CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-062 03 Toelichting incl. bijlagen Geur- en Aerius-berekeningen

Raad 23 april 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen ‘Bestemmingsplan woningbouw Koningslust’ (2024-062)20.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Noorderhof 16 | 5804 BV Venray | (+31) 077 – 208 6099 contact@bureauleefomgeving.nl | www.bureauleefomgeving.nl

Bestemmingsplan

Concept: Ontwerp: Vastgesteld:

Woningbouw Koningslust NL.IMRO.1894.BPL0318-VG01

28 juni 2023 28 november 2023 23 april 2024

COLOFON

Projectnaam: Identificatienummer:

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3

1.2

Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 4

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED...................................................................................................6 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 6

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur..................................................................................................................................................... 6

BELEIDSKADER..................................................................................................................................................8 3.1

Rijksbeleid.......................................................................................................................................................................................................... 8

3.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 11

3.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 15

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................................... 20 4.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 20

4.2

Beschrijving plan .......................................................................................................................................................................................... 20

4.3

Landschappelijke inpassing ...................................................................................................................................................................... 21

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 22 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 23

5.2

Kabels en leidingen ..................................................................................................................................................................................... 34

5.3

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 34

5.4

Waterhuishouding...................................................................................................................................................................................... 36

5.5

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 38

5.6

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 39

JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 41 6.1

Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 41

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 41

7.

HANDHAVING ................................................................................................................................................ 43

8.

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................................... 44 8.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 44

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 44

8.3

Procedure....................................................................................................................................................................................................... 44

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

1

BIJLAGEN Bijlage 1: Geurberekening Bijlage 2: AERIUS berekeningen SEPARATE BIJLAGEN ▪ Quickscan flora en fauna, Faunaconsult (d.d. 3 oktober 2023) ▪ Verkennend bodemonderzoek, HMB Groep ( d.d. 15 mei 2023, kenmerk: 23229601A) ▪ Akoestisch onderzoek, HMB Groep (d.d. 3 mei 2023, kenmerk: 23230101N) ▪ Aanvulling akoestisch onderzoek, HMB Groep (d.d. 19 september 2023, kenmerk: 23230101N) ▪ Oriënterend doorlaatbaarheidsonderzoek, HMB Groep (d.d. 30 mei 2023, kenmerk: 23229602W) ▪ Landschappelijk inpassingsplan, Ron Janssen Erf- en Landschapverfraaiing (d.d. 20 november 2023) ▪ Omgevingsdialoog

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

2

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan In de gemeente Peel en Maas is sprake van een urgent woningtekort, zo ook in de kern Koningslust. De woningmarkt is flink aangetrokken waardoor de woningbehoefte hoger is dan de woningvoorraad. In 2015 is daarom de nieuwbouwwijk “Julianahof” gerealiseerd. Recent, eind 2022, is hier eveneens invulling aan gegeven met het herontwikkeling van de voormalige basisschoollocatie “de Springplank” tot woonlocatie. Desondanks deze ontwikkelingen blijft de behoefte aan woningen groot. Vooral voor starters en senioren is gebleken dat er nog steeds te weinig geschikte woningen beschikbaar zijn. Initiatiefnemers wensen een (kleine) bijdrage te leveren aan dit heersende tekort aan passende woningen. Het voornemen bestaat om 18 woningen te realiseren aan de Meester Caelersstraat, net buiten de kern. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie U, nummer 150 (ged.) en 195, sectie A, nummer 9185 (ged.) en nummer 194.

Afbeelding 1 Locatie en omgeving (rood; plangebied)

De locatie waar de nieuwe woningen zijn beoogd maakt onderdeel uit van het juridisch-planologische regime van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” en is daarin bestemd als ‘Agrarisch’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn niet bestemd voor woondoeleinden daarnaast ontbreekt de mogelijkheid tot het oprichten van gebouwen. Derhalve is het op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk om op deze locatie nieuwe woningen te realiseren. Om de nieuwe woningen in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Doormiddel van dit bestemmingsplan wordt een woonbestemming toegekend aan de locatie, waardoor de bouw van 18 nieuwe woningen ter plaatse mogelijk wordt.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

3

1.2 Plangebied en begrenzingen De woningbouwlocatie is gelegen in het buitengebied van Koningslust, direct aangrenzend aan de noordelijke rand van de bebouwde kom van kern. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie U, nummer 150 (ged.) en 195, sectie A, nummer 9185 (ged.) en nummer 194 en wordt in onderhavig bestemmingsplan aangeduid als “het plangebied”. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.000 m². In het kader van onderhavige ontwikkeling zijn ook de percelen U 150, 153 en A 9185 (ged.) meegenomen op de verbeelding behorende bij onderhavig plan. Dit is enkel ten behoeve van het borgen de zomereiken en het uitsluiten van gebruik als boomgaard. Deze gronden worden derhalve niet verder aangemerkt als het plangebied.

Afbeelding 2 Luchtfoto plangebied (rood)

Het plangebied is thans onbebouwd en in gebruik als landbouwgrond. De locatie wordt aan de zuidelijke zijde begrenst door een groenperkje en de Meester Caelersstraat met aan overzijde woningen en de basisschool van Koningslust. Aan de oost- en westzijde van de locatie zijn eveneens burgerwoningen gelegen. In noordelijke richting zijn landbouwgronden gelegen met daarachter eveneens woningen, welke gepositioneerd zijn aan De Brentjes.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (vastgesteld d.d. 24 december 2014) en is daarin bestemd als ‘Agrarisch’. Tevens is de locatie voorzien van de gebiedsaanduidingen ‘kernrandzone’, ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 2 ko’. Een klein gedeelte van het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Kernen Beringe, Egchel, Grashoek en Koningslust” (vastgesteld d.d. 7 februari 2012) en is daarin bestemd als ‘Groen’ met de functieaanduiding ‘parkeerterrein’. Tevens is een klein gedeelte van dit gebied voorzien van de aanduiding ‘Waarde – Archeologie 5’.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

4

De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en/of hobbymatig gebruik. Op deze gronden mogen geen bouwwerken en geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van bestaande paardrijbakken en erf- en terreinafscheidingen met open constructie. De voor ‘Groen’ aangewezen zijn bestemd voor groenvoorzieningen en parken en op deze locatie specifiek een parkeerterrein. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet mogelijk op om de locatie nieuwe woningen te realiseren. De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn niet bestemd voor woondoeleinden en er ontbreekt de mogelijkheid tot het oprichten van gebouwen. Daarnaast zijn te voor ‘Groen’ aangewezen gronden niet bestemd voor verkeersdoeleinden.

Afbeelding 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (rood; plangebied)

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

5

2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED

2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen in het buitengebied, ten noorden van de kern Koningslust. De kern Koningslust maakt onderdeel uit van de gemeente Peel en Maas. De gemeente Peel en Maas is gelegen in het noorden van Limburg. Ruim 1.200 inwoners bevolken de kern. De kern Koningslust ligt in het noordoosten van de gemeente, ingeklemd tussen de aan de westzijde gelegen Sevenumsedijk (N270) en de aan de oostzijde gelegen Middenpeelweg (N277). De naam van het dorp is afkomstig van Petrus de Koning (1754-1826), die in 1795 grote stukken heidegrond met boerderijen kocht in dit gebied. Zijn zoon, de pastoor Leonard de Koning (1798-1868), stichtte op het landgoed Koningslust de Congregatie van Broeders van de Derde Regel van de Heilige Franciscus. Ze brachten de heidegrond in cultuur en bouwden het gesticht Koningslust en een kerk. Het dorp ontwikkelde zich verder langs de linten Koningsweg en Poorterweg, maar ook meer verspreid langs de Brentjes en de Zandstraat. Rond 1967 zijn er al enkele planmatige straatjes (Everlosebeekstraat). Rond 1988 is pas sprake van de ontwikkeling van een dorpshart, waarna de eerste planmatige uitbreiding plaatsvindt in Koninglust Oost.

Plangebied

Kern Koningslust

Afbeelding 4 Ligging plangebied ten opzichte van omgeving

2.2 Ruimtelijke en functionele structuur De omgeving van het plangebied kenmerkt zich als een kleinschalig halfopen ontginningslandschap. De kleinschalige halfopen ontginningslandschappen zijn ontstaan op gronden die van oudsher natter en minder gunstig waren voor de landbouw. Er was door ontginning en bosaanplant in de tweede helft van de 19e eeuw een kleinschalig landschap ontstaan met veel bos, heideterreintjes, velden en daar doorheen veel paden. Cruciaal voor deze gronden is dat de ontginning in de 20e eeuw minder grootschalig is geweest dan in de grote heideontginningen, zoals dat bijvoorbeeld ten zuiden van Koningslust wel heeft plaatsgevonden.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

6

Het patroon van wegen is afwisselend recht en gebogen. Er zijn afwisselend weilanden en akkers. De kleinschaligheid in de omgeving is mede een gevolg van de vele bebouwing. Belangrijkste structuurdragers in de omgeving van het plangebied zijn de wegen Poorterweg en De Brentjes. De Poorterweg loopt vanuit de kern van Koningslust richting het buitengebied. Deze weg is noord-zuid gericht. De Poorterweg kruist met De Brentjes, die oost-west gericht is en Koningslust verbindt met de N275. Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van de kruising waar de Poorterweg en de Brentjes elkaar kruisen. De bebouwde komgrens van Koningslust bevindt zich, direct aangrenzend, aan de zuidelijke rand van het plangebied. Er kan dan ook gesproken worden van een kernrandzone, aan twee zijden grenst het gebied aan de kern en twee zijden aan het buitengebied. Van oorsprong bevonden zich in de kernrandzone van Koningslust diverse functies. Echter is het plangebied al jaren in gebruik als landbouwgrond. Wel is de functiemenging in de omliggende bebouwingslinten steeds minder aanwezig, het gebruik bestaat heden ten dage overwegend uit wonen. Ook de bebouwing in de kern van Koningslust bestaat voornamelijk uit woningen.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

7

3. BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en water robuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

8

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreffen ontwikkelingen waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor onderhavige bestemmingswijziging. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, de bestemmingswijziging is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst:

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

9

“De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.

Indien niet meer dan 11 woningen binnen een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is er volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake van de ruimtelijke ontwikkeling van een woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro (zie uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Onderhavig planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 18 woningen, derhalve is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. In dat geval dient er een behoefte onderbouwing ten aanzien van de beoogde ontwikkeling plaats te vinden. Het initiatief voorziet in de realisatie van 18 woningen, bestaande uit diverse typologieën waaronder levensloopbestendige woningen. De woningen zijn voorzien in het betaalbare segment. De toevoeging van deze extra woningen speelt in op de behoefte van de lokale woningmarkt en de concrete woonwensen van de burgers. Met dit bestemmingsplan worden in het gebied meerdere typen woningen zoals starters- en seniorenwoningen mogelijk gemaakt, waardoor flexibiliteit ontstaat binnen het plangebied en het woningaanbod. Er zijn in de afgelopen jaren door de werkgroep Wonen en het dorpsoverleg Koningslust diverse onderzoeken uitgevoerd naar de noodzaak en behoefte aan woningen binnen de kern Koningslust.

Hieruit bleek dat er een grote behoefte is aan passende woningen, juist in de kleine dorpen zijn deze relatief plannen van groot belang voor de lokale woningbehoefte en het waarborgen van de leefbaarheid. Door de huidige krappe woningmarkt is het niet tot nauwelijks meer mogelijk om een woning in eigen dorp te kunnen bemachtigen. Hierdoor vallen veel mensen tussen wal en schip en moeten noodgedwongen thuis blijven wonen of vertrekken naar elders. Hierdoor kan de leefbaarheid van de kleine kernen niet meer gewaarborgd worden. De woningbouw vindt plaats aan de rand van de kern en vormt hierdoor een passende toevoeging aan de kern. De toevoeging van de extra woningen sluit aan bij de toenemende vraag naar woningen in de regio. Uit de gemeentelijke structuurvisie en woonvisie blijkt dat voor de groei in inwoners en huishoudens in de gemeente Peel en Maas tot aan 2030 realisatie van woningbouw nodig is. Voor de kern Koningslust is bepaald dat in eigen behoefte wordt voorzien, destijds resulteerde dit in een bouwopgave van 45 woningen. Desondanks de realisatie van deze woningen blijft de behoefte aan passende woningen bestaan, zoals blijkt uit recent uitgevoerde onderzoeken in de kern. Het woningbouwprogramma voorziet in een invulling van een deel van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave voor de gemeente Peel en Maas.

Het plan is gericht op de opvang van een lokale behoefte, met naar verwachting een zeer beperkte regionale invloed. Met deze ontwikkeling is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik beoordeeld op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

10

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). In de Omgevingsvisie wordt de lange termijn visie (2030-2050) beschreven. Er wordt continue gezocht naar de goede balans tussen beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie komen vraagstukken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen. Daarnaast komen er ook autonome vraagstukken aan bod die van groot provinciaal belang zijn. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij het uitgangspunt. Het document is dynamisch en flexibel, dit biedt mogelijkheden om het document te actualiseren met het oog op (eventuele) toekomstige veranderingen. In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen.

In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg.

De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors.

Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

11

De omgevingsvisie bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad.

Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Samen met hun partners wil de provincie een voortreffelijk woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen.

Dit doet de provincie door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. De provincie faciliteert daarbij flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor aan de veranderende woonwensen en –behoeften van een diversere groep mensen tegemoet gekomen kan worden, in zowel de bestaande bouw als nieuwbouw. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het oprichten van 18 woningen in Koningslust. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen het POVI. 3.2.2 Omgevingsverordening 2021 In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. De volgende regels uit de Omgevingsverordening 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Groenblauwe mantel;

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

12

▪

Beekdal;

Groenblauwe mantel Een van de wijzigingen in de Omgevingsverordening 2021 ten opzichte van de Omgevingsverordening 2014 betreft het samenvoegen van de zilvergroene en bronsgroene landschapszone tot de groenblauwe mantel. De regels voor beide typen gebieden komen sterk overeen, net als het feitelijke gebruik. Het plangebied is aangeduid als ‘groenblauwe mantel’. Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen vormen samen de groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden. Dergelijke stad-landzones vormen samen een soort mantel tussen en bij het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar we goede combinatiemogelijkheden zien voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. Binnen dit gebiedstype ligt de focus op het versterken van het klimaatadaptieve karakter, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel geldt een motiveringsplicht om aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteit in de betreffende gebieden wordt omgegaan. De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed, het reliëf en de ruimte voor water en waterberging in de laagten en beekdalen.

Deze zijn aangeduid in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg. Blijkens de bij het Landschapskader behorende kaart is het landschap te typeren als ‘droge heideontginning’. De droge heideontginningen zijn de jongste ontginningen op zandgronden en vormen het grootste oppervlak landbouwgronden. de droge heideontginningen worden gekenmerkt door het vlakke landschap met her en der een lichte welving met een regelmatige blokverkaveling. De bebouwing bestaat overwegend uit losse boerderijen die her en der een lint vormen. Door de voornamelijk grootschalige landbouwkundige inrichting is de natuurwaarde vaak beperkt. Binnen de linten is enige mate van verdichting mogelijk, waarbij zorgvuldig omgegaan moet worden met het zicht naar de achterliggende landbouwgronden. Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van 18 woningen aangrenzend aan de kern van Koningslust. Aan weerszijde van het plangebied zijn thans woningen gelegen, met het realiseren van de nieuwe woningen wordt dan ook aangesloten op de reeds bestaande bebouwing c.q. het bestaande bebouwingslint van de Meester Caelersstraat. Daarnaast sluit het initiatief aan op de karakteristiek en ontwikkelingsvisie van het landschap. Daarnaast wordt de locatie voorzien van een landschappelijk inpassingsplan, waarmee karakteristieke landschapselementen versterkt c.q. toegevoegd aan de locatie.

Voor een nadere toelichting van de kernkwaliteiten wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan in de bijlagen. Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (inwerkingtreding: 1 januari 2024) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hierna is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Tot het moment dat de Omgevingsverordening Limburg in werking treedt (inwerkingtreding: 1 januari 2024) geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014 nog. In de Omgevingsverordening bevat de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In januari 2023 is de Omgevingsverordening nogmaals herzien op bepaalde onderdelen.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

13

De volgende regels uit de Omgevingsverordening 2014 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Bronsgroene landschapszone; ▪ Toevoegen van woningen; Bronsgroene landschapszone 1. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Bronsgroene landschapszone, bevat een beschrijving van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden (kernkwaliteit “Groene karakter”) stelt de Gedeputeerde Staten de wijze vast waarop de compensatie dient de worden uitgevoerd. 2. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Het projectgebied is gelegen in de zone ‘Bronsgroene landschapszone’. Deze gebieden zijn veelal geconcentreerd langs beekdalen en langs steilere hellingen met een grote variatie aan functies, in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap. De kernkwaliteiten in de bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel- ruimtelijk karakter, het cultuurhistorische erfgoed en het reliëf.

De kernkwaliteiten voor gebieden gelegen in Noord en Midden Limburg zijn uitgewerkt in het landschapskader Noord en Midden Limburg (deel A, hoofdstuk 4). Blijkens de bij het Landschapskader behorende kaart is het landschap te typeren als ‘droge heideontginning’. De droge heideontginningen zijn de jongste ontginningen op zandgronden en vormen het grootste oppervlak landbouwgronden. de droge heideontginningen worden gekenmerkt door het vlakke landschap met her en der een lichte welving met een regelmatige blokverkaveling. De droge heideontginningen zijn de jongste ontginningen op zandgronden en vormen het grootste oppervlak landbouwgronden. Het half open landschap is op de jonge ontginningen vanuit cultuurhistorisch perspectief vooral waardevol als voorbeeld van de meer recente ontginningsperiode. De droge heide ontginningen zijn door voornamelijk grootschalige landbouwkundige inrichting en het fragmentarische karakter van de aanwezige landschapselementen in natuurwaarde beperkt. Door het gebruik van beplantingen in de vorm van bijvoorbeeld plantenrijen, kan de belevingswaarde worden vergroot. Op sommige plekken levert het geometrisch patroon samen met verschillende opgaande beplantingen, een bijzonder patroon van open en dichte en grotere en kleinere ruimtes.

Kenmerkend visueel-ruimtelijk aspect zijn de hoekverdraaiingen, het patroon is wel recht, maar staat meestal niet loodrecht op elkaar. De bebouwing bestaat overwegend uit losse boerderijen die her en der een lint vormen. Binnen de linten is enige mate van verdichting mogelijk, waarbij zorgvuldig omgegaan moet worden met het zicht naar de achterliggende landbouwgronden. Bovenstaande paragraaf (3.2.2) voorziet reeds in de verantwoording van het landschapstype. De bronsgroene landschapszone is in de Omgevingsverordening 2021 samengevoegd met de zilvergroene landschapszone tot de groenblauwe mantel. Op basis van bovenstaande verantwoording en conclusie kan gesteld worden dat dat er rekening is gehouden met de aanwezige landschappelijke kwaliteiten bij de inrichting en inpassing van het plangebied. Voor een nadere toelichting van de kernkwaliteiten wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan in de bijlagen. 3.2.4 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

14

september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke woonvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Peel en Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 156 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Peel en Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren.

Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. ▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

De beoogde woningen vormen een toevoeging c.q. uitbreiding van de kern Koningslust. De woningen zijn beoogd op een thans onbebouwd perceel en sluiten aan op de woningen gelegen aan de Meester Caelersstraat. Gezien de aard van het initiatief en de vraag naar woningen binnen de dorpen sluiten de nieuwe woningen aan op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 Het college van burgemeester en wethouders heeft op 4 juni 2018 de beleidsregel “Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018” vastgesteld. In deze beleidsregel zijn mogelijkheden opgenomen om onder voorwaarden woningbouw, dan wel woningsplitsing mogelijk te maken op locaties waar dit planologisch niet is toegestaan. Woningbouw is uitsluitend mogelijk onder één van de volgende voorwaarden: 1. De zogenaamde win-win situaties, omdat daarmee de mogelijkheid behouden blijft voor intensieve veehouderijen in of tegen de kernrandzone om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen hetgeen van groot belang is voor de verbetering van het woon- en leefklimaat van de omliggende woonomgeving;

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

15

2. 3. 4. 5. 6.

Woningbouwinitiatieven die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde hebben en een bijdrage leveren aan het behoud/versterken van vitale gemeenschappen; Verzoeken die passen binnen de Ruimte voor Ruimteregeling en die deel uitmaken van de taakstelling Ruimte voor Ruimte, voor zolang de gemeente daaraan bestuursrechtelijk en privaatrechtelijk is verbonden; Tijdelijke woonconcepten, ook naar aard en verschijningsvorm, voor de duur van maximaal 10 jaar, tot uiterlijk 2030, voor huisvesting van urgente doelgroepen; Woningsplitsing binnen het bestemmingsplan buitengebied met als doel behoud en versterking van cultuurhistorische waarden, mits voldaan wordt aan de voorwaarden als gesteld in het gemeentelijk beleid; Positieve principebesluiten en/of privaatrechtelijke afspraken als bedoeld in artikel 3, lid f van de beleidsregel.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van 18 nieuwe woningen aan de rand van de kern Koninglust. Er is thans sprake van een tekort aan passende woningen binnen de kern waardoor mensen noodgedwongen thuis moeten blijven wonen of vertrekken naar andere dorpen. Hierdoor staat de leefbaarheid van de kern onder druk. Desondanks dat wonen conform het beleid weliswaar plaats dient te vinden in de kernen betreft onderhavige ontwikkeling een woningbouwontwikkeling die 1) direct grenst aan de kern, 2) voorziet in een belangrijke meerwaarde en 3) voorziet in het behoud en versterken van een vitale gemeenschap. Daarnaast heeft initiatiefnemer het dorpsoverleg Koningslust en de werkgroep wonen al vroegtijdig bij het project betrokken om de behoefte van de kern in beeld te brengen. Het initiatief is derhalve passend binnen de beleidsregel woningbouwverzoeken. 3.3.2 Omgevingsvisie Peel en Maas De gemeente Peel en Maas heeft op 5 juli 2022 de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft een visie over de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen voor de gehele gemeente. De visie gaat voer de woon- en leefomgeving en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. De omgevingsvisie blijft een dynamisch document. Op dit moment is de eerste versie van de omgevingsvisie opgesteld, met het bestaande beleid als uitgangspunt.

De komende jaren werkt de gemeente verder waar dat nodig is en evalueert of aanpassing nodig of wenselijk is. De gehele gemeente is opgedeeld in deelgebieden met ieder hun eigen waarden en kenmerken. Aanvullend aan deze waarden hanteert de gemeente een aantal overkoepelende waarden die niet gebiedsafhankelijk zijn. Dit zijn de waarden die de basis vormen; zelfsturing, diversiteit en duurzaamheid. Conform de waardenkaart is onderhavig plangebied gelegen in ‘Kleinschalige half open ontginningslandschappen’. Het kleinschalig half open ontginningslandschap kenmerkt zich door afwisselend weiden, akkers, bos en heideterreintjes met daar doorheen (onverharde) paden. Het versterken van de waarden kan gezocht worden in onder andere: • het versterken van de (cultuur)historische elementen en identiteit; • het werken aan architectonische en stedenbouwkundige samenhang in de verdichte gebieden; • het zorgen voor contrast tussen verdichte en open stukken; • Behoud en maken van doorzichten vanuit linten naar akkercomplexen; In de Omgevingsvisie wordt geen nieuwe koers vastgelegd. De reeds ingezette koers uit de kaderstellingen en de beleidsdocumenten wordt samen in één document gevoegd. Dit alles is samengebracht in 6 opgaven van beleid, waarvan de eerste 3 overkoepelend zijn: 1.

Zo worden we duurzamer; Het realiseren van een duurzame toekomstig bestendige gemeente, duurzaamheid wordt opgesplitst in de deelonderwerpen: klimaatadaptie, energietransitie en circulariteit. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling en bij nieuwe initiatieven dient gekeken te worden naar de mogelijke adaptieve maatregelen op het gebied van onder andere hittestress of wateroverlast. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het (lokaal) opwekken van duurzame energie en het inzetten op circulariteit.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

16

2.

3.

4.

5.

6.

Een gezonde en veilige leefomgeving; De gemeente zet in op gezondheid en veiligheid als belangrijke afwegingsfactoren bij ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om aspecten zoals luchtkwaliteit, hittestress, gezondheid maar ook het stimuleren van de bewoners tot meer bewegen en ontmoeten. Het versterken van natuur en biodiversiteit; Een groene en gezonde leefomgeving draagt bij aan een positieve gezondheid en het goede leven. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen gerealiseerd te worden met een meerwaarde voor de natuur en de biodiversiteit, waarbij natuurinclusief bouwen de norm is. Goed wonen voor iedereen; De gemeente zet in op het in balans brengen van de vraag en het aanbod van woningen ten behoeve van vitale gemeenschappen. De juiste woning op de juiste plek en met de juiste kwaliteit. De gemeente blijft in gesprek met het dorpsoverleg, initiatiefnemers en ontwikkelaars over het thema wonen. Het doel is een leefomgeving te creëren die rekening houdt met het veranderde klimaat en daarnaast bijdraagt aan de gezondheid, biodiversiteit en veiligheid van de inwoners. Woningen worden in principe toegevoegd in de kernen, bij voorkeur op herstructureringslocaties, alsmede het faciliteren van passende woonruimte voor diverse doelgroepen. Toekomstgericht ondernemen; Uitgangspunt is ondersteunen in de transitie naar een circulaire, waarden gedreven economie en kenniscirculatie.

Een toekomstbestendige economie zorgt voor welvaart en draagt bij het goede leven in Peel en Maas. Gemeente faciliteert lokale bedrijven, die geworteld zijn in de samenleving, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector, het MKB en recreatie en toerisme. Daarnaast wordt ingezet op herstructurering boven uitbreiding en het hergebruik van leegstaand agrarisch vastgoed voor recreatie/toerisme en bedrijvigheid. Balans in het buitengebied. Een van de belangrijkste economische dragers van het buitengebied is de land- en tuinbouw binnen Peel en Maas. De gemeente stimuleert het faciliteren van kringloop- en natuurinclusieve landbouw dat leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit. Het doorontwikkelingen van grootschalige agrarische bedrijvigheid is toegestaan in gebieden waar dit passend in op basis van een gebiedsgerichte aanpak, uitbreiding gaat gepaard met een tegenprestatie. Ook wordt gestimuleerd op hergebruik c.q. herbestemming van leegstaand/leegkomend agrarisch vastgoed onder voorwaarde dat er sprake is van kwaliteitswinst in de vorm van een bijdrage aan de doelen/speerpunten. Via de win-win regeling zijn er ook beperkte mogelijkheden voor de inzet van woningbouw om leegstand tegen te gaan. Bij hergebruik c.q. herbestemming is de sloop van overtollige gebouwen een belangrijk uitgangspunt.

De opgaven dienen in samenhang van elkaar gezien te worden, waarbij met name de eerste drie overkoepelende opgaven als leidende principes gelden. Bij elke ontwikkeling dient bekeken te worden hoe een bijdrage aan deze drie opgaves geleverd kan worden. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van nieuwe woningen als uitbreiding van de kern Koningslust en valt daarmee onder opgave 4 ‘Goed wonen voor iedereen’ in samenhang met de drie overkoepelende opgaven. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is sprake van het realiseren van een nieuwe woonwijk als uitbreiding van de bestaande kern. Hiermee worden nieuwe woonmogelijkheden geboden waar thans veel vraag naar is. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij de opgaven zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Peel en Maas. 3.3.3

Kwaliteitskader

De omgevingsvisie blijft een dynamisch document. Op dit moment is de eerste versie van de omgevingsvisie opgesteld, met het bestaande beleid als uitgangspunt. Momenteel is de gemeente bezig met de twee versie Omgevingsvisie, hierin zal de kwaliteitsbijdrage zoals nu vastlegt in het Kwaliteitskader ook een plaats krijgen. Tot op dat moment is het kwaliteitskader nog van toepassing. Het kwaliteitskader is de gemeentelijke vertaling van het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Het kwaliteitskader biedt een houvast voor ontwikkelingsgericht beleid in het buitengebied. Ontwikkelingen in het buitengebied worden als kans gezien voor zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Het doel van het kwaliteitsmenu is het bieden van een instrument om noodzakelijke en/of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met kwaliteitsverbetering. Bij

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

17

kwaliteitsverbetering wordt onderscheid gemaakt in Basiskwaliteit (geldt altijd bij ontwikkelingen), daar bovenop Basiskwaliteit Plus of Aanvullende Kwaliteitsverbetering. Bij iedere ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak en bij uitbreiding van het bouwvlak tot de referentiemaat in een agrarisch gebied zonder waarden, is Basiskwaliteit van toepassing. Ook bij functiewijziging van een gebouw zoals de vestiging van een kleinschalige logeerinrichting of huisvesting van arbeidsmigranten binnen de bestaande bebouwing is er sprake van Basiskwaliteit. Basiskwaliteit wil zeggen dat de nieuwe bebouwing of functie goed ingepast moet worden. Als basis voor de omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte “landschappelijke inpassing” of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en erf komt. In het geval van onderhavige ontwikkeling wordt aangesloten bij de module “nieuwe uitbreiding van woningbouw” uit het LKM. Hier wordt gerekend met een bijdrage van € 5,=/m² plangebied. Initiatiefnemer en gemeente Peel en Maas hebben de hoogte van de kwaliteitsbijdrage in overleg vastgesteld, dit is opgenomen in de anterieure overeenkomst. In het kader van onderhavig initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij invulling gegeven is aan de gevraagde kwaliteitsbijdrage.

Derhalve wordt er voldaan aan de eisen uit het Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas. 3.3.4 Kaderstelling Ruimte en Economie In november 2017 is de notitie ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema’s Ruimte en Economie vastgesteld. De gemeente Peel en Maas wil bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bij alles wat de gemeente doet is een drietal kernwaarden leidend, namelijk zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma’s van de thema’s ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken. De economische crisis heeft partijen (overheid, ondernemers, inwoners) geleerd naar mogelijkheden te zoeken. Het denken en doen niet te laten bepalen door automatismen en belemmerende regels, niet te stoppen bij overheidssturing maar juist mee te werken in interactie en in partnership. De gemeenschap heeft behoefte aan ruimte om zelf initiatieven te ontwikkelen. De gemeente heeft in dat verband een faciliterende rol. Middels expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestilleerd: ▪ van Individueel naar Samen; ▪ van Omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit; ▪ van Lineair naar Circulair; ▪ van Gesloten naar Open; ▪ van Consumeren naar Beleven; ▪ van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen; ▪ van overheidssturing naar omgevingssturing.

Per ‘waarde’ zijn omgevingsdoelen vastgesteld om de waarden inhoud te geven. De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen bepalen de richting voor de toekomstige Omgevingsvisie en geven tevens inhoud voor de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is programmadoel 6: ‘Wonen in duurzaam balans’ relevant. Dit programmadoel stuurt op het realiseren van de juiste woning, het juiste aantal en het bouwen op de juiste plek. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van 18 nieuwe woningen aan de rand van de kern Koningslust. Uit onderzoek blijkt dat er in Koningslust behoefte is aan passende woningen. Met het realiseren van de nieuwe woningen wordt dan ook een (kleine) bijdrage geleverd aan dit heersende tekort binnen de kern. Door het realiseren van de

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

18

woningen wordt tevens de leefbaarheid in deze klein kern gewaarborgd. Door de huidige krappe woningmarkt is het niet tot nauwelijks meer mogelijk om een woning in eigen dorp te kunnen bemachtigen. Hierdoor vallen veel mensen tussen wal en schip en moeten noodgedwongen thuis blijven wonen of vertrekken naar elders. Het realiseren van de nieuwe woningen sluit aan bij de Kaderstelling Ruimte en Economie van de gemeente Peel en Maas.

Vastgesteld – “Woningbouw Koningslust”

19

4. PLANBESCHRIJVING 4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken van het nieuwe woningbouwplan “Koningslust-Noord”. Woningbouwontwikkeling Koningslust-Noord voorziet in de ontwikkeling van 18 woningen, direct aangrenzend aan de kern Koninglust.

4.2 Beschrijving plan Tot aan 2030 zijn in de gemeente Peel en Maas circa 805 tot 1.060 woningen benodigd om te voorzien in de woningbehoefte. Ook in de kern Koningslust is de vraag naar woningen groot. Initiatiefnemers zijn in goed overleg met het dorpsoverleg en werkgroep wonen Koningslust. Uit lokaal onderzoek blijkt dat om de leefbaarheid van Koningslust te behouden woningbouw noodzakelijk is.

Afbeelding 5 Impressie beoogde situatie (rood; plangebied, blauw; bebouwde kom)

Juist in de kleine dorpen zijn deze relatief plannen van groot belang voor de lokale woningbehoefte en het waarborgen van de leefbaarheid. Door de huidige krappe woningmarkt is het niet tot nauwelijks meer mogelijk om een woning in eigen dorp te kunnen bemachtigen. Hierdoor vallen veel mensen tussen wal en schip en moeten noodgedwongen thuis blijven wonen of vertrekken naar elders. Hierdoor kan de leefbaarheid van de kleine kernen niet meer gewaarborgd worden. Om een bijdrage te kunnen leveren aan dit heersende woningtekort zijn initiatiefnemers voornemen een 18-tal woningen te realiseren. De woningen zijn beoogd op het thans onbebouwde perceel gelegen naast de woning Meester Caelersstraat 15 en achter de woningen Adriaansweg 9 en 11. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie U, nummer 150 (ged.) en 195, alsmede sectie A, nummer 9185 (ged.). De gronden zijn weliswaar, planologisch gezien, gelegen in het buitengebied maar grenzen direct aan de kern en vormen hierdoor een passende uitbreiding van de bestaande kern.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=ad689838-2605-44d6-b7cb-f60d83641f58