CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-033 04 Toelichting vastgesteld - Heezestraat 2, incl. bijlagen.pdf

Raad 16 mei 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen ‘Bestemmingsplan Heezestraat 2 Maasbree’ (2023-033)21.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN “Heezestraat 2 Maasbree” NL.IMRO.1894.BPL0291.VG01 Vastgesteld

Document:

Bestemmingsplan “Heezestraat 2 Maasbree”

IDN:

NL.IMRO.1894.BPL0291.VG01

Status:

Vastgesteld

Datum:

16 mei 2023

Aanvrager:

De Leef en Groei Hoeve

Auteur:

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3

1.2

Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 4

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED...................................................................................................6 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 6

2.2

Historie............................................................................................................................................................................................................... 6

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur..................................................................................................................................................... 7

PLANBESCHRIJVING .......................................................................................................................................9 3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 12

3.2

Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten .................................................................................................................................. 13

3.3

Landschappelijk inpassingsplan .............................................................................................................................................................. 13

BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 15 4.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 15

4.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 17

4.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 21

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 26 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 26

5.2

Kabels en leidingen ..................................................................................................................................................................................... 36

5.3

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 37

5.4

Waterhuishouding...................................................................................................................................................................................... 38

5.5

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 40

5.6

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 42

JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 44 6.1

Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 44

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 44

7.

HANDHAVING ................................................................................................................................................ 46

8.

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................................... 47 8.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 47

Vastgesteld

1

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 47

8.3

Procedure....................................................................................................................................................................................................... 48

BIJLAGEN Bijlage 1: V-Stacks berekening Bijlage 2: AERIUS berekening verbouw- en gebruiksfase SEPARATE BIJLAGEN: ▪ Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Aelmans Eco B.V. (d.d. 4 december 2018, kenmerk: E185537.007/HWO) ▪ Akoestisch onderzoek, HMB Groep (d.d. 12 januari 2023, kenmerk: 21261201N) ▪ Historisch archief onderzoek, Bureau Boerderij Verbouwen Deventer (d.d. 12 mei 2021) ▪ Aanvullend historisch onderzoek, Bureau Boerderij Verbouwen Deventer (d.d. juli 2022) ▪ Landschappelijk inpassingsplan, Ron Janssen Erf- en landschapsverfraaiing (d.d. 19 december 2022) ▪ Quickscan flora en fauna, IVN Baarlo-Maasbree (d.d. 15 januari 2023)

Vastgesteld

2

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ten westen van de kern Maasbree is een karakteristieke boerderij met bakhuis gelegen. Deze karakteristieke boerderij en het bakhuis, gelegen aan de Heezestraat 2, dateren uit circa 1820 en kennen een rijke geschiedenis. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie K, nummer 3179. Recentelijk heeft het initiatief de Leef en Groei hoeve haar intrek genomen in deze karakteristieke boerderij. Het initiatief de Leef en Groei hoeve, zijnde initiatiefnemers, zijn voornemens ter plaatse een locatie te creëren waar wonen, werken en natuur samenkomen. Het voornemen bestaat om 1) in de karakteristieke boerderij drie woningen te realiseren en deze aan te wenden als woning voor initiatiefnemers. Daarnaast 2) het realiseren van vier herstelwoningen, zogeheten Hart & Ziel huisjes in de voormalige varkensstal. Deze herstelwoningen zijn bedoeld voor het tijdelijk opvangen van mensen met een afstand tot zichzelf, de arbeidsmarkt en/of de maatschappij. In de karakteristieke boerderij dient tevens 3) ruimte te worden gecreëerd voor een multifunctionele ruimte voor volwassenen en kinderen om diensten die passen binnen het gedachtegoed van de Leef en Groei hoeve te exploiteren.

Ook bestaat het voornemen om een 4) ecologische minicamping op te richten, waar recreanten volledig off grid kunnen verblijven en mee kunnen draaien in de gemeenschap van de Leef en Groei hoeve.

Afbeelding 1 Ligging en omgeving plangebied

De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de missie en het doel van het initiatief de Leef en Groei hoeve. Het creëren van een plek waar wonen, herstel en natuur samenkomen. Een plaats omgeven door natuur waar ruimte is voor een ecologische minicamping, herstelwoningen, retraite, trainingen en lezingen. Initiatiefnemers willen de deuren van de hoeve openstellen voor lokale ondernemingen, organisaties en personen die ruimtes op de boerderij willen gebruiken. In het kader van samenwerken met de natuur willen initiatiefnemers een permacultuur voedseltuin, een voedselbos en een kleinschalige dierhouderij realiseren. Dit alles zal worden gerealiseerd met een zo klein mogelijke ecologische footprint. Het cultureel erfgoed, historische en landelijk karakter van de boerderij en het landschap zijn dan ook een perfecte combinatie voor dit unieke, ambitieuze en vooruitstrevende plan. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de thans leegstaande boerderij voorzien van een passende herontwikkeling. Derhalve is er sprake van het inpandig invullen van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB).

Vastgesteld

3

De beoogde ontwikkeling is op basis van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” niet toegestaan. De locatie is bestemd als ‘Agrarisch - Grondgebonden’, voorzien van een bouwvlak met een oppervlakte van 0,4 ha en is tevens voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ of ‘Waarde – Archeologie 4’. Op 31 mei 2021 heeft het college van de gemeente Peel en Maas principemedewerking, onder voorwaarden, verleend met de voorgenomen ontwikkeling (zaaknr. 1894/2021/2399617). Om de voorgenomen ontwikkeling in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt de vigerende agrarische bestemming omgezet naar een maatschappelijke bestemming met hierbij nadere functieaanduidingen voor de diverse functies op de locatie.

1.2 Plangebied en begrenzingen Betreffende locatie (in het vervolg aangeduid als “het plangebied”) is gelegen aan de Heezestraat 2 in Maasbree. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie K, nummer 3179 en heeft een oppervlakte van ruim 1,4 ha. Het perceel wordt ingeklemd tussen de Heezestraat en de Westeringlaan. Het gebied rondom de boerderij, vanaf de bebouwde kom van Maasbree in het oosten, tot aan de Sevenumsedijk in het westen wordt van oudsher ‘de Westering’ genoemd. Rondom het plangebied bevinden zich overwegend landbouwgronden afgewisseld door woningen en agrarische bedrijven.

Afbeelding 2 Plangebied (rood plangebied, groen Heezestraat, blauw Westeringlaan, oranje bebouwde kom Maasbree)

1.3 Vigerend bestemmingsplan De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (vastgesteld d.d. 24 december 2014) en is bestemd als ‘Agrarisch - Grondbonden’ en voor een deel voorzien van een bouwvlak. Daarnaast is ter plaatse

Vastgesteld

4

van de bebouwing de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ opgenomen. De onbebouwde gronden zijn bestemd als ‘Agrarisch’ en voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. De locatie is tevens voorzien van de gebiedsaanduidingen ‘kernrandzone’, ‘reconstructiewetzone - verwervingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 2 ko’.

Afbeelding 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan

De voor ‘Agrarisch - Grondgebonden’ aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor een agrarisch bedrijfsmatig grondgebonden gebruik. Bebouwing ten behoeve van agrarisch grondgebruik mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht. Wonen is enkel toegestaan in een bedrijfswoning, waarbij per bouwvlak maximaal één bedrijfswoning is toegestaan. Conform deze agrarische bestemming dient de boerderij beschouwd te worden als de bedrijfswoning en is bewoning door derden uitgesloten. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en/of hobbymatig gebruik. Op deze gronden is bebouwing niet toegestaan. De voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een hoge archeologische waarde. Indien bij een ontwikkeling de grond voor een oppervlakte van meer dan 100 m2 dieper dan 40 cm wordt verstoord is eerst archeologisch onderzoek noodzakelijk. De voor ‘Waarde – Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een hoge archeologische waarde.

Indien bij een ontwikkeling de grond voor een oppervlakte van meer dan 250 m2 dieper dan 40 cm wordt verstoord is eerst archeologisch onderzoek noodzakelijk. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn er recent twee tijdelijke omgevingsvergunningen verleend. Eén voor het plaatsen van zes tijdelijke woonunits. Drie van deze woonunits zijn bestemd als woningen voor de initiatiefnemers ten tijde van de verbouwing/renovatie van de boerderij. De overige drie woonunits zullen tijdens de verbouwing verhuurd worden als herstelwoningen. Op deze manier kunnen er inkomsten gegenereerd worden om de verbouwing/renovatie te bekostigen. De tweede tijdelijke omgevingsvergunning is verleend voor het plaatsen van yurt.

Vastgesteld

5

2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Algemeen Het plangebied ligt ten westen van de kern Maasbree, aan de Heezestraat 2. Maasbree maakt onderdeel uit van de gemeente Peel en Maas, gelegen in het noorden van Limburg. Ruim 6.600 inwoners bevolken de kern. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie K, nummer 3179 en heeft een oppervlakte van ruim 13.800 m². Het plangebied wordt aan de noordwestelijke zijde begrenst door de Heezestraat en aan de zuidelijke zijde door de Westerlinglaan. Overige zijden worden begrensd door de landbouwgronden. De locatie is thans bebouwd met een karakteristieke boerderij in hoeve-vorm bestaande uit een woning en schuur. Daarnaast is er op het perceel een bakhuis gelegen en een oude varkensstal.

Afbeelding 4 Luchtfoto plangebied

2.2 Historie De boerderij kent een rijke geschiedenis. Om de historische waarde stelling van de boerderij vast te bepalen is er een historische archief onderzoek12 uitgevoerd. Reeds voor 1820 stonden er op de plek van de boerderij 2 parallelle gebouwen, hoogstwaarschijnlijk een woonhuis met schuur van het hallenhuistype. Dit type huis was toentertijd erg kenmerkend voor deze streek, met enkel een inpandige 1 Historisch archief onderzoek. Bureau Boerderij Verbouwen Deventer (d.d. 12 mei 2021) 2 Aanvullend historische onderzoek, Bureau Boerderij Verbouwen Deventer (d.d. juli 2022)

Vastgesteld

6

scheiding tussen het woonhuis en de andere ruimtes van de boerderij. De huidige bebouwing is voor het grootste gedeelte op dezelfde locatie gesitueerd. Met de (aan-)bouw van de twee varkensstallen in 1876 is de huidige kenmerkende vorm van de hoeve met de nagenoeg omsloten binnenplaats ontstaan. Bij de herbouw in 1913 van het woonhuisgedeelte, het voorhuis, is de grote vorm van de gehele hoeve behouden gebleven. Ook zijn er aanwijzingen dat delen van de oude muren, onder andere in de koeienstal, de oostelijke varkensstal en de zuidoostelijke gevel van de grote schuur zijn blijven staan. Het is goed mogelijk dat voor de herbouw, stenen zijn hergebruikt afkomstig van de oude boerderij, een kenmerkend gebruik, met name op boerenerven, waar men zuinigheid hoog in het vaandel had of uit noodzaak wel moest hebben. Dit zou de grote verscheidenheid in gebruikte steensoorten kunnen verklaren. De hoeve is duidelijk georiënteerd met de voorgevel van het woonhuis op het zuidoosten en de achtergevel van de bedrijfsgedeelten, onder andere de koestal, op de Heezestraat. Dit is af te leiden aan de rijke afwerking van de zuidoostelijke voorgevel van het woonhuis en het gebruik van blauw gesmoorde handvormpannen aan de zuidoostzijde en oranje handvormpannen aan de noordwestzijde bij een van de varkensstallen. Vermoedelijk heeft er destijds een ingangspad gelopen naar de voorkant van de hoeve.

Veel van de functies van de boerderij en kenmerkende bouwdelen zijn door de jaren bewaard gebleven en nog steeds zichtbaar. Zo is er onder andere nog een werkende waterpunt en een bakhuisje aanwezige op het perceel en zijn de koeien- en varkensstallen nog steeds als zodanig ingericht. Ook zijn bouwonderdelen zoals de voormalige wagendeuren en ‘varkensdeuren’ nog aanwezig en intact.

Afbeelding 5 Grote schuur: wagendeur en varkensdeuren duidelijk

Afbeelding 6 Bakhuisje

zichtbaar

De boerderij ligt aan de historische as van Maasbree, lopend van de Westeringlaan in het westen tot de kruising Wilhelminalaan/Venloseweg in het oosten. Dit alles overwegende is de conclusie dat de boerderij aan de Heezestraat 2 in Maasbree een hoge historische waarde heeft. Zowel het ensemble als de verschillende delen van de boerderij: woonhuis, koeienstal, twee oude varkensstallen, de grote schuur en het bakhuisje. Hoewel de moderne varkensstal niet hoort bij het “oude” ensemble van de boerderij is deze qua grootte en vorm wel typisch en kenmerkend voor de stallen zoals ze in deze omgeving in de jaren 70 werden gebouwd.

2.3 Ruimtelijke en functionele structuur Maasbree is van oudsher een lintdorp, met bebouwing gesitueerd langs de as, lopen van de Westering in het westen tot aan de kruising Venloseweg/Wilhelminalaan. De boerderij aan de Heezestraat 2 ligt aan de rand van deze oorspronkelijke

Vastgesteld

7

as. Het dorp is ontstaan aan de rand van een beekdal dat ongeveer de route volgt van de huidige Everloose beek, die aan de westzijde van de boerderij loopt. Sporen van dit beekdal zijn duidelijk waarneembaar ten zuiden van de boerderij. Als de Heezestraat in zuidelijke richting wordt gevolgd richting de provinciale weg, ziet men dat na de kruising van de Westering de weg duidelijk naar beneden loopt naar het niveau van het oude beekdal. Het gebied rondom de boerderij, ongeveer van de bebouwde kom van Maasbree in het oosten, tot aan de Sevenumsedijk in het westen, wordt de Westering genoemd. Tot ongeveer 1950 hadden de straten hier nog geen namen en werd de boerderij aangegeven als “de boerderij van Niezen Hein”, de (bij)naam van de bewoner rond 1900.

Afbeelding 7 Kruising Heezestraat en Westerlinglaan met zicht op de boerderij

In het buitengebied van de gemeente Peel en Maas voert voornamelijk de agrarische functie de boventoon. In de omgeving van de boerderij zijn dan ook diverse agrarische bedrijven gelegen. Deze worden afgewisseld met burgerwoningen (al dan niet voormalige agrarische bedrijven). De onbebouwde agrarische percelen zijn in gebruik als akker- of weiland. Het landschap in de omgeving van de boerderij is te kenmerken als kleinschalig halfopen ontginningslandschap. Deze landschappen zijn ontstaan op gronden die van oudsher natter en minder gunstig waren dan de hogere akkers. Door ontginning en bosaanplant is een kleinschalig landschap ontstaan met een afwisseling van bosjes, landschapselementen, verspreide bebouwing en kronkelige wegen. Deze openheid, de afwisseling van landschapselementen en de verspreid liggende bebouwing is nog duidelijk zichtbaar in de omgeving van de boerderij.

Vastgesteld

8

3. PLANBESCHRIJVING De karakteristieke boerderij is gelegen ten westen van de kern Maasbree, aan de Heezestraat 2. Enige tijd gelegen heeft het initiatief de Leef en Groei hoeve (zijnde initiatiefnemers) haar intrek genomen in de boerderij met de intentie een plek te creëren waar wonen, herstel en natuur samenkomen. Dit voornemen is ontstaan nadat de initiatiefnemers enkele jaren in Ecodorp Boekel hebben gewoond. Na enige tijd merkten de initiatiefnemers dat het ecodorp voor hun te grootschalig werd. Derhalve is het idee ontstaan om zelf een kleinschalige woongemeenschap te ontwikkelen waarbij wonen, herstel en natuur samenkomen. Dit is uitgemond in het initiatief de Leef en Groei hoeve. De karakteristieke boerderij, stond reeds op de kaart uit 1820 ingetekend en kent een rijke geschiedenis. Het gebied rondom de boerderij, vanaf de bebouwde kom van Maasbree in het oosten, tot aan de Sevenumsedijk in het westen wordt van oudsher ‘de Westering’ genoemd. De boerderij zelf bestaat uit twee delen die van elkaar gescheiden worden door een binnenplaats. Het oostelijke deel van de boerderij bestaat thans uit een woning, een voormalige koeienstal met hooizolder, voederhok en varkensstal met hooizolder. Het westelijke deel van de boerderij bestaat uit een schuur met voormalige varkensstallen, paardenstal, voersilo en garage.

Op de binnenplaats is tevens een bakhuisje gelegen waar vroeger broden in gebakken werden. De karakteristiek, geschiedenis en ligging van deze boerderij biedt voor initiatiefnemers de geschikte locatie om hun initiatief de Leef en Groei hoeve hier verder te ontwikkelen.

Boerderij (woning) met voormalige koeienstal Schuur met voormalige varkensstallen

Bakhuisje

Afbeelding 8 Huidige situatie en ligging bebouwing (rood plangebied)

Boerderij In de boerderij zullen 3 huurwoningen worden gerealiseerd. Deze woningen zullen worden bewoond door de initiatiefnemers en hun gezinnen. De woningen worden in de bestaande bebouwing gerealiseerd waarbij duurzaamheid centraal staat en zoveel mogelijk energieneutraal wordt verbouwd. Ondanks de grootte van de boerderij heeft iedere de woning maximaal een oppervlakte van 120 m². Dit in het kader van het creëren van een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk. De initiatiefnemers willen met de realisatie van de drie woningen de sfeer van vroeger terug brengen, het wonen op woonerven met meerdere families en dus ook meerdere generaties. Daarnaast zullen in de boerderij enkele multifunctionele ruimtes gerealiseerd worden. Deze ruimtes kunnen door de gemeenschap, maar ook door bedrijven of personen van buiten de gemeenschap gebruikt worden. De hoeve wil hierdoor

Vastgesteld

9

plaatsen faciliteren voor activiteiten met betrekking tot verbinding en persoonlijke ontwikkeling. Diensten passend binnen het gedachtengoed van de Leef en Groei hoeve. Schuur In de schuur zullen diverse functies gerealiseerd worden zoals een multifunctionele ruimte voor kinderen en volwassen om diensten passend in het gedachte goed van de Leef en Groei hoeve te exploiteren. Zoals een atelier/werkplaats voor het uitoefenen van diverse ambachten. Ook zal er een (gemeenschappelijke) buitenruimte gecreëerd worden met uitzicht over de hoeve en het achterliggende landschap, dit betreft de bestaande buitenruimte welke opgeknapt zal worden.

Afbeelding 9 Impressie

Voormalige varkensstal In de voormalige varkensstal zullen vier hart & ziel huisjes gerealiseerd worden. Deze woningen zijn bestemd voor het tijdelijk opvangen (aantal weken tot enkele maanden) van mensen met een afstand tot zichzelf, de arbeidsmarkt en/of de maatschappij. Dit zijn vaak de mensen die tussen wal en schip vallen omdat zij niet voldoende ‘zware’ zorg nodig hebben om beschermd of begeleid te wonen maar wel tijdelijk moeite hebben om zelfstandig te wonen. Het meedraaien in de gemeenschap en de groene locatie dragen bij aan het herstel van deze mensen. De bewoners kunnen bijvoorbeeld meewerken met de verzorging van de dieren of het organiseren van sociale activiteiten. Het voornemen bestaat om de varkensstal in te kleden met groen waardoor deze wegvalt in het landschap. De varkensstal is uitermate geschikt om de hart & zielhuisjes in te realiseren. Toekomstgericht is alleen het niet te voorzien welke ontwikkelingen zich voor gaan doen, indien blijkt dat de hart & ziel huisjes niet meer noodzakelijk zijn bestaat derhalve de mogelijkheid om deze in gebruik te nemen voor verblijfsrecreatieve doeleinden. Middels een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. De locatie leent zich hier uitstekend voor.

Gelet op de landelijke ligging en de beoogde ecologische minicamping op het terrein, is recreatief gebruik een eveneens passende invulling voor de bebouwing. Er is dan ook geen sprake van leegstaande bebouwing in de huidige, beoogde en toekomstige situatie.

Vastgesteld

10

Afbeelding 10 Impressie groen begroeide hart en ziel huisjes

Buitenruimte Ten noordwesten van schuur zal een ecologische minicamping worden gerealiseerd. De camping zal off-grid worden opgezet, gericht op de verbinding met de natuur. De campingplaatsen worden dan ook niet voorzien van stroom en water maar met eenvoudige gemeenschappelijke faciliteiten, welke binnen de bestaande bebouwing is voorzien. Initiatiefnemers zijn ook voornemens om thema weekenden te organiseren zoals stilteweekenden en ouder-kind weekenden. Ook zijn ten westen de schuur twee camperstandplaatsen beoogd bestemd voor bezoekers op doorreis welke tijdelijk vrijwilligerswerk willen doen op de hoeve. Deze camperstandplaatsen zijn non-profit. De locatie ligt nabij diverse fiets- en wandelroutes, ideaal voor campinggasten die willen genieten van de lokale omgeving en het cultureel landschap. Achter de woningen, aan de oostzijde van het plangebied is de yurt beoogd. Initiatiefnemers zijn voornemens de yurt ook beschikbaar te stellen voor de verhuur zodat derde partijen ook van deze yurt gebruik kunnen maken ten behoeve van bijvoorbeeld yoga lessen of cursussen. De yurt is enigszins ‘verscholen’ achter het groen waardoor er de privacy van de gebruikers gewaarborgd kan worden en er geen overlast ontstaat door de overige activiteiten op de hoeve. Het doel is een plek van rust en bezinning te creëren.

Daarnaast is er een directe doorgang vanuit de parkeerplaats naar de yurt voorzien waardoor gebruikers direct toegang hebben tot de yurt zonder op de hoeve te komen. Aan de oostzijde zal een haag gerealiseerd worden waardoor enerzijds ook aan deze zijde de privacy gewaarborgd blijft voor de gebruikers en anders een groen aanzicht wordt gecreëerd voor de buren. Daarnaast is er ten oosten van de woningen een parkeerplaats voorzien onder de boomgaard. Incidenteel zullen er meer parkeerplaatsen nodig zijn, hiervoor is aan de westzijde van de schuur eveneens een ‘overloop’ parkeerplaats voorzien onder de boomgaard. Verder zal er aandacht worden besteed aan biodiversiteit, inheemse planten, bomen en struiken en een rijk bodemleven. In de grote weide achter de hoeve zullen diverse kruidenweides worden gerealiseerd door middel van het inzaaien van inheemse kruiden tussen het gras maar er zullen ook diverse bomen worden aangeplant om zo een fijn leefklimaat voor insecten, vogels en dieren te creëren. Ook zal er een natuur inclusieve moestuin en enkele plukhagen worden gerealiseerd. Hiermee willen initiatiefnemers voorzien in hun eigen voedselvoorziening. De overvloed hiervan zal worden verkocht en/of gedeeld met de gemeenschap.

In het kader van voorzien in eigen voedselvoorziening zal ook het bakhuisje in ere worden hersteld en gebruikt gaan worden om brood (en andere producten) te bakken.

Vastgesteld

11

3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op de herontwikkeling van de karakteristieke boerderij, gelegen aan de Heezestraat 2 in Maasbree, tot een locatie waar wonen, herstel en natuur samenkomen. De ontwikkeling bestaat concreet uit: ▪ 3 (huur)woningen in de karakteristieke boerderij bestemd voor 3 huishoudens, zijnde de beheerders van de locatie; ▪ 4 herstelwoningen in de voormalige varkensstal voor het tijdelijk opvangen van mensen met een afstand tot zichzelf, de arbeidsmarkt en/of de maatschappij; ▪ Een multifunctionele ruimte voor kinderen en volwassenen om diensten die passen binnen het gedachtegoed van de Leef en Groei hoeve te exploiteren; ▪ Natuurontwikkeling, door extensieve en natuur inclusieve voedselproductie; ▪ Ruimte bieden aan bewoners en verenigingen om het gedachtegoed en de historie van de locatie te beleven; ▪ Recreatie door de ontwikkeling van een ecologische minicamping (maximaal 6 plaatsen), met een zo klein mogelijke ecologische footprint; ▪ Twee camperstandplaatsen; Al met al krijgt de locatie door de voorgenomen ontwikkeling een aanzienlijke kwaliteitsimpuls en wordt dit stukje historie weer in ere hersteld.

Bij de opstelling van dit bestemmingsplan zijn op basis daarvan de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling, zoals hierboven geformuleerd; ▪ Alle voorgenomen functies dienen binnen één samenhangende bestemming te worden geregeld, waarbij specifieke aanduidingen voor verschillende functies moeten worden opgenomen; ▪ Ter bescherming van de te behouden karakteristiek van de boerderij dient deze voorzien te worden van een planologische bescherming. ▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Peel en Maas dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” zoals dat thans voor het plangebied en omgeving geldt. ▪ De reeds aanwezige dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ en functieaanduidingen ‘overige zone - kernrandzone’, ‘’reconstructiewetzone - verwervingsgebied’ en ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 2 ko’ blijven gehandhaafd. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het plangebied bestemd is als ‘Maatschappelijk’ en het bestaande bouwvlak is verkleind en van vorm veranderd ten behoeve van de yurt.

De locatie is voorzien van de volgende functie- en/of bouwaanduidingen: ▪ Ter plaatse van de beoogde woningen is de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van wonen – multifunctionele functie’ en de maatvoering ‘maximum aantal wooneenheden: 3’ toegekend waarmee bewoning uitsluitend toe is gestaan in 3 wooneenheden voor personen en hun huishoudens die gerelateerd zijn aan de Leef en Groei hoeve; ▪ Ter plaatse van de hart en ziel woningen is de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – hart & ziel woningen’ toegekend waarmee de tijdelijke huisvesting van personen met een afstand tot zichzelf, de arbeidsmarkt en/of de maatschappij wordt toegestaan in de vorm van vier wooneenheden; ▪ Ter plaatse van de weide is de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - minicamping’ opgenomen ten behoeve van de ecologische minicamping; ▪ Ter plaatse van de parkeerterreinen is de aanduiding ‘parkeerterrein’ opgenomen met ter plaatse van de overloopparkeerplaats de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - camperstandplaatsen’ ten behoeve van twee camperstandplaatsen; ▪ Het plangebied is tevens voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie’ en de aanduiding ‘karakteristiek’ ten behoeve van het behoud en herstel van de karakteristieke hoeve.

Vastgesteld

12

Uitsterfconstructie In het beleid is opgenomen dat tijdelijke huisvesting van personen met een afstand tot zichzelf, de arbeidsmarkt en/of de maatschappij niet is toegestaan. Echter bestaat er wel een grote vraag naar dit soort woonvormen. De tijdelijke huisvesting van deze personen wordt planologisch geregeld door middel van een uitsterfconstructie. Dit houdt in dat tijdelijke huisvesting mag blijven bestaan zoals de Leef en Groei hoeve actief is op deze locatie. Wanneer de Leef en Groei hoeve niet meer actief is op deze locatie en de tijdelijke huisvesting gedurende minimaal één jaar is gestaakt, mogen de gronden en bouwwerken niet meer ten behoeve van tijdelijke huisvesting in gebruik worden genomen. Het bouwwerk valt dan onder de algemene maatschappelijke bestemming. Middels een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan kan dan recreatie mogelijk gemaakt worden.

3.2 Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten Met het initiatief wordt de karakteristieke boerderij aan de Heezestraat 2 weer in ere hersteld en krijgt de locatie een nieuwe invulling. Dit willen initiatiefnemers in samenwerking met de omgeving doen. Ze nodigen de omgeving uit om samen met hen te komen klussen en organiseren tevens klusweekenden voor iedereen die zijn/haar wil bijdragen aan het in ere herstellen van de karakteristieke boerderij. Ook het bakhuisje op het perceel zal hierbij in ere hersteld worden en weer onderdeel uit gaan maken van de hoeve. Initiatiefnemers zijn dan ook voornemens om de bestaande bebouwing te behouden en hun concept te ontplooien binnen de bestaande structuren. Hiermee blijft het bestaand aanzicht en historische ensemble behouden en plaatselijk zelfs versterkt. Er zijn dan ook geen negatieve stedenbouwkundige of ruimtelijke effecten voor de omgeving te verwachten.

3.3 Landschappelijk inpassingsplan Om het plangebied in het kader van de beoogde ontwikkeling op de juiste manier in het landschap in te passen in voor de locatie, naar aanleiding van de uitgangspunten van de Kwaliteitscomissie, een landschapsplan3 opgesteld. De visie is om de nieuwe functies te integreren binnen de bestaande bebouwing en deze op een cultuurhistorische wijze een fraai decor te geven. Door de landschappelijke inpassing vanuit het basisidee authentiek boerenerf aan te vliegen ontstaan er rond de bebouwing enkele kamers, welke met hagen en hoogstam bijdragen aan de inpassing en leesbaarheid van het boerenerf. Hier ontstaat dan ruimte voor de boerentuin, de dierenaaiweide, groentetuin en gecombineerd met de boomgaardkamer aanleidingen voor parkeren in het gras. Verder in de boerderijtuinkamer nabij de hart- en zielhuisjes ruimte voor parkeren en vertoeven in het groen en een rustieke plek voor ook de eetbare tuinelementen. De noordoostelijke grens van het perceel wordt voorzien van haag met doorzicht naar de steilrand en de hoogteverschillen met de omgeving. In de zuidoostelijke hoek is tevens een informatiebord met uitleg over de steilrand en de geschiedenis van het landschap voorzien. Verdeeld over de perceelsgrenzen worden diverse houtwallen, gevlochten hagen en eetbare plukhagen geplaatst om diverse besloten plaatsen te creëren.

Om het perceel juist in te passen in het landschap is er gekozen voor het creëren van drie zones op het perceel. Binnen zone 1 is de bebouwing gesitueerd. De bestaande bebouwing zal worden voorzien van een kwaliteitsimpuls door het restaureren en renoveren hiervan met behoud van de cultuurhistorische waarde. De voormalige varkensstal zal onderdak bieden aan de hart & ziel huisjes. Het voornemen bestaat om deze stal te laten begroeien met groen waardoor deze opgaat in het landschap en geen afbreuk doet aan de omliggende bebouwing maar juist een toevoeging is aan de groene

3 Landschappelijk inpassingsplan, Ron Janssen Erf- en landschapsverfraaiing (d.d. 19 december 2022)

Vastgesteld

13

omgeving. Door het behouden van de bebouwing wordt enerzijds geen afbreuk gedaan aan de bestaande, al reeds meer dan 50 jaar in het landschap liggende, structuren en anderzijds wordt hiermee de zichtlijn vanaf de Heezestraat naar het achterliggende landschap volledig behouden. Zone 2 concentreert zich rondom de bebouwing op het perceel. Aan de oostzijde van de woningen in de hoeve zijn de privétuinen van de bewoners beoogd met daarachter een fruitboomgaard die tevens dienst doet als parkeerplaats. Hierdoor is de parkeerplaats niet overheersend op het perceel aanwezig maar wordt er wel voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de diverse activiteiten. Ook zijn binnen deze zone een moestuin en aaiweide beoogd alsook een eetbare tuin. Zone 3 betreft het overige gedeelte van het perceel. Deze zone bestaat uit een kruidenrijk weiland met dierenweide en fruitboomgaard. In deze zone is ruimte voor vrij kamperen en ook zal hier de yurt zijn bestemming vinden. Hierdoor kan in de yurt rust en privacy, los van de overige activiteiten op de hoeve, gewaarborgd blijven. Door het creëren van deze zones wordt het perceel op de juiste manier ingepast.

Gecentreerd ligt de bebouwing waar diverse activiteiten worden ontplooid alsmede de woningen en de hart & ziel huisjes, hieromheen wordt een kader gerealiseerd voor kleinschalige activiteiten en verder naar buiten is er ruimte voor de grootschalige activiteiten zoals de boomgaard en de dierenweide. Dit alles maakt het erf tot een belevingsplek en ruimte voor biodiversiteit. Vele functies en mensen zullen hier vertoeven, zonder dat het onoverzichtelijk wordt en juist de mooie plekken accentueert en gebruiksruimtes met groen inpast.

Afbeelding 11 Landschappelijk inpassingsplan Heezestraat 2

Vastgesteld

14

4. BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de voor het plangebied en de ontwikkeling relevante beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Vastgesteld

15

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met voorgenomen ontwikkeling worden geen van de genoemde belangen geschaad.

Op en om de locatie is geen sprake van een gebiedsreservering. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Onderhavig initiatief voorziet in een herontwikkeling waarbij op de locatie diverse functies mogelijk gemaakt worden. De bouwmogelijkheden voor de locatie nemen af ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.

Doordat er uitsluitend sprake is van functiewijziging, waarbij geen sprake is van nieuw ruimtebeslag en de bouwmogelijkheden niet toenemen, betreft de herontwikkeling in lijn met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 (uitspraak 201608869/1/R3, ECLI:NL:RVS:2017:1724) geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Volgens deze uitspraak voorziet een bestemmingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro.

Vastgesteld

16

Naast de functiewijziging worden er ook twee nieuwe woningen toegevoegd binnen de bestaande bebouwing. Gelet op de kleinschaligheid van de ontwikkeling (welke slechts de toevoeging van twee woningen omvat), voorziet het initiatief, conform de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2013 in zaaknummer 201302867/1/R4, niet in een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro verder niet van toepassing is. Voor onderhavig initiatief is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet noodzakelijk.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1

Provinciale Omgevingsvisie

Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). In de Omgevingsvisie wordt de lange termijn visie (2030-2050) beschreven. Er wordt continue gezocht naar de goede balans tussen beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie komen vraagstukken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen. Daarnaast komen er ook autonome vraagstukken aan bod die van groot provinciaal belang zijn. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij het uitgangspunt. Het document is dynamisch en flexibel, dit biedt mogelijkheden om het document te actualiseren met het oog op (eventuele) toekomstige veranderingen. In de Provinciale Omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen.

In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg.

De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering,

Vastgesteld

17

3.

robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving.

De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad.

Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving.

De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Veiligheid en gezondheid In het POVI wordt de ambitie uitgesproken om een gezonde en veilige leefomgeving voor iedereen in Limburg te creëren. Hierbij is het doel om en de fysieke leefomgeving minimaal voldoende fysieke en sociale basiskwaliteit te realiseren. Daarmee wordt ook voldaan aan de wettelijke grenswaarden. Dit wordt gebiedsgericht aangepakt en per ontwikkeling

Vastgesteld

18

dient er oog te zijn op eventuele kansen voor verbetering. Ook de inrichting van de leefomgeving moet bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving die bewegen, ontmoeten, zelfredzaamheid, educatie en een gezonde levensstijl stimuleert. Cultuur, sport en erfgoed Verdeeld over de provincie Limburg staat veel erfgoed. Er wordt dan ook veel inspanning geleverd voor het behoud en gebruik van al dit erfgoed. Tegelijkertijd wordt er ook gekeken naar nieuwe ontwikkelingen en nieuwe vormen van cultuur. De ambitie is om een sterke culturele basisinfrastructuur te realiseren in samenwerking met het Rijk en de gemeenten. Ook wordt ingezet op de mogelijkheid tot sporten en bewegen voor iedere Limburger. Vanuit de (bovenlokale) rol wordt er ingezet vanuit een euregionaal perspectief samen, of doormiddel van ondersteuningsstructuur, op breedtesport, talentontwikkeling/topsport en sportevenementen. Samen met het rijk, gemeente en deskundige wordt er ingezet op het behoud en de herbestemming van beschermde monumenten. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient niet alleen gekeken te worden naar behoud van het erfgoed maar dient ook gekeken te worden naar de historische structuren die inspiratie bieden voor gebiedseigen ingrepen. Het doel hierbij is om de archeologische rijkdom te verbinden aan de huidige en toekomstige leefomgeving.

Natuur Het instandhouden van de biodiversiteit en waar mogelijk versterken door het realiseren van een robuust grensoverschrijdend natuur- en waternetwerk van goede kwaliteit én door het realiseren van een groen dooraderd landelijk gebied. Hierbij wordt gestreefd naar het behalen van de doelstellingen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). Voor bosgebieden wordt gestreefd naar een beter beheer van de bestaande bossen maar ook het aanleggen van nieuwe bossen. Vanuit een samenhangende, gebiedsgerichte aanpak streven we naar slimme combinaties van natuur met andere functies rond natuurgebieden en in stad-landzones. Evaluatie en monitoring zijn hierbij van belang om te bepalen of natuurdoelen en maatregelen nog effectief en realistisch zijn en of bijstelling nodig zijn. Het streven is naar een natuur inclusieve samenleving, waarbij natuur sterk verankerd is in de samenleving en dicht bij de woonomgeving voor jong en oud te beleven is. Hiermee wordt een brug geslagen tussen natuur én andere thema’s. De natuur en het landschap dragen bij aan de gezondheid, het welzijn en de welvaart van bewoners en hierdoor neemt de samenleving op haar beurt meer verantwoordelijkheid voor natuur in de eigen directe leefomgeving.

Conclusie Onderhavige ontwikkeling voorziet onder andere in het realiseren van 3 woningen in de karakteristieke boerderij en het realiseren van 4 herstelwoningen voor tijdelijke opvang. Met het renoveren en het in ere herstellen van de karakteristieke boerderij, een voormalige agrarische locatie (VAB-locatie) krijgt de locatie een aanzienlijke kwaliteitsimpuls en wordt de vroegere karakteristiek van de boerderij weer zichtbaar in de omgeving. Daarnaast draag het initiatief bij aan het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving waarbij ontmoeten, educatie en een gezonde levensstijl in grote mate gestimuleerd worden, zijnde een bijzondere woonvorm. Ook biedt het initiatief een aanzienlijke bijdrage aan een natuur inclusieve samenleving, door het realiseren van onder andere een natuur inclusieve voedselproductie. Het streven is om alles met een zo laag mogelijke ecologische foodprint te realiseren. Gelet op bovenstaande motivering kan gesteld worden dat het initiatief past binnen de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. 4.2.2

Ontwerp Omgevingsverordening

In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap;

Vastgesteld

19

▪

Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen.

Op dit moment geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 juli 2023) is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. De volgende regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Omgevingswaarden wateroverlast; ▪ Wonen, werken en recreëren; De ontwerp Omgevingsverordening is momenteel nog niet in werking getreden. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hieronder is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Tot het moment dat de Omgevingsverordening Limburg in werking treedt (verwachte inwerkingtreding: 1 juli 2023) geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014 nog. In de Omgevingsverordening bevat de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd.

De Omgevingsverordening Limburg 2014 is op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. De volgende regels uit de Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Regionale wateroverlast – normering 1:25; ▪ Toevoegen van woningen. Regionale wateroverlast Het plangebied ligt in het buitengebied van Maasbree. Voor het buitengebied is de referentienorm voor wateroverlast vastgesteld op 1:25. Dit wil zeggen dat in totaal 14,6 dagen per jaar wateroverlast kan optreden binnen het plangebied. Echter de kans op daadwerkelijke wateroverlast is kleiner dan de norm. Gesteld kan worden dat de kans op wateroverlast kleiner is dan 4% per jaar, zodoende kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Toevoegen van woningen In artikel 2.4.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.

Zoals in paragraaf 4.2.4 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Het initiatief voorziet (onder andere) in de realisatie van 3 (huur)woningen in de karakteristieke boerderij. Deze woningen zijn bestemd voor de beheerders van de Leef en Groei hoeve. De 4 herstelwoningen zijn bestemd voor tijdelijk bewoning. Deze woningen worden zijn bestemd voor mensen met een afstand tot zichzelf, de arbeidsmarkt en/of de maatschappij. Het gaat dan ook om het realiseren van een bijzondere woonvorm in voormalige agrarische bebouwing (VAB-locatie). Gezien de situering en aard van het initiatief en de vraag naar woningen binnen dorpen sluit het beoogde initiatief aan op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Ook voldoet het initiatief aan het beleid van de gemeente Peel en Maas. Zie hiervoor paragraaf 4.2.4 en 4.3.3.

Vastgesteld

20

4.2.4 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Peel en Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 156 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Peel en Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=ea0d283a-a26a-4420-8633-86ae8a211eca