2024-021 04 BP Regels (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Molenbaan 13, Meijel Regels
MAES RUIMTELIJKE
ONTWIKKELING
ND MAES RUIMTELIJKE
ONTWIKKELING
Bestemmingsplan
Molenbaan 13, Meijel Regels
Projectlocatie: Opgesteld door:
Molenbaan 13, Meijel (geanonimiseerd) |
Datum:
16 oktober
2023
IMRO-code:
NL.IMRO.1894.BPL0266-ONO1
Inhoudsopgave 1
Artikel 1 Begrippen
5
2.
Artikel 2 Wijze van meten
16
3.
Artikel 3 Agrarisch
18
Bestemmingsomschrijving Bouwregels
18 18
3.3.
Afwijken van de bouwregels
18
34.
Specifieke gebruiksregels
20
3.5.
Afwijken van de gebruiksregels
21
3.1. 3.2.
Bedrijf - Niet agrarisch verwant
23
41.
Bestemmingsomschrijving
23
42.
Bouwregels
23
4.3.
Nadere
25
44.
Specifieke gebruiksregels
eisen
26
5 Natuur
28
51.
Bestemmingsomschrijving
28
5.2.
Bouwregels
28
5.3.
Afwijken van de bouwregels
28
5.4.
Specifieke gebruiksregels
29
5.5.
Omgevingsvergunning
van
voor het uitvoeren van werken,
geen
bouwwerk
zijnde, of
werkzaamheden
29
Waarde - Archeologie 2
31
6.1.
Bestemmingsomschrijving
31
6.2.
Bouwregels
31
6.3.
Afwijken van de bouwregels
31
6.4. van
6.5.
Omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van werken,
geen
bouwwerk
werkzaamheden
zijnde, of 32
Wijzigingsbevoegdheid
35
Waarde - Archeologie 4
36
7.1.
Bestemmingsomschrijving
36
7.2.
Bouwregels
36
7.3.
Afwijken van de bouwregels
36
7.4.
Omgevingsvergunning
van
7.5.
8. 8.1. 8.2.
voor het uitvoeren van werken,
werkzaamheden
geen
bouwwerk
zijnde, of
37
Wijzigingsbevoegdheid
40
Waarde - Archeologie 5
41
Bestemmingsomschrijving Bouwregels
Molenbaan 13, Meijel
a 41
8.3. 8.4. van
8.5.
Afwijken van de bouwregels Omgevingsvergunning
41
voor het uitvoeren van werken,
geen
bouwwerk
zijnde, of
werkzaamheden
42
Wijzigingsbevoegdheid
44
9.
Anti-dubbeltelregel
46
10.
Algemene bouwregels
46
10.1.
Ondergronds
10.2.
Ondergeschikte
10.3.
Algemene
11. 11.1.
bouwen
46
bouwdelen
46
regels over bestaande
afstanden en andere
maten
47
Algemene gebruiksregels Gebruik
ter
47
plaatse
van
de
aanduiding
'voorwaardelijke
verplichting
-
landschappelijke inpassing'
47
11.2.
Algemeen
47
11.3.
Strijdig gebruik
12.
gebruiksverbod
47
Algemene aanduidingsregels
48
12.1.
Voorwaardelijke verplichting — landschappelijke inpassing’
48
12.2.
ontwikkelingszone bebouwingslinten
48
12.3.
reconstructiewetzone
48
12.4,
wro - zone - wijzigingsgebied
13.
- verwevingsgebied 2 ko
48
Algemene afwijkingsregels
48
13.1.
Algemeen
48
13.2.
Afwijken ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning
49
13.3.
Afwijken ten behoeve van tijdelijke hoge teeltondersteunende voorzieningen
49
13.4.
Afwijken ten behoeve van ondergeschikte
50
13.5.
Afwijken ten behoeve van kleinschalig
13.6.
Afwijken ten behoeve van bed en breakfast
51
13.7.
Afwijken ten behoeve van mantelzorg
52
13.8.
Afwijken ten behoeve van vergroten bebouwd
13.9.
Afwijken ten behoeve van schuilgelegenheden
14.
detailhandel
kamperen
en inwoning
oppervlak bedrijfsgebouwen
Algemene wijzigingsregels
50
_ 53 53
54
14.1.
Algemene
14.2.
Algemene wijzigingsbevoegdheid
naar 'Natuur’, 'Water’
54
14.3.
Algemene
wijzigingsbevoegdheid
archeologie
55
14.4.
Wijziging
in de bestemming
' Wonen'
14,5.
Wijziging
in de bestemming
'Wonen'
14.6.
Wijziging
in de bestemming
'Recreatie - Verblijfsrecreatie'
15. 15.1.
16.
wijzigingsbevoegdheden
Overige regels Wetten/wettelijke
Overgangsrecht
Molenbaan 13, Meijel
54
55 en woningsplitsing
56 57
58 regelingen
58
59
16.1.
Overgangsrecht
16.2.
Overgangsrecht gebruik
17.
59
bouwwerken
59
Slotregel
59
Bijlagen: Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Molenbaan Bijlage 2: Lijst van bedrijfsactiviteiten Bijlage 3: Overzicht beroep of bedrijf aan huis
Molenbaan 13, Meijel
13, Meijel
Hoofdstuk
1 Inleidende
1.
1 Begrippen
Artikel
regels
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan
'Molenbaan
13, Meijel' van de gemeente
Peel en Maas.
1.2 bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestandNL.IMRO.1894.BPL0266ON01 met de bijbehorende regels, bijlage 1 ‘Landschappelijk inpassingsplan Molenbaan 13, Meijel’ en bijlage 2 'Lijst van bedrijfsactiviteiten'. 1.3 verbeelding: de verbeelding van
het bestemmingsplan
'Molenbaan
13, Meijel', bestaande
uit de verbeelding
NL.IMRO.1894.BPL0266-ON01.
1.4 aanduiding:
een
zijn aangeduid,
waar ingevolge de
regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen
geometrisch
bepaald vlak of figuur, waarmee
gronden
van deze gronden.
1.5 aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding
indien het een vlak betreft.
1.6 achtererfgebied:
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan
1,00 meter van de voorkant van het hoofdgebouw.
1.7
abiotische
waarden:
het geheel van waarden in verband met de abiotische of niet-levende natuur, in de vorm van aardkundige en/of hydrologische kenmerken, zowel op zichzelf als in relatie tot de aanwezigheid of nabijheid van ontwikkelingsmogelijkheden voor een waardevolle biotische of levende natuur die wordt gevormd door organismen en leefgemeenschappen. 1.9 agrarisch: het telen van gewassen 1.10 agrarisch
en/of het houden
van dieren.
bedrijf:
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. Hieronder valt ook een viskwekerij. 1.11 agrarisch bedrijfsmatig gebruik: het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen
dieren, ten behoeve van een agrarisch bedrijf met een omvang 1.12 agrarisch
en/of het houden
van minimaal
van
12 NGE.
gebruik:
het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.
1.13 agrarisch Molenbaan
13, Meijel
verwant
bedrij 5
een niet-industrieel bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten of producten aan particulieren of bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden en derhalve door de aard van de activiteiten nauw verbonden is met het buitengebied. De activiteiten hebben betrekking op bewerking,
verwerking,
opslag,
overslag,
vervoer of verhandeling
van
agrarische producten
voor derden.
Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn: a. groencomposteringsbedrijven; b.
hoveniersbedrijven;
c.
proefbedrijven;
d.
agrarisch loonbedrijf;
e.
bijenhouderij.
1.14 archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door een opgravingsvergunning ex artikel
dienst, 45 van
bedrijf of instelling, de Monumentenwet
werkzaamheden
heeft
de
een
vergunning
van
minister
beschikkend (of voor de
over een betreffende
van
OCW)
en
werkend
volgens
de
met
de
kans
op
het voorkomen
van
met
de
in
kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.15 archeologische verwachting: de aan een gebied toegekende verwachting in verband archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.16 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende
waarde
in
verband
dat
gebied
plaatse
van
voorkomende
archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.17 bebouwing:
één of meer gebouwen
en/of bouwwerken,
1.18 bebouwingslint: een weg met aan weerszijden
een
geen gebouw zijnde.
op
de
verbeelding
ter
de
‘ontwikkelingszone bebouwingslinten' aangegeven zone waarbinnen ruimere geboden worden voor verschillende ruimtelijke en functionele ontwikkelingen. 1.19 bebouwingsoppervlakte: het oppervlak van het bouwvlak, bestemmingsoppervlak, hoogste met gebouwen mag worden bebouwd.
dan
wel
van
aanduiding
mogelijkheden
het bouwvlak,
dat ten
1.20 bebouwingspercentage:
een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte of het percentage van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.21
bed
het
bedrijfsmatig,
en
breakfast:
ondergeschikt
aanbieden
van
bijbehorend
bouwwerk)
aan
logies/overnachting gericht
op
de
woonfunctie
in
een
het
bieden
daarvoor van
de
en
op
kleine
geschikte
schaal
woning
mogelijkheid
tot
tegen
betaling
(hoofdgebouw
of
een
en
toeristisch
kortdurend verblijf met ontbijtmogelijkheid. Deze voorziening is nadrukkelijk niet bedoeld voor het laten overnachten van tijdelijke arbeiders of seizoensarbeiders. 1.22 bedrijf:
Molenbaan
13, Meijel
6
een inrichting of instelling die is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten - met uitzondering van beroepen aan huis -, daaronder niet begrepen een
seksinrichting of een daaraan gerelateerde activiteit. 1.23 bedrijf aan huis: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot de beroepsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat op kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend,
waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, welke zijn opgenomen in bijlage 3 Overzicht beroep of bedrijf aan huis. 1.24 bedrijfsmatig: deelnemen aan het economisch verkeer al dan niet met winstoogmerk, hiermee naar aard, omvang en regelmaat zijn gelijk te stellen.
en
activiteiten
die
1.25 bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. 1.26 bedrijfsgebouw:
een gebouw
dat dient voor de uitoefening van één bedrijf.
1.27 bedrijfswoning:
een woning in of bij een bedrijfsgebouw of op dan wel bij een terrein, dienend voor de huisvesting
van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen, wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, 1.28
noodzakelijk is.
beeldkwaliteit:
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde vormgeving en ruimtelijke en functionele aspecten. 1.29 begane grond: een bouwlaag waarvan 1.30 beroep
het vloerniveau
(nagenoeg)
met
betrekking
ter hoogte van
tot
de
bouwkundige
het aansluitende
peil ligt.
aan huis:
een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, welke zijn opgenomen bijlage 3 Overzicht beroep of bedrijf aan huis. 1.31
bestaand:
situatie ten tijde van
inwerkingtreding
van
het bestemmingsplan.
1.32 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.33 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.34 bevoegd Molenbaan
gezag:
13, Meijel
7
bevoegd
gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wet algemene
1.35 bijbehorend
bepalingen
omgevingsrecht.
bouwwerk:
uitbreiding bevindend
van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander
bouwwerk,
met een dak, met uitzondering van
1.36 bodemingreep: werken of werkzaamheden
een overkapping.
die een bodemverstorende werking
kunnen hebben op het aanwezige
(archeologisch) bodemarchief. 1.37
bouwen:
het plaatsen,
het geheel
of gedeeltelijk oprichten,
vernieuwen
of veranderen
en het vergroten
van een bouwwerk, alsmede het geheel en/of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een
standplaats.
1.38 bouwlaag: een boven peil gelegen
en
doorlopend
gedeelte
van
een
gebouw
dat
is begrensd
door
op
(nagenoeg) gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de kelder en de zolder. 1.39 bouwvlakgrens: de grens van een bouwvlak. 1.40
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten en waarbinnen silo's en waterbassins dienen en verhardingen en parkeervoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. Indien twee of meer bouwvlakken
middels de aanduiding
zijn gekoppeld gelden deze bouwvlakken 1.41
'relatie' op de verbeelding
aan
elkaar
gezamenlijk als één bouwvlak.
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.42 buitenopslag: het opslaan van goederen
anders dan in gebouwen
of bouwwerken
geen gebouwen
zijnde.
1.43 coffeeshop:
een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.44
containerveld:
grond welke is afgedekt met plastic, antiworteldoek en/of beton, eventueel in combinatie met andere materialen, ten behoeve van de teelt van gewassen. De gewassen worden op deze
afdeklaag los van de ondergrond geteeld in potten. 1.45
de
cultuurhistorische
waarde
die aan
een
waarde:
natuurobject,
gebouw,
bouwwerk
of gebied
gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de geschiedenis heeft gemaakt van dat natuurobject, gebouw, bouwwerk
is toegekend mens in de of gebied.
en
wordt
loop van
de
1.46 dagrecreatie: Molenbaan
13, Meijel
8
het totaal van mogelijkheden overnachtingsmogelijkheden. 1.47
en voorzieningen
om te recreëren
op een
bepaalde
plaats zonder
dak:
een gesloten bovenb
diging van een bouwwerk c.q. gebouw.
1.48 dakhelling: de hoek gemeten tussen het dakvlak en het horizontale vlak. 1.49 deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg: een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie.
Deze dient
in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior archeoloog. 1.50
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden met inbegrip van de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van zaken aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik,
verbruik of aanwending uitzondering van
anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met
horeca-activiteiten.
1.51 dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan
niet via een
balie) te woord
wordt gestaan en geholpen.
1.52 egaliseren:
het vlak of gelijk maken 1.53
van de grond.
erf:
al dan niet bebouwd
perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw
en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt.
het gebruik van dat gebouw
en voor zover
1.54 erfafscheiding:
afscheiding welke op een grens tussen twee erven is geplaatst. 1.55
evenement:
elk voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak die een bijdrage levert aan het culturele, sociale en/of sportieve leven.
1.56 extensief agrarisch grondgebruik: een vorm van grondgebonden landbouw, zoals beweiding
in lage veebezetting
van akkerbouwproducten,
in hoofdzaak gericht op de instandhouding
natuur-,
en cultuurhistorische waarden.
landschappelijke
en de verbouw
en / of vergroting van de
1.57 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten
ruimte
vormt.
1.58 glastuinbouw: een bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het telen van gewassen, waarbij de productie in glazen (schuur)kassen, kasschuren, bollentrekkassen en/of warenhuizen plaatsvindt.
Molenbaan
13, Meijel
9
1.59 hervestiging: de vestiging van een
bestaand
agrarisch
bedrijf op een
agrarisch
bouwvlak
als gevolg
van
het
verplaatsen van dat bedrijf. 1.60 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.61
hoofdverbl
het centrum 1.62
van
iemands sociaal maatschappelijk
leven.
horeca:
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van 1.63
zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken
van nachtverblijf.
huishouden:
een of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. 1.64 inrichting:
een
op
grond
van
de
Wet
milieubeheer
als volgt
gedefinieerd
begrip:
bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht”. 1.65
intensieve
“elke
door
de
mens
bedrijvigheid die binnen
veehoude
een niet grondgebonden agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, waaronder een rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van bedrijfsvormen.
deze
bedrijfsvormen,
alsmede
naar
de
aard
daarmee
gelijk
te
stellen
1.66 internetverkoop:
verkoop van artikelen via internet, waarbij op het perceel alleen opslag/magazijnruimte voor deze artikelen aanwezig is en waarbij de artikelen (eventueel per post) bij de klant worden thuis bezorgd. 1.67 inwoning: het bewonen van een
gedeelte
van een
woning
welke door een
ander huishouden
in gebruik
is
plaatse
het
genomen. 1.68
kamerverhuur:
het
bedrijfsmatig
(nacht)verblijf
aanbieden,
waarbij
de
kamerverhuurder
ter
hoofdverblijf heeft. 1.69 kampeermiddel:
een onderkomen dat of een voorziening die onder welke benaming ook uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot tijdelijk recreatief gebruik als logies-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen, niet zijnde een bouwwerk waarvoor bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een vergunning vereist is, waaronder een stacaravan/chalet, camper, kampeerauto, stacaravan inclusief voortent, tent met bijzettent, tentwagen of enig ander onderkomen of voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze kampeermiddelen geheel of ten dele blijvend zijn bedoeld of opgericht dan wel
worden of kunnen worden gebruikt voor tijdelijk recreatief nachtverblijf. Molenbaan
13, Meijel
10
1.70 kampeerterrein: terrein met daarbij behorende
voorzieningen
en blijkens de inrichting
bestemd
en geschikt om
daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen. 1.71
een
kelder:
ruimte in een gebouw
welke geheel of in overwegende
1.72 kleinschalig kampeerterrein: terrein met daarbij horende voorzieningen
daarop
gelegenheid
te
geven
tot
het
en
blijkens
plaatsen
de
mate ondergronds gelegen
inrichting
of
geplaatst
de
betreffende
bestemd
houden
en
van
is.
geschikt
om
maximaal
25
kampeermiddelen. 1.73 logies: het bedrijfsmatig elders
heeft.
1.74
maaiveld:
(nacht)verblijf
aanbieden,
waarbij
persoon
het
hoofdverblijf
educatieve
en openbare
hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op het bouwwerk. 1.75 maatschappeli het uitoefenen van activiteiten dienstverlening, waaronder: a. asielzoekerscentra; b.
begraafplaatsen;
c.
bibliotheken;
d.
crematorium;
e.
dierenasiel;
f.
dierenpension;
g.
hondensport
h.
drugsopvang;
i
gezondheidszorg;
j.
jeugdopvang;
k.
gemeenschapshuizen;
L
justitiële inrichtingen;
m.
naschoolse
n.
onderwijs;
0.
openbare dienstverlening;
o
praktijkruimten;
r.
uitvaartcentra;
s.
verenigingsleven;
gericht
op
sociale,
maatschappelijke,
opvang;
religieuze voorzieningen;
Molenbaan
13, Meijel
11
t.
welzijnsinstellingen;
u.
zorgboerderijen;
v.
zorginstellingen.
1.76 mantelzorg:
langdurige
zorg die niet in het kader van
een
hulpverlenend
beroep
wordt
geboden
hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving en waarbij rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van elkaar overstijgt. 1.77 niet-agrarisch
verwant
aan
een
de zorgverlening huisgenoten voor
bedrijf:
een niet-industrieel bedrijf of inrichting in het buitengebied, gericht op het verlenen van diensten of producten aan particulieren of bedrijven, dat door de aard van de activiteiten niet verbonden is met het buitengebied en in de regel vooral voorkomt op bedrijventerreinen of in de bebouwde kom.
1.78 niet-grondgebonden
bedrij
een agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of een glastuinbouwbedrijf, waarvan de productie geheel of in overwegende mate plaatsvindt in gebouwen of los van het voortbrengend vermogen van de open grond, waaronder: a. champignonkwekerij; b. 1.78
viskwekerij. nok:
horizontale snijlijn van twee dakvlakken/ bovenste
rand van een dak.
1.79 nutsvoorziening: een voorziening voor het op het openbare net aangesloten voorziening van algemeen nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, alsmede containers voor glas, kleding, afval, plastic etc. 1.80 omgevingsvergunning:
omgevingsvergunning omgevingsrecht.
als
bedoeld
1.81 ondergeschikt: een functie die qua omvang
voorkomende
en
in
artikel
uitstraling
ten
2.1
of
2.2
Wet
dienste
staat
van
algemene
een
op
bepalingen
dezelfde
plaats
(hoofd)functie.
1.82 ondergronds bouwen onder peil.
bouwen:
1.83 ondersteunend glas: agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden voornamelijk bestaan uit glas of een ander vergelijkbaar materiaal dienend tot het (op)kweken, vermeerderen of overwinteren van
vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen. Hoge teeltondersteunende voorzieningen, zoals (boog)kassen
en
daarmee
visueel
vergelijkbare
voorzieningen
welke
langer
dan
6 maanden
aanwezig zijn worden tevens beschouwd als ondersteunend glas. Indien de oppervlakte van deze bedrijfsgebouwen inclusief hoge teeltondersteunende voorzieningen, zoals boogkassen en daarmee visueel vergelijkbare voorzieningen meer bedraagt dan 1/3e bestemmingsvlak en/of aan de bedrijfskavel aansluitende bouwland, met een
Molenbaan
13, Meijel
van het maximum
totale van 3
12
hectare, dan wordt ondersteunend glas’ maar als glastuinbouw.
glas beleidsmatig
niet meer
beschouwd
als 'ondersteunend
1.84 overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat is omsloten door maximaal één wand en is voorzien van een gesloten dak. 1.85 paardrijbak: een onoverdekte, als zodanig herkenbare ruimte, al dan niet omsloten, rijden en berijden van paarden en pony's. 1.86 peil: a. voor een bouwwerk
waarvan
de hoofdtoegang
bedoeld voor het trainen,
direct aan de weg grenst:
de hoogte van
de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.
voor een bouwwerk op een perceel waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
c.
voor andere gebouwen van
het afgewerkte
en bouwwerken,
geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte
maaiveld ter plaatse van de bouw;
d.
indien in of op het water wordt gebouwd:
het Normaal Amsterdams
Peil;
e.
in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld na egalisatie.
1.87 prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van vergoeding. 1.88
seksuele handelingen
met een ander tegen
recreatie:
activiteiten en mogelijkheden
voor ontspanning
c.q. vri
tijdsbesteding.
1.89 recreatief medegebruik:
medegebruik houdt in dat de recreatieve activiteiten ondergeschikt dienen te zijn aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan en voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.90 recreatiewoning:
woning die blijkens de bestemming 1.91
is bedoeld voor tijdelijk recreatief verblijf.
risicovolle inrichting:
een inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (BRZO'99) of het Vuurwerkbesluit. 1.92 schuilgelegenheid: een open overkapping die aan maximaal drie zijden is omsloten door wanden en waarvan dieren gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang met als doel bescherming tegen weersomstandigheden gedurende het gehele jaar, met dien verstande dat opslag niet is toegestaan. 1.93 seksinrichting:
Molenbaan
13, Meijel
13
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-
pornografische aard plaatsvinden, waaronder: a.
bordeel;
b.
erotische-massagesalon;
c
parenclub;
d.
prostitutiebedrijf;
?
seksautomatenhal;
f.
seksbioscoop;
g.
sekssauna;
h.
sekstheater.
1.94 stacaravan/chalet:
een kampeermiddel onder welke benaming ook aangeduid, of kan dienen tot logies-, dag- of nachtverblijf van een
aanwezigheid
van
een
standplaats kan worden
chassis,
assenstelsel
en wielen
dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of meer personen en dat door de
wel
verreden, doch dat niet bestemd
over korte afstand
is om
naar een
vaste
regelmatig en op normale wijze
op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. L vormige en dubbele kampeermiddelen zijn ook toegestaan met dien verstande dat de verschillende onderdelen
van
het kampeermiddel
1.95 teeltondersteunende
afzonderlijk, dan wel in zijn geheel verrijdbaar is.
voorziening:
voorziening of constructie welke dient ter ondersteuning van de teelt van een agrarisch bedrijf met als doel het gewas te forceren tot meer groei, de oogst te spreiden en meer opbrengsten te genereren, met uitzondering van afdekfolie. Het gaat daarbij om zowel vervroegen als verlaten ten opzichte van normale teelt en/of beschermen tegen weersinvloeden, ziekten en plagen om een kwalitatief beter product te verkrijgen. Deze constructies of voorzieningen kunnen zowel hoog als laag zijn, met dien verstande dat:
a.
een lage lage teeltondersteunende voorziening een hoogte heeft van maximaal
b.
een hoge teeltondersteunende hoger.
voorziening een
hoogte heeft van
1.96 tijdelijke teeltondersteunende voorziening: een teeltondersteunende voorziening die korter dan 6 al dan jaar aanwezig is, waaronder: a. acryldoek; b.
hagelnetten;
c,
insectengaas;
d.
plastic tunnels;
e.
regenkappen;
f.
schaduwhallen.
1.97 verblijfsrecreatie: het totaal van mogelijkheden
en voorzieningen
1,50 m;
minimaal
1,50 m of
niet aaneengesloten
maanden
om te recreëren op een bepaalde
per
plaats waarbij
recreatief nachtgebruik centraal staat. Molenbaan
13, Meijel
14
1.98 verwevingsgebied: een gebied dat is gericht
op
de
verweving
van
landbouw,
wonen
en
natuur.
verwevingsgebied is hervestiging of uitbreiding van intensieve veehouderij mogelijk ruimtelijke kwaliteit of de functies van het gebied zich daartegen niet verzetten. 1.99 voorgevel: gevel aan de voorzijde van georiënteerd.
een
gebouw
die gericht is naar de weg
en waarop
In
een
mits de
de bebouwing
is
1.100 voorgevelrooilijn:
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van het hoofdgebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen. 1.101
een van
waterbassin:
voorziening bij een regenwater.
(agrarisch)
bedrijf, geen
bouwwerk
zijnde,
bedoeld
voor het opvangen
1.102 waterberging:
gebieden
die
integraal
deel
oppervlaktewatersysteem
uitmaken
kunnen
van
het
watersysteem
1.103 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van
waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.104
en
die
periodiek
vanuit
het
overstromen.
een
goede
waterkwaliteit
wateraanvoer,
zoals
waterafvoer,
duikers,
stuwen,
weg:
een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerplaatsen. 1.105
wet/wettelijke
regelingen:
indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wetten of wettelijke regelingen, dienen deze te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
1.106 woning:
een
complex
van
ruimten,
uitsluitend
huishouden of maximaal vier personen
bedoeld
voor
de
huisvesting
van
één
afzonderlijk
die geen huishouden vormen.
1.107 woningsplitsing: het treffen van voorzieningen in bestaande al dan niet gedeeltelijk of geheel te vernieuwen woningen, zodanig dat binnen de bestaande of te vernieuwen of te vergroten bouwmassa
meerdere
zelfstandige
woningen
woning van een eigen toegang,
ontstaan. keuken,
De
zelfstandigheid
badkamer,
woon-
blijkt uit de aanwezigheid
en slaapkamers.
per
In de bouwmassa
is
ter
de
/zijn één of meer geheel gesloten woningscheidende wand(-en) aanwezig. 1.108
zolder:
ruimte(n) onder een kap, voor zover de hoogte van de omtrekmuren minder dan 80 cm boven de vloer is gelegen.
Molenbaan
13, Meijel
borstwering
plaatse
van
15
1.109
zwembad:
een
private voorziening
2.
Artikel
Bij toepassing van
behorende
bij een woning
2 Wijze van
waarin mensen
voor hun
plezier zwemmen.
meten
deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 de afstand tot de bouwvlakgrens
tussen de grens van het bouwvlak en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst
is.
2.2 de afstand tussen hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken: tussen de grens van het hoofdgebouw en een bepaald punt van het bijbehorend bouwwerk, waar die
afstand
het
kortst
is.
2.3 de bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte gemeten aan de binnenzijde van die ruimte(n) binnen een functie die wordt/worden gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten 2.4 de oppervlakte
van een
en dergelijke.
bouwvlak/bestemmingsvlak
de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en de onbebouwde gronden binnen een bouwvlak/bestemmingsvlak. Daar waar op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, gelden
die
bestemmingsvlakken
bestemmingsvlak
dan
wel
bouwvlakken
bij de toepassing
van
deze
regels
als één
respectievelijk één bouwvlak.
2.5 de bouwhoogte
van een
bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, als bedoeld in artikel 10.2. 2.6 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7 de goothoogte
van een
bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.8
de
inhoud
van
een
bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane-grondvloer, de buitenzijde van van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9 de lengte, breedte en hoogte van een
de gevels
(en/of
het hart
bouwwerk:
buitenwerks, dit is de afstand gemeten de scheidingsmuren.
tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van
2.10 de ondergrondse vanaf het bouwkundig meegerekend.
van een bouwwerk: diepste punt van een
bouwdiepte peil tot het
2.11 de oppervlakte van een
Molenbaan
13, Meijel
bouwwerk,
de
fundering
niet
bouwwerk:
16
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of geprojecteerd op het gemiddelde niveau van
het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het
bouwwerk.
2.12 de oppervlakte van een bodemingreep: het gebied (zone) waarbinnen bodemingrepen plaatsvinden die een verstorende werking kunnen hebben op het (archeologisch) bodemarchief. 2.13 de oppervlakte
van een overkapping:
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.14 de vloeroppervlakte
van een
op het
bouwwerk:
de totale vloeroppervlakte gemeten aan de binnenzijde van die ruimte(n).
Molenbaan
13, Meijel
17
Hoofdstuk 3.
2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Agrarisch 3.1.
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijfsmatig gebruik; b.
agrarisch
hobbymatig
gebruik;
c,
ter plaatse van de aanduiding
'specifieke vorm
van agrarisch - hondenweide'
een
hondentrainingsweide voor het trainen van honden, inclusief de hierbij behorende schiettrainingen gedurende de in de regels opgenomen venstertijden; met daaraan
ondergeschikt:
e.
extensief dagrecreatief medegebruik;
f.
paden- en ontsluitingsvoorzieningen;
g.
boven-
h.
ter plaatse van de aanduiding 'voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing' de landschappelijke inpassing van het perceel in de vorm van groenvoorzieningen, een en ander overeenkomstig het inrichtingsplan zoals weergegeven in bijlage 1 bij de regels en overeenkomstig het bepaalde in artikel
3.2.
en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.
12.1;
Bouwregels
3.2.1.
Gebouwen
Op de voor 'Agrarisch' aangewezen
gronden
mag
niet worden
gebouwd.
3.2.2. Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van: a. bestaande paardrijbakken en daarbij behorende lichtmasten, waarvan de bouwhoogte
maximaal 8 meter bedraagt; b.
erf- en terreinafscheidingen met een open constructie, waarvan de bouwhoogte maximaal 1,50 meter bedraagt.
c.
Geluidswerende
schermen
met een bouwhoogte
van 2,00 meter ter plaatse van de
aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch — hondentrainingsweide’.
3.3.
Afwijken
van
de bouwregels
3.3.1. Afwijken van de bouwregels ten behoeve van schuilgelegenheden Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 ten behoeve van het bouwen van schuilgelegenheden, mits:
a.
per kadastraal perceel met een minimale oppervlakte van 0,5 hectare maximaal één schuilgelegenheid
wordt gebouwd;
b.
de bouwhoogte
maximaal
c,
de oppervlakte
van de schuilgelegenheid
Molenbaan
13, Meijel
3 meter bedraagt; maximaal
bedraagt: 18
1.
25 m? bij een kadastraal hectare;
perceel
met een oppervlakte van 0,5 hectare tot 1
2.
40 m2
perceel
met een oppervlakte groter dan
bij een kadastraal
uit oogpunt van dierenwelzijn
1 hectare;
d.
de noodzaak van de schuilgelegenheid
is aangetoond;
e.
de schuilgelegenheid inpasbaar is ten opzichte van de ter plaatse aanwezige natuurlijke, landschappelijke, waarde van de gronden;
abiotische,
f.
de schuilgelegenheid
worden
g.
de schuilgelegenheid wordt gerealiseerd aansluitend aan het aangrenzende bouwvlak, dan wel zoveel mogelijk geclusterd bij de bestaande bebouwing of aan de randen van
niet mag
archeologische en/of cultuurhistorische
uitgevoerd
in de vorm
van een
(zee)container;
het perceel;
h.
opslag is niet toegestaan;
i
geen onevenredige
aantasting
plaatsvindt van:
1,
de verkeersveiligheid;
2.
het woon-
3.
de milieusituatie;
4
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
en leefklimaat;
3.3.2. Afwijken van
de bouwregels
ten behoeve
van een
hoogzit
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 ten behoeve van het bouwen van een hoogzit voor de uitoefening van de jacht of natuurstudie, mits:
a.
de bouwhoogte
maximaal 6 meter bedraagt;
b.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van actuele en bestaande natuur, landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden.
3.3.3. Afwijken
van
de
bouwregels
ten
behoeve
van
een
voederberging
of
voederruif
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2ten behoeve van het bouwen van een voederberging of voederruif voor de instandhouding van het wild, mits: a. de inhoud van de voederberging
b.
de bouwhoogte
c
geen onevenredige
of voederruif maximaal
3 m3
bedraagt;
maximaal 2 meter bedraagt; aantasting
plaatsvindt van actuele en bestaande
natuur,
landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden.
3.3.4. Afwijken van de bouwregels teeltondersteunende voorzieningen
Het bevoegd
gezag
in artikel
ten
a.
3.2
13, Meijel
behoeve
kan door middel van een omgevingsvergunning
behoeve
van
het
bouwen
van
tijdelijke
afwijken van
het bepaalde
van:
tijdelijke hoge teeltondersteunende voorzieningen,
Molenbaan
ten
mits: 19
de bouwhoogte
maximaal
4 meter bedraagt;
de oppervlakte aan teeltondersteunende voorzieningen maximaal 1,5 ha bedraagt inclusief de reeds aanwezige tijdelijke hoge teeltondersteunende voorzieningen in het bestemmingsvlak; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van actuele en bestaande natuur, landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden; de teeltondersteunende voorzieningen maximaal 6 maanden per jaar aanwezig mogen zijn, met dien verstande dat de constructie ten behoeve van de tijdelijke teeltondersteunende voorziening permanent aanwezig mag zijn; de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd welke als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie; b.
tijdelijke lage teeltondersteunende 1
voorzieningen,
mits:
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van actuele en bestaande natuur, landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden; de teeltondersteunende voorzieningen maximaal 6 maanden per jaar aanwezig mogen zijn, met dien verstande dat de constructie ten behoeve van de tijdelijke
teeltondersteunende voorziening permanent aanwezig mag zijn; de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd
welke als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten
waarin de
kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie.
ke gebruiksregels ig gebruik
Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.
kamperen;
b.
detailhandel;
c
paardenbakken,
anders dan
bedoeld
wordt
in ieder
geval
in artikel 3.2.2;
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, voer- en vaartuigen, van wagens en materialen;
van al dan
niet afgedankte
schuilgelegenheden; containervelden; mest/sleufsilo's; parkeren, behoudens
Molenbaan
13, Meijel
toegestaan
krachtens artikel 3.1 onder e;
20
i
nieuwvestiging
van een agrarisch
bedrijf;
j.
evenementen,
behoudens toegestaan
k.
het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband en
krachtens artikel 3.4.2;
andere lawaaisporten;
L
(buiten)opslag, waaronder de opslag van mest(stoffen), behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming
gerichte tijdelijke gebruik.
m. Ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf — hondenopleidingscentrum’ en ‘specifieke vorm van agrarisch - hondenweide’ zijn van maandag tot en met zaterdag, gedurende 3 dagen en maximaal 5 uur schiettrainingen met 6 mm pistolen toegestaan tussen 09.00 uur en 18.00 uur;
n.
Ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf — hondenopleidingscentrum’ en ‘specifieke vorm van agrarisch - hondenweide’ zijn maximaal 12 dagen per jaar schiettrainingen met 9mm pistolen toegestaan tussen 09.00 uur en 18.00 uur indien deze vooraf bij de gemeente zijn gemeld;
3.5.
Afwijken
van
3.5.1. Afwijken van
de gebruiksregels
de gebruiksregels
ten behoeve
van evenementen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4 ten behoeve van het gebruik van gronden voor incidentele evenementen, mits: a.
het een tijdelijk of periodiek terugkerend tijdelijk evenement, per locatie maximaal drie keer per jaar voor een aaneengesloten periode van drie dagen, betreft, inclusief op- en afbouw;
b.
geen onevenredige
c.
aantasting
1.
de verkeersveiligheid;
2.
het woon-
3.
de milieusituatie;
4
de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden;
5,
de gebruiksmogelijkheden
en leefklimaat;
van aangrenzende gronden
en bebouwing;
in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant
negatieve effecten mag d.
plaatsvindt van:
in voldoende
hebben op de aanwezige
mate wordt voorzien
Natura-2000 gebieden;
in de parkeerbehoefte.
3.5.2. Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van containervelden Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 ten behoeve van het gebruik van de gronden voor containervelden, mits: a. voorzieningen worden getroffen voor de afvoer van hemelwater; b.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van actuele en bestaande natuur, landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden;
Molenbaan
13, Meijel
21
c.
de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd als als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt verbonden, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie.
3.5.3. Afwijken van
de gebruiksregels
ten behoeve
van een
welke
paardrijbak
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van de inrichting en het gebruik van gronden als paardrijbak, mits: a.
aangetoond moet worden dat binnen het aangrenzende bouwvlak mogelijkheden zijn voor realisering van een paardrijbak;
b.
de oppervlakte maximaal 20 x 40 m bedraagt;
c.
de paardrijbak mag worden omheind door een bouwwerk geen gebouw zijnde in de vorm van een open afscheiding met een bouwhoogte van maximaal 1,50 meter;
d.
in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden;
e.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Molenbaan
geen
reële
1.
het woon-
2.
de milieusituatie;
3.
de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden;
4.
de gebruiksmogelijkheden
13, Meijel
en leefklimaat;
van aangrenzende gronden
en bebouwing.
22
4.
Bedrijf - Niet agrarisch 4.1.
a.
verwant
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Niet agrarisch verwant' aangewezen gronden zijn bestemd voor: bedrijf in de vorm van een hondenopleidingscentrum met daaraan een hondenpension als ondergeschikte bedrijfsactiviteit ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm bedrijf - hondenopleidingscentrum';
b.
wonen
in een bedrijfswoning;
met daaraan c.
de
van
ondergeschikt:
exploitatie
van
een
hondenopleidingscentrum
van
stagiaires
en
daaraan
ondergeschikt
een
hondenpension; d.
de huisvesting werkzaam zijn;
e.
uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in de vorm overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.4.3;
f.
evenementen,
g.
paardrijbakken ten behoeve van het hobbymatig
h.
groenvoorzieningen;
i
tuinen,
j.
paden, wegen,
k.
boven-
L
ter plaatse van de aanduiding
erven
overeenkomstig
van
het
hondenopleidingscentrum
het bepaalde
en
hondenpension
van een atelier
in artikel 4.4.2;
houden van paarden;
en terreinen;
ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.
'voorwaardelijke verplichting - landschappelijke
inpassing' de landschappelijke inpassing van het perceel in de vorm van groenvoorzieningen, een en ander overeenkomstig het inrichtingsplan zoals weergegeven in bijlage 1 bij de regels en overeenkomstig het bepaalde in artikel
4.2.
12.1;
Bouwregels
4.2.1. Algemeen
Op de voor 'Bedrijf - Niet agrarisch verwant' aangewezen a.
behoeve van de in artikel 4.1 genoemde gebouwen;
b.
een bedrijfswoning;
c.
bijbehorende
bouwwerken;
d.
bouwwerken,
geen gebouw
bestemming
gronden
worden
13, Meijel
uitsluitend ten
zijnde.
4.2.2. Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden
Molenbaan
mogen
gebouwd:
de volgende
regels:
23
a.
per bouwvlak is maximaal één niet agrarisch verwant bedrijf in de vorm van een hondenopleidingscentrum
en hondenpension
toegestaan;
b.
gebouwen, de bedrijfswoning, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouw zijnde in de vorm van waterbassins mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
c.
het bouwvlak geheel
d.
voor het overige moet
mag
worden
worden
bebouwd;
voldaan aan het bepaalde
in artikel 4.2.3 en 4.2.5.
4.2.3. Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a.
bedrijfsgebouwen
mogen
uitsluitend
in het bouwvlak worden
gebouwd;
b.
de voorgevel van de bedrijfsgebouwen dient te worden gebouwd bestaande voorgevelrooilijn;
in of achter de
c.
de afstand van bedrijfsgebouwen tot de bestemmingsvlakgrens
bedraagt minimaal
5
meter;
d.
de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen
bedraagt respectievelijk maximaal
6 en
11 meter;
4.2.4. Bedrijfswoning
en bijbehorende
bouwwerken
Voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken
gelden de volgende
regels:
a.
per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan;
b.
bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken worden gebouwd;
a.
de voorgevel van de bedrijfswoning wordt gebouwd
mogen
uitsluitend in het bouwvlak
in of achter de bestaande
voorgevelrooilijn;
b.
de afstand van de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken tot de bestemmingsvlakgrens bedraagt minimaal 5 meter;
c.
de inhoud van de bedrijfswoning inclusief bijbehorende bouwwerken 1000 m3, dan wel maximaal onder i;
d.
de bestaande
bedraagt maximaal
inhoud, met uitzondering van het bepaalde
de goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen
bedraagt respectievelijk maximaal 6 en
9 meter;
e.
bijbehorende bouwwerken
worden
op een afstand van minimaal
bestaande voorgevelrooilijn
gebouwd;
1 meter achter de
f.
de afstand tussen hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 15 meter, met dien verstande dat indien de bestaande afstand meer bedraagt deze afstand als maximum afstand geldt;
g.
de goot- en bouwhoogte maximaal
h.
3,30
van bijbehorende
bouwwerken
bedraagt
respectievelijk
meter en 6 meter;
de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke ten behoeve van de bedrijfswoning, mits:
Molenbaan
13, Meijel
24
1.
de diepte maximaal
1,5 meter bedraagt;
2.
de breedte maximaal bedraagt;
50%
3.
de goothoogte + 0,30 meter;
4.
de afstand tot de bestemmingen
4.2.5. Bouwwerken,
a.
gelijk is aan
geen gebouw
de hoogte van
'Verkeer'
de eerste verdiepingsvloer
minimaal
3,5 meter bedraagt.
zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: bouwwerken, geen gebouw zijnde in de vorm van waterbassins mogen uitsluitend in het bouwvlak worden
b.
maximaal
van de breedte van de voorgevel van de woning
gebouwd;
overige bouwwerken,
geen gebouw
zijnde mogen
ook in het bestemmingsvlak worden
gebouwd;
c
de bouwhoogte van bouwwerken,
geen gebouw
zijnde bedraagt maximaal
12 meter,
met uitzondering van:
d.
1.
erf- en terreinafscheidingen, waarvan de bouwhoogte bedraagt;
2.
luifels, waarvan de hoogte maximaal
3.
vlaggen, reclame bedraagt;
4.
bestaande zendmasten,
5.
omheiningen rond een paardrijbak in de vorm van een open afscheiding, waarvan de bouwhoogte maximaal 1,50 meter bedraagt;
6.
zend-/antennemasten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding waarvan de bouwhoogte maximaal 40 meter bedraagt;
7.
lichtmasten rond een paardrijbak, waarvan bedraagt;
per bedrijfswoning is maximaal verstande
1.
2 meter
7 meter bedraagt;
en lichtmasten, waarvan
waarvan
maximaal
de hoogte maximaal
de hoogte maximaal
40 meter bedraagt;
de bouwhoogte
1 niet-overdekt zwembad
10 meter
'antennemast',
maximaal
toegestaan,
8 meter
met dien
dat:
de afstand van de bedrijfswoning tot het zwembad
maximaal
15 meter
bedraagt; 2.
e.
de oppervlakte
het zwembad
maximaal
30 m2 bedraagt;
het bouwen van één overkapping aan de achter- of zijgevel bij de bedrijfswoning is toegestaan,
4.3.
a.
van
mits de oppervlakte
Nadere
maximaal
30 m? bedraagt.
eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing en aan de inrichting van het bestemmingsvlak: ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het
de
woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; Molenbaan
13, Meijel
25
b.
ter waarborging omgeving;
van de stedenbouwkundige
c.
ter waarborging
van een goede
4.4.
kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste
landschappelijke
inpassing.
eke gebruiksregels
Speci
4.4.1. Strijdig gebruik
Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.
detailhandel,
behoudens toegestaan
b.
evenementen,
behoudens toegestaan
c.
horeca;
d.
geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen en bedrijven behoudens toegestaan krachtens artikel 4.1;
e.
woningsplitsing;
f.
verblijfsrecreatie;
g.
krachtens artikel 4.1; krachtens artikel 4.4.2;
van categorie 3 en 4,
huisvesting van ruiters stagiaires, behoudens ter plaatse van de aanduiding vorm van wonen - huisvesting stagiaires' tot het maximum werkzaam binnen het eigen bedrijf;
a.
wordt in ieder geval
permanente of tijdelijke bewoning van gebouwen uitgezonderd
en bijbehorende bouwwerken,
de bedrijfswoning;
b.
opslag van mest(stoffen) mest/sleufsilo's;
c.
opslag van goederen aanduiding
'specifieke
toegestane aantal en
en materialen buiten het bouwvlak,
behoudens ter plaatse van de
'opslag’;
d.
buitenopslag voor de voorgevelrooilijn.
e.
Ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf hondenopleidingscentrum’ en ‘specifieke vorm van agrarisch - hondenweide’ zijn van maandag
tot en met zaterdag, tijdens de venstertijden tussen 09.00 uur en
gedurende 3 dagen en maximaal f.
5 uur schiettrainingen met 6 mm
18.00
uur,
pistolen toegestaan;
Ter plaatse van de aanduidingen specifieke vorm van bedrijf hondenopleidingscentrum’ en ‘specifieke vorm van agrarisch - hondenweide’ zijn tijdens de venstertijden tussen 09.00 uur en 18.00 uur, gedurende maximaal 12 dagen per jaar schiettrainingen met 9mm pistolen toegestaan indien deze vooraf bij de gemeente zijn gemeld; 4.4.2.
Evenementen
Evenementen zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw. 4.4.3. Beroep
of bedrijf aan
maximaal
huis
Een beroep of bedrijf aan huis bij de bedrijfswoning, in de vorm van een atelier als wordt geacht in overeenstemming
a.
te zijn met de woonbestemming
de woonfunctie in overwegende
Molenbaan
13, Meijel
en is toegestaan,
mits:
mate gehandhaafd blijft;
26
b.
degene die gebruiker van de woning huis uitoefent;
is tevens degene
c.
maximaal 50 m2 van de bestaande bedrijf aan huis;
bebouwing
d.
het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu aan het woonkarakter van de wijk of de buurt;
e.
het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft welke kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
f.
in voldoende
g.
internetverkoop slechts is toegestaan indien er geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen producten niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden. Opslag ten behoeve van internetverkoop is mogelijk binnen de bestaande bebouwing tot maximaal 50 m? waarbij ter plaatse opslag en verzending plaatsvindt. Internetverkoop waarbij ter plaatse alleen de elektronische transactie plaatsvindt en geen opslag en verzending plaatsvindt is zonder meer toegestaan;
h.
er geen detailhandel
verband
mate wordt voorzien
plaatsvindt,
mag
is die het beroep of bedrijf aan
worden
gebruikt voor beroep en
oplevert c.q. geen afbreuk doet
in de parkeerbehoefte;
behoudens
met het aan huis gebonden
beperkte verkoop
in het klein in direct
beroep/bedrijf;
i
er geen buitenopslag
plaatsvindt;
j.
reclame-uitingen ten dienste van het beroep of bedrijf aan huis beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met als maximale afmetingen 1 meter x 0,5 meter aan de voor-
of zijgevel of in de voor- of zijtuin op een hoogte van maximaal
2 meter.
Neon- of
andere lichtreclame is in dit kader niet toegestaan. 4.4.4 Huisvesting stagiairs De huisvesting van stagiairs is uitsluitend toegestaan
ter plaatse van de aanduiding
'specifieke vorm van wonen - huisvesting stagiairs', mits huisvesting plaatsvindt voor maximaal
8 personen;
vo
de huisvesting
p
de huisvesting voldoet aan de actuele SNF-normen;
d.
er voldoende toezicht plaatsvindt vanuit de aanwezige bedrijfswoning;
e.
er minimaal
f.
wanneer het gebruik voor huisvesting van ruiters, grooms, en/of stagiaires ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - huisvesting stagiaires' gedurende minimaal één jaar is gestaakt, mogen de gronden en bouwwerken niet meer ten
benodigd
is voor het eigen
bedrijf;
0,7 parkeerplaats per twee arbeidskrachten aanwezig is.
behoeve van het huisvesten van ruiters, grooms en/of stagiaires in gebruik worden genomen.
Molenbaan
13, Meijel
27
5.
5
Natuur
5.1.
Bestemmingsomschri
De voor 'Natuur' aangewezen
a.
zijn bestemd
voor:
de instandhouding van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische
b.
gronden
ng
en/of abiotische waarden;
het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van natuurwetenschappelijke waarde en/of ecologische waarde;
c.
extensief agrarisch grondgebruik;
d.
de opbouw
e.
instandhouding
van het landschap; van bos met de daarop afgestemde
bosbouw
en houtproductie;
f.
waterlopen,
g.
instandhouding van bos met de daarop afgestemde bosbouw
en houtproductie;
h.
zandpaden ten behoeve van extensief dagrecreatief medegebruik en/of onderhoud en
waterpoelen
en waterpartijen;
beheer; i.
groenvoorzieningen;
j.
boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.
k.
ter plaatse van de aanduiding 'voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing' de landschappelijke inpassing van het perceel in de vorm van groenvoorzieningen, een en ander overeenkomstig het inrichtingsplan zoals
weergegeven
5.2.
in bijlage 1 bij de regels en overeenkomstig
het bepaalde in artikel 12.1;
Bouwregels
5.2.1.5.2.1
Gebouwen
Op de voor 'Natuur' aangewezen
gronden
mogen
geen gebouwen
worden
gebouwd.
5.2.2. Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Natuur' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van
erfafscheidingen met een open constructie waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt.
5.3.
Afwijken
van
5.3.1. Afwijken van
de bouwregels
de bouwregels ten behoeve
van een
hoogzit
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2 ten behoeve van het bouwen van een hoogzit voor de uitoefening van de jacht of natuurstudie, mits: a. de bouwhoogte
Molenbaan
13, Meijel
maximaal
6 meter bedraagt.
28
5.3.2. Afwijken
van
de
bouwregels
ten
behoeve
van
een
voederberging
of
voederruif
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2 ten behoeve van het bouwen van een voederberging of voederruif voor de instandhouding van het wild, mits: a.
de inhoud van de voederberging
b.
de bouwhoogte
5.4.
Specii
of voederruif maximaal
3 m3
bedraagt;
maximaal 2 meter bedraagt.
eke gebruiksregels
5,4.1. Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met de bestemming verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
a.
verblijfsrecreatie;
b.
kamperen;
c.
agrarische doeleinden;
d.
wordt
in
ieder
geval
het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband en andere lawaaisporten;
e.
opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband van de grond;
f.
met het op de bestemming
gerichte gebruik
het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
5.5.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.5.1. Vergunningplichtige
werken
van
werken,
geen
en of werkzaamheden
Het is verboden op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Iandschap met reliëf' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden
uit te voeren:
a.
afgraven,
ophogen,
vergraven,
diepploegen,
egaliseren,
indrijven;
b.
onderbemalen,
draineren, graven sloten, aanleg dammen,
sloten, dempen
poelen, aanbrengen
aanleg stuwen, dempen
oeverbeschoeiing;
c.
rooien beplanting, aanleg leidingen, opplanten, het omzetten van grasland naar bouwland en boomteelt, veranderen perceelsindeling, verharden oppervlak;
d.
aanleg teeltondersteunende voorzieningen.
5.5.2. Uitzondering Het verbod als bedoeld in 5.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van:
Molenbaan
13, Meijel
29
a.
werken en/of werkzaamheden, die van onderhoud en beheer betreffen;
b.
werken en/of werkzaamheden, in uitvoering zijn.
c.
werken of werkzaamheden verleende vergunning.
5.5.3.
geringe omvang
zijn dan wel het normale
welke op het tijdstip waarop
die mogen
worden
uitgevoerd
het plan in werking treedt,
krachtens een reeds
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits de aanwezige landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
Molenbaan
13, Meijel
30
6.
Waarde 6.1.
De
voor
Bestemmingsomschri 'Waarde
voorkomende a.
- Archeologie
- Archeologie
bestemming(en),
2'
2
ng
aangewezen
gronden
zijn,
behalve
voor
de
andere
daar
mede bestemd voor:
de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder gebieden met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde.
6.2.
Bouwregels
6.2.1.
Bouwverbod
Op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 40 centimeter en zonder heiwerkzaamheden
kan worden
geplaatst;
b.
de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van minder dan
c.
een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd bouwhoogte van maximaal 3 meter;
d.
gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
6.3.
Afwijken
van
6.3.1. Afwijken van en
100 m2;
met een
de bouwregels
de bouwregels
ten behoeve
van
het bouwen
van gebouwen
bouwwerken
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 6.2.1, ten behoeve van het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken, met
dien
verstande
dat:
a.
door de aanvrager een archeologisch rapport dient te worden overlegd op basis van de in de beroepsgroep geldende norm waarin de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld;
b.
een
onderzoek
1.
als bedoeld
is niet vereist
wanneer:
naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere
2.
onder a
beschikbare
informatie afdoende
is vastgesteld;
door het overleggen van een overeenkomstig de eisen van het bevoegd gezag uitgevoerd onderzoek blijkt dat de verstoringsdiepte van de bouwactiviteit minder diep reikt dan 40 centimeter onder maaiveld.
6.3.2. Voorwaarden
Het
bevoegd
gezag
kan
verlenen omgevingsvergunning
de
genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische Molenbaan
13, Meijel
omgevingsvergunning waarden
aanwezig
verlenen
wanneer
naar
haar
oordeel
zijn; 31
b.
de betreffende archeologische waarden geschaad;
door de ingreep niet of niet onevenredig
worden
c.
schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
6.3.3. Voorschriften te verbinden
aan omgevingsvergunning
In de situatie als bedoeld in artikel 6.3.2 kan het bevoegd voorschriften
a.
verbinden
voor het bouwen
gezag één of meer van de volgende
aan de omgevingsvergunning:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden
in de bodem
kunnen
worden
uitvoeren
behouden;
b.
de verplichting tot het doen
van opgravingen;
c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een
door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
6.4.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
van
werken,
geen
6.4.1. Vergunningplicht
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden zoals het afgraven, ophogen, en diepwoelen van gronden; b.
het indrijven van voorwerpen
vergraven,
in de grond zoals heipalen,
egaliseren,
damwanden,
diepploegen
boor- en
pompputten;
c.
waterhuishoudkundige
d.
het aanleggen van dammen
e.
het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen;
f.
het aanbrengen van diepwortelende beplanting;
g.
het rooien van diepwortelende verwijderd;
h.
het omzetten van gras of akkerland n een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden boomteelt, graszodenteelt en siergewassenteelt;
i
het aanleggen en/of verharden van wegen, van andere oppervlakteverhardingen;
j.
het aanbrengen
daarmee verband van
Molenbaan
van
en stuwen
van
onderbemaling;
en het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
beplantingen
voor zover daarbij stobben
paden,
ondergrondse transport-
parkeerterreinen
worden
of het aanbrengen
energie of telecommunicatieleidingen
en
houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte
de grondwerken
13, Meijel
ingrepen zoals het aanbrengen
meer dan 50 centimeter bedragen;