CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-004 03 Toelichting.pdf

Raad 31 januari 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “Peelstraat 85 Panningen, wijzigen bestemming Agrarisch Glastuinbouw naar Wonen” (2023-004)12.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25

geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Transportleidingen In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico zodra het plan in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit. Deze verantwoordingsplicht geldt alleen bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde of bij een toename van het groepsrisico. Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen, zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.

(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi, het Bevb en het Bevt wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Kwetsbare objecten betreffen woningen, verblijfsgebouwen (zoals scholen, ziekenhuizen, bejaardenhuizen), gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn (zoals kantoorgebouwen met een oppervlakte van meer dan 1.500 m² en winkelcentra met meer dan 5 winkels) en kampeer- en recreatieterreinen met meer dan 50 personen aanwezig voor meerdere dagen. Beperkt kwetsbare objecten betreffen overige bedrijfsgebouwen en dezelfde functies, maar dan kleiner van formaat of met minder mensen. Onderzoek De woning is reeds aanwezig als bedrijfswoning. In het kader van het plan moet daarom bekeken worden of in of in de nabijheid van het plangebied sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven, buisleidingen en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan.

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

26

afbeelding 76, Bron; Risicokaart.nl

Risicovolle bedrijvigheid Volgens de provinciale risicokaart zijn in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle bedrijven gelegen. Buisleidingen Volgens de risicokaart van de provincie Limburg en volgens het vigerende bestemmingsplan liggen er geen risicovolle kabels of leidingen in of in de directe nabijheid van het plangebied. Vervoer van gevaarlijke stoffen Volgens de Risicokaart Basisnet vindt in de nabijheid van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, over spoor of over water. Conclusie externe veiligheid Het plangebied ligt niet binnen de plaatsgebonden risicocontour van risicovolle bedrijvigheid of van risicovol transport. De ontwikkeling is dan ook niet bezwaarlijk in het kader van de externe veiligheid. 4.4

Waterparagraaf

Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Een achttal wetten is samengevoegd tot één wet, de Waterwet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan de vermindering van regels, vergunningenstelsels en administratieve lasten. De provincie Limburg heeft dit beleid vertaald in het provinciaal waterplan.

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

27

4.4.1 Provinciaal Waterplan Limburg Op 11 december 2015 heeft Provinciale Staten het Provinciaal Waterplan Limburg 2016 – 2021 vastgesteld als opvolger van het Provinciaal Waterplan 2010 -2015. Het Provinciaal Waterplan 2016-2021 heeft de status van een regionaal waterplan, zoals omschreven in de Waterwet én een op zichzelf staande structuurvisie op grond van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat specifieke ambities en beleidsregels gericht op de doorwerking en uitvoering van waterbeleid. Het waterbeleid in het Provinciaal Waterplan 2016-2021 omvat de strategische hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundig beleid. Het is een uitwerking en nadere detaillering van het regionaal waterbeleid in het POL 2014. Water en ruimtelijke ordening Op grond van de Waterwet legt de provincie Limburg de belangrijkste functies van de oppervlaktewatersystemen vast. Zij onderscheidt hoofd- en nevenfuncties, waarbij in geval van functiecombinaties de eisen die aan het watersysteem vanuit de hoofdfunctie gesteld worden bepalend zijn en de eisen vanuit overige functies ondergeschikt. Als hoofdfuncties onderscheidt de provincie Limburg de natuurfunctie voor de natuurbeken en de (grond)waterafhankelijke natuur en de algemeen ecologische functie voor de overige waterlopen, daarnaast de mensgerichte functies drinkwaterwinning en agrarisch water.

Naast regelgeving hanteert de provincie een ontwikkelingsgerichte strategie. Het ordenend principe van water vormt daarbij een essentiële bouwsteen voor het provinciale omgevingsbeleid. Zo is de positionering, de huidige en potentiële ecologische kwaliteit, de kwetsbaarheid en herstelmogelijkheden van, maar ook de veiligheid vanuit de watersystemen voor haar een belangrijk uitgangspunt en stimuleert ze de kansen die water biedt om de kwaliteit van de leefomgeving te vergroten. De watertoets gebruikt ze hierbij als afwegingskader bij ruimtelijke ingrepen. Modern waterbeheer volgt daarmee niet langer uitsluitend mensgerichte functies en grondgebruik; kennis over watersystemen en de wateropgaven worden zo mede sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen. 4.4.2 Watertoets Sinds 1 november 2003 zijn overheden wettelijk verplicht om de watertoetsprocedure toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is een instrument waarmee waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen in de belangenafweging. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder zo vroeg mogelijk met elkaar in gesprek brengt. Alle ruimtelijke plannen die van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding worden voor advies voorgelegd aan de waterbeheerders.

De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. De waterhuishoudkundige aspecten die in de watertoetsprocedure worden betrokken zijn de veiligheid, wateroverlast, watervoorziening, verdroging en riolering. Er wordt aandacht besteed aan zowel grondwater als oppervlaktewater en aan zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het watertoetsproces loopt van de locatiekeuze tot en met de inrichting en is van toepassing zowel in de stad als in landelijk gebied. De watertoetsprocedure is verplicht voor alle bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten, inclusief uitwerkings- en wijzigingsplannen (zie het Besluit ruimtelijke ordening artikel 3.1.1). Voor plannen waarbij door de aard of omvang van het plan geen gevolgen voor de waterhuishouding te verwachten zijn, hoeft geen (pre)wateradvies te worden aangevraagd bij het watertoetsloket en bepaalt de “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

28

gemeente zelf aan welke waterhuishoudkundige randvoorwaarden het plan moet voldoen. De locatie is gelegen in het gebied van de Roerdalslenk. Deze Roerdalslenk wordt aan de zuidwestzijde begrensd door de Feldbiss en aan de noordoostzijde door de Peelrandbreuk. Beide breuken zijn noordwest-zuidoost gericht. De deklaag van de bodem ter plaatse bestaat uit een hoge zwarte enkeerdgrond welke voornamelijk is opgebouwd uit lemig fijn zand. De afzettingen behoren geologisch gezien tot de Formatie Twente. Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van ca. 14 meter en wordt gevormd door de grove en grindrijke Formatie van Veghel. Op deze fluviatiele formatie liggen de fijn-zandige, matig goed doorlatende dekzandafzettingen, behorende tot de Formatie van Twente. De gemiddelde grondwaterstand van het freatisch grondwater bedraagt ca. 31 meter boven NAP, waardoor het grondwater zich op ca. 2 meter onder het maaiveld zou bevinden. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. Volgens de doorlatendheidskaart van het Waterschap Peel en Maasvallei bedraagt de doorlatendheid 0,45 - 0,75 m/dag. Er liggen geen pompstations in de buurt van het plangebied die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming. In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater gelegen.

Voor het bepalen van de noodzakelijke compenserende waterberging is het van belang om te weten wat in de nieuwe situatie de oppervlakte van bebouwing en verharding zal zijn. Met dit plan worden de bouwmogelijkheden ten opzichte van het geldende bestemmingsplan beperkt, aangezien er sprake is van substantiële sloop. Qua regenwater zal de oppervlakte nieuwe bebouwing en verharding van 800 m2 bij T = 100 maximaal 80 m3 verzamelen dat in de infiltratiesloot aan de straatzijde, achter de haag, makkelijk kan infiltreren. Bij extreme buien kan het overtollige regenwater, indien nodig, worden afgevoerd naar de bermsloot, waar het eveneens infiltreert. Overleg waterbeheerder Omdat de oppervlakte bebouwing en verharding afneemt, hoeft het concept bestemmingsplan niet voor advies te worden voorgelegd aan het Waterschap. 4.5

Archeologie en cultuurhistorie

4.5.1 Archeologie In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect 'archeologie' in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: • de archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard; • er dient vroeg in het proces van de ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect 'archeologie'. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. Het archeologiebeleid van de gemeente Peel en Maas is vastgelegd in de Structuurvisie Buitengebied. De gemeente is dus het bevoegde gezag waar het gaat om het toetsen van bestemmingsplannen op het aspect archeologie en de uit onderzoek voortkomende rapporten.

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

29

afbeelding 17, uitsnede archeologische beleidskaart Peel en Maas, met globale aanduiding ligging plangebied (rode cirkel)

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

30

Voor het plangebied geldt op grond van het vigerende bestemmingsplan de waardearcheologie 5. De met deze waarde aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Er mag niet zondermeer gebouwd worden binnen deze bestemming met uitzondering van het bouwen van gebouwen en bouwwerken die minder diep reiken dan 40 cm beneden maaiveld. Daarnaast wordt uitgezonderd van dit verbod het vergroten van de bestaande bebouwing met een oppervlakte die kleiner is dan 2.500 m2. De totale bebouwing in het onderhavig plan is kleiner dan 2.500 m2 een archeologisch onderzoek is dan ook niet nodig. Een gebouw van dergelijke inhoud heeft altijd een maar dit zal dan een kleiner oppervlak inhouden dan 2.500 m 2. Daarmede vormt het archeologiebeleid geen belemmering voor het onderhavige plan. Het plangebied is niet gelegen binnen een provinciaal archeologisch aandachtsgebied. De dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 5 zijn in het onderhavige bestemmingsplan overgenomen, zodat bij eventuele toekomstige bodemverstoringen voldoende waarborgen bestaan voor behoud van archeologische waarden. 4.5.2 Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden.

Als gevolg van de MoMo wijzigt het Bro (artikel 3.6.1, lid 2). Wat eerst alleen voor archeologie gold, geldt nu ook voor al het cultureel erfgoed. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan en het daarbij behorende besluit is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (stede)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

afbeelding 88, kaart historische geografie uit de Atlas van Provincie Limburg

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

31

Het plangebied is deels gelegen in een cultuurlandschap bouwland, kampen en deels in een nieuw cultuurland 1806/1840-1890. Met de invulling van het landschapsplan is met deze historische geografie rekening gehouden. Gebleken is dat in de vigerende situatie daar niet veel meer van herkenbaar is. Door de sloop van de kas en het bassin en de daar aan aangepaste landschappelijke inpassing wordt een stukje van het verleden weer herkenbaar gemaakt. Daarmede is het in overeenstemming met de visie van de gemeente op het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden. Het plan is derhalve niet bezwaarlijk uit een oogpunt van cultuurhistorie. 4.6

Natuurwaarden en landschapswaarden

De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Bij kap van bomen moest worden bepaald of de Boswet van toepassing was (de Boswet regelde het behoud van bosopstanden of compensatie ervan). De basis van de nieuwe wetgeving blijft in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken. 4.6.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Niet alleen activiteiten ín een Natura 2000-gebied hebben echter invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt 'externe werking' genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied.

Het plangebied is gelegen op een afstand van ruim 5,6 km tot het Natura 2000-gebied 'Deurnsche Peel & Mariapeel' en op circa 8,1 km van het Natura 2000-gebied Leudal. De afstand tot het Natura 2000-gebied Swalmdal bedraagt circa 9,2 km en tot het Natura 2000-gebied Groote Peel circa 6,9 km. Het gebied 'Deurnsche Peel & Mariapeel' is aangewezen voor de habitattypen: • H4030: Droge heiden • H7110A: Hoogveenlandschap • H 7120 Herstellende hoogvenen. Daarnaast is het gebied aangewezen voor de broedvogelsoorten dodaars, nachtzwaluw, blauwborst en roodborsttapuit en de niet-broedvogelsoorten toendrarietgans, kolgans en kraanvogel. Het gebied 'Leudal' is aangewezen voor de habitattypen: • H3260A: Beken en rivieren met waterplanten • H9160A: Eiken- haagbeukenbossen • H91E0C: Vochtige alluviale bossen. Daarnaast is het gebied aangewezen voor de habitattype bever. Het gebied 'Swalmdal' is aangewezen voor de habitattypen: • H3260A: Beken en rivieren met waterplanten • H6120: Stroomdalgraslanden • H91E0C: Vochtige alluviale bossen. Daarnaast is het gebied aangewezen voor de habitatsoorten zeggekorfslak, rivierdonderpad en bever. Het gebied 'Groote Peel' is aangewezen voor de habitattypen: “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

32

• H4030: Droge Europese heide • H7120: Aangetast hoogveen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is. Daarnaast is het gebied aangewezen voor de broedvogelsoorten dodaars, geoorde fuut, porseleinhoen, blauwborst en roodborsttapuit en de niet-broedvogelsoorten kolgans, taiga- en toendrarietgans en kraanvogel. Mogelijk verstorende effecten van de ruimtelijke ontwikkeling vanuit de Natuurbeschermingswet zijn over de genoemde afstand en gezien het feit dat de bedrijfsmatige activiteiten worden beëindigd en de woonfunctie behouden blijft maar niet wordt uitgebreid, op voorhand uit te sluiten. Ter aanvulling is voor de beoogde situatie een berekening met Aerius uitgevoerd. Deze is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Uit deze berekening volgt dat er geen toename is van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N per ha per jaar. Daarmede heeft het voorgenomen plan geen negatief effect op de gebiedsbescherming 4.6.2 Beschermde planten en dieren Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. In het kader van het plan dient een beoordeling te worden gemaakt van de effecten die het plan zal hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Ten behoeve van het plan is een quick-scan flora en fauna uitgevoerd. Op het perceel werd geen bijzondere flora aangetroffen.

Zowel floristisch als faunistisch zijn er geen bijzonderheden waargenomen. De quick-scan is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. Het plan is niet bezwaarlijk uit een oogpunt van bescherming van flora en fauna. 4.6.3 Bescherming bossen Tevens bevat de wet natuurbescherming regels voor het vellen van bomen in houtopstanden (voormalige Boswet). De wet geeft aan welke bomen door de regels worden beschermd en regelt verder: • Een meldingsplicht voor het vellen van bomen; • Verplichtingen rondom het verplanten van bomen; • De invoer van en handel in hout en houtproducten. Op de onderzoekslocatie zijn geen bomen aanwezig welke onder de definitie houtopstanden vallen. Bovendien vindt er geen kap van houtopstanden plaats. Er is dan ook geen sprake van een meldingsplicht en herplantverplichting in het kader van artikel 4.2 en 4.3 van de Wnb. Vanuit de deelaspecten van de Wnb is geen belemmering te verwachten voor de gewenste ontwikkeling.

4.7

Kabels en leidingen

In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen, die ten behoeve van het gebruik en/of de veiligheid planologische bescherming behoeven. Kabels en leidingen vormen daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

33

4.8

Verkeer en infrastructuur

Infrastructuur en ontsluiting De Peelstraat is een oud bebouwingslint dat vanuit Panningen in noord-westelijke richting de verbinding vormt met de kern Beringe. In oostelijke richting vormt de Peelstraat via de Zelen de verbinding met het centrum van Panningen. Met de beëindiging van het agrarisch bedrijf ter plaatse en het gebruik van de voormalige bedrijfswoning als burgerwoning zal het aantal personen op de locatie afnemen en dus ook het aantal vervoersbewegingen op de Peelstraat en omliggende wegen. Dit heeft een positief effect op de huidige verkeerssituatie. De trimsalon, welke als nevenfunctie bij de woonbestemming geëxploiteerd wordt heeft enige verkeersaantrekkende werking. Echter, de schaal waarop de trimsalon wordt geëxploiteerd is van dien aard dat de voertuigen met de bestemming trimsalon voldoende op het eigen terrein geparkeerd kunnen worden. Derhalve kan het plan voorzien in voldoende parkeerplaatsen, waardoor dit aspect van verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor het voorgenomen plan. Parkeren Blijkens de “Nota parkeernormen Peel en Maas 2018” dienen bij een woning in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas tenminste 2 parkeerplaatsen aanwezig te zijn. Deze 2 parkeerplaatsen op het eigen terrein zijn momenteel al ruimschoots aanwezig. Daarnaast vinden er op beperkte schaal bedrijfsactiviteiten plaats.

De locatie is gelegen in het buitengebied, waarmee het aantal parkeerplaatsen per 100 m2 bvo 1,1 dient te bedragen bij arbeidsextensieve en bezoekers-extensieve bedrijven. De geplande activiteit is kleinschalig en behoeft derhalve maar een beperkt aantal parkeerplaatsen. Ten behoeve van deze activiteit zijn tenminste nog 2 extra parkeerplaatsen op het eigen terrein aanwezig. Op het eigen terrein zijn derhalve voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen.

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

34

5 Juridische planopzet 5.1

Planstukken

Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).Het wijzigingsplan is vervat in een verbeelding, regels en een toelichting. 5.2

Toelichting op de verbeelding

De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000 waarop de specifieke bestemmingen zijn weergegeven. 5.3

Toelichting op de regels:

Bij het opstellen van de planregels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), waarbij aangesloten is op de reeds geldende regels. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen weergegeven. Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en procedureregels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen.

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

35

6 Uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Door de gemeente zal een dergelijke overeenkomst worden opgesteld en ondertekend door zowel gemeente alsook initiatiefnemer. In dit bestemmingsplan wordt de bestemming “agrarisch-glastuinbouw”, deels gewijzigd in de bestemming “wonen” en deels gewijzigd in de bestemming “agrarisch”. De bedrijfswoning wordt omgezet in een burgerwoning en binnen de bestemming “agrarisch” wordt een paardrijbak met verlichting toegestaan. De uitvoering van het plan is in particuliere handen. Het project heeft dan ook verder geen gevolgen voor de gemeentelijke financiën. In de onderhavige situatie is daarom niet te verwachten dat derden schade leiden door de gevraagde ontwikkeling.

Wel zal met de initiatiefnemer een overeenkomst worden gesloten over verhaal van eventuele tegemoetkomingen in planschade. De kosten met betrekking tot het ambtelijk apparaat zijn afgedekt door de leges. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht. 6.2

Maatschappelijke haalbaarheid

Aangezien de agrarische activiteiten beëindigd worden/zijn en de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en het bassin worden/zijn gesloopt, levert de gevraagde ontwikkeling een verbetering voor de omgeving op. Bovendien vormt de gewenste ontwikkeling geen belemmering voor omliggende bedrijven, waardoor er vanuit de directe omgeving geen belemmeringen te verwachten zijn. Door in de verbeelding een bouwvlak op te nemen waarbinnen gebouwen gerealiseerd moeten worden, en dit bouwvlak aan de voorgevel en de rechterzijgevel van de reeds aanwezige woning aansluit, wordt dit ook naar de toekomst toe gewaarborgd. Dialoog met omgeving: Initiatiefnemer heeft direct omwonenden geïnformeerd over het voorgenomen plan. De meeste omwonenden hebben geen opmerkingen over het plan kenbaar gemaakt aan initiatiefnemer en hebben dit middels een handtekening op de verbeelding en de landschappelijke inpassing kenbaar gemaakt. 3 omwonenden hebben niet hun handtekening geplaatst omdat zij bevreesd waren dat ze in hun bedrijfsvoering belemmerd zouden worden. Hiervan is echter geen sprake omdat het enerzijds gaat om een grondgebonden agrarisch bedrijf dat tegenover de betreffen de locatie gelegen is. Dit bedrijf moet nu ook al rekening houden met de onderhavige woning aan de Peelstraat 85.

Aan hun zorgen is echter tegenmoet gekomen door een bouwvlak op te nemen in de verbeelding, waarmee wordt voorkomen dat de woning in de richting van deze locatie verplaatst zou kunnen worden. Het tweede bedrijf betreft een intensieve veehouderij tegenover de onderhavig planlocatie. Dit bedrijf wordt echter niet belemmerd in haar ontwikkelingsmogelijkheden, omdat het bedrijf ook al rekening moet houden met de agrarische bedrijfswoning aan de Peelstraat 84, welke dichter bij de intensieve veehouderij is gelegen dan de onderhavige woning in het plangebied. Ook voor deze situatie geldt dat door het opnemen van een bouwvlak voor de woning op “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

36

Peelstraat 85, de afstand tot deze intensieve veehouderij ook niet verkleind kan worden. Als laatste heeft ook de eigenaar van de locatie Peelstraat 87 niet zijn handtekening gezet op de getoonde stukken. Ook deze eigenaar is bevreesd te zullen worden beperkt in de bedrijfsvoering. Ook dit bedrijf heeft nu al rekening te houden met de woning gelegen op de planlocatie, het omzetten naar een burgerwoning voegt daar niets aan toe. Ook voor deze situatie geldt dat door het opnemen van een bouwvlak voor de woning op Peelstraat 85, de afstand van de woning op de planlocatie tot het bedrijf op Peelstraat 87 niet wordt verkleind en er dus ook geen extra belemmering van uitgaat. De namen en adressen van de omwonenden zijn bekend bij de gemeente, maar deze gegevens zullen niet ter inzage worden gelegd.

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

37

7 PROCEDURE In artikel 3.9a lid 1 van de Wro is bepaald dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, met dien verstande dat de kennisgeving tevens langs elektronische weg geschiedt en dat het ontwerpbesluit met de hierbij behorende stukken tevens langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. In afdeling 3.4 van de Awb is bepaald dat het ontwerp van het bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage moet liggen. Tijdens deze periode kunnen schriftelijk of mondeling zienswijzen ingediend worden. Het bestemmingsplan doorloopt daarmee stapsgewijs de volgende procedure: a. Voorbereiding: informeel vooroverleg met provincie en eventuele overige overheden; b. Ontwerp: publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro gedurende zes weken. Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij burgemeester en wethouders. c. Vaststelling: vaststelling door de gemeenteraad, mogelijkheid reactieve aanwijzing publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn d. Inwerkingtreding: na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan) e.

Beroep: Beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt.

“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=dde93998-e870-479d-b38f-f59f1a006ba2