CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-064 16 Toelichting - Bijlage 9 - Archeologisch bureau- en verkennend onderzoek (geanonimiseerd)

Raad 23 april 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Woningbouw Antoniushof te Kessel” (Ontwikkeling vrachtwagenparkeerplaats) (2024-064)10.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ydrologie, ecologie

RAPPORT

Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Schijfweg-Zuid (ong;) te Kessel (Gemeente Peel en Maas)

AM22447

X aeres mmilieu

RAPPORT

Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Schijfweg-Zuid (ong.) te Kessel (Gemeente Peel en Maas) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN

Nummer

AM22447

Concept (versie 3) 2214-5656

: 5 juni 2023

Datum

Opdrachtgever

Reland

Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen

Opsteller rapport

(geanonimiseerd)

Paraaf

(geanonimiseerd)

Redactie

Paraaf

(geanonimiseerd)

Vrijgave Paraaf

Aeres

Milieu

Noordhoven 6042

NW

( 0475

B.V. 4

ROERMOND

- 320 000

e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

4002 + 4003 Disclaimer

Het onderzoek is op zorgvuldige richtlijnen en protocollen)

wijze uitgevoerd

volgens

de algemeen

gebruikelijke

inzichten

en methoden

(opzet conform

de geldende

Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd

volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Pagina|

2

AM22447

N

SAMENVATTING..…ee ADMINISTRATIEVE 1.

.…

INLEIDING

2

WERKWIJZE. 21 22

_

31

_

3.

10

Inleiding.. Verkennend veldonderzoek door middel Van OTINgen

e

z

10

BUREAU-ONDERZOEK

32

33 34 35 4

landschappelijke Situatie - geOmorfOlOgie .…. Landschappelijke situatie - bodem.

_ _ _

Bewoningsgeschiedenis — historisch overzicht… Bewoningsgeschiedenis - archeologische waarden Bewoningsgeschiedenis - historisch kaartmateriaal.

VERWACHTINGSMODEL

5.

…

22

VELDWERKZAAMHEDEN. 51 52 53 524

6

GEGEVENS

d

CONCLUSIE.

61

62

7.

26

_ Algemeen.… _ Fysisch geografische beschrijving van de bOdemMOpbOUW z _ Interpretatie… ArCHOLOGSC dICA

27 z

29

a

MGEMeen

e

ZÛ

_ Beantwoording anderzuaksvragan

30

AANBEVELINGEN …

Bijlagen:

osownsuns

Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Peel en Maas Overzicht geomorfologische kaart

b

_

Stroomgordelkaart Limburg Overzicht

bodemkaart

Reliëfkaart

Boorkernbeschrijvingen

Pagina|

3

AM22447

EN

SAMENVATTING Op

16 november

2022

is door Aeres

Milieu een

archeologisch

Schijfweg-Zuid te Kessel (gemeente Peel en Maas). De aanlei

bureau-

en verkennend

booronderzoek

uitgevoerd

aan de

ing voor het aten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een

bestemmingsplanwijziging ten behoeve van woningbouw, bestaande uit verschillende eengezinswoningen en levensbestendige woningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend. standaard

funderingsdiepte

zonder

onderkeldering

en met een

bodemverstoring

Er wordt vooralsnog uitgegaan van een

van tenminste

0,8 - 1,0 meter

beneden

maaiveld.

De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas in een zone met de Categorie Waarde

— Archeologie

4: Hoge

archeologische

verwachting.

Binnen

het bestemmingsplan

Kernen

Kessel

en

Kessel-Eik

(vastgesteld 2013) geldt eveneens de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht

bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 cm -mv.! Door meerdere verleggingen van de Maas ontstond er een geaccidenteerd landschap waarbij hoge oeverwallen en laaggelegen restgeulen (verlaten meanders van de Maas) zich op korte afstand afwisselden. Het plangebied op een lager gelegen Maasterras dat in het Pleniglaciaal (circa 20.170

- 12.520 jaar geleden)

gevormd

is. Tijdens het vroege

laat-paleolithicum

A was

het

onderdeel van een actieve riviervlakte en vormde geen geschikte vestigingsplaats. Ten tijde van het laat-paleolithicum en mesolithicum vormde het plangebied niet meer de actieve riviervlakte en ligt het op een hoger gelegen Maasterras. De hoger gelegen Maasterrassen zijn ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars geweest. Er geldt een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum, Ook in latere prehistorische perioden zal het plangebied aantrekkelijk voor bewoning zijn geweest. In de directe omgeving van het plangebied, met een vergelijkbare andschappelijke ligging, zijn enige vondsten bekend uit de periode uit het neolithicum, Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen.

Op basis van de landschappelijke ligging geldt er een hoge archeologische verwachting voor de

periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Schijfweg-Zuid ten noordwesten van de historische dorpskern van Kessel. Het plangebied bleef tot

ver in de 20° eeuw onbebouwd en in gebruik als bouwland.

Op basis van deze gegevens wordt een lage verwachting toegekend

aan archeologische vondsten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat binnen in een deel van het plangebied enkeerdgronden aanwezig zijn.

In een groot deel van het plangebied is een (deels) intact bodemprofiel aanwezig.

Daardoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. opgestelde

archeologische

venwachting

(hoog

voor

laat-paleolithicum

A

-vroege

De in het vooronderzoek

middeleeuwen

en

laag

voor

late

middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Ter plaatse van boring 6 (parkeerplaats) is sprake van een diepgaande verstoring. Het is niet duidelijk wat de aard van deze bodemverstoring is en of er direct een relatie kan worden gelegd met de omliggende grondwal die middels grondverbetering is opgeworpen. Dit kan echter wel een mogelijkheid zijn, maar hieromtrent kan echter geen concreet antwoord op worden gegeven.

De boringen van het milieukundig booronderzoek die rondom binnen de parkeerplaats zijn gezet, vertonen eveneens een puin houdende toplaag van tenminste 70 centimeter dik met daaronder een humeuze zandlaag. Ter plaatse zal de toplaag dus zijn verstoord, maar kunnen op een dieper niveau (vanaf 70 centimeter onder maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn

1.

The Missing Link 2012,

Kaartbijlage II - Archeologische beleidskaart gemeente

Peel en Maas, (herzien 29 juni 2015).

Pagina|

4

AM22447

EN

De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen derhalve een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humus houdende bovengrond (vanaf

30

centimeter

beneden

maaiveld)

archeologische

resten

aanwezig

zijn.

Wanneer

er

graafwerkzaamheden

gaan

plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een

Programma van Eisen (PVE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas). De resultaten van dît onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van

de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt

Pagina|

5

AM22447

X aeres mmilieu ADMINISTRATIEVE

GEGEVENS

Projectnummer

:AM22447

OM-nummer

:5308021100

Soort

onderzoek

Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.. boringen

Adres

onderzoekslocatie

Schijfweg-Zuid (0ng. te Kessel

Toponiem

Kessel

Gemeente

Peel en maas

Provincie

:Limburg

Kadastrale registratie

: Gemeente Kessel, sectie E, nummers 800 (gedeeltelijk) 1115 en 1340 (gedeeltelijk)

Coördinaten

: Centraal

201.215; 367.357

NW:

201.144; 367.418

NO:

201.208; 367.478

zw:

201.234; 367.269

zo:

201.284; 367.305

Oppervlakte

Circa 1,1 ha

Huidig locatie gebruik

: Bebouwd, parkeerterrein, grasland, tuin en speeltuin en bebouwd (woonhuis)

Aanleiding onderzoek

: Bestemmingsplanwijziging

Opdrachtgever

:Reland

Bevoegde overheid

emeente

Peel en Maas

Archeologisch Adviseur

(geanonimiseerd)

Opslag documentatie en materiaal

(geanonimiseerd) tot deponering bij provinciaal depot te Noordhoven 4 te N Heerlen/E-depot

Datum uitvoering veldwerk

16 november

2022

Pagina|

&

AM22447

EN

1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie:

Adres onderzoekslocatie

Schijfweg-Zuid (0ng) te Kessel

Gemeente Oppervlakte

Peel en Maas :Circa 11 ha

Huidig gebruik van de locatie

Bebouwd, parkeerterrein, grasland en speeltuin

Toekomstig gebruik

Woningbouw

Dit archeologische onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden

in het veld

zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek

betreft een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van

woningbouw, bestaande uit verschillende eengezinswoningen en levensbestendige woningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 40 cm beneden maaiveld verwacht kan worden. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van tenminste

0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld.

De bevoegde overheid, de gemeente

Peel en Maas, heeft op gemeentelijk niveau een archeologisch

beleid vastgesteld

en

beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente verwachting.

Binnen

het

Peel en Maas

bestemmingsplan

in een zone met de Categorie Waarde Kernen

Kessel

en

KesselEik

- Archeologie 4: Hoge archeologische

(vastgesteld

2013)

geldt

eveneens

de

dubbelbestemming Waarde — Archeologie4. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte

groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 cm -mv. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt (Bijlage 42 Doel

Het doel van het archeologische bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de Locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische

gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.

2

The Missing Link 2012

Kaartbijlage II - Archeologische beleidskaart gemeente

Peel en Maas, (herzien 29 juni 201).

Pagina|

7

AM22447

EN

Het

doel

van

het

aansluitende

verkennend

booronderzoek

is het toetsen

van

het

in

het bureauonderzoek

opgestelde

verwachtingsmodel. Specifiek voor de onderzoekslocatie Schijfweg-Zuid (ong. te Kessel zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd e

Iserssprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?

e _ In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? e _ Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?

Plangebied Het plangebied ligt aan de Schijfweg-Zuid n de bebouwde kom van Kessel. De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. Het plangebied is voor een klein deel bebouwd (pand Schijfweg-Zuid 8A) en bestaat verder uit onverhard parkeerterrein en grasland met speelvoorzieningen en een voetbalveldje. In het westen, noorden en oosten wordt het plangebied begrensd door bebouwing aan respectievelijk Aan de Hagendoorn, Roode Eggeweg en de Sint Ursulahof en in het zuiden door de Schijfweg Zuid.

Antomusmo

Topografische ligging van het planaebied \

AM22447

Kessel

-

Schijfweg-Zuid (ong.)

N

‘

jenda Pangebes

\achtergrond: TOP10 |AL (nov 2016). AHN2

Figuur 1. Topografische ligging van het plangebied met in rode omkadering het plangebied (Bron: www‚pdok.nl).

Pagina|

8

AM22447

AM22447

EN

2.

WERKWIJZE

|21 _ Inleiding Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen.

Deze

bronnen

geven

inzicht in

bekende, of te verwachten, archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.

Archeologische bronnen «

Archeologische Monumentenkaart (AMK)

e _ Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) «

Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas

«

Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)

Bodem- en geomorfologische kaarten e

Bodemkaart (Alterra)

e

Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)

«

Stroomgordelkaart (Woolderink 2018)

e

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)

Historische kaarten

e

Tranchotkaart (1803-1820)

«

Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)

«

Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)

e

Moderne topografische en luchtkaarten (tot 2021)

De Heemkundekring, "Kessels Eigen’, is op 10 november 2022 per e-mail gecontacteerd met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.

22

Verkennend veldonderzoek door middel van boringen Aan

de hand

van

het Plan van Aanpak

(PvA)

en

de Leidraad

Inventariserend

Veldonderzoek’

wordt

een verkennend

booronderzoek met een boordichtheid van 7 boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is verkennend voor alle perioden. Het plangebied

heeft een oppervlakte van

1,1 ha.

Bij het verkennend

veldonderzoek zal daarom

uitgegaan worden

van 7

boringen welke gelijkmatig over het plangebied worden verdeeld, zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van de hoekpunten van de perceelsgrenzen, straten, en aanwezige bebouwing. Vervolgens wordt de hoogte van deze punten

bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).

3Tol

et al.

2012

Pagina | 10

AM22447

EN

Alle boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 centimeter en de boorkernen worden beschreven conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving archeologische

indicatoren zoals fragmenten

5.2), zie Bijlage 8. Hierbij wordt gelet op de aanwezigheid van

keramiek, fosfaatvlekken, houtskoolresten, en verbrande leem. Om deze reden

worden de opgeboorde monsters, waar nodig, verbrokkeld.

Pagina|

11

AM22447

EN

3.

BUREAUONDERZOEK

\ 31

Landschappelijke situatie - geomorfologie

De onderzoekslocatie ligt in het Midden-Limburgse Maasgebied. Het maakt onderdeel uit van een terrassenlandschap langs de Maas.

Het Maasterrassengebied

bestaat uit meerdere

rivierafzettingen

uit verschillende

fasen

van

het Pleistoceen

en het

Holoceen van variërende dikte van enkele meters tot een tiental meters. Tijdens het Kwartair (vanaf circa 1,81 miljoen jaar geleden) zijn deze rivierterrassen van de Maas ontstaan.

Tijdens de koudere perioden (glacialen) verplaatste het water van de

Maas en Rijn zich vlechtend door de riviervlakte. In deze systemen vond er sedimentatie plaats op de vlakte. Doorde toenemende temperatuur tijdens warmere fasen (interglacialen) nam door smeltwater de watertoevoer in het rivierensysteem toe. Hierdoor begon de rivier zich in de reeds afgezette sedimenten n te snijden. Na verloop van rivierpatroon naar één gekoppeld

met

meanderend

tektonische

rivierpatroon. Door de afwisselingen van

activiteiten

in de bodem,

ontstond

een

steeds

tijd veranderde hierdoor het vlechtend

koudere glacialen en warmere dieper

gelegen

riviervlakte

interglacialen

en vormden

zich

opeenvolgende rivierterrassen in het Maasdal (Figuur 3). De omgeving wordt gekenmerkt door zand- en grindrijke bodems en

maakt deel uit van de Formatie van Beegden* | A-

Glaciaal:

brede actieve dalvakte Wechtende rMendakte

8- Interglaciaal: smallere actieve beddinggordel

terrs 1

meanderende Ter

teas 1

- Glaciaal: verbreding

EE vechtende firtztingen 1 E veehtendetiertetingen 2 D | veettende tiieazeingen 3

em

EE rcerenge eatzringen 1 I meandeende riertetingen 2 _

Figuur 3. Schematische voorstelling van rivierterrassen I

4 Berendsen

I! bogemwoming

een opheffingsgebied (Bron: Stouthamer 2020, 306).

2010; De Mulder 2003, 323

Pagina|

12

AM22447

EN

Het Maasdal en de jongste Maasterrassen behoren tot dit gebied.* Het Pleniglaciale laagterras waarop het plangebied zich bevindt werd afgezet tijdens het Weichselien (circa

115000 tot 11.7.000 jaar geleden), aan het eind van het Pleistoceen. Het

huidige landschap is in die periode voor een groot deel gevormd.

Er ontstond een steeds kouder en droger klimaat.* In deze

periode breidde het landijs zich sterk uit in Europa. Gedurende het grootste deel van het Weichselien was de bodem Tijdens

perioden

dat er sprake was

fluvioperiglaciale afzettingen

van

dooí, werd

zijn gevormd

door

en dalen

sneeuwsmelt-

ontstonden.

en regenwater

Volgens

veel sediment

de stroomgordelkaart

van

bevroren.

verspoeld,

Limburg

waarbij

bevindt het

plangebied zich op stroomgordel 838 (Bijlage 5b).7 Deze stroomgordel is gedateerd in circa 20.170 - 12.520 jaar geleden (laatpaleolithicum A)

Volgens de geomorfologische kaart (Bijlage 5) bevindt het plangebied zich op een dalvlakteterras (code SE44). Ten noorden van dit

dalvlakteterras

en

geulranddekzandruggen

parallel

aan

(11B5Syc)

de

Maasloop

aanwezig

met

zijn

langgerekte

sporadische

zones

landduinen

van

(code

dekzandruggen 11L54).

Deze

(code

zijn

11B53yc)

en

zuidwest-noordoost

georiënteerd. Vooral tijdens de tweede helft van het Jonge-Dryas was het klimaat dermate droog dat e zich veel verstuivingen voordeden. Vanaf circa 400 meter ten oosten - zuidoosten en ook ten noordwesten en noordoosten van het plangebied komen verschillende restgeulen voor (code 22R43). Dit zijn relicten van verlate rivierbeddingen, die achterbleven nadat de loop van de

rivier op natuurlijke of antropogene wijze werd afgesneden van het riviersysteem. Een van die restgeulen bevindt zich op circa 400 meter ten oosten van het plangebied.

Het i onduidelijk tijdens welke periode deze restgeul watervoerend was en of het

plangebied binnen de onmiddellijke overstromingsvlakte van deze loop lag In de omgeving van Kessel zijn vijf verschillende terrasniveaus aanwezig.

Het Pleniglaciale dekzandterras bevindt zich ten

noorden en werd gevormd tijdens het Weichselien (circa 40.000 tot 20.000 jaar geleden).

De dalvlakteterrassen ten zuiden van

het plangebied dateren uit het Bolling-interstadiaal (circa 12.500 tot 12.200 jaar geleden) en het Jonge Dryas (circa 10.600 tot

10.200 jaar geleden). * Op het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland

(AHN3; Bijlage 7)!° is duidelijk het hoogteverschil zichtbaar tussen

het hoger gelegen Pleniglaciale terras (gelegen op circa 28.8 meter +NAP), het terras uit het Laat-Weichselien, (gelegen op circa 25.5 meter +NAP) en de zuidelijk en zuidoostelijk gelegen laagterrassen uit het Bolling-interstadiaal, Allered en Jonge Dryas

(gelegen

op circa

19,9

meter

+NAP).

ontgrondingen plaatsgevonden.'! plangebied

Volgens

de Atlas

van

Limburg

hebben

binnen

en rondom

het plangebied

geen

Het maaiveld ligt op het plangebied varieert tussen de 25,53 en 25,84 meter +NAP. Het

loopt globaal gezien in noordoostelijke richting op. Ook is een grondwal aanwezig in het centrale deel van het

plangebied. De maaiveldhoogte ligt hier op gemiddeld 26,28 tot 26,58 meter +NAP.

5 Berendsen 2008: p91 6 Berendsen 7 K.M.

2008, 185; Stouthamer, Cohen

Cohen, E. Stouthamer,

HJ.

Pierik,

en Hoek 2015, 205.

A.H. Geurts, Channel belts n the Rhine-Meuse Delta, 2012

8 Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (Wageningen University & Research 2021), toelichting op de legenda 9 Cohen et al, 2012 10 Actueel Hoogtebestand Nederland www.ahn.nl 11 Atlas Limburg via https//portal.prvimburg.nl/iewer/app/default

Pagina|

13

AM22447

EN

|32

Landschappelijke situatie - bodem

Volgens de bodemkaart (Bijlage 6)!? worden binnen het plangebied hoge bruine enkeerdgronden (code bEZ23) verwacht. Deze bodems worden lithografisch gekenmerkt door lemig fijn zand.

Het meest zuidelijk gelegen deel van het plangebied is niet

gekarteerd wegens verharding en bebouwing. Hier wordt hetzelfde bodemtype verwacht. Bij enkeerdgronden is sprake van een eerdlaag of plaggendek.

Dit (plaggen)dek i ontstaan doordat in sommige

vanaf de ate middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. maken, werden plaggen met de mest van het vee vermengd plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. cm.

gevallen al

Om de grond vruchtbaarder te

en op de akkers uitgespreid. In de loop der tijd is hierdoor een

De totale dikte van het plaggendek is bij de enkeerdgronden meer dan 50

De bouwvoor (Aap-horizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het plaggendek

(Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Dergelijke cultuurdekken kunnen een beschermende werking hebben voor de potentieel aanwezige archeologische lagen. De hoge enkeerdgronden betreffen de oudste opgehoogde gronden, die over het algemeen op de hogere dekzanden liggen. De lage

enkeerdgronden

werden

pas

later in gebruik

grondwaterstand was de sterke ophoging

genomen

met plaggen

vanwege

de lagere

ligging

in het beekdal.

Door

de hogere

niet alleen noodzakelijk voor de bemesting maar ook om de nattere

gronden toegankelijk te maken. De kans bestaat dat er onder het plaggendek nog een restant van het oorspronkelijke bodemprofiel wordt aangetroffen.

Dit

hoeft echter niet zo te zijn, zoals vaker blijkt bij archeologisch onderzoek in bijvoorbeeld het oosten van Noord-Brabant. Indien sprake i geweest van een snelle ophoging, dn zou men onder het plaggendek nog een intacte A-horizont kunnen vinden. Deze laag onderscheidt

zich door een hoger

humusgehalte

en een

meer

donkere

kleur.

Echter,

door verploeging

zijn vaak

de

oorspronkelijke A- en E-horizont meestal reeds opgenomen in het plaggendek. Wanneer de verstoring dieper reikt, kan een deel van de C-horizont zijn afgetopt. Indien de oorspronkelijke bodem BC-

bestaat uit een podzolbodem kunnen op een dieper niveau nog (restanten van) een B- en/of

horizont voorkomen.

Grondwatertrop De gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld gemiddelde

grondwaterstanden

die

op

de

lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap

bodemkaart

staan

aangegeven.

Dit

betekent

dat

de

(GWT) VII. Dit zijn de gemiddeld

hoogste

grondwaterstand ligt tussen 80 en 140 centimeter onder maaiveld. De gemiddeld laagste grondwaterstand is meer dan 160 centimeter onder

het maaiveld.

Deze lage grondwaterstand

zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden

voor eventueel

aanwezige organische resten.

12 Alterra

2021

Pagina |

14

AM22447

EN

|33 _ Bewoningsgeschiedenis — historisch overzicht De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Kessel. De dekzandruggen en landduinen in het noorden van het plangebied waren interessante bewoningsplaatsen vanaf de jager-

verzamelaars (zie ook paragraaf 3.4).!3 Vanaf de 1° eeuw voor Christus werden door het Romeinse rijk verschillende heerbanen aangelegd. De Romeinse nederzettingen Tongeren werd via Maastricht verbonden met Nijmegen. Verschillende Limburgse plaatsen, waaronder Kessel, zouden volgens

deze kaart en 19°-eeuwse bronnen langs een Romeinse heerbaan hebben gelegen.'* Een door RAAP uitgevoerd bureauonderzoek en verwachtingskaart laat zien dat de 19°-eeuwse reconstructie van de loop van de heerbaan onvoldoende betrouwbaar is.! De eerste echte historische vermelding naar Kessel betreft het 12° -eeuwse plaatsje de Cassele. Reeds in de 10° eeuw (omstreeks

950 na Christus) werd in een vervalst document verwezen naar loco Cassallo.' Met dat document zou koning Otto I munt- en marktrecht aan de plaats geschonken hebben. De naam Kessel is ontleend aan het Latijnse castellum, dat verwees naar een klein Romeins militair kamp of fort waar hulptroepen van het Romeinse leger verbleven. In de Romeinse tijd ontstond Kesselop de strategische gelegen locatie nabij de Maas.

Later groeide de nederzetting uit tot een

commercieel centrum. Kessel is een typische kasteelnederzetting. De economische basis van het kasteel en het dorp in de late

middeleeuwen was de tol op de scheepvaart op de Maas.

De kerk, het kasteel en het marktplein vormden één entiteit.7 In de

middeleeuwen stond het kasteel Kessel (de Keverberg) bekend als de residentie van de graaf van het Land van Kessel. De burcht

was tot 1279 de zetel van de graven of 'drossaarden’ van Kessel!*Dit graafschap reikte tot aan Venray en Wanssum. De burcht s opgebouwd op een motte op de Maasoever'* Nadat het graafschap in 1279 aan Gelre werd verkocht, ontstond het Ambt Kessel waartoe 18 heerlijkheden toe behoorden, gelegen tussen de Maas, de Peel, Venray en Kessel:9 Tijdens de Tweede

Wereldoorlog

zijn enkele tientallen huizen vernield in Kessel. Het kasteel van Kessel werd door brand

vernield en in 1945 tot een ruïne gebombardeerd.?! Tot in 2015 bleef het kasteel een ruïne, waarna het gerestaureerd werd. In de periode 1940-1945 hebben meerdere vliegtuigcrashes plaatsgevonden in en rondom Kessel. In 1942 vond een crash plaats ter plaatse van Kessel-Eik.

Er zijn geen aanwijzingen van oorlog gerelateerde activíteiten binnen het plangebied, maar dit is niet

uit te sluiten.2?

13 Archis3 (geraadpleegd op Archis 3 - zoeken (cultureelerfgoed.nl) 2022

14.A, Ort, Oude wegen en landweren in Limburg en aangrenzende gewesten Leiden (1884); M. Janssens De Romeinse weg op de westoever van de Maas. Van Ittervoort tot Geysteren. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, verwachtingskaart en Plan van Aanpak (RAAP-rapport 2090, 2011), 22.:/. Habets, Publications de la Societé Historique et Archéologique dans Ie Limbourg; Braat, W.C. Overblijfselen uit de Romeinschen tijden bij Hout en Holt-Blerik, Oudheidkundige mededelingen uit het Rijksmuseum van oudheden te Leiden 17, 49-50. 15 Janssens

2011.

16 G van Berkel en K. Samplonius Nederlandse plaatsnamen herkomst en historie (2007) 17 Renes 1999, 250.

18 J.Th.H.

De Win en Dr. J.6.M.

Renaud

'Kastelen’ n Limburg

19 Waar het nu de historie tot even wekt https//kasteeldekeverberg.nl 20 Hupperetz ea. 2005, 175-176. 21 Van Blankenstein 2006, 127

22 Auwerda en Grimm

2008 (Verliesregisters 1939 tot en met 194).

Pagina|

15

AM22447

EN

|34 _ Bewoningsgeschiedenis archeologische waarden Op de leidende Archeologische Overzichts- en Verwachtingskaart van de gemeente Peel en Maas geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting.?* Deze verwachtingszone correspondeert met de verwachtings- en beleidszones (Waarde Archeologie 4) op de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas (herziene editie 2015)* In de omgeving waarnemingen

van

het plangebied

geregistreerd.

(binnen een

Er bevinden

straal van

zich binnen

1 km) zijn volgens

deze straal meerdere

de gegevens

archeologische

bevinden zich bijna uitsluitend op de dalvlakteterrassen. Op de Jonge Dryas-terrassen

uit Archis3 verschillende

monumenten.

De meldingen

zijn vrijwel geen vondsten teruggevonden.

Het overgrote deel van de meldingen zijn gedaan binnen de grenzen van de bebouwing, met name n de historische dorpskern Kessel Daarnaast zijn er ook verschillende vondstmeldingen gedaan op de akkerlanden rondom Kessel en n het nabije Broek ten noorden van het plangebied (zie Bijlage 3, Bijlage 4 en Tabel 1. Monumentnummer 16.312

Op een afstand vanaf 160 meter ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een terrein die bewoningssporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd bevat. Het betreft de historische kern van Kessel Het kasteel de Keverberg situeert zich binnen dit terrein. Het monument bevat verschillende archeologische vondstmeldingen (zie Tabel 1. Monumentnummer

16313

Op circa 400 meter ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich een terrein met hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met bewoningsporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het betreft een cluster van oude bebouwing van

Het Veer.

Monumentnummer

8668

Op circa 670 meter ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een terrein met hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met sporen van bewoning (vuursteenvindplaats) uit het laat-paleolithicum en mesolithicum.

Een deel van het terrein

is aspergeveld is geweest. Het terrein maakt deel uit van een rij min of meer aaneensluitende monumenten, gelegen op een langgerekte (geulrand)dekzandrug (waaronder ook monumentnummer 8669, 8670 en 8671).

Monumentnummer

8669

Op circa 4730 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een terrein met hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein

met

sporen

van

bewoning

(vuursteenvindplaats)

uit

het mesolithicum

en

neolithicum

en

sporen

van

begraving

(2angeploegd urnenveld) uit de late bronstijd en ijzertijd.

Monumentnummer

8670 en 8671

Op circa 900 meter ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een terrein met hoge archeologische waarde. Terrein met sporen

van

begraving

(urnenveld)

uit

de

vroege

ijzertijd

(monumentnummer

8670).

Direct

oostelijk

aangrenzend

(monumentnummer 8671) werden met een 'prikstok’ nog meer urnen gevonden.

23 The Missing Link 2012, Kaartbijlage II — Archeologische overzicht- en verwachtingskaart gemeente Peel en Maas. 24 The Missing Link 2012,

Kaartbijlage II

- Archeologische beleidskaart gemeente

Peel en Maas,

(herzien 29 juni 2015)

Pagina |

16

AM22447

EN

Onderzoeken binnen het plangebied Zaakidentificatie 5105521100

Het noordelijk deel van het plangebied ligt binnen het onderzoeksgebied. Het betreft een bureauonderzoek uitgevoerd in 2021 door Antea Group. De aanleiding betrof de aanleg van een elektriciteitskabel tussen Kessel en Kesseleik.

De resultaten staan

(nog) niet in Archis of DansArchaeology vermeld.

Zaakidentificatie 26601100 In 2011

is door

RAAP

een bureauonderzoek

met archeologische verwachtingskaart opgesteld

voor een gebied

langs de

westoever van de Maas. De nadruk lag daarbij op het bestuderen en in kaart brengen van de [oop van een Romeinse heerbaan door het gebied. Zij concludeerden dat 19°-eeuwse bronnen over de loop onvoldoende betrouwbaar zijn. Ook formuleerden zij een veldwerkmethodologie

voor het opsporen

van

Romeinse

wegdelen.

Voor

het traject Kessel

- Kesseleik adviseren

zij

booronderzoek/sondering en gravend onderzoek. In de onmiddellijke omgeving van het plangebied, nabij en binnen de historische kern van Kessel, liggen meerdere planlocaties van bovenvermeld bureauonderzoek en verwachtingskaart van RAAP Archeologisch Adviesbureau.

Onderzoeken in de omgeving van het plangebied Enkele relevante archeologische onderzoeken in de nabijheid van het plangebied worden hieronder uitgelicht. Zie Tabel 1 voor een overzicht van de meldingen binnen een straal van 1 kilometer. Zaakidentificatie 2869291100 Op circa 250 meter ten zuidoosten van het plangebied, aan de keverbergstraat, is een vondstmelding gedaan van Romeins aardewerk (datum en vinder onbekend). Er is geen verdere informatie bekend in Archis en DansArchaeology. Zoakidentificatie 2852280100 Circa 200 meter ten zuiden van het plangebied, dichtbij

et kasteel de Keverberg, is een vondsmelding gedaan van keramiek en

complexen die dateren uit de Romeinse tijd, [ate middeleeuwen en nieuwe tijd. De keramiek betreft aardewerk, een dakpan en steengoed. De complexen zijn niet nader beschreven.

2113413100

< 250 meter ten

IVO-0

SOB Research (2006). Hoge verwachting _ midden-

zuidoosten

paleolithicum,

geen

bewoning

in

late

nieuwe

tijd.

In

de

ondergrond werden briklagen aangetroffen behorende tot de formatie van Beegden.

Geen

geattesteerd.

gebrek

Wegens

bodemverstorende aan

activiteiten

indicatoren

is

het

plangebied vrijgegeven.

3118762100

Circa 300 meter

_

ten oosten

2869826100

Girca 350 meter

Girca

350 meter

ten noorden

__

Romeins grafveld, aldus Habets, 1881:270-271

_

Romeinse

vondstmelding

_

ten zuidwesten 2919340100

Registratiearcheologische

Registratiearcheologische vondsmelding

_

Registratiearcheologische vondstmelding

bronzen

spiegel

en

Romeins

complextype

het beploegen van een akker kwam

een vuurstenen

onbepaald. _

Tijdens

'West-Europese”

in

het

bijl aan het oppervlak waarvan

vroeg-neolithicum

B

tot

de datering

laat-neolithicum

wordt

geplaatst. Geen datum of naam van vinder.

Pagina|

17

AM22447

2104877100

Circa ten

400

meter

Synthegra

IVO-0

BV (2006).

Romeins

oosten

Verwachtingsmodel

middelhoog

voor

door

mate

en middeleeuws, teruggeschroefd

van verstoring.

hoge

In de ondergrond werd een dunne A-horizont

aangetroffen, het verwachte esdek ontbrak.

Ook een restant

van een radebrikgrond is aangeboord. 4988721100

Circa ten

440

meter

Archeologische begeleiding

RAAP

Archeologisch

Adviesbureau

baggerwerkzaamheden

zuiden

(202I).

in de maas zijn onderdelen

kasteel de Keverberg aan het licht gekomen.

de

Tweede

Wereldoorlog

bodemprofiel

is consequent

Onder

de

_ Tijdens

rivierafzetting

werd

ook

een

het

aangetroffen.

opgehoogd

werd

van

Een Kazemat uit

Het

en

verrommeld

lichtbruin

kleipakket

aangetroffen (jonge blauw geulafzettingen) 2248377100

Circa ten

2369261100

450

meter

Econsultancy BV (2009).

Bureauonderzoek

Minder

dan

Geen nadere informatie beschikbaar

n Archis en DansArchaeology.

westen

500

meter ten zuiden,

Definitief rapport

Econsultancy BV voerde in 2012 op verschillende locaties in

verstoringenkaart

de gemeente Peel en Maas, waaronder binnen de historische dorpskern

oosten

van

Kessel,

bodemonderzoeken

verstoringenkaart

van

onderzoek

aandacht

werd

de

verschillende gewassen bodemprofielen,

gemeente

uit

om

op

te

stellen.

geschonken

aan

de

een In

dat

teelt

van

en aangetroffen verstoringssporen in

Veel verschillende bodemopbouwen werden

aangetroffen, waaronder esdekken, verstoorde C-horizonten 2384213100

Circa

500 meter

Bureauonderzoek

en

IVO-0

Archeodienst Gelderland BV (2012). Verstoorde bodem n het plangebied.

ten noordwesten

Enkeerdgronden zijn aangetroffen met sporadisch

een intact profiel. Middelhoge verwachting laat-paleolithicum tot

en

met

mesolithicum

biijgesteld

verstoringen. Lage landbouwgemeenschappen.

tot

laag

door

de

verwachting voor Geen archeologisch

vervolgonderzoek werd geadviseerd. 2220099100

Circa ten

4748912100

meter

Bureauonderzoek

en

IVO-0

550

meter

‘Synthegra BV (2008).

perioden.

zuidwesten

Circa ten

500

Bureauonderzoek

zuidwesten

Lage archeologische verwachtingen alle

Geen vervolgonderzoek werd geadviseerd

Econsultancy

(2019).

paleolithicum

tot en

neolithicum

— ijzertijd.

middeleeuwen.

Er

Middelhoge met

verwachting

mesolithicum. Hoge

werd

Lage

verwachting een

laat-

verwachting

Romeins

— late

proefsleuvenonderzoek

geadviseerd. 2114734100

Circa ten

550

meter

Ivo-o

oosten

Synthegra

BV

(2006).

middelhoog

voor

Hoge

verwachting

steentijd, metaaltijden

Romeinse

tijd,

en middeleeuwen.

Lage verwachting voor nieuwe tijd. In de ondergrond trof men radebrikgronden aan.

de

vroege

Vondsten

middeleeuwen

bestaan uit een kogelpot uit

C,

daklei

en

roodbakkend

geglazuurd aardewerk (late middeleeuwen A). 2238698100

Circa ten

600

oosten

meter

Bureauonderzoek

en

IVO-0

Uitbreidend terrein

onderzoek werd

aangrenzend

aan

Schijfweg-Noord in 2009.

door

BAAC

uitgevoerd

op het

bovenstaand

onderzoek

aan

de

Zij troffen daar indicaties voor 16° Pagina|

18

AM22447

X aeres mmilieu ntific

tot

18'-eeuwse

bewoning

aan

in

de

vorm

van

een

een

verzameling

nederzetting/boerderij 2862681100

Registratie archeologische

In

ten noordwesten

vondstmelding

aardewerk

Circa

IVO-o

Circa

800

meter

het

buurtschap

Broek

en vuursteen

werd

in

1967

aangetroffen.

Dateringen

lopen

ver

uiteen (paleolithicum tot en met Romeinse tijd) 2209456100

850

meter

ten zuidwesten

Archeopro

(2010).

Men

vondsten

uit

laat-paleolithicum.

het

poldervaaggronden.

gaf

een

Geen

hoge

verwachting AC

voor

profielen

archeologische

en

_ indicatoren

aangetroffen, waardoor het plangebied werd vrijgegeven. 2862770100

Circa 890

meter

Archeologische veldkartering

ten noordwesten

Tijdens

een

kartering

uit 1967

n Broek

zijn verschillende

oppervlaktevondsten

gedaan

die gedateerd

werden

mesolithicum.

bestaan

uit

schrabbers

Deze

vuurstenen

in het en

geretoucheerde werktuigen 2862608100

Circa

950

meter

ten noordwesten

Registratie archeologische

Vuurstenen

vondstmelding

microgravette werden

artefacten,

waaronder

en punten

aangetroffen.

met

driehoeken,

trapeziums,

geretoucheerde

oppervlakten

Gedateerd

in

het

Tardenoisien

|II

Mogelijk gaat het om een groot vondstcomplex dat afkomstig is van verschillende vindplaatsen. 2870270100

Circa ten

1000

meter

noordwesten

Registratie archeologische

In 1971

werd

in Broek

een

dupondius

van

Marcus

vondstmelding

aangetroffen (december 174 - herfst 175 na Christus).

Aurelius

Tabel 1 Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 1 km rond het plangebied.

Samenvattend kan worden gesteld dat ter plaatse van ten noorden gelegen langgerekte (geulrand)dekzandruggen meerdere vindplaatsen aanwezig zijn, bestaande uit vuursteenvindplaats) uit het mesolithicum en neolithicum en sporen van begraving

uit de late bronstijd

en ijzertijd (monumentnummer

8668,

8669,

8670

en

8671).

Ook

zijn meerdere

bewoningsresten

aangetroffen uit de Romeinse periode en ook uit de periode late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Verder bevinden nagenoeg alle vondstmeldingen

in de omgeving

op de aanwezige dalvlakteterrassen.

Op de Jonge

Dryas-terrassen

zijn vrijwel geen

vondsten teruggevonden.

Pagina|

19

AM22447

EN

|3.5 _ Bewoningsgeschiedenis - historisch kaartmateriaal In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19° eeuw

(1811-1832) (Figuur 4)!is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied en directe omgeving is onbebouwd en ligt binnen verschillende

kleine percelen.

De Schijfweg, of Schiefweg,

is duidelijk zichtbaar en loopt direct ten zuiden van het

plangebied. De ten noorden gelegen Roode Eggenweg heette destijds de Nieuwenweg. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende

Tafels (OAT):* behorende bij het minuutplan, zijn alle percelen als bouwland (akker) in gebruik. Ook op de Tranchotkaart (18021807) is deze situatie aanwezig en is sprake van de ligging in een zone bestaande uit bouwland er is geen bebouwing aanwezig in de directe omgeving. Op de meer recente kaarten uit 1888, 1900, 1950 en 1980 (Figuur 5) i eveneens geen bebouwing zichtbaar. De meest nabij gelegen bebouwing bevindt zich ten westen van het plangebied in het buurtschap Broek.

Na 1950 neemt de dorpsbebouwing

van Kessel geleidelijk in omvang toe in noordelijke richting. 7050

Fiquur 4 Uitsnede van het kadostraal woen.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

minuwtplan

25

www.beeldbank cultureelerfgoed.nl

zijn

vervaardigd

vanaf

1811

en

uit

1811-1832,

met

in

het

Gemeente

Kessel,

sectie

B,

blad

6.

Minuutplans

1812

navolging

van

de

Fransen

in

rood

o.Lv.

bij

benadering

zijn

Napoleon

de

het

plangebied

oorspronkelijke

Bonaparte.

Het

aangegeven

kadastrale

zijn

kaarten

(Bron.

die

grondbeschrijvingen

(kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen 26 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte.

hebben op

Pagina | 20

AM22447

X aeres mmilieu

n historische kaarten

uit de perioden

1888, 1900,

1950 en 1980.

Het pla ngebied is aar nge

Pagina|

21

AM22447

EN

4.

VERWACHTINGSMODEL

Jager-verzamelaars uit het paleolithium en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten loaties

in het landschap gekozen, zogenaamde

gradiëntzones.

in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren

Zij hadden

daarbij ook een voorkeur voor

belangrijk voor drinkwater en de aanwezige

biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Door meerdere verleggingen van de Maas ontstond er een geaccidenteerd landschap waarbij hoge oeverwallen en laaggelegen restgeulen (verlaten meanders van de Maas) zich op korte afstand afwisselden. Het plangebied op een lager gelegen Maasterras dat in het Pleniglaciaal (circa 20.170 - 12520 jaar geleden) gevormd is. Het plangebied maakte n het vroege laat-paleolithicum A onderdeel uit van de actieve riviervlakte van de Maas en was dus geen geschikte vestigingsplaats. De kans is groot dat sporen uit vroegere perioden, indien toch aanwezig in het plangebied

geërodeerd door latere rivieractiviteiten. Op basis van deze

gegevens geldt er een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het midden- en vroege laat-paleolithicum A. Ten tjde van het laat-paleolithicum en mesolithicum lag het plangebied op een hoger gelegen Maasterras en ligt het niet meer binnen een actieve riviervlakte. De hoger gelegen Maasterrassen zijn ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars geweest. In de omgeving van het plangebied het neolithicum. dalvlakteterras.

Deze

bevinden

zijn verschillende steentijdvondsten bekend uit het zich met

name

op en rond de noordelijk gelegen

laat-paleolithicum B, mesolithicum en dekzandruggen,

maar

ook

binnen

het

Om deze redenen wordt een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum B tot en

met het mesolithicum.

Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. In het verleden waren deze afgedekt door

landduinen. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden onder de bovengrond tot in de top van de terrasafzettingen verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. Deze nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren, waarbij

men

een voorkeur had voor hoger en droger gelegen gebieden. Het plangebied ligt op een hoger Maasterras nabij oude Maasgeulen. Mogelijk was de nabij gelegen geul watervoerend ten tijde van de landbouwende

samenlevingen.

In de directe omgeving

van het plangebied,

met een vergelijkbare landschappelijke

Úgging, zijn enige vondsten bekend uit de periode uit het neolithicum, Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Om

deze

reden wordt aangenomen dat het plangebied in een aantrekkelijk deel van het landschap ligt. Op basis van de landschappelijke Úigging geldt er een hoge archeologische verwachting voor de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Resten worden

in de top

van

de dekzand

enof

terrasafzettingen

verwacht

en kunnen

onder

andere

bestaan

uit cultuurlagen,

paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen, of gebruiksvoorwerpen.

Het plangebied ligt aan de Schijfweg-Zuid ten noordwesten van de historische dorpskern van Kessel. Deze straat, die reeds in het begin van de 19° eeuw aanwezig is, bleef tot ver n de 20° eeuw nagenoeg onbebouwd en als bouwtand in gebruik. Pas in de tweede helft van de vorige eeuw heeft bebouwing zich uitgebreid tot in de nabijheid van het plangebied. De bebouwing in de omgeving concentreert zich binnen de bestaande kernen van Kessel en Broek. Op basis van deze gegevens wordt een lage verwachting toegekend aan archeologische vondsten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens

de

verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo'n dek n goede toestand worden aangetroffen. Pagina|

22

AM22447

EN

Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het plaggendek en de eerste bewerking ervan. De top van de C-Horizont, waarin steentijdresten verwacht worden, kan afgetopt of opgebracht worden tijdens deze activiteiten. Wat

betreft eventueel aanwezige

organische

resten

is het afhankelijk hoe diep het grondwater

zit. Bij hoge

enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed. Door de lage grondwaterstand, namelijk een Grondwatertrap van VIl kunnen organische resten vaak enkel n dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten of onder de permanente grondwaterstand bewaard blijven. Verwachte kenmerken vindplaats

midden-

Laag

Resten van kampementen, fragmenten

paleolithicum-laatpaleolithicum A laat-paleolithicumB _ Hoog

vuursteen,

natuursteen,

gebruiksvoorwerpen

- mesolithieum

Geërodeerd door latere rivieractiviteiten van de

Maas Onder de eerdlaag tot in de top van het dekzand en/of terrasafzettingen

(laatjneolithicum

-

_

Hoog

vroege

Nederzettingsresten, fragmenten aardewerk,

_ Onder de eerdlaag tot in de top van het dekzand

natuursteen, gebruiksvoorwerpen

en/of terrasafzettingen

middeleeuwen

latemiddeleeuwen

-

Laag

Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen,

nieuwe tijd

_ Onder het maaiveld

fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, restanten wegen/paden

Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.

Bodemverstoringen en ophogingen Er zijn gegevens van bodemverstoringen binnen het plangebied bekend. Binnen het plangebied heeft een calamiteitssanering plaatsgevonden

na

afloop

van

een

diesellekkage

in 2013

van

een

vrachtauto.

De

locatie

is echter

erg

gering

en

de

ontgravingsdiepte lag op 0,3 meter -mv (Figuur 6). De bebouwing die binnen het plangebied aanwezig

is (pand Schijfweg-Zuid BA uit 1987) heeft lokaal een verstoring van de

ondergrond als gevolg gehad. Op basis van de aangeleverde bouwtekeningen is sprake van een funderingsdiepte van 0,9 meter -mv. Mogelijk is ook verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen). Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 15 november 2022) zijn binnen het plangebied kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd. Het gaat om de zones in het noordelijke deel en het zuidelijke deel van

het plangebied (Figuur 727 In het centrale deel van het plangebied is een U-vormige grondwal aanwezig. Deze ligt als het ware rondom de parkeerplaats (zie ook Figuren 6 en 8). De maaiveldhoogte van deze grondwal bedraagt gemiddeld 26,28 tot 26,58 meter +NAP. Op basis van

bestudering van laat 20° -eeuwse topografische kaarten werd deze grondwal in circa 1990 opgeworpen. De reden en aard van deze grondwal kon niet worden achterhaald.

27 KLIC-nummer

220149455-1

Pagina|

23

AM22447

EN

Figuur 6 Locatie van de camaliteitssanering (rode vlak). De grondwal staat aangegeven met de beige kader (Bron:

BKK Bodemadvies, 13-1-2014)

Figuur 7. Overzicht KLIC-melding binnen het plangebied (Bron: www.kadaster.nl.

Pagina |

24

DEN e o

AM22447

Figuur 8. De aanwezige grondwal binnen het plangebied (Bron: Aangeleverd door ArchAeO (ôhr. . Kortlang) op 27 februari 2023).

Pagina]

25

AM22447

EN

5. |51

VELDWERKZAAMHEDEN _ Algemeen

Het doel van het verkennend

veldonderzoek

door middel van boringen

is het toetsen van de opgestelde

gespecificeerde

archeologische verwachting voor het plangebied (Hoofdstuk 4). Hiertoe zijn op 16 november 2022 in totaal 7 boringen gezet (zie Bijlage 2 en 8). De boringen zijn uitgevoerd

met een Edelmanboor met een diameter van

7 centimeter. De boordiepte

varieerde

maaiveld.

(Archeologische

van

120

tot

250

centimeter

onder

De

boorkernen

zijn

conform

ASB

Standaard

Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 8. De hoogteligging van de boorpunten ten opzichte van NAP i afgeleid van het AHN3 (www.hn.nl.

De maaiveldhoogte is nagenoeg gelijk binnen het plangebied en varieert tussen de 25,53 en 25,84 meter

+NAP.

Er is geen oppervlakte kartering uitgevoerd in verband met de aanwezige begroeiing en verharding

de achtergrond is 6 november20

Pagina|

26

AM22447

Y aeres mmilieu EN

Figuur10. Foto van het noordelijk deel van het plangebied,

5.2

_

kijkende in zuidoostelijke

richting

(Foto:

16 november 2022)

Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw

De top van de bodem wordt, met uitzondering van boring 6, gevormd door een zwak tot matig humeus, matig siltig, matig fijn zand. Dit pakket heeft een donker bruingrijze kleur. In boringen 3 en 7 wordt dit pakket gekenmerkt door baksteen, grind en puin. De dikte van het humeuze zandpakket varieert van circa 30 tot 65 centimeter.

In boring 7 kon de dikte van dît pakket niet

worden vastgesteld vanwege de aanwezigheid van een ondoordringbare laag. In boring 6 is de humeuze circa 70 centimeter

dikke sterk baksteen-

en puinhoudende

grindlaag

en een

circa 70 centimeter

zandlaag onder een

matig grove, grijsbeige

zandlaag.

De natuurlijke ondergrond bestaat uit matig siltig, matig fijn zand. Het zand is (matig) goed gesorteerd en goed afgerond.

Met

uitzondering van boring 6, wordt de top van de natuurlijke ondergrond gevormd door een donker beige zandlaag die geleidelijk overgaat in de licht beigegeel) zand.

In boring 6 is de overgang de het humeuze zandpakket naar de natuurlijke ondergrond

scherp. De top van de natuurlijke ondergrond is aangetroffen op circa 30 tot 60 centimeter onder maaiveld. Dit kom overeen met circa 24,91 tot 25,23 meter +NAP. Ter plaatse van boring 6 ligt dit pakket beduidend dieper, op circa 160 centimeter onder maaiveld (circa 24,24 meter +NAP)

Pagina|

27

AM22447

Y aeres mmilieu EN

Ap:hor

|5.3 _ Interpretatie Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van

Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit zwak siltig matig fijn, matig tot goed gesorteerd zand. Het dekzand is afgezet tijdens het Laat-Glaciaal (circa 14.700 tot 11.700 jaar geleden).

De top van de natuurlijke ondergrond bevindt zich op

een diepte van circa 30 tot 65 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 2491 tot 25,23 meter +NAP.

De diepteligging van de top van de natuurlijke ondergrond

komt ook globaal gezien overeen met de huidige

maaiveldhoogte. Binnen het bereik van de boringen zijn geen terrasafzettingen aangetroffen. In boring 6 ligt de top van de natuurlijke ondergrond beduidend dieper, circa 160 centimeter onder maaiveld (circa 24,24 meter +NAP). Gezien de afwezigheid van een B- of BC-horizont en de diepe ligging van de A-horizont vanaf 140 centimeter onder

maaiveld, al hier sprake zijn van een diepgaande verstoring.

De aard van deze diepgaande verstoring i niet duidelijk

De top van de bodem wordt in het plangebied, met uitzondering van boring 6, gevormd door een circa 30 centimeter dikke moderne ploeglaag (Ap-horizont). horizont).

Hieronder

ligt, met

Hieronder volgt een circa 15 tot 35 centimeter dikke antropogeen opgebracht pakket (Aa-

uitzondering

van

boring

6, het weinig

veranderd

uitgangsmateriaal

(C-horizont)

met

een

Pagina|

28

overgangszone tussen de B- en C-horizont, de BC-horizont. In boring 6 bestaat de bodemopbouw uit een scherp AC-bodemprofiel

AM22447

EN

|54 _ Archeologische indicatoren Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek

met boringen, is gelet op de aanwezigheid van archeologische

indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Tijdens het onderzoek zijn dergelijke indicatoren echter niet aangetroffen.

Pagina |

29

AM22447

EN

6. CONCLUSIE \ 61

Algemeen

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat in een groot deel van het plangebied een (deels) intact bodemprofiel aanwezig is. De natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand

bestaat uit zwak siltig matig fijn, matig tot goed gesorteerd zand. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van circa 30 tot 65 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 24,91 tot 25,23 meter +NAP. In boring 6 ligt dit beduidend lager, op circa 160 centimeter onder maaiveld (circa 24,24 meter +NAP).

In een groot deel van het plangebied zijn (deels) intacte bodems aangetroffen. In deze boringen is een BC-horizont aangetroffen. Het podzolprofiel is dus afgetopt maar de aanwezigheid van de BC-horizont blijft de archeologische verwachting gehandhaafd (hoog — laat-paleolithicum A - vroege middeleeuwen en laag - late middeleeuwen - nieuwe tijd).

Alleen ter plaatse van boring 6 is sprake van een AC-profiel. De scherpe overgang naar de diep gelegen C-horizont is mogelijk het gevolg van een egalisatie en/of grondverbetering

binnen

het plangebied.

Het betreft hier een plaatselijke diepgaande

verstoring, waarbij de omvang bij het verkennend veldonderzoek middels boringen niet vastgesteld kan worden. De boringen van het milieukundig booronderzoek die binnen dit deel (parkeerplaats) zijn gezet, vertonen een gelijkaardig beeld als boring 6 waarbij sprake is van een puinhoudende toplaag van tenminste 70 centimeter dik met daaronder een humeuze zandlaag.

62

_

Beantwoording

onderzoeksvragen

e

Iser sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?

e

Ja. In een groot deel van het plangebied is een (deels) intact podzolprofiel aangetroffen. bovenliggende

horizonten zijn door jarenlange

bewerking

van het land opgenomen

Het gaat om de BC-horizont. De in het bovenliggende pakket. Het

opgebrachte (plaggen)dek heeft een conserverende werking op de eventueel aanwezige archeologische resten.

« _ In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? In een groot deel van het plangebied is de podzolbodem deels intact. Er zijn resten van een BC-horizont aangetroffen.

« _ Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten

door de voorgenomen bodemingrepen? Eventueel aanwezige archeologische resten worden verwacht onder de A-horizont. Deze wordt vanaf 30 centimeter onder maaiveld aangetroffen. Ten tijde van dit onderzoek is de precieze einddiepte en locatie van de toekomstige ingrepen niet bekend. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen ter een negatieve impact hebben en kunnen resulteren in de aantasting van eventueel aanwezige archeologische resten.

Pagina |

30

AM22447

EN

7.

AANBEVELINGEN

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat binnen in een deel van het plangebied enkeerdgronden aanwezig zijn. In een groot deel van het plangebied is een (deels) intact bodemprofiel aanwezig Daardoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde

archeologische

verwachting

(hoog

voor

laat-paleolithicum

A

-vroege

middeleeuwen

en

laag

voor

late

middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd.

Ter plaatse van boring 6 (parkeerplaats) is sprake van een diepgaande verstoring. Het is niet duidelijk wat de aard van deze bodemverstoring is en of er direct een relatie kan worden gelegd met de omliggende grondwal die middels grondverbetering is opgeworpen. Dit kan echter wel een mogelijkheid zijn, maar hieromtrent kan echter geen concreet antwoord op worden gegeven. De boringen van het milieukundig

booronderzoek die rondom

binnen

de parkeerplaats zijn gezet, vertonen

puinhoudende toplaag van tenminste 70 centimeter dik met daaronder een humeuze zandlaag.

eveneens

een

Ter plaatse zal de toplaag dus

zijn verstoord, maar kunnen op een dieper niveau (vanaf 70 centimeter onder maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen derhalve een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humus houdende bovengrond

(vanaf

30

centimeter

beneden

maaiveld)

archeologische

resten

aanwezig

zijn. Wanneer

er graafwerkzaamheden

gaan

plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd.

Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PVE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas). De resultaten van dît onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen.

Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet

betekent dat al bodemverstorende of voorbereidende activiteiten ondernomen

kunnen worden.

Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en de conventionele methoden. Het doel van dit onderzoek is

het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.

Pagina|

31

AM22447

EN

LITERATUURLIJST Auwerda, F/ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorl0g, Den Haag.

Bakker, de, H. 1966: 'De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen.

Bakker, de, H./J. Schelling, 1989: Systeem van bodemelassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, HJ.A, 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, HJ.A, 2011:

De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen.

Berendsen, H.A, 2005: Landschappelijk Nederland, Assen.

Berendsen, HJ.A/E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio's, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E, 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 - 1945), Zeist. BKK

Bodemadvies, 13-1-2014: Rapportage milieukundige begeleiding calamiteitsanering met dieselolie binnen het halfverharde

gemeentelijke parkeerterrein aan de Schijfweg-Zuid te Kessel, Meijel (projectnummer 14003.BKK). Braat, W.C, 1936: 'Overblijfselen uit de Romeinschen tijden bij Hout en Holt-Blerik in: Oudheidkundige mededelingen uit het Rijksmuseum van oudheden te Leiden 17, 49-50 Cate, ten, J. A M/ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ . Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschrijten. DeelA: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Cohen, K.M,

Centrum. Technisch Document 19A.

E. Stouthamer, HJ. Pierik, A.H. Geurts, Channel belts n the Rhine-Meuse Delta (Utrecht, 2012)

Hiddink, H./ H. Renes, 2007:'De oude akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van

Limburg’,

in: Van Doesburg ea. (red.), 2007: Essen in zicht: Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid, Amersfoort

(RCE) Janssens, M, 2011: De Romeinse weg op de westoever van de Maas. Van Ittervoort tot Geysteren. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, verwachtingskaart en Plan van Aanpak, Weesp (RAAP-rapport 2090) Mulder,

de,

EJ.F/

M.C.

Geluk/

I.

Ritsema/

W.E.

Westerhoff/

T.E.

Wong,

2003

(red):

De

ondergrond

van

Nederland.

Groningen/Houten. Past2Present, 2011: Beleidsplan archeologie, Gemeente Peel en Maos, Amersfoort. Renes, J, 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en MiddenLimburg, Leeuwarden (Maaslandse Monografieën 9).

Pagina|

32

AM22447

EN

Rensink, E/ HJ.T. Smeets/ M. Kosian/ H. Feiken/ B.!. Smit, 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Amersfoort.

SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda.

Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 58 Oost Tilburg, Wageningen. Stouthamer, E/ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. Sueur, C en K.M. van Dijk, 2012: Gemeente Peel en Maas; archeologische overzichts- en verwachtingskaart, Amersfoort (ACVUHBS/Buro de Brug BV/The Missing Link). TNO, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www-dinoloket.nl). Win, de, J.Th.H/ J.G.N. Renaud, 1978: Kastelen in Limburg, Hoensbroek

(Stichting Limburgse Kastelen).

Zonneveld, .S. 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.

Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl

RCE, Archis3, zoeken & vinden)

www‚bagviewer.kadaster.nl

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)

www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl

Kadastraal minuutplan

www.cultureelerfgoed.nl

Bronnen en kaarten

www kasteeldekeverberg.nl

Kasteel de Keverberg

www.pdok.nl

Basisregistratie Grootschalige Topografie (2019), kadaster.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=25e0672f-62fb-4b28-a3c2-f69163ae4e16