2024-056 03 Planregels incl. bijlagen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Koesdonkerveldweg 9A en Koesdonkerveldweg ongenummerd, Baarlo
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk1
_ Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
Artikel 2
Wijze van meten
11
_ Bestemmingsregels
12
Artikel 3
Bedrijventerrein - 1
12
Artikel 4
Wonen
16
Artikel 5
Waarde - Archeologie - 4
20
Hoofdstuk2
regels
24
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
24
Artikel 7
Algemene bouwregels
25
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
27
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
28
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
29
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
Artikel 12
Overige regels
Hoofdstuk3
Hoofdstuk4
_ Algemene
_ Overgangs- en slotregels
3 32
Artikel 13
Overgangsrecht
32
Artikel 14
Slotregel
33
2
vastgesteld
Regels
vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikelt
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
11
plan:
het bestemmingsplan 'Koesdonkerveldweg 9A en Koesdonkerveldweg ongenummerd,
Baarlo' van de
gemeente Peel en Maas. 12
_
bestaand:
situatie ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan 13
_
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO. 1894.BPL0321-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen.
14
_
aanduiding:
een geometrisch bepaald ak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels
regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 15
_
aanduidingsgrens:
grens van een aanduiding indien het een vak betreft 16
_
achtererfgebied:
erf op meer dan 1,00 meter achter de voorgevellrooilijn. 17
_
ambacht(elijk):
het bedrijfsmatig, geheel of ovenwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver-/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activteit,
van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, ondergeschikt aan de woonfunctie. Wanneer deze activiteit in een woning en bijbehorende bouwwerken plaatsvindt, dient de omvang van de
activiteit zodanig te zijn dat de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd 18
archeologisch monument:
terrein dat op basis van de Monumentenwet
1988 is aangewezen als beschermd archeologisch
monument.
19
archeologisch onderzoek:
onderzoek verricht door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingsvergunning ex
artikel 45 van de Monumentenwet (of voor de betreffende werkzaamheden een vergunning heeft van de minister van OCW) en werkend volgens de kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
1.10
_ archeologische verwachting:
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van
archeologische relicten (resten uit het verleden).
4
vastgesteld
1.11
_ archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden).
112
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken,
1.13
geen gebouw zijnde.
_ bebouwingspercentage:
een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvak aangeeft
dat maximaal mag worden bebouwd. 1.14
bed
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren enof herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis
verbonden beroepen daaronder niet begrepen en niet zijnde een seksinrichting. 1.15
_ bedrijf aan huis:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten cq. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijgheid, in tegenstelling tot de beroepsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat op
kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft
die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse welke zijn opgenomen in bijlage 1 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis'.
1.16
_ bedrijfsvloeroppervlak:
de totale Voeroppervakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende
magazijnen en overige dienstruimten. 1.17
_ behandelkamer / zorgkamer
Een ruimte in het zorgwonengebouw waarin door bewoners van de woongemeenschap en/of exteme (professionele) zorgverleners zorg kan worden verleend aan (andere) bewoners van de
woongemeenschap, een en ander gericht op zorg in de eigen directe woonomgeving en bijdragend aan de levensloopbestendigheid van het zorgwonengebouw.
1.18
_ beroep aan huis:
een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wordt
uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter
plaatse, welk zijn opgenomen in bijlage 1 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis'. 119
bestaand:
situatie ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan 1.20
_ bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvak. 1.21
_ bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald Wak met eenzelfde bestemming
vastgesteld
1.22
_ bevoegd gezag:
bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.23
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw; of ander bouwwerk,
1.24
met een dak
_ bodemingreep:
werken of werkzaamheden die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige
(archeologisch) bodemarchief. 1.25
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk,
1.26
alsmede het geheel of gedeetelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
_ bouwgrens:
de grens van een bouwvak.
1.27
bouwlaag:
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering
gelijke hoogte liggende Woeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de kelder en de zolder.
1.28
_ bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende
bebouwing is toegelaten 1.29
_ bouwperceelsgrens:
de grens van een bouwperceel. 1.30
bouwvlak:
een geometrisch bepaald Wak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten. 1.31
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij
indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 132
_ cultuur en ontspanning:
het bedrijfsmatig verrichten van activteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning, waaronder:
vrsengasos 6
ateliers;
attractieparken; bioscopen;
bowlingbanen; casino's; creativiteitscentra; dansscholen;
dierentuinen; evenemententerreinen;
kinderboerderijen;
vastgesteld
E
musea;
.
muziekscholen; muziektheaters; sauna's;
speeltuinen; theaters; welinesscentra.
1.33
_ deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg:
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van
archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior archeoloog. 1.34
_ detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen,
verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van een inteetwinkel
1.35
en/of horeca.
_ dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet va een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.
1.36
_ diepte bodemingreep:
de diepte van de bodemverstorende ingreep, gemeten ten opzichte van het maaïveld ter plaatse (straat-
of terreinniveau). 137
erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en voor zover het
bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt. 1.38
_ erfafscheiding:
afscheiding welke op een grens tussen twee erven is geplaatst. 139
_ evenement:
een publiekgerichte activiteit die een bijdrage levert aan het culturele, sociale en/of sportieve leven. 1.40
_ evenemententerrei
een terrein dat is bedoeld voor en dat qua ligging, toegankelijkheid, ondergrond en omvang geschikt is voor het houden van eenmalige en periodiek terugkerende tijdelijke evenementen die een grote
verkeersaantrekkende werking kunnen hebben. 141
extensief dagrecreatief medegebruik:
alle vormen van recreatief medegebruik die wat betreft hun lage intensiteit, beperkte omvang en frequentie inpasbaar zijn en gericht zijn op natuur- en landschapsbeleving,
zoals wandelen, fietsen en
vissen.
142
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten
ruimte
vastgesteld
vormt.
7
143
_ gevellijn:
de als zodanig aangegeven lijn waar de voorgevel van het hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd, behoudens voor zover uitdrukkelijk anders bepaald in deze regels.
144
_ hartijn:
het midden van een Ieiding.
1.45
_ hoofdgebouw:
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
1.46
horeca:
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodaties eryof het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. 1.47
_ huishouden:
één of meer personen die in vast verband samenleven en samen met andere huishoudens onderdeel
uitmaken van de woongemeenschap in het zorgwonengebouw, 1.48
_ inrichting:
een op grond van de Wet milieubeheer als volgt gedefinieerd begrip: "elk door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsofzij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijgheid die binnen een zekere begrenzing
pleegt te worden verricht”. 1.49
_ kamerverhuur:
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerverhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft. 1.50
_ kampeermiddel:
a.
een tent, tentwagen, een kampeerauto, toercaravan, vouwwagen, camper of huifkar;
b.
enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover
geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 21 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of
gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtgebruik. 1.51
kantoor:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate
rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 152
kelder:
een uimte in een gebouw die geheel of gedeeltelijk ondergronds gelegen is. 1.53
_ mantelzorg:
langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving en waarbij de zorgverlening rechtstreeks
voortvoeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
8
vastgesteld
1.54
_ nutsvoorziening:
voorzieningen voor op het openbare net aangesloten voorzieningen van algemeen nut‚ het telecommunicatieverkeer,
het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, alsmede containers voor glas,
kleding, plastic etc. 1.55
_ omgevingsvergunning:
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.56
_ ondergeschikt:
een functie die qua omvang en uitstraling ten dienste staat van een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie
1.57
_ ondergronds bouwen:
bouwen beneden peil
1.58
_ ondergronds bouwwerk:
een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de voer is gelegen op ten minste 1,75
meter beneden peil. 1.59
_ overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport en een luifel.
160 a.
peil: voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst:
de hoogte van de kruin van de
weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b.
161
n andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
_ permanente bewoning:
bewoning van een ruimte als hoofdverblijf door eenzelfde persoon of een zelfde groep personen die niet
eiders over een hoofdverblijf beschikken en waardoor die ruimte als reguliere woning is aan te merken. 1.62
_ productiegebonden
detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.
163
_ prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
vergoeding. 1.64
recreatief medegebruik:
het gebruik waarbij de recreatieve activiteiten ondergeschikt dienen te zijn aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan en voor zover de overige functies van de
gronden dit toelaten. 1.65
_ seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pomografische
aard plaatsinden, waaronder: a.
bordeel;
vastgesteld
7ergaop 166
erotische-massagesalon;
parenciub; prostitutiebedrijf seksautomatenhal;
seksbioscoop;
sekssauna/seksinrichting; sekstheater.
_ voorgevel:
gevel aan de voorzijde van een gebouw gerelateerd aan de grens van het bouwak
die is gericht naar de
weg en waarop de bebouwing is georiënteerd. 167
_ voorgevelrooilijn:
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.68
_ voorkant van een hoofdgebouw:
staat gelijk aan de voorgevel, met uitzondering van erkers, luifels, overkappingen en dergelijke ondergeschikte bouwdelen.
169
weg:
een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen
bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerplaatsen.
170
_ wet/ wettelijke regelingen:
indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen cq. verordeningen ed.,
dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.71
wonen:
de permanente huisvesting van een of meerdere personen in een woning, om daar zelfstandig of met
meerdere personen gezamenlijk é&n huishouden te voeren. 172
woning:
een ruimte of complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
173
_ woongemeenschap
Een groep huishoudens die in het zorgwonengebouw wonen en zorgen voor elkaar met gebruikmaking
van gemeenschappelijke voorzieningen in en rondom het zorgwonengebouw. 1.74
zolder:
ruimte(n) onder een kap, voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 cm boven de oer is gelegen.
10
vastgesteld
Artikel2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als 21
de dakhelling:
langs het dakvak ten opzichte van het horizontale Vak. 22
_ de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
23
de
inhoud
van
een
bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvoer, de buitenzijde van de gevels (er/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 24
_ de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwonderdelen als bedoeld in artikel 37.2. 25
_
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 26
_
de oppervlakte van een bodemingreep:
het gebied (zone) waarbinnen bodemingrepen plaatsvinden die een verstorende werking kunnen hebben op het (archeologisch) bodemarchief. 27
_
de afstand tot de bouwperceelsgrens:
tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk,
waar die afstand het
kortst is.
28
_
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
vastgesteld
1
Hoofdstuk 2 Artikel3 31
_
Bestemmingsregels
Bedrijventerrein-1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
bedrijven en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten welke zijn opgenomen
in
milieucategorie 1 t/m 2 van de 'Lijst van bedrijfsactivteiten' (Bijlage 1 bij de regels), groothandelsbedrijven, en/of daarmee naar aard, omvang en inoed op de omgeving gelijk te stellen
bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten; b.
ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3’ uitsluitend bedrijven en/of het
uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten welke zijn opgenomen in milieucategorie 1 t/m 3 van de 'Lijst van bedrijfsactivteiten' (Bijlage 1 bij de regels), groothandelsbedrijven, en/of daarmee
naar
aard, omvang en inoed op de omgeving gelijk te stellen bedrijven en/of bedrijfsactivteiten; met daaraan ondergeschikt:
c.
evenementen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.4.2;
d.
productiegebonden detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen of producten overeenkomstig
het bepaalde in artikel 3.4.3; e.
buitenstalling in ter plaatse vervaardigde of verhandelde producten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.4.4;
zrzen
buitenopslag overeenkomstig het bepaalde in artike! 3.4.5;
nutsvoorzieningen; tuinen, erven en terreinen; groenvoorzieningen;
paden, wegen, ontsluitings- en parkeervorzieningen;
boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.
32
_
321
Bouwregels
Algemeen
Op de voor Bedrijventerrein - 1' aangewezen gronden mogen uitsluitend ten behoeve van de in artikel 31
genoemde bestemming worden gebouwd: a.
gebouwen;
b.
bijbehorende bouwwerken;
c.
bouwwerken, geen gebouw zijnde;
3.2.2
Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwak”
Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwak! gelden de volgende regels:
a.
gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden uitsluitend binnen het bouwak gebouwd;
b.
de oppervakte van het bouwperceel bedraagt maximaal 5.000 m2 met een bebouwingspercentage van maximaal 80%;
c. 323
voor het overige moet worden voldaan aan het bepaalde in artikel 3.2.3 en 3.2.4. Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a.
de voorgevel van de bedrijfsgebouwen dient te worden gebouwd in of achter de bestaande
voorgevelrooilijn, dan wel op minimaal $ meter afstand tot de bestemming 'Verkeer of 'Groen'; b.
de afstand van bedrijfsgebouwen tot de achterste perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter;
c.
de afstand van bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3,5 meter;
d.
de bouwhoogte bedraagt maximaal 8 meter, met dien verstande dat de;
12
vastgesteld
1.
bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' maximaal de aangeduide
bouwhoogte bedraagt. 324
Bouwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal
10 meter, met
uitzondering van: 1.
erf en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal
1 meter
bedraagt en achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt; 2.
vaggen-, reclame- en lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 12 meter bedraagt;
3.3
Afwijken van de bouwregels
331
Afwijken van de bouwregels ten behoeve van de afstand tot de perceelgrens
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 3.2.3 onder c ten behoeve van het verkleinen van de afstand tot de perceelsgrens tot maximaal 5 meter
aan één zijde en/of het bouwen tot op de achterste perceelsgrens, mits a.
dit noodzakelijk is vanuit bedrijfstechnisch of milieutechnisch oogpunt;vooraf schriftelijk adves wordt
b.
geen onevenredige aantasting plaatsvndt van:
ingewonnen bij de veiligheidsregio;
34 341
1.
de verkeersveiligheid;
2. 3.
het woon- en leefklimaat: de milieusituatie;
4.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
_ Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik
Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
a.
geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen;
b.
bedrijven van categorie 3 en 4, behoudens toegestaan krachtens artikel 31 sub b;
c.
permanente of tijdelijke bewoning van vrjstaande bijbehorende bouwwerken en hoofdgebouwen, geen woning zijnde;
d.
perifere detailhandel, behoudens toegestaan krachtens artikel 3.1;
e.
woningsplitsing;
f
verblijfsrecreatie;
g.
een verkooppunt voor motorbrandstoffen met en zonder Ipg;
h.
evenementen, behoudens toegestaan krachtens artikel 3.4.2;
i
horecadoeleinden;
j.
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens;
k. 342
buitenopslag voor de voorgevelrooiljn Evenementen
Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw, met dien verstande dat:
a.
n voldoende mate moet worden voorzien in de parkeerbehoefte;
b.
het een evenement is met maximaal
c.
de geluidsbelasting op omliggende geluidsgevoelige functies maximaal 50 dB bedraagt;
d.
er geen aantasting voor de verkeersveiligheid ontstaat.
vastgesteld
150 bezoekers;
13
3.4.3
Productiegebonden detailhandel
Productiegebonden detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen of producten is toegestaan tot een oppervakte van maximaal 50 m2.
344
Buitenstalling
Buitenstalling in ter plaatse vervaardigde of verhandelde producten is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
a.
de buitenstalling plaatsvindt achter de voorgevelrooilijn:
b.
de buitenstalling is zodanig gesitueerd dat ten alle tijde een vrije doorgang van minimaal 3 meter op
c.
de buitenstalling is gelegen op een afstand van minimaal 3,5 meter van de zijdelingse
het perceel achter de bebouwing is gegarandeerd; perceelsgrens;
d.
de buitenstalling een hoogte heeft van maximaal 5 meter.
345
Buitenopslag
Buitenopslag is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.
buitenopslag is uitsluitend toegestaan achter de achtergevel van het hoofdgebouw,
b.
de buitenopslag is zodanig gesitueerd dat ten alle tijde een vije doorgang van minimaal 3 meter op het perceel achter de bebouwing is gegarandeerd;
©.
de buitenopslag is gelegen op een afstand van minimaal 3,5 meter van de zijdelingse
d.
de buitenopslag een hoogte heeft van maximaal 3 meter.
3.5
_ Afwijken van de gebruiksregels
perceelsgrens;
3.5.1
Afuijken van de gebruiksregels ten behoeve van bedrijven in een hogere milieucategorie
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artike
3.4.1 ten behoeve van de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 31 sub a. met dien verstande dat:
a.
deze activiteiten gelet op de milieubelasting naar aard en inoed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 3.1 sub a;
b.
bij de beoordeling van de aard en inoed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie,
stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de suele hinder en
c.
verkeersaantrekkende werking; het geen geluidszoneringsplichtige of risicovolle inrichting betreft.
3.5.2
Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van buitenopslag aan de zijkant van het
hoofdgebouw
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 3.4.5 ten behoeve van buitenopslag aan de zijkant van het hoofdgebouw onder de volgende voorwaarden:
a.
buitenopslag plaatsvindt achter de voorgevelrooilijn:
b.
de buitenopslag is gelegen op een afstand van minimaal 3,5 meter van de zijdelingse
c.
de buitenopslag een hoogte heeft van maximaal 3 meter;
d.
erdienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar te blijven.
perceelsgrens;
3.5.3
Afwijken van de gebruiksregels voor vormen van perifere detailhandel
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 3.4 voor perifere detailhandel in:
14
vastgesteld
a. b.
auto's, boten, caravans, scooters en motoren; land- en tuinbouwmachines;
c.
grove bouwmaterialen;
d.
brand- en explosiegevaarlijke goederen;
mits:
1.
voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein is gewaarborgd.
2.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: * _ de verkeersveiligheid; *
_ het woon- en leefklimaat;
« _
de milieusituatie;
* _ de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
vastgesteld
15
Artikel4 41
_
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
"TergaEgn 42 421
wonen;
paardrijbakken ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden: uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.5.3; evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.5.2; bestaande mantelzorgvoorzieningen: groenworzieningen; tuinen, erven en terreinen;
paden, wegen, ontsluitings- en parkeervorzieningen; boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. _
Bouwregels Algemeen
Op de voor Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. b. c. 422
hoofdgebouwen in de vorm van woningen: bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouw zijnde. Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwiak’
Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwak! gelden de volgende regels: a. b. 42.3
de woning en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwak worden gebouwd: voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4.2.3 en 4.2.4. Woning en bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van woningen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c.
d. e. f g.
per bouwak is maximaal één hoofdgebouw in de vorm van een woning toegestaan; de voorgevel van de woning wordt gebouwd in de gevellijn; de inhoud van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 1000 m?, met dien verstande dat: indien de inhoud van de bestaande gebouwen tezamen op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedraagt dan 1.000 m? is uitbreiding van bestaande of de bouw van nieuwe gebouwen alleen toegestaan indien na realisering van die uitbreiding de totale inhoud van gebouwen binnen het bestemmingsvak maximaal 1.000 m? bedraagt en overtollige bebouwing derhalve wordt gesloopt; de goot- en bouwhoogte van woningen bedraagt respectievelijk maximaal 6 meter en 9 meter; bijbehorende bouwwerken worden op een afstand van minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd; de afstand tussen de woning en bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 15 meter; de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt respectievelijk maximaal 3,30 meter en 6 meter;
h.
de grenzen van het bouwak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke ten behoeve van de woning, mits: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt: 2. de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning bedraagt; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvoer + 0,30 meter; 4. de afstand tot de bestemmingen 'Verkeer minimaal 3,5 meter bedraagt.
16
vastgesteld
424
Bouwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.
de bouwhoogte van bouwwerken,
geen gebouw zijnde bedraagt maximaal
12 meter, met
uitzondering van: 1.
erf en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal
1 meter
bedraagt en achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; 2.
omheiningen rond een paardrijbak in de vorm van een open afscheiding, waarvan de bouwhoogte
maximaal 1,50 meter bedraagt; 3.
b.
c.
lichtmasten rond een paardrijbak, waarvan de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt;
per woning is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan, met dien verstande dat: 1.
de afstand van de woning tot het zwembad maximaal
15 meter bedraagt;
2.
de oppervakte van het zwembad maximaal 30 m? bedraagt:
het bouwen van één overkapping aan de achter- of zijgevel bij de woning is toegestaan, mits de
oppervakte maximaal 30 m? bedraagt. 43
Nadere
eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing en aan de inrichting van het bestemmingsvak:
a.
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en
b.
ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
c.
ter waarborging van een goede landschappelijke inpassing.
leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
44
Afwijken van de bouwregels
441
Afviijken van de bouwregels ten behoeve van het verkleinen van de afstand tot de weg
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder b ten behoeve van het verkleinen van de bestaande afstand tot de bestemming 'Verkeer, met dien verstande dat
a.
de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5 meter bedraagt:
b.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1.
de verkeersveiligheid;
2. 3.
het woon- en leefklimaat; de milieusituatie;
4.
de bestaande natuurljke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden;
5. 45
451
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing _
Specifieke
gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan
het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
o=gaerp
geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen; kamerverhuur;
kampeer;
woningsplitsing; detailhandel;
evenementen behoudens toegestaan krachtens artikel 4.5.2; permanente of tijdelijke bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken en gebouwen, geen
woning zijnde;
-T
opslag van goederen en materialen buiten het bouwvak;
buitenopslag voor de voorgevelrooilijn;
vastgesteld
17
i
woning indien niet binnen 1 jaar na bouw van de woning de woning aan de Koesdonkerveldweg 9
is
gesloopt en geschikt gemaakt voor de bestemming 'Bedrijventerrein - 1. 45.2
Evenementen
Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw.
45.3
Beroep of bedrijf aan huis
Een beroep of bedrijf aan huis bij de woning, als opgenomen in het 'Overzicht beroep of bedrijf aan huis”
(Bijlage 2 bij deze regels) of hiermee naar aard en omvang gelijk te stellen beroepen en bedrijven, wordt geacht in overeenstemming te zijn met de woonbestemming en is toegestaan, mits: a.
de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft;
b.
degene die gebruiker van de woning is tevens degene is die het beroep of bedrijf aan huis uitoefent:
c.
maximaal 50 m? van de bestaande bebouwing mag worden gebruikt voor beroep en bedrijf aan huis;
d
het gebruik geen emstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het
woonkarakter van de wijk of de buurt; het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft welke kunnen leiden tot een
nadelige beïnvoeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; interetverkoop slechts is toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te
verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden. Opslag ten behoeve van internetverkoop is mogelijk binnen de bestaande bebouwing tot maximaal 50 m? waarbij ter
plaatse opslag en verzending plaatsvindt. Intemetverkoop waarbij ter plaatse alleen de elektronische transactie plaatsvindt en geen opslag en verzending plaatswindt is zonder meer toegestaan;
er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep/bedrijf;
er geen buitenopslag plaatsvindt; reclame-uitingen ten dienste van het beroep of bedrijf aan huis beperkt blijven tot het plaatsen van
een bord met als maximale afmetingen 1 meter x 0,5 meter aan de voor- of zijgevel of in de voor- of zijtuin op een hoogte van maximaal 2 meter. Neon- of andere lichtreclame is in dit kader niet toegestaan 45.4 1
Voomaardelijke verplichtingen
Het gebruik van de gronden voor de bestemming Wonen is toegestaan onder de voorwaarde dat: a.
de landschappelijke inpassing als bedoeld in bijlage 3 in stand blijft en in stand wordt
gehouden; b.
zodanige geluidwerende maatregelen aan en/of bij de woning met bijbehorende buitenruimte zijn
getroffen dat voldaan wordt aan de geluidwaarden op de gevel van de woning zoals aangegeven in de tabel.
Grootheid
Dagperiode
Avondperioode
Nachtperiode
LaRuT
55
50
45
Kes
70
65
60
L
65
60
55
Hieraan wordt in ieder geval voldaan door:
de gehele oost- en noordgevel doof uit te voeren, met uitzondering van een achterdeur in de noordgevel waarachter geen verblijfsruimten worden gesitueerd;
en,
een kokowall te realiseren van 2,6 meter hoog aan de oostzijde van de woning. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
het eerste lid onder a. om een andere vorm van landschappelijke inpassing toe te staan. Onder een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt gerekend het niet aanleggen,
18
vastgesteld
instandhouden,
beheren en onderhouden van de landschappelijke inpassing en de geluidwerende
maatregelen zoals bedoeld in dit artikel. De woning mag uitsluitend worden gerealiseerd wanneer onomstotelijk is geborgd dat bestaande
omliggende bedrijven niet in hun rechten worden belemmerd en hun bedrijfsvoering niet wordt ingeperkt al dan niet door het nemen van onderbouwde besluiten maatwerkvoorschriften of
gewijzigde vergunningvoorschriften ten aanzien van deze bedrijven en hiermee is geborgd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
vastgesteld
19
Artikel5 51
_
Waarde - Archeologie - 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.
de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.
52
_ Bouwregels
521
Bouwerbod
Op of in de voor Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a.
het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 40 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervakte van minder dan 250 m?; een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van
b. c.
maximaal
3 meter;
d.
gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
53
_ Afwijken van de bouwregels
531
Afvijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van gebouwen en bouwserken
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 6.2.1, ten behoeve van het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken, met dien verstande dat:
a.
door de aanvager een archeologisch rapport dient te worden overlegd op basis van de in de beroepsgroep geldende nom waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanwaag zal worden verstoord, n voldoende mate s vastgesteld;
b.
een
onderzoek
1.
naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan 40
2.
als bedoeld
onder a is niet vereist wanneer:
centimeter onder maaiveld.
5.3.2
Voomaarden verlenen omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen wanneer naar haar oordeel genoegzaam blijkt dat:
a. b. c.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn; de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het n acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
5.3.3
Voorschriften te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen
In de situatie als bedoeld in artikel 5.3.2 kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem
20
kunnen worden
behouden;
vastgesteld
de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen;
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag
bij de vergunning te stellen kwalificaties 54
van
‘Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden
541
Vergunningplicht
Het is verboden op of n de voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden a.
uit te voeren:
grondwerkzaamheden zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en
diepwoelen van gronden;
veor
het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden,
boor- en pompputten:
waterhuishoudkundige ingrepen zoals het aanbrengen van onderbemaling; het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing:
het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen;
a
het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd;
het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden boomteelt, graszodenteelt en siergewassenteelt:
het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervakteverhardingen:
het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur
het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; het afplaggen van heide- of natuurgebieden;
het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie. 54.2 a.
Uitzonderingen
Het bepaalde in artikel 5.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1.
die maximaal 40 centimeter diep reiken ten opzichte van het maaiveld, tenzij het
werkzaamheden betreffen als genoemd in artikel 5.4.1h, |, en m; 2.
een verstoringsopperakte hebben van maximaal 250 2;
3.
ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige;
4.
het nommale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen
bestaande tracés van kabels en leidingen: 5.
het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten
dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 40 centimeter onder maaiveld wordt geroerd;
6.
plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk;
7.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
b.
Het verbod als bedoeld in artikel 5.4.1 is ook niet van toepassing indien: 1.
naar oordeel van het bevoegd gezag n voldoende mate is aangetoond dat de grond reeds verstoord is;
2.
de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig
de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan 40 centimeter onder
maaiveld, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 5.4.1
vastgesteld
21
sub h het afgevwerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis
van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het
uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; 3.
de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een schrifelijke
verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgesteide bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten
zoals bedoeld onder 5.4.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangewuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de
werkzaamheden schrifelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 543
is vereist.
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of
kunnen worden geschaad. 5.4.4
a.
Onderzoeksplicht
De aanvager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie - 4' dient een rapport te overleggen waarin
naar het oordeel van het bevoegd gezag: 1.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvaag kunnen worden verstoord in
voldoende mate zijn vastgesteld, en; 2.
in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard
en/of gedocumenteerd, dan wel: 3.
n voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet
onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn b.
Een onderzoek als bedoeld onder a is niet vereist wanneer naar oordeel van het bevoegd gezag de
archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 5.4.5
_ Voomaarden verlenen omgevingsvergunning
het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning wanneer naar haar oordeel genoegzaam blijkt dat a.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn:
b.
de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad;
c.
schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door
het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 5.4.6
_ Voorschriften te verbinden aan omgevingsvergunning
In de situatie als bedoeld in artikel 5.4.5 kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning:
a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem
kunnen worden
behouden:
b.
de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen;
c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige
op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties
55
_ Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Waarde - Archeologie - 4' ten behoeve van de
bescherming en veiligstelling van archeologische waarden wijzigen zodanig dat de bestemming geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, indien:
a.
22
uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden
vastgesteld
aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden;
b.
het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse n bescherming en veiligstelling van archeologischew aarde voorziet.
vastgesteld
23
Hoofdstuk 3 Artikel6
Algemene
regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is
gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
24
vastgesteld
Artikel7
Algemene bouwregels
71
_ Ondergronds bouwen
7.1.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 7.1.2
Ondergrondse bouwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. b.
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwak, danwel onder een bestaand hoofdgebouw! bijbehorend bouwwerk; het oppervak aan ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal het toegestane oppervak aan bouwwerken boven peil:
c. d.
de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter onder peil; bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervak, wordt de oppervakte en inhoud van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen.
7.1.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgewngsvergunning af te wijken van het bepaalde in 7.1.2 onder c voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal
10 meter onder peil onder de voorwaarde dat:
a. b.
de waterhuishouding niet wordt verstoord; geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
7.2
_ Ondergeschikte
bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, litschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 7.3 7.3.1
_ Algemene regel over bestaande afstanden en andere maten Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of opperwakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het ontwerp van het bestemmingsplan dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.3.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of opperdakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
vastgesteld
25
7.3.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 7.3.1 en 7.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
26
vastgesteld
Artikel8 81
Algemene gebruiksregels
_ Algemeen
gebruiksverbod
Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken enof in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 82
Strijdig gebruik
Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor enYof als: a. b.
een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrif
c.
straatprostitutie;
d. e.
mantelzorg en inwoning; als opslag- stort-, lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.
vastgesteld
27
Artikel9
Algemene aanduidingsregels
91
kernrandzone
9.1.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'kernrandzone’ zijn de gronden tevens bestemd als buffer tussen woon- en leefkernen en het buitengebied, ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de kemen. 92
reconstructiewetzone - verwevingsgebied
921
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn de gronden tevens bestemd als verwevingsgebied. 9.3
_ wrozone
9.3.1
- wijzigingsgebied 1 ob
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1 ob' zijn de gronden tevens bestemd voor instandhouding van oude verdichte/besloten bouwianden. 94
_ wrozone
941
- ontheffingsgebied 2
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding \wro-zone - ontheffingsgebied 2' kan het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan ten behoeve van het toestaan van een bedrijf n milieucategorie 4 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten Bedrijventerrein - 1 (Bijlage 1 bij de regels), mits: a.
b.
28
wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. geen onevenredige aantasting plaatsvndt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. 3.
het woon- en leefklimaat; de milieusituatie;
4.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
vastgesteld
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 10.1
_ Afwijken ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevngsvergunning afwijken van de bepalingen in het plan ten aanzien van en toestaan dat de bestaande inhoud van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken éénmalig met 100 m? wordt vergroot, met dien verstande dat: a.
b.
de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaiteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd welke als als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie; geen aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveilighei 2. 3.
4.
het woon- en leefklimaat; de milieusituatie;
de bestaande natuurljke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige er/of abiotische waarden;
5. 10.2
de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing. _ Afwijken ten behoeve van mantelzorg en inwoning
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan ten behoeve van mantelzorg en inwoning in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken, mits:
a.
mantelzorg en inwoning slechts is toegestaan in de (bedrijfs)woning en/ofde bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat mantelzorg en inwoning in vijstaande bijbehorende bouwwerken slechts is toegestaan indien het vijstaande bijbehorend bouwwek betreft welke gelegen is op een afstand van maximaal 15 meter van het hoofdgebouw en de de Woeroppervakte maximaal 60 m? bedraagt:
Ponor
er geen tweede woning ontstaat;
g.
h.
de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; er geen aparte aansluiting op de nutsvoorzieningen mogen worden getroffen; in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte, op eigen terrein; in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura-2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden; geen aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2.
het woon- en leefklimaat:
3.
de milieusituatie;
4. de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de omgevingsvergunning na beëindiging van de situatie zal worden ingetrokken en het bijbehorend bouwwerk niet meer mag worden gebruikt voor bewoning/mantelzorg.
vastgesteld
29
Artikel11 111
Algemene wijzigingsregels
_ Algemene wijzigingen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen voor: a.
b.
11.2
het overschrijden van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvak mag met niet meer dan 10% worden vergroot: het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terusielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd. _ Algemene wijzigingsbevoegdheid archeologie
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Waarde - Archeologie - 4’ ten behoeve van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden wijzigen zodanig dat de bestemming gehee! of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, indien: a. b.
30
uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
vastgesteld
Artikel 12 121 12.1.1
Overige regels
_ Parkeerregels Algemene parkeerregels
Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dt artikel gestelde parkeernormen, tenzij er een ontheffing is verleend op grond van hoofdstuk 4 van de nota parkeemomen. 12.1.2
Specifieke parkeerregels bij bouwplannen
Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeemormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 12.1.3
Specifieke parkeeregels bij gebruikswijzigingen
Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeemormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde cq. de vervangende nota. 12.1.4
Specifieke gebruiksregels
Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
vastgesteld
31
Hoofdstuk 4 Artikel 13 131
1.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
_ Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en
afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a.
b.
gedeeltelijk worden vemieuwd of veranderd;
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vemieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het
bouwwerk is teniet gegaan; 2.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen
voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3.
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van
inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
132 1.
_ Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het
bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid te
veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
3.
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken,
is het verboden dit gebruik daama te hervatten
of te laten hervatten;
4.
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen
geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 133
_ Hardheidsclausule
Indien toepassing van het overeenkomstig artikel 13.2 in het plan opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurijke personen, die
op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan,
kan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning ten
behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
32
vastgesteld
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Koesdonkerveidweg 9A en Koesdonkerveldweg ongenummerd, Baario’.
vastgesteld
33
Bijlagen bij regels
vastgesteld
Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiv iteiten
4
vastgesteld
Bijlage 1 Bedrijvenlijst Bedrijventerrein - 1
SBECODE |_ SBLCODE 2008
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
[omsCHRIJVING
AFSTANDEN IN METERS
5 E5
5|z|
H
5 157
bestemmingsplan bedrijventerreinen
8/S
o|
5
e àq
5 $ä
©
E
|8
6<
ö
87 |26 44
ö
3 |E&
01 101 107
7
[VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN [Stacnterien en overge vleesverwerking
1 [-slachterijen en pluimveestachterijen |-bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval
700} 300
oo[ 0100 €€
o50 rR[R[
0300 D | 4232
181 151 187
107 107 107
3 4 5 &
|-vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: |[LWleeswaren- n viessconservenfabrieken: |- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken:
100 50 30
o[ o[ o[
100 € 80C 50
50 30 10
100 50 50
32 31 31
157
101, 102
7
|-oonstachterjen
50
o[
50
10
50
31
50
o|
50
10
50
34
41
157151
101, 102 101
EN DRANKEN
P.. > 1000 m p.o. <= 1000 m p.0. <= 200 m=
R[
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-Klaar-maaltjden met p.0. < 2.000 181
108
8
[m?
157
102
0
[Vevemerkngsbedriven:
152
102
3
[Froken
152
102
z [Fconsereren
200|
o[ 700 € o[
50C
30
200
300
0
300
42
152
102
4
|- verwerken anderszins: .0>
1000 m=
300[
70[
50C
30
300
182
102
5
|- verwerken anderszins: p.0.
<= 1000 m
100[
_10
50
30
100
32
152 157
102 1037
& ‘0
|- verwerken anderszins: p.0. <= 300 m” |Aardappelprodukten fabrieken:
s0[
10[
30
10
50
31
1541
1031
2
|-vervaardiging van snacks metp.o. < 2.000 m
0
[Groente- en fuitconservenfabrieken: am
15341
10371
1532,
1533 _
|1032
1532,
1 |-vervaardiging van aardappelproducten
1039
D[
42
300| _ 30[ 200 € s0[
10[
50
50 R[
300
42
50
R
50
31
1533
[1032, 1039
1
50[
10[
100
€
10
100
32
15321533 15321533
_
[1032, 1039 [1032, 1039
2 |- groente algemeen 3 |£ metkoolsooren
s0[_ T00[
10[ 10[
100 100
€ ©
10 10
100 100
32 32
15321533
_
[1032, 1039
4
|- met drogerijen
300[
_
10[
200
€
30
300
42
15321533
_
[1032, 1039
5
|- metuienconsemvering (zouineggerij}
300|
_
10[
700
©
10
300
42
zoo[ _ 30 100 € D R[ 300] s0[ 300 € z[ 0 R[ zoo| 7o 700 € 00 R[ 300
10
200 300 200
47 47 EXI
T00[
70[ 200 €
200
EXI
1541 1541 1541 1542 1542 1542 1543 1543 1543 1551
104101 104101 104101 104102 104102 104102 1042 1042 1042 1052
0 [Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlke ofiën en vetten 7 [-pe. <250.0001 z [-p.e. >=250.000 0 [Raffinage van plantaardige n dierijke olën en vetten; 1 |P. <250.0007 2 [pe. >= 250.000tj 0 [Margarinefabrieken: 1 [pe. 2500007 20 | p.e. >= 250.000 tj [Zuivelprodukten fabrieken:
200
10[
300 C z|
300 c z|
200 R
0 R[ 50 R