CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-021 04 BP Regels (geanonimiseerd)

Raad 19 maart 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen herziening bestemmingsplan "Molenbaan 13 te Meijel" (2024-021)17.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

32

k.

het slopen van gebouwen plaatsvindt;

L

het afplaggen

van heide- of natuurgebieden;

m.

het aanleggen

van een

a.

6.4.2. Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 6.4.1 is niet van toepassing op werken 1

maximaal

en verwijderen van funderingen,

waarbij grondroering

drainagestelsel en beregeningsinstallatie.

of werkzaamheden

die:

40 centimeter diep reiken ten opzichte van het maaiveld, tenzij het

werkzaamheden

betreffen als genoemd

een verstoringsoppervlakte

hebben

van

in artikel 6.4.1 h, |, en m; maximaal

ten dienste staan van archeologisch onderzoek mits verricht door een ter zake deskundige;

100

m2;

en het doen

van opgravingen,

het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen

en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 40 centimeter onder maaiveld wordt geroerd; plaatsvinden

binnen een afstand

van maximaal

2,5 meter uit een

bestaande

fundering van een bestaand bouwwerk; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; b.

Het verbod 1

als bedoeld

in artikel 6.4.1 is ook niet van toepassing

naar oordeel van het bevoegd grond reeds verstoord is;

gezag

in voldoende

mate

reeds

indien:

is aangetoond

dat de

de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onafhankelijk

onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden werken

of

minder diep reikt dan 40 centimeter onder maaiveld, en voorzien van

een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder sub h

het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden

Molenbaan

13, Meijel

schriftelijk te kennen

heeft gegeven

gezag

dat voor de betreffende

33

werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist.

6.4.3.

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

a.

6.4.4. Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning

als bedoeld in artikel 6.4.1 die betrekking

heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 2' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: 1.

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en;

kunnen

2.

in voldoende

waarden

mate

is aangegeven

op welke wijze de archeologische

worden bewaard en/of gedocumenteerd, 3.

in voldoende

mate

is aangegeven

dan wel:

dat de archeologische waarden

gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, (meer) aanwezig zijn b.

Een

onderzoek

als

bedoeld

onder

a is niet vereist

wanneer

naar

oordeel

van de

dan wel niet van

het

bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

6.4.5. Voorwaarden

verlenen omgevingsvergunning

het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wanneer naar haar oordeel genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; b.

de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad;

c

schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

6.4.6. Voorschriften te verbinden

aan omgevingsvergunning

In de situatie als bedoeld in artikel 6.4.5 kan het bevoegd voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning:

gezag één of meer van de volgende

a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waarden in de bodem kunnen worden behouden;

b.

de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen;

c.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring

waardoor de archeologische

leidt, te laten begeleiden door een

deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg door het bevoegd

Molenbaan

13, Meijel

gezag

bij de vergunning

die voldoet aan een

te stellen kwalificaties.

34

6.5.

gingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' ten behoeve van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden wijzigen zodanig dat de bestemming geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische

waarden b.

aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden;

het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.

Molenbaan

13, Meijel

35

7.

Waarde 7.1.

De

voor

Bestemmingsomschri 'Waarde

voorkomende a.

- Archeologie 4

- Archeologie

bestemming(en),

4'

ng

aangewezen

gronden

zijn,

behalve

voor

de

andere

daar

mede bestemd voor:

de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.

7.2.

Bouwregels

7.2.1.

Bouwverbod

Op of in de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 40 centimeter en zonder heiwerkzaamheden

kan worden

geplaatst;

b.

de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van minder dan 250 m2;

c.

een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd bouwhoogte van maximaal 3 meter;

d.

gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

7.3.

Afwijken

van

7.3.1. Afwijken van en

met een

de bouwregels

de bouwregels

ten behoeve

van

het bouwen

van gebouwen

bouwwerken

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 7.2.1, ten behoeve van het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken, met

dien

verstande

dat:

a.

door de aanvrager een archeologisch rapport dient te worden overlegd op basis van de in de beroepsgroep geldende norm waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld;

b.

een

onderzoek

1.

als bedoeld

is niet vereist

wanneer:

naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere

2.

onder a

beschikbare

informatie afdoende

is vastgesteld;

door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan 40 centimeter onder maaiveld.

7.3.2. Voorwaarden

Het

bevoegd

gezag

kan

verlenen omgevingsvergunning

de

genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische Molenbaan

13, Meijel

omgevingsvergunning waarden

aanwezig

verlenen

wanneer

naar

haar

oordeel

zijn; 36

b.

de betreffende archeologische waarden geschaad;

door de ingreep niet of niet onevenredig

worden

c.

schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

7.3.3. Voorschriften te verbinden

aan omgevingsvergunning

voor het bouwen

In de situatie als bedoeld in artikel 7.3.2 kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden

in de bodem

kunnen

worden

behouden;

b.

de verplichting tot het doen

uitvoeren van opgravingen;

c

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een

door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

7.4.

Omgevingsvergunning bouwwerk

zijnde, of van

voor

het uitvoeren

van

werken,

geen

werkzaamheden

7.4.1. Vergunningplicht

Het is verboden

op of in de voor

'Waarde

- Archeologie 4' aangewezen

gronden

zonder of in

afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden; b.

het indrijven van voorwerpen pompputten;

c.

waterhuishoudkundige

d.

het aanleggen

e.

in de grond zoals heipalen,

ingrepen zoals het aanbrengen

van dammen

het aanleggen, dempen

en stuwen

van

en het aanbrengen

damwanden,

boor- en

onderbemaling; van oeverbeschoeiing;

of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van

oevers en profiel) van sloten, greppels,

watergangen

en overige waterpartijen;

f.

het aanbrengen van diepwortelende beplanting;

g.

het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd;

h.

het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume waartoe gerekend

i

worden

boomteelt,

wordt afgevoerd

graszodenteelt en siergewassenteelt;

het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van

andere oppervlakteverhardingen;

j.

het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

k.

het slopen van gebouwen

en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering

plaatsvindt; .

het afplaggen

Molenbaan

13, Meijel

van heide- of natuurgebieden; 37

m.

het aanleggen

a.

7.4.2. Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 7.4.1 is niet van toepassing op werken 1

van een

drainagestelsel en beregeningsinstallatie.

of werkzaamheden

die:

die maximaal 40 centimeter diep reiken ten opzichte van het maaiveld, tenzij het werkzaamheden betreffen als genoemd in artikel 7.4.1 h, |, en m; een verstoringsoppervlakte

hebben

van

maximaal

ten dienste staan van archeologisch onderzoek mits verricht door een ter zake deskundige;

het normale beheer en onderhoud vervangingswerkzaamheden

250

m2;

en het doen van opgravingen,

betreffen, met inbegrip van onderhoud- en

van bestaande

riolen, bestratingen, beplantingen

en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 40 centimeter onder maaiveld wordt geroerd;

plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een

bestaand

bouwwerk;

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. b.

Het verbod 1

als bedoeld

reeds

in artikel 7.4.1 is ook niet van toepassing indien:

naar oordeel van het bevoegd grond reeds verstoord is; de werkzaamheden

gezag

in voldoende

vooraf bij het bevoegd

mate

is aangetoond

gezag zijn gemeld,

dat de

voorzien van een

overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan 40 centimeter onder maaiveld, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 7.4.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist;

de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 7.4.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist.

Molenbaan

13, Meijel

38

7.4.3.

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden van archeologisch onderzoek

als bedoeld in artikel 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien op basis is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig

worden of kunnen worden geschaad. 7.4.4. Onderzoeksplicht

a.

De aanvrager van een omgevingsvergunning

als bedoeld in artikel 7.4.1 die betrekking

heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 4' dient een te overleggen waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag:

1.

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord

b.

in voldoende

mate

zijn vastgesteld,

rapport

kunnen

en;

2.

n voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel:

3.

n voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn

Een

onderzoek

als

bedoeld

onder a

is niet vereist

wanneer

naar

oordeel

van

het

bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende

is vastgesteld.

7.4.5. Voorwaarden

het bevoegd

blijkt dat: a. er geen archeologische

b.

verlenen omgevingsvergunning

gezag verleent de omgevingsvergunning waarden

aanwezig

wanneer naar haar oordeel genoegzaam

zijn;

de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad;

c.

schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

7.4.6. Voorschriften te verbinden

aan omgevingsvergunning

In de situatie als bedoeld in artikel 7.4.5 kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waarden

in de bodem

kunnen

worden

waardoor de archeologische

behouden;

b.

de verplichting tot het doen

uitvoeren van opgravingen;

c.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring

leidt, te laten begeleiden door een

deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties

Molenbaan

13, Meijel

die voldoet aan een

39

gingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' ten behoeve van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden wijzigen zodanig dat de bestemming geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische

waarden b.

aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden;

het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologischew aarde voorziet.

Molenbaan

13, Meijel

40

8.

Waarde 8.1.

De

voor

Bestemmingsomschri 'Waarde

voorkomende a.

- Archeologie

- Archeologie

bestemming(en),

5'

5

ng

aangewezen

gronden

zijn,

behalve

voor

de

andere

daar

mede bestemd voor:

de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.

8.2.

Bouwregels

8.2.1.

Bouwverbod

Op of in de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen uitzondering van:

gronden

mag

niet worden gebouwd,

met

a.

het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 40 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;

b.

de bestaande

bebouwing

wordt vergroot met een oppervlakte van minder dan

2500

m2?;

c.

een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd bouwhoogte van maximaal 3 meter;

d.

gebouwen

en/of bouwwerken

die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van

inwerkingtreding van dit bestemmingsplan een verleende vergunning.

8.3.

Afwijken

van

8.3.1. Afwijken van en

met een

dan

wel mogen

worden

uitgevoerd

krachtens

de bouwregels

de bouwregels

ten behoeve

van

het bouwen

van gebouwen

bouwwerken

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 8.2.1, ten behoeve van het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken, met

dien

a.

verstande

dat:

door de aanvrager een archeologisch

rapport dient te worden

overlegd op basis van de

in de beroepsgroep geldende norm waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; b.

een

onderzoek

1.

als bedoeld

onder

a is niet vereist

naar het oordeel van het bevoegd

gezag

wanneer:

de archeologische waarde van

het

terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; 2.

door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan 40 centimeter onder maaiveld.

8.3.2. Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen genoegzaam blijkt dat:

wanneer

naar

haar

oordeel

a.

er geen archeologische waarden aanwezig zijn;

b.

de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad;

Molenbaan

13, Meijel

41

c.

schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

8.3.3. Voorschriften te verbinden

aan omgevingsvergunning

voor het bouwen

In de situatie als bedoeld in artikel 8.3.2 kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden

in de bodem

kunnen

worden

behouden;

b.

de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen;

c

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een

door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

8.4.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

van

werken,

geen

8.4.1. Vergunningplicht

Het is verboden

op of in de voor 'Waarde

- Archeologie

5' aangewezen

afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren:

a.

grondwerkzaamheden en diepwoelen

de

gronden

volgende

zonder of in werken,

geen

zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen

van gronden;

b.

het indrijven van voorwerpen pompputten;

c.

waterhuishoudkundige

d.

het aanleggen

e.

gezag

in de grond zoals heipalen,

ingrepen zoals het aanbrengen

van dammen

het aanleggen, dempen

en stuwen

van

en het aanbrengen

damwanden,

boor- en

onderbemaling; van oeverbeschoeiing;

of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van

oevers en profiel) van sloten, greppels,

watergangen

en overige waterpartijen;

f.

het aanbrengen van diepwortelende beplanting;

g.

het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd;

h.

het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden boomteelt, graszodenteelt en siergewassenteelt;

i

het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van

andere oppervlakteverhardingen;

j.

het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

k.

het slopen van gebouwen

en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering

plaatsvindt;

.

het afplaggen van heide- of natuurgebieden;

m.

het aanleggen

Molenbaan

13, Meijel

van een

drainagestelsel en beregeningsinstallatie.

42

a.

8.4.2. Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 8.4.1 is niet van toepassing op werken 1

of werkzaamheden

die:

die maximaal 40 centimeter diep reiken ten opzichte van het maaiveld, tenzij het werkzaamheden betreffen als genoemd in artikel 8.4.1 h, |, en m; een verstoringsoppervlakte

hebben

van

maximaal

ten dienste staan van archeologisch onderzoek mits verricht door een ter zake deskundige;

2500

m2;

en het doen van opgravingen,

het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen

en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 40 centimeter onder maaiveld wordt geroerd; plaatsvinden binnen een afstand van maximaal fundering van een bestaand bouwwerk;

2,5 meter uit een

bestaande

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen verleende vergunning. b.

Het verbod 1

als bedoeld

uitgevoerd

krachtens een

in artikel 8.4.1 is ook niet van toepassing

naar oordeel van het bevoegd grond

worden

reeds

indien:

gezag in voldoende mate is aangetoond

dat de

reeds verstoord is;

de werkzaamheden vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan 40 centimeter onder maaiveld, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 8.4.1 sub h het

afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

de werkzaamheden

is vereist;

vooraf bij het bevoegd gezag zijn gemeld, voorzien van een

schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 8.4.1 sub h

het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop het bevoegd gezag op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken 8.4.3.

zijnde, en werkzaamheden

is vereist.

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

Molenbaan

13, Meijel

43

a.

8.4.4. Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning

heeft op gronden, die zijn aangewezen te overleggen

als bedoeld

in artikel 8.4.1 die betrekking

voor 'Waarde - Archeologie 5' dient een rapport

waarin naar het oordeel van het bevoegd

gezag:

1.

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en;

kunnen

2.

in voldoende

waarden

mate

is aangegeven

op welke wijze de archeologische

worden bewaard en/of gedocumenteerd, 3.

in voldoende

mate

is aangegeven

dan wel:

dat de archeologische waarden

van de

gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig b.

Een

onderzoek

bevoegd

als

zijn

bedoeld

onder

a is niet vereist

gezag de archeologische

waarde

wanneer

naar

oordeel

van

het

van het terrein in andere beschikbare

informatie afdoende is vastgesteld. 8.4.5. Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning wanneer naar haar oordeel blijkt dat:

genoegzaam

a.

er geen archeologische waarden aanwezig zijn;

b.

de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad;

c

schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

8.4.6. Voorschriften te verbinden

aan omgevingsvergunning

In de situatie als bedoeld in artikel 8.4.5 kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waarden

in de bodem

kunnen

worden

waardoor de archeologische

behouden;

b.

de verplichting tot het doen

uitvoeren van opgravingen;

c.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring

leidt, te laten begeleiden door een

deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties

die voldoet aan een

gingsbevoegdheid

8.5.

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' ten behoeve van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden wijzigen zodanig dat de

bestemming geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden

b.

aanwezig

zijn of zich op een andere

plaats bevinden;

het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming archeologische waarde voorziet.

Molenbaan

13, Meijel

en veiligstelling van

44

Molenbaan

13, Meijel

45

Hoofdstuk 9.

3 Algemene

regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de bouwplannen buiten beschouwing.

10. Algemene 10.1.

een bouwplan waaraan beoordeling van latere

bouwregels

Ondergronds

bouwen

10.1.1. Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 10.1.2. het bouwen

Voor

Ondergrondse bouwwerken van ondergrondse bouwwerken

gelden,

behoudens

de

werkzaamheden

in

deze

regels

opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, dan wel onder een bestaand hoofdgebouw/bijbehorend bouwwerk; b.

het oppervlak van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil;

c

de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken

bedraagt maximaal 3

meter onder peil;

d.

bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte en de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet in aanmerking genomen.

10.1.3.

Het bevoegd

Afwijken

gezag

van de bouwregels

kan door middel van een omgevingsvergunning

in artikel 10.1.2 onder c. voor het bouwen van ondergrondse maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b.

geen afbreuk wordt gedaan

10.2. Bij

de

Ondergeschikte

toepassing

bouwdelen

van

als plinten,

het

aan

13, Meijel

diepte van

archeologische waarden.

ten

kozijnen,

aanzien

van

het

gevelversieringen,

bouwen

worden

ventilatiekanalen,

gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen bedraagt.

Molenbaan

het bepaalde

met een

bouwdelen

bepaalde

pilasters,

afwijken van

bouwwerken

ondergeschikte

liftschachten,

buiten beschouwing maximaal 1 meter

46

10.3.

Algemene

10.3.1.

regels over bestaande

afstanden

en andere

maten

Maximale maatvoering

Indien afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan op grond van hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden

als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. Indien de inhoud of oppervlakte van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijkomende agrarische bebouwing' op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedraagt dan de maximale toegestane inhoud, 10.3.2.

In

die

gevallen

dat

is uitsluitend de bestaande

Minimale

maatvoering

afstanden

tot,

bouwhoogten,

inhoud,

bebouwing toegestaan.

aantallen

en/of

oppervlakten

van

bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan op grond van hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 10.3.3. In het geval van

Heroprichting (her)oprichting van

gebouwen

is het bepaalde

in 10.3.1 en

10.3.2 uitsluitend

van toepassing indien dit geschiedt op dezelfde plaats.

11. Algemene

gebruiksregels

11.1. Gebruik ter plaatse van verplichting - landschappelijke Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken aanduiding 'voorwaardelijke verplichting

van -

de aandui inpassing'

ing

'voorwaardelijke

de gebouwen en gronden conform binnen landschappelijke inpassing' conform

de de

bestemmingen ‘Agrarisch’ en 'Bedrijf - Niet agrarisch verwant' is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in artikel 12.1 conform het inrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, is uitgevoerd en/of in stand wordt gehouden.

11.2.

Algemeen

gebruiksverbod

Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven

bestemming(en).

11.3.

Strijdig gebruik

Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b.

een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee

c.

straatprostitutie;

d.

mantelzorg

Molenbaan

13, Meijel

wordt in ieder geval

vergelijkbaar bedrijf;

en inwoning; 47

e.

nieuwvestiging

van een

intensieve veehouderij;

f.

nieuwvestiging

van een glastuinbouwbedrijf;

g.

als opslag-, stort-, lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.

12.Algemene 12.1.

aanduidingsregels

Voorwaardelijke verplichting

— landschappelijke

inpassing’

ter plaatse van de aanduiding ‘voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing’ de landschappelijke inpassing in de vorm van groenvoorzieningen, een en ander overeenkomstig het inrichtingsplan zoals weergegeven in bijlage 1 bij de regels;

12.2.

ontwikkelingszone

12.2.1.

bebouwingslinten

Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding ‘ontwikkelingszone bebouwingslinten' bestemd als ontwikkelingszone voor bebouwingslinten.

12.3.

reconstructiewetzone

12.3.1.

zijn

de gronden

tevens

- verwevingsgebied

Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn de gronden tevens bestemd als verwevingsgebied.

12.4.

wro

12.4.1.

- zone

- wijzigingsgebied

2 ko

Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'wro - zone - wijzigingsgebied 2 ko' zijn de gronden bestemd voor instandhouding van kleinschalige halfopen ontginningslandschappen.

13. Algemene 13.1.

tevens

afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken: a. van de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, een meetverschil daartoe aanleiding geeft;

indien

b.

van de desbetreffende bepalingen in het plan voor het afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van de goot- en bouwhoogten met ten hoogste 10%;

c.

van de bepalingen in het plan voor het afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van de afstand van 5 meter van de bouwvlakgrens tot maximaal 1 meter van de bouwvlakgrens, met dien verstande dat landschappelijke inpassing in voldoende mate

Molenbaan

is verzekerd;

13, Meijel

48

d.

van de bepalingen omtrent voorgevelrooilijn ten behoeve van het bouwen (bedrijfs)woningen en/of bedrijfsgebouwen voor of achter de bestaande voorgevelrooilijn, met dien verstande dat: 1.

de afstand tot de bestemming

2.

geen aantasting

'Verkeer' of 'Natuur' minimaal

van

3 meter bedraagt;

plaatsvindt van:

«

de verkeersveiligheid;

=

het woon-

*

de milieusituatie;

=

de bestaande

en leefklimaat;

natuurlijke,

landschappelijke, cultuurhistorische,

aardkundige en/of abiotische waarden; =

de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden en bebouwing.

13.2. Afwijken de woning

ten

behoeve

van

van aangrenzende

het vergroten

van

de

gronden

inhoud

van

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen in het plan ten aanzien van en toestaan dat de bestaande inhoud van de (bedrijfs)woning en/of

bijbehorende bouwwerken éénmalig met 100 m3 wordt vergroot, met dien verstande dat: a.

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd als als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is

welke

ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie; b.

geen aantasting

K>WN

plaatsvindt van:

de verkeersveiligheid; het woon-

en leefklimaat;

de milieusituatie;

de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden;

5.

13.3.

de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden bebouwing.

van aangrenzende

Afwijken

van

ten

behoeve

teeltondersteunende

voorzieningen

Het bevoegd

gezag

kan door middel van een omgevingsvergunning

in artikel 3.2 en ten behoeve van het bouwen en gebruiken tijdelijke hoge teeltondersteunende voorzieningen, mits: a. de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt;

Molenbaan

13, Meijel

van

gronden

en

tijdelijke

hoge

afwijken van

het bepaalde

het

bestemmingsvlak

voor

49

b.

de oppervlakte aan teeltondersteunende voorzieningen maximaal 1,5 ha bedraagt inclusief de reeds aanwezige tijdelijke hoge teeltondersteunende voorzieningen in het bestemmingsvlak;

c.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van actuele en bestaande natuur, landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden;

d.

de teeltondersteunende voorzieningen maximaal 6 maanden per jaar aanwezig zijn, met dien verstande dat de constructie ten behoeve van de tijdelijke teeltondersteunende voorziening permanent aanwezig mag zijn;

e.

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd als als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de

mogen

welke

landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie.

13.4.

Afwijken

Het bevoegd

gezag

ten

behoeve

van ondergeschikte

kan door middel van een omgevingsvergunning

detailhandel afwijken van

het bepaalde

in artikel 4.4 ten behoeve van het gebruik van gebouwen voor ondergeschikte detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten, mits: a. maximaal 10% van de binnen het bouwvlak gelegen gebouwen mogen worden gebruikt

voor de detailhandelsfunctie tot een maximale oppervlakte van b.

c.

geen onevenredige

aantasting

100 m2;

plaatsvindt van:

1.

de verkeersveiligheid;

2.

het woon-

3.

de milieusituatie;

4.

de gebruiksmogelijkheden

en leefklimaat;

van aangrenzende gronden

en bebouwing;

in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte.

13.5.

Afwijken

ten

behoeve

van

kleinschalig

kamperen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 en 4.4.1 ten behoeve van het gebruik van gronden voor kleinschalig kamperen, mits:

a.

het kleinschalig kampeerterrein bedrijf;

b.

het kleinschalig kampeerterrein mag uitsluitend in een bouwvlak, dan wel direct aansluitend aan het bouwvlak met dien verstande dat in dit laatste geval aangetoond wordt dat binnen het bouwvlak geen reële mogelijkheden zijn voor realisering van het kleinschalig kampeerterrein.

c.

het totaal aantal kampeermiddelen op het kleinschalig kampeerterrein maximaal bedraagt, met dien verstande dat stacaravans/chalets niet zijn toegestaan;

d.

in voldoende

Molenbaan

13, Meijel

mag

mate wordt voorzien

uitsluitend

als nevenactiviteit bij een agrarisch

25

in de parkeerbehoefte op eigen terrein; 50

e.

f.

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd als als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie;

welke

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1.

de verkeersveiligheid;

2.

het woon-

3.

de milieusituatie;

4

de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige

en

leefklimaat;

en/of abiotische waarden;

5, g.

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing;

in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden.

13.6.

Afwijken

ten

behoeve

van

bed

en breakfast

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan voor de inrichting en het gebruik van (bedrijfs)woningen ten behoeve van bed en breakfast, mits: a. het gebruik uitsluitend plaatsvindt in de (bedrijfs)woning en de bijbehorende

bouwwerken

die op maximaal

15 meter van de woning zijn gelegen;

b.

de exploitant van het bed en breakfast de hoofdbewoner

is van de (bedrijfs)woning;

c.

maximaal 80 m?2 mag worden ingericht voor bed en breakfast, met dien verstande dat de (bedrijfs)woning een inhoud heeft van minimaal 450 m3 en een bewoonbare oppervlakte van minimaal

120

d.

er per bouwvlak toegestaan;

4 slaapplaatsen

e.

het ontbijt wordt in de slaapkamer of in een gezamenlijke

ruimte genuttigd;

f.

door de bouwkundige

de bed en breakfast-

maximaal

m2; in maximaal

opzet, indeling en maatvoering

twee slaapkamers worden

mag

voorziening niet functioneren als een zelfstandige woning; g.

uit de noodzakelijke (milieu}onderzoeken beoogde gebruik;

h.

in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant

negatieve effecten mag i

overnachting

blijkt dat de gronden

hebben op de aanwezige

en of logies in verband

Natura-2000 gebieden;

met het verrichten van tijdelijke of

seizoensgebonden arbeid valt niet binnen de omschrijving j.

geschikt zijn voor het

bed en breakfast;

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd

Molenbaan

13, Meijel

welke 51

als als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is

ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie; in voldoende

mate wordt voorzien

geen onevenredige

aantasting

plaatsvindt van:

1.

de verkeersveiligheid;

2.

het woon-

3.

de parkeerbalans

4.

de milieusituatie;

5

de gebruiksmogelijkheden

13.7.

in de parkeerbehoefte op eigen terrein;

en leefklimaat;

Afwijken

in de directe omgeving;

ten

van de aangrenzende

behoeve

van

gronden.

mantelzorg

en inwoning

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan ten behoeve van mantelzorg en inwoning in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken, mits: a mantelzorg en inwoning slechts is toegestaan in de (bedrijfs)woning en/of de bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat mantelzorg en inwoning in vrijstaande bijbehorende bouwwerken slechts is toegestaan indien het vrijstaande

bijbehorend bouwwerk

betreft welke gelegen is op een afstand van maximaal

van

en de de vloeroppervlakte

het hoofdgebouw

7

er geen tweede

woning

2°

de tijdelijkheid in voldoende

?

in voldoende

maximaal

60 m?

bedraagt;

worden

getroffen;

15 meter

ontstaat;

er geen aparte aansluiting

mate vaststaat; op de nutsvoorzieningen

mate wordt voorzien

mogen

in de parkeerbehoefte,

op eigen terrein;

in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag geen aantasting

hebben

Natura-2000

1.

de verkeersveiligheid;

2.

het woon-

3.

de milieusituatie;

4.

de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden

bijbehorend

13, Meijel

gebieden;

plaatsvindt van:

en leefklimaat;

de omgevingsvergunning

Molenbaan

op de aanwezige

bouwwerk

van de aangrenzende

na beëindiging van de situatie zal worden

niet meer

mag

worden

gronden;

ingetrokken en het

gebruikt voor bewoning/mantelzorg.

52

13.8. Afwijken ten bedrijfsgebouwen

behoeve

van

vergroten

bebouwd

oppervlak

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 ten behoeve van het éénmalig vergroten van de bebouwde oppervlakte binnen het bouwvlak ten behoeve van bedrijfsgebouwen, mits: a. de oppervlakte mag eenmalig met maximaal 10% worden vergroot, met dien verstande dat dit niet geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding vrijkomende agrarische bebouwing'; b.

de uitbreiding

moet

noodzakelijk zijn in verband

c.

in voldoende mate wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, dan wel in een andere vorm van kwaliteitsverbeterende maatregelen;

d.

parkeren ten behoeve van het bedrijf plaatsvindt op eigen terrein

e.

in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag

f.

hebben

op de aanwezige

met de continuïteit van

Natura-2000

het bedrijf;

gebieden;

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd welke als als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is

ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie; g.

geen onevenredige

aantasting

plaatsvindt van:

1.

het woon-

2.

de milieusituatie;

3.

de verkeersveiligheid en de parkeerdruk op wegen;

4.

de bestaande

5

de gebruiksmogelijkheden

13.9.

en leefklimaat;

Afwijken

ecologische, cultuurhistorische en milieuwaarden;

ten

van aangrenzende gronden

behoeve

en bebouwing.

van schuilgelegenheden

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 en 4.2 voor het bouwen van schuilgelegenheden in het bouw-/bestemmingsvlak ten behoeve van een aangrenzend agrarisch perceel, mits: a. per aangrenzend kadastraal perceel met een minimale oppervlakte van

0,5 hectare

maximaal één schuilgelegenheid wordt gebouwd; b.

de bouwhoogte

c.

de oppervlakte van de schuilgelegenheid

Molenbaan

maximaal

3 meter bedraagt;

maximaal

bedraagt:

1.

25 m? bij een aangrenzend hectare tot 1 hectare;

kadastraal perceel

met een oppervlakte van 0,5

2.

40 m? bij een aangrenzend hectare;

kadastraal perceel

met een oppervlakte groter dan

13, Meijel

1

53

d.

de noodzaak van de schuilgelegenheid

e.

de schuilgelegenheid inpasbaar is ten opzichte van de ter plaatse aanwezige natuurlijke, landschappelijke, abiotische, archeologische en/of cultuurhistorische waarde van de gronden;

f.

de schuilgelegenheid

g.

de schuilgelegenheid zoveel mogelijk wordt geclusterd bij de bestaande aan de randen van het perceel;

h.

geen onevenredige

niet mag

aantasting

worden

de verkeersveiligheid;

2.

het woon-

3.

de milieusituatie;

4 ‚

de gebruiksmogelijkheden

wijzigingsbevoegdheden de in het plan opgenomen

bestemmingen

te wijzigen

10%

worden

vergroot;

het wijzigen van de in bijlage 2 opgenomen ontwikkelingen

het aanpassen van opgenomen

of vernieuwde

lijst van bedrijfsactiviteiten, indien inzichten hiertoe aanleiding

geven;

regels in de voorgaande artikelen, waarbij verwezen

wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan worden gewijzigd.

14.2.

Algemene

wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in de bestemmingen 'Natuur' mits:

a.

of

van:

technologische

c.

bebouwing

overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan

b.

(zee)container;

van aangrenzende gronden.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd

a.

van een

wijzigingsregels

Algemene

behoeve

in de vorm

en leefklimaat;

14. Algemene

ten

uitgevoerd

is aangetoond;

plaatsvindt van:

1.

14.1.

uit oogpunt van dierenwelzijn

naar 'Natuur',

de in het plan opgenomen

na het

'Water'

bestemmingen

te wijzigen

wijziging vindt pas plaats nadat verzekerd is dat een aaneengesloten natuur- of bosgebied van voldoende omvang en zodanige begrenzing kan ontstaan dat de aangrenzende/omringende gronden, met een blijvende agrarische bodemexploitatie, doelmatig als zodanig geëxploiteerd kunnen blijven worden;

b.

de regels van de bestemmingen toepassing verklaard.

Molenbaan

13, Meijel

'Natuur'

(artikel 5) worden

van overeenkomstige

54

14.3.

Algemene

wijzigingsbevoegdheid

archeologie

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Waarde - Archeologie ’', 'Waarde Archeologie 4', 'Waarde - Archeologie 5' ten behoeve van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden wijzigen zodanig dat de bestemming geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische

waarden b.

aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden;

het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van

archeologische waarde voorziet. 14.4.

Wi

Burgemeester

ging

in de bestemming

en wethouders zijn bevoegd

' Wonen'

de bestemmingen

'Bedrijf - Niet agrarisch

verwant'

met een bouwvlak en de bestaande bedrijfswoning te wijzigen in: a.

de bestemming

'Wonen';

b.

de bestemming

'Agrarisch' waarin het bestemmingsvlak

ligt voor de resterende grond;

mits:

a.

de woonfunctie slechts is toegestaan

b.

aangetoond wordt dat het huidige gebruik als (agrarisch) voorziening niet meer mogelijk is;

c.

het huidige gebruik als (agrarisch) beëindigd;

d.

het aantal

e.

in voldoende mate wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, dan wel in een andere vorm van kwaliteitsverbeterende maatregelen;

f.

overtollige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt;

g.

de ontwikkeling

woningen

mag

in de hoofdbebouwing; bedrijf/ de huidige

bedrijf/ van de huidige voorziening dient te zijn

niet toenemen;

in voldoende

mate

moet zijn gericht op verbetering van de

omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd dat als bijlage bij de regels wordt opgenomen, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie. De landschappelijke inpassing wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting; h.

geen onevenredige

Molenbaan

aantasting

plaatsvindt van:

1.

het woon-

2.

de milieusituatie;

3.

de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden;

4.

gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden bebouwing;

13, Meijel

en leefklimaat;

van

aangrenzende

gronden

en

55

i.

in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant

negatieve effecten mag j.

hebben op de aanwezige

Natura-2000 gebieden;

voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 27 van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” met identificatienummer: NL.IMRO.1894.BPL0048-VG03.

14.5.

Wijziging

Burgemeester

in de bestemming

en wethouders

zijn bevoegd

'Wonen'

de bestemmingen

en woningsplitsing 'Bedrijf - Niet agrarisch

verwant'

met een bouwvlak en de bestaande bedrijfswoning te wijzigen in: a.

de bestemming

'Wonen';

b.

de bestemming

'Agrarisch' waarin

het bestemmingsvlak

ligt voor de resterende grond;

mits:

a.

de woonfunctie slechts is toegestaan

b.

aangetoond wordt dat het huidige gebruik als (agrarisch) voorziening niet meer mogelijk is;

c.

het huidige gebruik als (agrarisch) beëindigd;

d.

het een pand betreft met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' ofwel aangetoond wordt dat het gaat om een pand met cultuurhistorische waarde;

e.

de maatvoering

van

de woning

in de hoofdbebouwing; bedrijf/ de huidige

bedrijf/ van de huidige voorziening dient te zijn

niet wordt vergroot en daartoe een aanduiding

wordt

opgenomen;

f.

hoofdgebouwen tot een inhoud van 1.000 m3 kunnen worden gesplitst in maximaal 2 woningen en hoofdgebouwen die groter zijn dan 1.000 m3 kunnen worden gesplitst in maximaal 3 woningen;

g.

de inhoud per woning worden toegekend;

h.

de bouw-

de bestaande

bouw-

i

de bestaande (agrarische) verschijningsvorm gehandhaafd

blijft;

j.

minimaal

en goothoogte

350

m3

bedraagt en er twee aparte bouwvlakken

bedraagt maximaal

en goothoogte;

indien van toepassing dient overtollige bedrijfsbebouwing te worden gesloopt, behalve wanneer het een monument

k.

per woning

L

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd dat als bijlage bij de regels wordt opgenomen, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie. De landschappelijke inpassing wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting;

m.

geen onevenredige

Molenbaan

mag

maximaal

betreft;

aantasting

1.

het woon-

2.

de milieusituatie;

13, Meijel

60 m? aan

bijbehorende

bouwwerken

aanwezig

zijn;

plaatsvindt van:

en leefklimaat;

56

n.

3.

de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden;

4.

de gebruiksmogelijkheden

en bebouwing.

in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden.

14.6.

Wijziging

in de bestemming

Burgemeester en wethouders wijzigen in de bestemming

er maximaal m2

'Recreatie - Verblijfsrecreatie'

zijn bevoegd de bestemming 'Bedrijf 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' met

recreatiewoning' ten behoeve van kleinschalig kampeerterrein, mits: a.

van aangrenzende gronden

de

vestiging

5 vakantieappartementen

van

mogen

- Agrarisch de nadere

vakantieappartementen

worden

gerealiseerd van

verwant' te aanduiding

en/of

maximaal

een 50

per appartement;

a.

het totaal aantal kampeermiddelen op het kleinschalig kampeerterrein bedraagt, met dien verstande dat stacaravans niet zijn toegestaan;

maximaal 25

b.

in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein.

c.

aangetoond wordt dat het gebruik als (agrarisch) bedrijf redelijkerwijs niet meer mogelijk is;

d.

het (agrarisch) bedrijf dient te zijn beëindigd;

e.

uitsluitend het deel van het perceel met de voor de recreatievoorziening benodigde bedrijfsgebouwen en de daarbij behorende bedrijfswoning en bijbehorend erf/tuin mag

worden gewijzigd in de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. De resterende grond moet gelijktijdig worden gewijzigd in en de bestemming 'Agrarisch' waarin het bestemmingsvlak

ligt voor de resterende grond;

f.

de nadere aanduiding aantal toegestane bedrijfswoningen

g.

het hergebruik zich uitsluitend beperkt tot de voormalige (agrarische) bedrijfslocatie;

h.

hergebruik

i

overtollige bedrijfsbebouwing

j.

er mag

k.

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd

uitsluitend

plaatsvindt in de bestaande

mag

niet wordt gewijzigd;

bebouwingsmassa;

wordt gesloopt;

geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;

als bijlage bij de regels wordt opgenomen,

dat

waarin de landschappelijke inpassing van de

bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie. De landschappelijke inpassing wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting; I. _ in voldoende

mate

is onderzocht of er effecten zijn te verwachten

op aanwezige

Natura-

2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden; m.

geen onevenredige

Molenbaan

13, Meijel

aantasting

plaatsvindt van:

57

1.

het woon-

en leefklimaat;

2.

de milieusituatie;

3.

de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden;

4 n.

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing.

voldaan

wordt aan de voorwaarden

“Buitengebied

15. Overige 15.1. Indien

en

zover

in

deze

regelingen

regels

wordt

verwezen

verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

Molenbaan

13, Meijel

NL.IMRO.1894.BPL0048-VG03.

regels

Wetten/wettelijke voor

van artikel 22 van het bestemmingsplan

Peel en Maas” met identificatienummer:

gelezen,

naar

wettelijke

regelingen

c.q.

zoals deze luiden op het tijdstip

58

Hoofdstuk

4 Overgangs-

en slotregels

16. Overgangsrecht 16.1. a.

Overgangsrecht

een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking

naar aard en omvang 1. 2.

b.

worden

veranderd,

wordt gedaan

bedoeld

mits de aanvraag van de omgevingsvergunning

onder

a.

met

c.

d.

maximaal

Overgangsrecht

het gebruik van grond

of

binnen

10%.

gebruik

en bouwwerken

van het bestemmingsplan b.

vernieuwd

het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

16.2. a.

niet wordt vergroot:

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel

2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als

c.

bouwwerken

dat bestond

op het tijdstip van

inwerkingtreding

en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a. te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

indien het gebruik,

bedoeld onder a., na het tijdstip van

voor een

periode

daarna

hervatten

te

langer dan of te

een jaar wordt

laten

is het verboden

van

het plan

dit gebruik

hervatten.

Het bepaalde

onder a. is niet van toepassing

het voorheen

geldende bestemmingsplan,

van

inwerkingtreding

onderbroken,

op het gebruik dat reeds

daaronder begrepen

in strijd was met

de overgangsbepalingen

dat plan.

17. Slotregel Deze regels kunnen Meijel'.

worden

aangehaald

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering

als: Regels van

het bestemmingsplan

'Molenbaan

13,

van

De voorzitter, De griffier,

Molenbaan

13, Meijel

59

Molenbaan

13, Meijel

60

Bijlage 1: Landschappelijk Molenbaan 13, Meijel

Molenbaan 13, Meijel

inpassingsplan

81

Bijlage

2: Lijst van

Molenbaan 13, Meijel

bedrijfsactiviteiten

62

Bijlage 3: Overzicht beroep of bedrijf aan

Molenbaan 13, Meijel

huis

83

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=aee1e2e2-e94d-4c1e-9fb5-587303df367e