2024-057 05 Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding steenfabriek’ Gemeente Peel en Maas Ontwerp
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding steenfabriek’ Gemeente Peel en Maas Ontwerp
Rapportnummer:
P01854
IMRO-IDN-nr:
NL.IMRO.1894.BPL0278-ON01
Datum:
20 februari 2024
Opdrachtgever:
Engels Steenfabriek
Projectteam BRO:
HLe, IBl
Concept:
7 maart 2022
Ontwerp:
28 juli 2022, 31 januari 2023, 2 februari 2023, 29 augustus 2023, februari 2024
Vaststelling: Trefwoorden:
Bestemmingsplanwijziging, Engels Steenfabriek Panningen, gemeente Peel en Maas.
Bron foto kaft:
BRO 17
BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
TOELICHTING
Hoofdstuk 6
74
Inhoudsopgave 1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 5 7 8
2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
9 9 10 12
3. UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID 3.1 Nationaal beleid
21 21
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking) 3.2 Provinciaal beleid
21 22 25
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI Limburg) 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 3.3 Regionaal beleid
25 27 29 31
3.3.1 Regionale visie bedrijventerreinen Noord-Limburg 3.4 Gemeentelijk beleid
31 32
3.4.1 Kaderstelling Ruimte en Economie 3.4.2 Structuurvisie Kernen en Bedrijventerreinen 3.4.3 Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas 3.4.4 Omgevingsvisie Peel en Maas 3.5 Afweging beleidskader
32 34 35 36 37
4. MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Milieuaspecten
38 38
4.1.1 Geluidhinder 4.1.2 Luchtkwaliteit 4.1.3 Bodem 4.1.4 Milieuzonering 4.1.5 Externe veiligheid
Inhoudsopgave
38 38 41 41 44
1
4.1.6 M.e.r.-plicht 4.2 Archeologie en cultuurhistorie
46 51
4.2.1 Archeologie 4.2.2 Cultuurhistorie 4.3 Kabels en leidingen 4.4 Ecologie 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Waterhuishouding
51 53 54 54 60 61
5. UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
65 65 66
5.2.1 Wettelijk vooroverleg 5.2.2 Omgevingsdialoog 5.2.3 Zienswijzenprocedure 5.2.4 Procedure bestemmingsplan
66 66 66 66
6. JURIDISCHE TOELICHTING 6.1 Inleiding 6.2 Toelichting op de verbeelding 6.3 Toelichting op de regels
68 68 68 68
6.2.1 Inleidende regels 6.2.2 Bestemmingsregels 6.2.3 Algemene regels 6.2.4 Overgangs- en slotregels
69 69 71 72
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Ladderonderbouwing Bijlage 3: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 4: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend boordonderzoek Bijlage 5: Advies gemeente inzake archeologisch onderzoek Bijlage 6: Notitie onderbouwing invoergegevens ten aanzien van de gebruiksfase ; Bijlage 7: AERIUS-verschilberekening gebruiksfase ; Bijlage 8: Notitie onderbouwing invoergegevens ten aanzien van de aanlegfase; Bijlage 9: AERIUS-berekening bouwfase; Bijlage 10: Quickscan flora en fauna Bijlage 11: Watertoets
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan de Steenstraat 8b in Panningen (gemeente Peel en Maas) is de steenfabriek van Engels Baksteen Helden BV gelegen. Engels is gespecialiseerd in handvormstenen in waal- en dikformaat, ofwel bakstenen in de volksmond. Het bedrijf ligt aan de noordwestrand van de dorpskern van Panningen. Het familiebedrijf is in 1913 op de huidige locatie opgericht.
Figuur 1. Oude luchtfoto Engels Baksteen omstreeks 1950
Afgezien van de vroegere verbeteringen is met name vanaf het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw begonnen met een vergaande modernisering van de gehele fabriek, met tegelijkertijd een geleidelijke uitbreiding van de productiecapaciteit. Dit heeft medio ’90-er jaren onder andere geleid tot het bouwen van een tweede tunneloven, naast de toentertijd reeds bestaande tunneloven. Aansluitend zijn in de latere jaren diverse productiehallen bijgebouwd, waarin als belangrijkste vernieuwingen onder meer een geheel nieuwe drogerij is gerealiseerd, evenals een uitbreiding van de kleivoorbewerking. Verder is een zogenoemde zetmachine geplaatst, waarmee de gedroogde bakstenen machinaal op de tunnelovenwagens geplaatst kunnen worden. Tenslotte is een automatische ontladingsmachine geïnstalleerd, waarmee de gebakken stenen van de tunnelovenwagens worden afgenomen en zo nodig verpakt. Het moderniseren van de fabriek is nog niet afgerond, getuige ook de nieuw aangeschafte steenpers, die in de loop van 2018 in gebruik is genomen. Om te voorzien in de aantrekkende vraag naar bouwmaterialen en keramische gevelstenen in het bijzonder, is door Steenfabriek Engels gedurende de afgelopen jaren geïnvesteerd in modernisering van het productieproces en in de uitbreiding van de productiecapaciteit. Met de investering in een nieuwe
Hoofdstuk 1
3
steenpers wordt ingespeeld op de toenemende mate van verscheidenheid in de vraag naar producten door de markt. Om de continuïteit van het bedrijf in de toekomst te waarborgen wordt door Steenfabriek Engels verdere ontwikkeling noodzakelijk geacht. De gewenste uitbreidingen hebben samengevat betrekking op de volgende onderdelen: Uitbreiding van het bestemmingsvlak aan de noord- en westzijde. Verharding van het gehele terrein ten behoeve van de opslag van grondstoffen en eindproduct. Aan de noordzijde zal ook de onoverdekte kleiopslag worden uitgebreid. Uitbreiding overkappingen aan de noordzijde t.b.v. de opslag van zand. Tevens ter afscherming van de woningen tegen geluid en stof. Uitbreiding bestaand bouwvlak binnen de bestemming bedrijf aan de west-, zuid- en noordzijde t.b.v. optimalisatie huidige productielocatie. Aanleg hemelwaterbassin en opslag. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas heeft per brief d.d. 28 maart 2019 laten weten in principe bereid te zijn medewerking te verlenen aan de gewenste aanpassingen van het bestemmingsplan. Inmiddels zijn de benodigde onderzoeken uitgevoerd en is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld, waarmee het benodigde juridisch-planologische kader is gecreëerd voor de bedrijfsuitbreiding van Engels Baksteen Helden BV.
Hoofdstuk 1
4
1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan de noordwestelijke grens van de dorpskern Panningen in de gemeente Peel en Maas. Op de onderstaande luchtfoto is het plangebied met rood aangegeven. Duidelijk is dat de steenfabriek een aanzienlijk ruimtebeslag heeft en op de luchtfoto goed te onderscheiden is.
Figuur 2. Ligging plangebied op regionale luchtfoto
Het plangebied bestaat uit meerdere kadastrale percelen. Steenfabriek Engels is eigenaar van de percelen kadastraal bekend als Helden, sectie S, nummer(s) 282, 283, 473, 478, 487, 489, 490, 491, 499, 500, 501, 502, 542, 544, 548, 551, 577, 608, 647, 663, en 717. De totale omvang van deze percelen is totaal groot 158.720 m² (ca. 15,9 hectare). Het huidige fabrieksterrein bestaat uit de percelen, kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie S, nummers 282 (ged.), 283 (ged.), 473, 478, 487, 489, 490, 491, 499, 500 (ged.), 501 (ged.), 502, 542, 544, 548, 551, 647 (ged.), 717, 718. Dit fabrieksterrein heeft een oppervlakte van ca. 9,8 hectare en is grotendeels ook bestemd als ‘Bedrijf’. Een klein deel van het huidige bedrijfsterrein is bestemd als ‘Agrarisch’. Steenfabriek Engels wenst het huidige fabrieksterrein uit te breiden met de percelen kadastraal bekend als Helden, sectie S, nummers 267 (ged.), 282 (ged.), 361 (ged), 608 (ged.) en 663 (ged.). De percelen 282 en 663 zijn reeds in eigendom en de percelen 267 en 361 worden aangekocht. De uitbreiding is met name voorzien aan de noord- en noordwestzijde, thans bestemd als ‘Agrarisch’. De omvang van de uitbreiding van het fabrieksterrein bedraagt nog geen 1 hectare.
Hoofdstuk 1
5
Na de uitbreiding zal het oppervlak van het fabrieksterrein circa 10,75 ha bedragen. De rest van de percelen wordt gebruikt voor landschappelijke inpassing. Op de navolgende afbeelding is het toekomstige plangebied ingetekend op de kadastrale kaart met de huidige bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’ op de achtergrond.
Figuur 3 Ligging toekomstig plangebied op kadastrale kaart (rood omlijnd)
Daarnaast wenst Steenfabriek Engels de huidige bedrijfsbebouwing uit te breiden aan de noordzijde, de zuidzijde en de westzijde. De uitbreiding aan bedrijfsruimte betreft ongeveer 5.250 m 2 bvo.
Hoofdstuk 1
6
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen de reikwijdte van drie vigerende bestemmingsplannen. Het betreft de volgende plannen: Bestemmingsplan ‘Dubbelkern Helden-Panningen’, vastgesteld op 5 februari 2013; Bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’, vastgesteld op 24 december 2014; Bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas’, vastgesteld op 19 juni 2018. De onderstaande afbeelding toont de verbeelding van bestemmingsplan ‘Dubbelkern Helden-Panningen’ geprojecteerd op een actuele luchtfoto. Hierop is goed zichtbaar dat de steenfabriek ondertussen uit haar jasje is gegroeid, waarbij de begrenzing van de bestemming Bedrijf is overschreden en aan de noordzijde gronden in gebruik zijn genomen die tot het buitengebied (bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’) behoren.
Figuur 4. Uitsnede bestemmingsplan Dubbelkern Helden-Panningen op luchtfoto
Bestemmingsplan ‘Dubbelkern Helden-Panningen’ De gronden hebben hoofdzakelijk de bestemming Bedrijf. Een deel van het terrein aan de westzijde heeft de bestemming ‘Agrarisch’. In het zuidoosten van het plangebied zijn enkele stroken bestemd voor Groen. Ook loopt er in het zuiden van het plangebied een klein strookje met een woonbestemming over het terrein van de steenfabriek. De loods aan de Steenstraat 30 maakt ook onderdeel uit van het plangebied. Deze loods heeft momenteel de bestemming Detailhandel, maar zal als opslag worden gebruikt.
Hoofdstuk 1
7
De gehele bedrijfsbestemming heeft momenteel de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf steenfabriek’. Daarnaast kent een groot deel van het plangebied verschillende gradaties van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ De delen van het plangebied die zijn gelegen in bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ hebben aan de noordzijde de bestemming Agrarisch. In de zuidwesthoek valt ook een deel van het plangebied binnen dit bestemmingsplan. Dit stukje grond heeft de bestemming Natuur. De onderdelen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ die tot het plangebied van voorliggend bestemmingsplan behoren, kennen de gebiedsaanduiding ‘kernrandzone’, bedoeld als buffer tussen woon- en leefgebied en het buitengebied, en de gebiedsaanduiding ‘verwevingsgebied’. Ook is voor deze gronden de gebiedsaanduiding ‘Wro-zone wijzigingsgebied 1 ob’ opgenomen, bestemd voor de instandhouding van oude verdichte of besloten bouwlanden. Voor de verschillende bedrijfsgebouwen zijn enkele bouwvlakken opgenomen met bijbehorende maximale bouw- en goothoogtes. Bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas’ Het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas’ geldt voor de gehele gemeente en verankert de nieuwe parkeernota met bijbehorende normen van de gemeente Peel en Maas in alle ruimtelijke plannen.
Afweging De voorgenomen planwijzigingen zijn noodzakelijk om ruimte te bieden aan de uitbreidingswensen van de steenfabriek. Zo wensen ze de bedrijfsbebouwing uit te breiden, waar momenteel geen bouwvlak aanwezig is, evenzo het geval bij de zandloods. Daarnaast moet een groot deel van het buitenterrein worden verhard om dienst te kunnen doen als buitenopslag voor de gebakken en verpakte steen partijen. Ook sluiten de bestemmingen hier en daar niet aan bij het feitelijke gebruik. Deze herziening wordt tevens aangegrepen om een passende en correcte planologische regeling te treffen.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. In het laatste hoofdstuk is de juridische toelichting op de planopzet gegeven.
Hoofdstuk 1
8
2.
PLANBESCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de noordwestelijke grens van de dorpskern Panningen in de gemeente Peel en Maas. In de nabijheid van het plangebied zijn reeds een aantal woningen en diverse bedrijven gesitueerd. Het plangebied ligt zoals reeds bekend aan de rand van Panningen. Aan de zuidzijde wordt het bedrijf begrensd door de achtertuinen van de woningen aan de Steenstraat. Aan de oostzijde grenzen de gronden van het bedrijf aan de Ninnesweg, waarbij op eigen terrein nog een parallelle ventweg aanwezig is. Hier is tevens de toegang tot het terrein gelegen. Verder noordelijk aan de Ninnesweg zijn woningen gelegen, waarvan de achtertuinen grenzen aan de oostzijde van het bedrijf. In het noorden en noordwesten grenst het plangebied aan de agrarische gronden van het buitengebied van de gemeente Peel en Maas. Het huidige fabrieksterrein bestaat uit de percelen, kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie S, nummers 282 (ged.), 283 (ged.), 473, 478, 487, 489, 490, 491, 499, 500 (ged.), 501 (ged.), 502, 542, 544, 548, 551, 647 (ged.), 717, 718. Dit fabrieksterrein heeft een oppervlakte van ca. 9,8 hectare en is grotendeels ook bestemd als ‘Bedrijf’.
Figuur 5. Ligging plangebied op kadastrale kaart in het rode kader
Hoofdstuk 2
9
2.2 Toekomstige situatie Steenfabriek Engels wenst het huidige fabrieksterrein uit te breiden met de percelen kadastraal bekend als Helden, sectie S, nummers 267 (ged.), 282 (ged.), 361 (ged), 608 (ged.) en 663 (ged.). De percelen 282 en 663 zijn reeds in eigendom en de percelen 267 en 361 worden aangekocht. De uitbreiding is met name voorzien aan de noord- en noordwestzijde, thans bestemd als ‘Agrarisch’. De omvang van deze uitbreiding van het fabrieksterrein bedraagt nog geen 1 hectare. Na uitbreiding zal het oppervlak van het bedrijfsterrein circa 10,75 ha bedragen. De rest van de percelen wordt gebruikt voor landschappelijke inpassing. Buiten bovenvermelde uitbreiding worden de percelen, die reeds in gebruik zijn als fabrieksterrein maar nog niet als zodanig bestemd zijn, middels dit bestemmingsplan eveneens bestemd als ‘Bedrijf’. Meer concreet betreft het de percelen kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie S, nummers 282 (ged.), 283 (ged.), 500 (ged), 501 (ged), 502, en 647 (ged.). De voorgenomen uitbreiding heeft meer concreet betrekking op:
Uitbreiding van het bestemmingsvlak aan de noordwestzijde; Verharding van het gehele terrein ten behoeve van de opslag van grondstoffen en eindproduct. Aan de noordzijde zal ook de onoverdekte kleiopslag worden uitgebreid; Uitbreiding overkappingen aan de noordzijde t.b.v. de opslag van zand. Tevens ter afscherming van de woningen tegen geluid en stof; Uitbreiding bestaand bouwvlak binnen de bestemming bedrijf aan de west- zuid- en noordzijde t.b.v. uitbreiding productielocatie; Aanleg hemelwaterbassin en opslag.
De ontwikkeling voorziet dus in de uitbreiding en aanpassing van het reeds bestaande bedrijf. De ontwikkeling voorziet daarmee niet in het toevoegen van woningen of andere gevoelige functies. Noodzaak uitbreiding terrein en bebouwing De uitbreiding van het terrein is noodzakelijk om het eindproduct, alsook de grondstoffen welke ter beschikking komen op te slaan. Opslaan van eindproducten Voor het opslaan van de eindproducten is steeds meer plaats nodig omdat het assortiment alsmaar uitbreid. Ter plaatse van de bouw worden geen voorraden meer aangehouden en derhalve moet de steenfabriek de stenen voor de projecten op voorhand opslaan en klaar hebben staan als de bouw weer een vracht afroept. Ook komen er wijzigingen in de verpakkingseenheden. Eerder was sprake van maar 1 soort pallet en nu komen er steeds meer hulopallets. Dit zijn eigenlijk halve pallets en dit is ontstaan door de vraag vanuit de bouw. Een grote pallet kan niet op een steiger worden gezet tussen de speciekuipen in. Dit komt door het gewicht maar ook omdat er dan teveel stenen op 1 plaats staan. De stenen moeten dan dus met de hand geopperd worden. Door hulopallets aan te bieden, halve pallets, kan de kraan deze
Hoofdstuk 2
10
pallets gelijk op de steiger zetten en hebben ze precies genoeg stenen op de juiste plaats staan. Ook zijn deze stenen dan nog mooi verpakt waardoor ze droog blijven en daarnaast is het kraantransport in de bouw veiliger doordat er geen losse stenen tijdens hijsen naar beneden kunnen vallen. Het gebruik van deze hulopallets is wel typisch Nederlands. Dit betekent dat er in andere landen niet zo wordt gewerkt en dat de vraag naar grote pallets nog altijd blijft bestaan voor de export. Dit betekent dan ook dat de steenfabriek hun sorteringen op 2 soorten pallets op voorraad moeten hebben staan. Deze staan dus eigenlijk dubbel op voorraad en dat vergt natuurlijk weer plaats. Opslaan van grondstoffen Voor het opslaan van de grondstoffen is ook extra ruimte nodig. Voor het opslaan van de verschillende zandsoorten is een uitbreiding van de zandloods vereist en voor het opslaan van de kleisoorten is uitbreiding van de buitenopslag vereist. Klei is weliswaar een vernieuwbare grondstof, er wordt ieder jaar meer klei afgezet door de rivieren dan dat de industrie gebruikt, maar het winnen van de klei nabij de rivieren wordt steeds moeilijker. Dit komt door vergunningtrajecten in en rondom natuurgebieden. Maar er zijn ook projecten rondom de rivieren, zoals het opnieuw uitdiepen maar ook het verbreden van de rivieren in het kader van ruimte voor de rivier.
Dit betekent wel dat als zo’n project gaat lopen, er in één keer veel klei vrij komt die er op dat moment ook uit moet en ergens opgeslagen moet worden. Indien de steenfabriek dan geen plaats heeft moeten ze deze kostbare grondstof aan hun voorbij laten gaan en gaat deze ergens anders naartoe of wordt deze weer ergens gedumpt. Vroeger was het winnen van klei beter te plannen en gebeurde dit als er vraag was vanuit de industrie. Nu is het omgekeerd. Er wordt op een moment klei gewonnen en de vrijgekomen klei moet op dat moment opgeslagen kunnen worden.
Hoofdstuk 2
11
Figuur 6. Ligging steenfabriek Engels met de beoogde uitbreiding. De entree ligt aan de Ninnesweg. Het oude Bouwland ligt noordelijk.
2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten Bebouwing Het bouwvlak in het thans vigerende bestemmingsplan biedt niet voldoende ruimte om de benodigde uitbreidingen van de bebouwing te kunnen realiseren. Daarnaast komt de feitelijke bebouwing ook niet helemaal overeen met het bestaande bouwvlak. De ovenhal aan de westzijde van de hallen moet aangepast worden. In een studie naar mogelijkheden voor verduurzaming van de steenfabriek zijn er vier opties om te verduurzamen, namelijk
Hoofdstuk 2
12
-
-
-
Verlengen van de bestaande ovens voor rustiger opwarmen/afkoelen > 80 meter verlenging Nieuwe elektro ovens > Verbreding van 30 meter en tevens verlenging van 80 meter. In de nieuwe hal kunnen dan al 4 ovens gebouwd worden waarna de bestaande ovens gesloopt kunnen worden en vervolgens worden vervangen door 4 nieuwe ovens. Nieuwe waterstof oven > Verbreding 30 meter en ook de verlenging van de hal met 80 meter. Dan kan eerst 1 oven gebouwd worden in de nieuwe hal, waarna de oude ovens gesloopt kunnen worden en ook hier plaats komt voor een nieuwe oven. Nieuwe ruimte voor strippenafdeling (dematerialisatie) met eigen elektro oven. Daarbij is de breedte van 30 meter en de lengte ook nodig.
Voor elke optie geldt dat een verlenging en verbreding van de ovenhal nodig is. Daarnaast zijn er nog aparte energiebesparingsmogelijkheden op de bestaande ovens, waarvoor ook de bouwhoogte van 12 meter noodzakelijk is ter plekke van de huidige ovenhal. In het onderhavige bestemmingsplan is met het oog op de verduurzaming het bouwvlak aan de westzijde vergroot en ter plaatse is een maximale bouw- en goothoogte opgenomen van 12 meter. Het bouwvlak is voor het resterende deel van de hallen gelijk gebleven met dien verstande dat kleine aanpassingen zijn gedaan gelet op de feitelijke ligging van de hallen. Ook zijn de maximale goot- en bouwhoogte aangepast naar de feitelijke situatie. De bestaande schoorsteen heeft een functieaanduiding gekregen met daarin de feitelijke hoogtemaat. Daarnaast is een binnenplanse afwijking opgenomen om de schoorsteen te verplaatsen of te verhogen. Het maaiveld op het terrein fluctueert. Derhalve is voor wat betreft de hoogte van de bedrijfshallen alsmede de toekomstige uitbreiding uitgegaan van het vloerpeil met een railhoogte van 34,25 boven NAP. De railhoogte is de hoogte die in de gehele fabriek gelijk is en daarmee een goede peilmaat. Daarnaast wordt de zandloods aan de noordzijde uitgebreid. Het bouwvlak is in dit bestemmingsplan vergroot en daarnaast anders gesitueerd, e.e.a. conform de werkelijke ligging van het reeds bestaande deel.
De hoogtemaat is ter plaatse afgestemd op het gemiddelde omliggende maaiveld. Landschappelijke inpassing In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan 1 opgesteld. Iedere ontwikkeling dient namelijk bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het betrokken gebied en de naaste omgeving. De landschappelijke inpassing richt zich op de uitstraling en de verankering van het terrein van de steenfabriek in haar context. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de reguliere inpassing en de benodigde kwaliteitsbijdrage zoals uitgewerkt in het kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas. Hierna wordt de voorgestelde inpassing kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige landschapsplan, dat als bijlage bij de toelichting is gevoegd.
1
BRO, Landschapsplan Steenfabriek Engels te Helden, projectnummer P01854, 29 augustus 2022
Hoofdstuk 2
13
De landschappelijke inpassing wordt geborgd in de regels. Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het aanleggen en instandhouden van de landschappelijke inpassing. Ter plaatse van de beoogde landschappelijke inpassing is de bestemming ‘Groen’ opgenomen met de nadere aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing. Het landschapsplan is derhalve ook als bijlage aan de regels toegevoegd. Kenschets landschap De steenfabriek ligt aan de rand van Panningen, op de kruising van de Ninnesweg en de Steenstraat. Het terrein van de fabriek ligt enigszins verscholen achter de lintbebouwing van de beide wegen. Enkel de entree aan de Ninnesweg eveneens relatief verstopte entree aan de Ninnesweg verraadt de ligging van de steenfabriek. Hier liggen twee inritten met een volwassen houtwal tussen beiden. De parallelweg wordt gebruikt voor parkeren. Aan de noordzijde grenst het terrein aan het open landschap van de oude bouwland. Hier is het terrein beter zichtbaar, al wordt het zicht aan deze zijde beperkt door de relatief grote afstand van de terreinrand tot aan de openbaar toegankelijke wegen. De achterzijden van de erven rondom het bouwland geven zowel een groen beeld door de aanwezige erfbeplanting, als een bedrijvig beeld door de aanwezige (agrarische) loodsen en erfverhardingen.
Planconcept De Steenfabriek is voornemens het bestaande fabrieksterrein uit te breiden. Hierbij worden de reeds in gebruik zijnde gronden voor opslag verder uitgebreid en voorzien van een passende bestemming. Ook wordt de bestaande bedrijfsbebouwing in beperkte mate uitgebreid. Op de grenzen van het terrein met de achterzijden van de lintbebouwing, staan reeds houtsingels en geluidsmuren of er liggen grondwallen die beplant zijn met heesters en boomvormers. Waar mogelijk en wenselijk worden deze uitgebreid om het zicht op en het geluid van de steenfabriek voor omwonenden te beperken. Voor onderhavige landschappelijke inpassing zijn voornamelijk de zichtbare zijden van het terrein van belang. Doordat het terrein grotendeels ligt ingeklemd tussen de achterzijden van de lintbebouwing betreft dit uitsluitend het gedeelte van de entree aan de Ninnesweg en het gedeelte dat aan het oude open bouwland grens, i.c. de noordzijde van het terrein. Een grootschalige bedrijfslocatie als deze, met bijhorende bedrijfsbebouwing, (verkeers-)bewegingen en opslag, vraagt om evenzo robuuste inpassingsmaatregelen. Daarom is in een eerste voorstel getracht om het terrein volledig aan het zicht te onttrekken middels een grondwal welke beplant wordt met heesters en boomvormers.
Dit zou samen met de bestaande houtsingels en grondwallen in een volledig groene omlijsting van het fabrieksterrein resulteren. In het advies van de kwaliteitscommissie van 27 januari 2020 wordt terecht opgemerkt dat een dergelijke inpassing een bossfeer zou creëren, wat binnen dit landschapstype (de oude bouwlanden) niet passend is. Er wordt in het advies gepleit voor een schaalverkleining van de achterzijde door bij de ritmiek van de omliggende bouwblokken aan te sluiten.
Hoofdstuk 2
14
Landschappelijke maatregelen De achterzijde van het terrein van de steenfabriek wordt bij deze ritmiek betrokken. Door de toepassing van verschillende landschapselementen wordt aansluiting gezocht bij de omliggende, veelal kleinere erven rondom het bouwland. Hiervoor worden drie ontwerpprincipes (bouwstenen) ingezet, welke allen verschillende mate van doorzicht hebben.
Figuur 7. Planconcept voor de landschappelijke maatregelen aan de noordzijde van het fabrieksterrein
Deze bouwstenen zijn: A: Een grondwal met houtsingel (heesters en boomvormers); B: Houtsingel (op maaiveld) met afwisselende breedte; C: Boomweide met lage ondergroei (kruidenrijk grasland). De navolgende afbeelding toont de toepassing van bouwstenen aan de achterzijde van het terrein.
Hoofdstuk 2
15
Figuur 8. Planconcept voor de landschappelijke maatregelen aan de noordzijde van het fabrieksterrein.
De bomen in de boomweide hebben een ruime plantafstand zodat voldoende doorzicht tussen de boomkronen behouden blijft. Het zicht op de steenfabriek wordt derhalve door de boomkronen verzacht, maar niet geheel ontnomen. De houtsingels zorgen voor dichte gedeelten zodat het terrein niet in zijn geheel zichtbaar is, maar vanuit de omgeving gezien als het ware wordt opgeknipt. Aan de zijden van achterkanten van de aangrenzende lintbebouwing worden de bestaande grondwallen doorgetrokken, zodat het zicht op en het geluid van de bedrijfsactiviteiten worden verminderd. De houtsingels vangen mogelijk ook het stof deels af, waardoor hoogte al vanaf aanplant gewenst is. In samenhang met elkaar dragen de bouwstenen bij aan de schaalverkleining van het terrein aan de achterzijde en bij het ritme van (open en besloten) erfbeplanting van de overige erven aan het bouwland.
Hoofdstuk 2
16
Maatregelen voorzijde Aan de voorzijde, de zijde van de entree aan de Ninnesweg, worden eveneens maatregelen getroffen ten behoeve van de landschappelijke verankering en uitstraling van het bedrijf. Aan deze zijde zijn diverse maatregelen voorgesteld en uitgewerkt, te weten: De entree wordt voorzien van een poort gelegen in het groen, daarnaast vormt een markant object een duidelijkere en meer passende uitstraling van het bedrijf; o Voor het maken van het object zal Toendra bont gesinterd dikformaat worden gebruikt. Deze wordt licht gevoegd. Voor de rollagen boven de bogen wordt een waalformaat (50mm dik) van dezelfde steensoort toegepast aangezien deze mooier te verwerken zijn in een rollaag. De huidige parkeerplaats blijft behouden. Het hekwerk wordt naar de achterzijde van de houtsingel verplaatst. De bestaande singel wordt opgeknapt en verjongd waar nodig, eveneens met wintergroene struiken. Het hekwerk wordt hiermee landschappelijk ingepast; Achter en rondom de poort wordt groen toegevoegd middels bomen en boomgroepen. Deze dragen bij aan een groene(re) entree van het terrein; Enkele gevels van de bestaande loodsen worden voorzien van een bakstenen gevel. Voor deze gevels zal een Oud Rosendaal dikformaat worden toegepast. Ook deze wordt licht gevoegd. Voor de terug liggende vlakken, wordt een waalformaat van dezelfde steensoort toegepast.
Hiermee wordt een speelser en meer afwisselend beeld gecreëerd, zie ook de tekening van de architect.
Hoofdstuk 2
17
Figuur 9. Overzicht maatregelen voorzijde steenfabriek (bron: Ves Reynders)
Uitwerking kwaliteitskader De hiervoor beschreven maatregelen aan de voor- en achterzijde van het terrein van de steenfabriek dragen bij aan de inbedding van het bedrijf in het landschap. De maatregelen gaan daarnaast verder dan een reguliere landschappelijke inpassing. Met de voorgestane verbeteringen aan de voorzijde van het terrein en de toepassing van de bouwstenen aan de achterzijde wordt een aanzienlijke kwaliteitsverbetering mogelijk gemaakt. Of dit pakket maatregelen in voldoende mate aansluit bij de vereisten van het kwaliteitskader wordt bepaald aan de hand van een berekening. Ruimtelijk en functioneel gezien past de beoogde ontwikkeling goed in de omgeving. Met de ontwikkeling wordt voorzien in de uitbreiding van het bedrijf. Het initiatief voorziet dus niet in het toevoegen van gevoelige functies zoals bijvoorbeeld wonen. Vanuit stedenbouwkundig perspectief worden dientengevolge geen belemmeringen verwacht. Basiskwaliteit Plus Voor Basiskwaliteit Plus geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte ‘landschappelijk’ (landschappelijke inpassing of ander groen/natuur) dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het gehele bouwvlak. Onderhavig plangebied ligt voor een gedeelte in het buitengebied, het overige deel
Hoofdstuk 2
18
behoort tot de dubbelkern Helden-Panningen. Het gedeelte van het bouwvlak dat in het buitengebied ligt, bedraagt in de beoogde situatie 1.073 m². Dit zou betekenen dat de basisinspanning slechts 108 m² hoeft te bedragen. Dit staat niet in verhouding met het voornemen dus wordt in de berekening uitgegaan van de bestemming ‘bedrijf’ in het gedeelte van het buitengebied. Deze beslaat in de nieuwe situatie een oppervlakte van 16.310 m². De omvang van de landschappelijke inpassing dient derhalve minimaal 1.631 m² te bedragen. Aanvullende Kwaliteitsverbetering (AK) Het kwaliteitskader van Peel en Maas gaat uit van een standaardbedrag van 35 euro per vierkante meter aanvullende bedrijfsbestemming. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt tussen een bebouwde (met bouwvlak) en onbebouwde (zonder bouwvlak) bedrijfsbestemming. Dit vraagt derhalve om een nuancering en een maatwerkoplossing, aangezien onderhavig voornemen relatief veel statische opslag met weinig ruimtelijke impact kent. Om deze reden is een verzoek tot maatwerk bij de gemeente ingediend (Memo Afwijking LKM Steenfabriek Engels – 11 december 2019). In december 2021 heeft de gemeente besloten om vast te houden aan het standaardtarief van 35 euro per vierkante meter bedrijfsbestemming in het buitengebied. Daarom wordt met dit bedrag gewerkt. De toename aan bedrijfsbestemming in het buitengebied betreft 16.310 m 2.
Dit betekent dat voor onderhavige ontwikkeling een kwaliteitsbijdrage van 16.310 x € 35,- = € 570.850,- benodigd is. Invulling Kwaliteitsverbetering Volgens het kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas en kan de kwaliteitsbijdrage middels de volgende maatregelen worden ingevuld: Versterking en verfraaiing van het landschap; Sloop; Aanleg van natuur; Verbetering en/of herstel van cultuurhistorische waarden; Extra investering in (architectonische) kwaliteit: bijzondere vormgeving, exclusief materiaalgebruik, verfraaiing en verbetering van gebouwen; Extra investeringen in milieu- en duurzaamheidsmaatregelen; Investering in (beleef)kwaliteit van het buitengebied. Met de voorgestane verbeteringen aan de voorzijde van het terrein en de toepassing van de bouwstenen aan de achterzijde wordt een aanzienlijke kwaliteitsverbetering mogelijk gemaakt. Versterking en verfraaiing van het landschap Voor Basiskwaliteit Plus is gesteld dat de omvang van de landschappelijke inpassing minimaal 1.631m² beslaat. De oppervlakte aan nieuw groen in het buitengebied dat met dit plan wordt gerealiseerd buiten de Basiskwaliteit is 7.188m2. Er is door Vaessen een offerte uitgebracht voor de totale inpassing, deze komt overeen met een bedrag van: €207.623,26,-. De aanleg van de nieuwe haag langs de parkeerplaats is in overleg met de gemeente uit de offerte van Vaessen gehaald. Deze haag
Hoofdstuk 2
19
moet aan de hand van normbedragen worden meegenomen in de berekening. Hiervoor staat een bedrag van €6,- p/m2. Er wordt een dubbel geplante liguster haag aangelegd, waardoor deze 1 meter breed wordt en 115 meter lang. Dit komt overeen met een bedrag van: €690,Beheerplan Om de landschappelijke inpassing naar behoren te behouden is er eveneens een beheerplan opgesteld door Vaessen. Deze offerte komt overeen met een bedrag van: € 29.946,02 Extra investering in (architectonische) kwaliteit Aan de entreezijde wordt een bijzondere vormgeving toegepast, zoals benoemd op p.5. Daarnaast worden enkele loodsen voorzien van een bakstenen gevel, wat een bijdrage levert aan de architectonische uitstraling en kwaliteit. Deze investeringen dragen bij aan de verbetering en verfraaiing van het geheel. Investering ijzeren ramen in gevels fabriek: € 63.295,30,Begeleiding werkzaamheden door architect Luc Dreesen: €10.860,Bouwkundige werkzaamheden prieel: €111.944,71,Renovatie fabrieksgevel(s): €450.361,47,Stenen fabrieksgevel(s) en prieel (object): € 85.780,87,Logo en naam op het object: ca. €5.000,- (indicatie van langcat emaille). Investering in Aanvullende Kwaliteitsverbetering De totale investering in Aanvullende Kwaliteitsverbetering bedraagt €965.501,63,-. Hiermee kan ruimschoots worden voldaan aan de gestelde kwaliteitsbijdrage van € €570.850,-.
Hoofdstuk 2
20
3.
UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.
3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9). De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem;
Hoofdstuk 3
21
7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij.
Afweging Door realisatie van het onderhavige planvoornemen blijft de combinatie van functies behouden evenals de kenmerken en identiteit van het gebied. Met de genoemde nationale belangen is rekening gehouden in dit plan. Het initiatief betreft een lokale ontwikkeling waarbij geen van de belangen uit de NOVI in het geding zijn. Er is daarnaast geen sprake van een grootschalige uitbreiding maar van een ontwikkeling die leidt tot kwaliteitsverbetering van een bestaand bedrijventerrein. In het plangebied is verder geen sprake van specifieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden waarmee in de planvorming rekening gehouden moet worden. Zoals elders uit deze toelichting blijkt, bestaan er verder ook vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen in het gebied. De nationale belangen zijn dan ook niet in het geding als gevolg van onderhavig nieuw bestemmingsplan. 3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of
Hoofdstuk 3
22
zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.2 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Het voorliggende initiatief omvat de uitbreiding van een reeds bestaand bedrijven terrein met een oppervlakte van circa 9.500 m2 en meer specifiek de uitbreiding van 5.250 m 2 bvo aan bedrijfsruimte. Dit betreft een stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking vereist is. Zodoende is een ladderonderbouwing3 opgesteld. Onderstaand zijn de resultaten samengevat.
Kwantitatieve behoefte Er is naar verwachting sprake van een kwantitatieve behoefte aan bedrijventerrein in het ruimtelijk verzorgingsgebied t/m 2030. De verwachte ruimtevraag (in ha) is in 2030 naar verwachting groter dan het huidige harde planaanbod (in ha). Hierbij is het volgende van belang: De kwantitatieve ruimtevraag in de gemeente Peel en Maas is naar verwachting 15 tot 23 ha t/m 2030. Dit is bepaald aan de hand van prognoses op basis van historische uitgifte en werkgelegenheidsontwikkeling. Het totale direct uitgeefbare aanbod in de gemeente Peel en Maas bedraagt ca. 4,2 ha, waarvan 1,03 ha reeds in optie is genomen. Dit is onvoldoende om te kunnen voorzien in de verwachte ruimtevraag t/m 2030. Het geeft een indicatie voor een aanvullende behoefte aan nieuw bedrijfskavels. Kwalitatieve behoefte Een groot deel van het direct uitgeefbaar aanbod bestaat uit kavels die qua omvang niet geschikt zijn voor de beoogde ontwikkeling. Hoewel een groot deel voldoende omvang heeft om te voorzien om de beoogde uitbreidingsruimte, zijn het geen beoogde locaties om te voorzien in het totale initiatief (incl. bestaande bedrijfsruimte). Op basis van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering hebben steenfabrieken milieucategorie 4.1. Deze milieucategorie is niet op alle locaties met d toegestaan. Daarvoor hebben ze een te kleine omvang.
2
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 3 BRO, Peel en Maas, Laddertoets uitbreiding Steenfabriek Engels, P01854, d.d. 15 februari 2022
Hoofdstuk 3
23
Het betreft een relatief kleinschalige uitbreiding van Steenfabriek Engels op de locatie waar ze reeds is gevestigd. Redelijkerwijs is verhuizing niet mogelijk (gelet op o.a. de grote en zware ovens en machines, waarbij het vanuit financieel oogpunt niet realistisch is om ze te verplaatsen) en de ontwikkeling leidt niet tot onaanvaardbare leegstand. De leegstand in de gemeente Peel en Maas ligt onder frictieniveau van 5-6%. Frictieleegstand is een zekere gewenste leegstand, om in voldoende keuzemogelijkheden te voorzien voor ondernemers met een verplaatsingsvraag. Het verwachte groeipad van de bouwproductie en de economische groei in de utiliteits- en woningbouw, zorgt ervoor dat er naar verwachting een toenemende vraag naar stenen zal zijn. Door de scherpe concurrentie tussen steenproducenten is het van belang dat de productie zo efficiënt mogelijk plaatsvindt. De beoogde uitbreiding van Steenfabriek Engels past beleidsmatig in het provinciale, regionale en lokale beleid. Op ieder bestuurlijk niveau bestaat de ambitie om de bestaande ruimte op bedrijventerreinen zo goed en effectief mogelijk te benutten. Als de ruimte op bedrijventerrein al volledig is benut, is de ontwikkeling van nieuw bedrijventerreinen aansluitend aan bestaande bedrijventerrein de logische vervolgstap.
Om te voorzien in geschikte huisvesting en voldoende ruimte is uitbreiding van het reeds volledig benutte bedrijventerrein van Steenfabriek Engels noodzakelijk.
Gesitueerd buiten bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. De planlocatie ligt deels buiten bestaand stedelijk gebied. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied ligt, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 BRO worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Aangezien de uitbreiding van Steenfabriek Engels een uitbreiding van een bestaand bedrijf is, dient te worden onderbouwd dat verhuizing geen optie is voor de onderbouwing, noch ruimtelijk, noch financieel. Geconcludeerd kan worden dat verhuizing geen optie is:
Steenfabriek Engels is een bedrijf met een grote omvang (98.257 m²). Er zijn geen alternatieve locaties binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied die kunnen voorzien in de benodigde omvang. Het actuele aanbod binnen bestaand stedelijk gebied is niet toereikend voor de vestiging van Steenfabriek Engels. In ruimtelijke zin kan in redelijkheid worden gesteld dat verplaatsing geen optie is. 1. Er wordt in de bedrijfsvoering gebruik gemaakt van grootschalige ovens. Het verplaatsen hiervan is kostbaar. In financiële zin is het niet realistisch om het gehele productieproces te verplaatsen. In redelijkheid zal het verplaatsen van Steenfabriek Engels vanwege de aard en de omvang financieel geen optie zijn. Afweging Uit de ladderonderbouwing volgt dat er sprake is van een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Aangezien het hier een bestaand bedrijf betreft die gelet op de bedrijfsvoering niet zomaar kan worden
Hoofdstuk 3
24
verplaatst, is realisatie binnen bestaand stedelijk gebied niet haalbaar. Hieruit volgt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI Limburg) Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de ‘Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld en deze is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt, het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ Daarnaast is een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening uit 2014 van kracht.
Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen:
Hoofdstuk 3
25
Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.
Bedrijventerreinen In de provincie Limburg is reeds een behoorlijke voorraad aan bedrijventerreinen, waarvan nog ruim 800 Ha (11%) nog beschikbaar is. Op de reeds uitgegeven oppervlakte (6.500 ha) zijn ruim 11.000 bedrijfsvestigingen met bijna 220.000 werkzame personen actief. Uitgaande van de situatie op 31 december 2019 en het meerjarig gemiddelde uitgiftepatroon is deze voorraad toereikend voor zo’n zeven en tien jaar. Afhankelijk van de vraagontwikkeling kunnen zich echter knelpunten voordoen in soort en kwaliteit van terrein dat nodig is. Vanuit financieel en economisch oogpunt kan het aantrekkelijk zijn om nieuwe gronden te ontwikkelen. Vanuit het oogpunt van circulariteit van bestaande bedrijfsgebouwen en optimaal ruimtegebruik is dat niet altijd de beste keuze. Multifunctioneel ruimtegebruik en herstructurering bieden hier kansen. De kwaliteit van Limburgse bedrijventerreinen is niet overal aan de maat. Het gevolg is dat verouderde bedrijventerreinen leegstaande plekken en panden bevatten. In sommige gevallen leidt dit tot verloedering en criminele activiteiten. Daarnaast beschikken gemeenten vaak niet over de financiële middelen of spankracht om in samenwerking met de vele eigenaren bestaande bedrijventerreinen op te knappen en structureel te onderhouden.
De ambitie is dan ook om in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven, zoals bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. De komende jaren moet toe worden gewerkt naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn waarbij zo efficiënt mogelijk om moet worden gegaan met het ruimtebeslag. De voorkeur gaat uit naar compacte werklocaties om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren. Hierbij wordt de redeneerlijn “behoefte-bestaand uitbreiding-nieuw” gehanteerd, om op deze wijze zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren. Dit betekent concreet: 1. de behoefte aantonen; 2. (her)gebruik ruimte op bestaande, evt. te herstructureren terreinen; 3. ontwikkeling nieuwe terreinen aansluitend aan bestaande werklocaties; 4. mogelijk andere buitenstedelijke locaties (mits gemotiveerd) te ontwikkelen. Hiermee wordt aangesloten bij de eigen ‘Limburgse principes’; met name de principes ‘meer stad, meer land’ en ‘zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden’. Ergo nieuwe bedrijven dienen zich aldus te vestigen bij voorkeur op bestaande werklocaties. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt aangestuurd op uitbreiding aan de grenzen van bestaande werklocaties. Voor gevestigde bedrijven kan daarbij maatwerk aan de orde zijn.
Dit dient te geschieden in onderlinge regionale afstemming. Afweging Onderhavig planvoornemen voorziet in de uitbreiding van een reeds bestaande werklocatie die is gelegen in het bestaand stedelijk gebied van de kern Panningen. Het planvoornemen heeft daardoor
Hoofdstuk 3
26
aansluiting bij de bestaande bedrijfslocatie. Door ruimte te bieden aan het uitbreiden van het bedrijf wordt de continuïteit van het bedrijf gewaarborgd en wordt het bedrijf met een blik op de toekomst gereed gemaakt voor een groeiende behoefte. Hiermee wordt mogelijke leegstand en veroudering voorkomen en wordt aangesloten bij de Limburgse principes uit de POVI Limburg. De provinciale belangen zijn derhalve niet in het geding als gevolg van het onderhavige planvoornemen. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de Provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het voormalige POL2014 juridische binding te geven. Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige gaat vervangen. De nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is inmiddels vastgesteld en wordt in het kader van de onderhavige ontwikkeling behandeld onder paragraaf 3.2.3. Deze zal pas in werking treden wanneer ook de nieuwe Omgevingswet in werking treedt.
Vooruitlopend op de inwerkingtreding van die nieuwe Omgevingswet is zijn een tweetal wijzigingsverordeningen in procedure gebracht en inmiddels vastgesteld en verwerkt in de onderhavige omgevingsverordening uit 2014. Bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan is dan ook gebruik gemaakt van de geconsolideerde versie van 16 december 2022. Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3 van de verordening, onderzocht. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Bestuursafspraken In artikel 2.4.5 van de verordening is het navolgende bepaald: Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen, alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van het (voormalige) POL2014, de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking van het voormalige POL2014 voor de regio Noord-Limburg.
Hoofdstuk 3
27
Een ruimtelijk plan: a. laat geen bedrijfskavel toe met een oppervlakte van meer dan 5 hectare; b. laat niet toe dat bedrijfskavels worden samengevoegd indien hierdoor bedrijfskavels groter dan 5 hectare ontstaan; c. laat niet toe dat gebouwen zodanig worden gerealiseerd of met elkaar verbonden dat zij de grens van een bedrijfskavel overschrijden. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg dient een verantwoording te bevatten van de wijze waarop hier invulling aan is gegeven. De toelichting bij een ruimtelijk plan bevat tevens een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Specifieke bepalingen omtrent beschermingszones en beschermingsgebieden In de omgevingsverordening zijn verder specifieke bepalingen opgenomen ten aanzien van provinciale wegen en reserveringszones, beschermingszones natuur- en landschap, uitsluitingsgebieden windturbines, natuurbescherming, milieubeschermingsgebieden, regionale waterkeringen, normering wateroverlast, grondwateronttrekking, rioolplichtontheffing en gesloten stortplaatsen, alsmede bedrijventerreinen met provinciale geluidcontouren. Afweging Voor wat betreft de onderhavige planvorming kan het volgende worden geconcludeerd.
Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied is voor een groot deel gelegen binnen bebouwd gebied (paars op de navolgende afbeelding). Dit geldt ook voor (delen van) percelen die thans nog een agrarische bestemming hebben. Aan de noord- en westzijde van het huidige fabrieksterrein is sprake van landelijk gebied (groen op de navolgende afbeelding). De uitbreiding van fabrieksterrein is deels binnen het landelijk gebied voorzien, maar hier is tevens landschappelijke inpassing voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking wordt nader toegelicht in paragraaf 3.1.2. Bestuursafspraken De gemeente Peel en Maas maakt onderdeel uit van de regio Noord-Limburg (arcering op de navolgende afbeelding) en binnen deze regio is de 'De regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg' vastgesteld. Deze wordt nader besproken in paragraaf 3.3.1.
Hoofdstuk 3
28
Figuur 10 Kaart geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg met weergave gebieden ladder voor duurzame verstedelijking en bestuursafspraken (ligging plangebied aangeduid door een marker)
Specifieke bepalingen omtrent beschermingszones en beschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 volgt dat het plangebied niet is gelegen binnen een milieubeschermingsgebied of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. De gemeente Peel en Maas maakt onderdeel uit van de regio Noord-Limburg en binnen deze regio is de 'De regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg' vastgesteld. Deze wordt besproken in paragraaf 3.3.1. Uit het voorgaande en de nog toe te lichten bestuursafspraken (paragraaf 3.3.1) volgt dat er vanuit de huidige provinciale verordening geen belemmeringen zijn om mee te werken aan onderhavig initiatief. 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze Omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. De inwerkingtreding is voorzien wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde
Hoofdstuk 3
29
onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonneenergie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied gedeeltelijk binnen het gebied ‘Buitengebied’ en grotendeels binnen het gebied ‘Bedrijventerreinen’.
Figuur 11 Omgevingsverordening Limburg 2021: Kaart 11 ‘Wonen, werken en recreëren’ (ligging plangebied aangeduid door een marker)
Conform artikel 12.5 van de omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen: 1. Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. 2. De motivering bij een omgevingsplan bevat: a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste; b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband.
Hoofdstuk 3
30
Afweging In dit bestemmingsplan is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12 van de omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit de paragraaf ‘Provinciale omgevingsvisie Limburg (POVI)’ past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. De verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband volgt uit de navolgende paragraaf 3.3.1. Vanuit de Omgevingsverordening Limburg 2021 bestaan er kortom eveneens geen belemmeringen voor het beoogde planvoornemen.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale visie bedrijventerreinen Noord-Limburg De basisafspraken en spelregels uit het voormalige POL2014, in lijn met de Ladder voor Duurzame verstedelijking, zijn door de regio uitgewerkt in de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en vormen de basis voor het gemeentelijk beleid. In 2017 is de ‘Visie bedrijventerreinen Noord-Limburg’ vastgesteld door de gemeenteraden in Noord-Limburg. Voorheen werd in de regio Noord Limburg bedrijventerreinen door individuele gemeenten gepland en ontwikkeld op basis van lokale motieven. Afgelopen jaren zijn de eerste stappen gezet in de regio om te komen tot een gezamenlijk bedrijventerreinenbeleid. Er is een versnelling opgetreden in de regionale samenwerking toen tijdens het traject van het voormalige POL2014 door de provincie nieuwe richtingen zijn aangegeven die de regio graag wil overnemen. De provincie heeft de drie Limburgse regio’s gevraagd een bedrijventerreinenvisie vast te stellen waarbij rekening wordt gehouden met dynamisch voorraadbeheer. In de bedrijventerreinenvisie wordt beschreven welke ambities, opgaven en principes de regio NoordLimburg nastreeft, rekening houdend met het door de provincie voorgestelde dynamisch voorraadbeheer. Ook worden de werkwijze en spelregels beschreven die gehanteerd worden.