CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-067 07 Toelichting

Raad 23 april 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Laefplein Maasbree’ (2024-067)21.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Aanbevelingen Omdat de sloop van de bebouwing niet kan uitsluiten dat er negatieve gevolgen zijn voor beschermde soorten is soortgericht onderzoek noodzakelijk geacht. Het soortgerichte onderzoek betreft het onderzoek naar de vleermuis en de huismus. Vervolgonderzoek Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door BRO, is vastgesteld dat de bebouwing binnen het plangebied geschikte nestplaatsen kan bevatten voor huismus. Naar aanleiding hiervan is protocollair huismusonderzoek 14 uitgevoerd in het seizoen van 2023, om nesten van huismus vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. Onderstaand zijn de resultaten uit het onderzoek weergegeven. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar de bijlagen. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nestlocaties van huismus en/of rust- of verblijfplaatsen van een vleermuissoort aangetroffen. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot huismus of een vleermuissoort is uitgesloten. Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen, noch zijn er enige vervolgstappen noodzakelijk met betrekking tot deze soort.

Wel dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen:  De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen of na een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus;

14

BRO, Vervolgonderzoek huismus Laefplein te Maasbree, d.d. 14 november 2023

Hoofdstuk 5

56

Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.

Conclusie Op basis van het vervolgonderzoek kan geconcludeerd worden dat er in de directe omgeving van het plangebied geen nestlocaties van huismus en/of verblijfsplaatsen van vleermuissoorten zijn aangetroffen. de uitgevoerde onderzoeken wordt vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/goudgroene zone) niet noodzakelijk geacht. Er is verder geen sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag ten aanzien van houtopstanden dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. Vanuit het aspect ecologie bestaan er kortom geen belemmeringen voor onderhavig bestemmingsplan.

5.4 Leidingen en infrastructuur In het plangebied zijn geen planologisch te beschermen leidingen aanwezig en worden geen nieuwe ontwikkelingen van kabels of leidingen met een beschermingszone mogelijk gemaakt. In het openbare gebied liggen wel de reguliere leidingen ten behoeve van nutsvoorzieningen. Deze zullen ten behoeve van de herinrichting van het plangebied verlegd gaan worden.

5.5 Verkeer en parkeren 5.5.1 Verkeer Het plangebied is bereikbaar via de Dorpstraat en Baarlosestraat. In de toekomstige situatie wordt de Baarlosestraat heringericht ten behoeve van het langzaam verkeer en wordt het afgesloten voor gemotoriseerd verkeer (met uitzondering van bestemmingsverkeer). Als gevolg van de ontwikkeling zal er sprake zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen. De verwachte verkeersgeneratie is berekend met behulp van de CROW-publicatie 318 ‘Toekomstbestendig parkeren’. De totale ontwikkeling voorziet in de realisatie van 18 appartementen, de uitbreiding van café De Pool (129 m2 uitbreiding, 283 m2 totaal) en drie commerciële ruimtes (271 m2 BVO). De 18 appartementen zijn onderverdeeld in; 12 appartementen (huur, midden/goedkoop (inclusief sociale huur)), 6 appartementen (koop, midden, duur). Het plangebied ligt in het omgevingstype rest bebouwde kom in de gemeente Peel en Maas (weinig stedelijke gemeente).

Hoofdstuk 5

57

Appartementen De appartementen in de voorgenomen ontwikkeling zorgen zodoende voor een maximale verkeersaantrekkende werking van (12 x 4,5) + (6 x 6,4) = 54 + 38,4 = 92,4 = 93 verkeersbewegingen per etmaal. Commerciële functies Voor de commerciële ruimtes (horecagelegenheden) zijn in de CROW-publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren” geen kencijfersopgenomen met betrekking tot de verkeersgeneratie. Echter kan de verkeersgeneratie van de horecagelegenheid mogelijkerwijs bepaald worden op basis van het aantal noodzakelijke parkeerplaatsen (conform de CROW-publicatie 381). De verwachting is dat één parkeerplaats door twee verschillende gasten per dag benut wordt. De totale verkeersgeneratie per werkdag is daarmee: 2 x 2 ritten x aantal parkeerplaatsen = aantal motorvoertuigbewegingen per openingsdag. Per openingsdag zullen de bezoekers / gasten zorgen voor een verkeersgeneratie van 86 mvt / etmaal ( 2 x 2 x 6 = 24 per 100 m2 bvo). Maximaal bedraagt het bvo van nieuwe horecagedeelten binnen het gehele plan 311 m2 (uitbreiding café De Pool inclusief 2 nieuwe gelegenheden). Dit komt neer op 77 mvt/etmaal (24 x 3,11 = 74,64) op een gemiddelde weekdag. In totaal zorgt de nieuwe situatie (horeca inclusief appartementen) voor 93 + 75 = 168 mvt/etmaal. Per week vinden er per horecagelegenheid 2 leveringen met een vrachtauto van etenswaren plaats en 1 levering van drank.

Afsluiting Baarlosestraat Naar het verkeerseffect van het afsluiten van de Baarlosestraat ter plaatse van het Laefplein is onderzoek gedaan15. Uit de analyse van de worstcase situatie waarbij al het verkeer door afsluiting van de Baarlosestraat zich verplaatst naar één route op de interne wegenstructuur blijkt dat de toekomstige verkeersintensiteiten acceptabel zullen blijven voor een erftoegangsweg. Bovendien zullen de toekomstige verkeerintensiteiten op de onderzochte straten in de praktijk zeer waarschijnlijk lager uitvallen. Vanwege de horecafuncties aan de Dorpstraat is het aannemelijk dat een deel van de bezoekers per auto van buiten Maasbree komt. Na afsluiting van de Baarlosestraat zijn de routes via de hoofdwegenstructuur voor deze bezoekers aantrekkelijker (korter en sneller). Daarnaast is het niet voor de hand liggend dat als al het verkeer zich naar de interne wegenstructuur zou verplaatsten, al dit verkeer zich ook verplaatst naar één route. Uit bovenstaande wordt de conclusie getrokken dat de afsluiting van de Baarlosestraat voor gemotoriseerd verkeer verkeerskundig niet tot knelpunten zal leiden op de interne wegenstructuur. 5.5.2 Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van de ontwikkeling van het Laefplein is gebruik gemaakt van onderstaande parkeernormen en aanwezigheidspercentages uit de Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018.

15

SVA Stiphout Verkeersadvies, Verkeersanalyse afsluiten Baarlosestraat (Laefplein Maasbree), 10 mei 2023

Hoofdstuk 5

58

Parkeernormen

Aanwezigheidspercentages

Hieronder is met behulp van de parkeernormen en de aanwezigheidspercentages de parkeerbehoefte van de ontwikkeling van het Laefplein in beeld gebracht. Parkeerbehoefte ontwikkeling Laefplein

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de maatgevende parkeerbehoefte van het plan optreedt op zaterdagavond. De parkeerbehoefte bedraagt dan 53 parkeerplaatsen. Invulling parkeerbehoefte De voorgenomen ontwikkeling voorziet in 42 parkeerplaatsen op eigen terrein. Uitgaande van de maatgevende parkeerbehoefte van 53 parkeerplaatsen op zaterdagavond betekent dit dat nog 11 parkeerplaatsen in de openbare ruimte ingevuld worden. Daarnaast verdwijnen door de voorgenomen ontwikkeling 10 openbare parkeerplaatsen in de Baarlosestraat. Om de gevolgen van de extra parkeerbehoefte én het verlies van 10 openbare parkeerplaatsen in beeld te brengen is de restcapaciteit in de huidige- en toekomstige situatie in de omgeving van de planlocatie in beeld gebracht.

Hoofdstuk 5

59

Huidige- en toekomstige parkeercapaciteit De bestaande parkeercapaciteit in de omgeving van het plangebied is bepaald aan de hand van twee parkeeronderzoeken16 die SVA Stiphout Verkeersadvies heeft uitgevoerd in maart en september 2023. In het onderzoeksgebied zijn 77 openbare parkeerplaatsen aanwezig en 2 parkeergelegenheden voor het opladen van elektrische auto’s. De oplaadplaatsen kunnen maar door een beperkte doelgroep gebruikt worden, deze parkeerplaatsen zijn daarom niet meegerekend als parkeercapaciteit en ook is het gebruik ervan buiten beschouwing gelaten. Bij het parkeeronderzoek uit maart 2023 werd gerekend met een openbare parkeercapaciteit van 69 parkeerplaatsen. Door het toevoegen van Achter de Hoven (+8 parkeerplaatsen) is de parkeercapaciteit bij dit parkeeronderzoek hoger. Op eigen terrein zijn 68 parkeerplaatsen aanwezig. Doordat café De Pool het parkeerterrein deels had ingericht als terras waren daar 9 parkeerplaatsen minder beschikbaar ten opzichte van het parkeeronderzoek uit maart 2023. Toen waren 77 parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar. Conclusie In het onderzoeksgebied is op zaterdag 9 september om 20:00 uur de hoogste parkeerdruk waargenomen. De parkeerdruk bedroeg toen 61% en de restcapaciteit was 18 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is op zaterdag 2 september om 20:00 uur de hoogste parkeerdruk waargenomen.

De parkeerdruk bedroeg toen 56% en de restcapaciteit was 20 parkeerplaatsen. In de toekomstige situatie zal de parkeerdruk niet hoger worden dan 85% en blijft deze daarmee acceptabel.

5.6 Waterparagraaf In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundige systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Beleidskader Het Nationaal Water programma 2022-2027 heeft de status van een structuurvisie en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021. Met dit Nationaal Water Programma zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het Rijk streeft naar een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.

16

SVA Stiphout Verkeersadvies, Parkeeronderzoek Dorpstraat – Baarlosestraat Maasbree, 16 november 2023

Hoofdstuk 5

60

De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2027 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. Iedereen neemt zijn eigen verantwoordelijkheid om samen te komen tot een water robuuste ruimtelijke inrichting, het beperken van overlast en rampen en verstandig handelen in extreme situaties. Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Limburg, het POVI, het Nationaal Water Programma, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend:  Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit);  Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn.

De belangrijkste zijn: grondwater en waterkwaliteit, oppervlaktewater, hemel- en afvalwater. Grondwater en waterkwaliteit Het plangebied ligt niet binnen waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone. Het is van belang in het plangebied verontreiniging als gevolg van afstromend hemelwater te voorkomen. Om de waterkwaliteit te garanderen wordt geadviseerd bij de aanleg van de in het plangebied te realiseren gebouwen geen gebruik te maken van uitlogende materialen. Daarnaast dient het gebruik van strooizout en chemische onkruidbestrijdingsmiddelen in het plangebied zoveel mogelijk te worden voorkomen. Oppervlaktewater In het plangebied zelf is geen primair oppervlaktewater aanwezig. Daarnaast wordt in de toekomstige situatie ook niet voorzien in nieuw oppervlaktewater binnen het plangebied. Uit zowel de POVI 2021kaarten als de Omgevingsverordening Limburg 2021 blijken geen belemmeringen voor het plangebied. Afvalwater Binnen het plangebied zal voorzien worden in een gescheiden rioleringsstelsel voor de gescheiden afvoer van afval- en hemelwater. Het (huishoudelijk) afvalwater wordt aangesloten op de riolering. Ten behoeve van de aanvraag om een omgevingsvergunning zal een en ander nader worden uitgewerkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de beleidsuitgangspunten van de gemeente.

In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren en in stand houden van een controlevoorziening.

Hoofdstuk 5

61

Hemelwater Het hemelwater dat terechtkomt op de nieuw op te richten bebouwing wordt niet afgevoerd via het riool, maar afgekoppeld. Het hemelwater zal geïnfiltreerd worden op eigen terrein middels betonnen zinkputten. Conform de richtlijnen van het Waterschap Limburg dienen toekomstige hemelwatervoorzieningen in Noord- en Midden-Limburg gedimensioneerd te worden op een bui van 100 mm per vierkante meter verhard oppervlak met een leegloop/beschikbaarheid binnen 24 uur. De gemeente Peel en Maas hanteert een bergingsnorm van 50mm/m² op eigen terrein, de overige 50mm/m² wordt extra in de openbare ruimte meegenomen. Voor het totale plangebied wordt er dus gemiddeld 100mm/m² hemelwaterberging gerealiseerd. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning zal de hoeveelheid verhard oppervlak en de oppervlakte van het dak exact worden berekend en op basis daarvan wordt de omvang van de infiltratievoorziening berekend. Het gehele plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.050 m2. Hiervan wordt circa 975 m2 ingericht als openbaar gebied. Op de overige 2.075 m2 wordt het beoogde plan gerealiseerd. De beoogde berging voor het totale plangebied bedraagt 305 m3. De bergingsopgave op eigen terrein bedraagt 208 m3, waarvan 104 m3 op eigen terrein. In het openbaar gebied dient een berging van 201 m3 gerealiseerd te worden om het plangebied waterneutraal te krijgen.

Om te bepalen of de grond geschikt is voor de beoogde retentievoorziening is een geohydrologisch onderzoek17 uitgevoerd. Uit het onderzoek is het volgende gebleken: De bodemopbouw van het plangebied bestaat uit een zandlaag van zwak siltige humeuze laag van minstens 0,5 meter dikte. Onder de betonklinkerbestrating is hierop een ophoogpakket van grindhoudend, matig fijn zand aangebracht. Onder de humeuze bodemlaag gaat de bodem over in een matig tot zeer fijn, zwak tot matig siltige, oranjebeige zandlaag welke tot ca. 5 m-mv aanwezig is. In deze zeer fijne zandlaag wil men de geplande zinkputten aanleggen. In de diepere ondergrond werden geen afsluitende (leem)lagen aangetroffen die mogelijks hinderend kunnen zijn voor infiltratie. Uit de uitgevoerde infiltratiemetingen blijkt dat de leegloop van een voorziening ter plaatse voornamelijk in horizontale richting zal plaatsvinden. Zonder de uitschieter bij meetpunt A kan gerekend worden met een kh-waarde van 1,4 meter per dag (inclusief een veiligheidsfactor van 2). Ter plaatse van de slecht tot matig doorlatende bodem bij meetpunt C is het aan te raden om rondom de zinkput een groter goed doorlatende zand- of grindpakket in een waterdoorlatend geotextiel aan te brengen om de connectie met de omliggende bodem te vergroten en zo de leegloop van de voorziening te bevorderen.

17

Aeres Milieu, Infiltratie onderzoek Baarlosestraat 3-7, Maasbree, AM22179-2, 23 maart 2023

Hoofdstuk 5

62

Gezien de beperkte verticale doorlatendheid van de bodem bij de drie meetlocaties is het geadviseerd om minimaal de benodigde berging voor een neerslagbui in te passen en op de voorziening een bovengrondse noodoverloop aan te leggen naar het gemeentelijk stelsel of openbaar gebied gezien de afwezigheid van nabijgelegen oppervlaktewater. Hierdoor wordt het risico op wateroverlast bij hevige opeenvolgende buineerslagen voorkomen. Door de lokale hemelwaterverwerking in de bodem wordt hydrologisch gezien positief ontwikkeld. Gezien de aangetroffen grondwaterstand op ca. 2,5 m-mv kan een ondergrondse infiltratievoorziening aangelegd worden. De keuze voor een voorziening is afhankelijk van de eigen voorkeur, het toekomstig planvoornemen (gewenste terreininvulling en type verharding) en hiermee samenhangend de benodigde bergingscapaciteit. Een nadere uitwerking van een HWA-stelsel dient opgemaakt te worden door de architect of constructeur van de voorziening. Conclusie Bij de realisering en ingebruikname van het pand wordt rekening gehouden met de waterbelangen van het Waterschap en Rijkswaterstaat.

Hoofdstuk 5

63

6.

PLANSTUKKEN

6.1 Planstukken Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de regels en de voorliggende toelichting.

6.2 Toelichting op de analoge verbeelding De analoge verbeelding is getekend op de GBKN, schaal 1:1000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hierbij dient te worden aangetekend dat de GBKN geen juridische status heeft.

6.3 Toelichting op de regels Voor de regels bij het bestemmingsplan is aangesloten bij het SVBP 2012 en het bestemmingsplan ‘Kern Maasbree’. De planregels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder onder andere zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven. Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de SVBP 2012.

Hoofdstuk 6

64

Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken / percelen gemeten moeten worden. Bij de wijze van meten is aangesloten bij de SVBP 2012. Bestemmingsregels Bestemmingen De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving; 2. Bouwregels; 3. Nadere eisen; 4. Afwijken van de bouwregels; 5. Specifieke gebruiksregels; 6. Afwijken van de gebruiksregels; 7. Wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. Bij een bestemming kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen ten behoeve van de in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen. Het bevoegd gezag kan bepalen om onder voorwaarden een omgevingsvergunning te verlenen en afwijken van de bouwregels. In de specifieke gebruiksregels wordt o.a.

geregeld welke functies als zijnde verboden gebruik aangemerkt. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de gebruiksregels onder bepaalde voorwaarden. Onderstaand zijn de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht.

Hoofdstuk 6

65

‘Gemengd’ De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere detailhandel, horeca van categorie 1 en 2 en horeca van categorie 3, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding. Daarnaast zijn de gronden tevens bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, nutvoorzieningen en wonen. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen de gebouwen moeten worden gebouwd. De maximale goot- en bouwhoogte zijn tevens op de verbeelding opgenomen. ‘Waarde – Archeologie 3’ Deze gronden zijn mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond te verwachten archeologische waarden. Voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend moet archeologisch onderzoek worden gedaan. Onderzoek is niet nodig bij bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 100 m2 of tot een diepte van 40 cm. Voor het uitvoeren van de genoemde werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist. Ook hier moet eerst archeologisch onderzoek worden gedaan, en geldt een minimale oppervlakte van 100 m2 en een minimale diepte van 40 cm. Aan omgevingsvergunningen kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van de archeologische waarden. Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming verwijderen.

Algemene regels In de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de algemene bouwregels is een algemene beschermingsregel opgenomen ten behoeve van bouwwerken. Daarnaast zijn regels opgenomen met betrekking tot het overschrijden van de bouwgrens en ondergronds bouwen. In de algemene gebruiksregels is het strijdig gebruik opgenomen en zijn regels opgenomen met betrekking tot de voorwaardelijke verplichting voor de supermarkt. De algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels verschaffen burgemeester en wethouders c.q. het bevoegd gezag de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. In de overige regels zijn de parkeernormen opgenomen. Overgangs- en slotregels In de bepaling Overgangsrecht is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 6

66

7.

UITVOERBAARHEID

7.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie in werking getreden. In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e.

de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte. De voorgenomen ontwikkeling, is een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1, onder c, Bro. Het kostenverhaal voor wordt geregeld middels een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer. In deze overeenkomst is tevens het verhaal van eventuele planschadekosten geregeld.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1 Omgevingsdialoog Op donderdag 30 maart heeft de omgevingsdialoog plaatsgevonden als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Het verslag van deze bijeenkomst is als bijlage 12 bij de toelichting toegevoegd. Naar aanleiding van de omgevingsdialoog is besloten het bouwplan ter plaatse van de voormalige bakkerijwinkel met één bouwlaag te verlagen. In het gehele plan is nu sprake van een bouwplan met als bouwhoogte 2 bouwlagen met een schuine kaplaag (hoogtes zie verbeelding). De wijziging heeft tevens geleid tot een aanpassing van het achterterrein. De bij de appartementen horende bergingen zijn als

Hoofdstuk 7

67

erfafscheiding op de perceelsgrens met de woningen aan de St. Aldegundistraat geplaatst, zodat voorzien wordt in een deugdelijke afscheiding. Daarnaast is er een nieuwsbrief verstuurd waarin geantwoord is richting belanghebbenden dat naar aanleiding van de omgevingsdialoog aan te passen en met 1 bouwlaag te verlagen. 7.1.2 Wettelijk vooroverleg Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders gelet op artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), indien niet is aangegeven dat van vooroverleg kan worden afgezien, overleg plegen met het Waterschap, met andere gemeenten wiens belangen bij het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Advies Waterschap De voorgenomen plannen voldoen aan het vigerend bestemmingsplan. Het Waterschap Limburg is hiermee akkoord met het onderhavige bestemmingsplan. Conform de richtlijnen van het Waterschap Limburg dienen toekomstige hemelwatervoorzieningen in Noord- en Midden-Limburg gedimensioneerd te worden op een bui van 100 mm per vierkante meter verhard oppervlak met een leegloop/beschikbaarheid binnen 24 uur. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt daarnaast getracht deze klimaat neutraal en klimaat adaptief in te richten, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met open verharding, groene daken en hittestress.

Advies Provincie Limburg Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien u dit plan op deze wijze voortzet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. 7.1.3 Zienswijzenprocedure Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende 6 weken als ontwerp op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn 5 zienswijzen ingekomen. De zienswijzen zijn in behandeling genomen en op basis van de zienswijzen is het plan op onderdelen aangepast en nader gemotiveerd / toegelicht.

Hoofdstuk 7

68

8.

PROCEDURE

8.1 Procedure De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De volledige procedure ziet er als volgt uit:  Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan;  Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten;  Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht;  Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend;  Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling;  Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden;  Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend

bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Hoofdstuk 8

69

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.BRO.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=c8a36691-3d3a-4f1a-9afd-03d5a30c5276