CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-071 05 Toelichting (geanonimiseerd)

Commissie 26 september 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Agrarisch Grondgebonden naar Bedrijf – Agrarisch Verwant (Hoveniersbedrijf & Boomkwekerij), Vieruitersten 6 te Meijel” (2023-071)22.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bureau

leefomgeving EE

EE

E

E

N

BESTEMMINGSPLAN

“Vieruitersten 6 Meijel NL.IMRO.1894.BPL0300.VG0!

Vastgesteld

Schoolstraat 7 | 5961 EE Horst | +31 (0)77 - 208 6099

| contact@bureauleefomgeving.nl

| www.bureauleefomgeving.nl

Document:

Bestemmingsplan “Vieruitersten 6 Meije!”

IDN:

NLIMRO.1894.BPL0300.VG0I

Status:

Vastgesteld

Datum:

18 juli 2023

Aanvrager:

Gemeente

Peel en Maas

bureau

leefomgeving EE

EE

E

E

Bureau Leefomgeving B Schoolstraat 7

5961

EE HORST

077208

6099

contact@bureauleefomgeving.nl www bureauleefomgeving.nl

N

INHOUDSOPGAVE I.

han bNd

INLEIDING

I.I _ Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

2

3.

4.

5.

6.

12

Plangebied en begrenzingen

13

Vigerend bestemmingsplan.

BESCHRIJVING

VAN

HET PLANGEBIED.

21

Algemeen

22

Ruimelijke structuur.

23

Functionele structuur.

PLANBESCHRIJVING

3.

Beschrijving plan

32

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.

2

33

Landschappelijke inpassing.

13

BELEIDSKADER.

17

4|

Riijksbeleid.

17

42

Provinciaal beleid

19

43

Gemeentelijk beleid

21

RANDVOORWAARDEN/

RESULTATEN

ONDERZOEKEN

5.1

Milieuaspecten

x

52

Kabels en leidingen.

35

53

Nauur

35

54

Waterhuishouding.

38

55

Archeologie en cultuurhistorie.

)

56

Verkeer en parkeren.

4

57

Spuitzones gewasbescherming.

4

JURIDISCHE

ASPECTEN

44

61

Toelichting op de verbeelding.

4

62

Toelichting op de planregels

4

7.

HANDHAVING

46

8.

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE

47

81

47

Vastgesteld

Economische

uitvoerbaarheid.

2

82

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

83

Procedure.

BIJLAGEN

Bilage |: Geurberekening voorgrond Biage 2: AERIUS-berekening sloopfase Bilage 3: AERIUS-berekening bouwfase

Bilage 4: AERIUS-berekening gebruiksfase Bilage 5: Omgevingsdialoog SEPARATE

BIJLAGEN

= _ Landschappelijke inpassing =

Floraen fauna inspectie

Vastgesteld

47

I.

INLEIDING

I.I

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

In het buitengebied van Meije, aan de Vieruitersten 6 is de paardenhouderij van de ouders van de initiatiefnemer gelegen. De ouders van de initatiefnemer zijn op leeftijd en willen langzaam de bedrijfsactiviteiten beëindigen en wilen in 2025

volledig stoppen met het houden van paarden. Initatiefnemer heeft sinds 2013 een kleinschalig hoveniersbedrijf dat in een deel van de bedrijfsbebouwing aan de

Vieruitersten 6 in Meijel s gevestigd. Het hoveniersbedrijfs in de loop der jaren dermate gegroeid dat behoefte is ontstaan aan een grotere en geschikte bedrijfslocatie voor de huidige en toekomstige bedrijsactiviteiten. Iniciatiefnemer heeft namelijkde wens om n een later stadium bij zjn hoveniersbedrijf een boomkwekerij te realiseren. Initiatiefnemer zou dan

ook graag de agrarische bedrijflocatie van zijn ouders overnemen om hier zijn hoveniersbedrijf met boomkwekerij te vestigen. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om beide aciviteiten op één locatie te concentreren. Het iniiatief heeft een dubbele werking enerzijds wordt leegstand voorkomen doordat voor de locatie tijdig een toekomstbestendige invulling is gevonden en anderzijds sluit de locatie perfect aan bij de behoefte van de initiatiefnemer. Het hoveniersbedrijf is beoogd op de agrarische bedrijslocatie en de boomkwekerij is beoogd op de ten oosten en zuiden gelegen landbouwgronden. In het kader van het planvoornemen is iniiatiefnemer voornemens om de milieutoestemming voor het houden van vee op deze locatie in te rekken,

de stallen te slopen en de huidige agrarische bestemming om

te zetten naar een

bedrijfsbestemming. Door de sloop van de stallen en overige agrarische bedrijfsbebouwing kan initiatiefnemer nieuwe bebouwing oprichten die beter aansluit bi het hoveniersbedrijf. Daarnaast wil initiatiefnemer bij zijn hoveniersbedrijf een boomkwekerij realiseren.

33

AAE

.7

iterstien

12.57)

J

LTT

Eal.2

=

Afbeelding |. Ligging Vieruitersten 6 in Metjel (rood omcirkeld)

Vastgesteld

4

Conform het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (vastgesteld d.d. 24 december 2014) is de locatie bestemd als 'Agrarisch — Grondgebonden’. De als 'Agrarisch — Grondgebonden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een agrarisch bedrijfsmatig gebruik in de vorm van een grondgebonden bedrijfal dan niet met als nevenactiviteit een niet-

grondgebonden bedrijfstak. Een hoveniersbedrijf met boomkwekerij betreft geen (grondgebonden) agrarisch bedrijf. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het dan ook niet toegestaan de locatie te benutten voor het hoveniersbedrijf met boomkwekerij.

Om de beoogde ontwikkeling van deze locatie in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan,

in het kader van de Wet

ruimtelike

ordening (Wro)

opgesteld.

Door

middel van onderhavig

bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming omgezet naar een bedrijfsbestemming. Hiermee wordt het beoogde gebruik van de locatie als hoveniersbedrijf met boomkwekerij wel toegestaan. Daarnaast worden de juiste bouwmogelijkheden, die bij het hoveniersbedrijf en de boomkwekerij passen, vastgelegd.

1.2

Plangebied en begrenzingen

De locatie is gelegen in het buurtschap Vieruitersten, dat circa 800 meter ten oosten van de bebouwde kom van Meijl s

gelegen. De locatie is gelegen aan Vieruitersten 6 en staat kadastraal bekend als gemeente Meijel, sectie F en perceelnummers274, 277, 278, 279, 1582, 2619 en 2620. Deze percelen worden in onderhavig bestemmingsplan aangeduid als “het plangebied”.

De locatie is bebouwd

met een bedrijswoning, twee voormalige varkensstallen (in gebruik als paardenstallen), een

paardenstal en een veldschuur. De

locatie is daarnaast voorzien van twee rijbakken, owee weiden, een stapmolen,

kuilplaten en overige erfverharding.

Afbeelding 2. Luchtfoto en begrenzing Vieruitersten 6 Meijel

De locatie wordt in het noorden begrensd door een opslag en stalingsbedrif (Vieruitersten 8).In het oosten grenst het :aan twee watergangen die zijn gelegen in een brede groenzone en die de fysieke grens vormen tussen Grashoek en Meijel. In het zuiden grenst het plangebied gedeekelijk aan landbouwgrond en gedeekelijk aan het woonperceel van de woning

Vieruitersten 4. In het westen grenst de locatie aan de weg Vieruitersten 6 waaraan

aan de overzijde eveneens

landbouwgrond is gelegen.

Vastgesteld

5

13

Vigerend bestemmingsplan

De loatie maakt onderdeel uit van het bestemrmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (vastgesteld d.d. 24 december 2014). De locatie is hierin bestemd als ‘Agrarisch — Grondgebonden’

en als ‘Agrarisch’.

Binnen de ‘Agrarisch —

Grondgebonden' bestemmings is de locatie voorzien van een bouwlak met een oppervlakte van circa 8:200 m?. De loeatie is daarnaast voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde — Archeologie 4’ en ‘Waarde — Archeologie 5 en van de gebiedsaanduidingen 'provinciale ontwikkelingszone groen’, ‘reconstructieweone ‘reconstructiewetzone - verwevingsgebied en ‘wro-zone - wizigingsgebied 6 bn’.

-

extensiveringsgebied’,

Enkelbestemming Agrarisch - Grondgebonden

Dubbelbestemming Waarde _ Arheologie-

IS

5

Souwtsk Gebiedsaanduiding

EE

Gebiedsaanduiding

wro-zone

w

Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan met plangebied rood omlijnd

De als ‘Agrarisch — Grondgebonden’ aangewezen gronden zin bestemd voor een agrarisch bedrijfsmatig gebruik,in de vorm van een grondgebonden bedrif. Een grondgebonden bedrijf betreft een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelik is van het voortbrengend vermogen van de open grond die bij het bedrijf hoort zoals een akkerbouwbedrijf, een boomkwekerij, een melkveehouderij of een productiegebonden paardenhouderij. Gebouwen

mogen

uitsluitend worden

opgericht binnen

het bouwvlak, waarbij het bouwvlak geheel mag worden

bebouwd. Per bouwvlak is maar één agrarisch bedrijf toegestaan. Per bouwvlak is tevens één bedrifswoning toegestaan, welke ook als zodanig aanwezig is. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet mogelijk om de locatie te gebruiken voor een hoveniersbedrijf met boomkwekerij. Dergelijke actviteiten zijn namelijk te schare onder “reguliere” bedrijfsactiviteiten. Om de hoveniersactivieiten

toe te staan

dient de agrarische

grondgebonden

bestemming

gewijzigd te worden

in een

bedrijsbestemming. De als ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een agrarisch bedrijsmatig en hobbymatig gebruik met daarzan

ondergeschikt extensief dagrecreatief medegebruik, paden- en ontsluitingsvoorzieningen en boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de als zodanig aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. Onder een agrarisch bedrijfsmatig bedrijf worde verstaan het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, ten behoeve van een agrarisch bedrijf met een omvang van minimaal 12 NGE. De uitoefening van een boomkwekerij op de voor ‘Agrarisch' bestemde gronden is wel rechtstreeks toegestaan.

Vastgesteld

6

2.

BESCHRIJVING VAN

21

Algemeen

HET PLANGEBIED

In dit hoofdstuk is een beschrijving van het gehele plangebied gegeven. Hierbij komen de aanwezige ruimelijke en functionele structuur van het plangebied en de omgeving aan bod. Het plangebied is gelegen n het buitengebied van Meijel, op cirea 800 meter ten oosten van de kern. Meijel maakt onderdeel uit van de gemeente Peel en Maas en is gelegen n het westen van deze gemeente. Ruim 6.000 inwoners

bevolken de kern. Meijel bevind zich vlakbij de Groote Peel en is omgeven door diverse bos- en recreatiegebieden.

Afbeelding 4.Impressie plangebied en omliggende landschap

2.2

Ruimtelijke structuur

Het landschap in de omgeving van het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan en op basis van het structuurplan

buitengebied aangeduid als bos- en nawur landschap. Dit type landschap is te kenmerken aan de grote bos- en natuurgebieden. In de omgeving van het plangebied zijn echter geen grootschalige bos- en natuurgebieden gelegen. Het landschap

in de

omgeving

van

het plangebied

is zodoende

beter

te

kenmerken

als een

kdeinschalig

halfopen

ontginningslandschap. De kleinschalig halfopen ontginningsandschappen liggen voornamelijk ussen de oude bouwlanden

n de jongere ontginningslandschappen. Deze gronden zijn geschikt gemaakt voor landbouw via kleinschalige ontginning. De

ontginningen

zijn

in stappen

gerealiseerd

waardoor

een

afwisselend

landschap

is ontstaan

met

verschilende

kavelgroottes, verspreid liggende erven in kleine cluster, bosjes en kavelgrensbeplantingen. Dit is dan ook te zien in de omgeving van het plangebied, waar de bebouwing met name geconcentreerd is aan de Vieruitersten en waarbij de erven verschilende kavelgroottes kennen.

Vastgesteld

7

Afbeelding S. En 6 Impressie plangebied

De belangrijkste structuurdrager in de omgeving zijn de twee oostelik gelegen watergangen. Deze watergangen zijn gegraven om water uit de veengebieden af te voeren en vervolgens de gewonnen turf per boot te vervoeren. De watergangen zijn gelegen n een brede groenstrook tussen de N273 en de provinciale grens van Limburg met Noord-

Brabant De watergangen vormen de fysieke grens tussen de kernen Meijel en Grashoek. De omgeving kenmerkt zich daarnaast door de diverse bos- en natuurgebieden. Ten noordwesten van het plangebied is

een klein bosgebied gelegen en ten noordoosten van het plangebied zijn de natuurgebieden 't Molentje, Scherliet en Het kwalvors gelegen. Circa 4 kilometer ten westen van het plangebied is Nationaal park De Groote Peel gelegen.

2.3

Functionele

structuur

In het buitengebied van Meijel overheerst de agrarische functie. In het buitengebied zijn onder andere (intensieve) veehouderijen,

glastuinbouwbedrijven

en ander

soortige agrarische

bedrijven gelegen.

De

onbebouwde

agrarische

percelen zijn in gebruik als akker- of weiland. Daarnaast liggen in het buitengebied in mindere mate verspreid nog andersoortige bedrijven en burgerwoningen.

Afbeelding 7. Impressie Vieruitersten

Afbeelding 8. Impressie omgeving plangebied

In de omgeving zijn ook veel bos- en natuurgebieden gelegen waardoor de nawurfunctie prominent aanwezig is. Op een afstand van 600 meter n westelijke richting is een kleinschalig bosgebied gelegen en op een afstand van 800 meter in

noordoostelijke richting zijn nog enkele andere bos- en natuurgebieden gelegen. In de ten westen van het plangebied gelegen bebouwde kom van Meijel (op een afstand van circa 800 meter) overheerst

de woonfunctie. Ondersteunende voorzieningen (winkels en horeca) bevinden zich voornamelijk aan de Dorpstraat, Kerkstraat en Schoolstraat.

Vastgesteld

8

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1

Beschrijving plan

Aanleiding hoveniersbedrif Aan de Vieruitersten is sinds 2002 een veehouderij aanwezig n de vorm van een varkenshouderij n combinatie met een

paardenhouderij De locatie is bebouwd met een bedrijfswoning, twee varkensstallen, een paardenstal en een veldschuur. Daarnaast is op de locatie verharding aanwezig in de vorm van erfverharding en kuilplaten. De varkenshouderij is omstreeks 2019 beindigd waarna de mileuvergunning voor het houden van varkens in september 2020 is ingetrokken. De locatie is destijds volledig in gebruik genomen voor het houden van paarden. De veehouderij beschikt in de huidige situatie over een milieuvergunning voor het houden van 53 paarden. In tabel is de vergunningssituatie van de veehouderij weergegeven.

Tabel I. Vergunde situatie Vieruitersten 6

Diercategorie

Huisvestingssysteem _ Aantaldieren Ammoniak (NH)totaad per

Paarden Paarden

KI.100 K2.100 Totaal

U 2 53

dier

50 2

105 672 172,2

Geur (OU!s) per totaad

dier

* *

* * B

Fijnstof (PMo) totadl per

dier

# £

* * :

* Niet vastgesteld

Afbeelding 9.Luchtfoto plangebied

In 2013 heeft initatiefnemer een hoveniersbedrijf opgericht. Het hoveniersbedrijis gericht op diverse tuinwerkzaamheden waaronder het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van tuinen. Het hoveniersbedrijf betrof toen der tiijd een Wleinschalig bedrijf en was meer een hobby van de iniiatiefnemer. Iniiatiefnemer kon toen der tijd nog geen volwaardig

inkomen uit het hoveniersbedrijf behalen en werkte twee dagen voor zijn hoveniersbedrijf en de overige dagen bij een werkgever.

Vastgesteld

9

Door de groei van het hoveniersbedrijf i initiatiefnemer zich, in 2018, volledig gaan richten op zijn hoveniersbedrijf. Iniciatiefnemer heeft dan ook behoefte aan een geschikte bedrijfslocatie voor de huidige en toekomstige bedrijfsactivieiten. Een geschikte locatie is gevonden in de agrarische bedrifslocatie van zijn ouders. De ouders van de initiatiefnemer zijn

namelijk voornemens om agrarische activiteiten langzaam aan te beëindigen en zijn voornemens om in 2025 volledig te stoppen met het houden van paarden. De vrijkomende agrarische bedrijslocatie en de omliggende gronden, die n eigendom zijn van de ouders van initatiefnemers, lenen zich uitstekend voor het vestigen van het hoveniersbedrijf met boomkwekerij. Iniatiefnemer is voornemens om een deel van de aanwezige bedrijsgebouwen, zijnde de twee varkensstallen en de

paardenstal te slopen. Door de sloop van de bedrijfsgebouwen kan het lege bouwvlak geheel naar eigen wens op een hoogwaardige wijze worden heropgebouwd met bedrijfsgebouwen die beer passen bij het hoveniersbedrijf. Initatiefnemer wenst het lege bouwviak te bebouwen met een werkplaats met kantoor en een gereedschappenschuur.

De gereedschappenschuur betreft de bestaande veldschuur, die in het kader van het initiatief behouden blijt. Op de nieuwe bedrijfsbebouwing worden daarnaast zonnepanelen gelegd die door de situering ontspringen aan het gezichtsveld en voorzien in een duurzame bedrijfsvoering.

Iniciatiefnemer wil ten tijde van het gehele initatief tevens de woning aanpassen. Het voornemen bestaat om de woning

te renoveren en een uitbouw te realiseren, De woningzal in de beoogde situatie een opperviakte beslaan van 234 m?. Daarnaast wil iniiatiefnemer een poolhouse realiseren en een stal voor het hobbymatig houden van paarden. Het

poolhouse is beoogd ten zuiden van de woning en beslaat een oppervlakte van circa72 m. De paardenstalis beoogd voor het hobbymatig houden van 5 tot 8 paarden. De paardenstal beslaat een oppervlakte van circa 230 m? en is beoogd ten oosten van de veldschuur.

Bfuwvlak 590 m2|

Totaat Oude situatie

2408 12

n

m

Totaar Nieuwe situatie

182750 m2 A

e

P ZIT

Afbeelding 10. Impressie bestaande en beoogde situatie

Vastgesteld

10

In tabel 2 in de huidige bebouwing afgezet tegen over de beoogde bebouwing. In de huidige situatie is sprake van 2408 m? aan bebouwing. In het kader van het initiatief wordt een deel van de bedrijfsbebouwing gesloopt en hiervoor in de plaats

wordt nieuwe bebouwing gerealiseerd. In de beoogde situatie is sprake van 1.827,5 m’. Het initiatief voorziet in 580,5 m? minder aan bebouwing wat bijdraagt aan de ontstening van de locatie. Tabel 2. Huidige en beoogde bebouwing

Huidige bebouwing

Bedrijfswoning Varkensstal Aanbouw varkensstal Veldschuur Paardenstal Totaal

Beoogde bebouwing

214m? __ Bedrijfswoning 1276m? ___ Veldshuur Kantoor en werkplaats 130m 312m? _ Paardenstal 476m __ Poolhouse Pré-mantelzorgwoningen 2408m: __ Totaal

234m 800 m? 312m 229,50 m? 72 m 180 m? 1.827,50 m?

Het huidige bouwviak van de locatie heeft een onlogische vorm. Door deze onlogische vorm is het lastig om de bedrijsbebouwing en de bijgebouwen van de woning passend te krijgen binnen het bestaande bouwvlak. Intiatiefnemer is

zodoende voornemens om het bouwvlak van vorm te veranderen en strak om de beoogde bebouwing te leggen. Het

huidige bouwvlak heeft een opperviakte van 8:320 m. In de beoogde situatie heeft het bouwvlak een opperviakte van cirea 5.590 m?. In totaal wordt ruim 30% van het bouwviak van de locatie verwijderd.

Afbeelding |. Impressie vormverandering bouwviak met rood het huidige bouwvlak en blauw het nieuwe bouwviak

Inicatiefnemer is daarnaast voornemens om bij zijn hoveniersbedrijf een boomkwekerij op te richten. De boomkwekerij zal een opperviakte beslaan van circa 6 ha en is gelegen ten oosten en zuiden van de locatie. De gronden waarop de

boomkwekerij is beoogd zijn in bezit van de ouders van de initiatiefnemers. In de loop der tijd zal initiatiefnemer deze gronden overnemen. De oostelik gelegen gronden grenzen aan twee watergangen die zijn gelegen in een groene omgeving. Initiatiefnemer wil deze groene omgeving in een later stadium versterken door op een deel van zijn gronden

de groenstrookte verbreden. Dit pakt positief uit voor de belevingswaarde van de watergangen en het landschap rondom deze watergangen.

Vastgesteld

u

Vieruitersten

Heldensedijk

Afbeelding 12. Impressie gronden van het hoveniersbedrijf (rood) en de boomkwekerij (oranje)

Bij het hoveniersbedrijf worden daarnaast twee pré-mantelzorgwoningen gerealiseerd voor de ouders en schoonouders van de initiatiefnemer. De pré-mantelzorgwoningen worden middels een aparte procedure behandeld en worden in dat

kader niet meegenomen in onderhavig bestemmingsplan met uitzondering van de paragraaf andschappelijke inpassing.

3.2

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

De doelsteling van dit bestemmingsplan is gericht op het beëindigen van de paardenhouderij aan de Vieruitersten 6. Ter plaatse zal de locatie volledig worden benut voor het uitoefenen van het aanwezige hoveniersbedrijf en de boomkwekerij. Op de omliggende gronden zal daarnaast een boomkwekerij worden gerealiseerd. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: =

De bestemming ‘Agrarisch — Grondgebonden' wordt gewijzigd in de bestemming ‘Bedrijf — Agrarisch verwant’;

= Het bestaande bouwvlak word verkleind en van vorm veranderd zodat deze beter aansluit bij de beoogde situatie; = _ Binnen het bouwvlak word de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-hoveniersbedrijf Vieruitersten 6 Meije! opgenomen;

= _ De bouwmogelijkheden worden vastgelegd door het opnemen van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwd

oppervlakte: =

1.827,5 m?;

Daarmaast wordt de inhoud van de woning en de bijbehorende bouwwerken vastgelegd door het opnemen van de

maatvoeringsaanduiding ‘maximum volume: 1996 m*; =

Binnen het plangebied word een tijdelijke paardenstal gerealiseerd. De paardenstal is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘ijdelijk bijgebouw'

= _ Het deel van het plangebied dat geen onderdeel meer uitmaakt van het bouwvlak wordt herbestemd als ‘Agrarisch'; =

De gronden die beoogd zijn voor de boomkwekerij zijn bestemd als ‘Agrarisch';

=

Binnen de agrarische bestemming is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch — spuitzone vrije zone’

opgenomen waarbinnen het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan; =

De te verbreden groenstrook zal worden bestemd als ‘Natuur';

= _ Binnen het plangebied is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen — landschappelijke inpassing Vieruitersten &'

opgenomen om te garanderen dat de bestemmingswijziging gepaard gaat met een gedegen landschappelijke inpassing van de locatie;

=

Verder dienen alle dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit het vigerende bestemmingsplan opnieuw van

toepassingte worden verklaard.

Vastgesteld

12

=

Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Peel en Maas dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten i het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” zoals dat thans voor het plangebied geldt.

De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin een deel van het plangebied bestemd s als ‘Bedrijf— Agrarisch verwant. Binnen deze bedrijfsbestemming is een bouwvlak opgenomen met de functieaanduiding 'speiieke

vorm van bedrijf - hoveniersbedrijf zodat het gebruiken van de locatie ten behoeve van het hoveniersbedrijf mogelijk

wordt Binnen het bouwvak is daarnaast de maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwd oppervlakte: 1.827,5 m” opgenomen zodat niet meer bedrijfsbebouwing dan gewenst is toegestaan. De gronden waarop de boomkwekerijis beoogd blijven bestemd als ‘Agrarisch'. Binnen deze bestemming is de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch — spuitzone vrije zone' opgenomen. Daarnaast is een deel van het plangebied voorzien van

de bestemming ‘Natuur’ zodat de groenstrook ten oosten van het plangebied kan worden vergroot. Ter plaatse van de beoogde landschappelijke inpassing is de aanduiding ‘specifieke vorm van groen — landschappelijke

inpassing Vieruitersten 6' opgenomen zodt tevens is gewaarborgd dat de beschreven landschappelike inpassing van de locatie planologisch geborgd is in het bestemmingsplan.

De vigerende archeologische dubbelbestemming en de gebiedsaanduidingen zijn voor het gehele plangebied opnieuw van toepassing verkdaard.

3.3

Landschappelijke inpassing

Voor het initiatief is een landschappelij inpassingsplan! opgesteld, waarmee is gegarandeerd dt het hoveniersbedrijf en de boomkwekerij

in de nieuwe situatie op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap.

Uitvoering van het gestelde in het landschappelik inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling.

De berekening van de benodigde inpassing en het landschapsplan zijn diverse malen besproken met de kwaliteitscommissie van de gemeente Peel en Maas. Op 13 juli 2022 heeft de kwaliteitscommissie opmerkingen gemaakt op de landschappelijke inpassing. Vervolgens is de landschappelijke inpassing aan de hand van de opmerkingen aangepast en op 7 februari 2023 akkoord bevonden.

Berekening inpassing

Als basis voor de omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte “landschappelijke inpassing” of ander groen/natuur dat overeenkomt met |0% van het totale bouwvlak. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa

5.590 m?. Dit betekent dat er ten minste 559 m? als groen zal moeten worden ingericht. Voor

een

vestiging van een (niet) agrarisch verwant bedrijf in een

voormalige agrarische bedrijslocatie

(VAB)

is

basiskwaliteit plus benodigd. Een aanvullende kwaliteitsverbetering dient te bestaan uit fysieke maatregelen die bijdragen

aan het versterken van de kwaliteit van het landschap waarbinnen de maatregelen genomen worden. De omvang van de aanvullende kwaliteitsverbetering bedraagt 0,5 X basiskwaliteit X 2. De aanvullende kwalieitsverbetering voor de vestiging

van een (niet) agrarisch verwant bedrijf bedraagt zodoende 559 m.

3 Urban Association, Landschappelijke inpassing Vieruitersten 6 Meijel, 11 januari 2023, documentnummer:

Vastgesteld

20220325022

13

Bij het hoveniersbedrijf met boomkwekerij worden daarnaast twee pré-mantelzorgwoningen gerealiseerd. Voor de inpassing van pré-mantelzorgwoningen in het buitengebied is geen expliciete regeling opgenomen. Daar het gaat om het toevoegen van bebouwing voor soms, en hopelij, een lange periode

is het van belang dat de ontwikkeling goed

landschappelijk wordt ingepast. Hierbij wordt aangesloten bij het ondergaan van een functiewijziging binnen een bestaand bouwviak. Hier word Basiskwaliteit (B) voor gerekend. Basiskwalieit houdt in dat 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en verharding komt moet worden ingepast.

De pré-mantelzorgwoningen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 180 m?. Voor de pré-mantelzorgwoningen geldt dat een basis landschappelike inpassing van 10% van de bebouwing en de erfverharding In totaal dient zodoende 18 m? landschappelijk ingepast te worden.

Bij de uitbreiding van een bedrijfswoning inclusief bijgebouwen boven de 1000 m is eveneens een aanvullende kwaliteitsverbetering benodigd. In de nieuwe situatie is sprake van de volgende woonbebouwing:

-

woning uitbreidingwoning

-

poolhouse

679,95 m? _ 331,86 m

180m

paardenstal 80325 m? In de beoogde situatie is in totaal sprake van 1.995,06 m?aan woonbebouwing. In totaal wordt 995,06 m? meer aan woonbebouwing en bijgebouwen gerealiseerd. De verdiscontering van de aanvullende kwaliteit voor de uitbreiding van de woonbebouwing en de bijgebouwen bedraagt

€15 per m’. De totale benodigde inpassing bedraagt in dat kader €14.925,90 (995,06 m? * €15,). In de Landschappelijke

kwaliteitsbijdrage bij ontwikkelingen

in het buitengebied

heeft de gemeente

Peel en maas

opgenomen dat aanvullende kwaliteitsverbetering kan bestaan uit sloop van bebouwing, De sloop heeft een waarde van

€25 per m?. In totaal wordt 580,5 m? gesloopt wat neerkomt op aanwullende kwaliteit van €14.512,50. In dat kader dient nog een

kwaliteitsbijdrage

van

€413,50

gerealiseerd

te worden.

De

aanvullende

kwaliteitsbijdrage

kan

verdisconteerd door de inzet van groen. De verdiscontering met inzet van groen bedraagt €6- per m?.

worden

De extra

benodigde inpassing bedraagt zodoende 70 m? (€413,50 / €6,- = 70 m’).

De totale verplichte landschappelijke inpassing ten behoeve van het hoveniersbedrijf is 559 m? (BK+) + 559 (AK) = 1118 m’. Ten aanzien van de mantelzorgwoningen wordt daarnaast 18 m? basiskwaliteit gerealiseerd. De verrekening landschappelijke inpassing in m2s groen bedraagt zodoende .136 m? (1.118 m? + 18 m?). Daarnaast is een aanvullende

kwaliteitsbijdrage benodied van 70 m. Totaal benodigde landschappelike inpassing in m? bedraagt zodoende 1.206 m? (1.136 m? + 70 m. Aanplant groen De landschappelijke inpassing voorziet daarnaast in de aanplant van de volgende beplanting (tabel 3). Tabel 3. Aan te plancen beplanting

Type Naam beplanting Haag Fagus syvatica Plantsoen bosje _ Amelanchier Corylus avellanaLamareki 8 Euonymus euopaeus

80/ 100

Hazelaar

_ Krenteboompje

Kardinaalsmuts

Hulst

_

80/100

25 stuks

15 stuks

Ilex aquifolium Acer campestre

Veldesdoorn

60/80 80/100

Betula pendula

Ruwe berk

80/100

Cornus mas Sorbus intermedia Rhamnus frangula Vastgesteld

Maatbeplanting Aantal _ Teltals 108m _ 54m 0/ 100 2550 stuks _ 60/80 stuks

Groene beuk

Kornoelje Listerbes Vuilboom

60/80 80/100 80/100

75ISsuks stuks _ |.140m? 1S stuks 50 stuks 1O stuks

14

Sambucus nigra

Vlier

80/100

20 stuks

Tilia cordata Tilia tomentosa

Winterlinde Zilverlinde

14/ 16 14/ 16

6 stuks 4 stuks

Platanus acerfolia Fagus sylvatica

Plataan Rode beuk

Bomen Bomen

Juglans regia Quercus petraea

Bomen Bomen Bomen Bomen

Quercus robur Zomereik 1416 Salix alba Tristis” Treurwilg 1416 Castanea sativa TammekKasanje _ 1416 Populusnigraflalia! __ Populier 1416

Bomen Bomen

Bomen Bomen

Totaal

Atropurpurea’

Okkernoor Wintereik

16/18 I6/18

Istuks _ 2mÈ 9stuks _ 26m Sstuks Istuks Dstuks 6stuks

16/ 18 14/ 16

3 stuks 13 stuks

18m? 8mì

_ 14m2 __ 2m2 _ 4m? _ 18m2 6m 36m?

1.294 m?

In totaal wordt 1.294 m? aan nieuwe beplanting gerealiseerd. De opperviakte van de mantelvegetatie van de bestrijdingszone bij de boomkwekerij bedraage 1.200 m. In totaal worde zodoende 2494 m? aan groen gerealiseerd.

Aangezien 1.206 m?aan groen benodigd is wordt ruimschoot voldaan aan de inpassingseis. Bomengroep met rustplaats fietsers en wandelaars In front van het perceel recht tegenover het kantoor met werkplaats wordt aan de wegzijde de bestaande Prunus laurocerasus haag verwijderd. Met inheemse boomsoorten wordt een carré gevormd van £625 m2 in front van het perceel-aanzicht. Daarmee wordt het aangezicht opener en wordt door toevoeging van een houten bank en tafel een

rustplek gecreëerd die uitzicht geeft op de westelijke omgeving richting Meijel. Aanleg van infikraieviver met een natuurlk karakter. Aan de zuidzijde wordt een infikratieviver aangelegd. Rondom de vijver komt

een

zoom

met

kruiden

die

insecten

aantrekken. Deze zoom gaat geleidelijk over in het bestaande bosplantsoen dat met inheemse bomen is aangevuld. Door met verschillen in diepte te werken is de kans groot dat ook in drogere perioden de viver niet droogvalt. Rondom de vijver wordt een verhoogde onderhoudspad aangelegd. Hierdoor is het pad droger en warmer dan de omgeving, wat voor veel insecten aantrekkelijk is. De grond hiervoor komt uit de viver. Door de vijver ook kikkervriendelijk te maken, kunnen de kikkers de larven van diverse insecten (muggen, paardendaas) bestrijden. Het samenspel van al deze factoren

heeft tot gevolg dat er een natuurljke vijver/poel ontstaat die in een natuurlijk evenwicht zal geraken en daardoor een verhoogde waarde heeft voor de omgeving. Zuidwestelke zijde plangebied De zuidwestelike zijde wordt aangekleed met een bomenrij en mantelvegitatie of een struweelrand. Daarnaast is er een fruitgaard gepland. die het landschappelijk karakter versterkt. Het open karakter, dat bij het landschap aansluit bljt daardoor.

Noord-en oosteijke zijde Aan de noord- en oostijde van het plangebied wordt een natuurlijke afscheiding gerealiseerd door de aanplant van hagen met daartussen solitaire bomen. Aan de oostzijde wordt tevens een brede struweelrand gerealiseerd.

Soltaire bomen en boomrien. Voor de solitaire bomengroep en boomrijen op de iniiatieflocatie is bewust gekozen voor bomen die vruchten dragen, tamme kastanje, walnoot, beuk. Deze bomen leveren veel voedsel voor in de omgeving levende knaagdieren en vogels en passen in het beeld van de omgeving.

Vastgesteld

15

Natuurljke bestrijding Langs de Helenavaart

en het Deurnes

kanaal wordt

de geplande

boomkwekerij

aangeplant

met

een

natuurlijke

bestrijdingszone van bloemen en struiken strook. Daarmee ontstaat er een natuurlijke bescherming van de jonge aanplant

bomen. Omvang wordt ingericht op basis van behoeften van de aanplant. Iniatiefnemer

neemt

de

locatie

en

omliggende

gronden

geleidelijk

aan

over

van

zijn

vader

hierdoor

kan

de

landschappelike inpassing niet direct na vaststelling van het bestemmingsplan worden gerealiseerd. De landschappelijke inpassing kan namelijk pas worden gerealiseerd als de stallen worden gesloopt, de nieuwe bebouwing is gerealiseerd en de gronden voor de boomkwekerijin eigendom zijn.

Om te waarborgen dat de landschappelike inpassing daadwerkelijk wordt gerealiseerd is binnen het plangebied is de aanduidingen

‘specifieke vorm van groen

- landschappeijke inpassing Vieruitersten 6 Meije! toegekend. Hiermee is

gewaarborgd da het gestelde van de landschappelijke inpassing binnen 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. VOLLEDIG

Vieruitekgten 6

INPASSINGS

PLAN

Neijel

(geanonimise rd)

(geanonimise rd)

Afbeelding 13. Impressie landschappelijke inpassing

Vastgesteld

16

4.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. R

en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan

waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor | januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n

visie de is vastgelegd in artikel 3.!, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro.

Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het R is om met de NOVI een perspectiefte bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: = _ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; = _ duurzaam economisch groeipotentieel; = _ sterke en gezonde steden en regio's; = _ toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven:

1.

Combinaies van functies gaan voor enkelvoudige functies;

2

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;

3.

Afwentelen wordt voorkomen.

Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelij is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: =

Bevorderen

van een duurzame ontwikkeling van Nederland

als geheel en van alle onderdelen van de fysieke

leefomgeving; = _ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; = _ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; = _ Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat;

Vastgesteld

17

=

_ Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit.

Condusie

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initatief. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011

is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op

| oktober

2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die

direct het bestemmingsplan en daarmee gelijte stellen besluiten betreffen. Zi strekken ertoe dat de nationale ruimteljke afweging, die door het kabinet n samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd.

Onderwerpen

waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de

waterveilgheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en

enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waaterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veilgheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte

in het IJsselmeer. Voor het initiatief werken geen van de genoemde Rijksbelangen rechtstreeks door. Op de locatie is geen sprake van een

gebiedsreservering voor de lange termijn. Het initiatief is dan ook niet in strijd met het Barro. 4.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen

van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro).

Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per I juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkeljke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende telst: “De toelchting bij een bestemmingsplan dat een rieuwe stedelike onwikkeiing mogelik maakt, bevat een beschriving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied,

een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelik gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Het iniiatief maakt een functiewijziging mogelik van een bestaand agrarisch bedrijf n de vorm van een paardenhouderij

met daaraan ondergeschikt een hoveniersbedrijf) naar een hoveniersbedrijf met boomkwekerij.

In het kader van het

initiatief wordt meer bebouwing gesloopt dan nieuw wordt gerealiseerd. Aangezien de bestemmingswijziging niet voorziet in het creëren van meer bouwmogelikheden

is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is de ladder niet van

toepassing, ook niet bij een functiewijziging (ABRNS, 5 augustus 2015, (geanonimiseerd) N Daarnaast is met de verplaatsing van een functie, die als was toegestaan binnen datzelfde gebied waarbij het bebouwd opperviak niet toeneemt, eveneens geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRYS 24 augustus 2016; ECLINL:RVS:20162316).

Vastgesteld

18

Bij het hoveniersbedrij zal een boomkwekerij worden gerealiseerd. De boomkwekeri is beoogd n het buitengebied van Peel en Maas en binnen een agrarische bestemming. Bij de boomkwekerij wordt geen bebouwing gerealiseerd waardoor geen sprake is van een stedelijke onowikkeling, Condusie

Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing.

42

Provinciaal beleid

4.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Limburg

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op I oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 202 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014). De omgevingswisie is een lange termijnvisie, metals doelstelling invullng geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en

fexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actaliseren met het oog op toekomstige veranderingen. Hoofdopgaven

In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: =

Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk s in het bebouwde gebied:

=

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);

= _ Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachteming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg s hierbij een belangrijk uitgangspunt.In de Provinciale omgevingsvisie Limburg worde vervolgens

een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud

De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit owee delen: =

Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's:

=

Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdljnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Werklocaties

De provincie heeft de ambitie om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werkloeaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven. Daarbij wil de provincie zo efficiënt mogelijk omgaan met het ruimtebeslag. De

provincie richt zich met name op compacte werklocaties om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren. De provincie hanteert de redeneerlin “behoefte-bestaand-uitbreiding-nieuw”, om op deze wijze zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren.

Vastgesteld

19

Het voornemen bestaat om de paardenhouderij aan de Vieruitersten 6 volledig te beëindigen en de locatie volledig te gaan benutten ten behoeve van het aanwezige hoveniersbedrijf. Bij het hoveniersbedrijf wil initatiefnemer n een later stadium een boomkwekerij realiseren. Het hoveniersbedrijf wordt voortgezet op agrarische bedrijslocatie waardoor

sprake is van hergebruik van een vrijkomende agrarische bedrijflocatie. Met het iniiatief is dan ook sprake van duurzaam ruimtegebruik.

Wonen en leefomgeving In de Provinciale Omgevingsvisie Limburg heeft de provincie de ambitie uitgesproken om een voortreffelijke woon- en leefomgeving te realiseren. De provincie vindt het namelijk belangrijk dat mensen kunnen wonen

in een zelfgekozen

woning en woonomgeving, die past bij hun mogelijkheden en levensfase. Op basis van het vigerende bestemmingsplan en de geldende milieuvergunning mogen

aan de Vieruitersten 6 grote

hoeveelheden ammoniak, geur en fin stof worden geëmitteerd. In de beoogde situatie wordt de paardenhouderij volledig beëindigd waarmee de ammoniak-, geur en fijnstof uitstoot volledig vervalt. Door het vervallen van deze uitstoot is sprake van de verbetering van het woon- en leefklimaat. Condusie

Het befindigen van de veehouderij, het daarvoor in de plaats benutten van de locatie voor het aanwezige hoveniersbedrijf

met toekomstige boomkwekerij past binnen de provinciale uitgangspunten zoals gesteld in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. Er is sprake van duurzaam ruimtegebruik, daarnaast wordt het woon- en leefklimaat in de omgeving verbetert. Het iniiatief is daarmee in ljn met de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.

4.2.2

Ontwerp Omgevingsverordening

In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van mileu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen

en

ruimte.

Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht n één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: = … Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap:

= _ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor speifieke doelgroepen. Op dit moment geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (inwerkingtreding:

1 januari 2024 is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hieronder s het initatief getoetst aan de huidige verordening.

423

Omgevingsverordening Limburg 2014

Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld.

De juridische

Naast bepalingen die voor iedereen gelden

(gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdsuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten

zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit

initatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. In artikel 2.2 van het hoofdstuk Ruimte is bepaald dat een ruimtelik plan da een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk

maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimeelijke ordening (adder duurzame ontwikkeling) waarbij tevens de mogelijkheid tot herbenutting van monumentale en beeldbepalende gebouwen onderzocht moet worden.

Vastgesteld

20

Met het initiatief wordt een bestaande veehouderij beëindigd en daarvoor in de plaats wordt de locatie volledig benut door het aanwezige hoveniersbedrijf met daarbij een boomlwekerij. In het kader van het initiatief wordt een deel van de aanwezige bedrijfsbebouwing gesloopt en daarvoor in de plaats word nieuwe bebouwing gerealiseerd. Echter er wordt

minder bebouwing opgericht dan dat er wordt gesloopt. Het initiatief voorziet niet in het creëren van meer bouwmogelijkheden. Met de herbestemming s geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het iniiatie s niet in strijd met de Omgevingsverordening Limburg 2014.

43

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Peel en Maas

De gemeente Peel en Maas heeft op 5 juli 2022 de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft een visie over de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen voor de gehele gemeente. De visie gaat voer de woon- en leefomgeving

en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verbliven. De omgevingsvisie blift een dynamisch document. Op dit moment is de eerste versie van de omgevingsvisie opgesteld, met het bestaande beleid als uitgangspunt. De komende jaren werkt de gemeente verder waar dat nodig is en evalueert of aanpassing nodig of wenselijk i. De gehele gemeente is opgedeeld in deelgebieden met ieder hun eigen waarden en kenmerken. Aanvullend aan deze waarden hanteert de gemeente een aantal overkoepelende waarden die niet gebiedsafhankelijk zijn. Dit zijn de waarden

die de basis vormen; zelfsturing, diversiteit en duurzaamheid, Conform de waardenkaart is onderhavig plangebied gelegen in ‘Bos- en Natuur’. De bos- en natuurgebieden betreffen

grote bos- en natuurgebieden die aaneengesloten en verspreid over de gemeente liggen. De bos- en natuurgebieden vertegenwoordigen

een grote waarde voor het landschap en de natuur. Mede daardoor hebben ze de status van

beschermd natuurgebied. Daarnaast hebben de gebieden een grote waarde op het gebied van recreatie. Het versterken van de waarden kan gezocht worden in onder andere: e _ Meer diverse inheemse soorten bomen en planten in de bos- en natuurgebieden om de biodiversiteit te versterken.

e _ Ruimte bieden voor water en piekberging. © _ Tegengaan verdroging in het gebied. © _ Ontwikkel ecologische verbindingen en gebieden (EHS) in de vorm van een besloten of half open natuurijk andschap.

© _ Maak natuurvriendelijke oevers langs sloten en beken als ondersteunend ecologisch netwerk. e _ Versterk het ecologisch beheer van de bosgebieden. © _ Erfgoed en cultuurhistorie beter beleefbaar maken.

© _ Ontwikkel een recreatief netwerk tussen de natuurgebieden. ©

Natuur en bossen die toegankelij zin voor extensief recreatief gebruik en uitdagen tot bewegen.

In de Omgevingsvisie wordt geen nieuwe koers vastgelegd.

De reeds ingezette koers uit de kaderstellingen en de

beleidsdocumenten wordt samen in één document gevoegd. Dit alles is samengebracht in 6 opgaven van beleid, waarvan de eerste 3 overkoepelend zijn:

|.

Zo worden we duurzamer; Het realiseren van een duurzame toekomstig bestendige gemeente, duurzaamheid wordt opgesplitst in de deelonderwerpen:

klimaatadaptie, energietransitie en circulariteit. Bij iedere ruimtelijke

ontwikkeling en bij nieuwe initiatieven dient gekeken te worden naar de mogelijke adaptieve maatregelen op het

gebied van onder andere hittestress of wateroverlast. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het (lokaal) opwekken van duurzame energie en het inzetten op circularieit. 2

Een

gezonde

en veilige leefomgeving;

De gemeente zet in op gezondheid

en veilgheid als belangrijke

afwegingsfactoren bij ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om aspecten zoals luchtkwaliteit, hittestress, gezondheid maar ook het stimuleren van de bewoners tot meer bewegen en ontmoeten.

Vastgesteld

2

3.

Hetversterken van natuur en biodiversiteit; Een groene en gezonde leefomgeving draagt bij aan een positieve gezondheid en het goede leven. Ruimtelijke onowikkelingen dienen gerealiseerd te worden met een meerwaarde voor de natuur en de biodiversiteit, waarbij natuurinclusief bouwen de norm is.

4

Goed wonen voor iedereen; De gemeente zet in op het in balans brengen van de vraag en het aanbod van woningen ten behoeve van vitale gemeenschappen. De juiste woning op de juiste plek en met de juiste kwaliteit. De gemeente blijft in gesprek met het dorpsoverleg, initiatiefnemers en ontwikkelaars over het thema wonen. Het doel

is een leefomgeving te creëren die rekening houdt met het veranderde klimaat en daarnaast bijdraagt aan de gezondheid, biodiversiteit en veiligheid van de inwoners. Woningen worden in principe toegevoegd n de kernen, bij voorkeur op herstructureringslocaties, alsmede het faciliteren van passende woonruimte voor diverse doelgroepen.

5.

Toekomstgericht ondernemen;

Uitgangspunt is ondersteunen n de transitie naar een circulaire, waarden

gedreven economie en kenniscirculatie. Een toekomstbestendige economie zorgt voor welvaart en draagt bij het goede even

in Peel en Maas. Gemeente

faciliteert lolale bedrijven, die geworteld zijn in de samenleving, met

bijzondere aandacht voor de agrarische sector, het MKB en recreatie en toerisme. Daarnaast wordt ingezet op herstructurering boven uitbreiding en het hergebruik van leegstaand agrarisch vastgoed voor recreatietoerisme en bedrijvigheid.

6.

Balans in het buitengebied. Een van de belangrijkste economische dragers van het buitengebied is de land- en winbouw binnen Peel en Maas. De gemeente stimuleert het faciliteren van kringloop- en natuurinclusieve landbouw dat leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit. Het doorontwikkelingen van grootschalige agrarische

bedrijvigheid is toegestaan n gebieden waar dit passend in op basis van een gebiedsgerichte aanpak uitbreiding gaat gepaard met een tegenpresatie. Ook wordt gestimuleerd op hergebruik cq. herbestemming van leegstaand/leegkomend agrarisch vastgoed onder voorwaarde dat er sprake is van kwaliteitswinst in de vorm van een

bijdrage aan de doelen/speerpunten. Via de win-win regeling zijn er ook beperkte mogelijkheden voor de inzet van woningbouw om leegstand tegen te gaan. Bij hergebruik q

herbestemming is de sloop van overtollige gebouwen

een belangrijk uitgangspunt. De opgaven dienen in samenhang van elkaar gezien te worden, waarbij met name de eerste drie overkoepelende opgaven als leidende principes gelden. Bij elke ontwikkeling dient bekeken te worden hoe een bijdrage aan deze drie opgaves

geleverd kan worden De voorgenomen

ontwikkeling heeft betrekking op het beëindigen van een paardenhouderij

het intrekken van de

milieuvergunning en het volledig benutten van deze [ocatie voor een hoveniersbedrijf met daarbij een boomkwekerij. De ontwikkeling

valt daarmee

onder

opgave

5 ‘Toekomstgericht

ondernemen’

en opgave

6 Nieuwe

balans

in het

buitengebied’ n samenhang met de drie overkoepelende opgaven. In opgave 5 is opgenomen dat de gemeente mogelijkheden biedt aan hergebruikt van leegstaand agrarisch vastgoed voor recreatie/ toerisme en bedrijvigheid. In opgave 6 wordt vervolgens verder in gegaan op het hergebruik van leegstaand

agrarisch vastgoed. In opgave 6 heeft de gemeente opgenomen dt zij ruime mogelikheden bieden voor hergebruik en herbestemming van leegstaand vastgoed Dit s uitsluitend mogelijk onder strikte voorwaarden. De voorwaarden omtrent leegstaand vastgoed worden hieronder verder uitgewerkt in de structuurvisie Buitengebied Peel en Maas.

43.2

Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas

In december 2011 is de Structuurvisie buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Op

15 december 2015 is de

gewijzigde versie vastgesteld. In de structuurvisie is het bestaande beleid van dat moment (Structuurplan Buitengebied Peel en Maas 2008, Structuurvisie Intensieve Veehouderij en Glastuinbouw, Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas

en Archeologiebeleid) samengebracht. De structuurvisie bevat grotendeels een voortzetting van het bestaand beleid. Daarnaast zijn er enkele aanvullingen en uitwerkingen opgenomen, waardoor het beleid beter aansluit bij de recente ontwikkelingen in het buitengebied.

Vastgesteld

22

De structuurvisie heeft twee doelstellingen, te weten: het bieden van een integraal beleidskader voor het buitengebied dat mede dient als grondslag voor het bestemmingsplan “Buitengebied Peel & Maas” en het mogelijk maken van kostenverhaal

voor

bovenplanse

verevening

en

bijdragen

in de

ruimtelijke

onmwikkeling

in het

kader

van

de

ontwikkelingsplanologie. De structuurvisie bevat de hoofdljnen voor het te voeren ruimtelijk beleid. Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) n het Strucwurplan is ook het beleid omtrent het gebruik van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) opgenomen.

Het beleid in het Structuurplan met betrekking tot VAB's was echter te strak om ontwikkelingen te stimuleren. Om die reden is het VAB-beleid tegen het licht gehouden. Het resultaat is de ‘Beleidsnotitie nieuwe denkrichting Vrijkomende (Agrarische)

Bebouwing

in

het

buitengebied.

Deze

beleidsnotitie

biedt

ruimere

hergebruiksmogelijkheden

en

bebouwingsmogelijkheden voor vrijkomende bebouwing in het buitengebied. De beleidsnotitie is vastgesteld in de raadsvergadering van 22 februari 201 |. In het structuurplan zijn aanvullende voorwaarden opgenomen voor hergebruik van een vrijgekomen agrarisch bedrijf als een 'bedrijf- agrarisch verwant; dit betreft: = _ hethergebruik moet plaats vinden binnen de bestaande bebouwingsmassa:

= r geen sprake s van activiteiten met een onevenredige verkeersaantrekkende werking = _ dat n het bedrijfsplan is opgenomen dat overtollige bebouwing wordt gesloopt Onderhavig iniiatief voorziet in het beëindigen van een paardenhouderij het intrekken van de milieuvergunning en het volledig benutten van deze locatie voor een hoveniersbedrijf met daarbij een boomkwekerij nitatiefnemer is voornemens om een deel van de aanwezige bedrijfsgebouwen, zijnde de twee varkensstallen en de paardenstal te slopen. Door de

sloop van de bedrijfsgebouwen kan het lege bouwvlak geheel naar eigen wens op een hoogwaardige wijze worden heropgebouwd met bedrijfsgebouwen die beter passen bij het hoveniersbedrij. Initatiefnemer wenst het lege bouwviak te bebouwen met een werkplaats met kantoor en een gereedschappenschuur. De gereedschappenschuur betreft de bestaande veldschuur, die in het kader van het iniiatief behouden blift Met het initiatief word zodoende niet voldaan aan

alle eisen omtrent het hergebruiken van een vrijgekomen agrarisch bedrijf doordat het hergebruik niet plaats vindt binnen de bestaande bebouwingsmassa.

Ondanks dat niet aan alle voorwaarden wordt voldaan zijn door middel van maatwerk wel mogelijkheden. Maatwerk is alleen in specifieke gevallen mogelijk die gepaard gaan met een investering in het landschap. Met onderhavig intiatief is

sprake van maatwerk. De ontwikkeling voorziet namelik in het beëindigen van een paardenhouderij en het intrekken van de milieuvergunning. De vrijkomende agrarische bedrijfslocatie zal vervolgens worden gebruikt ten behoeve van een hoveniersbedrijf met boomkwekerij. Bij maatwerk is het belangrijk dat er een investering in het landschap plaats vindt.

Onderhavig initiatief wordt landschappelij ingepast waarmee een investering in het landschap wordt geleverd. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de investering in het landschap. Kwaiteitskader

Het

Limburgs

Kwaliteitsmenu

van

provincie

Limburg

heeft zijn

uiewerking

naar

lokaal

niveau

gekregen

in het

Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas Het doel van het hierin opgenomen kwaliteitsmenu is het bieden van een

instrument om

noodzakelijke

en/ of wenselijke ontwikkelingen

in het buitengebied

te kunnen

combineren

met

kwaliteitsverbetering. Bij kwaliteitsverbetering wordt in dat kader onderscheid gemaakt in Basiskwaliteit (geldt altjd bij ontwikkelingen), daar bovenop Basiskwaliteit Plus of Aanvullende Kwaliteitsverberering. Bijiedere onowikkeling binnen het bestaande bouwvlak en bij uitbreiding van het bouwviak tot de referentiemaat n een agrarisch gebied zonder waarden, is Basiskwaliteit van toepassing. Ook bij functiewijziging van een gebouw zoals de

vestiging van een kleinschalige logeerinrichting of huisvesting van arbeidsmigranten binnen de bestaande bebouwing er is sprake van Basiskwaliteit Vastgesteld

23

Bij ontwikkelingen waar sprake is van een uitbreiding van het bouwvlak in een gebied met waarden, of uitbreiding van een bouwvlak — al dan niet bestemmingsvlak — boven de referentiemaat, is sprake van basiskwaliteit plus. In deze gevallen is er tevens sprake van aanvullende kwaliteit In de volgende gevallen is, naast de basiskwalitet, ook sprake van een aanvullende kwaliteitsverbetering: 3.

Nieuwestiging:

b.

Uitbreiding bouwvlak — al dan niet bestemmingsvlak — in een gebied met waarden (Beek- en Rivierdal, Bos- en natuurgebied, Grootschalig open veenontginningslandschap en Bolle Akkers):

“—pan

Bij uitbreiding van het bouwviak — l dan niet bestemmingsvlak — boven de referentiemaat;

Bij uitbreiding van niet-gebiedseigen recreatie bedrijven; Nieuwvestiging en uitbreiding van niet-gebiedseigen recreatieve bedrijven: Uitbreiding soliaire burgerwoning of bedrijswoning boven 1.000 m3;

Vestiging van een (niet) agrarisch verwant bedrijf in een VAB.

Onderhavig iniiatief voorziet in het beëindigen van een paardenhouderij, het intrekken van de milieuvergunning en het

volledig benutten van deze locatie voor een hoveniersbedrijf met daarbij een boomkwekerij. Het plangebied i volgens de structuurvisie gelegen in de zone ‘bos en natuur’. In het kwaliteitskader is opgenomen dat bij de vestiging van een agrarisch verwant bedrijf in vrijkomende agrarische bebouwing,

in de zone

Bos- en natuurgebied, sprake moet zijn van een

tegenprestatie passend bij de ontwikkeling. Met de beoogde ontwikkeling nemen zowel de ruimtelijke als landschappelijke kwaliteiten toe. Met het initiatief verbetert

de bestaande fysieke situatie doordat emissies van geur, ammoniak en fjn stof volledig vervallen. Daarnaast wordt meer bebouwing gesloopt dan terug wordt gebouwd, waardoor sprake is van een ontstening van het buitengebied. En tevens verbetert de bestaande fysieke siuatie doordat de locatie landschappelijk ingepast wordt (zie paragraaf 3.3). Daarmee wordt voldaan aan de eis uit de structuurvisie en het kwalieitskader.

43.3

Kaderstelling Ruimte en Economie

In november 2017 is de notitie ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema's Ruimte en Economie vastgesteld. De gemeente Peel en Maas wil bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bijalles wat de gemeente doet is een

drietal kernwaarden leidend, namelijk zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma's van de thema's ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken. De economische crisis heeft partien (overheid, ondernemers, inwoners) geleerd naar mogelijkheden te zoeken. Het denken en doen niet te laten bepalen door automatismen en belemmerende regels, niet te stoppen bij overheidssturing maar juist mee te werken in interactie en in partnership. De gemeenschap heeft behoefte aan ruimte om zeff initatieven

te ontwikkelen. De gemeente heeft in dat verband een faciliterende rol. Middels expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestileerd: = _ van Individueel naar Samen;

= _ van Omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit; =

van Lineair naar Circulair;

= _ van Gesloten naar Open; =

_ van Consumeren naar Beleven;

= _ van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen;

= _ van overheidssturing naar omgevingssturing.

Vastgesteld

24

Per ‘waarde' zijn omgevingsdoelen vastgesteld om de waarden inhoud te geven. De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen bepalen de richting voor de toekomstige Omgevingsvisie en geven tevens inhoud voor de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. Voor het thema Ruimte betreft het dan de programma's |.1 Vitale

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=cd54acca-a70b-4973-b012-45340390cbca