2024-011 05 Toelichting (geanonimiseerd)
Tekst van het document
bureau
leefomgeving EE
EE
E
E
N
BESTEMMINGSPLAN
“Sevenumseweg 8-8a Maasbree NL.IMRO.1894.BPL0307.VG0!
Vastgesteld
Schoolstraat 7 | 5961 EE Horst | +31 (0)77 - 208 6099
| contact@bureauleefomgeving.nl
| www.bureauleefomgeving.nl
Document:
Bestemmingsplan "Sevenumseweg 8-8a Maasbree”
IDN:
NLIMRO.1894.BPL0307-VGO1
Status:
Vastgesteld
Datum:
6 februari 2023
Auteur:
(geanonimiseerd)
bureau
leefomgeving EE
EE
E
E
Bureau Leefomgeving B Schoolstraat 7 5961
EE HORST
077208
6099
contact@bureauleefomgeving.nl www bureauleefomgeving.nl
E
INHOUDSOPGAVE
I
2
3
4
_
ùk
INLEIDING
.1
Aanleiding en doel
12
Plangebied en begrenzingen
13_
Vigerend bestemmingsplan
_ HUIDIGE
SITUATIE
21
Algemeen
22
Ruimtelijke en functionele strucuur.
_ PLANBESCHRIJVING 3.
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.
32
Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten
10
_ BELEIDSKADER.
4.\
Rijksbeleid
10
42
Provinciaal beleid.
12 16
43 _ Gemeentelijk beleid
5
6
7
8
_RANDVOORWAARDEN
/ RESULTATEN
ONDERZOEKEN...
5.1
Miieuaspecten
WI}
5.2
Kabels en leidingen.
29
53
Nauur
E
54
Waterparagraaf.
30
55
Archeologie en cultuurhistorie.
30
56
Verkeer en parkeren
31
32
_ JURIDISCHE ASPECTEN
6.|
Toelichting op de verbeelding.
32
62
Toelichting op de planregels
32
HANDHAVING
_ UITVOERBAARHEID
34
EN
PROCEDURE
35
8.l
Economische uitvoerbaarheid.
35
82
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
35
83
Procedure.
36
Vastgesteld
SEPERATE
BIJLAGEN
=
_ Akoestisch
=
_ Bodemonderzoek
Vastgesteld
onderzoek
l
INLEIDING
.1
Aanleiding en doel
Aan de Sevenumseweg 8 in Maasbree ligt het bedrijf van de initiatiefnemer. De locatie is gelegen in de bebouwde kom van Maasbree en maakt onderdeel uit van bedrijventerrein “De Schor”. De locatie is bebouwd met een bedrijfsgebouw en
een bedrijfswoning. Initiatiefnemer wil graag zijn bedrijfspand verkopen echter er is weinig behoefte aan een bedrijfspand inclusief bedrijswoning. Daarnaast wil iniiatiefnemer zelf graag blijven wonen in de bedrijfswoning. Om leegstand van het bedrijfspand of een strijdige cq. onwenselike situatie te voorkomen is initiatiefnemer voornemens om de verbondenheid
twssen de woning en het bedrijf er af halen, Het bedrijspand kan in dat kader worden verkocht en in de aanwezige woning kan initiatiefnemer met zijn gezin bljven wonen. Een bedrijswoning is echter een woning in of bij een bedrijfsgebouw, dienend voor de huisvesting van een persoon (en diens huishouden), wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijsvoering, noodzakelijk is. Bewoning van een bedrijfswoning door derden is daarmee uitgesloten. Om de woning van het bedrij afte splitsen en n de woning bewoning
door derden toe te staan dient de bedrijsbestemming ter plaatse van de woning omgezet te worden naar een woonbestemming. Hiermee wordt de bedrijfswoning feiteijk omgezet naar een burgerwoning, waardoor bewoning door derden wel s toegestaan en iniiatiefnemer en zijn gezin in de woning kunnen blijven wonen.
Het initatief heeft tevens betrekking op de bedrijfslocatie van de initiatiefnemer. Intiatiefnemer exploiteert een bedrijf van milieucategorie 2. Op basis van het vigerende bestemmingsplan s ter plaatse een bedrijf tot en met categorie 3 toegestaan.
Gezien de ligging van zijn bedrijf,in de bebouwde kom van Maasbree en nabij woningen waaronder de eigen woning, is het niet wenselijk dat (nu en in de toekomst) op deze locatie een bedrijf van categorie 3 wordt geëxploiteerd. Initatiefnemer is zodoende voornemens om de maximale toegestane milieucategorie terug te schalen van ten hoogste
categorie 3 naar ten hoogste categorie 2. Een bedrif van categorie 2 past veel beter in een woonomgeving.
Afbeelding |. Ligging en omgeving van de Sevenumseweg 8 Maasbree
Vastgesteld
3
Om de beoogde ontwikkelingen op deze locatie in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan,
in het kader van de Wet
ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld.
Door
middel van onderhavig
bestemmingsplan wordt de bedrijfsbestemming ter plaatse van de bedrijfswoning omgezet naar een woonbestemming en tevens wordt de milieucategorie ter plaatse van het bedrijf terug geschaald van categorie 3 naar categorie 2.
.2
Plangebied en begrenzingen
De locatie is gelegen aan de Sevenumseweg 8 en 8a in Maasbree. De locatie is gelegen aan de westelijke rand van
bedrijventerrein “De Schor”, grenzend aan de kern van Maasbree. Dit bedrijventerrein is grofweg gelegen tussen de Sevenumseweg, de Venloseweg en de Schorweg.
Afbeelding 2. Luchtfoto en kadastrale begrenzing Sevenumseweg 8-8a Maasbree (plangebied rood omlijnd)
De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie G en perceelnummers 4745, 4746, 4756, 4757 en 4759. Betreffende percelen samen hebben een oppervakte van 5.683 m? en worden in onderhavig bestemmingsplan aangemerkt
als “het plangebied”. Aan de noordelijke zijde wordt het plangebied begrensd door een distributieverdeelstation van netwerkbeheerder Enexis.
Ten noorden van het distributieverdeelstation zijn landbouwgronden aanwezig. Het distributiedeelstation is gelegen achter de woning Sevenumseweg 8a waardoor deze woning gezien de aard en verschijningsvorm de feitelijke overgang vormt tussen de bebouwde kom en het buitengebied.
Aan de oostelijke zijde wordt het plangebied begrensd door bedrijven. Aan de zuidelijke zijde wordt de locatie begrensd door een horeca gelegenheid (Sevenumseweg 6) en de woning Groesweg 5. Aan de westelijke zijde wordt het plangebied
begrensd door de Sevenumseweg met aan de overzijde daarvan een woonwijk.
Vastgesteld
4
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen!” (vastgesteld 25 juni 2013) enis volledig bestemd als ‘Bedrijventerrein — |’ en voorzien van de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3' en van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte:
IO m’. De locatie is daarnaast voorzien van een bouwvlak met een
opperviakte van circa 4700 m?. Ter plaatse van de bedrijfswoning is de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen. Het plangebied is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde — Archeologie — #' en de gebiedsaanduiding ‘wro-zone — ontheffingsgebied 2'.
Enkelbestemming Bedrijvent
ì
Dubbelbestemming Waarde - Archeologie
AD
-
Bouwak Functieaanduidi
bedrijftoten
ategorie 3
Functieaanduiding bedrijfswoning
Maatvoering maximum
bouwhoogte:
10m
Gebiedsaanduiding
[gz22 wrozone ontetfingsgebied 2 Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
De voor ‘Bedrijventerrein — |’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven en / of het uitoefenen van bedrijfsmatige
activiteiten van milieucategorie | en 2. In dit specifieke geval is een bedrif van ten hoogste milieucategorie 3 of de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten van ten hoogste milieucategorie 3 eveneens toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het aanwezige bouwvlak gerealiseerd worden waarbij 80% van het bouwvlak bebouwd mag worden.
De maximale bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag daarbij niet meer dan |O meter bedragen. Per bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘wro-zone — ontheffingsgebied 2' kan het bevoegd gezag door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan ten behoeve van het toestaan van een bedrijf in milieucategorie 4.
De voor 'Waarde — Archeologie — # aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een hoge
archeologische verwachtingswaarde. Indien bij een ontwikkeling de grond voor een oppervlakte van meer dan 250 m? dieper dan 40 cm word verstoord is eerst archeologisch onderzoek noodzakelijk. De aanwezige woning is derhalve als bedrijfswoning verbonden met het ter plaatse aanwezige bedrijf en maakt onderdeel uit van de bedrijfslocatie. Het wonen in een bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijsvoering, noodzakelijk i. Burgerbewoning wordt uitgesloten in een
bedrijswoning en is daardoor strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Gezien de ligging van zijn bedrijf, n de bebouwde kom van Maasbree en nabij woningen waaronder de eigen woning, is het niet wenselijk dat (nu en in de toekomst) op deze locatie een bedrijf van categorie 3 of categorie wordt geëxploiteerd.
Vastgesteld
5
2
HUIDIGE
2.1
Algemeen
SITUATIE
Het plangebied is gelegen aan de oostelijke zijde van de kern Maasbree. Maasbree maakt onderdeel uit van de gemeente Peel en Maas, en is gelegen in het noordoosten van deze gemeente. Ruim 6.800 inwoners bevolken de kern.
Afbeelding 4. Ligging plangebied ten opzichte van omgeving
Het plangebied ligt aan de Sevenumseweg 8-8a in Maasbree. De Sevenumseweg vormt de verbindingsweg tussen de kernen Sevenum en Maasbree. Daarnaast vormt de weg de feitelijke grens tussen de bebouwde kom van Maasbree en bedrijventerrein “De Schor”.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Maasbree
is ontstaan
als lintbebouwing langs een
aantal wegen
en paden.
In oost-westelijke richting vormen
de
Dorpsstraat en de Westeringlaan van oudsher de belangrijkste route. De Molenstraat, Baarlosestraat en Veldschuizen zijn oude wegen die hierop aansluiten. Vanuit de oude lintbebouwing heeft de woningbouw zich geleidelijk aan in zuidelijke en later ook in noordelijke richting en in meer geconcentreerde vorm verspreid. In de bebouwde kom van Maasbree overheerst de woonfunctie. Tussen de woningen in zijn diverse groenvoorzieningen
gerealiseerd waardoor deze functie ook prominent aanwezig i. De centrumfuncties zijn gelegen ten zuidwesten van het plangebied, aan de Dorpstaat.
Het centrum
bestaat uit diverse winkels, horecavoorzieningen en maatschappelijke
voorzieningen. Verspreid over de kern liggen nog enkele bedrijven en dienstverlenende instellingen.
Vastgesteld
6
Afbeelding S. Impressie bedrijfslocatie Sevenumseweg 8 Maasbree
__ Afbeelding 6. Impressie bedrijfswoning Sevenumseweg 8 Maasbree
Ten oosten wordt de woonkern begrensd door de ligging van bedrijventerrein “De Schor”. Dit bedrijventerrein heeft een omvang van circa 30 ha en op het bedrijventerrein zijn met name lokale bedrijven gevestigd. Het terrein wordt gekenmerkt
door
een grote
diversiteit aan bedrijven
met zowel
grote transport-
en opslagbedrijven
als kleine,
ambachtelijke bedrijven. Aan de zuidelijke rand van het bedrijventerrein zijn met name burgerwoningen gelegen die onderdeel uitmaken van en aansluiten bij het bebouwinglint van de Venloseweg.
Afbeelding 7. en 8. Impressie Sevenumseweg
Het plangebied is gelegen aan de Sevenumseweg, aan de westelijke rand van bedrijventerrein “De Schor”. Desondanks de ligging op het bedrijventerrein is ten westen van het plangebied (aan de overzijde van de Sevenumseweg) sprake van de aanwezigheid van uitsluitend woningen. Daarnaast zijn ten zuiden van de locatie nog een burgerwoning en een horeca
gelegenheid aanwezig. Aan de andere zijdes zijn bedrijven gelegen, welke deel uit maken van het bedrijventerrein. In de omgeving van het plangebied overheerst dan ook de bedrijfsfunctie samen met de woonfunctie. Ten noorden van het plangebied is het buitengebied van Maasbree gelegen. In het buitengebied zijn onder andere (intensieve) vechouderijen, glastuinbouwbedrijven en andere agrarisch bedrijven gelegen. De onbebouwde agrarische percelen zijn in gebruik als akker- of weiland. Daarnaast liggen verspreid over het buitengebied burgerwoningen. Ten
zuiden van Maasbree zijn enkele bos- en natuurgebieden gelegen waardoor de natuurfunctie prominent aanwezig is. De Sevenumseweg vormt samen met de Rozendaal en Maasbreeseweg van oudsher de verbindingsweg tussen de kernen
Sevenum en Maasbree. Aan de Sevenumseweg is sprake van een verscheidenheid aan functies. Aan de weg liggen onder andere
bedrijven en woningen
en tevens zijn rondom
de weg diverse landbouwpercelen
aanwezig.
De woning
Sevenumseweg 8a vormt daarbij de harde overgang tussen de bebouwde kom van Maasbree en het buitengebied.
Vastgesteld
7
3
PLANBESCHRIJVING
Aan de Sevenumseweg8 in Maasbree ligt het bedrijf van de initiatiefnemer. Het bedrij s actief in de aïrconditioning voor voerwigen en gebouwen, radiateurenservice, filter overdrulsystemen, stand verwarmingen en uitrasone- en hogedrukreinigingstechniek.
Op
basis van
het vigerende
bestemmingsplan
is ter plaatse
een
bedrijf tot en
met
milieucategorie 3 toegestaan De locatie is bebouwd met een bedrijfspand en een bedrijfswoning. Iniiatiefnemer wil graag zijn bedrijfspand verkopen
echter er is weinig behoefte aan een bedrijfspand inclusief bedrijfswoning. Daarnaast wilinitatiefnemer zelf graag blijven wonen in de bedrijfswoning. Om leegstand van het bedrijfspand of een strijdige cq. onwenselijke siwatie te voorkomen is initatiefnemer voornemens om de verbondenheid tussen de woning en het bedrij er af halen. Het bedrijfspand kan in
dat kader worden verkocht en in de aanwezige woning kan iniiatiefnemer met zijn gezin blijven wonen. Initatiefnemer is tevens voornemens
om de maximale toegestane milieucategorie terug te schalen van ten hoogste
categorie 3 naar ten hoogste categorie 2. Gezien de ligging van de bedrifslocatie, in de bebouwde kom van Maasbree en nabij woningen waaronder de eigen woning, is het niet wenselijk dat op deze locatie een bedrif van categorie 3 wordt geëxploiteerd. Met het verlagen van de maximale toegestane milieucategorie wordt het uitoefenen van zware bedrijvigheid
op betreffende locatie voor nu en in de toekomst uitgesloten. Door het verlagen van de maximale toegestane milieucategorie worden de negatieve effecten op de omgeving verkleind waardoor sprake is van een verbetering van het woon: en leefklimaat in de omgeving.
3.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
De doelstelling van dit bestemmingsplan is enerzijds gericht op het planologisch mogelijk maken de locatie Sevenumseweg 8 te benutten voor burgerbewoning en anderzijds op het terug schalen van de maximale toegestane milieucategorie. Bij de opstelling van dit bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: =
Ter plaatse van het percelen 4746, 4756 en 4757 wordt de bestemming ‘Bedrijventerreinbestemming Wonen’.
|’ gewijzigd in de
Percelen 4745 en 4759 blijven voorzien van de bestemming ‘Bedrijventerrein — |’;
= _ Binnen de woonbestemming is een nieuw bouwvlak opgenomen welke geljk is aan het huidige bouwviak; = _ Binnen de woonbestemming is de aanduiding 'milieuzone — gevoelige objecten uitgesloten’ opgenomen; = _ Binnen een deel van de bedrijfsbestemming is de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding — onbebouwd’ opgenomen:
=
Binnen de bedrijfsbestemrming is de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3' van de locatie verwijderd;
=
De gebiedsaanduiding ‘wro — zone — ontheffingsgebied 2’ wordt van de locatie verwijderd;
=
De geldende dubbelbestemming uit het vigerende bestemmingsplan dient opnieuw te gelden.
=
Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Peel en Maas dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen” zoals dat chans voor de locatie geldt;
De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin een deel van het plangebied is bestemd als Wonen’ en voorzien van een bouwviak.
Binnen de woonbestemming is de aanduiding ‘milieuzone — gevoelige objecten uitgesloten’
opgenomen zodat er geen nieuwe gevoelige objecten worden gerealiseerd binnen de richtafstand van de omliggende bedrijven.
De rest van het plangebied is bestemd als ‘Bedrijventerrein — |’ en voorzien van een bouwvlak. Binnen het bouwviak
is
de
de
bouwaanduidding
'specifieke
bouwaanduiding
onbebouwd
opgenomen
zodat
bij
een
uitbreiding
van
bedrijfsbebouwing het gedeelte in de nabijheid van de woning onbebouwd blijft. Binnen de bedrijfsbestemming is tevens
de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 0 m' opgenomen.
Vastgesteld
8
De archeologische dubbelbestemming is voor het gehele plangebied opnieuw van toepassing verkdaard.
3.2
Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten
De woning en het bedrijfspand maken in de huidige situatie gebruik van eenzelfde inrit welke is gelegen tussen de woning
en het bedrijfspand in. Initiatiefnemer is voornemens om ook na de splitsing de bestaande inrit te delen en te blijven gebruiken voor de ontsluiting van de woning en het bedrijf. Mocht de bedrijfslocatie in de toekomst worden verkocht dan zullen met de toekomstige koper onderling nadere afspraken worden gemaakt over het delen van de inrit.
Vastgesteld
9
4
BELEIDSKADER
In dit hoofdstuk worden de voor het plangebied en de ontwikkeling relevante beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing
zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.
41 4.1.1
_ Nationale omgevingsvisie
Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zjn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken
waarmee
Omgevingsvisie
keuzes
voor
onze
leefomgeving
sneller en
beter gemaakt
kunnen
worden.
(NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam
De
Nationale
perspectief voor onze
leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en s een zaak van overheid en samenleving.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie n beeld. Op nationale belangen wil het R sturen en richting geven. Dit komt samen n vier prioriteiten. 1.
Ruímte voor klimaatadoptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en water robuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natwur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een
duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelik te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelike reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in
2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er
wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of lfe. Belangrijk i wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming
op
en
investeringen
in
mobilteit.
Dit
betekent
dat
voorafgaand
aan
de
keuze
van
nieuwe
verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen.
4
Zo blift de gezondheid in
steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige onwikkeling van het landelik gebied Er
ontstaat
een
nieuw
perspectief
voor
de
Nederlandse
landbouwsector
als
koploper
in
de
duurzame
kringlooplandbouw: Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op
de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling
en
versnippering,
bijvoorbeeld
door
wildgroei
van
distributiecentra,
is ongewenst
en
wordt
tegengegaan.
Vastgesteld
10
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit i niet alijd mogelijk.
Sors zijn er scherpe keuzes nodig en moeten
belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: I. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelikheden tussen functies, gericht op een
efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen
2
bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in
het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en
3.
behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.
Op basis van de vier verschilende prioriteiten zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatiefzijn als volgt: =
Bevorderen
van een duurzame ontwikkeling van Nederland
als geheel en van alle onderdelen
van de fysieke
leefomgeving; = _ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; = _ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;
=
Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.
Met het initatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geld voor het plangebied dat er
verder geen nationale belangen uitde NOVIin het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 201 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op | oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee geljk te stellen besluiten betreffen. Zi strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij
besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen
waarvoor het Rijk ruimee vraagt zijn de mainportontwikkeling van Roteerdam,
bescherming van de
waterveilgheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waaterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.
In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen
veiligheid op Rijksvaarwegen,
toekomstige uitbreiding van infrastructwur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veilgheid van
primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het Isselmeer.
Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, de bestemmingswijziging is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.
Vastgesteld
u
4.1.3
_ Ladder duurzame verstedelijking
In de genoemde SVIR is de “Ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De ladder ondersteunt gemeenten
en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimrelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per | juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst:
“De toelchting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogeljk maakt, bevat een beschriving van de behoefie aan die onwikkeling, e, indien het bestemringsplan de ontwikkelng mogelik maakt buiten het bestaand stedelijk gebied,
een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelik gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een 'stedelijke ontwikkeling wordt gerealiseerd. Het begrip “stedelijke
onowikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “uimtelijke ontwikkeling van een bedijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detaïhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 april 2016, zaak nr. ECLI:NL:RVS22016:1075),is een planologische functiewijziging geen stedelijke ontwikkeling. Hiervan is met onderhavig initiatief sprake. Onderhavig initiatief heeft immers
betrekking op de functiewijziging van een bedrijfswoning
naar
burgerwoning. Het iniiatief voorziet daarnaast is het terug schalen van de maximale toegestane milieucategorie. Hiermee is eveneens geen sprake van een stedelijke ontwikkeling want het maakt niet meer of minder bebouwing mogelik.
4.2
Prov
4.2.1
jaal beleid
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
Op I oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014)
In de Omgevingsvisie wordt de lange termijn visie (2030-2050) beschreven. Er wordt continue gezocht naar de goede balans mussen beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving, In de Omgevingsvisie komen vraagstukken aan bod,
die er op provinciaal niveau echt toe doen. Daarnaast komen er ook autonome vraagstukken aan bod die van groot provinciaal belang zijn. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij het uitgangspunt. Het document is dynamisch
en flexibel, dit biedt mogelijkheden om
het document te actualiseren met het oog op (eventuele) toekomstige
veranderingen.
In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a.
n stedelik cq.
bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen
liggen er diverse
uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg i rijk aan volksculwuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze
nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad,
de toegankelijheid,
beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen
en het
klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking
tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid.
Vastgesteld
2
b. _ Inlandelik gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit i niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied igt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadapeatie, de
transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik,
2.
biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit
belangrijke thema's. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie;
inclusief landbouwtransitie; Tot 2020
groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor
iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3° kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren.
Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal
ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentatie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digialisering,
robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten — onder
meer als gevolg van demografische
ontwikkelingen — tegengaan. 3.
Klimaatadaptieve
en
energietransitie;
wateroverlast, hittegolven en veiligheidsoverwegingen, maar
Klimaatverandering
vergroot
de
kans
op
overstromingen
hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van
en
uitdagingen en thema's. Deze
klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natur. Ook
verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie,
zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving De omgevingsvisie bestaat uit twee delen:
=
Een thematisch deel waarin gedetaileerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's;
=
Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdjnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s
Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving
De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit chema,
vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zin aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's, agenda's n instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en
middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd.
Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwaliatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen
en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt
hierbij s dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Vastgesteld
13
Wonen is n principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen — tjdelijke — uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil.
Samen met hun parters wil de provincie een voortreffelijk woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving
(die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Dit doet de provincie door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn.
De provincie faciliteert daarbij flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor aan de veranderende woonwensen en -behoeften van een diversere groep mensen tegemoet gekomen kan worden, in zowel de bestaande bouw als nieuwbouw.
In de POVI geeft de provincie aan dat ze alle woonwensen
willen verwullen, waarbij een voortreffelijke woon- en
leefomgeving leidend zijn. Door middel van onderhavig initatief wordt een bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Daarmee worden de wensen van de initiatiefnemer ingewiligd. Het initiatief voldoet daarmee aan de provinciale beleidskaders, zoals gesteld in het POVI. Werklocaties
Op het gebied van werklocaties houdt de POVI vast aan het vinden van geschikte huisvesting waarbij ruimte noodzakelijk
is. Dit kan in Limburg vaak een probleem zin. Soms is er onvoldoende ruimte beschikbaar, of voldoet de ruimte niet aan de eisen van de gebruikers. Daarbij kunnen eisen ook snel veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijsprocessen.
In Noord-Limburg ontstaat druk op grootschalige kavels, die met name gebruikt
worden door logistieke bedrijven die de corridor van Rotterdam/Antwerpen naar het Ruhrgebied willen benuten. Dit vraagt om het maken van keuzes, ook omdat niet alle logistieke bedrijven evenveel toegevoegde waarde leveren aan onze economische structuur. Er is een behoorlijke voorraad aan bedrijventerreinen, echter kan afhankelijk van de
vraagontwikkeling deze voorraad niet voldoen door het soort of de kwaliteit van het terrein niet volstaat. De provincie heeft dan ook de ambitie om n de toekomst te beschikken over voldoende werklocaties waar goede
ontwikkelruimte is voor bestaande en nieuwe bedrijven. In de komende jaren wordt er samen met gemeenten en/of eigenaren toegewerkt naar werklocaties die zowel in kwantiatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Hierbij dient gekeken
te
worden
naar
het zo
efficiënt
mogelijk
omgaan
met
de
beschikbare
ruimte.
Met
betrekking
tot
bedrijventerreinen wordt de redeneerlijn ‘behoefte-bestaand-uitbreiding-nieuw’ gehanteerd. Dit betekent dat eerst de behoefte aangetoond dient te worden. Hierna dient eerst gekeken te worden naar (her)gebruik van bestaande terreinen. Indien blijkt dat (her)gebruik van bestaande terreinen niet volstaat kan gekeken worden naar het ontwikkelen van nieuwe
terreinen aansluitend aan bestaande werklocaties. Als laatste mogelijk is er dan nog het ontwikkelen van andere buitenstedelijke locaties, mits goed gemotiveerd.
De provincie heeft de ambitie om ook n de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven. Daarbij wil de provincie zo efficiënt mogelijk omgaan met het ruimtebeslag. De provincie richt zich met name op compacte werklocaties om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren.
De provincie hanteert de redeneerlin “behoefte-bestaand-uitbreiding-nieuw”, om op deze wijze zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren.
Het voornemen bestaat om de maximale toegestane mileucategorie terug te schalen van ten hoogste categorie 3 naar ten hoogste categorie 2. Met het initiatief wordt de ontwikkelruimte van omliggende bedrijven niet aangetast maar wordt beter aangesloten bij de feiteljke bedrijfsactiviteiten. Het initiatief voldoet daarmee aan de provinciale beleidskaders, zoals
gesteld in het POVI. Daarmee wordt ook een geleidelijke overgang gecreëerd tussen het bedrijventerrein en het naastgelegen woongebied.
Vastgesteld
14
42.2
Omgevingsverordening Limburg 2021
In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen
en
ruimte.
Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen
regels bevat: = … Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; = _ Regels voor activiteiten die rechtstreels voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen.
Op dit moment geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (inwerkingtreding: I januari 2024) is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige omgevingsverordening gaat vervangen. Tot het
moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg n werking treden, blijft de huidige verordening gelden.
4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Tot het moment dat de Omgevingsverordening Limburg in werking treedt (inwerkingtreding: | januari 2024) geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014
nog, In de Omgevingsverordening bevat de juridische doorwerking van het
omgevingsbeleid. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdsuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is op |2 december
2014 vastgesteld door Provinciale Staten en s per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden.
In het kader van dit
initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. In artikel 2.2 van het hoofdstuk Ruimte is bepaald dat een ruimtelik plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk
maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder duurzame ontwikkeling) waarbij tevens de mogelijkheid tot herbenutting van monumentale en beeldbepalende gebouwen onderzocht
moet worden.
Onderhavig iniiatief voorziet in het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning an de Sevenumseweg82 en in het terug schalen van de maximale toegestane mileucategorie ter plaatse van de Sevenumseweg 8. Het initiatief
voorziet niet in het creëren van meer bouwmogelijkheden. Met het initiatief is zodoende geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het initatief is daarom niet n strijd met de Omgevingsverordening Limburg 2014. 4.2.4 _ Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale
woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg'. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 2024 vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 — 2024 de status van een
intergemeentelijke woonvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente
Peel en Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen
Noord-Limburg
een
reductieopgave van 156 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blikt dat de gemeente Peel en Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande
woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.
Vastgesteld
15
Hierbij dienen de huishoudprognose van E'úl (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwaliatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar
er i (ndien kwalitatief wenselik) ruimte om ‘goede dingen te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten:
«
Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen:
= =
Gekeken dient te worden naar koppelkansen: Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot:
=
Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte;
= =
e regio streeft sociale en duurzame woonconcepten n; Er wordt gezocht naar aansluiting op de landeli regionale en [okale duurzaamheidsdoelen.
Aanvulend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: =
Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte.
= _ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd, Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.
=
Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zin. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad.
=
Leefbaarheid in kleine kernen
staat onder druk. Toevoegen
van woningen
(in kleine mate) kan helpen om de
leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Onderhavig iniiatief voorziet niet in het toevoegen van woningen, maar in een functiewijziging van een reeds bestaande
bedrijfswoning naar een burgerwoning. Volgens de Regionale Woonvisie is aansluiting op de vraag van de consument noodzakelijk (de marktvraag). In Maasbree is een dringend woningtekort waardoor de vraag naar burgerwoningen groot is. Het iniiatief is daarom in overeenstemming met de Regionale Woonvisi
4.3
Gemeentelijk beleid
43.1 Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 Op 10 juli 2018 is de Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 in werking getreden. In dit beleid s vastgelegd dat geen medewerking wordt verleend aan de bouw van nieuwe woningen op locaties waar ditjuridisch-planologisch niet
is geregeld en waarbij sprake is van een toename van het aantal woningen ten opzichte van de woningbouwaantallen in de Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. De gemeente Peel en Maas maakt een gelimiteerde uitzondering voor: 1.
Zogenaamde win-win situaties;
2
Woningbouwinitiatieven die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde hebben en een bijdrage leveren aan het
3.
behoud/versterken van vitale gemeenschappen; Verzoeken die passen binnen de Ruimte voor Ruimteregeling; Tijdelijke woonconcepten voor de duur van maximaal 10 jaar, tot uiterlijk 2030, voor de huisvesting van woonurgente
doelgroepen; 5.
Woningsplitsing binnen het buitengebied met als doel behoud en versterking van cultuurhistorische waarden; Positieve principebesluiten en/of privaatrechtelijke afspraken.
Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van woningen maar uitsluitend in een functiewj
ing van een
reeds bestaande bedrijswoning naar een burgerwoning. De beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 is
daarom voor deze bestemmingswiziging niet van toepassing.
Vastgesteld
16
4.3.2
Omgevingsvisie Peel en Maas
De gemeente Peel en Maas heeft op 5 juli 2022 de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft een
visie over de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen voor de gehele gemeente. De visie gaat over de woon- en leefomgeving en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verbliven. De omgevingsvsie blijft een dynamisch document. Op dit moment is de eerste versie van de omgevingsvisie opgesteld, met het bestaande beleid als uitgangspunt-
De komende jaren werkt de gemeente verder waar dt nodig is en evalueert of aanpassing nodig of wenselik s De gehele gemeente is opgedeeld in deelgebieden met ieder hun eigen waarden en kenmerken. Aanvullend aan deze
waarden hanteert de gemeente een aantal overkoepelende waarden die niet gebiedsafhankelijk zijn. Dit zijn de waarden die de basis vormen; zelfsturing, diversiteit en duurzaamheid, Conform de waardenkaart is het plangebied gelegen n een gebied aangeduid als ‘kernen’. De dorpen bestaan uit hechte gemeenschappen met een geheel eigen identiteit In de kernen staat zorg voor elkaar hoog
in het vaandel en bloeit het verenigingsleven. Zelfswring zit geworteld in de dorpen. Daarmee bedoelt de gemeente dat mensen het beste zéf en met elkaar kunnen bepalen hoe zij samenleven, wat zij belangrijk vinden en welke keuzes ze maken. Er is voldoende kracht en kennis in de gemeenschappen aanwezig om zaken zelf voor elkaar te krijgen of te
ontwikkelen. De dorpsvisies zoals die er op dit moment liggen, laten dat goed zien. Het versterken van de waarden kan gezocht worden n onder andere:
=
De gemeente gaat uit van de identiteit per dorp als basis voor de toekomst. Maatwerk per dorp is hierbij het uitgangspunt. In- en uitbreidingen passen bij de schaal en maat van het dorp. Initiatieven moeten bijdragen aan het versterken van de identiteit per dorp.
= _ Bij ontwikkelingen in de dorpen kijkt de gemeente niet alleen naar nieuwe functies, zoals woningen, maar ook naar de gevolgen van die ontwikkeling voor het sociale netwerk in het dorp. Welke invloed heeft de fysieke ontwikkeling op sociaal gebied voor het dorp. Nieuwbouw of herontwikkeling moet bijdragen aan de gemeenschapszin en een
gezonde en veilige leefomgeving in het dorp. = _ De gemeente geeft prioriteit aan inbreidings- en herontwikkelingsmogelijkheden binnen het dorp, voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd. Waar mogelijk worden bestaande woningen aangepast n de richting van
levensloopbestendige en duurzame woningen. Inbreiding mag echter niet ten koste gaan van de groene kwaliteiten in het dorp. = _ De gemeente geeft voorkeur aan bedrijven die een sterke binding en betrokkenheid hebben met de samenleving en
die oog hebben voor de leefomgeving. Dit zijn de ondernemers die vanuit hun betrokkenheid bijdragen aan een gemeente waar het fijn wonen, werken en recreëren is. In de Omgevingsvisie wordt geen nieuwe koers vastgelegd. De reeds ingezette koers uit de kaderstelingen en de beleidsdocumenten wordt samen in één document gevoegd. Dit alles is samengebracht in 6 opgaven van beleid, waarvan de eerste 3 overkoepelend zijn:
1.
Zo worden we duurzamer; Het realiseren van een duurzame toekomstig bestendige gemeente, duurzaamheid wordt opgesplitst in de deelonderwerpen:
klimaatadaptie, energietransitie en circulariteit. Bij iedere ruimtelijke
ontwikkeling en bij nieuwe initiatieven dient gekeken te worden naar de mogelijke adaptieve maatregelen op het
gebied van onder andere hittestress of wateroverlast. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het (lokaal) opwekken van duurzame energie en het inzetten op circulariteit. 2.
Een
gezonde
en veilige leefomgeving;
De gemeente zet in op gezondheid
en veiligheid als belangrijke
afwegingsfactoren bij ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om aspecten zoals luchtkwaliteit, hittestress, gezondheid maar ook het stimuleren van de bewoners tot meer bewegen en ontmoeten. 3.
Het versterken van natuur en biodiversiteit; Een groene en gezonde leefomgeving draagt bij aan een positieve
gezondheid en het goede leven. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen gerealiseerd te worden met een meerwaarde voor de natuur en de biodiversiteit, waarbij natuurinclusief bouwen de norm is.
Vastgesteld
17
4.
Goed wonen voor iedereen; De gemeente zet in op het in balans brengen van de vraag en het aanbod van woningen ten behoeve van vitale gemeenschappen. De juiste woning op de juiste plek en met de juiste kwaliteit. De
gemeente blijftin gesprek met het dorpsoverleg, initatiefnemers en onowikkelaars over het thema wonen. Het doel is een leefomgeving te creëren die rekening houdt met het veranderde klimaat en daarnaast bijdraagt aan de gezondheid, biodiversiteit en veiligheid van de inwoners. Woningen worden in principe toegevoegd in de kernen, bij
5.
voorkeur op herstrucwreringslocaties, alsmede het faciliteren van passende woonruimte voor diverse doelgroepen. Toekomstgericht ondernemen; Uitgangspunt is ondersteunen n de transitie naar een circukire, waarden gedreven economie en kenniscirculatie.
Een toekomstbestendige economie zorgt voor welvaart en draagt bij het
goede leven n Peel en Maas. Gemeente facilteert lokale bedrijven, die geworteld zijn in de samenleving, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector, het MKB en recreatie en toerisme. Daarnaast wordt ingezet op herstrucwrering boven uitbreiding en het hergebruik van leegstaand agrarisch vastgoed voor recreatie/toerisme en
6.
bedrijvigheid. Balans in het buitengebied. Een van de belangrijkste economische dragers van het buitengebied is de land- en twinbouw binnen Peel en Maas. De gemeente stimuleert het faciliteren van kringloop- en natuurinclusieve landbouw
dat leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit.
Het dooronowikkelingen van grootschalige agrarische
bedrijvigheid s toegestaan in gebieden waar dit passend in op basis van een gebiedsgerichte aanpak, uitbreiding gaat gepaard
met
een
tegenprestatie.
Ook
wordt
gestimuleerd
op
hergebruik
cq.
herbestemming
van
leegstaand/leegkomend agrarisch vastgoed onder voorwaarde dat er sprake is van kwaliteitswinst in de vorm van een bijdrage aan de doelen/speerpunten. Via de win-win regeling zijn er ook beperkte mogelijkheden voor de inzet van woningbouw om leegstand tegen te gaan. Bij hergebruik c.q. herbestemming is de sloop van overtollige gebouwen
een belangrijk uitgangspunt De opgaven dienen in samenhang van elkaar gezien te worden, waarbij met name de eerste drie overkoepelende opgaven
als leidende principes gelden.
Bij elke ontwikkeling dient bekeken te worden hoe een bijdrage aan deze drie opgaves
geleverd kan worden.
In de omgevingsvisie komt naar voren dat de gemeente Peel en Maas wonen
in de kemnen belangrijk vindt. Op
bedrijventerreinen wil de gemeente zodoende geen nieuwe (bedrijfs-\woningen toestaan. De locatie s gelegen in de bebouwde
kom van Maasbree aan de Sevenumseweg. Voor Maasbree wordt de Sevenumseweg aangeduid als een
belangrijke ontsluitingsroute en een overgangsgebied met verschillende functies. Verdere doorontwikkeling van de Sevenumseweg als entree en overgang wssen dorp en bedrijventerrein wordt gezien als een mogelijkheid waar de herontwikkeling van aanliggende bedrifslocaties kan bijdragen.
De locatie vormt ruimtelijke gezien het “Sluitstuk!” van de Sevenumseweg. Uitgangspunt vanuit de omgevingsvisie is dat de kwaliteit van de entree naar Maasbree geborgd en versterkt wordt.
Het omzetten van de woning draagt bij aan de behoefte van de initiatiefnemer die graag de bedrijfswoning afgespliest wil hebben van zijn bedrijf zodat zich op het bedrijfsgedeelte een nieuw bedrijf kan vestigen. Daarmee wordt leegstand van
de bedrifslocatie of een strijdig c.q. onwenselijk gebruik uitgesloten. Dit sluit dan ook aan bij het borgen van de kwaliteit van de entree van Maasbree.
Het initiatief voorziet daarnaast in het terug schalen van de maximale toegestane milieucategorie van categorie 3 naar categorie 2. Dit sluit aan bij de feitelijke bedrifsactiviteiten en tevens is het niet (meer) wenselijk om op betreffende locatie nog een bedrif van categorie 3 te exploiteren. Dit reduceert de potentiële milieuhinder op de omgeving wat bijdraagt aan
het bevorderen van een goed woon- en leefklimaat. Het initiatief sluit zodoende aan bij opgave 2, 'Een gezonde en veilige leefomgeving’ 4 ‘Goed wonen voor iedereen’ en
opgave 5 'Toekomstgericht ondernemen’ zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Peel en Maas.
Vastgesteld
18
4.3.3
_ Kaderstelling Ruimte en Economie
In november 2017 is de notitie ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema's Ruimte en Economie vastgesteld.
De gemeente Peel en Maas w bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bijalles wat de gemeente doet is een drietal kernwaarden leidend, namelijk zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma's van de thema's ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken.
De economische crisis heeft partijen (overheid, ondernemers, inwoners) geleerd naar mogelijkheden te zoeken.
Het
denken en doen niet te laten bepalen door automatismen en belemmerende regels, niet te stoppen bij overheidssuring
maar juist mee te werken in interactie en in partnership. De gemeenschap heeft behoefte aan ruimte om zeff iniiatieven te ontwikkelen. De gemeente heeft in dat verband een faciliterende rol. Middels expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestileerd: = _ van Individueel naar Samen;
= _ van Omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit; =
van Lineair naar Circulair;
= _ van Gesloten naar Open; =
_ van Consumeren naar Beleven;
= _ van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen; = _ van overheidssturing naar omgevingssturing.
Per ‘\waarde' zijn omgevingsdoelen vastgesteld om de waarden inhoud te geven. De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen bepalen de richting voor de toekomstige Omgevingsvisie en geven tevens inhoud voor de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. Voor het thema Ruimte betreft het dan de programma's |.1 ‘Vitale
leefomgeving’ en |.2 ‘Beheer fysieke leefomgeving'. Voor de onderhavige bestemmingswijziging zijn binnen het thema ruimte de navolgende programmadoelen relevant:
= _ W benutten bestaande bebouwing en sturen op hergebruik boven uitbreiding en nieuwvestiging en door waar dit niet mogelijk is wordt zorg gedragen voor hetgeen achterblijt. = _ W
zorgen voor verbindingen en balans tussen de verschillende functies en waarden.
= _ W
zorgen voor verbindingen en balans tussen economische en ruimtelijke waarden.
De
gemeente
stuurt op
gemeenschappen.
hergebruik
Hergebruik gaat
van
bestaande
daarbij
boven
bebouwing,
daar dit een
uitbreiding en nieuwvesting.
positieve
bijdrage
Iniciatieven
levert aan vitale
die bijdragen
aan het
verminderen van leegstand ondersteunt de gemeente omdat deze bijdragen aan de vialiteit van de kernen.
Het hergebruik van de bedrijfswoning en het terug schalen van de maximale toegestane milieucategorie draagt bij aan de vitaliteit van Maasbree. Worden de gebouwen niet (her)gebruikt, is de kans reëel dat de locatie op termijn verloederd. Ook dient voorkomen te worden dat leegstaande gebouwen gebruikt worden voor actviteiten die niet gewenst zijn. Het
initiatief sluit aan bij de Kaderstelling Ruimte en Economie van de gemeente Peel en Maas.
Vastgesteld
19
5
RANDVOORWAARDEN
/ RESULTATEN
ONDERZOEKEN
Met de bestemmingswijziging dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving.
Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, milieuzonering, geluid, lucht, externe veiligheid voor het
plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van het iniiatief voor
de aspecten archeologie, leidingen en infrastructur, natuur, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortkomende bevindingen worden n onderstaande paragrafen toegelicht.
51
M
S.I.1
_ Bodem- en grondwaterkwaliteit
uaspecten
Bij de toetsing of een initatief uitvoerbaar s moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat bij een functiewijziging van, n dit geval een bedrijfswoning naar
burgerwoning, het aspect bodemkwaliteit onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden.
In dat kader is voor het plangebied een historisch bodemonderzoek! uitgevoerde
vooronderzoek
wordt
geconcludeerd
dat
de
verricht. Op basis van de resultaten van het
onderzoekslocatie
als onverdacht
ten
aanzien
van
bodemverontreiniging te beschouwen is.
Ter plaatse wordt, met uitzondering van de bekende verhoogde achtergrondgehalten, geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom wordt, conform het gemeentelik beleid, de uitvoering van een bodemonderzoek in verband met de verlening van een omgevingsvergunning niet noodzakelijk geacht.
5.1.2
Bedrijven en
milieuzoneringen
Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelike ruimtelijke scheiding tussen mileubelastende en milieugevoelige
functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en
Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Om een mileuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNG-publicatie bouwstenen.
belangrijkste bouwstenen .
De drie
zijn:
De richtafstandenlist:
2
Twee omgevingstypen:
3.
Een ljst van toelaatbare actviteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging.
De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de wee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijage I van de
VNG-publicatie.
Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype). In de
bijagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie.
' HMB Groep, Vooronderzoek Sevenumseweg 8a Maasbree, 26 juni 2023, kenmerk: 23219201H
Vastgesteld
20
Om
tot een
optimale
invulling van
de ruimte te komen
worden
diverse
omgevingstypen
onderscheiden.
Het
achterliggende idee is dat de gevoeligheid van een gebied mede afhankelij is van het omgevingstype. De gevoeligheid van
een gebied kan daarom aanleiding zijn om af te wijken van de standaardafstanden n de bedrijvenlist die uitgaan van de ligging in een rustige woonwijk. Afhankelijk van het type gebied kan een correctie worden toegepast op de afstanden die zijn genoemd in de standaardijst en wel per hinderaspect (geluid, stof, stank en dergelike) dt n de t is genoemd.
Het plangebied is te typeren met het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Het plangebied ligt aan de rand van een bedrijventerrein met woningen in de directe nabijheid. In de omgeving zijn dan ook niet enkel woningen gelegen maar ook
diverse soorten bedrijven. In geval van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kunnen de afstanden uit indicatieve bedrijvenlist — zonder dat dit ten koste van het woon- en leefklimaat — met één afstandsstap worden verkleind. De woonfunctie betreft een functie welke geen milieuhinder veroorzaakt voor de omgeving. Wel kan de woning milieuhinder ondervinden van functies gelegen in de omgeving. Ter plaatse van het plangebied dient daarom aangetoond te worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van omliggende milieubelastende functies
De milieuruimte van de omliggende bedrijven is geïnventariseerd aan de hand van de SBl-code en de grootste bijbehorende
richtafstand voor geur, stof, geluid en gevaar (abe! I).
Bedrijf
Adres
Groothandel aïrconditioning
Installatiebedrif
_ Sevenumseweg
= Geur = Stof
_35
8b
Nonferro metadlgieterij/
Restaurant
Groesweg9
_
Sevenumseweg 6
is
gelegen
binnen
de
=
Geluid
10 meter
=
Gevaar
0 meter
=
Geur
Ometer
_
=
Geluid
30 meter
=
Gevaar
30 meter
=
Stof
10 meter
=
Geluid
30 meter
=
Gevaar
10 meter
Geur
SOmeter
=
Geluid
200 meter
=
Gevaar
30 meter
van
Stof
=
Geluid
O meter
=
Gevaar
10 meter
van
25 meter _
0 meter
=
geluid
Ometer
30 meter
= Geur
richtafstand
Ometer
0 meter
= Scof
561
plangebied
0 meter
= Geur
2483,2454
Afstand tot
Ometer O meter
= Stof
Groesweg? _ 41,42,43
smeerij
plangebied
Richtafstand
in Sevenumseweg 466 469 8
Distrbutieverdeelstaion
Het
SBI-2008
65 meter
0 meter
de
groothandel
in
45 meter
airconditioning,
het
distributieverdeelstation, het installatiebedrijf en de metaalgieterij / smelterij. Aangezien niet aan de richtafstand voor deze
bedrijven wordt voldaan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 5.1.3 geluid). Het