2024-078 03 Toelichting (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Gekozen systematiek voor bebouwing: De Provincie vraagt te onderbouwen waarom er niet gekozen is voor een
bouwvlak dat meer om
bedrijfsgebouwen
op te nemen.
de gebouwen
heen
ligt of om
een
maximale
oppervlakte
aan
Ter plaatse van de rijbak is aangeduid dat hier alleen een rijbak is
toegelaten. Dit geeft geen ruimte voor het oprichten van bebouwing. Om het bedrijf te kunnen realiseren i er tussen de gebouwen
ruimte nodig om te manoeuvreren
met vrachtwagens
en paardentrailers.
Daarmee is het niet logisch dat alles volgebouwd zal worden. Om flexibiliteit te behouden wenselijk
om
binnen
het
bestemmingsvlak
met
meerdere
bouwvlakken
te
werken.
Om
is het niet toch
te
voorkomen dat het volledige bouwvlak bebouwd wordt is in de planregels opgenomen dat er maximaal 50% van het bouwlak bebouwd mag worden met bedrijfsgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijde.
QuickScan
Flora en Fauna: verzocht wordt om de uitgevoerde Quickscan
aantal punten verder uit te werken en aan te passen.
Flora en Fauna op een
Paragraaf 5.3 van de toelichting dient hierop
uitgebreid en geactualiseerd te worden. Naar aanleiding van de opmerking is de Quickscan Flora en Fauna aangepast (datum rapport 10 april 2024). In paragraaf 5.3 wordt verwezen naar het geactualiseerde rapport. Evenementenregeling: door de Provincie Limburg wordt aangegeven er geen overeenstemming is over het opnemen van een evenementenregeling in de planregels. De regels die hierop betrekking hebben zijn allen geschrapt uit de planregels.
Vastgesteld
49
Algemene wijzigingsbevoegdheden: door de Provincie Limburg geeft aan dat er veel mogelijkheden
zijn om af te wijken van het bestemmingsplan en vraagt zich af of deze nodig zijn bij een hoogwaardige paardenhouderij. De opgenomen wijzigingsbevoegdheden zijn allen bevoegdheden die rechtstreeks overgenomen zijn uit het bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas. Deze zijn niet noodzakelijk bij een hoogwaardige paardenhouderij.
De bevoegdheden
zijn daarom uit de planregels gehaald.
Verblijfsrecreatie: verzocht wordt om
verblijfsrecreatie.
terughoudend te zijn met het creëren van de mogelijkheid tot
Deze mogelijkheid (afwijkingsbevoegdheid) is uit de planregels gehaald
7.2,3 In gesprek met Peel en Maas Initatiefnemer heeft in de aanloop
naar
dit
bestemmingsplan
afstemming
gehad
met
direct
belanghebbenden. Het gaat hir om .
r
!
Met B c < op 16 november 2021 op locatie afstemming plaatsgevonden waarbij het planvoornemen kenbaar is gemaakt. B nccít kenbaar gemaakt geen bezwaarte hebben tegen de voorgestelde nieuwe ontwikkeling.
|
Met de B
ncb5en er meerdere overleggen plaatsgevonden. Op 22 december 2021 heeft
er met een vertegenwoordiger van de B
op (ocatie overleg
plaatsgevonden
waarbij het
planvoornemen kenbaar gemaakt is. Daarna hebben er op 27 januari 2022 en 5 april 2022 vervolgoverleggen plaatsgevonden. Tevens hebben er telefonische afstemmingen plaatsgevonden en is er
mailverkeer geweest. De B
nceft daarbij hun aandachtspunten kenbaar gemaakt. Het gaat
daarbij in hoofdzaak om het mogelijk afsluiten van de weg, effecten op het landschap en flora/fauna en effecten op (grond)water
Met betrekking tot het landschap heeft de B
==ngedrongen op het verplaatsen van de
nieuwe bebouwing die niet in het bestaande bouwvlak ligt richting het westen (overzijde van de bestaande Waterschapssloot). De gemeente Peel en Maas heeft aangegeven dat vanuit landschappelijk oogpunt niet wenselijk te vinden. Vanuit de zijde van initiatiefnemer heeft het verplaatsen van de nieuwe bebouwing ook niet de voorkeur. Over dit punt is daarom geen overeenstemming bereikt. Met betrekking tot het afsluiten van de weg kan gemeld worden dat in de reactie op het principeverzoek is aangegeven dat aanliggende grondeigenaren moeten instemmen met het afsluiten. Die overeenstemming is er nu niet. Het afsluiten van de weg maakt daarmee geen onderdeel uit van dit plan. Voor wat betreft effecten op flora/fauna en waterhuishouding is in de paragrafen 5.3 en 5.4 uitgebreid ingegaan. Hieruit blijkt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn.
Besproken is in het landschappelijke inpassingsplan een extra element wordt aangebracht.
strook van 6 meter breed zijn tussen het perceel van de B
Dit zal een
=n de geplande buitenbak. Deze
strook zal met groen aangeplant wordt. Dat vormt dan een robuuste buffer tussen de buitenrijbak en het
terrein van de B
Hiermee heeft initiatiefnemer gepoogd zoveel als mogelijk tegemoet te
komen aan partijen.
Vastgesteld
50
Tenslotte heeft initiatiefnemer aangegeven de goot- en bouwhoogte van de loods en de goothoogte van
de rijhal te verlagen zodat de bebouwing minder massaal overkomt
Op 24 maart 2022 heeft initiatiefnemer zijn plannen persoonlijk kenbaar gemaakt bij de eigenaar van
N
+i s 02 voren gekomen dat de eigenaar vreesde dat de nieuwe bebouwing in het
bestaande natuurgebied zou komen te liggen en daarmee prominent in het zicht vanuit de N . Ook was er vrees dat er veel bomen gekapt zouden gaan worden om het plan mogelijk te maken. Ter plaatse is aangegeven waar de nieuwe bebouwing komtte liggen (op de landbouwgrond, buiten het
natuurgebied) en dat deze daarmee vrijwel volledig schuilgaat achter de bestaande groenstructuur. Daarnaast is aangegeven dat er niet gekapt hoeft te worden. Met de nadere toelichting van het plan is
de ontstane vrees bij de eigenaar van B Tevens
is besproken
dat er vanuit de weg
weggenomen. gezien
eerst de loods/schuur
gebouwd
wordt,
dan
de
longeercirkel en dan de mestopslag. De lagere bebouwing ligt dan het meest dichtbij de N en de hogere bebouwing verder weg Omwonenden
Op 27 maart 2022 zijn de omwonenden uitgenodigd om kennis te maken met initiatiefnemer. initiatiefnemer zijn planvoornemen kenbaar gemaakt. Aanwezig waren de bewoners van:
_ N gemaakt dat enkele bewoners het jammer vinden dat zijn eerder door de B
Hier heeft
e cinformeerd
zijn. Daarbij s een beeld ontstaan dat het perceel met anderhalve meter opgehoogd zou worden en dat de weg volledig afgesloten zou worden. Initiatiefnemer heeft aangegeven dat van de genoemde ophoging geen sprake is en dat er over het afsluiten van de weg geen overeenstemming is en daarom geen onderdeel uitmaakt van het plan. Op 22 oktober 2022 zijn de omwonden samen met de gemeenteraadsleden op locatie uitgenodigd.
Hier
i het plan voor de omwonenden nogmaals gepresenteerd met een rondleiding over het perceel en met afbeeldingen van de beoogde bebouwing. Initiatiefnemer heeft daarbij uitgebreid tekst en uitleg gegeven over het plan
7.2.4 Zienswijzenprocedure Het ontwerpplan heeft van 2 juni 2023 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er zienswijzen ingediend. Initiatiefnemer heeft een reactie gegeven op de ingebrachte zienswijzen. Naar aanleiding van de zienswijzen is er een ‘Nota van zienswijzen” opgesteld die onderdeel uitmaakt van de besluitvorming.
7.3 Procedure
In het kader van de procedure ex artikel 3.1 Wro dient de procedure genoemd in afdeling 3.4 Algemene Wet Bestuursrecht gevolgd te worden. De procedure ziet er als volgt uit: e _ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan;
Vastgesteld
51
« _ Terinzagelegging van het ontwerp en bijpehorende stukken gedurende 6 weken en toezending
e
aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht:
e
Vaststelling van het bestemmingsplan zienswijzen zijn ingediend;
e _ Algemene
°
bekendmaking
door
de
gemeenteraad
binnen
12
weken
indien
van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande
kennisgeving en toezending waterschappen en gemeenten:
aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de
inspecteur zienswijzen hebben
ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, 6
weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden;
e
Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vastgesteld
52