2024-034 04 Toelichting (geanonimiseerd)
Tekst van het document
De wet is een raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente
bij hun ruimtelijke plannen
rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid
en een
archeologische
beleidskaart.
De gemeente
Peel en Maas
heeft voor
haar
grondgebied een archeologische beleidsadvieskaart ontwikkeld. Conform deze advieskaart is het plangebied gelegen in een gebied met een hoge archeologische waarde, waarde — archeologie 4. In dit gebied geldt een onderzoeksplicht indien een oppervlakte van meer dan 250 m? dieper dan 40 centimeter verstoord wordt. Onderhavig planvoornemen behelst enkel een functiewijziging waarbij bestaande bebouwing gehandhaafd blijft. Het planvoornemen behelst geen
realisatie van nieuwe onderhavig initiatief.
bebouwing.
Het
aspect
archeologie
vormt
dan
ook
geen
beperking
voor
26
[ G JEn
BHETIENDN
Waarde - archeologie 1 Waarde
- archeologie 1
Waarde - archeologie 2 Waarde - archeologie 3 Waarde - archeologie 4 Waarde - archeologie 5 Waarde - archeologie 6 Waarde - archeologie 7 Gebied met lage verwachting met lage verwachting pere bodembewerking
Ontgrond / onderzocht
Afbeelding 9. Uitsnede gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart
Voor wat betreft cultuurhistorie geldt dat op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg geen cultuurhistorisch waardevolle objecten in of in de directe nabijheid van het
plangebied waarden
zijn gelegen.
Met
onderhavig
planvoornemen
gaan
dan
ook
geen
cultuurhistorische
verloren.
Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt daarmee geen beperking voor onderhavig
5.6 Verkeer en parkeren Het projectgebied ligt aan de Breetse Peelweg zijnde een ontsluitingsweg n het buitengebied van Maasbree. Deze weg ontsluit in noordelijke richting via de Rieterdijk op de Kleefsedijk, zijnde de ontsluitingsweg vanuit
Sevenum richting de AS7. In zuidelijke richting mondt de Breetse Peelweg uiteindelijk uit op de dorpsrand van Maasbree. De locatie is goed ontsloten.
De ruimtelijke ontwikkeling zal niet leiden tot een significant aantal extra verkeersbewegingen. Onder andere de transporten van voer, dieren en mest komen in de toekomstige situatie te vervallen. Daarvoor in de plaats komen vervoersbewegingen van en naar de stalling- en opslagruimte met auto's en busjes. Parkeren en laden en lossen vindt, net zoals in de huidige situatie, plaats binnen de begrenzing van het plangebied. Conform de Nota Parkeernormen van de gemeente Peel en Maas geldt voor een bedrijfswoning buiten de bebouwde kom een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning, deze zijn reeds aanwezig. Voor een stalling- en opslagruimte is in de Nota parkeernormen geen aparte norm benoemd, Uitgangspunt is dat parkeren te allen tijde op eigen terrein plaatsvindt. Initiatiefneemster zal zich daaraan conformeren. Daarvoor is op eigen terrein ook ruimschoots voldoende ruimte aanwezig.
27
6. JURIDISCHE
ASPECTEN
In dit hoofdstuk
inzicht gegeven
wordt
in de wijze waarop
de gewenste
ruimtelijke
en functionele
ontwikkeling van het plangebied in dît bestemmingsplan juridisch i vertaald.
In de
vigerende
‘Agrarisch
beheersverordening
— Grondgebonden'’.
Deze
“buitengebied bestemming
Klavertje wordt
4°
gewijzigd
heeft
de
in de
locatie
de
bestemming
bestemming ‘Wonen’
en
‘Agrarisch’. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten
het juridisch instrumentarium voor het regelen bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing.
van
het gebruik van de gronden
en gebouwen
en
De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van het bestemmings- en bouwvlak. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van de vormverandering van het bouwvlak.
Na vaststeling van het bestemmingsplan zal initiatiefnemer het plan verder uitwerken in de vorm van een Melding in het kader van het Activiteitenbesluit voor de gewijzigde situatie.
6.1 Toelichting op de verbeelding De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemmingen
voor de gronden gelden. De
bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming.
Voor de gronden
kunnen meerdere tekens gelden, dit betreffen aanduidingen of dubbelbestemmingen. De aanduidingen betreffen in dit geval gebruiks-, gebieds- of maatvoeringsaanduidingen. Als een aanduiding of dubbelbestemming
is opgenomen
zijn daarvoor in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit
de verbeelding kan afgeleid worden op welke gebied het bestemmingsplan betrekking heeft. De
analoge
verbeelding
is getekend
op een
bijgewerkte
en digitale kadastrale
ondergrond,
1:1.000. Op de analoge informatie weergegeven.
verbeelding
wordt
door
van
matrices
middel
bouwvlakken
en
schaal
specifieke
6.2 Toelichting op de planregels Dezelfde regels als uit het vigerende bestemmingsplan zijn voor de bestemming ‘Wonen’ en ‘Agrarisch’ van toepassing.
28
7. UITVOERBAARHEID,
7.1
Economische
INSPRAAK
EN PROCEDURE
uitvoerbaarheid
De kosten verbonden aan de realisering van dit project zijn geheel voor rekening van initiatiefneemster
Via de gemeentelijke legesverordening worden voor dit plan leges in rekening gebracht. Middels een planschadeovereenkomst wordt een eventuele planschadeclaim afgewikkeld op initiatiefnemer. Voor de gemeente Peel & Maas zal de ontwikkeling kostenneutraal verlopen.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding
van
een
bestemmingswijziging
moeten
Burgemeester
en
Wethouders
overleg
plegen met het waterschap, andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met betrokken rijks- en provinciale diensten. Van dit vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is.
7.2.1 Inspraakprocedure Het bestemmingsplan wordt niet ter inzage gelegd ten behoeve van de wettelijke inspraakprocedure.
7.2.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het plan is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de Provincie Limburg
en het Waterschap
Limburg. 7.2.3 In gesprek met Peel en Maas
Initiatiefneemster heeft de omwonenden van de locatie schríftelijk op de hoogte gesteld van het planvoornemen. Het gaat hierbij om de omliggende objecten aan de Breetse Peelweg 12 en 13, Schoorveld 1 en 2 en Hulsingbroek 4. Deze brief is ter kennisgeving aangeleverd bij de gemeente Peel en Maas, maar maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. 7.2.4 Zienswijzenprocedure
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf: voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn er wellgeen zienswijzen ingebracht. 7.3 Procedure In het kader van de procedure ex artikel 3.1 Wro dient de procedure genoemd in afdeling 3.4 Algemene Wet Bestuursrecht gevolgd te worden. De procedure ziet er als volgt uit: e _ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; e Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; e Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ° Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend:
29
Algemene
bekendmaking
van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande
kennisgeving en toezending waterschappen en gemeenten:
aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de
inspecteur zienswijzen hebben
ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, 6
weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden;
Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
30