CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-023 03 Toelichting (geanonimiseerd)

Raad 19 maart 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "RvR-woning Heihorst ongenummerd te Meijel" (2024-023)19.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bureau

leefomgeving EE

EE

E

E

N

BESTEMMINGSPLAN “

‚

‚

ME

RvR-woning Heihorst ongenummerd Meijel NL.IMRO.1894.BPL0302

-VGOI

Vastgesteld

Schoolstraat 7 | 5961 EE Horst | +31 (0)77 - 208 6099

| contact@bureauleefomgeving.nl

| www.bureauleefomgeving.nl

Document:

_

Bestemmingsplan “RvR-woning Heihorst ongenummerd Meijel”

IDN:

NLIMRO.1894.BPL0302 -VGOI

Status:

Vastgesteld

Datum: Aanvrager:

9 maart 2024 Gemeente Peel en Maas

e

(geanonimiseerd)

bureau

leefomgeving EE

EE

E

E

Bureau Leefomgeving Schoolstraat 7 5961

EE HORST

077

-208 6099

contac@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

N

INHOUDSOPGAVE

I.

2.

3.

4.

5.

6.

ùb dLoa

INLEIDING

L.I

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

12

Plangebied en begrenzingen

13

Vigerend bestemmingsplan

HUIDIGE

SITUATIE

21

Algemeen

22

Ruimelijke structuur

23

Functionele struetuur.

PLANBESCHRIJVING 3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.

32

Landschappelijke inpassing.

BELEIDSKADER.

10

4.|

Riijksbeleid.

10

42

Provinciaal beleid

2

43

Gemeentelijk beleid

17

RANDVOORWAARDEN

5.1

Miieuaspecten

52

Kabels en leidingen.

/ RESULTATEN

ONDERZOEKEN... 21 E

53

Natuur

2

54

Waterhuishouding.

33

55

Archeologie en cultuurhistorie.

35

56

Verkeer en parkeren

36

57

Volksgezondheid

36

JURIDISCHE ASPECTEN

38

61

Toelichting op de verbeelding.

38

62

Toelichting op de planregels

38

7.

HANDHAVING.

8.

UITVOERBAARHEID 8.|

Vastgesteld

41

EN

PROCEDURE.

Economische uitvoerbaarheid.

42 42

82

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

42

83

Procedure.

43

BIJLAGEN Biage I: Berekeningen voorgrondbelasting

Bilage 2: AERIUS-berekening sloopfase Bilage 3: AERIUS-berekening bouwfase Bijage 4: AERIUS-berekening gebruiksfase

Bilage 5: Omgevingsdialoog Separate bijlagen:

= _ Landschappelijk inpassingsplan (Erf- en Landschapsverfraaïing) = Verkennend bodemonderzoek (HMB Groep) = _ Akoestisch onderzoek (HMB Groep)

=

Flora- en faunainspectie (Faunaconsult)

Vastgesteld

I.

INLEIDING

I.I

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimtewoning in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas. De Ruimte voor Ruimte woning i beoogd in het buitengebied van Meijel,

twssen de woningen Heihorst 14 en 16 in.

Afbeelding |.Locatie beoogde Ruimte voor Ruimtewoning

De gemeente Peel en Maas heeft negen Ruimte voor Ruimte contingenten van de Provincie Limburg en Ruimte voor Ruimte Beheer B.V. overgenomen. Met onderhavig initiatief wordt een Ruimte voor Ruimte woning gerealiseerd aan de Heihorst in Panningen. Deze woning wordt dan ook gerealiseerd middels een van de Ruimte voor Ruimte contingenten

die de gemeente Peel en Maas tot zijn beschikking heeft. Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” is de ontwikkeling van een Ruimte voor

Ruimtewoning niet toegestaan. Om de Ruimte voor Ruimtewoning in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen

is voorliggend

bestemmingsplan

bestemmingsplan,

in het kader van

wordt aan de beoogde

de Wet

ruimtelijke

locatie voor de Ruimte voor

ordening

(Wro),

opgesteld.

Ruimtewoning een woonbestemming

In dit met

bouwrecht toegekend.

.2

Plangebied en begrenzingen

De locatie i gelegen ten zuiden van de kern Meijel, aan de Heihorst. Het perceel waarop de Ruimte voor Ruimte woning is beoogd staat kadastraal bekend als gemeente Meijel, sectie F en perceelnummer 542 (gedeetelijk). Deze locatie wordt

in het vervolg aangeduid als “het plangebied”.

Vastgesteld

3

Afbeelding 2. Luchtfoto en begrenzing van het plangebied

Het plangebied betreft in de huidige situatie een deel van de win behorende bij de woning Heihorst 14. De loeatie is in de huidige sítuatie bebouwd met een veldschuur en twee kleine schuurtjes. De rest van het plangebied is onbebouwd en in gebruik als tuin of weiland.

De locatie wordt in het noorden begrensd door de woning Heihorst 14 en in het zuiden door de woning Heihorst 6 In het oosten grenst het plangebied aan een groen strook met aan de oosteljke zijde daarvan de weg Heihorst. In het westen

wordt het plangebied begrensd door de rest van de win behorende bij de woning Heihorst 14.

13

Vigerend bestemmingsplan

De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingplan “Buitengebied Peel en Maas” (vastgesteld d.d. 24 december 2014) en is bestemd als Wonen’ en voorzien van een bouwviak. De locatie is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming

“Waarde — Archeologie - 2 en van de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone — grondwaterbeschermingsgebied roerdalslenk zone 3’ ‘kemnrandzone’, ‘ontwikkelingszone bebouwingslinten’, ‘reconstructiewetzone — verwevingsgebied’ en wro-zone — wijzigingsgebied | ob’.

Vastgesteld

4

Enkelbestemming

Dubbelbestemmi

CS

Souwak cebiedsenaieng

gondinrbescheminggeied

ETD

Gebiedsaanduiding

kernrandzone

Gebiedsaanduiding

Gebiedsaanduiding

(E

reconstruciewetzone

Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding bescemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas”, met plangebied rood omlijnd

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen, paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Woningen en bijbehorende bouwwerken dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwviak te worden gebouwd. Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan. De voor ‘Waarde — Archeologie

— 2 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming

van de archeologische waarden en oudkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een zeer hoge

archeologische verwachtingswaarde. Indien bij een ontwikkeling de grond voor een oppervlakte van meer dan 100 m? dieper dan 40 cm wordt verstoord is eerst archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet mogelijk op om binnen het plangebied een Ruimte voor Ruimewoning te realiseren. Het plangebied is dan wel bestemd voor woondoeleinden en voorzien van een bouwvlak;

echter per bouwvlak is maar één woning toegestaan. Binnen het bouwvlak is al een woning aanwezig, namelijk de woning Heihorst 14 Het is derhalve niet mogelijk om op betreffende locatie een nieuwe woning op te richten.

Vastgesteld

5

2.

HUIDIGE

SITUATIE

Algemeen Het plangebied waar de Ruimte voor Ruimtewoning beoogd is, is gelegen ten zuiden van de kern Meijel. Meijel maakt onderdeel uit van de gemeente Peel en Maas, en is gelegen in het westen van deze gemeente. Ruim 6.250 inwoners bevolken de kern.

Afbeelding 4. Ligging plangebied ten opzichte van omgeving

2.2

Ruimtelijke structuur

Het plangebied is gelegen aan de Heihorst, n het buitengebied van Meijel. De Heihorst betreft een oud bebouwingslint dat onderdeel uitmaakte van de bebouwingscluster “Donk”. De bebouwing ligt van oorsprong aan de westelijke zijde van de weg. In de loop der jaren is het bebouwingslint verder verdicht waarbij ook bebouwing aan de oostelijke zijde van de weg is gesitueerd.

Afbeelding 5. En Afbeelding 6. Impressie plangebied

Vastgesteld

6

Het landschap in de omgeving van het plangebied i te kenmerken als een oud bouwland. Deze gronden behoren tot de vroegste ontginningen, waarbij mensen stukken land geschikt maakten voor landbouw. De oude bouwlanden waren van

oorsprong grote open akkerbouwgebieden. De laatste jaren i het opengebied echter verkleind door de bebouwing. Kenmerkend voor dit type landschap zijn onregelmatige verkavelingen en een onregelmatig patroon in de wegen.

2.3

Functionele structuur

In het buitengebied van Meijel overheerst de agrarische funcie. In het buitengebied zijn onder andere (intensieve)

veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en ander soortige (agrarische) bedrijven gelegen. De onbebouwde agrarische percelen zin in gebruik als akker- of welland. Verspreid over het buitengebied zijn nog verschillende burgerwoningen gelegen.

Afbeelding7. Impressie bebouwingslint Heihorst n zuideljke richting

_ Afbeelding

8. Impressie

bebouwingslint

Heihorst

in noordelijke

richting

Het bebouwingslint van de Heihorst kent van oorsprong een agrarische functie. In de loop der jaren heeft de agrarische functie echter ruimte gemaakt voor de woonfunctie. De (intensieve) vechouderijen en agrarische bedrijven zijn n de loop der jaren beëindigd waarbij de bedrijfswoningen in gebruik zijn genomen als burgerwoningen. Een deel van de voormalige (agrarische) bedrijsbebouwing is vervolgens behouden als bijgebouw bij de woning of inpandig verbouwd tot nieuwe woning.

In de ten noorden van het plangebied gelegen bebouwde kom van Meijel (op een afstand van circa 250 meter) overheerst de woonfunctie. Ondersteunende voorzieningen (winkels en horeca) bevinden zich voornamelijk aan de Dorpstraat, Kerkstraat en Schoolstraat.

Vastgesteld

7

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

De doelstelling van dit bestemmingsplan

is gericht op het planologisch mogelijk maken

een nieuwe

Ruimte voor

Ruimtewoning met bijgebouwen op te kunnen richten aan de Heihorst, tussen de woningen Heihorst |4 en 16

De woning zal worden gerealiseerd op een bouwkavel met een oppervlakte van 1.000 m?. De woning mag worden opgericht met een goothoogte van maximaal 6 meter en een bouwhoogte van maximaal 9 meter. De inhoud van de

woning, inclusief bijgebouwen, mag maximaal 1.000 m? bedragen. Bouwtekeningen voor de nieuwe woning zijn nog niet aanwezig. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dan ook niet

één specifieke woning geregeld, maar wordt een bouwrecht aan de loeatie toegekend. Het bouwrecht kan worden ingevuld met een woning, zolang deze voldoet aan de bepalingen uit de planregels.

3.2

Landschappelijke inpassing

Voor het oprichten van de Ruimte voor Ruimtewoning is een landschappelik inpassingsplan' opgesteld, waarmee is gegarandeerd dat de woning op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen

in de planregels als voorwaardelijke

bepaling,

Als basis voor de omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een opperviakte “landschappelijke inpassing” of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwviak waar de nieuwe

bebouwing en erf komt. Het bouwviak heeft een oppervlakte van 1.000 m?. Dit betekent dat er ten minste 100 m? groen gerealiseerd dient te worden (bestaand groen of nieuw te realiseren groen) en dat er voldoende aandacht dient te zijn voor voorkomen van problematiek van hemelwater.

De visie is om het nieuwe erf aansluitend aan het (dan) buurerf fraai n te richten op een rustieke wijze. Een omkadering van de landelijke tuin langgevelboerderij woning met een beukenhaag past mooi met de bestaande haag van de buren en

geeft privacy voor het nieuwe erf. Direct aan de achterzijde woning geen bomen i.m. mogelijke zonnepanelen. Vandaar in het achtergebied het kader van gemengde haag en enkele fruitbomen. Deze maken een mooi doorzicht samen met de bestaande boom naar achteren. Ook het ‘veldpad” langs de woning geeft een mooie kijk naar het achterland.

Het landschappelijk inpassingsplan heeft geresuteerd in het volgende:

3.

Bestaande boom op achtererf (2 m?);

b.

Beukenhaag rond uindee! 80 meter (40 m?);

c d.

Aanplant gemengde haag 20 meter (20 m!); Aan te planten weitje met 3 hoogstamfruitbomen (60 m?);

e

Aan te leggen infilratiewadi.

Water

De oppervlakte van ca. 250 m? verharding geeft met een bui T= 100 een hoeveelheid regenwater wat afgevoerd moet worden van 25 m’. Dit zal geleid worden naar de infiratiewadí, op de aangegeven plek op aangrenzende perceel, daar erf vrij beperkt is. Als “zaksloot” aan de rand van het weitje past dit hier mooi. Hier kan het regenwater infikreren. Met de GHG van 1,20 meter onder maaiveld is er meer dan afdoende bufferruimte om het water kwijt te kunnen.

! Van den Broek, Landschappelijke kwaliteiesbijdrage, 8 maart 2021

Vastgesteld

8

Suggesties vrijwilige erfaan

g

E

:

A

ë

2

Figuur 7

Het landschaps-

E.

inpassingsplan

—

‚

Afbeelding 9. Impressie landschappelijke inpassing

Binnen het plangebied is de aanduidingen 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing Heihorst ongenummerd

Meijel toegekend waarmee is gewaarborgd dat de nieuwe woning pas mag worden gebruikt als de landschappelijke inpassing is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. Hierdoor wordt voldaan aan de eisen uit het Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas.

Vastgesteld

9

4.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de voor het plangebied en de ontwikkeling relevante beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing

zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor | januari 2024, heeft het Rijk de Nationale

Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie de is vastgelegd in artikel 3.!, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro.

Inhoudelijk gezien bevat de NOVI

een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in

Nederland. De intentie van het R

is om met de NOVI een perspectiefte bieden om grote maatschappelijke opgaven

aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw.

Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:

= _ Ruimte voor klimaatadaptatie en energieansitie; * _ Duurzaam economisch groeipotentieel; =

Sterke en gezonde steden en regio's;

=

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden

moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaies van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2 3.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; _ Afwentelen wordt voorkomen.

Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd,

waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelij is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt:

=

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;

= _ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;

= _ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; =

Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Vastgesteld

10

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initi

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) n werking getreden. Op

| oktober

2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die

direct het bestemmingsplan en daarmee gelijte stellen besluiten betreffen. Zi strekken ertoe dat de nationale ruimteljke afweging, die door het kabinet n samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd.

Onderwerpen

waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de

waterveiligheid in het kustfundament en n en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en

enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen

veiligheid op Riksvaarwegen,

toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veilgheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte

in het Isselmeer. Met het oprichten van de Ruimte voor Ruimtewoning worden geen van de genoemde belangen geschaad. Op en om de

locatie is geen sprake van een gebiedsreservering. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.

4.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd n het Besluit ruimtelijke

ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te

ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per | juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke telst worden losgelaten en vervangen door de volgende telest: “De toelchting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedeljke ontwikkeling mogelk maakt, bevat een beschriving van de

behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelik gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Allereerst dient er sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling’ Zoals de Afdeling Bestursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr. 20/302867/I/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel I.I.

eerste lid, aanhef en onder ,

van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro. Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling. De Afdeling i in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van | | toe te voegen woningen een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel I.1.I, eerste lid, aanhef en onder , van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRYS |6 september 2015, ECL: NLRVS2015:2921, r:0. 43).

Vastgesteld

n

Ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedeliking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals de Ruimte voor Ruimteregeling, worden niet gezien als stedelijke onwikkeling in de zin van de ladder. Dit bljkt uit

de Nota van Toelichting bij de wijziging van art. 3.1.6 Bro (Staatsblad 2017 182). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat de toevoeging van één Ruimte voor Ruimtewoning aan de Heihorst

in Meijel evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artike! I.1.I, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden

42

Provinciaal beleid

4.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Limburg

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.

In de periode 7 september 2020 tot en met

18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale

omgevingsvisie ter inzage gelegd: 'de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ Op | oktober 202

hebben Provinciale Staten

de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e-r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg n de periode 72030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en

flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Hoofdopgaven

In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: = _ Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied:

=

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);

= _ Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg word

vervolgens

een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud

De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit owee delen: =

Een thematisch deel waarin gedetaileerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's:

=

Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdljnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Doorwerking iniiatief De locatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas, aan de Heihorst. De Heihorst betreft een oud bebouwingslint waar tegenwoordig de woonfunctie overheerst. Het initiatief voorziet in de realisatie van één Ruimte voor

Ruimte woning tussen de woningen Heihorst |4 en 16. De nieuwe woning wordt gerealiseerd n een bestaand bebouwingslint op korte afstand van de kern. Gesteld kan worden dat de woning is beoogd op een planologisch aanvaardbare locatie. Het initatief is daarmee in lijn met de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.

Vastgesteld

12

4.2.2 Op

Omgevingsverordening Limburg 2021 17

december

2021

hebben

Provinciale

Staten

de

Omgevingsverordening

Limburg

vastgesteld.

In

de

Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte.

Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen

regels bevat: = … Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; = _ Regels voor activiteiten die rechtstreels voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen.

De volgende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 zijn in dit geval van toepassing: =

Overstromingskansgebieden C

=

Boringsvrije zone Roerdalslenk II

=

_ Wonen, werken en recreëren

Overstromingskansgebieden C Vanuit de provincie gelden voor regionale oppervaktewateren omgevingswaarden, ofwel “normen” voor wateroverlast. De omgevingswaarden geven de maximaal toelaatbare kans op overstroming per jaar van aangewezen gebieden aan. Ze

zijn gericht op extreme situaties: neerslag- en afvoersituaties die niet vaak voorkomen. In totaal zijn vijf gebieden opgenomen met de specificatie voor dat gebied en de gemiddelde overstromingskans per jaar. Tabel I. Overstromingskans per jaar per gebied gespecificeerd

Gebied

OverstromingskansgebiedenA

Specificatie

_ |. 2.

Gemiddelde overstromingskans per jaar

Natuurnemwerk Limburg

Geen kans aangegeven

Groenblauwe mantel langs alle natuurbeken

en langs omgevingsgerichte wateren binnen beekdalen en natte laagen

OverstromingskansgebiedenB Overstromingskansgebieden C

_ Groenblauwe mantel langs wateren buiten natte laagten

omgevingsgerichte

1:10

|.

Overige landbouwgebieden, recreatieparken

_ 1:25

2.

Bebouwing in bebouwde kernen langs beken en in droogdalen in beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg

Overstromingskansgebieden D _ Glastuinbouwgebieden OverstromingskansgebiedenE _ Bebouwing ìn bebouwde

kernen

behalve langs

150 1:100

beken en in droogdalen in beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg

Het plangebied ligt n overstromingskansgebieden C. Voor dit gebied is een gemiddelde overstromingskans per jaar I De norm is uitgedrukt als maximale overstromingskans per jaar. Een norm van 1:25 geeft aan dat de kans per jaar 1:25 is

dat een overstroming plaats vindt. Anders gezegd: een overstroming komt statistisch gezien niet vaker voor dan gemiddeld eens per 25 jaar. Gesteld kan worden dat de kans op wateroverlast binnen het plangebied zeer klein is, zodoende kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd Boringswrije zone Roerdaislenk I! In de boringsvrije zones wordt het grondwater afgedekt door een kleilaag. Deze kleilaag biedt een natuurlijke bescherming

tegen verwuiling van het grondwater. Het doorboren van zo’n kleilaag zou kunnen leiden tot verwuiling van het grondwater en daarom worden er regels gesteld die het doorboren of op andere wijze aantasten van de kleilagen verbieden.

Vastgesteld

13

Het grondwater in de boringsvrije zones is gereserveerd voor drinkwater en water voor overige menselijke consumptie. Onder dat laatste wordt verstaan, water voor de vervaardiging, behandeling, conservering of het in de handel brengen van levensmiddelen.

De boringsvrije zone Roerdalslenk is onderverdeeld in vier deelzones. Deze onderverdeling i gemaakt omdat de kleilaag

niet in iedere deelzone even diep is. In het geval dat er een boring of andere ingreep in de bodem plaatsvindt in de Roerdalslenk is het dus afhankelik van de diepte van de kleilaag tot hoe diep datis toegestaan. Ten aanzien van de Boringsvrije zone van de Roerdalslenk I zijn de volgende regels opgenomen: . Hetis verboden een boorput aan te leggen, te hebben of te gebruiken of de grond te roeren in een waterwingebieden, als dat dieper dan drie meter beneden het maaiveld gedaan wordt.

2

Hetis verboden een boorput aan te leggen, te hebben of te gebruiken of de grond te roeren in de boringsvrije zone Roerdalslenk, als dat dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei gedaan wordt.

3.

Het is verboden een activíteit in de bodem te verrichten in een waterwingebieden als daardoor de beschermende

werking van slecht doorlatende bodemlagen kan worden aangetast. 4.

Het is verboden een activiteit in de bodem

te verrichten in de boringsvrije zone Roerdalslenk als daardoor de

beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kan worden aangetast.

5.

De verboden, bedoeld n het eerste tot en met het vierde lid, gelden niet voor: 3.

werkzaamheden ten behoeve van waterwinning met het oog op openbare drinkwaterproductie;

b.

een

c

Omgevingswet; het saneren van de bodem overeenkomstig paragraaf 3.2.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving en het

d.

verminderd of verplaatst overeenkomstig de Wet bodembescherming; bodemonderzoeken die in de hoofdstukken 3 tot en met 5 van het Besluit activieiten leefomgeving, bij of

boorput ten behoeve van het grondwaterbeheer

overeenkomstig

het bepaalde

bij of krachtens

de

saneren van de bodem of het verrichten van handelingen ten gevolge waarvan een bodemverontreiniging wordt

krachtens de Wet

bodembescherming

of voor een bouwactiviteit bij of krachtens de Omgevingswet zijn

voorgeschreven 6.

Deverboden bedoeld in het oweede en het vierde d, gelden ook niet voor werkzaamheden ten behoeve van andere onttrekkingen dan onttrekkingen met het oog op de drinkwaterproductie, als deze uitsluitend bestemd zijn voor

menselijke consumptie Met onderhavige ontwikkeling worden geen van bovenstaande ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daarnaast worden er

geen ingrepen verricht of stoffen gebruikt die de beschermende werking mogelijk zouden aantasten. De gebiedsaanduiding ‘mileuzone — grondwaterbeschermingsgebied roerdalslenk zone 3' is opnieuw van toepassing verkdaard voor het plangebied en wordt opgenomen op de verbeelding. Wonen, werken en recreëren

In de Omgevingsverordening Limburg 2021

is opgenomen dat de motivering bij een plan dat betrekking heeft op de

realisatie van een of meerdere woningen beschrijf dat: 3. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie:

b.

Sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; Over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg, De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun

d. e.

eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; Het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; Realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet

wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Vastgesteld

14

Onderhavig iniiatief is hierboven getoetst aan het rijksbeleid en het provinciaal beleid en wordt hieronder getoetst aan het regionale en gemeentelijk beleid. Uit de toetsing blijkt dat het oprichten van een Ruimte voor Ruimte woning op deze

loeatie passend i. Condusie

Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: | januari 2024) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden.

Hierna i het iniiatief getoetst aan de huidige verordening. 42.3 Op

Omgevingsverordening Limburg 2014 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. De juridische

doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte”, waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd.

Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. Nieuwe woningen Wat betreft woningen wordt in artikel 2.4.2 lid I van de Omgevingsverordening bepaald dat een ruimtelij plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad

woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de

gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Uit een brief? van de provincie Limburg van |4 juni 2017 blijkt echter da de realisatie van Ruimte voor Ruimtewoningen een op zichzelf staande opgave i. Deze

woningen mogen additioneel op de taakstelling in de Regionale Structuurvisie Wonen

Noord-Limburg gerealiseerd

worden.

Boringswrije zone Roerdalslenk I! Het is in het gebied RoerdalslenkII binnen en buiten inrichtingen verboden: 2

Een boorput, een bodemenergiesysteem of aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, diepen

b

dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumldei en/of dieper dan 80 meter beneden maaiveld; Werken op of in de bodem uit tevoren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.

Met onderhavige ontwikkeling worden geen van bovenstaande ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daarnaast worden er geen ingrepen verricht of stoffen gebruikt die de beschermende werking mogelijk zouden aantasten. De gebiedsaanduiding

‘mileuzone — grondwaterbeschermingsgebied roerdalslenk zone 3' is opnieuw van toepassing verkdaard voor het plangebied. Condusie

De ontwikkeling van één Ruimte voor Ruimtewoning past derhalve binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.

2 Provincie Limburg, brief aan alle Limburgse gemeenten m.b.t. Ruimte voor Ruimte, kenmerk 2017/42236, 14 juni 2017

Vastgesteld

5

4.2.4

Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024

De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale

woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonsie Noord-Limburg 2020 — 2024 vastgesteld. Op grond van artikel 2.1,lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 — 2024 de status van een

intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente

Peel en Maas gold n het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen

Noord-Limburg.

een

reductieopgave van 156 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Pesl en Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie s de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande

woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dt bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

Hierbij dienen de huishoudprognose van 'i (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets s leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalicatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten:

= _ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; = _ Gekeken dient te worden naar koppelkansen:

= Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; = _ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; =

De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na;

=

Erwordt gezocht naar aansluiting op de landelij, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen.

Aanvulend is daarnaast in de Regionale Woonyisie tevens opgenomen dat:

= =

Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien

van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. =

Vraag en aanbod dienen n de regio beter met elkaar in evenwicht te zin. De oplossing hiervoor ligt grotendeels

=

binnen de bestaande woningvoorraad. Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

Het initiatief betreft de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimtewoning, naar aanleiding van de vraag naar dergelijke specifieke woningen. Volgens de Regionale Woonvisie is aansluiting op de vraag van de consument noodzakelijk (de

marktraag). Woningen zin in de huidige woningmarkt alleen af e zetten wanneer deze qua prijs, locatie en kwaliceit aansluiten bij de vraag van de kritische consument. Dit is niet alleen in het voordeel van de consument, maar ook in het belang van de verschillende belanghebbenden op de woningmarkt (gemeente en marktpartijen). De betrokken gemeenten

voegen in principe alleen plannen toe die aansluiten bij de kansrijke segmenten (passend binnen regionale en lokale kwalitatieve woningbehoefte). Daarnaast betreft het voorligende iniiatief een Ruimte voor Ruimtewoning. De realisatie van Ruimte voor Ruimtewoningen is een op zichzelf staande opgave. Deze woningen mogen additioneel op de taakstelling in de Regionale Woonvisie gerealiseerd worden. Het iniiatief is daarom niet in strijd met de Regionale Woonvisie.

Vastgesteld

16

43

Gemeentelijk beleid

43.1

Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018

Op 10 juli 2018 is de Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 in werking getreden. In dit beleid s vastgelegd

dat geen medewerking wordt verleend aan de bouw van nieuwe woningen op locaties waar ditjuridisch-planologisch niet is geregeld en waarbij sprake is van een toename van het aantal woningen ten opzichte van de woningbouwaantallen in de Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.

De gemeente Peel en Maas maakt een gelimiteerde uitzondering voor: .

Zogenaamde win-win situaties:

2

Woningbouwinitiatieven die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde hebben en een bijdrage leveren aan het behoudkersterken van vitale gemeenschappen:

3.

Verzoeken die die passen binnen de Ruimte voor Ruimteregeling:

Tijdelijke woonconcepten voor de duur van maximaal 10 jaar, tot uiterlijk 2030, voor de huisvesting van woonurgente doelgroepen: S.

Woningsplising binnen het buitengebied met als doel behoud en versterking van cultuurhistorische waarden;

Positieve principebesluiten en/of privaatrechteljke afspraken. Een van de gelimiteerde uitzonderingen betreft het ontwikkelen van een Ruimte voor Ruimtewoning, waarvan in dit geval

sprake is. De volgende voorwaarden worden door de gemeente aan een Ruimte voor Ruimtewoning gesteld:

a)

de bouwkavel heeft een opperviakte van ten minste 1.000 m?

b) _ toepassing wordt gegeven aan de basiskwaliteit (inpassing) uit het gemeentelijk kwalieitskader en er sprake is van

een goede ruimtelijke ordening De gemeente Peel en Maas heeft negen Ruimte voor Ruimte contingenten van de Provincie Limburg en Ruimte voor

Ruimte Beheer B.V. overgenomen. Met onderhavig initatief wordt een Ruimte voor Ruimte woning gerealiseerd aan de Heihorst in Meijel. Deze woning wordt dan ook gerealiseerd middels een van de Ruimte voor Ruimte contingenten die de gemeente Peel en Maas tot zijn beschikking heeft. Hieronder wordt het initatief getoetst aan de voorwaarden die de

gemeente heeft gesteld voor Ruimte voor Ruimtewoningen.

De oppervlakte van de bouwkavel waarbinnen de Ruimte voor Ruimtewoning ontwikkeld zal worden bedraagt 1.000 m. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Voor wat betreft de basisinpassing wordt verwezen naar de volgende paragraaf. Daarnaast wordt met onderhavige toelichting aangetoond dt in het kader van de realisatie van de woning sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

43.2

Omgevingsvisie Peel en Maas

De gemeente Peel en Maas heeft op 5 juli 2022 de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft een visie over de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen voor de gehele gemeente. De visie gaat voer de woon- en leefomgeving

en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verbliven. De omgevingsvisie blift een dynamisch document. Op dit moment is de eerste versie van de omgevingsvisie opgesteld, met het bestaande beleid als uitgangspunt. De komende jaren werkt de gemeente verder waar dat nodig is en evalueert of aanpassing nodig of wenselijk is. De gehele gemeente is opgedeeld in deelgebieden met ieder hun eigen waarden en kenmerken. Aanvullend aan deze waarden hanteert de gemeente een aantal overkoepelende waarden die niet gebiedsafhankelijk zijn. Dit zijn de waarden

die de basis vormen; zelfsturing, diversiteit en duurzaamheid, Conform de waardenkaart i onderhavig plangebied gelegen in ‘oude verdichte bouwlanden'’. Binnen de oude bouwlanden

liggen de oude woongebieden met hierin de dorpen en bebouwingslinten. De oude bouwlanden worden nu gebruikt voor tal van functies.

Vastgesteld

17

Doordat de dorpsbebouwing en de landbouw concurreerden om dezelfde gronden is de landbouw geïntensiveerd met onder andere glastuinbouw en intensieve vechouderij. De landbouwvelden hebben een onregelmatige verkaveling en de

wegen hebben een onregelmatig patroon Het versterken van de waarden kan gezocht worden in onder andere:

© _ hetversterken van de (cultuur)historische elementen en identiteit; © _ hetwerken aan architectonische en stedenbouwkundige samenhang in de verdichte gebieden; e _ het zorgen voor contrast tussen verdichte en open stukken;

© _ Behoud en maken van doorzichten vanuitlinten naar akkercomplexen; In de Omgevingsvisie wordt geen nieuwe koers vastgelegd. De reeds ingezette koers uit de kaderstellingen en de

beleidsdocumenten wordt samen in één document gevoegd. Dit alles is samengebracht in 6 opgaven van beleid, waarvan de eerste 3 overkoepelend zin: L.

Zo worden we duurzamer; Het realiseren van een duurzame toekomstig bestendige gemeente, duurzaamheid

wordt opgesplitst in de deelonderwerpen: klimaatadaptie, energietransitie en circulariteit. Bij iedere ruimeelijke ontwikkeling en bij nieuwe iniiatieven dient gekeken te worden naar de mogelijke adaptieve maatregelen op het gebied van onder andere hittestress of wateroverlast. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het

2

(lokaal) opwekken van duurzame energie en het inzetten op circulariteit. Een gezonde en ige leefomgeving; De gemeente zet in op gezondheid en veiligheid als belangrijke afwegingsfactoren bij ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om aspecten zoals luchtkwaliteit, hittestress, gezondheid

3.

maar ook het stimuleren van de bewoners tot meer bewegen en ontmoeten. Het versterken van natuur en biodiversiteit; Een groene en gezonde leefomgeving draagt bij aan een positieve gezondheid en het goede leven. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen gerealiseerd te worden met een meerwaarde voor de natuur en de biodiversiteit, waarbij natuurinclusief bouwen de norm is.

4

Goed wonen voor iedereen; De gemeente zet n op het in balans brengen van de vraag en het aanbod van woningen ten behoeve van vitale gemeenschappen. De juiste woning op de juiste plek en met de juiste kwaliteit. De

gemeente blijftin gesprek met het dorpsoverleg, initatiefnemers en onowikkelaars over het thema wonen. Het doel is een leefomgeving te creëren die rekening houdt met het veranderde klimaat en daarnaast bijdraagt aan de gezondheid, biodiversiteit en veiligheid van de inwoners. Woningen worden in principe toegevoegd in de kernen, bij

voorkeur op herstrucwreringslocaties, alsmede het faciliteren van passende woonruimte voor diverse doelgroepen. 5.

Toekomstgericht ondernemen;

Uitgangspunt is ondersteunen

gedreven economie en kenniscirculatie.

in de transitie naar een circuaire, waarden

Een toekomstbestendige economie zorgt voor welvaart en draagt bij het

goede leven in Peel en Maas. Gemeente facilteert lokale bedrijven, die geworteld zijn in de samenleving, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector, het MKB en recreatie en toerisme. Daarnaast wordt ingezet op herstrucwrering boven uitbreiding en het hergebruik van leegstaand agrarisch vastgoed voor recreatie/toerisme en

6.

bedrijvigheid. Balans in het buitengebied. Een van de belangrijkste economische dragers van het buitengebied is de land- en twinbouw binnen Peel en Maas. De gemeente stimuleert het faciliteren van kringloop- en natuurinclusieve landbouw

dat leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit.

Het dooronowikkelingen van grootschalige agrarische

bedrijvigheid s toegestaan in gebieden waar dit passend in op basis van een gebiedsgerichte aanpak, uitbreiding gaat gepaard

met

een

tegenprestatie.

Ook

wordt

gestimuleerd

op

hergebruik

cq.

herbestemming

van

leegstaand/leegkomend agrarisch vastgoed onder voorwaarde dat er sprake is van kwaliteitswinst in de vorm van een bijdrage aan de doelen/speerpunten. Via de win-win regeling zijn er ook beperkte mogelijkheden voor de inzet van woningbouw om leegstand tegen te gaan. Bij hergebruik c.q. herbestemming is de sloop van overtollige gebouwen

een belangrijk uitgangspunt De opgaven dienen in samenhang van elkaar gezien te worden, waarbij met name de eerste drie overkoepelende opgaven

als leidende principes gelden. Bij elke ontwikkeling dient bekeken te worden hoe een bijdrage aan deze drie opgaves geleverd kan worden.

Vastgesteld

18

De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van een ruimte voor ruimte woning. De ontwikkeling valt daarmee onder opgave 4 ‘goed wonen voor iedereen'. In opgave 4 is opgenomen dat de gemeente het belangrijk

vindt om de juiste woning op de juiste plek te realiseren. Het initiatief betreft de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimtewoning, naar aanleiding van de vraag naar dergelijke specifieke woningen. De woning is beoogd in het lint van de Heihorst op korte afstand van de kern. Er is zodoende sprake van de juiste woning op de juiste plek.

4.3.3

Structuurvisie buitengebied en kwaliteitskader

In december 201 | s de Structuurvisie buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het bestaande beleid van dat moment

(Structuurplan

2008,

Kwaliteitskader

buitengebied,

VAB

beleid,

Structuurvisie

IV

en

Glas

en

het

archeologiebeleid) samengebracht. De structuurvisie bevat grotendeels een voortzetting van het bestaand beleid. De structuurvisie heeft twee doelstellingen, te weten: het bieden van een integraal beleidskader voor het buitengebied

dat mede dient als grondslag voor het bestemmingsplan “Buitengebied Peel & Maas” en het mogelijk maken van kostenverhaal

voor

bovenplanse

verevening

en

bijdragen

in de

ruimtelijke

ontwikkeling

in het

kader

van

de

ontwikkelingsplanologie.

De structuurvisie bevat de hoofdlijnen voor het te voeren ruimtelijk beleid. Het plangebied is volgens de structuurvisie gelegen in de zone ‘oude bouwianden’. Binnen de oude bouwlanden liggen de oude woongebieden. Hierin liggen de dorpen en de oude lintbebouwing. De oude bouwianden worden nu gebruikt voor al van functies. Doordat de dorpsbebouwing en de landbouw concurreerden om dezelfde gronden is de landbouw

geïntensiveerd met onder andere glastuinbouw en intensieve vechouderij. De landbouwvelden hebben een onregelmatige verkaveling en de wegen hebben een onregelmatig patroon.

Het Limburgs Kwaliteitsmenu van de provincie heeft zijn uiwerking naar lokaal niveau gekregen in de structuurvisie. Het doel van het hierin opgenomen kwaliteitsmenu is het bieden van een instrument om noodzakelijke en/of wenselijke ontwikkelingen n het buitengebied te kunnen combineren met kwaliteitsverbetering.

Bij kwaliteitsverbetering wordt

onderscheid gemaakt in Basiskwaliteit (geldt altijd bij onowikkelingen), daar bovenop Basiskwaliteit Plus of Aanvullende Kwaliteitsverbetering.

Bij iedere onowikkeling binnen het bestaande bouwvlak en bij uicbreiding van het bouwvlak tot de referentiemaat in een agrarisch gebied zonder waarden, is Basiskwaliteit van toepassing. Ook bij functiewijziging van een gebouw zoals de vestiging van een kleinschalige logeerinrichting of huisvesting van arbeidsmigranten binnen de bestaande bebouwing er Ís

sprake van Basiskwaliteit. Basiskwaliteit wil zeggen dat de nieuwe bebouwing of functie goed ingepast moet worden. Als basis voor de omvang van

de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte “landschappelike inpassing” of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en erf komt. De verplichting voor de landschappelijke inpassing van een Ruimte voor Ruimtewoning komt uit de beleidsregel “Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018". De te hanteren richtlijn voor de inpassing sluit aan bij de Basiskwaliteit. Dat betekent dat 10% van het bouwviak voor de Ruimte voor Ruimtewoning moet worden ingepast met groen.

De opperviakte van het bouwviak voor de Ruimte voor Ruimtewoning bedraagt 1.000 m?. De inpassingseis bedraagt derhalve 100 m. De landschappelijke inpassing (zie paragraaf 3.2) heeft een omvang van 122 m. Daarmee wordt voldaan aan de eis uit de structuurvisie en het kwaliteitskader.

Vastgesteld

19

434

_ Kaderstelling Ruimte en Economie

In november 2017 is de notitie ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema's Ruimte en Economie vastgesteld.

De gemeente Peel en Maas w bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bijalles wat de gemeente doet is een drietal kernwaarden leidend, namelijk zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma's van de thema's ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken.

De economische crisis heeft partien (overheid, ondernemers, inwoners) geleerd naar mogelijkheden te zoeken. Het denken en doen niet te laten bepalen door automatismen en belemmerende regels, niet te stoppen bij overheidssuring

maar juist mee te werken in interactie en in partnership. De gemeenschap heeft behoefte aan ruimte om zelf iniiatieven te ontwikkelen. De gemeente heeft in dat verband een faciliterende rol. Middels expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestileerd: = _ van Individueel naar Samen;

= _ van Omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit; =

van Lineair naar Circulair

= _ van Gesloten naar Open; =

_ van Consumeren naar Beleven;

= _ van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen; = _ van overheidssturing naar omgevingssturing.

Per ‘\waarde' zijn omgevingsdoelen vastgesteld om de waarden inhoud te geven. De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen bepalen de richting voor de toekomstige Omgevingsvisie en geven tevens inhoud voor de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. Voor het thema Ruimte betreft het dan de programma's |.1 ‘Vitale

leefomgeving’ en |.2 ‘Beheer fysieke leefomgeving'. Voor de onderhavige ontwikkeling is binnen het thema ruimte het navolgende programmadoel relevant: Wonen

duurzaam in balans

De gemeente Peel en Maas heeft op termijn te maken met demografische veranderingen en wel zodanig dat er sprake is

van afname en veranderende samenstelling van de bevolking (vergrijzing) en daarmee veranderende samenstelling van de woningvoorraad. Dit heeft rechtstreeks gevolgen voor de vitalieit en leefbaarheid van de kernen binnen de gemeente. Om vitaliteit en leefbaarheid van de kernen te behouden is het zaak om samen met de samenleving het woningbestand

toekomstgericht duurzaam n balans te brengen. De gemeente staat voor een duurzaam woningbestand waarin ze op een voorwaarde scheppende manier kwalitatief zorgt voor een passend woonaanbod voor iedereen en daarmee de leefbaarheid van de dorpen op peil houdt. Kernwoorden hierbij zijn dorps, levensloopbestendig en duurzaam. De gemeente staat, samen met de samenleving, voor een duurzaam woningbestand waarin er wordt gezorgd voor een passend woonaanbod voor iedereen.

Daarmee wordt de leefbaarheid van onze dorpen op peil gehouden en wordt er

ruimte gemaakt voor passende nieuwbouwplannen. De plancapaciteit zal daarom worden afgestemd op de natuurljke behoefte voor Peel en Maas, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de vastgestelde Regionale structuurvisie Wonen. Met onderhavig iniiatief wordt één Ruimte voor Ruimtewoning opgericht in Meijel, aan de Heihorst. In de gemeente Peel en Maas s een vraag naar Ruimte voor Ruimtewoningen. De gemeente geeft aan dat de woningen passend dienen te zijn binnen de Regionale strucuurvisie. In de Regionale structuurvisie Wonen is opgenomen dat bij woningbouwinitiatieven

aansluiting kan worden gezocht bij de marktvraag. In de gemeente Peel en Maas is vraag naar Ruimte voor Ruimtewoningen, het initiatief past zowel binnen het beleid van de gemeente Peel en Maas als binnen de Regionale structuurvisie.

Vastgesteld

20

5.

RANDVOORWAARDEN

/ RESULTATEN

ONDERZOEKEN

Met de ontwikkeling van de Ruimte voor Ruimtewoning dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, milieuzonering, geluid, lucht, externe veiligheid voor het plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven, Eveneens is gekeken naar de gevolgen van

het initatief voor de aspecten archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht

5.1

Milieuaspecten

5.I.1

Bodem- en grondwaterkwaliteit

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en

de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwalieit voor vrijwel alle ruimtelijke plannen relevant is en daarom onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden. De

mate waarin beoordeling van de

bodemkwaliteit aan de orde is, s met name afhankelijk van aard en omvang van het initatief.

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de

nieuwe woonfunctie. Daarom is voor het plangebied een verkennend bodemonderzoel? conform NEN 5740 uitgevoerd. Uit het onderzoek volgt dat de hypothese ‘onverdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek geen stand houdt. In zowel de boven: als de ondergrond zijn lichte verontreinigingen met zware metalen aangetroffen. In het grondwater zijn tevens licht tot sterke verontreinigingen met zware metalen aangetoond. Er zijn echter geen bronloeaties aanwezig. Vermoedelijk heeft de verlaagde zuurgraad invloed op het voorkomen van de gehalten zware

metalen. Het aantreffen van verhoogde gehalten metalen is een bekend verschijnsel in de provincie Limburg. Gelet op de genoemde

conclusies

kan

gesteld

worden

dat

de

gchalte

zware

metalen

in

het

grondwater

verhoogde

de

van

achtergrondgehalten betreft. De

vastgestelde

milieuhygiënische

bodemkwaliteit

vormt

geen

belemmering

voor

aanvraag

een

omgevingsvergunning.

De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren.

Wel dient rekening te worden gehouden met enkele gebruiksbeperkingen ten aanzien van het gebruik van het (freatisch) grondwater. De aanwezigheid van metalen in verhoogde gehalten in het (freatisch) grondwater maakt dit minder geschikt om het op te pompen en te gebruiken voor het besproeien van consumptiegewassen of voor het drenken van vee dan

wel voor menselijke consumptie. Het is dan ook aan te bevelen het (freatisch) grondwater niet zelfop te pompen en voor een van de genoemde of daarop gelijkende doelen te gebruiken.

5.1.2

Bedrijven en milieuzoneringen

Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelike ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse

Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld.

> HMB 8.

(geanonimiseerd) ‘ebruari 2023, kenmerk: 23202601A verkennend bodemonderzoek BNN7

Vastgesteld

21

Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uivwerken bevat de VNG-publicatie bouwstenen. De drie belangrijkste bouwstenen zijn: 1.

de richtafstandenlijst;

2

twee omgevingstypen;

3.

een ijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging.

De belangrijkste bouwstenen voor mileuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zjn VNG

opgenomen in bijage I van de

publicatie. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype). In de

bijagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit n een mileucategorie Om

tot een

optimale

invulling van

de

ruimte

te

komen

worden

diverse

omgevingstypen

onderscheiden.

Het

achterliggende idee is dat de gevoeligheid van een gebied mede afhankelij is van het omgevingstype. De gevoeligheid van een gebied kan daarom aanleiding zijn om af te wijken van de standaardafstanden n de bedrijvenlist die uitgaan van de ligging in een rustige woonwijk. Afhankelijk van het type gebied kan een correctie worden toegepast op de afstanden die

zijn genoemd in de standaardijst en wel per hinderaspect (geluid, tof, tank en dergelijke) dat in de ljt is genoemd. Het plangebied is te typeren met het omgevingstype ‘ustig buitengebied’

Woningen betreffen een functie welke geen milieuhinder veroorzaakt voor de omgeving. Wel kan de woning milieuhinder ondervinden van functies gelegen in de omgeving. Ter plaatse van het plangebied dient daarom aangetoond te worden dat

er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van omliggende milieubelastende functies. In de directe omgeving (200 meter) bevinden zich de volgende milieubelastende functies:

=

Een agrarisch grondgebonden bedrif (akker- en tuinbouwbedrij) aan de Heihorst 18, afstand tot het plangebied 45 meter;

=

Een agrarisch grondgebonden bedrif (akker en tuinbouwbedrijf) aan de Heihorst 10, afstand tot het plangebied SS meter;

=

Een autohandel aan de Donk 43, afstand tot het plangebied 65 meter;

=

Een installatiebedrijf aan de Donk 54, afstand tot het plangebied 150 meter;

= =

Een groothandel in levend vee aan de Heihorst 9, afstand tot het plangebied 180 meter; Een dierenpension aan de Donk 60, afstand tot het plangebied 185 meter.

De milieuruimte van de milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied is geïnventariseerd aan de hand van de SBl-code en de groorste bijbehorende richtafstand voor geur, stof, geluid en gevaar (abel 2). Tabel 2.Milieubelastende functies omgeving plangebied

Bedrijf

Akkerbouw

_ en

(bedrifsgebouwen)

Autohandel Instalatiebedrif

Vastgesteld

fruitteelt

Adres

SBI-2008

Heihorst 18

o11,012,013

Heihorst 10 Donk 43 Donk 54

451,452, 454 4,42,43

Aan te afstanden Geur Stof Gevaar Geur Stof Gevaar Geur Stof Gevaar

houden Afstand tot plangebied lOmeter __ 45 meter lOmeter _ 55 meter 10 meter lOmeter _ 65 meter 0 meter 1O meter Ometer _ 50 meter 1O meter 1O meter

Geluid

30 meter

Geluid

30 meter

Geluid

30 meter

22

Groothandelin evende dieren _ Heihorst 9 Dierenpension

Donk 60

4623

Geur Stof Gevaar Geur Stof Gevaar

9609

50 meter _ 180 meter 10 meter 0 meter 3Ometer 185 meter 0 meter O meter

Geluid

100 meter

Geluid

100 meter

Condusie

Onderzocht is of de hindercontouren het plangebied overlappen. Er is geen hindercontour die het plangebied overlapt. In de beoogde nieuwe woning kan derhalve een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Tevens vormt de nieuwe beoogde woning geen belemmering voor de bedrijfsvoering van de omliggende

bedrijven omdat reeds

bestaande woningen dichterbij de inrichtingen zijn gelegen. Milieuzonering vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het initiatief.

5.1.3

Verkeerslawaai

Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. Per | januari 2007 is de Wijzigingswet Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking getreden. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar

een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient e worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer en spoorwegen.

In de Wet geluidhinder (Wh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft (zie onderstaande tabel), met uizondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke onowikkeling waarbij sprake is van de onewikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden

uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen.

Aantal rijstroken

Breedte van de geluidszone (in meters)

Buitenstedelijk 600 400 250

5 of meer 3of4 Lof2

Stedelijk 350 350 200

Woningen betreffen geluidsgevoelige objecten. Dit houdt in dat er moet worden aangetoond dat (weg)verkeerslawaai ter

plaatse geen negatieve effecten teweegbrengt voor de toekomstige bewoners van de woning. In feite mogen nieuwe woningen niet worden gerealiseerd, wanneer er een geluidbelasting van wegverkeer optreedt van 48 dB of hoger, tenzij ontheffing is verleend door

het College van burgemeester en wethouders (tot maximaal

53 dB). Hiervoor dient

tegelijkertijd met de bestemmingsplanprocedure een hogere waarden procedure op grond van de Weh te worden gevoerd.

De te ontwikkelen Ruimte voor Ruimtewoning igt binnen de geluidszones van de Heihorst en andere omliggende wegen. In dat kader is een akoestisch onderzoek noodzakelijk om de exacte gevolgen van (weg)verkeerslawaai te bepalen. Voor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=cf25f93f-d3c4-4630-8918-1b0076816ab6