2023-005 06 Toelichting Zelen 27 Panningen.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Zelen 27 te Panningen Gemeente Peel en Maas
Bestemmingsplan Zelen 27 te Panningen Gemeente Peel en Maas
Onderdeel:
Toelichting
IDN-nummer:
NL.IMRO.1894.BPL0282-VG01
Projectnummer: Status:
vastgesteld
Datum:
28 november 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 6 6
Algemeen Plangebied Doel Geldend bestemmingsplan
Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande situatie
7
2.1 2.2
7 7
Ontstaansgeschiedenis Bestaande situatie
Hoofdstuk 3 Beleid
9
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
9 11 13 14
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving
21
4.1 4.2
21 21
Bestaande situatie Planvoornemen
Hoofdstuk 5 Milieutechnische aspecten
23
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
23 24 25 27 33 35
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bodem Geluid Milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid
Hoofdstuk 6 Overige ruimtelijke aspecten
39
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Archeologie Kabels en leidingen Verkeer en parkeren Waterhuishouding Natuur en landschap Ecologie Duurzaamheid
39 40 40 41 43 44 45
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten
47
7.1 7.2
47 47
Algemeen Toelichting, regels en verbeelding
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
3
Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid
51
8.1 8.2
51 52
Grondexploitatie Planschade
Hoofdstuk 9 Overleg en inspraak
53
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
53 53 53 53 53
Uitkomsten overleg Vooroverleg Inspraak Omgevingsdialoog Formele procedure
Toelichting
4
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Algemeen
Initiatiefnemer exploiteert een intensieve veehouderij in de vorm van een pluimveebedrijf (kalkoenen). Vanwege meerdere redenen heeft initiatiefnemer in overleg met de gemeente Peel en Maas besloten om de intensieve veehouderij te saneren en in ruil hiervoor een nieuwe bouwkavel op korte afstand te realiseren op Zelen ong. te Panningen naast de omvorming van de bestaande bijdrijfswoning met bijgebouwen tot een burgerwoning Voor dit planvoornemen dient de bestemming te worden gewijzigd om het planvoornemen in de toekomstige situatie mogelijk te maken. Voorliggend document voorziet in een toelichting op bijbehorende regels en verbeelding voor de bestemmingsplanwijziging.
1.2
Plangebied
Het plangebied betreft meerdere kadastrale percelen aan de Zelen 27 en Zelen ong.. Het plangebied is gelegen aan de doorgaande weg Zelen wat een oude weg in het buitengebied betreft ten zuidwesten van de kern Panningen. Het plangebied is gelegen in het buitengebied en kenmerkt zich door de ligging in de (lint)bebouwing van de weg en buurtschap Zelen. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2 ha.
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
5
1.3
Doel
Het planvoornemen is om op deze locatie de aanwezige intensieve veehouderij te saneren en in de plaats hiervna op basis van de win-win regeling van de gemeente een nieuwe bouwkavel op Zelen ong. te realiseren naast het omvormen van de bestaande bedrijfswoning met bijgebouwen tot een burgerwoning. Ter plekke van het plangebied vigeren momenteel twee bestemmingen te weten de bestemming Agrarisch en Agrarisch Intensieve veehouderij die beide niet passend zijn voor het planvoornemen. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt het planvoornemen planologisch mogelijk gemaakt door de bestemmingen te wijzigen.
1.4
Geldend bestemmingsplan
Het onderhavige project/plangebied is gelegen binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’, dat op 5 november 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld. De bestemmingen van het plangebied in dit vigerende bestemmingsplan betreffen: 'Agrarisch - Intensieve veehouderij' en ‘Agrarisch’.
6
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving bestaande situatie
Ontstaansgeschiedenis
Het plangebied Zelen 27 te Panningen kenmerkt zich in de bestaande situatie door de aanwezigheid van een bedrijfswoning met bijgebouwen, tuin en erf en een ruime tuin. Daarnaast zijn er een vijftal bedrijfsgebouwen (4 stallen) aanwezig op de bedrijfslocatie met bijbehorende voorzieningen. Deze bedrijfsbebouwing ten behoeve van het kalkoenenbedrijf is vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw gebouwd en verder uitgebreid in zuidelijke richting tot de huidige omvang van ca. 17.640 kalkoenen. De locatie Zelen ong. is altijd als landbouwgrond in gebruik geweest.
2.2
Bestaande situatie
Zoals hieronder op de luchtfoto is waar te nemen, is de locatie gelegen in het buitengebied van Panningen in de gemeente Peel en Maas. Op enige afstand aan de noordwestzijde van het plangebied is de kern van Beringe aanwezig.
Luchtfoto bestaande situatie Aan de norodzijde van de locatie is de doorgaande weg Zelen aanwezig. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door een verscheidenheid aan functies (voornamelijk agrarische bedrijven en burgerwoningen). Aan de oostzijde van de locatie bevindt zich een agrarische bedrijfslocatie, aan de westzijde een burgerwoning en aan de noordzijde een burgerwoning. Ook op grotere afstand van de locatie bevinden zich ook enkele burgerwoningen en (agrarische) bedrijven (op enige afstand).
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
7
8
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
Hoofdstuk 3
Beleid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (Nobi). Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van het Provinciale Omgevingsvisie (POVI). Het gemeentelijke beleid is ontleend aan het bestemmingsplan en vigerende en van toepassing zijnde beleidsvisieis.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (Novi) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9). De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: -
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
-
duurzaam economisch groeipotentieel;
-
sterke en gezonde steden en regio's;
-
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: -
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies.
-
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.
-
Afwentelen wordt voorkomen.
De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2.
Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit.
3.
Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties.
4.
Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
9
5.
Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.
6.
Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem.
7.
In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit.
8.
Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving.
9.
Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten.
10.
Beperken van klimaatverandering.
11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12.
Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen.
13.
Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie.
14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16.
Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat.
17.
Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit.
18.
Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie.
19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20.
Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit.
21.
Ontwikkelen van een duurzame visserij.
Toetsing Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. Er wordt geen gebruik gemaakt van een (landelijke) opkoopregeling. Aanwezige rechten worden verhandeld. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen;
10
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur. 3.1.3 Regeling algemene regels ruimteljike ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid De beoogde planontwikkeling levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie, het Barro en de Rarro. Het Rijksbeleid is niet aan de orde, omdat sprake is van een kleinschalige ontwikkeling en er geen onderwerpen vanuit de Novi en Barro op het plangebied van toepassing zijn. Ook gelden er vanuit de Rarro geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Provinciale Staten van Limburg hebben op 1 oktober 2021 de provinciale Omgevingsvisie (POVI) vastgesteld. Dit betreft een integrale herziening van het (voorafgaande) POL2014. In het POVI is de provincie opgedeeld in zoneringen. De locatie aan de Zelen 27 en Zelen ong. te Panningen wordt deels aangeduid als ‘Buitengebied’.
Uitsnede zoneringenkaart POVI Buitengebied De gronden die gelegen zijn in de zone 'Buitengebied' betreffen alle gronden in het landelijk gebied die niet zijn gelegen in de 'Natuurnetwerk' of 'groenblauwe mantel'. Het betreffen met name gronden met een agrarisch karakter, waarbij (o.a.) ruimte wordt gegeven voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven. De provinciale
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
11
beleidsaccenten in de zone 'Buitengebied' zijn gericht op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe (landbouw)bedrijfslocaties, het terugdringen van de milieubelasting vanuit de landbouw en de kwaliteit en het functioneren van de ondergrond. Het planvoornemen is passend binnen deze aanduiding/zonering. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 specifieke regelgeving geldt. Met inachtneming van de kaart 'Milieubeschermingsgebieden' van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is gebleken dat onderhavig plangebied niet is gelegen in een provinciaal beschermingsgebied. Doorkijk Omgevingsverordening Limburg De Omgevingsverordening Limburg is in december 2021 door Provinciale Staten van Limburg behandeld. Deze verordening zal pas met de inwerking treding van de Omgevingswet in werking treden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen kan worden aangegeven in relatie tot deze nieuwe verordening dat het planvoornemen passend is binnen de opgenomen beleidsdoelstellingen en algemene regels. Bovenstaande beschreven aspecten blijven ook in de nieuwe verordening van toepassing waarbinnen het planvoornemen passend is.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en stelt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Conform artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties (indien twaalf of meer woningen worden gerealiseerd) of andere stedelijke voorzieningen'. Van een dergelijke stedelijke ontwikkeling is bij voorliggende planontwikkeling geen sprake, waardoor de verdere toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is. De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. 3.2.4 Limburgs Kwaliteitsmenu Voor (ruimtelijke) ontwikkelingen buiten de zogenaamde 'rode contouren' is het Limburgs Kwaliteitsmenu van kracht.
In dit Kwaliteitsmenu geeft de provincie de Limburgse gemeenten een handreiking op welke wijze deze om moeten gaan met ontwikkelingen in het buitengebied. Gemeenten dienen in een structuurvisie dit provinciale beleidskader te verwerken en aan te geven op welke wijze zij toepassing geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu. De gemeente Peel en Maas heeft het Limburgs Kwaliteitsmenu verankerd in een gemeentelijke structuurvisie, waarop nader wordt ingegaan in paragraaf 3.4.1 In z'n algemeenheid betreft het Limburgs Kwaliteitsmenu een beleidsregel die onder voorwaarden ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Limburg toestaat. Daarbij dient sprake te zijn van 'kwaliteitswinst'. Deze kwaliteitswinst kan op diverse wijze tot stand komen, zoals bijvoorbeeld het realiseren van een landschappelijke inpassing, het slopen van bedrijfsbebouwing of glasopstanden, het realiseren van natuur of het leveren van een financiële bijdrage in een (gemeentelijk) 'groenfonds'. De provincie geeft in het Limburgs Kwaliteitsmenu richtlijnen en drempelwaarden voor het bepalen van de hoogte van de tegenprestatie bij verschillende soorten ruimtelijke ontwikkelingen.
12
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
3.2.5 Conclusie provinciaalbeleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende provinciale beleid, bestaan er geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggende planontwikkeling. De ter plekke van onderhavig plangebied van toepassing zijnde provinciale zonering 'Buitengebied' impliceert geen belemmering vanuit beleidsoogpunt. Voorts is geen sprake van strijdigheid met eventuele andere beschermingsgebieden. Ook voldoet onderhavige planontwikkeling aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor wat betreft de van toepassing zijnde provincie beleidsregel 'Limburgs Kwaliteitsmenu' heeft de gemeente Peel en Maas deze vertaald in de haar gemeentelijke structuurvisie. Daarop wordt in paragraaf 3.4.1 van voorliggende toelichting nader ingegaan.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2020-2024 De Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg, is op 22 september 2020 vastgesteld door de gemeente Peel en Maas en is een visie waarmee de bestuurders van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg sturing geven aan de regionale woningmarkt. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. De structuurvisie heeft de status van intergemeentelijke structuurvisie op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee heeft het document een juridische status met een zelfbindend karakter. Het opheffen van de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad is één van de centrale opgaven uit de visie. Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. In de regio zijn uitgangspunten geformuleerd, waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen.
Deze regionale uitgangspunten omvatten de navolgende punten: • Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; • Gekeken dient te worden naar koppelkansen; • Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; • Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; • De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; • Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend wordt tevens het volgende benoemd: • Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. • Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. • Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. • Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk.
Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen De voorgenomen ontwikkeling betreft enerzijds het omzetten van de agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning en de realisatie van een woning middels de win-win regeling (toetsing zie paragraaf 3.4). Volgens de Regionale Structuurvisie Wonen NoordLimburg moet het de plannen om nieuwbouw toe te voegen in verhouding staan tot de kwantitatieve behoefte. Er worden enkel plannen toegevoegd die kwaliteit
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
13
toevoegen en passen bij de woonbehoefte van de afzonderlijke gemeente in de regio. De realisatie van de win-win woning is een op zichzelf staande opgave. Deze woningen mogen additioneel op de taakstelling in de regionale structuurvisies Wonen van Noorden Midden Limburg gerealiseerd worden. Het initiatief is daarom niet in strijd met de Regionale structuurvisie. Voor de woning Zelen 27 geldt tot slot dat geen sprake is van een toevoeging van een woning aangezien een reeds bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar reguliere burgerwoning.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie(s) Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas In december 2015 is de Structuurvisie buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin wordt het beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas samengebracht. Het betreft voor een groot deel bestaand beleid dat deels is aangevuld en deels nader is uitgewerkt. De structuurvisie vormt de grondslag voor het toepassen van bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanolgie ‘Ontwikkelingsplanologie’. De hoofdgedachte van de ontwikkelingsplanologie is dat niet de regels maar de doelen centraal staan. ‘Ruimte voor ontwikkeling, met oog voor kwaliteit’ Ontwikkelingen in het buitengebied gaan gepaard met kwaliteitsverbetering voor de omgeving. Dit ter compensatie van het door de ontwikkeling optredende verlies aan omgevingskwaliteit. Daarbij wordt uitgegaan van een ruime benadering van ruimtelijke kwaliteit, namelijk gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van een gebied. De tegenprestatie is ook van belang in verband met de gedragenheid van de omgeving voor de ontwikkeling. Toetsing Wanneer deze beleidsuitgangspunten worden toegepast op onderhavig planvoornemen kan worden gesteld dat het planvoornemen passend is binnen deze algemene beleidsdoelstellingen.
Het planvoornemen levert een bijdrage aan de sociaal-maatschappelijke ruimtelijke structuur van Peel en Maas. De voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van één win-win woning en het omzetten van een agrarisch bedrijfsperceel naar woonperceel. Voor burgerwoningen in het buitengebied die mogelijk worden gemaakt door middel van de win-win regeling, is in het structuurplan een uitzondering gemaakt op de regel dat het oprichten van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet is toegestaan. De nieuwe woning past hiermee binnen de beleidsmatige uitgangspunten voor woningbouw volgens het structuurplan. Voor de omzetting van het agrarisch bedrijfsperceel naar een woonfunctie geldt dat dit geheel in lijn is met de trend van reductie van het aantal agrarisch bedrijven en de in de directe omgeving gerealiseerde en nog te realiseren burgerwoningen. De voorliggende win-win woning en de omzetting van het perceel Zelen 27 zijn hiermee passend binnen het Structuurplan Buitengebied regio Peel & Maas. 3.4.2 Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas De gemeente Peel en Maas heeft haar eigen bevoegdheid voor de uitvoering van dit Kwaliteitsmenu. Onderhavig planvoornemen is gelegen buiten de 'rode contour' en derhalve is het LKM voor onderhavig planvoornemen van toepassing. De gemeente Peel en Maas de gemeentelijke structuurvisie Buitengebied Peel en Maas vastgesteld.
Deze structuurvisie is op 20 december 2011 vastgesteld en daarna een aantal malen gewijzigd, voor de laatste keer bij besluit van 15 december 2015. Op basis van het Kwaliteitskader Buitengebied geldt voor nieuwe woningen in het buitengebied een bijdrage van € 25,- per m2. Te slopen bebouwing mag ingezet worden ten behoeve van de saldering. Tevens dient op basis van de basiskwaliteit dat de locaties op een adequate wijze landschappelijk ingepast moeten worden.
14
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
Te slopen bebouwing: 1. Stal 1: 81,5x10,85= 884m2 (hoekje schuur blijft staan: 3x10=30m2): totaal: 854m2 2. Stal 2: 72,4x12,8= 926,7m2 3. Stal 3: 14,00x 68,90= 964,6m2 4. Stal 4: 21,64x84,50= 1.829m2 + 3x6=18 + 3x6=18: totaal: 1.865m2 5. Loods: 27,46x20,55= 564,30m2 Totaal te slopen oppervlak bebouwing: ca. 5.174,6m2 Daarnaast wordt er natuurlijk ook meerdere duizenden vierkante meters erfverharding verwijderd en worden overige voorzieningen gesloopt. Kortom, met een sloopbijdrage van € 25,- per m2 wordt ruimschoots voldaan aan de eis om minimaal 4.000m2 aan bebouwing te slopen voor één nieuwe bouwkavel. De oppervlakte van de nieuwe bouwkavel is afgestemd op de te slopen vierkante meters bebouwing zoals hierboven weergegeven.
3.4.3 Beleidsregel Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 en beleidsregel win-win Op basis van de beleidsregel woningbouwverzoeken geldt in principe dat alle nieuwe woningbouwverzoeken worden afgewezen met uitzondering van een aantal benoemde categorieën. Daaronder valt onder andere een beperkt aantal woningbouwverzoeken waarbij een win-win situatie kan worden gecreëerd door het oplossen van een planologisch en milieutechnisch knelpunt. Om gebruik te kunnen maken van deze mogelijkheid dient voldaan te worden aan de voorwaarden van deze beleidsregel. Het planvoornemen is getoetst aan deze beleidsregel. Er is sprake van een 'win-win' situatie wanneer het de sanering betreft van een intensieve veehouderij, waarbij sprake is van: - Een maatschappelijk belang, dat verder gaat dan het economisch belang van de aanvrager. In dit geval wordt met de sanering van de intensieve veehouderij een kwaliteitsverbetering in de omgeving gerealiseerd, hetgeen een maatschappelijk belang is.
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
15
- Ligging in of nabij de kenrandzone, waarbij in dat laatste geval sprake is van een vergelijkbare situatie als ware de locatie gelegen binnen de kernrandzone. Onderhavige locatie is niet gelegen binnen de kernrandzone. Er is echter wel sprake van een bebouwingslint met diverse burgerwoningen. Daarnaast is de locatie gelegen net buiten de kernrandzone op een afstand van slechts 450 van de kern van Panningen. - Het een inrichting betreft in de zin van de Wet milieubeheer met een geldende omgevingsvergunning milieu die wordt ingetrokken. Het huidige pluimveebedrijf is in inrichting in de zin van de Wet milieubeheer en de geldende vergunning kan worden ingetrokken bij de sanering van het bedrijf in ruil voor de beoogde woonfuncties. Ten aanzien van de uitwerking van het plan wordt voor de voorwaarden verder verwezen naar artikel 5 en 8 van deze beleidsregel. Er dient daarbij voldaan te worden aan de bepalingen met betrekking tot de sloop van de huidige bedrijfsbebouwing en de termijnen ten aanzien van de realisering van de win-win woning. De verdere uitwerking van de win-win regeling is nog vormgegeven in de beleidsregel woningbouwverzoeken 'win-win' situaties.
De extra voorwaarden die in dit beleid zijn opgenomen zijn de volgende: - Er moet worden gewaarborgd dat de bedrijfsbebouwing binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan / omgevingsvergunning wordt gesloopt en de omgevingsvergunning milieu wordt ingetrokken. Aan deze voorwaarde zal worden voldaan. - De bestemming van de bestaande bedrijfswoning en de daarbij behorende huiskavel moet worden omgezet in de bestemming Wonen’. Met onderhavig bestemmngsplan wordt aan deze voorwaarde voldaan. - Er geldt een maximum van in totaal 10 te bouwen woningen met een maximum van 1 woning per win win-locatie. Voorwaarde is tevens dat toepassing dient te worden gegeven aan het gemeentelijk kwaliteitskader.
Overige voorwaarden beleidsregel: Artikel 3 Uitzonderingen In de volgende gevallen kan mits sprake is van een goede ruimtelijke ordening een uitzonderingworden gemaakt op het bepaalde in artikel 2: a) verzoeken die passen binnen de Ruimte-voor-Ruimte-regeling en die deel uitmaken van de taakstelling Ruimte voor Ruimte, zoals overeengekomen met de provincie en Ruimte voor Ruimte Beheer B.V., zolang als de gemeente hieraan bestuursrechtelijk en privaatrechtelijk is gebonden; hiertoe behoren ook de bouwkavels die van Ruimte voor Ruimte Beheer BV zijn overgenomen en die in eigen beheer door de gemeente Peel en Maas worden ontwikkeld, mits voldaan wordt aan artikel 4 en 8; b) een beperkt aantal woningbouwverzoeken waarbij een win-win situatie kan worden gecreëerd door het oplossen van een planologisch en milieutechnisch knelpunt, mits voldaan wordt aan artikel 5 en 8; c) verzoeken die een maatschappelijke meerwaarde hebben doordat ze een bijdrage leveren aan het behoud/versterken van vitale gemeenschappen, mits voldaan wordt aan artikel 6 en 8; d) verzoeken die betrekking hebben op de tijdelijk huisvesting (max. 10 jaar) van woonurgente groepen in tijdelijke woonconcepten; e) woningsplitsing binnen het bestemmingsplan buitengebied met als doel behoud en versterking van cultuurhistorische waarden, mits wordt voldaan aan de voorwaarden als gesteld in het
16
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
gemeentelijk beleid; f) verzoeken waarop een positief (principe)besluit is genomen, dan wel waarover een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten voorafgaand aan de in werking treding van deze beleidsregel; deze worden nog afgehandeld zoals daarbij is overeengekomen, waarbij het afhandelen van het positieve principebesluit waarin geen termijn is genoemd moet voldoen aan artikel 8, lid c.
Artikel 5 Voorwaarden verzoeken win-win situatie Indien sprake is van een woningbouwverzoek met een win-win situatie moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening en nog worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a) Er is sprake van een win-win situatie wanneer het sanering betreft van een intensieve veehouderij, waarbij sprake is van: -
een maatschappelijk belang, dat verder gaat dan het economisch belang van de aanvrager
én; ligging in of nabij de kernrandzone, waarbij in het laatste geval sprake is van een vergelijkbare situatie als ware de locatie gelegen binnen de kernrandzone, zulks ter beoordeling van ons college, én; het een inrichting betreft in de zin van de Wet milieubeheer met een geldende omgevingsvergunning milieu die wordt ingetrokken met als gevolg dat het woon- en leefklimaat van de woonomgeving en/of de kernen verbetert; b) Er moet worden gewaarborgd dat de bedrijfsbebouwing binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan / omgevingsvergunning wordt gesloopt en de omgevingsvergunning milieu wordt ingetrokken; c) De bestemming van de bestaande bedrijfswoning en de daarbij behorende huiskavel moet worden omgezet in de bestemming Wonen'; d) Er geldt een maximum van in totaal 10 te bouwen woningen met een maximum van 1 woning per win win-locatie. Voorwaarde is tevens dat toepassing dient te worden gegeven aan het gemeentelijk kwaliteitskader;
Aan deze voorwaarden voldoet initiatiefnemer volledig met het planvoornemen. De gemeente hanteert met haar kwaliteitskader een sloopbijdrage van € 25,- per m2 . Dit betekent dat er voor een bouwkavel van 1.000m2 à € 100,- = € 100.000,- aan kwaliteitsbijdrage geleverd dient te worden. Dit staat gelijk aan 4.000m2 te slopen bebouwing. Met ruim 5.000m2 te slopen bebouwing/verharding gaat initiatiefnemer hier ruim overheen. Aan een tweede bouwkavel toekennen wenst de gemeente Peel en Maas niet mee te werken. Derhalve is de oppervlakte van de bouwkavel vergroot en is de bebouwingsregeling verruimd. De nieuwe woningbouwlocatie kan initiatiefnemer op eigen grond realiseren. In deze zone aan de weg Zelen kan een mooie ruime/grote vrijstaande woning worden gebouwd. Hiervoor wordt ook verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan. Ruimtelijk/planologisch is deze locatie geschikt. Mede omdat de nieuwbouwlocatie is gelegen in een bebouwingslint. Hiermee is sprake van een stedenbouwkundig lint in het buitengebied waardoor de nieuwe woning planologisch/ruimtelijk passend is op de voorziene locatie. Door de sanering van de intensieve pluimveehouderij ontstaat er in geur- en stofopzicht een fors betere situatie.
Het woon- en leefklimaat van zowel de omgeving Zelen als de gehele kern van Panningen (in grote delen van Panningen is op sommige dagen in het jaar bij een bepaalde wind sprake van geuroverlast) zal
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
17
door onderhavig planvoornemen verbeteren. Verder dient de bestaande bedrijfswoning Zelen 27 met haar bijgebouwen omgevormd te worden naar een woonbestemming. Hiervoor zijn geen directe belemmeringen aanwezig in de omgeving. Conclusie Kortom, wanneer deze beleidsregel wordt toegepast kan worden gesteld dat volledig aan de voorwaarden wordt voldaan. Het planvoornemen zorgt voor een meerwaarde voor de (lokale) maatschappij door het IV-bedrijf gelegen nabij de kern te saneren. Tevens wordt aan de overige voorwaarden voldaan (zo blijkt uit onderhavige toelichting). 3.4.4 Kaderstelling Ruimte en Economie In het beleid 'kaderstelling Ruimte en economie' heeft de gemeente opgenomen dat het plan een bijdrage moet leveren aan de beweging dat bedrijvigheid in balans is met de omgeving. Daarbij moet er oog zijn voor de transitie in het landelijk gebied. Onderdeel van deze transitie zijn ook stoppende ondernemers die op zoek zijn naar een mogelijkheid om het bedrijf te beëindigen. De sanering van een intensieve veehouderij middels de realisering van een extra woning past binnen deze doelstelling. 3.4.5 Lokale woonvisie In de lokale woonvisie worden vier thema’s voor wonen verder uitgewerkt, te weten: 1. Wonen duurzaam in balans; 2. Zorgen voor elkaar; 3. Wonen op de juiste plek; 4.
Klimaatadaptief en energieneutraal wonen; In het uitvoeringsplan wonen dat de gemeente heeft opgesteld worden de acties die bij deze thema’s horen verder geconcretiseerd zodat ze ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Bij het thema 1, Wonen duurzaam in balans is onder andere het volgende opgenomen: '1.2 Nieuw te bouwen woningen moeten geschikt zijn voor de behoefte van morgen: woningen voor ouderen en voor kleine huishoudens. - Iedere nieuw te bouwen woning is geschikt voor ouderen, dan wel technisch voorbereid op geschiktheid (levensloopbestendig). Dit verankeren we in onze regels (o.a. bestemmingsplannen, voorzienbaarheid). Bij bestaande, nog niet gerealiseerde plannen, gaan wij in overleg met ontwikkelende partijen om de plannen alsnog levensloopbestendig te maken.' In onderhavig plan is dit vertaald in de bouwregels voor de nieuw te bouwen woning. Een doelstelling ten aanzien van duurzaamheid betreft: '4.2 We werken aan de energietransitie in de bestaande woningvoorraad en geven bij nieuwbouw het goede voorbeeld.' De nieuwe woning zal gasloos worden gebouwd. Hiermee wordt aan deze doelstelling tegemoet gekomen. Tevens wordt het hemelwater ter plaatse afgekoppeld en geïnfiltreerd. De initiatiefnemer die de woning zal bouwen wordt gestimuleerd hergebruikte materialen daar waar mogelijk te gebruiken. Hiermee kan worden gesteld dat er sprake is van duurzaam bouwen.
18
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
3.4.6 Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op het vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
19
20
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Initiatiefnemer exploiteert op dit moment een IV-bedrijf (pluimveehouderij in de vorm van kalkoenen) op de agrarische bedrijfslocatie Zelen 27 te Panningen. Hier heeft initiatiefnemer reeds vele decennia zijn agrarisch bedrijf geëxploiteerd en ontwikkeld tot het bedrijf zoals het heden ten dagen aanwezig is. Het bedrijf heeft op dit moment een omvang (vergunde situatie milieuvergunning) van 17.640 kalkoenen. Hierbij behoort een stikstof/ammoniak hoeveelheid van 0,68x17.640 = 11.995,2 kg NH3. Hierbij behoort een geur-emissie 27.342 odour-eenheden. Deze zijn verdeeld over een viertal stallen en overige bebouwing met een oppervlakte van: Te slopen bebouwing: Stal 1: 81,5x10,85= 884m2 (hoekje schuur blijft staan: 3x10=30m2): totaal: 854m2 Stal 2: 72,4x12,8= 926,7m2 Stal 3: 14,00x 68,90= 964,6m2 Stal 4: 21,64x84,50= 1.829m2 + 3x6=18 + 3x6=18: totaal: 1.865m2 Loods: 27,46x20,55= 564,30m2 Totaal te slopen oppervlak bebouwing: ca. 5.174,6m2 Oppervlakte erfverharding: ca. 2.000m2 .
4.2
Planvoornemen
Hieronder zal het planvoornemen van initiatiefnemer uitvoerig uiteen worden gezet. Initiatiefnemer is begin zestig en is zich aan het oriënteren op de toekomst, zowel privé als bedrijfsmatig. Hierbij is naar voren gekomen dat er geen sprake is van bedrijfsopvolgers binnen het gezin. Omdat er vanuit de gemeente Peel en Maas beleid is ontwikkeld dat sanering van de bebouwing mogelijk is vanuit de beleidsregels woningbouwverzoeken, heeft initiatiefnemer deze optie onderzocht. Hieruit is naar voren gekomen dat de locatie gezien de ligging nabij de kern/kernrandzone in aanmerking komt voor deze terugbouwregeling zoals opgenomen in de beleidsregel voor woningbouwverzoeken 2018 van de gemeente Peel en Maas, derhalve heeft initiatiefnemer de voorkeur voor deze optie in de toekomst. De regeling en de toepassing hiervan zijn reeds in paragraaf 3.4.3 beschreven. Verder dient de bestaande bedrijfswoning Zelen 27 met haar bijgebouwen omgevormd te worden naar een woonbestemming. Hiervoor zijn geen directe belemmeringen aanwezig in de omgeving.
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
21
Situatie/projectlocatie De locaties Zelen 27 te Panningen zijn in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas' van de gemeente Peel en Maas, overeenkomstig het huidige gebruik, bestemd als 'Agrarisch – Intensieve veehouderij' en 'bouwvlak'. De voorziene woningbouwlocatie is in hetzelfde bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch' met de nadere gebiedsaanduiding 'ontwikkelingszone – bebouwingslinten'. De projectlocaties liggen op circa 350m van het bedrijventerrein Kennedylaan af en ca. 600m van de kern van Panningen. Verder kenmerkt de omgeving van het plangebied zich door de ligging in het buurtschap Zelen waar sprake is van een menging aan agrarische bedrijven en burgerwoningen. De projectlocaties zijn kadastraal bekend als: Zelen 27 Zelen ong.
22
:
kadastrale gemeente Helden, sectie H, nummer 765 (gedeeltelijk). :
kadastrale gemeente Helden, sectie H, nummer 763 (gedeeltelijk).
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
Hoofdstuk 5
Milieutechnische aspecten
Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid onderzocht.
5.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bij onderhavig planvoornemen (woningbouwontwikkeling) kan er sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in onderdeel D 11.2, kolom 1: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' Als de ontwikkeling ook voldoet aan kolom 2 (de drempel), dan is er sprake van een m.e.r.-plicht. Dit is het geval als de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavig planvoornemen voorziet in de sanering van een IV-locatie en het realiseren van één bouwkavel naast de omvorming van de een bedrijfswoning tot burgerwoning. Het planvoornemen wordt, gelet op het beperkte ruimtebeslag van de voorziene bebouwing, en de aard en omvang van het plan, niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Er hoeft daarom formeel gezien geen vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Volledigheidshalve is wel een informele m.e.r.-beoordeling gedaan. Dit wordt ook wel de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Met de aanpassing van het Besluit m.e.r., zoals deze 7 juli 2017 in werking is getreden, gelden deze procedurele en inhoudsvereisten ook voor activiteiten onder de drempelwaarden.
Bij elk (nieuwbouw)plan dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden, bestaand uit een apart besluit in een zo vroeg mogelijke planfase waarin expliciet wordt aangetoond of er sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten nadat er een afweging heeft plaatsgevonden aangaande de volgende drie criteria: a. de kenmerken van de projecten; b. de plaats van de projecten; c. de kenmerken van de potentiële effecten.
Ad. a. de kenmerken van het project - De omvang van het project: Onderhavige percelen zijn bestemd tot 'Wonen' en 'Agrarisch'. De totale omvang van het plangebied bedraagt ca. 2 ha (waarvan het meeste onbebouwde grond is). - De cumulatie met andere projecten: In en om het plangebied vinden geen relevante activiteiten plaats of zijn projecten aanwezig waarmee rekening moet worden gehouden in de beoordeling. - Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen: Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verandert niet als gevolg van de realisatie van het planvoornemen. Dit onderdeel geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. - De productie van afvalstoffen:
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
23
Zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase vindt er geen productie plaats van afvalstoffen, anders dan regulier bouw- en huishoudelijk afval. Bij de sloop van de IV-gebouwen zal voornamelijk puin vrijkomen. Dit zal worden hergebruikt. - Verontreiniging en hinder: Tijdens de gebruiksfase is er geen hinder in de vorm van geluid, stof of geur te verwachten. - Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën Zorgverblijven zijn geen risicobron. In paragraaf 5.6 (Externe veiligheid) hieronder is daarnaast geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen. Ad. b. de plaats van het project - Het bestaand grondgebruik: Onderhavig perceel is momenteel in gebruik als agrarisch pluimveebedrijf en landbouwgrond naast de bedrijfswoning. Het plangebied wordt omgeven door agrarische gronden, agrarische bedrijven en woningen. - Natuurlijke hulpbronnen: Ter plaatse van het plangebied zijn geen relevante natuurlijke hulpbronnen die bijdragen aan het project dan wel een effect hebben op het project. - Opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu: Uit de beoordeling van de planologisch relevante milieuaspecten in de volgende paragrafen komt naar voren dat het planvoornemen deze aspecten niet belemmert.
Ad. c. de kenmerken van de potentiële effecten Beoogd wordt met het planvoornemen een IV-bedrijf te saneren en een nieuwe bouwkavel te realiseren. Bij de realisatie wordt zowel aan de geldende algemene wet- en regelgeving als aan de geldende milieuwetgeving voldaan. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Gelet op de kenmerken van het planvoornemen, de locatie van het plan en de kenmerken van de effecten van het plan, moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang, dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.- procedure.
5.2
Bodem
Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Uitgangspunt van het Besluit bodemkwaliteit is dat de kwaliteit moet aansluiten bij de functie. Om hier invulling aan te geven heeft het RIVM voor zeven bodemfuncties referentiewaarden ontwikkeld voor een goede bodemkwaliteit. Deze zeven functies worden gebruikt in het gebiedsspecifieke beleid. Voor toepassing in het generieke kader zijn deze zeven functies samengevoegd tot twee bodemfunctieklassen: wonen en industrie. De functies moes- en volkstuinen, landbouw en natuur zijn niet ingedeeld in een klasse. Hiervoor is gekozen omdat in gebieden met een van deze functies alleen schone grond of baggerspecie mag worden toegepast. Dat willen zeggen: grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Achtergrondwaarden. De bodemfunctieklassen beschrijven op hoofdlijnen het gebruik van de bodem in een gebied. Het indelen van
24
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
een beheergebied in bodemfunctieklassen is de taak van gemeenten. De bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Peel en Maas is volgens het generieke beleid opgesteld en geeft het gewenst of toekomstig bodemgebruik weer. Binnen de bodemfunctieklassenkaart wordt onderscheidt gemaakt in bodemfunctieklassen. De bodemfunctieklasse Overig (kwaliteit grond moet voldoen aan de Achtergrondwaarde) is in bestemmingsplannen te vergelijken met functies als: - Natuurgebied; - Landbouw. De bodemfunctieklasse Industrie is in bestemmingsplannen te vergelijken met functies als: - Spoorlijnen en grote wegen; - Geluidswal (langs Rijksweg of spoorlijn); - Bedrijfsterreinen. De huidige (Wro) bestemming van het perceel is deels ‘ Wonen'en deels 'Agrarisch’. De nieuwe bestemming is op deze locatie te vervatten onder de bodemfunctieklasse agrarisch (deel dat gesaneerd wordt) en Wonen (bestaande en nieuwe woning) en sluit daarmee deels aan op de bestaande bodemfunctieklasse. Om deze reden is ter plaatse van de Zelen ong. te Panningen nader bodemonderzoek noodzakelijk in de vorm van historisch bodemonderzoek, zie bijlage 1. De conclusies van dit onderzoek zijn als volgt: 'In het kader van de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een woonhuis, gelegen aan het adres Zelen ong.
te Panningen (gemeente Peel en Maas), is een historisch bodemonderzoek (vooronderzoek NEN-5725) uitgevoerd. Op basis van het verrichte onderzoek, kan het volgende worden gesteld. Het gedeelte van de onderzoekslocatie waar de voorgenomen realisatie wordt beoogd, is momenteel in gebruik als akkerland t.b.v. de teelt van asperges. Uit de voorhanden zijnde historische informatie, zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van mogelijke bodemverontreinigingen en/of bodembedreigende activiteiten. De aangetroffen verontreinigingen in de directe omgeving zijn gezien de afstand tot de huidige onderzoekslocatie niet van invloed. Daarnaast zijn tijdens de terreininspectie geen aanwijzingen geweest, welke zouden kunnen wijzen op enige vorm van bodemverontreiniging. Omdat verder geen aanleidingen bestaan voor het aantreffen van bodemverontreinigingen wordt de hypothese "onverdacht" voor de gehele onderzoekslocatie aangehouden.' Gelet op vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.
5.3
Geluid
Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Ten aanzien van alle wegen, behalve 30 km/u wegen en wegen behorende bij een woonerf, geldt een geluidszone, die ook wettelijk is vastgelegd in de Wet geluidhinder. Voor wegen die buitenstedelijk zijn gelegen en die bestaan uit één of twee rijstroken, geldt een wettelijk vastgestelde geluidzone van 250 meter aan weerszijden van de weg (gemeten vanuit de wegas). Wanneer er ontwikkelingen worden gerealiseerd binnen geluidzones van wegen, zal middels een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai niet zodanig is dat de, in de Wet geluidhinder opgenomen, voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor burgerwoningen wordt overschreden. Is dit wel het geval, dan zal een procedure voor het vaststellen van een Hogere Waarde gevolgd dienen te worden.
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
25
Het planvoornemen voorziet in de oprichting van een nieuwe woning op de weg Zelen. Voor deze weg geldt een maximum snelheid van 60 km/u. Dergelijke wegen zijn op basis van de Wet geluidhinder gezoneerd. Derhalve is met betrekking tot onderhavige planontwikkeling een akoestisch onderzoek verricht. De rapportage hiervan is bijgevoegd als bijlage 2. De conclusies van dit onderzoek zijn als volgt: 'Namens opdrachtgever is door Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de toekomstige situatie aan de Zelen ong. te Panningen (nabij Zelen 29). Op deze locatie wenst opdrachtgever een woning te realiseren. 5.1 Wet geluidhinder Uit de toets in het kader van de Wet geluidhinder kunnen de volgende conclusies worden getrokken. (Spoor)weg
Voorkeurs- Maximale Overschrijdi Dove gevel grenswaarde onthefftings- ng waarde voorkeursgrenswaarde Zelen 48 dB 53 dB Emmestraat 48 dB 53 dB Tabel 9. Conclusies Wet geluidhinder
Hogere waarde
n.v.t. n.v.t.
De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Zelen en Eemsestraat overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van het bouwplan. Derhalve is hogere waarde conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder niet aan de orde. 5.2 Cumulatie Wet geluidhinder Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige is dit niet aan de orde. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de 'methode Miedema'. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door Zelen, bedraagt 52 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie 'redelijk' en daarmee van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Tevens beschikt het bouwplan over een geluidluwe gevel/buitenruimte. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5.3 Karakteristieke geluidwering van de gevel Grootheid Hoogste waarde hoogste gecumuleerde geluidbelasting 52 dB vereist binnenniveau 33 dB Maximaal benodigde karakteristieke 20 dB geluidwering (GA;k) Tabel 10. Conclusies karakteristieke geluidwering van de gevel Aangezien de cumulatieve geluidbelasting kleiner of gelijk is aan 53 dB, is een nader onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevel niet nodig. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd.'
26
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
Voor de woning Zelen 27 geldt dat dit reeds in het kader van wegverkeerslawaai een geluidsgevoelig object betreft en deze situatie niet wijzigt als gevolg van het feit dat de agrarische bedrijfswoning een burgerwoning wordt. Spoorweglawaai Er zijn geen spoorwegen in de nabijheid van het plangebied gelegen en derhalve is spoorweglawaai niet van toepassing. Industrielawaai Ten aangezien van industrielawaai dient te worden onderzocht of er in de omgeving van het plangebied sprake is van bedrijvigheid met een geluidscontour die is gelegen over het plangebied. In de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.
5.4
Milieuzonering
5.4.1 Algemeen Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNG publicatie bouwstenen. De drie belangrijkste bouwstenen zijn: 1. de richtafstandenlijst; 2. twee omgevingstypen; 3. een lijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging. Richtafstandenlijsten De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNG publicatie. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype) of een gemengd gebied.
In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevantie milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
Omgevingstypen De richtafstanden in bijlage 1 zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbare omgevingstype. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen ander functies voor. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
27
bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Naar aanleiding van bovenstaand is Zelen 27 te typeren met het omgevingstype gemend gebied. De richtafstanden uit bijlage 1 kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemend gebied, zie onderstaande tabel: Richtafstanden en omgevingstypen. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand rustige woonwijk in meters 10 30 50 100 200 300 500 700 1000 1500
Richtafstand gemengd gebied in meters 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1000
5.4.2 Zelen 27 Agrarische grondgebonden bedrijven in de omgeving In de directe omgeving bevinden zich de volgende agrarische bedrijven: - Grondgebonden agrarisch bedrijf op Zelen 32. - Grondgebonden agrarisch bedrijf op Zelen 23. - Grondgebonden agrarisch bedrijf op Eemsestraat 2. - Grondgebonden agrarisch bedrijf, rundvee uitgesloten, op Zelen 17. Een grondgebonden agrarisch bedrijf heeft betrekking op een akkerbouwbedrijf, melkveehouderij (m.u.v. nr. 17) of een paardenhouderij. Voor een akkerbouwbedrijf (akkerbouw en fruitteelt) geldt dat op basis van de indicatieve bedrijvenlijst de volgende richtafstanden moeten worden aangehouden: - geur: 10 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 0 meter; - stof: 10 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 0 meter; - geluid: 30 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 10 meter; - gevaar: 10 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 0 meter. Voor een melkveehouderij (fokken en houden van rundvee) moeten de volgende richtafstanden worden aangehouden: - geur: 100 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 50 meter; - stof: 30 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 10 meter; - geluid: 30 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 10 meter; - gevaar: 0 m.
Wet geurhinder en veehouderij Conform de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geldt voor het aspect geur buiten de bebouwde kom een vaste afstand van tenminste 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en een gevoelig object (woning) als in het dierenverblijf dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Hieronder valt melkrundvee, jongvee, maar ook
28
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
paarden. De afstand tussen gevel dierenverblijf en gevel gevoelig object bedraagt minimaal 25 meter. Voor een paardenhouderij (Paardenfokkerijen) moeten de volgende richtafstanden worden aangehouden: - geur: 50 m (conform Wgv); - stof: 30 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 10 meter; - geluid: 30 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 10 meter; - gevaar: 0 m. De grootste richtafstand bedraagt 50 meter. De afstand van Zelen 27 tot Zelen 23 en Zelen 32 is kleiner dan 50 meter. Echter, de mogelijkheden voor Zelen 23 wordt al beperkt door de woning Zelen 28 en voor Zelen 32 worden de mogelijkheden al beperkt door de woning Zelen 29. Het omzetten van Zelen 27 naar de bestemming 'Wonen' geef tot nu toe geen belemmering voor de gebruiks- en ontwikkelings-mogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing.
Intensieve veehouderijen In de directe omgeving bevinden zich de volgende intensieve veehouderijen: - IV bedrijf op Zelen 16-18. Voor intensieve veehouderijen geldt dat op basis van de indicatieve bedrijvenlijst de volgende richtafstanden moeten worden aangehouden: - geur: 200 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 100 meter; - stof: 50 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 30 meter; - geluid: 50 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 30 meter; - gevaar: 0 m De afstand van de grens van het plangebied tot aan het bouwvlak van de intensieve veehouderij aan de Zelen 18 bedraagt ca. 150 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand voor geur bij omgevingstype gemengd gebied. Ook aan de richtafstand voor stof, geluid en gevaar wordt voldaan. Wet geurhinder en veehouderij Rondom intensieve veehouderijen speelt geur een belangrijke rol in de milieuwetgeving met betrekking tot deze veehouderijen. Om dit aspect te kunnen reguleren bestaat de Wet geurhinder en veehouderij (verder: Wvg). De Wgv dient in het belang van de bescherming van het milieu. De wet biedt binnen gestelde voorwaarden bescherming tegen geurhinder. De Wgv en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij (verder: Rgv) vormen samen het toetsingskader voor geur afkomstig van veehouderijen.
De Wgv kent verschillende normen voor concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden. Concentratiegebieden zijn gebieden die als zodanig zijn aangewezen in de Reconstructiewet (verder: Rcw). In niet-concentratiegebieden gelden strengere normen dan in concentratiegebieden. De gemeente Peel en Maas is op grond van de Rcw gelegen in een concentratiegebied voor landbouw. De Wgv kent ook verschillende normen voor gebieden gelegen binnen de bebouwde kom en gebieden gelegen buiten de bebouwde kom. Gebieden die binnen de bebouwde kom liggen krijgen meer bescherming dan gebieden die buiten de bebouwde kom liggen. Dit heeft te maken met het feit dat binnen de bebouwde kom meer mensen kunnen wonen of verblijven, waardoor sprake kan zijn van meer geurhinder. De Wgv kent bescherming toe aan zogenaamde geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in het algemeen om gebouwen bestemd voor wonen en verblijf, zoals woningen en bedrijfsgebouwen. Hieronder wordt tevens begrepen een logiesfunctie. Het aspect geur valt uiteen in twee onderdelen: de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting. Hiervoor kunnen met behulp van V-stacks vergunning en V-stacks gebied berekeningen worden gemaakt. Uitgaande van gegevens uit de omgeving en een indicatieve worst-case berekening V-stacks vergunning, kan
bestemmingsplanZelen 27 te Panningen
29
geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning Zelen 27 naar verwachting uitkomt op “redelijk goed tot goed”. In het buitengebied wordt op basis van het landelijke toetsingskader een geurbelasting tot “tamelijk slecht” acceptabel geacht. Aangezien er ter plaatse naar verwachting sprake zal zijn van een redelijk goed tot goed woon- en leefklimaat kan gesteld worden dat er sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling. Conclusie is dat het onderdeel geur geen beperkend factor vormt voor het omzetten naar de bestemming 'Wonen'. Daarbij geldt tevens dat de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden voor Zelen 16-18 al worden beperkt door de meer nabij gelegen woonbestemmingen Zelen 15, Zelen 28 en Hoofveldstraat 2. Tevens is een geurberekening gemaakt om het achtergrondniveau te bepalen, zie bijlage 3. De waarden die berekend zijn bedragen 8,1 OU (Zelen ong.) en 7,3 OU voor Zelen 27. Dit betreft aldus een goed en redelijk goed woon- en leefklimaat.
Glastuinbouwbedrijvenin de omgeving In de directe omgeving bevinden zich de volgende glastuinbouwbedrijven: - Glastuinbouwbedrijf aan de Linderweg 8. - Glastuinbouwbedrijf aan de Eemsestraat 8. Voor een glastuinbouwbedrijf moeten de volgende richtafstanden worden aangehouden: - geur: 10 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 0 meter; - stof: 10 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 0 meter; - geluid: 30 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 10 meter; - gevaar: 10 m. I.v.m. omgevingstype gemengd gebied mag dit verlaagd worden naar 0 meter. De grootste richtafstand bedraagt 10 meter. De afstand van Zelen 27 tot omliggende glastuinbouwbedrijven bedraagt minimaal ca. 160 meter. Aan de richtafstand wordt derhalve voldaan. Bedrijven in de omgeving In de directe omgeving bevinden zich geen niet-agrarische bedrijven (locatie Zelen 34 is omgezet naar de bestemming 'Wonen'). Bedrijventerrein Kennedylaan Op het bedrijventerrein aan de Kennedylaan zijn aan de zuidzijde bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 3. Voor dit type bedrijven geldt een maximale richtafstand van 100 meter (gemegnd gebied 50 meter). De afstand tussen Zelen 27 en de rand van het bedrijventerrein bedraagt ca. 315 meter. Aan de richtafstand wordt dus ruim voldaan. Adres