas zijn: • Het inzichtelijk maken van de risico’s die de gemeente loopt • Risicobewustzijn van de organisatie stimuleren en vergroten • Het maken van verantwoorde keuzes in het al dan niet aanvaarden van risico’s • Zorgdragen dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van bestaand beleid en voorzieningen • Minimaliseren van de financiële, imago- en vertragingsgevolgen van ontstane risico’s • Het voldoen aan de wettelijke vereisten over het weerstandsvermogen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De nota risicomanagement besteedt aandacht aan de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren in de organisatie op het gebied van risicomanagement. Om te zorgen voor implementatie en monitoring van het risicomanagementbeleid is het kernteam risicomanagement ingesteld. De structurele verankering van het risicomanagement is een meerjarig proces. Hierbij is steeds aandacht voor de in de nota opgenomen uitgangspunten/doelstellingen. 4.2 De belangrijkste risico’s Risico’s ontstaan door: 1. eigen beleid; 2. beleid van een hogere overheid; 3.
samenwerking met andere gemeenten of instanties; 4. het doen/nalaten van derden; 5. niet te beïnvloeden (autonome) ontwikkelingen; 6. bedrijfsvoering. 4.2.1. Risico's voortvloeiende uit het eigen beleid Het ontwikkelen en uitvoeren van (eigen) beleid van de gemeente betekent ook dat er risico’s ontstaan op diverse gebieden. De belangrijkste risico’s zijn: - Grondexploitatie en projecten Aan investeringsprojecten en grondexploitatie wordt jaarlijks kosten van personeel doorbelast. Afname of toename van de bouwactiviteiten en investeringen alsmede uitstel van de uitvoering van projecten heeft dus directe consequenties voor de exploitatiebegroting. Dit wordt gemonitord en indien nodig vindt bijstelling plaats. De risico’s m.b.t. grondexploitatie worden specifiek afgedekt via de risicoreserve grondexploitatie en de verliesvoorzieningen voor specifieke grondexploitatieprojecten.
95
- Open eind regelingen Sociaal domein In het sociaal domein bestaan de meeste open-einde regelingen die in financiële zin een belangrijk risico vormen. Meer specifiek gaat het hierbij om de volgende onderdelen: Jeugdzorg, Wmo en participatie; De door het Rijk in 2015 gedecentraliseerde taken op het gebied van jeugdzorg en WMO begeleiding betreffen grotendeels open-einde regelingen. De rijksbudgetten die samen met de taken naar de gemeenten zijn overgeheveld zijn verlaagd met een efficiencykorting wat de risico’s nog groter maakt. Het gemeentelijk beleid is er op gericht om door meer preventief te werken minder kosten te hoeven maken in (dure) 2e lijns hulp. Sinds de invoering in 2015 kende het sociaal domein in Peel en Maas tot 2022 jaarlijks tekorten, maar die waren wel kleiner dan 5% van het budget. Door gerichte acties (zoals nauwe samenwerking met huisartsen over verwijzingen) is de verwachting dat de tekorten in het sociaal domein binnen de perken kunnen blijven (< 5% van het budget). Vanaf 2022 zijn er binnen het sociaal domein overschotten gerealiseerd t.o.v. de begrote budgetten. Het feit blijft echter wel, dat het gaat om open einde regelingen waarbij een enkele casus grote financiële impact kan hebben. De kostenontwikkeling bij de aanbieders in het sociaal domein (m.n. personeelskosten) maakt ook dat de tarieven onder druk komen te staan.
In regionaal verband kopen we de meest intensieve (en dure) vormen van jeugdhulp gezamenlijk in en worden de kosten via een vaste verdeelsleutel verdeeld. Uitkeringen participatiewet – Werk en Inkomen Voor Werk en inkomen geldt dat een overschot van de Rijksuitkering (BUIG) vrij besteedbaar is. Aan de andere kant komt een tekort (rijksmiddelen zijn lager dan uitgaven) voor eigen rekening. Indien er een tekort van meer dan 7,5% ontstaat kan, onder bepaalde voorwaarden, een beroep worden gedaan op een vangnetuitkering. Daarvoor moeten in het jaar zelf aantoonbaar maatregelen getroffen worden om het tekort te verminderen en daarover moet ook met de gemeenteraad zijn gecommuniceerd. - Garantstellingen In het treasurystatuut is de mogelijkheid opgenomen dat de gemeente Peel en Maas zich garant stelt voor leningen aan derden. Als dat gaat om garantstellingen voor verenigingen en stichtingen wordt in samenwerking met de desbetreffende bank al kritisch bekeken of de vereniging/instelling in de toekomst aan de rente en aflossingsverplichtingen kan voldoen. In indirecte zin staat de gemeente ook garant als ‘achtervang’. Dat betreft specifiek de volgende situaties: Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) De gemeente staat via de WSW garant voor de geldleningen van de woningcorporaties Antares en Wonen Limburg.
Als ‘achtervanger’ is de gemeente verplicht om renteloze leningen te verstrekken aan het waarborgfonds als dit in liquiditeitsproblemen komt door een te laag fondsvermogen. Gelet op de omvang van het Waarborgfonds Sociale woningbouw (WSW) wordt dit risico als zeer laag ingeschat. Waarborgfonds Eigen Woningbouw (WEW) De gemeente fungeert als achtervang bij Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Het WEW biedt via de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) aan de geldgevers zekerheid voor het geval de hypotheekgever niet aan zijn financiële verplichtingen voldoet. Geldgevers kunnen het WEW aanspreken voor de restschuld bij gedwongen verkoop van de particuliere woningen. De achtervangfunctie van de gemeente geldt alleen voor hypotheken die tot 1 januari 2011 zijn afgesloten, daarna is sprake van 100% achtervang van het Rijk. Hierdoor neemt de achtervangpositie jaarlijks verder af. Gelet op de omvang van het WEW wordt het (financieel) risico als zeer laag ingeschat.
96
4.2.2. Risico's voortvloeiende uit het beleid van hogere overheid De rijksoverheid, Europese unie en/of de provincie kunnen regelgeving aanpassen of wetten invoeren die voor gemeenten grote impact hebben. De gevolgen voor gemeenten kunnen financieel van aard zijn maar uiteraard ook organisatorisch grote invloed hebben. De gemeente Peel en Maas onderkent in elk geval de volgende specifieke risico’s m.b.t. het beleid van hogere overheden: - Algemene uitkering uit het gemeentefonds (relatie met algemene dekkingsmiddelen) Voor de verdeling van de algemene uitkering worden een aantal maatstaven gebruikt (zoals inwoneraantallen, aantal uitkeringsgerechtigden, aantal woningen etc.). Om de algemene uitkering te bepalen wordt een inschatting gemaakt van het verloop van de maatstaven. In werkelijkheid kunnen die maatstaven afwijken van de inschattingen. De omvang van het gemeentefonds is vanaf 2024 gekoppeld aan de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Voorheen was de omvang van het gemeentefonds gekoppeld aan het niveau van de rijksuitgaven. In de jaren tot en met 2028 zou het gemeentefonds op die basis hoger zijn dan de BBPsystematiek en heeft het Rijk in die jaren compensatie toegezegd. Hoe de ontwikkelingen na 2028 zijn is nog onduidelijk. - Rijksmiddelen en –beleid m.b.t.
Jeugdzorg, WMO begeleiding en participatie De door het Rijk gedecentraliseerde taken op het gebied van jeugdzorg en WMO gaan gepaard met efficiencykortingen die tot nu toe nog niet gerealiseerd worden. De rijksmiddelen voor het sociaal domein worden verdeeld op basis van objectieve modellen waardoor op termijn de inkomsten en uitgaven (meer) in evenwicht moeten komen en gemeenten meer zekerheid krijgen over de verwachte inkomsten. Er is extra compensatie toegekend om de tekorten bij de jeugdzorg af te dekken. Die extra middelen zijn vooralsnog tijdelijk en het rijk zet in op aanvullende maatregelen om de kosten te beperken (hervormingsagenda Jeugd, afschaffen abonnementstarief Wmo e.d.). In hoeverre die maatregelen ook daadwerkelijk effectief zijn is nog maar de vraag. Veel van de nu aangekondigde maatregelen uit de hervormingsagenda worden immers al lokaal of regionaal toegepast in Peel en Maas. - Vennootschapsbelastingplicht De gemeente Peel en Maas is met ingang van 2016 belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting voor zover zij een onderneming in fiscale zin drijft. Op basis van de ingenomen standpunten, die met de Belastingdienst zijn besproken, worden de aangiften opgesteld.
De aangiften tot en met het jaar 2019 zijn definitief vastgesteld en daarmee is het financieel risico voor te toekomst, als gevolg van een aanpassing van de uitgangspunten door de Belastingdienst, tot een minimum gedaald. - Dwingende uitspraken m.b.t. PAS (Plan aanpak stikstof) en PFAS (poly- en perfluoralkyl-stoffen) De Raad van State heeft uitspraak gedaan over het PAS. Vooraf toestemming geven voor activiteiten die schadelijk kunnen zijn voor beschermde natuurgebieden mag niet meer. Daardoor is het verlenen van vergunningen voor activiteiten, in de buurt van Natura2000 gebieden, waar stikstof bij vrijkomt lastiger. Dit kan ook voor ons gevolgen hebben omdat investeringen uitgesteld worden en opbrengsten voor bouwleges en vergunningverlening teruglopen. Op 8 juli 2020 gaf de staatssecretaris een handelingskader voor PFAShoudende grond. Daardoor moet de grond bij civiele werken onderzocht worden op de aanwezigheid van PFAS. Kavels die verkocht worden moeten ook onderzocht worden. Verontreinigde grond mag niet meer verwerkt worden. Dit zorgt voor extra kosten, vertragingen schaarste aan schone grond. En heeft mogelijk ook invloed op de voortgang van projecten en investering. 4.2.3. Risico's voortvloeiende uit de samenwerking met andere gemeenten en instanties Samenwerking met andere partijen betekent dat er ook een risico ontstaat wanneer er bij de betreffende partners bijv.
financiële of organisatorische problemen ontstaan. Bij de gemeente Peel en Maas geldt dat in het bijzonder bij de volgende situaties: - Gemeenschappelijke regelingen (GR) De gemeente kan worden geconfronteerd met financiële tegenvallers van gemeenschappelijke regelingen. Op basis van de regelingen en de bestaande financiële situatie van de GR kunnen deelnemende gemeenten moeten bijdragen om zo’n verlies / tekort af te dekken. - Samenwerkingsovereenkomsten Op meerdere terreinen worden de taken van de gemeente uitgevoerd in samenwerking met anderen. Zo wordt er samengewerkt met de gemeenten in de regio op het gebied van belastingen, brandweer, vergunning toezicht en handhaving. Ook op het gebied van het sociaal domein doen we een aantal zaken samen met gemeenten in Noord en Midden Limburg.
97
4.2.4. Risico's voortvloeiende uit het doen/ nalaten van derden De gemeente Peel en Maas heeft tal van overeenkomsten afgesloten met derden. Wanneer deze partijen hun verplichtingen niet nakomen ontstaan en voor de gemeente mogelijk financiële gevolgen. 4.2.5. Risico's voortvloeiende uit voor de gemeente niet te beïnvloeden ontwikkelingen Op veel zaken die gebeuren kan de gemeente geen of nauwelijks invloed uitoefenen. Dat zijn meestal autonome ontwikkelingen. De belangrijkste risico’s zijn: - ontwikkelingen grondexploitatie; - renteontwikkeling; - belastingen en heffingen; - ontwikkelingen in andere bedrijfstakken. Het effect van de loon- en prijsinflatie was de afgelopen periode erg groot. Door externe oorzaken stegen tarieven voor o.a. energie veel sneller dan was geraamd. Naast de reguliere indexering op productniveau nemen we in de begroting een algemene stelpost op om knelpunten als gevolg van inflatie in de exploitatie gericht te kunnen compenseren. 4.2.6. Risico's voortvloeiende uit bedrijfsvoering Binnen de eigen organisatie van de gemeente Peel en Maas ontstaan ook risico’s in het dagelijkse werk dat wordt verzet. De belangrijkste risico’s met betrekking tot de eigen bedrijfsvoering zijn: - De organisatie / personeel Op het personele vlak houden we in de begroting beperkt rekening met kosten voor vervanging van medewerkers in verband met ziekte.
Wanneer het ziekteverzuim groter wordt dan de opgenomen budgetten kan dat effect hebben op het begrotingssaldo. - Aansprakelijkheid Bedrijven en particulieren stellen de gemeente steeds vaker aansprakelijk. Wij zijn voor wettelijke aansprakelijkheid en bestuursaansprakelijkheid verzekerd. Bij beleidswijzigingen onderzoeken we de mogelijke risico’s. - Onderhoud /investeringen De beheersplannen worden constant geoptimaliseerd. De onderhoudsniveaus bepalen het budget. De uitvoering stemmen we af op het budget. Veranderingen met financiële gevolgen hebben invloed op de reserves of de begroting.
98
5. Eindconclusie Zoals beschreven in de Nota Risicomanagement inventariseren we periodiek de aanwezige risico’s. De risico’s worden getoetst, gekwantificeerd en waar nodig worden beheersmaatregelen ingezet. Die periodieke inventarisatie leidt zowel tot specifieke risicodossiers als tot actualisatie van de algemenere risico’s die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven. In de onderstaande tabel is aangegeven op welke wijze de belangrijkste risico’s zoals die in deze paragraaf zijn opgenomen zijn gekwantificeerd. Risico's ALGEMENE RISICO'S Risico's beleid hogere overheid en derden Algemene uitkering Sociaal domein
1.250.000 390.000
Risico's autonome ontwikkelingen en bedrijfsvoering Exploitatie algemeen
1.875.000
SPECIFIEKE RISICO'S Specifieke risicodossiers
2.005.000 5.520.000
Naast de specifiek benoemde reserves zijn er ook nog andere reserves die tot de weerstandscapaciteit behoren (zoals opgenomen in onderdeel 2 van deze paragraaf) en is de totale weerstandscapaciteit: € 26.997.020. De weerstandratio van de gemeente Peel en Maas bedraagt: 26.997.020 (Weerstandscapaciteit) Weerstandsratio =
= 4,89 5.520.000 (Gekwantificeerde risico’s)
Daarmee valt het weerstandsvermogen van Peel en Maas in de categorie uitstekend (weerstandsratio van groter dan 2,0) en voldoet aan de gestelde norm >1.
99
6. Financiële kengetallen Vanaf 2016 worden in de begroting en jaarstukken ook financiële kengetallen opgenomen die iets zeggen over de financiële situatie van de gemeente. De waarde van deze kengetallen kenmerkt zich vooral door het inzicht in het verloop gedurende een langere periode van werkelijke realisatiecijfers. De informatiewaarde van kengetallen die (ver) in de toekomst liggen is beperkt aangezien de cijfers waar de kengetallen op gebaseerd zijn opgebouwd worden uit prognoses en niet op werkelijke realisatie. Dat maakt vergelijking van kengetallen tussen gemeenten onderling ook lastig. Over 2018 tot en met 2020 zijn de kengetallen op basis van de werkelijke realisatie opgesteld. De opgenomen kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekend voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend, is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36, onderdelen b en c, van het BBV). 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage.
De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een juiste waarde op de balans zijn opgenomen. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt nu het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De uitkomst van de berekening van dit kengetal is voor het jaarverslag hetzelfde als bij de begroting. Het kengetal hoeft dus voor het opnemen in het jaarverslag niet opnieuw te worden berekend.
Het toch opnieuw opnemen houdt verband met het feit dat de kengetallen gezamenlijk en in samenhang bezien inzicht geven in de financiële positie van de gemeente. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente.
100