2024-042 04 Toelichting
Tekst van het document
negatieve effecten op het Natura2000
gebied.
Door het voorliggende
plan wordt
een agrarische locatie omgezet naar een woonlocatie. Hierdoor vindt mogelijk een verbetering van het woon- en leefklimaat plaats. Er is een Aerius berekening
gemaakt voor de bouw-
en sloopfase almede voor de
gebruiksfase. Uit het rekenmodel volgt dat in de realisatie- alsmede de gebruiksfase er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/jaar.
4.8.2.Soortenbescherming De soortenbescherming
is in Nederland geregeld in de Wet Natuurbescherming.
Deze
heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende diersoorten en vaatplanten. Hiervoor geldt een algemene zorgplicht die inhoudt dat schade aan flora en
fauna zoveel mogelijk voorkomen De Wet natuurbescherming
«
dient te worden.
deelt soorten
in drie beschermingsregimes
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel Vogelrichtlijn).
«
in: 1 van de
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
«
van
Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De Wet natuurbescherming maakt
invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen eigen invulling geven aan de bescherming Om
de instandhouding
van
provincies een
van soorten.
de wettelijke beschermde
soorten te waarborgen,
moeten
negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde
dier- en plantensoorten
ontstaan en dient dus vooraf een
beoordeling plaats te vinden.
arvalis
Door de bestemmingswijziging
plantensoorten
worden
eventuele aanwezige
beschermde
dieren- of
niet verstoord. De woning blijft immers in stand zoals bestaand. De loods
wordt gerealiseerd op een
locatie welke door de mens gereguleerd
wordt (akkerland).
Wel worden er gebouwen gesloopt. Bij de sloopmelding zal een flora en fauna onderzoek worden overlegd. Deze is niet noodzakelijk voor de bestemmingswijziging.
4.9. Landschappelijke inpassing (geanonimiseerd) van Ron Janssen erf- en landschapsverfraaiing is een Door Ing. B landschappelijke inpassing opgesteld voor het voorliggende planvoornemen. Een uitsnede van het plan is opgenomen in deze paragraaf, het volledige plan is als bijlage 1 aan deze
toelichting gevoegd.
Figuur 6
Het landschapsinpassingsplan
Afbeelding
13. Landschappelijk inpassingsplan
4.10.
Water
4.10.1.
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten
implementeren en uitvoeren. Per 18 maart 2022 is het Nationaal Waterprogramma 20222027 vastgesteld. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van het NWP
zijn de
stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee. De wateropgaven waar Nederland voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een hoofdambities
van
het
integrale aanpak vormen
de basis voor de 3
NWP:
e
Een veilige en klimaatbestendige delta;
e
Een concurrerende,
duurzame
en circulaire delta;
arvalis
e
Een schone en gezonde delta met hoogwaardige
4.10.2.
natuur.
Provinciaal waterplan Limburg
Op 30 maart 2021 heeft Provinciale Staten het ontwerp Provinciaal Waterplan Limburg 2022 - 2027 vastgesteld als opvolger van het Provinciaal Waterplan 2016 -2021. Het Provinciaal
Waterplan
2016-2021
heeft de status van een
regionaal waterplan, zoals
omschreven in de Waterwet én een op zichzelf staande structuurvisie op grond van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat specifieke ambities en beleidsregels gericht op de doorwerking
en uitvoering van waterbeleid.
Het waterbeleid in het Provinciaal Waterplan
2016-2021
hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundig
omvat de strategische
beleid.
Water en ruimtelijke ordening
Op grond van de Waterwet legt de provincie Limburg de belangrijkste functies van de oppervlaktewatersystemen vast. Zij onderscheidt hoofd- en nevenfuncties, waarbij in geval van functiecombinaties de eisen die aan
het watersysteem
vanuit de hoofdfunctie
gesteld worden bepalend zijn en de eisen vanuit overige functies ondergeschikt. Als hoofdfuncties onderscheidt de provincie Limburg de natuurfunctie voor de natuurbeken en de (grond)waterafhankelijke natuur en de algemeen ecologische functie voor de overige waterlopen,
daarnaast de mensgerichte functies drinkwaterwinning
en agrarisch
water.
Naast regelgeving hanteert de provincie een ontwikkelingsgerichte strategie. Het ordenend principe van water vormt daarbij een essentiële bouwsteen voor het provinciale
omgevingsbeleid.
Zo is de positionering, de huidige en potentiële ecologische kwaliteit,
de kwetsbaarheid en herstelmogelijkheden van, maar ook de veiligheid vanuit de watersystemen voor haar een belangrijk uitgangspunt en stimuleert ze de kansen die water biedt om de kwaliteit van de leefomgeving te vergroten. De watertoets gebruikt ze
hierbij als afwegingskader bij ruimtelijke ingrepen. Modern waterbeheer volgt daarmee niet langer uitsluitend mensgerichte functies en grondgebruik; kennis over watersystemen en de wateropgaven ontwikkelingen. 4.10.3.
Sinds
1 november
2003
worden
zo mede sturend voor ruimtelijke
Watertoets
zijn overheden
wettelijk verplicht om
de watertoetsprocedure
toe
te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is een instrument waarmee waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen in de belangenafweging. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemers van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder zo vroeg
mogelijk met elkaar in gesprek brengt. Alle ruimtelijke plannen die van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding worden voor advies voorgelegd aan de waterbeheerders. inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande
De
waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. De waterhuishoudkundige aspecten die in de watertoetsprocedure worden betrokken zijn de veiligheid, wateroverlast, watervoorziening, verdroging en riolering. Er wordt aandacht besteed aan zowel grondwater als oppervlaktewater en aan zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit.
Het watertoetsproces loopt van de locatiekeuze tot en met de inrichting en is van toepassing zowel in de stad als in landelijk gebied. De watertoetsprocedure is verplicht voor alle bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten, inclusief uitwerkings- en bestemmingsplannen (zie het Besluit ruimtelijke ordening artikel 3.1.1). Voor plannen waarbij door de aard of omvang van het
arvalis
plan geen gevolgen voor de waterhuishouding te verwachten zijn, hoeft geen (pre)wateradvies te worden aangevraagd bij het watertoetsloket en bepaalt de gemeente zelf aan welke waterhuishoudkundige randvoorwaarden het plan moet voldoen.
4.10.4.
Hemelwaterinfiltratie
De oppervlakte bebouwing wordt in de nieuwe situatie ca 1000 m2 (woonhuis en loods). De parkeervoorzieningen worden in halfverharding uitgevoerd (grasbetonsteen). Water
dat op halfverharding valt infiltreert ter plekke of in nabijheid. Bij een T=100 bufferruimte nodig van 100 m3. Conform
de landschappelijk inpassing
is er een
(zie bijlage 1) wordt er een zaksloot-wadi
gerealiseerd aan de straatzijde loods. Hier wordt al het regenwater op een makkelijke manier toegevoegd
aan het grondwater.
Een zaksloot-wadi
is een laagte van 40 lang en
1 meter diep. Aan de bovenzijde is deze 3
meter breed, aan de bodemzijde is deze door het flauw talud 1:2 2 meter breed Gemiddeld is de zaksloot-wadi 2,5 meter breed x 40 meter lang x 1 meter diep 100m3. De infiltratielaagte voldoet hiermee aan de normen van de watertoets en zal op
deze grond functioneel zijn en 100 m3 kunnen opvangen en hier laten infiltreren. Het beheer van de zaksloot-wadi betreft het jaarlijks uitmaaien van de zaksloot-wadi. Daarbij dient de zaksloot-wadi eens in de 6 jaar uitgediept te worden zaksloot-wadi geheel dicht kan groeien.
4.10.5.
om te voorkomen
dat de
Afvalwater
De in de toekomst aan te vragen
en te realiseren rijbak met drainage zal afwateren
op
eigen terrein. Hiervoor zal in de toekomst een infiltratie voorziening op eigen terrein gerealiseerd worden, welke bij de toekomstige aanvraag zal niet lozen op het riool.
getoetst zal worden.
de rijbak
Mogelijk komt er ook een wasplaats/wasbox waar de pony's/paarden kunnen worden gewassen en afgespoten. Dit is momenteel nog onzeker. Voor het water dat op de mogelijke wasplaats afgevoerd
wordt, zal op eigen terrein een voorziening
gerealiseerd
worden conform het beleid. Deze zal niet op het riool geloosd worden. Enkel het huishoudelijk water zal geloosd worden. Dit afvalwater zal op identieke wijze ten opzichte van de bestaande situatie worden afgevoerd. Aangesloten is op het
gemeentelijk riool.
4.11.
Mobiliteit en parkeren
Mobiliteit
De bestemmingswijziging van bedrijfswoning naar burgerwoning veroorzaakt geen toename van de verkeersgeneratie. Met het wegnemen van de agrarische bestemming
er geen agrarisch bedrijf ter plaatse meer is toegestaan waardoor de daarmee gaande verkeersbewegingen eveneens vervallen. afname van de verkeersgeneratie.
Het geplande gebouw voormalige
is
gepaard
Logischerwijs is er dus sprake van een
is hierbij te bereiken via de oorspronkelijke inrit van het
pluimveebedrijf, zie ook de navolgende
uitsnede.
arvalis
Parkeren
De gemeente
heeft haar parkeerbeleid vastgelegd
in het 'Parapluplanbestemmingsplan
Parkeernota Peel en Maas', d.d. 19 juni 2018. Voor een woonhuis buiten de bebouwde kom geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is meer dan voldoende
ruimte voor aanwezig.
Bij de woning
zijn reeds
parkeerplaatsen in gebruik. Derhalve kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte ter plaatse van het plangebied.
arvalis
5, Uitvoerbaarheid 5.1.
en procedure
Economische
haalbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van
de Wet ruimtelijke ordening is daarbij de verplichting ontstaan om, indien er sprake is van een ontwikkeling waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, deze kosten op de initiatiefnemers te verhalen, Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van voorzieningen van openbaar nut en de plankosten. Een en ander dient te worden
vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten
met iedere grondeigenaar.
Als er met
een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Er is tevens een anterieure overeenkomst ondertekend.
5.2.
Maatschappelijke
uitvoerbaarheid
De uitgangspunten voor het beleid, zoals opgenomen
in onderhavig
bestemmingsplan,
zijn terug te vinden in de vigerende bestemmingsplannen Over het beleid is reeds consensus bereikt. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Peel en Maas heeft aangegeven in te kunnen stemmen met de voorgenomen ontwikkelingen.
5.2.1.Omgevingsdialoog De omgevingsdialoog
is er op gericht om
concrete plan vastligt) kennis te nemen
in een vroegtijdig
stadium
(nog voordat het
van eventuele bezwaren, wensen en belangen
van omwonenden zodat deze reacties bij de uitwerking kunnen worden betrokken. De omgeving is daarbij geen vastomlijnd begrip, maar is sterk afhankelijk van de gewenste ontwikkeling en de effecten die daarmee gepaard gaan op de omgeving.
5.3.
Vooroverleg
en inzage
Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening
voorbereiding van een bestemmingsplan
(Bro) geeft aan
dat bij de
burgemeester en wethouders overleggen
met
het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het
plan in het geding zijn. Naar aanleiding
van het ontwerp
bestemmingsplan
zijn geen zienswijzen
ingediend.
arvalis
6. Juridische 6.1.
planopzet
Inle
Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, een verbeelding en regels. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het plan. Dit dient te allen tijde in onderlinge samenhang bezien en toegepast te worden. De toelichting op de
regels en de verbeelding is niet juridisch bindend, dit biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van het bestemmingsplan heeft geleid. Daarnaast draagt de toelichting
6.2.
bij aan
de planinterpretatie.
Toelichting op de verbeelding
Op de verbeelding is de bestemming van de gronden gelegen binnen de planlocatie aangegeven. Binnen deze bestemming zijn daarna nadere aanduidingen weergegeven. De juridische betekenis van deze aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een aantal gegevens hebben juridisch gezien geen betekenis en is alleen op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart (zoals topografische en kadastrale gegevens).
6.3.
Toelichting
Bij het opstellen van
op de regels
de planregels is uitgegaan
van het rapport Standaard
Vergelijkbare
BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en conform de systematiek van het bestemmingsplan buitengebied 2009. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten:
Hoofdstuk
1:
nde regels met daarin de begrippen en de wijze van meten
Hoofdstuk
2:
Hoofdstuk
3:
ngsregels. ; Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en
Hoofdstuk 4:
procedureregels; _ Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen
arvalis
Arvalis
Roermond
Steegstraat
5
Arvalis
Den
Bosch
Onderwijsboulevard
225
5223
DE ‘s Hertogenbosch
+31 (0)475 355 700 info@arvalis.nl
+31
(0)732173580
Arvalis
Arvalis Colijnsplaat
6041
EA
Roermond
Venlo
infozbg@arvalis.nl
Villafloraweg 1
Noordlangeweg 42-B
5928
SZ
+31
(0)478
info@arvalis.nl
4486 PR Colijnsplaat +31 (0)113247747 infozbg@arvalis.nl
Arvalis Maastricht Airport
Arvalis
Europalaan
Heuvelstraat
Venlo
578 257
24
Deurne 12
6199 AB Maastricht Airport +31 (0)43 450 5100
5751
HN
+31
(0)493 242
Deurne
info@arvalis.nl
info@arvalis.nl
133
arvalis