CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-014 06 Toelichting

Raad 6 februari 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en grondexploitatie ‘Kuukven 3-4-5 Baarlo’ (2024-014)19.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Document:

Bestemmingsplan “Kuukven 3-4-5 Baarlo ”

IDN:

NL.IMRO.1894.BPL0311-VG01

Status:

Vastgesteld

Datum:

29 november 2023

Bureau Leefomgeving Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3

1.2

Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 4

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED...................................................................................................6 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 6

2.2

Ruimtelijke structuur.................................................................................................................................................................................... 6

2.3

Functionele structuur................................................................................................................................................................................... 7

BELEIDSKADER..................................................................................................................................................8 3.1

Rijksbeleid.......................................................................................................................................................................................................... 8

3.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 10

3.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 15

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................................... 19 4.1

5.

6.

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 21

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 22 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 22

5.2

Kabels en leidingen ..................................................................................................................................................................................... 32

5.3

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 32

5.4

Waterhuishouding...................................................................................................................................................................................... 34

5.5

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 36

5.6

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 38

JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 40 6.1

Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 40

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 40

7.

HANDHAVING ................................................................................................................................................ 42

8.

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................................... 43 8.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 43

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 43

8.3

Procedure....................................................................................................................................................................................................... 44

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

1

BIJLAGEN SEPARATE BIJLAGEN ▪ Verkennend bodemonderzoek, HMB Groep (d.d. 3 februari 2023, kenmerk: 22274801A) ▪ Doorlatendheidsonderzoek, HMB Groep (d.d. 7 februari 2023, kenmerk: 22274802W) ▪ Quickscan flora en fauna, Bureau Meervelt (d.d. 19 oktober 2022, kenmerk: 22-081/1) ▪ Archeologisch vooronderzoek, RAAP (d.d. 28 oktober 2022, kenmerk: BAKUU) ▪ Archeologisch vervolgonderzoek, RAAP (datum: 20 april 2023, kenmerk: BAKUU2) ▪ Akoestisch onderzoek, de Roever (d.d. 26 juli 2023, kenmerk: 20230441.V02.2) ▪ Stikstofdepositie onderzoek, de Roever (d.d. 15 juni 2023, kenmerk: Leefomgeving.kuukven.2023.Stikstof.V01.1) ▪ Beeldkwaliteitsplan ▪ Omgevingsdialoog ▪ Zienswijzenota

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

2

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan In de gemeente Peel en Maas is thans sprake van een urgent woningtekort, zo ook in de kern Baarlo. De woningmarkt is flink aangetrokken waardoor de woningbehoefte hoger is dan de woningvoorraad. In de afgelopen jaren zijn er diverse woningen ontwikkeld in het kader van woningbouwontwikkeling Kuukven fase 1 en 2. Nu de vraag naar woningen blijft groeien is de gemeente voornemens ook de laatste fases van deze woningbouwontwikkeling te realiseren. Het betreft woningbouwontwikkeling Kuukven fase 3, 4 en 5. Het beoogde woningbouwplan voorziet in de realisatie 117 woningen met de bijbehorende verkeers-, parkeer- en groenvoorzieningen.

Afbeelding 1 Locatie en omgeving (rood; plangebied)

De locatie waar de nieuwe woningen zijn beoogd maakt onderdeel uit van het juridisch-planologische regime van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” en is daarin bestemd als ‘Agrarisch’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn niet bestemd voor woondoeleinden daarnaast ontbreekt de mogelijkheid tot het oprichten van gebouwen. Derhalve is het op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk om op deze locatie nieuwe woningen te realiseren. Mede ten behoeve van de woningbouwontwikkeling zal ook de ontsluiting van de weg opgewaardeerd worden. De opwaardering betreft de Raayerveldlaan-Heierhof en de aansluiting op de Napoleonsbaan Zuid. De aanleiding en motivatie van de opwaardering van de ontsluiting is verwerkt in de gebiedsvisie Kuukven te Baarlo (kenmerk PMA0430001). Om de nieuwe woningen in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Doormiddel van dit bestemmingsplan wordt een woonbestemming toegekend aan de locatie, waardoor de bouw van de nieuwe woningen ter plaatse mogelijk wordt.

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

3

1.2 Plangebied en begrenzingen De woningbouwlocatie is gelegen in het buitengebied van Baarlo, direct aangrenzend aan de bebouwde kom. De locatie waar de woningbouwlocatie beoogd is staat kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie M, nummer 1055 (ged.), 1227, 1228, 1229, 1230, 1231, 1379, 1380, 1381, 1382, 1388 (ged.) en 1384 en heeft een oppervlakte van circa 5,7 m². Gelijktijdig met de woningbouwontwikkeling wordt ook de ontsluiting van en naar het gebied meegenomen. Deze gronden staan kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie M, nummer 5 en sectie D nummers 4715 en 4719. Alle gronden tezamen worden in onderhavig bestemmingsplan aangeduid als “het plangebied”.

Afbeelding 2 Luchtfoto plangebied

Het plangebied is grotendeels onbebouwd en overwegend in gebruik als landbouwgrond. Ten noordwesten van het plangebied is thans huisvesting van buitenlandse werknemers gelegen welke tot eind 2025 in gebruik blijft. Te midden van het plangebied is een bestaande woning gelegen, deze woning blijft behouden in het kader van onderhavig bestemmingsplan en wordt niet meegerekend tot het plangebied. De noordelijke zijde wordt begrensd door de Heierhof en de achtertuinen van de woningen Heierhof 17, 19, 21 en 23 en Schuttenhof 3 en 5. De oostelijke zijde wordt begrensd door weidegronden en in de zuidelijke hoek de woning Napoleonsbaan Zuid 24. Aan de zuidzijde vormt de Napoleonsbaan Zuid de grens. De westelijke zijde wordt begrensd door de tuinen behorende bij Heierhof 27 en 29a.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (vastgesteld d.d. 24 december 2014) en is daarin grotendeels bestemd als ‘Agrarisch’, aan de noordwestzijde is een klein gedeelte bestemd als ‘Natuur’, de Heierhof welke door het plangebied loopt is bestemd als ‘Verkeer’. Daarnaast is het plangebied voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Leiding - Hoogspanning’, ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 6’ en de gebiedsaanduidingen ‘kernrandzone’, ‘reconstructiewetzone - verwevingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 1 ob’.

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

4

De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en/of hobbymatig gebruik. Op deze gronden mogen geen bouwwerken en geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van bestaande paardrijbakken en erf- en terreinafscheidingen met open constructie. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet mogelijk op om de locatie nieuwe woningen te realiseren. De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn niet bestemd voor woondoeleinden en er ontbreekt de mogelijkheid tot het oprichten van gebouwen.

Afbeelding 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (rood; plangebied)

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

5

2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED

2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen in het buitengebied, direct aangrenzend aan de kern van Baarlo. Baarlo maakt onderdeel uit van de gemeente Peel en Maas en is gelegen in het oosten van de gemeente. Ruim 5.000 inwoners bevolken de kern. Baarlo ligt op de rand van het Maasdal. De kern is ontstaan rondom de historische kern, van de Markt. Baarlo ontwikkelde zich verder langs een aantal kruisende wegen waaraan lintbebouwing was gelegen. De historische structuur bestaat ook uit een ‘spin’ van wegen waaraan de kern zich heeft ontwikkeld, zoals de oost-west as van de Bong – Grotestraat – Baron van Erplaan en parallel aan de maas de noord-zuid as richting Venlo en Kessel. Daarnaast is de Napoleonsbaan een zeer bepalend element voor de kern, de Napoleonsbaan doorsnijd de historische structuur van de kern. Mede door de Napoleonsbaan is de kern met name aan de oostzijde van de weg ontwikkeld. Deze ontwikkelingen vonden tot 1970 met name plaats langs de bestaande linten, na 1988 zijn er planmatige nieuwbouwwijken zoals Baarlo zuidoost ontwikkeld.

Kuukven fase 1 en 2

Kern Baarlo

Plangebied ‘Kuukven fase 3, 4 en 5’

Afbeelding 4 Ligging plangebied ten opzichte van omgeving

Uiteindelijk is de kern ook ten westen van de Napoleonsbaan verder ontwikkeld. In 2007 is Kuukven fase 1 gerealiseerd en in 2011 is dit gebied uitgebreid met de ontwikkeling van Kuukven fase 2. Het plangebied vormt de afronding van woningbouwontwikkeling Kuukven (fase 3, 4 en 5).

2.2 Ruimtelijke structuur Baarlo lag oorspronkelijk ingeklemd tussen de Maas in het oosten en de provinciale weg Napoleonsbaan (N273) in het westen. Thans was het historische lint Bong, het enige aan deel van de kern gelegen ten westen van de Napoleonsbaan. Verder was er enkel sprake van buitengebied.

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

6

Het buitengebied karakteriseerde zich als een oud bouwland. Dit betroffen de oude woongebieden aan de rand van een dorp. De oude bouwlanden werden intensief gebruikt voor tal van functies. Doordat dorpsbebouwing en landbouw concurreerden om dezelfde gronden was de landbouw zichtbaar geïntensiveerd (zo ook zichtbaar in het plangebied, waar de oude schuur een intensieve veehouderij toebehoorde). De Heierhof is een uitwaaierend wegpatroon vanaf de Bong. Het oud bouwland wordt begrensd door het bos- en natuurgebied de Kessels Bergen. Het oud bouwland is aanzienlijk verkleind met de uitbreiding van de kern Baarlo. Uitbreiding richting de Maas was niet mogelijk, dus heeft de kern vooral in westelijke richting uitgebreid. De laatste uitbreidingswijk betreft het Kuukven fase 1 en 2. De Heierhof wordt sindsdien begeleid door een eenzijdige wegbeplanting.

2.3 Functionele structuur Rondom het plangebied is sprake van een diversiteit aan functies. Aan de noordelijke en westelijke zijde, rondom de Heierhof- Schuttenhof – Scheresweg, zijn overwegend woningen gelegen. Dit in tegenstelling tot de zuidelijke en oostelijke zijde waar landbouwgronden zijn gelegen met her en der verspreid enkele woningen. De percelen en woonwijken, aan de noord-zuidzijde zijn ruim van opzet en kennen veel groen, diverse woningen zijn onder architectuur opzet en bestaat overwegend uit vrijstaande of twee-onder-een-kap woningen.

Afbeelding 5 Bebouwing Heierhof

Scheresweg

De ruimtelijke karakteristiek van de locatie zelf wordt verder voornamelijk bepaald door de openheid van de landbouwgronden. De karakteristieke structuur van een oud bouwland is nog duidelijk herkenbaar. De landbouwgronden hebben een onregelmatige verkaveling.

Afbeelding 6 Plangebied vanaf Napoleonsbaan Zuid

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

vanaf Heierhof

7

3. BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 3.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en water robuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

8

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreffen ontwikkelingen waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor onderhavige bestemmingswijziging. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, de ontwikkeling is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst:

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

9

“De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.

Indien niet meer dan 11 woningen binnen een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is er volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake van de ruimtelijke ontwikkeling van een woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro (zie uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Onderhavig planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 117 woningen, derhalve is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. De realisatie van de woningen dient daarom getoetst te worden aan de regionale en gemeentelijke woningbouwprogrammering. Deze toets vindt plaats in de paragrafen 3.2 en 3.3. Het initiatief is passend binnen de geldende beleidskader. Provinciaal, regionaal en gemeente wordt benadrukt dat doorstroming van belang is om een toekomstbestendige markt te creëren met voldoende woningen van de juiste kwaliteit. Dit zorgt tevens voor het verbeteren van de leefbaarheid in de kleine kernen, daar thans veel inwoners noodgedwongen hun ‘eigen’ kern moeten verlaten door het gebrek aan passende woningen. Daarnaast geldt dat woningbouw zoveel mogelijk plaats vindt binnen de kernen of direct aansluitend aan de kern. Op basis van het woningmarktonderzoek 2021 is voor de kern Baarlo een toename van 257 woningen berekend.

Vanwege de beperkte harde plancapaciteit binnen deze kern is de ontwikkeling van Kuukven dringend noodzakelijk. Het plan voorzien in een toevoeging van 117 woningen, hiermee wordt een deel van de behoefte ingevuld. De woningen voorzien in zowel huur- als koopwoningen variërend van goedkoop, betaalbaar en duurdere segment. Met het realiseren van de woningen wordt enerzijds doorstroming gefaciliteerd binnen de kern en anderzijds wordt de leefbaarheid van de kern aanzienlijk versterkt. Daarnaast zijn de woningen voorzien direct aansluitend aan de kern, op korte afstand van de centrumvoorzieningen. Concluderend kan gesteld worden dat het initiatief passend is binnen de gestelde beleidskaders, bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente en nadrukkelijk voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Onderhavige ontwikkeling voldoet dan ook aan de ladder van duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). In de Omgevingsvisie wordt de lange termijn visie (2030-2050) beschreven. Er wordt continue gezocht naar de goede balans tussen beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie komen vraagstukken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen. Daarnaast komen er ook autonome vraagstukken aan bod die van groot

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

10

provinciaal belang zijn. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij het uitgangspunt. Het document is dynamisch en flexibel, dit biedt mogelijkheden om het document te actualiseren met het oog op (eventuele) toekomstige veranderingen. In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden.

Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen.

Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De omgevingsvisie bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.

De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

11

richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt.

Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Samen met hun partners wil de provincie een voortreffelijk woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Dit doet de provincie door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. De provincie faciliteert daarbij flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor aan de veranderende woonwensen en –behoeften van een diversere groep mensen tegemoet gekomen kan worden, in zowel de bestaande bouw als nieuwbouw. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het oprichten van maximaal 117 woningen in Baarlo. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen het POVI. 3.2.2 Omgevingsverordening 2021 Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld.

In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. Het plangebied is op basis van de nieuwe omgevingsverordening aangewezen als ‘landelijk kern’. In een landelijke kern is de leefbaarheid en vitaliteit belangrijk. Het initiatief draagt bij aan een betere leefbaarheid van de landelijke kern en past daarmee binnen dit gebiedstype. De volgende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Wonen, werken en recreëren Wonen, werken en recreëren In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat de motivering bij een plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat:

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

12

a. b. c.

d. e.

Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; Sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; Over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; Het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; Realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Voor wat betreft detailhandel is eveneens in de Omgevingsverordening 2021 opgenomen dat de motivering bij een plan dat voorziet in een toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad of planvoorraad beschrijft dat: a. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering), 8 (Economie) en 9 ( Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Kantoren Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014; b. Een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan bovenstaande onder a; c. Een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Onderhavig initiatief is hierboven getoetst aan het rijksbeleid en het provinciaal beleid en wordt hieronder getoetst aan het regionale en gemeentelijk beleid. Gelet op bovenstaande blijkt dan ook dat de voorgenomen ontwikkeling passend is. Conclusie Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2024) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden.

Hierna is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Tot het moment dat de Omgevingsverordening Limburg in werking treedt (inwerkingtreding: 1 januari 2024) geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014 nog. In de Omgevingsverordening bevat de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. Het plangebied is niet gelegen in een van de kwetsbare gebieden die middels de verordening worden beschermd. Het initiatief wordt dan ook niet belemmerd door regelgeving zoals vastgelegd in de verordening.

In artikel 2.4.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Zoals in paragraaf 4.2.4 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024.

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

13

Onderhavig initiatief voorziet in het realiseren van 117 woningen in Baarlo. Met realiseren van deze woningen wordt een bijdrage geleverd aan het heersende tekort aan passende woningen binnen de kernen. De woningen zijn bestemd voor diverse doelgroepen. Derhalve voldoet het initiatief aan de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Ook voldoet het initiatief aan het beleid van de gemeente Peel en Maas. Zie hiervoor paragraaf 3.2.4 en 3.3.

3.2.4 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke woonvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Peel en Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 156 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Peel en Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.

▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. De beoogde woningen vormen een toevoeging c.q. uitbreiding van de kern Baarlo. De woningen zijn beoogd op een thans onbebouwd perceel en sluiten aan drie zijden aan op de omliggende woningen. De behoefte aan de woning is niet direct af te leiden uit de Regionale Woonvisie, maar blijkt wel uit een recent uitgevoerd woningmarktonderzoek. Op basis van het woningmarktonderzoek 2021 is voor de kern Baarlo een toename van 257 woningen berekend. Vanwege de beperkte harde plancapaciteit binnen deze kern is de ontwikkeling van Kuukven dringend noodzakelijk. Door enorme krapte is de balans tussen vraag en aanbod zoek. De vraag naar woningen is vele malen groter dan het aanbod. En de verwachting is dat deze druk de komende jaren nog verder toe neemt.

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

14

Binnen de kern is niet voldoende ruimte om dit woningvraagstuk op te lossen. Onderhavige locatie grenst direct aan de kern waardoor er een passende en logische uitbreiding van de kern kan plaatsvinden. Gezien de aard van het initiatief en de vraag naar woningen binnen de dorpen sluiten de nieuwe woningen aan op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Peel en Maas De gemeente Peel en Maas heeft op 5 juli 2022 de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft een visie over de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen voor de gehele gemeente. De visie gaat over de woon- en leefomgeving en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. De omgevingsvisie blijft een dynamisch document. Op dit moment is de eerste versie van de omgevingsvisie opgesteld, met het bestaande beleid als uitgangspunt. De komende jaren werkt de gemeente verder waar dat nodig is en evalueert of aanpassing nodig of wenselijk is. De gehele gemeente is opgedeeld in deelgebieden met ieder hun eigen waarden en kenmerken. Aanvullend aan deze waarden hanteert de gemeente een aantal overkoepelende waarden die niet gebiedsafhankelijk zijn. Dit zijn de waarden die de basis vormen; zelfsturing, diversiteit en duurzaamheid. Conform de waardenkaart is onderhavig plangebied gelegen in ‘oude verdichte bouwlanden’. Binnen de oude bouwlanden liggen de oude woongebieden met hierin de dorpen en bebouwingslinten. De oude bouwlanden worden nu gebruikt voor tal van functies. Doordat de dorpsbebouwing en de landbouw concurreerden om dezelfde gronden is de landbouw geïntensiveerd met onder andere glastuinbouw en intensieve veehouderij.

De landbouwvelden hebben een onregelmatige verkaveling en de wegen hebben een onregelmatig patroon. Het versterken van de waarden kan gezocht worden in onder andere: • het versterken van de (cultuur)historische elementen en identiteit; • het werken aan architectonische en stedenbouwkundige samenhang in de verdichte gebieden; • het zorgen voor contrast tussen verdichte en open stukken; • Behoud en maken van doorzichten vanuit linten naar akkercomplexen; In de Omgevingsvisie wordt geen nieuwe koers vastgelegd. De reeds ingezette koers uit de kaderstellingen en de beleidsdocumenten wordt samen in één document gevoegd. Dit alles is samengebracht in 6 opgaven van beleid, waarvan de eerste 3 overkoepelend zijn: 1. Zo worden we duurzamer; Het realiseren van een duurzame toekomstig bestendige gemeente, duurzaamheid wordt opgesplitst in de deelonderwerpen: klimaatadaptie, energietransitie en circulariteit. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling en bij nieuwe initiatieven dient gekeken te worden naar de mogelijke adaptieve maatregelen op het gebied van onder andere hittestress of wateroverlast. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het (lokaal) opwekken van duurzame energie en het inzetten op circulariteit. 2. Een gezonde en veilige leefomgeving; De gemeente zet in op gezondheid en veiligheid als belangrijke afwegingsfactoren bij ruimtelijke plannen.

Het gaat hierbij om aspecten zoals luchtkwaliteit, hittestress, gezondheid maar ook het stimuleren van de bewoners tot meer bewegen en ontmoeten. 3. Het versterken van natuur en biodiversiteit; Een groene en gezonde leefomgeving draagt bij aan een positieve gezondheid en het goede leven. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen gerealiseerd te worden met een meerwaarde voor de natuur en de biodiversiteit, waarbij natuurinclusief bouwen de norm is. 4. Goed wonen voor iedereen; De gemeente zet in op het in balans brengen van de vraag en het aanbod van woningen ten behoeve van vitale gemeenschappen. De juiste woning op de juiste plek en met de juiste kwaliteit. De gemeente blijft in gesprek met het dorpsoverleg, initiatiefnemers en ontwikkelaars over het thema wonen. Het doel is een leefomgeving te creëren die rekening houdt met het veranderde klimaat en daarnaast bijdraagt aan de

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

15

5.

6.

gezondheid, biodiversiteit en veiligheid van de inwoners. Woningen worden in principe toegevoegd in de kernen, bij voorkeur op herstructureringslocaties, alsmede het faciliteren van passende woonruimte voor diverse doelgroepen. Toekomstgericht ondernemen; Uitgangspunt is ondersteunen in de transitie naar een circulaire, waarden gedreven economie en kenniscirculatie. Een toekomstbestendige economie zorgt voor welvaart en draagt bij het goede leven in Peel en Maas. Gemeente faciliteert lokale bedrijven, die geworteld zijn in de samenleving, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector, het MKB en recreatie en toerisme. Daarnaast wordt ingezet op herstructurering boven uitbreiding en het hergebruik van leegstaand agrarisch vastgoed voor recreatie/toerisme en bedrijvigheid. Balans in het buitengebied. Een van de belangrijkste economische dragers van het buitengebied is de land- en tuinbouw binnen Peel en Maas. De gemeente stimuleert het faciliteren van kringloop- en natuurinclusieve landbouw dat leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit. Het doorontwikkelingen van grootschalige agrarische bedrijvigheid is toegestaan in gebieden waar dit passend in op basis van een gebiedsgerichte aanpak, uitbreiding gaat gepaard met een tegenprestatie. Ook wordt gestimuleerd op hergebruik c.q.

herbestemming van leegstaand/leegkomend agrarisch vastgoed onder voorwaarde dat er sprake is van kwaliteitswinst in de vorm van een bijdrage aan de doelen/speerpunten. Via de win-win regeling zijn er ook beperkte mogelijkheden voor de inzet van woningbouw om leegstand tegen te gaan. Bij hergebruik c.q. herbestemming is de sloop van overtollige gebouwen een belangrijk uitgangspunt.

De opgaven dienen in samenhang van elkaar gezien te worden, waarbij met name de eerste drie overkoepelende opgaven als leidende principes gelden. Bij elke ontwikkeling dient bekeken te worden hoe een bijdrage aan deze drie opgaves geleverd kan worden. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van maximaal 117 woningen als uitbreiding van de kern Baarlo en valt daarmee onder opgave 4 ‘Goed wonen voor iedereen’ in samenhang met de drie overkoepelende opgaven. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is sprake van het realiseren van een nieuwe woonwijk als uitbreiding van de bestaande kern. Hiermee worden nieuwe woonmogelijkheden geboden waar thans veel vraag naar is. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij de opgaven zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Peel en Maas. 3.3.2 Kwaliteitskader De omgevingsvisie blijft een dynamisch document. Op dit moment is de eerste versie van de omgevingsvisie opgesteld, met het bestaande beleid als uitgangspunt. Momenteel is de gemeente bezig met de tweede versie Omgevingsvisie, hierin zal de kwaliteitsbijdrage zoals nu vastlegt in het Kwaliteitskader ook een plaats krijgen. Tot op dat moment is het kwaliteitskader nog van toepassing. Het kwaliteitskader is de gemeentelijke vertaling van het Limburgs Kwaliteitsmenu. Het kwaliteitskader biedt een houvast voor ontwikkelingsgericht beleid in het buitengebied.

Ontwikkelingen in het buitengebied worden als kans gezien voor zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Het doel van het kwaliteitsmenu is het bieden van een instrument om noodzakelijke en/of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met kwaliteitsverbetering. Bij kwaliteitsverbetering wordt onderscheid gemaakt in Basiskwaliteit (geldt altijd bij ontwikkelingen), daar bovenop Basiskwaliteit Plus of Aanvullende Kwaliteitsverbetering. Sinds 1995 worden er door de gemeente (destijds gemeente Maasbree) gesprekken gevoerd met de Provincie Limburg over het uitbreidingsgebied Kuukven. In 2006 is door de provincie Limburg een besluit genomen tot het afzien van het verlangen van een tegenprestatie voor het uitbreidingsgebied vanwege het feit dat er onomkeerbare zaken in gang zijn gezet vóór de inwerkingtreding van de POL-herziening contouren. 3.3.3 Kaderstelling Ruimte en Economie In november 2017 is de notitie ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema’s Ruimte en Economie vastgesteld. De gemeente Peel en Maas wil bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bij alles wat de gemeente doet is een

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

16

drietal kernwaarden leidend, namelijk zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma’s van de thema’s ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken. De economische crisis heeft partijen (overheid, ondernemers, inwoners) geleerd naar mogelijkheden te zoeken. Het denken en doen niet te laten bepalen door automatismen en belemmerende regels, niet te stoppen bij overheidssturing maar juist mee te werken in interactie en in partnership. De gemeenschap heeft behoefte aan ruimte om zelf initiatieven te ontwikkelen. De gemeente heeft in dat verband een faciliterende rol. Middels expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestilleerd: ▪ van Individueel naar Samen; ▪ van Omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit; ▪ van Lineair naar Circulair; ▪ van Gesloten naar Open; ▪ van Consumeren naar Beleven; ▪ van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen; ▪ van overheidssturing naar omgevingssturing. Per ‘waarde’ zijn omgevingsdoelen vastgesteld om de waarden inhoud te geven. De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen bepalen de richting voor de toekomstige Omgevingsvisie en geven tevens inhoud voor de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. Voor het thema Ruimte betreft het dan de programma’s 1.1 ‘Vitale leefomgeving’ en 1.2 ‘Beheer fysieke leefomgeving’.

Voor het onderhavige initiatief zijn binnen het thema de volgende programmadoelen relevant: ▪ We ondersteunen de beweging om de identiteit van de dorpen en de herkenbare historische landschappen te behouden en te versterken; ▪ We gaan op een duurzame, bewuste wijze om met onze fysieke leefomgeving en koesteren de diversiteit hiervan; ▪ We zorgen voor verbindingen en balans tussen de verschillende functies en waarden; ▪ We dagen gemeenschappen uit om mee inhoud te geven aan hun fysieke leefomgeving; ▪ We zorgen voor verbindingen en balans tussen economische en ruimtelijke waarden; ▪ De juiste woning; we brengen, met het oog op morgen, in samenwerking met gemeenschappen en overige betrokkenen, vraag en aanbod kwalitatief in overeenstemming; ▪ Het juiste aantal woningen; we brengen, met het oog op morgen, in samenwerking met gemeenschappen en overige betrokkenen, vraag en aanbod kwantitatief in overeenstemming; ▪ We bouwen op de juiste plek; op duurzame locaties; ▪ De openbare ruimte wordt duurzaam ingericht en beheerd; Kuukven fase 3, 4 en 5 ligt in de zogenoemde kernrandzone in de buurt van belangrijke natuurwaarden. Gemeente Peel en Maas heeft niet alleen de ambitie om het juiste aantal en type woningen toe te voegen, maar ook om dit toekomstbestendig, duurzaam, klimaatadaptief en met oog voor identiteit en biodiversiteit te doen.

De te realiseren woningen zien toe op het realiseren van passende woningen binnen de kern. Met het realiseren van de nieuwe woningen wordt dan een (kleine) bijdrage geleverd aan dit heersende tekort binnen de kern. Het realiseren van de nieuwe woningen sluit aan bij de Kaderstelling Ruimte en Economie van de gemeente Peel en Maas. 3.3.4 Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 Het college van burgemeester en wethouders heeft op 4 juni 2018 de beleidsregel “Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018” vastgesteld. In deze beleidsregel zijn mogelijkheden opgenomen om onder voorwaarden woningbouw, dan wel woningsplitsing mogelijk te maken op locaties waar dit planologisch niet is toegestaan. Woningbouw is uitsluitend mogelijk onder één van de volgende voorwaarden:

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

17

1.

2. 3. 4. 5. 6.

De zogenaamde win-win situaties, omdat daarmee de mogelijkheid behouden blijft voor intensieve veehouderijen in of tegen de kernrandzone om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen hetgeen van groot belang is voor de verbetering van het woon- en leefklimaat van de omliggende woonomgeving; Woningbouwinitiatieven die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde hebben en een bijdrage leveren aan het behoud/versterken van vitale gemeenschappen; Verzoeken die passen binnen de Ruimte voor Ruimteregeling en die deel uitmaken van de taakstelling Ruimte voor Ruimte, voor zolang de gemeente daaraan bestuursrechtelijk en privaatrechtelijk is verbonden; Tijdelijke woonconcepten, ook naar aard en verschijningsvorm, voor de duur van maximaal 10 jaar, tot uiterlijk 2030, voor huisvesting van urgente doelgroepen; Woningsplitsing binnen het bestemmingsplan buitengebied met als doel behoud en versterking van cultuurhistorische waarden, mits voldaan wordt aan de voorwaarden als gesteld in het gemeentelijk beleid; Positieve principebesluiten en/of privaatrechtelijke afspraken als bedoeld in artikel 3, lid f van de beleidsregel.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van 117 woningen als uitbreiding van de kern Baarlo. Desondanks dat wonen conform het beleid weliswaar plaats dient te vinden in de kernen betreft onderhavige ontwikkeling een woningbouwontwikkeling die 1) direct grenst aan de kern, 2) voorziet in een belangrijke meerwaarde en 3) voorziet in het behoud en versterken van een vitale gemeenschap. Het initiatief is derhalve passend binnen de beleidsregel woningbouwverzoeken.

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

18

4. PLANBESCHRIJVING Tot aan 2030 zijn in de gemeente Peel en Maas veel nieuwe woningen benodigd om te voorzien in de woningbehoefte. In de afgelopen jaren heeft de gemeente op diverse locaties binnen de gemeente nieuwe woningen gerealiseerd. Zo ook in de kern Baarlo, de uitbreidingsgebieden Kuukven fase 1 en 2 , echter blijft de vraag naar woningen groeien. Om te kunnen voldoen aan de heersende vraag naar passende woningen in Baarlo wordt heeft de gemeente Peel en Maas in samenwerking met Wonen Limburg een nieuw woningbouwplan opgesteld. Dit woningbouwplan betreft fase 3, 4 en 5 van het uitbreidingsgebied Kuukven en voorziet in de ontwikkeling van 117 woningen die geschikt zijn voor diverse doelgroepen. De locatie, gelegen aan de noordwestzijde van de kern kenmerkt zich nu als een typische dorpsrand en grenst dan ook aan de drie zijde aan de kern Baarlo. Gezien de ligging van het plangebied voorziet deze dan ook in een passende uitbreiding van bestaande kern op korte afstand van zowel alle voorziening als het omliggende natuur, waaronder de beboste steilrand en kasteel de Raay. Het concept voor Kuukven fase 3, 4 en 5 heeft geleid tot een landschappelijk raamwerk dat is opgebouwd uit kleine landschapselementen en een padennetwerk dat verknoopt is met de omgeving. In dit landschap is ruimte voor de berging en infiltratie van hemelwater, spelen, ontmoeten en een ommetje wandelen.

Aan de oostzijde van het plangebied, onder de hoogspanningsleiding, is ruimte het landschap ‘voor en door Baarlo’, een landschap waarbinnen ruimte is voor tuinieren, lokale markt of sport en spel.

Afbeelding 7 Impressie plangebied

Het stedenbouwkundige plan volgt uit het landschappelijk raamwerk; de woningen voegen zich naar en richten zich op het landschap. Telkens is het landschap nabij en weet men zich verbonden met de omgeving. Centraal in het landschap is een appartementencomplex voorzien, het concept een ‘eigentijds kasteel’, met een knipoog naar de kastelen die in Baarlo gelegen zijn. Dit kasteel is omringd door groen en ruimte, waarmee de noodgedwongen vrij te houden ‘hoogspanningszone’ voorzien wordt van een passende invulling. De woningen in het plangebied zijn van een nadrukkelijk dorpse schaal en uitstraling. De woningen worden doormiddel van groene wiggen verbonden met de omgeving. Mede ten behoeve van de woningbouwontwikkeling zal ook de ontsluiting van de weg opgewaardeerd worden. De opwaardering betreft de Raayerveldlaan-Heierhof en de aansluiting op de Napoleonsbaan Zuid.

Vastgesteld – “Kuukven 3-4-5 Baarlo”

19

In totaliteit zijn er 117 woningen voorzien in de nieuwe woonwijk, bestaande uit diverse woningtypologieën zoals vrijstaande woningen, twee-onder-een-kap, rijwoningen en appartementen. Aan de noordwestzijde, direct aangrenzend aan de Heierhof, zijn vrij bouw kavels beoogd. Het bestaande lint van de Heierhof biedt ruimte om vrijstaande woningen met diverse verschijningsvormen toe te staan, hierdoor gaat dit deelgebied op in de bestaande omgeving. Het kasteel te midden van het plangebied voorziet in appartementen omringt door groen. Voor de rest van het gebied is gekozen voor het realiseren van hofjes, wonen aan het landschap. De verkaveling van de hofjes is eenvoudig van opzet. Alle woningen zijn gericht op het openbaar gebied en alle kavels hebben een diepte waarbij kan worden voorzien in zowel een voortuin als achtertuin.

Afbeelding 8 Stedenbouwkundig beeld beoogde ontwikkeling

De woningen voorzien in zowel huur- als koopwoningen variërend van goedkoop, betaalbaar en duurdere segment. Deze mix van sociale huur tot koop, in verschillende bebouwingstype met diverse hoofdmassa’s sluit aan op het gevarieerde beeld dat Baarlo reeds heeft. De woningen dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitsplan.

De woningbouwontwikkeling voorziet in het realiseren van nieuwe woningen als uitbreiding van de bestaande kern. In de gemeente Peel en Maas is thans sprake van een woningtekort, zo ook in de kern Baarlo. Met het realiseren van de wordt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=6e1af35c-dc89-45f9-83ad-38f5765392e9