2024-059 16 Bijlage 4 bij de toelichting - Quickscan natuurbescherming
Tekst van het document
Met betrekking tot Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland of zijn ten aanzien van de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie geen houtopstanden wordt geadviseerd om navraag geldt voor de te vellen bomen.
negatieve effecten te verwachten. Ten aanzien van te doen bij provincie Limburg of een meldingsplicht
Econsultancy Swalmen, 20 Rappor 18772008 verie DI
Pagina25 van 25
Eco/nsu\canc*y GERAADPLEEGDE
BRONNEN
Broekhuizen, S., Spoelstra, K. Thissen, J., Canters, K. & Buys, J. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden,
Leiden
BIIJ12 (20170). Kennisdocument steenuil. Opgehaald van https://www.bijl2.nl/assets/BIJ12-2017-019Kennisdocument-Steenuil-1.0.pdf. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.). Natura 2000 gebieden. Geraadpleegd op 20 mei 2022 van https://www.natura2000.nl/gebieden
Nationale Database Flora en Fauna (2.d.). Uitvoerportaal; zoekgebied Helden e.0, periode 2012-2022.
NDFF.
Geraadpleegd op 20 mei 2022 van https:/ndff-ecogrid.nl Sovon (z.d.). Soortenoverzicht. Geraadpleegd op 20 mei 2022 van htps:/'stats.sovon.nl/stats/soorten. Verspreidingsatlas (z.d.). NDFF Verspreidingsatlas. Geraadpleegd op 20 mei 2022 van https://www.verspreidingsatlas.nl!
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021).
Vleermuisprotocol 2021.
Opgehaald van
https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol. Wet natuurbescherming
(2015, 16 december).
Opgehaald van: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-
02-17.
Provinciale
bronnen
Limburg
www.Iimburg.nl (NNN en beschermde gebieden in Limburg) www.natuurgegevensprovincielimburg.nl (natuurgegevens provincie Limburg)
Rappor 18772008 verie DI
Eco/nsu\canc*y Bijlage 1 toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Zorgplicht Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd (zie tabel II). Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden
vermeden.
Tabel M. Zorgplicht Artikel 1.11. Zorgplicht
1.
Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden,
bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild Ie-
vende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
2.
De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het w vende dieren en planten:
e
3) _ dergelijke handelingen achterwege laat, dan we, b}
indien dat achterwege laten redelikerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelike maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen,
©
of
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld: “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Indien er aanleiding is maatregelen te nemen ten aanzien van de zorgplicht, zal dat voor het betreffende beschermde natuurgebied en de betreffende soortgroep in deze rapportage worden aangegeven.
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; e _ soorten van de Vogelrichtlijn (artike/ 3. 1; e _ soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); e andere soorten (artikel 3.10). In tabel II t/m V worden deze artikelen nader toegelicht.
Rappor 18772008 verie DI
Tabel UI.
Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.1 Wet natuurbescherming
Artikel 3. Soorten van de Vogelrichtlijn 1
_
2.
_
Hetis verboden opzettelik van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld i artikel 1 van de Vogel-
richtijn te doden of te vangen. Hets verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van ogels als bedoeld n het eerste l te vernielen of te beschadigen, of nasten van vogels weg te nemen. _ Hetis verboden eieren van vogels als bedoeld n het eerste idte rapen en deze onder zich e hebben. _ Het s verboden vogels als bedoeld in het eerste id opzetteljk te storen. _ Hetverbod, bedoeld in het vierde i s niet van toepassing indien de storing niet van wezenljke invloed s op de staat van i standhouding van de desbetreffende vogelsoort.
3. 4 5.
Toelio
ting
Ale inheemse vogelsoorten in Nederland vallen onder de Vogelrichtln.
De Vogelrichtijn is een richtln vanuit de Europese Unie uit 1979 en
heeft betrekking op de instandhouding van alle natuurljk in het wid levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lidstaten waarop het Verdrag van toepassing i. De lst met soorten is nietmtatiet.
Tabel IV.
Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.5 Wet natuurbescherming
Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd drag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn
in bijtage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage l bij het Ve
1.
_ Hetis verboden in het wid levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelik te doden of te van-
2.
_ Hetis verboden dieren als bedoeld n het eerste d opzetteijk e verstoren.
3.
_ Het s verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste id n de natuur opzeftelijk te vernielen of te rapen.
4. 5.
_ Het s verboden de voortplantingsplaatsen of ustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. _ Hetis verboden planten van soorten uit de Habitatrichtljn of het Verdrag van Bern in hun natuurlke verspreidingsgebied opzettej te plukken en te verzamelen, af t snijden, te ontwortelen ofte vernielen.
gen.
Toelichting
Het gaat bij arkel 3.5 over in het wid levende dieren van verschilende soorlgroepen. verdrag van Bern geen uitzondering gemaakt.
In de wet wordt voor vogelsoorten uit bijage I! van het
Van de vogelsoorten die in Nederland voorkomen is hieronder een selectie gemaakt. Van de
overige soortengroepen zijn alle soorten genoemd. Soorten
Planten Zoogdieren
drjvende waterweegbree, groenkncorehis, ruiperd moerasscherm, zomerschrostrchis ‘over, hamster hazelmuis, ynx, Noordse woolmuis, otter, wol, wide kat
Walvisachtigen
_ | brevis, dofin, cotin
Vieermuizen
_
burug,
butskop (hle), Ouergpotis, Gwergvinis, gestreepte dolijn, gewane dalijn, gewone spisdolijn, gewane vavis, gend, grjze
Keine zwaardwalis,
| Bechsteins veermuis,
narwal,
bosweermuis,
Noordse vinvis,
Brardis
orka,
vlermuis,
pos,
spiscolijn van Gray, tumelaa, walrus wifankdolijn,
ranpstaar,
gewone
baardieermuis,
gewone
dwergueermuis,
wisnutdbijn,
gewone
wite
groctoor
Vleermuis, rze grootoorveermuis grote hoefzermaus, grte rosse veermuis ingekorven ermuis,keine Gwergweermy , Kine hoefizer neus, laalWieger, meerveermuis, mopsweermuis, Noordse vermuis, rosse vaermuis ruige Gwergweermuis, weekleurige veermuis, vale Vlermuis,
waterveermuis
Amtibieön Reptielen Vissen
‘boornkiker, gaefuikwuurpad, heikkker. amsalamander, krolookpad, pookikker ugstreeppad, vroedmeesterpad eikkopschidpad, dadde slang, Kemps' zeeschidpad.derschidpad, muurhagedi, soepschidpad, zandhageds routing,teur
Vinders
apolovinde. boszandoog, donker pimpernellauwie, dloempijstaar, tmblauwje, ziversteephooibeestie
Libellen
bronsibel, gafelibel gevekte wisruiibel, groene gazenmaker, mercuurwaterfer, Noordse winterjser, oostlike wisruiibe, rvierom-
Insecten
brego goelandwateroofkever,
Overig
Balaafse stroommossel, platt schijfhoren
grote vaurinder,
moerasparetmoervinder,
monarchvinder,
Dou, serijke wisnuiioer
Rappor 18772008 verie DI
gestreopte wateroofkever,heldenbok.
|uchteerkever,
ooveraas,
vermijoerkever
pinpernellauwie, euris
Artikel 3.5. In het wild Ievende dieren van soorten, genoemd
drag van Bern of
Vogels
bijlage | ij het
in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage Il bij het Ver-
Verdrag van Bonn
appelink, baardman, befjster, bergeend, bergtiter ijeneter, lauwborst lauwe kiekendiel boerenzwalaw, bortbekplewer, bonte standi
per, bonte viegenvanger, boornklever boomkiper, boompieper, boomyak, bosrietzanger bosruite, bosul, raamsluiper brandgans, bruine Kekendief, buzerd, casarca, Cet's zanger, daaïhals, dunpleper, dwergmeeuw. dwergsterm, Engelse kwistaart, Europese kanare, fs, uier,geelgors gekraagde roodstaar, gele kwikstaart. geoorde uut ganskop, goudhaan, grasms, raspieper, graszanger, grauwe kiekendof. grauwe kauwir, grauwe wiegerwanger, g, groene specht, groenling, gote bonte specht, gote gele kuistaart, grote karekit, grote stem,
grote
zverreiger,
havi,
heggenmus,
hop,
huiszwaluw,
svogel
kerkui,
Kapekster.
kein
waterhoen.
Meine
barmsis.
Keine
bonte
specht, Heine kareket Kleine plevier, kleine ziverreiger, linst waterhoen, Kuut, kneu, koomees, koereiger, kraanvoge!, Krekalzanger kortsnavelboorkruiper, kruisbek, kuifmees kwak. Kwarteikoning epelaar matkop, middeste bonte specht nachtegaal Noordse stern, oehoe, oeveroper, oeverpieper, oeverzwaluw. coievaar, opheusspolvogel paapje, pestvoge! pimpelmees. poelruter. porselinhoen, purperrlger putter, fansul, fetgors ietzanger rode ouw, roerdomp, roodborst. roodborstiaguit, roodhalshuut, ouwkwkstaart. s Slangenarend,secht valk, smeleken, snor, spenwer, spofvogel, sprinkhaanzanger, steenuil, stelkluut, srandplewer, tigaboorkuiper, tapuit, , trervalk, winfuiter, veldl, visarend, visdef, vurgaudhaan, wespendif, wielewaal, winterkoring, wibandkruisbek wite kwixstaaft, wiwangstem, nachtzwaluw, woudaap, zeearerd, zwarte mees, zwarte ooievaar, zwarie roodstaar, zwarle specht, zwarle sern, zwarle Wouw, 2warkop, zwarkopmeeuw
Tabel V.
Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.10 Wet natuurbescherming
Artikel 3.10. Andere Het s verboden
1.
soorten
om:
_ Inhet wid levende zoogdieren, ambieën, repielen, vissen, Vinders,
Ibellen en kevers van de soorten, genoemd
in de biage,
onderdeel A1, b deze wet, opzettelijk e doden of te vangen. 2. 3.
_ De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelij te beschadigen ofte vernielen. _ Vaalplanten van de soorten, genoemd in de bijage, onderdeel 82, ij deze wet, in hun natuurjke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, a te snijden, te ontwortelen of e vernielen.
Toelichting
Het gaat bij artkel 10 om in het wid levende zoogdieren, amfibieën, bijage onderdeel A. Planten zijn opgenomen
reptielen, vissen, vinders, bellen en kevers.
in bilage onderdeel B2 van de Wet nauurbescherming.
n en reptielen geldt per provincie een vristeling onder bepaalde voorwaarden. aangegeven met een sterretje. op hetlandelijke.
Dit verschilt per províncie.
Daarnaast is het mogelijk dat sommige provincies ook 'eigen
Dieren zin opgenomen in
Voor een aantal zoogdieren, amfibie-
De betreffende soorten zijn
beschermde soorten hanteren, als aanvuling
Soorten
Dieren
Zoogdieren | aarsmuis', boommarer, bosmuis", bunzing’, damhert, das. dwergmuis, dwergspismuis", gewone bosspismuis”, gewone zechond. grote bosmuis, rze ondergrondse woelmis”, ree" rosse woelmuis”, steenmarer, watersplsmuis, weze' ó zwij. woolar” Amibieën
| Aperwatersalamander, brune kikker, pootsalamander, vuursalamander
gewone
pacf,
lene
delhert, eekhoorr
gal, ekeimui.
zeehond, haas",hermelijn, huissplsmus", koijn’, molmais tweekteuige bosspismuis", veldmuis", veldepismuis, vosr.
watersalamander,
meerkixker,
middelste
groene
Kker",
vir
Reptielen _ | aader,hazelwormr,Ievendbarende hagedis”, ingstang Vissen
_
| beekdonderpad,
beekprik,
eis,gestippelde aver grote moderkruiper
vinders
_ | aardbeivlinder, bosparelmoenvlnder,
kwabaal
bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinparel-
moervinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvinder, grote weerschijnvinder, iepenpage, kleine heivinder, kleine isvogelvlinder, kommavinder, pimpernelblauwte, sleedoompage, spie-
geldikkopje,
veenbesbauwtje,
veenbesparelmoervlinder,
veenhooibeestje,
veldparelmoervlinder,
ziveren
maan
Libellen
_ | beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, Kempense
Overige
gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveengianslibel,
heidelibel, speerwaterjuffer
_ | Europese rivierkreeft, wiegend hert
soorten
Planten
akkerboterbloem, akkerdoomzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren,
blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, dennenorchis, dreps, echte gamander, ranjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel,
getande veldsla, gevlekt zonneroosje,
glad biggenkruid, gladde zegge,
grote bosaardbei, grote leeuwenklauw,
honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie,
groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje,
kleine schorseneer, stive wolfsmelk, kleine wolismelk, kluwenkiokje, knollathyrus, knolspirea, korensia,
kleine ereprijs,
kranskarwij
Kruip-
tm lange zonnedauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pischeefkaik, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubvaren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, steenbraam
Rappor 18772008 verie DI
Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft
als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat.
Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opgenomen
in tabel VI.
Tabel VI
Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming
Artkel 4.1
De artikelen uitgezonderd arikel 4.6 zijn niet van toepassing op: ) _ Houtopstanden bînnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; ) _ Houtopstanden op erven of n tuinen; ©} _ Fruitbomen en windschermen om boomgaarden: d) _ Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar:
e)
Kweekgoed:
f)
_ Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijge beplantingen langs landbouwgronden be-
9)
_ het dunnen van een houtopstand;
staande uit wigen en populieren: h} _ uitpopulieren,
wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk ijn bedoeld voor de productie
van houtige biomassa, ndien zij 1. _ ten minste eens pertien jaar worden geoogst;
2.
_ bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid,
zjnde een aan-
eengesloten beplanting dîe niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en
3.
Artkel4.2
° zijn aangelegd na 1 januari 2013.
1. Hetis verboden een houtopstand geheel of gedestteij te vellen ofte doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten.
3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vij jaar verbieden ter be scherming van bijzondere nauur- of andschapswaarden
Artke!4.3lid1en 2
|
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelij is geveid, met uitzondering van het perioiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand.
De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting,
bedoeld n het eerste d, herbeplanting die niet is
aangeslagen.
Artke! 4.4lid 1
De artikelen 4.2, eerste en derde d, en 4.3, eerste en tweede lid,zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode.
het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel n het kader van natuurontwikkeling en -beheer
Atkel 45
Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artkel 4.3, eerste en (weede d, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan j provincale verordening gestelde regels.
Rappor 18772008 verie DI
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst
Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden bljft en schade
aan
individuen
wordt voorkomen.
Broedseizoen
Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De [ooptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 aUgUstus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking
Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking” genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de {unctionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voorlplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voorlplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er s sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden
waarin de
soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat
Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat
Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelik van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het Ieefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde {unctie van een soort die door een ingreep (ijdelijk) verioren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende altematief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen
Rappor 18772008 verie DI
Onthefting De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vri in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activíteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij n een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblifplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vieermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijplaats wordt veelal door het terrtoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen offciële juridische status.
Plaatsing op de list maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort n de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten.
Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast Het begrip 'significant’ staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelsteling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zjn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het Ieefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. scherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit s soortafhankelijk.
De Wet natuurbe-
Vliegroute Een vaste route die door vieermuizen wordt gebruikt tussen de verblijplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblifplaatsen, verblijplaatsen van kleine groepen of één of enkele
individuen.
Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.
Rappor 18772008 verie DI