2024-064 16 Toelichting - Bijlage 9 - Archeologisch bureau- en verkennend onderzoek (geanonimiseerd)
Tekst van het document
ydrologie, ecologie
RAPPORT
Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Schijfweg-Zuid (ong;) te Kessel (Gemeente Peel en Maas)
AM22447
X aeres mmilieu
RAPPORT
Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Schijfweg-Zuid (ong.) te Kessel (Gemeente Peel en Maas) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN
Nummer
AM22447
Concept (versie 3) 2214-5656
: 5 juni 2023
Datum
Opdrachtgever
Reland
Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen
Opsteller rapport
(geanonimiseerd)
Paraaf
(geanonimiseerd)
Redactie
Paraaf
(geanonimiseerd)
Vrijgave Paraaf
Aeres
Milieu
Noordhoven 6042
NW
( 0475
B.V. 4
ROERMOND
- 320 000
e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
4002 + 4003 Disclaimer
Het onderzoek is op zorgvuldige richtlijnen en protocollen)
wijze uitgevoerd
volgens
de algemeen
gebruikelijke
inzichten
en methoden
(opzet conform
de geldende
Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd
volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Pagina|
2
AM22447
N
SAMENVATTING..…ee ADMINISTRATIEVE 1.
.…
INLEIDING
2
WERKWIJZE. 21 22
_
31
_
3.
10
Inleiding.. Verkennend veldonderzoek door middel Van OTINgen
e
z
10
BUREAU-ONDERZOEK
32
33 34 35 4
landschappelijke Situatie - geOmorfOlOgie .…. Landschappelijke situatie - bodem.
_ _ _
Bewoningsgeschiedenis — historisch overzicht… Bewoningsgeschiedenis - archeologische waarden Bewoningsgeschiedenis - historisch kaartmateriaal.
VERWACHTINGSMODEL
5.
…
22
VELDWERKZAAMHEDEN. 51 52 53 524
6
GEGEVENS
d
CONCLUSIE.
61
62
7.
26
_ Algemeen.… _ Fysisch geografische beschrijving van de bOdemMOpbOUW z _ Interpretatie… ArCHOLOGSC dICA
27 z
29
a
MGEMeen
e
ZÛ
_ Beantwoording anderzuaksvragan
30
AANBEVELINGEN …
Bijlagen:
osownsuns
Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Peel en Maas Overzicht geomorfologische kaart
b
_
Stroomgordelkaart Limburg Overzicht
bodemkaart
Reliëfkaart
Boorkernbeschrijvingen
Pagina|
3
AM22447
EN
SAMENVATTING Op
16 november
2022
is door Aeres
Milieu een
archeologisch
Schijfweg-Zuid te Kessel (gemeente Peel en Maas). De aanlei
bureau-
en verkennend
booronderzoek
uitgevoerd
aan de
ing voor het aten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een
bestemmingsplanwijziging ten behoeve van woningbouw, bestaande uit verschillende eengezinswoningen en levensbestendige woningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend. standaard
funderingsdiepte
zonder
onderkeldering
en met een
bodemverstoring
Er wordt vooralsnog uitgegaan van een
van tenminste
0,8 - 1,0 meter
beneden
maaiveld.
De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas in een zone met de Categorie Waarde
— Archeologie
4: Hoge
archeologische
verwachting.
Binnen
het bestemmingsplan
Kernen
Kessel
en
Kessel-Eik
(vastgesteld 2013) geldt eveneens de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht
bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 cm -mv.! Door meerdere verleggingen van de Maas ontstond er een geaccidenteerd landschap waarbij hoge oeverwallen en laaggelegen restgeulen (verlaten meanders van de Maas) zich op korte afstand afwisselden. Het plangebied op een lager gelegen Maasterras dat in het Pleniglaciaal (circa 20.170
- 12.520 jaar geleden)
gevormd
is. Tijdens het vroege
laat-paleolithicum
A was
het
onderdeel van een actieve riviervlakte en vormde geen geschikte vestigingsplaats. Ten tijde van het laat-paleolithicum en mesolithicum vormde het plangebied niet meer de actieve riviervlakte en ligt het op een hoger gelegen Maasterras. De hoger gelegen Maasterrassen zijn ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars geweest. Er geldt een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum, Ook in latere prehistorische perioden zal het plangebied aantrekkelijk voor bewoning zijn geweest. In de directe omgeving van het plangebied, met een vergelijkbare andschappelijke ligging, zijn enige vondsten bekend uit de periode uit het neolithicum, Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen.
Op basis van de landschappelijke ligging geldt er een hoge archeologische verwachting voor de
periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Schijfweg-Zuid ten noordwesten van de historische dorpskern van Kessel. Het plangebied bleef tot
ver in de 20° eeuw onbebouwd en in gebruik als bouwland.
Op basis van deze gegevens wordt een lage verwachting toegekend
aan archeologische vondsten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat binnen in een deel van het plangebied enkeerdgronden aanwezig zijn.
In een groot deel van het plangebied is een (deels) intact bodemprofiel aanwezig.
Daardoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. opgestelde
archeologische
venwachting
(hoog
voor
laat-paleolithicum
A
-vroege
De in het vooronderzoek
middeleeuwen
en
laag
voor
late
middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Ter plaatse van boring 6 (parkeerplaats) is sprake van een diepgaande verstoring. Het is niet duidelijk wat de aard van deze bodemverstoring is en of er direct een relatie kan worden gelegd met de omliggende grondwal die middels grondverbetering is opgeworpen. Dit kan echter wel een mogelijkheid zijn, maar hieromtrent kan echter geen concreet antwoord op worden gegeven.
De boringen van het milieukundig booronderzoek die rondom binnen de parkeerplaats zijn gezet, vertonen eveneens een puin houdende toplaag van tenminste 70 centimeter dik met daaronder een humeuze zandlaag. Ter plaatse zal de toplaag dus zijn verstoord, maar kunnen op een dieper niveau (vanaf 70 centimeter onder maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn
1.
The Missing Link 2012,
Kaartbijlage II - Archeologische beleidskaart gemeente
Peel en Maas, (herzien 29 juni 2015).
Pagina|
4
AM22447
EN
De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen derhalve een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humus houdende bovengrond (vanaf
30
centimeter
beneden
maaiveld)
archeologische
resten
aanwezig
zijn.
Wanneer
er
graafwerkzaamheden
gaan
plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een
Programma van Eisen (PVE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas). De resultaten van dît onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van
de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt
Pagina|
5
AM22447
X aeres mmilieu ADMINISTRATIEVE
GEGEVENS
Projectnummer
:AM22447
OM-nummer
:5308021100
Soort
onderzoek
Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.. boringen
Adres
onderzoekslocatie
Schijfweg-Zuid (0ng. te Kessel
Toponiem
Kessel
Gemeente
Peel en maas
Provincie
:Limburg
Kadastrale registratie
: Gemeente Kessel, sectie E, nummers 800 (gedeeltelijk) 1115 en 1340 (gedeeltelijk)
Coördinaten
: Centraal
201.215; 367.357
NW:
201.144; 367.418
NO:
201.208; 367.478
zw:
201.234; 367.269
zo:
201.284; 367.305
Oppervlakte
Circa 1,1 ha
Huidig locatie gebruik
: Bebouwd, parkeerterrein, grasland, tuin en speeltuin en bebouwd (woonhuis)
Aanleiding onderzoek
: Bestemmingsplanwijziging
Opdrachtgever
:Reland
Bevoegde overheid
emeente
Peel en Maas
Archeologisch Adviseur
(geanonimiseerd)
Opslag documentatie en materiaal
(geanonimiseerd) tot deponering bij provinciaal depot te Noordhoven 4 te N Heerlen/E-depot
Datum uitvoering veldwerk
16 november
2022
Pagina|
&
AM22447
EN
1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie:
Adres onderzoekslocatie
Schijfweg-Zuid (0ng) te Kessel
Gemeente Oppervlakte
Peel en Maas :Circa 11 ha
Huidig gebruik van de locatie
Bebouwd, parkeerterrein, grasland en speeltuin
Toekomstig gebruik
Woningbouw
Dit archeologische onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden
in het veld
zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek
betreft een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van
woningbouw, bestaande uit verschillende eengezinswoningen en levensbestendige woningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 40 cm beneden maaiveld verwacht kan worden. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van tenminste
0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld.
De bevoegde overheid, de gemeente
Peel en Maas, heeft op gemeentelijk niveau een archeologisch
beleid vastgesteld
en
beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente verwachting.
Binnen
het
Peel en Maas
bestemmingsplan
in een zone met de Categorie Waarde Kernen
Kessel
en
KesselEik
- Archeologie 4: Hoge archeologische
(vastgesteld
2013)
geldt
eveneens
de
dubbelbestemming Waarde — Archeologie4. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte
groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 cm -mv. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt (Bijlage 42 Doel
Het doel van het archeologische bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de Locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische
gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.
2
The Missing Link 2012
Kaartbijlage II - Archeologische beleidskaart gemeente
Peel en Maas, (herzien 29 juni 201).
Pagina|
7
AM22447
EN
Het
doel
van
het
aansluitende
verkennend
booronderzoek
is het toetsen
van
het
in
het bureauonderzoek
opgestelde
verwachtingsmodel. Specifiek voor de onderzoekslocatie Schijfweg-Zuid (ong. te Kessel zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd e
Iserssprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?
e _ In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? e _ Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?
Plangebied Het plangebied ligt aan de Schijfweg-Zuid n de bebouwde kom van Kessel. De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. Het plangebied is voor een klein deel bebouwd (pand Schijfweg-Zuid 8A) en bestaat verder uit onverhard parkeerterrein en grasland met speelvoorzieningen en een voetbalveldje. In het westen, noorden en oosten wordt het plangebied begrensd door bebouwing aan respectievelijk Aan de Hagendoorn, Roode Eggeweg en de Sint Ursulahof en in het zuiden door de Schijfweg Zuid.
Antomusmo
Topografische ligging van het planaebied \
AM22447
Kessel
-
Schijfweg-Zuid (ong.)
N
‘
jenda Pangebes
\achtergrond: TOP10 |AL (nov 2016). AHN2
Figuur 1. Topografische ligging van het plangebied met in rode omkadering het plangebied (Bron: www‚pdok.nl).
Pagina|
8
AM22447
AM22447
EN
2.
WERKWIJZE
|21 _ Inleiding Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen.
Deze
bronnen
geven
inzicht in
bekende, of te verwachten, archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.
Archeologische bronnen «
Archeologische Monumentenkaart (AMK)
e _ Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) «
Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas
«
Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)
Bodem- en geomorfologische kaarten e
Bodemkaart (Alterra)
e
Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)
«
Stroomgordelkaart (Woolderink 2018)
e
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)
Historische kaarten
e
Tranchotkaart (1803-1820)
«
Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)
«
Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)
e
Moderne topografische en luchtkaarten (tot 2021)
De Heemkundekring, "Kessels Eigen’, is op 10 november 2022 per e-mail gecontacteerd met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.
22
Verkennend veldonderzoek door middel van boringen Aan
de hand
van
het Plan van Aanpak
(PvA)
en
de Leidraad
Inventariserend
Veldonderzoek’
wordt
een verkennend
booronderzoek met een boordichtheid van 7 boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is verkennend voor alle perioden. Het plangebied
heeft een oppervlakte van
1,1 ha.
Bij het verkennend
veldonderzoek zal daarom
uitgegaan worden
van 7
boringen welke gelijkmatig over het plangebied worden verdeeld, zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van de hoekpunten van de perceelsgrenzen, straten, en aanwezige bebouwing. Vervolgens wordt de hoogte van deze punten
bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).
3Tol
et al.
2012
Pagina | 10
AM22447
EN
Alle boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 centimeter en de boorkernen worden beschreven conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving archeologische
indicatoren zoals fragmenten
5.2), zie Bijlage 8. Hierbij wordt gelet op de aanwezigheid van
keramiek, fosfaatvlekken, houtskoolresten, en verbrande leem. Om deze reden
worden de opgeboorde monsters, waar nodig, verbrokkeld.
Pagina|
11
AM22447
EN
3.
BUREAUONDERZOEK
\ 31
Landschappelijke situatie - geomorfologie
De onderzoekslocatie ligt in het Midden-Limburgse Maasgebied. Het maakt onderdeel uit van een terrassenlandschap langs de Maas.
Het Maasterrassengebied
bestaat uit meerdere
rivierafzettingen
uit verschillende
fasen
van
het Pleistoceen
en het
Holoceen van variërende dikte van enkele meters tot een tiental meters. Tijdens het Kwartair (vanaf circa 1,81 miljoen jaar geleden) zijn deze rivierterrassen van de Maas ontstaan.
Tijdens de koudere perioden (glacialen) verplaatste het water van de
Maas en Rijn zich vlechtend door de riviervlakte. In deze systemen vond er sedimentatie plaats op de vlakte. Doorde toenemende temperatuur tijdens warmere fasen (interglacialen) nam door smeltwater de watertoevoer in het rivierensysteem toe. Hierdoor begon de rivier zich in de reeds afgezette sedimenten n te snijden. Na verloop van rivierpatroon naar één gekoppeld
met
meanderend
tektonische
rivierpatroon. Door de afwisselingen van
activiteiten
in de bodem,
ontstond
een
steeds
tijd veranderde hierdoor het vlechtend
koudere glacialen en warmere dieper
gelegen
riviervlakte
interglacialen
en vormden
zich
opeenvolgende rivierterrassen in het Maasdal (Figuur 3). De omgeving wordt gekenmerkt door zand- en grindrijke bodems en
maakt deel uit van de Formatie van Beegden* | A-
Glaciaal:
brede actieve dalvakte Wechtende rMendakte
8- Interglaciaal: smallere actieve beddinggordel
terrs 1
meanderende Ter
teas 1
- Glaciaal: verbreding
EE vechtende firtztingen 1 E veehtendetiertetingen 2 D | veettende tiieazeingen 3
em
EE rcerenge eatzringen 1 I meandeende riertetingen 2 _
Figuur 3. Schematische voorstelling van rivierterrassen I
4 Berendsen
I! bogemwoming
een opheffingsgebied (Bron: Stouthamer 2020, 306).
2010; De Mulder 2003, 323
Pagina|
12
AM22447
EN
Het Maasdal en de jongste Maasterrassen behoren tot dit gebied.* Het Pleniglaciale laagterras waarop het plangebied zich bevindt werd afgezet tijdens het Weichselien (circa
115000 tot 11.7.000 jaar geleden), aan het eind van het Pleistoceen. Het
huidige landschap is in die periode voor een groot deel gevormd.
Er ontstond een steeds kouder en droger klimaat.* In deze
periode breidde het landijs zich sterk uit in Europa. Gedurende het grootste deel van het Weichselien was de bodem Tijdens
perioden
dat er sprake was
fluvioperiglaciale afzettingen
van
dooí, werd
zijn gevormd
door
en dalen
sneeuwsmelt-
ontstonden.
en regenwater
Volgens
veel sediment
de stroomgordelkaart
van
bevroren.
verspoeld,
Limburg
waarbij
bevindt het
plangebied zich op stroomgordel 838 (Bijlage 5b).7 Deze stroomgordel is gedateerd in circa 20.170 - 12.520 jaar geleden (laatpaleolithicum A)
Volgens de geomorfologische kaart (Bijlage 5) bevindt het plangebied zich op een dalvlakteterras (code SE44). Ten noorden van dit
dalvlakteterras
en
geulranddekzandruggen
parallel
aan
(11B5Syc)
de
Maasloop
aanwezig
met
zijn
langgerekte
sporadische
zones
landduinen
van
(code
dekzandruggen 11L54).
Deze
(code
zijn
11B53yc)
en
zuidwest-noordoost
georiënteerd. Vooral tijdens de tweede helft van het Jonge-Dryas was het klimaat dermate droog dat e zich veel verstuivingen voordeden. Vanaf circa 400 meter ten oosten - zuidoosten en ook ten noordwesten en noordoosten van het plangebied komen verschillende restgeulen voor (code 22R43). Dit zijn relicten van verlate rivierbeddingen, die achterbleven nadat de loop van de
rivier op natuurlijke of antropogene wijze werd afgesneden van het riviersysteem. Een van die restgeulen bevindt zich op circa 400 meter ten oosten van het plangebied.
Het i onduidelijk tijdens welke periode deze restgeul watervoerend was en of het
plangebied binnen de onmiddellijke overstromingsvlakte van deze loop lag In de omgeving van Kessel zijn vijf verschillende terrasniveaus aanwezig.
Het Pleniglaciale dekzandterras bevindt zich ten
noorden en werd gevormd tijdens het Weichselien (circa 40.000 tot 20.000 jaar geleden).
De dalvlakteterrassen ten zuiden van
het plangebied dateren uit het Bolling-interstadiaal (circa 12.500 tot 12.200 jaar geleden) en het Jonge Dryas (circa 10.600 tot
10.200 jaar geleden). * Op het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland
(AHN3; Bijlage 7)!° is duidelijk het hoogteverschil zichtbaar tussen
het hoger gelegen Pleniglaciale terras (gelegen op circa 28.8 meter +NAP), het terras uit het Laat-Weichselien, (gelegen op circa 25.5 meter +NAP) en de zuidelijk en zuidoostelijk gelegen laagterrassen uit het Bolling-interstadiaal, Allered en Jonge Dryas
(gelegen
op circa
19,9
meter
+NAP).
ontgrondingen plaatsgevonden.'! plangebied
Volgens
de Atlas
van
Limburg
hebben
binnen
en rondom
het plangebied
geen
Het maaiveld ligt op het plangebied varieert tussen de 25,53 en 25,84 meter +NAP. Het
loopt globaal gezien in noordoostelijke richting op. Ook is een grondwal aanwezig in het centrale deel van het
plangebied. De maaiveldhoogte ligt hier op gemiddeld 26,28 tot 26,58 meter +NAP.
5 Berendsen 2008: p91 6 Berendsen 7 K.M.
2008, 185; Stouthamer, Cohen
Cohen, E. Stouthamer,
HJ.
Pierik,
en Hoek 2015, 205.
A.H. Geurts, Channel belts n the Rhine-Meuse Delta, 2012
8 Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (Wageningen University & Research 2021), toelichting op de legenda 9 Cohen et al, 2012 10 Actueel Hoogtebestand Nederland www.ahn.nl 11 Atlas Limburg via https//portal.prvimburg.nl/iewer/app/default
Pagina|
13
AM22447
EN
|32
Landschappelijke situatie - bodem
Volgens de bodemkaart (Bijlage 6)!? worden binnen het plangebied hoge bruine enkeerdgronden (code bEZ23) verwacht. Deze bodems worden lithografisch gekenmerkt door lemig fijn zand.
Het meest zuidelijk gelegen deel van het plangebied is niet
gekarteerd wegens verharding en bebouwing. Hier wordt hetzelfde bodemtype verwacht. Bij enkeerdgronden is sprake van een eerdlaag of plaggendek.
Dit (plaggen)dek i ontstaan doordat in sommige
vanaf de ate middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. maken, werden plaggen met de mest van het vee vermengd plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. cm.
gevallen al
Om de grond vruchtbaarder te
en op de akkers uitgespreid. In de loop der tijd is hierdoor een
De totale dikte van het plaggendek is bij de enkeerdgronden meer dan 50
De bouwvoor (Aap-horizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het plaggendek
(Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Dergelijke cultuurdekken kunnen een beschermende werking hebben voor de potentieel aanwezige archeologische lagen. De hoge enkeerdgronden betreffen de oudste opgehoogde gronden, die over het algemeen op de hogere dekzanden liggen. De lage
enkeerdgronden
werden
pas
later in gebruik
grondwaterstand was de sterke ophoging
genomen
met plaggen
vanwege
de lagere
ligging
in het beekdal.
Door
de hogere
niet alleen noodzakelijk voor de bemesting maar ook om de nattere
gronden toegankelijk te maken. De kans bestaat dat er onder het plaggendek nog een restant van het oorspronkelijke bodemprofiel wordt aangetroffen.
Dit
hoeft echter niet zo te zijn, zoals vaker blijkt bij archeologisch onderzoek in bijvoorbeeld het oosten van Noord-Brabant. Indien sprake i geweest van een snelle ophoging, dn zou men onder het plaggendek nog een intacte A-horizont kunnen vinden. Deze laag onderscheidt
zich door een hoger
humusgehalte
en een
meer
donkere
kleur.
Echter,
door verploeging
zijn vaak
de
oorspronkelijke A- en E-horizont meestal reeds opgenomen in het plaggendek. Wanneer de verstoring dieper reikt, kan een deel van de C-horizont zijn afgetopt. Indien de oorspronkelijke bodem BC-
bestaat uit een podzolbodem kunnen op een dieper niveau nog (restanten van) een B- en/of
horizont voorkomen.
Grondwatertrop De gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld gemiddelde
grondwaterstanden
die
op
de
lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap
bodemkaart
staan
aangegeven.
Dit
betekent
dat
de
(GWT) VII. Dit zijn de gemiddeld
hoogste
grondwaterstand ligt tussen 80 en 140 centimeter onder maaiveld. De gemiddeld laagste grondwaterstand is meer dan 160 centimeter onder
het maaiveld.
Deze lage grondwaterstand
zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden
voor eventueel
aanwezige organische resten.
12 Alterra
2021
Pagina |
14
AM22447
EN
|33 _ Bewoningsgeschiedenis — historisch overzicht De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Kessel. De dekzandruggen en landduinen in het noorden van het plangebied waren interessante bewoningsplaatsen vanaf de jager-
verzamelaars (zie ook paragraaf 3.4).!3 Vanaf de 1° eeuw voor Christus werden door het Romeinse rijk verschillende heerbanen aangelegd. De Romeinse nederzettingen Tongeren werd via Maastricht verbonden met Nijmegen. Verschillende Limburgse plaatsen, waaronder Kessel, zouden volgens
deze kaart en 19°-eeuwse bronnen langs een Romeinse heerbaan hebben gelegen.'* Een door RAAP uitgevoerd bureauonderzoek en verwachtingskaart laat zien dat de 19°-eeuwse reconstructie van de loop van de heerbaan onvoldoende betrouwbaar is.! De eerste echte historische vermelding naar Kessel betreft het 12° -eeuwse plaatsje de Cassele. Reeds in de 10° eeuw (omstreeks
950 na Christus) werd in een vervalst document verwezen naar loco Cassallo.' Met dat document zou koning Otto I munt- en marktrecht aan de plaats geschonken hebben. De naam Kessel is ontleend aan het Latijnse castellum, dat verwees naar een klein Romeins militair kamp of fort waar hulptroepen van het Romeinse leger verbleven. In de Romeinse tijd ontstond Kesselop de strategische gelegen locatie nabij de Maas.
Later groeide de nederzetting uit tot een
commercieel centrum. Kessel is een typische kasteelnederzetting. De economische basis van het kasteel en het dorp in de late
middeleeuwen was de tol op de scheepvaart op de Maas.
De kerk, het kasteel en het marktplein vormden één entiteit.7 In de
middeleeuwen stond het kasteel Kessel (de Keverberg) bekend als de residentie van de graaf van het Land van Kessel. De burcht
was tot 1279 de zetel van de graven of 'drossaarden’ van Kessel!*Dit graafschap reikte tot aan Venray en Wanssum. De burcht s opgebouwd op een motte op de Maasoever'* Nadat het graafschap in 1279 aan Gelre werd verkocht, ontstond het Ambt Kessel waartoe 18 heerlijkheden toe behoorden, gelegen tussen de Maas, de Peel, Venray en Kessel:9 Tijdens de Tweede
Wereldoorlog
zijn enkele tientallen huizen vernield in Kessel. Het kasteel van Kessel werd door brand
vernield en in 1945 tot een ruïne gebombardeerd.?! Tot in 2015 bleef het kasteel een ruïne, waarna het gerestaureerd werd. In de periode 1940-1945 hebben meerdere vliegtuigcrashes plaatsgevonden in en rondom Kessel. In 1942 vond een crash plaats ter plaatse van Kessel-Eik.
Er zijn geen aanwijzingen van oorlog gerelateerde activíteiten binnen het plangebied, maar dit is niet
uit te sluiten.2?
13 Archis3 (geraadpleegd op Archis 3 - zoeken (cultureelerfgoed.nl) 2022
14.A, Ort, Oude wegen en landweren in Limburg en aangrenzende gewesten Leiden (1884); M. Janssens De Romeinse weg op de westoever van de Maas. Van Ittervoort tot Geysteren. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, verwachtingskaart en Plan van Aanpak (RAAP-rapport 2090, 2011), 22.:/. Habets, Publications de la Societé Historique et Archéologique dans Ie Limbourg; Braat, W.C. Overblijfselen uit de Romeinschen tijden bij Hout en Holt-Blerik, Oudheidkundige mededelingen uit het Rijksmuseum van oudheden te Leiden 17, 49-50. 15 Janssens
2011.
16 G van Berkel en K. Samplonius Nederlandse plaatsnamen herkomst en historie (2007) 17 Renes 1999, 250.
18 J.Th.H.
De Win en Dr. J.6.M.
Renaud
'Kastelen’ n Limburg
19 Waar het nu de historie tot even wekt https//kasteeldekeverberg.nl 20 Hupperetz ea. 2005, 175-176. 21 Van Blankenstein 2006, 127
22 Auwerda en Grimm
2008 (Verliesregisters 1939 tot en met 194).
Pagina|
15
AM22447
EN
|34 _ Bewoningsgeschiedenis archeologische waarden Op de leidende Archeologische Overzichts- en Verwachtingskaart van de gemeente Peel en Maas geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting.?* Deze verwachtingszone correspondeert met de verwachtings- en beleidszones (Waarde Archeologie 4) op de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas (herziene editie 2015)* In de omgeving waarnemingen
van
het plangebied
geregistreerd.
(binnen een
Er bevinden
straal van
zich binnen
1 km) zijn volgens
deze straal meerdere
de gegevens
archeologische
bevinden zich bijna uitsluitend op de dalvlakteterrassen. Op de Jonge Dryas-terrassen
uit Archis3 verschillende
monumenten.
De meldingen
zijn vrijwel geen vondsten teruggevonden.
Het overgrote deel van de meldingen zijn gedaan binnen de grenzen van de bebouwing, met name n de historische dorpskern Kessel Daarnaast zijn er ook verschillende vondstmeldingen gedaan op de akkerlanden rondom Kessel en n het nabije Broek ten noorden van het plangebied (zie Bijlage 3, Bijlage 4 en Tabel 1. Monumentnummer 16.312
Op een afstand vanaf 160 meter ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een terrein die bewoningssporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd bevat. Het betreft de historische kern van Kessel Het kasteel de Keverberg situeert zich binnen dit terrein. Het monument bevat verschillende archeologische vondstmeldingen (zie Tabel 1. Monumentnummer
16313
Op circa 400 meter ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich een terrein met hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met bewoningsporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het betreft een cluster van oude bebouwing van
Het Veer.
Monumentnummer
8668
Op circa 670 meter ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een terrein met hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met sporen van bewoning (vuursteenvindplaats) uit het laat-paleolithicum en mesolithicum.
Een deel van het terrein
is aspergeveld is geweest. Het terrein maakt deel uit van een rij min of meer aaneensluitende monumenten, gelegen op een langgerekte (geulrand)dekzandrug (waaronder ook monumentnummer 8669, 8670 en 8671).
Monumentnummer
8669
Op circa 4730 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een terrein met hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein
met
sporen
van
bewoning
(vuursteenvindplaats)
uit
het mesolithicum
en
neolithicum
en
sporen
van
begraving
(2angeploegd urnenveld) uit de late bronstijd en ijzertijd.
Monumentnummer
8670 en 8671
Op circa 900 meter ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een terrein met hoge archeologische waarde. Terrein met sporen
van
begraving
(urnenveld)
uit
de
vroege
ijzertijd
(monumentnummer
8670).
Direct
oostelijk
aangrenzend
(monumentnummer 8671) werden met een 'prikstok’ nog meer urnen gevonden.
23 The Missing Link 2012, Kaartbijlage II — Archeologische overzicht- en verwachtingskaart gemeente Peel en Maas. 24 The Missing Link 2012,
Kaartbijlage II
- Archeologische beleidskaart gemeente
Peel en Maas,
(herzien 29 juni 2015)
Pagina |
16
AM22447
EN
Onderzoeken binnen het plangebied Zaakidentificatie 5105521100
Het noordelijk deel van het plangebied ligt binnen het onderzoeksgebied. Het betreft een bureauonderzoek uitgevoerd in 2021 door Antea Group. De aanleiding betrof de aanleg van een elektriciteitskabel tussen Kessel en Kesseleik.
De resultaten staan
(nog) niet in Archis of DansArchaeology vermeld.
Zaakidentificatie 26601100 In 2011
is door
RAAP
een bureauonderzoek
met archeologische verwachtingskaart opgesteld
voor een gebied
langs de
westoever van de Maas. De nadruk lag daarbij op het bestuderen en in kaart brengen van de [oop van een Romeinse heerbaan door het gebied. Zij concludeerden dat 19°-eeuwse bronnen over de loop onvoldoende betrouwbaar zijn. Ook formuleerden zij een veldwerkmethodologie
voor het opsporen
van
Romeinse
wegdelen.
Voor
het traject Kessel
- Kesseleik adviseren
zij
booronderzoek/sondering en gravend onderzoek. In de onmiddellijke omgeving van het plangebied, nabij en binnen de historische kern van Kessel, liggen meerdere planlocaties van bovenvermeld bureauonderzoek en verwachtingskaart van RAAP Archeologisch Adviesbureau.
Onderzoeken in de omgeving van het plangebied Enkele relevante archeologische onderzoeken in de nabijheid van het plangebied worden hieronder uitgelicht. Zie Tabel 1 voor een overzicht van de meldingen binnen een straal van 1 kilometer. Zaakidentificatie 2869291100 Op circa 250 meter ten zuidoosten van het plangebied, aan de keverbergstraat, is een vondstmelding gedaan van Romeins aardewerk (datum en vinder onbekend). Er is geen verdere informatie bekend in Archis en DansArchaeology. Zoakidentificatie 2852280100 Circa 200 meter ten zuiden van het plangebied, dichtbij
et kasteel de Keverberg, is een vondsmelding gedaan van keramiek en
complexen die dateren uit de Romeinse tijd, [ate middeleeuwen en nieuwe tijd. De keramiek betreft aardewerk, een dakpan en steengoed. De complexen zijn niet nader beschreven.
2113413100
< 250 meter ten
IVO-0
SOB Research (2006). Hoge verwachting _ midden-
zuidoosten
paleolithicum,
geen
bewoning
in
late
nieuwe
tijd.
In
de
ondergrond werden briklagen aangetroffen behorende tot de formatie van Beegden.
Geen
geattesteerd.
gebrek
Wegens
bodemverstorende aan
activiteiten
indicatoren
is
het
plangebied vrijgegeven.
3118762100
Circa 300 meter
_
ten oosten
2869826100
Girca 350 meter
Girca
350 meter
ten noorden
__
Romeins grafveld, aldus Habets, 1881:270-271
_
Romeinse
vondstmelding
_
ten zuidwesten 2919340100
Registratiearcheologische
Registratiearcheologische vondsmelding
_
Registratiearcheologische vondstmelding
bronzen
spiegel
en
Romeins
complextype
het beploegen van een akker kwam
een vuurstenen
onbepaald. _
Tijdens
'West-Europese”
in
het
bijl aan het oppervlak waarvan
vroeg-neolithicum
B
tot
de datering
laat-neolithicum
wordt
geplaatst. Geen datum of naam van vinder.
Pagina|
17
AM22447
2104877100
Circa ten
400
meter
Synthegra
IVO-0
BV (2006).
Romeins
oosten
Verwachtingsmodel
middelhoog
voor
door
mate
en middeleeuws, teruggeschroefd
van verstoring.
hoge
In de ondergrond werd een dunne A-horizont
aangetroffen, het verwachte esdek ontbrak.
Ook een restant
van een radebrikgrond is aangeboord. 4988721100
Circa ten
440
meter
Archeologische begeleiding
RAAP
Archeologisch
Adviesbureau
baggerwerkzaamheden
zuiden
(202I).
in de maas zijn onderdelen
kasteel de Keverberg aan het licht gekomen.
de
Tweede
Wereldoorlog
bodemprofiel
is consequent
Onder
de
_ Tijdens
rivierafzetting
werd
ook
een
het
aangetroffen.
opgehoogd
werd
van
Een Kazemat uit
Het
en
verrommeld
lichtbruin
kleipakket
aangetroffen (jonge blauw geulafzettingen) 2248377100
Circa ten
2369261100
450
meter
Econsultancy BV (2009).
Bureauonderzoek
Minder
dan
Geen nadere informatie beschikbaar
n Archis en DansArchaeology.
westen
500
meter ten zuiden,
Definitief rapport
Econsultancy BV voerde in 2012 op verschillende locaties in
verstoringenkaart
de gemeente Peel en Maas, waaronder binnen de historische dorpskern
oosten
van
Kessel,
bodemonderzoeken
verstoringenkaart
van
onderzoek
aandacht
werd
de
verschillende gewassen bodemprofielen,
gemeente
uit
om
op
te
stellen.
geschonken
aan
de
een In
dat
teelt
van
en aangetroffen verstoringssporen in
Veel verschillende bodemopbouwen werden
aangetroffen, waaronder esdekken, verstoorde C-horizonten 2384213100
Circa
500 meter
Bureauonderzoek
en
IVO-0
Archeodienst Gelderland BV (2012). Verstoorde bodem n het plangebied.
ten noordwesten
Enkeerdgronden zijn aangetroffen met sporadisch
een intact profiel. Middelhoge verwachting laat-paleolithicum tot
en
met
mesolithicum
biijgesteld
verstoringen. Lage landbouwgemeenschappen.
tot
laag
door
de
verwachting voor Geen archeologisch
vervolgonderzoek werd geadviseerd. 2220099100
Circa ten
4748912100
meter
Bureauonderzoek
en
IVO-0
550
meter
‘Synthegra BV (2008).
perioden.
zuidwesten
Circa ten
500
Bureauonderzoek
zuidwesten
Lage archeologische verwachtingen alle
Geen vervolgonderzoek werd geadviseerd
Econsultancy
(2019).
paleolithicum
tot en
neolithicum
— ijzertijd.
middeleeuwen.
Er
Middelhoge met
verwachting
mesolithicum. Hoge
werd
Lage
verwachting een
laat-
verwachting
Romeins
— late
proefsleuvenonderzoek
geadviseerd. 2114734100
Circa ten
550
meter
Ivo-o
oosten
Synthegra
BV
(2006).
middelhoog
voor
Hoge
verwachting
steentijd, metaaltijden
Romeinse
tijd,
en middeleeuwen.
Lage verwachting voor nieuwe tijd. In de ondergrond trof men radebrikgronden aan.
de
vroege
Vondsten
middeleeuwen
bestaan uit een kogelpot uit
C,
daklei
en
roodbakkend
geglazuurd aardewerk (late middeleeuwen A). 2238698100
Circa ten
600
oosten
meter
Bureauonderzoek
en
IVO-0
Uitbreidend terrein
onderzoek werd
aangrenzend
aan
Schijfweg-Noord in 2009.
door
BAAC
uitgevoerd
op het
bovenstaand
onderzoek
aan
de
Zij troffen daar indicaties voor 16° Pagina|
18
AM22447
X aeres mmilieu ntific
tot
18'-eeuwse
bewoning
aan
in
de
vorm
van
een
een
verzameling
nederzetting/boerderij 2862681100
Registratie archeologische
In
ten noordwesten
vondstmelding
aardewerk
Circa
IVO-o
Circa
800
meter
het
buurtschap
Broek
en vuursteen
werd
in
1967
aangetroffen.
Dateringen
lopen
ver
uiteen (paleolithicum tot en met Romeinse tijd) 2209456100
850
meter
ten zuidwesten
Archeopro
(2010).
Men
vondsten
uit
laat-paleolithicum.
het
poldervaaggronden.
gaf
een
Geen
hoge
verwachting AC
voor
profielen
archeologische
en
_ indicatoren
aangetroffen, waardoor het plangebied werd vrijgegeven. 2862770100
Circa 890
meter
Archeologische veldkartering
ten noordwesten
Tijdens
een
kartering
uit 1967
n Broek
zijn verschillende
oppervlaktevondsten
gedaan
die gedateerd
werden
mesolithicum.
bestaan
uit
schrabbers
Deze
vuurstenen
in het en
geretoucheerde werktuigen 2862608100
Circa
950
meter
ten noordwesten
Registratie archeologische
Vuurstenen
vondstmelding
microgravette werden
artefacten,
waaronder
en punten
aangetroffen.
met
driehoeken,
trapeziums,
geretoucheerde
oppervlakten
Gedateerd
in
het
Tardenoisien
|II
Mogelijk gaat het om een groot vondstcomplex dat afkomstig is van verschillende vindplaatsen. 2870270100
Circa ten
1000
meter
noordwesten
Registratie archeologische
In 1971
werd
in Broek
een
dupondius
van
Marcus
vondstmelding
aangetroffen (december 174 - herfst 175 na Christus).
Aurelius
Tabel 1 Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 1 km rond het plangebied.
Samenvattend kan worden gesteld dat ter plaatse van ten noorden gelegen langgerekte (geulrand)dekzandruggen meerdere vindplaatsen aanwezig zijn, bestaande uit vuursteenvindplaats) uit het mesolithicum en neolithicum en sporen van begraving
uit de late bronstijd
en ijzertijd (monumentnummer
8668,
8669,
8670
en
8671).
Ook
zijn meerdere
bewoningsresten
aangetroffen uit de Romeinse periode en ook uit de periode late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Verder bevinden nagenoeg alle vondstmeldingen
in de omgeving
op de aanwezige dalvlakteterrassen.
Op de Jonge
Dryas-terrassen
zijn vrijwel geen
vondsten teruggevonden.
Pagina|
19
AM22447
EN
|3.5 _ Bewoningsgeschiedenis - historisch kaartmateriaal In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19° eeuw
(1811-1832) (Figuur 4)!is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied en directe omgeving is onbebouwd en ligt binnen verschillende
kleine percelen.
De Schijfweg, of Schiefweg,
is duidelijk zichtbaar en loopt direct ten zuiden van het
plangebied. De ten noorden gelegen Roode Eggenweg heette destijds de Nieuwenweg. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende
Tafels (OAT):* behorende bij het minuutplan, zijn alle percelen als bouwland (akker) in gebruik. Ook op de Tranchotkaart (18021807) is deze situatie aanwezig en is sprake van de ligging in een zone bestaande uit bouwland er is geen bebouwing aanwezig in de directe omgeving. Op de meer recente kaarten uit 1888, 1900, 1950 en 1980 (Figuur 5) i eveneens geen bebouwing zichtbaar. De meest nabij gelegen bebouwing bevindt zich ten westen van het plangebied in het buurtschap Broek.
Na 1950 neemt de dorpsbebouwing
van Kessel geleidelijk in omvang toe in noordelijke richting. 7050
Fiquur 4 Uitsnede van het kadostraal woen.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
minuwtplan
25
www.beeldbank cultureelerfgoed.nl
zijn
vervaardigd
vanaf
1811
en
uit
1811-1832,
met
in
het
Gemeente
Kessel,
sectie
B,
blad
6.
Minuutplans
1812
navolging
van
de
Fransen
in
rood
o.Lv.
bij
benadering
zijn
Napoleon
de
het
plangebied
oorspronkelijke
Bonaparte.
Het
aangegeven
kadastrale
zijn
kaarten
(Bron.
die
grondbeschrijvingen
(kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen 26 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte.
hebben op
Pagina | 20
AM22447
X aeres mmilieu
n historische kaarten
uit de perioden
1888, 1900,
1950 en 1980.
Het pla ngebied is aar nge
Pagina|
21
AM22447
EN
4.
VERWACHTINGSMODEL
Jager-verzamelaars uit het paleolithium en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten loaties
in het landschap gekozen, zogenaamde
gradiëntzones.
in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren
Zij hadden
daarbij ook een voorkeur voor
belangrijk voor drinkwater en de aanwezige
biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Door meerdere verleggingen van de Maas ontstond er een geaccidenteerd landschap waarbij hoge oeverwallen en laaggelegen restgeulen (verlaten meanders van de Maas) zich op korte afstand afwisselden. Het plangebied op een lager gelegen Maasterras dat in het Pleniglaciaal (circa 20.170 - 12520 jaar geleden) gevormd is. Het plangebied maakte n het vroege laat-paleolithicum A onderdeel uit van de actieve riviervlakte van de Maas en was dus geen geschikte vestigingsplaats. De kans is groot dat sporen uit vroegere perioden, indien toch aanwezig in het plangebied
geërodeerd door latere rivieractiviteiten. Op basis van deze
gegevens geldt er een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het midden- en vroege laat-paleolithicum A. Ten tjde van het laat-paleolithicum en mesolithicum lag het plangebied op een hoger gelegen Maasterras en ligt het niet meer binnen een actieve riviervlakte. De hoger gelegen Maasterrassen zijn ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars geweest. In de omgeving van het plangebied het neolithicum. dalvlakteterras.
Deze
bevinden
zijn verschillende steentijdvondsten bekend uit het zich met
name
op en rond de noordelijk gelegen
laat-paleolithicum B, mesolithicum en dekzandruggen,
maar
ook
binnen
het
Om deze redenen wordt een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum B tot en
met het mesolithicum.
Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. In het verleden waren deze afgedekt door
landduinen. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden onder de bovengrond tot in de top van de terrasafzettingen verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. Deze nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren, waarbij
men
een voorkeur had voor hoger en droger gelegen gebieden. Het plangebied ligt op een hoger Maasterras nabij oude Maasgeulen. Mogelijk was de nabij gelegen geul watervoerend ten tijde van de landbouwende
samenlevingen.
In de directe omgeving
van het plangebied,
met een vergelijkbare landschappelijke
Úgging, zijn enige vondsten bekend uit de periode uit het neolithicum, Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Om
deze
reden wordt aangenomen dat het plangebied in een aantrekkelijk deel van het landschap ligt. Op basis van de landschappelijke Úigging geldt er een hoge archeologische verwachting voor de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Resten worden
in de top
van
de dekzand
enof
terrasafzettingen
verwacht
en kunnen
onder
andere
bestaan
uit cultuurlagen,
paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen, of gebruiksvoorwerpen.
Het plangebied ligt aan de Schijfweg-Zuid ten noordwesten van de historische dorpskern van Kessel. Deze straat, die reeds in het begin van de 19° eeuw aanwezig is, bleef tot ver n de 20° eeuw nagenoeg onbebouwd en als bouwtand in gebruik. Pas in de tweede helft van de vorige eeuw heeft bebouwing zich uitgebreid tot in de nabijheid van het plangebied. De bebouwing in de omgeving concentreert zich binnen de bestaande kernen van Kessel en Broek. Op basis van deze gegevens wordt een lage verwachting toegekend aan archeologische vondsten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens
de
verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo'n dek n goede toestand worden aangetroffen. Pagina|
22
AM22447
EN
Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het plaggendek en de eerste bewerking ervan. De top van de C-Horizont, waarin steentijdresten verwacht worden, kan afgetopt of opgebracht worden tijdens deze activiteiten. Wat
betreft eventueel aanwezige
organische
resten
is het afhankelijk hoe diep het grondwater
zit. Bij hoge
enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed. Door de lage grondwaterstand, namelijk een Grondwatertrap van VIl kunnen organische resten vaak enkel n dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten of onder de permanente grondwaterstand bewaard blijven. Verwachte kenmerken vindplaats
midden-
Laag
Resten van kampementen, fragmenten
paleolithicum-laatpaleolithicum A laat-paleolithicumB _ Hoog
vuursteen,
natuursteen,
gebruiksvoorwerpen
- mesolithieum
Geërodeerd door latere rivieractiviteiten van de
Maas Onder de eerdlaag tot in de top van het dekzand en/of terrasafzettingen
(laatjneolithicum
-
_
Hoog
vroege
Nederzettingsresten, fragmenten aardewerk,
_ Onder de eerdlaag tot in de top van het dekzand
natuursteen, gebruiksvoorwerpen
en/of terrasafzettingen
middeleeuwen
latemiddeleeuwen
-
Laag
Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen,
nieuwe tijd
_ Onder het maaiveld
fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, restanten wegen/paden
Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.
Bodemverstoringen en ophogingen Er zijn gegevens van bodemverstoringen binnen het plangebied bekend. Binnen het plangebied heeft een calamiteitssanering plaatsgevonden
na
afloop
van
een
diesellekkage
in 2013
van
een
vrachtauto.
De
locatie
is echter
erg
gering
en
de
ontgravingsdiepte lag op 0,3 meter -mv (Figuur 6). De bebouwing die binnen het plangebied aanwezig
is (pand Schijfweg-Zuid BA uit 1987) heeft lokaal een verstoring van de
ondergrond als gevolg gehad. Op basis van de aangeleverde bouwtekeningen is sprake van een funderingsdiepte van 0,9 meter -mv. Mogelijk is ook verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen). Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 15 november 2022) zijn binnen het plangebied kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd. Het gaat om de zones in het noordelijke deel en het zuidelijke deel van
het plangebied (Figuur 727 In het centrale deel van het plangebied is een U-vormige grondwal aanwezig. Deze ligt als het ware rondom de parkeerplaats (zie ook Figuren 6 en 8). De maaiveldhoogte van deze grondwal bedraagt gemiddeld 26,28 tot 26,58 meter +NAP. Op basis van
bestudering van laat 20° -eeuwse topografische kaarten werd deze grondwal in circa 1990 opgeworpen. De reden en aard van deze grondwal kon niet worden achterhaald.
27 KLIC-nummer
220149455-1
Pagina|
23
AM22447
EN
Figuur 6 Locatie van de camaliteitssanering (rode vlak). De grondwal staat aangegeven met de beige kader (Bron:
BKK Bodemadvies, 13-1-2014)
Figuur 7. Overzicht KLIC-melding binnen het plangebied (Bron: www.kadaster.nl.
Pagina |
24
DEN e o
AM22447
Figuur 8. De aanwezige grondwal binnen het plangebied (Bron: Aangeleverd door ArchAeO (ôhr. . Kortlang) op 27 februari 2023).
Pagina]
25
AM22447
EN
5. |51
VELDWERKZAAMHEDEN _ Algemeen
Het doel van het verkennend
veldonderzoek
door middel van boringen
is het toetsen van de opgestelde
gespecificeerde
archeologische verwachting voor het plangebied (Hoofdstuk 4). Hiertoe zijn op 16 november 2022 in totaal 7 boringen gezet (zie Bijlage 2 en 8). De boringen zijn uitgevoerd
met een Edelmanboor met een diameter van
7 centimeter. De boordiepte
varieerde
maaiveld.
(Archeologische
van
120
tot
250
centimeter
onder
De
boorkernen
zijn
conform
ASB
Standaard
Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 8. De hoogteligging van de boorpunten ten opzichte van NAP i afgeleid van het AHN3 (www.hn.nl.
De maaiveldhoogte is nagenoeg gelijk binnen het plangebied en varieert tussen de 25,53 en 25,84 meter
+NAP.
Er is geen oppervlakte kartering uitgevoerd in verband met de aanwezige begroeiing en verharding
de achtergrond is 6 november20
Pagina|
26
AM22447
Y aeres mmilieu EN
Figuur10. Foto van het noordelijk deel van het plangebied,
5.2
_
kijkende in zuidoostelijke
richting
(Foto:
16 november 2022)
Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw
De top van de bodem wordt, met uitzondering van boring 6, gevormd door een zwak tot matig humeus, matig siltig, matig fijn zand. Dit pakket heeft een donker bruingrijze kleur. In boringen 3 en 7 wordt dit pakket gekenmerkt door baksteen, grind en puin. De dikte van het humeuze zandpakket varieert van circa 30 tot 65 centimeter.
In boring 7 kon de dikte van dît pakket niet
worden vastgesteld vanwege de aanwezigheid van een ondoordringbare laag. In boring 6 is de humeuze circa 70 centimeter
dikke sterk baksteen-
en puinhoudende
grindlaag
en een
circa 70 centimeter
zandlaag onder een
matig grove, grijsbeige
zandlaag.
De natuurlijke ondergrond bestaat uit matig siltig, matig fijn zand. Het zand is (matig) goed gesorteerd en goed afgerond.
Met
uitzondering van boring 6, wordt de top van de natuurlijke ondergrond gevormd door een donker beige zandlaag die geleidelijk overgaat in de licht beigegeel) zand.
In boring 6 is de overgang de het humeuze zandpakket naar de natuurlijke ondergrond
scherp. De top van de natuurlijke ondergrond is aangetroffen op circa 30 tot 60 centimeter onder maaiveld. Dit kom overeen met circa 24,91 tot 25,23 meter +NAP. Ter plaatse van boring 6 ligt dit pakket beduidend dieper, op circa 160 centimeter onder maaiveld (circa 24,24 meter +NAP)
Pagina|
27
AM22447
Y aeres mmilieu EN
Ap:hor
|5.3 _ Interpretatie Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van
Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit zwak siltig matig fijn, matig tot goed gesorteerd zand. Het dekzand is afgezet tijdens het Laat-Glaciaal (circa 14.700 tot 11.700 jaar geleden).
De top van de natuurlijke ondergrond bevindt zich op
een diepte van circa 30 tot 65 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 2491 tot 25,23 meter +NAP.
De diepteligging van de top van de natuurlijke ondergrond
komt ook globaal gezien overeen met de huidige
maaiveldhoogte. Binnen het bereik van de boringen zijn geen terrasafzettingen aangetroffen. In boring 6 ligt de top van de natuurlijke ondergrond beduidend dieper, circa 160 centimeter onder maaiveld (circa 24,24 meter +NAP). Gezien de afwezigheid van een B- of BC-horizont en de diepe ligging van de A-horizont vanaf 140 centimeter onder
maaiveld, al hier sprake zijn van een diepgaande verstoring.
De aard van deze diepgaande verstoring i niet duidelijk
De top van de bodem wordt in het plangebied, met uitzondering van boring 6, gevormd door een circa 30 centimeter dikke moderne ploeglaag (Ap-horizont). horizont).
Hieronder
ligt, met
Hieronder volgt een circa 15 tot 35 centimeter dikke antropogeen opgebracht pakket (Aa-
uitzondering
van
boring
6, het weinig
veranderd
uitgangsmateriaal
(C-horizont)
met
een
Pagina|
28
overgangszone tussen de B- en C-horizont, de BC-horizont. In boring 6 bestaat de bodemopbouw uit een scherp AC-bodemprofiel
AM22447
EN
|54 _ Archeologische indicatoren Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek
met boringen, is gelet op de aanwezigheid van archeologische
indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Tijdens het onderzoek zijn dergelijke indicatoren echter niet aangetroffen.
Pagina |
29
AM22447
EN
6. CONCLUSIE \ 61
Algemeen
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat in een groot deel van het plangebied een (deels) intact bodemprofiel aanwezig is. De natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand
bestaat uit zwak siltig matig fijn, matig tot goed gesorteerd zand. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van circa 30 tot 65 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 24,91 tot 25,23 meter +NAP. In boring 6 ligt dit beduidend lager, op circa 160 centimeter onder maaiveld (circa 24,24 meter +NAP).
In een groot deel van het plangebied zijn (deels) intacte bodems aangetroffen. In deze boringen is een BC-horizont aangetroffen. Het podzolprofiel is dus afgetopt maar de aanwezigheid van de BC-horizont blijft de archeologische verwachting gehandhaafd (hoog — laat-paleolithicum A - vroege middeleeuwen en laag - late middeleeuwen - nieuwe tijd).
Alleen ter plaatse van boring 6 is sprake van een AC-profiel. De scherpe overgang naar de diep gelegen C-horizont is mogelijk het gevolg van een egalisatie en/of grondverbetering
binnen
het plangebied.
Het betreft hier een plaatselijke diepgaande
verstoring, waarbij de omvang bij het verkennend veldonderzoek middels boringen niet vastgesteld kan worden. De boringen van het milieukundig booronderzoek die binnen dit deel (parkeerplaats) zijn gezet, vertonen een gelijkaardig beeld als boring 6 waarbij sprake is van een puinhoudende toplaag van tenminste 70 centimeter dik met daaronder een humeuze zandlaag.
62
_
Beantwoording
onderzoeksvragen
e
Iser sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?
e
Ja. In een groot deel van het plangebied is een (deels) intact podzolprofiel aangetroffen. bovenliggende
horizonten zijn door jarenlange
bewerking
van het land opgenomen
Het gaat om de BC-horizont. De in het bovenliggende pakket. Het
opgebrachte (plaggen)dek heeft een conserverende werking op de eventueel aanwezige archeologische resten.
« _ In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? In een groot deel van het plangebied is de podzolbodem deels intact. Er zijn resten van een BC-horizont aangetroffen.
« _ Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten
door de voorgenomen bodemingrepen? Eventueel aanwezige archeologische resten worden verwacht onder de A-horizont. Deze wordt vanaf 30 centimeter onder maaiveld aangetroffen. Ten tijde van dit onderzoek is de precieze einddiepte en locatie van de toekomstige ingrepen niet bekend. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen ter een negatieve impact hebben en kunnen resulteren in de aantasting van eventueel aanwezige archeologische resten.
Pagina |
30
AM22447
EN
7.
AANBEVELINGEN
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat binnen in een deel van het plangebied enkeerdgronden aanwezig zijn. In een groot deel van het plangebied is een (deels) intact bodemprofiel aanwezig Daardoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde
archeologische
verwachting
(hoog
voor
laat-paleolithicum
A
-vroege
middeleeuwen
en
laag
voor
late
middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd.
Ter plaatse van boring 6 (parkeerplaats) is sprake van een diepgaande verstoring. Het is niet duidelijk wat de aard van deze bodemverstoring is en of er direct een relatie kan worden gelegd met de omliggende grondwal die middels grondverbetering is opgeworpen. Dit kan echter wel een mogelijkheid zijn, maar hieromtrent kan echter geen concreet antwoord op worden gegeven. De boringen van het milieukundig
booronderzoek die rondom
binnen
de parkeerplaats zijn gezet, vertonen
puinhoudende toplaag van tenminste 70 centimeter dik met daaronder een humeuze zandlaag.
eveneens
een
Ter plaatse zal de toplaag dus
zijn verstoord, maar kunnen op een dieper niveau (vanaf 70 centimeter onder maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen derhalve een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humus houdende bovengrond
(vanaf
30
centimeter
beneden
maaiveld)
archeologische
resten
aanwezig
zijn. Wanneer
er graafwerkzaamheden
gaan
plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd.
Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PVE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas). De resultaten van dît onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen.
Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet
betekent dat al bodemverstorende of voorbereidende activiteiten ondernomen
kunnen worden.
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en de conventionele methoden. Het doel van dit onderzoek is
het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.
Pagina|
31
AM22447
EN
LITERATUURLIJST Auwerda, F/ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorl0g, Den Haag.
Bakker, de, H. 1966: 'De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen.
Bakker, de, H./J. Schelling, 1989: Systeem van bodemelassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, HJ.A, 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, HJ.A, 2011:
De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen.
Berendsen, H.A, 2005: Landschappelijk Nederland, Assen.
Berendsen, HJ.A/E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio's, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E, 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 - 1945), Zeist. BKK
Bodemadvies, 13-1-2014: Rapportage milieukundige begeleiding calamiteitsanering met dieselolie binnen het halfverharde
gemeentelijke parkeerterrein aan de Schijfweg-Zuid te Kessel, Meijel (projectnummer 14003.BKK). Braat, W.C, 1936: 'Overblijfselen uit de Romeinschen tijden bij Hout en Holt-Blerik in: Oudheidkundige mededelingen uit het Rijksmuseum van oudheden te Leiden 17, 49-50 Cate, ten, J. A M/ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ . Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschrijten. DeelA: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Cohen, K.M,
Centrum. Technisch Document 19A.
E. Stouthamer, HJ. Pierik, A.H. Geurts, Channel belts n the Rhine-Meuse Delta (Utrecht, 2012)
Hiddink, H./ H. Renes, 2007:'De oude akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van
Limburg’,
in: Van Doesburg ea. (red.), 2007: Essen in zicht: Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid, Amersfoort
(RCE) Janssens, M, 2011: De Romeinse weg op de westoever van de Maas. Van Ittervoort tot Geysteren. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, verwachtingskaart en Plan van Aanpak, Weesp (RAAP-rapport 2090) Mulder,
de,
EJ.F/
M.C.
Geluk/
I.
Ritsema/
W.E.
Westerhoff/
T.E.
Wong,
2003
(red):
De
ondergrond
van
Nederland.
Groningen/Houten. Past2Present, 2011: Beleidsplan archeologie, Gemeente Peel en Maos, Amersfoort. Renes, J, 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en MiddenLimburg, Leeuwarden (Maaslandse Monografieën 9).
Pagina|
32
AM22447
EN
Rensink, E/ HJ.T. Smeets/ M. Kosian/ H. Feiken/ B.!. Smit, 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Amersfoort.
SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda.
Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 58 Oost Tilburg, Wageningen. Stouthamer, E/ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. Sueur, C en K.M. van Dijk, 2012: Gemeente Peel en Maas; archeologische overzichts- en verwachtingskaart, Amersfoort (ACVUHBS/Buro de Brug BV/The Missing Link). TNO, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www-dinoloket.nl). Win, de, J.Th.H/ J.G.N. Renaud, 1978: Kastelen in Limburg, Hoensbroek
(Stichting Limburgse Kastelen).
Zonneveld, .S. 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.
Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl
RCE, Archis3, zoeken & vinden)
www‚bagviewer.kadaster.nl
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)
www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Kadastraal minuutplan
www.cultureelerfgoed.nl
Bronnen en kaarten
www kasteeldekeverberg.nl
Kasteel de Keverberg
www.pdok.nl
Basisregistratie Grootschalige Topografie (2019), kadaster.