CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-063 03 Toelichting

Raad 23 april 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan ‘Zwenkgras 3 te Beringe’ (2024-063)17.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

Gemeente Peel en Maas

Colofon

Gemeente

Peel en Maas

Planlocatie

Zwenkgras 3, 5986 PM Beringe

Datum

23 februari 2024

Status

Vastgesteld

IMRO-code

NL.IMRO.BPL0241-VG01

Opgesteld door

Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@vandunadvies.nl I. www.vandunadvies.nl

Auteur

MR / BC

Projectleider

RJ

Projectnummer

20310.002V

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel ......................................................................................... 5

1.2

Geldend planologisch regime ........................................................................ 5

1.3

Procedure....................................................................................................... 7

1.4

Leeswijzer ...................................................................................................... 7

2. Planbeschrijving ............................................................................................... 8 2.1

Bestaande situatie ......................................................................................... 8

2.2

Beoogde situatie ............................................................................................ 8

3. Beleidskader ................................................................................................... 12 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................... 12

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ............................................................... 12 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ...................................................... 12 Ladder duurzame verstedelijking ................................................................ 13

Provinciaal beleid ........................................................................................ 14

3.2.1 3.2.2

Omgevingsvisie Limburg............................................................................ 14 Omgevingsverordening Limburg 2021 / Omgevingsverordening Limburg 201415

3.2.2

Limburgs Kwaliteitsmenu/intergemeentelijke structuurvisie .......................... 17

3.3

Gemeentelijk beleid .................................................................................... 18

3.3.1 3.3.2 3.3.3

Omgevingsvisie Peel en Maas .................................................................... 18 Kaderstellingen Ruimte & Economie ........................................................... 19 Bestemmingsplan ..................................................................................... 20

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 23 4.1

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling .......................... 23

4.2

Waterhuishouding ....................................................................................... 24

4.2.1

Waterrelevant beleid ................................................................................. 24

4.2.2

Bestaande waterhuishoudkundige situatie ................................................... 25 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ..................................................... 25

4.2.3 4.2

Natuur .......................................................................................................... 29

4.2.1 4.2.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)................................................................ 29 Wet natuurbescherming ............................................................................ 29

4.3

Bodemkwaliteit ........................................................................................... 31

4.4

Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ................................................ 32

4.4.1 4.4.2

Cultuurhistorie en aardkunde ..................................................................... 32 Archeologie .............................................................................................. 32

4.5

Landschappelijke inpassing ........................................................................ 34

4.6

Bedrijven en milieuzonering ....................................................................... 35

4.7

Geur ............................................................................................................. 36

4.8

Luchtkwaliteit .............................................................................................. 37

4.9

Geluid ........................................................................................................... 39

4.10

Verkeer en parkeren ................................................................................ 39

4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11

Externe veiligheid .................................................................................... 41

4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.12 5

6

Regelgeving ............................................................................................. 41 Toetsing aan beleid................................................................................... 41 Advies veiligheidsregio .............................................................................. 43 Technische infrastructuur ........................................................................ 43

Juridische planbeschrijving ............................................................................ 44 5.2

Juridische achtergrond................................................................................ 44

5.3

Toelichting verbeelding ............................................................................... 44

5.4

Toelichting regels ........................................................................................ 45

Uitvoerbaarheid .............................................................................................. 46 6.2

Financiële uitvoerbaarheid.......................................................................... 46

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................. 46

6.3.1 6.3.2 7

Verkeerstoets ........................................................................................... 40 Parkeren personenauto`s en vrachtwagens ................................................ 40 Parkeren in de regels ................................................................................ 40 Conclusie verkeer en parkeren ................................................................... 40

Vooroverleg en omgevingsdialoog .............................................................. 46 Zienswijzen en beroep .............................................................................. 46

Bijlagen .......................................................................................................... 47

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, de ligging van de planlocatie, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer is voornemens in het plangebied, ten westen van het reeds bestaande logistieke bedrijf aan de Zwenkgras 3 te Beringe, uit te breiden. Hiervoor dient de huidige agrarische bestemming te worden herbestemd naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van bedrijven met ten hoogste milieucategorie 3.1 zoals opgenomen in de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten' (bijlage 1 bij de regels), en/of daarmee naar aard, omvang en invloed op de omgeving gelijk te stellen bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten. Door deze herbestemming wordt het mogelijk om het reeds bestaande logistieke bedrijf aan Zwenkgras 3 te Beringe uit te breiden ten behoeve van verschillende klanten, onder de overkoepelende vlag van DHL. Na herbestemming ontstaan afzonderlijke bouwvlakken. De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen het bestemmingsplan. Om dit wel mogelijk te maken is onderliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2 Geldend planologisch regime Het plangebied aan de westzijde van het logistieke bedrijf aan de Zwenkgras 3 te Beringe (DHL) heeft in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’, vastgesteld op 24 december 2014 de volgende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming ‘Agrarisch’ • Gebiedsaanduiding ‘Geluidzone – industrie’ • Gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ • Gebiedsaanduiding ‘Wro zone – wijzigingsgebied 4 go’ Het plangebied van de huidige DHL is gelegen binnen ‘Bestemmingsplan Bedrijventerreinen’, vastgesteld op 25 juni 2013. De locatie heeft de volgende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming ‘Bedrijventerrein – 2’ • Enkelbestemming ‘Groen’ • Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’ • Bouwvlak • Functieaanduiding: ‘bedrijf tot en met categorie 5’ • Maatvoering: ‘maximum bouwhoogte: 12 m’ • Maatvoering: ‘maximum oppervlakte bouwperceel: 10000’ • Gebiedsaanduiding: ‘geluidzone – industrie • Gebiedsaanduiding: ‘wro-zone – ontheffingsgebied 5’ • Gebiedsaanduiding: ‘wro-zone – ontheffingsgebied 8’

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

5

Afbeelding 1: Uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplannen, beoogde uitbreiding is rood omkaderd

Het vigerende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid om de agrarische gronden te herbestemmen naar een bedrijfsbestemming. Om de gewenste ontwikkeling wel mogelijk te maken dient een partiële herziening van het bestemmingsplan plaats te vinden.

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

6

1.3 Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het plan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een ontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke ordeningsaspecten. In deze fase wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke overlegpartners zoals gemeente, provincie en waterschap. Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kan eenieder zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd.

Binnen deze 6 weken kunnen belanghebbenden die tijdig zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp en belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd. 1.4 Leeswijzer In deze toelichting is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, de ligging van de planlocatie, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

7

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de planlocatie. 2.1 Bestaande situatie Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas, ten westen van de kern Beringe. De huidige DHL-locatie binnen het bedrijventerrein in Beringe betreft samen met de uitbreiding aan de westzijde het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich aan de oostzijde het bedrijventerrein van Beringe en aan de overige zijden van het plangebied met name agrarisch bestemde gronden afgewisseld met natuur. Afbeelding 2 geeft de ligging van het plangebied in de omgeving weer.

Afbeelding 2: Ligging plangebied

De beoogde uitbreiding ten westen van de Zwenkgras 3 betreft de kadastrale percelen A 1606 en 1607. Deze gronden zijn in het vigerende bestemmingsplan bestemd als ‘Agrarisch’ en zijn ook als zodanig in gebruik. In het plangebied zijn geen opstallen aanwezig. De totale oppervlakte van de uitbreiding bedraagt ca. 9 hectare. Hiervan wordt in eerste instantie 5 ha bestemd als bouwvlak omdat de provinciale omgevingsverordening nu geen rechtstreekse mogelijkheden biedt voor bedrijven groter dan 5 ha. Met een afwijkingsbevoegdheid wordt groei naar de totale gewenste oppervlakte van 9 ha mogelijk gemaakt. De DHL-locatie in Beringe maakt onderdeel uit van de ‘Business Unit technology’. Het betreft hier niet de standaard pakketbezorger, maar een onderdeel dat zich richt op reparaties van hoogwaardig technische producten. De klanten van DHL op deze locaties zijn allen ‘high technical service solutions’. Grote hoeveelheden reserve-onderdelen van deze producten zoals laptops, printers, routers maar ook healthcare-producten die in ziekenhuizen worden toegepast, worden vanuit deze locatie verspreid over de regio West-Europa. Dit biedt klanten de mogelijkheid om de welbekende ‘waste ecomomy’ om te zetten naar een ‘zero waste economy’. Door apparaten te controleren en te voorzien van reparaties wordt de levensduur van hoogwaardig technische apparaten verlengd.

Naast bovenstaande activiteiten is hier tevens het opleidingscentrum van DHL gevestigd. Nieuwe medewerkers van DHL worden hier opgeleid zodat ze kunnen groeien naar een hoger kennisniveau. Het installeren van ingewikkelde robots is één maar het is van belang dat de mens op de werkvloer samen met deze robotisering zorgt voor een optimaal resultaat voor de internationale hoogwaardig technische klanten. 2.2 Beoogde situatie In de beoogde situatie is de initiatiefnemer voornemens om ter plaatse van het plangebied het logistieke bedrijf, gevestigd aan de Zwenkgras 3, in westelijke richting uit te breiden. Er wordt dan ruimte geboden aan de realisatie van een logistiek bedrijf met ten hoogste milieucategorie 3.1. Binnen de huidige agrarische bestemming is deze ontwikkeling niet mogelijk. Om deze ontwikkeling wel mogelijk te maken dient een bestemmingsplanwijziging plaats te vinden waarbij de huidige agrarische

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

8

bestemming wordt omgezet in een bedrijfsbestemming waar bedrijven zijn toegestaan tot en met categorie 3.1'. De beoogde uitbreiding (kadastrale percelen A1606 en 1607), met een gezamenlijke oppervlakte van circa 9 hectare wordt voor 5 hectare gebruikt ten behoeve van het logistieke centrum en voorzien van erfverharding ten behoeve van manoeuvreerruimte en parkeren. De overige 4 hectare wordt een uitwerkingsgebied. Dit bestemmingsplan maakt het niet rechtstreeks mogelijk om hier te bouwen en bedrijvigheid te exploiteren, echter wordt dit middels een afwijkingsbevoegdheid deze mogelijkheid wel geboden. In deze toelichting wordt uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden, waarbij de gehele 9 hectare is meegenomen. Deze uitbreiding gaat gepaard met een gedeeltelijke verplaatsing van het bedrijf Van der Linden Poultry, dat op dit moment aan de noordwest zijde van het industrieterrein is gevestigd, naar elders binnen de gemeente. Gelet op de geurcontour rondom dit bedrijf is verplaatsing ervan een kwaliteitsverbetering van de leefomgeving ter plaatse. Een deel van het beoogde terrein is gelegen binnen de contour van 14 OUe/m 3 afkomstig van het bedrijf aan de Meijelseweg 77. Het bouwwerk van het logistieke centrum is zodanig gesitueerd dat deze buiten deze 14 OUe geurcontour komt te liggen.

De gronden binnen deze contour worden gebruikt ten behoeve van manoeuvreerruimte en parkeren, waarbij dus geen geurgevoelig object wordt opgericht. Het nieuwe logistieke centrum (de uitbreiding van DHL) wordt ontsloten via de Zwenkgras ter plaatse van het gebied tussen het huidige logistieke bedrijf en de huidige parkeerplaatsen in. Het nieuwe logistieke centrum heeft een oppervlakte van 58.300 m 2 en een bouwhoogte van maximaal 14 m. Tevens bevindt zich op de eerste verdieping nog werkruimte (kantoren/ opslag) met een oppervlakte van circa 8.400 m2. In afbeelding 3 is de beoogde uitbreiding van het logistieke centrum (uitbreiding DHL) aan de Zwenkgras 3 weergegeven.

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

9

Afbeelding 3: Beoogde nieuwbouw in plangebied

Aan de westzijde van het plangebied wordt een aardenwal gerealiseerd met pioniersvegetatie en een boomsingel van berk/ els aan de zijde van het zandpad. De aardenwal bestrijkt de gehele westelijke zijde van de percelen A1606 en A1607 en heeft een lengte van circa 450 meter. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een gemengde houtsingel met boomvormers gerealiseerd. Hierdoor wordt het plangebied, gezien vanaf de Helenavaart/Kanaal van Deurne, groen omzoomd. Aan de oostzijde wordt het bestaande bos versterkt door aanplant van struweelbeplanting. Ook ligt aan die zijde het vloeiveld ten behoeve van de waterberging. Tevens blijven bestaande groene elementen in de naaste omgeving van het plangebied behouden. De beoogde aardenwal dient als vervanging van de huidige aardenwal tussen het huidige terrein en de beoogde uitbreiding. De nieuwe aardenwal voldoet aan de eisen van een GBT (grootschalige bodemtoepassing). Alle grond van de oorspronkelijke aardenwal wordt in de nieuwe aardenwal teruggebracht. Voor de specificatie van de aardenwal wordt verwezen naar het landschappelijk inpassings- en beheersplan in bijlage 2. Onderstaand is een uitsnede opgenomen van het landschappelijk inpassingsplan.

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

10

Afbeelding 4: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

11

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer welke uitdagingen er zijn en wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes er gemaakt worden en welke richting wordt meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Belangrijkste keuzes in de NOVI zijn: • een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan.

Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; • de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; • de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; • de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; • het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.

We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; • het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. De beoogde ontwikkeling sluit op diverse keuzes aan, zoals de overgang naar een circulaire economie en het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie.

3.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het voorliggende plan is, voor zover mogelijk, getoetst aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In deze structuurvisie is de toekomstvisie van het kabinet met betrekking tot onder andere de ruimtelijke ordening uiteengezet. De structuurvisie beschrijft de principes voor de ruimtelijke inrichting in Nederland. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de beoogde ambities tot en met 2040. In de structuurvisie worden

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

12

de hoofdlijnen van het beleid aangegeven, waarbij de nationale ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland een grote rol speelt. In deze structuurvisie wordt benadrukt dat het van het grootste belang is, dat de concurrentiepositie van Nederland verbetert. Hiertoe is het van belang dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd, te weten: 1. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland; 2. het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid; 3. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Om de regeldruk te verlagen heeft het kabinet besloten, dat de ruimtelijke afwegingen zo dicht mogelijk bij de burger plaats moet vinden. Daarom wordt er op basis van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte naar gestreefd om zoveel mogelijk verantwoordelijkheden bij de gemeenten en provincies onder te brengen. Het Rijk zal zeer terughoudend, en met name achteraf, bij het toezicht betrokken zijn. De structuurvisie streeft een zorgvuldige en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen na, door: 1. beoordeling door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale, intergemeentelijke vraag voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties en andere stedelijke voorzieningen.

Naast de kwantitatieve beoordeling (aantal hectares of aantallen woningen) gaat het ook om kwalitatieve vraag (bijvoorbeeld een bedrijventerrein waar zware milieuhinder mogelijk is of een specifiek woonmilieu) op regionale schaal; 2. indien de beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale, intergemeentelijke vraag, beoordelen betrokken overheden of deze binnen bestaand bebouwd gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten; 3. indien herstructurering of transformatie van bestaand bebouwd gebied onvoldoende mogelijkheden biedt om aan de regionale, intergemeentelijke vraag te voldoen, beoordelen betrokken overheden of deze vraag op locaties kan worden ontwikkeld die passend multimodaal ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld. De invulling hiervan wordt overgelaten aan de gemeenten en provincies. Zolang de ontwikkeling de rijksbeleidsdoeleinden niet frustreert, is er een grote mate van vrijheid voor de decentrale overheden. Het Rijk streeft ruimte na voor het in stand houden van de bereikbaarheid van Nederland en verder dient er rekening gehouden te worden met het behoud van de natuur. Meer specifiek heeft het Rijk in de provincie Limburg enkele belangrijke gebieden aangewezen. Het Rijk kent de Greenport Venlo en Brainport Zuidoost Nederland een belangrijke waarde toe voor de concurrentiepositie van Nederland.

Wanneer bovenstaande uitgangspunten worden toegepast op onderhavig planvoornemen dan kan worden gesteld dat het initiatief past binnen de algemene uitgangspunten van dit rijksbeleid. Het planvoornemen frustreert op geen enkele wijze de rijksbeleidsdoelstellingen. Verder betreft het planvoornemen een stedelijke ontwikkeling waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is voor onderhavig planvoornemen. Deze wordt in de volgende sub paragraaf nader toegelicht.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

In geval van stedelijke ontwikkeling moet de Ladder voor duurzame verstedelijking worden toegepast. Deze is wettelijk vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk moeten maken. In het Bro wordt een stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd:

‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’ Het initiatief betreft een stedelijke ontwikkeling omdat het een bedrijfslocatie betreft.

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

13

Op 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van de Bro gewijzigd. De nieuwe Ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. Vernieuwde artikel 3.1.6 van de Bro luidt als volgt:

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Uit bijlage 1 blijkt dat onderhavig planvoornemen voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking en dat er sprake is van een actuele behoefte en dat er daarnaast geen mogelijkheden zijn om de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren. 3.2 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Limburg is omschreven in de Omgevingsvisie Omgevingsverordening 2021, en het Limburgs Kwaliteitsmenu/Intergemeentelijke structuurvisie.

3.2.1

Omgevingsvisie Limburg

De nieuwe Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Provincie Limburg moet dan beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie Limburg richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook de aspecten gezondheid, veiligheid en gezonde leefomgeving worden in de Omgevingsvisie meegenomen. De Omgevingswet gaat uit van het zoeken naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kunnen nog keuzes worden gemaakt. Daarbij wordt gekozen voor maatwerk en wordt rekening gehouden met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Afwegingen worden gemaakt op basis van Limburgse principes, met voor onderhavig terrein het principe ‘Werklocatie’. Voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven is geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk. Dat kan in Limburg een probleem zijn. Soms is er onvoldoende beschikbare ruimte, of voldoet de ruimte niet aan de eisen van de gebruikers.

Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. In Noord-Limburg ontstaat druk op grootschalige kavels, die met name gebruikt worden door logistieke bedrijven die de corridor van Rotterdam/Antwerpen naar het Ruhrgebied willen benutten. Dit vraagt om het maken van keuzes, ook omdat niet alle logistieke bedrijven evenveel toegevoegde waarde leveren aan de economische structuur. Het is Limburgs ambitie om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven, zoals bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Samen met gemeenten en/of eigenaren wordt de komende jaren toegewerkt naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Daarbij wil de Provincie Limburg zo efficiënt mogelijk omgaan met het ruimtebeslag. Voor bedrijventerreinen betekent dit concreet het volgende: •

We kiezen voor compacte werklocaties om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren. We hanteren de redeneerlijn “behoefte-bestaand-uitbreiding-nieuw”, om op deze wijze zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren. Dit betekent concreet: 1. de behoefte aantonen; 2. (her)gebruik ruimte op bestaande, evt. te herstructureren terreinen; 3. ontwikkeling nieuwe terreinen aansluitend aan bestaande werklocaties; 4. mogelijk andere buitenstedelijke locaties (mits gemotiveerd) te ontwikkelen.

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

14

•

•

•

•

Hiermee sluiten we ook aan bij onze eigen ‘Limburgse principes’; met name de principes ‘meer stad, meer land’ en ‘zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden’. Ergo nieuwe bedrijven vestigen zich dus bij voorkeur op bestaande werklocaties. Wanneer dit niet mogelijk is, sturen we op uitbreiding aan de grenzen van bestaande werklocaties. Voor gevestigde bedrijven kan daarbij maatwerk aan de orde zijn. Gemeenten zijn hierbij als eerste partij aan zet, maar wel in onderlinge regionale afstemming. Pas als dit geen oplossing biedt, bekijken we in overleg met de gemeenten de vierde stap: de mogelijkheden voor nieuwe locaties voor bedrijventerreinen. Door hier voorwaarden aan te stellen, stimuleren we ontwikkelaars tot het herontwikkelen van bestaande bedrijventerreinen. Wij nemen de regie als het gaat om het bepalen van nieuwe locaties voor bedrijventerreinen voor grootschalige productielocaties van meer dan 70 hectaren bruto, met bedrijvigheid van de hogere milieucategorieën en/of logistieke terreinen. De reden hiervoor is dat ontwikkeling van een dergelijk terrein bovenregionale afweging vereist. We doen dit in overleg met de gemeenten en zo nodig door de inzet van sturende instrumenten, zoals een instructie of een projectbesluit. We stellen hiermee inrichtingseisen aan logistieke bedrijventerreinen en voorwaarden aan kavelgebruik en gebouwen.

Dit kan onder andere gaan over flexibel/circulair bouwen, functiecombinaties en landschappelijke inpassing. We hanteren hierbij de eerder beschreven voorkeursvolgorde volgens de NOVI. Belangrijke criteria bij het bepalen van nieuwe locaties voor dit type bedrijvigheid zijn verder multimodaliteit, arbeidsmarkt, gezondheid, veiligheid, clusteren van risicovolle activiteiten, biodiversiteit, klimaatadaptatie en landschappelijke kwaliteit. Bij de vestiging van nieuwe bedrijven streven we zoveel mogelijk naar multifunctioneel ruimtegebruik. Combinaties van functies vergroot de levensvatbaarheid en duurzaamheid van bedrijventerreinen en de koppelkansen met andere beleidsdoelen, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie. We verkennen bijvoorbeeld de mogelijkheid om bij grote logistieke hallen en bedrijfsgebouwen het plaatsen van zonnepanelen verplicht te stellen via een juridische verankering in de Omgevingsverordening. Wij continueren ons beleid om risicovolle industriële activiteiten te clusteren op de bestaande bedrijventerreinen voor de zwaardere milieucategorieën. Dit speelt vooral op Chemelot (zie ook hoofdstuk Economie). Voordelen hiervan zijn: beperking van het ruimtebeslag, minder bewoners die te maken hebben met risicovolle activiteiten in de omgeving, geconcentreerde transportbewegingen en een verhoging van de agglomeratiekracht - de bundeling van kennis en mensen.

Binnen de clusters geven we ruimte aan het economisch belang van de bedrijven. Waar clustering niet mogelijk is, richten we het gebied zo veilig mogelijk in, zodat grote groepen mensen beschermd worden tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het in stand houden van kwalitatief goede werklocaties is niet vanzelfsprekend. Gemeenten zijn aan zet als het gaat om de programmering en organisatie van herstructurering van verouderde werklocaties. Waar nodig kunnen we als Provincie een faciliterende rol overwegen. Ook zullen wij met de verschillende regio’s bespreken hoe we om kunnen gaan met de vraag naar kleinere distributiecentra aan de randen van steden.

De beoogde ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein. In het onderzoek ladder duurzame verstedelijking is aangetoond dat er sprake is van behoefte, en dat deze niet kan plaatsvinden op bestaand bedrijventerrein. In dit geval ligt de voorkeur op het uitbreiden aan de grenzen van bestaande werklocaties, waarbij voor gevestigde bedrijven maatwerk aan de orde kan zijn. In dit geval is sprake van een uitbreiding van gevestigd bedrijf DHL aansluitend aan de bestaande werklocatie. Derhalve is de beoogde ontwikkeling passend binnen de ambities van de Omgevingsvisie Limburg.

3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2021 / Omgevingsverordening Limburg 2014

De Omgevingsverordening Limburg 2014 is de nu geldende verordening. De Omgevingsverordening Limburg 2014 komt in zijn geheel te vervallen op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Op dat moment zal deze worden vervangen door de Omgevingsverordening Limburg 2021, welke is vastgesteld op 17 december 2021 en is gewijzigd op 16 december 2022. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg 2021 nog niet in werking is getreden, wordt hierop wel geanticipeerd.

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

15

Afbeelding 5: Uitsnede kaart 10 Omgevingsverordening 2021, planlocatie aangeduid met rood vierkant

In hoofdstuk 12 van de Omgevingsverordening 2021 zijn de thema’s wonen, werken en recreëren opgenomen. Op kaart 10 Wonen, werken en recreëren is te zien dat de beoogde planlocatie is gelegen binnen de aanduiding Bedrijventerreinen. Het betreft echter zachte plancapaciteit welke al enige jaren is opgenomen als dynamisch voorraadbeheer. Er dient nog getoetst te worden aan de regels welke zijn opgenomen in artikel 12.5. In artikel 12.5 zijn regels opgenomen voor de vestiging van bedrijventerreinen. Onderstaand zijn de relevante regels voor onderhavige locaties opgenomen:

2. Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. 4. Een omgevingsplan: a. laat geen bedrijfskavel toe met een oppervlakte van meer dan 5 hectare; b. laat niet toe dat bedrijfskavels worden samengevoegd indien hierdoor bedrijfskavels groter dan 5 hectare ontstaan; c. laat niet toe dat gebouwen zodanig worden gerealiseerd of met elkaar verbonden dat zij de grens van een bedrijfskavel overschrijden.

Begripsomschrijving bedrijfskavel: Een kavel met een gebouw of een complex van gebouwen, dienende voor de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van één bedrijf, met uitzondering van een landbouwbedrijfskavel. De toelichting bij de Omgevingsverordening Limburg (2021) vermeldt hierover het volgende: ‘Artikel 12.5, lid 4, onderdeel a, regelt het verbod om in een omgevingsplan bedrijfskavels groter dan 5 hectare op te nemen. In bijzondere gevallen kan er - bij wijze van uitzondering - aanleiding zijn om niet aan de verbodsbepaling vast te houden en een bedrijfskavel groter dan 5 hectare toe te staan. In zo’n geval bestaat er voor Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om op verzoek van de gemeente op basis van artikel 1.6 Omgevingsverordening een ontheffing te verlenen van deze verbodsbepaling. Bij de beoordeling van een dergelijk ontheffingsverzoek wordt primair gekeken of er sprake is van

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

16

‘regionale meerwaarde’. In hoeverre er sprake is van regionale meerwaarde wordt bepaald aan de hand van de volgende aspecten: a. de mate van regionale gebondenheid; b. de mate van maatschappelijke en economische meerwaarde; en c. de wijze van benutten van schaarse ruimte en landschappelijke inpassing. Het verzoek om ontheffing bevat in ieder geval een onderbouwing waarom er sprake is van regionale meerwaarde. Deze onderbouwing moet geschieden aan de hand van bovengenoemde aspecten (a-c). De nadere uitwerking/invulling van het begrip ‘regionale meerwaarde’ zal nog plaatsvinden in het kader van een programma met betrekking tot werklocaties. Daarnaast dient te worden beschreven wat de mogelijke gevolgen van de ontheffing zijn voor het belang dat beschermd wordt met de verbodsbepaling als bedoeld in artikel 12.5, lid 4, onderdeel a.’ Toetsing aan artikel 12.5 lid 4 Omgevingsverordening 2021 4. Een omgevingsplan: a. De uitbreiding van het bedrijventerrein is gemaximeerd op 5 ha (met een afwijkingsbevoegdheid die kan worden toegepast op het moment dat een ontheffingsverzoek is verleend om daadwerkelijk de overige 4 hectare te realiseren). Derhalve is geen strijdigheid voor de 5 ha, wel voor de uitbreiding van 4 ha. Deze ‘strijdigheid’ kan vervallen met een verleende ontheffing, op het moment dat gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid. b.

Er is sprake van twee separate kavels 5 + 4 ha die niet worden ‘samengevoegd’ tot 9 ha. Er is derhalve geen strijdigheid. c. Het gebouw staat los van het bestaande gebouw en mag ook niet aan elkaar worden gebouwd. Vanuit externe veiligheid is dat niet gewenst en ook maakt de functionele en logistieke inrichting van het terrein dit niet mogelijk. Het bouwvlak ligt los van het bestaande bestemmingsvlak en er is alleen verharding mogelijk tussen beide gebouwen (bestaand en nieuw). Er is derhalve geen strijdigheid. Afweging Op dit moment biedt de Omgevingsverordening Limburg (2021) geen ruimte voor bedrijfskavels groter dan 5 ha, ook niet op het moment dat het gaat om uitbreiding van een bestaand bedrijf. Er is wel algemene mogelijkheid om bij Gedeputeerde Staten van Limburg een ontheffing aan te vragen voor de instructieregels opgenomen in artikel 12.5 Omgevingsverordening Limburg. Ondanks dat de nadere invulling van het begrip regionale meerwaarde nog dient plaats te vinden, kan wel gebruik worden gemaakt van de algemene ontheffingsbevoegdheid van artikel 1.6 Omgevingsverordening. In dat verband zal moeten worden onderbouwd dat sprake is ‘regionale meerwaarde’.

Deze onderbouwing wordt door Gedeputeerde Staten beoordeeld aan de hand van de aspecten regionale gebondenheid, maatschappelijke en economische meerwaarde en de wijze van benutten van schaarse ruimte en landschappelijke inpassing. Een eventuele ontheffingsaanvraag wordt voorbereid op het moment dat DHL gebruik wil maken van de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheid om naar 9 hectare te groeien. In dit geval gaat het weliswaar om de uitbreiding van de overkoepelende organisatie DHL, maar feitelijk is er expliciet sprake van verschillende klanten die worden bediend, met eigen bedrijfsprocessen, werknemers en logistieke procedures. Daarom is er geen sprake van één bedrijf en kan er een bedrijfskavel van 5 ha worden toegevoegd aan het bedrijventerrein, die los ligt van de bestaande bedrijfsloods op de campus van DHL. Er is ook sprake van meerwaarde voor de regio, omdat er geschoold personeel wordt ingezet. DHL ziet expliciet de meerwaarde van de campus in Beringe en ook de gemeente onderschrijft dit. De bedrijfskavel wordt landschappelijk ingepast, zoals verbeeld en verwoord in het inpassingsplan. Het inpassingsplan is gekoppeld aan de regels, zodat hiermee een afdwingbaar kader ontstaat.

3.2.2

Limburgs Kwaliteitsmenu/intergemeentelijke structuurvisie

Voor (ruimtelijke) ontwikkelingen buiten de zogenaamde ‘rode contouren’ was het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) van kracht. Vanaf 1 januari 2012 zijn Limburgse gemeente zelf verantwoordelijk voor de advisering over plannen binnen de werkingssfeer van het LKM, waardoor het sindsdien het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) wordt genoemd. Derhalve heeft de gemeente Peel en Maas heeft

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

17

haar eigen bevoegdheid voor de uitvoering van dit Kwaliteitsmenu. Onderhavig planvoornemen is gelegen buiten de ‘rode contour’ en derhalve is het LKM voor onderhavig planvoornemen van toepassing. De gemeente Peel en Maas heeft op 3 februari 2015 de gemeentelijke structuurvisie Buitengebied Peel en Maas vastgesteld. Binnen deze structuurvisie (structuurplan) is het plangebied aangeduid als ‘Grootschalige open ontginningslandschappen’. De kavels in het ‘Grootschalige open ontginningslandschap’ hebben een rationele grootschalige indeling. Intensieve veehouderij, glastuinbouw en grootschalige agrarische ontwikkelingen hebben hier nog de ruimte in provinciaal aangewezen zoekgebieden. In dit geval betreft het geen grootschalige ontwikkeling in de veehouderij, glastuinbouw of andere agrarische ontwikkeling maar gaat het om een grootschalige uitbreiding van een logistiek centrum direct grenzend aan een bestaand bedrijventerrein. Op basis van het Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas betreft de beoogde ontwikkeling waarvoor ‘Basiskwaliteit’ van toepassing is. Dit houdt in dat nieuwe bebouwing en verharding goed moet worden ingepast. Daarbij moeten er voorzieningen worden getroffen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek als gevolg van de nieuwe bebouwing en verharding (dus infiltreren op locatie).

De basis hiervoor is dat 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak –al dan niet bestemmingsvlak- waar de nieuwe bebouwing en erf komt, wordt ingepast. Concreet betekent dit (9 ha plangebied, inclusief uitbreidingsmogelijkheden, = ca. 9.000 m2 inpassing). In het inpassingsplan is dit nader uitgewerkt (zie bijlage 2). Er is aangegeven op welke plaatsen binnen het perceel deze inpassing wordt gerealiseerd. Op basis van bovenstaande kan worden gesteld dat het planvoornemen past binnen de kaders van het gemeentelijke kwaliteitsmenu zoals vastgelegd in de structuurvisie.

Conclusie provinciaal beleid

Gelet op de uiteenzetting in deze paragraaf met betrekking tot het provinciale beleid is voorliggend plan daarmee niet strijdig. 3.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke omgevingsvisie, kaderstellingen Ruimte & Economie en het bestemmingsplan.

3.3.1

Omgevingsvisie Peel en Maas

Op 05-07-2022 is de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. De omgevingsvisie is een visie over de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen voor de gemeente. De visie gaat over de woon- en leefomgeving en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. Het gaat bijvoorbeeld over woningen, bedrijven, wegen, water, bodem en lucht. Maar ook landschap, natuur en cultureel erfgoed vallen eronder. Met de omgevingsvisie is geen nieuwe koers vastgelegd, maar wordt vooral de ingezette koers uit de kaderstellingen en beleidsdocumenten samen gebracht. De koers is uitgezet in 6 opgaven van beleid, te weten: 1. Zo worden we duurzamer 2. Een gezonde en veilige leefomgeving 3. Het versterken van natuur en biodiversiteit 4. Goed wonen voor iedereen 5. Toekomstgericht ondernemen 6. Balans in het buitengebied Als het grootste logistieke bedrijf ter wereld voelt DHL de verantwoordelijkheid om binnen de sector een voorbeeld te stellen en voorop te lopen in duurzaamheid. Dat betekent dat de CO 2-uitstoot wordt verlaagd en de hoogste normen worden gesteld als het gaat om maatschappelijk verantwoord ondernemen en bestuur. In de loop der jaren heeft DHL logistiek meerdere malen opnieuw gedefinieerd - van pionieren met het eerste groene logistieke product tot het eerste logistieke bedrijf

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

18

dat streeft naar nul uitstoot. Tegenwoordig biedt DHL een omvangrijk portfolio met milieuvriendelijke logistieke oplossingen binnen de sector. De missie van DHL is om de netto-uitstoot van emissies voor 2050 tot nul terug te dringen. Dit door middel van de genoemde diverse groene logistieke oplossingen. Deze oplossingen richten zich met name op het gebruik van biobrandstoffen in plaats van fossiele brandstoffen bij transporten door de lucht of over het water. Tevens beschikt DHL over het grootste elektrisch wagenpark van Nederland. Door de beoogde ontwikkeling toe te staan is het reeds bestaande logistieke bedrijf aan de Zwenkgras in staat om uit te breiden en daarmee de toekomstwaarde van het bedrijf ter plaatse te verbeteren. Tevens sluit het plangebied direct aan op een reeds bestaand bedrijventerrein waardoor de uitbreiding een zo klein mogelijke impact heeft op de omgeving. Daarnaast zal de uitbreiding van DHL zorgen voor toename van de werkgelegenheid in de directe omgeving. Veel werknemers wonen in de regio waardoor de werkgelegenheid toeneemt, zonder dat problemen zullen optreden in het kader van huisvesting. Door het plaatsen van zonnepanelen op de hal wordt energie opgewekt welke regionaal kan worden gebruikt. Op deze manier wordt tevens de ingenomen ruimte zorgvuldig gebruikt. Door natuurinclusief te bouwen wordt tevens de biodiversiteit versterkt.

Er wordt waardevol groen toegevoegd aan de planlocatie conform het landschappelijk inpassingsplan. Tevens vindt waterberging plaats op de planlocatie middels een retentiesloot en een vloeiweide om het hemelwater op de locatie te laten infiltreren. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar het landschappelijk inpassings- en beheersplan in bijlage 2 van de toelichting. Voor wat betreft bedrijvigheid gaat de gemeente samen met ondernemers aan de slag met herstructurering van bedrijfsterreinen waar dat aan de orde is. Tevens wordt de behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden van bestaande bedrijfsterreinen onderzocht. Middels onderhavige toelichting wordt hier direct toepassing aan gegeven. De structuurvisie Kernen en bedrijventerreinen, vastgesteld op 31 maart 2015, bevat het beleid voor de bebouwde kom van alle elf kernen en de bedrijventerreinen in Peel en Maas, met uitzondering van Klavertje 4. Specifiek voor het bedrijventerrein in de kern Beringe wordt in de structuurvisie Kernen en bedrijventerreinen (een van de uitgangspunten van de omgevingsvisie) gesteld dat het logistieke bedrijf DHL een belangrijk onderdeel is van het logistieke werklandschap in de regio Venlo. DHL heeft behoefte aan uitbreiding om de schaalgrootte te optimaliseren. Elders op het bedrijventerrein Beringe is er geen ruimte om deze uitbreiding te realiseren.

Om die reden is een uitbreiding ten westen van het huidige industrieterrein, grenzend aan de huidige locatie van DHL voorzien van 9 ha, voorzien.

3.3.2

Kaderstellingen Ruimte & Economie

Binnen gemeente Peel en Maas zijn een drietal kernwaarden leidend; zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Daarbij wil de gemeente een koers varen die aansluit bij wat er in de samenleving gebeurt. Met de kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma’s van de thema’s Ruimte en Economie. Bij het zoeken naar een effectieve relatie met de omgeving is zoveel mogelijk aangesloten bij de opgehaalde waardevolle bewegingen in de samenleving. Middels de kaderstelling wil de gemeente ‘het goede leven in Peel en Maas’ bereiken. Ruimte Het thema Ruimte is opgesplitst in de programma’s ‘Vitale leefomgeving’ en ‘Beheer fysieke leefomgeving’. De fysieke leefomgeving ondersteunt een vitale gemeenschap. Gemeenschappen wonen, werken en verblijven er aangenaam met elkaar en geven zelf mee inhoud aan de ontwikkelingen en behoeftes in hun omgeving. Door elkaar de vraag te stellen of daadwerkelijk wordt bijgedragen aan een vitale gemeenschap wordt de vitale leefomgeving behouden. Programma 1.2 is hoofdzakelijk gericht op de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving, meer specifiek de openbare ruimte. Een goed toegankelijke, kwalitatief goede, duurzaam ingerichte

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

19

en onderhouden openbare ruimte is van grote waarde voor vitale gemeenschappen. De openbare ruimte staat ten dienste van de gemeenschap en nodigt inwoners en bedrijven uit zich te ontwikkelen. Bij het maken van keuzes over het beheer van de openbare ruimte speelt duurzaamheid en klimaatadaptatie uitdrukkelijk een rol. Door het plaatsen van zonnepanelen op de hal wordt energie opgewekt welke regionaal kan worden gebruikt. Op deze manier wordt tevens de ingenomen ruimte zorgvuldig gebruikt. Door natuurinclusief te bouwen wordt tevens de biodiversiteit versterkt. Er wordt waardevol groen toegevoegd aan de planlocatie conform het landschappelijk inpassingsplan. Tevens vindt waterberging plaats op de planlocatie middels een retentiesloot en een vloeiweide om het hemelwater op de locatie te laten infiltreren. Derhalve draagt de ontwikkeling waar mogelijk bij aan een vitale leefomgeving. Als het grootste logistieke bedrijf ter wereld voelt DHL de verantwoordelijkheid om binnen de sector een voorbeeld te stellen en voorop te lopen in duurzaamheid. Dat betekent dat de CO 2-uitstoot wordt verlaagd en de hoogste normen worden gesteld als het gaat om maatschappelijk verantwoord ondernemen en bestuur.

In de loop der jaren heeft DHL logistiek meerdere malen opnieuw gedefinieerd - van pionieren met het eerste groene logistieke product tot het eerste logistieke bedrijf dat streeft naar nul uitstoot. Tegenwoordig biedt DHL een omvangrijk portfolio met milieuvriendelijke logistieke oplossingen binnen de sector. De missie van DHL is om de netto-uitstoot van emissies voor 2050 tot nul terug te dringen. Dit door middel van de genoemde diverse groene logistieke oplossingen. Deze oplossingen richten zich met name op het gebruik van biobrandstoffen in plaats van fossiele brandstoffen bij transporten door de lucht of over het water. Tevens beschikt DHL over het grootste elektrisch wagenpark van Nederland. Economie Een toekomstbestendige economie is een belangrijk onderdeel van het goede leven in Peel en Maas. Als het gaat om toekomstbestendige economie wil de gemeente aansluiten bij de kracht van de gemeente/regio. Bij deze rol horen werkwoorden als verbinden, stimuleren en faciliteren. Een toekomst bestendige economie zorgt voor welvaart en draagt bij tot het goede leven in Peel en Maas. Een toekomstbestendige economie kenmerkt zich door een solide economische structuur, met verschillende economische dragers, zoals agrofood, maakindustrie, logistiek, vrijetijdseconomie en detailhandel. Peel en Maas staat niet op zichzelf en maakt nadrukkelijk onderdeel uit van een regionale economie.

Door aan te sluiten bij de kracht van de regio levert de gemeente een bijdrage aan de ontwikkeling van en innovatie in de lokale en regionale economie. De ontwikkeling zal zorgen voor een toename van de werkgelegenheid in de directe omgeving. Veel werknemers wonen in de regio waardoor de ontwikkeling een bijdrage zal leveren aan de lokale en regionale economie.

3.3.3

Bestemmingsplan

Het plangebied aan de westzijde van het logistieke bedrijf aan de Zwenkgras 3 te Beringe (DHL) heeft in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’, vastgesteld op 24 december 2014 de volgende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming ‘Agrarisch’ • Gebiedsaanduiding ‘Geluidzone – industrie’ • Gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ • Gebiedsaanduiding ‘Wro zone – wijzigingsgebied 4 go’ Het plangebied van de huidige DHL is gelegen binnen ‘Bestemmingsplan Bedrijventerreinen’, vastgesteld op 25 juni 2013. De locatie heeft de volgende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming ‘Bedrijventerrein – 2’ • Enkelbestemming ‘Groen’ • Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’ • Bouwvlak • Functieaanduiding: ‘bedrijf tot en met categorie 5

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

20

• • • • •

Maatvoering: ‘maximum bouwhoogte: 12 m’ Maatvoering: ‘maximum oppervlakte bouwperceel: 10000’ Gebiedsaanduiding: ‘geluidzone – industrie Gebiedsaanduiding: ‘wro-zone – ontheffingsgebied 5’ Gebiedsaanduiding: ‘wro-zone – ontheffingsgebied 8’

Afbeelding 6: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan, beoogde uitbreiding is rood omkaderd

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

21

Het vigerende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid om de agrarische gronden te herbestemmen naar een bedrijfsbestemming. Om de gewenste ontwikkeling wel mogelijk te maken dient een partiele herziening van het bestemmingsplan plaats te vinden.

Conclusie gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat onderhavig planvoornemen past binnen de (algemene) beleidsdoelstellingen van de gemeente Peel en Maas.

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

22

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling met zekerheid geen mogelijk significant effect heeft op de Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Ten aanzien van het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’ t.b.v. een logistiek bedrijf, dit betreft een stedelijke ontwikkeling (categorie D 11.3) waarvoor een vormvrije MER-beoordeling gemaakt dient te worden. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt sinds 7 juli 2017 echter ook een m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Artikel 7.17, tweede en vierde lid, van de Wet milieubeheer geeft aan op basis van welke informatie het bevoegd gezag, in dit geval het college van Burgemeester en Wethouders, een besluit moet nemen op een MER-beoordeling.

Door middel van deze toelichting op het bestemmingsplan heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij alle relevante planologische en milieuhygiënische aspecten zijn getoetst. Deze toelichting kan dan ook worden beschouwd als vormvrije MER-beoordelingsnotitie. In overeenstemming met artikel 7.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer dient een besluit op een MER-beoordeling genomen te worden in het stadium voorafgaand aan de inzagetermijn van het ontwerpbesluit. Dit maakt het mogelijk dat het college in één vergadering besluit over de MERbeoordeling en de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Beide zaken liggen dan tegelijk ter inzage. Tegen het m.e.r.-beoordelingsbesluit staat geen bezwaar en/of beroep open, maar indirect kan er via een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan wel op gereageerd worden. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er een MER-beoordeling opgesteld dient te worden. Het college moet gelijktijdig met het nemen van een besluit op het ontwerpbestemmingsplan een besluit nemen op de vormvrije MER-beoordeling.

Bestemmingsplan Uitbreiding DHL Beringe

23

4.2 Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: - Beschrijving waterrelevant beleid; - Bestaande waterhuishoudkundige situatie; - Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.2.1

Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces.

Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten, op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. Watertoets Waterschap Limburg Niet alle ruimtelijke plannen behoeven de watertoets te doorlopen. Daartoe heeft het waterschap een stroomschema, met daarbij behorende notitie ondergrens, opgesteld waaruit het toepassingsbereik van de watertoets blijkt. Ook zijn per gemeente waterkaarten opgesteld waaruit de verschillende waterbelangen op een bepaalde locatie zijn af te lezen. Aan de hand van het ‘meldformulier watertoets’ kunnen (ruimtelijke) plannen vervolgens voor advies worden voorgelegd aan het betreffende waterschap. Onderhavige planontwikkeling is gelegen binnen het werkgebied van het Waterschap Limburg. Op de kaarten van de gemeente Peel en Maas van het Waterschap Limburg blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een aandachtsgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=86436f2d-dd0e-4782-984a-f3673eede64b