2023-077 05 Bijlage 2a. Toelichtend memo bij wijzigingsvoorstellen d.d. 12 juni 2023 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
©)
Bij afwijkingen van de afgesproken geïnformeerd gedaan
worden
kan worden
waarom om
uitgevoerd, en ligt
beleidslijnen moet direct en actief
er een afwijking
plaatsvindt en wat hieraan
bij te sturen.
Het is cruciaal dat deze informatie kort en bondig, maar met inzicht in de te maken keuzes, wordt gepresenteerd. Zo hebben de raden meer mogelijkheden om
tussentijds te sturen. Per beleidsveld worden aparte afspraken gemaakt over de frequentie van deze terugkoppelingen.
Deze moet zodanig vaak zijn dat de raden
niet achteraf met onvoorziene tekorten worden geconfronteerd, maar ook weer niet zo vaak dat de raden én het samenwerkingsverband er overbelast door raken. Het idee is immers dat de raden ook actief iets met de informatie doen die zij ontvangen (en daarbij eventueel de in dit memo geschetste instrumenten inzetten). Maatwerk is daarom van belang. Zaken die meer going concern zijn (zoals
°S Zie het nog niet in werking getreden artikel 3.3 lid 2 aanhef en onder c van de Wet open overheid.
*6 Zie het nog niet in werking getreden artikel 3.3. lid 2 aan hef en onder d van de Wet open overheid. Pagina
24/58
Boels
Q Cooperación esserseeen uitvoering van langlopende beleidsafspraken)
Zanders
Advocaten b
kunnen jaarlijks terugkomen
in de
jaarrekening en het jaarverslag. Naast de structurele informatievoorziening vindt ook incidentele informatievoorziening plaats. Dit kan zijn aan de hand van een onverwacht voorval,
waarbij het samenwerkingsverband raadsleden
kunnen
ook zelf om
of het college de raad actief informeert. De
inlichtingen
vragen,
dat recht hebben
zij
wettelijk.57 De gevraagde inlichtingen moeten, voor zover die natuurlijk gericht zijn op informatie waarover het samenwerkingsverband kan beschikken, aan alle raden verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden hun controlerende taak niet oppakken. In de gemeenschappelijke regeling zouden afspraken kunnen worden opgenomen over hoe snel en op welke wijze de informatie
3.3
wordt
verstrekt.
Afsluiting onderdeel
"wijzigingen”
Zowel de gemeenschappelijke regelingen als de raden en colleges van de deelnemende gemeenten staan voor een aantal belangrijke keuzes. Daarbij moet steeds gekeken worden naar de intentie om de positie van de gemeenteraad te versterken, maar wel op een manier dat het samenwerkingsverband zijn taken ook doelmatig en doeltreffend, of efficiënt en effectief kan (blijven) oppakken. De inzet van
extra
instrumenten
moet
de
kaderstellende
of controlerende
rol van
de
raad
anderzijds versterken, zonder de raad verder te overbelasten.
De gewenste invloed kan ook per gemeenschappelijke regeling verschillen. In de ene gemeenschappelijke regeling gaat immers meer geld om, worden meer beleidskeuzes gemaakt of raakt die sneller aan de belangen van inwoners. Dan is
actievere sturing mogelijk gewenst.
Hoe beleidsneutraler de uitvoering van de
samenwerking wordt, hoe minder interessant het voor de raad zou moeten zijn. De raad moet zich blijven concentreren op zijn kaderstellende en controlerende rollen, en proberen
te voorkomen
dat hij louter op de bedrijfsvoering (lees:
organisatie) en
financiën gaat sturen. Een gemeenschappelijke regeling is immers een hulpmiddel om
bepaalde
beleidsdoelstellingen te bereiken.
Om die reden is hiervoor al op enkele plekken ook aangegeven om meer strategisch te kijken naar de inzet van instrumenten, bijvoorbeeld ad hoc in de beleidscyclus. Daarmee worden zinloze vergaderingen voorkomen en daarmee de overbelasting van de regeling en de gemeenteraad. Hierna wordt per categorie gemeenschappelijke regeling een voorstel gedaan voor een passende implementatie van
de wijzigingen.
° Zie artikel 17 lid 1 Wgr.
Pagina
25/58
Boels
Q Cooperación esserseeen IV.
CATEGORIEËN
GEMEENSCHAPPELIJKE
Zanders
Advocaten b
REGELINGEN
In de tabel op de volgende pagina hebben wij alle deelnemende gemeenschappelijke regelingen onderverdeeld in de volgende categorieën: Categorie 1: beleidsrijke gemeenschappelijke regelingen Hieronder vallen de gemeenschappelijke regelingen die beleid zowel
voorbereiden
als vaststellen.
Categorie 2: beleidsarme gemeenschappelijke regelingen Hieronder vallen de gemeenschappelijke regelingen waarbij de deelnemers het
beleid niet of enkel voorbereiden, betrokken
maar uitdrukkelijk niet bij de beleidsvaststelling
zijn. Deze regelingen zijn eerst en vooral uitvoerend van aard.
GEMEENSCHAPPELIJKE
CATEGORIE 1
CATEGORIE 2
REGELING
BELEIDSRIJK
BELEIDSARM
Veiligheidsregio Zuid-Limburg
x58
BsGW
x59
Omnibuzz
xs0
GGD
x6
Zuid-Limburg
Westrom Geul
en
x62 Maas
x63
Rd4
x64
Reinigingsdienst Maasland
x65
Historisch Centrum Limburg
x66
Het Gegevenshuis
xE7
WOZL
xB
WSP
Parkstad
x
WAA
Venlo
x7o
* Zie artikel 3.2 en 3.3 van de GR van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. * Zie de overwegingen
en de artikelen 4 en 5 van de GR van de BsGW.
© Zie artikel 4 lid 1 sub e van de GR
van Omnibuzz.
© Zie artikel 3 van de GR van de GGD Zuid-Limburg. © Voor zover het de uitvoering van de Pw betreft (zie artikel 3 lid 1 sub b van de GR van Westrom). © Zie artikel
5 lid 1 en 2 en artikel 6 lid 2 sub b van
© Zie artikel 3, 4 en © Zie artikel 4 en
5 van
de GR
van
RD
© Zie artikel 2 van de GR van Het Gegevenshuis. © Zie artikel 2 van de GR
WOZL.
© Zie artikel 2a van de GR
Pagina
3 lid
Geul en Maas.
Maasland.
© Zie artikel 2b van de GR Historisch Centrum
70 Zie artikel
de GR
18 van de GR van Rd4.
1 van
26/58
WSP
de GR
Parkstad. van
WAA
Venlo.
Limburg 2020
Boels
Q Cooperación esserseeen RUD Zuid-Limburg Veiligheidsregio en GGD
Zanders
Advocaten b x7t x73
x72
Limburg-Noord
Sociaal domein ISD
Limburg-Noord
x74
BOL
x7s
ISD Kompas
x7s
RUD
x77
Limburg-Noord
Grenspark Maas-Swalm-Nette Uit het voorgaande
x78
overzicht volgt dus dat de meerderheid
van de deelnemende
gemeenschappelijke regelingen in categorie 2, beleidsarm, valt. Dat is ook logisch, omdat vrijwel alle regelingen in meerdere of mindere mate enkel een taak hebben op het gebied van
gemeenten
beleidsvoorlichting en/of -voorbereiding, maar de deelnemende
zelf het eigen beleid blijven vaststellen.
In de hierna volgende wijzigingsvoorstellen
zullen wij het onderscheid
tussen
beleidsarme en beleidsrijke regelingen nader uitdiepen. v
WIJZIGINGSVOORSTELLEN
Hierna doen wij een voorstel tot wijziging van de deelnemende regelingen. Wij maken daarbij een onderscheid tussen:
a) Uniforme wijzigingsvoorstellen:
een aantal wijzigingen kunnen
uniform voor iedere gemeenschappelijke
deze wijzigingen stellen wij daarom b)
Wijzigingsvoorstellen
gemeenschappelijke
regeling worden
(vrijwel)
doorgevoerd.
Voor
uniforme wijzigingsvoorstellen voor.
per categorie:
voor de wijzigingen die afhankelijk zijn
van de vraag of een regeling beleidsrijk of beleidsarm is, doen wij hierna per categorie concrete wijzigingsvoorstellen.
7! Zie de artikelen
3 tot en
met
6 van de GR
RUD
Zu
mburg.
72 Zie artikel 5 van de GR van de Veiligheidsregio en GGD Limburg-Noord. 73 Voor zover het de taken
van de GGD
betreft.
7* Zie de modules 1 en 2 bij de MGR Sociaal Domein Limburg-Noord. 5 Zie artikel 6 lid 3 ISD
BOL.
75 Zie artikel 5 lid 1 sub d ISD Kompas. 7 Zie artikel 3 RUD Limburg-Noord.
8 Zie artikel 6 lid 1 Grenspark MSN. Pagina
27/58
Boels
Q Cooperación esserseeen 5.1
Uniforme
wijzigingsvoorstellen
Zanders
Advocaten b
voor alle regelingen
Wij zijn hieronder steeds uitgegaan van een collegeregeling met openbaar lichaam, waaraan uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders deelnemen, In de
bijlage vindt u, waar nodig, afwijkende bepalingen voor de regelingen waaraan ook provincie- of waterschapsbesturen deelnemen, die een andere rechtsvorm of die verplicht zijn (met betrekking tot de uittredingsregeling).
5.1.1
kennen
Actieve informatieplicht
Ten aanzien van de actieve informatieverplichting dient aan de regelingen het volgende te worden
a)
b)
toegevoegd:
het algemeen en dagelijks bestuur c.q. het gemeenschappelijk orgaan geven de raden alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, en; de regeling omschrijft de wijze waarop deze inlichtingen worden
verstrekt.
In dat kader stellen wij het volgende tekstvoorstel voor: "Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten
schriftelijk alle inlichtingen
die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.”
Indien de informatie- en verantwoordingsplicht in de betreffende gemeenschappelijke regeling is geregeld per bestuursorgaan, dan luidt het
tekstvoorstel als volgt:
"Het dagelijks bestuur | algemeen bestuur | de voorzitter geeft de raden van de deelnemende gemeenten
schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de
uitoefening van hun taken.”
Met deze tekstvoorstellen wordt zo dicht mogelijk aangesloten bij de tekst van de wetswijziging. Tegelijkertijd wordt door het enkele woord "schriftelijk" zoveel mogelijk flexibiliteit geboden
ten aanzien
van de wijze van
actieve
informatieverstrekking, zodat eventueel toekomstige maatwerkafspraken
daar altijd
onder vallen. Een termijn voor toezending is hier niet in opgenomen omdat het expliciet niet gaat om informatievoorziening op verzoek. Dat is geregeld in artikel
17 lid 1 Wgr. Mogelijk ten overvloede merken wij op deze plek nog op dat uit de nog in werking te treden artikel 3.3 van de Wet open overheid ook een actieve openbaarmakingsplicht voortvloeit voor de vergaderstukken en verslagen van een algemeen bestuur van een openbaar lichaam, van het bestuur van een
bedrijfsvoeringsorganisatie en van een gemeenschappelijk orgaan. bestuur van een Pagina
openbaar
28/58
lichaam
Het dagelijks
moet voortaan zijn agenda's en besluitenlijsten
Boels
c Cooperación mressereoeie
Zanders
Advocaten»
actief openbaar maken. Nu deze verplichting al rechtstreeks uit de wet voortvloeit, is ervoor gekozen om daartoe geen aparte bepaling op te nemen. Mogelijkheid
voor maatwerk
in werkafspraken
Bij het voorgaande merken wij nog op dat er ten aanzien van de concrete wijze van informatieverschaffing
maatwerk
gewenst kan zijn. Mocht dit aan de orde zijn, dan
adviseren wij om daarover te zijner tijd werkafspraken te maken betreffende raden.
Let daarbij wel op: de werkafspraak
voor alle raden van
de aan de gemeenschappelijke
met de
dient wel uniform te zijn
regeling
deelnemende
gemeenten. 5.1.2
Begroting
Ook de wijzigingen ten aanzien van het onderdeel "begroting" kunnen uniform geschieden
nu de termijnen voor het toezenden
regelingen op gelijke wijze wijzigen. Om
van de ontwerpbegroting
voor alle
de wijzigingsvoorstellen overzichtelijk te
houden, hebben wij de wijzigingsvoorstellen hieronder verwerkt in de gemeenschappelijke regeling van Omnibuzz (zie de geel gearceerde gedeelten). "rtikel (…) Begroting 1.
Het dagelijks bestuur zendt
de ontwerpbegroting
en bijbehorende
stukken
ten minste
twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de colleges en raden. 2.
De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld.
3.
De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.
5.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
6.
Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval september vóór 15
zendt het
dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten. 7.
Pagina
Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
29/58
Boels
Q Cooperación mressereoeie 8.
Zanders
Advocaten»
Het bepaalde in het
van dit artikel is, met
uitzondering van de inzesde het lid genoemde termijn, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Optiones
9.
Het achtste lid is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers.
Artikel (…) Jaarrekening en jaarverslag 1. Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen
oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór 30april toe aan de raden. 2.
Het dagelijks
bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch
in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden. Optiones
3.
Behoudens later in rechte gebleken
onregelmatigheden,
ontlast de vaststelling
van
jaarrekening
de
dagelijks
ten
daarin
verantwoorde
financieel
leden
van
het
bestuur
aanzien
van
het
beheer.”
Bij het voorgaande merken wij op dat het ook mogelijk is om - anders dan het hiervoor opgenomen
voorstel
-, in de wijzigingsvoorstellen te volstaan
met
verwijzingen naar de termijnen zoals die zijn opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen. De voor de begroting en de jaarrekening geldende termijnen volgen
namelijk rechtstreeks uit artikel 34, 34b en 35 van de Wet
gemeenschappelijke regelingen. Beide opties zijn in ieder geval
in lijn met de wet(swijziging).
Nog te verwerken aanvulling Tijdens het overleg met de gemeentesecretarissen is verzocht om in de gemeenschappelijke regelingen een aanvullende bepaling op te nemen die ertoe
strekt dat de gemeenschappelijke regelingen de ontwerpbegroting uiterlijk 30 april van ieder jaar aan
de raden dienen te verzenden.
Deze aanvullende bepaling zal na afloop van de zienswijzeprocedure aan regelingen worden toegevoegd.
de
Bij het voorgaande wordt opgemerkt dat deze aanvullende bepaling alleen niet zal worden verwerkt voor de gemeenschappelijke regeling Geul en Maas. De redenen daartoe zijn uiteengezet in de oplegbrief voor Geul en Maas.
Pagina
30/58
de
Boels
Q Cooperación mressereoeie 5.1.3
Zanders
Advocaten»
Uittredingsregeling
Als gevolg van de wetswijziging van de Wgr zijn gemeenschappelijke regelingen aldus verplicht om de uittredingsregeling aan te scherpen. De uittredingsregeling
moet nu bepalingen bevatten over de gevolgen van de uittreding, waaronder bepalingen over het vermogen van de gemeenschappelijke regeling. Daaronder vallen niet alleen de financiële, maar ook de personele en organisatorische
gevolgen. Met de hierna volgende uniforme tekstvoorstellen wordt de uittredingsregeling op de vorenbedoelde wijze aangescherpt. Beoogd wordt daarmee tevens om het uittredingsproces zelf helder te schetsen, zodat eventuele
discussies over de hoogte van de uittreedsom adviseur
worden
“Artikel (…)
1.
en/of de keuze van de onafhankelijke
voorkomen.
Uittreding
Een college van burgemeester en wethouders van een van de deelnemende gemeenten
kan besluiten tot uittreding uit de regeling,
onverminderd het
bepaalde in artikel 1 van de wet.
2.
Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur.
Daarbij wordt een opzegtermijn
het eerstvolgende kalenderjaar,
van 2 jaar, ingaande op 1 januari van
in acht genomen,
tenzij de colleges unaniem
een andere opzegtermijn overeenkomen. 3.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen
van de uittreding, de wijze
waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan voor uittreding,
welke nadien worden
en de voorwaarden
vastgelegd in een door het algemeen
bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4.
Uiterlijk zes maanden
na het moment
van uittreding stelt het algemeen
bestuur
het uittredingsplan vast, De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5.
Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, om
binnen
zes
maanden
de
daarin
is de uittredende deelnemer gehouden
voor de
uittredende
deelnemer
omschreven
financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen. Artikel (…) 1.
_ Procedure en inhoud van het uittredingsplan
Het in artikel (..), derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële,
juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden
Tevens bevat het
door de uittredende
deelnemer.
2.
Voor het opstellen van het uittredingsplan
wijst het algemeen
bestuur een
onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen
bestuur het
concept-uittredingsplan voor rekening
Pagina
31/58
voorbereidt.
van de uittredende
De kosten voor het uittredingsplan komen
deelnemer.
Boels
Q Cooperación mressereoeie 3.
Zanders
Advocaten»
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de directeur/voorzitter.
Indien geen overeenstemming
gezamenlijke voordracht,
kan worden bereikt over een
wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur
aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden
van het algemeen bestuur,
waaronder in ieder geval een
vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 4.
De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen
van de uittreedsom het
bepaalde in dit artikel en in artikel [voorgaande artikel] in acht en baseert zich
daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment
van uittreding.
berekening
Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de
van de uittreedsom
een risico-opslag van 5-10%
op de uittreedsom
toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen.
Deze
opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle
toekomstige onvoorzienbare kosten.
5.
Het algemeen bestuur is gehouden uittreedsom zo laag mogelijk
redelijkerwijs al het mogelijke e doen om de
te houden.
Het algemeen
bestuur onderzoekt in
dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname
van
personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten
aangegaan
met en verplichtingen jegens derden
die zijn
respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst
door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.”
Mogelijkheid tot maatwerk
Uiteraard is het mogelijk om ten aanzien van deze voorgestelde bepaling in meerdere of mindere
mate
nog
dat uittreding gedurende een bepaalde
wordt toegevoegd
maatwerk toe te passen.
Denkbaar is bijvoorbeeld dat periode niet mogelijk
is.
Wij merken
daarbij wel op dat over de thans voorgestelde standaardregeling
uitvoerig is nagedacht en dat daarmee discussie op het moment
in zo kort mogelijke bewoordingen
iedere
van uittreding is getracht te voorkomen.
Voor wat betreft de in lid 4 van dit artikel opgenomen
risico-opslag van 5-10%
merken wij op, dat wij adviseren om een risico-opslag van 10% te hanteren er onder de gemeenschappelijke regeling nog werkmaatschappijen of B.V.'s
hangen.
indien
In die situatie is de hoogte van de onvoorziene kosten namelijk moeilijker
te bepalen.
In alle andere
gevallen stellen wij een risico-opslag van 5%
voor.
In afwijking van het voorgaande geldt dat uittreding uit de RUD Zuid-Limburg, de GGD Zuid-Limburg en de Veiligheidsregio's niet zonder meer mogelijk is. Dit betreffen namelijk verplichte samenwerkingen. In overleg met deze regelingen
wordt daarom de volgende aparte uittredingsregeling opgesteld die recht doet aan de wettelijke taken. Pagina
32/58
Zie daarvoor de bijlage.
Boels
Q Cooperación esserseeen 5.1.4
Zanders
Advocaten b
Evaluatie
Ook de evaluatiebepaling kan naar onze mening Daartoe doen wij het volgende tekstvoorstel:
uniform worden
vormgegeven.
"De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de
deelnemers voorleggen.”
Op deze wijze wordt enerzijds geborgd dat er een evaluatie wordt gehouden indien de meerderheid van de deelnemers daartoe verzoekt - het Algemeen Bestuur richt zich immers naar het belang van de deelnemers, maar wordt anderzijds voorkomen dat er een verplichting ontstaat om (bijvoorbeeld) iedere vier jaar te evalueren.
Evalueren is kostbaar, waardoor er vanuit efficiency overwegingen
niet vaker dan
noodzakelijk van dit middel gebruik zou moeten worden gemaakt. worden gemaakt. Gezien deze overwegingen is in de wijzigingsvoorstellen geen vaste termijn voor de evaluatie vastgelegd. Bij het voorgaande
merken
wij nog op dat de mogelijkheid
van evaluatie ziet op
een besluit dat door de meerderheid van het algemeen bestuur (dus de gezamenlijke deelnemers) moet worden genomen. Wenst een raad echter individueel een evaluatie te houden, dan blijft die mogelijkheid hoe dan ook bestaan. Daartoe zou de raad de gemeentelijke rekenkamer opdracht kunnen verlenen.7?
5.2
_ Wijzigingsvoorstellen
De wijzigingen
per categorie — beleidsarm
en beleidsrijk
die zien op de mogelijkheid tot participatie en de mogelijkheid
tot
het indienen van zienswijzen, lenen zich voor een categoriale indeling. De mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen dient onzes inziens nadrukkelijker te worden geboden tot participatie. 5.2.1
bij beleidsrijke regelingen.
Wijzigingsvoorstellen
Voor beleidsarme
Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid
voor beleidsarme regelingen
regelingen stellen wij de volgende
regeling voor het indienen van
zienswijzen voor. Wij merken daarbij op dat deze voorstellen niet gelden voor ISD Kompas en ISD BOL. Zij zijn namelijk zogenaamde gemengde regelingen - te weten regelingen waarin ook raadsleden zitting hebben in het algemeen bestuur. Bij deze regelingen
79 Zie artikel
Pagina
is de raadsbetrokkenheid
184 Gemeentewet.
33/58
daarom
hoe dan ook al gewaarborgd.
Boels
Q Cooperación esserseeen
Zanders
Advocaten b
Zienswijzemogelijkheid bij opheffing van de regeling Voor zover dit nog niet in de regeling is opgenomen, stellen wij voor om de zienswijzeprocedure van artikel 1 van de Wgr bij de opheffing van een gemeenschappelijke regeling van overeenkomstige toepassing te verklaren. Opheffing van een regeling kan namelijk ingrijpende gevolgen hebben voor de deelnemers, waardoor wij ons kunnen voorstellen dat het vragen van een voorafgaande zienswijze van de raden gewenst wordt geacht.
dan als volgt kunnen
Deze bepaling zou
gaan luiden:
"De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen raden
voordat de
van de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om
schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.”
Zienswijzemogelijkheid
voorafgaand
aan
het vaststellen van
strategische
meerjarenplannen Daarnaast stellen wij voor om in de regeling een zienswijzemogelijkheid
te bieden
bij de voorbereiding van strategische meerjarenplannen. Zoals in hoofdstuk 3 van dit memo al is opgemerkt, zijn dergelijke plannen namelijk richtinggevend voor de toekomstige
koers van gemeenschappelijke
regelingen
en kan de kaderstellende rol
van raden juist worden versterkt door de raden al in een vroegtijdig stadium te betrekken bij de toekomstige strategische koers. Een dergelijke zienswijzemogelijkheid
zou als volgt kunnen
worden
vormgegeven:
“Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen
op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te
brengen.”
Uiteraard is ook bij deze bepaling maatwerk mogelijk. Dat laatste is hoe dan ook aan de orde als de strategische plannen een bepaalde naam dragen. Indien uw gemeenschappelijke regeling maatwerk wenst, dan verzoeken wij om dit uiterlijk voor 1 maart a.s. aan ons kenbaar te maken, zodat wij de tekstvoorstellen daarop kunnen
laten
aansluiten.
Participatierecht raden
Tijdens de raadssessie in Zuid-Limburg werd geopperd om een bepaling te maken waarbij raadsleden permanent een soort participatierecht bij de gemeenschappelijke regeling krijgen. Dat is echter moeilijk vorm
geven daarom dit alternatief mee:
Pagina
34/58
te geven. Wij
Boels
Q Cooperación mressereoeie
Zanders
Advocaten»
Artikel (…) Zienswijze raden 1
Het algemeen
bestuur beslist bij een voorstel dat voor de gemeenten
ingrijpende gevolgen kan hebben
niet alvorens de raden
bestuur om zienswijzen zijn gevraagd.
door het dagelijks
In spoedeisende gevallen kan het
dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 2
Het algemeen
bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om
zienswijzen zijn gevraagd, dagelijks bestuur hierom
wanneer ten minste twee gemeenteraden verzoeken.
het
In spoedeisende gevallen kan het
dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3.
Indien het eerste of tweede lid wordt toegepast,
dan hebben de raden twaalf
weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaande aan het nemen
van het besluit waarover de zienswijzen
gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden
en het algemeen
bestuur
schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede
Bij besluiten
van
de
eventuele
conclusies
die
het
daaraan
verbindt.
van het bestuur van het openbaar lichaam die voor de
gemeentebesturen ingrijpende gevolgen kunnen hebben moet het dagelijks bestuur de raden om zienswijzen te vragen. Het dagelijks bestuur beslist wanneer het vindt dat de besluiten
ingrijpende gevolgen
(kunnen)
hebben.
Het dagelijks bestuur moet in elk geval zienswijzen vragen wanneer ten minste twee gemeenteraden
hierom
In beide gevallen mag
het algemeen
gemeenteraden
verzoeken.
in de gelegenheid
bestuur niet beslissen dan voordat de
zijn gesteld
om hun zienswijzen
naar voren te
brengen bij het dagelijks bestuur. De raden hebben daar 12 weken de tijd voor. Slechts in spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van de zienswijzeprocedure.
Het dagelijks bestuur moet dit besluit dan expliciet motiveren
aan de gemeenteraden. Het dagelijks bestuur is verplicht schriftelijk en gemotiveerd
op de zienswijzen van
de raden te reageren en daarbij aan te geven welke conclusie aan de zienswijze wordt verbonden.
Het dagelijks bestuur moet deze reactie aan de raden zenden
vóórdat het algemeen bestuur tot besluitvorming overgaat. Op die manier kunnen de raden, indien gewenst, hun opvattingen nog meegeven aan hun leden in het algemeen
bestuur.
Burgerparticipatie Ten aanzien van de mogelijkheid van
burgerparticipatie merken
wij op dat de
categorie beleidsarme regelingen juist wordt gekenmerkt door het feit dat zij geen beleid vaststellen. Dat doen de deelnemers zelf. Om die reden achten wij het ook Pagina
35/58
Boels
Q Cooperación mressereoeie
Zanders
Advocaten»
passend om de mogelijkheid van participatie bij de betrokken deelnemers te laten. Participatie is en blijft daarmee mogelijk via de reguliere procedures bij de
deelnemers.
Het tekstvoorstel luidt in dat kader als volgt:
"Ingezetenen van de gemeenten
en belanghebbenden
procedures bij de colleges en de raden
voorbereiding,
kunnen
via de reguliere
van de deelnemers betrokken
worden bij de
uitvoering en evaluatie van beleid.”
Bij het voorgaande merken wij op dat dit een algemene bepaling is en dat deze niet afdoet aan het gegeven dat de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz al werkt met
cliëntenraden, waarmee ook al participatie wordt geborgd. Voor Omnibuzz wordt daarom een afwijkend participatievoorstel voorgesteld. Nog te verwerken aanvulling Tijdens het overleg met de gemeentesecretarissen gemeenschappelijke
regelingen een
is verzocht om in de
bepaling op te nemen
die ertoe strekt dat het
algemeen bestuur zelfstandig kan besluiten tot het inrichten van een inspraakprocedure. Deze aanvulling wordt overgenomen. Na afloop van de zienswijzeprocedure zal daarom
worden 2.
3.
5.2.2
na de bovengenoemde
tekst de volgende tekst
ingevoegd: In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. Het algemeen bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld n het tweede lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Wijzigingsvoorstellen
Voor de tweede categorie,
voor beleidsrijke regelingen
de beleidsrijke regelingen,
hebben
wij bezien in hoeverre
het gewenst is om in de regeling een aanvullende regeling omtrent het indienen van zienswijzen voor te stellen. Concreet geldt dit enkel voor de Veiligheidsregio's. Met de Veiligheidsregio's is echter besproken dat uit de artikelen 14 tot en met 17 van de Wet veiligheidsregio's al volgt dat zienswijzen moeten worden gevraagd voorafgaand aan het vaststellen van risicoprofielen, beleidsplannen, crisisplannen en rampenbestrijdingsplannen. Nu de wet zelf al voorziet in ruime zienswijzenmogelijkheden
bij het vaststellen van
beleidsplannen door de Veiligheidsregio's zelf en de Veiligheidsregio's hebben aangegeven dat zij - buiten de strategische meerjarenplannen - verder geen andere (beleids)plannen vaststellen, stellen wij voor om ook voor de beleidsrijke regelingen geen aanvullende regeling omtrent het indienen van zienswijzen voor te
Pagina
36/58
Boels
Q Cooperación esserseeen stellen. Alle Limburgse gemeenschappelijke
Zanders
Advocaten b
regelingen die meedoen
aan het
gezamenlijke traject, krijgen zo uniforme voorstellen. 5.2.3 Overige werkafspraken Los van de hiervoor besproken wijzigingen die nodig zijn aan de tekst van de gemeenschappelijke regelingen, geldt daarnaast dat enkele - uniforme werkafspraken onzes inziens nuttig zijn. Die werkafspraken zien dan concreet op werkwijzen die tot doel hebben om de effectiviteit en efficiëntie van de
bedrijfsvoering binnen de regeling en om de samenwerking
met de deelnemers te
vergroten. Het gaat dan concreet om de bevoegdheid tot het instellen van raadsadviescommissies en afspraken omtrent het indienen van de ontwerpbegroting. Regionale
regionale
raadsadviescommissies
Zoals wij in hoofdstuk 2 van dit advies ook al opmerkten, is er voor de instelling van een
regionale raadsadviescommissie geen
gemeenteraden Nu
een
kunnen
de
daar gezamenlijk toe besluiten.
raadsadviescommissie
daartoe moeten
aparte wettelijke regeling nodig;
een
zwaar
instrument
betreft
omdat
alle
raden
besluiten en het algemeen bestuur de commissie vervolgens dient
in te stellen, verwachten wij dat in de praktijk weinig van dit instrument gebruik zal worden gemaakt. Nu het desondanks nuttig kan zijn om raadsleden op gezette
tijden te betrekken stellen om
bij de bedrijfsvoering, stellen wij voor om aan de raden voor te
regionale agendacommissies
samen
te stellen.
Deze agendacommissies
werken dan voor alle samenwerkingsverbanden in de regio en bestaan uit één of twee raadsleden per gemeenteraad. De agendacommissies kunnen zodoende gaan opereren als een vooruitgeschoven post van de gemeenteraden, waardoor besluiten en strategische visies zachter kunnen "landen". In de Noord-Limburgse gemeenten wordt sinds enkele maanden gewerkt met een dergelijke agendacommissie en wij
begrepen dat de eerste ervaringen positief zijn. Voorgesteld zou kunnen dit initiatief ook door te trekken naar de Midden-
worden om
en Zuid-Limburgse gemeenten.
Bij het voorgaande merken wij op dat het instellen van een raadscommissie niet mogelijk is voor Geul en Maas. Bij ISD Bol ligt het niet voor de hand wanneer er ook raadsleden zitting nemen in het algemeen bestuur. Dan zouden raadsleden immers gaan adviseren aan andere raadsleden. Begroting
In hoofdstuk 3 van dit memo de begroting
uiteengezet.
hebben
wij de verplichte wijzigingen voor wat betreft
Feit is echter wel dat door deze wijzigingen de raden in
een lastig parket worden gebracht. Door de nieuwe termijnen voor het aanbieden van de ontwerpbegroting aan de raden valt de zienswijzeprocedure bij de raden namelijk volledig in het zomerreces. Tijdens de bijeenkomst van 29 september jl. is
daarom voorgesteld om de werkafspraak te maken nu rond 30 april van Pagina
37/58
ieder jaar zal worden
dat de ontwerpbegroting
aangeboden.
De zienswijzetermijn
net als loopt
Boels
Q Cooperación esserseeen dan
begin juli van
ieder jaar, dus net voor het zomerreces,
Zanders
Advocaten b
af. De raden
worden
daarmee gefaciliteerd. Dit voorgestelde
werkproces is ook besproken
Limburg. Ook zij hebben Voorgesteld
aangegeven
wordt daarom
met de griffiers van de gemeenten
in
dat zij dit voorgestelde werkproces omarmen.
om dit werkproces
over te nemen.
Ondanks dat de voornoemde werkafspraak reeds was gemaakt,
hebben de
gemeentesecretarissen tijdens het overleg van 1 juni 2023 verzocht om de voornoemde werkafspraak in de gemeenschappelijke regelingen zelf op te nemen.
Zoals ook volgt uit pagina 30 van dit memo, van de zienswijzeprocedure worden
zullen de regelingen daarop na afloop
aangepast.
Zienswijze op de kadernota Tijdens het traject is tevens onderzocht in hoeverre een aanvullende zienswijzemogelijkheid op de kadernota eraan kan bijdragen dat gemeenteraden
daadwerkelijk meer grip krijgen en houden op het in een gemeenschappelijke regeling gevoerde
bestuur.
Formeel hoeft de gemeenteraad
namelijk niets met de kadernota te doen, anders
dan deze voor kennisgeving aan te nemen. Wenst de raad hierover te debatteren en erop te reageren, dan dient de raad dit tijdig te doen. Als de ontwerpbegroting
immers al is toegezonden, zin
dan heeft het reageren op de kadernota namelijk weinig
meer.
Nu de praktijk bij de deelnemende
gemeenschappelijke
regelingen is, dat de
kadernota gelijktijdig met de ontwerpbegroting wordt toegezonden, is zowel door de gemeenschappelijke regelingen als door de aanwezige raads- en collegeleden
tijdens de informatiesessies geconcludeerd dat het creëren van een aanvullende zienswijzemogelijkheid op de kadernota niet leidt tot meer grip. Wel wordt in overweging meegegeven om de ontwerpbegroting te vergezellen van een korte
oplegnotitie waarin de hoofdpunten van de financiële en beleidsmatige kaders voor het komende jaar zijn opgenomen. Over de band van de zienswijze op de ontwerpbegroting kan de visie van de raden dan worden opgehaald over de
hoofdlijnen van de kadernota. Zienswijze op jaarrekening Onderzocht is tevens of een aanvullende zienswijzemogelijkheid op het concept van de jaarrekening bijdraagt aan het creëren van meer grip op het in een gemeenschappelijke regeling gevoerde bestuur. Ook hier is geconcludeerd dat in het gezamenlijke traject geen uniforme zienswijzebepaling wordt voorgesteld. De jaarrekening ziet namelijk op a/ gedane uitgaven voor a/ gemaakte keuzes. Een extra zienswijzemogelijkheid op de jaarrekening, draagt zodoende in de basis niet direct bij aan de mogelijkheid van de Pagina
38/58
Boels
Q Cooperación mressereoeie raden om
hun
kaderstellende rol te kunnen
Zanders
Advocaten»
pakken. Sturing aan de voorkant van de
beleidscyclus kan met een zienswijzemogelijkheid op de jaarrekening dus niet worden gecreëerd. Bij het voorgaande
merken
wij nog op dat een zienswijzemogelijkheid
op de
jaarrekening in de basis uiteraard wel mogelijk is. Wij geven echter mee dat de door ons voorgestelde wijzigingen zijn gedaan vanuit de gedachte dat de wijzigingen daadwerkelijk en effectief zouden
moeten
bijdragen aan het vergroten
van de betrokkenheid van de raden bij het in een gemeenschappelijke regeling gevoerde bestuur. De democratische invloed wordt naar onze mening niet doelmatig
(efficiënt) vergroot met het creëren van een zienswijzemogelijkheid
op
de concept jaarrekening. Deze visie werd gedeeld tijdens de informatiesessies met de colleges, raden, griffiers en coördinerend juristen.
Democratische
C
Doelmatigheid Gis=ile 2}
Ad hoc zienswijze Thans wordt aldus voorgesteld om
de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen
op besluiten alleen toe te passen op het vaststellen van strategische meerjarenplannen en de opheffing van de regeling. Dit laat echter onverlet dat het hoe dan ook mogelijk is dat raden af hoc om
een zienswijze wordt gevraagd.
Daarvoor is geen aparte regeling in uw gemeenschappelijke regelingen zelf nodig, omdat een dergelijke optie tot het indienen van een zienswijze onvoldoende concreet kan worden
vormgegeven.
Wij kunnen
ons voorstellen dat ad hoc om
zienswijzen wordt gevraagd als er tussentijds sprake is van een belangrijke beleidswijziging die buiten de afgesproken kaders valt. Burgerparticipatie De mogelijkheid van burgerparticipatie wordt in de nu voorliggende voorstellen belegd bij de reguliere procedures van de colleges en raden zelf. Om
te waarborgen
dat de inhoud van een inspraakreactie ook daadwerkelijk bij de gemeenschappelijke regeling landt, bevelen wij aan om de werkafspraak te maken dat - indien er gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid
van inspraak - de
raden en/of colleges dan wel verplicht zijn om het bestuur van de gemeenschappelijke regeling onverwijld op de hoogte te stellen van de uitkomsten van de inspraakprocedures. Wij merken op deze plek op dat wij het niet passend achten om deze werkafspraak in de tekst van de gemeenschappelijke regelingen zelf vast te leggen, omdat een
gemeenschappelijke regeling strikt genomen colleges kan vastleggen. Pagina
39/58
geen verplichtingen voor de raden en
Boels
Q Cooperación esserseeen VvL.
Zanders
Advocaten b
WIJZIGINGEN WEGENS DE WET ELEKTRONISCHE PUBLICATIES
Voorts leidt ook de inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties (hierna: “WEP") ertoe dat de tekst van de gemeenschappelijke regelingen moet worden aangepast. Deze wet verplicht de gemeenschappelijke regelingen sinds 1 juli 2021 om alle officiële publicaties online te zetten via de website officielebekendmakingen.nl. Meer concreet is met de inwerkingtreding van de WEP het volgende
-
gewijzigd:
Vervallen toezending Gedeputeerde Staten: Als gevolg van de inwerkingtreding van de WEP hoeft de (wijziging van de) regeling niet meer te worden toegezonden
Gemeente
-
aan Gedeputeerde
Staten van de provincie Limburg.
van de plaats van vestiging moet wijzigingen bekendmaken
in eigen Gemeenteblad: daarnaast moet de gemeente van de plaats van vestiging de gemeenschappelijke regeling bekendmaken in het eigen Gemeenteblad, en; Centraal elektronisch register van gemeenschappelijke regelingen: Ten derde is het gemeentelijke register voor gemeenschappelijke regelingen komen te vervallen. Dit register is vervangen door een landelijk door de Minister van Binnenlandse
Zaken
en Koninkrijksrelaties bij te houden
register.
De voornoemde wijzigingen zijn bij vrijwel alle regelingen nog niet doorgevoerd in de teksten, waardoor wij bij wijze van extra dienstverlening voorstellen om die in het huidige wijzigingsvoorstel mee te nemen. Concreet betekent dit dat wij de oude bekendmakingsregelingen zullen schrappen en daarvoor in de plaats het volgende tekstvoorstel
voorstellen:
Tekstvoorstel:
1.
"Het college van de gemeente
(…) maakt een
volledig ondertekend exemplaar van
deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten in het door
2
(…) uitgegeven
bekend
Gemeenteblad.
Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet.”
VIL,
ARCHIEFBEPALINGEN
Tot slot doen wij op deze plek voorstel voor een wijziging van de archiefbepalingen van uw gemeenschappelijke
regelingen.
Wij begrepen
namelijk dat de provincie
Limburg er bij een groot aantal regelingen op heeft aangedrongen archiefbepalingen aan te scherpen. standaardregeling voor.
Pagina
40/58
om de
Wij stellen daarvoor de volgende
Boels
Q Cooperación mressereoeie Ten aanzien van deze standaardbepaling
merken
Zanders
Advocaten»
wij op dat deze is afgestemd
met
deskundigen op het gebied van archivering, waaronder de heren Geert Luijkx en Ingmar Koch, gemeentearchivaris, waterschapsarchivaris instemmingsbrief is als bijlage 7 bij dit memo gehecht: 1.
_
en Rijksarchivaris.
De
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.
2
De directeur/secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen
van het openbaar lichaam,
voor zover deze niet zijn overgebracht naar de
archiefbewaarplaats.
3
Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden
van de organen
van het openbaar lichaam,
die niet naar de
archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4.
_
5
Voor de bewaring
van de over te brengen archiefbescheiden
openbaar lichaam
wordt aangewezen
Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden
openbaar lichaam,
van de organen
van het
de archiefbewaarplaats van (…). van de organen
van het
voor zover deze niet zijn overgebracht naar de
archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van (…). 6.
_
De archivaris brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden openbaar
"N
lichaam,
van de bestuursorganen van het
die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarp/aats.
Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening
van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden
en de
uitvoering van het archiefbeheer van de bestuursorganen van het openbaar lichaam. VIIL.
VOORSTEL
VOOR
IMPLEMENTATIEPROCES
In dit memo hebben wij een voorstel gedaan voor de wijziging van uw gemeenschappelijke regelingen. Het proces om te komen tot de daadwerkelijke implementatie van de wetswijziging is daarmee begonnen. In de onderstaande tabel is het volledige implementatieproces weergegeven. Met inachtneming van het voorgaande ziet het implementatieproces er als volgt uit (zie volgende pagina). De reeds doorlopen stappen zijn daarbij in groen aangegeven.
Pagina
41/58
Boels Zanders Advocaten»
c Cooperación eseermernn Schema
implementatieproces Wat?
Processtap
27 september 2022
Startbijeenkomst
15
indien gewenst: Sessie griffiers
oktober
2022
3 november
2022
November-december
17 januari
2022
30 januari en 1 februari 2023
input
Opstellen memo met wijzigingsmogelijkheden voor implementatie Sessie
2023
leveren
2:
GR'en
en voorstel
in Venlo
Informatiesessies raden, colleges, PS, GS,
AB
en
DB
in Maasbracht
en Sittard-
Geleen 28
februari
2023
Informatiesessie gemeentejuristen
15
februari
2023
Uiterlijke datum aanleveren Wordbestanden GR'en en leveren input voor maatwerk t.a.v. voorgestelde wijzigingen
6 maart
Sessie 2 gríffiers
2023
Februari-maart
2023
Opstellen concrete tekstvoorstellen
per
categorie GR
18 april 2023
Sessie
3:
GR'en
April/mei 2023
- Afstemming
15 minuten
in Venlo
— individuele
gesprekken
via MS Teams
raadsgriffiers en
gemeentesecretarissen
i.v.m. planning
zienswijze- en toestemmingsprocedures
- voorbereiding oplegnotities voor besluitvorming Start van het formele wijzigingsproces:
Mei - juli 2023
Instemming
dagelijkse en algemene
besturen
September-oktober 2023
Zienswijzeprocedure:
het advies is om
de zienswijzetermijn
in ieder geval
deels
buiten
het
zomerreces
te laten
vallen
18 en 20 september 2023
Extra digitale raadssessies tijdens de zienswijzeprocedure
voor het stellen
van technische vragen Januari
- mei
2024
1 juli 2024
Pagina
42/58
Toestemming raden Inwerkingtreding gewijzigde gemeenschappelijke regelingen
Boels
G Cooperación mressereoeie 1. Bijlage 1: Afwijkende
Zanders
Advocaten»
bepalingen veiligheidsregio’s
Hieronder worden alleen bepalingen opgenomen die afwijken. Is hier niets opgenomen dan gelden de standaardbepalingen uit het memo. "Artikel (…) 1.
Uittreding
Een college van burgemeester en wethouders van een van de deelnemende gemeenten
kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het
bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen enartikelen de 8veiligheidsregio's. en 9 van de Wet 2.
Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn
van 2 jaar, ingaande op 1 januari van
het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen,
tenzij de colleges unaniem
een andere opzegtermijn overeenkomen 3.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen
van de uittreding, de wijze
waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan voor uittreding,
welke nadien worden
en de voorwaarden
vastgelegd in een door het algemeen
bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4.
Uiterlijk zes maanden
na het moment
van uittreding stelt het algemeen
bestuur
het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5.
Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om
binnen
zes
maanden
de
daarin
voor de
uittredende
deelnemer
omschreven
financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.
NB.1
De overige artikelen
rond uittreding
blijven onverkort van kracht.
NB. 2 In het tweede lid is de zinsnede " of de wet tot een andere datum dwingt" opgenomen. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen gemeentelijke herindeling.
Zienswijzemogelijkheid
bij een
bij opheffing van de regeling
"De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde in artikel 8 en 9 van de Wet veiligheidsregio's. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen
voordat de raden van
de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.”
Pagina
43/58
Boels
G Cooperación meserreomon 2. Bijlage 2: Afwijkende
bepalingen
Zanders
Advocaten b
GGD
Hieronder worden alleen bepalingen opgenomen
die afwijken. Is hier niets
opgenomen
uit het memo.
dan gelden de standaardbepalingen
“Artikel (…) 1.
Uittreding
Een college van burgemeester en wethouders gemeenten
van een van de deelnemende
kan besluiten tot uittreding uit de regeling,
onverminderd het
bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen enartikel14 2.
Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen
bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn het eerstvolgende kalenderjaar,
van 2 jaar, ingaande op 1 januari van
in acht genomen,
tenzij de colleges unaniem
een andere opzegtermijn overeenkomen
3.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan voor uittreding,
welke nadien
worden
en de voorwaarden
vastgelegd in een door het algemeen
bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4.
Uiterlijk zes maanden
na het moment
het uittredingsplan vast. De daarin
van uittreding stelt het algemeen
voor de uittredende
bestuur
deelnemer omschreven
financiële verplichtingen zijn bindend. 5.
Nadat het uittredingsplan is vastgesteld,
is de uittredende deelnemer gehouden
om
de
binnen
zes
maanden
de
daarin
voor
uittredende
deelnemer
omschreven
financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.
NB. De overige artikelen rond uittreding
zemogelijkheid
blijven onverkort van
kracht.
bij opheffing van de regeling
"De gemeenschappelijke
regeling kan worden opgeheven met instemming van alle
deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid.
Het besluit tot opheffing wordt niet genomen
voordat de raden
van de
deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.”
Pagina
44/58
Boels
c Cooperación mressereoeie 3. Bijlage 3: Afwijkende
bepalingen
Zanders
Advocaten»
Omgevingsdiensten
Hieronder worden alleen bepalingen opgenomen
die afwijken. Is hier niets
opgenomen
uit het memo.
Actieve
dan gelden de standaardbepalingen
informatieplicht
t dagelke bestuur | eeSE eSRUJF| WSVSGREE gee de raden van de
deelnemende gemeenten
en provinciale staten van Limburg schriftelijk alle inlichtingen
die de raden onderscheidenlijk provinciale staten nodig hebben hun
voor de uitoefening van
taken."
Zienswijzemogelijkheid
voorafgaand aan het vaststellen van strategische
meerjarenplannen
“Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten
onderscheidenlijk provinciale staten van Limburg
gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen.”
Begroting “Artikel (…) Begroting 1. Het dagelijks bestuur
twaalf weken
voordat
zendt
de
ontwerpbegroting
deze aan het algemeen
en
bestuur
bijbehorende
worden
stukken
aangeboden
ten
minste
toe aan de
colleges en raden onderscheidenlijk aan gedeputeerde staten en provinciale staten. 2.
3.
D ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. De raden
en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de
ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze ís vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.
5.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
6.
Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 58, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Pagina
45/58
Boels
c Cooperación mressereoeie
Zanders
Advocaten»
7.
Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten en aan provinciale staten, die ter zake bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
8.
Het bepaalde in het van dit artikel is, met uitzondering van de genoemde termijn, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Optione
9.
Het achtste lid is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers.
Artikel (…) Jaarrekening 1.
en jaarverslag
Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging
van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 217 van de Provinciewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het
dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór de in artikel 58b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum toe aan de raden en provinciale staten. 2.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling,
doch
in ieder geval vóór de in artikel 58, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan
de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en voorts aan de raden
en provinciale staten. Optionee
3.
Behoudens |ater n rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde
financieel
beheer.”
Uittreding “Artikel (…) 1.
Uittreding
Een college van burgemeester en wethouders gemeenten
van een van de deelnemende
of het college van gedeputeerde staten van een deelnemende
provincie kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde
in artike/l van de Wet gemeenschappelijke regelingen krachtens en bij of 2.
Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur.
Daarbij wordt een opzegtermijn
van 2 jaar, ingaande op 1 januari van
het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen,
tenzij de colleges unaniem
een andere opzegtermijn overeenkomen 3.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen
van de uittreding, de wijze
waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan
Pagina
46/58
en de voorwaarden
Boels
c Cooperación mressereoeie voor uittreding,
welke nadien worden
Zanders
Advocaten»
vastgelegd in een door het algemeen
bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4.
Uiterlijk zes maanden na het moment
van uittreding stelt het algemeen bestuur
het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5.
Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om
binnen
zes
maanden
de
daarin
voor de
uittredende
deelnemer
omschreven
financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.
NB.
1 De overige artikelen
rond uittreding
blijven onverkort van
kracht.
NB. 2 We gaan er hierbij vanuit dat de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking treedt.
zemogelijkheid
bij opheffing van de regeling
"De gemeenschappelijke
regeling kan worden opgeheven met instemming van alle
deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 18.21 de Omgevingswet.
Het besluit tot opheffing wordt niet genomen
van
voordat de raden
onderscheidenlijk provinciale staten van de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.”
Pagina
47/58
Boels
c Cooperación mressereoeie 4. Bijlage 4: Afwijkende
Zanders
Advocaten»
bepalingen gemeenschappelijk
orgaan Hieronder worden
opgenomen
alleen bepalingen
opgenomen
dan gelden de standaardbepalingen
die afwijken. Is hier niets
uit het memo.
Actieve informatieplicht "Het gemeenschappelijk orgaan geeft de raden
van de deelnemende gemeenten
schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken."
Zienswijzemogelijkheid
voorafgaand
aan
het vaststellen van
strategische
meerjarenplannen "Het gemeenschappelijk orgaan besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen
dan nadat de raden
van de deelnemende
gemeenten
gedurende
twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het gemeenschappelijk orgaan naar voren te brengen.”
Begroting “Artikel (…) Begroting 1. Het gemeenschappelijk
orgaan
zendt
de ontwerpbegroting
en bijbehorende stukken
ten
minste twaalf weken voordat deze door het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld toe aan de colleges en raden. 2.
3.
D ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. De raden kunnen bij het gemeenschappelijk orgaan
hun zienswijze over de
ontwerpbegroting naar voren brengen.
3.
Het gemeenschappelijk orgaan stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
6.
Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, tweede lid, van gemeenschappelijke de Wet regelingen genoemde datum zendt het gemeenschappelijk orgaan de begroting aan gedeputeerde staten.
7.
Pagina
Nadat de begroting is vastgesteld zendt het gemeenschappelijk orgaan de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 48/58
Boels
Q Cooperación mressereoeie 8.
Zanders
Advocaten»
Het bepaalde in het van dit artikel is, met uitzondering van de genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Optiones
9.
Het achtste lid is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers.
Artikel (…) Jaarrekening en jaarverslag 1. Van de baten en lasten van het orgaan wordt door het gemeenschappelijk orgaan
over
elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het
gemeenschappelijk orgaan de voorlopige jaarrekening jaarlijks artikel vóór de in 34b van toe aan
2.
Het
gemeenschappelijk
orgaan
zendt
de
jaarrekening
de raden.
binnen
twee
weken
na
de
vaststelling, doch in leder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum het jar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden. Optione
3.
Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het gemeenschappelijk orgaan ten aanzien van het daarin verantwoorde
financieel
beheer.”
Uittreding "Artikel (…) 1.
Uittreding
Een college van burgemeester en wethouders
gemeenten
van een van de deelnemende
kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het
bepaalde in artikel 1 van de wet. 2.
Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het
gemeenschappelijk orgaan. Daarbij wordt een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen.
3.
Het gemeenschappelijk orgaan inventariseert de gevolgen wijze waarop met deze gevolgen kan of moet voorwaarden
voor uittreding,
van de uittreding, de
worden omgegaan
welke nadien worden
en de
vastgelegd in een door het
gemeenschappelijk orgaan vast te stellen uittredingsplan. 4.
Uiterlijk zes maanden
na het moment
van uittreding stelt het gemeenschappelijk
orgaan het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven 5.
financiële verplichtingen zijn bindend,
Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om
binnen
zes
maanden
de
daarin
voor de
uittredende
financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen. Pagina
49/58
deelnemer
omschreven
Boels
Q Cooperación mressereoeie Artikel (…) 1.
Zanders
Advocaten»
_ Procedure en inhoud van het uittredingsplan
Het in artikel (…,
derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële,
Juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding.
Tevens bevat het
uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer.
2.
Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het gemeenschappelijk orgaan een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het gemeenschappelijk orgaan het concept-uittredingsplan
uittredingsplan komen 3.
voor rekening
voorbereidt.
De kosten
voor het
van de uittredende deelnemer.
Het gemeenschappelijk orgaan wijst de onafhankelijke adviseur aan op basís van
een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht,
wijst het gemeenschappelijk orgaan de onafhankelijke adviseur aan
op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie Ieden van het gemeenschappelijk orgaan,
waaronder in ieder geval een
vertegenwoordiger in het gemeenschappelijk orgaan van de uittredende deelnemer.
4.
De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen
van de uittreedsom het
bepaalde in dit artikel en in artikel [voorgaande artikel] in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment
van uittreding.
Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de
berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5-10% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen.
Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle
toekomstige onvoorzienbare kosten. 5.
Het gemeenschappelijk orgaan gehouden om
redelijkerwijs al het mogelijke te doen
de uittreedsom zo laag mogelijk te houden.
Het gemeenschappelijk orgaan
onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname
van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter
niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten
derden die zijn aangegaan
met en verplichtingen jegens
respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip
van ontvangst door het gemeenschappelijk orgaan van
de
van het besluit tot uittreding
deelnemer.”
Evaluatie
"De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien gemeenschappelijk het
orgaan daartoe besluit. Het gemeenschappelijk orgaan zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.”
Pagina
50/58
Boels
c Cooperación esserseeen 5. Bijlage 5: Afwijkende
bepalingen
Zanders
Advocaten b
BsGW
Hieronder worden alleen bepalingen opgenomen
die afwijken. Is hier niets
opgenomen
uit het memo.
dan gelden de standaardbepalingen
Actieve informatieplicht
"Het dagelijks bestuur | algemeen bestuur | voorzitter geeft de raden van de deelnemende
gemeenten
en het algemeen
bestuur van het Waterschap Limburg
schriftelijk alle inlichtingen die de raden onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap nodig hebben
Zienswijzemogelijkheid plannen "Het algemeen vaststellen
voor de uitoefening van hun taken.”