CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-006 07 Toelichting Bestemmingsplan Houwenberg 5-5b Grashoek.pdf

Raad 31 januari 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Houwenberg 5 – 5b Grashoek”, wijziging bestemming Agrarisch - Intensieve veehouderij naar Recreatie – Verblijfsrecreatie (2023-006)13.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN “Houwenberg 5-5b Grashoek” Vastgesteld

Document:

Bestemmingsplan “Houwenberg 5-5b Grashoek”

IDN:

NL.IMRO.1894.BPL0273-VG01

Status:

Vastgesteld

Datum:

31 januari 2023

Auteur:

en i

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................................. 1

1. INLEIDING........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 3 1.2 Plangebied en begrenzingen ......................................................................................................... 4 1.3 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................... 5

2. BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE ......................................................................................... 6 2.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 6 2.2 Ruimtelijke structuur ...................................................................................................................... 6 2.3 Functionele structuur ..................................................................................................................... 7

3. PLANBESCHRIJVING ........................................................................................................................ 8 3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan ........................................................................... 10 3.2 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten ................................................................................. 11 3.3 Landschappelijke inpassing ......................................................................................................... 11 3.4 Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden ........................................................................................... 12

4. BELEIDSKADER .............................................................................................................................. 15 4.1 Rijksbeleid .................................................................................................................................... 15 4.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 17 4.3 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 20

5. RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN .......................................................... 23 5.1 Milieu ............................................................................................................................................ 23 5.1.1 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 23 5.1.2 Milieueffectrapportage ........................................................................................................... 24 5.1.3 Geluid .................................................................................................................................... 25 5.1.4 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 25 5.1.5 Bodem en grondwaterkwaliteit .............................................................................................. 26 5.1.6 Externe veiligheid .................................................................................................................. 26 5.1.7 Geurhinder en veehouderijen ................................................................................................ 27 5.2 Kabels, leidingen en straalpaden .................................................................................................

29 5.3 Natuur .......................................................................................................................................... 29 5.3.1 Flora en fauna ....................................................................................................................... 29

1

5.3.2 Natura2000 ............................................................................................................................ 30 5.4 Waterhuishouding ........................................................................................................................ 30 5.4.1 Beleidskader .......................................................................................................................... 30 5.4.2 Kenmerken van het watersysteem (huidige situatie) ............................................................ 31 5.4.3 Water in relatie tot de ontwikkeling (nieuwe situatie) ............................................................ 31 5.5 Archeologie en cultuurhistorie ..................................................................................................... 33 5.6 Verkeer en parkeren .................................................................................................................... 34

6. JURIDISCHE ASPECTEN ................................................................................................................ 35 6.1 Toelichting op de verbeelding ...................................................................................................... 35 6.2 Toelichting op de planregels ........................................................................................................ 35

7. UITVOERBAARHEID, INSPRAAK EN PROCEDURE .................................................................... 36 7.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 36 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................... 36 7.3 Procedure .................................................................................................................................... 37 BIJLAGEN 1 Tekeningen beoogde indeling gebouwen (Bouwkundig Buro Bos) 2 Landschappelijk inpassingsplan (Guido Paumen) 3 Uitdraai tool ontwikkelkader 4 Onderbouwing geluid (HMB B.V.) 5 Historisch bodemonderzoek (M&A) 6 Quickscan flora en fauna (IVN)

2

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemers zijn met hun gezin van 3 kinderen woonachtig aan de Houwenberg 5 te Grashoek. De locatie is het ouderlijk huis van een van de initiatiefnemers. Zijn ouders hebben hier jarenlang een agrarisch bedrijf geëxploiteerd in de vorm van een varkenshouderij en akkerbouwbedrijf. Het officiële adres van het bedrijf is Houwenberg 5b. Vanwege gezondheidsredenen zijn de varkensstallen de afgelopen jaren verhuurd aan een derde. Om het bedrijf op lange termijn in stand te houden en rendabel te houden dienen er grote investeringen gedaan te worden in onder andere ammoniakreductie, dierenwelzijn en groot onderhoud aan de gebouwen. Aangezien initiatiefnemer tevens niet voornemens is om het agrarische bedrijf in de toekomst voort te zetten is besloten om te stoppen met de varkenshouderij. Thans liggen de varkensstallen dan ook leeg.

Afbeelding 1. Ligging en omgeving plangebied (rood omcirkeld)

Daarop is initiatiefnemer gaan nadenken over een alternatieve invulling van de gebouwen. Daarbij is het idee ontstaan om in een van de stallen een 5-tal vakantieappartementen te realiseren voor mensen met een zorgbehoefte in de brede zin van het woord. Dit komt mede voort uit de achtergrond en opleiding van een van de initiatiefnemers. Voor mensen met een zorgbehoefte zijn er nauwelijks

3

mogelijkheden om gezamenlijk op vakantie te gaan met familie en/of vrienden. Initiatiefnemer kan daar nu een geschikte locatie voor aanbieden. In de tweede stal zal een grote groepsruimte en een overdekte binnenspeeltuin gerealiseerd worden. Op die manier kunnen gasten ook op dagen met slecht weer zich prima op locatie vermaken. Verderop in deze toelichting wordt een nadere uitleg gegeven op de plannen. Voor voornoemd planvoornemen is op 4 mei 2020 een principeverzoek ingediend bij de gemeente Peel en Maas. Op 11 januari 2021 is door de gemeente aangegeven dat zij in principe medewerking willen verlenen aan de realisatie van vijf vakantieappartementen. Een van de voorwaarden is dat de verleende omgevingsvergunning voor het herbouwen van een schuur zou worden ingetrokken. Aangezien op dat moment reeds begonnen was met de herbouw van deze schuur is op 3 mei 2021 nog een aanvullend principestandpunt door de gemeente opgesteld. De voorwaarde voor het intrekken van de omgevingsvergunning voor de herbouw van de schuur is daarbij komen te vervallen, mits bij het uitwerken van het plan een integraal plan wordt ontwikkeld voor de locatie. Daarbij moet voor alle aanwezige en te behouden bebouwing een duidelijke vervolgfunctie zijn met toegevoegde waarde voor het recreatieve bedrijf. Ook hierop wordt verderop in deze toelichting een nadere uitleg gegeven.

Ondanks het feit dat er in het vigerende bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor het wijzigen van de huidige agrarische bestemming naar een verblijfsrecreatieve bestemming is vanuit de gemeente voorgesteld om daarvoor gebruik te maken van een bestemmingsplan op grond van artikel 3.1 Wro. Onderhavige toelichting maakt onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ De bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ wordt omgezet in de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ ter plaatse van het bouwvlak, overige gronden blijven bestemd als ‘Agrarisch’. ▪ Overige gebiedsaanduidingen en maatvoeringen binnen het plangebied blijven conform het vigerende bestemmingsplan in stand.

1.2 Plangebied en begrenzingen De locatie ligt aan de Houwenberg 5-5b in het buitengebied van Grashoek. De locatie is kadastraal bekend als Helden P 415 en 492. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 7.200 m2 en is thans volledig bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’. De Houwenberg betreft een buitenweg, gelegen ten noordoosten van de kern Grashoek. De omgeving kenmerkt zich door de afwisseling van agrarische bedrijven, bedrijvigheid en burgerwoningen. De bebouwing van derden is op relatief grote afstand van het plangebied gelegen. Enkel ten zuidoosten van het plangebied is op relatief korte afstand nog een grondgebonden agrarisch bedrijf gelegen. Verder is zowel ten oosten als ten zuiden van het plangebied een bos gelegen en zijn ten noorden en westen cultuurgronden van derden gelegen. Het plangebied is thans bebouwd met een woning, twee voormalig varkensstallen, een open berging/schuur en een thans in herbouw zijnde berging.

4

1.3 Vigerend bestemmingsplan De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (vastgesteld d.d. 24 december 2014) en is bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met een bouwvlak van circa 7.200 m2. De overige gronden binnen het plangebied, maar buiten het bouwvlak, zijn bestemd als ‘Agrarisch’. Verder gelden de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen: − − −

Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie – 4 (gedeeltelijk) Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – verwevingsgebied Gebiedsaanduiding: wro-zone – wijzigingsgebied 4 go

Initiatiefnemer is voornemens om zijn agrarische bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. Hieraan kan invulling gegeven worden middels een zogenaamd postzegelbestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Op 11 januari 2021 is door de gemeente aangegeven dat zij in principe medewerking willen verlenen aan realisatie van onderhavig planvoornemen.

Afbeelding 2. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas”, plangebied rood omlijnd.

5

2. BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE 2.1 Algemeen De locatie ligt aan de Houwenberg 5-5b in het buitengebied van Grashoek. De locatie is kadastraal bekend als Helden P 415 en 492. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 7.200 m 2 en is thans volledig bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’.

Afbeelding 3. Luchtfoto plangebied (rood omlijnd) en omgeving

2.2 Ruimtelijke structuur Het plangebied is gelegen in een grootschalig open ontginningslandschap. De grootschalige ontginningslandschappen zijn ontstaan nadat het aan het einde van de 19 e eeuw mogelijk werd grootschalig veen af te graven en af te voeren via de Noordervaart. Dit heeft geleid tot open landschappen met een rationele ontsluitingsstructuur en verspreide boerderijnederzettingen. Beplantingen moesten grotendeels wijken. Rondom het plangebied bevindt zich enkel ten zuidoosten op korte afstand bebouwing van derden, dit in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Verder is zowel ten oosten als ten zuiden van het plangebied een bos gelegen en zijn ten noorden en westen cultuurgronden van derden gelegen.

6

2.3 Functionele structuur De omgeving kenmerkt zich enerzijds door het open en agrarische karakter aan noordwestelijke zijde en anderzijds door het kleinschalige en groene karakter aan zuidoostelijke zijde. Aan noordwestelijke zijde zijn namelijk hoofdzakelijk agrarische bedrijven en cultuurgronden gelegen. Aan zuidoostelijke zijde is er sprake van een wat sterkere menging van functies in de vorm van agrarische en andersoortige bedrijvigheid, wonen en groen c.q. natuur. De dorpsrand van Grashoek ligt op een afstand van ongeveer 200 meter in vogelvlucht.

7

3. PLANBESCHRIJVING Onderhavig planvoornemen behelst het omschakelen van een intensieve veehouderij naar een verblijfsrecreatief bedrijf. Daarbij worden de veehouderijactiviteiten, met uitzondering van het hobbymatig houden van wat kleinvee, op locatie definitief beëindigd. De voormalige stallen zullen zowel van binnen als van buiten grondig gerenoveerd worden. Ondertussen is reeds een start gemaakt door het vervangen van de asbestdaken van de stallen. Binnen het plangebied zijn een vijftal gebouwen te onderscheiden. Hierna zal van elk van de gebouwen de huidige en toekomstige functie toegelicht worden.

4

3

5 2

1a 1

Afbeelding 4. Luchtfoto met daarin weergegeven de aanwezige bebouwing.

Gebouw 1/1a betreft de huidige bedrijfswoning met garage en terras (1a). Deze bedrijfswoning is recent nog volledig opgeknapt en zal onveranderd in stand gehouden worden. De bedrijfswoning wordt bewoond door het gezin van initiatiefnemer. Gebouw 2 betreft een voormalig loods/werktuigenberging welke thans herbouwd wordt. Deze berging, met een oppervlakte van 180 m2, zal in de beoogde situatie gebruikt gaan worden als opslagruimte ten behoeve van de vakantieappartementen. In deze opslagruimte komen onder andere de volgende zaken te staan: • •

Wasmachine en droger ten behoeve van wassen van onder andere het beddengoed en de handdoeken van de vakantieappartementen; Warmtepomp met bijbehorende technische installaties ten behoeve van verwarmen van de vakantieappartementen en de groepsruimten;

• • •

Allerhande reinigingsmaterialen zoals stofzuiger en een schrobmachine ten behoeve van het poetsen van de vakantieappartementen en groepsruimte; Diverse tuingereedschappen zoals gazonmaaier, heggenschaar en bladblazer ten behoeve van het bijhouden van het omliggende, aan te leggen, groen van de vakantieappartementen; Diverse handgereedschappen ten behoeve van onderhoud aan de vakantieappartementen.

Gebouw 3 betreft thans een open veldschuur voor stalling van wat landbouwvoer- en werktuigen van het akkerbouwbedrijf. Deze open veldschuur, met een oppervlakte van 252 m2, zal in de beoogde situatie geschikt gemaakt worden om auto’s en of busjes van de gasten van de vakantieappartementen te kunnen parkeren (overdekt parkeren). Zeker gezien de grote hoeveelheid bomen binnen het plangebied vormt het aanbieden van een overdekte parkeerplaats een meerwaarde. Hierdoor wordt voorkomen dat auto’s en busjes van gasten vol komen te liggen met bladeren, eikels en/of stuifmeel van bomen. Gebouw 4 betreft een voormalig varkensstal. Deze stal, met een oppervlakte van 838 m2, zal in de beoogde situatie volledig opgeknapt worden en gaan functioneren als groepsruimte en binnenspeelplaats. Op die manier kunnen grote groepen gasten gezellig bij elkaar zitten in een grote ruimte. Dit biedt bijvoorbeeld ook de mogelijkheid voor grote groepen die verspreid over meerdere appartementen zitten om ’s avonds toch gezellig met zijn allen nog even bij elkaar kunnen te zitten. De binnenspeelplaats biedt een bij uitstek geschikte plaats voor kinderen om hun energie kwijt te kunnen op dagen met slecht weer. De binnenspeelplaats zal onder andere bestaan uit een zandbak, skelterbaan, klimtoestel en schommels. Gebouw 5 betreft een voormalig varkensstal.

Deze stal, met een oppervlakte van 560 m2, zal in de beoogde situatie volledig opgeknapt worden en omgevormd worden naar vijf vakantieappartementen. Er is bewust gekozen om te gaan voor drie ‘kleine’ en twee ‘grote’ appartementen. Op die manier wordt zowel ruimte geboden aan wat kleinere (4 personen) als ook wat grotere (6 personen) groepen en is er dus voor ieder wat wils. In totaal is in de huidige situatie dus 1.830 m2 bedrijfsbebouwing aanwezig. Deze oppervlakte zal als maximale oppervlakte in de planregels opgenomen worden, zodat de oppervlakte toegestane bebouwing binnen de recreatieve bestemming niet meer zal bedragen dan thans het geval is. Daarbij wordt enkel dus de bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken niet bij meegerekend. In bijlage 1 zijn de voorlopige tekeningen met de indeling van gebouwen 4 en 5 in de beoogde situatie toegevoegd. Verder is voor onderhavig planvoornemen een ondernemingsplan uitgewerkt. Dit ondernemingsplan met bijbehorende tekeningen en het landschappelijk inpassingsplan is door de gemeente Peel en Maas ter informatie voorgelegd aan het Regionale afstemmingsoverleg recreatie en toerisme in de regio Noord-Limburg. Vanuit dit regionale overleg is aangegeven dat het planvoornemen akkoord bevonden is. Verder heeft initiatiefnemer duurzaamheid hoog in het vaandel staan.

De bestaande woning is redelijk recent volledig gerenoveerd en reeds voorzien van een warmtepomp. Daarnaast liggen op het dak van de herbouwde berging zonnepanelen welke onder ander voorzien in de energiebehoefte van de warmtepomp. Ook de vakantieappartementen en de groepsruimte zullen verwarmd gaan worden door een warmtepomp. Indien nodig zal ook het aantal zonnepanelen daarvoor uitgebreid worden. Op die manier streeft initiatiefnemer naar een ‘0’ op de energiemeter. Ook zal een van de voormalig mestkelders gebruikt gaan worden als hemelwateropvang van waaruit bij droogte dan de tuin en het omliggende groen beregend kan worden. Op die manier hoeft minder aanspraak op grondwater gemaakt te worden. Zie hiervoor ook paragraaf 5.4.3.

9

3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Bij het uitwerken van onderhavig bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ Het bestemmingsplan dient een adequate, duidelijke en flexibele regeling te bevatten voor een verblijfsrecreatief bedrijf, gebaseerd op het moederplan “Buitengebied Peel en Maas”. ▪ De bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ wordt omgezet in de bestemming ‘Recreatie Verblijfsrecreatie’ ter plaatse van het te behouden bouwvlak, overige gronden blijven bestemd als ‘Agrarisch’. ▪ Overige dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen binnen het plangebied blijven conform het vigerende bestemmingsplan in stand. ▪ Het bestemmingsplan dient een voorwaardelijke bepaling te bevatten dat de nieuwe activiteiten pas zijn toegestaan wanneer de compenserende landschappelijke maatregelen worden aangelegd en in stand worden gehouden. De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op de herbestemming van het bedrijf aan de locatie Houwenberg 5-5b te Grashoek. Het bestemmingsplan biedt het juridisch kader waar het bedrijf zich aan dient te conformeren. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het plangebied is voorzien van de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ met een bouwvlak. Het deel waar geen bouwvlak gelegen is behoudt de bestemming ‘Agrarisch’. Hiermee is er geen mogelijkheid tot bouwen op die gronden.

Een voorwaardelijke bepaling voor het gehele plangebied legt de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing planologisch-juridisch vast.

Afbeelding 5: Verbeelding beoogde situatie Houwenberg 5-5b Grashoek

10

3.2 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten De sanering van de intensieve veehouderij zal leiden tot zowel een ruimtelijke als ook een milieutechnische kwaliteitswinst. De enigszins verouderde varkensstallen worden zowel van binnen als van buiten volledig gerenoveerd. Voor de kwaliteit van de omgeving is met name de renovatie van de buitenkant van de varkensstallen van toegevoegde waarde. Denk hierbij aan het vervangen van het asbestdak, het plaatsen van nieuwe kozijnen en het opknappen van de gevels (onder andere met potdekselwerk). Met onderhavig planvoornemen is geen sprake van het slopen van oude bebouwing of het oprichten van nieuwe bebouwing. Verder is en blijft sprake van een korte afstand tussen de bebouwing op het eigen perceel en de bebouwing op het ten zuidoosten gelegen perceel van derden. De milieubelasting vanuit het plangebied op omliggende bebouwing zal echter fors afnemen ten opzichte van de huidige bedrijfsvoering als zijnde een intensieve veehouderij door het vervallen van de emissies van geur, ammoniak en fijnstof. Door de ligging en door de landschappelijke inpassing van de locatie leidt het plan niet tot negatieve ruimtelijke, stedenbouwkundige of landschappelijke effecten op de omgeving.

3.3 Landschappelijke inpassing Het beleid ten aanzien van de landschappelijke inpassing heeft de gemeente Peel en Maas vastgelegd in het ‘Kwaliteitskader buitengebied Peel & Maas’. Het kwaliteitskader bevat geen nieuw beleid. Het is een uitwerking van vaststaand beleid uit het structuurplan buitengebied Peel en Maas. Net als in het provinciaal beleid wordt er bij kwaliteitsverbeteringen onderscheid gemaakt in 3 soorten kwaliteitsverbeteringen: 1. Basiskwaliteit (B): B is van toepassing bij iedere ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak en bij uitbreiding daarvan tot de referentiemaat in een agrarisch gebied. B wil zeggen dat nieuwe bebouwing en verharding goed ingepast moet worden. Als basis voor de omvang geldt dat sprake moet zijn van een oppervlakte landschappelijke inpassing dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en het erf komt. 2. Basiskwaliteit Plus (B+): B+ is van toepassing bij ontwikkelingen waar sprake is van een uitbreiding boven de referentiemaat. Als basis voor de omvang van de landschappelijke inpassing geldt dat sprake moet zijn van een oppervlakte landschappelijke inpassing dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het gehele bouwvlak. 3.

Aanvullende Kwaliteitsverbetering (AK): AK dient te bestaan uit fysieke maatregelen die bijdragen aan het versterken van de kwaliteit van het landschap waarbinnen de maatregelen genomen worden. Per gebiedstype zijn er andere landschapskwaliteiten typerend en van belang. Onderhavig initiatief behelst het herbestemmen van de locatie Houwenberg 5-5b te Grashoek van ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie’. Daarbij wordt het bestaande bouwvlak niet uitgebreid. Op basis van het Kwaliteitskader, tevens ook aangegeven in het principestandpunt van 11 januari 2021, is er dan sprake van B+ en 1x AK. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 7.200 m2. De inpassingseis op basis van B+ bedraagt 10% x 7.200 m 2 = 720 m2, de inpassingeis op basis van AK betreft dan 1 x 0,5 x 720 m 2 = 360 m2. De totale inpassingseis komt daarmee uit op 1.080 m2. Op basis van het landschappelijk inpassingsplan wordt de omvang van de te realiseren beplantingselementen geraamd op 2.705 m2, zie bijlage 2. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de uitgangspunten zoals genoemd in het Kwaliteitskader.

11

Afbeelding 6: inpassing Houwenberg 5-5b Grashoek

3.4 Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden In artikel 56.8 van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” is een bevoegdheid opgenomen om de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ te wijzigen in de bestemming ‘Recreatie Verblijfsrecreatie’ ten behoeve van de omschakeling van een intensieve veehouderij naar een verblijfsrecreatief bedrijf. Hoewel er in dit geval geen gebruik wordt gemaakt van deze bevoegdheid geeft deze de beleidsuitgangspunten goed weer. Strikt gezien hoeft er niet aan deze voorwaarden getoetst te worden, echter vanwege de link met de beleidsuitgangspunten zal hieronder toch een nadere uitwerking plaatsvinden. De tekst van de wijzigingsbevoegdheid luidt als volgt: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ te wijzigen in de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ met de nadere aanduiding ‘recreatiewoning’ ten behoeve van de vestiging van vakantieappartementen en/of een kleinschalig kampeerterrein, mits: a. er maximaal 5 vakantieappartementen mogen worden gerealiseerd van maximaal 50 m2 per appartement; b. de voorziening niet is gelegen ter plaatse van de aanduiding 'concentratiegebied glastuinbouw 1' of 'concentratiegebied glastuinbouw 2';

12

c.

het totaal aantal kampeermiddelen op het kleinschalig kampeerterrein maximaal 25 bedraagt, met dien verstande dat stacaravans niet zijn toegestaan; d. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. e. aangetoond wordt dat het gebruik als (agrarisch) bedrijf redelijkerwijs niet meer mogelijk is; f. het (agrarisch) bedrijf dient te zijn beëindigd; g. uitsluitend het deel van het perceel met de voor de recreatievoorziening benodigde bedrijfsgebouwen en de daarbij behorende bedrijfswoning en bijbehorend erf/tuin mag worden gewijzigd in de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. De resterende grond moet gelijktijdig worden gewijzigd in de bestemming 'Agrarisch' waarin het bestemmingsvlak ligt voor de resterende grond; h. de nadere aanduiding aantal toegestane bedrijfswoningen mag niet wordt gewijzigd; i. het hergebruik zich uitsluitend beperkt tot de voormalige (agrarische) bedrijfslocatie; j. hergebruik uitsluitend plaatsvindt in de bestaande bebouwingsmassa; k. overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt; l. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; m.

de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd dat als bijlage bij de regels wordt opgenomen, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie. De landschappelijke inpassing wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting; n. in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura-2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden; o. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het woon- en leefklimaat; 2. de milieusituatie; 3. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing. p. voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 22 (Recreatie-Verblijfsrecreatie). Hieronder wordt getoetst op de voornoemde wijzigingsvoorwaarden: Ad a. Hieraan wordt niet voldaan. De appartementen worden groter dan 50 m2. Dit is echter ook noodzakelijk in verband met de beoogde doelgroep.

Hiervan wordt dus gemotiveerd afgeweken. Ad b. De gronden zijn niet gelegen ter plaatse van de genoemde aanduidingen. Ad c. Niet van toepassing, het betreft geen kampeerterrein. Ad d. Hieraan wordt voldaan. Zie ook paragraaf 5.6. Ad e. Om het bedrijf op de lange termijn in stand te houden, moeten er grote investeringen gedaan worden in ammoniakreductie, dierenwelzijn en groot onderhoud. Daarnaast is de locatie qua oppervlakte voor een toekomstbestendig veehouderijbedrijf te beperkt en is doorontwikkeling ter plaatse niet wenselijk in verband met de nabijgelegen kern Grashoek. Daarmee is het voortgezette gebruik als agrarisch bedrijf redelijkerwijs ook niet meer mogelijk. Ad f. Voor vaststelling van het bestemmingsplan zal een verzoek worden ingediend om de vergunning voor het houden van dieren in te trekken. Ad g. Hieraan wordt voldaan. Ad h. Hieraan wordt voldaan. Ad i. Hieraan wordt voldaan.

13

Ad j. Ad k. Ad l. Ad m. Ad n. Ad o.

Hieraan wordt voldaan. Er is geen sprake van overtollige bedrijfsbebouwing. Hiervan is geen sprake, zie ook paragraaf 5.6. Hieraan wordt voldaan, zie ook paragraaf 3.3. Hieraan wordt voldaan, zie ook paragraaf 5.3.2. 1. Uit de toetsing in paragraaf 5.1 blijkt dat de ontwikkeling past binnen het geldende wettelijke toetsingskader. Daaruit kan de conclusie getrokken worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er is dan ook geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. 2. Uit de toetsing in hoofdstuk 5 blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van de milieusituatie ter plaatse. Dit is daarom geen beperkende factor voor onderhavig plan. 3. Ter plaatse van de nieuw beoogde bebouwing zijn geen specifieke natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden aanwezig. Binnen het moederplan zijn geen aanduidingen opgenomen waaruit deze waarden blijken. Door het ontbreken van deze waarden kunnen ze ook niet aangetast worden. 4. direct omliggende gronden zijn in gebruik ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. De gebruiksmogelijkheden van deze percelen worden door onderhavig plan niet beperkt. Zie hiervoor ook de toetsing in paragraaf 5.1. Ad p.

De bestemming wordt zodanig dat ter plaatse van het te behouden bouwvlak de bestemming ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie’ wordt toegekend. Middels deze bestemming worden de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Omdat er geen gebruik wordt gemaakt wordt gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid wordt er geen koppeling gelegd met artikel 22 uit het moederplan, maar wordt er een artikel “Recreatie-Verblijfsrecreatie” opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Dit artikel komt inhoudelijk overeen met Artikel 22 uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’.

14

4. BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio’s; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Onderhavig initiatief is op nationaal niveau dusdanig kleinschalig van aard dat het plan geen nadelige gevolgen heeft voor relevante nationale belangen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden.

Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en

15

Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de ecologische hoofdstructuur (thans Nationaal Natuurnetwerk), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Ook is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Op dit bestemmingsplan zijn geen van deze belangen van toepassing. Ladder duurzame verstedelijking In de genoemde SVIR is de “Ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro).

Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Bij onderhavig planvoornemen is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet aan de orde.

16

4.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Limburg Per 25 oktober 2021 is de ‘Omgevingsvisie Limburg’ in werking getreden. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. De Omgevingsvisie stelt op strategisch niveau de kaders voor het provinciaal handelen bij toekomstige ontwikkelingen en activiteiten. De Omgevingsvisie bevat daarmee belangrijke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid en vormt de basis voor verdere uitwerkingen en plannen en programma’s. In de Omgevingsvisie worden drie hoofdopgaven onderscheiden. Deze opgaven spelen Limburg-breed, de accenten verschillen echter per gebied en per sector. De hoofdopgaven zijn: ▪

▪ ▪

Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; o In stedelijk c.q. bebouwd gebied; o In landelijk gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.

Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond, de geomorfologie en het watersysteem, en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in de deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. De aan elkaar grenzende zones hebben onderling een sterke samenhang en wisselwerking. Het gaat daarbij om de volgende hoofdtypen met bijbehorende categorieën: ▪ Landelijke gebieden; o Groenblauwe mantel | Natuurnetwerk Limburg (inclusief Natura2000-gebied) | Buitengebied; ▪ Bebouwde gebieden; o Stedelijk gebied | Stedelijk centrum | Landelijke kern | Werklocaties; ▪ Infrastructuren; o (Inter)nationale weg | Provinciale weg | (Inter)nationale spoorweg | (Inter)nationale waterweg | (Lucht)haven | (Inter)nationale leidingstrook. Conform de kaarten die behoren bij de omgevingsvisie is onderhavige locatie gelegen binnen de categorie ‘buitengebied’ behorende bij het hoofdtype landelijke gebieden. Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten.

Op de hogere zandgronden van Noord- en MiddenLimburg is, rekening houdend met de droogtegevoeligheid en de kwaliteit van de grondwatervoorraden, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk, rekening houdend met de ruimteclaims vanuit de verschillende transitieopgaves. Onderhavig planvoornemen sluit dus goed aan bij de voornoemde accenten uit de omgevingsvisie. De milieubelasting zal door het staken van de veehouderijactiviteiten en het omvormen van het bedrijf van een intensieve veehouderij naar een verblijfsrecreatief bedrijf fors verlagen. Verder wordt door de functiewijziging een kwaliteitsslag gerealiseerd doordat leegstand en verpaupering van gebouwen in het buitengebied voorkomen wordt. Verder wordt in de omgevingsvisie vernoemd dat in het toekomstbeeld 2030-2050 de overgangen tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied optimaal zijn ingericht voor onder andere recreatie. Daarbij kiest

17

de provincie voor het verhogen van de kwaliteit van het aanbod van zowel verblijfs- als dagrecreatie. Een kwantitatieve uitbreiding van het aanbod is alleen mogelijk als dit niet leidt tot verdringing en leegstand. Dit dient op regionale schaal aangestuurd te worden. Verderop in deze paragraaf onder ‘Ontwikkelkader verblijfsrecreatie Noord-Limburg’ wordt nader gemotiveerd dat onderhavig initiatief passend is binnen de voornoemde uitgangspunten. Op basis van de planregels is ook dagrecreatie toegestaan enkel voor zover ten dienste van de verblijfsrecreatieve functie. In de omgevingsvisie wordt het volgende daarover geschreven; Dagrecreatieve voorzieningen zoals bioscopen, casino’s, kartbanen en trampolineparken horen thuis in het ‘bebouwd gebied’ (‘stedelijk gebied’, ‘stedelijke centrumgebied’ en ‘landelijke kern’). Dit type voorzieningen en andere functies (zoals detailhandel en horeca) versterken elkaar en kunnen daardoor met name de vitaliteit van stedelijke centra versterken. De schaal van de voorziening dient te passen bij de schaal van de kern. In het buitengebied en de groenblauwe mantel zijn alleen initiatieven voor vrijetijdseconomie mogelijk die daar functioneel aan gebonden zijn, zoals een kampeerterrein, een dagstrand, agrotoerisme of een visvijver voor de sportvisserij.

Een uitzondering hierop is het vestigen van een grootschalige (boven)regionale dagrecreatieve trekker in het buitengebied; indien de beoogde locatie bij een integrale afweging de meest optimale locatie blijkt. Het gaat in onderhavig geval echter enkel om kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen c.q. activiteiten die speciaal bedoeld zijn voor de specifieke doelgroep waar de verblijfsrecreatieve functie op ingericht is. Vanuit de omgevingsvisie bestaan dus geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. In het landschapskader Noord- en Midden-Limburg zijn de kernkwaliteiten van de omgeving weergegeven. Volgens deze kaart ligt het bedrijf in een droge heideontginning.

Afbeelding 7. Uitsnede kaart Landschapskader Noord- en Midden-Limburg

Het ontginningslandschap kenmerkt zich door de rationele verkaveling en ook door de aanwezige openheid. Binnen dit landschapstype liggen de meest vitale landbouwbedrijven en de belangrijkste mogelijkheden voor

18

het inplaatsen en uitbreiden van landbouwbedrijven. Tegelijkertijd is het wenselijk om dit landschap te ontwikkelen tot een aantrekkelijker en waardevoller landschap voor natuur en recreatie. Onderhavig initiatief behelst het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar een recreatieve functie. Daarbij wordt tevens een behoorlijke landschappelijke inpassing gerealiseerd. Daarmee wordt aangesloten bij het ontwikkelen van een aantrekkelijker en waardvoller landschap voor natuur en recreatie. Wat dat betreft past onderhavig planvoornemen binnen de uitgangspunten zoals gesteld in het POL 2014. Omgevingsverordening Limburg 2014 Tezamen met het POL2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 in werking getreden. In de Omgevingsverordening is het hoofdstuk Ruimte opgenomen. Het hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. In artikel 2.2 van het hoofdstuk Ruimte is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder duurzame ontwikkeling) waarbij tevens de mogelijkheid tot herbenutting van monumentale en beeldbepalende gebouwen onderzocht moet worden.

Met onderhavige ontwikkeling is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, maar van een recreatieve ontwikkeling. De ladder voor duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing. In artikel 2.4.6. Vrijetijdseconomie is opgenomen dat een ruimtelijk plan voor een gebied in de regio Noord-Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen van vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.4 van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. Verder wordt gesteld dat de toelichting bij het ruimtelijk plan een verantwoording bevat van de wijze waarop invulling is gegeven aan het hiervoor bepaalde en dat de toelichting bij een ruimtelijk plan een beschrijving bevat van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub)regionaal verband. In paragraaf 6.4 van het POL 2014 is aangegeven dat de provincie groot belang hecht aan een regionaal samenhangend product op het gebied van vrijetijdseconomie, dat wervend is voor nieuwe doelgroepen.

Op ruimtelijk vlak is vooral de balans tussen de landschappelijke kwaliteit en de ontwikkeling van de verblijfsaccommodaties in het landelijk gebied, die het juist van die kwaliteit moeten hebben, een provinciaal belang. De rol van de provincie op dit terrein is vooral stimulerend en faciliterend. De provincie vervult een regierol, het concrete beleid wordt op regionaal niveau en in regionale visies vastgelegd. Voor een motivatie en toetsing ten aanzien van het regionaal beleid wordt verwezen naar de paragraaf ‘Ontwikkelkader verblijfsrecreatie regio Noord-Limburg’. Onderhavig initiatief is passend binnen dit beleidskader en ook heeft regionale afstemming plaatsgevonden waarbij het initiatief geaccordeerd is. Onderhavig toelichting bevat verder ook de motivatie aan alle relevante milieu- en beleidskaders en een beschrijving van het proces en de planvoorbereiding. Daarmee wordt voldaan aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 2.4.6. De Omgevingsverordening bevat -naast de regels in het hoofdstuk Ruimte- regels over diverse andere onderwerpen, zoals de aanwijzing van milieubeschermingsgebieden, waaronder de boringsvrije zones Roerdalslenk en Venloschol. Het plangebied is niet gelegen binnen een milieubeschermingsgebied zoals een van de voornoemde boringsvrije zones. Vanuit de omgevingsverordening Limburg 2014 bestaan dan ook geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

19

Omgevingsverordening Limburg Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonneenergie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Deze nieuwe en gewijzigde onderdelen vinden hun oorsprong in het ontwerp van de Omgevingsvisie Limburg (POVI). Onderhavig planvoornemen heeft geen relatie met de genoemde gewijzigde onderwerpen. Derhalve zullen de regels van deze nieuwe omgevingsverordening nagenoeg volledig (beleidsneutrale omzetting) overeenkomen met de huidige regels uit de omgevingsverordening. Reeds in de voorgaande paragraaf is gemotiveerd dat het plan aan deze regels voldoet. In paragraaf 12.1.5. Vrijetijdseconomie, artikel 12.6, bevat de regels ten aanzien van vrijetijdseconomie initiatieven. Ook deze regels komen op grote lijnen overeen met artikel 2.4.6. uit de Omgevingsverordening 2014.

Enige wijziging hierbij is dat getoetst dient te worden aan de uitgangspunten van de POVI (in plaats van het POL 2014) ten aanzien van verblijfsrecreatieve initiatieven. Voor die toetsing wordt verwezen naar de paragraaf ‘Omgevingsvisie Limburg’. Daaruit blijkt dat het plan voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de POVI. Daarmee wordt dus ook voldaan aan artikel 12.6 van de nieuwe omgevingsverordening. Ontwikkelkader verblijfsrecreatie regio Noord-Limburg Het ontwikkelkader vormt een hulpmiddel om beter onderbouwd bestemmingsplannen te wijzigen voor nieuwe verblijfsrecreatie-initiatieven. Het ontwikkelkader is een praktisch hulpmiddel dat door ondernemers kan worden gebruikt om initiatieven snel en kwalitatief goed te realiseren. Het ontwikkelkader laat zien op welke gebieden en op welke manier de initiatiefnemer zijn plannen dient te onderbouwen, en welke aspecten van belang zijn om toegevoegde waarde te bieden aan het verblijfsrecreatief aanbod in Noord-Limburg. Het ontwikkelkader toont ook welke plan-elementen automatisch tot een negatieve beoordeling leiden als hieraan niet wordt voldaan. De uitdraai van de ingevulde tool behorende bij het ontwikkelkader is als bijlage toegevoegd aan dit plan, zie bijlage 3. Het initiatief wordt ‘Positief’ beoordeeld. Verder is voor onderhavig planvoornemen een ondernemingsplan uitgewerkt.

Dit ondernemingsplan met bijbehorende tekeningen en het landschappelijk inpassingsplan is door de gemeente Peel en Maas ter informatie voorgelegd aan het Regionale afstemmingsoverleg recreatie en toerisme in de regio Noord-Limburg. Vanuit dit regionale overleg is aangegeven dat er geen opmerkingen zijn op het planvoornemen en dat het een mooi initiatief is. Het planvoornemen is dan ook akkoord bevonden door het regionale afstemmingsoverleg. Op basis daarvan kan gesteld worden dat het plan voldoet aan het regionaal beleid op het gebied van verblijfsrecreatie.

4.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie buitengebied (2011) In december 2011 is de Structuurvisie buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het bestaande beleid van dat moment (Structuurplan 2008, Kwaliteitskader buitengebied, VAB beleid, Structuurvisie IV en Glas en het archeologiebeleid) samengebracht. De structuurvisie bevat grotendeels een voortzetting van het bestaand beleid.

20

De structuurvisie heeft twee doelstellingen, te weten: het bieden van een integraal beleidskader voor het buitengebied dat mede dient als grondslag voor het bestemmingsplan “Buitengebied Peel & Maas” en het mogelijk maken van kostenverhaal voor bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie. Verschillende gebiedstypen zijn gedefinieerd in de structuurvisie die een bepaalde ontwikkelingsrichting (ruimtelijk, functioneel en landschappelijk) typeren. Het plangebied staat aangeduid als ‘grootschalig open ontginningslandschap’. Wat betreft de ruimtelijke, functionele en landschappelijke aspecten zijn voor dit gebiedstype de volgende beleidsuitspraken relevant: ▪ versterking van de landschappelijke karakteristiek bestaande uit relatief grootschalige, open ruimten met lange rechte wegen, weilanden en akkers; ▪ speciale aandacht is hierbij vereist voor het behoud van de landschappelijke openheid en de kwaliteit van rust en ruimte; ▪ versterking van de open structuur van weilanden en akkers doorsneden door lange rechte wegen met wegbeplantingen; ▪ realisatie van een verdere landschappelijke aankleding door weg- en erfbeplantingen in een grootschalige structuur; Qua ontwikkelingen in dit gebied wordt ingezet op de volgende aspecten: ▪ versterking van verschillende grondgebonden agrarische functies en verbrede landbouw op

bestaande locaties; ▪ versterking van de intensieve veehouderij en glastuinbouw in daarvoor aangeduide gebieden; ▪ versterking van (kleinschalige) bedrijvigheid in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen; ▪ binnen de landbouw een ruime toelating van lage, tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; ▪ hoge, permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn goed mogelijk als de openheid maar zoveel mogelijk behouden blijft. Onderhavig initiatief behelst de omschakeling van een intensieve veehouderij naar een verblijfsrecreatief bedrijf. Dit zou geschaard kunnen worden onder het versterken van (kleinschalige) bedrijvigheid in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen. Er wordt immers een alternatieve invulling gegeven aan vrijkomende agrarische bebouwing waardoor verloedering van het landschap voorkomen wordt. Daarnaast wordt door realisatie van het landschappelijk inpassingsplan gezorgd voor een versterking van de landschappelijke karakteristiek van het gebied. Wat dat betreft past onderhavig initiatief binnen de uitgangspunten zoals gesteld in de structuurvisie. Kaderstelling Ruimte en Economie In het coalitieakkoord 2014 is vastgelegd dat het college met de omgeving in gesprek gaat over de gewenste koers van de gemeente Peel en Maas waarbij de gemeente de drie kernwaarden, diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing als richtsnoer heeft.

De omzetting van een intensieve veehouderij naar een verblijfsrecreatief bedrijf is passend binnen de Kaderstelling Ruimte en Economie. Op basis van uitvoeringsafspraak 1.2 heeft de gemeente oog voor bestaande bebouwing en wordt gestuurd op hergebruik. Daarbij worden initiatieven die een positieve bijdrage leveren aan het verminderen van leegstand en een bijdrage leveren aan de vitaliteit gefaciliteerd. Onderhavige ontwikkeling sluit daar perfect bij aan. Verder heeft de gemeente oog voor de transitie in het landelijk gebied. Agrarische bedrijvigheid en recreatie en toerisme zijn daarin de belangrijkste dragers. Daarbij wordt ruimte gemaakt voor het toeristisch potentieel. Onderhavig initiatief is passend binnen dit uitgangspunt. Onderhavig planvoornemen is daarmee passend binnen de kaderstelling Ruimte en Economie.

21

Kwaliteitskader Buitengebied Het kwaliteitskader bevat geen nieuw beleid. Het is een uitwerking van vaststaand beleid uit het structuurplan buitengebied Peel en Maas. Net als in het provinciaal beleid wordt er bij kwaliteitsverbeteringen onderscheid gemaakt in 3 soorten kwaliteitsverbeteringen. Voor een verdere toetsing aan het Kwaliteitskader wordt verwezen naar paragraaf 3.3 van deze toelichting. Bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (vastgesteld d.d. 24 december 2014) en is bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met een bouwvlak van circa 7.200 m2. De overige gronden binnen het plangebied, maar buiten het bouwvlak, zijn bestemd als ‘Agrarisch’. Verder gelden de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen: − − −

Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie – 4 (gedeeltelijk) Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – verwevingsgebied Gebiedsaanduiding: wro-zone – wijzigingsgebied 4 go

Initiatiefnemer is voornemens om zijn agrarische bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. Hieraan kan invulling gegeven worden middels een zogenaamd postzegelbestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Op 11 januari 2021 is door de gemeente aangegeven dat zij in principe medewerking willen verlenen aan realisatie van onderhavig planvoornemen. Evenementenvisie De evenementenvisie van de gemeente Peel en Maas kent twee centrale uitgangspunten: de drie doelstellingen en de hiervan afgeleide visie over samenwerking. De drie doelstellingen zijn vastgesteld in de visie en luiden als volgt: 1. door middel van het creëren van goede randvoorwaarden worden initiatiefnemers gestimuleerd om evenementen te organiseren die bijdragen aan de leefbaarheid in de gemeente. 2. door middel van het stimuleren van 'goede' evenementen wil de gemeente het imago van een levendige en diverse gemeente versterken, teneinde een aantrekkende werking te hebben op bezoekers van buiten de gemeente. 3. door middel van een werkbaar kader moeten de lasten voor de initiatiefnemers en gemeente zo beperkt mogelijk zijn, waarbij de harmonie met de overlast en veiligheid gegarandeerd blijft. De evenementenvisie geeft aan waar evenementen plaatsvinden.

Bestaande evenementenlocaties, zowel op pleinen als in bijvoorbeeld hallen, worden in de nieuwe bestemmingsplannen overgenomen ten behoeve van de koppeling met de evenementenvergunning. Het evenementenbeleid is begin 2012 vastgesteld en is -overeenkomstig de regels van de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas' opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Evenementen dienen ondergeschikt te zijn aan de recreatieve functie ter plaatse en zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw. Ten overvloede wordt nog vermeld dat deze uitzonderingsregel thans ook is opgenomen binnen de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’. Voor wat dat betreft treden hierin dus geen veranderingen op ten opzichte van de huidige situatie.

22

5. RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN Bij de herbestemming van het bestemmings- en bouwvlak van een intensieve veehouderij dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en met (milieu-)aspecten op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, externe veiligheid en milieuzonering voor het plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de ontwikkeling voor de aspecten archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur en landschap, flora en fauna, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.

5.1 Milieu 5.1.1 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNG publicatie. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype) of een gemengd gebied. De omgeving van onderhavige planlocatie kan het beste gedefinieerd worden als een rustige woonwijk. De milieuruimte van bestaande bedrijven in de omgeving van het plangebied is geïnventariseerd aan de hand van SBI-code en grootste bijbehorende VNG-afstand voor stof, geur, geluid en gevaar. Bedrijf

Opslag Agrarisch grondgebonden Agrarisch grondgebonden Agrarisch grondgebonden

Adres

Kapelweg 14 Houwenberg 6 Vliegertsdijk 1818A Houwenberg 5A

SBI-2008

4752 011, 012, 013 0141, 0142 011, 012, 013

Richtafstand woonwijk’ Geur Stof

VNG

‘rustige

Geluid

Gevaar

0 10

0 10

30 30

10 10

Werkelijke afstand in nieuwe situatie 110 210

100

30

30

0

230

10

10

30

10

12

Uit bovenstaande tabel blijkt dat enkel ten aanzien van het bedrijf aan de Houwenberg 5A niet voldaan kan worden aan de richtafstand voor het aspect geluid. Dit betreft echter een reeds bestaande situatie. Reeds in de huidige situatie betreft de aanwezige woning een geluidgevoelig object waarmee het bedrijf aan de Houwenberg 5A rekening dient te houden. Verder betreft een vakantieappartement geen geluidgevoelig object, daarmee wordt het bedrijf aan de Houwenberg 5A dan ook niet verder in haar mogelijkheden ontwikkeld. Voor wat dat betreft kan dus gesproken worden van een aanvaardbare situatie.

23

In theorie kan zowel het bedrijf aan de Houwenberg 5A als ook 6 op basis van het vigerende bestemmingsplan ook nog dieren gaan houden. Daarbij is voor de locatie Houwenberg 5A een rundveehouderij uitgesloten, maar zou het bedrijf nog wel paarden kunnen gaan houden. Het bedrijf aan de Houwenberg 6 kan zowel rundvee als paarden gaan houden. De richtafstand voor het aspect geur van een rundveehouderij bedraagt 100 meter en voor een paardenhouderij 50 meter. Voor wat betreft de Houwenberg 6 is de werkelijke afstand vele malen groter. Ook daarin wordt het bedrijf aan de Houwenberg 6 dus niet in haar ontwikkelmogelijkheden beperkt. Voor de Houwenberg 5A wordt ook niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter voor het aspect geur. Indien op deze locatie paarden gehouden gaan worden geldt echter dat de huidige woning met huisnummer 5 altijd eerder beperkend is dan de nieuw te realiseren vakantieappartementen. Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij geldt een vaste richtafstand van 50 meter ten opzichte van het emissiepunt en 25 meter ten opzichte van de gevel van een dierenverblijf. Ook voor wat betreft het aspect geur wordt het bedrijf aan de Houwenberg 5A door onderhavig planvoornemen niet verder in haar ontwikkelmogelijkheden beperkt dan nu reeds het geval is. Voor wat dat betreft kan dus gesproken worden van een aanvaardbare situatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=942411da-f162-49ae-b11f-e2fd738f4f37